GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD

"GELOOF EN LEVEN" 2006 nummer 4


TERUG NAAR INHOUD      

 INHOUD VAN DIT NUMMER


- 50-Jarig Priesterjubileum pater Luk Cop Katholiek missionaris in Baghdad. B. V. Vossel

- De Ramshoren. Voor jubilarissen! Pater Lucien Cop redemptorist in Bagdad

- Pater Deboutte Alfred 10 jaar overleden

- Wat de Heer verfoeit. Spreuken 6,16-19

- Doodstraf ethisch verantwoord? Naar Katholiek Nederland en Zenith 22/06/2006.

- Iconen schilderen. Mariafraterniteit. Zie  www.geloofenleven.be  onder “kunst”

- Het evangelie van Judas. Samenstelling : Ben Van Vossel

- 3 bezinningen: “Kom ons bevrijden”

- Eensgezind bidden met vertrouwen. Maaike Dessin

- De eerste missievlucht naar Kongo (27) Jozef Boon CSsR

- Missionaris in Beiroet.  Pater Timon De Cock, 52 jaar missionaris in Libanon

- Oud-testamentsche christologische typologieën (2) Adam, de Mens

- De tempel van de Heer  Ben Van Vossel

- Klooster – Kerk – loslaten Magda De Wilde

- Nieuwe staatssecretaris van het Vaticaan

- Amnesty international op de vingers getikt door de Kerk

- Kerknieuws: Paus Benedictus XVI kampioen oekumene

- Katholiek standpunt Stamcellenonderzoek Kerknet Vlaanderen 1/08/2006

- “Geloof en Leven” op het wereldwijd web

- Wetenschapsmens en gelovige (Pascal) Malcolm Muggeridge

- Van babygelovige tot volwassen christen. Een uitnodiging, een uitdaging. Ben V. Vossel

- Boekbespreking

- Tienerkamp te Essen

- Lucas in Padua begraven? Samenstelling: Ben Van Vossel

  TERUG NAAR INHOUD      

DE RAMSHOREN
Voor jubilarissen!  

Pater Lucien Cop katholiek missionaris in Bagdad tot 2012

“Jubileum komt van het woord Yabèl of jobel en de ramshoren luidt het 50ste  jaar in. Hoor je hem? -(Pater Cop deed het ramshorengeluid na doorheen de micro; zijn scoutsvrienden dachten aan het trompetten van een kudde olifanten in de djungel).  50 jaar, dat is 7x7=49; 7x7  jaar-weken … en dan is er de grote sabbat.

De ramshoren roept ons in feite op om ons werk eventjes te onderbreken. Sabbat betekent: staken… ophouden met werken… verademen. We stoppen op de 7de  dag , zoals God, om te rusten en te zien dat het goed is, dat het zeer goed is. We stoppen op de grote sabbat van het 50ste  jaar, om te verademen, om te zien hoe goed alles is.

Op de 7de  dag, op het 7de  jaar, op het 7 maal 7de  jaar, willen we verpozen, en kijken naar de Bron van ons leven. Want, wij zijn niet zélf de bron van ons leven, van onszelf, van onze wereld.  De 7de  dag, het 50ste  jaar, is er om te erkennen, om te danken en om te hopen.

- Om te erkennen dat God, onze Schepper, het allemaal gedaan heeft, het allemaal doet, zij het door onze handen.  Om te erkennen dat we niet zelf gekozen hebben om in de wereld te komen, of dit of dat te worden: om Vlaming te zijn bijvoorbeeld, christen te zijn, kloosterling te zijn, getrouwd te zijn of priester te zijn… Niet zelf gekozen, maar wel geroepen, be-roepen...  om ons antwoord te geven.  Tot die erkenning en dat geloof roept de ramshoren van het 50ste  jaar ons op.

- De ramshoren van het 50ste  jaar roept ons ook op om te danken.

Danken voor deze schone roeping die we gekregen hebben in deze wereld, onder deze lieve mensen. Danken voor onze ouders en familie, vrienden, de scouts, die ons geleerd hebben en nog leren goed te antwoorden op onze roeping. Dank aan de mensen van ons dorp; de mensen van ‘de polder’ en van ‘den hoge’; de mensen van Vlaanderen; alle mensen die ons geholpen hebben mens te worden - beeld van God. Dit jubileum is een feest van de liefde, onze liefde als het levende beeld van Gods Liefde.

- Naast het feest van het geloof en de liefde, roept de Yabèl, de ramshoren, ons ook op om te hopen. Want, we zijn maar simpele arme menskens, met onze tekortkomingen en zonden.

Het 50ste  jaar in de bijbel is een jaar van kwijtschelding van alle schulden. We vieren nu dat God ons aanneemt en vergiffenis geeft. We mogen er zijn. Onze daden en pogingen en probeersels mogen er zijn. Hij verwelkomt ze, vervolmaakt ze, zet er een kroon op. Geloof, liefde en hoop. Deze 3 goddelijke deugden vieren we in menselijke gedaante in dit 50ste  jaar.

En, dierbare Vrienden, laat me toe u allemaal persoonlijk te betrekken bij deze viering. Gij allen zijt geroepen tot dit leven. Elk van u is geroepen om zijn mens-zijn waar te maken. Allemaal hebt ge een 7de dag, een 50ste jaar om uw roeping te vieren, om te danken voor al het goede dat er in u is en in uw mensen; om te hopen ook dat onze Heer uw werk en leven zal voltooien en uw tekorten en fouten zal heel maken.

