GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD


DOSSIER OVER ICONEN

Jean-Pierre Vanhopplinus

Deze vervolgreeks (1-8) verscheen in “Geloof en Leven” 2015/2016


ICONEN-1  Pantokrator-iconen

ICONEN-2  Andere Christus-iconen

ICONEN-3  Tronende Christus + Deësis-icoon

ICONEN-4  Moeder Gods-iconen (1)

ICONEN-5  Moeder Gods-iconen (2)

ICONEN-6  

ICONEN-7  

ICONEN-8  

ICONEN-9 Opstandings-icoon

TOP DOCUMENT      INHOUD WEBSITE


Hoe de hemel de aarde raakt (1)


Neen, het zijn geen kunstwerken. Ja, je vindt ze in musea en mensen gaan ze er bewonderen en we kennen hier en daar wel de naam van een ‘maker’, maar beschouw het aub niet als kunst. Dat zou ze schromelijk tekort doen.

Ik heb het hier over iconen. Die wondere, vreemde afbeeldingen, die we tegenwoordig in nogal wat kerken zien. Ze zijn overgewaaid uit het Oosten, en zijn voor sommigen bevreemdend, voor anderen intrigerend en voor sommigen ontroerend. Ik zou u graag wat wegwijs maken in deze wondere wereld. In één artikeltje zal dit niet lukken. Er komt dus een vervolg. Doorheen de artikels zal ik ook de geschiedenis aanraken van de iconen en de spiritualiteit die ermee gekoppeld is (en zonder dewelke iconen ondenkbaar zijn). Maar ik zal hierbij telkens vertrekken vanuit de iconen zelf.

De meest voorkomende iconen zijn deze met afbeeldingen van Maria (de Moeder Gods) en van Christus. We gaan eerst dieper ingaan op de iconen met Christus als onderwerp.


CHRISTUS-ICONEN


De meest voorkomende icoon van Christus is deze van de Pantocrator. Dit is Grieks en betekent ‘de Albeheerser’. Griekenland is trouwens de bakermat van de iconen. In het Russisch spreekt men van Vsederzitel. De naam alleen getuigt al van de eerbied waarmee men Christus omgeeft. De ‘Albeheerser’, Hij die alles beheerst. Christus is waarlijk God en waarlijk mens. Hij beschikt dan ook over goddelijke macht en heerst over het heelal.

De Byzantijnse kerk baseerde zich op het principe dat men enkel personen mag afbeelden die ook op aarde geweest zijn. God de Vader kan men dus niet afbeelden. Daar werd later wel tegen gezondigd, maar vooral in de beginperiode was dit essentieel. Vandaar dat men van Christus afbeeldingen maakte. Men begon met iconen te maken vanaf de 4de eeuw n.C.. Dit gaf aanleiding tot nogal wat discussies. Er was in de 8ste eeuw trouwens een grote crisis in de Byzantijnse wereld, een soort beeldenstorm, omdat men ervan uitging dat afbeeldingen van Christus, Maria of heiligen aanleiding konden geven tot idolatrie, wat men absoluut wou vermijden. Men baseerde zich daarvoor ook op de tekst uit Exodus 20,3 “U zult geen beelden maken, geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde.” Zowat alle iconen die toen bestonden werden vernietigd. Slechts enkelen overleefden deze beeldenstorm, en één ervan is nu wereldberoemd en toont Christus als de Pantocrator. De afbeelding vindt u hiernaast. Ze dateert uit de 6de eeuw en is, zoals zowat alle iconen, geschilderd (of “geschreven” zoals men meestal zegt) door een anonieme iconograaf. Ze bevindt zich in het Sint-Catharinaklooster (vernoemd naar de heilige Catharina van Alexandrië) in de Sinaï woestijn te Egypte, één van de oudste en beroemdste kloosters ter wereld. Deze beeldenstorm werd beëindigd dank zij het concilie van Nicea II on 787, samengeroepen door keizerin Irene en keizer Constantijn VI, haar zoon. Daarbij maakte men gebruik van het vervolg in de tekst uit Exodus 20 waar het eerste deel van vers 4 stelt “Buig u niet voor hen neer en bewijs hun geen goddelijke eer”. Dit betekende voor de concilievaders dat men wel iconen mocht schilderen, maar enkel om de gelovigen naar God te leiden. Ze moesten dus een venster worden op de hemel.



Als we deze icoon bekijken (het prototype van de Christus icoon) vallen ons een reeks dingen op. Vooreerst is het perspectief merkwaardig. Dit ziet men duidelijk aan het boek dat Christus in de handen houdt. Er klopt iets niet. En feitelijk is dat ook de bedoeling. De iconograaf zal bewust het perspectief uit zijn icoon weglaten om duidelijk te maken dat het hier niet de bedoeling is om een schilderij te maken of om de realiteit weer te geven. De achtergrond is egaal. Er staat niets op dat onze aandacht kan afleiden van wat centraal staat. We zullen dit later nog dikwijls merken. Alle aandacht wil men toespitsen op de figuur die afgebeeld staat.

Onze Vlaamse primitieven doen het helemaal anders. Jan Van Eyck, Rogier Van der Weyden, Dirk Bouts doen allemaal hun best om heel gedetailleerde achtergronden te schilderen. Zie als voorbeeld maar het kleine detail uit een groter schilderij dat hiernaast werd gegeven.

Het is trouwens deze zin voor detail die de Vlaamse Primitieven kenmerkt en hun wereldwijd erkenning oplevert.

Voor iconografen is dit totaal te vermijden. Ze maken dan ook geen schilderijen. Het is niet de bedoeling om naam te maken en beroemd of rijk te worden. Neen, ze willen de nadruk leggen op de heiligheid. Iconen moeten de mensen naar de hemel leiden. Ze moeten de gelovigen dichter bij het mysterie brengen. Details kunnen enkel afleiden.

Maar we keren terug tot de Pantocrator icoon. Heel specifiek aan deze icoon zijn de ogen. Dit zien we niet bij andere Pantocrator iconen. Over deze ogen is al heel wat geschreven. Eén van de manieren waarop ze verklaard worden is dat Christus naar de mensen kijkt met een streng oog (rechterzijde van de icoon = linkeroog) en een barmhartig oog (andere zijde). De strengheid zien we ook terug bij de vroege Griekse beelden van Zeus en sommige andere goden. De barmhartige blik is nieuw, vernieuwend.


Een derde opvallend element is de houding van de handen. Christus maakt als het ware een teken. In deze icoon houdt Christus wijs- en middelvinger samen. Dit duidt aan dat Hij twee naturen heeft. Christus is én God én mens). De drie andere vingers worden ook samengehouden. Het geeft aan dat er drie goddelijke personen zijn.

De aureool rond het hoofd van Christus wordt de nimbus genoemd.


In sommige iconen maakt Christus met de rechterhand een zegenend gebaar: wijsvinger en middelvinger vormen de letters IC, duim en ringvinger de letter X, de pink weer een C: samen vormt dat dus het Christusmonogram IC XC. Ditzelfde monogram verschijnt ook als letters op het icoon. Boven de IC en XC staat een streepje. Dat geeft aan dat de letters een afkorting zijn voor de totale naam.


Tenslotte vindt men ook Pantocrator iconen waarbij Christus een ‘open’ boek in de linkerhand heeft.

TOP DOCUMENT      INHOUD WEBSITE


Hoe de hemel de aarde raakt (2)

J.-P. Vanhopplinus

De Pantocrator icoon is niet de enige manier waarop Christus afgebeeld wordt. Er bestaan nog enkele andere types, maar ze zijn allen duidelijk verbonden met de Pantocrator-iconen.


De eerste vorm is Christus, de Verlosser. Deze icoon lijkt sterk op de Pantocrator, maar men beperkt zich bij deze iconen tot het hoofd van de Christusfiguur en het bovenste deel van de schouders. Christus, de Verlosser wordt dikwijls als naam gegeven aan de Christus icoon die de vermaarde Russische iconograaf Andrei Rublev schilderde.  U ziet hiernaast hetgeen nog rest van deze sterk beschadigde icoon. Maar zelf in het weinige dat er te zien is kan men al de kracht voelen die hiervan uitgaat. Rublev is één van de weinige iconografen die we bij naam kennen. Hij leefde op het eind van de 14de en begin van de 15de eeuw. Wereldberoemd en terug te vinden in heel wat kerken en huiskamers is zijn icoon van de Heilige Drievuldigheid. Maar daarover later meer.



Een variatie hierop is de Christus met de grimmige of strenge ogen. Het is een wat vreemde naam, maar heeft te maken met de gestrenge blik van Christus. Mogelijks komt de inspiratie voor deze iconen van de Rublev icoon.  Maar het strenge oog zagen we ook reeds bij het Pantocrator icoon in het Sint-Catharinaklooster van de Sinaï-woestijn.

Christus kijkt meestal recht voor zich uit. Het gevolg is dat het erop lijkt alsof de ogen alles volgen wat zich in de ruimte afspeelt, waar de icoon hangt. Dit optisch effect is zeer sterk. Iconen werden niet enkel in kerken geplaatst, maar ook in de Russische huiskamer had men meestal een plaatsje gereserveerd voor iconen. Op die manier was de Christus figuur aanwezig in het dagdagelijks leven.

