GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD

GELOOF EN LEVEN  1998 nr. 3

   TERUG NAAR INHOUD  


Een lege kerk loopt vol Uit: PASTORALIA Bisdomblad Mechelen-Brussel

Uit het dagboek van een moeder (2) door Greet Lodewijckx-Depuydt

Blij verwachten Veerle Ghijs-Gouwy
Genadegeschenken van God
Magda De Wilde

De negende zaligspreking, crisistijd door I De Mey, cssr

De Katechismus van de Katholieke Kerk (5): geloofsgehoorzaamheid Commentaar B. Van Vossel cssr

Boekennieuws

Paulus in Arabië (3) Ben Van Vossel, cssr

Eeuwfeest Kongo-missie Redemptoristen (1899-1999) door Hugo Gotink, cssr


Verder te lezen in het tijdschrift:

VOLKSMISSIES (2) p. Paul De Meyer CSsR

MEDIA EN ETISCH BEWUSTZIJN

BRIEF UIT CALCUTTA door Andrea Van Braeckel

HEKSERIJ, SATAN en DE LIEFDE VAN GOD door Edith Dullaghan (Christlife)

PER TELEFOON door p. Jozef Schrijvers cssr

WAT IS IN UW OGEN BELANGRIJK? Een gemeentesecretaris antwoordt

GERARDUS MAJELLA (5) door: Gabriël Dewilde, cssr.

DE HEILIGE GEEST, DE HELPER EN VERTROOSTER naar Marc Meirsman

INTERVIEW E.H. MICHAEL GHIJS OVER ‘CANTATE DOMINO’

EINDE VIJFJARENPLAN OEKRAÏENE p. Jef Hanssens cssr




Prichovice – een lege kerk loopt vol

Uit Pastoralia, Bisdomblad Mechelen-Brussel, 1/1998, 9-12.

Prichovice is een klein bergdorp in Tsjechië tegen de Poolse grens. Een succesvolle jonge priester wordt door het communistisch regime overgeplaatst naar Prichovice. Met Witte Donderdag zat er maar één man in de kerk zat: de organist. Op paaszondag kwam de bisschop hem bezoeken en preekte in de kerk. Er zat één oude vrouw. En die was dan nog doof!

De priester zag er een uitdaging in om radicaal gelijkvormig te worden aan Jezus die op het kruis zowel priester als slachtoffer was. Door iedereen die hij ontmoette met liefde te bejegenen schiep hij een familiale sfeer die steeds meer jongeren naar de vervallen pastorie trok, eerst tijdens het weekend in de vakantie, later ook in de week. Soms zaten ze met tientallen in zijn huis.

Verschillende activiteiten bepaalden het verloop van de dag. ’s Morgens werd er gemediteerd over een evangelietekst die het leven door de dag richting gaf. ’s Avonds wisselde men zijn ervaringen uit. Zo maakte men zich geleidelijk Jezus’ levenshouding eigen. Naargelang de omstandigheden werden ook andere activiteiten gekozen: spirituele gesprekken, groepsbijeenkomsten, uitstappen naar het bos, sport, werken om het leven in het huis mogelijk te maken… Vele jongeren leerden in de die eenvoudige manier van leven nieuwe wegen kennen.

Toch had die priester geen opmerkelijk charisma noch een groot organisatietalent. Het was de bijna tastbare aanwezigheid van Jezus die deze wonderlijke veranderingen bewerkte.

Gesterkt door die grondervaring ontdekten de jongeren de diepste evangelische waarheden en drongen ze met hun leven tot het Paasmysterie door: ze begrepen dat sterven aan zichzelf om in de liefde te blijven de ontmoeting met de Verrezen Heer mogelijk maakt. Honderdduizenden jongeren hebben die ervaring mee naar huis genomen en daar kleine kernen gevormd waarin dit nieuwe leven bewaard en gevoed werd. Ook andere priesters kwamen naar Prichovice, aangetrokken door die manier om met jongeren te leven, en begonnen thuis iets dergelijks te wagen. Seminaristen vonden in Prichovice een bevestiging van hun roeping. Bekeringen werden almaar frequenter en er ontstonden ook roepingen tot het priesterschap, tot het religieuze leven en tot vergaande lekenengagementen.



EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


UIT HET DAGBOEK VAN EEN MOEDER (2)

Greet


Donderdag laatstleden was ik met onze oudste (11j.) alleen tijdens de middagpauze. De andere drie kinderen mochten naar een toneelvoorstelling in Gent. Ze keken er echt naar uit. Het enthousiasme achteraf bleek niet erg groot. De twee jongsten (onze tweeling van 7) vertelden bijna niets. Maria (9j.) vond het toch maar niets. De spelers wisselden van toneelkledij op het podium zelf… "Dat is toch niet mooi, mama, ze wisten zelf niet wat ze moesten aantrekken en ze vroegen aan elkaar 'is dat nu het kleed van de prinses?'"

Ik weet weinig af van kindertheater, maar ik vraag me toch af of men in bepaalde kringen niet té veel experimenteert, stapt men voldoende af van 'de grotemensenwereld' om helemaal in te treden in de leefwereld van het kind?

Maar goed, ik zou het dus hebben over het onderonsje van Nele en mij. Ze keek er ook echt naar uit… "Mama, voor mij alleen!" 'k Had de tafel mooi gedekt en er een tasje thee bij voorzien. Ik zeg haar: "Na het eten houden we een 'theebabbel' (in plaats van 'koffieklets').

Ze vertelt honderduit. Ik luister. Ze voelt zich heel groot wanneer we samen van onze thee zitten te genieten. De verleiding is groot om dan meteen aan de vaat te beginnen, maar ik beslis bij mezelf: nee, het is nu echt tijd voor haar, helemaal en niet afgemeten! Tijdens ons gemoedelijk praatje komen we als vanzelf op wat deze morgen gebeurde. We hadden ons overslapen, wat eigenlijk zelden of nooit gebeurt. Zodoende werden de kinderen later opgeroepen, tot grote ergernis van onze Nele.

We weten wel allemaal als ouders uit ervaring hoe ongenuanceerd en zelfs hoe brutaal kinderen en tieners kunnen zijn in hun kritiek. De kinderen mogen het verschrikkelijk oneens zijn met ons, maar ze moeten het wel op een goede manier weten aan te brengen! Ik zeg aan Nele dat je niet zo maar ongezouten je mening kunt zeggen en ook dat je de ander niet moet beschuldigen, zo in de trant van "… en gij zijt altijd te laat". Ik leer haar om haar ongenoegen te uiten vanuit zichzelf en te leren in de ik-vorm te spreken, bv. "Ik heb niet graag dat je me te laat oproept. Wat is er gebeurd?"

Ik merk dat ze voor mijn uitleg echt open staat. We hebben dat formuleren van kritiek zelfs ook "gespeeld". Zo kon ze aan den lijve ervaren hoe we op die manier dichter bij elkaar komen i.p.v. tegenover elkaar.

Op de vraag, die ze me nu stelt, hoe het komt dat ik té laat kwam oproepen, zeg ik haar dat ik heel moe was en we ons werkelijk overslapen hebben. Ik vertel haar ook dat ik me zorgen maak of we wel tijdig klaar zullen komen. Ze leeft zich zo sterk in dat ze spontaan zegt: "O mama, ik zal wel helpen."

We lachen allebei, want deze morgen was het wel enigszins anders verlopen!

Wanneer we na onze middagpauze terug naar school stappen, loopt ze huppelend en dansend naast mij. Bij het afscheid zegt ze: "Mama, ik zou je heel erg missen als jij er niet was: geen nette opgemaakte bedden, geen lekker eten, geen babbeltje, geen dikke knuffel meer bij het slapengaan… daaaag!"

En ze loopt weg, de speelplaats op. Ik voel de tranen in mijn ogen opkomen. Daar gaat ze dan, onze dochter, deze morgen zo opstandig, deze middag lief en aanhankelijk. Ik heb mijn tijd gegeven… er is iets tussen ons gegroeid, een verbond, wederzijds begrip. O, ik weet het, morgen is het weer opnieuw beginnen, maar deze middag werd een kiem gezaaid, een stapje naar een betere relatie, een verbond tussen jou en mij.