Ik wens mezelf en u allemaal hartelijk proficiat met dit jubileum. God heeft het gedaan. God doet het nog. God zal het blijven doen, over de dood heen. Geloof, liefde en hoop. Amen.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP     


PATER DEBOUTTE 10 JAAR OVERLEDEN

Ben Van Vossel

De glimlach en de ernst van pater Alfred Deboutte komen mij nog af en toe voor ogen. Hij had iets van een kind: blij met het minste. ‘Een kinderhand is gauw gevuld’, zei vader zaliger vaak. P. Alfred kon blij zijn met kleine dingen, een bloem, een boom, de zang van vogels. Maar ook met de frisheid van kinderen en jonge mensen. En met de droom en het idealisme van jongeren:  jarenlang begeleidde hij de geëngageerde vlaamsvoelende jongeren in de Rodenbach- en de Lutgardkring. En op het einde van zijn leven was hij heel blij met de grote tas melk die hem werd aangereikt door vrienden in zijn verblijf bij de zusters Redemptoristinnen in Brugge; zijn maag verdroeg al de rest niet meer.

Maar vreugde welde vooral op in zijn hart als hij goed nieuws hoorde op kerkelijk vlak. Hij was verliefd op de Kerk, verknocht aan de Kerk, en dit was nog sterker dan zijn verknochtheid aan Vlaanderen, dat hij ook hartstochtelijk liefhad; dit  laatste verhinderde hem niet om naar koningin Fabiola te schrijven en een doodsprentje te vragen van de ‘katholieke’ koning Boudewijn.

De vreugde van Alfred was nauw verwant met zijn ernst, zijn diepe verknochtheid aan het katholieke geloof. Want dat geloof gaf hem een groot respect voor de natuur, voor het menselijk leven (hij was geëngageerd in actiegroepen tegen abortus) en samenleven (de Vlaamse ontvoogding was voor hem vooral ook een sociaal engagement). Je zou hem een traditionalist kunnen noemen. Maar zijn ernst was een gegronde ernst. In zijn dogmalessen vonden wij hem wat oppervlakkig, hij kon omzeggens een hele ‘summa’ samenvatten in een paar zinnen. De traktaten over geloof, hoop en liefde waar hij normaal toch wel wat weken kon over spreken, vatte hij voor ons, die deze dogmatische traktaten tijdens onze legerdienst niet hadden gekregen, op een paar bladzijden samen. Maar eigenlijk was het zijn scherp verstand dat hem deed zien waar het eigenlijk op aankwam.

Zo had hij een overtreffend woord boven zijn leven hangen dat hij ook in ieder gelovige en priester trachtte te ontdekken: ‘le sens de l’Eglise’ (deze flamingant dacht ook wel eens in het Frans; had trouwens in het Frans school gelopen), de kerkzin, het meevoelen met de kerk, het aanvoelen waar het hart van de Kerk naar uitgaat of waar de kerk echt waarde aan hecht. En uiteindelijk gaat het dan over de gehechtheid aan Christus, de ware weg naar het leven.

Zijn sociale gerichtheid is een aspect dat we bij pater Deboutte wel eens over het hoofd zien. Ik weet niet of hij die microbe had opgedaan van pater Jos Schotsmans, maar hij was er echt door gebeten. Getuige daarvan de vele documentatie (door Geloof en Leven v.z.w. doorgegeven aan het archief van de Provincie Vlaanderen) die hij heeft nagelaten omtrent achtergestelde buurten. Hij is actief geweest in de Missiestaties voor pastoraal buurtwerk in de volksbuurt van de Burgemeesterstraat in Leuven en later in de Zevenslapersstraat. Zijn liefde voor de (vervolgde) kerk én de Congregatie van de Allerheiligste Verlosser brachten hem tot morele en materiële hulpverlening voor de opleiding van jonge Redemptoristen in Oekraïne.  Dit was een van de bekommernissen op zijn oude dag. Voor velen is pater Alfred een anker geweest in persoonlijke en kerkelijke onzekerheden. Daarom gedenken wij hem dankbaar.

Uiteraard zijn wij als redactie van ‘Geloof en Leven’ p. Alfred Deboutte blijvend dankbaar omdat hij ons tijdschrift heeft gered van opheffing. Uit compassie werd hem door de toenmalige provinciaal toegestaan het tijdschrift in 1996 nog wat verder uit te geven. Na het overlijden van p. Alfred (dec. 1996) werd het door het kapittel van de Provincie Vlaanderen uit handen gegeven aan de Gemeenschap Maria-Kefas. We citeren uit het eerste nummer dat na zijn dood  verscheen en waarmee de jubileumjaargang van 100 jaar “Geloof en Leven” werd afgesloten:

“Het was het verlangen van P. Deboutte dat ‘GELOOF EN LEVEN’  zou blijven verschijnen maar zich resoluut zou inschakelen in “de Nieuwe Evangelisatie”.

Dit thema, de Nieuwe Evangelisatie, maakte hem de laatste maanden zo enthousiast dat hij - ondanks zijn ouderdom - met nieuwe ijver door wou gaan met “Geloof en leven”, ook na de honderdste jaargang.

Om aan dit verlangen van P. Alfred Deboutte te kunnen beantwoorden, hebben we toen beroep gedaan op de jonge, evangeliserende Gemeenschap Maria-Kefas. Deze katholieke Lekengemeenschap, die actief betrokken was bij het apostolaat rond het Redemptoristenklooster van Gent, heeft het op zich genomen om Geloof en Leven verder te laten verschijnen als een Driemaandelijks Tijdschrift, dat zich inpast in de oproep van Paus Johannes-Paulus II voor een Nieuwe Evangelisatie.  