Net als bij de Pantocrator icoon zien we dat Christus een smalle baard heeft en het haar in een vlecht draagt. Dit ziet men systematisch bij de meeste Christus iconen. Er zijn een aantal uitzonderingen. De eerste uitzondering vindt men bij de iconen waar Christus als kind voorgesteld wordt. Het is de Christus Emmanuel icoon.

Emmanuel-icoon

De jonge Christus figuur wordt altijd frontaal getekend en kijkt steeds recht voor zich uit. Opvallend is het hoge voorhoofd en de ernstige blik. Het gezicht is ook ouder, dan men van een kind kan verwachten. Dit is logisch, aangezien men wil duidelijk maken dat Christus reeds van jongs af aan


wist welk lijden hem te wachten stond. Daarom kijkt hij ernstig. Later zullen we dat ook bij de Maria-iconen terugvinden.

Net zoals we de vorige keer reeds vermeld hebben heeft geen enkele van deze iconen een achtergrond. Alle aandacht gaat naar de voorgestelde figuur.




Nog een andere Christus icoon is de ‘Mandylion’. Deze icoon gaat terug op het kleed van Edessa. Dit kleed werd halverwege de 6e eeuw gevonden aan één van de stadspoorten van Edessa. Na diverse omzwervingen kwam het kleed in 944 terecht in Constantinopel. De geschriften hierover spreken soms van een afbeelding van het gezicht van Christus, maar soms ook van een afbeelding van het gehele lichaam (zoals de lijkwade van Turijn). In 1204 werd Constantinopel onder de voet gelopen door de kruisvaarders, die tijdens de vierde kruistocht zich mengden in de strijd tussen de troonpretendenten. Daarbij werd nogal wat geplunderd en gingen ook vele kerkschatten verloren. Het Byzantijnse rijk verloor een groot deel van zijn grondgebied en het Latijnse keizerrijk werd gesticht, met Boudewijn van Vlaanderen als eerste Latijnse keizer. Dat werd in 1261 terug veroverd door keizer van Nicea, die het Byzantijnse rijk herstelde. Maar de schade was geschied. Na 1204 werd er over het kleed van Edessa niets meer vernomen. We weten wel dat In 1354 melding gemaakt van het bestaan van de lijkwade en in 1357 liet de weduwe van de ridder Geoffroi de Charney de lijkwade zien in een kerk in Lirey (Frankrijk), in de buurt van Troyes. Of het hier over hetzelfde doek gaat is voer voor onderzoekers.

De afbeelding van de Mandylion bevat dus enkel het hoofd van Christus dat op een doek is afgebeeld. Dit doek is normaal rijk versierd en wordt meestal bovenaan vastgehouden door 2 engelen. Typisch aan deze icoon is de gesplitste baard van Christus, die we ook reeds eerder bij ‘Christus met het strenge oog’ aantroffen én de losse haardracht van Christus. De lange haren zijn getekend met 2 of 3 tressen links en rechts.


Ook in onze Westerse kerk kennen we een dergelijke afbeelding. We noemen deze ‘het doek van Veronica’. Volgens de overlevering was zij aanwezig op de kruisweg van de Heer en veegde bloed en zweet af van het gezicht van Christus, met een doek die ze bijhad. Nadien bleef op miraculeuze wijze hierop de afdruk van Christus gelaat achter.

Opvallend is de naam Veronica. Deze is samengesteld uit vera en eikoon, wat staat voor ‘het echte beeld’, ‘de juiste afbeelding’.


Dit wonder wordt op diverse schilderijen afgebeeld. Een mooie versie is degene die in 1480 geschilderd werd door de Meester van De Legende van de H. Ursula – “Engelen ondersteunen de Sluier van Sint Veronica”. Het is opvallend hoe groot de gelijkenis is met de Mandylion icoon.  De inspiratie hiervoor gaat duidelijk terug op de Byzantijnse iconen. Dat ook in de vijftiende eeuw nog dergelijke voorstellingen geschilderd werden toont hoe sterk de invloed geweest is van de iconografie. Maar ook als men de figuur vergelijkt met de lijkwade van Turijn zijn er treffende gelijkenissen.

Een laatste voorstelling van Christus is deze van de tronende Christus. Het is duidelijk anders dan de voorgaande. Christus wordt volledig en zittend afgebeeld. Doorgaans zit hij op een troon, zoals de bijgevoegde afbeelding laat zien. Maar er is meer. De icoon toont nog heel wat meer dan enkel Christus. We zien engelen in een ovaal die Christus omgeeft en figuren in de vier rode hoeken. Het is de start van een nieuwe dimensie, waar we de volgende keer verder op ingaan.






TOP DOCUMENT      INHOUD WEBSITE








Hoe de hemel de aarde raakt (3)

Jean-Piere Vanhopplinus

Op het laatste nummer van ‘Geloof en leven’ kon u reeds de prachtige icoon bewonderen van ‘de tronende Christus’. Voor het eerst was de Christus volledig afgebeeld, gezeten op een troon. In andere afbeeldingen zit Christus op een regenboog, het teken aan Noah van het nieuwe verbond tussen de mens en God.

Zoals reeds eerder gezegd is een icoon niet zomaar een schilderij. Het belangrijkste is de goddelijke realiteit achter de icoon. Vandaar ook het vreemde perspectief dat in de meeste iconen te zien is. Of het nu gaat om een troon, een voetbankje, een altaar of een ander voorwerp, ze worden vooraan meestal smaller getekend dan achteraan. Ook het punt (of punten) waar de verlengde lijnen van het perspectief samenkomen (convergeren) is (zijn) moeilijk te zien. Het ligt buiten de icoon. Het voelt soms aan alsof de persoon die naar de icoon kijkt zelf het convergentiepunt is. De icoon kijkt de persoon aan. Bij sommige iconen, zoals de beroemde Triniteitsicoon van Rublev is dit duidelijk de bedoeling. Perspectief en het realiteitskarakter van de icoon is dus duidelijk ondergeschikt aan de inhoud. Zoals Trubetskoi ooit schreef in een boek : “Een icoon is enkel mooi als de transparante uitdrukking van zijn spirituele inhoud.” Dit moeten we steeds voor ogen houden als we met onze Westerse ogen naar een icoon kijken.

Maar laat ons terugkeren naar ‘de icoon van de tronende Christus’. Neem er misschien het vorige nummer van ‘Geloof en leven’ even bij om de kleuren te bewonderen van de icoon. Christus is omstraald door een blauwe mandorla, waarin we engelen zien. De mandorla is een oud symbool dat gebruikt wordt om de goddelijkheid van Christus te benadrukken. Mandorla is Italiaans voor amandel. Dit verklaart ook de specifieke vorm. De mandorla is blauw en stelt de hemel voor. Daaronder is een soort rode vierhoek te zien. Dit is een tetramorf (van het Griekse tetra = vier en morf = vorm). Dit stelt de aarde voor. Christus staat in het midden en verbindt hemel en aarde.

Als Zoon van God wordt zijn troon omgeven door serafijnen. Ze zijn bijna transparant geschilderd. Deze engelen hebben een vreemde vorm, bestaande uit een hoofd en zes vleugels. Het is geïnspireerd op een tekst van Jesaja 6, 1-3 die zegt :” In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoge en verheven troon. De sleep van zijn mantel vulde heel de tempel. Serafs stonden boven Hem opgesteld, elk met zes vleugels: twee om het gelaat te bedekken, twee om de voeten te bedekken, twee om te vliegen. Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de heer van de machten; en heel de aarde is vol van zijn heerlijkheid.’”.


In de 4 rode hoeken van de tetra-morf zien we 4 kleine afbeeldingen. Ze stellen de vier evangelisten voor : Mattheus (de mens), Marcus (de leeuw), Lucas (de stier) en Johannes (de adelaar). De afbeeldingen zijn heel zacht aangebracht. Ook in de Westerse kunst zien we deze afbeeldingen regelmatig. Een mooi voorbeeld is de vroeg-middeleeuwse afbeelding in de kathedraal van Cividale (Italië).

Het is duidelijk dat een icoon ‘gelezen’ kan worden. Ze bevat heel veel informatie, maar is tegelijk een venster op het hemelse.




Een logisch vervolg op deze icoon is de Deësis-icoon. Deësis betekent eigenlijk gebed, smeekbede of aanbidding.

In de Oosterse kerk slaat deze term op een voorstelling van Christus, gezeten, op een troon (net zoals hierboven), maar dan geflankeerd door Maria, zijn moeder, en Johannes de Doper. Maria, steeds de Moeder Gods genoemd in de Oosterse kerk, staat altijd links van Christus voor de kijker. Ze staat aan Zijn rechterhand. Johannes, die de naam van voorloper krijgt, staat altijd rechts voor de kijker. Beiden staan altijd in profiel getekend. Ze staan biddend bij Christus, wat ook duidelijk blijkt uit hun houding : ze staan licht voorover gebogen met de handen verwijzend naar Christus. De Moeder Gods en Johannes nemen een bevoorrechte plaats in in de orthodoxe iconografie. In de Westerse kerk zijn Maria en Johannes, naast Jesaja, adventsfiguren die de komst van Christus aankondigen. Jesaja zal in de iconen een minder prominente rol krijgen. Maar daarover later meer.


