GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD

GELOOF en LEVEN  2000 nr 3

   TERUG NAAR INHOUD   


Pinksteren… en daarna  (gedicht)  Chris de Boer o.s.a. 1991

De gave van de liefde Chris de Boer o.s.a. 1991

KKK (13) hemel en aarde

Integrisme  Varillon

Teeveezieke regering 2000 door Désiré de Cammer

Een donkere schaduw over de wereld   bvv

uit het dagboek van Geo (Johan Heyrman)

Hoe P. Passerat roepingen aanmoedigde

Paulus (11). De tweede missietocht (3)

Gerardus (13) Vals beschuldigd

Geloof brengt hoop Mathias Dellaert
Gebed - dienst - Getuigen
De christen en de trouw  citaat uit: “De wet van Christus”

Priester in het jaar 2000

Een rijk gezin in de kerk.  Eddie Ogan, vert. Dieter Ghijs.

Jongere over ‘Leven óver de dood heen’  Sarah
Pelgrimstocht naar Assisi en Rome (Jubileumjaar 2000) J-P en Marcella De Mey
De eerste missievlucht naar Congo

Overleden

Acoliet in het jaar 2000 door Els Van Vossel

God, de hartstochtelijke

Als een vogel + Stukje over modelbouw door Mathias Covens

Pater Jozef Boon cssr (1) (P. Jerôme Van Landeghem, provinciaal archivaris cssr)

Rondom de boerenkrijg (Ben + Trees) Ons Stripverhaal

BOEKENNIEUWS

TREFPUNT ZELFHULP, Zelfhulpgids.

FORD, Michael -, Een gewonde profeet. Een portret van Henri Nouwen

DESMET, Marc - Is lijden mensonwaardig ?

GRUN, Anselm -, Wonen in het huis van de liefde.

WELCH, John -, o.carm., Wanneer de goden sterven.  Inleiding op Johannes van het Kruis.

GRUN, Anselm - en SCHWARZ, Andrea -, Alles loslaten omdat Hij mij niet loslaat

, Genees jezelf. 695 BEF., Lannoo

, Bidden. 275 BEF., Lannoo

VERMASSEN, Jean-Paul, Dat is pas leven.  Leefboek voor jongeren.   595 BEF., Lannoo


   TERUG NAAR INHOUD   


PINKSTEREN … en daarna?

Chris de Boer o.s.a.

God geeft ons

de tijd

om zijn mysteries

te verteren,

een tijd van bidden,

waar angst en

zwakheid heerst.

Het is een tijd van hunker en begeren.

Hij schenkt ons heel

Zijn god'lijk leven,

heel zijn Geest.


EINDE VAN DIT ARTIKEL  

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP      



PATER JOZEF BOON cssr (1)

Voordracht  J. Van Landeghem cssr

(Archivaris Vlaamse Provincie cssr)

op de redemptoristendag

2de Sinxen 12/06/2000

Honderd jaar geleden werd Jozef Boon op 5 september 1900 te Halle geboren.  

Jeugdjaren

Zijn ouders stichtten er een gezin van 5 kinderen.  Broer Jan werd als hoofdredacteur van “De Standaard” en als administrateur-directeur generaal van het N.I.R. (het Nationaal Instituut van de Radio) burgerlijk de meest bekende.  Maar bij de geestelijkheid en in de kunstwereld zou ook zijn broer Jozef grote bekendheid en faam verwerven.  

Na handelsstudies aan het college te Halle, begon hij in 1915 als notarisklerk en secretaris van een inspecteur lager onderwijs.  Tussendoor studeerde hij op eigen houtje Latijn en Grieks.  Juist op 2de Pinksterdag maakte hij zijn levenskeuze bij het lezen van Frater Minnaers, cssr.  Van 1918 TOT 1921 werkte hij de oude humaniora af, te Sint-Truiden en te Essen, waar hij zijn eerste toneeltjes schreef, o.a. Tarcitius, met muziek van p. Jules Vereecke.  Na examen vóór de middenjury trad hij in bij de redemptoristen en werd te St.-Truiden geprofest in 1922.  Filosofie en theologie studeerde hij te Beauplateau (Tillet), waar zijn priesterwijding plaatsvond in 1927.  


Creativiteit

In 1924, als brancardier in de C.I.B.I. te Beverlo, had hij o.a. Arthur Meulemans leren kennen.  Het werd vriendschap en samenwerking voor het hele leven; zij zijn aan elkaar groot geworden.  Op vakantiedagen tijdens zijn priesteropleiding schreef Jozef Boon 7 toneelstukjes.  Omwille van zijn letterkundig talent stuurden de oversten hem na zijn moraalstudies in 1929 naar de K.U.-Leuven, waar hij eind 1932 Licentiaat werd in de Nederlandse Letteren.  Tegelijk begon hij in 1930 als leraar Poësis te Essen; hij gaf er Nederlands, Frans, Duits, Latijn en kunstgeschiedenis.  Voor voordracht en toneel realiseerde hij verrassende dingen.  vanaf 1933 begon hij zijn katholiek offensief vooral langs spreekkoren.  Zijn buitengewone aanleg als regisseur toonde hij op het college en tijdens de vakanties in parochiezalen.  Jeugdgroepen, colleges en pensionaten deden wat graag een beroep op hem.  Maar hij zocht grote ruimtes in openlucht, tegen prachtige architectuur. De ombouwde collegespeelplaats van Essen vormde de springplank naar zijn massaspelen.

Op 10 mei 1940 – bij het uitbreken van W.O. II- begeleidde hij Limburgse leerlingen naar huis en … arriveerde in Zuid-Frankrijk.  Hij werd er even leraar aan het kleinseminarie van Montauban en maatschappelijk en pastoraal verantwoordelijke voor minimaal 25.000 vluchtelingen, Belgen, Fransen, Italianen.  Dat duurde maar van juni tot september 1940.   Vanaf 1940/41 werd p. Antoon Van Biesen leraar poësis.  P. Boon gaf nog enkel esthetica, declamatie en toneel en legde zich verder toe op het apostolaat van het toneel en de pen.  


Bibliotheca Alphonsiana (Sintal)

In 1944  verliet hij Essen en belandde op 1 december te Leuven, om er de “Bibliotheca Alfonsiana” te stichten en te leiden.  In dit apostolaat van uitgaven van geestelijke werken prijkten na 8 jaar ongeveer 300 titels.  In zijn toneelreeksen “Opbouwen” en “Renouveau” verwezenlijkte hij esthetisch prachtige, uniforme uitgaven.  “Maar deze man, schrijft p. De Meulemeester, die leefde in een atmosfeer, verzadigd van idealisme en poëzie, was niet gebouwd om dergelijke onderneming te runnen.”  P. Boon stond niet meer met beide voeten op de grond en kon het financieel niet bolwerken.  De oversten schoven de verantwoordelijkheid door naar p. O’Connor; p. Boon verhuisde naar Gent.  


Deemstering

Hij leed zeer onder die vervanging, hij worstelde ermee en voelde zich in een doolhof.  Zijn boekencensor en geestelijke leider, p. Theofiel Smet, trachtte hem er doorheen te loodsen.  Maar… zijn leven versomberde en zijn gezondheid ging snel achteruit.  Toch liet hij niet na, geregeld naar Brugge te trekken, naar de burelen van het heilig Bloedspel.

Op St.-Jozefsfeest 1957  - hij was slechts 56 jaar - begon hij duidelijk te sukkelen.  Pater rector Jaak Wassenberg kwam hem bedienen vanuit Rupelmonde.  Na alles geregeld te hebben met zijn familie en met het H. Bloedspel, stierf p. Jozef Boon op de eerste vrijdag van april: “Sanguis Christi, sanctifica me”.

Broeder Crescentius, die hem in zijn laatste ziekte bijstond, liet over hem een heel boek getuigenissen na over zijn ‘fiat-houding, zijn bewonderenswaardige overgave aan Gods wil.  In de uitvaartdienst te Gent en op de begraafplaats te Mariakerke waren Brugge en de kunstwereld goed vertegenwoordigd voor deze ‘Ridder in de Orde van Leopold II’.  Er werden 460 gedachtenisprentjes uitgedeeld.  In de dienst gingen de paters Wassenberg, de Clippele s.j. en Speekaert voor en waren Mgr. Cuvelier, p. provinciaal De Ceuninck en een vertegenwoordiger van de bisschoppen van Brugge en Gent aanwezig.  Onder leiding van p. Fernand Ivens zongen meer dan 70 “Gezellen van het H. Bloedspel” de requiemmis.  De kist werd gedragen door het stadsbestuur van Brugge!


Toneelkunstenaar

“Zijn zo rijk gevuld leven was 3 levens waard: een tocht naar de Liefde”, lees ik op het gedachtenisprentje.  Zijn charisma stond gericht op de kunstwereld.  Met duizelingwekkende activiteit en kolossale werklust schreef hij wel 160 werken neer: een 70 toneelstukken, een 50 spreekkoren, gedichten, verhalen, essays en studies over religieuze kunst, vertalingen van belangrijke geestelijke toneelwerken, 6 vertalingen van boekjes van St.- Alfonsus, min of meer geschiedkundige werken, radiospelen en declamatoria.  Uit zijn eigen oeuvre verschenen een 40-tal vertalingen: in het Frans, Duits, Engels, Oekraïens, Sloveens, Italiaans.  P. Arthur Allard cssr, vertaalde onder het pseudoniem Yves Lenoir meerdere werken van hem in het Frans. Twee werken – massaspelen – zijn een Europees, ja een wereldsucces geworden: ‘Credo’ en ‘Sanguis Christi’; daarover later meer.


Want p. Jozef Boon was niet het grootst als dichter of schrijver of vertaler van Calderon, Dorlandus, Ghéon, Brochet, Claudel… maar hij was een begaafd toneelkunstenaar als regisseur en dramaturg.  ‘Drama is geen louter woord.  Het is muziek, geluid, beweging, plastiek, kleur.  Het drama staat steeds in een kader, in een wereld.  De wereld is het theater en de mens is de acteur’, zei Verschaeve.   ‘Drama is de kunst van de handeling.  De acteur moet zich omvormen tot de gedroomde schepping van de auteur.’


In het College van het Eucharistisch Hart te Essen kwam hij al rap over als een eminente leraar en enthousiaste bezieler van onze jeugd.  Hij promoveerde de schoonheidsleer, oefende met geduld declamaties in en wist zijn beste toneelspelers zó te bezielen, dat ze tijdens de vakanties opvoeringen gingen geven in zalen, zowel te Roosendaal als te Antwerpen, en op de marktpleinen van Halle, Veurne en Nieuwpoort.  Jozef in Dothan, Jeremias, Judas, Barabbas, Elckerlyk, Het Leven een droom, En waar de Ster bleef stille staan,…, maar ook Duimpje en De Honger der Kleinen… kwamen allemaal aan de beurt.  In en rondom de speelplaats van Essen testte hij het openluchtspel uit.  Ondertussen ging hij in andere colleges en pensionaten spreekkoor en toneellessen geven en vormde zo nieuwe toneelscholen.  Zo werd p. Boon de grote vernieuwer van het religieus- en openluchttoneel.  Als een vogel uit een enge kevie was hij uitgevlogen in de open lucht.  Maar deze leider en organisator, ja deze priester en apostel koesterde nog grootser dromen en gedurfder realisaties: het massaspel.  Meerdere massa’s moeten deelnemen aan het spel en ook de menigte toeschouwers en zelfs de radioluisteraars dienen zich bij het spel betrokken te voelen.  Het Griekse toneel, maar vooral de middeleeuwse mysteriespelen dagen hem uit.  Het blokkenspel en het klokkenspel, het belichtingssysteem en de standaardisatie van kostuums, maar vooral de architectuur van de omgeving spelen een belangrijke rol.  Als b.v. Het Belfort van Brugge zijn grootsheid krijgt van en geeft aan het H. Bloedspel, dan leven de gemeenschapszin en de religieuze ziel van het volk op.  Als een reus speelt p. Boon met Belfort, kerken, klokken, straten, pleinen, duizenden figuranten…  En inderdaad, hij wordt de meester van het massaspel.  ‘Credo’ en ‘Sanguis Christi’ werden echte triomfen voor het religieus toneel.  Laten we een kijkje nemen in beide succesrijke evenementen.

(Klik hier voor Vervolg en slot)



EINDE VAN DIT ARTIKEL  

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP      


DE HEFBOOM
Gebed - Dienstbaarheid - Hoop aanzeggen!

Ben Van Vossel cssr


Als je soms meent dat het met de wereld een totaal verkeerde kant uitgaat en dat de Kerk haar laatste adem aan het uitblazen is, verwijs ik je naar een hefboom met drie namen waardoor u de wereld en de Kerk weer op het goede spoor kunt zetten :

Gebed - Dienstbaarheid - Hoop aanzeggen!

In de engagementen die de Maria-Kefasgemeenschap, in het spoor van de Emmanuelgemeenschap, als de belangrijke waarden aan haar leden voorstelt wordt het wat anders verwoord : aanbidding - mededogen - evangelisatie.  Maar eigenlijk komt het op hetzelfde neer.  


Spiritualiteit ?  

Men praat veel over spiritualiteit in bepaalde kerkelijke middens en men heeft het dan over een geheel van visie, inspiratie en beleving waarbij men ook nog wel de geestelijke dimensie, de directe relatie tot God vermeldt, maar eigenlijk heeft men de spiritualiteit verhorizontaliseerd en daarmee van haar eigenlijk energiebron afgesneden.  Het is gezonder de dingen bij hun naam te noemen.


1. Een sterke Godsverbondenheid.

Zonder diepe relatie tot God, zonder expliciete tijd voor God, gaat de binnenkerkelijke en binnenwereldse inzet vlug aan bloedarmoede lijden, gaat de echte diepe vruchtbaarheid ook afnemen, gaat men ten onder in overactiviteit of ontmoediging.  Een geïntegreerde spiritualiteit moet regelmatig getoetst worden op haar geestelijke authenticiteit.  Expliciete tijd voor God is daarbij van allergrootst belang.

2. Inzet voor menselijke nood.  Met dienstbaarheid of mededogen bedoelen we dat we vanuit onze relatie tot God niet anders kunnen dan ook aandacht opbrengen voor de nood van mensen.  De eerste Johannesbrief drukt het uit in deze trant: als je van God houdt, moet je ook van Gods kinderen houden.  Of, zoals Jezus het zegt: Wat je voor de geringste van mijn broeders (niet) hebt gedaan, heb je ook voor Mij (niet) gedaan.  In die zin begrijp je dat het inderdaad niet volstaat een sterke op God gerichte spiritualiteit te hebben, maar dat 'het tweede gebod gelijk is aan het eerste (de liefde tot God) : bemin je naaste als jezelf'.

Die menselijke nood is van velerlei aard.  In onze tijd (en in vele andere periodes, denkt maar aan het ontstaan van het Sint-Vincentiusgenootschap, of aan Poverello) gaat het om enige in het oog springende zaken: 1° de blijvende sociale achterstand van de 4de wereld en de onaangepaste opvang van vreemdelingen (met name de politieke vluchtelingen), 2° de vele slachtoffers van de eenzaamheid, het gebrek aan geborgenheid en de stress van het moderne leven in het algemeen en het werkmilieu in het bijzonder, de vele gekwetste mensen en 3° vaak ermee samenhangend: het gebrek aan (het zoeken naar) een diepere zingeving.  

De taken van het OCMW hebben zich enorm uitgebreid en gebeuren op professionele manier; toch meen ik dat de bevolking als geheel gesensibiliseerd moet worden om zelf oog en aandacht te hebben voor de nood onder mensen.  Je moet je als het ware lijfelijk inzetten. Het is een uitnodiging tot ieder van ons.


Onze aandacht moet ook uitgaan naar mensen die psychisch niet meer meekunnen met de concurrentieslag in het arbeidsmidden of die vanuit hun verleden met een hoop kwetsuren en blijven rondzeulen.  We moeten hen naar deugdelijke hulpverlening kunnen verwijzen en we mogen ook spirituele wegen aanwijzen om dat lijden te verzachten en hen mentaal sterker te maken.

3. Aanzeggen van hoop

Een derde facet van de spiritualiteit en ook het 3de aspect van de hulp in menselijke nood is de evangelisatie: het aanzeggen van hoop en het aanreiken van de christelijke zingeving, ingebed in een moderne mensvisie en een evenwicht van leven.  Een gezonde christelijke spiritualiteit zal steeds streven naar een goede relatie tot de natuur, de medemens, jezelf en God.  Het christelijk getuigenis zal de beste publiciteit zijn voor die mens- en wereldvisie.



EINDE VAN DIT ARTIKEL  

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP      



Teeveezieke regering

door Désiré de Cammer (2000)

Er was een kleine aardschok geweest in het land van Albert II; klein maar voldoende om de zendmasten van de Vlaamse teeveezenders uit te schakelen.  Het meest opvallende en diep-treurige gevolg was de ernstige depressie van tal van leden van de federale regering en de gewestregeringen doordat ze hun wekelijks of halfwekelijks teeveeoptreden moesten missen.  Hun impact op de bevolking verminderde met de dag en de mentale toestand van de regeringsleden werd zo erg dat bij hoogdringendheid een hele vleugel van een neutrale psychiatrische kliniek in Brussel moest ingericht worden voor de opvang van de depressieve paarsblauwe regeringsleden aangevuld met wat VU-ID-excellenties.  Pas na enige dagen hadden de psychiaters de oorzaken kunnen detecteren van deze veralgemeende regeringsdepressie maar dan werd ook vlug een geschikte therapie opgestart.  Minister Steyaert leek het meeste voordeel te hebben door te spelen met hem gratis ter beschikking gestelde treintjes en dito-bussen; een of andere groene minister vond dan weer het meeste baat door op Limburgse en andere regionale puzzels de slotkloosters te verwijderen en in de plaats boomstukjes aan te brengen; de depressie van Magda Aelvoet stabiliseerde zich en leek zich ten goede te keren toen men haar tussen spiegels plaatste en ze zich kon vermeien in haar goed gearticuleerde, intelligente en progressieve standpunten; zij vond in haarzelf een heel attent en uiterst sympathiek luisteraar;  premier Verhofstadt vond zijn heil in een als kledingszaak ingerichte kamer met aangrenzende gang, eveneens uitgerust met heel wat spiegels, zodat hij heel de dag door van kleding kon veranderen en defileren in de gang.  Minister Michel had men ongeschoren op een podium geplaatst met tientallen (uiteraard niet functionerende) micro's voor zijn neus en op de achtergrond een CD met onafgebroken daverend applaus en gekletter van truwelen op bouwstenen...  Wij besparen u de therapieën die op de andere teeveezuchtige excellenties werden toegepast, maar kunnen u verzekeren dat, zo gauw de panne hersteld is, de ministers ongehavend hun teeveeoptredens zullen kunnen hernemen tot meerder ongenoegen en ergernis van velen in dit land en vooral van

Désiré


EINDE VAN DIT ARTIKEL  

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP      




Een donkere schaduw over de wereld   
Drugs !

bvv


Ik zat op de veranda over de achter mijn tuin liggende weide te kijken.  Zonovergoten.  Plots kwam een donkere schaduw vanaf het einde van de weide naderbij geschoven.  Het vogelgezang verstilde, het blije uitzicht van de natuur verdween.  De 'schaduw des doods' staat er in de psalm...  ‘Als een donkere schaduw’ is ook de plaag van de drugs over de wereld gekomen en heeft enkelingen en gezinnen in haar wurggreep genomen.  Onlosmakelijk ?  Ik mag niet ontkennen dat ik van op mijn veranda even later een zonnige vlek zag komen aanschuiven die heel het uitzicht weer in blije zonnekleuren zette.  Kleine haarden van hoop kunnen misschien ook in de drugellende wat toekomst aanzeggen...  Daarover gaat dit verhaal en het aanvullend stukje van Johan Heyrman in 'Dagboek van Geo'.


Paasvakantie.  Eigenlijk een onding want het was blokvakantie voor hem.  Gelukkig kon hij toch wat tijd vrijmaken voor enige kerkdiensten.  De zaterdagavondviering vóór Palmzondag was goed verzorgd geweest.  Een heuse processie met kinderen en wat jongeren die met grote palmen zwaaiden naar het met een rode wimpel versierde berkenkruis dat door de diaken naar voor werd gedragen...  Het evangelie over de intocht in Jeruzalem had Geo getroffen, vooral in tegenstelling met het lijdensverhaal dat later in de Eucharistieviering werd voorgedragen door enige solisten en kleinere groepen.  Het 'hosanna' had hem getroffen, 'hosanna Hij die komt in de Naam van de Heer'.  Eigenlijk staat dat als opschrift boven het leven van elk christen:  "Jezus, ik erken dat U de Gezondene van de Vader bent, ik erken dat U in zijn Naam de redder van de wereld bent.  Ik aanvaard U als mijn persoonlijke redder en Heer".  Geo realiseerde zich opnieuw en sterk hoe deze belijdenis, die hij al zo vaak had uitgesproken, vaak tegengesproken werd door zijn concrete woorden en daden.  Op die momenten liet hij de Heer in de steek en was hij als Petrus die zijn Meester verloochende, of Judas die Hem verried, of als dat manipuleerbare volk dat nu plots riep : "Kruisigen, kruisigen..."  De communie was voor hem een gelegenheid geweest om zijn geloof en overgave aan de Heer Jezus te vernieuwen.


Met iets van diepe vreugde kwam hij thuis uit de zaterdagavondmis.  Er zat een vrouw bij moeder in de living.  Hij kende haar van ziens.  Moeder stelde haar voor.  'Geo, dat is de moeder van Wim Vandekeybus die nog bij u in de klas heeft gezeten op het college'.  Geo begroette haar en zij begon direct te vertellen over haar zoon: of Geo niet wist dat er op het college in zijn jaar al geëxperimenteerd werd met allerlei drugs ?  Wel, eigenlijk zat Wim niet echt in zijn klas maar in een parallelklas.  Maar inderdaad, ook in zijn jaar kwamen drugs wel eens ter sprake en sommigen...  Och ja, 'k heb geen zin om daar veel over te vertellen.  Nu, met Wim was dat stilaan verder gegaan.  Ze hadden er maar weet van gekregen toen op zekere keer de politie bij hen thuis was gekomen.  Met een hele kliek uit zijn jaar waren ze tegen de lamp gevlogen.  Ze moesten een therapie volgen, wekelijks zich aanmelden en op het einde van de therapie een bloed- en urinetest ondergaan...  Maar hoewel dat bij Wim nogal goed was geweest blijkbaar, was hij er toch niet echt mee gestopt.  Het was bij hen thuis een echte hel geworden.  Hij had altijd maar meer geld nodig. Tot op het moment dat hij ergens een bijverdienste had gevonden in een computerwinkel om databanken uit te werken voor handelaars...  Maar in hun relatie thuis was er iets kapot.  Zij wisten dat alles wat hij verdiende naar drugs ging.  Tot onlangs een vriendin van zijn moeder haar was komen vertellen dat Wim eigenlijk ook drugs leverde aan anderen.  Die vriendin vroeg of zij haar Wim eens ernstig onder handen wou nemen, want dat trekt er toch niet op dat hij andere jonge mensen tot drugverslaving brengt en er dan nog aan gaat verdienen... "Ik stond daar als aan de grond gespijkerd.  Die verdommese snotaap, wat doet die ons toch aan!" "Geo, kan jij eens niet praten met Wim; naar ons luistert hij al lang niet meer en mijn man en ik kunnen er met elkaar niet meer over praten.  Die jongen heeft zelfs onze relatie geruïneerd, afgezien dan nog van onze financies en onze goede naam! Geo, kun je er niets aan doen?" "Ik wil altijd wel eens met hem praten, maar het is natuurlijk niet zeker of hij dat ook wil en of mijn woorden hem van gedacht en van gedrag kunnen veranderen".  "Probeer het tenminste", smeekte de moeder.  "Okay, zei Geo, ik tracht volgende week wat tijd vrij te maken".  

Daarop liet hij de dames alleen en ging wat eten.  Even later vertrok de moeder van Wim en kwam zijn moeder hem nog wat aansporen om Wim toch zeker te helpen."Je weet zelf nog wat je bent tegengekomen.  Ik ben zeker dat je hem zult kunnen helpen".  "Ik ben daar hoegenaamd niet zeker van, moeder.  Ik weet wat het me gekost heeft me los te maken van dat spul en vooral om me los te weken van mijn zogezegde vrienden.  Je mag niet vergeten dat Wim al zeker een drietal jaar aan de drugs zit".  

Geo keek nog even naar het late teeveenieuws en studeerde nog een paar uur.  Morgen, zondag.  Lekker uitslapen en met frisse moed de studieboeken induiken.  Terwijl hij nog een lindenthee dronk overdacht hij hoe hij Wim het best zou aanpakken, de kans bestond immers dat hij zich direct zou afsluiten.  De juiste toon en het juiste woord vinden zou nog niet zo eenvoudig zijn.  Alvorens het bed in te duiken bad hij even voor Wim en voor het gesprek.  Toen kreeg hij het idee om vooraf eens contact op te nemen met Johan die voor psychiatrisch verpleger studeerde en zijn eindwerk maakte rond drugverslaving met daarin verwerkt zijn stage-ervaringen in het opvangtehuis 'De Sleutel' van de Broeders van Liefde.  Er kwam rust over Geo.  Hij zou 's anderendaags zo vlug mogelijk Johan contacteren.  Het gesprek met Wim kon desnoods nog even wachten. (Lees het vervolg hierna  : Uit het dagboek van Geo)



EINDE VAN DIT ARTIKEL  

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP      




Uit het dagboek van Geo

door Johan Heyrman

Johan gaf me goede wenken waarvan je je bewust moet zijn vooraleer een eerste gesprek met een drugverslaafde aan te gaan:

1. Een eerste ‘gesprek’ voeren met een drugverslaafde is geen eenvoudige opgave.  Vooral als het om iemand gaat waarmee je nauw verbonden bent als ouder, familielid of vriend.  Je moet immers zelf eerst de schok, de ontgoocheling, de ontreddering wat te boven gekomen zijn, vooraleer je iets ‘zinnigs’ kan zeggen of doen.  ’t Is belangrijk dat je hem of haar niet onmiddellijk veroordeelt omwille van zijn of haar gebruik.  Als je je veroordelend opstelt kom je nergens, want ze voelen zich direct aangevallen en bedreigd, sluiten zich dan volledig af of worden zeer agressief.  Wanneer ze daarentegen ervaren dat je echt om hen geeft kan je mogelijks  ‘iets’ losweken.  In onze ogen hebben ze natuurlijk een zware en domme fout begaan, en rond druggebruik heerst zulk een sfeer dat iedereen een veroordelende houding aanneemt t.o.v. ‘junkies’ en hen afschrijft.  Maar in zo’n eerste contact met een gebruiker, moet je je eigen waarden en normen als het ware opzij zetten, en dat is echt niet zo simpel.  Evenwel, aangezien het druggebruik een ‘ziekte’ van onze tijd is, moeten we open staan voor hen.  Het doel van je interventie moet je altijd voor ogen houden: je wil er op dàt moment, in diè crisissituatie voor hen zijn, beschikbaar om te luisteren, meer niet.  Ze zenden zo vaak signalen uit die we niet willen zien of horen; noodkreten om hulp en aandacht.  Luisteren naar hen, zonder direct klaar te staan met veel (goed bedoelde) raad.  Die kunnen ze op dit ogenblik missen; ze krijgen dan immers nog meer het gevoel dat je hen en hun wereld waarin ze leven niet begrijpt".  

Johan heeft tijdens zijn stage zelf ondervonden hoe moeilijk het is om geen raad te geven, om te zwijgen.  Zij moeten praten en wij moeten hen proberen te begrijpen vanuit hun verhaal.  Hij/ zij, de persoon zelf, moet op de eerste plaats komen en het waarom van hun gebruik, en niet wat of hoe jij erover denkt.

“Door goed te luisteren naar hun verhaal, ga je misschien (na verloop van wat tijd), begrip kunnen opbrengen voor hun verslaving, vanuit hun situatie, hun achtergrond, hoe alles scheef gegroeid is, enz…

Dat wil geenszins zeggen dat je moet goedkeuren wat ze doen of gedaan hebben.  Maar als je hun vertrouwen kunt winnen ben je al een heel eind op weg.

Dikwijls zijn het de gewone informele gesprekken die je met hen hebt, gewoon zo maar tussendoor, waarin ze voor jou een tip van de sluier oplichten, stukje bij beetje.  Veel geduld en veel mededogen met drugverslaafden zijn dus de eerste stap".  

2.  In tweede instantie kan je ze doorverwijzen naar professionele hulpverlening.  Want, als leek kan je zo’n mensen onmogelijk thuis met een efficiënte therapie en op een consequente manier hulp bieden.

En eenmaal zijzelf de beslissing genomen hebben om zichzelf te laten verzorgen, beginnen ze aan een tweede lijdensweg: moeizaam afkicken, met vallen en weer overeind kruipen, met veel pijn en miserie.  Maar ook dan is het belangrijk dat er een band blijft met het thuisfront als houvast en toevluchtsoord om met ‘het milieu’ stilaan definitief te kappen.

Ikzelf ben er werkelijk van overtuigd dat deze mensen geholpen kunnen worden en ‘gered’ kunnen worden, maar dan wel met een strenge, doorgedreven en aangepaste therapie.  (Maar dat is een hoofdstuk apart met heel interessante materie).   


Deze bedenkingen van Johan lijken me zeer interessant.  Maar naast het initiële probleem van het  luisteren, zonder je eigen waardeoordeel naar voor te schuiven, is er nog een tweede hemelhoge moeilijkheid, namelijk de overgang tot de doorverwijzing naar professionele hulp toe.  Daartussen ligt een voorname stap: het inzicht bijbrengen of laten aanvoelen dat drugs geen blijvende en waarachtige oplossing brengen voor zijn probleem, dat drugs eerder naar aftakeling gericht zijn of een vlucht of droomkasteel.  Dat drugs vaak een straatje zonder einde vormen en dat druggebruik vaak leidt tot drughandel.  Er moet gewezen worden op de enorme sommen die door grote drugsdealers binnengehaald worden op de rug van jonge en minder jonge verslaafden, op de ellende in feite van mensen die zich ongelukkig voelden of geen oplossing zagen voor hun probleem.  Hoe breng je dit alles over, zonder het moeizaam opgebouwde vertrouwen van de druggebruiker volledig kwijt te spelen.  Het vraagt vermoedelijk een lange tijd van op weg gaan met hen, met veel geduld, zonder te veroordelen, en toch elk moment van openheid en ontvankelijkheid aanwendend om iets van inzicht bij te brengen en anderzijds te laten aanvoelen dat hij niet op eigen kracht en zonder professionele hulp uit de drugverslaving kan komen.  Bovendien zal de radicale breuk met het drugmilieu (i.c. de vroegere vriendengroep) absoluut noodzakelijk blijken.


EINDE VAN DIT ARTIKEL  

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP      




PELGRIMSTOCHT IN HET JUBELJAAR 2000
ASSISI – ROME


door Jean-Pierre en Marcella De Mey


Jean-Pierre en Marcella De Mey-Bourgeois maakten een ingrijpende pelgrimstocht naar Rome.  Marcella geeft ons hier een kort verslag van hun belevenissen.


Verre voorbereiding

Zoals vele christenen hadden ook wij in dit jubeljaar het verlangen op pelgrimstocht te gaan naar Rome. Toen kwam er een oproep deel te nemen aan een internationaal congres van de "Vernieuwing in de Geest" te Rimini eind april 2000.

En stilaan groeide het...  Assisi en Rome liggen niet zo ver af... We kunnen met de wagen gaan... We kunnen er een voettocht van maken, een echte pelgrimstocht!  Na heel wat omwegen konden we een boekje kopen : "Een Franciskaanse voettocht" (van Assisi naar Rome), waarin de tocht beschreven werd in 17 etappes. Vermits we maar 9 dagen hadden moest er wel wat ingekort en aangepast worden.  En vermits wij niet zouden overnachten in hotels of kloosters, we onze maaltijden zelf zouden bereiden, zal onze tocht dus veel zwaarder uitvallen want tent, slaapzakken, slaapmatjes, vuurtje, kookgerei, enkele maaltijden, kledij, toiletgerief ... dat alles dragen we mee op de rug. Het zou dan ook letterlijk een boetetocht worden!


Gods natuur, schuur of klooster ?

Dinsdag 2 mei is het zover. We leven nu volle 8 dagen op het ritme van de natuur. Vanaf het eerste streepje daglicht begint het ochtendritueel.  Een beperkt wasje, alles inpakken, tent uitschudden (elke druppel dauw of condens is extra gewicht) en fris en welgezind rond 6.20 u. op pad (wie mij kent zal het niet geloven).  Ondertussen wordt de wereld  wakker.  Na een 2-tal uren houden we halt voor het ontbijt : brood en kaas en als het vuurtje meewil ook een tas koffie of thee en anders een teug fris water van één van de talloze bronnen.  Rond 13 u. zelfde scenario maar met een tas minute-soep. Intussen wordt wat nat is gedroogd in een heerlijke zon.  Na een korte, maar deugddoende siesta wandelen we verder want de voorziene afstand moet worden afgelegden liefst nog wat extra!  Rond 18 u. beginnen we te zoeken naar een geschikte kampeerplaats! Afwisseling genoeg!  In de dalen met verspreide bewoning vragen we aan een bewoner of we ons tentje mogen zetten voor één nacht? Een stortvloed van woorden maar wij verstonden dat het goed was! Zo sliepen we dus onder het wakend oog van een nieuwsgierige buurvrouw die heel regelmatig iets op het balkon te doen had. Een andere keer werden we, begeleid door een onweer, verwezen naar een leegstaande schuur en in de bergen sliepen wij binnen, en de koeien, paarden en schapen, buiten de prikkeldraad.  In een bergstadje, waar geen  vierkante meter horizontaal is, nodigde de gastenpater van een Franciskanenklooster ons uit te blijven overnachten (weliswaar op de keukenvloer, maar we hadden toch de luxe van stromend water, een kookvuur en een gratis fles wijn).

Alleen de laatste nacht hebben we onszelf getrakteerd op een maaltijd, overnachting en ontbijt in een klooster in Farfa, gerund door heel vriendelijke zusters van de H. Brigida (die we spontaan maar wat oneerbiedig de zusters met de helm noemden.).  Wie deze orde kent zal het begrijpen.

Lichamelijke toestand

Buiten een korte opstoot van migraine, diarree, keelpijn, een brandwonde, pijnlijke schouders en voeten en nog enkele andere spieren, hebben we de gemiddelde afstand van 26 km per dag  goed doorstaan.  Na 4 dagen voel je je rugzak niet meer als een zware last, smaakt een beker wijn als godendrank en een echte Italiaanse spaghetti is als een feestmaaltijd.

Geestelijke toestand

We hebben dus in het voetspoor van de H. Franciskus gelopen.  Zijn zonnelied is alom gekend.  Maar als je in zo'n prachtige natuur mag lopen kom je vanzelf tot lofprijzing.

Bij de dagelijkse klim naar één of ander klooster (waarom staan die altijd op een berg?), wanneer je uitgeput niets meer kan doen dan je éne voet - tussen al die rotsstenen - voor de andere zetten, uren aan één stuk, dan word je leeg van jezelf. Dat is dan het moment om alles af te geven, je gezin, je familie, je vrienden en kennissen, de zieken die je kent, de mensen die het moeilijk hebben, je verwachtingen. Dan zie je met vreugde naar al die prachtige bloemen onderweg, dan luister je naar het vogelgezang, dan kom je weer tot lofprijzing voor de Schepper.  En aangekomen op het hoogste punt van de tocht, werden we beloond met een "Aards Paradijs": een rustig, zonovergoten  kleine weide met waterbakken om je te verfrissen, om te genieten van de stilte en de rust.  Psalm 23 in 't echt.

Gods voorzienigheid

Tijdens het week-end zouden we toch graag een eucharistie bijwonen. We hadden sinds donderdagmiddag geen mens of dorp gezien.  Onze voorraad was op en de volgende winkel  een dagmars ver.  Toch vroeg ik in het morgengebed én een mis én een winkel voor die avond. Snikheet weder, klimmen naar het hoogste punt van heel de tocht, een lange, steile afdaling in volle zon... we hebben het allemaal gehad, die dag.  Toen kwamen we in het stadje aan juist op het moment van de mis in één van de drie kerken.  We probeerden ze nog te halen... maar als je helemaal beneden staat zie je niets meer van de kerk.  Na een kwartier in vierde versnelling stonden we helemaal boven aan een klooster waar 's anderendaags om 11.30 u. een mis was. Een halve dag ter plaatse blijven kunnen we ons niet permitteren maar toen hoorden we dat er 400 m lager wel één was om 8 u. 's morgens. De moed zakte ons in de schoenen.  Maar de Heer had nog meer verrassingen in petto!  Het kerkje in de diepte bleek ongeveer op onze route te liggen.  De Franciscaan bood ons logement aan én we konden uitgebreid boodschappen doen vlakbij.  Lof aan U, o Heer!


Zondagvoormiddag na de eucharistieviering wandelen we 2 uren in de gietende regen, maar net als we willen eten, is het droog en vinden  we een bank in een parkje aan het station, waar we naast eten en rusten ook een trouwpartij kunnen volgen, een ruziend koppel gadeslaan en onze kleren drogen.  's Avonds zoeken we, begeleid door donder en bliksem, een slaapplaats. En waar komen we terecht? In een verlaten, half-voltooide schuur met volop plaats voor onze activiteiten.


De laatste stapdag is het zwoel weer. Na de laatste (dit keer echte) klim komen we in een heel liefelijk, piepklein dorpje Farfa; een abdij, een klooster, enkele winkeltjes, een bar.  En een Jubileumkerk!  De dagelijkse eucharistie was echter al voorbij maar 's avonds was er per uitzondering nog één.  Weer een cadeau.  Bij de zusters konden we een gebedsdienst volgen voor het H. Sacrament.  En weer hadden we geluk, want ondertussen was het beginnen regenen, maar onze tent zat droog ingepakt voor de eindfaze: Rome!  De laatste km doen we met bus en trein.  Zo hadden we op onze pelgrimstocht altijd net op tijd eten, drinken, een winkel, een geschikte slaapplaats of  iemand om de weg te vragen.  We voelden ons echt geleid!




Rome 2000

Rond half negen staan we aan het St. - Pietersplein waar iedereen met kaarten staat aan te schuiven voor de audientie met de Paus.  Wij hebben natuurlijk geen toegangskaart.  Maar juist op dat moment deelt er iemand kaarten uit en zo bevinden  we ons even later toch tussen duizenden enthousiaste pelgrims om de Paus te onthalen en naar zijn boodschap te luisteren. Met de metro kunnen we ons vlug verplaatsen om de vier jubileumkerken te bezoeken  en er een eucharistieviering bij te wonen of een tijd van aanbidding te houden.  Wel werden we nog even op de proef gesteld. Ik werd namelijk in de metro bestolen door een meisje, maar door mijn snelle reactie, haalde ik netjes mijn geldbeugel terug uit haar pull.  's Avonds zaten we moe maar voldaan op de trein naar Assisi, waar we op de kampplaats onze auto terugvonden. Na een laatste nacht in ons kleine tentje, reden we 's anderendaags in één trek naar Zoersel. We zijn dankbaar dat we als echte pelgrims naar Rome konden gaan in het jubeljaar 2000!


EINDE VAN DIT ARTIKEL  

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP      



DE JUBILEUMKERKEN


Het jubileumjaar 2000 is reeds halfweg.  In ons vorig nummer hebben wij het gehad over de jubileumaflaat en de wijze waarop wij in die genade kunnen delen.  Een van de wijzen waarop we de bijzondere jubileumaflaat konden verkrijgen was het bezoek aan een jubileumkerk.  In elk van onze bisdommen zijn er een drie of viertal kerken daarvoor aangeduid.  We vernamen dat de dienst daar goed wordt waargenomen door de priesters en religieuze gemeenschappen.  Men kan er intreden in de genade van het sacrament van de verzoening (biecht), je kan er de eucharistieviering meevieren, er bidden tot intentie van de paus voor de grote noden van de kerk en de wereld.

Zou het geen goede tip zijn voor tijdens het weekend, een zondagsuitstap…  Het zou toch spijtig zijn als we dit jubileumjaar zomaar lieten voorbijgaan zonder in te treden in de genade ervan.  Er waren ook mogelijkheden voorzien voor mensen die zich minder goed konden verplaatsen en voor zieken…  Maar voor wie wel verplaatsingsmogelijkheden heeft zou het op bedevaart gaan naar zo’n jubileumkerk echt een prima kans zijn voor de vernieuwing van zijn/haar christelijk geloof en een gelegenheid om de jubileumaflaat te verkrijgen.  Doen !



EINDE VAN DIT ARTIKEL  

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP      


Een jongere over: ‘Leven na de dood’



Soms menen we dat jonge mensen niet meer open staan voor het christelijk getuigenis.  In het laatste jaar van het Middelbaar (Economische afdeling) kregen ze voor een schriftelijke godsdienstoverhoring o.m. als vraag voorgeschoteld: "Bespreek één ervaringsgebied waarvan jij denkt dat er een verwijzing of gerichtheid naar een leven na de dood kan in onderkend worden".  Sarah schreef het volgende:


"Mijn ervaringsgebied is niet echt iets dat ik zelf heb ervaren, maar het steunt op mijn geloof.  De verrijzenis van Jezus verwijst naar een leven over de dood heen.  Niet lang geleden wou ik eigenlijk bewijzen, ik steunde op getuigenissen van mensen met een bijna-dood-ervaring, ik geloofde enkel wat ik zeker kon horen of zien.  Maar ik heb geleerd dat ik ook kan geloven in iets wat ik zelf niet kan zien, maar door anderen doorgegeven en dat ik toch wil geloven.  Het is niet gemakkelijk, het is een langzaam proces, maar ik geloof nu wel in de verrijzenis van Jezus en door zijn liefde ook voor ons na de dood een eeuwig leven in zijn bijzijn.  Ik kan bijna niet anders dat het te geloven, het staat in de Bijbel en vele mensen zijn er zo vol van dat ze me kunnen overtuigen… Ik ben naar dat geloof gegroeid en het is de basis van mijn geloof; niet omdat dit doel het meest logisch is of het best te verklaren, maar omdat ik het zo wil geloven".


EINDE VAN DIT ARTIKEL  

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP      


Zijn er wel priesters nodig voor een nieuwe tijd?

door Ives De Mey


Op de derde zondag van juli vieren de redemptoristen het hoogfeest van de allerheiligste Verlosser. Dit jaar (op 16 juli) wordt Ives De Mey dan priester gewijd. Dit gebeurt in de kerk van de Voskenslaan te Gent om 15 uur. Alle lezers van Geloof en Leven zijn hartelijk uitgenodigd mee te komen vieren.

Ives De Mey is redemptorist en lid van de Maria-Kefasgemeenschap. Naar aanleiding van de priesterwijding, geeft hij zelf een reflectie over het ‘nut’ van priesters in deze tijd.


Innige deelneming

Het gebeurt wel eens dat mensen me hun ‘innige deelneming’ betonen omdat ik ocharme in deze tijd priester moet zijn. Ik glimlach dan eens, want ik besef wel dat een priester in deze tijd niet op de grote stroom kan meedrijven. Al van toen ik als laatstejaarsstudent in de rechten aan mijn medestudenten meedeelde dat ik na het afstuderen aan een priesteropleiding zou beginnen, merkte ik telkens dat men niet goed wist hoe erop te reageren. Een priester, wat is dat nu eigenlijk voor iets? Je kan dat niet begrijpen wanneer je het alleen maar vanuit de menselijke realiteit bekijkt. Zonder God in het beeld te brengen, is een priester iets uit vervlogen tijden, of toch zeker iets raars. Je kan het niet verstaan buiten zijn context. En die context is het geloof. Een priester kan niet op de grote stroom van de maatschappij meedrijven, maar wel in de stroom van gelovige medechristenen. De Maria-Kefasgemeenschap is voor mij van begin af aan een omgeving geweest waarin ik me ondersteund weet om priester te worden in deze tijd. I.p.v. een ‘innige deelneming’ gevalt me een grote vreugde om samen met gezinnen, alleenstaanden en enkele jonge mensen kerk te kunnen vormen. Een kerk die door eenvoudig en normaal in de wereld te staan, een sprankel van hoop uitstraalt.


Gód roept

Sinds een dertigtal jaren is de kerk geweldig verrijkt doordat men de ‘roeping van de leek’ heeft herontdekt en hier en daar ook heeft geherwaardeerd. Bij de naamopgave voor mijn vormsel zei ik dat ik ‘een getuige van Gods liefde’ wilde zijn. Toen ik als tiener mijn toekomstig leven in dienst van God en de evangelisatie wilde stellen, kwam het helemaal niet in mij op om priester te worden. En dat moet ook niet. Ik wilde journalist worden, een journalist in dienst van het evangelie. Ik ben opgegroeid in een milieu waar het de gewoonste zaak van de wereld was dat leken missionarissen zijn, al dan niet voltijds, zonder dat dit in tegenstelling tot het gewijde ambt moet staan. Waarom dan toch priester worden? Ik kan het echt niet verklaren. Het heeft te maken met uitgekozen worden i.p.v. zelf uit te kiezen. Priester word je niet uit interesse of omdat het al dan niet een ‘aantrekkelijk aanbod’ is. Ik heb er nooit om gevraagd of naar geijverd. Het is een roeping die van God komt. En ik heb ja gezegd… omdat God me als het ware verleidde. Wie kan Gods liefde weerstaan?

Meteen werd het me duidelijk dat je geen priester wordt voor je eigen zielenheil of uit eigen keuze: vele mensen vertrouwden me toe dat zij al jaren in stilte baden om priesterroepingen. Een roeping werd al blij verwacht. En uit het meeleven van zovele mensen die ik helemaal niet ken, leerde ik dat een priester geen priester wordt voor zichzelf.


De priester: sacrament van Christus

Paulus omschrijft de liefde tussen man en vrouw als het sacrament van de liefde tussen Christus en de kerk (Ef. 5). Ouders zijn voor hun kinderen een sacrament van de vaderlijke en moederlijke liefde van God. Een sacrament betekent hier een ‘levend teken’. Mijn lichaam is het ‘levend teken’ van mezelf. Je kan mij niet zien of kennen zonder mijn lichaam, maar als je mijn lichaam helemaal opensnijdt en doorzoekt, zal je ‘mijzelf’ nooit tegenkomen. Ik ben meer dan mijn lichaam, maar je kan mij niet los van mijn lichaam zien of kennen. Wanneer je met iemand telefoneert, dan is die persoon door zijn stem als het ware ‘aanwezig’ bij je, ook al zie je hem of haar niet; en toch kan je niet zeggen dat die stem in de telefoon ‘slechts symbolisch is, maar niet echt’. Het is een écht of levend verwijzingsteken naar die persoon. Ik hoop met dit voorbeeld de term ‘sacrament’ of ‘sacramentaliteit’ wat duidelijker gemaakt te hebben.

Een priester is natuurlijk ook maar een mens, maar hij wordt door God geroepen en gezonden om ‘sacrament’ van Christus te zijn. Elke gedoopte is weliswaar geroepen om het werk van de Messias voort te zetten:

De geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen, om te verbinden wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden, en aan de geboeiden de terugkeer naar het licht; om een jaar van Gods genade te melden; om alle treurenden te troosten. (Jesaja 61,1-2 – Lucas 4,18-19)

Dat wordt het ‘gemeenschappelijk priesterschap’ genoemd of het doopselpriesterschap. Als gedoopten vormen wij samen het ‘lichaam van Christus’. Dat is een vergelijking die Paulus maakt in 1 Korintiërs 12. Samen zijn wij het lichaam en Christus is het hoofd. De zending van de gewijde priester (het ambtelijk priesterschap) is om Christus als hoofd van het lichaam te vertegenwoordigen. De priester ís niet het hoofd, maar hij is de ‘plaatselijke vertegenwoordiger’ van Christus in de plaatselijke gemeenschap. Hij is een ‘sacrament’ van Christus.


Soms denken we wel eens: ‘moest Jezus nu nog op aarde al weldoende rondgaan, dan zou het niet moeilijk zijn om te geloven dat God er voor ons is’. Wel, God zendt ook nu nog mensen die in zijn plaats woorden spreken van bevrijding of aansporing (homilie), mensen die namens God zieken genezen of opbeuren in het sacrament van de ziekenzalving of die namens God vergeving mogen uitspreken, mensen bezoeken, bemoedigen en verzorgen. En die namens God voorgaan in de gemeenschap van christenen die eucharistie viert. Dat zijn priesters. Uiterlijk doen priesters vaak hetzelfde werk als pastorale werkers, godsdienstleerkrachten, leken die evangeliseren, gevangenen bezoeken of gebedsdiensten leiden. Priesters blijven evenwel nodig om het sacramentele karakter van de kerk te tonen, schrijft kardinaal Danneels in de kerstbrochure ‘Instapkaart voor een nieuw millennium’ op blz. 15.


God komt naar de wereld

De kerk is niet enkel een groep van gelovigen. Het is meer dan een sociologische entiteit. Het is ook het lichaam van Christus. De kerk is het sacrament van Jezus. De aardse Jezus loopt niet meer rond op aarde, maar door zijn Geest leeft en handelt Hij in de kerk.

En dat is typisch aan het christendom: God komt naar ons. “Een tot het christendom bekeerde hindoe getuigt: ‘In een oosterse religie draait alles om de mens die op zoek gaat naar God. Als christen geloof ik dat het allereerst God zelf is die op zoek gaat naar de mens, om dan met die mens naar andere mensen toe te gaan.’

Daar gaat het in het christelijk geloof inderdaad om: ons láten vinden door God die ons tegemoetkomt, opzoekt en roept,” schrijft Marc Steen in zijn boek ‘Abba, Vader’ op blz. 49.

En God komt naar ons in aardse zaken die door de kracht van zijn Geest ‘vergoddelijkt worden’: de Geest kwam over Maria en zij baarde Gods Zoon. De heilige Geest kwam over de apostelen en zo werd met Pinksteren Christus’ kerk geboren, in de eucharistie bidden we dat God zijn Geest zou zenden over brood en wijn opdat ze lichaam en bloed van Christus zouden worden, dat Hij zijn Geest zou zenden over ons, de gelovigen, opdat wij het lichaam van Christus zouden zijn. Bij de wijding wordt vaak tot de Geest gebeden opdat die de wijdeling zou heiligen. Want zonder de heilige Geest is hij maar een zondig mens, en (jammer genoeg) gaat die oude natuur niet verloren: de priester blijft (gelukkig genoeg) mens, maar door Gods onbegrijpelijke creativiteit wordt hij tevens een weg voor God om tussen de mensen te komen. Onze God is blijkbaar niet vies van het menselijke en zondige om zijn volk te kunnen leiden en hoeden, om de schepping te redden en tot volmaaktheid te brengen.


Bidden voor roepingen

Het is voor ons allemaal een uitnodiging om vaak en veel te bidden voor heilige priesters en voor priesterroepingen. In een wereld waarin de mensen echt op zoek zijn naar geluk en waarin de mensen niet gewoon zijn om Gods stem te herkennen, hebben wij heilige priesters nodig die Gods stem krachtig en duidelijk kunnen laten klinken zodat alle mensen het diepe geluk bij God kunnen ontdekken. Bovendien moeten wij ook bidden dat Gods roepstem gehoord wordt door jongemannen. Dat ik Gods stem heb kunnen horen én dat ik er met vreugde ja op heb kunnen zeggen, is enerzijds te wijten aan dat gebed van zovelen en anderzijds is het te wijten aan het milieu waarin ik heb kunnen opgroeien. Zowel in mijn gezin als in de Maria-Kefasgemeenschap zag ik het voorbeeld van biddende mensen die gelukkig waren door Gods verlangen te doen.

Dat er in de laatste jaren bijvoorbeeld zoveel jonge mannen intreden bij de redemptoristen in Oekraïne, staat wellicht niet los  van het jarenlange stille gebed van de grootmoeders in de oude Sovjet-Unie.


Vissers van mensen

voor een nieuwe tijd

God, onze Vader,

Gij hebt uw Zoon gezonden

om rond te gaan al weldoende,

om zieken te genezen,

om op te beuren en te troosten,

om ons van U te spreken.

En toen Hij dat alles had volbracht

is Hij naar U teruggekeerd.

Wie zal nu spreken in zijn plaats?

Wie zal zijn mond zijn en zijn lippen,

zijn handen en zijn voeten?

Daarvoor zijn nieuwe mensen nodig.

Zend nu uw heilige Geest

over uw Kerk,

zoals Gij eertijds hebt gedaan over Maria.

En wie vandaag uit haar geboren wordt

zal zeggen zoals Jezus:

“Hier ben ik, Vader, om uw Wil te doen.”

Heb medelijden met uw wereld.

Want ook in dit jubeljaar 2000

dwalen wij rond als schapen zonder herder.

Vader, wij smeken U,

hou toch niet op met roepen!

Amen.

Godfried kard. Danneels


EINDE VAN DIT ARTIKEL  

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP      


Priesterwijding

Willy Verschaetse C.ss.R.

Begenadigd

gaat  een gouden poort

in jou wijd open

op een stralend licht

dat vraagt

naar 't raken

van de Heer

bij 't waaien van de Geest.


Ook offervuur

door Christus dan ontstoken

laait eucharistie

zoals het voor de twaalf

die laatste avond is geweest.


Tu es sacerdos!…

Een ander Christus.

Zijn ingeprente stappen

zijn jouw sporen.

Je handen zegenen

vanuit zijn handen.

In jouw woorden

zal men Jezus' boodschap horen.


Die gouden poort

gaat biddend dicht.

Bewaar nu elke dag

die bovenaardse rijkdom

in dat enig licht.


EINDE VAN DIT ARTIKEL  

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP      


EEN RIJK GEZIN IN DE KERK

Door Eddie Ogan

vertaling Dieter Ghijs

Een arm gezin

Pasen 1946 zal ik me steeds blijven herinneren. Ik was 14, mijn kleine zus Simonne was 12 en mijn oudere zus Anny was 16. We leefden thuis met ons moeder, we wisten alle vier wat het betekende om met weinig rond te komen. Vader was 5 jaar terug overleden. Hij liet moeder achter met 7 schoolgaande kinderen en… geen geld.


Enthousiast sparen voor de armen

In 1946 waren mijn oudere zussen reeds gehuwd en mijn broers waren het huis uit. Een maand voor Pasen kondigde de pastoor in de kerk een paasomhaling aan om een arme familie in de parochie te helpen. Hij riep iedereen op om nu reeds te beginnen sparen en offertjes te brengen.


Thuis praatten we over wat wij konden doen. We beslisten om 25 kilo aardappelen te kopen om er een maand van te leven. Zo konden we 600 fr. sparen op onze aankopen bij de kruidenier. Toen dachten we dat als we de lichten zoveel mogelijk uit lieten en we niet naar de radio luisterden, we op onze maandelijkse rekening zouden kunnen besparen. Anny ging zoveel mogelijk gaan poetsen, en wij beiden gingen bij iedereen gaan babysitten. Voor 6 fr. konden we repen katoen kopen om telkens drie bloempothouders te maken, die we voor 30 fr.  verkochten. We spaarden 600 fr. met de bloempothouders. Deze maand was een van de beste uit ons leven.


Elke dag telden we het gespaarde geld. 's avonds zaten we gezellig in het donker te praten hoe blij de arme familie zou zijn met het geld van de omhaling die de parochie hen zou geven. Iedere zondag herinnerde de pastoor er aan verder te sparen voor de omhaling.  De dag voor Pasen, gingen Simonne en ik naar de winkel om ons geld te wisselen in 4 briefjes van 500 fr.  en één briefje van 100 fr.


We liepen vlug terug naar huis om het moeder en Anny te tonen. We hadden nooit zoveel geld gehad.


Die nacht waren we zo opgewonden dat we de slaap niet konden vatten. Het gaf niet dat we geen nieuwe kleren hadden voor Pasen, we hadden 2100 fr. gespaard voor de omhaling.


De anticlimax

We konden niet vlug genoeg in de kerk zijn. Zondagmorgen regende het pijpenstelen. We hadden geen paraplu en de kerk lag 1 km van ons huis; dat we kletsnat in de kerk kwamen scheen ons niet te deren. We zaten fier in de kerk. Ik hoorde enkele tieners lachen met de meisjes Martens. Ik keek naar hun nieuwe kleren, en voelde me rijk.


We zaten op de tweede rij tijdens de omhaling, moeder gaf 600 fr. en elk van de kinderen gaf  500 fr..


Na de mis gingen we al zingend naar huis terug. Voor het middagmaal had moeder een verrassing voor ons.  Ze had eieren gekocht: zo aten we onze gekookte paaseieren met gebakken aardappelen.

Later in de namiddag kwam de pastoor langs.  Moeder ging opendoen en ze kwam terug met een enveloppe in haar hand. We vroegen wat er in zat, maar ze zei geen woord. Ze opende de enveloppe haalde een pak geld te voorschijn. Vier briefjes van 500 fr., een briefje van 100 fr. en twintig briefjes van 20 fr.


Moeder stak het geld terug weg. We spraken geen woord. We staarden naar de grond.  Daarnet voelden ons nog miljonairs  en nu voelden we ons arme sukkelaars.  Wij voelden ons als kinderen zo gelukkig, dat we het jammer vonden voor andere kinderen dat ze zo geen ouders hadden als onze pa zaliger en ons ma en een huis vol met broers en zussen en andere kinderen die op bezoek kwamen. Wij vonden het leuk ons bestek te delen en te zien of we deze keer een vork of een lepel zouden hebben. Ik wist dat we het niet zo breed hadden als andere mensen, maar nooit had ik gedacht dat we arm waren.


Deze paasdag kwam ik er achter dat we dus arm waren.  De pastoor bracht naar ons het geld voor het arme gezin, we moesten dus wel arm zijn. Maar ik hield er niet van om arm te zijn.  Ik bekeek mijn jurk, mijn versleten schoenen en voelde me beschaamd.  Ik wou zelfs niet meer naar de kerk gaan. Iedereen zou daar reeds weten dat we arm waren.


We zaten een lange tijd in stilte. Toen het donker werd gingen we naar bed. De volgende week gingen we naar school, kwamen terug en vertelden geen woord. Tot op zaterdag moeder ons vroeg wat we met het geld wilden doen. Wat doen arme mensen met geld? We wisten het niet. We wisten zelfs niet dat we arm waren. We wilden niet naar de kerk die zondag.  Maar we moesten van moeder. Hoewel het mooi weer was, kwam er geen woord uit onze mond, op weg naar de kerk.

Een droom van een oplossing

In de kerk kwam een missionaris spreken. Hij vertelde dat kerken in Afrika gebouwd werden met in de zon gedroogde stenen, maar dat ze geld nodig hadden om daken te kopen. Hij zei dat  er 3000 fr. nodig was voor een dak op een kerk. De pastoor vroeg of we deze mensen konden helpen. We keken naar elkaar en voor de eerste keer deze week lachten we naar elkaar. Moeder nam haar handtas en nam de enveloppe. Ze gaf hem door aan Darlene. Darlene gaf het aan mij en ik gaf het door aan Simonne die het in de schaal legde.  Toen de collecte geteld was, zei de pastoor dat die iets meer dan 3000 fr. bedroeg. De missionaris was diep geraakt. Zoveel geld had hij van zo'n kleine parochie niet verwacht.  Hij zei: "Jullie moeten enkele rijke mensen hebben in de kerk."

Plotseling drong het tot ons door. Wij hadden 2500 fr. van de iets meer dan 3000 fr. gegeven.

Wij waren het rijke gezin in de kerk! Had de missionaris dit niet gezegd? Vanaf deze dag heb ik me nooit meer arm gevoeld. Ik zal nooit vergeten hoe rijk ik ben, omdat ik Jezus heb!


EINDE VAN DIT ARTIKEL  

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP      



HET GELOOF BRENGT HOOP

door Mathias Dellaert

Mathias zit in het 6de leerjaar en is onze voorlopig jongste redacteur.  Het evangeliseren zit hem zowat in het bloed en het bloed kruipt waar het niet gaan kan.  Er kan natuurlijk wat aan geschaafd worden maar we willen dit stukje toch graag publiceren.

God maakte ons verantwoordelijk

De mensen zeggen alsmaar: “Wanneer gaat God eens iets doen om de wereld te veranderen?”  Veel mensen laten dan de hoop vallen omdat er geen mirakel komt.  In de krant of op het teeveenieuws schrijven of tonen ze (bijna) alleen slechte dingen.  Als mensen dat dan lezen, zien of horen, raken ze de hoop kwijt.  Ze zeggen dan zelfs: “God, trek er uw eigen plan mee.  Gij hebt de wereld geschapen.  Als Je ons het werk laat doen, foert dan!  Wij zijn slim hoor, wij kappen ermee”.  Maar God heeft gezegd dat de mensen de heersers van de aarde zijn.  God sprak: “Laat ons de mensen maken als beeld van ons, op ons gelijkend.  Zij zullen heersen over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde dieren, over de kruipende dieren op het land.”  De mensen denken alleen aan oorlog, geweld, natuurrampen… dan is er geen hoop meer.  Maar veel levens zijn gered door God.  Nu ja, de dokters hebben vele levens gered, maar wie heeft de dokters geschapen?

Vertrouwen op God geeft kracht


De Heer heeft vele malen spijt gekregen dat Hij de mens heeft gemaakt; denk maar eens aan Noach (Gen. 6,1-7,12).  God wil dan opnieuw beginnen en sluit een verbond met de mensen.  Hij heeft vele malen een verbond gesloten.  Zoals met Abraham.  God zei: “Mijn verbond tussen jou en Mij en je nakomelingen zal altijd blijven bestaan; het is een eeuwig verbond voor alle mensen en alle tijden”.

Ook durven we niet meer geloven omdat, wie de hoop al verloren zijn, ons zullen uitlachen  De onderzoekers willen iets vinden om te zeggen dat het geloof niet bestaat.  Maar daar zijn ze nog niet in gelukt.  Hetzelfde vroegen ze zich af in de woestijn met Mozes: “Is de Heer in ons midden of is Hij er nu niet?”  En zo ging het ook bij de ballingschap.

Nu was er een jongen die vertrouwen had in God: David.  Een vergelijking: de duivel lijkt net op Goliath, de mensen lijken de bange soldaten en de profeten gelijken op David.  David overwon Goliath en overtuigde de soldaten dat ze gewonnen hadden.  De profeten overwinnen van de duivel en overtuigen de mensen.


God is ook jou nabij!

Iedereen kan God vertrouwen.  Maar in de toekomst zal het geloof zich vermeerderen.  Zoals Jesaja zei: “De boom van de familie van David zal geveld worden, maar uit de overgebleven stronk zal een jonge vruchtbare scheut opschieten”.  Die scheut groeit nog, maar ze heeft water nodig.  Vele mensen geloven in God, maar ze tonen het niet.  Moest iedereen geloven als Daniël of de drie mannen in de vuuroven, Azarja, Misaël, Chananja, dan zou God gelukkig zijn.  Deze drie wilden niet knielen voor de goden van Babylonië.  De koning dreigde ermee hen in de vuuroven te smijten.  Ze zeiden: “De enige die ons redden kan is God.  Alleen Hem vereren wij”.  Jesaja zei het ook: “Hou moed, wees niet bang!”  (Jes. 35,46)  Wij hebben hulp nodig van God.  Denk aan de barmhartige Samaritaan.  Als we geen hoop meer hebben moeten we maar denken aan het verloren geldstuk of het verloren schaap.  Of denk aan Paulus die plots veel waarde hechtte aan het geloof.  Denk maar aan Ezekiël: die de mensen hoop bracht en aan al de andere profeten.  Eén punt blijft: God blijft bij ons, altijd !

Mathias



EINDE VAN DIT ARTIKEL

EINDE VAN DIT NUMMER  2000_3     

   TERUG NAAR INHOUD          TERUG NAAR TOP