GELOOF en LEVEN vzw



  
HOME

INHOUD

GELOOF EN LEVEN vzw   2012 nr 4


     NAAR INHOUDSOVERZICHT           NAAR THUISPAGINA  


Voorpagina        I

Editoriaal    red.    II

Voor ons geboren   Psalm 95   121

Voorsprekers, plaatsvervangers  Ben Van Vossel   123

Onderscheiding (5)   Naar Francis Van den Eynde s.j. 127

De Boerenkrijg in het Waasland (2) Luc De Brant   131

Dossier Lijkwade (5)   bvv    134

Bisschopswijding in Irak   Vincent Van Vossel  136

Eucharistische Aanbidding  Paus Benedictus XVI (2007) 139

Koekelberg. Gedurige Aanbidding  Kerknet/Kerk & Leven (2012) 143

Evangeliseren    bvv    144

Kent u nog Bartali?   info    147

Speelt God verstoppertje?   Fr. Companion   150

R.I.P. (p. Ant. ARENS o.p./ Mw. Marie-Madeleine DE COCK)  151

Elisabeth van Thüringen    bvv    152

Zoektocht in Zuid-Turkije 2012  Vincent Van Vossel  155

Proef en besef zijn goedheid  Fr. Companion   157

Zalige Idesbald van Duinen (3)  Dom Modestus    158

Lachedingen        III

Inhoudstafel        IV

    INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     

KOM, LAAT ONS HEM AANBIDDEN


Het is heden de geboorte van onze Heer, Jezus Christus, volgens het vlees.

Kom, laten wij neerknielen in aanbidding.


Psalm 95 met antifoon van Kerstmis


Christus is voor ons geboren, alleluja,

Kom, laat ons Hem aanbidden.


Komt, laat ons de Heer met gejubel begroeten

juichen wij toe de Rots van ons heil

Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang,

Hem met liederen eren.

Christus is voor ons geboren, alleluja,

Kom, laat ons Hem aanbidden.

Een machtige God immers is de Heer,

Koning is Hij over alle goden.

De aarde ligt uitgespreid in zijn hand,

aan Hem behoren de toppen der bergen.

De zee is van Hem, Hij heeft haar gemaakt,

zo goed als het land, door zijn handen gevormd.

Christus is voor ons geboren, alleluja,

Kom, laat ons Hem aanbidden.

Komt, laat ons aanbiddend ter aarde vallen,

neerknielen voor Hem die ons schiep.

Hij is onze God en wij zijn volk,

Hij is de herder en wij zijn kudde.

Christus is voor ons geboren, alleluja,

Kom, laat ons Hem aanbidden.

Luistert heden dan naar zijn stem:

weest niet halsstarrig als eens in Meriba,

zoals in Massa in de woestijn;

Waar uw vaderen Mij wilden tarten

ofschoon zij mijn daden hadden gezien.

Christus is voor ons geboren, alleluja,

Kom, laat ons Hem aanbidden.

Veertig jaar stond dit volk mij tegen;

Ik sprak: zij zijn toch een dolend volk,

zij kennen mijn wegen niet.

Daarom heb ik in gramschap gezworen:

nimmer vinden zij rust bij Mij.

Christus is voor ons geboren, alleluja,

Kom, laat ons Hem aanbidden.


EINDE VAN DIT ARTIKEL

    INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     



VOORSPREKERS & PLAATSVERVANGERS

Ben Van Vossel

Ontgoocheling

De zalige Broeder Isidoor (Isidore De Loor, Vrasene, 18 april 1881 - Kortrijk, 6 oktober 1916) werd al vroeg vereerd in het Waasland. Maar op een bepaalde keer had hij er ‘gelegen’. Althans bij mijn vader, ook een Isidoor. Die had de voorspraak van de Dienaar Gods ingeroepen voor een slechtziende zoon maar de ingrepen van de artsen hadden geen mirakel bewerkt. Broeder Isidoor werd dus aan de kant gezet. Misschien toch wat voorbarig van vader zaliger; Gods weidse bedoelingen zien we immers niet onmiddellijk van op onze kleine locatie.

Bij onze buurvrouw, Fieneke, ging het er nog radicaler aan toe. De kleine beeldjes van de heilige Rita of Sint Antonius stonden dikwijls met hun aangezicht naar de muur gekeerd… tot haar gebeden verhoord waren. Het was een beetje in navolging van kinderen van de Lagere School die in die tijd (de veertiger jaren) gestraft waren en een tijdlang met hun gelaat naar de muur gekeerd ‘in de hoek’ moesten staan om ze tot beter gedrag te bekeren.

Maar we hadden het over de zalige broeder Isidoor.


Door De Loor

Isidoor De Loor, de latere broeder Isidoor, was een boerenjongen, geboren op 18 april 1881 te Vrasene in het Waasland. Hij was de oudste zoon van Aloïs en Camilla Maria Hutsebaut. Vader Aloïs  was  een molenaarsknecht en hij begon pas met de boerenstiel toen hij als 34-jarige introuwde op de boerderij van de Hutsebautsen. Bij het overlijden van Vader Hutsebaut verhuisden Aloïs en Camilla naar een kleine herberg in de omtrek. Maar als drie jaar later ook de moeder van Camilla overlijdt, verhuist het gezin opnieuw naar de hoeve van de Hutsebautsen. Op 5 jaar tijd kunnen ze de geleende som afbetalen. Een prestatie waaraan de latere broeder Isidoor zijn ouders nog herinnert.

Het gezin De Loor was uitgesproken christelijk. Toen op de hoeve hun eerste kind geboren werd, een zoon, kreeg die de naam Isidoor. Deze naam was in Vlaanderen toen geen uitzondering. Wisten die boerenmensen dat een van de heilige patronen van Isidoor ook een boer was?


De heilige Isidoor van Madrid

Deze Spanjaard, Isidoor van Madrid, leefde in de vroege Middeleeuwen (ong.1070-1130) maar werd pas in 1622 heiligverklaard.

Hij was een boerenknecht, gehuwd met Maria de la Cabeza, die later eveneens heiligverklaard zou worden. Toen een van hun kinderen heel jong overleed, gingen ze uitzonderlijk godsdienstig leven. De heilige Isidoor maakte zelfs tijdens het landwerk tijd voor gebed, wat de andere werklui niet erg wisten te waarderen: "bidden doe je thuis of in de kerk, maar niet tijdens het zware akkerwerk."

Rond dit “vaak in gebed zijn” van de heilige Isidorus, zijn verscheidene wonderbare verhalen of legenden bewaard, waarvan de waarheidsgrond niet meer te achterhalen is. Zo zou de hereboer, voor wie hij werkte, gezien hebben dat, terwijl Isidoor aan het bidden was op de akker, de akker werd omgeploegd door een stel witte ossen, begeleid door engelen. Isidoor stond al in de gunst van het gewone volk omdat hij ook alles weggaf wat hij kon missen. Een ander mooi verhaal vertelt dat hij in de winter eens de helft van zijn koren aan de hongerige vogels gaf, maar de andere helft gaf daarna dubbel zoveel tarwe als normaal. Zo zijn er nog een deel verhalen. Zoals bv. dat Alfonsus van Castilië door een visioen van Isidorus naar een plek werd geleid vanwaar hij een geslaagde aanval kon uitvoeren op de Moren.

Maar Isidoor van Madrid werd niet de patroon van de koningen of krijgsheren, maar van de landbouwers en zijn feest wordt gevierd op 15 mei.


Een zalige in de maak

Onze zalige broeder Isidoor De Loor was ook een zeer godvruchtige boerenzoon. Dat was vooral ’s zondags merkbaar. Tussen de twee missen was er een zondagsschool waarbij hij hielp om de kinderen te ondervragen en wat uitleg te geven over de catechismus die hij van naaldje tot draadje kende. Na het middagmaal had hij nog een tweede zondagsschool in Vrasene (een uur stappen) en daarna moest hij zich haasten naar Sint-Gillis om daar de Vespers en het Lof nog voor het grootste deel mee te maken. Vaak kwam er dan nog de Kruiswegoefening bij.


Bedevaart op aanvraag

Maar wat Door dan wel echt typeerde was dat hij daarna meermaals nog op bedevaart ging naar Gaverland, een gehucht van Melsele; daar was een Neogotische kapel ter ere van Onze Lieve Vrouw, die daar sedert 1553 vereerd werd als “Onze Lieve Vrouw van Gaverland”. Vanaf het ouderlijk huis was dat 2 uur goed doorstappen. Hij deed dat vaak met een paar vrienden. Het gebeurde nogal eens dat mensen, die met een of andere grote zorg zaten, hem vroegen om in hun plaats op bedevaart te gaan naar Gaverland. En Door beloofde dat nogal gemakkelijk, misschien zelfs te gemakkelijk “Bij zover, als hij ging vertrekken naar het klooster, hij zich nog moest haasten om nog twee beloofde bedevaarten te volbrengen”, getuigde later zijn broer Frans. Je zal misschien denken, dat het heel plezant is zo met een paar vrienden op stap te gaan en onderweg al eens een pint bier… Maar zo ging het er niet aan toe met Door: het was een bedetocht, dat kwam op de eerste plaats. Hij bad meestal voor en zetten de gezangen in. Het waren wel degelijk gebeds- en boetetochten. Het moest al heel warm en vermoeiend weer zijn om ergens eens een herberg binnen te stappen voor een verfrissing.

Die gezindheid van plaatsvervangend gebed en offer hebben Isidoor tenslotte geleid naar een leven van broeder bij de Passionisten en het is een van de redenen van zijn zaligverklaring geweest. Misschien is vader zaliger toch iets te voorbarig geweest met het afschrijven van deze voorspreker.


Voorbeelden trekken

Fieneke, dat vrouwtje met haar ‘Toniuske’ en ‘Ritake’ naar de muur gekeerd, deed ook nogal wat “beewegen”, bedetochten of bedevaarten, waarbij ze niet enkel voor eigen intenties ging bidden in Kopkapel (O.L.V. Hulp der Christenen) , of Moerzeke (Priester Poppe) of bij de Augustijnen in Mortsel (H. Rita), maar ze had dan ook een heel deel intenties bij van buren en kennissen. Overigens zeggen sommige personen die op bedevaart trekken naar Medjugorje of Lourdes … ‘we zullen voor u bidden, hoor’, ‘we nemen jullie allemaal mee’. Eigenlijk is dat een mooie gewoonte van christelijke gemeenschap: elkaar dragen naar de Heer toe, met al onze zorgen en vragen en vooral met voor ogen dat, wat God voor de betrokken personen wil, ongetwijfeld het beste zal zijn. Plaatsvervangers, voorsprekers: de heilige Isidorus van Madrid, de zalige broeder Isidoor, Fieneke … en wij.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

     INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     


GEESTELIJKE ONDERSCHEIDING (5)

Vrij naar p. Francis Vanden Eynde s.j.

Derde ervaring:

Denk u die twee belevingen eens in

In vorige editie hadden we aan de hand van Ignatius vastgesteld dat we in twee verschillende geestelijke toestanden kunnen zijn. Een toestand van: “Alleluja, wat is het leven met de Heer mooi en aangenaam; ik heb deugd aan het gebed, de woorden van de H. Schrift spreken me echt aan. Ik doe met ‘goesting’ sommige verstervingen, ik til niet zo zwaar aan een vernedering of een verkeerd woord van een ander, Ik heb zin om aan iedereen te zeggen hoe heerlijk het geloof is…”.

Maar wat later ben ik in een toestand van: “Ik heb geen zin om te bidden, wat duurt die gebedstijd toch lang, dat ziekenbezoek staat me echt tegen, wat ik aan die missionaris wou geven zou ik eigenlijk wel goed kunnen gebruiken voor een nieuwe PC of …, ik heb vanavond echt geen zin om naar de gebedsavond te gaan, gaan evangeliseren bij dit weer is niet voor mij weggelegd; God lijkt me toch wel ver weg te zijn…”


Wat moet ik doen in een toestand van troosteloosheid?

1° Niets veranderen van wat je tevoren besloten had te doen.

Ik kom op een retraite en een van de retraiteleiders deelt me mee dat ik met een andere retraitant een kamer zal moeten delen. Ik zink in de grond. Sedert mijn 12de jaar heb ik nooit nog met een ander in dezelfde kamer geslapen. Ik besluit om terug te keren naar mijn parochie. De zin om op retraite te gaan is voorbij.  

Totaal verkeerde reactie! Op dat ogenblik zou ik me moeten realiseren dat het de slechte geest is die de zon uitdooft zodat ik niet meer weet waar ik aan toe ben. Ik meende nochtans dat de Heer me uitnodigde om deel te nemen aan deze retraite… Wat ik moet doen is dus: wachten tot de Heer het licht weer aansteekt. In een toestand van troosteloosheid ga ik geen zaken veranderen, geen andere of zware beslissingen nemen. Ik blijf op die retraite, wat er ook gebeurt! (Het werd een fantastische retraite! Tussen haakjes: mijn kamergenoot is niet gekomen. Waar was die drukmakerij eigenlijk voor nodig?)


2° Meer bidden:

In troosteloosheid moet je integendeel volharden in de goede beslissingen, de goede gewoonten. Ga het gebed niet opgeven omdat het je niet veel meer zegt, omdat het een vervelende tijd lijkt, ja, puur verloren tijd lijkt het te zijn: ‘Wat zit ik hier eigenlijk te doen?’. Wees trouw aan je gebedstijd en doe zelfs iets meer, een of ander boetewerk… Geen zelfmedelijden, niet flauw gaan doen. Trouw zijn, ook al heb je weinig licht of vertroosting.


 3° Mijn absolute vertrouwen in God bewaren:

Mijn troosteloosheid, mijn dorheid, doet niets af van de nabijheid van God, doet niets af van zijn liefde en trouw.  Ja, ik voel me in het duister, ja, ik voel weinig troost, God vertoont zich niet. Ik moet precies alles alleen doen…

Nochtans: de Heer is mijn Herder … ook al voert mijn weg op dit ogenblik door donkere kloven, al ervaar ik niets van Gods nabijheid… Ik blijf geloven in zijn liefde en trouw…

“Heer, ik vertrouw op U, laat uw genade spoedig blijken…”

Ik voel geen vertroosting, maar ik blijf geloven dat boven de wolken de zon van Gods liefde blijft schijnen. Teresia van Lisieux beeldde zich dan in dat het Kindje Jezus een tijdlang met een speelbal speelde, maar nu die speelbal liet liggen… Ik moet dat kunnen verdragen, zei Teresia. Mijn Herder slaapt misschien, maar ik ben toch zijn schaapje…

In het Oude Testament heeft psalm 121, 1-8 nog een mooier beeld:


PSALM 121 (Vert. uit: Gebeden voor elke dag)

Omhoog naar de bergen richt ik mijn ogen:

vanwaar kan ik hulp verwachten?

Mijn hulp zal komen van God de Heer...

Hij slaapt niet, die waakt over u.

Hij sluimert niet en Hij suft niet,

die over Israël waakt.

De Heer is bezorgd voor uw komen en gaan

op deze dag en altijd.


4° Vrucht weten te plukken uit die verlatenheid.

"Daar onze hoop gericht is op het onzichtbare, moet onze verwachting gepaard gaan met standvastigheid. Evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp. Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij die de harten doorgrondt, weet waar de Geest op zint, want Hij pleit voor de heiligen naar Gods bedoeling." (Rom. 8,25-27)

In deze tekst van Sint Paulus steken 2 belangrijke inzichten.

- Het eerste is: Bidden is op de eerste plaats een gave, een geschenk. Jezus wil bidden in ons, de heilige Geest bidt in ons. Al wordt er van onze kant een bereidheid en beslissing tot gebed verwacht en een inspanning om met ons hart bij de Heer te zijn, toch: “God is het (immers) die zowel het willen als het doen bij u tot stand brengt, om zijn heilsplan te verwezenlijken” (Filip. 2,13 ).

- Een andere les is, dat we misschien wat in slaap gesukkeld waren, we waren ons aan het vergenoegen in het feit dat alles goed liep, zoals een poes lekker snorrend in ons (geestelijk) mandje.

Wat er diep aan ons gebeurt is in feite dat God, in zijn goedheid, ons aan het snoeien is, opdat we meer vrucht zouden dragen (Joh. 15,2); hij is de druiventros aan het ‘krenten’, ons arm aan het maken opdat we rijker vrucht zouden dragen. Het is een pijnlijke periode (die soms lang kan duren), een tijd van loutering, een tijd in de woestijn om “… voor de Heer een welbereid volk te vormen” (Lk.1,17). “En daarom weldra lok Ik haar weer naar Mij toe, zorg Ik dat zij naar de woestijn gaat en spreek Ik tot haar hart” (Hosea 2,16). Die dorre periode moet ons dankbaarder maken tegenover God en al zijn goede gaven in en rondom ons… En het besef moet groeien dat ik zonder God op geestelijk vlak eigenlijk tot niets in staat ben.

“In die afwisseling van verlatenheid een vertroosting, en vooral in de verlatenheid, leer ik God kennen. Voor onze persoonlijke bekering zijn die perioden van verlatenheid belangrijker dan de vertroosting. Je vindt dit terug in de Psalmen: de mooiste Psalmen zijn die waarin de arme zucht; dat is het gebed uit hart en nieren, het meest echte.”


En wat doen in de tijden van vertroosting?

Ik zal hopelijk uit die periode van dorheid geleerd hebben dat ik het alleen niet kan, sterker nog, dat God het gróte werk doet en dat ik als christen niet anders kan dan naar Hem uitzien en naar Hem opzien. “Los van Mij kunt ge niets” (Joh. 15,5). Grote dankbaarheid dus en nederigheid. Wij kunnen  niet zonder die troosteloosheid, omdat we juist in die weinig prettige periode leren om met open handen en groot verlangen uit te zien naar Hem van wie ons heil moet komen. (Lees opnieuw die psalm 121 die we hierboven afdrukten ...  en misschien ook volgend gebed van vertrouwen).



Mijn hart is niet hoogmoedig, HEER,

mijn ogen kijken niet verwaand.

Ik streef ook niet naar grote daden

hoger dan ik reiken kan. -

De stormen zijn bedaard in mij

en vredig is mijn geest.

Zoals een kind op moeders schoot,

zo veilig voel ik mij. -

Zoek, Israël, uw toevlucht bij DE HEER,

van nu af voor altijd.

(Psalm 131)

EINDE VAN DIT ARTIKEL

    INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     


BISSCHOPSWIJDING IN NOORD-IRAK

p. Vincent Van Vossel, redemptorist-missionaris in Irak sedert 1965

In nummer 3 van jaargang 114 (2010) van Geloof en Leven berichtten we reeds over het akkoord van paus Benedictus met de canonieke verkiezing door de Chaldeeuwse bisschoppen van pater Beshar Matti Warda, redemptorist, tot aartsbisschop van het Chaldeeuwse bisdom van Erbil in Noord-Irak. Hieronder geven we – wat laattijdig – de viering van de bisschopswijding.

Ainkawa, Erbil, 3 Juli 2010, Feest van de H. Thomas, Apostel van Oost-Syrische Kerk.

De voorbereidingen

Op deze dag werd P. Bashar Warda, redemptorist, aartsbisschop gewijd. Hier volgt slechts een korte beschrijving van de niet-alledaagse ceremonie. Oorspronkelijk gepland om plaats te hebben in de grote St.-Joseph’s kerk van Ainkawa, werd  een dag voor de wijding het plan gewijzigd. Alles zou beter doorgaan in de grote tuin, van het seminarie. Inderdaad, op ongeveer 1 Km. buiten het dorp, heeft P. Bashar een reusachtig complex gebouwd, dat een kerk omvat, met torens, en een gebouw bedoeld als klooster voor zusters, het zomerverblijf van de Chaldeeuwse Patriarch, met een 15-tal grote suites om de bisschoppen onder te brengen, verderop het groot seminarie ook met een 50-tal volledig uitgeruste studentenkamers, dan nog een tennis-(voetbal)veld, een zwemkom, schrijnwerkerij enz. met ervoor een lange grote tuin. De gebouwen, geschilderd in moderne kleuren, liggen hoger dan de tuin, door een breed voetpad ervan gescheiden. Daar werden nu allerlei toestellen opgesteld om geluid en licht door te brengen. Er werd ongeveer 1500 man verwacht, een enorme toeloop. Het groene grasveld werd bezaaid met rode stoelen, ingedeeld in een soort prieeltjes. Het grootste was bedoeld voor het omvangrijke zangkoor (70 personen) met piano en instrumenten, onder leiding van een Amerikaans-Irakese zanger, speciaal overgekomen. Gedurende de nacht werden er nog groene netten over de hele vlakte gespannen, zogezegd om de zon tegen te houden.

 Tijdens de viering

Het was inderdaad de warmste dag van het jaar, met een gloeiende zon. Gedurende de plechtigheid werden voortdurend petjes en fris water rondgedeeld. Het hoofd van sommige bisschoppen, onder mijter, werd rood als het scharlaken van de patriarch. Voor het altaar, op de twee zijpilaren werd een icoon aangebracht, de goede herder uit de iconenschool van Gent, en O.L.V. van Altijddurende bijstand. De dienst begon om 10 uur. De Chaldeeuwse patriarch met een tiental bisschoppen in vol ornaat, voorafgegaan door 30 priesters in het wit, en de 5 redemptoristen (3 in soutane en 2 in broek), met 50 diakens, zingend achter het kruis. Een lange processie van de zijkerk naar het altaar. Onder de bisschoppen vielen twee lange figuren op, die vooral de aandacht van het vrouwelijk publiek trokken. Voor het altaar maakt iedereen een buiging en zoekt een stoel. Een vriend van P. Bashar, geeft uitleg over de ceremonie, dan zingt het koor een serie psalmen, telkens besloten door een gebed door een bisschop. Ten slotte het plechtige wijdingsgebed, door de patriarch gezongen tot de H. Geest, met de handoplegging van al de bisschoppen. Indrukwekkend, met dan de accolades “inter pares”. Wanneer P. Bashar bekleed wordt met de staf en ring en kazuifel, barst het publiek los in applaus en een soort indianengekrijs. Na de gebruikelijke speechen, stapt Bisschop Bashar resoluut naar het altaar voor zijn eerste bisschopsmis, die hij met veel brio zingt. Er is een offertorium-processie van een tiental Koerdische schonen in plaatselijke klederdracht, en de communie wordt uitgedeeld onder parasollekes.

Nadien

Op het einde nog eens dankwoorden en dan de omhelzingen van de nieuwe bisschop met de overheden en vooral zijn familie, vader en moeder overgekomen uit Duitsland en anderen uit Australië. Er is nog gelegenheid voor een nadere begroeting binnen in de diwaan, en dan… met de auto’s, naar Erbil, naar een reusachtig spijshuis, bomvol met de genodigden. Daar wordt Bisschop Bashar dan binnen gebracht met trommelgeroffel en midden dansende meisjes, zoiets als David in het Oud Testament.

Erbil

De volgende dag, zondag, werd hij officieel aangesteld in de St.-Jozefskerk, als Aartsbisschop van Erbil. Het is een hele titel, want Erbil was een van de eerste voornaamste plaatsen, waar het Christendom in het begin binnendrong en zich verspreidde. Vele beroemde personen hebben deze zetel bezet. Mocht hun geest overgaan in de nieuwe opvolger, zoals de geest van de profeet Eliah met zijn mantel overgedragen werd aan zijn opvolger Elisha.

Op dit ogenblik wordt de Chaldeeuwse kerk in het algemeen, en in Erbil in het bijzonder, geteisterd door allerlei moeilijkheden en problemen. Velen verwachten van de nieuwe bisschop een uitweg. Mocht hun verwachting niet bedrogen worden.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

      INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     



EUCHARISTISCHE AANBIDDING

Paus Benedictus XVI

In zijn encycliek “Sacramentum Caritatis” (Sacrament van de Liefde) die hij in maart 2007 schreef na de voorafgaande Synode, vroeg paus Benedictus XVI vernieuwde aandacht voor de Eucharistische Aanbidding.

In feite is onderstaande tekst een aansporing van paus Benedictus XVI tot vernieuwing van de Eucharistische Aanbidding. We geven een aantal teksten uit deze encycliek in vertaling door de Sorores Christi.


De intrinsieke band tussen viering en aanbidding

Eén van de meest intense momenten van de Synode had plaats toen wij in de Sint-Pietersbasiliek met vele gelovigen samen waren voor de Eucharistische aanbidding. Met dit gebaar van gebed heeft de vergadering van de bisschoppen de aandacht willen trekken - en dit niet alleen met woorden - op het belang van de intrinsieke band tussen Eucharistieviering en aanbidding. In dit betekenisvolle aspect van het geloof van de Kerk ligt één van de doorslaggevende elementen van de weg die de Kerk sinds de hervorming van de liturgie gaat, die door het Tweede Vaticaans Concilie gewild werd. Terwijl de hervorming haar eerste stappen deed, zag men soms de intrinsieke band tussen de Mis en de aanbidding van het Allerheiligste onvoldoende duidelijk. Een vaag bezwaar liet zich horen, bijvoorbeeld dat het Eucharistisch Brood ons niet zou gegeven zijn om geschouwd doch om gegeten te worden. In het licht van de gebedservaring van de Kerk bleek dergelijke tegenwerping echter volledig ongegrond. Reeds de heilige Augustinus zei: “nemo autem illam carnem manducat, nisi prius adoraverit; … peccemus non adorando” – “dat niemand dit vlees eet zonder het eerst te aanbidden; … we zouden zondigen indien we het niet zouden aanbidden”. In de Eucharistie komt Gods Zoon ons namelijk tegemoet en verlangt Hij zich met ons te verenigen; de aanbidding van de Eucharistie is niets anders dan de expliciete ontplooiing van de Eucharistieviering, die 'op zich' de grootste daad van aanbidding van de Kerk is.

De Eucharistie ontvangen, betekent een houding van aanbidding aannemen ten overstaan van Degene die we ontvangen. Zo en alleen zo worden wij één wezen met Hem en proeven wij in zekere zin reeds de schoonheid van de hemelse liturgie.

Aanbidding buiten de Mis verlengt en intensifieert wat zich tijdens de liturgieviering zelf heeft gerealiseerd. In feite kan alleen in de aanbidding een diep en echt ontvangen groeien. Door deze persoonlijke daad van ontmoeting met de Heer rijpt vervolgens de sociale zending die in de Eucharistie besloten ligt en die de hindernissen wil afbreken, niet alleen tussen de Heer en ons, maar ook en vooral de hindernissen die ons van elkaar scheiden. (nr. 66)


De praktijk van de Eucharistische aanbidding

Samen met de synodale vergadering, beveel ik de Eucharistische aanbidding - zowel persoonlijk als gemeenschappelijk - aan de Herders van de Kerk en het volk Gods sterk aan.

Daarvoor is een aangepaste catechese van groot nut, waarin aan de gelovigen het belang uitgelegd wordt van deze praktijk in de eredienst,  zodat men dieper en met meer vrucht de liturgische viering zelf kan beleven. Met de grenzen van het mogelijke, is het bijzonder passend, vooral in meer bevolkte gebieden, de “Gedurige Aanbidding” in kerken en kapellen te bewaren.  

Bovendien zou ik binnen de catechetische vorming, in het bijzonder tijdens de voorbereiding op de eerste communie, willen aanbevelen dat kinderen zouden kennis maken met de zin en schoonheid van het feit in Jezus’ gezelschap te vertoeven en bewondering te leren hebben voor Zijn aanwezigheid in de Eucharistie.

Ik zou hier mijn bewondering en steun willen uiten voor alle Instituten van Godgewijd Leven, waarvan de leden een aanzienlijk deel van hun tijd aan Eucharistische aanbidding wijden. Op die manier geven zij aan iedereen het voorbeeld van mensen die zich door de “Werkelijke Aanwezigheid van de Heer” laten omvormen. Ik wens tevens de lekenverenigingen en fraterniteiten aan te moedigen, die deze praktijk als hun belangrijkste opdracht vervullen en die zo gist van contemplatie worden voor de hele  Kerk en aan de centrale plaats herinneren die Christus inneemt in het leven van mensen en gemeenschappen. (nr. 67)


Vormen van Eucharistische devotie

De persoonlijke band die iedere gelovige heeft met Jezus in de Eucharistie, verwijst hem ook steeds naar het geheel van de Kerkgemeenschap en voedt in hem het besef tot het Lichaam van Christus te behoren.

Naast het feit, iedere gelovige uit te nodigen persoonlijk tijd te vinden voor gebed bij het Altaarsacrament, is het mijn plicht de parochies en andere Kerkelijke groeperingen aan te sporen om momenten van gemeenschappelijke aanbidding te bevorderen.

Natuurlijk bewaren de reeds bestaande vormen van Eucharistische devotie al hun waarde. Ik denk bijvoorbeeld aan Eucharistische processies, vooral aan de traditionele processie op het hoogfeest van Corpus Domini (Sacramentsdag), aan de vrome oefening van het Veertigurengebed, aan de lokale, nationale of internationale Eucharistische congressen en andere gelijkaardige initiatieven. Opportuun vernieuwd en aangepast aan de verschillende omstandigheden, verdienen deze vormen van devotie ook vandaag onderhouden te worden.  (nr. 68)


De plaats van het tabernakel in de kerk

In betrekking tot het belang van de Eucharistische reserve en de aanbidding, en van de eerbied voor het sacrament van het Offer van Christus, heeft de bisschoppensynode zich vragen gesteld over de juiste plaats van het tabernakel in onze kerken. Zijn juiste opstelling helpt namelijk om de werkelijke aanwezigheid van Christus in het Allerheiligste te erkennen. Het is dus noodzakelijk dat de plaats, waar de  Eucharistische speciën bewaard worden, gemakkelijk erkenbaar is voor ieder die een kerk binnenkomt, ook dank zij de traditionele waakvlam (godslamp).  (uit nr. 69)

EINDE VAN DIT ARTIKEL

    INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     


KOEKELBERG

Altijddurende Aanbidding

Kerknett/Kerk & leven Donderdag, 19 april 2012

Sinds het feest van Maria Boodschap (26 maart 2012)  is er in de Heilig-Hartbasiliek van Koekelberg dag en nacht aanbidding van het heilig Sacrament, het geconsacreerde Brood. Daarmee wordt een wens vervuld van kardinaal Godfried Danneels die hij kenbaar maakte tijdens het meerdaagse congres ‘Brussel-Allerheiligen 2006’. Mgr. André-Joseph Léonard, die in 2010 de kardinaal opvolgde aan het hoofd van het aartsbisdom Mechelen-Brussel, zorgde er voor - in samenwerking met onder meer Marc Leroy, de verantwoordelijke voor de Franstalige pastoraal in de basiliek - dat die droom uiteindelijk ook werkelijkheid is geworden samen met de wens van de paus na de synode van 2007.

Er was natuurlijk ook in het verleden al aanbidding in de basiliek. Maar de Sint-Joriskapel – waar die aanbidding kon gebeuren - was slechts toegankelijk tijdens de openingsuren van 7 tot 18 uur.

Sedert 26 maart is er nu ononderbroken aanbidding van het heilig Sacrament in deze Sint-Joriskapel. De basiliek, die aan het Heilig Hart is toegewijd, maakt daarmee zijn eigenlijke bestemming nog meer waar. In die zin is de basiliek dan ook nauw verwant met de Parijse Sacré-Coeur (Heilig Hart) waar het heilig Sacrament al sinds 1885 dag en nacht wordt aanbeden.

 EINDE VAN DIT ARTIKEL

       INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     



EVANGELISEREN

Getuigen van het Goede Nieuws

www.geloofenleven.be

Hemelvaartsdag is ieder jaar zendingsdag: het is immers de dag waarop Jezus met eigen woorden ons over de wereld uitzendt om het Goede Nieuws te verkondigen. Toch is het geen dag om te gaan beven en sidderen omdat wij nu op onze beurt moeten gaan getuigen van Gods liefde. Dat zou een probleem kunnen zijn als wij er alleen voor stonden, als we het op eigen houtje en op eigen kracht zouden moeten aanpakken. Dat zou niet alleen een probleem zijn om op het juiste moment de juiste woorden te vinden, maar ook en vooral om de Liefde van God uit te stralen door onze persoon en door onze woorden en daden… Tien dagen na Hemelvaart (die 50ste dag na Pasen was het Pinksteren) staan de apostelen al op straat te getuigen van Jezus. Maar... wat met ons?

De opdracht is immers niet eenvoudig: “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping” lezen we in het Marcusevangelie (Mk. 16,15). Gelukkig noteert Lucas in de Handelingen van de Apostelen (Hand. 1,8): “Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde”. Stoor u niet aan dat “einde der aarde”, Jezus leefde 2000 jaar geleden en met de mensen van zijn tijd zag Hij de aarde ook als een platte schijf waarop de mensen leefden. Heel de aarde moest dus geëvangeliseerd worden, heel de aarde moest Gods Blij Nieuws vernemen, maar: “Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest om mijn getuigen te zijn”.

Die laatste zin is hartversterkend. Maar die eerste zin: erop uit trekken over de hele aarde en het evangelie, het Blijde Nieuws verkondigen aan heel de schepping, dat is een ander paar mouwen.


Algemene mobilisatie

Jezus zegt dat niet enkel aan die 12 apostelen en nog een groepje leerlingen. Hij zegt het ook niet alleen aan u (gij zijt immers ook christen, en dus krijgt gij ook deze woorden te horen) maar ze zijn gericht tot de hele Kerk.

Gelukkig maar hé? Wij kunnen ons dus rustig wegsteken, zodat wij niet in aanmerking komen om de fakkel te dragen, of om ons belachelijk te gaan maken bij vrienden en familie of in onze buurt of op ons werk. Nee, gewoon mens zijn met de mensen en ons als christen stilletjes houden, geen lawaai maken, geen stof doen opwaaien…

Spijtig, maar dat wegsteken is er niet bij! Dat stof doen opwaaien zal waarschijnlijk ook wel niet nodig zijn, maar getuigen zal je toch moeten doen: door je woord en door je leven. Daar kan je – het spijt me dat ik het u moet zeggen – daar kan je je niet aan onttrekken. Anders zou je geen christen zijn, geen leerling van Jezus. En dat wil je wel zijn. Toch?

Wat dan? Hoe gaan we het dan aan boord leggen?

De voorbereiding is reeds lang bezig. Je bent gedoopt, je bent gevormd. Dat wil zeggen je hebt de heilige Geest ontvangen, die krachtige Helper waarover Jezus spreekt. Misschien moet je wat meer beroep doen op die Helper. De Kerk leert ons dat in deze tijd voor Pinksteren: “Kom, heilige Geest. Maak mij tot een echte christen. Kom, heilige Geest, wil mij leiden. Geef mij de woorden die ik moet spreken…


Onszelf evangeliseren

Misschien springen we dan al wat te ver. Als we willen evangeliseren, als we het Goede Nieuws willen brengen dat God van de mensen houdt... dan moeten we eerst onszelf evangeliseren. Ja, we moeten ons zelf eerst onderdompelen in het evangelie. Zelf eerst ècht christen worden. Zelf eerst gaan leven onder de heerschappij van Jezus. Dat wil zeggen: trachten te doen wat Jezus verlangt dat we zouden doen, trachten te doen wat Hij zou doen in onze plaats…


Het Woord Gods: het zwaard van de Geest

Hiermee samenhangend zouden wij er toch wel goed aan doen vaak in de heilige Schrift te lezen (en er ons wat over te bezinnen). Dat is voor twee zaken nodig: eerst om zelf verder geëvangeliseerd te worden, dieper overtuigd te worden in ons hart van Gods liefde voor ons. En ten tweede: we gaan dan stilaan zo doordrongen worden van de woorden die God tot de mensen gesproken heeft, dat wij er ons ook door laten inspireren en leiden als we met mensen spreken over God, het geloof, over Jezus…


Het gebed

(Foto: Taizé)  Nog iets anders is ook van belang bij het evangeliseren: het gebed. Wij moeten bidden, spreken met en luisteren naar God, om meer naar Hem toe te groeien, meer in zijn nabijheid te zijn, sterker onder invloed van Jezus te komen. Maar ook: in het gebed vertrouwen wij de mensen toe die we deze dag gaan ontmoeten en we vragen dan dat de Heer ons zou tonen tot wie Hij ons zendt en aan wie wij iets vanwege Hem moeten zeggen of hoe wij ons moeten gedragen opdat mensen voor Hem open zouden komen. Als we dan bij mensen zijn of mensen zien voorbij komen, mogen wij in ons hart bidden: "Heer, zegen deze mensen, geef mij de woorden in die ik tot hen moet spreken. Toon mij hoe ik me moet gedragen opdat zij ontvankelijk worden voor uw liefde en uw licht. Leg de ware liefde in mijn hart."

Het is zo boeiend om ons in dienst te stellen van de Heer Jezus en om met Hem het licht door te geven en de warmte van Gods liefde in woord en door onze omgang met mensen.

“Heer, hier ben ik. Zend mij. Maar zend mij ook uw Geest en uw kracht. En zegen allen die Gij elke dag weer zendt om van U te getuigen.

Maria, Moeder Gods, help ons Jezus brengen naar de wereld.”

EINDE VAN DIT ARTIKEL

       INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     



KENT U BARTALI NOG?


„Aan Onze Lieve Vrouw heb ik beloofd

dat ik alles voor het goede zou doen,

want ik doe alles in Haar naam.

En zij was zo voorkomend om mij niet slecht te maken."

Giro d’Italia

Ik was – nu weeral maanden geleden - op de tv even naar de Ronde van Italië aan het kijken toen mijn aandacht getrokken werd door enige toespelingen van de reporter over de figuur van Gino Bartali (1914-2000), een wielrenner die in mijn jeugd nog ter sprake kwam. Wat kwam die hier en nu doen in deze uitzending van de Giro 2012 ? Het was juist de rit naar Assisi, de stad van Il Santo, de Poverello, de kleine arme van Assisi: Franciscus van ... Assisi. Waarom begon de verslaggever van de Giro d’Italia nu plots over Bartali? Ik vernam toen dat er een vrij eenvoudige verklaring voor was. En dat het alles te maken had met de 2de Wereldoorlog en met Joodse verstekelingen in een klooster daar in Assisi.

De renner

Bartali hield nogal van de Vlaamse wedstrijden maar was toch vooral een ronderenner. In de jaren 1936 tot ’38 won hij een paar keer de Ronde van Italië en ook de ronde van Frankrijk. Dan komt ook Fausto Coppi op de proppen, een helper die spoedig een concurrent wordt. Toch heeft Bartali zich een aanzienlijk aantal overwinningen bij elkaar gefietst. Hij was echter ook nogal vrijgevig, een reden waarom hij niet in weelde oud geworden is.

Een katholiek op de bres voor bedreigde Joden

Omdat hij een sterk gelovige katholiek was van huis uit, en dat ook tot uiting bracht, kreeg Bartali een aantal bijnamen die bijna alle in dezelfde richting wijzen, zoals de Monnik, de Vrome (il Pio), de Zwijgzame…  

Het verhaal gaat dat hij tijdens de 2de wereldoorlog meegeholpen heeft om honderden (800 volgens sommigen) Joodse verstekelingen te redden. Dit gegeven werd door een onderzoekster afgeleid uit achtergelaten notities van een zuster en hocaustoverlevenden; deze vaststelling werd daarna verder onderzocht en wereldkundig gemaakt door Andrea Bartali, zoon van Gino, met behulp van de Joodse gemeenschap in Toscane en de journaliste Laura Guerra. Paus Pius XII zou Bartali gevraagd hebben om Joodse onderduikers in een klooster te Assisi te helpen. Het lijkt misschien wat ver gezocht maar men vertelt dat Bartali in de frame en het zadel van zijn fiets (volgens sommigen zelfs in het stuur) pasfoto’s en documenten zou overgebracht hebben naar dat klooster in Assisi zodat die mensen, voorzien van nagemaakte officiële papieren dan naar veiliger oorden konden vertrekken. Hij kon de lange weg tussen Florence en San Quirico, (nabij Assisi) al fietsend  ongehinderd afleggen omdat hij een job had bij de verkeerspolitie. Bovendien was Il Duce, Mussolini (fascist en bondgenoot van Hitler), een hevig supporter van Bartali, en omdat de renner de politiebeambten voorspiegelde dat hij zich trainde voor zijn verkeersjob  en voor het rondewerk, kon hij een hele tijd rustig zijn gang gaan. Uiteindelijk liep hij, eind 1943,  toch tegen de lamp en werd vastgezet; volgens sommigen 3 dagen, volgens anderen meer dan een maand. In ieder geval kwam hij zonder proces vrij maar hij heeft daarna zijn gezin naar een geheime plaats laten vertrekken. Zelf heeft hij zijn rol in die reddingsactie nooit bekend gemaakt en ook aan zijn vrouw heeft ‘de Zwijgzame’ nooit iets verteld van zijn rol tijdens de oorlog.

Als het holocaust-herinneringscentrum in Israël deze rol erkent kan Bartali de Yad Vashem krijgen, de oorkonde van “Rechtvaardige onder de Volken” en wordt zijn naam in Jeruzalem in een muur gebeiteld.

Tot slot: een politieke anekdote

Een andere historie die men op de teevee nog vertelde was dat Bartali in het jaar 1948 voor de tweede keer de Ronde van Frankrijk won. Aan deze zege verbindt men het volgende verhaal. In Italië was op dat moment een soort revolutie aan de gang: de aanleiding was een mislukte aanslag op de communistische leider Togliatti.  Het land van Don Camillo en Peppone stond in rep en roer. De toenmalige Italiaanse President, Einaudi, zat met de handen in het haar en wendde zich ten einde raad ook tot Bartali opdat hij zijn best zou doen om de tour de France te winnen en zo aandacht van de mensen af te wenden van de politieke instabiliteit en het pre-revolutionaire klimaat dat er toen in Italië heerste. Bartali (veni, vidi, vici) won de Tour en de gemoederen in Italië bedaarden, althans op het vlak van de politiek. Wat ver gezocht misschien, maar niet onmogelijk.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

       INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     


SPEELT GOD VERSTOPPERTJE?

Fr. Compànion

“Soms kan ik goed bidden.  Ik voel mij echt in aanwezigheid van de Vader, of van Jezus, of van Maria. Het doet echt deugd zo te mogen bidden. Maar enige tijd later overkomt het me dat het gebed echt niet wil vlotten. Ik krijg precies geen contact met God of Jezus. Het is echt vervelend om daar maar te blijven sukkelen. Is dit normaal? Is dit mijn schuld?”

Het is een recent getuigenis van iemand die een geestelijke verdiepingscursus volgde.

De indruk dat God je wat in de steek laat, dat Hij zich als het ware verstopt, is een ervaring die ons allemaal wel eens overkomt. Ik zou het een normaal gebeuren willen noemen, al is het niet zo plezierig. Maar de laatste vraag (“Is dit mijn schuld?”) vereist een kort maar genuanceerd antwoord. . Geestelijke begeleiders spreken wel vaker over ‘troosteloosheid’, ‘dorheid’ (lees hoger het artikel over 'Onderscheiding') en zelfs over ‘de donkere nacht’ waarin God zich als het ware teruggetrokken heeft en de diepgelovige mens zich aan zijn lot overgelaten voelt. Die dorre periode, die allesbehalve een lachertje is, kan evenwel een aanscherping betekenen van ons verlangen naar God, naar zijn nabijheid, ja, van onze liefde voor Hem. Het is een tijd waarin ook ons geloof en ons vertrouwen zich kunnen bevestigen en groeien in volwassenheid omdat er van de kant van God weinig (geestelijke) snoepjes worden uitgedeeld.

Toch één kleine waarschuwing: als er van onze kant weinig verlangen is naar God, als we weinig tijd maken tot contact met Hem in gebed, geestelijke lezing, overweging van de H. Schrift, of als wij in ons dagelijks bezigzijn enkel aan onszelf denken, enkel met ons werk begaan zijn of met geld en oppervlakkige zaken…dan worden wijzelf oorzaak van dorheid, van geen smaak meer hebben in het gebed en zullen wij Gods Aanwezigheid ook minder en minder gaan ervaren. Wij zijn er aan gewend geraakt om zonder Hem te leven. En dit is voor een christen een gevaarlijke toestand. Hopelijk worden wij bewust dat die dorheid een genadevolle wekroep is tot hernieuwing van ons geloof, ons vertrouwen, onze liefde en verlangend uitzien naar God.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

      INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     




H. ELISABETH V. THÜRINGEN

bvv

Ik las onlangs een levensbeschrijving van de heilige Elisabeth van Thüringen, ook wel eens Elisabeth van Hongarije geheten (° Sárospatak in Hongarije in 1207, + Marburg in 1231.).

Jeanne HUSTACHE, de schrijfster, zet zich nogal sterk af tegen de geromantiseerde levensbeschrijving van Elisabeth door graaf de Montalembert. Zijzelf steunt zich dan vrij sterk op de onderzoekscommissie van haar Heiligverklaring die o.m. getuigen hoorde uit haar naaste omgeving (o.m. haar dienstmeisjes; een van hen, Jutta, zou ook zaligverklaard worden).

In dat boek verschijnt Elisabeth als een jong en spontaan meisje, opgewekt en blij en diepgelovig, zelfs als landgravin; zij heeft trouwens een zeer gelovige invloed uitgeoefend op haar echtgenoot. Ze verschijnt ook als een zeer sociaal bewogen iemand die geen extreme armoede of verwaarlozing kan zien zonder er iets aan te willen doen, en daar bovenop voelde ze zich ook nog geroepen tot radicale onthechting en boetedoeningen.

(Beeld Groot Begijnhof St.-Amandsberg. Foto G. Geysen) Voor het zingende en dansende jonge meisje zal in de burcht ‘Marburg’ wel plaats geweest zijn, maar iets moeilijker zal haar (in de ogen van haar omgeving overdreven) drang om geld en goed uit te delen geweest zijn (vooral tijdens de hongersnood van 1226). En dan die drang tot boete en nachtelijke aanbidding. Haar geestelijke leidsman, Koenraad van Marburg, verschijnt soms als een sadist als je ziet tot wat voor soort vasten en boete hij die jonge vrouw aanzet; Elisabeth ziet het echter als haar roeping om boete te doen en te vasten als compensatie voor wat haar lieve echtgenoot eventueel op onrechtmatige wijze verworven zou hebben.

Elisabeth was in feite een koningsdochter (haar vader was koning Andreas II van Hongarije) maar in de lijn van heel wat jonge koningsdochters, die moesten dienen om koningshuizen wat aan elkaar te binden, werd ze reeds op vierjarige leeftijd uitgehuwelijkt aan een zoon van de Duitse landgraaf van Thüringen. Toen ze 12 jaar was, trad ze dan in het huwelijk met haar speelkameraadje (‘mijn broertje’), Lodewijk IV van Thüringen (1221). Het was een gelukkig huwelijk van die twee jonge mensen; ze kregen twee dochters en een zoon (die zijn vader zou opvolgen). Haar man, Lodewijk IV, die ook heilig verklaard zou worden, stierf in Italië aan de pest (1227), toen hij met de keizer Frederik II (Barbarossa, die na herhaald uitstel eindelijk gehoor gaf aan de paus) op weg was naar het Heilig Land voor een kruistocht.

Na de dood van haar man, met wie ze zich nauw verbonden voelde, wilde Elisabeth geen ander huwelijk aangaan maar verbond ze zich met God tot blijvend celibaat: “De wereld en alles wat het leven aangenaam maakt, is nu dood voor mij.”

Ze werd uit de Marburg verwijderd (ze wou niet trouwen met haar zwager) en van de bezittingen waar ze toch nog recht op had deelde ze uit aan de armen en richtte ze een hospitaal voor behoeftige zieken op. Wij vergeten te vaak wat een ongelooflijke kloof er is tussen het bestaan van de gewone mens in de Middeleeuwen en anderzijds ons leven in een welvarend land met enorme gebouwen en allerlei sociale voorzieningen o.m. op het vlak van gezondheidszorg. Het gevoelig hart van Elisabeth kon de nood van anderen niet aanzien zonder te helpen in de mate van het mogelijke. Zelf hield ze van een sobere outfit – tot ongenoegen van haar adellijke omgeving -, vooral toen ze, weduwe geworden, zich verbonden had met een soort Derde Orde van Franciscus.

Ze overleed op 24-jarige leeftijd in de burcht Marburg, uitgeput door het overdreven vasten en de vele boetedoeningen. Na haar begrafenis en nog jaren later zijn er veel getuigenissen over allerlei wonderbare genezingen op voorspraak van de Elisabeth.

De heilige Elisabeth van Thüringen wordt vaak afgebeeld met 3 kronen waar verschillende betekenissen aan gegeven worden (martelares door haar boetedoening, maagd door haar zuiverheid en verkondiger door haar goede voorbeeld ofwel: 3-voudige kroon van heiligheid: in haar maagdelijke staat, als echtgenote én als weduwe).

De rozen die ze lijkt uit te delen verwijzen naar een verhaal waarin haar echtgenoot haar betrapt met brood voor de armen, maar als ze haar schort opent bemerkt hij een overvloed van rozen. Vaak wordt ze ook afgebeeld met een of enkele arme bedelaars naast zich.

Sommige van die zaken treft men ook aan op afbeeldingen van de heilige Elisabeth van Portugal.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

       INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     



DE PRIESTER EN ZIJN HEER

PAUS BENEDICTUS XVI (1)


"Als Christus, om zijn kerk op te bouwen, zich in de handen van de priester overgeeft, dan moet deze zich van zijn kant zonder voorbehoud aan Hem toevertrouwen: de liefde tot de HEER JEZUS is de ziel en de beweegreden van het priesterambt, juist zoals het een voorwaarde was om aan Petrus de zending over te dragen om zijn kudde te weiden." (2/6/2012)

EINDE VAN DIT ARTIKEL

      INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     



BERICHT VANUIT ZUID-TURKIJE

p. Vincent Van Vossel, Redemptorist (2012)

P. Vincent Van Vossel stichtte en animeert in Bagdad het Oosters Instituut voor Kerkelijke Studiën. Naast de theoretische cursussen tracht hij af en toe voor de studenten ook een studiereis te organiseren naar de wortels van het christendom in het Midden-Oosten. We publiceren hier een gedeelte van een brief met een kort verslag dat nog de vreugde uitademt van een soort ontdekkingstocht naar van de wortels van het christelijke monnikendom. In grote delen van de Islamitische wereld immers worden de oud-christelijke monumenten en kunst vaak weggemoffeld, ze komen nauwelijks aan bod in kunstboeken en musea.


... Ik ben terug van een reis naar Zuid-Turkije waar de wortels liggen van de Syrische kerken. Het was fantastisch hoe onze studenten vol enthousiasme waren om die plaatsen, die we bestudeerd hadden, ook in werkelijkheid te zien. De 'clou' was een oeroud klooster waar we al drie jaar naar zoeken, en nu eindelijk vonden. Het kostte ons wel twee reisjes, maar tenslotte vonden we het, hoog in de bergen. De bus geraakte er niet, dan maar te voet, een steile klim. Allerlei gewrichten kraakten, sommigen konden het niet aan, anderen vielen, rolden omlaag. Dan ontdekten we een bouwvallig geheel. Langs een deurholte geraakten we erin:  een hoge grote kerk, met in de diepe crypte het graf van de heilige. Iedereen was begeesterd. Volgens hun gewoonte hier deden ze het volgende: ogen toe en iets wensen, met de handen op het graf... Onvergetelijk. Het was ooit het 'Montecassino' van het Syrisch monnikendom. We kwamen nog bij andere kloosters op diezelfde berg, nog indrukwekkender... Er groeien daar netels en doornen die geneeskrachtig zijn - althans volgens een Armeense van Mardin - vooral tegen de kanker.

‘s Avonds in een open Khan, onder de sterrenhemel, een grote open ruimte, omgeven met balkonnen en booggangen, een tiental kelners die u van alles aanbrengen, onder oosterse muziek door een orkestje, en dan maar dansen en trommelen, urenlang, onvermoeibaar. De niet-dansers slurpen thee, glas na glas, tot ze knikkebollen. ‘s Anderendaags weer kloosters en kerken; en dan met de voeten in een bergriviertje vis eten, terwijl twee kleine kinderen muziek maken, fluit en 'dumboek'... Spijtig dat ge er niet bij waart. Mijn schoenen van bij Brentano, braken in twee ergens op een berg. Ze steken er nog. Als een van uw jonge gasten er in de toekomst voorbij komt, weten ze van wie ze zijn. Zeker niet van Noach, die op zowat elke berg zijn graf of zijn ark verloren lijkt te hebben...

EINDE VAN DIT ARTIKEL

       INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     



PROEF GODS GOEDHEID

Fr. Companion

Op Donderdag in de 14de week van het Jaar B klonk de communiezang: “Proef en besef de goedheid van de Heer. Gelukkig hij die vertrouwt op de Heer”

(+ psalm 34).

Aandoenlijke woorden nadat je pas te communie mocht gaan. Je hebt pas de Heer ontvangen en dan zingt de Kerk: “”Proef en besef hoe goed de Heer is. Wat een ondenkbare goedheid dat Hij tot jou is gekomen in dat stukje brood, gedrenkt in de geconsacreerde wijn: Dit is mijn Lichaam, Dit is mijn Bloed. Dat Hij nu bij jou is. Veel nabijer dan een mens je nabij kan zijn. Opgenomen in jou. Leven van zijn leven. Zijn hart bij uw hart. Proef zijn liefde, zijn onvoorstelbare liefde voor jou: God die jou zo nabij komt. Besef zijn goedheid voor jou.

Als je daar echt wat bij blijft stilstaan, stilletjes bij blijft zitten bedenken en Hem innerlijk dankt en prijst… Dan gaat uw vertrouwen in Hem groeien, je persoonlijke relatie met Hem, en deze mag u niet verlaten tijdens de dag vol drukte.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

       INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     



GODS MACHT HERONTDEKKEN

PAUS BENEDICTUS XVI (2)


In een wereld waarin wij het gevaar lopen slechts op de efficiëntie en de kracht van menselijke middelen te vertrouwen, in deze wereld worden wij opgeroepen de macht van God te herontdekken die in het gebed overgebracht wordt, waardoor wij elke dag groeien, terwijl wij  ons leven op Jezus leven gaan afstellen.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

       INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA     





GELOOFSCRISIS

PAUS BENEDICTUS XVI  (3)


De geloofscrisis zal niet verholpen worden door verdere "liberalisering" en door

"een leer die de oren streelt" (2 Tim. 4,3 vv.), maar door het herontdekken

van het Geloof van de Kerk

en door het leven in te richten

"volgens de radicale nieuwheid

van de Opstanding".


EINDE VAN DIT ARTIKEL

EINDE VAN DEZE PAGINA


      INHOUDSOVERZICHT      NAAR TOP VAN PAGINA