De Deësis icoon kwam voor het eerst voor in Byzantium in de tiende eeuw. In de hierbij gevoegde voorstelling zien we de Deësis geschilderd op 3 verschillende iconen. Dat komt het meest voor in de kerken. Voor verering thuis worden de figuren meestal op één icoon samengebracht.  De figuren worden meestal volledig afgebeeld. Soms wordt enkel het hoofd of het bovenlichaam afgebeeld. We zien hier weer de Christus verschijnen die we reeds in het eerste artikel beschreven hebben.



De Deësis icoon komt ook voor in een meer uitgebreide vorm. Daarbij worden extra figuren toegevoegd. Meestal zijn dit in eerste instantie 2 aartsengelen (Michaël en Gabriël), maar het zijn ook dikwijls heiligen gekoppeld aan de personen die de icoon besteld hebben om thuis op te hangen. De icoon hiernaast is hiervan een mooi voorbeeld. Ze wordt hier getoond omdat er 2 extra elementen zijn die het vermelden waard zijn.

Vooreerst wordt Christus hier afgebeeld in een priesterlijk gewaad. Hij wordt hier voorgesteld als vorst en hogepriester. De voorstellingswijze is afkomstig uit de Romeinse keizerlijke afbeeldingen.

Daarnaast verschijnt bovenaan in een wolk God de Vader. Dit is een meer recente toevoeging aan iconen, die niet aanvaard is door de Oudgelovingen. God de Vader is immers nooit door iemand gezien, en kan dus ook niet afgebeeld worden. In het eerste artikel werd reeds verwezen naar de problematiek van het voorstellen van Christus, wat destijds leidde tot het iconoclasme. In een klassieke icoon kan God de Vader enkel voorgesteld worden met een hand die uit een wolk te voorschijn komt.

We gaan de Christus nu even verlaten en ons verdiepen op de andere figuren die voorkomen op de iconen. Het is overduidelijk dat de Moeder Gods hierbij een prominente rol inneemt. Er zijn meer dan 300 verschillende afbeeldingen gekend. Ze zijn een overduidelijk teken van de belangrijke rol die Maria als Moeder Gods speelt in de orthodoxe liturgie.

TOP DOCUMENT      INHOUD WEBSITE


Hoe de hemel de aarde raakt (4)


MOEDER GODS-ICONEN


We zijn de vorige keer geëindigd met de Deësis. Daarbij had ik gezegd dat we Christus nu even gaan verlaten en ons verdiepen op de andere figuren die voorkomen op de iconen. Dit is feitelijk fout, want we verlaten Christus nooit. Alle iconen zijn immers verwijzingen naar Hem. Dat was al duidelijk bij de Deësis. Daar zagen we hoe Maria, de Moeder Gods, en Johannes verwijzen naar Christus. Ze zijn als het ware wegwijzers. Maria neemt hierbij de belangrijkste plaats in.

In de orthodoxe kerk zal men trouwens enkel spreken van de Moeder Gods en wordt de naam Maria minder gebruikt. Door haar titel te gebruiken toont men eerbied en maakt men duidelijk dat zij door haar ja-woord de menswording van God mogelijk maakte. Daardoor is er niet enkel de menselijke relatie tussen moeder Maria en mens Jezus, maar ontstond tevens een moeder-zoon relatie tussen Maria en Christus (één van de drie goddelijke personen). Maria neemt dus als Moeder Gods de allerbelangrijkste plaats in. Dat is ook de reden waarom aan haar allerlei eretitels werden toegekend en namen gegeven. Daarom zijn er ook zoveel iconen van de moeder Gods.

De meest gekende naam, die ook door het concilie van Efeze (in 431 samengeroepen om te bekrachtigen dat Christus én God én mens was) aanvaard werd, is de ‘Theotokos’, de ‘God-barende’. Zij is dus moeder van de God-mens. De Moeder Gods wordt dus op die manier verheerlijkt als moeder van God. We gebruiken deze titel trouwens ook in het Weesgegroet.



In de oudste iconen probeerde men dan ook dat beeld van de moeder Gods als Theotokos onveranderd te herhalen. Maar doorheen de tijd kwamen er toch kleine wijzigingen. Zo ontstonden geleidelijk een aantal type voorstellingen van de Moeder Gods. Al is er nogal wat discussie over het aantal, toch is men over het algemeen akkoord dat er vier hoofdtypen zijn. Het zijn ‘de tronende Moeder Gods’, ‘de moeder Gods Hodegetria’, ‘de moeder Gods Orante’ en ‘de moeder Gods Eleousa’.

Naast deze vier hoofdtypen zijn er nog andere iconen waarop Maria voorkomt. Het zijn scènes uit het leven van Maria. Denk hierbij aan de geboorte van Christus als voorbeeld bij uitstek. Er bestaan daarnaast ook iconen waar de voorstelling van de Moeder Gods een symbolische betekenis krijgt. Een beroemd voorbeeld is het ‘brandend, niet-verbrandend Braambos’. Tenslotte zijn er nog iconen met verschijningen van de Moeder Gods. Eén van de bekendste, gekoppeld aan een belangrijk orthodox feest is ‘de Pokrov’.  Maar die komen later aan bod. We starten met de hoofdtypen.


De tronende Moeder Gods is waarschijnlijk de oudste afbeelding, al is dit volgens sommige bronnen de Hodegetria icoon. In Rusland wordt ze  ook de moeder Gods van Cyprus genoemd, omdat in de 7de eeuw een dergelijke, miraculeuze icoon aanwezig was in Cyprus. De moeder Gods wordt afgebeeld als een koningin op een troon, net zoals we in de vorige delen ook de tronende Christus gezien hebben. Dat zij koningin is, is een gevolg van haar erkenning als Theotokos. Zoals te zien is op het voorbeeld zit Maria frontaal op een troon. Zij zit onbeweeglijk en kijkt recht voor zich uit. Op haar schoot zit het Kind Jezus. Maria houdt het Kind, dat ook recht voor zich uit kijkt, vast, meestal met beide handen. Christus heeft de houding van de Pantocrator iconen aangenomen, met een zegenende hand.  Op hun gelaat is er is geen enkele emotie te zien. Links en rechts zijn meestal engelen aanwezig. Van deze moeder Gods bestaan er meerdere variaties.



De troon is altijd reeds een symbool van macht geweest. Zelfs Napoleon liet zich portretteren op een troon, al is er daar weinig sprake van een serene en eenvoudige houding.

De Moeder Gods draagt een donkerrode, soms bijna bruine (deels door het gebruik van goud en ouderdom), hoofd- en schouderdoek. Dit is de maforion, een soort mantel, typisch voor de gehuwde vrouwen in die tijd in Palestina. De rand is meestal met goud afgewerkt. Op het hoofd en de schouders zijn drie sterren getekend. Ze zijn het symbool van de maagdelijkheid van Maria voor, tijdens en na de geboorte van Christus. Naast het  hoofd van Maria wordt bijna altijd = ‘Moeder Gods’ geschreven. Rood is de kleur van het aardse, blauw van het hemelse. De combinatie rood / blauw gebruikt voor Maria en dikwijls voor Christus duidt op de dualiteit die aanwezig is bij beiden. Normaal is de bovenmantel van Christus blauw (het hemelse primeert) en die van Maria rood (het aardse primeert), en heeft het kleed eronder de andere kleur. Er wordt echter nogal wat gezondigd tegen deze regel. In plaats van rood wordt ook dikwijls bruin gebruikt.



Het kind Christus is meestal lichtend gekleed. Dikwijls wordt hiertoe met goud gewerkt. Hij is ‘het licht van de wereld’.


De moeder Gods Hodegetria heeft vele prototypen (reeds volop aanwezig in de 6de eeuw), die een aanwijzing zijn dat deze icoon reeds lang aanbeden wordt. Hodegetria is Grieks voor ‘Zij-die-de-weg-wijst’. Deze icoon behoort tot de meest verspreide, en kreeg ook navolging in het vroegere West-Romeinse Rijk, vooral in de gebieden met veel contacten met Byzantium. Voorbeelden hiervan zijn Venetië en Siena. Vroeg Italiaanse renaissance schilders gebruikten dit model. Ook in het Westerse Rijk vindt men vele afbeeldingen van de moeder Gods Hodegetria. Denken we maar aan het prachtige beeld ‘Madonna met kind’ van Michelangelo in de Onze-Lieve-Vrouw kerk te Brugge. Dat is een prachtig Renaissance voorbeeld van een Hodegetria. Michelangelo deed hier duidelijk zijn best om de sereniteit, die in de iconen aanwezig is, ook tot zijn recht te laten komen. Dat hem dat wonderwel lukte hoeft geen betoog.

