GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD


GELOOF EN LEVEN 2014 nr 1

Voorpagina        I  

Editoriaal   red.     II  

Hij komt vandaag:  Kom, Heer Jezus bvv     1  

Wie ben ik ?   Pastor Hans Vergeer   2  

Paus Franciscus bij Franciscus Kerknet      5  

WereldToewijding aan Maria       6  

Een woord uit Medugorje  Naar Brief uit Medugorje   8  

In de vrede van de Heer (1) p. Ach. Neys    10  

Een heraut van de vrede  Kerknet     11  

Geloof en wereld (2)  bvv     12  

Hou van jezelf (7 tips)  Pastor Hans Vergeer    15  

Een meisje op weg met Jezus      16   

Jezus en Kafanaüm (3)  Ben Van Vossel     18  

Paus wil positieve dwarsliggers      22  

Passieviering in Lessines  Andrea Van Braeckel. Naar een brochure: 23  

Alles is ijdelheid  Abel abelim kol abel  Naar Prediker    28  In de vrede van de Heer (2)      31  

De boerenkrijg in het Waasland (7) Luc De Brant    32  

Mea culpa   Paus Franciscus    35  

Zalige Idesbald (7)  Dom Nivardus    37  

Lachedingen   Naar wandkalender   III  

Inhoudstafel        IV

  

NAAR INHOUD  -  NAAR BEGIN PAGINA


Evenals een moede hinde…

HIJ KOMT VANDAAG: Kom, Heer Jezus

bvv

Hij komt!  Hij is nabij.  Hij is midden onder ons.  Hij verbergt zich in een stukje wit Brood op uw hand.  Je raakt Hem in je medemens.  Je aanbidt Hem in je hart en je mag knielen voor de kribbe, voor Hem.   

Hij is niet ver van ieder van ons vandaan.  Ons rakelings nabij. Aanbidt Hem.  Eert  Hem. Dient Hem.  

Tot U richt ik mijn ogen op,  tot U, Heer, mijn God. Zoals een hert verlangt naar de waterbron, zo verlangt mijn hart naar U sinds ik heb ingezien dat Gij mijn oorsprong zijt en mijn bestemming, de warmte om mijn hart, de kracht van mijn leven.   

Mijn onlesbare dorst verwijst naar U, de hunker van mijn hart nadat de hele wereld zich aandiende. Enkel Gij kunt mijn hart vervullen. Mijn aanbidding is voor U. Kom, Heer Jezus, vandaag.

  

NAAR INHOUD  -  NAAR BEGIN PAGINA


WIE BEN IK ?  (1)

Pastor Hans Vergeer

Hoe kijk jij naar jezelf? Hoe je naar jezelf kijkt en wat je jezelf waard vindt, is belangrijk. Want hoe je naar jezelf kijkt, bepaalt hoe jij naar anderen kijkt: hoe je naar God kijkt; hoe je met je lichaam omgaat en hoe je met je gaven en talenten om- gaat. Minstens zo belangrijk is de vraag wat jou nou tot iemand maakt en door wie of wat je laat bepalen wat je waarde is.   

Wie bepaalt onze waarde? In onze samenleving wordt je identiteit en waarde steeds meer bepaald door bijv. je uiterlijk, je intelligentie, je prestaties, etc. Dat zijn de ‘waardenbepalers’ van on- ze tijd. Als je op deze punten kunt scoren, zit je goed. Lukt dat niet, dan val je buiten de boot. Maar omdat ons leven is voorzien van de initialen JC, Jezus Christus, zijn we eindeloos meer waard. Je bent waardevol en kostbaar omdat het Jezus zoveel heeft gekost, namelijk Zijn hele leven, uit Liefde! In 1 Petrus 1, 18-19 staat dat je niet met vergankelijke din- gen, zoals zilver of goud bent vrijgekocht, maar met het kostbaar Bloed van Christus. Johannes zegt in Joh. 3,16: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven heeft.”   Iemand houdt oneindig veel van jou Dat zegt heel veel over wat wij waard zijn! Feit is dat je van onschatba- re waarde bent en om dat nog eens te onderstrepen verklaart God Zelf in Jesaja 43 dat je in Zijn ogen kostbaar bent, dat Hij je hoog inschat  en dat Hij je eindeloos liefheeft (Jes. 43, 1-5). Is dat een bevrijdende (3) liefdevolle waarheid of niet? Daarom God is Liefde. Geen mens kan zonder liefde. Er wordt veel gepraat hoe onmisbaar liefde is, maar niet veel mensen stellen er prijs op ‘onvoorwaardelijke Liefde’ te ontvan- gen.   

Onvoorwaardelijke liefde

De meesten verlangen naar liefde onder verkeerde voorwaarden.  - Ten eerste op basis van de voorwaarde: “als”. Ik zal je liefhebben áls je aan mijn verwachtingen voldoet, áls jij aardig voor mij bent....Wij richten ons gedrag dan naar dat van de ander.  - Ten tweede hebben wij lief “omdat”. Ik heb je lief ómdat je aantrek- kelijk bent, intelligent, populair of bekendheid geniet. Wat bij dit soort ‘liefde’ niet klopt is het feit dat de betrokkene zich automatisch moet meten met anderen die wél knapper, beter, beroemder etc.  blijken te zijn. Concurrentie en vergelijking zetten de vertrouwensrelatie tussen mensen op losse schroeven. In dit soort ‘liefde’ is geen geborgenheid.  - Ten derde maken wij onze liefde afhankelijk van de voorwaarde “zo- dra”. Zodra je aan deze of gene voorwaarde hebt voldaan, kan ik je aanvaarden, van je houden.  - Tenslotte is er nog een ander soort liefde, namelijk die liefde die een- voudig zegt: “Ik heb je lief zóals je bent. On-voorwaarde-lijk! Onvoorwaardelijke liefde is de enige ware liefde. Het merendeel van onze onzekerheden en ons zelfbeeld is namelijk terug te brengen tot wat wij in ons leven aan ‘liefde’ ervaren hebben: toen men ons ‘lief- had’ als we ons goed gedragen hadden en ons ‘niet liefhad’ wanneer wij ‘verkeerd’ geweest waren. We worden dan onzeker en proberen  prompt de ander te overtroeven om zo weer voor liefde in aanmerking te komen.   

Gods liefde aanvaarden en… doorgeven

Waarom heeft God mij lief? Het is een diep geheim. Ik kan Gods liefde niet verdienen, noch haar verwerven. Hij heeft mij niet lief, als ik in Zijn ogen goed genoeg ben, of omdat ik zo vriendelijk, vroom of gul ben, of zodra ik aan Zijn maatstaven voldoe. Hij zegt: “Ik heb je lief, zoals je bent.” Hij heeft mij lief ómdat Hij Liefde is!  De enige voorwaarde die Hij stelt is mijn onvoorwaardelijke aanvaar- ding van Zijn Liefde Als ik met andere mensen spreek, dan is het belangrijk dat ik naar het ‘oliepeil’ bij mezelf kijk, dat ik genoeg olie van de liefde op voorraad heb, waardoor ik door kan geven wat God wil dat ik doorgeef, namelijk de liefde van Zijn Zoon Jezus.   

Liefde leren van Jezus

Als ik overtuigend kan spreken, als ik veel kennis heb, als ik een sterk geloof heb, als ik veel goeds doe, als ik bijna alle gaven en talenten heb, als ik zelfs bereid ben als martelaar te lij- den, maar als ik daarbij geen liefde heb, dan is alles nutteloos, veel ge- schreeuw en weinig wol, en zal God me zeker niet onder de “sterken” rekenen (1 Cor. 13).   

Het zien naar Hem, onze Heer en Ver- losser, kan ons op- nieuw motiveren en in staat stellen om deze goddelijke liefde in ons spre- ken en handelen duidelijk te laten zien. Jezus had een grote voorraad van deze olie van god- delijke liefde; deze liefde was zo groot dat Hij zelfs de gevolgen voor onze zonde aan het kruis op zich kon nemen.  (Lees verder blz.15: Hou van Jezelf: 7 tips)

  

 NAAR INHOUD  -  NAAR BEGIN PAGINA


WERELDTOEWIJDING AAN MARIA


Paus Franciscus Heeft op 13 oktober 2013 de wereld toegewijd aan het Onbevlekt Hart van Maria. O.m. Banneux was langs  satelliet verbon- den met Rome.     

Jaar van het geloof Op verzoek van paus Franciscus werd het beeld van Onze Lieve Vrouw van Fatima, met in haar kroon de kogel die de heilige paus Johannes Paulus II op 13 mei 1981 bijna fataal werd, naar het Vaticaan overge- bracht. Het weekend van 12 op 13 oktober 2013 gold als een van de belang- rijkste pauselijke vieringen in het Jaar van het Geloof. Het was dan te- vens precies 96 jaar na de laatste Mariaverschijning in Fatima. Honder- den bewegingen en instituten die sterk met de devotie tot Maria ver- bonden zijn waren verwacht en waren aanwezig.

  

In een brief aan bisschop Antonio Marto van Leiria-Fatima nodigde de Pauselijke Raad voor de nieuwe Evangelisatie “alle kerkelijke entitei- ten van Mariale spiritualiteit” uit om deel te nemen aan het bijzondere weekeinde. Op 12 oktober was er een pelgrimage naar het graf van de Apostel Petrus op het programma voor de 13de zelf een Eucharistievie- ring op het Sint Pietersplein gecelebreerd door de paus. In diezelfde brief schreef kardinaal Rino Fisichella: “De Heilige Vader verlangt ten zeerste dat op de Maria-dag een van de meest significante Maria-iconen ter wereld aanwezig is en daarom dachten wij aan het ge- liefde originele beeld van Onze Lieve Vrouw van Fatima.” Het beeld werd zaterdagmorgen 12 oktober overgevlogen en keerde de volgende avond weer in Fatima terug.  

Fatima ?

De Heilige Maagd verscheen tussen 13 mei en 13 oktober 1917 verschillende keren aan drie herderskinderen. Naast aanhoudende oproepen tot bekering en boetedoening vroeg Maria onder meer om toewijding van de wereld aan haar Onbevlekt Hart. Dat ge- beurde door paus Pius XII op 13 oktober 1942 en later door paus Johannes Paulus II in 1982 en 1984. Op 13 mei dit jaar (2013) wijdde paus Franciscus zijn pontificaat toe aan het Onbevlekt Hart van Maria. Bij diezelfde gele- genheid werden ook de Wereldjongerendagen van Rio aan het Onbe- vlekt Hart toegewijd.  

NAAR INHOUD  -  NAAR BEGIN PAGINA

  

EEN WOORD UIT MEDJUGORJE  

Dienstmeisje van de Heer en van zijn werk Nog geregeld krijgen zieners uit Medjugorje boodschappen van Maria (nu reeds van in 1981). We willen hier toch zo eens een boodschap meedelen die op 2 september 2013 aan Mirjana werd gegeven. Een op- roep om in alle eenvoud je door Gods Geest te laten leiden, gevoelig te zijn voor Gods verlangen en je leven erop af te stemmen.  Heb je het wat moeilijk met de ‘mariale optredens’? Het staat God nog altijd vrij om Maria, het ‘kleine dienstmeisje van de Heer’, te gebruiken om zijn oproep tot bekering en zijn boodschap van heil naar de wereld van vandaag te brengen. Lees o.m. Lucas 1,26-56 en je zal begrijpen.  

Een Boodschap

Lieve kinderen, Ik hou van jullie allemaal. Ieder van jullie, ieder kind van mij, heeft een plekje in mijn hart. Ik bemin jullie allemaal met mijn moederliefde, en ik wil jullie allemaal leiden naar de vreugde van God. Daarom roep ik jullie. Ik heb nederige apostelen nodig, die met een open hart het Woord van God aanvaarden en anderen helpen om te begrijpen wat het betekent om te leven volgens Gods woord. Om dat te kunnen, mijn kinderen, moeten jullie, door vasten en gebed, leren om te luiste- ren met het hart en God te gehoorzamen. Je moet leren, om alles wat u weghaalt van Gods woord, te verwerpen, en alleen nog te verlangen naar datgene wat je dich- ter bij Zijn woord brengt.  Wees niet bang. Ik ben hier. Jullie staan er niet alleen voor. Ik smeek de Heilige Geest om jullie nieuwe kracht te geven. Ik smeek de Heilige Geest opdat jullie, door anderen te helpen, zelf mo- gen genezen. Ik smeek hem en vraag dat jullie, door Hem, Gods kin- deren en mijn apostelen mogen worden.


Wantrouwen terecht?

Er zijn heel wat christenen de wantrouwig staan tegenover Medugorje. Begrijpelijk natuurlijk als je vaststelt dat nu al 33 jaar Onze Lieve Vrouw daar verschijnt aan verscheidene zieners. Aanvankelijk waren dat jonge tieners, ondertussen zijn dat gehuwde ouders geworden. En nog steeds zijn er van hen die jaarlijks, maandelijks en zelfs nog vaker verschijningen krijgen van Maria, met een boodschap voor anderen. Niets verplicht ons om dat te geloven en een duidelijke uitspraak van de Heilige Stoel kennen we (nog) niet. Wel kan je er niet naast kijken dat er veel geestelijke vruchten zijn bij de Medugorje-pelgrims; Medugorje wordt ook wel eens de Biechtstoel van de wereld genoemd en het trekt alsmaar meer pelgrims aan.  


Wat zegt Maria? (Lees aandachtig de tekst hierboven) Ja, wat weet Maria dan allemaal te vertellen, vraag je je misschien af? ‘Lieve kinderen’. Zo mag Maria ons wel aanspreken, aangezien Jezus vanop het kruis gezegd heeft: ‘Ziedaar uw zoon’. De kerkgemeenschap heeft het altijd zo verstaan dat ieder christen zich ‘de geliefde leerling’ mag weten, aan wie Jezus zijn moeder toevertrouwt maar ook de leer- ling die door Jezus Maria als moeder krijgt. In haar ‘moederhart’ heeft ieder mens zijn/haar plaats en zij wil elk van haar kinderen naar de vreugde van God leiden. Een moeder wil toch vooral dat haar kinderen het echte geluk mogen kennen.  Maar dan gaat Maria onmiddellijk de missionaire toer op, zij heeft apostelen nodig. Apostel zijn, evangelisator zijn, heeft 2 aspecten: je moet eerst zelf geëvangeliseerd worden: je bekeren, intreden in het evangelie, het evangelie vlees en bloed laten worden in uw leven. Pas daarna kan je ook gaan evangeliseren. In deze Boodschap staat het zo mooi en duidelijk en… logisch:  -  met een open hart Gods woord aanvaarden - en dan anderen helpen om te begrijpen wat ‘leven volgens Gods woord’ inhoudt. Maria is niet enkel Moeder (mater) ze is ook Magistra (onderwijzeres): om apostel te zijn moet je – door gebed en vasten – leren luisteren met je hart en God gehoorzamen. Lees zelf nog maar eens die zinnen en laat je bemoedigen door haar woord en door beroep te doen op de H. Geest.  Met heel haar persoon stelt Maria zich achter Jezus’ heilswerk.

  

 NAAR INHOUD  -  NAAR BEGIN PAGINA


 

GELOOF EN WERELD (2)

Ben Van Vossel

We hadden het vorige keer over het feit dat de mens vroeger, bij ontstentenis van voldoende kennis en techniek, voor veel onbegrijpelijke gebeurtenissen stond en vaak zijn onmacht ervaarde. Hij deed dan beroep op magie om de wereld van de goden en geesten gunstig te stemmen en zo, vanuit die hem overstijgende wereld, de noodzakelijke hulp te krijgen. Later kwam het mono- theïsme, het geloof in één God en stilaan begon de mens meer inzicht te krij- gen in de hem omringende wereld en kreeg hij ook meer technische mogelijk- heden. De sacrale wereld werd door een heel stuk een seculiere, maakbare wereld. De mens kon zichzelf beter beredderen, zonder beroep op ‘het sacra- le’ en magische.  


2 Gods gedelegeerde

Christenen, Joden en Moslims geloven in één God-Schepper. Voor moslims is God de Oppermachtige en ook Barmhartige (die barmhartigheid lijkt evenwel niet de grootste eigenschap te zijn van allerlei fundamentalisten en terroristen), die al- le touwtjes goed ‘in de hand’ houdt; de mens heeft in feite niet veel in de pap te brokkelen. Als christen voe-len we ons toch wel wat huivering als iemands benen moeten geampu- teerd worden en als je de zieke dan hoort zeggen: ’t is dat Allah het zo gewild heeft. Een christen zal tegenwoordig eer- der zeggen: “God staat niet buiten die harde tegenslag die mij over- komt. Ik mag hier met God over spreken. God laat me niet alléén in mijn ongeluk: Hij biedt me zijn aan- dacht, zijn hoop, zijn innerlijke vrede en bemoediging aan. Ik sta er niet alleen voor; zijn liefdevolle aandacht is voor mij een reden om door te zetten en om er het beste van te maken.”  

Uw wil geschiede  Dit lijkt wat in tegenspraak te zijn met wat heiligen de eeuwen door ons heb- ben geleerd en voorgedaan: Gods wil geschiede! Maar wat is Gods wil? Dat ik ziek wordt of dat ik die ziekte zo goed mogelijk draag en misschien zelfs op de eerste plaats ze tracht te vermijden of er iets tracht aan te doen? Dat ik voor zieken zorg, ze tracht te genezen, te verplegen? Vanuit de scheppings- leer en vanuit het heilbrengende optreden van Jezus krijgen we toch bepaalde raadgevingen hoe we dit alles kunnen beleven en in de lijn blijven van Gods verlangen. Want wat is Gods verlangen met ons leven en met allerlei zaken die ons kunnen overkomen?  


Zorg dragen voor Gods schepping

Uit het Boek van de Oorsprong, met name uit de scheppingsverhalen (Gene- sis 1+2)  leren we hoe God de schepping bedoeld heeft, maar ook hoe hij de mens in die schepping verlangt aan het werk te zien. Dat gaat dan over de ge- hoorzaamheid aan God, Hij is God, Hij is de Schepper en wijsgeren noemen dat dan ‘unilaterale zijnsafhankelijkheid’: God heeft ons niet nodig maar wij kunnen niet zonder Hem die onze oorsprong en onze bestemming is. God wil echter niet alleen schepper zijn: Hij maakt de mens naar zijn beeld (Gen.1,27), Hij laat de mens delen in zijn verantwoordelijkheid voor de schepping, meer nog: Hij vertrouwt de aarde (…) toe aan de mens, die mag er wat de baas spelen (namen geven aan de dieren) maar er goed voor zorgen, de aarde onderwerpen, waarmee bedoeld wordt dat hij ze moet dienstbaar maken voor de mensheid1.  En Jezus zien we - terwijl Hij helemaal zijn kind-zijn van God beleeft – zich echt ten dienste stellen van het geluk de mens en door zijn genezingsmirake- len tonen wat God met de schepping bedoeld heeft: harmonie, de heelheid van de schepping en het heil van de mens.  

 

GEN.1,27 En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. GEN.1,28 God zegende hen, en God sprak tot hen: `Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en onderwerp haar; heers over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, en over al het gedierte dat over de grond kruipt.'

  

Welke gevolgtrekkingen mogen we hieruit maken?  

Als God mij zijn schepping toevertrouwt en mijn leven en gezondheid en de mensen om mij heen en de mensen veraf… dan ziet Hij mij als zijn gezant, zijn gedelegeerde die Hij gemaakt heeft naar zijn beeld en gelijkenis; dat wil zeggen met alle mogelijkheden van verstand en hart en psychische en licha- melijke kwaliteiten die voor die opdracht nodig zijn. Zo zien we hoe de mensheid stilaan bezit neemt van de wereld, maar vooral hoe door kennis (wetenschap) en handenarbeid (techniek) hij meer en meer kan voorzien in allerlei moeilijkheden, ziekten, handicaps enz. Hier valt veel over te zeggen. Gevolg is dat de we- reld waarin de mens leeft nu minder een sacrale wereld is, waar we heel de tijd God moeten vragen ons menselijk onver- mogen te hulp te ko- men, ons te overspoe- len met buitengewone mirakelen en genezin- gen. We bevinden ons in een seculiere we- reld  waarin God ons verantwoordelijk heeft gemaakt en ons (stil- aan meer en meer) in staat stelt met Hem die wereld te beheren en dienstbaar te maken aan de mens. Als kinderen van God moeten wij die opdracht echt met beide handen aanvaarden en zo goed mogelijk vervullen. Dat betekent dat wij ons gaan be- kwamen met ons verstand, met onze handen en technische vaardigheden en ook met de rijkdom van ons hart en ons gemoed om Gods werk te beheren en verder te zetten.  Dit motiveert tot toeleg op de studie waar ook heel wat kin- deren en jonge mensen de zinvolheid van inzien!   Hebben we met deze beschouwingen God aan de deur gezet? Heeft het nog zin om te bidden, te aanbidden en om hulp te vragen? Daar willen we het in een derde deel over hebben: ‘Waar blijft God in een seculiere wereld’? Autogordel dragen (op de juiste manier hee!): een opdracht vanwege God


NAAR INHOUD  -  NAAR BEGIN PAGINA

HOU VAN JEZELF  (2)

pr. Hans Vergeer

Zeven tips om mee aan de slag te gaan.  

- Kies ervoor om van jezelf te durven houden. Als je daar niet een dui- delijke keuze in maakt, zal je blijven wegzakken in het drijfzand van je gevoelens.  

- Stel je denken (over jezelf en anderen) open voor de bevrijdende waarheid van Gods Woord, waarin je kunt ontdekken hoe kostbaar en waardevol je bent.  

- Geef de Heilige Geest de ruimte om beschadigde of negatieve gevoe- lens van jezelf te genezen. God wil gebrokenen van hart genezen en herstellen.  

- Heb God lief en je naaste als jezelf; zo ontstaat er een gezonde balans in je leven.  

- Breek met de zonde in je leven. Ze doet niet alleen God verdriet, maar tast ook je identiteit en zelfrespect aan.  

- Als je het gevoel hebt er zelf niet uit te komen, aarzel dan niet en durf hulp van pastors in te schakelen. Eenzaamheid hierin is je grootste vij- and.  

- Kies Jezus Christus als jouw persoonlij- ke Redder en Verlosser en kies voor Gods liefde en je zult gered zijn. Voordat Jezus ons verliet, heeft Hij hetzelfde gezegd: “Blijft in Mijn liefde”. Hij wist immers dat we dan nooit meer uiteen zouden gaan en Hem nooit zouden verlaten. Als we in de liefde blijven, kan niets ons scheiden van dit leven dat ons aan God en elkaar bindt en zijn we in Jezus een getuige van Gods liefde.   

Pastor Hans Vergeer  

 

NAAR INHOUD  -  NAAR BEGIN PAGINA


EEN MEISJE OP WEG MET JEZUS

Daniël-Ange

In het nog steeds prachtig boekje “Ivre de Vivre”2 (Levensdronken) verzamelde Daniël-Ange een hele boel getuigenissen van jonge mensen (vooral tieners) over hoe ze op weg gaan met Jezus en de kerk, vaak na allerlei omwegen en dwaalwegen.  Onlangs trof me daarin het getuige- nis van een meisje van 15; ze was nog maar 2 jaar gedoopt en ook daarna deed ze maar weinig met haar geloof. Tot ze op teevee een film zag over de heilige Berna- dette. Toen wilde ze plots ook een heilige worden. Ze gaat zich dan oefenen in het ver- mijden van zonden en het dienst bewijzen thuis om zo aan God te behagen. Stilaan verinnerlijkt zich dat en ze vraagt aan Jezus om elke dag een stap dichter bij Hem te kunnen komen. Haar 5 minu- ten gebed worden stilaan 30 minuten en soms meer. Ze neemt deel aan een gebeds- groep die ook vaak in de stra- ten van Parijs gaat evangelise- ren. Op school ziet ze met spijt dat haar medeleerlingen onverschillig zijn op gebied van het geloof en vaak ook wreed voor elkaar. Haar getuigenis gaat dan verder met een reis naar Lourdes waar ze met Lourdeswater de plaats van haar hart aanraakt opdat haar hart helemaal van Jezus zou zijn. Als ze haar Bijbel daar openslaat ziet ze de tekst: “De geest is gewillig terwijl het vlees zwak is”. Dit woord herinnert ze zich vaak als ze geen zin heeft om te bidden; ze zet dan toch door! Tijdens de Eucharistie en thuis leest ze vaak een Bijbeltekst en dat helpt haar om vurig te blijven en het kwaad te vermijden. Omdat haar mama wegens ziekte niet meer naar de Eucharistie kan gaan ontvangen ze thuis de Eucharistie en houden ze een tijd van aanbidding. Tijdens die aanbiddingstijd begiet Jezus de graankorrels, zegt ze. Om de liefde tot Jezus te doen toenemen gaat ze allerlei kleine offers brengen, en ze merkt af en toe dat haar leven een zekere uitstraling vindt… en dat ze blijer in het leven staat. Ze tracht naar de mensen te kijken met de ogen van Jezus en het Jezus- gebed helpt haar om met Jezus verbonden te blijven.           

 

uit: Ivre de Vivre! Témoignages de jeunes recueillis par Daniel-Ange. Le Sarment. Fayard.1985.

  

NAAR INHOUD  -  NAAR BEGIN PAGINA



JEZUS EN KAFARNAÜM (3)

Ben Van Vossel Naar o.m. ‘La Terre Sainte’  


Custodie van het Heilig Land

In 1894 kocht de “Custodie van het Heilig Land”  de Tell Hum aan, op de oever van het Meer van Tiberias. De Custodie van het Heilig Land is een Internationale samenwerking van Franciscanen, die van de pausen de zending kregen de heilige plaatsen in het Heilig Land te “bewa- ken”,”beschermen” (in het Latijn: “custodire”, vandaar dat woord “Custodie”)3.  Op heel wat voor ons Christenen ‘heilige plaatsen’ hebben de Francis- canen er voor gezorgd dat die plaatsen bewaard ble- ven; vaak hebben ze de kerken of basilieken, die op die plaatsen werden gebouwd, beschermd en onder hun hoede genomen; op sommige plaatsen waar er slechts ruïnes overbleven en dan  zorgden zij ervoor dat er een beschermend bouwsel of kerk overheen

werd opgetrokken. Zo is er bv. de verdiepingen- basiliek in Nazareth op de plaats van Maria’s Fiat of de Menswording van Gods Zoon.  

De synagoge  

In Kafarnaüm tref je de ruïnes aan van de vrij grote synagoge waarover het evangelie spreekt. Al zijn het vermoedelijk niet de ruïnes van de synagoge uit Jezus’ tijd, we mogen geredelijk veronderstellen dat deze zich op die bepaalde plaats situeerde.  

En het huis van Petrus?  Het huis van Petrus was vast geen alleenstaande villa, maar een – mis- schien wat groter – huis, omgeven door andere woningen.  Is de plaats daarvan te achterhalen en is er nog iets van terug te vinden?                                                  3 Het logo van de Custodie kom je overal in Jeruzalem tegen (op straatstenen zelfs). De 4 kleine kruisen betekenen die 4 windstreken en het grote kruis: het Kruis van Jezus in het centrum van alles; vaak staat er ook nog een cirkel rond om het heelal te beduiden.

  

Het huis van Petrus

werd door een zeer oude traditie gesitueerd vlakbij de resten van de synagoge van Kafarnaüm.  Archeologen4 hebben daar opgravingen gedaan en ze vonden op zo’n 30 m. afstand ten zuiden van de synagoge het volgende:

    

Ruïne van de 8-hoekige kerk

Laag A - Bovenaan ontdekten ze de grondvesten van een met mozaïe- ken opgesmukte achthoekige kerk uit de 5de eeuw; zij werd blootgelegd in 1921. Laag B - Daaronder vonden ze overblijfselen van een oudere kultus- plaats uit de Byzantijnse tijd; een plaats van samenkomst met allerlei aanpassingen voor vieringen. Laag C - Onder de mozaïekvloer van die Byzantijnse kerk, trof men fundamenten aan van huizen uit tweede eeuw voor Christus die in ge- bruik bleven tot de 4de eeuw na Chr.   


Op 29 juni 1990 tenslotte heeft men boven het zogenaamde Petrushuis (zie op foto, niet ver van het meer; goede ligging voor een visbedrijfje) een passende constructie ingewijd; zo kon die eerbiedwaardige plaats veilig bewaard worden voor de toekomst. Deze constructie heeft de vorm van de octogonale (8-hoekige) kerk bewaard die we hierboven laag A noemden.  

Een ‘huiskerk’ uit de 1ste eeuw? Het is best mogelijk dat het huis, waarboven later een Byzantijns hei- ligdom (einde 4de eeuw)  en nog later de 8-hoekige kerk (2de helft van de 5de eeuw, 480) werd gebouwd, een plaats was waar in de eerste eeuw reeds Jood-christenen samen kwamen. Een soort huis-kerk dus en mis- schien wel de eerste huiskerk na het cenakel. De plaats was dan ook zeer goed gekozen door die eerste christenen, omdat het de plaats was waar Jezus privé-onderricht gaf aan zijn leerlingen, een ‘vormingshuis’. Konden ze  op nog een betere plaats samenkomen dan in dit huis van Petrus waarin Jezus logeerde en waar Hij met zijn leerlingen samen- kwam? De bouwers uit 480 hebben in ieder geval het centrum van hun kerk pal boven de vereerde kamer opgetrokken. Zo kon een anonieme pelgrim (van Placenza) die ook Kafarnaüm aandeed, schrijven: “En zo kwamen we verder te Kafanaüm aan het huis van Sint Petrus dat nu een basiliek is.” Over de eerdere veranderingen schrijft in 390 de welbekende Spaanse abdis (of adelijke vrouw), Egeria, die ook een pelgrimsreis ondernam naar Palestina: “En wat meer is, in Kafarnaüm werd het huis van de prins der apostelen (Petrus) helemaal omgevormd tot een kerk, die de oorspronkelijke muur helemaal onveranderd heeft gelaten.” Tegen het einde van de 4de eeuw deed men echter belangrijke verande- ringen.   


Het huis Boven allerlei oude lagen van bewoning (uit de laat-hellenistische tijd en later) vonden de archeologen (in laag A) in 1968 iets bijzonders: een ruimte van ongeveer 12 vierkante meter, een dus wat ruimere kamer voor die tijd. Het ‘huis van Petrus’ bevond zich in een huizenblok tus- sen 4 straten, typisch voor de stedenbouw in de laat-hellenistische tijd. De huizen bestonden uit kleine kamers en waren gerangschikt rondom een binnenplein, zodat verscheidene (joods-christelijke ?) gezinnen rondom het plein woonden in de omringende huizen. Het vierkantig huis van Petrus heeft een zijde van 8.35 m. en is ver- deeld in 2 ruimten. Het L-vormig binnenpleintje is 84 m² groot. Op dit pleintje werd ook gekookt, daarvan getuigen vuurhaarden in verharde steen. Het huizenblok waartoe het Petrushuis behoort wordt door de ar- cheologen “insula sacra” genoemd. Het ligt zo’n 30 m. ten zuiden van de Synagoge. Niet ver lopen dus na de dienst in de synagoge. We her- inneren nog eens aan de tekst: “Zodra Hij uit de synagoge kwam, ging Hij met Jakobus en Johannes naar het huis van Simon en Andreas.”  (Mk.1,29)  


noot 4 De archeologen waren de Franciscanen Fr. Corbo en Fr. Loffreda van de Custodie van het H. Land. Het  ‘huis van Petrus’ vonden ze in 1968.

Bij Illustratie: Achteraan 8-hoekig bouwsel boven Petrus' huis, vlakbij het meer.


 NAAR INHOUD  -  NAAR BEGIN PAGINA

  

PASSIEVIERING-PROCESSIE-GRAFLEGGING

Andrea Van Braeckel. Naar een brochure:  

Office Solemnel de la Passion /  Procession / Mise au tombeau)   


Vorig jaar, op Goede Vrijdag, heb ik te Lessines (Lessen) in de provin- cie Henegouwen (omgeving van Ronse) een wel bijzondere viering mogen meemaken in en rond de decanale Sint-Pieterskerk. Hier volgt een impressie van dit indrukwekkend gebeuren rond de Passie en Graf- legging van Christus.  


Beknopte geschiedenis

In feite bestaat deze traditie reeds minstens van 1475 en wellicht nog van vroeger. Het specifieke is de graflegging van Christus. Wellicht is deze ritus gebaseerd op 3 elementen: 1° enerzijds het bewaren van de Eucharistische reserves in een aparte ruimte tijdens het Paastriduum, 2° de Middeleeuwse traditie van een kruis te begraven en 3° misschien heeft het zijn wortels ook in de Middeleeuwse mysteriespelen, waarbij men taferelen uit de Bijbel en de heiligenlevens uitbeeldde in een soort toneel. De viering gebeurde aanvankelijk binnen de kerk maar zeker vanaf 1684 was er ook buiten de kerk een processie en vanaf 1953 wa- ren er ook boetelingen (penitenten) bij betrokken, zoals bij de boete- processie van Veurne. Het geheel heeft zowel een liturgisch, een fol- kloristisch als een volks-religieus aspect, maar het blijft alles samen een diepgodsdienstig gebeuren. Terwijl vroeger de hoofdkleur van deze dienst het zwart was, is sedert de vernieuwing van het 2de Vaticaans Concilie de rode kleur in gebruik genomen. De Passie van Jezus, Pink- steren, de Apostelen en Martelaren worden in de liturgie ook met de rode kleur bedacht. En daarom dragen ook de clerici rode gewaden, is het doek voor het grote kruis in de abscis rood en de rode waaklichtjes zijn in de plaats gekomen van de kaarsen. De pijen van de boetelingen zijn echter in sobere bruine kleur. Is bij het begin van de dienst het dui- zendjarige gebouw vrij duister, naarmate het hoogkoor iets meer ver- licht wordt komt ook de rode kleur van het martelaarschap het offer, het lijden meer op de voorgrond...  


Verloop van de viering  

De aanvang van de viering was heel bijzonder. Hoe sober ook, sommige elementen waren echt indrukwek- kend. Maar dit stoorde niet, omdat er ook iets geweldigs gevierd werd: het lijden, de dood en graflegging van onze Heer Jezus Christus. Onder tromgeroffel kwamen de boetelingen (penitenten) binnen. Na hen kwamen de geestelijken binnen en de acolie- ten, maar dat gebeurde dan weer in volledige stilte. De priesters gingen op de grond liggen voor het hoofdal- taar, in diepe aanbidding voor het lij- den en de dood van de Heiland. On- dertussen zong men het gedragen Trisagion: Heilige God, Heilige Ster-25 ke, Heilige Onsterfelijke, ontferm U over ons. (Zie uitleg hierover in ons nummer 2 van vorige jaargang, p. 61 vg.). De viering verliep daar- na nagenoeg zoals in de andere katholieke kerken.  

Liturgie van het Woord Hier kwamen de gewone lezingen: Lezing uit het boek Jesaja (de Lij- dende Dienaar van Jahwe) - Lezing uit de brief aan de Hebreeën - en tenslotte het Lijdensverhaal volgens Johannes. Dit beëindigde men bij vers 37 van het 20ste hoofdstuk. Het verhaal van de graflegging van Christus zou volgen na de processie, bij de eigenlijke graflegging. Tussen de lezingen werden door het talrijke koor (van vooral jonge mensen) prachtige, sfeervolle liederen gezongen.  


Liturgie van het Kruis.

Vergezeld van acolieten ging daarna een van de priesters het kruis ha- len achteraan in de middenbeuk en bracht het naar het hoofdaltaar ter- wijl men ondertussen zong "O Crux ave spes unica (gegroet o kruis, onze enige hoop). Drie keer bleef de priester staan : "Zie het hout dat de Heiland (de Redder) van de wereld heeft gedragen". Als het kruis voor- aan was gebracht, werd het vereerd door de clerus en de boetelingen en daarna door de andere gelovigen. Ondertussen werden klaagzangen ge- zongen afgewisseld met liederen van lof en hoop.   


Liturgie van de communie

Na de kruisverering volgde de communiedienst die begon met het onze vader en de uitreiking van de op Witte Donderdag bewaarde hosties die opnieuw door een priester, vergezeld van acolieten werden gehaald in een mooie zilveren ciborie. Na de communiedienst volgde nog een kort gebed door de voorganger. waarna de priesters zich in stilte terugtrok- ken.  De lichten in de kerk werden gedoofd, uitgenomen enige grote kande- laars die het aanbiddingskruis verlichtten.  

Begrafenisprocessie: de tocht naar het graf

1. De processie werd dan gevormd  met vooraan enige trommelaars van Lessines (kleine en middelgrote trommels; dit instrument begeleidde vroeger de ter dood veroordeelden naar de plaats van terechtstelling).

2. Daarop volgde een eerste groep acolieten die ratels hanteerden in plaats van de rinkelende belletjes die zwegen sinds het gloria van Witte donderdag. Gecombineerd met het trage geroffel van de trommels gaf dit een dramatische indruk. 3. Gedragen door enige boetelingen volgde dan het kruis; het droeg de symbolen van het lijden van Jezus: doornenkroon, gesel, nagels, speer...  Twee zilveren lantaarns werden ernaast gedragen. 4. Dan kwam een eerste, grote groep Boetelingen, in bruine pij, sym- bool van hun boete en hun persoonlijke innerlijke tocht; zij vergezelden de begrafenisstoet die zij verlichtten met de schijn van hun toortsen.  5. Dan volgde het beeld van de gestorven Christus. Het is een beeld van de liggende Christus; het werd ook gedragen door de boetelingen en vergezeld door 4 grote zilveren kandelaars. Het originele beeld werd vernield in 1940. Het huidige, in lichte eik, is van de hand van Harry Elstrøm (1906-1993). Twee groepen acolieten bewierookten het li- chaam van de Overleden Christus.  6. De zangers reciteerden boetepsalmen en riepen de gebedsintenties. 7. Na het koor volgde de grote groep Boetelingen.

8. Vervolgens een groep trommelaars van Lessines. 9. Opnieuw een groep acolieten met ratels. 10. Een aantal jonge vrouwen die de wenende vrouwen verbeelden op de kruisweg; zij droegen zwarte pijen en kleine koperen lantaarns in de hand; zij vergezelden het beeld van Maria, de Moeder van Smarten. 11. Het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van 7 Smarten. Omringd door 4 zilveren kandelaars werd dit beeld ook gedragen door jonge vrouwen in zware mantel. Het notelaren beeld is eveneens van Harry Elstrøm. 12. Weer een groep treurende vrouwen. Zij verwijzen naar de oude ge- woonte van mensen die kompassie hadden met de overledene en zijn familie; hier vergezelden zij de gebeden van de zangers en de clerus. 13. Opnieuw een deel zangers. 14. De clerici. Nu gekleed met zwarte gewaden volgens de oude traditie van vòòr Vaticaan II, vergezelden ze de opmerkelijke maar sobere groep en waren ook bij de laatste act van die nacht: de graflegging.


De graflegging  

Na de eenvoudige tocht doorheen de voor- naamste straten kwam de processie terug in de kerk. Dan herdacht men een voor Je- zus’ leerlingen heel dramatisch moment: Christus is dood! Gedurende enkele minu- ten is er tromgeroffel en geratel en het ge- zang van het koor. Dit ging crescendo tot de volledige processie na de rondgang in de kerk de Sint-Barbarakapel bereikte.  Dan werd het korte stukje uit het Johan- nesevangelie voorgelezen over de grafleg- ging. Het lichaam van de liggende Chris- tus werd dan in het graf neergelegd en de priesters bewierookten het nogmaals. On- dertussen werd weer het Trisagion gezongen, het driemaal heilig (‘Hei- lige God, heilige Sterke, heilige Onsterfelijke, ontferm U over ons’).  Na het slotgebed was er de wegzending.  

Op Pasen zal het Paaslied klinken De Heer is verrezen, alleluja! Hij is waarlijk verrezen, alleluja!

  

NAAR INHOUD  -  NAAR BEGIN PAGINA


ABEL  ABELIM  KOL  ABEL

bvv

Alles is ijdel

Abel abelim kol abel? Dat zou Hebreeuws moeten zijn, het tweede vers van het boek Prediker, maar van die ‘kol’ ben ik niet zeker want ik zie in het Hebreeuws de letter L nergens staan. Maar het betekent dus dat de Prediker zegt: “ijl en ijdel en alles is ijdelheid”. We hadden het er ooit nóg over. ‘Prediker’ ziet wel al het prachtige in de natuur en de verwezenlijkin- gen van de mens, maar telkens komt daar de ontnuchterende vaststel- ling dat het allemaal maar loos lawaai is en spoedig een einde kent en dan weer opgevolgd wordt door iets of iemand anders, weer prachtig en onweerstaanbaar, maar ook weer geroepen om ten onder te gaan… Je zou er depressief van worden.  Je bouwt een huis, je vindt het prachtig en je bent er gelukkig… en na dertig jaar (of nog eerder) stel je vast: Het is uitgeleefd. Het nieuwe is eraf, de glans is eraf, je leeft in een oud huis. Trouwens, als je in de spiegel kijkt… Grapje! Kom, lach er eens om!   

Ontnuchterende woorden

Ook Jezus zei soms van die ontnuchterende dingen. Zo hadden ze in zijn tijd een prachtige tempel. Ja, echt groots en schitterend. Daar had de Idumeeër voor gezorgd, koning Herodes (niet deze van de kinder- moord). Was hij gelovig? Ongelovig? Waarschijnlijk wel gelovig, maar zijn levenswijze was er niet op afgeprint. Om toch in de gunst van de Joden te staan (hij, als vreemdeling), bouwde hij een luxueuze tempel. Hadden ze weinig op met de koning, de tempel vonden ze wél oogver- blindend; ze waren er trots op, al stond hij nog gedeeltelijk in de stei- gers. Als Jezus zich met zijn Galileïsche vrienden in de tempelgebou- wen bevindt, staan ook zij bewonderend naar de tempel te kijken, (zelf had Hij hen zojuist gewezen naar de offerkist waarin de arme weduwe haar laatste centen in steekt; hun opmerking komt dan ook wel wat on- gelegen):

  

29 “Toen sommigen opmerkten, hoe de tempel daar prijkte met zijn fraaie stenen en wijgeschenken, zei Hij: 'Wat ge daar ziet: er zal een tijd komen, dat er geen steen op de andere gelaten zal worden, alles zal ver- woest worden.' (Lk 21,5-6) Paf, daar ligt die onvoorstelbaar mooie tempel; niet te verwonderen dat er ook vandaag nog altijd Joodse mensen bij de Klaagmuur staan.  

Een andere werkelijkheid? Toch moeten we even door de bittere bast heen van vernieling en dood, van oud worden, aftakeling, verveling, ruïnes… Er zijn voorbeelden in de natuur: de slang die de pijnlijke wisseling doormaakt van een oude naar een nieuwe, prachtige huid, de larve die zich ontpopt tot een mooie vlinder, de pauw die na zijn ruifperiode weer staat te pronken met zijn opstaande, kleurrijke waaierstaart. In de christelijke boodschap klinkt nog iets diepers door. Hoe mooi en waardevol alles kan zijn wat we zien en meemaken… er is een diepere realiteit.   

 

Het werk van onze handen Ons bezigzijn op aarde (overigens een opdracht van God), willen we toch in zijn handen leggen, vragen dat Hij er zijn Geest over zendt. In de trant van wat de priester (geïnspireerd op het Joodse tafelgebed) bij de aanbieding van de offergaven zegt: “Gezegend zijt Gij, God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij het brood en de wijn ontvangen; aan U dragen wij op: de vrucht van de aarde en de wijn- gaard, het werk van onze handen; maak het voor ons tot brood en tot bron van eeuwig leven…”  

Christelijke wijsheid Meer dan eens wijst Jezus op de vergankelijkheid van aardse bezittin- gen. “Verzamelt u geen schatten op aarde, waar ze door mot en worm vergaan en waar dieven inbreken om te stelen (of de belastingambte- naar die nog wat restjes vindt); maar verzamelt u schatten in de hemel, waar ze niet door mot of worm vergaan en waar dieven niet inbreken om te stelen. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.” (Mt 6,19-21) Dat laatste zinnetje is van doorslaggevend belang. Waar ís ons hart? Waar plaatsen wij onze uiteindelijke zekerheid? Geloven we in God? Geloven we dat Hij onze uiteindelijke bestem- ming is? Nemen we Hem aan als de Heer van ons leven. Vertrouwen we op Hem of eerder op… ? Je kan het niet sterker uitdrukken dan met de korte parabel van Jezus over de succesvolle landbouwer die meent zijn schaapjes op het droge te hebben: “Maar God sprak tot hem: Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan? Zo gaat het met iemand die schatten ver- gaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.' “ (Lc12,20-21)  


Angst of rustig vertrouwen?

Oeioei. Moeten we alles eens achterlaten? Dat zal wel. En is mijn wer- ken hier op aarde dan tevergeefs? Niet noodzakelijk. In een ander arti- kel (‘Geloof en Wereld’) wordt gezegd dat we wel degelijk de opdracht hebben om deze wereld mooier en beter te maken en dat doen we gro- tendeels door ons dagdagelijks in te zetten voor levensonderhoud en de menselijke groei van onszelf en de mensen die ons door God worden toevertrouwd. God werkt in en door ons aan en in de wereld. Maar het doorslaggevende is…  onze toewijding aan Hem! De nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen nog altijd een overgang zijn van het verganke- lijke en sterfelijke naar het blijvende (1 Kor 15,44vv). Maar dat is ons geloof en de bron van ons vertrouwvol in het leven staan. Die inzet en onze overgave vallen niet onder de “ijdelheid” waar Prediker het over heeft.    


NAAR INHOUD  -  NAAR BEGIN PAGINA