GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD

GELOOF EN LEVEN 2014 nr 2


Voorpagina        I

Editoriaal    red.    II

Heilige Famlilie in ’t zwart  bvv    41

Maria in huis nemen   red.    43

Hij is bij u    Verwijzingen naar God red.    45

Kromme Peet en Meine   naar Theo Talboom  48

Jezus en Kafarnaüm (4 en Slot)  Ben Van Vossel   51

Geloof en wereld (3 – Slot)  Ben Van Vossel   55

Evangelisatie wereldwijd   Arab Vision   58

Leren uit de geschiedenis   Geïllustreerde wereldgesch. 59

Boerenkrijg in Waasland (8)  Luc de Brant   60

Maria-boodschappen   Relatie tot het evangelie  64

Licht brengen in het duister  Paus Franciscus   66

Vergeten soldaten   Vlaamse Redemptoristen  68

In de vrede van de Heer (Mw.Maria Petit-Jean / Mw Marie-Rose Goubert) 71

The Passion & Medjugorje (1)  Naar Christian Stelzer  72

Het Gezin  Apost. Exhortatie Familiaris Consotio Paus Joannes Paulus II  75

Zalige Idesbald van Ten Duinen  Dom Nivardus van Hove  77

Lachedingen     naar Wandkalender   III

Inhoud         IV

NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA


HEILIGE FAMILIE IN HET ZWART


Op het Feest van ‘De Heilige Familie’ ging ik in de namiddag de Kerk binnen van het ‘Heilig Hart’(een deelparochie van St. Amandusdekenij van Sint-Amandsberg). Het deed me deugd eens een kerk open te vinden. De meeste stoelenrijen waren tegen elkaar geschoven, zodat je wel vooraan moest plaats nemen. Dat deed ik echter niet want vooraan zat een hele groep mensen, allemaal zwarten, en vóór hen stond een man in licht beige kostuum en met halsboord te gesticuleren in een voor mij onverstaanbare taal. Het woord “Asjasja…” kwam er nogal in voor, en natuurlijk ook wel ‘halleluja’ en vooral ‘Amen’, zoals bij de Amerikaanse zwarte predikanten. Ik heb me voorzichtig neergezet op de laatste rij van de ‘geëlimineerde’ stoelen.  


Dat wilde nu toch wel lukken! We waren aan tafel nog in gesprek geweest over de talrijke opkomst indertijd (in de jaren 50 en 60) van de ‘Heilige Familie’; dit was de naam van een soort Broederschap of spiritualiteitsgroep voor leken die gesticht was in Luik en vooral vanuit Redemptoristenkloosters verspreid en in stand gehouden werd.

Maandelijks waren er jarenlang vrij goed bijgewoonde samenkomsten, afzonderlijk voor mannen en vrouwen. In onze kloosterkerk te Sint-Tuiden waren het – in onze herinnering althans - vooral pater Decocker en later Paul De Meyer die met actuele predicatie, gebedsdienst en ook met huisbezoeken bij die gezinnen thuis, de groep van de ‘Heilige Familie’ tot een eigentijdse vorm van evangelisatie wisten te maken. Maar o.m. ook in Antwerpen (Hopland) en Gent (Voskenslaan) kwamen honderden mannen en vrouwen naar hun respectievelijke samenkomsten. Ze hadden zelfs een eigen vlag, waarmee ze wellicht deelnamen aan de sacramentsprocessies…

Nu trof ik hier eind 2013 een eigentijdse “Heilige Familie”-groep.


De gebedssamenkomst van die jonge zwarte gezinnen in de H. Hartkerk deed me echter niet enkel aan die vroegere “Heilige Families’ denken, maar ook aan het Feest van Epifanie (Driekoningen), begin januari, waarmee de eerste kerkgemeenschap reeds duidelijk wilde maken dat Christus niet enkel gekomen was voor de Joodse mensen, maar voor allen (Lees Matheüs 2,1-12). En het deed me deugd te zien dat – terwijl heel wat kerken leeglopen en men moet rationaliseren op de kerkgebouwen - er in ons midden nieuwe jonge christelijke gezinnen zijn die – zelfs op een zondagnamiddag – samenkomen om te bidden en zich te laten vormen. Ik voelde me goed bij die mensen, christenen zoals wij maar met een jonger en vuriger geloof. Ik voelde me gesterkt in mijn liefde voor de wereldwijde kerk met haar vele kleuren en culturen en expressies… Een deugddoende zondagnamiddag op de overgang van 2013 naar 2014! Thanks Lord ! Amen! Hallelujah!

bvv

NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA


MARIA IN HUIS NEMEN

bvv

Mgr. Suenens gaf in Paray-le-monial ooit een onderricht over Maria. Omdat hij vaak sprak voor een oecumenisch publiek, zocht hij een toegangsdeur om ook protestantse christenen het belang te laten inzien van de figuur van Maria. Het was die dag het evangelie van Lucas, met volgende tekst: “De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze. Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef, bleek zij, voordat ze gingen samenwonen, zwanger van de heilige Geest. Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij er over in stilte van haar te scheiden. Terwijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die tot hem sprak: 'Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.” (MT.1,18-23)

In deze tekst bleef kardinaal Suenens stilstaan bij de woorden: “Wees niet bevreesd Maria tot u te nemen” en hij spoorde ook ons aan: “Wees niet bevreesd om Maria in uw leven binnen te laten, want het Kind in haar schoot is van de heilige Geest: Jezus, de Redder.” Er is geen zekerder manier om Jezus te ontmoeten, dan Maria in uw leven een rol te laten spelen; haar rol is immers: Jezus, de God-met-ons, aan u door te geven. Door haar is Jezus tot ons gekomen…


In diezelfde zin van “Maria binnenlaten in je leven” trof me in de Kersttijd een tekst uit “Koningin van de vrede” over Maria (en haar Kind) en hij sloot in feite aan bij volgende tekst uit Lucas: “Terwijl zij daar (= in Bethlehem) verbleven, brak het uur aan waarop zij moeder zou worden;  zij bracht haar zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, ‘omdat er voor hen geen plaats was in de herberg’.”  (Lk.2,6-7)


Tijdens een “gebedsweek voor de genezing van de mensheid” van 19 t/m 27 augustus 2013 die doorging in het Heilig Land, o.m. in de Verkondigingsbasiliek in Nazareth, op een groot plein naast het dorpje Mi’llya, in een kerk in Jaffa, in de Hof van Getsemani, ook in Jeruzalem en zelfs in een grote zaal in Bethlehem. Er waren duizenden Christenen, Joden en Moslims uit het hele Midden-Oosten naar Jeruzalem gekomen. Ook o.m. onze aartsbisschop Mgr. André Mutien Leonard, Mgr. Elias Shakour, Mgr. Boulos Markuzzo, Mgr. William Shomadi en Mgr. Fouad Twal, naast tientallen priesters en ook de best bekende zieneres van Medjugorje Vicka Ivankovic (zie foto hieronder tijdens verschijning van Maria).


Opvallend was dat Vicka tijdens die gebedsweek elke dag in de openbare samenkomsten een verschijning had van de H. Maagd. En treffend was de tussenkomst van de burgemeester van Bethlehem die, op 25 augustus daar in Bethlehem (waar meer dan 5000 personen aanwezig waren in de hal van de Terra-Sancta-school van de Franciscanen) en goed aansluitend bij de woorden uit het Lucasevangelie, zei: “De eerste keer hebben de inwoners van Bethlehem de Maagd Maria niet onthaald… men heeft zelfs de deur voor haar gesloten, maar nu er van een nieuwe mogelijkheid sprake is om haar te verwelkomen… nu zullen we niet verzaken… dit keer zullen wij haar met ons gehele hart in ons huis opnemen.” En toen stak de burgemeester, Mevr. Vera Ghattas Baboun, haar rozenkrans omhoog en begon met krachtige stem te bidden: ‘Wees gegroet Maria, vol van genade…’ En de massa aanwezigen baden mee het Weesgegroet…


Gaan ook wij ons hart en ons leven openstellen voor Maria en haar een plaats geven in ons geestelijk leven, zodat ze de rol kan spelen die de hare is: Jezus geven aan de mensheid en ons naar Hem verwijzen?


NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA


HIJ IS BIJ U (1)

bvv

Wij menen nogal vlug dat God zich toch zo weinig laat zien, zich zo weinig ‘openbaart’. Hij lijkt in deze tijd zowat de mist in getrokken en het is dan ook niet verwonderlijk dat veel mensen menen dat God er gewoon niet is. Zijn telefoon staat altijd op “afwezig”, menen ze.  De Meesters van het (teevee) Scherm en de (geschreven) Pers hebben het dan ook niet moeilijk om daar nog een schepje bovenop te doen. En als die het zeggen, ja, dan kan je al niet anders doen dan te geloven wat zij beweren...

Maar IS dat allemaal wel waar? IS het zo dat Gods gsm altijd ‘uit’ staat? Acht u het echt onmogelijk dat de fout bij ONS zou liggen? Laten wij dat toch maar even nagaan!


Om te beginnen mag je wel vergeten dat er zoiets als een telefoonlijn ligt tussen u en God of dat Hij zo even komt aanbellen.       God werkt (meest-al) anders.

Zo is er het Woord van God: een heel deel Bijbelboeken; daar spreekt God – door de werking van de heilige Geest – ook vandaag nog tot u .

Bovenal is er Jezus, die gekomen is om op een alles overtreffende wij-ze Gods liefde kenbaar te maken. Zijn kruis spreekt boekdelen. Het lege graf trouwens ook: vrijmoedig hebben zijn leerlingen van Hem en zijn verrijzenis getuigd in het Nieuw Testament.

Dat wist u natuurlijk al. Maar blijkbaar is dit toch nóg niet voldoende om Gods aandacht en liefde voor jou duidelijk genoeg te laten spreken en moet Jezus ook vandaag nog Abraham aan het woord laten: ‘Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen ze zich ook niet laten overreden, als er iemand uit de doden opstaat.’ (Lk.16,31)


God geeft ons daarom nog andere tekens en misschien merk je dan dat God toch bij jou thuis langs komt, dat Hij je vriendschappelijk op de schouder tikt, je een oprechte kus geeft of een deugddoende knuffel… Enige van die tekenen willen we onder je aandacht brengen. En als je hart openstaat voor God, zal een of ander teken je wellicht kunnen overtuigen van zijn zorg voor jou en zijn verlangen om met jou in contact te komen.

Misschien ontdek je de antenne in jezelf waardoor je kan inzien dat God inderdaad met jou bezig is. Vraag het aan de heilige Geest.  Je krijgt dan nieuwe glazen in je bril en zelfs een gratis montuur (J).


Kijk nu misschien even met mij naar de diapresentatie die ik onlangs kreeg toegestuurd (je kan ze ook ‘met eigen ogen’ bekijken op onze website: http://www.geloofenleven.be/ .Surf daar naar “Diapresentaties” en dan naar “God is daar”.

Spijtig genoeg kan ik je hier niet die mooie bloemen laten zien die erbij horen. Maar ik geef je als bloementuil…  de begeleidende teksten. Laat die even tot je hart spreken… en vraag je af of het antwoord niet inderdaad een passend antwoord is op de gestelde vraag…


- Heb je ooit het verlangen gevoeld om iets speciaals te doen voor iemand van wie je houdt?

DAT IS GOD die tot jouw hart spreekt...

- Heb je ooit de droefheid en eenzaamheid aangevoeld van iemand die op je afkomt of naast je staat?

DAT IS GOD die jou daartoe uitkoos...

- Heb je ooit aan iemand gedacht die je erg dierbaar is en die je lang niet gezien hebt... en dan opeens staat de persoon voor je?

DAT IS GOD want niets is toeval...

- Heb je ooit iets geweldigs ontvangen waarom je nooit gevraagd had?

DAT IS GOD die alle geheimen kent die jij goed verborgen houdt in je hart...

- Heb je je ooit in een moeilijke situatie bevonden, waarvoor geen oplossing voorhanden was, en als in een oogwenk wàs daar de oplossing?

DAT IS GOD die onvoorwaardelijk onze problemen in Zijn handen neemt en helpt met het oplossen ervan...

- Heb je ooit een immens verdriet in je ziel gevoeld en dan, plotseling – alsof je innerlijk geïnfecteerd raakte met liefde – overspoelde een onverklaarbaar gevoel van vrede en harmonie je hele wezen?

DAT IS GOD die je in Zijn armen houdt en je Zijn Sjalom geeft

- Ben je ooit zo moe geweest van het leven, tot het punt dat je sterven wilde... en dan plotseling vond je weer de kracht om vol goede moed verder te gaan op je tocht naar hoop?

DAT IS GOD. Hij is altijd daar aan jouw zijde, liefdevol geleidt Hij iedere stap van jouw levenspad...  Alles gaat beter wanneer God de leiding heeft (= van jou de leiding krijgt)...

- Denk je dat deze boodschap toevallig onder ogen kreeg?

HET IS GOD die ons gebruikte omdat jij van onschatbare waarde bent in Zijn ogen... Laat God je hart aanraken zodat je zo geraakt wordt om deze boodschap met al je vrienden te delen...


Laten we met iedereen delen …

WAT EEN GEWELDIG GROTE LIEFDE
GOD VOOR ONS KOESTERT...

Want GOD is onze Vader!

NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA


KROMME PEET EN MEINE


Een Kerk met heel wat edelmoedigheid

Wij hebben onze pater Damiaan (1840 - 1889), die tussen de melaatsen is gaan leven, honderden mensen heeft verzorgd en ontelbare overleden zieken heeft begraven. Maar zeer veel anderen van onze landgenoten en heel veel andere christenen over heel de wereld hebben zich in moeilijke situaties begeven om uitgestoten mensen wat menselijke nabijheid te bieden. De kerk wordt door onwetende en ook wel door kerkvijandige mensen tot de grond afgebroken vanwege het wangedrag van een aantal priesters en religieuzen of het domme stilzwijgen van sommige overheden. We kunnen de kwetsuren en levenslange gevolgen van de slachtoffers niet genoeg tot ons laten komen. Maar het zou compleet onrechtvaardig zijn om alle zelfvergeten inzet van ontelbare christelijke leken, religieuzen en priesters zomaar onder het tapijt te vegen en te doen alsof dat alles er niet geweest is. Dat is meer dan kortzichtig en bovendien onrechtvaardig. En zoals ik al zei, er is niet alleen pater Damiaan…

Ik las onlangs in het streeknieuws van een krant de uitleg bij de ‘Petrus Van der Jeugdlaan’ in Hamme.


Peet en Meintje

Petrus Van Der Jeugd werd in 1827 geboren. Hij was een Hammenaar maar hij was gebrekkig, hij mankte wat. In die tijd had je dan vlug een bijnaam. Peet werd “Kromme Peet” genoemd. Dat was niet echt kwaad bedoeld, maar er waren in die tijd nogal wat mannen die Petrus heetten, en met “Kromme Peet” wist je direct welke Petrus er bedoeld werd. However! Kromme Peet had ook ‘Peet van Meine’ kunnen heten, want hij trouwde met Maria-Philomena De Ferrere; men noemde haar “Meine”. Ze woonden in de Mandenstraat in Hamme; ‘mandenstraten’ tref je in heel het Waasland aan: riet en biezen waren niet ver te zoeken in de Scheldestreken en nabij waterlopen en bovendien had ieder huishouden korven en manden nodig voor allerlei zaken. Plastiek en similileder … waren nog niet uitgevonden.

Kromme Peet en Meine waren goede en vriendelijke mensen, ik zou zelfs zeggen dat ze ver boven de middelmaat van de andere mensen uitstegen voor wat bepaalde christelijke deugden betreft. Dat zou vooral blijken tijdens de cholera-epidemie die ook Hamme teisterde in 1866.


Cholera

Ik moet hier niet uit de doeken doen wat cholera eigenlijk is. Geïnfecteerd door een weinig aantrekkelijke bacterie, de ‘vibrio cholerae’ krijgt men te maken met ernstige diarree en daarmee gepaard gaande uitdroging. Nadat die bacterie in het lichaam komt kan het een paar dagen tot een week duren vooraleer men volop de cholera-verschijnselen ondervindt, meestal met dodelijke afloop.

Cholera, zal je misschien denken, dat ligt toch al ver van ons en ver in het verleden! 1866 is echter nog geen 150 jaar geleden. En in datzelfde jaar maakte een epidemie in Nederland 21.000 slachtoffers. In de stad Amsterdam waren, ondanks de 10 jaar eerder begonnen distributie van zogenaamd zuiver ‘duinwater’ 1151 doden te betreuren las ik op een wikipedia-site. Toch wel cijfers waar je van opkijkt.

Hun optreden

In 1866 werd ook Hamme dus getroffen door een cholera-epidemie.  De angst kroop de mensen in het lijf: “Gaat ons gezin ook getroffen worden, wij of een van onze kinderen?” Er vielen zeer veel slachtoffers en de schrik belette de bewoners om de doden aan te raken. “Ga ik zelf niet besmet geraken en zo ook mijn gezin?” De verantwoordelijken van de gemeente trachtten daar wel iets aan te doen maar ze konden nauwelijks iemand vinden die dat risico wou lopen.


En daar verschijnen dan Kromme Peet en Meine op het toneel (Hierna: Afbeelding van voorpagina van het boek van Theo Talboom). Met zo’n ouderwetse lage (maar zware) kruiwagen waar ze in die tijd de gevlochten manden mee rondbrachten, gaan zij nu de lijken uit de huizen weghalen om verdere besmetting in de gemeente tegen te gaan. Grote en kleine kisten, met afschuwelijk riekende lijken voerden ze weg. Men telde daar in Hamme 81 doden, slachtoffers van die vreselijke epidemie. ’s Nachts, wanneer geen mens nog op straat was, deden Peet en Meine dit werk van barmhartigheid: de doden begraven én hun medeburgers behoeden voor nog erger besmettingsgevaar. Zoals pater Damiaan de Veuster zijn melaatsen naar hun laatste rustplaats bracht. De paden waarlangs zij, op gevaar van eigen leven, de doden vervoerden naar het kerkhof (toen het Tweebruggenplein) noemde men de ‘pestwegels’. “Iemand moet het toch doen”, was hun enige uitleg. Over wat ze meemaakten bij het kisten of opladen van de doden, de taferelen van wanhopige gezinsleden, schrijnend verdriet van kinderen bij het uitgemergeld lijk van vader of moeder of van beide ouders, over dat alles praatten ze niet.


Twee eenvoudige mensen die ons er aan doen denken dat het jaar niet genoeg dagen telt om al die eenvoudige, onbekende heiligen een eigen plaats te geven. Maar ze waren er, en hopelijk zullen ze er ook altijd zijn: mensen als Kromme Peet en Meine. Twee eenvoudige mensen die ook voor ons een voorbeeld blijven van ‘Navolging van Christus’ in concrete ‘Werken van Barmhartigheid’.



NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA


GELOOF EN WERELD 3 (Slot)

Ben Van Vossel


Waar blijft God in een seculiere wereld?

Je kan dit een goede vraag vinden; vaak is het een vraag van christenen die in paniek geraakt zijn door de macht van de mens die de macht van God lijkt te beperken… Maar God zelf maakt zich vooralsnog niet ongerust over de vraag of er nog wel plaats is voor Hem. Hij heeft wel graag dat wij Hem nog een plaats geven (in ons leven) omdat Hij weet dat het voor onszelf de enige manier is om te kunnen bestaan. Hij heeft ons nu eenmaal zo gemaakt en Hij ziet ons ook wel zo graag dat Hij òns nog een plaatsje gunt (in het bestaan).


Stad van God en Stad van de mens : Twee werelden?

Dat is hier wel de kern van de zaak: de scheiding die we onbewust maken tussen sacraal (een geestelijke wereld) en seculier (een aardse wereld) is wat geforceerd, wat kunstmatig. Terwijl wij God in ons hart dragen, leven we toch midden in de wereld, werken we ons in het zweet of zweten wij ons kreupel aan het strand… Maar die scheiding tussen de ‘Stad van God’ en de ‘Stad van de mens’ moeten we echt wat evenwichtiger bekijken. Is het geen ingebeelde scheiding?



Gods gedelegeerde

De primitieve mensen deden beroep op ‘goden’ als zijzelf de zaken niet meer konden bolwerken… Maar volgens de Bijbel was de schepping (het geschapene) niet iets dat losstond van God. De mens werd over het bestaande aangesteld als Gods plaatsvervanger, beter nog, als Gods gezant, Gods gedelegeerde, zoals we vorige keer reeds schreven. Maar ondanks deze regeling hield God niet op in de wereld aanwezig te zijn.


Hij is overal aanwezig en speciaal in de mens die Gods werk verderzet in de wereld. God en de mens zijn geen rivalen maar partners. God werkt bijzonder in en door de mens. Welnu, op dat moment vervalt eigenlijk die kunstmatige scheiding tussen een sacrale en seculiere wereld. God springt niet eventjes in waar de mens het niet meer ziet zitten en geen raad meer weet of veel zaken (nog) niet aankan. Dan zou God een ‘deus ex machina’ zijn, een god die voor

een kunstmatige oplossing zorgt. God is er niet om hopeloze situaties kunstmatig recht te zetten, alsof Hij in die seculiere en fysische wereld nog een speciale fysische kracht zou zijn. Nee, Hij is eerder de diepere, dragende Grond van al wat is; Hij is aanwezig en geeft het bestaan aan iedere fysische kracht.


Gods positie echt niet in gevaar

Dit heeft echter niets te maken met pantheïsme waar men alles tot God maakt; wij willen er hier eerder op wijzen dat de transcendente God (God die alles te boven gaat) ook immanent is (alles van binnenuit in stand houdt). Hoe meer de mens tracht het heelal te verstaan en te controleren, des te meer doet hij wat God vraagt dat de mens zou doen. John Darymple vat het dan ook goed samen wanneer hij zegt dat de wetenschappelijke successen van de mens geen gevaar vormen voor de positie van God, maar dat ze juist oorzaak van grote vreugde zijn bij God: zij zijn de successen van God door de mens. Gods handelen is niet noodzakelijkerwijze een handelen buiten controle van de mens, maar – zoals men soms zegt - een daad van tweede oorzaak in de schepping, vooral sinds de mens Gods hoofdspeler, Gods hoofd-‘actor’ is in de schepping.


‘Ora et labora’ gaan hand in hand

We gaan dus geen kunstmatige scheiding maken tussen ons (met vallen en opstaan, met successen en mislukkingen) bezig zijn in de wereld én de tijd die we speciaal aan God wijden. Zowel in het een als het ander zijn we verbonden met God, handelen we zoals Hij het graag zou hebben; en zowel ons voluit werken in de wereld als ons biddend bij God zijn, zijn van belang voor het verder voltooien van Gods schepping. Terwijl we in en aan de Stad van de mens werken, werken we tevens aan de Stad van God en omgekeerd.


NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA


EVANGELISATIE WERELDWIJD


Uit Arab Vision

Christen zijn in een Moslimland is zowat het hachelijkste dat er is.
Zeker als je - als moslim - je tot Christus bekeert.

“Mahmoud, afkomstig uit een grote stad in het Midden-Oosten, begint een paar maanden geleden ons nazorgteam te bellen, nadat hij angstige dromen heeft gehad. Hij wil van alles weten over Jezus en het christelijk geloof. Hij stelt vragen als 'moet ik het kruisteken maken zoals de mensen in de Koptische kerk doen?' Onze medewerker antwoordt dat de vorm niet zo belangrijk is in het zoeken van Jezus en als je van het kruis houdt, je het kruisteken kunt maken. Dat is een groot probleem; de man vertelt dat hij zoals veel moslims geleerd heeft het kruis te haten. De man blijft bellen om verder te praten met onze medewerker over zijn strijd om Jezus te vinden; tot hij op een dag belt om te vertellen dat hij Jezus Christus en de waarheid heeft leren kennen. Hij is emotioneel en huilt, 'hoe kon ik zo lang in leugens blijven geloven?'

Dit is niet het eind van zijn verhaal. Hij zal het moeilijk krijgen. Als hij al vertelt dat hij christen is geworden, zal zijn familie hem haten, verstoten; in het ergste geval moet hij onderduiken, zijn geliefden en vertrouwde omgeving verlaten. Of hij blijft moslim voor de vorm en zal hij het zwaar hebben om te groeien in het geloof in Jezus Christus, om mensen te kunnen ontmoeten die hem verder kunnen helpen in die groei.

Wilt u bidden voor deze man en voor de vele anderen in soortgelijke situaties?”


NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA


BROEDERLIJKHEID

Paus Franciscus in :
'Broederlijkheid: grondslag en weg naar vrede'

“… ik (doe) een krachtig beroep op allen die gewapenderhand geweld en dood zaaien: ontdek in de persoon die je vandaag ziet als een vijand die verslagen moet worden je broeder of zuster, en bedwing je hand! Geef de weg van wapens op en ga uit om de ander in dialoog, vergeving en verzoening te ontmoeten, om zo gerechtigheid, vertrouwen en hoop om je heen opnieuw op te bouwen! (nr. 7)"

NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA


LEREN UIT DE GESCHIEDENIS


Athene, ooit de stad die aanzien gaf aan ‘Griekenland’ kende ook een periode van verval (370, voordat Macedonië met Filippus en Alexander de Grote de bovenhand kreeg). In de “Nieuwe geïllustreerde Wereldgeschiedenis” geeft men een paar oorzaken of vaststellingen:


“Voor de gemiddelde Athener was de staat eigenlijk niets meer dan een instelling die onbeperkt hulp verleende en vermakelijkheden organiseerde. Maar zijn leven inzetten voor het vaderland, als het er werkelijk op aan kwam – daar voelde men niet veel voor.” Men ging dus vooral huursoldaten inzetten, maar zelf wilde men geen risico’s lopen. Dit was totaal nieuw voor Athene.…  


“Ieder had de mond vol van rechten, maar van plichten wilde niemand horen. Fraude en verduistering kwamen algemeen voor. Men stelde tot in het oneindige controlecommissies aan; wat hielp dat echter, wanneer de commissieleden zich zelf lieten omkopen?”


“ Het gehele leven verloor zijn ernst, werd oppervlakkig en frivool. Het belangrijkste onderwerp van gesprek vormden de beroemde matrones en de jongste uitvindingen op het terrein van de banketbakkerskunst; frivole geestigheden, die tijdens vrolijke drinkgelagen waren gedebiteerd, gingen als een lopend vuurtje door de stad. Langzaam maar zeker werd het heersende geestelijk klimaat in Athene dat van een provincieplaats.”


Blijkbaar zijn het niet enkel oorlogen die bepaalde beschavingen de das omdeden, maar zat er de mot reeds in door gebrek aan geest en leven en zinvolle inzet.  


NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA


MARIA-BOODSCHAPPEN


Bij alle verschijningen van Maria geeft Onze-Lieve-Vrouw boodschappen: zij stelt symbolische daden en zij spreekt. Dat is overigens iets wat Maria ook in het Evangelie doet. Neem nu bv. het trouwfeest te Kana in Joh. 2,1-11:

“Op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea, waarbij de moeder van Jezus aanwezig was. 2 Jezus en zijn leerlingen waren eveneens op die bruiloft uitgenodigd. 3 Toen de wijn opraakte, zei de moeder van Jezus tot Hem: 'Ze hebben geen wijn meer.'4 Jezus zei tot haar: 'Vrouw, is dat soms uw zaak? Nog is mijn uur niet gekomen. ' 5 Zijn moeder sprak tot de bedienden: 'Doet maar wat Hij u zeggen zal.'”    

Het is goed om in deze eerste verzen eens aandachtig naar Maria te kijken en te luisteren. Door goed te kijken ontdek je zelfs iets van wat haar innerlijk beweegt, van wat haar tot actie of tot spreken brengt. Toen de wijn opraakte, zei de moeder van Jezus…

Toen de wijn opraakte… Zoiets merkt iedereen na een tijdje. Uit wat Maria gaat zeggen en doen, maken wij op dat ze zich betrokken voelt bij wat die mensen daar meemaken: het vroegtijdig einde van het feest, het affront van niet genoeg drank te hebben voorzien (voor de dorstige vissers-vrienden van Jezus?)… Vanuit haar betrokkenheid gaat ze ook iets zeggen aan Jezus, haar Zoon. “Ze hebben geen wijn meer.”  


In de Maria-verschijning van La Salette (zie afbeelding volgende blz.) heeft Maria het ook over alledaagse dingen, over het vloeken, over tegenslagen in de landbouw enz… Het toont alleen maar de betrokkenheid van Maria bij wat mensen kunnen meemaken…  In Banneux bv. haar aandacht voor de zieken...


De woorden “Doet maar wat Hij u zeggen zal” worden de inleiding op wat Jezus dan ook echt gaat bewerken. Maar wij vergeten dat die knechten daar een voornaam werk hebben verricht. Zij deden wat Jezus hen zei, zij vulden die kruiken tot bovenaan toe!

Bij de Mariaverschijningen zegt de moeder Gods vaak dat wij ons moeten bekeren, dat wij moeten bidden, dat wij God moeten eren… Zij praat Jezus na, zij verwijst naar zijn woorden: “Doet maar wat Hij u zeggen zal.”

Het is voor ons van belang dat wij bij om het even welke mariale verschijning weten hoe alles wat Maria zegt, ook terug te vinden is in het evangelie. Maria zegt geen nieuwe dingen. Ze zijn wellicht wel meer betrokken op huidige toestanden, zoals ze toentertijd ook echt tussen de mensen stond op dat feest waar er te weinig wijn was. Gods woord is immer actueel!


In een oud boekje waarin het ook gaat over private openbaringen heeft pater Edward Schillebeeckx ooit geschreven :

Niet de diepere studies van bepaalde Maria-verschijningen zullen, spijt hun rechtmatig belang, de luister van de ware Maria-gestalte feller laten oplichten, maar wel 1° het steeds biddend teruggrijpen naar het oude Evangelie, 2° de biddende bezinning op het Mariadogma zoals dit, vooral dank zij de “innige mariale vroomheid van de kerkelijke geloofsgemeenschap, geleidelijk tot vollere uitdrukking komt, en 3° ten slotte het persoonlijke verenigingsleven met Christus en zijn Moeder, dat ons dagelijks tot de frisse ontdekking brengt dat héél ons leven, in zijn hardheid zowel als in zijn zoetheid, in zijn hoogspanning zowel als op drukkende laag-atmosfeer, genade is.”

NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA


LICHT BRENGEN IN HET DUISTER

Paus Franciscus tot jongeren uit Umbrië.

Assisi 4 oktober 2013, bij O.L.Vrouw ter Engelen.

Vert. Marcel De Pauw m.s.c. (Kerknet)


Het kwaad bestaat

De mensheid heeft echt nood aan verlossing! Dat zien we elke dag in het dagblad of op de televisie. We stellen het ook vast wanneer we rondom ons kijken, in personen, in situaties; we zien het ook in onszelf! Ieder van ons heeft nood aan verlossing! Alleen redden we het niet. We hebben nood aan verlossing. Verlossing van wat? Van het kwaad. Het kwaad is bezig, het kwaad werkt. Maar het kwaad is niet onoverwinnelijk en een christen berust niet tegenover het kwaad. (…)


Gods liefde overwint

Ons geheim is dat God groter is dan het kwaad. Dit is echt waar! God is groter dan het kwaad. God is liefde, barmhartigheid zonder grenzen. Deze Liefde heeft in de dood en de verrijzenis van Christus het kwaad in de wortel overwonnen. Dit is het Evangelie, de Blijde Boodschap: de liefde van God heeft overwonnen! Christus is op het kruis voor onze zonden gestorven en is verrezen. Met Hem kunnen we het kwaad bestrijden en het elke dag overwinnen. (…) Als ik geloof dat Jezus het kwaad heeft overwonnen en mij redt, dan moet ik Jezus volgen, heel mijn leven moet ik de weg van Jezus gaan.


Deze boodschap van heil brengen

Welnu, het Evangelie, deze heilsboodschap, heeft twee onderling verbonden bestemmingen. De eerste is het geloof opwekken, dat is de evangelisatie; de tweede is de wereld veranderen volgens het plan van God, dat is de christelijke bezieling van de maatschappij. Dit zijn geen twee losstaande zaken, ze vormen één enige zending. Het Evangelie verkondigen door onze levensgetuigenis verandert de wereld! Dat is de weg: het Evangelie verkondigen door onze levensgetuigenis.



Dubbel aspect van Evangelisatie


Laten we naar Franciscus kijken. (…) Weten jullie wat Franciscus eens aan zijn broeders gezegd heeft: “Verkondigt altijd het Evangelie en mocht het nodig zijn, doe het ook met woorden!” Hoezo? Kun je het Evangelie zonder woorden verkondigen? Ja! Door het getuigenis! Eerst het getuigenis, daarna de woorden! Maar het getuigenis eerst!


Een oproep tot ieder van ons

Jongeren van Umbrië, doet dat ook! Vandaag zeg ik jullie, in naam van de heilige Franciscus: ik kan jullie geen goud of zilver geven, maar wel iets veel kostbaarder, het Evangelie van Jezus. Gaat met moed! Met het Evangelie in jullie hart en in jullie handen. Weest met jullie leven getuigen van het geloof. Brengt Christus in jullie huizen, verkondigt Hem aan jullie vrienden, aanvaard Hem en dient Hem in de armen. Jongeren, brengt aan Umbrië een boodschap van leven, van vrede en van hoop!

Jullie kùnnen dat!

NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA


VERGETEN SOLDATEN


Ik weet het, soldaten zijn niet de enigen die een oorlog winnen; ze zijn niet de enigen die sneuvelen. Er is ook een heel ‘achterland’ dat zorgt voor alle militaire voorzieningen en dat morele steun biedt. Er waren heel wat moedige mensen en gezinsverantwoordelijken die niet aan het front maar in het thuisland daden van ‘moed en zelfopoffering’ leverden…

Ook die reken ik bij de onbekende en vooral bij de vergeten soldaten. De vele onbekende of vergeten frontsoldaten krijgen dit jaar vermoedelijk wel een bloempje op hun graf, al wordt hun naam misschien niet meer vermeld…

Veel van onze missionarissen en hun achterban behoren ook bij die omzeggens onbekende en vaak reeds vergeten soldaten... die streden ‘voor een ander doel’…


Toen wij in het noviciaat aankwamen (1958 !) zaten tegenover ons (d.w.z. aan de overzijde van de refter) een paar bejaarde maar ook nog een aantal relatief jonge en energieke jonge paters. Vrij spoedig zou een van hen, pater Ceustermans, de communiteit verlaten voor een missiezending naar Denemarken samen met pater Adams. Blijkbaar dachten de oversten in die tijd dat alles nog mogelijk was. Denemarken zeg! Wat later begon men een stichting in Libanon, kort daarop uitstromend naar Irak. En in eigen land een nieuwe stichting in Tiegem, even later Kortenberg, een college in Tessenderlo… Toegegeven, het krachten opslorpende Oekraïene was, wegens de Sovjetdictatuur, weggevallen en stilaan begonnen de volksmissies wat minder aantrok te hebben; jonge paters zochten het dan in de schoolretraites, anderen in parochiedienst…

Maar Denemarken zeg!…

Toch werd het geen verloren oorlog. Wél een eenmalige en beperkte zending van twee paters. Ze hebben gewerkt. Tot zij er bij vielen. Grotendeels vergeten. Maar zij vergaten ons niet, noch onze buitenlandse missies. Wat pater Adams (links op de foto, in Denemarken) bijeen gescharreld heeft bij zijn Deense parochianen om de missie van zijn klasgenoot Roger Ampe (rechts op foto) en later ook pater Louis Willemsen te steunen is werkelijk bewonderenswaardig. Een splinternieuwe ambulance ! En in de tijd van de Angolese vluchtelingen, waar Roger hemel en aarde voor verzette, kreeg hij een ‘landrover’ geschonken door datzelfde ‘Deense thuisfront’… Tienduizenden vluchtelingen konden zo bezocht en geholpen worden… Dankzij die vergeten Vlaamse soldaten uit het kille Denemarken! Wegens een huidkwaal kon p. Adams niet naar het warme Congo, maar vanuit Denemarken zorgde hij mee voor de logistiek in Afrika!

Je ziet het wel vaker op grafzerken van oorlogskerkhoven ‘Only knowed by God’ (Enkel gekend door God); voor heel wat van onze missionarissen zou het ook kunnen luiden: ‘Forgotten, but not by God’. Vergeten, maar niet door God. Of dat nu in Denemarken was, of in de West-Indies (Engelse Antillen), in Haïti, Libanon of Irak, in Congo, hier ten lande, of elders… Soms waren het verloren oorlogen, missies die tenslotte doodbloedden (bij gebrek aan nieuw bloed of gebrek aan interesse door het thuisfront) maar soms toch nog een verlengstuk kregen… en vele gezondenen zijn gesneuveld… Maar God geeft aan hun leven en inzet de wasdom die Hij wil.

Aan Hem vertrouwen wij dan ook die vele confraters toe die zich gegeven hebben en wiens namen we soms – jawel - nog eens vernoemen. Dankbaar en met bewondering.

(Foto hierboven:  p. Roger Ampe, als brousse-missionaris)





Kerk-in-nood steunt de kerk overal ter wereld :

IBAN:  BE11 4176 0144 9176  -  BIC: KREDBEBB

KERK IN NOOD – Oostpriesterhulp

Abdij van Park 5, 3001 LEUVEN

(Voor belastingsaftrek: sociale projecten in Ontwikkelingslanden:

IBAN: BE11 4176 0100 0148 / BIC: KREDBEBB

t.n.v. zusterorganisatie van Kerk in Nood: ‘Hulp en Hoop’ vzw)


Steun de Katholieke verkondiging in Vlaanderen:

BE49 7333 7333 7771  - Radio Maria vzw

Sint-Renildisplein 23  BE 3001  HEVERLEE (www.radiomaria.be)


NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA


FAMILIARIS CONSORTIO


Na een bisschoppensynode schrijft de paus vaak een  “Apostolische Aansporing” waarin hij een samenvatting en commentaar geeft op wat de bisschoppen zoal besproken hebben. Dat deed paus Joannes Paulus II na de bisschoppensynode over het ‘Samenleven in het Gezin’. We geven hier enige uittreksels uit die prachtige “Apostolische Exhortatie Familiaris Consortio”.


Ook het christelijk gezin is opgenomen in de Kerk, in het priesterlijk volk: door het sacrament van het huwelijk waarin het geworteld is en waaruit het zich voedt, wordt het zonder ophouden door de Heer Jezus tot leven gebracht en door Hem aangespoord en verplicht tot de dialoog met God door middel van - het sacramentele leven -  de offerande van het eigen leven - en het gebed.

Dit is de priesterlijke taak die het christelijk gezin kan en moet uitoefenen in nauwe vereniging met heel de Kerk, in alle dagelijkse gebeurtenissen van het huwelijks- en gezinsleven: op deze manier wordt het christelijke gezin geroepen zichzelf, de kerkelijke gemeenschap en de wereld te heiligen. (nr 12 )


Wanneer zij ouders worden, ontvangen de echtgenoten van God de gave van een nieuwe verantwoordelijkheid. Hun ouderliefde is geroepen om voor hun kinderen het zichtbare teken te worden van de liefde van God, "aan wie alle vaderschap in de hemel en op aarde zijn naam ontleent". (Ef. 3, 15) (Nr 14)


Men moet echter niet vergeten dat, ook al is de voortplanting niet mogelijk, het huwelijksleven daarmee niet zijn waarde verliest. De fysieke onvruchtbaarheid kan namelijk voor de echtgenoten aanleiding zijn tot andere belangrijke diensten aan de menselijke persoon, zoals bijvoorbeeld adoptie, verschillende opvoedende taken, hulp aan andere gezinnen, aan arme of gehandicapte kinderen (id.)


"Aangezien de ouders het leven aan de kinderen hebben doorgegeven, hebben zij de ernstige plicht hen op te voeden; zij moeten daarom gezien worden als hun eerste en voornaamste opvoeders. Hun taak van opvoeding is zo belangrijk dat zij nauwelijks vervangen kan worden, als zij komt te ontbreken. Het komt inderdaad aan de ouders toe in de schoot van het gezin een atmosfeer te scheppen die bezield wordt door liefde en eerbied jegens God en de mensen en die gunstig is voor de algehele opvoeding van de kinderen in persoonlijke en maatschappelijke zin. Het gezin is dus de eerste school voor maatschappelijke deugden, die juist voor iedere samenleving nodig zijn". (nr 36, citaat uit het 2de Vaticaans Concilie)  


Ondanks de moeilijkheden bij het onderricht, die tegenwoordig vaak zwaar zijn, moeten de ouders hun kinderen met vertrouwen en moed onderwijzen in de wezenlijke waarden van het menselijke leven. De kinderen moeten opgroeien in een juiste vrijheid tegenover het gebruik van de stoffelijke goederen en zich een eenvoudige en sobere levensstijl eigen maken, in de vaste overtuiging dat "de mens meer waard is door wat hij is dan door wat hij heeft".  (Uit nr 37)


In een maatschappij die geschokt en uiteengevallen is door de spanningen en conflicten wegens de hevige botsingen tussen de verschillende vormen van individualisme en egoïsme, moeten de kinderen zich verrijken niet alleen met de zin voor ware gerechtigheid die als enige de mensen leidt tot respect voor ieders persoonlijke waardigheid, maar ook en vooral met de zin voor de echte liefde die oprechte zorg betekent en belangeloze dienst jegens de anderen, in het bijzonder de armsten en meest behoeftigen. Het gezin is de eerste en fundamentele school voor sociale deugden … De zelfgave die de onderlinge liefde van de echtgenoten bezielt, vormt het model en de norm voor de zelfgave die er moet zijn in de relaties tussen broers en zusters en tussen de verschillende generaties die in het gezin samenleven. (Uit nr 37)


NAAR INHOUD    -      NAAR BEGIN PAGINA