GELOOF en LEVEN vzw



  
HOME

INHOUD

GELOOF EN LEVEN 1997 nr. 2

  TERUG NAAR INHOUD   


Donker, maar bekoorlijk (Psychische trauma’s en innerlijke genezing). B. Van Vossel, Cssr

Gebed van Augustinus Vroomheid in de Nederlanden (1)

De zin van de arbeid   

Gods molen maalt langzaam maar zeker door B. Vandeweijer (Getuigenis)

Gezondheidstips van een Canadese

Werkeloos in crisistijd door B. Van Vossel CSsR
Keukenrecept: - Frangipanetaart (12 stukken)  Agnes Temmerman

Tafelzegen door B. Van Vossel Cssr

Amazing Grace - Wonderlijke genade (tekst)  
Op bezoek bij de Filippino’s 1997 (Vincent Van Vossel cssr)

De Celestijnse Belofte  Wouter Ghijs

Maria en haar kind Thérèse  

Als gedoopten tot leven komen (4) De verlossing aanvaarden

Het oordeel (Komt gezegenden van mijn Vader…) (Ignace Menschaert)

Oekraïene 1997

Fides quaerens internetum (2) Inleiding over het Internet (Ives De Mey cssr)

Het verhaal van Foxie (voor kleuters) ( en Maaike)

De Kerk  (Gohde)



   NAAR INHOUD   


WEL BEN IK DONKER, MAAR TOCH BEKOORLIJK (Hooglied 1,5)

(Iets over psychische kwetsuren en innerlijke genezing)

door Ben Van Vossel CSsR

Toen ik twee Getuigen van Jehova ooit zei dat ze aan de mensen moesten vertellen "God houdt van u", antwoordden ze me : "Ha nee, dat gaan we zeker niet doen. Wij gaan hun juist zeggen dat Gods geduld op is, dat ‘het einde’ voor de deur staat en dat ze zich moeten bekeren". Hoewel dat wel wat evangelisch klonk heb ik hun toen toch meegedeeld dat ik net voor hun bezoek een psalm aan het bidden was in mijn brevier waar na iedere zin het refrein voorkwam : "Want eeuwigdurend is zijn genade".

Ik dacht terug aan dat voorval toen ik dezer dagen in mijn brievenbus een plooiblaadje vond van de "Getuigen van Jehova" met de wel actuele titel : "Troost voor de neerslachtigen". Actueel, inderdaad. In onze tijd van stress, gejaagdheid, en anderzijds van grote werkloosheid en kilte in de menselijke relaties zijn er heel wat mensen die in een soort depressie geraken, altijd met strak gelaat rondlopen en tegen elke nieuwe dag opzien. Het verbaasde me van in dat plooiblaadje als grote remedie aan te treffen dat we als gelovigen mogen weten dat God van ons houdt, dat Hij om ons meer bezorgd is dan om al het mooie in de natuur, de vogels in de lucht, de bloemen op het veld... Ik vond het een hele ommekeer in de verkondiging van de "Getuigen".

Op een sessie voor psychospirituele begeleiding gegeven door een kinderarts en een psychologe van Chateau Saint-Luc uit Parijs kwam dat ook naar voor als fundament van een gezond christelijk en menselijk psychisch leven, als basis van een christelijke antropologie. Velen van ons zijn ooit gekwetst, als kind, als jonge mens door mensen en omstandigheden. Nochtans zijn wij , als uniek persoon en als beeld van God, gemaakt om bemind te worden en te beminnen. Die kwetsuren leven in ons verder en vormen nog altijd de basis van ons agressief of depressief gedrag of onze drang tot isolement. Met onze verkeerde reacties op die kwetsuren bouwen wij muren om ons hart. Wij twijfelen aan de liefde en weten niet meer waartoe we geroepen zijn, namelijk om geborgen te zijn in Gods liefde. Mensen proberen zichzelf dan zo wat te redden : medicatie, allerlei psychotherapieën, New Age (zie p.9), angstig of zelfgenoegzaam nakomen van de "Wet". Jezus echter herstelt, herschept. Ik moet Hem binnenlaten in mijn verlorenheid en me openen op vergeving, op overgave.

Het geheim om uit te treden uit de verharding van mijn hart of het isolement is genezing te willen ontvangen door in te treden in Gods liefde. Gods liefde geneest mij. Ik moet dan wel willen aanvaarden dat mijn reacties van angst, agressie, isolement, wroeging, scrupules enz... niet de meest ideale zijn. Ik moet durven intreden in mijn angst maar me eerst werpen in de armen van God. Ik moet kunnen vergeving schenken aan wie me innerlijke kwetsuren toebracht. De volwassene die ik ben kan dat misschien aan, maar het kind in mij nog niet. Genezing wordt maar mogelijk als ik me bewust ben dat ik ziek ben, dat mijn hart nood heeft én dat ik wil genezen worden. Dán kan ik naar Jezus gaan die echt God en echt mens is. Al onze schuld heeft Hij op zich genomen én onze kwetsuren. Het is een genade te kunnen aanvaarden dat God je liefheeft ondanks wat je bent en ondanks wat je deed. Word je bewust dat je beminnenswaard bent, dat je bekoorlijk bent in de ogen van God, ondanks je littekens.

Ben Van Vossel C.Ss.R.

 EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  

 


VROOMHEID IN DE NEDERLANDEN (1)

LAAT HEB IK U BEMIND


In dit ‘korte’ gebed “Vanden onbegripelyken, almachtegen god” werd in het handschrift (21953 (B) f. 55) toegeschreven aan de heilige Augustinus omdat er zijn “Sero Te amavi” (“laat heb ik U bemind”) in voorkomt uit zijn Belijdenissen (1.10,c.27, P.L. 32,795).  Dit gebed tracht weer te geven hoe groot, schoon en almachtig God is.  Wij vonden het in “middelnederlands” afgedrukt in het boek van Dr. Maria Meertens, Zr. Imelda, Ursulin “De Godsvrucht in de Nederlanden” naar handschriften van Gebedenboeken der XVe eeuw.


“God der goden, Heer der heren, Heilige der heiligen, groot en wonderbaarlijk en van onbegrijpelijke majesteit, voor Wie de heilige engelen in de hemel vol eerbied beven.  De Machten en Heerschappijen van de tronen aanbidden uw Heerlijkheid en sidderen bij de aanblik van uw Almacht.  De verheven Cherubijnen en de vurige Serafijnen kennen u niet ten volle en uw wijsheid is niet te omschrijven in maat en getal.  

Gij hebt de wereld uit het niets gemaakt en de zee als in een vat samengebracht.  God van de geesten en van alle vlees, sterk, machtig en alvermogend zijt Gij.  Voor uw aanschijn kruipen hemel en aarde weg en alle elementen onderwerpen zich aan uw wenken.  U moeten alle schepselen aanbidden en verheerlijken.  

En ik, kleine mens, buig met hoofd en knieën en hart voor U, sterk en heilig Licht.  Ik dank U, Heer.  Heer, ik dank U, want ik zie.  Ik zie het hemels licht, een straal die van boven komt, vanuit uw gelaat.  O mijn Licht, Gij hebt mij verlicht, ik zie U en ik hou van U.  Niemand, Heer, houdt van U tenzij hij die U ziet, en niemand ziet U dan hij die van U houdt.  