Wanneer ik terug naar huis stap, dank ik DE HEER: ik gaf mijn tijd en aandacht. Kreeg ik niet het honderdvoudige terug?


EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


BLIJ VERWACHTEN

Veerle Ghijs-Gouwy, Maria-Kefasgemeenschap

We waren heel blij toen we wisten dat ik zwanger was. Van in het begin hadden we een enorme eerbied en liefde voor dit nieuwe leven. Een leven door God gegeven, als antwoord op onze liefde voor elkaar. Het is een wonder om te mogen delen in Gods scheppingswerk. Ik voelde een diepe beschermende liefde voor dit kleine wezentje.

Voordat Ik u in de moederschoot vormde, koos Ik u uit; voordat ge geboren werd, bestemde Ik u voor Mij; als profeet voor de volken heb Ik u aangewezen. ( Jer.1,5).

Het treft me te zien dat God Jeremia reeds kende, zelfs voor hij werd ontvangen. Zo is het ook voor onze baby en voor ieder van ons : we waren reeds gekend en geliefd door God, zelfs voor we verwekt waren.

Het was een grote vreugde om van af het begin reeds te bidden voor onze baby. We geloven dat God hem reeds in de moederschoot zou vullen met zijn liefde en vrede en hem zou beschermen. In ons gebed vroegen we Jezus ook om de groei van onze baby te begeleiden. In een zwangerschapsboek volgden we zijn ontwikkeling en vroegen dan om Gods zegen over bv. de ontwikkeling van de hersenen, de ogen, de vingertjes en teentjes, het hart, de longen… We vroegen ook onze baby te beschermen voor alle kwaad en tegen elke ongunstige invloed wanneer ik bv. onrustig of gespannen was.

De laatste maand werd dit verwachten een lang wachten. De gynaecoloog had ons 5 weken voor de vermoedelijke geboortedatum gezegd dat ik het wat rustiger moest doen en dat de baby een aantal weken vroeger kon komen. Ongeveer een week op voorhand werd ik 's nachts om 2 u. wakker met weeën. Tegen 3 u. was dit om de 5 minuten en maakte ik Dieter wakker. Om 4 u. zijn we opgestaan. Dieter ging iets eten en kleedde zich dan aan, scheerde zich... Ik nam ondertussen een bad om nog wat te ontspannen. In het ziekenhuis gekomen zei de dokter dat het goed ging en dat ik zeker die dag nog zou bevallen. Na een paar uur bleek echter dat het toch nog wat traag vooruit ging en we mochten nog eventjes naar huis, maar éénmaal thuis verdwenen de weeën en was er van een geboorte nog niet direct sprake.

Het wachten en de geboorte hebben we in Gods hand gelegd. We hebben gebeden dat de baby op de beste tijd en vlot zou worden geboren.

Precies een week later om 4u. s' morgens begonnen de weeën opnieuw en dit keer was het echt. Ik kon niet meer twijfelen. Ik maakte Dieter wakker maar die was er nogal gerust in, hij dacht dat het weer vals alarm zou zijn. Tegen 5.15 u. zijn we vertrokken naar de materniteit om 9.25 u. is onze zoon Bertijn geboren. Hij woog 3,640 kg. De dokter vertelde ons dat het een modelbevalling was !

Prijs de Heer !

P.S. Bertijn werd gedoopt in de kerk van de Redemptoristen te Gent tijdens de Paaswake die werd opgeluisterd door de Maria-Kefasgemeenschap.

 

EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

3 GENADEGESCHENKEN VAN GOD

door: Magda De Wilde naar:
"Genadegaven in evenwicht" van Siegfried Grossmann.

Ik wil het hier even hebben over drie, algemene genadegaven van GOD: Het eeuwig leven, De ontmoeting en Het gehuwd of het ongehuwd zijn.

Ze zijn algemeen, dit wil zegen: ze zijn voor ieder christen mens die gelooft. Er zijn ook genadegaven die aan afzonderlijke personen gegeven worden, zoals bv. profetie, gave van genezing, het woord van kennis enz… Die algemene genaden echter zijn echter grondcharisma’s, basischarisma’s in het leven de christen. En ze grijpen nu, reeds in het heden, vooruit op wat voor de toekomst beloofd is.