Ook bij een Hodegetria icoon kijkt de moeder Gods recht voor zich uit. Christus is geen klein kind meer. Al is het lichaam nog dat van een kind, het hoofd van Christus is dat van een adolescent/ volwassene. Het is dezelfde Christus die we ook zien in de Christus Emmanuel iconen. Hij houdt zijn rechterhand in een zegenend gebaar en met de linkerhand houdt hij een rol papier (een schriftrol) vast. Christus zit op de linkerarm van Maria. Met haar rechterarm wijst ze naar Christus. Dit is fundamenteel in de iconografie. Men verwijst altijd naar Christus.



Vanuit de Hodegetria ontstonden in Rusland een aantal andere Moeder Gods iconen.

Het zijn de Moeder Gods van Kazan, één van de meest populaire Russische Moeder Gods iconen;

de Moeder Gods van Smolensk en de Moeder Gods van Tichvin. Elke nieuwe Moeder Gods icoon is gekoppeld aan een wonder. Het is meestal op het moment van de erkenning van het wonder dat aan de icoon een specifieke naam gegeven wordt. Van de moeder Gods van Smolensk wordt, net als bij de Moeder Gods van Vladimir, gezegd dat de apostel Lucas de eerste versie schilderde.


Ook de icoon van de Moeder Gods van Czestochowa behoort tot de groep van Hodegetria iconen. Volgens de overlevering zou deze icoon één van de 70 zijn die de apostel Lucas schilderde. Ze zou later via de heilige Helena in Constantinopel geraakt zijn. Later kwam ze in Rusland terecht en werd in de stad Lvov tentoongesteld. Toen de Poolse prins Vladislav d’Opolsk het westelijk deel van Oekraïne veroverde (er iets niets nieuws in de wereld) kwam de icoon in zijn handen. Tijdens aanvallen van Tartaren raakte een pijl de icoon en bloed vloeide eruit. De prins nam daarna de icoon mee naar de heuvel van Jasna Gora, dicht bij Czestochowa, waaraan ze haar naam te danken heeft.

We gaan de volgende keer verder met deze hoofdtypen, en gaan dan eerst even inzoomen op een heel specifieke Hodegetria icoon, die zeer sterk verspreid is : de moeder Gods van Kazan.


TOP DOCUMENT      INHOUD WEBSITE



Hoe de hemel de aarde raakt (5)



De Moeder Gods van Kazan (die verscheen, of dus haar naam kreeg, in 1579) wordt eerst gevonden door een jong meisje in een veld vlakbij Kazan, de hoofdstad van een Tartaars rijk, dat pas 25 jaar eerder door de Russen werd veroverd. Een mooi voorbeeld van de icoon, met 4 figuren op de rand (o.a. een bewaarengel) wordt hiernaast gegeven. De icoon wordt ook meegedragen in militaire gevechten tussen Moskou en Polen, en later in 1812 toen Rusland optrok tegen de troepen van Napoleon. De overwinningen werden aan haar  toegeschreven en maakten het tot een zeer populaire icoon. In tegenstelling tot de Moeder Gods van Smolensk of Tichvin, wordt hier enkel het bovenste deel van Maria en Christus afgebeeld.  De handen van Maria zijn niet zichtbaar. Het hoofd van Maria is gebogen naar Christus toe, die opnieuw een zegenend gebaar maakt met de rechterhand. De blik van Maria toont reeds haar verdriet, doordat ze weet wat haar zoon te wachten staat. Het is ingetogen verdriet, er komen geen tranen aan te pas. Emotie zien we vooral in de Westerse kunst.





De Moeder Gods Orante (soms ook Diakonissa of dienares genoemd) wordt tegenwoordig in het Westen veel gebruikt als adventsicoon. De Russen noemen het ook de Moeder Gods van het Teken of Moeder Gods Znamenije. Het is één van de meest vereerde Moeder Gods iconen met een lange geschiedenis. Het eerste wonder dat eraan gekoppeld wordt dateert reeds van 1169. Ze verwijst naar een tekst van Jesaja 7, 14: “Daarom geeft de Heer zelf een teken aan u: Zie, de jonge vrouw is zwanger, en zal een zoon ter wereld brengen, en u zult hem de naam Immanuël geven”. De Moeder Gods wordt ingetogen voorgesteld met geheven armen, waarbij Christus aanwezig is in het midden van haar borst in een soort medaillon (mandorla). De houding waarbij de armen in de hoogte worden geheven is heel oud. Reeds in het Oude Testament en bij andere volken was dit biddend gebaar gekend. In de eerste eeuwen van christendom werd het de verpersoonlijking van het gebed. Men vindt deze houding trouwens terug op heel wat catacomben.

Christus zelf houdt de rechterhand in een zegenend gebaar (zie bijgevoegd detail van een Orante icoon). In de linkerhand is duidelijk de schriftrol te zien. De mandorla wordt hier versierd met grote gouden sterren in de groene buitenrand en met kleine in de rode binnencirkel.

Ook hier bestaan wat variaties. De Moeder Gods wordt soms deels (zoals op de figuur) of soms helemaal afgebeeld. Christus kan omringd zijn met (zie voorbeeld) of zonder een mandorla . Op sommige iconen zijn er ook engelen (serafijnen en cherubijnen) aanwezig op de achtergrond. Hiermee wordt benadrukt dat Maria boven de engelen staat. De Moeder Gods Orante is bij uitstek een afbeelding van de Theotokos. Zij is verbonden met de menselijke en de goddelijke natuur van Christus. Zij is de kerk waarin Christus aanwezig is. In orthodoxe kerken zal deze icoon dan ook in de ruimte bij het altaar staan.


De Moeder Gods Eleousa (Grieks voor ‘Zij die medelijden heeft’) is helemaal anders dan de vorige Moeder Gods iconen. Hier zien we tederheid tussen moeder en kind. Het verdriet om wat komen gaat blijft aanwezig, vooral in de blik, maar tegelijk toont de icoon vreugde en liefde. De Eleousa iconen zijn zeer populair geworden.

Zoals in het voorbeeld duidelijk te zien is raken kind en moeder elkaar aan. Maria houdt haar kind teder vast en ondersteunt het tegelijk. Christus omhelst zijn moeder en houdt haar vast. We stappen duidelijk af van de Christus die een zegenend gebaar maakt en de schriftrol vasthoudt. Het geheel baadt in een intieme en tegelijk serene sfeer.

Andere voorbeelden van dit type Moeder Gods iconen zijn de Moeder Gods van Vladimir, van Tolga, van Korsun en van Feodor. Vooral de Moeder Gods van Vladimir, beter gekend als de icoon van de tederheid is in West-Europa zeer populair. Volgens de overlevering was dit het eerste portret van Maria gemaakt door de evangelist Lucas, en geschilderd op een plank van de tafel van de heilige familie. Deze icoon zou , volgens de overlevering, in Jeruzalem gebleven zijn tot 450 en dan overgebracht zijn naar Constantinopel, onder de regering van Theodosius de Jonge. Het is patriarch Chrysobergès die de icoon als geschenk stuurde naar Youri Dolgrouki, prins van Kiev in 1155.


De Moeder Gods van Vladimir heeft een compositie die duidelijk herkenbaar is. Zelfs met het intimistische karakter dat uit deze icoon spreekt, blijft het gelaat en de houding van de Moeder Gods en kind sereen. Dit is geen Maria zoals Rafaël, Rubens, en zo vele anderen schilderde. Elke mogelijke zinnelijkheid wordt vermeden door zich te houden aan de regels die bestaan voor iconen. Vormen, kleuren, interpretatie waren nauwkeurig vastgelegd, wat resulteert in een gestileerde icoon zoals deze, ontdaan van alle naturalistische trekken. Het belangrijkste in de icoon zijn de ogen. Maria kijkt teder en toch vol verdriet weg van het kind. Ze kijkt ook niet naar de persoon die de icoon bekijkt. Teder houdt ze met de rechterhand het kind vast en met de linkerhand maakt ze een beweging die tegelijk aangeeft dat ze het kind wil vasthouden en tevens een verwijzen is naar Christus. Alle aandacht dient naar Christus te gaan. Het kind zelf houdt zijn moeder stevig vast en legt de rechterarm om haar nek. De hand ligt achter de maforion, waardoor de linkerhand niet zichtbaar is. In veel versies is de hand wel zichtbaar en ligt om de nek van Maria. Op het hierbij gevoegd voorbeeld, gemaakt door Andrei Rublev is dit ook zo. Typerend voor de Vladimir iconen is de linkervoet van Christus die naar achter geplaatst is, zodat de voetzool zichtbaar wordt.

De Moeder Gods icoon van Vladimir is voor de Russen altijd heel waardevol geweest. Het is één der zeldzame iconen waarvan we nauwkeurig weten wat er allemaal mee gebeurd is. Elke gebeurtenis sinds haar intrede in Rusland (Suzdal) vanuit Byzantium in 1155 en haar aankomst in de stad Vladimir (1161) die haar naam gaf, tot op vandaag waar ze sinds 1995 bewaard wordt in Moskou. Sinds 1999 is dat in de Sint-Nikolaaskerk.