Hoe laat toch heb ik U bemind, o Schoonheid, die zo oud zijt en steeds nieuw, te laat heb ik U bemind.  Oude en nieuwe waarheid, ik heb U te laat gekend.  Dat ik U nu mag zien en liefhebben, daarvoor dank ik U, Heer, het is uw gave.”

EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  



DE ZIN VAN DE ARBEID

In haar boek "God zoeken. De levensweg voor elke christen" geeft Esther De Waal interessante bedenkingen rond de regel van Benedictus, de Stichter van het Westerse monnikendom. In hoofdstuk VII geeft ze aan hoe Benedictus het werk zag.

Ze verwijst naar Henri Nouwen, een bekend Nederlands schrijver, die het aanvankelijk erg moeilijk had om zijn werk aan de lopende band in een abdijbakkerij als zinvol te zien. Hij zag niet in hoe hij dat zinvol kon inpassen in zijn drukke bezigheden van lezen en schrijven. De volgende dag echter hoorde hij de abt het eenvoudige inzicht naar voor brengen dat "de lofprijzing het criterium is van het benedictijnse leven".

Dit is inderdaad, zoals de ondertitel van het boek van De Waal luidt, een "levensweg voor elke christen". Alles wat we doen, ook de manier waarop we ons geld besteden, de prijs die we op onze producten kleven, moeten bepaald worden door "het loven van Gods geheimvolle aanwezigheid in ons leven"

Alles doen, zoals Ignatius Van Loyola het dan weer zou zeggen "tot meerdere eer en glorie van God", is een eerste belangrijke visie om ons werk een christelijke dimensie te geven.

Wat Benedictus anderzijds ook tracht te vermijden is de hoogmoed van "ik kan alles wel alleen aan, ik heb geen anderen nodig", "zie eens hoe belangrijk ik wel ben". Door zijn monniken te laten werken in gemeenschapsverband kon die onbewuste trots voor een groot stuk voorkomen worden maar ook de trots van alles zogezegd alleen te moeten doen en nergens anders tijd voor te hebben. Het klinkt zo modern om te zeggen "Ja, ik kon er echt niet zijn want ik moest nog dringend dit of dat afmaken", "Nee, ik zie echt geen kans om deze week nog een moment vrij te maken". Het klinkt toch zo belangrijk.

Benedictus heeft nog een ander medicijn om het werk in zijn juiste dimensie te zien : het werk moet op het juiste ogenblik stopgezet worden. "Als het teken voor de gebedssamenkomsten is gegeven, moet het andere werk stopgezet worden. Goede organisatie, met al wat daaruit voortvloeit, vereist dat de tijd voor de maaltijden en het gebed ernstig genomen wordt. De gehoorzaamheid aan het monastieke tijdrooster is bedoeld om de tirannie van het ene element over het andere te voorkomen".

Ik kan me nu wijsmaken dat dit helemaal niet toepasselijk is op mijn leven van "mens van de wereld". Benedictus, die je de patroon van de evenwichtigheid zou kunnen noemen, dringt met zijn inzichten echter door tot de diepte van onze menselijke beweegredenen. Hij wil me bevrijden van de dwang van "mij erg belangrijk te vinden of belangrijk voor te doen", de dwang van het werk, de dwang van de sociale druk. Hij helpt me om de dingen in hun juiste samenhang te plaatsen : binnen het verlangen van God en de lofprijzing van God, binnen het afwegen van de belangrijkheid der dingen op ieder moment, binnen het geheel van onze menselijke roeping. We weten allen hoe sommigen hun gezin te kort doen door gemakzucht, maar ook door al te veel op te gaan in het werk. Benedictus haalt ons uit ons knus leventje van gemakzucht én van drukdoenerij.

 EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  


 


WERKELOOSHEID IN TIJDEN VAN CRISIS


Automatisering

Sinds de automatisering wordt er minder en minder beroep gedaan op de inbreng van menselijke arbeid. Computerbestuurde machines hebben een heel deel arbeidsintensief werk overgenomen. Dat vormt dus een geweldig probleem voor de stadmens die slechts zijn arbeid heeft als rijkdom om zich en zijn gezin het levensnoodzakelijke aan te schaffen. Geraakt hij niet meer aan werk, dan wordt hij in feite in de miserie gestoten. Het probleem van onze tijd is dus hoe we het moeten klaarspelen om de winsten die er gemaakt worden door de nieuwe productiviteit die de werkgelegenheid doodt, hoe die winsten toch ten goede kunnen komen van allen.


Minder werk voorhanden

Er is minder werk voorhanden in onze Westerse samenleving. Dat is gewoon zo.

(Foto: Biotechnisch Instituut St.-Niklaas) Een eerste aanzet tot oplossing is dan ook ongetwijfeld de arbeidsherverdeling. Dat betekent dus : minder werk en ook minder loon voor allen. Naar aanleiding van de sluiting van Renault in Vilvoorde is dat in alle toonaarden gezegd. (Het tweede deel van die zin wordt serieus betwist door de vakbonden en het eerste mag niet lineair toegepast worden volgens de werkgevers; niet elk bedrijf is ermee opgezet dat de werkduur vermindert en in ieder geval is er dan ook de eis tot glijdende werktijden.)

Tegelijk moeten de gemeen-schappelijke diensten verder uitgebouwd worden : zij kunnen voor een heel deel de ellende en de criminaliteit die daar vaak mee samenhangt uitschakelen. Ondertussen scheppen zij ook nog wat werk.

Natuurlijk kunnen die diensten niet tot in het oneindige vermenigvuldigd worden.


Creativelingen gevraagd maar aandacht voor armen

Een deel van de oplossing moet dan ook komen van mensen met initiatief die productieve of dienstverlenende ondernemingen oprichten. Al wat de schepping van nieuwe productie-eenheden bevordert is ook een element dat werkgelegenheid in de hand werkt. Men kan vaststellen dat waar het aantal ondernemers toeneemt en men de reglementeringen versoepelt, de situatie ook verbetert.

Maar natuurlijk hangt daarmee niet noodzakelijk een grotere aandacht voor de behoeftige gezinnen samen. Er wordt meer winst gemaakt en men wil dan wel eens iets meer gunnen aan de arbeider die zijn arbeid inbrengt. Van het moment evenwel dat de concurrentie het bedrijf naar grotere automatisering drijft begint men weer automatisch te besparen op de arbeid.

Het lijkt dus wel zo te zijn dat geld en winst niet vanuit zichzelf humaan zijn; uitschakeling van de armoede en aan de mensen en de gezinnen zekerheid bieden moet je niet automatisch van het kapitaal verwachten. Geld betekende - na de ruilhandel - een grotere mogelijkheid tot circulatie van goederen en tot aanleggen van een reserve en tot zekerheid. Maar als geld tot een economisch sisteem wordt, brengt het ook geldhonger mee, bedrieglijke speculaties, geweld en onrechtvaardigheid. Zelfs de afzonderlijke staten hebben er vaak geen zegging meer over; het wordt een supranationale macht die een welomschreven en vaak niet erg edelmoedige klasse bevoordeelt.

Nu kan het natuurlijk nooit de bedoeling van de vooruitgang zijn om mensen te gaan opdelen in armen en rijken, meesters en slaven. Als de logica van een economisch sisteem tot die resultaten zou leiden, veroordeelt het zichzelf en wordt immoreel, mensonwaardig.


Hoe moeten wij als christenen dan met geld omgaan ?

De Schepper trekt niemand voor bij de realisatie van zijn groot werk. Hij heeft een groot gezin geschapen waarin allen aan dezelfde tafel zijn genodigd en waar er voedsel is voor iedereen. Wie aan de mond van de zwaksten het brood onttrekt waarmee die zich konden voeden, zijn eigenlijk ontaarde kinderen. Alleen naastenliefde en aandacht voor de medemens kunnen een economisch sisteem de zin voor verantwoordelijkheid inblazen en de zin voor het gemeenschappelijk welzijn. Mensen die zelf hard hebben moeten werken om tot een zekere welstand te komen moeten vaak een hele weg afleggen voor hun aandacht ook uitgaat naar de nood van anderen en vooraleer ze bereid worden om op een "godgelijkende" manier te delen.

Christenen hebben de zending om de samenleving hierbij te helpen door hun voorbeeld en hun getuigenis daar waar ze leven en verantwoordelijkheid dragen.

 EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  


 

GODS MOLEN MAALT LANGZAAM, MAAR ZEKER

(Getuigenis)

door B. Vandeweijer


Salut, zondagsmis

Ik was 16 jaar toen ik er genoeg van had om ‘s zondags naar de mis te gaan. Ik zat daar toch maar niets te doen. Bidden deed ik er hoegenaamd niet. En ik vond dat ik met uit te slapen toch nog iets nuttigs deed. Ik stopte dus met naar de mis te gaan; en dat zou zo’n 5 jaar duren.


Op weg met de pastoor

Toen ik 19 of 20 was, solferde men me een oude pastoor op (72 jaar was die man), die ik overal heen moest voeren. Hij was pastoor geweest van Kuttehoven, een klein gehucht tussen Borgloon en Tongeren. Ik geloof dat er maar een 100-tal huizen stonden op heel zijn parochie. Toen ik hem de eerste keer in de auto kreeg, heb ik hem duidelijk gezegd hoe ik de zaken zag. "Meneer Pastoor, als je het in je hoofd zou halen om me opnieuw naar de kerk te krijgen, dan ga je door die deur binnen en rechtstreeks langs die andere deur buiten". Dat pastoorke was niet erg onder de indruk. Ik kreeg zelfs een raar antwoord. "Menneke, zei hij, ik ga ik hoegenaamd niet proberen u opnieuw naar de kerk te krijgen; ik zeg u alleen maar dat de molen daarboven in de hemel langzaam maalt, maar zeker"... Ik heb later nog vaak teruggedacht aan de woorden van die oude priester.




Niets anders te bieden?

Goed. Ik reeds dus met die pastoor naar kloosters, naar andere priesters en ik bracht hem ook bij mensen thuis. Daar kwamen natuurlijk heel wat problemen en vragen op tafel. Die oude pastoor zat dan maar te luisteren en te knikken en "jaja" te zuchten. Vaak was ik heel wat meer aan het woord - een jongeman van 20 jaar - dan die bejaarde priester. Wat hij wel eens deed was het volgende. Hij maakte thuis een soort gedichten en hij schreef ze op van die grote bladen. En op het einde van zo’n gesprek bij mensen thuis, kon hij er soms zo een opdiepen uit zijn binnenzak en hij gaf dat aan die mensen die hem hun problemen hadden uitgesproken. "Kijk, zei hij dan, dat is hier een gebed dat ik eens gemaakt heb, je moet dat maar dikwijls lezen". Dat was alles wat hij deed. Ik vond dat nogal straf, voor een pastoor die geleerd heeft - veronderstelde ik toch - om mensen te kúnnen helpen. "Meneer pastoor, is dát nu een manier om die mensen te helpen ? Heb je die mensen echt niets anders te bieden ?" Hij reageerde daar niet al te zeer op.


Die langzame molen!

In ieder geval kwam ik met hem ook in gebedsgroepen. En daar heb ik een klap van die "langzame molen" gekregen. Ik begon daar zelf ook - met goesting - naar toe te gaan. Ik begon van levenswijze te veranderen. Het "uitgaan" kreeg niet meer zo’n plaats in mijn leven als de voorbije jaren. Kortom, ik was bezig met me te bekeren. En stilaan kreeg ook de zondagseucharistie weer een plaats in mijn leven. Zo werd mijn geestelijk leven langzaam opnieuw opgebouwd.

Na een jaar ben ik gestopt met die oude priester overal naar toe te voeren. Ik had het wat te druk gekregen. Enige jaren later overleed hij. Ik heb er zelfs nog wat gewetenswroeging over gehad dat ik dat niet heb voortgedaan. Maar ja, gedane zaken... In ieder geval is het inderdaad gebeurd zoals hij had voorspeld. "Menneke, de molen van Hierboven maalt langzaam maar zeker. God zal zich met jou ook wel bezighouden".

 EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  



OP UW GEZONDHEID

Françoise LaRochelle-Roy in Revue Sainte Anne, 1997 blz. 82

in Revue Sainte Anne de Beaupré van febr. 1997 vonden we enige regels van geesteshygiëne waarvan sommige ons misschien kunnen helpen.  Tenslotte is ook een christen een mens en moet hij rekening houden met het feit dat ook hij ziel en geest en lichaam is en de nodige zorg besteden aan die dimensies van zijn wezen.  Bekijk deze regels even en denk misschien na over enige correcties in uw gedrag.


* Leer het belang van de slaap : ongeveer 8 uur per dag

* leer u te ontspannen : vaak, overal, bij elke gelegenheid. Stop soms met uw werk (en uw hobby)

* Bewaar de zorgen, ongerustheden, problemen, gewetenswroeging, enz... niet voor jezelf.

* Weet dat een geestelijk kwaad slechts genezen wordt door een geestelijk geneesmiddel : God, het gebed, de sacramenten, vooral het sacrament van de verzoening.

* Weet dat uw zenuwen hun grenzen hebben : hou ze wat in acht

* Weet de momenten van stilte die de omstandigheden u verschaffen naar waarde te schatten : zoek naar zulke momenten.

* Weet in tevredenheid uw leven van elke dag te beleven.

* Aanvaard jezelf zoals je bent, met je kwaliteiten en je mogelijkheden, maar ook met je gebreken en zwakke kanten.

* Cultiveer het zelfvertrouwen : geloof in je rijkdom en in je capaciteiten.  Zoek er naar.

* Leer te denken aan de anderen en om jezelf te vergeten.

* Klaag niet over alles en nog wat.

* Geloof niet dat je te lijden hebt onder het gewicht van de anderen : want op een dag zul je zelf wegen op de anderen.

* Verjaag onverbiddelijk onmogelijke en onrealistische dromen uit je verbeelding.

* Verdraag geduldig de gebreken van de anderen.

* Weet wat je lachen met jezelf; neem wat men over jou zegt en denkt niet al te tragisch op.

* Denk niet dat de anderen niet van je houden, of dat je minderwaardig bent in vergelijking met iedereen.

* Hou van de tucht in je leven : fysische tucht, morele tucht, intellectuele tucht, godsdienstige tucht.

* Weet dat uitwendige tucht je zal helpen om de innerlijke tucht te verwerven.

* Leer van je werk te houden : ontvlucht het niet, het is een noodzaak van het bestaan.

* Zoek niet de buitengewone avonturen buiten het werkelijke leven (drank, snelheid, herrie schoppen, gewaagde genoegens, enz.)

* Zoek het geluk niet waar het niet te vinden is; je zal enkel droefheid en ontmoediging vinden.

* Heb de nederigheid om aan te nemen dat de wereld niet rond jou draait, je bent niet alleen op de wereld; er zijn ook anderen dan jij die lijden.

* Weet dat het succes niet onmiddellijk komt, maar na lange en aanhoudende inspanning.



EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  


KEUKENRECEPT-2
FRANGIPANETAART  (12 STUKKEN)


Ingrediënten :

200 gr. zelfrijzende bloem

200 gr. margarine

300 gr. kristalsuiker

4 eieren

8 soeplepels melk

80 gr. amandelnoten

Voor de afwerking :

1 tas bloemsuiker

1 koffielepel confituur (abrikozen)

Amandelextract (enkele druppels)

Beetje lauw water

Bereiding  (met  keukenrobot of door handige keukenprins(es)) :

Boter vermalsen en de gezeefde bloem met tussenpozen er onder mengen; daarna hetzelfde doen met de amandelpoeder.

In de keukenrobot de eiren met de suiker luchtig laten kloppen op maximum tot een schuimige massa.

De eieren met het deeg rustig door elkaar mengen en alles in een beboterde vorm doen en bakken in een voorverwarmde over op 180° gedurende ongeveer 45 minuten.

Afwerking

De bloemsuiker, amandelpoeder, confituur en lauw water mengen tot er geen klonters meer in zijn en dan gelijkmatig openstrijken op de taart.

Voor de versiering kan je de eigen creativiteit aanwenden bv. met amandelschilfers, gekleurde suiker, gekonfijt fruit enz…

Smakelijk !
Agnes Temmerman

EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  

 

TAFELZEGEN

Tienduizenden mensen, volwassenen en kinderen,

zijn in Zaïre op de dool geweest.

Zonder eten.

WIJ weten nauwelijks wat echte honger is

of wat het betekent zonder uitzicht te zijn

en elk moment te moeten vrezen voor je leven.

Vader, zegen allen die echt honger hebben.

Geef hen uitzicht en roep mensen

en organisaties die kunnen zorgen

voor goede oplossingen.

Ondertussen danken wij U

voor het voedsel hier op tafel

en voor de vriendschap die ons samenbracht.

Hou ons tezamen rondom Jezus,

uw Zoon, onze Heer. Amen.


 EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  



AMAZING GRACE !

(Wonder van genade !)


Amazing grace (how sweet the sound)

that saved a wretch like me.

I once was lost, but now am found,

was blind, but now I see.


‘T was grace that taught my heart to fear

and grace my fears relieved.

How precious did that grace appear

the hour I first believed.


Through many dangers, toils, and snares

have already come.

This grace hat brought me safe thus far

and grace will lead me home.


How sweet the name of Jesus sounds

in a believers’ ear.

It soothes his sorrows, heals his wounds,

and drives away his fears.


Must Jesus bear the cross alone

and all the world go free ?

No, there’s a cross for every one

and there’s a cross for me.


Wonderbaarlijke genade (wat ‘n heerlijke klank)

die een armzalige als ik heeft gered.

Ik was verloren  maar werd gevonden;

ik was blind, maar nu kan ik zien.


Genade bracht vrees in mijn hart

en genade nam die vrees weer weg.

Hoe kostbaar kwam die genade me voor

in het uur dat ik kwam tot echt geloof.


Veel gevaren, valstrikken en verleiding

ben ik reeds doorgekomen.

Gods genade bracht me veilig zo ver

en zijn genade zal me tot thuis geleiden.


Hoe zoet is de klank van Jezus’ naam

in de oren van een gelovig mens.

Die klank sust al zijn zorgen,

heelt zijn wonden en verdrijft zijn angsten.


Moet Jezus zijn kruis alleen dragen

waardoor Hij de wereld heeft bevrijd ?

Nee, voor elk van ons is er een kruis,

een kruis is er ook voor mij.

 EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  



OP BEZOEK BIJ DE FILIPPINO’S

De (Redemptoristen-)regio van Azië hield een Pre-kapitulaire samenkomst op de Filippijnen van 13 tot 22 februari 1997.  Er mocht ook iemand heen van de Beyrut-missie.  Wel wat vreemd, want sedert het heengaan van P. Frans Van Stappen, is er geen Vice-Provinciaal meer in de Beyroetmissie, geen overste in Bagdad en de vertegenwoordiger kon dus zelfs niet pochen met een korporaal-streepje.  Hij stak dus nogal af in dat gezelschap van “hogere oversten”, waaronder zelfs een generaal en twee generale consultoren, die wel enigszins neerkijken op iemand die “just nothing” is (sic!).

.

Nu, zoals je al weet, begint ieder Bagdads verhaal met een lange woestijntocht, met grenscontrole die op zich al 6 uur in beslag neemt.  Deze keer was het winters koud in de bus, zonder verwarming, zodat onze adem direct aanvroor aan de venstertjes.  In Amman was het juist Ramadan, maar dank zij de gastvrije Zusters van Moeder Teresa was het mogelijk aan een vliegtuig te geraken.  In de straten van Amman hangt er bijna een miljoen Irakezen rond, werkeloos en uitgebuit, vol dagdromen over (on-)mogelijke visa’s.  Met de Emirates-Air ging het naar Dubai, waar het een paar uurtjes wachten was in de wijdse luchthaven.  Niets dan Filippijnse verkopertjes en In-diase toeris-ten en werklie-den.  Ze wor-den intens be-werkt met allerlei Engelse literatuur over de vredebrengende religie van de Koran.  In het verzorgde vliegtuig werden constant landkaarten geprojecteerd, zodat je de lange reis kan volgen van land tot land en van stad tot stad, met een halte in Bangkok, Thailand, of op de terugreis in Hongkong, China, waar de kranten vol stonden met foto’s van de overleden leider.  De araabse gastvrijheid is legendarisch, maar de Filippijnse is reëel en doet u de rest vergeten. Het was reeds donker, zondagavond, toen een beschilderde, populaire jeepy me naar de Baclarankerk van de Redemptoristen bracht.  Een reusachtig gebouw, dag en nacht open voor de ongelooflijke toeloop van mensen.  Na wat zoeken trof ik er een dikke Australiër, rood van gelaat en spierwit van soutane (kloosterkleed), die me aanstonds naar de keuken loodste.  Ik kon er dan ook nog meecelebreren, met applaus van de talrijke gelovigen, en handkussen om zegening, alsof Christus terug in zijn land was.  De kerk staat vol fans en standen met honderden kleine brandende lichtjes.  Een woensdag meemaken in Manila, het was dan nog Aswoensdag op de koop toe, is inderdaad een evenement : onophoudelijke toeloop van gelovigen, met bloemenverkoop aan de ingang en allerlei kraampjes verspreid, met beelden die gekust en uitvoerig betast worden, al de Redemptoristische heiligen, met vooral toch de SantoNinjo van Praag (Kindje Jezus van Praag) en de gekruiste Nazareno.  De Redemptoristenkerk  is geen parochiekerk, maar een “nationaal heiligdom” toegewijd aan Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand, met dus die fameuze “noveen” en erna – tot diep in de nacht , zelfs tot de ochtenduren – aanschuivende rijen, één voor één naar het altaar komend, om er de genade als het ware af te wrijven.  Nooit is er enig gewring of gedrum; zulke zachte verdraagzame mensen zijn als engelen van een andere planeet.

De Filippijnen bestaan uit meer dan 7000 eilanden; de Redemptoristen hebben er twee provincies, één in het Noorden, Manila, die nog vice-provincie is van Australië, met nog een tiental Australische paters die allemaal Filippijns kennen.  De vice-provinciaal is wel een vriendelijke Filippijn, die ook muziek schrijft, in de twee talen; ik heb heel wat van zijn producties meegesleept en die waren te beluisteren in Bagdad op Goede Vrijdag en Paaszaterdag.”


Vincent Van Vossel C.Ss.R;



EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  




DE CELESTIJNSE BELOFTE: HET EVANGELIE OP ZIJN KOP


Het komt uiterst zelden voor dat een boek in Vlaanderen meer dan 80 weken op de bestsellerslijsten voorkomt.  Nog merkwaardiger wordt het wanneer dit boek in de boekhandel terug te vinden is bij de afdeling ‘Spiritualiteit’.  En toch…  Vrijwel iedereen heeft er wel van gehoord.  Velen hebben het gelezen : “De Celestijnse Belofte” van James Redfield.  In Vlaanderen en Nederland alleen al werden er niet minder dan 400.000 exemplaren van verkocht.  En dit on-danks het feit dat critici de literaire kwaliteit van het werk als ‘waarde-loos’ bestempeld hadden.


Mensen moeten de dag van vandaag wel een enorme honger naar zingeving hebben, dat ze zich zo massaal op deze ‘spirituele roman’ gewor-pen hebben.  Redfield slaagt erin dit gevoel van leegte op een herkenbare wijze te omschrijven : “We verdwaalden volledig bij de uitbouw van een wereldlijke veiligheid, een economische veiligheid, als vervanging van de spirituele veiligheid die we kwijt waren.”  Er heerst dezer dagen inderdaad een sterk gevoel van ontevredenheid.  De westerse mens verwacht méér van het leven en naar dat ‘méér’ is hij op zoek.

Redfield wil aan deze zoeker een ‘reisgids’ aanbieden en hij doet hiervoor een beroep op het hele New Age-gedachtengoed.  Een reisgids echter moet goed zijn en mag niet misleiden.  Daarom toch enkele aanmerkingen.

In “De wereld van Sofie” (ook al zo’n bestseller) wordt de New Age-beweging op een weinig vleiende manier vergeleken met porno-grafie : ‘het biedt de mens waar hij om vraagt’.

 K. Bras, een specialist in de christelijke mystiek schrijft in dezelfde zin : “De valse profeten leg-gen beslag op God.  Hun god is een getemde god, zij identificeren hun eigen wensen met hem.”  


Wat wil de moder-ne mens eigenlijk ?  Dat lijkt nogal dubbelzinnig.  Het bestaan van een persoonlijke God heeft hij vaak verworpen.  God moest dood, dàn pas kon de mens geboren worden.  Er was geen plaats voor twee koningen.  Als heer en meester van het leven en de wereld lag voor de mens dan de weg naar vrijheid en geluk open.  Het probleem is echter dat hij sindsdien niet echt gelukkiger geworden is.  De wereld is kil geworden en de mens loopt hopeloos verloren in een geestelijk vacuüm.  Hij voelt zich fundamenteel ontevreden en dit omdat zijn vraag naar de zin en de betekenis van alles onbeantwoord blijft.


Welnu, New Age levert zgz. het gepaste antwoord.  Een religie ‘à la carte’, zo zou je het kunnen noemen.  Er wordt daarin niet meer gesproken over een persoonlijke God, maar over een goddelijke energie, die de diepste kern uitmaakt van de mens, de natuur en de kosmos.  Het menselijke heil is gelegen in een steeds grotere kennis en een steeds sterker bewustzijn van het diepste ‘zelf’, dat goddelijk is.


Heel wat auteurs, ja, zelfs priesters en enkele theologen, zien in de New Age-beweging een eigentijds alternatief voor het christelijk geloof.  Sommigen beschouwen het zelfs als de voltooiing ervan.  Ook de “Celestijnse Belofte” staat vol elementen die christenen vertrouwd in de oren klinken.  Priesters spelen een hoofdrol in het verhaal.  Er wordt gesproken over gebed (dat weliswaar een heel eigen betekenis krijgt) en ook Jezus wordt verscheidene malen vernoemd.  Redfield schrijft daaromtrent : “Pas nu gaan we begrijpen waar Jezus het over had, waarheen hij ons leidde.”  Het zijn precies deze uitspraken die het boek zo misleidend maken.


De “Celestijnse Belofte” en de hele New Age beweging staan echter haaks op het christendom.  Het uitgangspunt is weliswaar hetzelfde : de mens heeft nood aan verlossing!  Maar voor een christen betekent dit dat hij verstrikt zit in ik-gerichtheid, die de weg naar het volle leven afsluit.  New Age daarentegen stelt, helemaal in de geest van deze tijd, dat de mens precies vervreemd leeft van zijn eigen diepste ‘ik’.  In menig New Age geschrift wordt het verhaal van de ‘zondeval’ gewoon omgekeerd : Eva’s ongehoorzaamheid wordt beschouwd als een daad van vrijheid, waarbij   zij tot inzicht komt dat er geen andere god is dan de mens zelf.


Hieruit blijkt dat de richting van de weg naar verlossing volgens de New Age-beweging precies de andere kant oploopt dan die van het christendom.  In het christendom ligt de verlossing in de beweging van zichzelf naar de Ander en de anderen.  Hierbij stuiten we voortdurend op het drama van onze hardnekkige betrokkenheid op onszelf, van onze opgeslotenheid in ons eigen ik en onze eigen belangen.  Dit is echter geen uitzichtloos drama.  Uit liefde voor de mens heeft God ons een Verlosser gezonden, zijn Zoon Jezus.  Hij is gekomen opdat wij zouden leven.  Wie in Hem gelooft zal gered worden.


In de New Age-beweging is dit absurd.  Er is volgens haar geen God buiten ons.  Iedereen is deel van het goddelijke; de weg naar verlossing is het ontdekken van de goddelijke energie in onszelf.  Het verliezen van zichzelf, waartoe Jezus oproept, is volgens New Age dwaas maar voor Christenen betekent dit verliezen van zichzelf het vinden van de Ander en zo ook van onze ware identiteit.  “Wie zijn leven verliest, zal het vinden.”


Het laatste woord laten we aan Augustinus, monnik en bisschop uit het begin van de 5de eeuw.  In zijn zoektocht naar waarheid, was hij als jongeman enkele jaren lid van de manicheïsche kerk, een gnostische sekte, waarvan de ideeën in de huidige New Age-beweging terug te vinden zijn.  Na zijn bekering tot het christendom getuigt hij kort maar krachtig : “Rusteloos is ons hart, totdat het rust vindt in U, Heer.”  Een uitnodigend getuigenis voor de onrustig zoekende moderne mens.

Wouter Ghijs

EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  




MARIA EN HAAR KIND THÉRÈSE


Thresia van Lisieux heeft ooit gezegd : “Wat ik steeds weer hoor in de preken over Maria bevalt me niet.  Maria zou altijd in het miraculeuze geleefd hebben, altijd speciaal be­schermd.”  Nee, zegt Teresia, de heilige Maagd leidde het eenvoudige leven dat we zien in het evangelie; zij ging ook de kleine weg van geloof en vertrouwen. Toen men aan Teresia dan vroeg om eens neer te schrijven hoe zij Maria zag, heeft ze een lang gebed van 25 strofen gemaakt over Maria’s leven.  



“Maria, ik wil zingen

waarom ik u liefheb,

waarom mijn hart ook juicht

bij uw zo zoete naam,

en waarom de gedachte

aan uw grote luister

mijn ziel toch echt niet brengt

tot een’ge soort van angst...

Als ik uw leven naga

in het Evangelie

durf ik u aan te zien

om naar u toe te gaan.

‘t Geloof uw kind te zijn

wordt helemaal eenvoudig

omdat ik u daar broos zie,

lijdend net als ik.”


“Gij hebt in Nazaret,

o Moeder vol genaden,

heel arm geleefd

en niets speciaals verlangd.

Vervoering, noch verrukking

en geen wonderdaden

Vorstin der heiligen,

sieren uw levenspad !

Zeer groot is het getal

der kleinen hier op aarde

en onbevreesd richten

hun ogen zich op u:

want langs gewone wegen,

hoogverheven Moeder,

wilt Gij hen leiden

naar het Koninkrijk van God”.


EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  




HET OORDEEL

Zie ook Mattheus 25, 31-46


Bij zijn terugkeer in heerlijkheid zal de Heer Jezus zetelen als Koning over alle naties.

Dan zal Hij zeggen tot de menigte verzameld aan zijn rechterhand :

Komt, gezegenden van mijn Vader en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is

vanaf de grondvesting der wereld”.


Ik was een vluchteling zonder geldige verblijfsvergunning.  

Hoewel Ik in levensgevaar mijn land had verlaten, werd Ik niet door de staat erkend.

Waar Ik kwam, werd Ik uitgescholden.  Ik werd gekruisigd door de onverschilligheid en het racisme van zovelen.  

Ondanks alle tegenkanting, laster en openlijke vijandigheid vanwege gezagsdragers en zelfs vanwege jullie familie en vrienden, hebben jullie Me in de warmte van jullie huis opgenomen en al het mogelijke gedaan opdat Ik zou kunnen blijven !


Ik was een dakloze, alleen in de grootstad, uitgerangeerd door een maatschappij, belust op geld en genot.  

Bij jou vond Ik niet alleen onderdak, maar ook steun en waardering !


Ik zat reeds jaren in de gevangenis en kwijnde langzaam weg van verbittering en eenzaamheid.  Mijn familie had me in de steek gelaten en Ik werd dagelijks op Mijn misstap, die Ik in een vlaag van vertwijfeling had begaan, vastgespijkerd.  

Toen heb jij Me bezocht, ondanks alle roddel en wantrouwen.  Jij hebt Me niet veroordeeld, maar met begrip naar Me geluisterd !


Reeds jaren was Ik opgenomen in de psychiatrie.  Men hield me voor een gek.  

Ik werd ontdaan van Mijn waardigheid, men keek naar Me met verachting en misprijzen.  

Niemand had tijd voor Me, vermits ik niets zinnigs kon zegen en voortdurend gekweld werd door angst en ontreddering.  

Jij hebt Me, ondanks je eigen zorgen en moeilijkheden, opgebeurd en je bood onbaatzuchtig je diensten aan !


Ik was een straatkind in Brazilië.  Reeds lange tijd leefde Ik van voedsel uit afvalcontainers en snoof Ik lijm om aan de gruwelijke werkelijkheid van honger en ontbering te ontsnappen.  Samen met andere straatkinderen werk Ik als een dier opgejaagd door politie en “fatsoenlijke” burgers.  Velen van mijn vrienden zijn gemarteld en gedood !  

Jij hebt me te eten gegeven, Mijn waardigheid hersteld en Me in de geborgenheid van je gezin laten delen !


VERHEUG U EN DEEL IN DE EEUWIGE VREUGDE.

WANT WAT GIJ AAN DE GERINSTE VAN MIJN BROEDERS HEBT GEDAAN,

HEBT GIJ VOOR MIJ GEDAAN !

Ignace Menschaert

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  



REDEMPTORISTEN IN OEKRAÏNE  (1997)


Toen de grenzen naar het Oostblok opengingen en we stilaan weer contact kregen met onze confraters Redemptoristen in Oekraïene, hebben heel wat mensen zich weer ingespan-nen voor de Kerk en de Redemptoristen van dat door de Sovjetunie gean-nexeerde, uitgebuitte en verdrukte land.  Redempto met Pater Jef Hanssens, de P.A.D.-stichting rond Pater Alfred Deboutte, met de familie Sneppe, dokter Devos e.a. (in vorige jaargangen van Geloof en Leven verschenen hun boeiende reisverslagen), Broeder Willy Mosselmans met zijn eigen mega-style, nooit van een kleintje (of zelfs grote Ostgrenz) vervaard.  Zij hebben in ons aller naam prachtig werk verricht.  

En uit de spik-splinternieuwe brochure die Pater Jef Hans-sens nu op de markt heeft ge-bracht, in opdracht van P. Provinciaal Walter Corneillie, en vanuit zijn werkzaamheid binnen DISOP, blijkt dat er nog heel wat werk voor de boeg ligt en dat men aan verscheidene projecten nog volop bezig is.

Uit die prachtig geïllustreerde brochure ontlenen wij volgende informatie.  Ook de hier afgedrukte foto is daaruit afkomstig.

“Sinds 1913 waren de Belgische Redemptoristen werkzaam in de Grieks-Byzantijnse Kerk van Oekraïne, een Kerkgemeenschap die met de Rooms-Katholieke Kerk verenigd is (geünieerde Kerk of Uniaten).  Dat is eigenlijk gekomen langs een hele omweg.  In 1878 waren er Belgische Redemptoristen werkzaam in Canada.  Langs hun missiepredikaties in Manitoba en Saskatchewan kwamen ze in contact met uitgeweken Oekraïners.  Pater Achiel Delaere uit Lendelede (+ 1939) was er een echte pionier.  De Metropoliet van Lviv (Oekraïne) Mgr. Andreas Szeptyckyi leert er het werk van de Redemptoristen kennen en nodigt hen uit om ook in zijn bisdom Lviv te komen werken.


Zij verrichtten er prachtig werk en in 1946 zijn de Redemptoristen in West-Oekraïne met 100 leden, waarvan slechts 10 nog uit ons land afkomstig zijn; al de rest zijn Oekraïners.

Maar datzelfde jaar wordt het provincialaat door de KGB, de staatspolitie, overvallen.  Ook de andere kloosters krijgen het te verduren.  Sommige confraters verdwenen in gevangenissen, werden verbannen naar Kazackstan en Siberië; anderen werden genadeloos gefolterd en vermoord.  De rest dook onder bij familie, vrienden en verdween in wat men “de ondergrondse Kerk” is gaan noemen.  Alle eigendommen werden geconfisceerd, sommige overgedragen aan de Russische Orthodoxe Kerk, die niet met Rome verenigd is.  Eind 1948 werd de laatste Vlaamse Redemptorist over de grens gezet.  En dan was er het grote stilzwijgen.  Soms even onderbroken door een kort bericht, niet altijd  controleerbaar en langs heel wat omwegen.  


Pas na de val van de Berlijnse muur en de veranderingen in de vroegere Sovjet-Unie kon de vervolgde geüniëerde Kerk zich weer manifesteren.  Sinds 1991 is de Vice-Provincie van Oekraïne een zelfstandige Provincie geworden binnen de Redemptoristengemeenschap.  Er zijn 70 leden met geloften (waarvan 43 priester), 20 novicen en 6 kandidaten.  21 van de jongeren in opleiding studeren in Polen (financieel gesteund door de Vlaamse Provincie 1997), 3 in Straatsburg, 2 in Holosko en 1 in Rome.

De Oekraïnse Redemptoristen willen nu in Lwiw een kleine maar functionele drukkerij opzetten om op een meer adequate wijze de krachtlijnen van hun Evangelisch charisma te kunnen uitwerken ten bate van hun vooral op geestelijk vlak totaal verpauperde medemensen.  Een bijkomend voordeel van dit project waarbij we hen willen steunen is dat ze hiermee een permanente bron van inkomsten zullen beschikken, zodat ze op dat vlak niet meer zo afhankelijk blijven van steun vanuit ons land en van elders.


EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  

 




FIDES QUAERENS INTERNETUM (2)

Ives De Mey C.Ss.R.(Opgemaakt in 1997)

Verloren tussen de golven

En zo kunnen we nog wel enkele uren verder surfen! Misschien heeft dit ritje je een beeld gegeven van wat mogelijk is op het Net. Maar zoals elke zeesurfer wel weet, ziet de zee er na elke golf weer anders uit. Met het Net is het 'net' zo. Morgen is er weer wat nieuws onder de zon.


Na elke golf verandert het uitzicht.

En wanneer je nog eens een site wil opzoeken die je eergisteren tegenkwam tijdens één van je omzwervingen, kan het zijn dat je je niet meer herinnert hoe je daar weer terecht was gekomen. Tenzij je het adres hebt onthouden of opgeschreven. En zo kan het zijn dat je bij een volgende poging ergens een afslag mist en in een heel andere, nieuwe wereld duikt. Boeiend of verslavend. Als je naar precieze informatie op zoek gaat, kan je terecht bij 'zoekmotoren': je typt in wat je zoekt en die zoeken dan op het hele Net (of een deel ervan) voor jou naar plaatsen waar je verder kan.


enkele zoekmotoren:

Belgische zoekmotor   http://www.webbel.be (zoeken via levensstijl en spiritualiteit)

Zoekmotor    http://www.altavista.digital.com

    http://www.yahoo.com/society and culture/religion/christianity/catholicism/


Ontmoetingsplaats van mensen, volkeren, culturen, meningen,...

Internet als een middel om informatie te vinden. Maar ook een plaats waar mensen elkaar kunnen vinden. Er zijn discussiefora waar je je mening of vragen kwijt kan. Zo'n forum is opgedeeld per interessegebied (sport-politiek-religie-...) en wordt steeds specifieker onderverdeeld. Je kan het vergelijken met muurkranten die men wel eens op jeugdkampen vindt: een groot papier waarop bovenaan iemand zijn mening schreef. Een volgende schrijft eronder zijn antwoord en zo gaat dat steeds verder. Zo komt het dat op het Net mogelijk wordt, wat je in de werkelijkheid zelden ziet: aartsvijanden die met elkaar dialogeren. Dat komt omdat men vanuit de veiligheid van zijn eigen zetel kan schrijven en niet naar het hol van de leeuw zelf moet gaan. Zal het Internet mensen weer bijeen brengen nadat de TV hen van elkaar vervreemdde ?

De 'chatboxen', zeg maar koffiekransjes, wijzen alvast in die richting. Voor heel wat mensen die in de anonimiteit van de onpersoonlijke maatschappij leven, is dit een uitlaatklep waar ze (zonder drempels te moeten overschrijden) eens gezellig kunnen kletsen (via het toetsenbord en scherm) met onbekenden aan de andere kant van de wereld. Het heeft wat weg van de radio-amateurs die elkaar al dan niet toevallig vinden op een frequentie. Voor de nederlandstaligen biedt o.a. de Evangelische Omroep zo een christelijk trefpunt aan.

Tenslotte zijn er nog de nieuwsgroepen. Te vergelijken met aanplakborden waar ieder zijn mededeling, aanbieding of aankondiging kwijt kan. Ook deze nieuwsgroepen zijn geordend per categorie.


Een onvolledige woordverklaring van enkele begrippen uit de 'net'-taal

surfen:  op het Internet via de hyperlinks

WWW:  World Wide Web (maar de Nederlandse vertaling gaat even goed: WereldWijd Web): computers overal ter wereld die via het Internet met elkaar verbonden zijn. Een netwerk of juister: een spinnenweb van computerverbindingen.

modem: elektronisch toestel waardoor de computer met een telefoonlijn kan worden verbonden en per telefoon gegevens verzenden of ontvangen.

provider: organisatie die je (meestal tegen betaling) toegang verleent tot het Internet ('toegang-voorziener')

browser: een programma waarmee je op het internet kan surfen. Je kan door het Internet 'bladeren'

(web)site: een stand of kraampje op het Internet. Je kan er met tekst, afbeeldingen, kleuren en zelfs geluid en bewegende beelden je boodschap kwijt. De lezer kan via hyperlinks door de verschillende pagina's bladeren of iets aanvragen, bestellen,...

hyperlink: zoals het vakje 'ga naar...' in sommige gezelschapsspelen: als je met de muis op een hyperlink klikt, kom je op een andere plaats (van de pagina of het Internet) terecht. Een hyperlink is meestal een onderlijnd woord in een andere kleur. Het wijst je dus door naar meer informatie over dat woord of naar de plaats waar het zelf naar verwijst.

homepage: de eerste Internet-plaats waar je je surf-tocht start. Je kan die als gebruiker zelf instellen. (thuispagina)

e-magazine: een elektronisch magazine. Op het Internet (of diskette,...) in plaats van op papier

e-mail:  is geen ziekte zoals iemand dacht toen hij hoorde vragen of 'je e-mail hebt'. Het is 'algemeen Nederlands' voor elektronische post. Een geschreven berichtje dat je naar iemand verzendt over de telefoonlijn of andere verbindingen tussen computers. (e-post)

zoekmotor: een programma dat zoekt waar een bepaald woord of woordcombinatie voorkomt in (een bepaalde categorie van) het Internet.

apestaartje Niet om aan te trekken! Het is een teken dat in elk electronische post-adres niet mag ontbreken: @

on line: eigenlijk ben je enkel on line voor de tijd dat je telefoonverbinding (en dus ook de telefoonrekening) loopt. Meestal wordt het veralgemeend gebruikt om te bedoelen dat je 'op het Net' zit. Zoals men in het radiojargon spreekt over 'in de ether zijn' (on air).

chatten: een vernederlandst werkwoord uit het Engelse to chatt: kletsen, babbelen. Op het Internet kan je geluidloos babbelen, zoals scholieren wel eens doen in de klas: ze schrijven hun nieuwtjes neer op een papiertje dat ofwel in het midden van de bank ligt ofwel op en afpendelt.


Volgende keer : De Paus in 1989 :

“De Kerk moet internet gebruiken”)

EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  





HET VERHAAL VAN FOXIE, BRAMIE EN JEZUS

Chris en Maaike vertellen een leuk verhaal voor flinke kleuters

Foxie kwispelt gretig met zijn staart.  Je ziet dat Hij vol verlangen opkijkt naar Brammie, zijn baasje.  Maar Foxie heeft pech.  Een leuke wandeling zit er vandaag niet in voor onze viervoeter.  Brammie wil net de teevee aanzetten om naar Flipper te kijken…  Brammie ziet graag dierenfilms; hij is steeds weer verbaasd over wat dieren zoal kunnen.

Foxie zal dus wel moeten wachten.  Zijn staart beweegt zich al minder vlug heen en weer.  Hij voelt dat zijn baasje er geen zin in heeft.  Met zijn kopje ietwat schuin kijkt hij Brammie vragend aan…

En Brammie ziet wat Foxie verlangt, en hij voelt dat hij nogal wat blij zou zijn met een wandeling.  Ach wat!  Brammie neemt een kloek besluit.  Hij laat de teevee voor wat ze is en neemt Foxie’s halsband.  Ja, nu wordt hij pas echt zot, onze hond.  Hij springt alsmaar op en neer.  Hoog gaat hij niet want hij is niet meer zo jong.  En hij draait en keert van jewelste.  Brammie is ook blij omdat zijn hondje blij is.  Woef, woef, zegt Foxie, en weg zijn ze… (Foto uit: doggytime)


Voel jij soms ook dat je iemand kunt blij maken als je je eigen goesting laat varen?  Achteraf ben je dan wel blij dat je iemand hebt blij gemaakt.  Maar eerst voelt je soms wel wat pijn binnenin omdat je niet kunt doen wat je zelf zo graag wou doen. Als je het heel erg moeilijk vindt  dan moet je eens aan Jezus denken.  Je moet eens denken aan alles wat Hij voor ons gedaan heeft.  Hij is van bij de Vader tot bij ons gekomen, om ons te helpen en de weg te wijzen naar het geluk.  Hij heeft zelfs zijn leven gegeven om de weg naar het geluk vrij te maken.  Voor jou en mij en voor alle mensen is Hij gestorven aan het kruis.

Maar Jezus is niet dood gebleven.  Hij leeft.  En elke dag is Hij met heel zijn hart bezorgd om jou.  Hij is zo blij met al de goede dingen die je doet, thuis, op school.  En Hij wil niet anders dan jou te helpen.  Hij houdt zoveel van jou en natuurlijk ook van mij.


Ik vertel je nog een geheimpje.

Als je het moeilijk hebt om iets te doen voor een ander.  Als je eigenlijk alleen je eigen goesting wilt doen, dan moet je het gewoon even stil maken in jou en aan Jezus vragen : “Jezus, help mij”.  Jezus’ hart stroomt over van liefde.  En als je het Hem vraagt, wil Hij ook jouw hart met liefde vullen opdat je anderen gelukkig zou kunnen maken.  Je zal dan niet als een echte zeurkous maar blij en opgewekt op weg kunnen gaan om mensen blij te maken.

Ga je dat eens doen?  Ik ga het ook proberen, samen met jou.


Johannes

De Meimaand is de Mariamaand.  We bidden dan al eens meer tot Maria, de Moeder van Jezus.

In de Junimaand vereren we speciaal de grote liefde die Jezus in zijn hart heeft voor ieder van ons, ook voor jou


EINDE VAN DIT ARTIKEL 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER  

 



DE KERK

(Een soort hymne met de voeten op de grond)

Uit : Hermann Gohde, De achtste Dag, Uitgeverij Heideland / Hasselt p.229-230

Die “twee dingen (de vage ‘christenheid’ en de kerkelijke christenen) zijn niet te scheiden.  De zogenaamde ketters zijn niet alleen buiten, maar ook in de kerk te vinden; wij zijn feitelijk allemaal ons leven lang ‘ketters’, omdat wij altijd maar een deel van de volheid begrijpen, willen grijpen en begrijpen.  Dat is het, waaraan de kerk het meest lijdt: haar liefste, haar beste kinderen worden daardoor vaak het meest bekoord.  

De één wil alleen maar het zwaard van Christus, van de rechter over de wereld zien, en meent daarom met woord en daad, met geestelijke censuur en wereldlijk gezag, dat zwaard te moeten handhaven.  Een ander ziet alleen maar het lieflijke kindje in de wieg en gaat geheel op in dromerij, in een particuliere mystiek, zonder nog iets te zien van het lijden en de nood van zijn naaste.  

De schat van het geloof met zijn waarden, waarheden en werkelijkheid is een onuitputtelijke bron van allerlei bekoringen van dien aard!  Hoe vaak komt het niet voor, dat Christenen, goede Christenen, een deugd als ideaal, een devotie als middel kiezen, die bij hun speciale heimelijke ondeugden past; bekrompen en zelfzuchtige zielen kiezen de ‘kuisheid’ en stellen die hoger dan de liefde, om zich aan de eisen van de liefde te onttrekken; heerszuchtige zielen aanbidden de ‘orde’ , vereren de hemelse hiërarchie om zelf door middel van de aardse te kunnen heersen; keiharde rationalisten werpen zich op als de enige verdedigers van de ‘zuivere’ leer, omdat zij niet willen begrijpen, dat de God van het Kruis en van de geschiedenis groter en ruimer is dan hun denksysteem, dat alles veroordeelt wat niet past in hun spelletje met vooropgezette begrippen.  


De quiëtisten - en hun aantal is juist in de beslissende laatste eeuwen in de kerk zeer groot geweest - willen alleen maar stille vroomheid; de piëtisten alleen maar een steile, individuele vroomheid; mensen die veel voor uiterlijke activiteit en organisatie voelen, verwachten het heil uitsluitend van massa-demonstraties en hoge cijfers; geboren diplomaten gaan prat op hun successen bij allerlei compromissen met de wereld. - Ieder brengen weer een ander hart mee aan het altaar; iedere gelovige woont met een andere gezindheid het Misoffer bij; iedere tijd heeft de Kerk op zijn manier gebruikt en misbruikt.  Machtige tirannen en dwazen, generaals en ambtenaren, dichters, denkers en dagdieven hebben haar -allemaal op hun eigen manier- geschandvlekt.  

En toch is zij altijd gebleven -en zal zij altijd zijn, tot aan het einde der dagen - : de Ene, Heilige kerk, de Moeder van de mensheid, de opvoedster, leidster en hoedster van alle menselijke en goddelijke waarden; de goede wieg en het goede graf voor de volken, de reddingsboot voor de bedreigden; vis en brood, de spijs van de armen, de burcht van de vrijheid; het wapenarsenaal van de geest.  


De Kerk is de plaats van de substantie-verandering; de middelares van de goddelijke en menselijke krachten; de plaats van de verzoening, van het offer; de tuin van Gods kinderen, hun speelplaats, hun vreugdefeest; het tehuis waar zij rust en stilte vinden; het vaderland voor de vluchtelingen.  De Kerk wijst ons de weg over de donkere, met bloed bevuilde paden van deze wereld...”


P.S. Gohde brengt hier een prachtige hymne op de Kerk.  Wel wordt een louter sociaal zicht op de Kerk niet in vraag gesteld en wordt er ook te weinig gesproken over Christus, uit wiens doorstoken hart zij geboren is, als vrucht van zijn totale gave.

(NVDR)

 EINDE VAN DIT ARTIKEL

EINDE VAN DIT NUMMER  1997_2 

  TERUG NAAR INHOUD      NAAR TOP VAN DIT NUMMER