GELOOF en LEVEN vzw



  
HOME

INHOUD


  TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       


LUCAS IN PADUA BEGRAVEN ? 

Samenstelling: Ben Van Vossel


Waarschuwing

Onze lezers mogen het me niet al te kwalijk nemen dat dit stukje zowat een mengelmoes is van gegevens uit het Nieuw Testament, wetenschappelijke bevindingen, overlevering, vrome verhalen en … legende.  De laatste genoemden zijn wat verdacht, ik begrijp dat heel goed, maar anderzijds kunnen zij puur wetenschappelijke gegevens wel eens een inkleding geven die niet noodzakelijkerwijs mijlenver afwijkt van wat de realiteit wellicht geweest is. Als ze niet in tegenspraak zijn met de bijbelse en wetenschappelijke gegevens en deel uitmaken van soliede overlevering, kunnen zij ons een zinvolle invulling geven van wat het louter wetenschappelijke ons niet kan bieden. Overigens zijn onze mededelingen niet zo wereldschokkend en zijn ze meestal reeds enige jaren gekend.


Een bisschop die klaarheid wou

Volgens een oude overlevering, op haar beurt bevestigd door historische documenten, wordt het lichaam van de evangelist Lucas, tevens de kroniekschrijver van de Handelingen van de Apostelen, bewaard in de Benedictijnerbasiliek van  Padua, Santa Giustina, de heilige Justinabasiliek. Reeds zo’n duizend jaar worden zijn relieken (overblijfselen van zijn lichaam) bewaard in de linkerbeuk van de basiliek in een marmeren sarcofaag, vervaardigd in 1313. Om eerlijk te zijn: men was de aanwezigheid van het lichaam van Lucas vergeten in de loop van de eeuwen. Maar bepaalde wetenschappelijke opzoekingen die gedaan werken in aanloop naar het jaar 2000  lijken die oude traditie nu opnieuw te bevestigen.

Op 17 september 1998 werd de sarcofaag (het zware marmeren omhulsel waarin de oude loden kist geplaatst was) geopend om wetenschappelijke vaststellingen te doen of de overblijfselen inderdaad van de evangelist konden zijn. De bisschop van Padua, Antonio Mattiazzo had de beslissing genomen om een commissie van 14 experten aan te duiden, onder voorzitterschap van de befaamde anatomo-patholoog van Padua, Vito Terribile Wiel Marin, om zowel de relieken (de overblijfselen zelf) als de voorwerpen en documenten die ermee te maken hadden aan een volledig onderzoek te onderwerpen. De vraag waarop zij moesten antwoorden luidde: Zijn de stoffelijke resten in deze basiliek te Padua inderdaad deze van de evangelist Lucas of niet? Ondertussen werd op 18 october 1998, op die dag valt het feest van Sint Lucas,  het geraamte onder een glazen sarcofaag tentoongesteld in de Sinte Justinabasiliek (zie foto).


Lotgevallen van een overleden evangelist

De stoffelijke overschotten in de antieke loden doodskist zijn mogelijk van Lucas de Evangelist. Dit bleek na genetisch onderzoek, uitgevoerd door de Universiteit van Ferrera. De botten werden in Padua steeds aan de heilige toegeschreven.

Dr. Guido Barbujani, een etnologisch geneticus, nam DNA-monsters van een tand die men in de doodskist vond.  Eerder al pasten andere wetenschappers de koolstofmethode toe om de tand te dateren. Resultaat: de tand behoort toe aan iemand die overleed tussen 72 en 416 na Christus. Het onderzoeksrapport van Barbujani en zijn team verscheen in het blad van de National Academy of Sciences in de Verenigde Staten. Dr. Barbujani gaf als conclusie dat de tand dezelfde genetische kenmerken vertoont als het genetisch materiaal van de bevolking in de regio van de oude stad Antiochië in het huidige Syrië. Volgens de overlevering zou Lucas daar geboren zijn; dit genetisch onderzoek zou dat dus bevestigen.  


LUCAS IN PADUA? (2) (Niet in Turijn, natuurlijk)

Samenstelling: Ben Van Vossel

  

Waarom werd de doodskist van Lucas geopend?

We hebben in ons vorig nummer niet verteld waarom precies in 1998 de kist werd geopend, waarvan een duizendjarige traditie geloofde dat ze de stoffelijke resten bevatte van de apostel en evangelist Lucas. In dat jaar 1998 ontving  de bisschop van Padua, Mgr. Antonio Mattiazzo, een brief van bisschop Hieronymos, de orthodoxe metropoliet van Thebe. Daarin vroeg deze zijn katholieke collega om een relikwie van Lucas voor de eerste maar lege graftombe van Lucas in Thebe. Mgr. Mattiazzo was bereid hierop in te gaan maar besloot toen tegelijkertijd de relieken aan een wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen. In 1998 werd dus het 400 jaar oude zegel van de loden kist geopend.   

Iemand uit Antiochië

Dr. Barbujani was expert op het gebied van Europese volkeren. Zijn onderzoek moest uitwijzen of de tand van een man was uit de streek van Constantinopel of van Antiochië. Welnu, zoals we in vorig nummer reeds zeiden, behoorde volgens hem de tand uit de kist wel degelijk aan iemand uit de streek van  Antiochië. Het zou dus eerder om een Syriër gaan dan om een Griek. Hoewel Lucas volgens de overlevering zou gestorven zijn in de Griekse stad Thebe, maakte dit onderzoek dus meteen duidelijk dat de theorie dat het skelet zou toebehoren aan Lucas, die afkomstig uit Antiochië, zeker aannemelijk al kan je dat niet zwart op wit bewijzen.

Een skelet zonder schedel

Tussendoor willen we toch vermelden dat de loden kist de juiste afmetingen had om te passen in het (lege) praalgraf in Thebe (Griekenland) dat daar vereerd wordt als het graf van de apostel en evangelist Lucas. In de loden kist van Padua lag een skelet maar opvallend genoeg geen schedel.  

De schedel werd in 1354 verwijderd door keizer Karel IV en overgebracht van Padua naar de St-Vitus Kathedraal in Praag. “Officieel waren er zelfs twee hoofden van Sint-Lucas, een in Praag en het andere in Rome,” zegt Barbujani. Op verzoek van Mgr. Mattiazzo werd de Praagse schedel naar Padua gebracht. Deze bleek inderdaad perfect te passen op de rest van het geraamte. En de tand, gevonden op de vloer van de doodskist, paste precies in het kaakbeen van het ‘Praagse’ hoofd (Gegevens Katholiek Nederland 2001 DNA-test: botten mogelijk van Sint-Lucas). Zo zou het hele skelet kunnen toebehoren aan de apostel Lucas.   

Lucas en zijn geschriften

We hebben eigenlijk nog niet veel gezegd over Lucas.  Volgens oude bronnen was Lucas een arts die werd geboren in Antiochië en op 84-jarige leeftijd stierf in de Griekse stad Thebe (hoofdstad van de Griekse Regio Boëtie) rond het jaar 150.

Naast het derde evangelie dat in de tweede eeuw door kopiisten van de Griekse handschriften “Evangelie volgens Lucas” werd genoemd, schreef Lucas - waarschijnlijk als vervolg op dat eerste boek - de “Handelingen van de apostelen”.  Door de kopiisten is dit vervolg op zijn evangelie als een afzonderlijk boek behandeld, los van het evangelie. Wegens het feit dat Lucas in de “Handelingen van de Apostelen” zo uitvoerig spreekt over de gemeenschap van Antiochië  is de veronderstelling gewettigd dat hij zelf wellicht lid was van die locale christelijke gemeenschap en gedurende het jaar dat Paulus en Barnabas daar predikten, deze beide mannen goed leerde kennen. Dat moet dan rond het jaar 40 geweest zijn (hij was toen tussen de 26 à 30 jaar). Antiochië werd trouwens zowat de uitvalsbasis voor Paulus’ evangelisatietochten.   

Lucas beter leren kennen

Hoewel hij twee nieuwtestamentische werken schreef, spreekt Lucas niet over zichzelf. In zijn tweede brief aan Timoteüs heeft Paulus het over hem: “Alleen Lucas is bij mij”. (2 Tim. 4,11). Ook in de brieven aan de Kolossenzen en aan Filemon wordt Lucas vermeld. Doordat hij in Kol. 4,14 “de dierbare arts” genoemd wordt, weten we meteen dat hij van heidense afkomst was; een Jood was geen arts (van bloed moest je afblijven of je was onrein!).  Lucas heeft het in de Handelingen – in het tweede deel – vaak over “wij” en laat daarmee aanvoelen dat hij ooggetuige was bij de missietochten van Paulus.

In een zeer oud geschrift de “Canon Muratorius” (een lijst van de boeken met wat commentaar van het Nieuw Testament, waarschijnlijk in de jaren 160-180 te Rome samengesteld) wordt als korte commentaar gezegd dat Lucas de Heer Jezus niet ‘in het vlees’ gezien heeft. En toch geeft juist hij de meest pakkende beschrijvingen van wat er rond Jezus gebeurt, en dit in het meest klassieke Grieks van heel het Nieuw Testament. Als ontwikkeld mens heeft hij ook de bronnen gecontroleerd waarop zijn schrijven berust. Is het dan toevallig dat een derde van de mirakelen en drie kwart van de parabels alleen maar in zijn evangelie terug te vinden zijn? Heeft vooral hij toegang gehad tot die “Quelle-Bron” met vooral woorden van Jezus?  Je hoort ook als het ware de zachte stem van Maria doorheen wat hij verhaalt (overigens met veel aandacht voor de vrouwen). Hij spreekt lang over Maria en laat haar persoonlijkheid naar voor komen. Waarschijnlijk ligt deze schildering van Maria en wat er met haar gebeurt aan de basis van de overlevering of legende dat hij de eerste icoon van Maria en het Kind Jezus zou geschilderd hebben. Treffend bij Lucas is de wijze waarop hij de barmhartige Jezus schildert, zijn verwondering, zijn zachtheid en mededogen. Een mooi evangelie dat van Lucas met nadruk op innerlijkheid.   

Hoe geraakte zijn skelet in Padua?

De kerkleraar Sint Hiëronymus (ong. 347-420) bevestigt dat de urne met de relieken van de H. Lucas van Thebe naar Constantinopel werd overgebracht onder keizer Constantijn in de loop van de 4de eeuw (Augustinus, De viris illustribus VI, I). Professor Vito Terribile Wiel Marin heeft de Thebaanse sarcofaag laten nameten en bevestigt zoals reeds aangegeven dat deze perfect aangepast is aan de maten van de loden kist die in Padua werd geopend. Maar de historici kunnen niet juist aangeven wanneer de stoffelijke resten in Padua aankwamen.

Volgens sommigen zou dit gebeurd zijn na de val van Constantinopel in 1204; anderen dateren de overbrenging evenwel in 1177.  In dat jaar lijkt ze reeds in Padua te zijn waar ze in een marmeren sarcofaag in de Basiliek van St.-Justina werd geplaatst.

Professor Barbujani, de etnologische geneticus, die we in ons vorig nummer reeds lieten optreden, speculeerde samen met zijn collega’s dat de kist (volgens een oude bron overigens samen met de relieken van de ‘toegevoegde’ apostel Matthias) in veiligheid moest worden gebracht voor de heidense keizer Julianus, ‘de Afvallige’ (361-363 n.Ch.). Een andere theorie is dat het gebeurde omwille van de beeldenstorm in de achtste eeuw, de periode van de iconoclasten, toen heel wat religieuze objecten, vooral ook iconen, werden vernietigd. Hier sluit een bepaalde traditie bij aan dat de kist in de 8ste eeuw reeds werd overgebracht door een priester, Urio, die ze wilde redden van de beeldenstormers.  Tot zover de wat verwarde traditie. Daarna beschikken we wel heel wat historische vaststellingen. In 1354: op bevel van keizer Karel IV. In 1463: om te weten of het om de authentieke Sint Lucas van Padua ging of om een naamgenoot die in Venetië was opgedoken. In 1562 werd ze dan weer getoond voor de verering door de gelovigen. Tevoren zijn er nog heel wat meer verificaties geweest, aangezien er in de urne talrijke geldstukken werden gevonden met verschillende datering; de oudste dateert zelfs uit het jaar 299, onder het bewind van keizer Maximianus.

De sarcofaag werd voor het laatst geopend in 1562 en geraakte sindsdien in vergetelheid … tot oktober 1998. (vervolg in volgend nummer)


LUCAS IN PADUA? (3)

Samenstelling: Ben Van Vossel

In onze vorige afleveringen was er in de titel verkeerdelijk sprake van ‘Turijn’ in plaats van ‘Padua’. Met die vergissing waren we in goed (of slecht) gezelschap bij de mensen van Padua die de aanwezigheid van Lucas’ graf in hun midden eeuwenlang volledig vergeten waren. We hebben vorige keer iets meer geleerd omtrent de evangelist Lucas. We stellen in deze aflevering opnieuw vast dat de bevindingen van de wetenschappers zich goed inpassen in wat door de voorbije eeuwen werd overgeleverd en we luisteren tot slot naar een wat volkse overlevering met betrekking tot Lucas.

  

Vergeten schat

Het motief om het graf te openen en een minutieus onderzoek in te stellen was dus de vraag van de Orthodoxe aartsbisschop van Thebe (Griekenland), Hieronymos (1992 ) om een substantiële relikwie van de heilige Lucas te bekomen, aangezien de heilige het eerst in Thebe begraven werd. De Orthodoxe metropoliet was als pelgrim naar Padua gekomen om de heilige Lucas te vereren en dit bracht hem op de idee om een goed zichtbare relikwie te vragen om in het (ledige) graf te leggen in Thebe dat daar nog altijd vereerd wordt. Hij was van mening dat die schenking de oecumene (het streven naar eenheid tussen de verschillende christelijke kerken) ten goede zou komen en ook de broederlijkheid tussen de Orthodoxe en katholieke bisschop van Thebe en Padua. De bisschop van Padua vestigde er de aandacht op dat bij de Orthodoxe metropoliet niet de minste twijfel was omtrent de authenticiteit van de stoffelijke resten van de H. Lucas. Een beetje uitdagend voegde bisschop Mattiazzo er aan toe dat Oosterse Orthodoxe christenen naar Padua gekomen waren, monniken van de berg Athos en nu ook de metropoliet van Thebe om de relieken van Sint Lucas te vereren, terwijl veel inwoners van Padua omzeggens niets wisten over de traditie, omwille waarvan die pelgrims naar Padua kwamen. Hij hoopte dat zijn ‘Paduanen’ zich nu wat meer rekenschap zouden geven van de kostbare en buitengewone schat die zij in hun stad bewaren.

  

Omtrent de ontgraving

Om de kist opnieuw op te graven, te laten openen, de stoffelijke resten wetenschappelijk te laten onderzoeken en bovendien nog een gedeelte af te staan aan de Orthodoxe metropoliet, schreef de bisschop naar kardinaal Vlk, aartsbisschop van Praag (waar het hoofd zich bevond dat had toebehoord aan het skelet in Padua) en hij lichtte de heilige Stoel in.  De Congregatie voor de Heiligverklaringen, die het Vaticaanse Staatssecretariaat consulteerde evenals de Pauselijke raad voor de Eenheid van de Christenen, gaf haar toestemming.

  

Ter gelegenheid van al deze zaken en van het publiek tonen van het skelet van Sint Lucas schreef paus Johannes Paulus II een brief (15/10/2000) waarin hij het had over een “echt kostbaar en bijzonder geschenk dat langs een providentiële weg uiteindelijk in Padua was terecht gekomen, nadat het eerst in Thebe verbleef en later overgebracht werd naar Constantinopel in de basiliek van de Heilige Apostelen”.

  

Niet in tegenspraak met traditie

Tijdens de Middeleeuwen (11de/12de eeuw) werden verscheidene skeletten van heiligen gevonden op het kerkhof van ‘Prato della Valle’, naast het Sinte Justinaklooster. Handschriften van de 14de en 15de eeuw, die zich op oudere hagiografische teksten baseren, brengen een bericht over een laatste ontdekking in het haar 1177. Naast bepaalde wonderen verhalen zij ook over de ontdekking van een ‘titulus’ of inschrift met de Naam van de heilige Lucas; bovendien spreken ze ook van het symbool van de 3 kalveren op de doodskist waarin het skelet lag.  Op dat ogenblik bevond paus Alexander III zich in Ferrara. Een goede gelegenheid voor de abt van het klooster en de bisschop van Padua (Gerardo Offreducci) om de ontdekking aan de paus mee te delen en hem te vragen daarover een verklaring te geven dat de skelet inderdaad die van de heilige Lucas is.

  

Een eerder volkse overlevering omtrent Lucas

In een bepaalde website van Orthodoxe strekking geeft men heel wat meer (historische?) details omtrent de levensloop van Lucas: daarin heeft hij Jezus nog gekend. Hij had gehoord van Jezus’ wonderen en verkondiging (wat dus – zie hoger - door de Canon van Muratori tegengesproken wordt) en daarom was hij van Antiochië (Syrië) naar Galilea gekomen. Hij was zeer bedroefd over Jezus’ dood omdat Jezus zich vrijwillig had overgegeven. Met andere leerlingen stond hij van ver toe te kijken bij Jezus’ kruisiging. Samen met Kleopas was hij op weg naar Emmaüs waar zij Jezus herkenden bij het breken van het brood, nadat Hij hun onderweg de Oudtestamentische Schriften had verklaard die op Hem betrekking hebben. Na de Nederdaling van de H. Geest zou Lucas naar Antiochië teruggekeerd zijn, terwijl hij onderweg in Samaria het evangelie verkondigde. In Sebaste vindt hij de relikwie van Johannes de Doper en hij brengt een arm van het skelet mee naar Antiochië. Zoals ook in andere overleveringen aangegeven ontmoet hij daar de Apostel Paulus en assisteerde hij hem bij het stichten van de kerk van Macedonië. Vanuit de verhalen van Paulus en later vanuit eigen bevindingen schreef hij de geschiedenis van de apostelen (onze latere ‘Handelingen van de Apostelen’). Uiteindelijk belandt hij met Paulus in Rome waar hij tijdens diens gevangenschap zijn enige steun is. Na de marteldood van Paulus maakt hij nog allerlei omzwervingen. Volgens deze traditie is hij langs Gallië nog een tijdlang in Macedonië geweest om tenslotte 22 jaar bisschop te zijn in Egypte (als opvolger van bisschop Annas die door de evangelist Marcus daar was aangesteld). Tijdens zijn laatste reis naar Griekenland werd hij door heidenen gekruisigd aan een (olie-) boom. Bij zijn graf in Thebe gebeurden veel wonderbare genezingen. In 357 bracht de krijgsheer Artemis zijn relikwie over naar Constantinopel. De relikwie werd in 542 herontdekt onder keizer Justinianus. Sedert 1172 bevindt ze zich in Padua. In de Orthodoxe wereld wordt Sint Lucas vooral aanroepen tegen oogziekten.

  

Lucas en de iconografie

Nog volgens deze overlevering wordt Lucas bij de orthodoxe christenen vereerd als schrijver (= schilder) van de eerste icoon van de Moeder Gods en het Kind Jezus. Later ‘schreef’ hij nog twee andere iconen van Maria en toen hij die toonde aan de Moeder Gods zei ze: “Moge de genade van Hem die uit mij geboren is en mijn ontferming met deze afbeelding zijn”.  Hij ‘schreef’ nog iconen van de H. Petrus en Paulus.

Deze Orthodoxe overlevering eindigt met de woorden: “Hij werd de grondlegger van de iconenschilderkunst tot eer van God, van de Allerheiligste Moeder Gods en alle heiligen, tot versiering van de Godshuizen en tot redding van de gelovigen die ze eerbiedig vereren. Amen.”

Van de iconen die aan Lucas worden toegeschreven bevindt er zich een in de basiliek van Padua boven het graf waarin zich zijn stoffelijke resten bevinden. Het is een afbeelding die men de ‘Hodigitria’ heet (‘zij die de weg wijst’; de Moeder Gods wijst op de icoon inderdaad met haar hand naar Jezus "Doe maar wat Hij u zeggen zal" Joh. 2,5).

Rond 1960 werd de icoon van Padua (niet deze die we hier inlasten) gerestaureerd en voor enige jaren werd vastgesteld dat ze uit Constantinopel afkomstig is van rond de 11de-12de eeuw.  Zowel in de katholieke als Orthodoxe kerk wordt de H. Lucas gevierd op 18 oktober.