Van alle moeder Gods iconen ontstonden variaties in het Westerse deel van het vroegere Romeinse Rijk. Vanaf de gotiek kwam er in die Westerse iconen verandering. Men volgde niet langer de richtlijnen die in Byzantium golden, maar probeerde nieuwe vormen. Italië was hier een voortrekker. Dit had deels te maken met het feit dat nogal wat iconenschilders vanuit Byzantium naar Italië overgekomen waren. Daar kwamen ze in contact met een andere cultuur, andere gewoonten en een prille Renaissance, die de mens veel meer op de voorgrond plaatste. Ook de schilder zelf kreeg naam en faam, wat leidde tot een wijziging in de manier waarop men iconen schilderde. Een mooi voorbeeld is de icoon / schilderij die Simone Martini maakte in 1326. We herkennen de Eleousa icoon nog in de blik van de Moeder Gods, het ontbreken van een achtergrond en de kledij. Maar het kind is al totaal anders. Hier is een echt kind afgebeeld, dat trekt aan de mantel van zijn moeder. Het kind heeft ook blond krulhaar, wat nooit te zien is op iconen. Het is duidelijk dat hier een nieuwe richting ingeslagen wordt. Ze is een studie op zich waard.




Om deze aflevering te eindigen geef ik hieronder nog graag de Moeder Gods icoon van de passie

die in dit tijdschrift zeker zijn plaats verdient.

Volgende keer gaan we in op de iconen over het leven van Maria.



















































TOP DOCUMENT      INHOUD WEBSITE


Hoe de hemel de aarde raakt (deel 6)


Nog iets over kleuren

Vooraleer we starten met een aantal belangrijke feesticonen van Maria, gaan we nog even in op de kleuren die gehanteerd worden bij de iconen. Er bestaan hierover verschillende theorieën, met als gevolg dat sommige bekende schrijvers het onderwerp van de kleuren niet uitdiepen, wat misschien de verstandigste aanpak is. Naast de verklaring die in een vorig nummer aan bod kwam is er een andere zienswijze, die ik ter volledigheid geef.


Daarbij is rood of purper een keizerlijke kleur. De keizer was de uitverkorene van God of stelde dat hij God was en als dusdanig werd purper (rood) geassocieerd met het kleur van het goddelijke. Blauw daarentegen is dan de kleur van het menselijke. Christus wordt dus voorgesteld met rood onderkleed (hij is God) en een blauw bovenkleed (en is mens geworden), terwijl Maria een blauw onderkleed draagt (zij is van nature mens) met een rood bovenkleed (zij is de Moeder Gods).

Men zal Christus ook dikwijls afgebeeld zien met een gouden kleed, want dit symboliseert het goddelijke. Op het goud wordt dan een andere lichte kleur aangebracht. Ook de aureool van Christus en Maria is zo goed als altijd in goud aangebracht. Bij de Russische ‘Vetka’-iconen is bijna de ganse icoon verguld en wordt op het goud de icoon geschreven (zie het voorbeeld van een vierveldicoon hiernaast waarop we klokgewijs een ‘rode ‘Moeder Gods zien, de onthoofding van Johannes, een heilige en de H. Nicolaas).

Soms zien we Christus in het wit (bv op een verrijzenisicoon) want ‘God is licht’ (1 Joh 1, 5) en wit is de kleur van het licht.

Maar iemand die regelmatig iconen bekijkt zal merken dat er ook andere kleuren gebruikt worden. Ze werden dikwijls bepaald in de lokale scholen of door de beschikbaarheid van bepaalde kleuren. Zo zien we dat ook heel beroemde iconen afwijkende kleurenpatronen hebben. Als men een dergelijke icoon als voorbeeld gebruikt respecteert men best de originele kleuren. Hier wens ik het stukje over kleuren te besluiten.


Feesticonen van Maria

Er bestaan een hele reeks iconen die delen weergeven uit het leven van Maria. Aangezien het evangelie zelf weinig vertelt over Maria werd doorheen de tijd veel geput uit apocriefe evangeliën en uit homilieën van kerkvaders.

Ik zal me hier beperken in aantal en enkele heel sprekende, mooie iconen aan het woord laten. Het zullen de volgende zijn : de geboorte van Christus, ‘de Annunciatie (of Boodschap aan Maria)’, het ontslapen van de Moeder Gods, het brandend, niet-verbrandend braambos en tenslotte de ‘Pokrov’. Elke icoon is een catechese op zich en vertelt een gans verhaal.

We zullen het dus niet hebben over ‘de geboorte van de Moeder Gods’, ‘de opdracht van Maria in de tempel, ’Vreugde voor alle Lijdenden’ of ’Moeder Gods Levenschenkende Bron’ die ook belangrijk zijn in de Orthodoxe liturgie en veel voorkomen op iconen.


De geboorte van Christus

Dit is, naast ‘de Boodschap aan Maria’, zowat het enige feest dat ook in de Westerse kerk gevierd wordt. Het behoort tot de 12 grote orthodoxe feesten. Er bestaan verschillende vormen van deze icoon. Sommige ervan zijn heel uitgebreid en geven meerdere andere scènes weer op dezelfde icoon. Deze manier van werken ontstond in Rusland vanaf de zestiende, maar vooral de zeventiende eeuw. Doordat er meerdere verhalen en daardoor heel wat figuren getoond werden, komt men ogen tekort om alles te zien. De iconenschilder voegde er dan ook dikwijls nog een hoeveelheid tekst aan toe om het geheel toe te lichten.



In deze tekst gaan we de meer voorkomende voorstelling behandelen. Om de icoon te begrijpen is het belangrijk te vermelden dat men als basis niet enkel de teksten hanteert uit het evangelie van Matheus en Lucas, maar evenzeer informatie haalt uit het proto-evangelie van Jacobus en van Pseudo-Matheus. In de Westerse kerk vieren we het feest van Christus’ geboorte op 25 december. Dit is zo sinds het jaar 354. Toen besliste men om het feest van de winterwende, waarop in het Romeinse Rijk de hergeboorte van de zonnegod (sol invictus) gevierd werd, te vervangen door het feest van Christus’geboorte. Tot op dat moment viel dit feest samen met de Epifanie op 6 januari. Door het feest van de geboorte van de zoon van God op die dag te plaatsen werden de bestaande feesten geheroriënteerd. Het is net zoals men een tijd geleden herfstverlof en krokusverlof invoerde om het verband van die vakanties met advent en vasten te doen verdwijnen. Dat dit snel werkt hebben we aan de lijve mogen ondervinden. Ook Allerheiligen wordt steeds meer verdrongen door Halloween en Kerstmis verwordt voor velen tot het feest van de Kerstman.

Op de icoon (hierbij een 17e eeuws voorbeeld) zien we dat het tafereel zich afspeelt in een rotsige omgeving. Soms staan her en der staan wat bosjes verspreid om de woeste omgeving te accentueren. Het is helemaal geen warm onthaal voor de zoon van God. De nadruk ligt hier ook niet op de menselijke nabijheid van God. Het kind is hier niet het belangrijkste, zoals op de Westerse voorstellingen van de geboorte. Het geheel is eerder een openbaring. Men ervaart een mysterie dat zich in de wereld voltrekt. De beloofde Messias is er. Het is alsof de icoonschilder zich inspireert op de eerste woorden uit het evangelie van Johannes: ‘In het begin was het Woord en het woord was bij God en het woord was God. Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond.’

Als we bovenaan het midden van de icoon kijken zien we meestal een rand van een cirkel waaruit  een straal naar beneden komt, doorheen de rots (die daartoe soms gespleten is) en aanduidt waar het kind Jezus te vinden is. Opvallend is dat Maria steeds centraal afgebeeld is. Zij is prominent aanwezig. Ze in gekleed in een rood, bijna purper bovenkleed en ligt languit neer op een rood kleed. Meestal zijn er ook drie sterren te zien op haar mantel (één op elke schouder en één op het hoofddoek). Zij is duidelijk de God-barende, de Theotokos en ze kijkt niet naar het kind, maar naar hetgeen zich buiten de grot afspeelt. Ze ondersteunt het hoofd met één arm en kijkt naar de mensen, met andere woorden naar ons, bezig met hun dagdagelijkse taken.

Het kind ligt helemaal omwikkeld (refererend naar de lijkwade waarin Jezus gewikkeld werd na zijn dood) in een kribbeachtige constructie en wordt gewarmd door een os en een ezel (ook gekend in de westerse kerststallen al is dit niet vermeld in het evangelie). Het is een verwijzing naar de profeet Jesaja 1,3. De grot zelf is donker. Christus brengt het licht in de wereld.

Vooraan zijn 2 vrouwen in de weer om een bad voor te bereiden voor het kind. Het lijkt op een doopvont wat een voorafbeelding is van de doop in de Jordaan. Dat de vrouw die neerzit reeds het kind bij zich heeft om het te wassen is niet vreemd in de iconografie. Men zal de chronologie van de feiten immers niet respecteren in een icoon. Meerdere feiten worden naast elkaar afgebeeld, ook al verloopt een tijd tussen de verschillende feiten. Ook vooraan zien we Jozef, met het hoofd steunend op een hand, praten met een herder of vreemdeling. Is het een herder of de duivel, vermomd als herder, die twijfel probeert te zaaien in het hart van Jozef over de afkomst van Jezus. Dit is niet duidelijk, maar uit de gelaatsuitdrukking van de herder in sommige iconen is het duidelijk dat men verwijst naar de Boze.

Op de andere taferelen zien we de drie wijzen, hier afgebeeld als koningen te paard; de engelen die zingen om God glorie te bewijzen en een herder die in het veld door een engel aangesproken wordt. Door Maria en het kind Jezus centraal te plaatsen draait letterlijk alles rond deze kern. Maria, als moeder van alle mensen, en voorafbeelding van de Kerk, kijkt naar ons terwijl het kind beschut achter haar ligt en het licht in de wereld brengt.




Hoe de hemel de aarde raakt (deel 7)


De Annunciatie (of de Verkondiging aan de Moeder Gods)

Van de ‘Boodschap aan Maria’ zoals dit genoemd wordt in de Westerse kerk bestaan in het Westen talrijke voorstellingen. Ook in de Oosterse kerk krijgt dit tafereel een prominente plaats. Het wordt er gevierd op 25 maart (9 maand voor de geboorte) en is ook één van de 12 grote orthodoxe feesten. Op de ikonostase zal dit dikwijls afgebeeld worden op de ‘Koninklijke poorten’. Dit zijn de middenste deuren in de ikonostase die toegang geven tot het heiligste gedeelte van de kerk. Voor de kijker staat op de linkerdeur de engel Gabriël en op de rechterdeur de Moeder Gods weergegeven. Op ikonen zijn beiden samengebracht.


Dat dit zo’n centrale plaats krijgt is omdat het hier gaat om iets uniek. God laat weten dat een mens de Zoon van God zal dragen en baren. Hem aanvaarden is het begin van onze verlossing. Al heel lang wordt dit dan ook gezien als het ogenblik van de Incarnatie. Het is de aankondiging van onze heilsgeschiedenis. We horen het in het evangelie van Lucas: “U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven.(31) Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’(38)” (Lc 1, 28-38). Ook het proto-evangelie van Jacobus (hfst 11) behandelt dit gebeuren en gaf inspiratie voor de icoon.

Dit moment wordt als het ware bevroren in de tijd.

Er bestaan een aantal variaties in de iconografie, maar doorgaans zien we de engel Gabriël, voorgesteld als een jongeling, als het ware naar Maria toestappen. Dit is het enige dynamische element in de icoon. De engel zet de linkervoet vooruit en houdt de rechterhand in een zegenend gebaar (op sommige iconen is dit een uitstekende hand naar Maria toe). In de rechterhand houdt hij een staf, die soms bekroond is met een kruis. Het voorbeeld dat we hier zien is een prachtexemplaar dat te zien is in Ohrid, Macedonië.

De moeder Gods kan een zittende of staande houding aannemen. Als ze rechtstaat is de stoel waarop ze daarnet nog zat duidelijk aanwezig achter haar. In sommige iconen zal ze half de rug gewend hebben naar de engel toe. In het voorbeeld dat we hier hanteren staat Maria met de rug naar achter gericht en draait ze zich lichtjes naar de engel toe. Ze houdt het hoofd licht gebogen ten teken van nederigheid. De rechterhand is omhoog geheven naar de engel toe; bijna afwerend (bij het aanhoren van de boodschap) en tegelijk groetend. In de linkerhand houdt ze een klos vast (dit is soms een appel, teken van vruchtbaarheid). Ze was net aan het weven of spinnen. Volgens de traditie was ze immers het voorhangsel van de tempel aan het weven. In de apocriefe evangeliën lezen we hoe Maria in de tempel leefde. Het was dan ook dit voorhangsel dat middendoor scheurde bij het overlijden van Christus.

Vanuit de hemel (de rand van een cirkel) komt een straal naar de moeder Gods toe. In deze straal wordt soms een kleine duif geschilderd. Het is de Heilige Geest die zijn woonplaats vindt bij Maria.

Het dynamische gebeuren in de icoon is getemperd door de statische achtergrond. Hiermee wordt de tempel weergegeven waar Maria verblijft. Meestal zijn er twee torens te zien, één achter elke figuur. Beiden worden meestal verbonden door een muur of door doeken. Het geeft een open indruk en tegelijk geeft de iconenschilder weer dat alles binnenskamers gebeurt.


Het ontslapen van de Moeder Gods

Dit is veruit het belangrijkste feest van de Moeder Gods in de Orthodoxe kerk. Ondanks het feit dat er in de evangeliën nergens naar verwezen wordt, werd het reeds van oudsher gevierd. Het was keizer Marikios die ongeveer in het jaar 600 stelde dat het feest op 15 augustus moest gevierd worden. Na meer dan 1400 jaar doen we dit nog steeds! De wijze waarop het tafereel in deze icoon opgebouwd wordt heeft bijna alles te danken aan een homilie over het ontslapen van de Moeder Gods (men spreekt niet van de dood van Maria!) dat de aartsbisschop Johannes van Tessaloniki (610 – 649) bracht.  

In de apocriefen (vooral die van Johannes de Theoloog) lezen we hoe het ontslapen aangekondigd werd en ook alle apostelen vanuit alle streken diezelfde nacht bij Maria gebracht werden door engelen. Dit ziet men op sommige iconen weergegeven door engelen die (soms in een soort bootjes) in de hemel de apostelen met zich meevoeren. Na het uitspreken van haar laatste woorden “Heer, mijn ziel is gered” sluit de Moeder Gods de ogen. Alle apostelen staan rond haar en tonen ingetogen hun verdriet.

In het midden van de icoon staat Christus. Hij is omgeven door een mandorla. Rond de mandorla staan engelen en erboven is een cherubijn te zien. Op de linkerarm houdt Christus als het ware een klein kind, gewikkeld in doeken. Het is de ziel van Maria die Christus komt halen. Met de rechterhand zal Christus meestal een zegenend gebaar maken naar de Moeder Gods toe of de ziel vasthouden. Zijn hoofd is meestal gebogen naar de Moeder Gods toe, maar zijn blik kan ook gericht zijn naar degene die de icoon bekijkt.

Maria ligt op een soort bed (een katafalk), op een kleed met de handen gebogen op de borst. Het is een zielloos lichaam. Ze is gekleed in de typische maforion, getooid met drie sterren. Rond de katafalk is een doek aangebracht dat soms prachtig beschilderd is. De apostelen zijn in 2 groepen verdeeld. Aan de linkerkant zien we normaal steeds Petrus, die een wierookvat in de hand heeft. Aan de rechterzijde zijn er ook 6 apostelen met Paulus die op de voorgrond staat.



Normaal worden ook enkele bisschoppen op achtergrond geschilderd. Ze zijn herkenbaar door de kruisen die op de albe staan. Soms worden ook enkele vrouwen, vriendinnen van Maria, weergegeven.

Vooraan gebeurt iets vreemds. Er staat een engel die met een zwaard de handen afhakt van een persoon die blijkbaar het doodsbed wil aanraken. Het is het verhaal van de Hebreeër Jefonias, zoals verhaald in het aprocriefe boek van Johannes over het ontslapen van de Moeder Gods. Er wordt beschreven hoe Jefonias naar voren stormde en de lijkbaar greep die de apostelen droegen, met als bedoeling die omver te gooien. Maar een engel greep in en hakte met een zwaard van vuur beide handen (armen) van de schouders af. Deze bleven in de lucht zweven. Op advies van Petrus richt Jefonias dan een gebed tot de Moeder Gods en hechten zich zijn handen terug aan het lichaam. Bij andere apocriefen wordt verhaald dat Jefonias de opdracht gaf aan soldaten om het gebeuren te storen.

Op de achtergrond staan links en rechts gebouwen. Ze zijn dikwijls een symbool voor tempel en kerk. Soms zien we ook dat er omheen Christus een uitspansel van sterren getekend is. Dit geeft aan dat Christus heerser is van de aarde en de hemel.

Deze icoon krijgt altijd een plaats in de iconostase. In alle oudere (en de meeste nieuwe) Byzantijnse en orthodoxe kerken zal dit tafereel ook afgebeeld worden boven de ingangsdeur van de kerk. De gelovigen zien het tafereel dus bij het naar buiten gaan. Ook als men de overledene in de kerk uitdraagt ziet men dit beeld. Het is duidelijk een teken van hoop voor elke gelovige.


Hoe de hemel de aarde raakt (deel 8)


Moeder Gods van het brandend, niet-verbrandend braambos

De vreemde naam van deze icoon is te danken aan de kerkvader Ephraïm. Hij schreef een hymne voor de Moeder Gods waarin stond : ”Zoals het braambos brandde, maar niet verbrandde, zijt Gij Maagd gebleven, O Heilige Moeder Gods.’ Hij gebruikte dus het beeld van de braambos voor de Moeder Gods. Maria, moeder van de Logos, blijft Maagd. Dit werd door andere theologen overgenomen. In de zestiende eeuw ontstond daaruit deze complexe icoon.


De Moeder Gods staat hier in het midden van de icoon. Het valt direct op dat ze omringd is door twee vierpuntige sterren, die samen een ster met 8 punten vormen. De Moeder Gods staat afgebeeld als de Moeder Gods Hodegetria, zoals we reeds eerder zagen. Het kind Jezus draagt ze op de linkerarm. Op haar borst is soms een kerkgebouw te zien waarin terug een afbeelding te zien is van Christus. Het is een weergave van de ganse kerk (Maria als schoot voor de Kerk). Ze houdt een ladder in de hand die verwijst naar de orthodoxe Akathistos-hymne (een Griekse lofzang op de Moeder Gods), waarin de Moeder Gods vergeleken wordt met een ladder waarlangs God is afgedaald.

De eerste vierpuntige ster toont engelen. Deze ster is meestal donker geschilderd. Het zijn de engelen die hier het licht brengen. De vierpuntige ster die eronder ligt toont de vier evangelisten. Zoals we reeds eerder zagen zijn het Matheus (de mens), Marcus (de leeuw), Lucas (de stier) en Johannes (de adelaar).

De punten van beide sterren worden verbonden door de omtrek van bloemblaadjes (roos). Ster en roos worden hierdoor verbonden. Het zijn trouwens twee woorden die we ook in onze gezangen terugvinden om Maria aan te duiden. Ook op de bloemblaadjes staan engelen afgebeeld. Ze houden in hun handen de symbolen van de Moeder Gods.

Tenslotte staan in de vier hoeken van de icoon vier kleine afbeelding met figuren uit het Oude Testament. Het zijn Mozes, biddend voor het brandende braambos waarin Maria verschijnt (linksboven), de profeet Jesaja die in een visioen een twijg ziet bloeien waarin de bloesem Christus verbeeldt (Jes. 11,1)(rechtsboven), de profeet Ezechiël voor de gesloten poorten (Ez. 44, 1-4)(linksonder) en tenslotte het visioen van Jacob met de hemelse ladder(Gen 28, 12)(rechtsonder).


De Pokrov


Pokrov is Slavisch voor bescherming. Het feest dat hiermee gepaard gaat is ook gekend onder de naam ‘Intercessie van de Theotokos (de Moeder Gods)’ of ‘De bescherming van de Theotokos en altijd-maagd Maria’.

Het is in de Russische traditie een heel belangrijk feest, dat plaatsvindt na de 12 grote orthodoxe feesten. Van die 12 feesten zijn er 8 gewijd aan Jezus Christus en 4 aan Maria. Het feest van de Pokrov wordt gevierd op 1 oktober.

Het woord Pokrov kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Het betekent op de eerste plaats een mantel of sluier, maar het betekent evenzeer bescherming of intercessie. Vandaar dat het feest diverse namen draagt.


In de orthodoxe traditie verscheen de Moeder Gods in de 10e eeuw in de  Blachernae kerk te Constantinopel. In deze kerk worden relieken van Maria’s mantel en sluier bewaard. Het is de H. Andreas, de gezegende nar-voor-Christus, die deze verschijning zag, doordat hij de open deuren van de kerk binnenging.

Het is dit gebeuren dat op de icoon afgebeeld wordt. De icoon is altijd in 2 delen opgesplitst. Bovenaan staat de moeder Gods meestal centraal op icoon, zodat alle aandacht naar haar gaat. Ze staat in een eivormige lichtkrans, een mandorla, en wordt omringd door engelen. In haar handen draagt ze een mantel of sluier. Het is degene die aanwezig was in de Blachernae kerk. Ze houdt haar handen biddend in een orante houding. Links en rechts van haar staan heiligen. Deze worden in meerdere rijen boven elkaar getekend. Op dit voorbeeld staan 2 rijen, maar het kan tot 4 rijen oplopen. Ze staan voor een kerkgebouw. Maria vraagt haar zoon Jezus Christus om te bidden voor de wereld. Daarom wordt boven Maria ook een tronende Christus weergegeven, die het tafereel zegent.

Het onderste gedeelte van de icoon vertoont meerdere taferelen naast elkaar.

Er is vooreerst een centrale figuur, Romanos, die op een verhoogje staat. Die Romanos was  deken in een kerk toegewijd aan de Moeder Gods. Hij had vele deugden, op één na : hij kon niet zingen. Toen hij dan ook op een dag de taak kreeg om de wake op Kerstavond voor te bereiden en te componeren was hij vertwijfeld. Maar in de nacht kwam de maagd Maria hem in een droom bezoeken en liet hem een rol papier opeten. Het tafereel zien we rechts onderaan op de icoon. De volgende dag kon Romanos heerlijk zingen en iedereen was onder de indruk van de poëtische hymnen die hij bracht. Het was de start van een grote carrière als zanger. Links van de zanger Romanos staan een reeks personen, die hem beluisteren. Het zijn onder andere keizer Leo de Grote, Patriarch Tarasius van Constantinopel, en andere heiligen.

Dan rest er nog de 2 figuren rechts van de zanger Romanos. Het zijn de H. Andreas, de gezegende nar-voor-Christus, die de verschijning van Maria zag en zijn leerling Epiphanius, die ook aanwezig was. Andreas wijst naar de Moeder Gods en zegt tegen Epiphanius “Zie je, broer, de heilige Theotokos, die bidt voor de hele wereld?”.


Het is duidelijk, iconen omvatten heel wat informatie en geven de gelovige op verschillende manieren een verwijzing naar Christus.



Hoe de hemel de aarde raakt (deel 9)



Het is passend om na dit summiere overzicht van de Moeder Gods iconen terug te keren tot de bron van alle iconen, Christus zelf. In de eerste afleveringen van deze reeks werden reeds diverse types Christus iconen besproken. Maar daarnaast zijn er heel wat iconen die taferelen weergeven uit het leven van Christus. Meerdere van deze taferelen vinden we terug op een iconostase of op de feestdagenicoon.

Maar vooraleer we daarmee starten wil ik stilstaan bij mogelijk de belangrijkste feesticoon met betrekking tot Christus, nl. de Verrijzenis-icoon, ook de Anastasis genoemd. Niet alleen is dit een prachtige weergave van het mysterie van ons christelijk geloof, maar tevens bevat een dergelijke icoon een mooie theologie over het Paasmysterie. Reden te over om hiermee te starten.

Anastasis (Aνάστασις) is Grieks voor opstaan of wederopstanding. Het betreft dus duidelijk het verrijzenis-gebeuren. De Russische naam is ‘Bogoyavlenie i Voskresenie’ (Manifestatie van God en de Verrijzenis). Maar ik geef hier voorkeur aan de Griekse term die ouder is. Vooraleer dieper in te gaan op deze icoon is het interessant om te kijken hoe men dit gebeuren in het Westen heeft voorgesteld.

Een veel voorkomende afbeelding in het Westen is deze van de triomferende Christus bij het open graf (zie hiernaast afbeelding van Piero della Francesca 1463-1465

of verderop de Vlaamse Dirk Bouts ca 1455) met een banier in de hand, terwijl de wachters verschrikt achteruit worden geworpen of er slapend bijliggen. Het is te beschouwen als een foto van het moment waarop Christus opstaat uit het graf. Maar daarmee zijn we ook direct bij een probleem aanbeland. Onze Westerse, analytische geest wil duidelijk het moment vastleggen waarop dit gebeurt. Daar schuilt meteen ook het grootste dilemma. Niemand was aanwezig bij wat er gebeurde. Het is pas nadien dat de vrouwen bij het graf kwamen en vaststelden dat Hij er niet meer was. Vanuit onze Westerse, eerder wetenschappelijke visie willen we dit evenwel voorstellen en komen we dan tot deze voorstelling van de Verrijzenis.



Onderhuids beseffen we dat dit niet echt kan kloppen, maar de schilders deden hun best om duidelijk te maken dat Christus de dood overwon en verrees.  Het is dit onwaarschijnlijk, onvatbaar feit dat men in de Oosterse kerk ook probeerde weer te geven. Ik denk dat het hun veel beter gelukt is in deze icoon.


Laten we daarom eens aandachtig kijken naar hieronder bijgaande icoon.

Het eerste wat opvalt als we de icoon bekijken is de witte kleur van Christus’ kleed. Geen rood en blauw meer, maar een verblindend wit. Het is de kleur van de verrijzenis. Ook als de kleur niet wit is, zal er met goud gewerkt worden om de verheerlijking van Christus aan te geven. Het gebruik van deze witte kleur is de reden waarom men bij een begrafenis soms wit draagt (bv Fabiola, die de orthodoxe ritus kende,  bij de begrafenis van koning Boudewijn).





Christus is hier duidelijk de verheerlijkte Christus. Hij staat centraal op de icoon. Zijn gelaat is vol mededogen en hij trekt Adam omhoog aan zijn linkerhand. Christus daalt neer ter helle om de poorten van de onderwereld te breken. Door Zijn dood wordt de dood en de satan overwonnen. Als men aandachtig kijkt ziet men dat Christus op de poorten van de onderwereld staat. Ze zijn letterlijk stuk geslagen.


De poorten zijn gebroken en liggen in kruisvorm (in de vorm van een Andreas-kruis) onder Zijn voeten. Daarnaast liggen in het duister sloten en sleutels. Dit duister van de onderwereld, van de grot, is een veel voorkomend element in iconen. We zullen het ook zien bij de icoon van de geboorte en  van de kruisiging.

De nagels, sleutels en sloten die rondslingeren zijn een aanwijzing dat geen sloten in staat waren om Christus in het graf te houden. Hetgeen we hier zien is dus wel degelijk de “nederdaling ter helle”, zoals in de geloofsbelijdenis staat. In het vijfde artikel van het Credo belijden wij dat Jezus na zijn kruisdood is nedergedaald ter helle en de derde dag is verrezen uit de doden. Voor ons betekent dit op de eerste plaats dat Jezus echt is gestorven en zijn lichaam rust in een graf. Hij heeft de dood gekend zoals andere mensen. Maar het werk van de verlossing ging verder. Daarom betekent 'nederdaling ter helle' ook dat Jezus met zijn ziel, die verenigd is met zijn goddelijke persoon, afgedaald is in ‘het dodenrijk’, de ‘verblijfplaats’ van alle doden, die de Schrift benoemt als ‘de hel’, ‘de Sjeool’ of ‘de Hades’. Het is dit wat we op de icoon zien.

Dit is geen foto, geen momentopname zoals in de Westerse voorstelling. Daar is de triomferende Christus op het graf bijna een foto van het ogenblik (dat niemand ooit waarnam) waarop Jezus uit het graf opstond. Neen, dit is iets dat buiten de tijd en ruimte gebeurt. Het is een tijdloos gebeuren. We kunnen enkel in verwondering dit alles beschouwen. En het is dit wat de icoon betracht. Daarom zien we hier hoe Christus nederdaalt ter helle en er de overledenen uit de dood bevrijdt. Zijn dood en opstanding is daadwerkelijk een voorbode van onze verrijzenis. In de icoon zien we dit prachtig verwoordt doordat Christus de eerste Adam uit het graf trekt. Hij neemt daartoe met zijn rechterhand de (slappe) linkerhand van Adam vast. Het is feitelijk de pols die vastgenomen wordt. De pols waar de slagader van het leven doorheen loopt. Christus, de nieuwe Adam, schenkt nieuw leven aan de eerste Adam. Die eerste Adam is een afbeelding van ons allen. Hij geeft een slappe, krachteloze hand, maar kijkt tegelijk vol hoop naar Christus. Ook wij zijn krachteloos, kunnen het niet alleen aan; maar als we de hand uitstrekken naar Christus, dan geeft hij ons het leven. Zoals ook in de brief aan de Hebreeën 2,14 te lezen staat : “Omdat ‘de kinderen’ mensen zijn van vlees en bloed, heeft Hij ons bestaan willen delen, om door zijn dood de vorst van de dood, de duivel, te onttronen, en hen te bevrijden die door de vrees voor de dood heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.”

Dit leven gevend karakter in de icoon wordt benadrukt door de beweging die in de icoon zit. De mantel van Christus beweegt naar rechtsachter, terwijl Christus linksonder de hand vastgrijpt, bij de pols. Het is alsof Christus daar de levensader van Adam terug leven geeft, waardoor Adam kan opstaan, op weg naar het paradijs. Het is een duidelijke opwaartse lijn in de icoon. Adam wordt ook uit een graf getild. Boven hem staan David en Salomon, de twee belangrijke Oud-Testamentische koningen. Achter beide koningen staat er nog een figuur, waarvan enkel het hoofd deels te zien is. Het is een hogepriester. Soms worden meerdere hogepriesters weergegeven.

In de rechterhand heeft Christus een rol vast. Het is een schriftrol en maakt duidelijk dat Hij de boodschap bracht en nu ‘alles vervuld is’ door de dood, de neerdaling en de verrijzenis.

Een heel belangrijke figuur die men aan de rechterzijde ook ziet, is Johannes de Doper, of Voorloper zoals hij genoemd wordt in de orthodoxe kerk. Op iconen van Johannes de Doper verwijst hij telkens naar Christus. Ook hier verwijst hij met de linkerhand naar Christus. Elke icoon is immers een verwijzing naar Christus en hier doet Johannes (maar ook de 2 koningen) dit expliciet, zoals ook op een Deësis icoon te zien is (zie vorige bijdrage).

Aan de ander kant zit Eva, ook boven een graf. Ook zij heft de handen, al is dat moeilijk te zien doordat haar kleed boven de handen ligt. Dit is een teken van eerbied, daterend uit de Byzantijnse tijd, dat meermaals op diverse iconen te zien is. Achter Maria bevinden zich profeten, waaronder Mozes. Ook hij wijst naar Christus.

Christus zelf is omringd door een mandorla die hier geen stralenkrans heeft. Achter de mandorla staan 2 engelen. De engel aan de rechterzijde houdt het kruis vast waarop Jezus gestorven is.  De engel aan de linkerzijde houdt een beker vast.


Ik geef hierbij nog een ander voorbeeld, waarbij Adam en Eva aan dezelfde zijde staan. Eén van de engelen draagt de tekenen van het lijden (speer en spons op een stok), maar in grote lijnen is het dezelfde voorstelling.


Op sommige, meestal modernere iconen zal Christus naast Adam ook Eva uit het graf trekken.

Deze Anastasis icoon is doorheen de tijd gewijzigd. In Rusland werd ze uitgebreid onder invloed van de Westerse kunst. Men verving echter niet de oorspronkelijke icoon, maar voegde er elementen aan toe. Daardoor bleef de essentie behouden, wat ons nog steeds toelaat om de verrijzenis echt te zien zoals ze bedoeld was.


Onderstaand voorbeeld maakt dit duidelijk. Het is trouwens deze voorstelling die men ook centraal aantreft op de feesticonen.

Maar ook hier zijn er weer tal van taferelen die een woordje uitleg vragen, want ook deze icoon is ‘te lezen’.

In het onderste deel van de icoon is er de “neerdaling ter helle”. Linksonder is er een rode muil te zien. Het is de muil van Satan die overwonnen is.


In deze muil zien we een zwarte figuur die vastgegrepen wordt door een engel en terug wordt geduwd. Het is de voorstelling van de duivel (satan), die alsnog probeert de overledenen vast te houden. Met een soort hamer worden door engelen de duivels teruggeworpen in de hel. Ook rechtsonder Christus zien we een engel in gevecht met een duivel.

Rechtsonder wordt altijd een tafereel weergegeven met Christus die aan de kant van het water staat, een schip met vissers in het water en een man die in het water zinkt. Dit is een verwijzing naar Johannes 21, 3b-7 : “Ze gingen dus op weg en klommen aan boord, maar die nacht vingen ze niets. Toen het intussen morgen was geworden, stond Jezus aan de oever, maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. Hij riep hun toe: ‘Vrienden, hebben jullie soms iets te eten?’ ‘Nee’, riepen ze terug.  ‘Werp dan het net uit, rechts van de boot,’ zei Hij, ‘daar zul je wel iets vinden.’ Ze wierpen het net uit, en er zat zo’n massa vis in dat ze niet meer bij machte waren het op te halen. Daarop zei de leerling van wie Jezus hield tegen Petrus: ‘Het is de Heer.’ Nauwelijks had Simon Petrus gehoord ‘Het is de Heer’, of hij schortte zijn kiel op – het enige wat hij aan had – en sprong in het water.”

Van linksonder naar rechtsboven is er een stroom van heiligen en aartsvaders, die begeleid door engelen, op weg zijn naar het paradijs. Rechtsboven is de toegangspoort waar een figuur in lendendoek staat. Dat is de goede moordenaar, tot wie Jezus zei : ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs.’ (Lc 23, 43). Hij is ook samen met de heiligen in het paradijs, zoals helemaal boven te zien is.

Centraal staat Christus hier op het graf (dit is de Westerse invloed) met errond engelen en soldaten, Romeinen en Joden die achteruit deinzen of verdwijnen richting onderwereld.


Daarnaast vindt men op deze vorm van Anastasis icoon bovenaan nog een aantal bijkomende taferelen. Meestal komen de mirre-draagsters voor. Het zijn de vrouwen die op weg zijn naar het graf om vast te stellen dat de steen weggerold is, en het graf leeg is. Enkel een engel is aanwezig en een witte lijkdoek ligt op de steen. Dit tafereel komt ook voor als een afzonderlijke icoon, die trouwens ouder is dan de Anastasis. Ook de kruisiging komt dikwijls als mini-tafereel voor.


Als we dit alles bewonderen, erbij mediteren, kunnen we niet anders dan samen met de oosterse en westerse christenen te zeggen : Christos Anestè. Christus is verrezen. Christos voskres.