- Het eeuwig leven: ons huidig leven kunnen we door de HEILIGE GEEST zien als een deel van de eeuwigheid, in het licht van de eeuwigheid.

- DE ontmoeting: in de eeuwigheid zullen wij GOD zien zonder sluier. Maar nu reeds kunnen wij GOD ontmoeten in het gebed, de sacramenten, de liturgie, in de ontmoeting met andere christenen. Ook de ontmoeting met medemensen kan, dankzij de genade, nu reeds een beetje zijn zoals in het eeuwige leven, waar wij elkaar zullen ontmoeten in liefde, waarheid, zuiverheid, eenheid.

- Het gehuwd of ongehuwd zijn: in het eeuwige leven wordt er niet meer gehuwd zegt het evangelie. Man en vrouw zullen er zijn als engelen. Nu reeds kan de beleving van het christelijk huwelijk, door de wederzijdse liefde, door het respect en de waardering iets van de eeuwige liefde tussen man en vrouw doorleven. En het christelijk ongehuwd zijn kan beleefd worden als een profetisch teken voor deze tijd, een voorafspiegeling van het leven in de eeuwigheid.

Het is dankzij de genade dat we deze drie waarden zo kunnen zien; het inzicht wordt gegeven door de HEILIGE GEEST, Hij openbaart dit.


1. HET GENADEGESCHENK VAN HET EEUWIG LEVEN

Paulus zegt in Rom.6,23: "Want het loon van de zonde is de dood, maar de gave van GOD is het eeuwige leven in CHRISTUS JEZUS, ONZE HEER".

Het eeuwige leven als genadegeschenk is GODs fundamentele belofte aan de mensheid. Deze belofte is de mens toegezegd: "Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven" (Jo 3,36). De zekerheid van het eeuwige leven is een werk van de HEILIGE GEEST". "De GEEST bevestigt het getuigenis van ons geest, dat wij kinderen zijn van GOD" (Rom.8,16).

Zo is het eeuwige leven een verrassend geschenk, niet een moeizaam verworden kennis, maar een gave. En waar het genadegeschenk van het eeuwig leven zichtbaar door de HEILIGE GEEST gegeven en door de christen ontvangen wordt, daar is het leven nu reeds ingebed in het eeuwige leven.

Het genadegeschenk van het eeuwig leven, is de gave om te leven vanuit de toekomst, vanuit het eeuwig leven dat ons is toegezegd. Nu reeds leven vanuit die hoop, vanuit die vreugde.

Veel christenen geloven in het eeuwig leven, en ze zien het leven nu als een weg naar de eeuwigheid, een éénrichtingsverkeer. Het is een doel dat moet bereikt worden. Ze zien het niet als een tweerichtingsverkeer, ze zien nl. niet de inwerking van het eeuwig leven op het leven hier en nu. Het eeuwig leven als kracht en bron van vreugde.

Waar het genadegeschenk van het eeuwig leven wèl tot uitwerking komt, worden de levensgebeurtenissen (ook de meest dramatische) uit de enge samenhang van het hier en nu getild en in de brede samenhang van de eeuwigheid geplaatst.

Veel mensen zijn verbitterd, ze beginnen te haten en proberen wraak te nemen wanneer ze op onrecht stuiten in hun eigen leven en in de maatschappij. Het genadegeschenk van het eeuwig leven plaatst zo’n ervaring in de grote samenhang van de heilsgeschiedenis. Er is een groot Godsvertrouwen, een besef dat GOD er is om alles zijn uiteindelijke bestemming te geven, d.w.z. om alles ten goede te leiden.

Het is een geschenk van de HEILIGE GEEST van dit nu reeds te mogen ervaren; het geeft vreugde en vrede aan de ziel.


2. Het genadegeschenk van de Ontmoeting.

"Want ik verlang er vurig naar u te leren kennen, in de hoop u enige geestelijke gave te kunnen meedelen tot bevestiging van uw geloof, of eigenlijk, om bij u en met u de vertroosting te mogen smaken van ons gemeenschappelijk geloof, het uwe zowel als het mijne" (Paulus in Rom. 1,11-12).