Enige Redemptoristen, die reeds samenwerkten met deze Gemeenschap, hebben zich verder mee ingezet opdat dit alles op een zo goed mogelijke manier zou verlopen….

  EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP     


WAT DE HEER VERFOEIT

“Dit zijn zes dingen, die de HEER verfoeit,

ja, zeven, die Hem een gruwel zijn:

hoogmoedige ogen en een leugenachtige tong,

handen die onschuldig bloed vergieten,

een hart dat heilloze plannen smeedt,

voeten die zich haastig reppen naar het kwade,

een valse getuige die leugens uitslaat

en degene die ruzie teweegbrengt onder broeders.”

(Spreuken 6,16-19)

  EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP     



DOODSTRAF ETHISCH VERANTWOORD ?

Naar gegevens van Katholiek Nederland en Zenith 22/06/2006.

In aug. 2006 zou Saddam Hoessein berecht worden. Aanklacht was een moordpartij in een Sjiïetisch dorp waar een aanslag op de president was gepleegd. Een volgende en zwaardere aanklacht was de ethnische zuivering op (tien-)duizenden Koerden; chemische Ali had van dat laatste zijn actieterrein gemaakt.  

Kardinaal Poupard, de voorzitter van de pauselijke Raden voor Interreligieuze dialoog en Cultuur heeft er enige tijd terug sterk op aangedrongen dat deze gewezen president van Irak niet ter dood zou worden veroordeeld: “een mensenleven is altijd onschendbaar”.  Irakese Sjiieten en Koerden zullen hier wel een andere opvatting over hebben, aangezien speciaal tegenover hen Saddam Hoessein nogal wreedaardig is opgetreden met massa-executies en gasaanvallen.

En om helemaal eerlijk te zijn: in haar eeuwenlange geschiedenis heeft de kerk ook wel eens andere opvattingen verdedigd. Met name de moord op een tiran, of het recht van een staat om zware criminelen ter dood te veroordelen, daarover bestond nogal verschil van mening onder katholieke moralisten. De Kerk is wat dat betreft ook kind van haar tijd.

Maar anderzijds gaat ze vaak wel voorop in de groei naar een fijner ethisch aanvoelen en wat daartoe benadrukt zou moeten worden.  In dit concrete geval wil de kerk een sterk voorbeeld geven om haar stelling te onderlijnen tot radicaal respect voor het menselijk leven.

De tegenwoordige argumentatie van de katholieke stelling dat de doodstraf niet mag uitgesproken worden is eigenlijk de geloofsovertuiging dat ieder persoon een schepsel van God is en dat dus niemand kan beschikken over leven en dood van een ander. We behoren God toe.

Maar als gewone mensen vragen wij ons soms af of we toch geen uitzondering moeten maken voor grote misdadigers, doders van onschuldigen, daders van kindermisbruik, of in het geval van genocide en racistische moorden … ?

“Het leven is een geschenk en dat is een universeel principe waarop geen uitzonderingen mogelijk zijn, aldus kardinaal Poupard. “Alle schepselen, de meest onfortuinlijken inbegrepen, zijn geschapen naar beeld en gelijkenis van God”. Hoe de natuur of de mens die gelijkenis ook verduisterd heeft, wij kunnen niet in de plaats van God treden.

Om te besluiten geven we hier ook nog een vrij recente stellingsname van de Poolse kerk met anderzijds het opmerkelijk resultaat van een petitie (Kerknet Vlaanderen 25/08/2006).

De aartsbisschop van Lublin, Mgr . Josef Miroslaw Zycinski, heeft officieel afstand genomen van de uitspraken van de populistische “Liga voor het Gezin”, een van de partijen die in Polen mee aan de macht is. Deze had eerder gepleit voor de herinvoering van de doodstraf voor moordenaars en pedofielen. Volgens de Liga is dat ook in overeenstemming met de leer van de katholieke kerk.

In zijn reactie stelt Mgr. Zycinski echter dat de leiders van de partij hun visie willen voorstellen alsof die op christelijke principes gebaseerd is. “In werkelijkheid baseren ze zich op het brutale principe dat wie zich niet kan aanpassen moet uitgesloten worden uit onze menselijke samenleving.” De aartsbisschop herinnert er ook aan dat paus Joannes Paulus II meermaals opriep tot respect voor het menselijke leve n, vanaf het begin tot het einde. Hij verwerpt dan ook met klem de oproep voor de herinvoering van de doodstraf.

Ondertussen heeft de Liga voor het Gezin wel al een half miljoen handtekeningen  ingezameld, vereist voor een referendum over de doodstraf.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP     


MISSIONARIS IN BEIROET

Pater Timon De Cock, 52 jaar missionaris in Libanon

vertrok op 26 augustus 2006 opnieuw naar Beiroet

Gewoonlijk als er over Libanon gesproken wordt, is het bijna altijd in negatieve zin: oorlog, vernieling, dood… Goddank zijn er nog zeer veel positieve aspecten aan het land.

Onze missiepost is nog altijd jeugdig, nogal bloeiend en toch zeer verscheiden in activiteiten van alle soort. Onze kerk (een paterskerk) wordt bezocht door mensen van alle ritussen, vooral dan Maronieten en Chaldeeërs, katholieken en Orthodoxen. Deze kerk, toegewijd aan O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand, is een echt licht in onze omgeving. Onze omgeving is christen, maar reeds komen de moslims wonen tussen de christenen. We mogen zeggen ongeveer 50%. De verhoudingen in de samenleving is niet altijd ideaal. Er zijn veel kleinere onlusten, vooral tussen de Sjiieten en de Assyrisch Orthodoxen. Maar over het algemeen is de samenleving vredig.

Dan hebben wij onze school en lokalen voor de jeugd. In onze school is iedereen welkom. Zo is de kleine meerderheid christen en de rest moslim. Voor wat de christenen aangaat zijn dat Katholieken en Orthodoxen. De moslims zijn verdeeld in Soenieten (een kleine minderheid) en Sjiieten, waaronder zeker een aantal aanhangers van de partij Hesjbollah. Er wordt echter niet aan politiek gedaan. We werken voor de intellectuele, religieuze opvoeding. Er zijn 17 leerkrachten, katholieken en orthodoxen. Er waren 320 kinderen tot het 6de studiejaar, met een speciale klas voor de Irakese kinderen die gevlucht zijn uit Irak. Deze bereiden zich voor om uit te wijken naar Australië, dit wil zeggen dat ze wachten op hun visa (2 maand tot 3 jaar wachten). Onze wijk is een der meest verlatene van het land. Er is weinig interesse voor de problemen van onze mensen. Op 20 minuten gaans, dus even buiten onze wijk, weten zeer veel mensen niets over onze wijk. Ze weten eenvoudigweg niet dat hij bestaat.

De grote problemen van de miserie zijn: werkeloosheid, levensduurte, lage lonen, ziekten; als er iemand ernstig ziek is in een gezin, betekent dat een echte ramp. De oorlog heeft die situatie veel, veel verslecht.

We vertrekken nu terug, langs Damascus, en leggen onze toekomst in Gods handen en onder de bescherming van Onze Lieve Vrouw.

  

De school van pater Timon in de christelijke armenwijk van  Beiroet wordt niet erg gesteund van staatswege en dat zal er wegens de voorbije gebeurtenissen vast niet op verbeteren. Wij nodigen onze lezers en hun vrienden uit om dit jaar dit sociale, oecumenische, gemeenschapsopbouwende mooie werk te steunen. Uiteraard door ons gebed maar ook door kleine of grote geldelijke steun   


EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP     



DE TEMPEL VAN DE HEER  

Ben Van Vossel

Mensen bouwen tempels

Dat moet nogal iets geweest zijn die tempels in de Oudheid. Wellicht is het in de heel verre oudheid iets eenvoudiger geweest: een rots, een boom, de zon. Daarna wat opgestapelde stenen. Maar later verschijnen hier en daar van die bouwwerken;  ik ben het niet chronologisch nagegaan, maar India en andere landen van het verre Oosten hebben zo hun reuzentempels gehad, bovendien zeer mooi versierd met kunstig gehouwen stenen. Egypte, Babylon, en de Asteken- en Majatempels zijn er ook nog als getuigen… En wat met de dolmen en de beelden op de Paaseilanden? Bij de Israëlieten waren het aanvankelijk ook maar wat stenen die aan een Godservaring deden denken (‘Hier heb ik God sterk ervaren’, Bethel bv.), later een wat verzorgder altaar in openlucht. In de tijd van de Uittocht hebben we dan de “tabernakel”, die omheining van grote afmetingen voor de dierenoffers, de reiniging van de dieren en de mensen, en dan de tent: het heilige en tenslotte het heilige der heiligen met de tafels van het verbond en nog wat heilige zaken. In het Beloofde land bouwen ze een echte tempel. Maar het is wachten op koning Salomo alvorens zij ook een tempel met allure bezitten waarin ze kunnen samenkomen en waar men offers kan brengen aan God.

Het land geraakt echter verdeeld en in Silo blijft er een godsplaats, de Samaritanen verwijzen naar de berg Gerizzim (Joh. 3.). Herodes de Grote zal opnieuw een prachtige tempel laten bouwen in Jeruzalem. Door de Romeinen zal ook deze tempel met de grond gelijk gemaakt worden na de Joodse oorlogen. De Joodse christenen hadden stilaan begrepen dat God niet woont in wat door mensenhanden is gemaakt… Ook Jezus had reeds het relatieve van de tempel aangeduid (zie verder). Dat neemt niet weg dat het tempelplein ook vandaag voor gelovige Joden nog steeds een plaats is van sterk gebed.


Kerken – basilieken – kathedralen

Ook de christenen kwamen samen om te bidden. Aanvankelijk “in een of ander huis”. En stilaan werden die gebedsplaatsen wat groter, tot kerken en basilieken. Maar toen was het reeds staatsgodsdienst geworden. Het waren plaatsen van gelovig samenkomen en in het Westen ook de plaats waar in het ‘tabernakel’ het Eucharistisch brood werd bewaard, teken van de sterke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie. Vanuit nieuwtestamentische geschriften beseffen ook wij evenwel het relatieve van stenen gebouwen. Het belangrijkste zijn niet de materiële stenen, maar de geestelijke stenen: de gelovigen zelf. En de tempel is het geheel van de gelovige gemeenschap waarbinnen God geloofd en geprezen wordt en door wie Hem geestelijke offers worden gebracht, het offer van een God toegewijd leven.  Petrus drukte het in zijn Paasbrief reeds als volgt uit: “4 Treedt toe tot Hem (Christus), de levende steen, door de mensen verworpen maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God. 5 Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel. Draagt als een heilige priesterschap geestelijke offers op, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus.” ( 1 Pt . 2,-5)

Een lied

De Heer leeft in ons, in zijn heilige tempel.

Laat ons zingen voor de Heer!

De Heer leeft in ons, en Hij heiligt zijn kinderen.

Laat ons houden van de Heer!

Zing voor Hem, zing voor Hem,

Laat ons zingen voor de Heer.

Hou van Hem, hou van Hem,

Laat ons houden van de Heer.

  

En toch

En toch is het van belang dat de Jezusgemeenschap ook kan samenkomen in een materiële ruimte. Bij ons is er immers de regen, bij de Eskimo’s wellicht de kou, en in de tropen de stekende zon of de regen in het regenseizoen… Anderzijds kunnen sommige omstandigheden een uitnodiging zijn om Eucharistie te vieren onder de wijdse hemelkoepel, in openlucht.

Er staan in het evangelie trouwens een paar treffende teksten omtrent de zinvolheid van de tempel. Reeds in verband met de kinderjaren van Jezus komt de tempel ter sprake. Zijn opdracht in de tempel, zijn achterblijven in de tempel. En zoals het gezin waarin Hij was grootgebracht trekt Jezus als gelovige Jood ook vaak op naar de tempel of naar het gebedshuis (de synagoge)  en in zijn parabel van de farizeeër en de tollenaar die beiden in de tempel aan het bidden zijn, zien we toch twee personen die in een persoonlijke relatie treden tot God. Zoals Jezus met zijn groep leerlingen treffen we later ook de apostelen met hun eerste volgelingen aan in de tempel.

Wij moeten ook bedachtzaam zijn in het sluiten of afbreken van gebedsruimtes en kerken. Er komen daar gelovige mensen afzonderlijk en gezamenlijk om in de aanwezigheid te treden van God. Zij hebben daar met God gesproken, gebeden, elkaar ontmoet als gelovige mensen en door die gezamenlijke aanwezigheid elkaar ook opgebouwd en gesterkt in het geloof. In die kerk ben ik gedoopt. Daar hebben mijn kinderen hun eerste communie gedaan. Daar is mijn zoon getrouwd… Daar heb ik een sterke Godservaring gehad. Daar hebben we gezongen voor God…


Anderzijds

Het leven gaat evenwel verder, ook al is uw kerk gesloten. Je zoekt het dan wat verder… als het even kan. Sommigen haken af wanneer hun locale kerk gesloten wordt.

Wanneer vrienden van Jezus Hem met bewondering wijzen op de pracht van de tempel, zegt Hij heel ontnuchterend – maar vast niet met jubel in zijn stem- : “Ziet ge dit alles? Voorwaar, Ik zeg u: geen steen zal hier op de andere gelaten worden, alles zal worden verwoest” (Mt.24,2).

Jezus staat hiermee gewoon in de lijn van de profeten. Lees eens wat de profeet Jeremia aan het volk moet zeggen en luister vooral naar de redenen waarom dit alles gebeurt: “1 Dit woord van Jahwe kwam tot Jeremia: 2 Ga naar het huis van Jahwe en verkondig daar in de poort deze boodschap: Luister naar het woord van Jahwe, mannen van Juda, die door deze poort gaat om u voor Hem neer te buigen. 3 Dit zegt Jahwe van de machten, Israels God: Beter uw leven, dan laat Ik u wonen op deze plaats. 4 Vertrouw niet op de valse leus: `Dit is de tempel van Jahwe, de tempel van Jahwe, de tempel van Jahwe!’ 5 Maar beter uw leven, behandel elkaar rechtvaardig, 6 verdruk geen vreemdeling, weduwe of wees, vergiet geen onschuldig bloed op deze plaats en loop niet achter andere goden aan, tot uw eigen verderf. 7 Dan laat Ik u wonen op deze plaats, in het land dat Ik aan uw voorvaderen gegeven heb voor altijd. 8 Maar gij vertrouwt op valse, waardeloze leuzen. 9 Gij steelt, gij moordt, ge pleegt echtbreuk, ge zweert vals, ge offert aan de baäls en loopt achter andere goden aan, die gij nooit hebt gekend. 10 En dan durft ge in dit huis dat mijn naam draagt nog voor mij verschijnen en zeggen: `We zijn veilig!’ Maar ondertussen blijft ge al die wandaden bedrijven. 11 Is het huis dat mijn naam draagt, in uw ogen soms een rovershol? In mijn ogen beslist niet - godsspraak van Jahwe -. 12 Ga eens naar de plaats in Silo, waar Ik vroeger mijn naam heb gevestigd, en kijk wat Ik daarmee gedaan heb om de wandaden van Israel, mijn volk. 13 Welnu, omdat gij dergelijke dingen doet - godsspraak van Jahwe -, omdat ge niet luistert, ofschoon Ik voortdurend tot u heb gesproken, niet antwoordt, ofschoon Ik heb geroepen, 14 daarom zal Ik met dit huis dat mijn naam draagt en waar ge zo op vertrouwt en met de plaats die Ik aan uw vaderen gegeven heb, hetzelfde doen als Ik met Silo gedaan heb” (Jer. 7,1,-14).

En als een Samaritaanse vrouw Jezus om uitleg vraagt waar je God nu eigenlijk moet aanbidden “in Jeruzalem of op de berg Gerizzim”, krijgt ze deze woorden voorgeschoteld: “Geloof Mij, vrouw, zei Jezus haar, er komt een uur dat gij noch op die berg noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. 22 Gij aanbidt wat gij niet kent; wij aanbidden wat wij kennen, omdat het heil uit de Joden komt. 23 Maar er zal een uur komen, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. De Vader toch zoekt mensen die Hem zo aanbidden. 24 God is geest, en wie Hem aanbidden moeten Hem in geest en waarheid aanbidden” (Joh. 4,21-24).

In feite is dit alles geen verwensing van gebouwen en het brengen van offers, het is een oproep tot innerlijke toewijding aan God.  Daarom zijn deze woorden uit de Hebreeënbrief die in de mond van Christus worden gelegd, ook een dringende uitnodiging tot iedere gelovige:

“… het is ook uitgesloten dat het bloed van stieren en bokken zonden zou wegnemen. 5 Daarom zegt Hij dan ook, als Hij in de wereld komt: Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor Mij een lichaam bereid. 6 Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen. 7 Toen zei Ik: Hier ben Ik. Zoals er in de boekrol over Mij geschreven staat, Ik ben gekomen, o God om uw wil te doen” (Hebr. 10,4-7).


Oprechte eredienst

Bij het betreden van een kerk mogen we echt het besef hebben dat God daar is. Hij is daar op een heel sterke wijze als het heilig Sacrament daar aanwezig is. We mogen echter beseffen dat God ook in ons woont, dat wijzelf een tempel zijn van de Heer en dat wij – of we nu in een kerk zijn of om het even waar – Hem altijd kunnen aanbidden. De tempel van de Heer is daar waar mensen Hem aanbidden en dienen.

Wij brengen God onze lofprijzing in onze parochiekerk, maar wij eren Hem ook in ons hart, door ons hele leven, ons werken, onze ontspanning, onze dienstbaarheid… Gods wil vervullen is de geestelijke eredienst. En de offerande die we Hem brengen zal ook vooral onze barmhartigheid zijn naar medemensen toe (Mt.9,13).

Wat een vreugde!

Wat een vreugde, Heer, in uw tempel te mogen verblijven, permanent, zowel tijdens gebedsmomenten en vieringen als onderweg en heel de dag door; wat een vreugde U nabij te weten, luisterend, met aandacht, met zorg, met goddelijke liefde! Een lof- en danklied voor de Heer!

  EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP     


KLOOSTER – KERK – LOSLATEN

Magda De Wilde

 “Voor de Paters van de Voskenslaan”- Zondag van de ‘Goede Herder’ 7 mei 2006

Loslaten,

stenen, muren,

kloostergebouw, kerk,

huis …

en thuis,

omkadering van wat God

ons in al die jaren gaf.

Loslaten,

oase van groen in de stad,

wandeling in ochtendlicht,

in avondrust,

een groet aan ’t Beeld:

Kruis, Maria, Heilig Hart.

Loslaten

stap voor stap,

in dankbaarheid aanvaarden

vermindering van kracht,

de ouderdom:

het ‘aardse huis’

dat afgebroken wordt.

Loslaten,

weten in vertrouwen,

verder gaan

in volgzaamheid en trouw,

de Goede Herder na.

Ontlediging,  

vereniging,

gebed:

‘De vreugde in de Heer,

is mijn kracht.’

Amen

    EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP     


AMNESTY INTERNATIONAL OP VINGERS GETIKT

Een bericht van  Katholiek Nederland en Reuters 21/06/2006

 

Het Vaticaan heeft door kardinaal Renato Martino Amnesty International laten waarschuwen dat hun goede naam in het gedrang zal komen als ze als mensenrechtenorganisatie abortus uit het strafrecht wil halen. Kardinaal Martino is voorzitter van de Pauselijke Raad Justitio et Pax, een zeer sociaal ingestelde pauselijke commissie.

Amnesty zou immers een ledenraadpleging begonnen zijn om haar twee miljoen leden te vragen of de organisatie moet overgaan tot herziening van haar neutrale standpunt aangaande abortus en landen voortaan moet aansporen abortus uit het wetboek van strafrecht te halen.  


Gediskwalificeerd

Als Amnesty zich gaat inzetten voor de decriminalisering van abortus “zijn ze gediskwalificeerd als verdedigers van mensenrechten”, aldus Martino. De kardinaal die zijn waardering uitsprak voor de mensenrechtenorganisatie waarschuwde dat Amnesty de steun van katholieke activisten verliest indien de organisatie abortus als mensenrecht gaat beschouwen.

“Als ze zeggen reproductieve rechten  bedoelen ze immers het recht op abortus. Verdedigen ze dan de rechten van iedereen? Nee! Niet van de ongeborenen want de ongeboren zullen worden vermoord”, aldus Martino vandaag in Singapore in een interview met persbureau Reuters.


Wie sloot eigenlijk een pact met de duivel?

De verhoudingen tussen de Heilige Stoel en Amnesty op het gebied van abortus zijn trouwens reeds gespannen sinds Amnesty in het jaar 2000 groepen ondersteunde bij de Verenigde Naties lobbyden voor het opnemen van het recht op abortus in een verklaring over vrouwenrechten.

Amnesty beschuldigde het Vaticaan er dat jaar van een ‘pact met de duivel’ te hebben gesloten met een aantal moslim- en ontwikkelingslanden om te voorkomen dat het recht op abortus in het internationale recht zou worden opgenomen.

Amnesty heeft het bestaan van een algemeen geldend recht op abortus altijd ontkend. De Canadese, Nieuw-Zeelandse en Britse afdelingen van de mensenrechtenorganisatie hebben onlangs echter ingestemd met het opnemen van het recht op abortus in toekomstige campagnes.


Nog geen besluit

“Er is een discussie gaande onder onze leden, maar er ligt nog geen besluit op tafel”, aldus een Amnesty-woordvoerder in Londen. Dat besluit kan volgens hem trouwens nog wel enkele jaren op zich laten wachten.

  

EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP     



PAUS BENEDICTUS KAMPIOEN OEKUMENE

Kerknet Vlaanderen 2/08/2006

Volgens ‘The National Catholic Reporter’ wint paus Benedictus XVI steeds meer erkenning als ‘kampioen van de christelijke eenheid’. De Catholic Reporter verwijst in dat verband naar de toenadering met de Russisch-orthodoxe Kerk en de lof en dankbaarheid van de patriarch van Moskou, Aleksej II, voor paus Benedictus.

Bisschop Brian Farrell, de secretaris van de Pauselijke Raad voor de Christelijke Eenheid, zei aan The National Catholic Reporter dat elke paus zijn eigen stijl heeft. Paus Benedictus XVI ervaart volgens hem dat het christelijke getuigenis in de wereld sterk verzwakt is, daardoor is een gemeenschappelijk christelijk getuigenis in zijn ogen meer dan ooit noodzakelijk. Bisschop Farrell, een van de belangrijkste oecumenespecialisten van het Vaticaan, herinnert er ook aan dat de paus al vanaf het begin van zijn pontificaat het belang van het herstel van de volledige en zichtbare eenheid van de christelijke kerken onderstreepte en daarvan ook een van de hoofdbekommernissen van zijn pontificaat maakte.

Drie krachtlijnen

In zijn oecumenische visie laat de paus zich leiden door drie belangrijke krachtlijnen.

1- De eerste is zijn opvatting dat het christelijke engagement in de bovennatuurlijke realiteit van de doop gevestigd is. De orthodoxe bisschop Dimitrios van Xanthos waardeert in het bijzonder dat de paus bij de oecumenische dialoog niet zomaar naar compromissen en de grootste gemene deler zoekt. Ook de Amerikaanse baptistische professor Timothy George, tevens uitgever van Christianity Today, prijst de benadering van de paus en het belang van het ‘controversiële’ Dominus Iesus. Toch meent hij dat de paus daarin de aanzet geeft voor ‘het soort oecumene dat nodig is’.

2- De tweede krachtlijn is de ‘spirituele oecumene’, waarin elk individu zich engageert voor gebed, bezinning over het eigen leven, de uitzuivering van het geweten en de openheid naar de naastenliefde. Volgens professor Timothy George van Christianity Today kan er in dat verband heel wat samen gebeuren. Daarbij denkt hij aan gemeenschappelijk gebed, de verspreiding en vertaling van de Bijbel en gemeenschappelijke bijbelstudie. Hij verwijst tevens naar de feitelijke oecumenische samenwerking rond de bescherming van het menselijke leven en de bevordering van het gezin.

3- De derde krachtlijn is de nadruk van paus Benedictus XVI op de rol van de Heilige Geest. Tijdens zijn pausbezoek aan Polen, in mei, zei de paus dat hij ervan overtuigd is dat we de christelijke eenheid niet op eigen kracht kunnen bereiken en dat we daarvoor vooral gebed nodig hebben. “De paus bleef er maar aan herinneren dat de eenheid een geschenk is van de Heilige Geest”, zegt bisschop Farrell. Ook de orthodoxe bisschop Dimitrios is ervan overtuigd dat er ooit een dag komt waarop de Heilige Geest ons naar die eenheid zal leiden.

  EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP     



KATHOLIEK STANDPUNT STAMCELLENONDERZOEK

Kerknet Vlaanderen 1/08/2006

Pater Tadeusz Pacholczyk, de directeur van het Amerikaanse ‘Nationale Katholiek Centrum voor de Bio-ethiek’ en een van de bekendste katholieke bio-ethici, verwerpt de mythe dat de katholieke Kerk gekant is tegen onderzoek op stamcellen. “Integendeel, de katholieke Kerk is daarvan een fervent voorstander”. Pacholczyk deed zijn uitspraken tijdens een voordracht in het Joannes Paulus II Centrum voor de nieuwe evangelisatie in Denver.

Van de vier methoden om menselijke stamcellen te winnen (uit menselijke embryo’s, van beenmerg, van weefsel of organen van volwassenen) is het winnen van stamcellen van menselijke embryo’s altijd een moreel kwaad, omdat die methode impliceert dat het leven van het embryo vernietigd wordt. Maar Pacholczyk onderstreept dat de katholieke Kerk wel gewonnen is voor andere methoden, die het menselijk leven niet aantasten.

“Media en politici blijven herhalen dat enkel stamcellen van vernietigde embryo’s de ziekten van meer dan 100 miljoen patiënten kunnen genezen. Maar nog geen enkel menselijk wezen of dier is door zo’n onderzoek genezen (…) In tegenstelling tot embryonale stamcellen hebben stamcellen van weefsel van volwassenen of zwangerschappen wel al indrukwekkende resultaten opgeleverd”. Die methoden bieden bovendien het voordeel dat ze moreel minder omstreden zijn en er geen menselijk leven moet bij gedood worden".

Volgens Pacholczyk zijn tientallen ziekten geneesbaar dankzij deze stamcellen, waaronder leukemie, kwetsuren aan het beendermerg en hartziekten. Hij kant zich ook erg fel tegen het therapeutisch klonen: “Het is een mythe dat het therapeutisch klonen geen schending is van het menselijk leven”. Pacholczyk noemt deze methode intrinsiek kwaad, “omdat hierbij enkel leven gecreëerd wordt, om het voor onderzoeksdoeleinden te vernietigen”.

  EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP     

  


WETENSCHAPSMENS EN GELOVIGE

Een citaat van Blaise Pascal

Ondanks zijn grote rationaliteit was Pascal geen rationalist, maar boog hij het hoofd voor het christelijk mysterie. Malcolm Muggeridge vat dit samen  in zijn boek ‘Jezus, de levende mens’ blz. 20 (Uitg. Ambo 1976):

“De sleutel voor de(ze) schijnbare tegenstrijdigheid tussen Pascal, de man van de wetenschap die scrupuleus de feiten observeert en hun belang afweegt, en Pascal, de christen die zijn hoofd buigt, knielt, zijn trotse geest vernedert voor de Moeder-Maagd van Jezus, ligt in het éne woord ‘geloof’; wat de schrijver van de Brief aan de hebreeën noemt: Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.”

En Muggeridge geeft  in een paar korte zinnen aan het einde van zijn boek zijn eigen geloofsvisie en -getuigenis: “Of Jezus is er nooit geweest, óf Hij is er nog steeds. Als een typisch product van onze verwarde tijd, met een sceptische geest en een sensuele aard, verzeker ik, schroomvallig en onwaardig, maar met de grootste zekerheid, dat Hij er nog steeds is.” (blz. 192)

      EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP     



VAN BABYGELOVIGE  TOT VOLWASSEN CHRISTEN
een uitnodiging, een uitdaging.

Ben Van Vossel

Denkend geloven

In het verleden verkondigden allerlei predikanten hoe het belangrijk was voor de christen dat hij zijn geloof leerde te verantwoorden.  Men vond dat je wat meer moest weten over je geloof, je moest een ‘mondige christen’ zijn, je simpele geloof wat optrekken tot een meer verantwoord, rationeel doordacht geloof... Een lofwaardige onderneming.

 

Gelovig leven

Maar er mag nog iets meer gebeuren. Iets dat oneindig belangrijker is om van een babygeloof te komen tot een volwassen geloof. Ik bedoel dat we moeten kunnen komen tot een persoonlijke relatie met Christus en niet mogen blijven staan bij een ‘weten’, bij geloofskennis, of bij wat vrij egoïstische voordelen die het geloof ons soms biedt. We moeten doorgroeien naar een persoonlijke kennis van Jezus, naar een vriendschapsrelatie met Christus. Die persoonlijke kennis, die relatie met Christus tilt ons op van het manna naar het levende Brood, dat Christus is.

In het evangelie lokt Jezus in feite zelf een confrontatie uit. Hij wil de mensen de overstap doen maken van het brood dat we voor ons lichaam nodig hebben, naar het geloof in Hem, het levende Brood, het groot geschenk van God dat ons van de aarde naar de hemel draagt. De uitnodiging staat er bij: we moeten Jezus ons leven binnenlaten, opdat ons leven helemaal zou openbloeien

Doorgroeien tot een persoonlijke relatie

Ooit zijn we tot geloof gekomen. En misschien zijn we als volwassene ooit tot een volwassen geloof gekomen. Het blijft immers een uitdaging om op een persoonlijke wijze ervoor te kiezen om met God op weg te gaan, om Jezus op een persoonlijke wijze je leven binnen te laten. Het is een blijvende uitdaging om te komen tot een persoonlijke relatie met Christus, om Hem tot koning van je leven te maken, aan wie je al je grote en ook kleine beslissingen voorlegt.

Jezus, het levende Brood, het Brood uit de hemel. Het gaat niet enkel over het Eucharistische Brood dat we mogen ontvangen in elke Eucharistieviering.  Het gaat ook over de aanvaarding van Christus in ons leven en om de praktische toepassing bij elke keuze die we maken om Jezus het voornaamste woord te laten.

Uitnodiging tot volwassen geloof

Eigenlijk blijven wij als christenen vaak  baby’s. Zelfs als we veel over het geloof kennen, over de bijbel en over de christelijke dogma’s.  Een volwassen geloof veronderstelt een persoonlijke relatie tot christus. Dan begint in feite ons echte geloof, als bewust christen.

Dan pas gaan we ook de echte vreugde van het geloof kennen, de echte sterkte, de echte kracht en bemoediging en zullen we met kracht kunnen getuigen. Als we met Jezus door het leven gaan. Als we met Hem spreken, als we met Hem overleggen, als we Hem er voorturend bij halen en hem laten beslissen…

Maar de meesten van ons komen niet tot dat geloof, omdat we alles zelf willen beslissen, omdat we liever onze egoïstische verlangens involgen, omdat we terugschrikken voor wat Christus ons wel zou kunnen vragen…

Eigenlijk zijn wij verwende kinderen: we zijn zo gewend aan snoepjes; het echte krachtige voedsel staat ons niet aan… En we geraken misvormd, we groeien niet uit tot de volwassen gestalte van wat een christen zou moeten zijn.

Vrienden, laten we dan vandaag toch nog maar eens de uitnodiging van Christus tot ons hart klinken: “Ik ben het Brood van het leven: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.”

      EINDE VAN DIT ARTIKEL

EINDE VAN DIT NUMMER 2006_4

   TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP