GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD


  TERUG NAAR INHOUD      


GELOOF EN LEVEN  Jg 112 (2008) nr. 3

  

- ZOMERMORGEN IN DE NOORDERKEMPEN  Willy Verschaetse

- CHRISTEN ZIJN: EEN KOSTBARE PAREL   Ben Van Vossel

- ZO HEEL TOEVALLIG Een klein getuigenis  Frans Van den Abbeel redemptorist

- AFSCHEID UIT LEUVEN

- GIJ ZULT MIJN GETUIGEN ZIJN Ook in het ziekenhuis Guido De Mulder, lid van de Gemeenschap Maria-Kefas

- NIEUWE CSSR-FEDERATIE  München/Wenen

- EEN PROTESTANT ONTMOET MARIA EN DE EUCHARISTIE

- MEEGEDEELD

- VDAYS, A-DIEU VOSKENSLAAN  Peter Verbeiren

- REACTIES NA EEN VDAY

- BIDDENDE MOEDERS  Mia Verhamme-Van Thienen

- CREATIONISME  (Geen evolutieleer?)  BRUSSEL (KerkNet/CWN 7/12/2007)

- EEN RELIGIEUZE’ OVERSTE GETUIGT Naar Klemensblätter

- TOEVERTROUWD AAN DE HEER

- ABORTUSAANTALLEN

- GEZONDEN NAAR DE OOSTERSE CHRISTENEN (1)

- BOEKENMAND

- Roman  “MYSTERY IN GHENT ” By Neb Singleberg

   TERUG NAAR TOP        TERUG NAAR INHOUD        

 

CHRISTEN ZIJN: EEN KOSTBARE PAREL   

Ben Van Vossel

  

Een Joodse jongen tussen ‘heidenen’

In een boek waarin Jean Marie Aaron Lustiger, de vroegere kardinaal van Parijs, geïnterviewd wordt, las ik iets wat ons als christenen kan doen nadenken. Lustiger was een Joodse jongen (zijn vader was een naar Frankrijk uitgeweken Poolse Jood, zijn moeder, ook een Jodin leefde al langer in het land). Van huis uit was hij niet al te godsdienstig opgevoed. Zijn moeder was gelovig en bad tot God, zijn vader was zeer kritisch. Toch was Jean-Marie blijkbaar opgegroeid met het bewustzijn een Jood te zijn. Er leefde in hem een gevoel van minderwaardigheid wanneer hij zich op het lyceum vergeleek met zijn klasgenoten. Die minderwaardigheid ervaarde hij aan het feit dat er een bedreiging was van vervolging ten aanzien van hem, een Joods kind, zoon van Poolse inwijkelingen. Maar tegelijk bezielde hem het bewustzijn deel te hebben aan “een patrimonium, een erfgoed, een geschiedenis, en dan ook een verantwoordelijkheid: Denk eraan, je bent Jood”. Vanuit die ‘herinnering’ droeg hij in zich de innerlijke overtuiging dat hij zich als Jood ook anders te gedragen had, de diepe wetenschap dat hij - als Jood - niet zomaar kon leven als de goïm, de niet-joden of heidenen rondom zich. Maar hoe zag hij dan dat ‘anders zijn’ en dat ‘anders leven’?   

Een Joodse jongen die consequent wilde zijn

“Ik wist wat het merkteken van het Verbond, de besnijdenis, betekende: gij zult niet liegen, gij zult niet verkeerd handelen, gij zult goed handelen; doe niet zoals de ‘heidenen’”. Inderdaad, niet doen zoals de ‘goïm’, de heidenen in wiens midden gij leeft! Het verschil met de goïm werd voor hem een eis. De ‘herinnering’ (‘denk eraan: je bent Jood’) deed bij hem immers de ‘plicht’ ontstaan: iets dat moest gedaan worden en hoe hij moest leven.  Hij getuigt: “Vanaf mijn kindertijd heb ik geweten, daar ik dus niet was ‘als de anderen’, dat de mening ‘van de anderen’ niet volstond om te bepalen wat goed was of in staat was mijn gedrag te wettigen. Ik heb geleerd wat de trouw is, zelfs als hij moet betaald worden met de bittere prijs van de eenzaamheid en de uitsluiting”.

  

Jonge christenen uitgezaaid in een heidense omgeving

Later werd deze Joodse jongen christen, priester, studentenpastor aan de Sorbonne ook tijdens de woelige studentenrevolte en tenslotte zou hij kardinaal van Parijs worden. Wat hij hier getuigt over zijn eigen tienertijd, mag ons eens even doen nadenken over wat een katholiek christen beleeft in onze huidige samenleving. Christelijke jongeren bijvoorbeeld voelen zich in het school- en studentenmidden volledig alleen staan als christen, ook op de meeste zogenaamd katholieke instellingen. Maar zijn zij zich ervan bewust in zich een verborgen schat te dragen, zoals deze Joodse tiener zich bewust was iets kostbaars meegekregen te hebben? Zijn die christelijke tieners zich nog bewust van de gelovige traditie waarin zijn staan? Of zouden zij van hun ouders en opvoeders nog minder hebben meegekregen dan deze Joodse jongen vanwege zijn niet eens zo diepgelovige ouders? Weten onze jongeren hoe aan de basis van onze Westerse beschaving niet enkel het Griekse denken en de Romeinse wetgeving staan, maar vooral ook de Christelijke waarden? Weten zij dat zij door Doop en Vormsel op een bijzondere manier apart zijn gezet door God maar tegelijkertijd ook gezonden zijn om Jezus’ weg te beleven en er zelfs van te getuigen? Voelen zij aan dat respect voor de ander, respect voor Gods schepping, respect voor zichzelf zijn basis heeft in het feit dat God aan de oorsprong staat van alles.

Wie heeft hun dat (niet) verteld? Hoe komt het dat zij er zo weinig van afweten?

‘Het antwoord, mijn vriend, zijn woorden in de wind…’  

Of kent u, lezer, toch een zinnig antwoord?  

En wij?

Ik had het hierboven over jonge mensen. Maar eigenlijk heeft ieder van ons (wij leven toch allen in dezelfde verheidenste samenleving) een (christelijk) standpunt in te nemen daar waar hij/zij leeft; eigenlijk weet ieder van ons dat hij/zij zich niet moet gedragen naar wat de media zeggen en waar de zelfingenomen tv-avond-entertainers ons dagelijks mee om te oren slaan, debaters die over alles en nog wat menen hun zeg te kunnen doen met een zelf aangemeten autoriteit. … Wij hebben óns geweten. En ook wij hebben weet van de 10 geboden, zoals die kleine Jood. Wij hebben de leer van de kerk… En of een rakker als Hugo Claus – God hebbe zijn ziel - het nu zus of zo aangepakt heeft, dat hoeft ons allerminst te impressioneren; integendeel, het toont ons enkel de verwording van een bepaald milieu en is in die zin een uitnodiging om sterker dan te voren naar het licht toe te leven. Voelen wij ons verantwoordelijk om die diepe lichtbron in ons hart ook naar buiten toe te laten uitstralen? Geven wij – in alle eenvoud en op de goede manier – iets door van wat Jezus is komen leren en van wat de christelijke geest – stilaan meer uitgezuiverd, stilaan meer aangepast aan de huidige tijd – in onszelf en de samenleving heeft bewerkt?

Hoe laat ik mij vandaag bezielen door die christelijke geest? Hoe geef ik vandaag iets door van die christelijke geest, in mijn eigen omgeving, of aan de jonge mensen die ik ontmoet en die ik eventueel begeleiden mag?


Denk eraan: je bent christen!

En denk misschien ook eens aan dit woord van Jezus tot zijn vrienden: “Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt” (Joh.15,16)

  EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP        TERUG NAAR INHOUD     





GIJ ZULT MIJN GETUIGEN ZIJN... Ook in het ziekenhuis

Guido De Mulder, lid van de Gemeenschap Maria-Kefas

Zondag 10 februari 2008 zat ik in een  wachtzaal van het universitair ziekenhuis van Leuven nog wat te lezen. Het was rond 22 u. toen er nog een jonge man binnenkam met het dagblad “De Morgen” onder zijn arm. Na een kwartiertje sprak hij me aan, en we hebben dan wat gepraat over koetjes en kalfjes. Nu ja, hij had een zwaar accident gehad en was waarschijnlijk zijn verdere leven invalide, o.m. aan een van zijn armen. Hij was 18 jaar en afkomstig uit Genk.

Plots vroeg hij me wat ik dacht over de evolutieleer.  Ik krapte eens in mijn haar, volgens hem en volgens de evolutieleer zijn we stilletjes aan tot mens geëvolueerd, gelijk een  dier tot een bepaalde andere soort behoort. Mijn idee daaromtrent is (maar dat vraagt u me misschien niet) dat de evolutieleer geen afbreuk doet aan het verhaal van het boek Genesis en omgekeerd, ze spreken mekaar niet tegen. Het een beweegt zich op het vlak van de wetenschap, het ander brengt op de eerste plaats een godsdienstige boodschap en deze wou ik hem ook meegeven.

Ik heb hem dan verhaald over Gods machtige daden, over God als Schepper van al wat bestaat, dus ook de mens en over God als liefhebbende Vader, die van ons houdt en over de zin van ons bestaan en over het echte leven na ons aards bestaan. ‘Ja, zegt hij, als je zo’ n zwaar ongeval hebt meegemaakt, begin je toch meer na te denken en gelijk u dat beziet is het eigenlijk tof! Ik heb wel een bijbel,  maar ik lees er niet in’.

Ik heb hem aangeraden nu en dan toch eens een stukje intens te lezen, bv. Genesis of Lucas en al eens te bidden tot die liefhebbende Vader… Hij bleef maar luisteren en ik heb hem verder verteld over de Vader, de Zoon als redder en de H. Geest als Helper en Heiligmaker en dat ze samen één God zijn en toch 3 Personen en dat ons de eeuwige vreugde te wachten staat. Toen hij nog vol aandacht luisterde heb ik hem gezegd dat ik speciaal voor hem zou bidden, meer nog, dat een hele gemeenschap voor hem zou bidden.

‘Wat is dat die gemeenschap?’ Ik heb hem dat zowat uitgelegd, onze doelstellingen enzovoort. Ondertussen was het 24 u. geworden. ‘Ik moet naar mijn kamer’, zei hij. Hij keek me dankbaar aan en wenste me nog een goeie nacht.

Maandagnamiddag toen ik naar huis mocht (ze hebben me wat opgekalefaterd) heb ik hem nog even gezien; hij had bezoek en stak zijn goede arm naar omhoog vanuit zijn kamer ten teken van afscheid. Laat God zijn werk maar doen! En laten wij voor deze jongeman bidden.

  EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP        TERUG NAAR INHOUD     

  

EEN PROTESTANT ONTMOET MARIA EN DE EUCHARISTIE

Ik las onlangs het verhaal van een Zwitserse jongeman uit een strenge Protestantse Kerkgemeenschap (hij was als wetenschappelijk medewerker werkzaam aan de Universiteit van Sankt Gallen).  Zijn ouders waren zeer gelovig (elke zondag tweemaal naar de kerk) maar hijzelf koos pas in 1994 radicaal om Jezus in zijn leven binnen te laten: Jezus mocht over zijn leven beschikken en hij zag Jezus ook als Redder in alle nood. Hij voelde zich dan eveneens geroepen om anderen tot Jezus te brengen (en tot het protestantse geloof). Hij bekwaamde zich in het aanvoeren van argumenten tegen het katholicisme; zelfs het overlijden van paus Johannes Paulus II in 2005 riep bij hem sterke gevoelens van weerstand op.

  

Eerste schermutselingen

Wanneer hij aan de universiteit in Sank Gallen een Oostenrijkse studente leert kennen, voelt hij zich dan ook geroepen om haar te redden van haar (sterke) katholieke geloofsovertuiging. Hij wil haar uit die dwaalweg bevrijden en haar helpen om op de juiste manier in Jezus te geloven. Hij staat echter perplex wanneer zij (een katholiek!) hem op een keer zegt: “Ik ken Jezus Christus en ik beschouw Hem niet alleen als mijn Heiland, Verlosser en Zaligmaker, maar ook als het hoogst denkbare goed!”

Naar aanleiding van een door de universitaire gebeds- en gespreksgroep georganiseerde thema-avond trekt hij opnieuw ten aanval; evenwel, nadat op een gegeven ogenblik over het thema Eucharistie en Avondmaal gesproken werd en als gevolg daarvan ook over het katholicisme en protestantisme, zei zijn vriendin plotseling, dat gebeurtenissen zoals onder andere de vele verschijningen van de heilige Maagd op aarde – vooral gedurende de tweede helft van de 20ste  eeuw en tot op vandaag - en met name de al sinds 1981 in Medjugorje plaatsvindende verschijningen -  wellicht toch meer in het voordeel spraken van het Katholicisme en in ieder geval onzekerheid opriepen ten opzichte van de Protestantse richting. Zijn reactie liet niet op zich wachten: “Mariaverschijningen…. dat is allemaal flauwekul.” Zij reageerde met grote rust en gelatenheid. Het was alsof ze een innerlijke zekerheid had dat er een tijd zou komen dat hij anders zou praten.   

Confrontatie

Er ontstond in hem inderdaad de idee dat hij eens een kijkje moest gaan nemen in Medjugorje. Toen hij tegenover een andere vriendin, die net zoals hij als wetenschappelijk medewerker verbonden was aan de universiteit van Sankt Gallen, ook wat neerhalend deed over “die Mariaverschijningen”, reageerde ook zij gelaten en antwoordde met een stralende glimlach: “Tiens, dat is nu juist waar ik in Augustus naar toe zal gaan, want ik ga daar deelnemen aan de jongerengebedsweek. Heb je soms zin om mee te gaan?” Er waren enkele moeilijkheden maar op 30 juli 2006 reisde hij met een Zwitserse jongerenbedevaart naar Medjugorje.

Daar in Medjugorje ervaarde hij als protestant negatieve zaken, zoals de winkeltjes en het – in zijn ogen - onbijbelse telkens maar herhalen van het Weesgegroet. Maar het positieve kreeg de bovenhand.   

Eucharistie

“En dat gold met name voor de viering van de Heilige Eucharistie en hoe bij heel veel mensen de gezichtsuitdrukking veranderde tijdens het ontvangen daarvan, wat in mij natuurlijk een zekere jaloezie deed ontbranden, omdat ik als niet Katholiek zijnde de communie – dat spreekt voor zichzelf - natuurlijk niet kon en mocht ontvangen. Ja zelfs bij degenen, die van te voren nauwelijks door het gebeuren geraakt schenen te zijn, trad plotseling een grote verandering op. Sterker nog, men kon gewoon aan hen zien dat het bewuste moment een hele bijzondere betekenis voor hen had. Toen ik bijvoorbeeld tijdens een van de volgende dagen, gedurende het zingen van het ‘Agnus Dei’ de priester van bij het altaar zag komen, om de communie uit te gaan delen, kwam plotseling en met grote helderheid de gedachte bij mij op, dat dit alles DE WAARHEID IS. Maar  toen de Mis eenmaal ten einde was, namen toch weer negatieve gevoelens van weleer bezit van mij…. ook omdat toch de indruk had hoe er op handige wijze op de emoties werd ingespeeld. En zo werd ik gedurende de zeven dagen dat ik in Medjugorje  heb doorgebracht, steeds weer tussen zowel positieve als  negatieve gevoelens heen en weer geslingerd. Echter wanneer ik op een gegeven moment gewoon niet kon laten, weer eens een blik naar de hemel te richten en moest stellen dat er steeds weer opnieuw sprake was van de meest ongelooflijke en ook gevarieerde lichtverschijnselen en wolkenformaties, - zoiets overweldigends heb ik nooit eerder gezien - dan bewerkte dat in mij toch de gedachte en het gevoel dat God in Medjugorje werkelijk aan het werk is, en dat het ensceneringstalent van de Katholieke kerk gewoon niet in staat is, om daaromtrent ook maar de geringste rol van betekenis te vervullen. En wat het vieren van de Eucharistie betreft: het feest rondom het Avondmaal, zoals wij Protestanten de Eucharistie noemen, heeft in de Katholieke Kerk toch geheel een andere betekenis dan in de Protestantse kerk; zodat het geloof dat Jezus na het uitspreken door de priester van de Eucharistische woorden, werkelijk met lichaam en ziel in de gemeenschap van de gelovigen binnentreedt, gewoon iets wonderbaarlijks is. Ook gezien het feit, omdat er binnen de Protestantse geloofsbeleving slechts van een symbolische gebeurtenis sprake is, dat de eventuele resten van het avondmaalbrood na de eredienst gewoon worden weggegooid (ook geseculariseerde priesters kieperen overtollige hosties weer terug bij de hoop)…”   

Eucharistische aanbidding

“Wat naast de H. Mis verder grote indruk op  mij gemaakt heeft, is de driemaal per week gehouden ‘Eucharistische aanbidding’.  Nooit eerder  in mijn leven mocht ik  anders en mooier ervaren,  hoezeer de mens in staat is om, ondanks alles wat hem belast, en ondanks zijn drukke bestaan (dag in dag uit is hij van ’s morgens vroeg tot ’s avond laat vrijwel onderbroken bezig), plaats te maken voor het goddelijke, door zich via deze aanbidding volledig op Jezus Christus te concentreren… zozeer zelfs, dat de rillingen mij als het ware over mijn rug liepen. Dat ik dit in Katholiek verband heb mogen meemaken heeft mij achteraf bezien ten zeerste verwonderd, vooral omdat Protestanten steeds weer roepen, dat Jezus bij de Katholieken niet de eerste plaats inneemt, omdat Hij volgens hen Zijn plaats met tal van concurrenten moet delen. Met de zogenaamde heiligen natuurlijk! In en door Medjugorje heb ik echter ingezien en geleerd, dat deze beweringen op geen enkel fundament gebaseerd zijn. Zo werd het tevens mogelijk dat ik door Medjugorje de werkelijkheid van een volledige oriëntatie op Jezus mocht ervaren. Dat was ronduit gezegd voor mij een overweldigende ervaring”.   

Rozenkrans

Na de bedevaart wil onze protestant wat afstand nemen van “Medjugorje”, maar daar kwam weinig van in huis “want al na enkele dagen begon ik uit mijzelf de rozenkrans te bidden, - eerst tijdens mijn dagelijkse treinreizen, maar daarna ook thuis - waardoor deze vorm van gebed plotseling en zonder dat ik het eigenlijk besefte, betekenis voor mij begon te krijgen. En door dat bidden van de rozenkrans en het alsmaar herhalen van het ‘Wees gegroet Maria…’ leek het alsof mij de schellen van de ogen vielen, want plotseling voelde ik gewoon, dat dit gebed uitermate belangrijk is op de weg naar het heil: Jezus! Kortom, wat ik eerder had veroordeeld, erger nog, van de tafel had geveegd als was het een ‘routinegebed’ zonder enige diepgang, gaf mij nu vrede en vreugde. En verder herkende ik erdoor, hoe groot de schoonheid is van het op vaste tijden bidden en dat het alleen daardoor mogelijk is, zich terug te trekken in de eigen individualiteit. Of ook… je schaart je als het ware bij het leger van gelovigen, om zo gezamenlijk Gods liefde in Hem alleen te willen loven en prijzen en  verkondigen. En… je vormt niet meer je eigen gedachten, maar je komt in de reeds bestaande gedachten tot rust, die je dan vrij maakt… ook om zo beter te kunnen luisteren en te ontvangen. En tenslotte vraagt en eist men dan niet meer, maar besteedt men eenvoudigweg tijd, zonder welke voorwaarden dan ook vooraf te stellen.  

  

Maria, de verwijzende

“Wat ik verder met betrekking tot Medjugorje en het Katholieke geloofsleven, eveneens steeds interessanter ben gaan vinden… (omdat protestanten steeds weer opnieuw het rozenkransgebed bekritiseren en afkraken als was het een gebed ten dienste van afgoderij want  volgens hen moet je bidden tot God en niet tot Maria) is dat het hoofdgebed van de rozenkrans: ‘het Wees gegroet Maria’ verbazingwekkend verwant is met de Heilige Schrift…. En zo werd het voor mij (door Medjugorje en het veelvuldig overdenken van de eerste twee hoofdstukken van het evangelie volgens Lucas) mogelijk een levende relatie met Onze Lieve Vrouw op te bouwen. Ik heb  haar eren kennen als een eenvoudige, uiterst bescheiden vrouw, die ver staat van elke wens tot vergoddelijking. Sterker nog, zij wil werkelijk niets anders dan ons naar haar Zoon Jezus leiden. Maar omdat over het algemeen slechts weinig mensen haar zo met liefde vervulde ‘uitnodigingen’ daartoe willen aannemen (volgens de Franse priester René Laurentin heeft zij sinds 1830 wereldwijd in meer dan achttienhonderd plaatsen daarover gesproken) is er steeds veelvuldiger sprake van verschijningen.”   

De plaats van Maria in het christelijk leven

Voordat hij naar Medjugorje ging vond hij de Mariaverering smakeloos en goedkoop en hij beschouwde ze als concurrentie van Jezus, de Enige tot wie we mogen bidden.

“Nu, na Medjugorje beschouw ik deze weerstand tegen Maria als een waarachtig teken van onvolwassenheid in geloof. Vanuit Protestants oogpunt bezien is dit ‘Maria afwijzen’ in haar oorsprong geen kwalijke zaak, want zij komt voort uit liefde voor Jezus. Men is bang dat wanneer men Maria de eer schenkt die haar toekomt, men daardoor Jezus beledigt. Ondanks al deze door de Protestanten aangevoerde argumenten tegen de verering van Maria (en dat niettegenstaande het feit dat in het evangelie volgens Lucas, hoofdstuk 1 vers 48 staat geschreven… 'dat van nu af aan elk geslacht haar zalig zal prijzen, omdat de Heer grote dingen aan haar heeft gedaan'), lijkt mij een werkelijk Christelijk leven zonder passende verhouding tot Maria, nauwelijks meer mogelijk.

Zij was het immers, die God in haar schoot heeft gedragen en Hem ter wereld heeft gebracht, om Hem daarna tot aan het begin van Zijn openbare leven te begeleiden…en dat met alle smart en lijden wat daarmee verbonden was… "Zie, dit kind is bestemd tot de val en opstanding van velen in Israël, tot een teken dat weersproken zal worden, opdat de gezindheid van vele harten openbaar moge worden; en uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord”(Lc. 2, 34-35).  Dat zij, zodra de Heer met Zijn openbare leven begint, op de achtergrond treedt, is vanzelfsprekend en daarom zou alleen dit reeds voor een Protestant voldoende moeten zijn om haar die erkenning te geven die zij verdient, ook omdat een verdere “binding aan het gezin” in absolute zin, niet  te verenigen zou zijn geweest met Zijn van Godswege voor Hem bestemde opdracht, die vanaf de ‘Bruiloft in Kana’ op de hele mensheid is gericht.

Maar daardoor kwam aan haar betekenis voor de heilsgeschiedenis geen einde, want terwijl Hij aan het kruis hangt spreekt Hij tot Johannes zijn geliefde leerling de historische woorden: “Zoon ziedaar uw moeder” ( Joh. 19,27). Dan wordt pas werkelijk duidelijk wat haar rol is… namelijk de moeder worden van alle mensen en de gehele toekomstige Kerk!  Omdat het volstrekt onvoorstelbaar is, dat Jezus op dat moment iets onbelangrijks of ondoordachts zou hebben gezegd, moet dit voor ons het bewijs zijn, dat de rol die Maria binnen de Kerk en ons geloofsleven vervult, absoluut juist en zuiver is; hierover zou men niet moeten discussiëren, laat staan dat hierover conflicten zouden moeten bestaan. Door deze door Jezus aan het kruis gesproken woorden, is het tevens volstrekt op zijn plaats, dat Maria zich na de Hemelvaart van Jezus ( wij weten niet of zij bij dat grootse en onvoorstelbare moment aanwezig was: noch in de evangelies, nog in de Handelingen van de Apostelen wordt daarover gesproken) bij de leerlingen voegde, om de komst van de beloofde Heilige Geest af  te wachten en zo zonder Hem, waarmee ik bedoel Jezus' fysieke aanwezigheid, in de nieuwe tijd binnen te treden. (Hand. 1,14) En daardoor vervult zij dan tussen het moment van de kruisiging en het stichten van de Kerk een sleutelrol, wat voor mij betekent, dat zij werkelijk beschouwd moet worden als de ‘geestelijke moeder’ van de gemeenschap van de leerlingen.

Terugblikkend op hetgeen ik tot nu toe heb gezegd, is het voor  mij dan ook absoluut onmogelijk om aan te nemen, dat een volkomen Christendom kan bestaan, dat Maria om zo te zeggen uitschakelt. Zij is immers de belangrijkste vrouw van heel de wereldgeschiedenis; de vrouw, die de Verlosser baarde, en daarom moet aan haar binnen de Christelijke gemeenschap – ook in de Protestantse gemeenschap - na Christus de belangrijkste plaats  worden toegekend. Kort en bondig…een kerkgemeenschap die niet bereid is haar die plaats te  geven, zal mijn inziens op den duur niet levensvatbaar zijn.”

  EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP        TERUG NAAR INHOUD     


BIDDENDE MOEDERS

Mia Verhamme-Van Thienen

Maandelijks komen wij met een groepje moeders bijeen om te bidden voor onze kinderen. Daarmee sluiten wij ons aan bij Mothers Prayers of Biddende Moeders.

  

Hoe het ontstond en zich verspreidde

Dit initiatief is door twee moeders in het jaar 1995 in Engeland ontstaan en heeft zich razend snel, zonder één of andere vorm van actieve publiciteit, maar door de werking van de H. Geest, over meer dan 80 landen van de wereld verspreid.

Veronica had een boekje “What on earth are we doing to our children?” gelezen rond de problemen en gevaren waaraan onze kinderen in de huidige maatschappij blootgesteld staan. Dit baarde haar grote zorgen, mede met de eigen problemen, waarmee zij in haar gezin geconfronteerd werd. Diezelfde week werd Sandra, haar schoonzus, twee maal tijdens haar slaap gewekt met in haar hart de woorden: “Bid voor je kinderen”. Daarop besloten beide moeders samen een maand lang bij hen thuis voor hun kinderen te bidden. Ze vroegen de Heer hen te leiden in hun gebed en hen duidelijk te maken welke Zijn bedoelingen waren.

Toen Veronica de bijbel opensloeg las ze bij Jeremia 31,16-17:

“Houd nu op met huilen, droog je tranen. Al de moeite voor je kinderen wordt beloond: ze keren terug uit het land van de vijand, dat beloof Ik. Er is hoop voor je kinderen, ze keren terug naar hun eigen land.”

Na deze bemoedigende woorden  besloten beiden zich verder open te stellen voor de leiding van de H. Geest. In de loop van de eerste maand sloten zich nog een paar moeders bij hen aan, daarna nog enkele. Ze splitsten het groepje en zo werd “Mothers Prayers” geboren .

De groepjes worden bewust klein gehouden (twee tot acht) en bestaan alleen uit vrouwen: moeders en grootmoeders, maar alleenstaande vrouwen en (vrouwelijke) kloosterlingen, die zich geroepen voelen om als geestelijke moeder voor iemand te bidden zijn ook welkom.

De gebedsmomenten gaan door bij één van de moeders thuis of in een kapel of kerk. Maar voor vrouwen, die niet zo vertrouwd zijn met de kerk is de huiskamer een veiliger oord. Over heel de wereld worden dezelfde gebeden gebruikt uit het boekje van Mothers Prayers, omdat ze door de H. Geest geïnspireerd zijn. Aangezien “Biddende Moeders” openstaat voor alle moeders, ongeacht hun religie of cultuur zijn lichte afwijkingen of variaties toegestaan. Van over heel de wereld getuigen moeders van gebedsverhoringen, genaden en zegeningen, zowel voor de kinderen en kleinkinderen, als voor de moeders en grootmoeders zelf.

  

Wat heeft men nodig?

1. een kruis, om ons te herinneren aan Jezus: onze verlosser;

2. een kaars, als symbool voor Jezus: het licht van de wereld;

3. een bijbel, die ons verwijst naar het Levende Woord

4. een mandje, dat aan de voet van het kruis geplaatst wordt, om er de namen van de kinderen in te leggen.

5. witte papieren rondjes (schijfjes), ter grootte van een hostie: om de namen van de kinderen op te schrijven.

6. het gebedenboekje van biddende moeders.

7. eventueel een rozenkrans

Ikzelf gebruik ook mijn gewijde en met het H. Chrisma gezalfde icoon van de H. Familie, die ik in de cursus bij P. Ben en Andrea geschreven (=geschilderd) heb.

Hoe verloopt het gebed bij ons thuis?

De moeders worden welkom geheten en gaan zitten rond de tafel. Geheel vrijblijvend worden ze uitgenodigd om te delen rond de genaden, die ze sinds de voorbije bijeenkomst ervaren hebben of om hun zorgen (grote of kleine) en verdriet te delen. Iedere keer worden de moeders eraan herinnerd dat alles wat gedeeld wordt zeer vertrouwelijk is en dat niets daarvan mag doorverteld worden. Maria bewaarde ook alles in haar hart. Telkens herinneren wij er ook aan dat wij elkaar geen (goed bedoelde) raad mogen geven, want wij komen bijeen om te bidden en niet om elkanders problemen op te lossen. Ook na de bijeenkomst mogen we de zorgen niet terug meenemen, want we hebben ze in gebed, aan de voet van het kruis neergelegd. Daar zijn onze kinderen veilig, want Jezus en de Vader weten veel beter dan wij zelf wat goed voor hen is.

Daarna schrijven de moeders de namen van hun kinderen elk afzonderlijk op een wit papieren rondje (te krijgen bij Biddende Moeders). Het witte rondje symboliseert de hostie, de offergave van Jezus. Het gebed van biddende Moeders steunt vooral op overgave: we leggen onze kinderen elk persoonlijk, één voor één in de palmen van Gods hand. Elke moeder wil het beste voor haar kinderen, maar enkel God kent en doorgrondt ieder mens met een oneindige liefde.

Dan nemen we het gebedenboekje van de biddende moeders.

Eerst bidden we om de H. Geest, dat Hij ons zou leiden. We bidden om bescherming, om vergeving, om eenheid. We prijzen God met een loflied, we zingen een lied tot de H. Geest en besluiten met een lied voor onze Moeder Maria. We bidden om verbondenheid met alle groepen van biddende moeders van over heel de wereld. We luisteren naar wat een woord uit de bijbel ons zeggen kan. We danken ook altijd voor de gave van het moederschap. We overwegen het woord van Jezus:

 “Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijn en ik zal u rust geven.” Mat.11,28.

Dan pas is het grote moment aangebroken, waarbij iedere moeder afzonderlijk en persoonlijk voor haar kinderen gaat bidden.

De moeders gaan dan eigenlijk op privé-afspraak bij de Heer. Ze gaan met de namen van hun kinderen in de hand naar het tafeltje, waarop het kruis en het mandje staan. Ze knielen neer aan de voeten van de Heer. Zij leggen de namen van hun kinderen (de witte rondjes) één voor één in het mandje, dat Gods handen symboliseert.

Ze krijgen de tijd, die ze op dat moment nodig hebben om hun zorgen en pijn, maar ook hun dankbaarheid en hun vreugden toe te vertrouwen aan de Heer. Op dat moment dragen ze hun kinderen, samen met het kruisoffer van Jezus (het witte rondje, dat naar de hostie verwijst) op aan de Vader. Ondertussen bidden en overwegen de andere moeders de mysteries van de rozenkrans. Wij hebben de Eucharistische rozenkrans gekozen omdat deze ook naar de hostie en het Eucharistisch offer van Jezus verwijst.

Als iedereen klaar is, overwegen we aan de hand van het Woord en teksten uit het gebedenboekje nog wat goede raad van de H. Geest, om de gave en de taak van het moederschap met verantwoordelijkheid te kunnen dragen en met vreugde te kunnen beleven.

Wijzelf eindigen het gebed met het luisteren naar drie mooie liedjes, die in het Nederlands vertaald zijn van de Engelstalige CD van Mothers Prayers en die door één van onze eigen Vlaamse moeders gezongen worden.

Op het einde van de gebedsnamiddag constateer ik telkens hoe stil en vredevol de Moeders naar huis terugkeren. Maar ik stel ook elke maand opnieuw vast hoe ze telkens weer verlangend uitzien om in verbondenheid met andere moeders hun kinderen terug aan de Heer toe te vertrouwen.

ps: Biddende moeders Vlaanderen

     Coördinator Martine Lambrecht

     Leegstraat 89  8780 Oostrozebeke

     gsm 0475.72.38.44      e-mail: rmoffice@skynet.be

  EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP        TERUG NAAR INHOUD     

  

CREATIONISME

BRUSSEL (KerkNet/CWN 7/12/2007)

  

De jezuïet Guy Consolmagno, astronoom van het Vaticaan, vergeleek tijdens een toespraak in Glasgow het creationisme met bijgeloof. Hij bedoelde hierpee dat het geloof geen wetenschappelijke uitspraken moet doen en daar koste wat het wil moet aan vasthouden. Hij onderstreepte dat geloof en wetenschap elkaar nodig hebben. Verwijzend naar het creationisme zei hij: “Gelovigen ontwierpen een theorie die niet onderbouwd wordt door wetenschappelijke feiten. Godsdienst heeft de wetenschap nodig om niet in bijgeloof te vervallen en aansluiting te blijven vinden met de wetenschap. Wetenschap beschermt religie tegen creationisme, dat in wezen een vorm van paganisme is.” Deze tekst is toch wel sterk (weinig troostvol) geformuleerd, maar wellicht begrijpelijk vanwege iemand die dagdagelijks met wetenschappelijke feiten geconfronteerd wordt. Consolmagno is niet enkel astronoom aan de sterrenwacht van het Vaticaan, maar hij publiceert ook geregeld over de relatie tussen geloof en wetenschap. Zijn bekendste boek is ‘God’s Mechanics. How Scientists and Engineers Make Sense of Religion’.

Een interessant boek met vrij recente gegevens omtrent de evolutie van de menselijke soort:  Juan Luis Arsuaga (wereldberoemde Spaanse paleo-antropoloog, geb. 1954), Het Halssieraad van de Neanderthaler. Op zoek naar de eerste denkers. Wereldbibliotheek – Amsterdam 2004, 302 blz..

EINDE VAN DIT ARTIKEL


  TERUG NAAR TOP        TERUG NAAR INHOUD     


ABORTUSAANTALLEN

 Belga April 2008

In het eerste semester van 2007 heeft het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (Riziv) 1,6 miljoen euro gespendeerd aan de terugbetaling van 6.892 zwangerschapsafbrekingen. In 2006 en 2005 ging het om 2,7 miljoen en 2,5 miljoen voor respectievelijk 12.305  en 11.306 abortussen. Dat blijkt uit het antwoord van minister van Sociale Zaken Laurette Onkelinx (PS) op een parlementaire vraag.

De terugbetalingen passen in het raam van de conventies tussen de abortuscentra en het Riziv. Uitgesplitst per provincie situeerden de meeste terugbetalingen zich in de eerste helft van 2007 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (1.417), gevolgd door Antwerpen (1.105), Luik (677), West-Vlaanderen (644), Oost-Vlaanderen (631), Vlaams-Brabant (619), Henegouwen (608), Limburg (521), Namen (325), Waals-Brabant (216) en Luxemburg (127).

Op onze website kunt u eens zien wat een kerkhof van 11-duizend resp. 12-duizend kruisjes voor voortijdig afgebroken menselijke levens voorstelt. Niet tot verwijt …  maar tot gedachtenis.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

EINDE VAN DIT NUMMER  2008_3

  TERUG NAAR TOP        TERUG NAAR INHOUD