Als christenen komen wij samen rond de hoogste waarde, rond GOD. Hoe waardevol, hoe kostbaar en diepgaand kunnen dan ook deze ontmoetingen worden: samen delen rond ons gemeenschappelijk geloof, het uwe zowel als het mijne.

Als je Augustinus leest, dan heeft hij het ook over die geestelijke ontmoetingen, gesprekken met zijn vrienden in het geloof, met zijn moeder…

Wanneer we met enige mensen samen kunnen delen rond ons concreet geloof, zijn dit ontmoetingen op een dieper, een gans ander niveau dan we gewoonlijk hebben. Ik ben GOD dankbaar en het moet ons een vreugde zijn wanneer we dit al mochten ervaren. Het is een groot geschenk, een genade, wanneer we iets begrijpen van het genadegeschenk van de ontmoeting.

Als we die tekst van Paulus lezen, dan gaat het erom dat de ontmoeting zelf een geschenk is. Paulus verwacht dat de ontmoeting de kwaliteit van een genadegeschenk zal hebben. Voor iemand zoals hij die voortdurend op reis was tussen heidenen en andersdenkenden was het thuiskomen bij huisgenoten van hetzelfde geloof een echte verkwikking.

Er zijn twee niveaus waarom de geestelijke Ontmoeting als genadegeschenk plaatsvindt: als ontmoeting van de mens met GOD en als ontmoeting van mensen onder elkaar.

a) Veel christenen hebben ontmoetingen met GOD mogen ervaren die zo sterk waren dat ze de kwaliteit kregen van een echt genadegebeuren: ontmoetingen met GOD in de stilte, in een roepingservaring, in een gesterkt of genezen worden, in een bijzonder inzicht.

In de Bijbel vinden we ook voorbeelden van zulke ervaringen, die men als "charismatische" Godsontmoetingen kan beschouwen: Mozes op de heilige Berg, Elia in de woestijn, de apostelen op de Berg, Paulus bij zijn weggerukt worden.

Het hoeven niet steeds zulke enorme ervaringen te zijn, maar elk christen heeft ervaringen met GOD nodig, die in intensiteit uitstijgen boven de normale ontmoeting met GOD in de Bijbellezing, in de prediking of in de stilte.

b) Het genadegeschenk van de ontmoeting met mensen.

In de ontmoeting met christenen onder elkaar, wordt ons geloof ervaren als een geestelijke gemeenschap, een geestesverwantschap. En ons geloof is daar ook op aangewezen. Wij hebben het samenzijn met christenen, het samen delen rond ons geloof, het samen bidden echt nodig, ons kwetsbaar kunnen en mogen opstellen.

Zo is het beeld van het Lichaam van CHRISTUS het meest intensieve model van communicatief leven dat wij ons kunnen voorstellen (communicatie, communio). Het is gemeenschap, verbondenheid, deelname aan en delen rond ons geestelijk leven.

De ontmoeting als geestelijk geschenk houdt ook in, dat mensen binnen een christelijke gemeenschap kunnen samenwerken, ieder met zijn eigen charisma, zo heeft die samenwerking de kwaliteit van een geschenk van de GEEST.


3. Het genadegeschenk van het gehuwd en het ongehuwd zijn.

Wij moeten als christenen goed begrijpen dat er maar twee levensstaten zijn. Als christen ben je gehuwd of ongehuwd. Tussenvormen bestaan niet voor een christen mens. Ongehuwd samenwonen voegt de twee samen: je bent ongehuwd en toch woon je samen; het geeft de indruk van twee walletjes te eten.

Christen zijn is in de waarheid zijn. "Ik zou wel willen dat alle mensen waren zoals ikzelf, maar ieder heeft nu eenmaal van GOD zijn eigen gave ontvangen, de een deze, de ander die" (Paulus in 1Kor.7,7).

Ieder heeft van GOD zijn eigen gave ontvangen en Paulus ziet gehuwd en ongehuwd zijn als een genadegeschenk.

Hij bedoelt hier mee dat de levensstaat van gehuwd of ongehuwd-zijn een geestelijke ommekeer kan doormaken, door de werking van de HEILIGE GEEST. De keuze (roeping?) voor het gehuwd of ongehuwd zijn kan een genadegeschenk worden, dus een levensvorm die vol is van de uitstralingskracht van de HEILIGE GEEST.

In het ongehuwde zijn heb je natuurlijk de keuze voor de maagdelijkheid omwille van het Rijk GODs in het priesterschap, het kloosterleven en in private geloften. Maar daarnaast zijn ook talrijke mensen ongehuwd, velen zijn "alleenstaanden". Misschien waren velen onder hen liever gehuwd geweest, maar door omstandigheden ging het anders.

Hier kan het ongehuwd zijn als christenmens ook zeker uitgroeien tot een genadegeschenk, als ik als ongehuwde een sterke relatie ga beleven met DE HEER.

Er zijn ongehuwde, alleenstaande mensen die vervallen in depressie, drankmisbruik en allerlei verslavingen. Mogen zij CHRISTUS leren kennen en een kerkgemeenschap. Als ongehuwde heb je een sterke band met GOD nodig én met de christelijke gemeenschap, waar plaats is voor vriendschap en ontmoeting zoals we in vorig punt beschreven.

De christelijke gehuwden beleven hun huwelijk vanuit het huwelijkssacrament, van waaruit ze altijd opnieuw, ook in moeilijke tijden, van de HEILIGE GEEST genaden ontvangen om altijd verder en dieper te groeien in liefde.

In de kerkgemeenschap kunnen gehuwden en ongehuwden elkaar alleen maar opbouwen als geestelijke volwassen mensen.


EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


Crisis = De negende zaligspreking

I De Mey, cssr

Bedenkingen naar aanleiding van de samenkomst van
jonge religieuzen in Gent (9 mei 1998).

Optimisme is toegestaan

Als jonge redemptorist wordt me om de haverklap gevraagd: ‘En met hoeveel zijn jullie (jonge redemptoristen) nóg?’ Het woordje ‘nog’ verraadt veel.

In mei was er een bijeenkomst voor jonge Vlaamse religieuzen tot 35 jaar. ‘En met hoeveel waren jullie daar?’ Met 130. En dan verschiet men.

Die samenkomst was bemoedigend, maar niet zozeer omwille van het aantal aanwezigen. We waren er niet om te tellen met hoeveel ‘laatsten der Mohikanen’ we ‘nog’ zijn. Wel om eens echt jong te mogen zijn. Het was er namelijk toegestaan om positief naar de toekomst te kijken! Zegt men niet dat oude mensen in het verleden blijven steken, terwijl jongeren nog dromen van de toekomst? Er zijn (nog) dromers. Geen dromers van een nieuwe utopie. Dromers die een rijke traditie willen doorgeven: vanuit het verleden, in de hedendaagse realiteit bouwen aan de toekomst.

Dat kan alleen maar als we vervuld zijn van de Heilige Geest (Handelingen van de apostelen 2,4 was de eerste lezing van die dag).

De uitdaging aangaan

Die dag werd gekleurd met het verhaal van Prichovice. De lege kerken dagen ons uit. We hebben samen gekeken hoe wij doorheen een eenvoudige levenswijze nieuwe wegen kunnen openen voor mensen door hen te tonen wat ze al altijd al gezocht hebben. De sleutelwoorden waren: een familiegeest scheppen door iedereen met liefde tegemoet te gaan, gemeenschap vormen, onze motivatie: ‘de gezindheid die Jezus Christus bezielde moet onder ons leven’ (Filippenzen 2,5), openstaan voor de Heilige Geest, steek van wal, vaar naar het diepe, houd je ogen alleen gericht op Jezus.

Back to the roots – back to the future

We hebben een nieuwe zaligspreking toegevoegd: ‘Zalig zij die leven in crisis’. Die daagt ons uit te kiezen tussen melancholisch blijven steken in ‘de goede oude tijd’ zoals oude knarren doen, of met de Heilige Geest meewerken aan de toekomst. En dit vanuit de rijkdom van onze traditie en door te leven vanuit Jezus’ bezieling. Sommige ‘oude knarren’ als broeder Roger van Taizé of Johannes-Paulus II weten jongeren aan te trekken door hun jong geloof in de toekomst. Of zoals een pater Werenfried van Straeten die op zijn tachtigste zegt dat hij ‘nog zoveel plannen voor de toekomst heeft’.



EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER   

 

1999:EEUWFEEST VICE-PROVINCIE MATADI

 P.HUGO GOTINK CSsR missionaris in Kongo

 Geschiedenis van de Vice-Provincie van Matadi 1899-1999

2 maart 1899 kwamen de eerste Redemptoristen uit de toenmalige Belgische Provincie aan in Matadi: pater Paquay, pater Goedleven en broeder Gabriël. Zij kwamen de priesters van het bisdom Gent vervangen die daar sedert 1892 als aalmoezeniers werken bij de arbeiders die betrokken waren bij de aanleg van de spoorlijn Matadi-Kinshasa (toen: Leopoldstad). Op 28 maart van datzelfde jaar kwamen pater Billiau en broeder Alexander hen vervoegen. Op die manier startte de Matadi-missie in 1899. Met de jaren kwam er nog versterking van paters en broeders en werden ook de eerste missieposten langs de spoorlijn gesticht: Tumba (1900), Kimpese (1901), Mbanza Ngungu (1904) en Nsona Mbata (1910). Nog in 1900 werd aan de overkant van de Kongostroom in Matadi de missie van Kionzo begonnen. Vanuit deze missieposten bezochten de paters de omliggende dorpen en poogden ze, geholpen door een catechist, christelijke gemeenschappen op te richten.

Op 1 juli 1911 kreeg het missiegebied het statuut van Apostolische Prefectuur van Matadi. Op dat moment was er een groep van 24 paters en 19 broeders werkzaam, onder leiding van Mgr. Heintz als Apostolisch Prefect. Geleidelijk aan werd het gebied van de bezochte dorpen groter en was men genoodzaakt missieposten te bouwen in het binnenland: Nkolo (1917), Kasi (1921), Kimpangu (1921). Nog op 31 mei 1921 werd het gebied van de Manianga, gelegen op de noordelijke oever van de Kongostroom, aan de Prefectuur toevertrouwd en werd daar de missiepost van Mangembo (1921) en later deze van Bandakani (1928) opgericht.

De Apostolische Prefectuur van Matadi werd op 23 juni 1930 verheven tot Vicariaat, onder leiding van Mgr. Jean Cuvelier. In 1933 werden nog vier nieuwe missies opgericht: Kingoma, Bienga, Ngombe Matadi en Cattier. Het bestuur van het Vicariaat werd in 1938 overgenomen door Mgr. Alfons Van den Bosch, die in veel missieposten het onderwijs en de medische dienst uitbouwde met behulp van zusters en broeders. Bijzonder zette hij zich in voor de vorming van Kongolese seculiere priesters. Er werden nog enkele nieuwe missieposten gesticht: Kinzundu (1940),Miyanbo (1948), Luozi (1948), Vunda (1951) en Kimwaka (1952).

Juist voor de onafhankelijkheid van Kongo werd in 1959 het Vicariaat een bisdom, met aan het hoofd nog steeds Mgr. Van den Bosch. In februari 1961 kreeg hij een inlandse hulpbisschop Mgr. Simon Nzita, die hem in januari 1966 zal opvolgen als bisschop van Matadi. In 1963 werkten 58 paters en 7 broeders Redemptoristen samen met 24 inlandse priesters in het bisdom Matadi. De Vice-Provincie van Matadi bleef zich verder ten dienste stellen van het bisdom, want in 1980 bedienden de Redemptoristen nog 21 parochies van de 37. Gelukkig waren in 1970 Spaanse Redemptoristen de Belgische komen bijstaan want hun aantal verminderde met de jaren.

In 1979 begon de Vice-Provincie voor de derde maar ook goede keer aan de vorming van landeigen Redemptoristen. De missie van Kionzo werd ingericht als noviciaat. In Kinshasa kwamen twee vormingshuizen voor de studie: Home Alphonsianum (1981) voor de studenten in de filosofie en Home Saint Clément (1985) voor de studenten in de theologie.

Op 23 januari 1989 wijdde Mgr. Gabriël Kembo – de derde inlandse bisschop van Matadi – de eerste vijf Kongolese redemptoristen. Nu, in 1998, een jaar vóór het eeuwfeest, zijn wij in de Vice-Provincie van Matadi met 16 Kongolese (15 paters en 1 broeder) en 6 Belgische Redemptoristen. In het bisdom Matadi beheren wij nog 7 parochies en in het bisdom Kinkala in Congo-Brazzaville zijn twee confraters in het de parochie van Mbamu. Daar bijkomend hebben wij nog de leiding van onze drie vormingshuizen met een twintigtal jonge Redemptoristen-in-vorming.

Zo komen wij aan het einde van een eeuw geschiedenis (in vogelvlucht) van onze Vice-Provincie van Matadi, met dank voor het verleden: meer dan 200 Europese Redemptoristen hebben zich ingezet voor het stichten en uitbouwen van het bisdom Matadi. Wij zijn ook vol hoop en vreugde naar de toekomst, want wij mogen verwachten dat de groep Kongolese redemptoristen het parochiewerk en de predikatie naar de geest van Sint Alfonsus zullen verder zetten.

1. Planning voor het Eeuwfeest

Deze eeuw geschiedenis van onze Vice-Provincie van Matadi willen wij gedenken in 1999 om GOD te danken voor zijn weldaden doorheen het werk en de inzet van veel paters en broeders Redemptoristen. Daarom werd door het kapittelbestuur van de Vice-Provincie een klein team opgericht om het Eeuwfeest voor te bereiden en om de initiatieven te coördineren. Op 17 april 1998 was duit team in vergadering bijeen en werden verscheidene initiatieven gepland. Enige punten hieruit:

 Begin augustus 1999 wil men een grote dankmis organiseren in Kimpese. Dit feest zal waarschijnlijk samenvallen met de priesterwijding van 4 jonge Redemptoristen. Iedereen is uitgenodigd: van pater Generaal tot de laatste christen uit het verste dorp van het bisdom Matadi.

 Wij zouden ook graag een gedenkboek samenstellen, waarin het leven van elke Redemptorist-missionaris, die werkzaam was in het bisdom Matadi, beknopt beschreven wordt.

 Men heeft ook het plan een reizende expositie van die eeuw evangelisatie samenstellen, die dan kan vertoond worden in de verschillende parochies en scholen van het bisdom.

 Graag willen wij enkele fotoalbums samenstellen van de oudste missieposten en van de voornaamste gebeurtenissen van die eeuw geschiedenis.

 Omdat men het Eeuwfeest vooral ten dienste van de gewone christen wil vieren, heeft men besloten het gebedenboek ‘Bisambu bia Mukristo’ te herdrukken. Dit volkse gebedenboek werd in 1982, aangepast aan de nieuwe Liturgie, uitgegeven door pater Jan Notenboom en pater Anselm De Neef, maar het is nu uitgeput. Met enige kleine wijzigingen zou men het willen heruitgeven omdat de vraag ernaar groot is.

 Men heeft nog enkele andere kleinere voorstellen: een kalender 1999 met foto’s laten drukken, die de eeuw van evangelisatie door de Redemptoristen in beeld brengt; een kleinere brochure opstellen met de geschiedenis van de Stichting van de verschillende missieposten; het laten drukken van ‘pagnes’ en T-shirts met wat feestemblemen.

Er is overvloed van reden om de Vice-Provincie van Matadi in het jaar 1999 in de bloemen te zetten? Zij heeft het bisdom opgebouwd dank zij de inzet en de offers van vele Redemptoristen. Nu staat de Vice-Provincie klaar om door Kongolese Redemptoristen overgenomen te worden. Dit mag os allen verheugen en hierom danken en loven wij GOD.

Om deze initiatieven en voorstellen te verwezenlijken zoeken wij financiële steun, in het bijzonder voor het drukken van het gebedenboekje.

Samen met Maria, Moeder van Altijddurende Bijstand, kunnen wij zingen: "DE HEER heeft grote wonderwerken verricht". Die wonderwerken zien wij in die eeuw geschiedenis van de Vice-Provincie van Matadi doorheen de inzet en levensoffers van vele paters en broeders Redemptoristen.



EINDE VAN DIT ARTIKEL

EINDE VAN DIT NUMMER  1998_3

   TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER