GELOOF en LEVEN vzw



  
HOME

INHOUD




  TERUG NAAR INHOUD  

GELOOF EN LEVEN 1996  nr 4

- Pater Alfred Deboutte (1912-1996)  

- Maria’s dienstbaarheid en mededogen  

- Zalige zuster Celeste Crostarosa stichteres Redemptoristinnen  

- Gebed van zuster Crostarosa  

- Gebed: Neem uw verblijf in mij   Elisabeth van Dijon

- Nieuwe evangelisatie 2000  2. De zonde in de wereld

- Brief uit de West-Indies   Francis Boogaerts CSsR

- Brief uit Zaïre  Eddy Bijloos CSsR

- Aandacht voor de armsten   Marc-Maurice Beddeleem, Missionaris van de Naastenliefde

- Ik geloof in de Kerk   I. Menschaert


Pater Alfred Deboutte, die overleed op 5 december 1996. heeft ons het Magazine ‘Geloof en Leven’ doorgegeven om het in dienst te stellen van de Nieuwe Evangelisatie waartoe Paus Joannes Paulus II ons heeft opgeroepen. Daarom willen we hem hier even gedenken aan de hand van zijn gedachtenisprentje


GEDACHTENISPRENTJE VAN PATER A. DEBOUTTE

+

Alles voor Vlaanderen

Vlaanderen voor Kristus


Aandenken aan eerwaarde Pater Alfred Deboutte, Redemptorist.

geboren te Ardooie op 25 september 1912,

Redemptorist geworden op 20 september 1930,

priester  gewijd op 20 september 1936,

overleden als Aalmoezenier van de Zusters Monialen Redemptoristinnen te Brugge op donderdag 5 december 1996 om 8.30 uur in het Sint-Franciscus Xaveriusziekenhuis in Brugge, gesterkt door de Ziekenzalving.


Hij schreef nog in 1995 : “Ik voelde me steeds als Redemptorist op late missie...”  Ook toen hij van 1939 tot 1962 les gaf van godgeleerdheid of dogmatiek in het studiehuis van de Redemptoristen in Leuven, en van 1962 tot 1967 in de Abdij van Grimbergen.  Hij stichtte de Rodenbachkring en Sint-Lutgartkring in Leuven, richtte er een missiestatie op in de volksbuurt van de Burgemeesterstraat, was hoofdredacteur van St.-Gerardusbode (Geloof en Leven) van 1946 tot 1956 en opnieuw van 1963 tot nu (1996), werd secretaris van het Vlaams Werkgenootschap voor Theologie, richtte een tweede missiestatie op in de Zevenslapersstraat te Leuven.  Te Brugge richtte hij de Thomas More-vereniging op, was medestichter van de Maria-werkgroep van Tongerlo.


Vanaf 1972 was hij de toegewijde kapelaan en vanaf 1983 erkend aalmoezenier van de Zusters Monialen Redemptoristinnen te Brugge.  Hij schreef veel artikels voor Geloof en Leven, Nooit te laat en andere geestelijke tijdschriften, voor de Dictionnaire de Spiritualité (artikels Lutgarde bv. en Waffelaert).  


Hij ontplooide een ongelooflijke werkkracht hoewel hij bijna niets kon eten door maagproblemen.  

Zijn geloof in een heropbloei van de Kerk in Vlaanderen en in de hele wereld bleef onwrikbaar, zijn trouw aan Rome onaantastbaar. “Civis romanus sum : Ik ben Romeins burger”, schreef hij, “en ik blijf het, en hier te Brugge wordt het gewaardeerd ... ook door de jeugd.”  


Hij had in Rome zijn doctorstitel behaald; zijn vader - architect - overleed er op de dag van de dogmaverklaring van de Tenhemelopneming van Maria.  Mogen de Heer en de Moeder van Altijddurende Bijstand hemzelf nu “ten hemel opnemen” om er te ontdekken wat St.-Jan belooft : “Wij zullen God zien zoals Hij is (1 Joh. 3,2).  Wij danken God voor alles.

In zijn testament staat : “H. Lutgart, bescherm Vlaanderen.”


EINDE ARTIKEL

    TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER     




MARIA, DIENSTBAAR EN VOL MEDEDOGEN

Ben Van Vossel, C.ss.R.


Maria,  opgewekt en met spoed

ben je in het bergland van Galilea

je nicht blij nieuws gaan brengen.

Het “Ja” van jouw leven

betekende ook de dageraad van ons heil.

In nederige dienstbaarheid

heb je Elisabet bijgestaan

in haar aanstaande moederschap.


Vol mededogen was je in Kana

met de mensen waar het feest

vroegtijdig zou worden afgebroken

en je hebt er Jezus bijgehaald,

je was zo zeker van Hem :

“Doe maar, wat Hij je zeggen zal”.


Vol mededogen stond je onder het kruis

bij je stervende Zoon.  

Je moederhart kromp ineen.  

Machteloos was je.

Toch leefde er in je hart

de stille hoop op “De Machtige,

Wiens Naam groot is

en Die zich zijn Dienaar aantrekt,

indachtig zijn milde erbarming...”


EINDE ARTIKEL

    TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER     




EERBIEDWAARDIGE ZUSTER MARIE CELESTE CROSTAROSA

(geboren in 1696)

E.P. A. DEBOUTTE

(We hebben dit artikel van P. Alfred Deboutte een weinig aangepast met de tekst van de folder over ZUSTER M.CELESTE CROSTAROSA)


In 1996 hebben de Redemptoristen de 300-ste verjaardag gevierd van hun stichter, St.-Alfonsus de Liguori; Alfonsus is namelijk geboren te Napels op 27 september 1696.

In datzelfde jaar 1696 werd, eveneens te Napels, Julia Crostarosa geboren, de latere zuster Marie Celeste. Het was passend haar figuur nu ook op te halen, temeer omdat zij bij ons minder gekend is dan Sint Alfonsus.

Op 27 oktober preekte Pater André Nottebaert, Oblaat Van Maria, in de kerk van de Monialen Redemptoristinnen te Brugge.  Hij liet aanvoelen hoe Celeste Crostarosa, Alfonsus en Gerardus echt bij elkaar passen.


Julia Crostarosa werd te Napels geboren op 31 oktober 1696.  Ze was het negende kind in het gezin van advokaat Crostarosa dat door de moeder zeer christelijk opgevoed en geleid werd.  Er groeiden drie kloosterzusters uit het gezin en een Jezuïet.  

Julia was de levendigste en de meest vermakelijke uit de familiekring; door iedereen zeer geliefd door haar blij en zelfbewust op gang brengen van de vreugde in die grote “hoop”.  Haar karakter was beslist wilskrachtig en zeer gevoelig tegelijk : ze was een doordrijver.

Hoe ze te Napels Alfonsus de Liguori leert kennen, zal juist in verband staan met de stichting van de Redemptoristinnen (de vrouwen waren het eerst) en daarna van de Redemptoristen.


We kunnen het leven van zuster Celeste Crostarosa eenvoudig indelen in drie perioden :


I  KINDER- EN JEUGDJAREN  (1696-1718 Intrede in het klooster)


Zuster Marie Celeste was eerst en vooral een mystica : een mystica is een christen die zeer dicht bij het mysterie van God staat.  En wat voor gewone gelovigen onzichtbaar, onvoelbaar en onbereikbaar voorkomt, is voor haar als vanzelfsprekend - aangevoeld en bereikbaar - dichtbij, wetend dat God uit zijn verborgenheid te voorschijn komt en haar zoekt...  Zij ziet Jezus, ze hoort Jezus en wordt door Hem geleid.  Enigszins zoals de kinderen die een verschijning zien van O.L.Vrouw, en daardoor aangemoedigd worden om deugdzaam te leven, het goede te doen, de sacramenten vurig te ontvangen en ook heldhaftig te leven en te sterven.

Reeds als kind van 6 jaar “sprak de Heer tot haar hart ... inwendige woorden die haar zegden Hem te beminnen, maar zij wist niet wat dit alles betekende” (1615).

Ze tracht daarom zoveel mogelijk, afgezonderd op een kamer, met God te spreken en haar hart spontaan uit te storten als bij een Vriend.  Geen kinderdromen, maar genieten van de wezenlijke en werkelijke liefde van de Heer Jezus voor haar.  Het verwondert dan ook niet dat zij op 17-jarige leeftijd de gelofte van zuiverheid deed en vrij bleef om zich met haar verlangen naar liefde naar Jezus te keren en zich van de aantrekkelijkheid van de wereld af te keren.


De dienstmeisjes in huis gaven haar wel de gelegenheid haar behaagzucht te ontwikkelen en mee te doen aan de plezierige kanten van het jonge Napelse leven : muziek en dans.

Maar haar geweten begon haar te kwellen en de crisis eindigde met een goede algemene biecht.  Van dan af begon er ook een meditatief leven zoals de biechtvader haar leerde, maar ze kon dit niet lang volhouden.  “Je moet mijn leven navolgen, zei de Heer, en uw werken verenigen met de werken die Ik verrichtte tijdens mijn leven.”

*   *   *

II  RELIGIEUZE STICHTERES EN HERVORMSTER (1718-1738)

(Marigliano 1718, Scala tot 1733, Pareti tot 1735, Roccapiemonte tot 1738).


Eerste ervaringen in het religieuze leven.

