GELOOF en LEVEN vzw



  
HOME

INHOUD

  GELOOF EN LEVEN  1999 nr. 2

Evangelisatie en Christelijke Vorming  

   NAAR INHOUD    

(Let op het jaar van publicatie van de artikels !)

Gebed tot Maria door Abbé Perreyve

Met God voor ogen. Een catechese De eend, de muzikant en de christen. Chris en Maaike Dessin, mkg

Het Oude Israël en zijn God naar p. Bonsirven sj

Ga terug naar huis en word gelukkig ! Getuigenis door : Lorenzo

De ergernis over het kruis van Jezus bvv

Jezus’ kruis en het onze uit: A.-D. Sertillanges, La vie Catholique

‘Ja’ op God door : André Marijsse

Christen is… Uit: Katholieke Geloofsbelijdenis

Aanzet internationaal Redemptoristenhuis Jef Hanssens cssr

Natuurlijke methoden van familieplanning. Alain en Martine Raick, mkg

Paulus in Cyprus (6) door : Ben Van Vossel cssr

Thuiskomen na een lange zoektocht Greet Lodewijckx-Depuydt, mkg

"Onze Vader" van Karel Bilcke

Katechismus van de katholieke kerk (8) Res. Ben Van Vossel cssr

New Generation ! Geert Moerkerke, mkg

Maxer dan max : de 4de Vlaamse Tienerdag ! 3 ooggetuigen

Tienerwinterkamp 2000 4-7 januari !!

Steun aan politieke vluchtelingen

Onder de ceders van de Libanon (2) Interview p. Timon De Cock cssr

Kan je van zo’n Kerk houden? Raniero Cantalamessa

Oekraïne vergeten ? Jef Sneppe

Klasbezinning voor middelbare scholieren

Alphacursus 2000

Vorming na Alpha 2000

Open aktiviteiten Maria-Kefasgemeenschap

 

   NAAR INHOUD    

GEBED TOT MARIA

door Abbé Perreyve

Heilige Maagd vergeet,

te midden van uw glorievolle dagen,

het ongeluk op aarde niet.

Kijk vol goedheid naar hen die lijden,

naar hen die strijden tegen moeilijkheden,

naar hen die onophoudelijk

enkel de bitterheden van dit leven smaken.

Heb medelijden met hen

die elkaar beminden en gescheiden werden.

Heb medelijden met de harten in eenzaamheid.

Heb medelijden met de wankelheid van ons geloof.

Heb medelijden met wie we teder liefhebben.

Heb medelijden met hen die wenen,

met hen die bidden,

met hen die beven.

Geef allen de ware hoop

en de ware vrede.

Amen.

 

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

 

Sketch catechese

DE EEND, DE MUZIKANT EN DE CHRISTEN

genoteerd door : Chris en Maaike Dessin

Kwaak, kwaak, kwaak, kwaak… Jan komt binnen, met zwemvliezen aan, een soort bek op zijn neus, pluimen achteraan en een bord aan zijn hals: "Ik ben een eend".

De vormelingen die met Mieke rond de tafel zitten kunnen er wel mee lachen, maar snappen er natuurlijk niets van. Mieke vraagt hun dan: "Hij lijkt wel op een eend, maar is hij wel een eend?" "Natuurlijk ben ik een eend", repliceert Jan, en hij doet de eendenwaggelpas na. Maar de kinderen zijn unaniem: gebuisd, dit is géén eend.

De catecheseles gaat verder over de doop met water en de doop met de Heilige Geest, tot er plots een muzikant binnenkomt. Het is terug Jan, die nu zijn ‘materiaal’ opstelt. Muziekstaander, gitaar, partituur… Jan is blijkbaar een muzikant. Met zijn attributen lijkt hij in elk geval al beter op een muzikant dan op een eend. Maar op de vragen die Mieke hem stelt over fa-kruisen, si-bemollen, grote tertsen en dies meer geeft hij toch geen deftige antwoorden. En wat uit zijn gitaar komt is eerder niveau kleuterklas… Ook hier zijn de vormelingen unaniem: goeie poging, maar… geen muzikant. Als alle vragen in de catechese maar zo eenvoudig konden zijn.

De catechese gaat verder: de vormelingen moeten letterlijk en figuurlijk de grote stap zetten vanuit hun doop met water naar de doop met de Heilige Geest. En ja, hoor, daar is hij weer. Jan komt nu stilletjes binnen, blijkbaar al biddend: grote bijbel onder de arm, de handen gevouwen, kruisje rond de hals, paternoster in de hand; dat ziet er al een serieuze christen uit. Mieke stelt hem echter nog enkele vragen, en hij heeft er duidelijk verstand van: hij gaat ook elke zondag naar de Eucharistieviering, deelt aalmoezen uit, helpt waar hij kan, gelooft in God, in Jezus, de Heilige Geest.

En dus komt de ultieme vraag aan de vormelingen: "Is dit een echte christen? Hoe weet je of je een echte christen bent?" De vormelingen hadden duidelijk gehoopt dat Jan het wat eenvoudiger zou houden, maar in dit geval is het verschil tussen en echte en de na-aper niet groot. De meningen zijn verdeeld. Mieke en Jan glimlachen. Dit is het punt waar ze de vormelingen wilden krijgen. Het antwoord zal ieder natuurlijk voor zichzelf moeten vinden, maar we kunnen toch wat helpen. Of niet ? Kijk, ze helpen elkaar, want als de vraag valt hoe je weet of een jongen nu echt de verloofde is van een meisje, antwoordt Lies: "Als hij de ganse dag aan haar denkt!". Het antwoord is overtuigend voor de anderen. Een echte christen is iemand die zoveel van God houdt, dat hij steeds aan Hem denkt.

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


HET OUDE ISRAEL EN ZIJN GOD

In een oud boekje van de jezuïet Joseph Bonsirven, professor aan het Pauselijk Bijbels Instituut, begint het eerste hoofdstuk over "God" als volgt :

"Hoor, Israël, de Heer, onze God, is de enige Heer"; dit dagelijkse gebed, dat ook een geloofsbelijdenis is, drukt de diepe ziel uit van iedere vurige Israëliet. Het behoort tot het volk dat de goddelijke zending ontvangen heeft om de bewaarder en missionaris te zijn van het morele monotheïsme: hoeveel joden zijn gestorven als martelaars terwijl ze de heilige formule herhaalden en de laatste lettergreep van het 'ehad' (de ene, de enige) verlengden, het laatste woord dat hun geloof bevestigt in de ene God. Daarom is het dan ook niet verwonderlijk dat de gedachte van God, Schepper, Voorzienigheid, het licht is dat heel het joodse denken verlicht. De koning die voor zich de joodse wijzen een uiteenzetting liet houden - de brief van de Pseudo Aristeüs geeft ons de uitspraak door - merkte het op (rond het jaar 200) : "Het is vanuit God dat ze allen het vertrekpunt nemen voor hun uiteenzettingen". De voornaamste functie van de rabbijn, zowel van de leraar als van de predikant, was : een onderricht te geven over God.


  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


GETUIGENIS

GA TERUG NAAR HUIS EN WORD GELUKKIG !

door : Lorenzo

Ik ben 18 jaar en de laatste 3 jaar waren de slechtste uit mijn leven.

Het begon in november 1996; ik woonde toen nog bij mijn moeder en mijn zus en broer. Toen de stiefvader van mijn vader in de wijk kwam wonen werd mijn moeder verliefd op deze man. Op 31 januari van volgend jaar trouwde mijn moeder met die man en vanaf die dag werd ik in de steek gelaten. Ze keken alleen nog om naar mijn zus en broer en ik werd er buiten gelaten. Ik kreeg niets meer: geen warmte, liefde en geluk, ik heb zelfs dagen zonder eten gezeten. Alles draaide rond in mijn hoofd en ik werd ziek en wou er een eind aan maken. Ik nam dus 40 pillen van de man waar mijn moeder bij was; ze hebben mij in mijn bed gelegd en onmiddellijk de 100 gebeld en zo werd ik naar het ziekenhuis gevoerd. Ik bleek totaal verlamd en kon niets meer doen. Na drie weken liggen kon ik plots weer gaan. Toen ik uit het ziekenhuis werd ontslagen zei ik : ‘Vanaf nu ga ik mijn leven beteren’.

Ik beterde mijn leven. Maar op een dag dat ik van school kwam was er een man bij mij thuis die me wou spreken over mijn zus; ze had namelijk klacht ingediend tegen mijn vader en mijn bompa (deze zaak loopt nog). Toen was het alsof ik in een diepe put viel: er was toen veel ruzie thuis, ik kreeg elke dag slaag van mijn moeder en mijn zus. Ik deed nooit iets terug, want dat kon ik niet over mijn hart krijgen. Door de ruzies is mijn moeder in juni gescheiden van die man, maar nog geen week later zat ze al met een andere man. In juni 1997 zijn wij dan bij die man gaan wonen en daar heb ik ook veel afgezien; het was alsof de tijd stil bleef staan, maar ik dacht toen niet aan zelfmoord. Ik had een postzegelverzameling en ik kon mijn gedachten dus wat verzetten.

Op zekere dag echter dat moeder al mijn postzegels afnam en ze verkocht; nadat ze dat gedaan had belde ze de politie en verklaarde dat ik de postzegels verkocht had en met het geld dat ik kreeg drugs had aangeschaft. Toen de politie weg was zette mijn moeder mij buiten, ze zei: "Je kan je plan trekken". Ik ben dan naar mijn bompa geweest en hij stuurde mij naar mijn vader waar ik momenteel nog ben. Maar de problemen bleven maar komen en ik werd ziek; ik kon het weer niet meer aan en dacht opnieuw aan zelfmoord. Ik ging naar de Brugse Hallentoren om er af te springen, maar er hield me iets tegen en heel diep in mij hoorde ik een stem die zei: "Lorenzo, ga terug naar huis en word gelukkig!"

Ik ging naar huis en vocht voor mijn geluk tot ik in april 1998 een werkje vond in een winkel; er kwam daar een man met een grote glimlach naar mij, een zekere Michel Ryon. Hij gaf me een warme hand vol liefde en vanaf dat moment veranderde ik helemaal. Michel deed me geloven in God, Moeder Maria en Jezus Christus. Hij zei dat ik elke avond een gebedje moest bidden en ik deed dat. Op zekere dag gaf hij mij een blaadje met daarop een gebed en zei dat ik het met veel geloof moest bidden. Ook dàt deed ik en alle grote problemen gingen weg.

Ik bid nu nog elke avond 3 Onzevaders en 3 weesgegroetjes en ik dank de Heer voor de dag die Hij mij geeft en ik dank de Heer ook voor het voedsel en de drank. Ik zal net hetzelfde doen zoals Michel het doet en dat is: Jezus volgen. En wat mijn moeder en mijn zus gedaan hebben vind ik erg, maar ik vergeef het hun en wat mijn vader deed met mij, dat vergeef ik hem ook. Nu zie ik de Toekomst vol vreugde en geloof en daarvoor krijg ik kracht van de Heer en elke dag wordt de kracht groter; dat komt omdat elke dag een dag dichter is bij God en het eeuwige leven samen met jullie.

Ik wens jullie een gelukkig leven en met veel geloof.

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

DE ERGERNIS OVER HET KRUIS VAN JEZUS

bvv

Toen ik eens Getuigen van Jehova aan mijn deur kreeg, hadden die het op een bepaald ogenblik over het kruis van Jezus; ik had een kruisje op de kraag van mijn jas want ik moest godsdienstles gaan geven in een school in Merksem. "Meneer, als je zoon tijdens de oorlog doodgeschoten is, dan ga je toch niet met die revolver of die kogel rond je hals lopen, en, meneer, Jezus is zelfs niet aan een kruis gestorven, wat overigens een seksueel symbool is, maar aan een paal, zoals in de Schrift staat: vervloekt, die hangt aan een paal!"

Mensen hebben last met het kruis. Dat was reeds van bij het begin van het christendom, waar het kruis "voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid" werd genoemd. In het Nieuw Testament, ook in de verkondiging door Paulus, blijft het aspect van Jezus’ verrijzenis evenwel niet onderbelicht. Pater Durrwel, Redemptorist, heeft een belangrijke rol gespeeld op het onderlijnen van dat aspect van het Christusmysterie omdat het, in bepaalde perioden van de christelijke spiritualiteit al te veel op de achtergrond bleef. Het ‘Hoofd vol bloed en wonden’ sprak onze emoties aan en bracht ons tot grotere dankbaarheid en liefde voor de Gekruisigde Heiland. Sint Alfonsus heeft zich op dat vlak niet onbetuigd gelaten, zowel in zijn verkondiging, zijn gebeden als zijn schilderijen.

Vandaag hebben we echter opnieuw last met het kruis. Er worden geleerde en succesvolle boeken geschreven, zowel door exegeten als psychologen, waarin de kruisdood van de Heer verlaagd wordt tot een spijtig accident, evenwel zonder echte zijnswaarde, of als een overbenadrukte Semitische visie, die niet meer te plaatsen valt in de moderne manier van denken over "verlossing"; als je dat woord tenminste nog in de mond mag nemen. "Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, joden zowel als heidenen, is Hij Gods kracht en Gods wijsheid" (1 Kor. 1,23-24). Het kruis ergert ons, of, als we echt doordrongen zijn van de moderne tijdsgeest met zijn overconsumptie en zijn genotskultuur vinden we het gewoon een dwaasheid. Baghwan Shree Rajneesh, een Goeroe die in de jaren ’70/80 nogal succes had bij stuurloze Westerse intellectuelen noemde Mother Teresa ook "een dwaas vrouwtje", omdat ze zich inzette voor de armsten onder de armen. Because, het paste niet in zijn Oosters denken over het levenslot van ieder (Karma).

Het kruis past niet meer in het moderne denken. Toch staat het er en er hangt iemand aan. Een jood. Er hebben duizenden joden aan Romeinse kruisen gehangen in de eerste eeuw. De gruwelijkste dood uit het Romeinse arsenaal. Maar die ene Gekruisigde heeft in zijn dood al die joodse gekruisigden opgenomen, en alle lijden en eenzaamheid van welke mens dan ook, en de zonde en de donkerte waarin mensen zich kunnen bevinden en waardoor mensen de wereld bevuilen. Het Lam Gods dat de zonden van de wereld draagt (Joh. 1,29). "In zijn eigen lichaam heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen, opdat wij aan de zonden zouden afsterven en gaan leven voor gerechtigheid. Door zijn striemen zijt gij genezen" (1 Petr.2,24).

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

JEZUS’ KRUIS EN HET ONZE

uit: A.-D. Sertillanges, La vie Catholique

Jezus heeft geleden en is gestorven; als wij met hem verenigd willen zijn voor een eeuwig leven, moeten wij Hem in dit leven vervoegen daar waar Hij is: op het kruis. Dat Hij het voor ons heeft ondergaan, ontslaat ons niet om het te bestijgen maar roept er ons toe op. Hij heeft het ondergaan om waarde te geven aan het kruis van ieder. Wat betekent immers een menselijk kruis als ladder naar de hemel?

Het kruis dat Christus als eerste heeft ondergaan, wil Hij echter niet alléén ondergaan; ook wij zijn verlossers. Uit solidariteit met ons redt Hij ons; maar uit solidariteit met Hem, moeten wij, op onze beurt onszelf redden èn Hem, als ik het zo mag zeggen, Hem in zijn mystiek lichaam, èn onze broeders.

De vrijheid die ons geschonken is, de verantwoordelijkheid die daaraan gehecht is en de edelmoedigheid, de broederlijkheid, de menselijke fierheid vereisten het ook. Alle kleine kruisen lopen samen naar het grote kalvariekruis dat opgericht werd. Zij strekken de armen uit naar hun goddelijke verwante, zoals Jezus zijn handen uitstrekt naar het hele universum. Zij vormen een roerloze kudde. Zij troepen tezamen rond de herdersstaf die de bloedende Herder heeft geplant. Zij zijn talrijk, zo talrijk als er mensen zijn die lijden. Maar deze povere wereld, die op die manier het uitzicht heeft van een dodenveld, moet een terrein van leven worden. Op drie dagen - aanvang, midden en einde van onze tijdelijke bestemming en van deze van de aarde - moet het immense campo santo een domein van opstijging tot het blijvende leven worden.

Jezus heeft geleden en is gestorven; als wij met hem verenigd willen zijn voor een eeuwig leven, moeten wij Hem in dit leven vervoegen daar waar Hij is: op het kruis. Dat Hij het voor ons heeft ondergaan, ontslaat ons niet om het te bestijgen maar roept er ons toe op. Hij heeft het ondergaan om waarde te geven aan het kruis van ieder. Wat betekent immers een menselijk kruis als ladder naar de hemel?

Het kruis dat Christus als eerste heeft ondergaan, wil Hij echter niet alléén ondergaan; ook wij zijn verlossers. Uit solidariteit met ons redt Hij ons; maar uit solidariteit met Hem, moeten wij, op onze beurt onszelf redden èn Hem, als ik het zo mag zeggen, Hem in zijn mystiek lichaam, èn onze broeders.

De vrijheid die ons geschonken is, de verantwoordelijkheid die daaraan gehecht is en de edelmoedigheid, de broederlijkheid, de menselijke fierheid vereisten het ook. Alle kleine kruisen lopen samen naar het grote kalvariekruis dat opgericht werd. Zij strekken de armen uit naar hun goddelijke verwante, zoals Jezus zijn handen uitstrekt naar het hele universum. Zij vormen een roerloze kudde. Zij troepen tezamen rond de herdersstaf die de bloedende Herder heeft geplant. Zij zijn talrijk, zo talrijk als er mensen zijn die lijden. Maar deze povere wereld, die op die manier het uitzicht heeft van een dodenveld, moet een terrein van leven worden. Op drie dagen - aanvang, midden en einde van onze tijdelijke bestemming en van deze van de aarde - moet het immense campo santo een domein van opstijging tot het blijvende leven worden.

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

JA

door : André Marijsse

alles viel weg

niets was er meer

dan die vraag tussen jou en mij

in een diepe stilte

werd ik er voor geplaatst:

ben je bereid?

ik zag hoe je ongeduldige Liefde

Je dwong die vraag te stellen maar ook wat een risico

ze meebracht voor mij

en hoe ik mij verliezen zou

in datgene wat me te boven ging.

bereid… waarvoor? wanneer?

geen enkel beeld voor ogen

alleen een duidelijk weten

dat Jij, gespannen,

op mijn antwoord wachtte…

toen heb ik ‘ja’ gezegd

ja aan de Liefde

en ja aan het kruis

want beide wist ik één

dan brak de vreugde los

als een stille jubel

doorvoer ze gans mijn wezen…

 

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

 

CHRISTEN IS …

"Christen is,

wie in Jezus Christus gelooft,

alleen vanuit Hem leeft en op Hem is gericht;

christen is,

wie in navolging van Jezus

en in vriendschap met Hem verbonden,

zich in denken, willen en doen

geheel op de God van Jezus Christus richt

in dienst van de mensen.

Christen is,

wie gelooft, dat in Jezus Christus

de volheid van de tijd is aangebroken;

wie ziet dat de totaliteit van al wat bestaat

van Hem uitgaat en op Hem gericht is.

Het christendom is derhalve niet op de eerste plaats

een optelsom van leerstellingen,

geboden, instellingen en structuren.

Dat alles is ook van belang,

maar op de plaats die eraan toekomt.

Allereerst geldt dit:

christendom is Jezus Christus

en gemeenschap met Hem".

Uit : Geloofsbelijdenis van de Kerk, Katholieke Katechismus voor volwassenen.

In opdracht van de Belgische bisschoppenconferentie.

Met een voorwoord van kardinaal Danneels en Kardinaal Simonis.

Brepols 1986 p. 144.

 

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

AANZET INTERNATIONAAL REDEMPTORISTENHUIS

Jef Hanssens cssr

Alles begon op het Algemeen Kapittel van de redemptoristen in Amerika. Daar heeft de nieuwgekozen p. Generaal, Joe Tobin, zijn beleidsopties voor de toekomst ter sprake en ter stemming gebracht. Hierin was een van de onderliggende besluiten, het niet te loochenen verouderingsproces van de leden binnen de Noord-Europese cssr-vestigingen. De grote vraag luidde derhalve: hoe kunnen we in deze moeilijke context van vandaag het charisma van St.-Alfonsus vorm blijven geven, in plaats van het te laten uitsterven?

Als één van de mogelijkheden werd toen verwezen naar het opzetten van internationale Redemptoristengemeenschappen die ook "open" zouden staan voor eventuele niet-cssr-kandidaten. Pater Walter Corneillie, Provinciaal van de Vlaamse Provincie, die op de vergaderingen terzake aanwezig was, heeft niet geaarzeld om Brussel als kandidaat voor een dergelijke gemeenschap te propageren, een idee waarmee hij reeds langer rondliep.

Het resultaat laat zich raden! Het begrip "stilzitten" vindt men namelijk niet in het vocabularium van onze provinciaal! Dank zij hem werd ondertussen de Vlaamse pastoraal van 2 parochies in het Brusselse (St.-Antonius-abt en St.-Gillis-voorplein) aan de Redemptoristen toevertrouwd. En meteen kregen we hier een soort "inrijpoort" - langs de liturgie én de dagelijkse contacten met de buurtbewoners - om de droom van p. Generaal te helpen realiseren.

De Kardinaal benoemde er p. Luc Simoens tot canonisch pastoor voor de Nederlandstalige pastoraal. De "Fidei Donum"-priester uit Brazilië, Piet Rabau, én onze confrater p. Jef Hanssens werden hem toegewezen als vicarissen; deze laatste zal zich tevens blijven inzetten voor de pastoraal in ons klooster te Jette. In hetzelfde team werkt ook nog zuster Karita, van de zusters van Carolus Borromeüs.

Van het bisdom kregen we een ruime woning ter beschikking: de vroegere pastorij van "Jezus-Arbeider", in nr. 199 van de Steenweg op Vorst te St.-Gillis-Brussel. Hier zal de geplande gemeenschap nu stilaan gestalte kunnen nemen. De materiële toestand van het gebouw was er echter erger aan toe dan men zich bij een eerste bezoek had kunnen voorstellen. Een jarenlange verwaarlozing van de infrastructuur had het gebouw fel ondermijnd. Er is nog veel werk aan de winkel, vooraleer p. Simoens en zijn pastorale metgezellen er ook ‘gezellig’ zullen kunnen leven en werken. Komt daarbij dat elke officiële verandering van een gebouw een lange administratieve rompslomp te verwerken krijgt.

Hoe dan ook, onze ‘pluriforme gemeenschap’ staat er in de startblokken. Ondertussen boden zich ook reeds een paar lekenmedewerkers aan, jonge mensen die samen met ons willen zoeken om het charisma van St.-Alfonsus gestalte te helpen geven in een stadswijk waar meer dan 100 nationaliteiten bij elkaar zitten. Van ‘internationalisering’ gesproken!

 (Nota van Redactie: Van dit huis is niets in huis gekomen, o.m. wegens vroegtijdig overlijden v P. Corneillie)

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

NATUURLIJKE METHODEN VAN FAMILIEPLANNING :

EEN BEWUSTE KEUZE

Alain en Martine Raick

Maria-Kefasgemeenschap

Het huwelijk ervaren mijn vrouw en ik als een roeping. Op onze trouwdag, 24 jaar geleden, zegden we "ja" aan elkaar, aan God en aan de kerkgemeenschap, voor altijd, in goede en kwade dagen. De Vader die ons roept, weet dat deze weg van liefde voor elkaar, de onze is, en Hij reikt ons ook de middelen aan.

Wij zijn ook geroepen tot vruchtbaarheid, door wat we als koppel kunnen betekenen voor anderen, en door de kinderen te aanvaarden die God ons geeft. Het aantal kinderen en de spreiding is eigen aan elk gezin, en gebaseerd op een edelmoedig inschatten van de mogelijkheden.

In deze tijd zijn heel wat middelen voorhanden om aan geboorteplanning te doen, en wij hebben de zoektocht hiernaar heel onbevangen doorgemaakt.

Na enige contraceptieve methoden toegepast te hebben, werd onze aandacht getrokken door de moderne methoden van natuurlijke familieplanning. Dit is niet de kalender- of temperatuurmethode uit grootmoeders tijd; aan de hand van verschillende waarnemingen van temperatuur, slijm e.d. bij de vrouw, kan op basis van wetenschappelijk onderbouwde maar toch eenvoudige berekeningen, met een grote zekerheid vastgesteld worden wanneer de vrouw vruchtbaar is en wanneer niet. Naargelang er kinderwens is of niet, kunnen seksuele betrekkingen of is onthouding vereist. De methode wordt uiteraard ook toegepast om koppels met kinderwens te helpen, wanneer een zwangerschap al te lang uitblijft.

Martine en ik hebben een wetenschappelijke vorming genoten, en we waren bij de kennismaking met deze methoden uitermate kritisch, niet in het minst met betrekking tot de zekerheid, daar onze kinderwens toen (meer dan 10 jaar geleden) al vervuld was. Terloops weze dan ook gezegd dat voor een gemotiveerd echtpaar de zekerheid die van de modernste pil evenaart.

Al heb ik het woord "methode" reeds meermaals gebruikt, "levenshouding" is hier beter op zijn plaats.

Natuurlijke familieplanning, daar kies je voor, niet alleen maar samen; het is een keuze voor elke dag, met moeilijke, maar ook met zeer schone momenten. Het past volledig in een groeiende relatie tussen de man en de vrouw, en bouwt deze relatie verder op.

Waar contraceptiva altijd ergens iets afbreken : ofwel de cyclus van de vrouw onderdrukken, ofwel de geslachtsdaad verstoren, ofwel zelfs abortief werken, daar bouwt de NFP de man-vrouw relatie op, omdat ze dit samen beleven, erover spreken met elkaar en het prachtige mechanisme van de vruchtbaarheid leren kennen.

Wanneer we zo als echtpaar de vruchtbare fase ingaan, en nu de onthouding beleven, bevinden we ons al gauw in een soort nieuwe verlovingsperiode, waarin we enerzijds uitzien naar het moment dat we elkaar terug innig zullen kunnen liefhebben, terwijl we anderzijds elkaar toch heel creatief onze liefde kunnen betuigen, met liefdevolle attenties voor mekaar, een kus, een streling, een kleine attentie. Elke daad van liefde is in die periode gratis, zo maar, omdat jij het bent en zonder bijbedoeling.

En dan, als het weer kan, zijn we 2 verliefden, die elkaar, na zo lang wachten, eindelijk terugvinden, het is een feest !

Gewoonte wordt elke keer doorbroken, en kijk, na 24 jaar zijn we nog steeds verliefd op elkaar en genieten we intens van momenten met zijn tweetjes, aan tafel, bij de afwas, op wandel in de natuur.

Doorheen het drukke leven van een groot gezin, en ook ons engagement in de Maria-Kefasgemeenschap, zijn we ons heel bewust van onze roeping tot elkaar. We zorgen dan ook regelmatig voor een geprivilegieerd moment als koppel, zonder de kinderen. Ook zij zijn hier winnende partij, met papa en mama die nog altijd heel erg van elkaar houden.

Tenslotte nog dit : we hebben de "methode" echt geselecteerd als voor ons de beste keuze, en waar we vroeger vonden dat de kerk zich daar best niet mee moeide, moeten we vandaag bekennen dat onze "moeder" de kerk alleen het beste wil voor haar kinderen, al vraagt het haar veel moed en doorzetting.

Het huwelijk ervaren mijn vrouw en ik als een roeping. Op onze trouwdag, 24 jaar geleden, zegden we "ja" aan elkaar, aan God en aan de kerkgemeenschap, voor altijd, in goede en kwade dagen. De Vader die ons roept, weet dat deze weg van liefde voor elkaar, de onze is, en Hij reikt ons ook de middelen aan.

Wij zijn ook geroepen tot vruchtbaarheid, door wat we als koppel kunnen betekenen voor anderen, en door de kinderen te aanvaarden die God ons geeft. Het aantal kinderen en de spreiding is eigen aan elk gezin, en gebaseerd op een edelmoedig inschatten van de mogelijkheden.

In deze tijd zijn heel wat middelen voorhanden om aan geboorteplanning te doen, en wij hebben de zoektocht hiernaar heel onbevangen doorgemaakt.

Na enige contraceptieve methoden toegepast te hebben, werd onze aandacht getrokken door de moderne methoden van natuurlijke familieplanning. Dit is niet de kalender- of temperatuurmethode uit grootmoeders tijd; aan de hand van verschillende waarnemingen van temperatuur, slijm e.d. bij de vrouw, kan op basis van wetenschappelijk onderbouwde maar toch eenvoudige berekeningen, met een grote zekerheid vastgesteld worden wanneer de vrouw vruchtbaar is en wanneer niet. Naargelang er kinderwens is of niet, kunnen seksuele betrekkingen of is onthouding vereist. De methode wordt uiteraard ook toegepast om koppels met kinderwens te helpen, wanneer een zwangerschap al te lang uitblijft.

Martine en ik hebben een wetenschappelijke vorming genoten, en we waren bij de kennismaking met deze methoden uitermate kritisch, niet in het minst met betrekking tot de zekerheid, daar onze kinderwens toen (meer dan 10 jaar geleden) al vervuld was. Terloops weze dan ook gezegd dat voor een gemotiveerd echtpaar de zekerheid die van de modernste pil evenaart.

Al heb ik het woord "methode" reeds meermaals gebruikt, "levenshouding" is hier beter op zijn plaats.

Natuurlijke familieplanning, daar kies je voor, niet alleen maar samen; het is een keuze voor elke dag, met moeilijke, maar ook met zeer schone momenten. Het past volledig in een groeiende relatie tussen de man en de vrouw, en bouwt deze relatie verder op.

Waar contraceptiva altijd ergens iets afbreken : ofwel de cyclus van de vrouw onderdrukken, ofwel de geslachtsdaad verstoren, ofwel zelfs abortief werken, daar bouwt de NFP de man-vrouw relatie op, omdat ze dit samen beleven, erover spreken met elkaar en het prachtige mechanisme van de vruchtbaarheid leren kennen.

Wanneer we zo als echtpaar de vruchtbare fase ingaan, en nu de onthouding beleven, bevinden we ons al gauw in een soort nieuwe verlovingsperiode, waarin we enerzijds uitzien naar het moment dat we elkaar terug innig zullen kunnen liefhebben, terwijl we anderzijds elkaar toch heel creatief onze liefde kunnen betuigen, met liefdevolle attenties voor mekaar, een kus, een streling, een kleine attentie. Elke daad van liefde is in die periode gratis, zo maar, omdat jij het bent en zonder bijbedoeling.

En dan, als het weer kan, zijn we 2 verliefden, die elkaar, na zo lang wachten, eindelijk terugvinden, het is een feest !

Gewoonte wordt elke keer doorbroken, en kijk, na 24 jaar zijn we nog steeds verliefd op elkaar en genieten we intens van momenten met zijn tweetjes, aan tafel, bij de afwas, op wandel in de natuur.

Doorheen het drukke leven van een groot gezin, en ook ons engagement in de Maria-Kefasgemeenschap, zijn we ons heel bewust van onze roeping tot elkaar. We zorgen dan ook regelmatig voor een geprivilegieerd moment als koppel, zonder de kinderen. Ook zij zijn hier winnende partij, met papa en mama die nog altijd heel erg van elkaar houden.

Tenslotte nog dit : we hebben de "methode" echt geselecteerd als voor ons de beste keuze, en waar we vroeger vonden dat de kerk zich daar best niet mee moeide, moeten we vandaag bekennen dat onze "moeder" de kerk alleen het beste wil voor haar kinderen, al vraagt het haar veel moed en doorzetting.


  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


THUISKOMEN NA EEN LANGE ZOEKTOCHT

 Getuigenis

Greet

Ik heb het geluk gehad een mooie kindertijd mee te maken, een opleiding te volgen waar ik van droomde en aansluitend een toffe job te vinden. Ik deed mijn werk heel graag, had een fijne vriendenkring, geen financiële zorgen. Ik had alles om gelukkig te zijn, en toch… De dood van mijn jongste broer, waar we thuis allemaal veel van hielden - het was een zorgenkind - bezorgde me naast verdriet en een diep gemis ook vele vragen. Vragen kwamen in me op als: waarom lijden ? Waarom hij en niet ik ? Waarom leef ik in deze tijd en op deze plaats ? Het was het begin van een periode van veel vragen zonder antwoord.

Er leefde in mij een groot verlangen, een diepe hunker naar geluk, maar … ik kon het eigenlijk moeilijk verwoorden. Ik was er zeker van dat het leven méér was dan alleen opstaan, eten, werken, ontspanning nemen, slapengaan en waar opstaan. Het leven is toch méér, dacht ik, dan wat anderen doen of betrachten. Ik voelde me vaak eenzaam tussen vele mensen en ik begon te denken dat ik tè hoge idealen nastreefde. Wellicht was ik een naïeve dromer, misschien was het beter zich niet al te veel vragen te stellen en zich tevreden te stellen met het direct gijpbare: een grote reis, een geslaagd feest, een mooi huis… Ik volgde in die tijd nogal wat cursussen, niet alleen omwillen van de inhoud, maar in de hoop een antwoord te vinden op mijn vele vragen, de sleutel te vinden tot…

Ik zocht het in yoga, meditatie en sessies persoonlijkheidsontwikkeling. Ik bleef echter op mijn honger zitten.

Toch bleef de hoop sluimeren in mij, er was een soort taaie verbetenheid in mij, om het toch niet op te geven.. Achteraf beschouw ik dit als een genade van de Heer.

Op een dag begon ik aan een vijfdaagse cursus in verband met persoonlijke groei. Er was ook een stille tijd ingebouwd, een vorm van gebed (alhoewel ik me niet echt herinner dat het als bidden werd aangeduid). Mijn gebedsleven betekende in die tijd niet echt veel, enkele formulegebeden, en dus zat ik mooi wat rond te kijken.

Plotseling werd ik getroffen door iemand, die aan het bidden was. Die persoon zag er zo vredig, zo ontspannen en gelukkig uit. Dat verlangen, dat al zoveel jaren sluimerde, kwam plots in alle hevigheid terug. Ik voelde mij ten diepste aangesproken. Toen de sessie eindigde, zag ik er echt tegenop om terug naar huis te gaan. Ik woonde toen niet meer bij mijn ouders, maar wel alleen op een appartementje. Ik was vooral bang om na zo’n deugddoend samenzijn met mensen terug alleen te zijn, in de leegte.

Wat er toen gebeurde, of beter gezegd "aan mij" gebeurde is moeilijk onder woorden te brengen.

Ik kwam dus thuis en in plaats van een gevoel van eenzaamheid en leegte, voelde ik een diepe vrede en spontaan begon ik het "Credo" te zingen. De woorden welden als vanzelf op uit mijn hart: "Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, en in Jezus Christus…"

Ik begreep niet goed wat me overkwam, maar ik voelde me diep gelukkig. Ik moest het aan iemand vertellen, mijn geluk delen. Ik kon mijn verhaal natuurlijk niet aan om het even wie kwijt, want wie zou het begrijpen… Ik vertelde het aan een vriendin, een zuster met wie ik regelmatig contact had en die eigenlijk een beetje een geestelijke tochtgenoot geworden was. Nadat ik uitverteld was, gaf ze me de raad om het boek "De nieuwe leerlingen" te lezen van Monique Hébrard. Dit boek werd geschreven in het begin van de jaren ’80 en het handelt over het leven in nieuwe christelijke gemeenschappen in Frankrijk. Ik heb het boek om zo te zeggen in één adem uitgelezen. Het leven zoals het beschreven werd boeide me: een radicale keuze voor de Heer door gehuwden, ongehuwden, religieuzen, priesters, eigenlijk de Kerk in ’t klein.

Het leek me een droom. Ik verlangde om zo’n gemeenschap van dichtbij te leren kennen. Omdat er bijna uitsluitend over Franse situaties werd verteld, besloot ik om tijdens mijn zomervakantie naar Frankrijk te trekken.

Mijn directe omgeving liep niet direct storm voor mijn plan: wat wil je daar in Godsnaam zoeken? Het leek me inderdaad in Gods naam en dus zette ik door. Eigenlijk kon ik gewon niet anders, er was weer die gedrevenheid in mij (nu zie ik dat als Gods Geest die aan het werk was).

In die periode nam ik ook regelmatig de tijd om het stil te maken in mij, momenten om tot rust te komen, tot mezelf. Op een keer hoorde ik in mijn hart, ik kan het niet anders uitleggen: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven’. Die ervaring was nieuw voor mij, maar het gaf me een diepe vrede. En telkens wanneer ik het stil begon te maken, kwamen die woorden terug.

Via mijn vriendin nam ik contact me mensen van de Charismatische Vernieuwing en zo kwam ik op het spoor van een groep jongeren (18-35 jaar). Zij woonden allen in gemeenschappen verspreid over geheel Frankrijk, en leefden tijdens de vakantieperiode samen als groep in een tijdelijke gemeenschap te Lourdes. Ik herinner me nog heel goed hoe ik daar aankwam, na een vermoeiende treinreis, een eindje rijden met de bus en tenslotte alleen met pak en zak, te voet, in het oude stadsgedeelte, om halfacht ’s morgens. De twijfel overviel me. Wat, indien alles nu zou tegenvallen of erger nog, indien de groep daar niet meer verblijft (in de zin van: woont niet meer op het aangeduide adres)… Wat dan?

Ik kom eraan en…niemand thuis (Ik had geen uur van aankomst aangegeven, vandaar…). Nadat ik verscheidene malen had aangebeld, keek ik eens voorzichtig in de tuis. Een oudere dame van het huis ernaast had me horen (!) aanbellen en onthaalde me vriendelijk. De jongeren waren naar de kruisweg gegaan en zouden straks thuiskomen.

Ik voelde me direct goed in de groep. De dag begon met lofprijzing, ontbijt, samenkomst met afspraken rond de diensten (verdeling huishoudelijke taken), het bespreken van eventuele uitstappen en activiteiten. Er was ook een dagelijkse Eucharistieviering en de dag eindigde met het avondgebed.

Ik werd beschouwd als gast en kon dus vrij deelnemen aan de activiteiten, uitstappen of gebedsmomenten. Alhoewel het leven in zo’n gemeenschap voor mij onbekend was - ik had enkel het eerder vermelde boek gelezen -) voelde ik mij echt thuis. Ik kreeg ook de kans om met mensen te praten en ook om te luisteren naar hun verhaal, hun bekering. Ik voelde mij eindelijk thuiskomen, na een lange, lange zoektocht.

Naar het einde toe van mijn verblijf ervaarde ik een diep en stil geluk, mijn gehele wezen had eindelijk rust gevonden… in de Heer.

Ik heb toen ook aan de Heer om een gezin gevraagd en om als gezin in Zijn dienst te mogen staan. Hij heeft me alles gegeven: mijn man, onze kinderen, een gemeenschap.

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

"ONZE VADER" van Karel Bilcke

In het boek van Robert Houthaeve "De Gekruisigde Kerk van de Oekraïne en het offer van de Vlaamse Missionarissen" gaat het in een elfde hoofdstuk over "Onze redemptoristen in dienst van de Oekraïners". Pater Jèrôme Van Landeghem, archivaris van de Vlaamse Provincie der redemptoristen heeft daarvoor de gegevens opgespoord. Alle paters en broeders worden daar vermeld en even besproken. Zo ook pater Karel Bilcke, die het Onze Vader van een Oosterse melodie voorzag. In dit "Jaar van de Vader" willen wij het hier toch nog maar eens publiceren; wij voegen er het slot aan toe, zoals de Maria-Kefasgemeenschap het zingt. De schrijfwijze hebben we overgenomen uit Sint-Gerardusbode, oktober 1947, waarschijnlijk nog in het schrift van pater Bilcke.

Karel Bilcke werd geboren te Hoogstraten op 24 juni 1898. Zijn eerste geloften legde hij af te Beauplateau (Luxemburg) op 9 november 1918. Nabij het dorpje Tillet hadden we toen ons studiehuis. Hij overleed te Genk op 21 augustus 1948.

Karel Bilcke bezat veel talent voor poëzie, schilderkunst en muziek. Hij was een knap vioolspeler en componeerde ooit een welbekend "Onzevader", waarvan de zangwijze is ingegeven door de eenvoudige, meeslepende Oekraïnse liturgische gezangen. Hij verbleef in Galicië van 1925 tot 1939. Hij was er eerst zes jaar leraar tekenen, zang en Duits aan het juvenaat (dit was een middelbare school voor aspiranten van de congregatie) te Zboiska. Hij bestudeerde er de Oekraïnse volksliederen en kunst, was ontroerd door Oekraïnse volksliederen en nam het op voor de Oekraïne tegen Poolse gewelddaden. In 1931 werd hij naar Tarnopol (Ternopil) gezonden. Sindsdien was hij predikant van retraites en missies, en acht jaar admonitor (plaatsvervanger van de overste). Met grenzeloze liefde voor God en medemens preekt hij voor volle kerken, ook in Lviv bij de Oekraïnse metropoliet Szepticky (spreek uit: Septitsky).

Terug in België werd hij pastor van de Oekraïnse H. Vladimirkapel te Brussel. Hij wijdde zich vooral aan de Oekraïnse zieken, bejaarden en jongeren in de mijnstreek van Limburg en was bemiddelaar en tolk van de Oekraïnse kompels bij de mijndirectie. Aan scholieren en Leuvense studenten gaf hij enthousiaste voordrachten met vioolspel en Oekraïnse volksliederen. Intussen was hij benoemd tot prefect aan het studentaat (opleidingsschool voor religieuzen zoals een grootseminarie) te Leuven in de Brabançonnestraat 97 (momenteel Home Alfonsus o.m. voor bejaarde Redemptoristen en oud-missionarissen).

Als jonge kerel zocht hij een altaar om zich als offer op te dragen, ver van familie, vrienden en de aantrekkelijkheden van de wereld. Nu werd hij in het thuisland door een vrachtwagen doodgereden. Hij kreeg een prachtige begrafenis, een koninklijke uitvaart door zijn mijnwerkers.

Hij had een subtiele en poëtische ziel, vol christelijk optimisme, hij was een vurig priester met een hoogstaand geestelijk leven, met stralend blij gelaat en mannelijke genegenheid. Aan wie met hem in contact kwam, gaf hij een gevoel van Gods goedheid mee. Hij had gehoopt zijn volk naar een bevrijd vaderland te mogen terugleiden. Het heeft nog tot 1990 geduurd vooraleer Oekraïne grotendeels onafhankelijk werd.

* Robert Houthaeve "De Gekruisigde Kerk van de Oekraïne en het offer van de Vlaamse Missionarissen".  1990 R. Houthaeve, B-8890 Moorslede. Uitgeverij: Hochepied, Izegem.


  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


NEW GENERATION

een verhaal over hoe de Heer dromen tot werkelijkheid maakt

Geert en Myrose Moerkerke

Maria-Kefasgemeenschap

Zomer 1995. In Maihungen, Duitsland, zijn wij met ons gezin en enkele tieners van de Maria-Kefasgemeenschap getuige van iets wat voor ons onvoorstelbaar was:

900 tieners komen er een hele week samen om feest te vieren rond de Heer: lofprijzing, onderrichtingen, dagelijkse eucharistieviering, sacrament van de verzoening, deelgroepen, zang en dans voor de Heer, kortom, één grote happening met als centrale gast: God !

We zijn ervan onder de indruk en het laat ons niet meer los.

Februari 1996, snelweg E 17. Op de terugweg van de Gezinsdag in Oostakker praten we met ons gezin over ons sluimerend verlangen om iets op te starten voor tieners. We weten niet hoe en thuisgekomen besluiten we samen te bidden. De Heer geeft ons echt bemoediging: ieder van ons, zelfs Friesje (7 j.) heeft een beeld: "Vrees niet, laat de moed niet zakken, Ik zal jullie kracht geven en helpen". "Wapens worden omgesmeed tot werktuigen in dienst van de Heer". Paperclips als een rozenkrans…

We hebben vertrouwen en besluiten ons onder de leiding van de Heer te stellen en er verder voor te bidden.

Mei 1997. Op een werkvergadering met onze parochiepriester omtrent gebouwen (ik ben werkzaam in de bouwsector) praat ik over onze verlangens om een tienergroep te starten, over wat we in Duitsland gezien hebben en over de zekerheid dat dit ook bij ons moet mogelijk zijn. Met Gods hulp spreek ik zó enthousiast dat onze pastoor beslist om te komen kijken naar een tienerkamp in Nederland waar we ondertussen bij betrokken waren.

Zomerkamp 4-U! (For You) 1997 te Epen. Onze pastoor is zo opgetogen over wat daar mogelijk is dat we ter plaatse beslissen om op onze parochie te starten met een tienergebedsgroep.

Onze tieners schieten in actie en nodigen vrienden en vriendinnen uit op onze eerste bijeenkomst. De opkomst is talrijk: ongeveer 40 tieners; dit zal ook bij onze volgende bijeenkomsten zo zijn.

We beslissen om een volwassen begeleidings- en ondersteuningsteam te vormen om de tieners bij te staan met gebed, met raad en met praktische hulp.

De tieners zorgen zelf voor het inhoudelijke van de avond: de liedkeuze (met een muziekteam), de onderrichtingen (kerngroep tieners en jongeren), de sketches (alle tieners) en de drankjes en chips achteraf (Yashmin). Soms vragen we een spreker van buitenaf (zoals Ives over ‘roeping’).

Op het einde van het werkjaar trekken we er een paar dagen op uit om ons te ontspannen.

Ook de tienerdagen in de Voskenslaan (‘Oase in de Stad’) missen we niet met een delegatie van New Generation. Voor het eerste Vlaamse tienerkamp van 5-8 januari 2000 schrijven we voltallig in.

Onze tieners zien we groeien in geloof. Het wordt een bewuste keuze waardoor ze soms worden bespot in hun omgeving. Doch ze steunen elkaar.

Ook in Gent en Brussel (Sint-Pietersleeuw) starten dergelijke groepen. In Antwerpen en Gistel worden de zaadjes gezaaid.

Met uw gebed en steun maken we in Vlaanderen een New Generation van tieners die voortrekkers worden in de toekomst.

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

MAXER DAN MAXX : de 4de Vlaamse Tienerdag !

ENKEL VOOR TIENERS !


Sedert een tweetal jaar is er weer een klein scheutje uit de grond komen piepen, een tienerwerking, eigentijds, maar die ook naar de diepte wil gaan. 49 jonge mensen waren samengekomen in "Oase in de Stad". Er werd hen gesproken over het geluk en…waar het echte geluk te vinden is. Drie deelnemers legden hun verslag bijeen: Helena, Isolde en Alexander.

Zaterdag 13 februari was het eindelijk zover: de 4de Tienerdag. Toen we aankwamen kregen we dadelijk warme chocomelk. Tegen 10 uur gingen we van start. Een aantal tieners voerden een sketch op als inleiding op het thema : MAXER DAN MAX GELUK! Nadien speelden we een soort opwarmingsspel, waarbij je in groepen moest raden wat de anderen uitbeeldden.

Dieter vertelde dan over hoe heel veel tieners naar echt geluk zoeken en hoe Gods liefde het enige is dat ons echt perfect gelukkig kan maken en dat de leegte in ons kan vullen. Veel tieners vinden plezier maken het belangrijkste, en toch voelen ze zich nooit echt gelukkig. Ze proberen het gat van ontevredenheid dan te vullen met allerlei andere dingen terwijl Gods liefde het enige is dat ons echt vullen kan. Dieter liet ons een liedje horen dat daarbij aansloot, terwijl hijzelf playbackte.

Daarna vierden we Eucharistie en gingen middageten.

Na het eten speelden we buiten een leuk spel i.v.m. vrije meningsuiting in Zuid-Amerika. Toen we daarvan bekomen waren kregen we vragen om rustig in deelgroepen wat over uit te wisselen. Dat loopt meestal uit op een goed gesprek en zo steunen we elkaar in ons geloof. Ook hebben we nog een tijd van aanbidding gehad.

Samen met de lofprijzing die we tussen elk onderdeel hielden en die natuurlijk niet te missen is, was dit echt een toffe tienerdag en nu hopen we uiteraard dat er op de 5de Tienerdag minstens zoveel volk zal zijn !

3 ooggetuigen

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   

 

VLAAMS TIENERWINTERKAMP 2000

Gaat door van woensdag 4 januari te 10.30u. tot vrijdag 7 januari 2000 te 16.00

te Merkenveld in Zedelgem (West-Vlaanderen).

Wordt begeleid door tieners en volwassenen van de Maria-Kefasgemeenschap.

De ideale manier om als tieners het nieuwe millenium binnen te stappen!!

(Op & Top 2001 gaat door van 5 tot 7 januari)

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


STEUN AAN POLITIEKE VLUCHTELINGEN

Onze bisschoppen hebben hun gelovigen opgeroepen tot aandacht voor mensen op de vlucht, vooral voor mensen die om politieke redenen en vaak omdat hun leven ernstig bedreigd was hun heil hebben gezocht in ons land. Wij kunnen geen onbeperkt aantal mensen opnemen. Wij mogen van asielzoekers vragen dat ze onze taal leren, onze wetten respecteren, zich wat inpassen in onze kultuur en ook - zo gauw ze kunnen - een bijdrage leveren tot het in stand houden van de welvaart; met andere woorden dat ze niet enkel komen om te profiteren van de welvaart van dit land.

Maar dat zijn vaak zaken waar de vluchtelingen waar wij mee te maken kregen, hoegenaamd geen problemen over maakten. Hun probleem was in eerste instantie erkend geraken als politiek vluchteling en een thuisadres vinden. Natuurlijk zijn er de opvangstcentra. Gelukkig dat ze er zijn. Maar een Chaldese christelijke vader wou daar zijn oudere dochters toch niet opgenomen zien, en ik kon inkomen in zijn motieven.

Op zo'n moment roept de Heer gastvrije gezinnen of gemeenschappen of religieuze groepen tot wat plaats maken. Soms (vaak) moet er ook financieel bijgesprongen worden: koken kost geld. Ooit kwam zo'n vluchteling me eens wat geld 'lenen' (en inderdaad heeft hij het me later terug aangeboden) omdat hij nog slechts gescheurde kleren had. Wie maakt tijd om wat Nederlandse les te geven als er niet direct een cursus Nederlands loopt, om hen te leren winkelen in de stad of gemeente waar ze terecht gekomen zijn of hen te leren de tram of bus te nemen naar plaatsen waar ze geregeld moeten zijn ? Wie staat hen bij in het Nederlands op het gemeentehuis ? Heer, wanneer zagen wij u als vreemdeling en hebben wij U opgenomen ?


  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

ONDER DE CEDERS VAN DE LIBANON (2)

Interview 1999 met p. Timon De Cock cssr

P. Timon: Op vraag van het Vaticaan gingen we ons in Beiroet vestigen, juist op het moment waarop we meenden dat we met zijn allen niets anders te doen hadden dan naar Vlaanderen terug te keren omdat we uit Syrië buitengezet werden. Het Vaticaan wou dat we iets ondernamen voor de Oosterse kerken.

Het was ondertussen mijn tweede vakantie en ik werd weer voor 2 maand naar Ain Ebel gestuurd en daarna een maand naar de andere kant van de Libanon, Menzes, aan de grens met Syrië, en daar moest ik van mijn leraar araabs, pater d’Alverny, een Volksmissie preken. Dat was in Onzair in Syrië. We stapten gewoon de stroom over en we zaten in Syrië; er was daar niets te zien. Ik ben een maand in dat dorp geweest om mijn eerste missie te preken. Een heel interessante maand. Alle verplaatsingen gebeurden daar natuurlijk te voet of te paard, er waren geen wegen en geen auto’s. Om Ain Ebel te bereiken in het noorden boven Tripoli moest ik bijna heel Libanon dwarsen.

Toen die opdracht achter de rug was kwam ik terug bij de confraters. Die hadden intussen een huis gehuurd in Jdeidet om dan te beginnen waar we nu nog zijn. Iedereen had stilaan overal zijn werkzaamheden. Ik moest van bij mijn aankomst direct naar Saida in het zuiden bij de broeders Maristen die daar een groot catechesewerk hadden, maar geen aalmoezenier. Daar ben ik dan aalmoezenier geworden. We hadden 150 catechisten en 36 dorpen in het zuiden die we bedienden; tussen Saida (Sidon), Soer (Tyrus), Nabatyeh (het groot centrum van Nasjoera, waar ze mekaar geselen) en Jdezzin (een groot christelijk dorp), heel die streek. Toen woonden daar zeer veel christenen. Daar ben ik zeer lang gebleven; ik heb daar dan onmiddellijk een parochie gekregen, Al Adonasiye, waar ik zo'n 25 jaar geweest ben. Ondertussen kwam ik elke week een paar dagen terug naar Beiroet. Dat was om biecht te horen en vooral om catechese te geven in de scholen; onder meer in onze school, want p. Bloemen was ondertussen een school begonnen op zijn parochie.

Tijdens die periode waren twee confraters naar Irak getrokken, eerst p. Jan Praats en daarna p. Maurits Bloemen, naar Móssoel en Bagdad. Dat was gewoon om eens te zien hoe het er daar aan toe ging, en na enige tijd heeft p. Praats zich daar gevestigd. Ik geloof dat p. Bloemen er 6 maand gebleven is. Ik ging dan volkmissies geven zowat overal in Libanon; er waren zusters die dat samen met mij deden. Veel missies, in de meest verlaten dorpen. Een keer zijn we ook een maand naar Syrië geweest, in de Horan, een heel arme, verlaten streek, tussen Damascus en Derÿ a, aan de grens met Jordanië. We waren toen niet bezig met Chaldese christenen, want die waren er niet veel in Libanon. Toen ik in Saida was ben ik wel begonnen met de Maronitische mis; op dat ogenblik had ik praktisch niet meer te maken met de Chaldese christenen.

Er waren in Libanon nog veel ordes en congregaties, maar allen waren Franstalig; wij werden bezien als vreemde diertjes toen we zeiden dat we araabs studeerden. Wel waren er enkele geleerde oriëntalisten bij de Jezuïeten; pater d'Alverny bijvoorbeeld kon het perfect. Maar de Lazaristen en al die zustercongregaties, die broeders, die leerden geen araabs. Nu echter is dat helemaal veranderd; als er nu vreemdelingen komen, studeren die onmiddellijk het araabs. Ik ben dan ook bijna tot vandaag de enige vreemde priester geweest die een eigen parochie kreeg; dat bestaat daar in feite niet dat men een parochie zou toevertrouwen aan een vreemdeling. Onze parochie is interconfessioneel. Iedereen komt naar ons. Onze school noemt dan wel 'Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand', maar daar komen wel heel wat moslimkinderen naar toe.

Hoe staat het overigens met het aantal christenen ten overstaan van de moslims en de droezen?

Men heeft beweerd na de oorlog dat de christenen nog maar 43 % zouden zijn tegenover 53 % moslims. Nu is men echter bezig met de paspoorten te vernieuwen en nu blijkt dat dat helemaal niet waar is en dat de christenen waarschijnlijk nog steeds in de meerderheid zijn. Dat is een hele openbaring geweest van deze laatste tijd. Ik weet echter niet of dat inderdaad zo is. Toch zijn er heel wat officiële instanties die zeggen dat de christenen helemaal niet zo in de minderheid zouden zijn, zoals men een tijdlang heeft beweerd.

Bij de christenen zijn de Maronieten de hoofdritus. Daarna de Grieks-Ortodoxen, ook de Grieks-Katholieken vormen nog een grote groep. En dan nog een hele hoop kleinere ritussen. Achteraan komen de Chaldeeërs. Vóór de toevloed van Irakese families, waren er volgens de Latijnse bisschop nog 700 Chaldeeërs. Die families zoeken echter weg te gaan naar Australië. Ook van de Assyriërs (Orthodox-Katholieken) zijn er heel weinig (over heel de wereld zouden de Chaldeeërs en de Assyriërs ongeveer 700.000 personen omvatten). De Assyriërs zijn (op godsdienstig vlak) zowat de Orthodoxen van de Chaldeeërs, die zelf katholiek zijn. Maar op etnisch vlak is het hetzelfde volk.

De bedoeling van onze school was eigenlijk om de kinderen van de straat af te houden. Als we ze niet op onze school nemen, lopen de meesten gewoon op straat. En we bereiken daar echt onze doelstelling. Onze missie is op dat vlak een heel groot lichtpunt. Trouwens, in onze kerk, waar heel wat oefeningen zijn, gebeurt het meeste door de jeugd.

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

KAN JE VAN ZO’N KERK HOUDEN ?

p. Raniero Cantalamessa Goede Vrijdag 1994

Nederl.: Alain Raick

De "zonden van de Kerk !" Denk je echt dat Jezus ze niet beter kent dan jij? Wist Hij dan niet voor wie Hij stierf, en waar Zijn apostelen waren op dat ogenblik ? Maar Hij hield van die zieke Kerk, niet van een ingebeelde en ideale. Hij is gestorven "om ze heilig en onbevlekt te maken" en niet omdat ze heilig en onbevlekt was . Christus hield van de Kerk vol verwachting ; niet alleen om wat ze "is", maar ook om wat ze "zal zijn" : het hemelse Jeruzalem, die zich opmaakt, als een jonge bruid voor haar Bruidegom "( Ap. 21,2 )

***

De Kerk vordert traag, zeker. Ze gaat traag in de evangelisatie, is traag in de antwoorden die ze geeft aan de tekenen van de tijd, in de verdediging van de armen en in zoveel andere dingen. Maar weten jullie waarom ze zo traag is ? Omdat ze ons draagt op haar schouders, wij die beladen zijn met het gewicht van onze zonden. De kinderen verwijten hun moeder haar rimpels - dezelfde rimpels net zoals in de natuur - die ze haar zelf bezorgd hebben ! Christus heeft van de Kerk gehouden en heeft Zijn leven voor haar gegeven opdat ze "vlekkeloos" zou zijn, en de Kerk zou ook vlekkeloos zijn... indien wij het waren ! De Kerk zou een rimpel minder hebben als ik een zonde minder had gedaan. Erasmus van Rotterdam, antwoordde eens aan enkele hervormers die hem verweten in de katholieke kerk te blijven ondanks haar corruptheid : "Ik verdraag deze Kerk, in afwachting dat ze beter wordt, vermits ook zij gedoemd is mij te verdragen, totdat ik beter word.

* * *

Wij moeten allen Christus vergiffenis vragen voor al die ondoordachte oordelen van - en beledigingen aan - zijn bruid (= de Kerk), en, bijgevolg ook aan Hem. Probeer het eens aan een man, die echt verliefd is, te zeggen dat zijn bruid lelijk is, of van weinig tel is, en je zal zien dat je hem niet erger kunt beledigen en of je zijn woede zal te verduren hebben. Het is nodig dat we, nu onmiddellijk, een nieuwe manier van spreken aanleren, ervan bewust worden wie de kerk is. "Omdat ik een van hen ben" schreef Saint-Exupéry, van zijn vaderland, op een duister moment van zijn leven "zal ik de mijnen niet verloochenen, wat ze ook doen. Ik zal niet tegen hen spreken, in het bijzijn van vreemdelingen. Als het mogelijk is ze te verdedigen, zal ik ze verdedigen. Maken ze me beschaamd, ik zal de schaamte in mijn hart verbergen en zwijgen. Wat ik ook van hen denk, ik zal nooit getuige ten laste zijn. Een echtgenoot gaat toch ook niet van deur tot deur zelf de buren inlichten dat ze een "kreng" is : het is niet op die manier dat hij zijn eer zal redden. Daar de bruid van het huis is, kan hij niet tegen haar opkomen. Eens thuisgekomen zal hij zijn woede wel de vrije loop laten."

Het risico bestaat dat iemand juist gaat doen wat hier veroordeeld wordt. Na gebroken te hebben met de Kerk, gaat men van universiteit naar universiteit , van congres naar congres, met bittere verwijten tegen de institutionele Kerk, als ware ze iets anders, dan de ideale Kerk die men zich inbeeldt, om zo zijn eigen eer te redden. De wereld, dit is geweten, maakt gouden bruggen voor wie haar de rug gekeerd hebben. " Wat is het gemakkelijk carrière te maken in het kamp van de vijand!" (quam facile progreditur in castris inimicorum ), zei Tertullianus, als hij sprak over wie de Kerk verliet voor een of andere ketterse sekte, om daar onmiddellijk overladen te worden met eerbewijzen en taken. Vaak verbergen we de schipbreuk van ons geloof door een wolk van beschuldigingen aan het adres van de Kerk en haar leiders.

Moeten we dan allen ten alle tijde zwijgen, in de Kerk ? Neen, eenmaal "terug thuis", als je geweend hebt tegen de Kerk, als je je vernederd hebt aan haar voeten, kan God je de opdracht geven , zoals aan velen in het verleden, uw stem te verheffen, tegen de "Stem van de Kerk". Maar niet eerder, en niet zonder dat je op een of andere wijze sterft, in deze gevaarlijke zending. Heiligen hebben ook op de kerk toegepast, wat Job zei van God: "Al doodt Hij me, in Hem hoop ik " (Job, 13, 15, Vulg ) .

De "zonden van de Kerk !" Denk je echt dat Jezus ze niet beter kent dan jij? Wist Hij dan niet voor wie Hij stierf, en waar Zijn apostelen waren op dat ogenblik ? Maar Hij hield van die zieke Kerk, niet van een ingebeelde en ideale. Hij is gestorven "om ze heilig en onbevlekt te maken" en niet omdat ze heilig en onbevlekt was . Christus hield van de Kerk vol verwachting ; niet alleen om wat ze "is", maar ook om wat ze "zal zijn" : het hemelse Jeruzalem, die zich opmaakt, als een jonge bruid voor haar Bruidegom "( Ap. 21,2 )

***

De Kerk vordert traag, zeker. Ze gaat traag in de evangelisatie, is traag in de antwoorden die ze geeft aan de tekenen van de tijd, in de verdediging van de armen en in zoveel andere dingen. Maar weten jullie waarom ze zo traag is ? Omdat ze ons draagt op haar schouders, wij die beladen zijn met het gewicht van onze zonden. De kinderen verwijten hun moeder haar rimpels - dezelfde rimpels net zoals in de natuur - die ze haar zelf bezorgd hebben ! Christus heeft van de Kerk gehouden en heeft Zijn leven voor haar gegeven opdat ze "vlekkeloos" zou zijn, en de Kerk zou ook vlekkeloos zijn... indien wij het waren ! De Kerk zou een rimpel minder hebben als ik een zonde minder had gedaan. Erasmus van Rotterdam, antwoordde eens aan enkele hervormers die hem verweten in de katholieke kerk te blijven ondanks haar corruptheid : "Ik verdraag deze Kerk, in afwachting dat ze beter wordt, vermits ook zij gedoemd is mij te verdragen, totdat ik beter word.

* * *

Wij moeten allen Christus vergiffenis vragen voor al die ondoordachte oordelen van - en beledigingen aan - zijn bruid (= de Kerk), en, bijgevolg ook aan Hem. Probeer het eens aan een man, die echt verliefd is, te zeggen dat zijn bruid lelijk is, of van weinig tel is, en je zal zien dat je hem niet erger kunt beledigen en of je zijn woede zal te verduren hebben. Het is nodig dat we, nu onmiddellijk, een nieuwe manier van spreken aanleren, ervan bewust worden wie de kerk is. "Omdat ik een van hen ben" schreef Saint-Exupéry, van zijn vaderland, op een duister moment van zijn leven "zal ik de mijnen niet verloochenen, wat ze ook doen. Ik zal niet tegen hen spreken, in het bijzijn van vreemdelingen. Als het mogelijk is ze te verdedigen, zal ik ze verdedigen. Maken ze me beschaamd, ik zal de schaamte in mijn hart verbergen en zwijgen. Wat ik ook van hen denk, ik zal nooit getuige ten laste zijn. Een echtgenoot gaat toch ook niet van deur tot deur zelf de buren inlichten dat ze een "kreng" is : het is niet op die manier dat hij zijn eer zal redden. Daar de bruid van het huis is, kan hij niet tegen haar opkomen. Eens thuisgekomen zal hij zijn woede wel de vrije loop laten."

Het risico bestaat dat iemand juist gaat doen wat hier veroordeeld wordt. Na gebroken te hebben met de Kerk, gaat men van universiteit naar universiteit , van congres naar congres, met bittere verwijten tegen de institutionele Kerk, als ware ze iets anders, dan de ideale Kerk die men zich inbeeldt, om zo zijn eigen eer te redden. De wereld, dit is geweten, maakt gouden bruggen voor wie haar de rug gekeerd hebben. " Wat is het gemakkelijk carrière te maken in het kamp van de vijand!" (quam facile progreditur in castris inimicorum ), zei Tertullianus, als hij sprak over wie de Kerk verliet voor een of andere ketterse sekte, om daar onmiddellijk overladen te worden met eerbewijzen en taken. Vaak verbergen we de schipbreuk van ons geloof door een wolk van beschuldigingen aan het adres van de Kerk en haar leiders.

Moeten we dan allen ten alle tijde zwijgen, in de Kerk ? Neen, eenmaal "terug thuis", als je geweend hebt tegen de Kerk, als je je vernederd hebt aan haar voeten, kan God je de opdracht geven , zoals aan velen in het verleden, uw stem te verheffen, tegen de "Stem van de Kerk". Maar niet eerder, en niet zonder dat je op een of andere wijze sterft, in deze gevaarlijke zending. Heiligen hebben ook op de kerk toegepast, wat Job zei van God: "Al doodt Hij me, in Hem hoop ik " (Job, 13, 15, Vulg ) .

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


OEKRAINE VERGETEN?

Jef Seppe

Op 5 december was het reeds 2 jaar geleden dat onze dierbare pater Alfred Deboutte overleed. Voor hem was Oekraïne en waren zijn Oekraïnse confraters een stuk van zijn leven. Hij had met de paters Zub, Pelich, met bisschop Kurcaba, bisschop Sternjuk en nog veel anderen in het studentaat van Beauplateau (Tillet, in de Ardennen) filosofie en theologie gestudeerd en hij bleef nadien met allen verbonden in geest en hart!

Gedurende onze talrijke bezoeken aan Oekraïne, vanaf 1992, hebben wij het geluk gehad deze heilige, charismatische mannen te ontmoeten. Zij waren de laatsten die de redemptoristische geest vanuit Vlaanderen doorgegeven hadden aan een 70-tal paters en broeders onder de communistische onderdrukking van 1946 tot 1990. De huidige Oekraïnse paters en broeders hebben een heilige verering voor onze moedige Vlaamse Redemptoristen-missiona-rissen die in het begin van deze eeuw in de Oosterse Ritus het "vuur" van St. Alfonsus en van de H. Gerardus Hofbauer hebben hoorgegeven aan hen.

In 1999 werd de massale hulp vanuit de Vlaamse provincie der Redemptoristen afgesloten met de inwijding van het nieuwe studiehuis in Holosko-Lviv… De Oekraïnse provincie van de redemptoristen staat nu op eigen benen! Sterk in overtuiging én in roepingen… Zwak wat financiële middelen betreft.

Wij moeten blijven helpen!! Vooral door onze steun aan de opleiding van jonge redemptoristen. Steun het initiatief van pater Jef Hanssens (zie oproep in vorige uitgave van Geloof & Leven).

En wij in Brugge hebben ook nog een slapende bankrekening op naam van de PAD-stichting: Pauper Adjutor Dominum (de Heer, Helper van de Armen) of Pater Alfred Deboutte-stichting; dit nummer is: 470-0805481-17 van de PAD-stichting te Brugge.

Deze rekening willen wij met uw hulp nieuw leven inblazen en heel specifiek gebruiken voor redemptoristische initiatieven in Oekraïne: voor Mgr. Koltun, voor pater Igor Spodar (onze missionaris in Noord-Oekraïne, de streek van Tsjernobil) en tevens voor de opleiding van jonge redemptoristen. Het kan toch niet dat een jong student die redemptorist wil worden deze roeping niet zou kunnen volgen omwille van gebrek aan financiële middelen!

En misschien zal onze massale steun er toe bijdragen dat jonge redemptoristen uit Oekraïne ooit komen helpen om Vlaanderen te evangeliseren en opdat er geen redemptoristenkerk nog zou moeten verkocht worden, gesloten of gesloopt; straks immers zullen onze kloosterkerken nog de enige oorden van stilte en gebed zijn en van volksdevotie.

Redenen genoeg om financiële hulp te bieden en te storten op de rekening van de PAD-stichting nr. 470-0805481-17.

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

KLASBEZINNING VOOR MIDDELBARE SCHOLEN (1999)

Nogal wat middelbare scholen blijven bezorgd voor de geheelbegeleiding van de jongeren die aan hun zorg worden toevertrouwd en zoeken naar een deugddoend middel om deze jongeren ook nog in contact te brengen met de rijkdom van de christelijke inspiratie. Een van die middelen is een klassikale bezinningsdag.

In Oase in de Stad, een samenwerkingsgeheel van de Maria-Kefasgemeenschap en de Redemptoristen, Voskenslaan 56 te Gent, worden Brondagen georganiseerd waarin jongeren zichzelf mogen zijn maar waar op allerlei wijzen getracht wordt ze toch ook te confronteren met de christelijke waarden en inspiratie. Het is vaak opboksen tegen de mensafbrekende mentaliteit van media- en maatschappijtrends; toch blijft het belangrijk dat ook het goede zaad nog gezaaid wordt. Een boeiend en bloeiend project.

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   

 

ALPHACURSUS 1999

Velen van ons zijn christen. ‘Altijd geweest’, zeggen we, ‘ik ben zo opgevoed en ik zie niet in waarom ik van overtuiging zou veranderen’. Ons probleem begint meestal wanneer men ons begint te vragen ons geloof te verantwoorden; we weten dan meestal niet veel te zeggen. Een nog groter probleem stelt zich wanneer iemand me zegt: ‘Je ziet eigenlijk weinig of geen verschil tussen een christen en iemand die geen christen of geen gelovige is; als er geen verschil is, waarom ben je dan gelovige?’.

De Alphacursus is hier wel echt nodig. Het is een aantal avonden waarop men in een relatief kleine groep samenkomt. Een gezellige maaltijd. Een beperkt basisonderricht over het christelijk geloof. Men wisselt wat van gedachten daaromtrent en dan heeft men een soort bezinning of korte viering om tenslotte te eindigen met een frisdrankje.

Is dit echt niets voor jou? Of voor je zoon of dochter? Of kom je liever eens met je buren af, of dat bevriend koppel. Vanuit onze ervaring kunnen we je verzekeren dat je niet ontgoocheld zal zijn.

Het verrijkende zit hierin dat je inderdaad beter de basis van je geloof gaat zien, er een nieuwe kijk op krijgt en dat je daadwerkelijk het deugddoende mag ervaren van met andere christenen op ongedwongen manier samen te komen rond iets zo belangrijks als jouw geloof.

Profiteer van de gelegenheid die zich zal voordoen

 

Houd de 'ALFA-webpagina' in het oog voor verdere informatie

  EINDE VAN DIT ARTIKEL  

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER   


 

VORMINGSAVONDEN NA ALPHACURSUS !

In opvolging van de Alphacursus worden enige vormingsavonden gegeven. Deze zijn op de eerste plaats bedoeld voor de personen die de cursus volgden, maar ze staan ook open voor ieder die wil groeien in het christelijk geloof. Zo’n eerst avond werd gegeven door Ives De Mey over de sacramenten en het kerkelijk leven. Volgende avonden:

Vrijdag 23 april 1999, onderricht door Dieter Ghijs over "Roeping en zending van de leek". Vrijdag 18 juni: onderricht door Ben Van Vossel cssr over "Wat met het lijden?" Deze avonden gaan door in ‘Oase in de Stad’, Voskenslaan 56 Gent (vlakbij St.-Pietersstation) van 19.00u. tot 21.30u. We beginnen telkens met een broodmaaltijd.

  EINDE VAN DIT ARTIKEL

EINDE VAN DIT NUMMER  1999_2     

  TERUG NAAR INHOUD           NAAR TOP VAN DIT NUMMER