GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD


GELOOF EN LEVEN 1998 nr. 4

   TERUG NAAR INHOUD  


Rozenkransmaand Willy Verschaetse cssr

Timmermans, de gelovige Door : Louis Vercammen cssr

Ik sterf liever dan God maar half te dienen (P.Poppe) bvv
Ik ben kostbaar voor God Getuigenis van Kathy
Spiritualiteit: onze belangrijkste opdracht door B. Van Vossel, cssr

Dagboek van een moeder (3) Greet

Drugs overschaduwden mijn ware leven Getuigenis van Rafaël

God roept ook vandaag Door : B.Van Vossel cssr

Jubileumjaar 2000 Door : Ives De Mey

Paulus (4) Weer in Jeruzalem Door : Ben Van Vossel cssr

Vrede in ierland Door : Ives De Mey

Sponsors gevraagd


ROZENKRANSMAAND

door Willy Verschaetse C.Ss.R.

In Oktober

als de zomer

traag is doodgegaan

bloeit een ander krans van rozen

in het bidden van veel handen.

Gij hebt

Maria

altijd met een glimlach

’t oor geneigd

naar dit herhaalde

noemen van uw naam.

Bij de mysteries

die door al die rozen gaan

zijt Gij betrokken.

En zij reiken U

door dat gebed

een regenboog gedenken aan.

In de rij van deze krans

bidt Gij een deel

uit alle ‘Onze Vaders’ mee.

Gij wordt met heel uw wezen

diep en schouwend

een doorklaarde zee

wanneer het ‘Glorie zij…’

door dat brevier

van vele leken gaat.

In oktober

als de zomer

traag is doodgegaan

bloeit de rozenkrans

waarin het Evangelie staat.

 

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP VAN DIT NUMMER   




TIMMERMANS, DE GELOVIGE

door Louis Vercammen cssr

Het is al meer dan 50 jaar geleden dat Felix Timmermans overleed, de originele Vlaamse schrijver, dichter, schilder uit de Pallieterstad. Zo’n 25 jaar geleden hield pater Louis Vercammen een homilie tijdens de artistenmis in St.-Carolus-Borromeuskerk te Antwerpen (16 april 1972). Het was een gedachtenisviering ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van het afsterven van "de Fee".

Zijn opvoeding in dat opzicht (van gelovige) was niet beter of slechter dan die van de gewone burgersgezinnen uit die dagen. Wanneer hij als 15-jarige de lagere school verlaat, tracht hij zijn intellectuele achterstand op te halen door onverzadigbare leeslust, evenwel zonder leiding of voldoende kritisch inzicht. De grote levensvragen, waarmee hij geconfronteerd werd, kregen bij de diverse auteurs, de meest uiteenlopende oplossingen, zodat de jongeman het noorden kwijtraakte. Hij meende zijn wegglijdend geloof nog te kunnen redden met het lezen van mystieke schrijvers, te schermen met wat religieuze gevoelens en symbolen of te dwepen met oosterse godsdiensten, theosofie en occultisme. De remedie was erger dan de kwaal, zodat hij nog dieper wegzonk in de ‘schemeringen van de dood’. Slechts één ding wilde hij niet loslaten: dat was zijn liefde voor O.L.Vrouw. Aan haar dankte hij dat hij niet helemaal is ondergegaan.

In feite is er maar één probleem geweest, waarmee hij heel zijn leven heeft moeten afrekenen: het geloof. Niet de vraag of GOD bestaat, hield hem bezig, maar de vraag of GOD zich waarlijk met ons inlaat. Daarmee viel of stond voor hem elke zin van het bestaan.

Een gevaarlijke operatie, die hem op twee vingeren van de dood bracht, en de daarop volgende genezing zijn in 1911 de kern geworden van zijn onvergankelijke Pallieterschepping. Met één ruk scheurde hij het web, waarin hij zichzelf verstrikt had. Alle ooglappen rukte hij af, alle knellende banden verbrak hij om intens met alle zintuigen te kunnen stoeien in GODs vrije natuur. In die roes van vitalisme heeft hij alle problemen en muizenissen van zich afgeschud. Maar amper was het boek voltooid of de eerste wereldoorlog brak uit. De droom van een aards paradijs, waar alles schoonheid en goedheid was, werd in een oogwenk weggeveegd door de gruwel van vernietiging en dood. Lier werd herschapen in een puinhoop, het Pallieterland in een oord van verschrikking. De weerslag op Timmermans was niet minder dan ontzettend. Hij verloor zijn laatste sprankje geloof in GOD: de mens was slechts een speelbal van het noodlot, het leven totaal zinloos.

Het eenvoudig geloof van zijn vrouw en schoonmoeder, het afsterven van zijn eigen moeder en het volhardend bidden van de rozenkrans deden het licht heel, heel langzaam weer insijpelen in zijn verduisterde geest. 1915 betekent een keerpunt in zijn leven. De theosofie laat hij voorgoed vallen; van dan af begint zijn moeizame tocht naar GOD. Betekenisvol is zijn godsvrucht voor de H. Geest, van wie hij voortdurend licht en sterkte afsmeekte om het geloof toch maar ongeschonden te bewaren.

De tweede wereldoorlog verplettert hem fysisch opnieuw, maar vermag zijn geestelijk evenwicht niet meer aan het wankelen te brengen. Wat in 1914 de struikelblok voor zijn geloof geweest was - GODs Voorzienigheid - dat wordt in 1940 zijn enig houvast. Zijn reactie dienaangaande laat niet de minste twijfel. "Het echte geloof kent geen angst", zegt hij in de toneelbewerking van Brueghel. Eerst na vele jaren heeft hij kunnen geloven; simpel als een kind, voelde hij zich veilig in de handen van de hemelse Vader. De mensen hebben hem dikwijls teleurgesteld. GOD nooit. Daar alleen was zijn diepste krachtbron te vinden om zelfs in het hevigste lijden inwendig gelukkig en verheugd te zijn.

Het geloof is voor hem geen eenvoudige opgave geweest, "want men gelooft niet wat men wil. Het is een gave", schrijft hij heel terecht. Bidden daarentegen ging hem veel gemakkelijker af. Hield hij kinderlijk blij van grootse plechtigheden en processies met veel wierook en orgelspel, nog liever zat hij overdag stil alleen in de kerk te bidden voor het tabernakel of het beeld van de Lievevrouw.

Toen hij in november 1927 zijn eerste voordracht in Keulen ging houden, maakte hij natuurlijk van de gelegenheid gebruik om de beroemde dom te bezoeken. Bij het binnenkomen kwam Felix dadelijk onder de indruk van die ontzaglijke ruimte. Dan begaf hij zich zonder aarzelen naar de sacramentskapel. Ondertussen wilde een vriend van hem de talrijke beziens-waardigheden tonen, maar Timmermans wees het beslist van de hand met de woorden: "kerken dienen niet om ze te bewonderen, maar om er te bidden".

Meer dan het geloof of wat dan ook bepaalt de liefde de waarachtige christenen. Liefde tot GOD en liefde tot de mensen. En CHRISTUS aarzelt niet dit laatste punt hét herkenningsteken van zijn volgelingen te noemen. Niet alleen heeft Felix Timmermans daadwerkelijk geholpen waar hij kon, vooral tijdens de oorlog, maar hij was ook in staat met een mild hart te verontschuldigen of vergiffenis te schenken.

De tragische gebeurtenissen bij de bevrijding en repressie, het gevaar voor arrestatie, de beschuldiging van verraad, het wegblijven van vroegere bewonderaars en zogenaamde vrienden, de vuige perskampanje hebben hem, de zware hartlijder, voortijdig naar het graf gesleept, maar hebben hem nooit een woord van verbittering ontrukt.

De ware godsliefde is als een verslindend vuur. Zij eist de mens met zijn hele hebben en zijn voor zich op. Deze totale zelfverloochening was voor Timmermans wel het zwaarste offer. Het kruis dat zijn laatste levensjaren beheerste, zou hier de doorslag geven. Maar het heeft veel pijn en strijd gekost, eer hij zover was. Want ook hij was een zwak en ellendig mens, gebonden aan de "kleef der aarde", vervuld van kwaad en zonde. Doch sterker dan alle schuld en zwakheid is GODs genade. Zij alleen kon in hem de aanzuiging van de zinnelijke wereld overwinnen. Treffend is het laatste wat hij neerschreef in zijn dagboek: "Ga gijzelf opzij staan en GOD treedt binnen". Dan pas kon hij met een hart, brandend van liefde, bidden:

"Verteer mij aan de vuurkom Uwer minne

om vlam van Uwe vlam te zijn!"

______

Louis Vercammen is lid van de Redemptoristenkommuniteit van Essen in de Antwerpse Kempen. Tijdens zijn Retorica raakte hij, dankzij de priesterdichter Albert Speeckaert, sterk geïnteresseerd aan Pallieter en het hele oeuvre van Felix Timmermans. Hij is zich in diens leven en werk gaan verdiepen, had zeer veel ontmoetingen en contacten met familie, vrienden en kennissen van de Fee en schreef in 1971 een boek over "Felix Timmermans" (Heideland, 1971, 235 blz.). Adres van de schrijver: Rouwmoer 7, 2190 Essen.


 

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

IK STERF LIEVER DAN GOD MAAR HALF TE DIENEN

(Priester Poppe)

door: Ben Van Vossel cssr

Toen ik op een augustusavond mijn gebedstijd wou beginnen kreeg ik de ingeving om die te gaan houden in de grafkapel van priester Poppe in Moerzeke. Ik was al een tijdje zinnens om nog eens naar Moerzeke te gaan. In 1986 werd Priester Poppe door de Kerk tot "Dienaar Gods" uitgeroepen. En volgens allerlei persberichten, enige maanden terug, zou niets nog de zaligverklaring van die "bakkersjongen uit Hamme" nog in de weg staan. Op zijn voorspraak zou een medisch onverklaarbare genezing gebeurd zijn en dat was het enige dat nog ontbrak aan zijn dossier tot zaligverklaring.

Het was een regenachtige avond. Ik heb zo’n idee dat het langs de Scheldelandroute daar in Moerzeke wel eens meer regent. Een bejaard echtpaar kwam juist uit de kapel (je vindt die vlakbij de kerk van Moerzeke). Binnen zat een wat jongere vrouw, mogelijks een religieuze, te bidden. Wat me telkens weer treft in die kapel is de tekst op de witmarmeren grafplaat in het koor : A(ve) M(aria). Edward M. Poppe. Priester. "Ik sterf liever dan God maar half te dienen". Als je maar zo’n halve christen bent zoals ik, dan duizel je van zo’n uitspraak. Ook van zo’n andere tekst die aan een van de muren van die grafkapel is aangebracht en waarin priester Poppe getuigde dat hij echt tevreden kon zijn van het voorbije jaar, want dat hij God in alles trouw had gediend. Wie van ons kan zoiets zeggen ? Ik had mijn bijbel mee en sloeg hem zomaar open. Ik kwam terecht bij de perikope waar Nicodemus in de nacht op bezoek komt bij Jezus (Hoofdstuk 3 in het evangelie volgens Johannes). Ja, zo’n nachtelijk gesprek van een - waarschijnlijk nog niet al te oude - farizeeër met die jonge rabbi Jeshoea. Nicodemus ("Hij behoorde tot de voornaamsten van de Joden") was overtuigd dat Jezus van Godswege als leraar gekomen was, "want niemand kan die tekenen doen de Gij verricht, als God niet met hem is". Jezus gaat niet in op dat oosters compliment. Zijn tijd is kort en eens zal Hij zijn vrienden zeggen dat ze niet teveel oosterse complimenten moeten verkopen als ze op zendingstocht zijn ("Groet niemand onderweg"), maar dat ze het Blijde Nieuws moeten zaaien, in woord en heilsdaad, en gebruik maken van het gunstige moment. Zo doet Hijzelf het ook.

Jezus kent het farizeeërshart, het prestatiegericht hart; maar Nicodemus is een eerlijk man en wist dus zelf ook wel dat heel die zware bundel van eeuwenlang uitgedokterde en opgestapelde wetjes en voorschriften gewoon niet in praktijk te brengen was, zeker niet door een gewoon mens. Hij voelt in zich een nood aan innerlijke vernieuwing. Die nood en dat verlangen hadden hem naar Jezus gedreven. Jezus windt er dan ook geen doekjes om : "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet wedergeboren wordt kan hij het Rijk Gods niet zien". Dat is natuurlijk wondere praat. "Nikodemus zei tot Hem: ‘Hoe kan een mens geboren worden als hij al oud is? Kan hij soms in de schoot van zijn moeder terugkeren en opnieuw geboren worden?’ Jezus antwoordde: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg U; als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het Rijk Gods niet binnengaan. Wat geboren is uit het vlees is vlees, en wat geboren is uit de Geest is geest’". Ik las nog wat voort in dat hoofdstuk. Ondertussen was die religieuze (?) gaan knielen op de knielbank voor het graf van priester Poppe en nog een andere vrouw kwam daar ook bidden. "Ik sterf liever dan God maar half te dienen". Ja, wadde!

"Luister eens goed naar wat Ik u zeg: als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het Rijk Gods niet binnengaan. Wat geboren is uit het vlees is vlees, en wat geboren is uit de Geest is geest". Zo’n prestatiegericht farizeeër als Nicodemus krijgt hier te horen dat hij het helemaal anders aan boord moet leggen. Je moet opnieuw geboren worden. Met je menselijke krachten alleen kom je er niet. Je moet geboren worden uit water en geest. Wat geboren is uit het vlees is vlees, en wat geboren is uit de Geest is geest". Je zal je dus echt moeten openstellen voor een kracht uit de Hoge (geboren van omhoog) om het koninkrijk van God binnen te gaan, om God in alles te behagen, om Hem niet half maar helemaal te dienen (dat is juist Hem Koning laten zijn).

Het viel me toen op dat op het versierde altaardoek in de grafkapel in grote woorden stond: "Ik zend u mijn geest". Die woorden gaven me echt troost en vertrouwen. Ik moet de grote uitdagingen en de geweldige opgaven van het evangelie niet op eigen kracht invullen. "Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde van de aarde" (Handelingen 1,8). De apostelen hebben dat ondervonden. Na de Hemelvaart keerden ze terug naar Jeruzalem. "Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal waar ze verblijf hielden (dan worden hun elf namen opgesomd). Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders." En even later komt Gods Geest over die biddende Kerk, en worden zij herboren mensen, getuigen van Christus "in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde der aarde". "De Geest komt onze zwakheid te hulp, want wij weten zelfs niet te bidden zoals het hoort, maar Hijzelf spreekt voor ons ten beste met onuitsprekelijke verzuchtingen".

"Ik sterf liever dan God maar half te dienen". Zo’n bovenmenselijk verlangen komt niet van een mens, zelfs van geen Wardje Poppe. Hier is Gods Geest aan het werk geweest. Hier heeft een mens zich opengesteld voor de werking van Gods Geest. Priester Poppe was een mens van gebed, iemand die zich aan Maria had toevertrouwd om zeker bij Jezus uit te komen en ook iemand die samen met andere broers-priesters trachtte "het vuur brandend te houden" in zichzelf en om zich heen. Zo wonder is het dan niet dat hij, op die korte tijd van zijn priesterleven, zoveel invloed heeft uitgeoefend, op seminaristen tijdens hun militaire opleidingsperiode, op priester-vrienden en op zoveel kinderen en leerkrachten doorheen de "Eucharistische Kruistocht". De vrouw die het laatst binnengekomen was kwam even naast me staan en bood me een prentje aan van onze lieve Vrouw "Je mag dat hebben, zei ze, het is een gebed van toewijding aan O.L.Vrouw van de Wonderbare Medaille". Ik zei "dank u" en stak het devotieprentje in mijn bijbel. Ik heb het thuis eens bekeken. Ik vond de afbeelding wansmakelijk, maar het gebed stond me wel aan. Verder in dit nummer staat het afgedrukt.

Misschien kunt u ook eens een van deze weken of maanden Moerzeke aandoen, een mooie streek tussen Hamme, Grembergen en Sint Amands-aan-de-Schelde, en wat "vuur" mee naar huis nemen om geen halve christen te zijn.

 

   EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP VAN DIT NUMMER   



ONGEWENST DOOR MIJN OUDERS, MAAR KOSTBAAR VOOR GOD

Getuigenis van Kathy

Jezus geneest ook vandaag mensen, van soms heel diepe kwetsuren. Hij vraagt enkel om geloof en vertrouwen. En een hart dat vergiffenis wil schenken. Een jonge moeder gaf volgend getuigenis tijdens de vijfdaagse recollectie van de Charismatische Vernieuwing te Hoogstraten "Samen het geloof vieren" en later ook in de gebedsgroep Maria-Kefas.

Mijn naam is Kathy. Mijn ouders waren nog niet getrouwd toen ik er al was; het was een moeilijke en lange bevalling. Mijn ouders werkten veel en hadden niet zo veel tijd voor mij. Ik heb mij nooit echt bemind gevoeld en vaak heb ik moeten horen dat ik een ongelukje was.

Tijdens mijn jeugd had ik het moeilijk om met mensen om te gaan. Ik was gesloten en voelde me vlug teveel. Ik kreeg ook last met mijn gezondheid, was vaak moe, sliep slecht. Toen ik 18 was, wist ik niet wat ik met mijn leven moest doen.

Ik dacht vaak aan God en ik bad veel. Ik las ook in de bijbel, vooral de bergrede van Mattheüs : "Vraagt en u zal gegeven worden". En ik vroeg God om mij te redden, te bevrijden. Ik wilde vooral thuis weg, want ik had het gevoel dat ik daar stikte.

Toen leerde ik mijn man kennen en ik trouwde, zonder dat ik er mij van bewust was dat hij een antwoord was op mijn gebed. Ik nam toen al een tijdje antidepressiva en leefde heel oppervlakkig, zonder gebed. Op mijn trouwdag was ik er mij wel heel goed van bewust dat "wat God verbonden heeft, de mens niet mag scheiden". Ik zat dus eigenlijk weer vast, maar nu met liefde. Vroeger, als er thuis iets geweest was, kwam dat niet meer goed. Nu, bij mijn man, leerde ik en ervaarde ik wat vergeving was. Je kon de dag nadien opnieuw beginnen.

Ik had een grote nood aan liefde, maar kon die eigenlijk niet beantwoorden. Ik probeerde wel om alles zo goed mogelijk te doen. Tegen doctersadvies in ben ik gestopt met die medicatie en begon ik opnieuw te bidden. Ik klampte mij er aan vast : als ik niet bid, ben ik verloren. Na vijf jaar ging ik ook weer naar de Eucharistie. Alles ging dan wat positiever en ik werd heel bewust zwanger. Ons kindje werd echter dood geboren.

Ik ging nog meer en dieper op zoek naar God, die goed was en die liefde is. Ik begreep dat niet, ik zat met veel vragen en ik kwam terecht bij evangelische christenen. Het was een moeder met vijf kinderen en… een levendig geloof. Ik heb daar heel veel gekregen van de Heer, maar ik voelde dat ik daar niet kon blijven omdat ik de zondagseucharistie niet kon missen. Via het parochieblaadje volgde ik hier en daar een bezinning mee en kwam terecht in de charismatische gebedsgroep Maria-Kefas. Ik heb daar veel gekregen. Door contact met broers en zussen, intercessiegebed, biechtgelegenheid mocht ik voortdurend bevrijding en genezing ervaren. Ik kwam van heel ver, zat met veel verdriet, moest veel verwerken, en werd langzaam aan nieuw. De Heer is heel zacht en heeft veel geduld. Ik kreeg heel veel bemoedigende woorden (uit de Schrift).

Vorig jaar in Hoogstraten heb ik tijdens de laatste Eucharistie de Heer heel bewust ontvangen. Pater Maurice zei voor de communie: "Ontvang Jezus". Ik werd mij er toen heel sterk van bewust dat ik voortdurend dingen vroeg, maar Jezus aan de deur liet staan. Ik heb Hem toen onthaald en wist niet wat zeggen, maar Hij zei: "Ik blijf bij u". Dat was ook het thema van de laatste dag.

Er is het laatste jaar wel heel veel gebeurd. Ik heb vooral mogen leren om voor alles dank te zeggen, ook voor de pijn en de moeilijkheden. Om alles te aanvaarden als passend in het plan van God. Met de troost die ik ontvangen heb, mag ik anderen troosten. Om Hem volkomen te vertrouwen. Ik ben kind van God. Ik ben een parel in Gods ogen, ik ben kostbaar voor Hem, Hij heeft zijn Zoon voor mij gegeven. "Nog voordat uw moeder u ontving, had Ik u uitgekozen om mijn lof te zingen" (Haasrode 1 juli).

Dinsdagavond tijdens de Eucharistie heb ik heel bewust kunnen aanvaarden dat Jezus voor mij gestorven is, dat mijn zonden vergeven zijn, dat Hij mijn redder is. Ik wist dat al lang, maar heb dat nu aanvaard. Ik voelde zo een grote vrede, een grote liefde, een grote vreugde.

Na de communie werd gezegd (in een profetische boodschap) dat iemand een grote vreugde ervaren had, die blijvend zal zijn. Enige maanden voor Hoogstraten, tijdens een seminarie over ‘innerlijke genezing’ dat gegeven werd door Jörg Müller, had ik gevraagd om opnieuw geboren te worden, om goed te kunnen zien, om geen hoofdpijn meer te hebben; mijn linkeroog is beschadigd tijdens de bevalling en is niet volledig ontwikkeld.

Daarom greep het me zo aan toen op woensdag iemand een (profetisch) beeld kreeg van een kind in het geboortekanaal en dat de bevalling moeilijk en geforceerd was; daardoor had het kind zich altijd ongewenst gevoeld. ‘God raakt u nu aan en zegt uitdrukkelijk: "Ik heb u gewenst"’. Ik voelde zeer sterk aan dat ik dit woord op mij mocht betrekken. Na de biecht kreeg ik het woord uit Mk. 10,49 : "Heb goede moed! Sta op, Hij roept u".

 

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


SPIRITUALITEIT, ONZE BELANGRIJKSTE UITDAGING

Op het voorbije Algemeen kapittel van de Redemptoristen dat in Noord-Amerika doorging, werd nogal veel gesproken over spiritualiteit, niet eng verstaan als ons gebedsleven bv., maar als het geheel van ons christelijk gesitueerd zijn in de Kerk en de wereld. Het nieuwe generaal Bestuur heeft in zijn eerste mededeling (Communicanda nr.1) daar reeds wat commentaar bij gegeven. Wij citeren daaruit:

"De congregatie wordt duidelijk gekenmerkt door een overdadig activisme of op z'n minst door een onvoldoende mate van reflectie ten aanzien van de overvloedige activiteit die wij ontplooien. Wij moeten nodig opnieuw de diepste beweegredenen voor wat wij doen ontdekken. Die beweegredenen moeten ons, als Redemptoristen, wezenlijk terugvoeren naar een persoon, JEZUS CHRISTUS, de Verlosser: "het enig noodzakelijke" (Lukas 10,42). Het Kapittel (XXII) zelf heeft deze noodzaak duidelijk onderkend, toen het vaststelde dat onze voornaamste zorg en aandacht zouden moeten uitgaan naar de plaats die GOD in ons bestaan inneemt (Slotboodschap nr.3). Dit is een realiteit waaraan wij niet kunnen voorbijgaan. Wij zullen onze volle ontplooiing als mens en onze verwezenlijking als Redemptorist vinden naarmate wij werkelijk GOD tot middelpunt van ons leven maken." (nr.9)

"Spiritualiteit betekent voor ieder van ons een uitdaging om onszelf te identificeren met de armen. Door oog in oog te gaan staan met de armen kwamen veel Redemptoristen, te beginnen met Sint Alfonsus, tot een doorslaggevende bekering. Heeft deze uitdaging een enigszins duidelijk waarneembare weerslag gehad op onze levensstijl, waardoor wij genoegen nemen met wat eenvoudig is en echt noodzakelijk? Zijn wij voldoende op onze hoede voor het gevaar van consumptisme? Hoe kunnen onze oren gevoelig blijven voor de kreten van de armen, als het lawaai van de wereld ons doof maakt voor hun stem en als onze manier van leven zo verschilt van de hunne?" (nr.34)

"Als wij ons rechtstreeks richten op onze Redemptoristische spiritualiteit, dan zullen wij in onze Constituties volop materiaal vinden om die te omschrijven. Daarop mediterend en studerend kunnen wij de zin van onze roeping verstaan en de wezenstrekken die haar karakteriseren. Deze bladzijden verschaffen ons de middelen om de verschillende aspecten van onze Redemptoristische identiteit te onderkennen, die in hoofdzaak bestaat in 'het volgen van JEZUS Christus, de Verlosser, door de prediking van het woord Gods aan de armen' (Constitutie 1). Een toenemende vertrouwdheid met onze 'Levensregel' zal ons in staat stellen een samenhangende visie op onze spiritualiteit te ontdekken, die anders slechts vaag en ongrijpbaar zal blijven." (nr.23)

"In het licht van deze fundamentele keuze en van onze traditie die zich hieruit heeft ontwikkeld, kunnen wij enkele elementen naar voren brengen die met elkaar verband houden, waarbij wij steeds onderscheid moeten maken tussen wat wezenlijk is en wat bijkomstig. Wij brengen ze onder uw aandacht zonder de pretentie te hebben hierover het laatste woord te spreken of een strikte systematiek te volgen.

 Wij zijn Redemptoristen: onze spiritualiteit is geworteld in de theologie van de Menswording.

 Wij zijn missionarissen en daardoor wezenlijk verkondigers van de Blijde Boodschap, waarvan de kern 'barmhartigheid' is.

 De Redemptorist is 'volks' in zover hij gemoedelijk omgaat met de mensen en eenvoudige taal bezigt.

 De Redemptoristische spiritualiteit is tegelijkertijd de bron en de vrucht van zending (Slotboodschap nr.6 XXII-ste Gen. Kapittel).

 De Redemptorist trekt zich het lot van de armen aan.

 Onze pastorale betrokkenheid, vooral wat betreft de armen en de verwaarloosden, is een wezensbestanddeel van onze spiritualiteit (Slotboodschap nr.8)." (nr.24)

"Wij geloven ook dat onze devotie tot de Moeder van Altijddurende Bijstand groter en meer in het oog springend zou moeten zijn. Door de ijver en de vindingrijkheid van de Redemptoristen is deze icoon de meest bekende in de wereld geworden; dat kan ons helpen om ons charisma beter te verstaan. Bovendien ligt de titel 'Altijddurende Bijstand' geheel in de lijn van het begrip 'Copiosa Redemptio' (overvloedige Verlossing)." (Nr.26)


  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP VAN DIT NUMMER   

  

UIT HET DAGBOEK VAN EEN MOEDER (3)

door: Greet

Zelfbeeld

"Mama, ik zie mezelf niet graag. Ik ben dikwijls verkouden en ik slaap dan niet goed. Ik kan ook niet goed turnen."

Het is juist na schooltijd. De kinderen zijn afgehaald, vieruurtje voorbij… en je zit daar dan, met één van de kinderen aan tafel: "Ik zie mezelf niet graag…"

Ik bid stilletjes tot de Geest om inspiratie.

Ik tracht haar uit te leggen waarom ze vaak verkouden is, maar dat mama en papa wel begrijpen dat dit vervelend is en dat ze het altijd mag zeggen wanneer ze het daar moeilijk mee heeft.

Ik wil haar dan verder aanwijzen waarin wat ze wèl goed is, in dàt en dàt vak, … maar dan bedenk ik hoe ik vroeger eens zo gereageerd heb toen een ander kind een gelijkaardige reactie gaf. Toen maakte iemand me attent op het negatieve van mijn reactie: je bent wel niet zo goed op dat terrein, maar kijk, je presteert goed elders, dus je bent oké.

Als christen zou het zo moeten zijn dat je je geliefd weet, niet omwille van alles wat je kunt, maar omwille van je persoon, je zijn…

En dan schiet me plots een woord te binnen, dat ik eens hoorde in de homilie van de zondagsmis. De priester zei toen: "Elk mens is kostbaar voor GOD. Je bent een parel in GODs ogen". Dat had me toen diep geraakt.

Ik kijk ons kind aan, dat aan tafel zit met een vragende, afwachtende blik en zeg: "Weet jij hoe JEZUS naar jou kijkt? Hij ziet je zo graag, zo héél, héél graag, zoals jij bent. Jij bent een heel mooie parel in Zijn ogen, niet zo maar een gewoon steentje, maar een prachtige parel, dat ben jij voor JEZUS."

In een oogwenk verandert haar ernstig gezichtje. Ze lacht heel vredig en zegt. "Ja, mama, ik heb het ook al gezegd aan een kindje van mijn klas: JEZUS is het belangrijkste in ons leven!"

 

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP VAN DIT NUMMER   

 

DRUGS OVERSCHADUWDEN MIJN WARE LEVEN

Getuigenis van Rafaël

Rafaël gaf dit getuigenis tijdens de vijfdaagse recollectie te Hoogstraten ingericht door het interdiocesaan team van Charismatische Vernieuwing. Onze dank aan zijn ouders die ons zijn geschreven getuigenis lieten bezorgen

Mijn naam is Rafaël. En vandaag voel ik het verlangen om een boodschap van licht, van waarheid door te geven. Ik wil getuigen hoe God mijn leven veranderd heeft.

Vijf jaar geleden ben ik begonnen drugs te gebruiken. Zonder het te beseffen ben ik in een andere realiteit gaan leven. Ook al waren mijn ouders gelovig en heb ik altijd een christelijke opvoeding gehad. Ik ben zogezegd een tweede leven begonnen. Een tweede leven dat zachtjes aan mijn ware leven heeft overschaduwd.

Toen ik na anderhalf jaar naast het roken van joints ook gebruik ben beginnen maken van XTC, LSD en pepmiddelen, heb ik de wilskracht om iets van mijn leven te maken, verloren.

Stilletjes aan was ik aan het sterven, van binnenuit. Ik wist niet meer wat ik met mezelf moest doen. De liefde en vriendschap van mijn ouders en vrienden aanvaardde ik niet meer.

Stilletjes aan was ik een muur rond mezelf aan het opbouwen. Een muur waarvan elke steen bestond uit angst: angst om gevoelens te tonen, om te laten zien wie ik werkelijk was, om hulp te vragen, angst om te leven.

Daarom heb ik vele maskers gebruikt, maskers om mijn ware ik te verbergen voor de anderen en me voor te stellen als iemand die goed was, iemand die zeker was van zichzelf, die iets wilde bereiken. Ook al had ik vele vrienden, door deze maskers voelde ik me alleen. Maar het was een eenzaamheid die ikzelf gecreëerd had.

Ik wist niet meer hoe ik moest houden van een ander, ik wist niet meer hoe ik moest houden van mezelf. Vele keren heb ik gedaan alsof ik van iemand hield. En zo heb ik vele mensen en mezelf pijn gedaan en meer en meer geraakte ik in de put.

Maar nu in de gemeenschap van zuster Elvira ben, heb ik de waarden van het leven teruggevonden.

Hoe ik in de gemeenschap terecht gekomen ben, is een wonder van God geweest. Toen ik vijf jaar geleden in Hoogstraten was, was ik sedert korte tijd met druggebruik begonnen. En in Hoogstraten heeft God me laten voelen dat het niet juist was. Ik voelde me niet echt goed door het feit dat ik wilde geloven in God, maar dat ik langs de andere kant drugs gebruikte.

Op een avond met de jongeren was er een verzoeningsdienst. De biechtgelegenheid trok me niet aan omdat ik me niet meer vrij voelde. De zonde van druggebruik had ik namelijk nog nooit gebiecht en wilde ik tot dan toe niet biechten.

Wel liet ik over me bidden en hier heb ik God ontmoet. De persoon die over me gebeden had vertelde me dat hij woorden van kennis had gekregen. Hij zegde me dat ik nu een moeilijke periode doormaakte, maar dat God een mooie goede zaak voorbereidde en dat alles na een tijd goed zou komen.

Mijn hart sprong op van blijdschap en ik had weer hoop, maar niet voor lang want na twee à drie weken met mijn vrienden was ik het hele voorval weer vergeten.

Drie jaar later, na een situatie die alsmaar erger werd, werd me de hulp aangeboden van iemand van de charismatische gebedsgroep waar ik bij was. Na twee gesprekken vertelde hij me over de gemeenschap van zuster Elvira in Medugorje. Ik maakte de moeilijke beslissing om in de gemeenschap te gaan en alles achter te laten, maar door een misverstand ben ik niet kunnen vertrekken. Op dat moment was ik diep terneergeslagen en heb ik in een gebed tot God gezegd: God, als Gij wilt dat ik in de gemeenschap ga, zal ik op één of andere wijze in Medugorje geraken. God heeft me verhoord, want al vier dagen nadien zat ik op een bus naar Medugorje. Later heb ik gezien dat God alles al voorbereid had voor me, de woorden die in Hoogstraten tot me gezegd waren geweest, waren in vervulling gegaan.

Nu ik bijna twee jaar in de gemeenschap ben, voel ik me vrij. Ik voel dat ik elke dag meer en meer kan leven , houden van anderen en geloven in God. De angsten en problemen die ik vroeger had, wil ik niet meer ontlopen, maar overwinnen; en de kracht om dat te doen geeft God.

Omdat ik geloof dat God mensen op mijn weg gezet heeft om me te helpen, heb ik dankzij God de drugs overwonnen. Ik weet nu dat drugs niet alleen wat poeder of pillen zijn, maar dat drugs ook mijn egoïsme was. De drugs waren de angsten die ik niet overwon, de problemen waarvan ik wegvluchtte. Het was dus niet genoeg om de drugs uit mijn leven weg te nemen en zo heeft mijn leven een andere wending genomen.

Nu voel ik het verlangen om te geloven in God, om te helpen waar ik kan en om lief te hebben. Om te houden van mijn naaste, mezelf en mijn leven.

Ik was een verslaafde, verslaafd aan mezelf; mijn egoïsme was groter dan mijn hart.

Vandaag geloof ik en weet ik dat een leven kan veranderen. Ook al denken we dat het vele keren niet zo is. Een verslaafde heeft hulp nodig, liefde en gebed. Dit zijn volgens mij de twee geneesmiddelen die een hulp kunnen zijn om het ware leven terug te vinden.

Voor iedereen – voor iedereen want ik was verslaafd aan drugs, aan een poeder. Maar zovele mensen in deze wereld zijn verslaafd: verslaafd aan tv, muziek, werk, auto’s enz.

Vandaag wil ik gebed vragen voor de verslaafden van deze wereld. En vooral voor diegenen die door hun verslaving de wil en de ware zin van het leven verloren zijn. Dit vraag ik omdat ik weet dat gebed liefde is en liefde overwint alles.


  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP VAN DIT NUMMER   

 

 VOOR JONGE MENSEN

GOD ROEPT OOK VANDAAG

 

Op de Ontmoetingsdag "Jonge Religieuzen Vlaanderen" (9 mei 1998) zei Mgr. De Hovre dat meer mensen dan wij vermoeden uitkijken naar authentieke religieuzen die radicaal leven. Er zijn echter te weinig roependen. De tijd is dus gekomen om weer te zeggen dat de Heer roept.

Er moet nog geroepen worden

Als men iets hoort of leest over roeping tot het religieuze leven of het priesterschap, dan gaat het meestal over het verminderd aantal roepingen, over de vrouw in het ambt, gehuwde priesters, priesters vol kritiek op hun Kerk…

Jonge mensen moeten echter weten dat God - ondanks al die verwarring - vandaag nog roept. Tot allerlei roepingen. En dat Hij zendt. Op veel wegen. De Heer kan roepen op gelijk welk moment. En in om het even welke situatie. Ook in jouw situatie.

De vraag is: Vind je het de moeite waard om Jezus te volgen. Of misschien moet ik als eerste vraag stellen: "Vind je Jezus de moeite waard" en dan: "Vind je het de moeite waard om achter die Jezus aan te lopen en Hem te vragen jouw leven te leiden"?

Misschien zeg je: "Toch wel, maar, dat betekent nog niet dat ik ongehuwd wens te blijven of als religieus of priester mijn leven wens op te bouwen". Dat is inderdaad zo. Christenen die huwen moeten hun huwelijk dan ook echt zien als een roeping vanwege de Heer. Op dit ogenblik huwen er echter nog steeds christenen en als ik de mooie huwelijksvieringen mag geloven, zijn heel wat jonge christelijke huwenden zeer goed bezield op de dag van hun huwelijk. Een waarborg voor hun verder huwelijksleven.

Naast huwelijk en gezin roept diezelfde God ook tot priesterschap, tot het religieuze leven, tot het ongehuwde leven omwille van het Rijk Gods…

Ongehuwd omwille van het Rijk Gods

Dat is de roeping van de priester in de Westerse Kerk, de religieus of religieuze, de personen die privaat of in een door de kerk erkende vereniging zich als ongehuwde vrijwillig toewijden aan de Heer. De sfeer in onze gewesten en speciaal ook in de Vlaanderen is niet van die aard dat men veel begrip kan opbrengen voor mensen die vrijwillig kiezen om ongehuwd te blijven omwille van een godsdienstig motief. Leefsfeer en media zijn eerder oversekst. Zelfs het huwelijk met zijn oproep tot trouw, krijgt het sterk te verduren. Men heeft er weet van dat nogal wat priesters en religieuzen problemen hadden met de beleving van het celibaat. Dat moedigt niet aan. Ook het feit dat er zo weinig die stap zetten. Je wil toch niet graag zo’n buitenbeentje zijn. En toch. Ik was eens op een diakenwijding. Het was een jongeman die lid was van een nieuwe beweging binnen de Kerk. Kardinaal Danneels ging voor in de viering, maar op het einde gaf ook die jonge diaken (die een jaar later werd priestergewijd) een kort getuigenis. Hij zei: "het celibaat beleven is niet zo’n groot probleem. Maar alléén staan, dàt is wel een ernstige beproeving". Daarom is het goed dat personen die geroepen zijn tot het celibaat, en ook seminaristen en parochiepriesters met personen die dezelfde roeping hebben wat groep vormen, of dat ze goede christenen om zich heen hebben, of aanleunen bij een nieuwe Beweging binnen de Kerk, waarin het eigene van hun roeping erkend, gerespecteerd en ondersteund wordt.

Een midden waarin Gods stem kan doorklinken

Hoe ga je van Godswege vernemen dat Hij je tot zo’n levensproject roept? Het is duidelijk dat je God gemakkelijker zult horen roepen wanneer je in een midden bent, waarin Hij nog ter sprake komt. In een gezin waarin gebeden wordt. Een gezin waarin de Kerk niet voortdurend wordt bekritiseerd (Je hoeft toch geen genie te zijn om te weten dat de Kerk fouten maakt, dat ze niet volmaakt is enz. Moet je dat voortdurend zitten herhalen of uitbazuinen? Kom nou!). Een gezin waarin de priesters niet voortdurend worden afgebroken, belachelijk gemaakt, hun kleine kanten naar voor worden gebracht. Een gezin waarin al eens op positieve wijze wordt nagekaart over de hoofdgedachte van de homilie… Een gezin waarin de zondagseucharistie een echt gezinsgebeuren is, geen formaliteit dus, maar iets waar men wezenlijk belang aan hecht.

Waarden zien beleven

Een roeping tot priesterschap en tot godgewijd leven in kloosterverband, of binnen een seculier instituut of een private vereniging van christengelovigen zal gemakkelijker weerklank vinden in je hart, als zich daarin (= in je hart) reeds waarden hebben ingeprent van edelmoedigheid, dienstbaarheid, gelovig leven, liefde voor de kerk, aandacht voor de noden van de wereldkerk. Of als je getroffen wordt door het leven van godgewijde mensen die zich als priester of religieus… hebben ingezet hier ten lande of in missiegebieden. Als jonge mens moet je ook wat zoeken naar middens waarin je de echte christelijke waarden beleefd ziet. Zoek naar zulke groepen en gemeenschappen, terwijl je natuurlijk ook de nodige voorzichtigheid aan de dag legt om niet in het vaarwater van sommige sekten of al te fundamentalistische groepen terecht te komen. Je voelt wel aan of iets gezond is. Anderzijds moet je ook weten dat een roeping tot priester of tot een godgewijd leven als ongehuwde verder gaat dan de roeping tot sociaal werker; sommige religieuzen en priesters zien dit wel eens over het hoofd.

Lees in dit verband het artikel: "Spiritualiteit, onze voornaamste uitdaging", nr. 9.

Je nu reeds inzetten

Christus roept. Maar zo’n roeping komt ook gemakkelijker over bij jongeren die zich reeds kunnen inzetten voor anderen: binnen goed functionerende jeugdgroeperingen, voor gehandicapten, voor kinderen, in kerkelijke of parochiale diensten… Waar vul jij je vrije tijd mee? In welke vereniging of in welke actie- of spiritualiteitgroep ben jij geëngageerd?

Contact met God en een religieuze sfeer

Je zal wel niet verwonderd opkijken als ik zeg dat God je gemakkelijker kan roepen als je Hem vaak ontmoet. Heb de gewoonte van een dagelijks gebedsmoment. Durf al eens een parochie- of kloosterkerk binnengaan. Al is het maar even, het zijn gezegende momenten waarin een levende relatie ontstaat tussen God en jou.

Heb je enkel maar lawaaierige CD’s of esoterische New Agemuziek op je kamer? Omgeef je ook eens met de stevige en tot God leidende muziek uit westerse of oosterse liturgieën, bezinnende muziek, religieuze liederen die, zelfs als ze wat mystiek zijn, toch steeds dat gezonde contact met de levende God doen aanvoelen. Hetzelfde voor je lectuur. Schep zelf een goede sfeer voor jou, als jonge christen, een sfeer waarin God tot jou kan spreken.

Verantwoordelijkheid

Christelijke ouders blijven hun verantwoordelijkheid op zich nemen voor hun kinderen, voor hun gezonde en evenwichtige groei naar lichaam, psyche en geest. Permanente diakens, pastorale werk(st)ers en help(st)ers vullen een aantal taken in die priesters vroeger vervulden; zo kwam er ook een diversificatie in het kerkpersoneel. Het treft mij ook hoe heel wat gepensioneerden zich inzetten in de liturgie, vooral tijdens de week bv. bij uitvaartdiensten of als koster. Zij allen nemen hun verantwoordelijkheid op in de Kerk.

Christelijke jongeren moeten zich mee verantwoordelijk voelen voor het Blijde Nieuws dat Jezus is komen brengen en voor de mensen die Jezus nog niet als redder hebben leren kennen. De zorg voor de evangelisatie en missionering hier en elders, wordt ook reeds ingevuld door jongeren, zelfs jonge echtparen, die zich tijdelijk of definitief engageren. Ook jongeren mogen zich de vraag stellen of de Heer op hen geen beroep doet om zich permanent en totaal vrij te maken voor zijn dienst, zodanig dat ze daarvoor het huwelijks- en gezinsleven verzaken. Op uitnodiging van de Heer. Deze vraag - die mogelijks tot jou is gericht - kan maar doorklinken als je je hart openstelt voor Hem, die zich totaal voor jou heeft gegeven en aan wie jij durft zeggen: "Spreek Heer, uw dienaar luistert".

Een weg waarop je openbloeit

Als de Heer je tot een levensweg roept, geeft Hij je ook de talenten die je daartoe nodig hebt. Hij schenkt je de vreugde van die weg met Hem te kunnen gaan, al is er ‘geen huisje zonder kruisje’. Maar de weg van priester of godgewijde in het celibaat heeft alles in zich om als mens uit te groeien tot een evenwichtig mens. Als de Heer je roept, hoef je daaraan niet te twijfelen.


  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP VAN DIT NUMMER   

 

ANNO DOMINI 2000

door: Ives De Mey

Het jaar 2000 is vaak het onderwerp geweest van de meest futuristische fantasieën. Hoewel het nu banaal dichtbij is, blijft het nog steeds bekoren. Zullen onze wegen dichtgeslibd zijn in 2000 en zal er een oplossing gevonden zijn voor de computers die in de knoei geraken met de ‘nullen van 2000’? In Parijs kan je lezen hoeveel keer we nog moeten slapen en in Dublin drijft er een klok op de plaatselijke rivier die seconde per seconde aftelt. We weten zeker dat heel wat mensen buitenmatig ‘uit de bol’ zullen gaan en dat er een legertje lucratieve geesten klaar zal staan om zulke mensen te overstelpen met leeg amusement. Maar waarom eigenlijk? Wat valt er eigenlijk te vieren in 2000?

De goedheid en mensenliefde van God onze Heiland is op aarde verschenen

Toch niet meer dan dat we (enkele foutieve berekeningen niet te nagekomen) 2000 jaar hebben afgelegd sinds de geboorte van Christus! God die mens geworden is om door zijn lijden, dood en verrijzenis heil en verlossing te brengen voor alle mensen! Dit leek de paus een goede reden om wereldwijd een jubeljaar te vieren. Een jaar van heil voor álle mensen. Hij zou graag zien dat niet enkel de katholieken of de christenen, maar ook alle anders- en niet-gelovigen gezegend worden in dit jaar van genade.

Na vergeving komt ware feestvreugde

In geen geval mag die viering een belediging zijn voor onze medemensen. Daarom is het belangrijk dat de kerk (zowel het instituut, het geheel, als elk van de gedoopten afzonderlijk) barrières die ons scheiden van anderen zou opruimen. Er kan geen feestvreugde zijn als conflicten niet zijn bijgelegd.

De kerk heeft de afgelopen jaren zelf het voorbeeld gegeven. Dat wordt ons niet altijd even luid meegedeeld door de Vlaamse media. Zo gaf de kerk toe dat de veroordeling van Galileï een fout was en een belediging voor de wetenschappers. En de kerk heeft zich bezonnen over de houding tot de wetenschap opdat zulke incidenten niet meer zouden voorkomen in de toekomst. Hetzelfde zal zij in verschillende wetenschappelijke congressen ook doen m.b.t. de inquisitie waarvoor de paus namens de kerk om vergeving vraagt. Ter gelegenheid van de VN vrouwenconferentie enkele jaren geleden, stuurde de kerk een gelijkaardige boodschap waarin ze zich verontschuldigt vrouwen al te vaak als tweederangsburgers behandeld te hebben. Onlangs heeft de kerk zich ook bezonnen over de jodenvervolgingen uit de geschiedenis.

De kerk verootmoedigt zich niet enkel over fouten uit het verleden. De paus meent terecht dat de blijvende scheiding tussen de christenen en de groeiende geest van onverschilligheid en cynisme in de wereld ontoelaatbare tekortkomingen zijn van de kerk. De dialoog met de protestantse en orthodoxe christenen gaat nog steeds verder. Vorig jaar was er een opmerkelijke toenadering met de Lutheranen doordat de kerk een aantal inzichten van Luthers genadeleer erkent als juist. Vooral met de orthodoxe kerk zijn er veel contacten. In 2000 zou de paus graag de verschillende kerkleiders ontmoeten in Jeruzalem.

Christus is dezelfde, ook vandaag

Om de groeiende onverschilligheid tegen te gaan, en om de wereld het mooiste geschenk aan te bieden dat men zich kan wensen, roept de kerk ons op met nieuwe ijver en methoden en in een nieuwe vorm het evangelie te verkondigen. De nieuwe evangelisatie dus. Nieuw in vorm en ijver, maar met dezelfde boodschap. Christus is immers dezelfde, gisteren, vandaag en altijd. Deze zin uit de brief aan de Hebreeën is de slagzin van de jubileumviering. Elektriciteit, transport en elektronica hebben het leven van de mensen sterk veranderd. Maar er zal altijd nood blijven aan liefde, bevrijding, opbeuring en vervulling. En daarom blijft het de plicht van elke christen om te getuigen van de hoop die in hem is dankzij Jezus. Wie eenmaal Gods barmhartigheid en levensvervulling ervaren heeft, kan het niet meer voor zichzelf houden.

Een verjongingskuur voor de hele kerk

Ongeacht uw leeftijd of levensstaat, bent ook u geroepen om door uw levenshouding te getuigen van de hoop die in u leeft en van de vreugde die u doordringt. De kerk (en ook uzelf) kan een ware verjongingskuur meemaken, wanneer zij met nieuwe ijver getuigt van de schat die haar doorgegeven is. "Missionaire activiteit," schrijft de paus bij het begin van zijn encycliek over de blijvende geldigheid van de missieopdracht, "vernieuwt de Kerk, versterkt het geloof en de christelijke identiteit en geeft nieuwe geestdrift en nieuwe motivatie. Het geloof wordt krachtiger als het aan anderen doorgegeven wordt." Want om het evangelie aan anderen te kunnen doorgeven, moet het eerst ons leven doordrongen hebben. En het contact met niet-gelovigen doet ons nadenken over de basis van ons geloof en over de consequentie waarmee wij het in de praktijk beleven.

Het jaar van de Heer

Is dat niet de beste voorbereiding op het jubeljaar en is een vernieuwing van onze geloofsbeleving niet het gepaste geschenk dat wij God kunnen aanbieden? Als wij helemaal en echt van de Heer zijn, dan wordt het ook echt ‘het jaar onzes Heren’ 2000.


  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP VAN DIT NUMMER   

 


VREDE IN IERLAND

Door Ives De Mey

Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden (Matteüs 5,9)

Kossovo, Kongo, Afghanistan, Soedan, Indonesië,… miljoenen mensen die dagelijks leven in de onmenselijke ellende van oorlog. Een oproep voor ons om dagelijks in solidariteit met hen te bidden voor vrede. Zelfs waar eeuwenlange vernederingen haat en verscheuring brachten, is vrede mogelijk! Kijk naar Zuid-Afrika of Noord-Ierland. Lees dit beknopte verslag van het Noord-Ierse vredesproces en laat je aansporen mee te bidden voor vrede in de wereld.

Twee volkeren tegenover elkaar

Ierland was tot het begin van deze eeuw een Britse kolonie. Eeuwen (soms bloedige) onderdrukking en vernedering hebben hun sporen nagelaten. Na de onafhankelijkheid van Ierland in 1922, bleven 6 noordelijke graafschappen gehecht aan Groot-Brittannië. Hier woonden voornamelijk de nazaten van Britse kolonisten die in de 16e en 17e eeuw met tienduizenden waren aangevoerd om de weerstand van de plaatselijke Ieren te breken. Omdat Engeland toen het Anglicanisme als staatsgodsdienst had, waren deze inwijkelingen protestants. De bevolking werd gewapenderhand onteigend, of verdreven naar onvruchtbare grond. Hier liggen enkele van de oorzaken voor het complexe conflict in Noord-Ierland. Twee partijen: de inheemse bevolking: vernederd en verarmd. En de nazaten van de kolonisten: welvarend maar aartsbang voor tegengeweld. Aanhangers van de eerste partij noemen zich Nationalisten of Republikeinen omdat ze vanuit hun nationalistische gevoelens de hereniging met de Republiek Ierland nastreven; de tweede worden Unionisten genoemd omdat zij de vereniging (unie) met Groot-Brittannië willen behouden. De media spreken steevast over katholieken en protestanten omdat dit nu (toevallig) samenvalt. Ieren zien het niet als een godsdienstoorlog: moesten beide partijen dezelfde godsdienst hebben, was het conflict niet opgelost. Bovendien ontmoeten de kerkleiders elkaar bijna wekelijks en wenden ze al hun invloed aan om het geweld te stoppen. Dominee Ian Paisley behoort niet tot een erkende protestantse kerk, maar heeft zijn eigen kerk opgericht.

Geweld roept geweld op

De overeenkomst van 1922 voorzag dat Noord-Ierland bij Groot-Brittannië zou blijven zolang de bevolking dat wil. Hier ligt het probleem. De meeste unionisten (protestanten) zijn naar het Noorden gevlucht uit vrees voor wraakacties. De unionisten vormen de numerieke meerderheid en uit panische angst dat het tij zou kunnen keren, hebben ze er steeds voor gezorgd dat republikeinen geen politieke macht kunnen worden, zelfs niet waar ze de meerderheid vormen. Dat was mogelijk door openlijke discriminatie van de republikeinen. Toen duidelijk werd dat er geen oplossing mogelijk was langs democratische weg, en toen ook vreedzaam protest de kop werd ingedrukt, grepen enkele gefrustreerden naar de wapens. Het IRA (Iers Republikijns Leger) werd heropgericht. De laatste 30 jaar hebben aangetoond dat geweld enkel maar tegengeweld oproept. Een hele generatie is opgegroeid tussen soldaten, prikkeldraad en straatgeweld. Elke Belfastenaar weet hoe men met suiker en kunstmest bommen kan maken. Kinderen experimenteerden met Molotov-cocktails en Bobby-traps. Vrede werd een utopisch woord.

Het apostolaat van de verzoening

Midden in West-Belfast, in de Falls-wijk waar de harde kern van de Republikeinen woont en rekruteert, staat een klooster van de redemptoristen, Clonard (hoge weide) geheten, naar de lichte heuvel waarop het ligt. Vanuit het klooster kan men over de Peace-Line de Shankill-wijk zien, waar de harde kern van de Unionisten woont. De Peace-Line is een ijzeren muur die beide wijken van elkaar gescheiden houdt. Tot in 1995 ging de poort tussen beide wijken enkel open voor de jaarlijkse noveen voor O.L.V. van Altijddurende Bijstand. Honderden protestanten komen dan immers in de redemptoristenkerk naar de predikatie luisteren! Dat is een vrucht van het werk voor verzoening dat de paters er sinds de jaren ’40 verrichten.

Politieke toenadering en dialoog bewerken

Toen niemand meer geloofde in vrede, wist een eenvoudige en zwijgzame pater, dat hij zijn invloed moest aanwenden om vrede te bewerken. Pater Al Reid kende het IRA van binnenuit omdat hij vaak bemiddelde bij interne vetes. Overtuigd dat vrede niet bereikt wordt door geweld, legde hij contacten tussen Gerry Adams, de leider van Sinn Fein (de radicale republikeinen) en John Hume, de leider van de gematigde republikeinse partij. De Britse en Noord-Ierse politieke partijen hadden zichzelf in een patstelling gemanoeuvreerd: niemand kon toegevingen doen zonder zijn achterban tegen zich te krijgen. Daarom gebeurden deze contacten in het grootste geheim. De pater kon ook de Britse en Ierse eerste ministers persoonlijk overtuigen om in het geheim te onderhandelen met Adams en Hume. Na drie jaar intens werken hadden zij samen een document opgesteld waarin de spelregels en principes voor verdere onderhandelingen waren neergelegd. In december 1993 krijgt de wereld weet van deze ‘Downingstreet-verklaring’. Nu volgt de moeilijke taak om dit politiek verkocht te krijgen bij alle partijen. Terwijl Unionisten aartsbang zijn voor veranderingen in de situatie van Noord-Ierland, gaf dit document aan Sinn Fein de toelating om mee te onderhandelen over de toekomst van Noord-Ierland. In ruil moest het IRA een staakt-het-vuren aanvaarden. 9 maanden is pater Reid in de weer. Tot het IRA in de voormiddag van 31 augustus 1994 laat weten dat het hiertoe bereid is. De bevolking komt juichend en dansend op straat. ‘Wie had gedacht dat we dit nog zouden meemaken’. De euforie duurt 18 maanden. De prikkeldraad verdwijnt, soldaten verdwijnen, internationale bedrijven en toeristen komen. Maar omdat de beloofde onderhandelingen uitblijven, leggen ongeduldige IRA-leden een krachtige bom in Londen. Die ochtend wandelde ik nog over de Peace-Line in Belfast die dankzij de tijdelijke vrede overdag open was. ‘s Avonds was de bevolking in rouw. Dit volk verlangde naar vrede! Een half miljoen Ieren heeft dit getoond door op te stappen in een soort Witte Mars (White Ribbon Day)

Niet opgeven, for Gods sake (in Gods naam)

Dankzij het doorzettingsvermogen van enkele politici en door de druk van de bevolking, gaat het proces nog steeds verder. De bom in Omagh die onlangs meer dan 20 levens eiste leert dat werken aan verzoening een bovenmenselijk geduldwerk is. Er zijn mensen nodig die ondanks de haat en het geweld, respect en liefde blijven opbrengen voor de tegenpartij. Laten wij bidden voor zulke mensen als pater Reid die zich met hun hele leven inzetten voor verzoening.

Enkel God kan harten genezen

Dit was het verhaal over het vredesproces, zoals het met de ogen van de camera’s kan worden waargenomen. Wat minder geweten is, is dat er al jaren lang elke vrijdag in alle kerken van Ierland (Noord en Zuid) een uur aanbidding is voor vrede in het land. Pater Reid zelf heeft op mij een diepe indruk gelaten door zijn eenvoud en geloof. Wanneer hij niet in de spreekkamer is, of ‘op pad’ om te bemiddelen, dan vind je hem in de kapel. Na wat ik in Ierland heb zien groeien, geloof ik stellig in de kracht van het gebed om vrede. Vrede en verzoening bewerken is immers dansen op een slappe koord, een proces dat we niet helemaal in de hand kunnen hebben. Enkel God kan verharde harten genezen. Laten we daarom dagelijks bidden om vrede.

 

   EINDE VAN DIT ARTIKEL

EINDE VAN DIT NUMMER  1998_4  

  TERUG NAAR INHOUD         NAAR TOP VAN DIT NUMMER