Bij Nola, niet ver van Napels, stond een Karmel.  Op 12 november 1718 treedt Julia er binnen.  In November 1719 spreekt ze aan het einde van haar noviciaat haar geloften uit onder de naam van zuster Candida.  Omwille van haar vurigheid wordt ze in 1720 novicemeesteres.  In 1721 is ze kosteres en weer later opnieuw novicemeesteres.  Men voegt er ook nog de zorg bij voor de “Educandinnen”, meisjes die een opleiding kregen in het klooster.  Verlicht en gezuiverd door de liefde van de Heer, wordt ze “bekleed met zijn deugden” en dat zijn allemaal goddelijke volmaaktheden die komen schitteren in haar hart.  In de winter van 1722 geven de Pii Operarii de retraite aan de kloostergemeenschap.  P. Falcoia preekt ze.

Het jaar daarop (1723) maakt de gemeenschap grote moeilijkheden door omdat de hertogin, Isabelle, zich veel te scherp mengde met de inwendige zaken van het klooster.  De bisschop van Nola kon tegen haar niet op en nam een kordate beslissing : het klooster werd opgeheven en de zusters konden overstappen naar een ander klooster.


Scala, een nieuwe orde : de Redemptoristinnen

Te Scala wilde Gods Voorzienigheid met de “Orde van de Redemptoristinnen” beginnen.  Pater Falcoia deed Julia samen met haar beide eveneens ingetreden zussen overkomen om een nieuwe en vurige religieuze communiteit te helpen vormen in het juridisch en financieel onderkomen klooster.  De drie zussen trokken de kledij van de Visitandinnen aan; ze zouden er hun noviciaat overdoen.

Maar op 25 april 1725 krijgt zuster Celeste het visioen dat God door haar een nieuwe orde wil oprichten.  Ze kan het niet geloven en zwijgt.  Tenslotte voelt ze zich door de last van de openbaring gedrongen om het haar novicemeesteres mee te delen, die over deze idee enthousiast is.  Na de H. Communie en onder goddelijke inspiratie schrijft ze in 40 dagen bijzonderheden over de geest, de  kleding en de regels van het nieuwe instituut neer.   De afzonderlijke zusters en de gemeenschap in haar geheel worden geroepen zich steeds meer te laten doordringen van Gods Geest en zich te laten omvormen in Christus, zodat ze zelf een “Viva Memoria”, een levende Gedachtenis van Jezus zouden worden.  In gebed, arbeid en zusterlijke liefde moeten ze zijn zending van verlosser ‘herleven’, actualiseren, in de verborgenheid van een slotklooster.


De stichting

P. Falcoia toont zich aanvankelijk niet bijzonder enthousiast, maar verandert van mening door de andere theologen die deze aangelegenheid onderzoeken. Maar toen bleek dat de overste en twee andere zusters zich helemaal niet meer konden verzoenen met de idee dat een novice een nieuwe orde zou gaan stichten.  Zuster Celeste kreeg dan ook heel wat vernederingen te verduren en er werd beslist dat  men achter heel het project finaal een punt te zetten.  Op 5 juni 1726 werd de novicemeesteres tot overste gekozen en met Kerstmis van dat jaar spraken de drie zussen Crostarosa hun geloften uit van Visitandinnen.  

Acht dagen eerder, op 21 december 1726 werd Alfonsus de Liguori in de kathedraal van Napels tot priester gewijd.  Alfonsus en Celeste zijn op dat moment beide 30 jaar.

In de lente van 1730 wordt Th. Falcoia door de koning van Napels te Rome voorgesteld als nieuwe bisschop van Castallamare.  Falcoia had voor zijn afreis naar Rome Alfonsus herhaaldelijk ontmoet.  Hij schenkt hem zijn volmacht van direttore; hij bespreekt het hele opzet en vertrekt tot eind oktober of begin november.

Alfonsus - aanvankelijk zeer wantrouwig tegenoer de ‘geïllusioneerde zienster’ ondervroeg te Scala alle zusters afzonderlijk en kwam tot het besluit : dit is het werk van God.  Nu was er volledige eensgezindheid in het klooster.  Alfonsus preekt een retraite en op het feest van Pinksteren (13 mei 1731) zou men overgaan  naar  de nieuwe regel.  Op 6 augustus, feest van de Gedaanteverandering van de Heer, trekken ze het rode habijt aan dat herinnert aan de liefde van God die zover ging dat Hij zijn leven voor ons gaf aan het Kruis..


Mislukt

De moeilijkste periode van haar leven was voor Marie Celeste echter niet achter de rug.  Het onbegrip tussen P. Falcoia en Celeste werd alsmaar groter.   Celeste wil dat P. Falcoia de nieuwe orde met rust laat.  Ze vindt dat hij de regel en de kledij verandert.   Blijkbaar begreep hij de diepte niet van de mystieke idee die in de regel haar uitdrukking vond.  De patstelling met zuster Celeste was zo groot dat de eisen die hij aan Celeste (en haar gemeenschap) stelde leidden tot haar wegzending uit de communiteit (14 mei 1733).


III Derde periode : het eigen Redemptoristinnenleven te Foggia (1738-1755)


Een nieuw begin

Vijf jaar leeft ze in de onzekerheid hoe haar leven verder zal verlopen.  In die tijd hervormt ze op vraag van de bisschop een ander klooster naar hun eigen regel, terwijl zijzelf verder naar de regel van de redemptoristinnen leeft.  Tot ze uiteindelijk naar Foggia komt (1738).  Daar slaagt de stichting, ondanks aanvankelijke moeilijkheden.  In deze stad wordt ze spoedig vereerd als de ‘heilige priorin’.  Mensen vinden in haar een geestelijke moeder die hen vormt en leidt op de weg naar God.  Hier komt ze tot rust en schrijft, in opdracht van haar biechtvader, haar autobiografie en mystieke werken.


De voltooiing

Op het feest van de Kruisverheffing (14 september 1755) sterft ze, trouw aan de navolging van Jezus.  Men leest haar  het passieverhaal volgens Johannes voor en bij de woorden “alles is volbracht” beëindigt ook zij haar kruisweg.

Haar lichaam rust onvergaan in het klooster te Foggia en trekt heel wat pelgrims.  We hopen dat haar proces van zaligverklaring binnen afzienbare tijd afgesloten zal worden en we haar, kerkelijk erkend, als voorspreekster bij God mogen aanroepen in alle aangelegenheden en noden waarmee ook zij vertrouwd was.


De Redemptoristinnen (O.Ss.R.) Orde van de Allerheiligste Verlosser) hebben zich inmiddels over alle continenten verspreid en ook nu nog ontstaan er nieuwe stichtingen zoals in Polen 1989, Zuid-Afrika 1991, Mexico 1994 en Burkina Faso 1996. De 2 laatste Redemptoristinnen uit Brugge, een Vlaamse en een Poolse, zijn vertrokken naar een Ierse Redemptoristinnenkommuniteit.








    TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER     



Gebed van Zr. Celeste Crostarosa


Eeuwige Vader, God van mijn hart,

ik kan niet anders dan U te danken

omdat Gij ons in uw grenzeloze barmhartigheid

uw eniggeboren Zoon, onze Verlosser, geschonken hebt.


Eeuwige Wijsheid, Goddelijk Woord, ik dank U,

omdat Gij mens geworden zijt,

voor ons zijt gestorven en ons door uw kostbaar bloed hebt verlost.


Heilige Geest, eeuwige dank aan U,

omdat Gij in uw barmhartige liefde

het werk van de Menswording hebt volbracht.

Eeuwige dank aan U,

omdat Gij in ons de vruchten van de Verlossing bewerkt

en ons door Jezus de deelname schenkt aan het eeuwige leven.


Drieëne God,

U alleen zij roem en eer in alle eeuwigheid.  Amen.


EINDE ARTIKEL

    TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER     



NEEM UW VERBLIJF IN MIJ

Elisabeth van Dijon


O, mijn Heer, neem meer en meer uw intrek in mij.

Zend uw Geest nog overvloediger in mij

zodat ik niet meer leef maar dat Gij, Jezus,  leeft in mij.

Dan zal ik kind van de Vader zijn.

Dan zal ik een loflied zijn van uw heerlijkheid.

Mijn Heer en mijn God.


EINDE ARTIKEL

    TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER     



EEN KERSTBRIEF UIT DE  ANTILLEN

Francis Boogaerts CSsR

1996 was een uitzonderlijk jaar voor ons, Redemptoristen.  We vierden de 300ste geboortedag van onze stichter, sint Alfonsus de Liguori.  Tijdens mijn verlof in België was ik juist op tijd om deel te nemen aan de concelebratie in onze kerk van Jette, een plechtigheid die werd uitgezonden over de Vlaamse T.V.  Ik had ook het geluk op de geboortedag zelf, 27 september, in Rome te zijn en daar te concelebreren met Redemptoristen van een dozijn andere landen, van alle werelddelen.  Ik was in Rome omdat onze Provinciaal (Baltimore Province, U.S.A.) mijn reis had betaald, ter gelegenheid van mijn 50 jarig professiejubileum  als Redemptorist (15 sept. 1946/96).  Ik mocht een reis uitkiezen en ik koos Rome, omdat rond die tijd Brother Ignatius Rice, een Ier, werd zaligverklaard.  Hij was de stichter van de “Irish Christian Brothers”, door onze pater Albert Rutten naar Dominica gebracht, die het aangezicht van het onderwijs op ons eilandje totaal hebben veranderd en beheerst.

We hebben hier, op ons Retraitehuis, juist een retraite beëindigd voor Redemptoristen van Dominica, St. Lucia en St.. Croix (Maagdeneilanden), waarin we mediteerden over de charisma’s van St. Alfonsus en zijn eerste volgelingen en we baden en zongen met de gebeden en gezangen, door onze eigen stichter gemaakt of gecomponeerd.

Ook een uitzonderlijk jaar voor ons bisdom.  Op 7 september, na lange en diepgaande voorbereiding, werd onze Diocesane synode gelanceerd, die, zo hopen we, een echte vernieuwing zal brengen in ons christelijk leven hier.

Een van de resultaten zagen we twee zondagen geleden, op het feest van Christus Koning, toen een kleine 3000 mensen van over gans het eiland samen weren in de hoofdstad Roseau.  Het begon met een lange processie door de straten van de stad, gebedsdiensten en toespraken van lekenleiders, onze bisschop en de aartsbisschop van Trinidad en Tobago, Mgr. Pantin.  Het thema was de centrale positie van de christelijke familie in onze maatschappij en hoe we de gezinswaarden moesten waarborgen en delen met anderen.

Een ander gevolg van de synode is dat ons bisdom heringedeeld werd in vier vicariaten en dat parochies werden bijeengebracht wegens priestertekort.  

Onze oversten beslisten immers dat wij, Redemptoristen, parochies zouden opgeven om ons meer te wijden aan het charisma van retraite- en missiepredicatie.  Die veranderingen komen in voege begin 1997.

Ondertussen ben ik hier in het retraitehuis en vervul mijn taak als assistent in het huis en als gelegenheidspastoor op zondagen en telkens wanneer een confrater ziek is of op verlof gaat.

De toekomst van onze bedreigde bananenindustrie is pover, maar onze mensen, als echte West-Indiërs, blijven opgewekt en hoopvol.  Het enige gevaar is dat, als de bananen zouden verdwijnen, Dominica, zoals met andere eilandjes gebeurde, een mikpunt  zou worden voor de drugssmokkel en  de eruit volgende corruptie.


Laten we hopen dat het volgende jaar echte vrede brengt, in de harten van vele onrustige mensen en in de hoofden van staatsleiders en zelfs in het brein van niets ontziende terroristen. Het Kind Jezus kan toch niet voor niets geboren zijn in een stal en de Man Jezus niet voor niets gestorven zijn op een kruis.

Zalig Kerstmis en gelukkig Nieuwjaar  En nogmaals dank aan allen voor milde steun en hechte vriendschap.


EINDE ARTIKEL

    TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER     


BRIEF UIT ZAIRE

Eddy Bijloos CSsR

Een goede dag aan ieder van u !

Alweer een jaar dat met zijn goede en betere dagen stilaan zijn laatste adem uitblaast.  Een moment waar men bijna spontaan even terugdenkt aan al diegenen die een plaats in uw leven hebben en voor wie je iets mag betekenen.

Van verschillenden onder u heb ik het afgelopen jaar iets mogen vernemen.  En dat heeft me steeds veel plezier gedaan.  Want een afstand in ruimte hoeft niet ook een afstand in sympathie en medeleven te betekenen.

Het is helemaal niet de bedoeling om in dit korte (?) briefje de ingewikkelde en onontwarbare wantoestand van Zaïre een beetje toe te lichten.  Het is zulk ‘n warboel dat een kat er haar jongen niet meer in terugvindt.   De laatste weken en maanden zullen jullie ten andere waarschijnlijk al wel genoeg gehoord, gezien of gelezen hebben in kranten en TV, o.a. over die “kluwenoorlog” in Oost-Zaïre.  Die informatie zal misschien wel niet altijd helemaal objectief en neutraal zijn.  Maar bestaat er wel een neutrale berichtgeving ?  Trouwens, over al die mensen, die niettegenstaande de bijna hopeloze situatie toch proberen vindingrijk genoeg te zijn om mekaar te helpen en middelen proberen te voorschijn te toveren om het leven zo leefbaar mogelijk te maken, wordt er meestal niet veel gezegd.  En dat  betreft in feite toch wel de grote meerderheid van de bevolking.

Het is vooral voor die “kleinen en onaanzienlijken” dat onze aanwezigheid hier zin blijft hebben.  Om hen te helpen die kleine vlammetjes van hoop en verwachting brandend te houden.  Zo tracht ik tenminste mijn begeleidings- en vormingswerk bij jonge religieuzen en priesterkandidaten te duiden.  Samen met hen proberen te onderscheiden in welke mate en langs welke wegen een persoonlijk beleefde geloofshouding de maatschappij zou kunnen omvormen.  Met hen zoeken hoe die geloofsbeleving andere mensen kan “besmetten” om zo een mentaliteitsverandering aan te zwengelen.  Want daar ligt de hond gebonden.  Het hoofdprobleem van Zaïre is op de eerste plaats wellicht niet zodanig economisch of financieel, maar wel moreel.  ... De volledige uitholling en omkering van alle geestelijke waarden en ieder moreel besef.  Heel de maatschappij is weggegleden in een echte jungle : alleen de wet van de sterkste geldt nog.  Alle middelen zijn goed om zich te verrijken en zijn machtspositie te versterken.  De “dikke nekken” gebruiken daarvoor dikke middelen en de “dunnere nekken” moeten zich tevreden stellen met eenvoudiger middelen.  Het is erger dan een besmettelijke ziekte.  Onvoorstelbaar hoe machtswellust, grootheidswaan en hebzucht - en dat op alle sporten van de sociale ladder - een ganse maatschappij en een echt rijk en schoon land op enkele jaren zo in een helse afgrond kunnen storten.  Het zal minstens twee tot drie generaties duren eer die mentaliteit terug  een beetje kan rechtgetrokken worden.  Een werk van lange adem.

Wij zullen er de resultaten niet meer van zien. Dat zal voor onze “nakomelingen” zijn.  Maar is het niet zo dat de enen zaaien en de anderen oogsten ?  Gaat het met het koninkrijk van God ook niet als met een man die zijn land bezaait : hij slaapt en staat op, ‘s nachts en overdag, en onderwijl ontkiemt het zaad, maar hij weet niet hoe (Blijde Boodschap volgens Marcus 4, 26).

Zo proberen we hier en daar een zaadje van hoop en vertrouwen uit te strooien in het hart en de bezieling van die jongeren met wie we samen leven, in de hoop dat het zal kiemen en uitgroeien tot een sterke plant waar anderen zullen kunnen van genieten.

De tijd van de stoere missionaris, die hele hopen afgodsbeeldjes en fetischen verbrandde, is zeker voltooid verleden tijd.  Of moet men zeggen dat die beeldjes en fetischen tegenwoordig andere vormen hebben aangenomen : macht, geweld, geld ... aan de ene kant met als gevolg uitbuiting, verdrukking, verpaupering ... aan de andere kant.  En daarom zal evangelisering en missionering wel een noodzaak blijven, zij het dan met minder spectaculaire daden en grootscheepse acties.  Mensen helpen de moed niet op te geven en niet fatalistisch te worden niettegenstaande alle afpersingen en onderdrukkingen; mensen aanmoedigen hun verantwoordelijkheid op te nemen om de situatie - al was het maar een duimbreed - te verbeteren en dat niettegenstaande alle tegenkantingen en pesterijen.  Het zijn allemaal geen fantastische dingen en zeker minder opvallend dan grote kerken of scholen te bouwen.  Maar het vraagt wel heel wat inzet, doorzettingsvermogen en geloof.  Is dat niet juist de uitdaging waarvoor de huidige evangelisatie staat ?

En omdat ik in die evangelisatie geloof, blijf ik voortdoen met het vormings- en begeleidingswerk van jongeren zolang men ons de gelegenheid en de mogelijkheid laat.

Het is misschien een ‘eigenaardig’ briefje geworden, zonder veel nieuwsjes of sensatie.  Dit laatste zal je waarschijnlijk toch wel in kranten of TV kunnen lezen of zien.  Maar ik dacht dat het goed was jullie een beetje te laten meevoelen met wat ons hier bezighoudt en waarom we  - in de mate van het mogelijke - proberen voort te doen.

Van harte wens ik ieder van jullie een Heilvol Kerstfeest en een Vredevol nieuwe jaar toe.  Dat de liefde van onze Mensgeworden God u gedurende het nieuwe jaar moge verlichten en sterken.  Dat zijn Liefde in uw dagelijks leven zichtbaar mag worden.  Dan zal de wereld er wel een stukje beter op worden.  Dat hoop en wens ik voor ieder van jullie.  En dat is ook mijn gebed.

Een hartelijke groet en tot nog eens.

(Pater Eddy Bijloos, Redemptorist, werd na zijn terugkeer in België aalmoezenier in de Kliniek te Aalst)



EINDE ARTIKEL

    TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER     


AANDACHT VOOR  DE ARMSTEN


“Wanneer een man honderd schapen heeft en één daarvan verdwaalt, zal hij dan niet de negenennegentig in de bergen alleen laten om op zoek te gaan naar het verdwaalde ?  En gelukt het hem dat te vinden, voorwaar Ik zeg u, dan zal hij over dat ene meer verheugd zijn dan over de negenennegentig die niet verdwaald waren.  Zo ook wil uw hemelse Vader niet dat een van deze kleinen verloren gaat”

Jezus  in Mt. 18, 12-14

Marc Beddeleem,

Missionaris van de Naastenliefde

Hello,

Kerstmis en Nieuwjaar, een tijd om terug te denken aan familie en vrienden en voor mij de hoogste tijd om je te schrijven.

Het is nu zo’n twee en half jaar dat ik broeder ben bij de Missionarissen van de Naastenliefde.  De “missionnaries of Charity” zelf werden in 1950 gesticht door Moeder Teresa.  Maar toen het werk met de melaatsen te zwaar werd voelde Moeder zich geroepen om een congregatie voor jonge mannen te stichten. Een kaars werd ontstoken, enkele gebeden gezegd en in vertrouwen op God startte Moeder met 5 jongemannen.  Dat was op 25 maart 1963, mijn geboortejaar en we zijn dus 33 jaar oud.  De broeders startten onder de leiding van de zusters. Gedurende deze periode wachtte Moeder op iemand die kon leiding nemen.  In december 1965 kwam Ian Travellers - Ball, een pater Jezuïet.  Hij had een groot verlangen om met de armen te werken.  Moeder zag in hem het antwoord op haar gebed en vroeg Ian de leiding van de broeders over te nemen.  Na gebed en overdenking en de goedkeuring van zijn overste nam Ian de leiding over.  Hij koos voor de naam broeder Andrew en is onze medestichter met Moeder Teresa.  Er zijn nu zo’n 400 broeders in zo’n 60 huizen.


Onze gemeenschap in Manchester telt 11 broeders uit 9 verschillende landen.  Er is een gezellige en vriendschappelijke atmosfeer en er wordt veel gelachen en open gepraat.  De voormiddag is voor studie en les.  We hebben 4 uur gebed per dag waarvan 1 uur stille aanbidding voor het Allerheiligste.  Alles vertrekt vanuit het gebed en in gebed kunnen we alles terug geven aan de Heer.  Ons werk hier bestaat uit : bezoek aan gevangenen, eenzamen, alcoholisten, bezoek in het hospitaal en werk met daklozen en drugverslaafden in 2 dagverblijven in Manchester-stad.   Tijdens het weekend hebben we activiteiten met kinderen van onze wijk en zigeunerkinderen en we helpen de kinderen die leesmoeilijkheden hebben.


Laatste zomer hadden we het geluk Moeder Teresa te ontmoeten.  Haar persoonlijkheid, haar gevoel voor humor en haar groot geloof maakten een diepe indruk op me.  Ze is een dankbaar oud vrouwtje die maar bleef herhalen “Onze Lieve Heer is goed geweest voor ons.  We moeten de geest van onze congregatie bewaren.  We zien onze zending als zoeken om de dorst van Jezus te lessen.  Zijn dorst om allen te redden, zijn dorst in ieder mens voor de volheid van leven en liefde.  In elke kapel van de Missionarissen van de Naastenliefde, broeders en zusters, hangt er een kruisbeeld en naast het kruisbeeld de woorden “Ik heb dorst”.

Het hart van ons charisma is de gave van het zien, het liefhebben en het dienen van Jezus in zijn armsten.  Alles is zo eenvoudig voor Moeder; ze heeft een groot vertrouwen en het was een zegen om haar te ontmoeten.  Haar ogen en haar hele wezen stralen een vrede uit die vertellen over het eeuwig geluk dat ons beloofd is.


Het werk met deze arme en uitgestoten mensen brengt me tot het diepe besef hoe zwak we allemaal zijn, hoe vlug we kunnen vallen.  Ik had evengoed die stakkerd kunnen zijn, verslaafd aan drugs, alcohol, gevangen of zich verkopend om zijn dure verslaving te betalen.  Die stakker die alle zelfrespect verloren heeft en zich verwondert en dankt omdat iemand zijn naam vraagt.  Deze ontmoetingen doen mij terugblikken op mijn leven.


Ik heb veel gekregen, geboren in een groot gezin, op een hoeve in een rustige omgeving.  Het geloof dat ik van thuis, school en parochie heb meegekregen, draagt nu zijn vruchten.  Alles wat mijn ouders, priesters, leraars ooit gezaaid hadden heeft een droogte doorstaan.  Toen ik dacht - eigenwijs als ik was - dat geloof en de leer van onze Kerk ouderwets en niet van deze tijd waren.  Ik was vanuit mijn beschermde omgeving in het echte leven terecht gekomen. Het echte leven ?


De verandering was te groot voor mij.  Beetje bij beetje werk ik meegesleurd in de meest gemakkelijke richting die mij vrijheid zou geven, zo dacht ik.  Mijn geloof verzwakte en ik startte een leven dat niet paste bij mijn geloof.  Zo voelde ik me verplicht om iets te doen.  Mijn geweten knaagde.  Anderen mochten alles ..., die hadden zo’n vrijheid.  Ik was een katholiek en als ik me vast hield aan mijn geloof, dan was dat geen leven.  Ik zag alle geboden als verbodstekens en liep verloren in de doolhof van mezelf : gesloten, stil, dwaas, uitzichtloos.  Ik moest een keuze maken.  Ik wilde vrij zijn.  Waarom was alles zo moeilijk voor mij ?


Zo’n twee jaar heb ik in angst en twijfel geleefd.  Ik kwam grappig voor en maakte veel plezier, maar diep in mij was er een strijd, een gevecht tussen de waarden van mijn opvoeding, mijn geloof, en alles wat het leven me nu gaf en dat ik niet kon nemen omdat ik het als zonde ervaarde.  Ik voelde me een vreemdeling, alleen; het was alsof er geen plaats was voor mij op aarde.  Ik wilde alles overboord gooien, mijn leven in handen nemen en leven !!!  Maar het lukte me niet omdat ik ontdekte dat ik in feite koesterde wat ik wilde weggooien.  Het was met mij gegroeid van mijn kinderjaren, het zaad werd geplant en was gekiemd en veel dieper geworteld dan ik ooit besefte.  Door Gods genade kwam ik terug tot leven tijdens een jongerentocht in Beauraing.  Een kerk vol jonge enthousiaste  jongeren en de diepe geloofsovertuiging van jongeren gaven me het gevoel van ... “er is een plaats voor mij”.  De dromer die ik was werd wakker geschud.  Mijn geloof kwam tot leven.  En ik kwam tot het diepe besef van wat een waardevol erfgoed ik overboord wilde gooien.

Jezus was mijn verlosser !  Ik ontdekte terug de waarde van de Eucharistie en de genade van de Biecht.  Het was Jezus die zei : “Jouw zonden zijn vergeven, begin opnieuw”.  Ik mocht opnieuw beginnen.  Jezus was niet langer Iemand waarover ik had horen praten, Iemand die 2000 jaar geleden geleefd had, en gestorven en verrezen was ... maar was levend aanwezig vandaag voor mij.  Ik kon Jezus aanbidden in de H. Hostie en ik zag een Jonge kerk vol nieuwe mensen.  Tranen wasten mijn ogen; ik was blind en kon weer zien.  Jezus is de weg.  Een groot geluk en diepe vrede overviel me.  De keuze was gemaakt, ik wilde als christen leven, koste wat het wou.

Jezus had me geraakt doorheen het getuigenis van deze biddende jongeren, het sacrament van de biecht, de aanbidding, de Eucharistie, de priesters, eenvoudige woorden...  Mijn geloof werd een levend geloof.  Ik had een vrijheid ontdekt die niemand anders me kon geven.  Jezus, mijn Verlosser, de echte vrijheid !

En als ik schrijf ‘echte vrijheid’, dan denk ik aan een vriend binnen de gevangenis die schreef over zijn vrijheid:  “Ik ben nu 12 maand in de gevangenis en ik heb zowat teruggeblikt op mijn leven.  Ik voel me soms heel eenzaam, speciaal rond deze tijd van het jaar : Kerstmis en Nieuwjaar.  Ik mis mijn familie en vrienden.  Het is een goeie zaak dat ik nu leer wandelen met geloof.  Mijn God sterkt me elke dag. De H. Geest geeft me het zwaard van het geloof en leert me standvastig te vechten.  Ik zie er misschien wel eenzaam uit maar ik ben niet ontmoedigd.  Je ziet, ik word gedragen door de machtige hand van een trouwe, liefhebbende, genadevolle God en vrienden.  God heeft me volledige vrijheid gegeven.  Ik ben VRIJ, VRIJ, VRIJ !!”

(wordt vervolgd)

Br. Marc Beddeleem

St. Malachy’s House

Eggingstonstreet

Collyhurst MANCHESTER, U.K.


EINDE ARTIKEL

    TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER     



IK GELOOF IN DE KERK


- 1 -


Ik geloof in de Kerk waar mensen elkaar dragen,

steunen en bemoedigen in Evangelische eenvoud.


Ik geloof in de Kerk

waar de heilige Geest opnieuw

Zijn liefdevolle en levenwekkende kracht ongehinderd kan tonen

en wonderen tot stand kan brengen.


Ik geloof in de Kerk

die de positie van de Lijdende Dienaar durft in te nemen,

die niet beschaamd is om neer te hurken

naast de mens die verstoken is van alle waardigheid

in sloppenwijken, gevangenissen, vluchtelingenkampen ..


Ik geloof in de kerk

waar steeds weer het Brood gebroken wordt

ter nagedachtenis aan Hem Die het Hoogste offer bracht.


Ik geloof in de Kerk die het waagt om

- temidden van oppervlakkigheid  en ongecontroleerde geldzucht -

een profetische stem te zijn in een woestijn van onrecht

en grootschalige uitbuiting.


I. Menschaert


EINDE ARTIKEL

EINDE VAN DIT NUMMER  1996_4   

    TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER