GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD

GELOOF EN LEVEN  Jg 106 nr 1 (januari - februari - maart  2002)

TERUG NAAR INHOUD



Waarom valt Kerstmis op 25 december? naar “Terre Sainte”

Paus Jo-Pls II over de Islam als godsdienst

De eerste missievlucht naar Kongo  (10) door: Jozef Boon CssR

Het huis van Maria te Efese (1)? (bvv)

Een zekere weg naar het geluk (h. Alfonsus)

Katech. v.d. Kath. Kerk (19) De mysteries van het leven van Christus (resumé  : bvv)

Qumran (3) Geschiedenis van de Qumrangemeenschap  (Ben Van Vossel cssr)

Paulus (17) Donkere wolken boven Jeruzalem  ( bvv)

De Decaloog  1 Bovenal bemin één God  (4) Bestaat God?   (bvv)

Er achter staan (Björndal)

Spirituele tocht (4)  Het begin van de dag (bvv)

Jaar van de vrijwilliger  2002 -

Gebed van de vrijwilliger.  (bisschoppen van België)

Geborgen in Gods Liefde (Br. Ignatius - André Bauwens)

Redemptoristen in het Midden-Oosten

Gerardus (17)

BOEKENNIEUWS (UNDERHILL, Evelyn -,  Praktische mystiek voor nuchtere mensen  / GRÜN, Anselm -, God ervaren.  / DRIESSEN, Iny -,  De wijn raakt op.  Leven in en met de Kerk.  / STAES, Karel -, Bidden ontvouwt zich in het leven.  / FAGAN, Brian M.- , e.a., De zeventig beroemdste mysteries van de Oudheid.   / GRÜN, Anselm -, Goed met jezelf omgaan.   / BELDARRAIN, Eusebio e.a., Bidden op bijbelse bodem)


 TERUG NAAR INHOUD    


 

  WAAROM KERSTMIS OP 25 DECEMBER?

naar een bericht in “Terre Sainte” 1999 nov./déc.

Ja, waarom vieren we Jezus geboorte nu precies op 25 december.  Tot hiertoe meende men dat dit een manier was om de Romeinse Saturnaliën te verchristelijken.  Deze feesten (Saturnus) vierden de hergeboorte van de “zon, altijd overwinnaar”.  Dit kwam de christenen goed uit om Chritus te vieren als het “Licht van de wereld”.     Een paar jaar geleden echter publiceerde Shermanyahu Talmon, een Israëlische geleerde, een studie over de kalender van de Joodse secte van Qumran.  Tussen de geschriften van die secte trof hij ook de kalender aan van de diensten in de Tempel die de priesters volgens een beurtrol verzorgden.  De familie van Abias, waartoe de priester Zacharias behoorde, de vader van Johannes de Doper (Lucas 1,5 en v.8), was twee keer per jaar van dienst: van de 8ste tot de 14de van de derde maand en van de 24ste tot de 30ste van de achtste (joodse) maand.  Deze laatste datum viel op het einde van september.  Vanuit dit gegeven willen we dan even verder redeneren.  Om te beginnen stellen we vast dat het heel logisch overkomt wanneer de byzantijnse (christelijke) kalender het feest van de ontvangenis van Johannes de Doper vierde op 23 september.  Dat is dan negen maand voor zijn geboorte op 24 juni.  Als Elisabeth, zijn moeder, bij de aankondiging van Jezus geboorte (zie Lucas 1,26 met de Boodschap aan Maria), in haar zesde maand was, dan valt deze datum goed samen met het liturgisch feest van 25 maart (Maria Boodschap), 3 maand voor de geboorte van Johannes (24 juni) en negen maand voor...  25 december.  Op deze manier gaf men aan de keuze van 25 december om Kerstmis te vieren een bepaalde histosche basis.


EINDE ARTIKEL

 TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER      


DE PAUS OVER DE ISLAM ALS GODSDIENST


Ik weet niet of het boek “Entrez dans l’Espérance”, uitg. Plon/Mame, ook in het Nederlands werd uitgegeven.  Het bevat uitspraken van paus Joannes-Paulus II die tot stand kwamen langsheen interviews met Vittorio Messori (‘Varcare la soglia della speranza’).  Een zeer uiteenlopende reeks onderwerpen over gebed, het Godsbestaan, ‘waarom moest Jezus zich offeren?’, ‘waarom zoveel kwaad?’.  Vervolgens komen enkele godsdiensten aan bod.  Daarna gaat het over de jongeren, de kerk en de kerken, de morele achteruitgang, leven over de dood heen, de Mariadevotie….  Uit heel dit aanbod halen we even het stukje naar voor over de Islam.  Het is een groot verlangen van deze paus dat de verschillende godsdiensten onderlinge contacten zouden hebben, vooral de monotheïstische godsdiensten; daarvan is de Islam niet uitgesloten.  Dit komt naar voor in dit stukje, maar anderzijds wordt ook de waarheid niet te kort gedaan (blz. 149-154). Nar aanleiding van het gebeuren van 11 september in de V.S. Nodigde de paus trouwens opnieuw de leiders van de wereldgodsdiensten uit naar Assisi.


De paus begint met de conciliaire verklaring: “Met waardering beziet de Kerk de Moslims, die de ene God aanbidden, de levende en uit zichzelf bestaande, de barmhartige en almachtige, de schepper van hemel en aarde”. De paus vertelt een anekdote van een bezoek aan de mooie fresco’s van Fra Angelico in het St.-Marcusklooster te Florence waar een toevallige bezoeker op het einde aanmerkte: “Toch bereikt dit niet de schoonheid van ons moslim-monotheïsme”.  Dit gaf aan de paus een voorsmaak van de problemen van een dialoog die men sedert het concilie systematisch tracht te ontwikkelen.


Wie zelf goed het Oud en Nieuw Testament kent, zal duidelijk het reducerend proces onderkennen waarvan de goddelijke openbaring in de Koran het voorwerp is.  Men wordt er getroffen door het onbegrip dat zich daar manifesteert omtrent wat God over Zichzelf gezegd heeft, eerst in het Oud testament door de profeten, vervolgens op definitieve wijze in het Nieuw Testament door zijn Zoon.  Heel deze rijkdom van de Zelfopenbaring van God, die het patrimonium uitmaakt van het Oud en Nieuw Testament, wordt inderdaad opzij gelaten in de Islam.

In de Islam wordt God met de allermooiste namen uit de menselijke taal genoemd,  maar per slot van rekening is het een God die vreemd blijft aan de wereld.  Een God die enkel ‘Majesteit’ is en nooit ‘Emmanuel’, “God-met-ons”.  Het is geen verlossingsgodsdienst.  Hij biedt geen ruimte aan het Kruis en de Verrijzenis.  Jezus wordt er wel vermeld, maar enkel als profeet die de komst voorbereidt van de laatste der profeten, Mohammed.  Ook Maria wordt er vernoemd.  Maar het drama van de Verlossing is er volledig afwezig.  Daarom zijn niet enkel de theologie (leer over God) maar ook de antropologie (leer over de mens) van de Islam ver verwijderd van deze van het christendom.


Vervolgens wijst de paus met bewondering naar de trouw van de moslims aan het gebed; zonder menselijk opzicht begeven ze zich in gebed.  Ze zijn een voorbeeld voor veel christenen die hun mooie kathedralen opzij laten liggen en weinig of zelfs niet meer bidden.

Daarna citeert de paus opnieuw de uitnodiging van het concilie om zich samen, christenen en moslims, in te zetten voor wederzijds begrip en “voor de sociale rechtvaardigheid, de morele waarden, de vrede en de vrijheid voor alle mensen”.

De paus verwijs dat nog naar de gebedsontmoetingen in Assisi en vooral het gebed voor de vrede in Bosnië in 1993.  Zelfs in landen met een moslimmeerderheid (o.m. in Casablanca / Marokko) ben ik steeds goed onthaald, zegt de paus.


Er zijn echter concrete moeilijkheden.  Waar fundamentalistische stromingen de macht in handen krijgen, worden de mensenrechten en het beginsel van de godsdienstvrijheid, helaas, op zeer eenzijdige manier geïnterpreteerd: onder godsdienstvrijheid verstaat men dan de vrijheid om de “ware godsdienst” op te leggen aan alle burgers.  In die landen zijn de levensomstandigheden van de christenen vaak echt dramatisch.  Soortgelijke fundamentalistische  houdingen maken wederzijdse betrekkingen zeer moeilijk.  Toch blijft aan de kant van de Kerk de bereidheid tot dialoog en samenwerking onveranderd.  



EINDE ARTIKEL

 TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER      

EEN ZEKERE WEG NAAR HET GELUK

h. Alfonsus van Liguori

Stichter (1732) van de congregatie van de redemptoristen

“Één akte van volmaakte vereniging met de wil van God volstaat om een heilige te maken...  Kijk naar Paulus: terwijl hij de Kerk gaat vervolgen verlicht Jezus Christus hem en brengt hem tot bekering.  En wat doet Saulus?  Wat zegt hij?  Niets, tenzij zich aanbieden om de wil van God te doen: “Heer, wat wilt U dat ik doe?” (Hand. 9,6).  En God verklaart hem dan tot uitgelezen instrument en apostel van de volkeren: “Deze man is het instrument dat ik Mij heb gekozen om mijn Naam kenbaar te maken bij de heidense naties” ( Hand. 9,15).  Het is inderdaad zo dat wie aan God zijn wil geeft, in feite alles geeft.  Wie aan God zijn goederen geeft door aalmoezen, zijn bloed door geselingen, zijn voedsel door vasten, geeft een deel van wat hij heeft.  Maar wie Hem zijn wil geeft, geeft alles.  Hij zou kunnen zeggen: “Heer, ik ben arm maar ik geef al wat ik kan.   Door U mijn wil te geven heb ik niets anders meer te geven”.  Maar dat is juist het alles dat onze God vraagt: “Mijn zoon, geef me je hart” (Spreuken 23,26).  Mijn zoon, zegt de Heer tot ieder van ons, geef me je hart, dat wil zeggen: jouw wil.  De heilige Augustinus zegt: “Wij kunnen God niets aangenamer aanbieden dan te zeggen: neem bezit van ons”.  Ja, Heer, neem bezit van ons; wij geven U heel onze wil.  Doe ons weten wat Gij van ons verlangt en wij zullen het vervullen. (…).

Door hun eenheid met de wil van God hebben de heiligen op onze aarde vooraf reeds een paradijs gesmaakt.  Op die manier, zegt de heilige Dorothea, hebben de oude Vaders steeds een diepe vrede bewaard in hun hart: door alles uit de handen van God aan te nemen (…).  Wie in voortdurende vereniging leeft met de goddelijke wil, bezit een volledige en aanhoudende vrede: een volledige vreugde, omdat hij alles heeft wat hij wil, zoals we hierboven hebben gezegd; een aanhoudende vreugde, omdat niemand ze kan ontnemen en niemand kan verhinderen dat zou geschieden wat God wil.”

Uit: Eenvormigheid van de wil met God

Vert. uit het Frans


EINDE ARTIKEL

 TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER      

JAAR VAN DE VRIJWILLIGER

De VN riepen 2001 uit tot “Internationaal Jaar van de Vrijwillig(st)ers”.  Dat jaar zit er op.  Maar de ongeveer 1,2 miljoen vrijwilligers die Vlaanderen rijk is, zullen het hopelijk niet laten afweten in 2002.  Asjeblieft niet!  Zonder het vrijwilligerswerk stuikt onze samenleving in elkaar, zitten er duizenden en duizenden medemensen in nood, in donkere eenzaamheid, in uitzichtloze situaties en depressieve wanhoop.  Zonder het vrijwilligerswerk valt ook een heel deel van het evangelisatiewerk weg.  

Vrijwilligerswerk betekent: “Alle niet-verplichte, non-profit, niet echt bezoldigde, niet carrièregerichte activiteiten die personen of groepen ondernemen ten voordele van het welzijn van hun buren, gemeenschap of samenleving”.  Voor mijn part de negende zaligspreking maar in ieder geval ook meetellend in de eindafrekening, het definitieve oordeel over iemand leven.  Van harte dank allemaal, in naam van zovelen die het misschien wel eens vergeten te zeggen...


EINDE ARTIKEL

 TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER      

GEBED VAN DE VRIJWILLIGER

door de bisschoppen van België

Heer Jezus,

U bent in de wereld gekomen.

Niet omdat U moest, maar geheel vrij omdat U van ons hield

en het niet kon laten ons te komen dienen.

Wij danken U om zoveel gratis liefde.

Dank omdat U dezelfde gevoelens van dienstbaarheid

ook in ons hart hebt gestort

door uw woord en uw sacramenten.

Uw Geest is in ons gekomen

en daarom kunnen we het gewoon niet laten

op U te lijken en U na te volgen.

Geef ons uw Geest van blije dienstbaarheid

en de kracht om, ook in donkere uren, het niet op te geven.

Want wij weten dat het ‘meer vreugde meebrengt te geven dan te krijgen’.

U hebt het ons zelf gezegd.

Bewaar in ons die vreugdevolle aandrift om gratis goed te doen

en heel onszelf te geven.

Want dat is al de hemel:

daar zullen we niets anders doen dan geven en beminnen

omdat we God zullen zien

die ons gratis en onverdiend heeft liefgehad.

Amen.


EINDE ARTIKEL

EINDE VAN DIT NUMMER  2002_1    

TERUG NAAR INHOUD       NAAR TOP VAN DIT NUMMER