GELOOF en LEVEN vzw



  
HOME

INHOUD


    NAAR INHOUDSOVERZICHT           NAAR THUISPAGINA  


GL 2013 / 1


Abortusdokters genezen   Nieuws uit Medjugorje

Let op het Lam      Ray Boltz

Puffen geblazen! Studiereis in Zuid-Turkije     Aboena Mansoer

In Nomine Domini  Gods woord moet van God blijven   Naar Romano Guardini

Olympische spelen     Nieuwtjes           

De atlete en haar icoon    Naar Katholiek Nieuwsblad     

Boerenkrijg in het Waasland (3) Luc De Brant          

God spreekt       Paus Benedictus XVI (citaat)     

Over ‘preken’ gesproken   Franciscus Xaverius        

Als God mensen roept…   P. Frans van den Abbeel CSsR    

Irakese Redemptoristen   p. Vincent Van Vossel       

Citaat over het Gebed    Louis Evely             

Onderscheiding (6)                       

Om bij Hem te zijn   Eucharistische aanwezigheid waarderen  Citaat uit: De Katholieke Kerk verkennen  

De ridder met het kruikje   Middeleeuwse Franse legende     

Bij de paus van de Shi’a   Vincent v. V.

Lijkwade (5)       Samengelezen bvv

De twee wegen (1)     Naar Romano Guardini

Vlaamse velden in ’t begijnhof bvv

In de vrede van de Heer (PP. Godfried Nickels / Anselm De Neef / Karel Ampe)

Boekenmand (Benedictus XVI, Tekst voor elke dag / K. De Wolf, Sant’Egidio)

Idesbald (4)


    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     






DE GOSPA EN HET ONGEBOREN LEVEN

Abortusartsen ondergaan genezing


Oekraïne heeft jarenlang onder sovjetdictatuur geleefd en draagt ook vandaag nog zeer diepe wonden van het communisme dat gekenmerkt was door zijn atheïsme, kerkvervolging en moraal zonder God. Een van die wonden is de wijdverspreide abortusplaag met tienduizenden mensenlevens die in de moederschoot vernietigd worden. Natuurlijk hebben wij op dit ogenblik weinig reden om met de vinger te wijzen, aangezien in 2011 in ons land  19.585 abortussen werden geregistreerd (!). Waar is een mensenkind nog veilig als de moederschoot geen bescherming meer biedt voor het prille mensenleven-in-wording? Maar laten wij het bij Oekraïne houden.

Valentyna Pavsyukovà is een jonge Oekraïense die in Medjugorje, het bekende Maria-oord, een diepe bekering onderging en zich sindsdien inzet voor de bescherming van het ongeboren menselijk leven.

Zij heeft zich o.m. tot doel gesteld de talrijke Oekraïense abortusdokters tot een ommekeer te bewegen.    Ze kwam op het idee om atheïstische dokters uit te nodigen naar Medjugorje, dat echt een genadeoord blijkt te zijn. En zo kwam ze op een dag in juni 2011 in Medjugorje aan met 50 (!) bedevaarders (?) uit het medisch korps, allen atheïst. De aanwezige dokters waren allemaal beroepsaborteurs. Valentina klampte zich vast aan de Gospa, die al haar kinderen, zonder uitzondering, wil uitnodigen onder haar Moederlijke Mantel.


Onder hen bevond zich o.m. een gynaecologe, die de 60 al was gepasseerd. Samen met deze groep beklom Valentyna de verschijningsberg. Zij had een plan voor al haar bedevaarders, gelovig of niet, dat haar was geïnspireerd door de heilige Maagd, namelijk om boven op de berg iedereen uit te nodigen om zich toe te wijden aan het Onbevlekt Hart van Maria. En … iedereen deed dat, ook bovenvermelde gynaecologe. ’s Avonds riep deze vrouw in het pension echter iedereen bijeen. Ze wilde namelijk iets belangrijks vertellen. Ze kreeg een krop in haar keel toen ze begon te spreken en had er moeite mee om uit haar woorden te komen, zij, een vrouw van aanzien in haar ziekenhuis, die het daar voor het zeggen had. In het pension getuigde ze nu voor iedereen:


“Nauwelijks had ik een voet op de berg gezet, zei ze, of alles veranderde voor mijn ogen. De stenen waren verdwenen. De berg was plotseling overdekt met de beenderen en de schedels van al de kinderen, die ik gedurende 40 jaar heb geaborteerd. Kijk naar mijn handen … handen, die een hele stad hebben gedood.” Ze huilde en iedereen om haar heen, de een na de ander, begon de zakdoek tevoorschijn te halen. Al deze aborteurs beleefden een diepe inkeer in zichzelf. De meesten ervan gingen veranderd naar huis terug, bekeerd, vast besloten om het aborteren te stoppen en met God op weg te gaan. Een sterk staaltje van de macht van de ‘Gospa’, met Valentyna als instrument.


De mooie zending van Valentyna gaat nog steeds door. Op dit moment is ze aan de 400 aborteurs. De laatste groep van 50, is op 29 augustus uit Medjugorje vertrokken. Ze laat ze niet voor hun reis betalen, omdat ze niet wil dat geld van onschuldig bloed zich met alles vermengt. Hoe pakt ze dat aan? Elke keer opnieuw is het een grote uitdaging. Het geld komt altijd op het moment dat het er moet zijn om de bedevaart te bekostigen van deze rijke dokters. Sedertdien hebben meerdere ziekenhuizen abortussen en euthanasie stopgezet. Valentyna heeft zich als uiteindelijk doel gesteld: Alle ziekenhuizen van de Oekraïne zuiveren van dit fatale gebruik en ze onder de zegen van God te brengen. En ook: aan de dokters en aan het medisch korps de waardigheid van hun beroep terug te geven. Vele van deze handen, die onschuldigen hebben gedood, hebben zich nu omgevormd. De Hemel gebruikt ze nu immers om het leven te beschermen. (Zie mooie website
www.chaliceofmercy.org)

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     




LET OP HET LAM


Ray Boltz,  Watch the Lamb. Uit Album: Concert Of A Lifetime


Een ballade rond Simon van Cyrene, zijn zoontjes, Alexander en Rufus en … het Lam


Wij waren op weg naar Jeruzalem.

Het was weer tijd om te gaan offeren.

Mijn twee zoontjes liepen naast mij op de weg.

Ze kwamen mee om op het lammetje te letten.

“Papa, papa, wat gaan we daar zien,

er is zoveel dat we niet verstaan”?


Ik vertelde hen dus over Mozes en Abraham,

en ik zei hen: “Lieve kinderen, let op het lam…”

Er zal in Jeruzalem zoveel volk zijn vandaag,

we moeten zeker zijn dat het lam niet wegloopt.

Ik vertelde hen over Mozes en Abraham

en ik zei hen: “Lieve kinderen, let op het lam…”


Toen we de stad bereikten, wist ik dat er iets mis was:

geen blijde gelovigen, geen vreugdevolle lofzangen…

Ik stond daar met mijn kinderen

te midden van boze mensen.

En toen hoorde ik de massa schreeuwen: “Kruisig Hem!”


We trachtten de stad te verlaten, maar het lukte niet,

we waren verplicht deel te nemen aan het drama,

en nog wel in een rol die ik niet wou spelen.

Waarom stonden we juist hier

waar ze zo dadelijk zouden voorbijkomen?


Ik keek en zei: “Daar komen ze”.

De eerste riep om genade, het volk gaf er hem geen.

De tweede was gewelddadig, arrogant en luidruchtig.

Ik hoor nog steeds zijn dreigende stem, gillend naar het volk…

Toen zei er iemand: “Daar is Jezus”…

Ik kon mijn ogen haast niet geloven:

een man zó hevig geslagen!  Hij leek nauwelijks nog in leven.

Het bloed stroomde van Zijn lichaam,

van de doornen op zijn voorhoofd,

neerstromend langs het kruis dat Hij droeg

en neerdruppelend op de grond…


Ik keek toe en zag zijn moeizame stap.

Ik keek toe en zag hoe Hij viel:

het kruis kwam op Zijn rug terecht

en de massa begon te schreeuwen.

Op datzelfde ogenblik voelde ik zo’n doodsangst,

op dat moment voelde ik zulke verlorenheid…

tot een Romeinse soldaat mijn arm greep

en riep: “Jij!  Draag Zijn kruis!”

Eerst probeerde ik me te verzetten,

maar zijn hand greep naar zijn zwaard.

Ik knielde dus en nam het kruis van de Heer.

Ik nam het op mijn schouder en liep verder de straat door.

Zijn bloed op het kruis liep langs mijn wang…


Ze leidden ons naar Golgotha.

Ze sloegen nagels diep in Zijn handen en voeten.

En toch hoorde ik Hem op het kruis bidden:

“Vader, vergeef het hun…”

O, nooit heb ik in iemands ogen, zo’n liefde gezien.

“In uw handen beveel Ik mijn geest”, bad Hij,

en toen stierf Hij.


Ik stond daar als leek het jaren, ik verloor alle tijdsbesef…

tot ik plots twee kleine handjes in de mijne voelde:

mijn kinderen stonden daar te wenen

en ik hoorde mijn oudste zoontje zeggen:

“Papa, vergeef ons alstublieft, het lam is weggelopen…

Papa, papa, van wat we hier hebben gezien

is er zoveel dat we niet begrijpen.”


Ik nam hen dus in mijn armen,

we keerden om naar het kruis toe, en ik zei

“Lieve kinderen, let op het Lam…”

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     





PRIESTERCELIBAAT

Ben Van Vossel


Feiten

In de loop van vorig jaar trof mij het bericht dat een tweetal relatief jonge priesters uitgetreden waren. Motief: de zwaarte van het celibaat. Terwijl religieuzen expliciet kiezen voor het celibaat, naast ‘armoede’ en ‘gehoorzaamheid’, kiezen seculiere priesters wel voor gehoorzaamheid aan de bisschop maar bij het priesterschap hier in de Westerse kerk behoort ook het verplichte celibaat, het in onthouding leven.

In de zestiger jaren van vorige eeuw – toen nog velen uittraden uit het religieuze en priesterlijke bestaan – vond ik dat voor wereldgeestelijken het celibaat vrij zou moeten zijn; dat er dus naast ongehuwde, ook gehuwde priesters mochten zijn. Paus Joannes Paulus II heeft later op een bepaald ogenblik die discussie daaromtrent afgesloten verklaard en ik heb dat besluit helemaal aanvaard.  Maar blijkbaar heeft men na zijn overlijden dat tijdelijk afgesloten hoofdstuk opnieuw opengelegd… om allerlei redenen.


Opnieuw ter discussie

In de loop van dit en vorig jaar zijn er  stemmen opgegaan om toch te opteren voor de mogelijkheid van gehuwde priesters in de Westerse katholieke kerk. Voor sommigen was het kindermisbruik door geestelijken de aanleiding om te beweren dat het celibaat een belangrijke reden was van dat ziekelijke en criminele gedrag. Een nogal vergaande gevolgtrekking. Anderen,  o.m. Oostenrijkse en Duitse theologen, waren voor gehuwde priesterschap in het kader van een meer gedemocratiseerde en minder klerikale kerk.  Er werden nog een aantal andere redenen naar voor gebracht, waarvan de meest voor de handliggende: het priestertekort.

Ook bisschoppen, bij ons o.m. bisschop Johan Bonny (Antwerpen) en Jozef De Kesel (Brugge) toonden zich gewonnen voor de keuze van kandidaat-priesters voor het al of niet gehuwd priesterschap; maar (en het is goed dit te onderstrepen) deze bisschoppen waren van oordeel dat daarover eerst eensgezindheid moet bestaan in de wereldkerk. Zij vonden dat het niet de beslissing mocht zijn van een locale kerkgemeenschap…


Late praxis

Bij heel wat met de Rooms-katholieke kerk verbonden ritussen in het Oosten bestaan zowel het gehuwde als ongehuwde priesterambt. Kandidaat-priesters kiezen vóór hun (onder-)diaconaat of ze als gehuwd ofwel als ongehuwde priester hun priesterambt willen uitoefenen. In het Oosten heeft het gehuwde priesterambt altijd bestaan. In het Westen daarentegen (en o.m. in de met Rome verbonden Chaldeeuwse kerk) is in de loop der eeuwen het celibaat stilaan ingeburgerd en tenslotte verplicht geworden voor alle katholieke  priesters. Aanvankelijk waren de meeste priesters en bisschoppen trouwens gehuwde mannen. Bij de meeste Oosterse christelijke kerken moet echter de bisschop een monnik zijn, een ongehuwde. Hij is als het ware met de Kerk getrouwd.


Op losse schroeven

Het is ‘des mensen’ dat wanneer een bepaalde strikte verplichting wat wordt losgelaten of er (soms vrij losjes)  over gediscussieerd wordt, dat men dan gemakkelijk reeds bij voorbaat de horden neemt, de zaak gewoon forceeert of toelatingen gaat uitbreiden. Zo zou het kunnen dat door het discussiëren over het priestercelibaat er stilaan ook bij een aantal priesters een sfeer groeit van dat het allemaal niet meer zo gewichtig is en dat het binnenkort toch wel toegelaten zal zijn te huwen. De lat lijkt wat lager gelegd te worden en onmiddellijk springen sommigen erover. Verslapping van de verplichtingen leidt gemakkelijk tot het verzwakken van de inspanning die men deed om aan bepaalde verplichtingen of beloften tegemoet te komen…


Aangepaste voorzieningen

Bij dit alles dient men immers voor ogen te houden dat het celibaat een bepaalde niet voor de hand liggende levenskeuze betreft die eisen stelt om die levenskeuze trouw te kunnen blijven. Voor de huwelijkstrouw zijn er ook bepaalde eisen om die trouw op een goede manier te kunnen beleven en veilig te stellen.

Het priesterlijk celibaat vereist bijvoorbeeld een aangepaste innerlijke en uiterlijke ascese, een diepe spiritualiteit en persoonlijke relatie tot de Heer, een geschikte gelovige omgeving, zinvol en toegewijd priesterwerk, christelijke steun en persoonlijke begeleiding, sacramentele praktijk en alles wat ook maar een steun kan bieden voor de evenwichtige beleving van het celibaat en het hele priesterlijke bestaan. Het zijn aangewezen hulpmiddelen voor een goede beleving van het priestercelibaat. Men gaat zichzelf niet in zulke omstandigheden brengen die het beleven van en het trouw zijn aan de celibaatbelofte bemoeilijken.


Wijsheid

Het was hier niet onze bedoeling heel de intrinsieke waarde van het priestercelibaat te beschrijven. Met bovenstaande overwegingen wilden wij ook niet het geweten van anderen binden noch een oordeel uitspreken over de beslissing die sommigen genomen hebben. Wel wilden we aansporen tot herwaardering en herbronning van het priestercelibaat in dienst van het godsvolk en tot voorzichtigheid en verantwoordelijkheidszin waar men bepaalde zaken ter discussie stelt.

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     



PUFFEN GEBLAZEN IN ZUID-TURKIJE

Aboena Mansoer

Sommige personen houden van de zon, ook en wanneer vele anderen en zelfs de landbouwgrond van onze kouwelijke gewesten er al lang genoeg van hebben. Eind juli 2012 hadden we zulke stevige hitte dat velen van ons het moeilijk hadden om nog buiten te komen en om een wat normale slaap te vinden, ’s nachts dan. Het kan echter altijd nog erger. Een missionaris schreef in die warmteperiode vanuit het Midden-Oosten het volgende bericht dat nog de hitte uitwasemt… Een troost voor onze vaderlandse warme dagen waar we in de wintertijd van dromen maar waar het in de zomertijd wel eens teveel van het goede kan zijn.


Dear … uw wensen en gebeden deden goed. Vandaag is het de verjaardag van Ma. Nog altijd dank voor uw lieve zorg voor ons moederken. Vandaag is het hier ook uitzonderlijk 60 graden. Bovendien Ramadan. Er werd een vrije dag afgekondigd. Onze jonge Irakese confrater zat er ook door gisteren. Drie missen, twee begrafenissen en 4 uur gesprek met Chaldeeërs. Ik wilde hem naar het hospitaal voeren, maar vandaag is hij om 4 uur 's morgens vertrokken voor retraites in het noorden. Ik moet hem vervangen voor de missen. Bij de kliniek deed de Astra het niet meer. De batterie plat en ook nog iets aan de silf, en de radiateur lekt. In het huis ook allerlei herstellingen aan koelers, en ook in het kerkgebouw, de klaslokalen herinrichten en ook daar de koelers vernieuwen. Als ge 5 minuten buiten zijt, zwemt ge in het zweet. Weer alles verversen dan maar. De elektriciteit werkt niet meer, of maar half. Een ander sisteem proberen. Zonder koeling overleeft ge niet, of ge moet u volledig instellen op de woestijn-Arabieren. Dan maar drinken, van alles, tot ge een waterbuik hebt. Eten gaat niet meer. Een halve boterham per dag, en dan nog met moeite. Nu geef ik ook iconenles. Maar gans anders dan in het Begijnhof. Ik leer ze eerst schilderen, vettig, vol kleuren en lijnen. Alleen de mensen van (onze trektocht in Zuid-)Turkije volharden. Dan wat slapen op een zetel. Om het uur opstaan om het waterpeil bij te werken... Ik ben wel blij dat mijn oudere confrater het niet moet doormaken dit jaar en thuis wat kan bekomen. Bisschop … komt wellicht eens over, midden volgende maand, en ikzelf heb een ticketje besteld voor den 22ste  met Australian Airays. Tot so long. Mocht de Heer u zegenen met frisse regen en witte bloemekens.

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     





IN NOMINE DOMINI

Naar o.m. Romano Guardini

Op een priesterretraite speelde de (waarschijnlijk grondig geseculariseerde) pater retraiteleider het klaar om niet één keer zijn onderrichtingen te beginnen met een gebed, of een aanroeping tot de heilige Geest. Hij was waarschijnlijk van oordeel dat al de ‘wijsheid’ die hij verkondigde uit eigen knikker kwam of uit de boeken die hij gelezen had... Ik dacht daaraan terug toen ik onlangs nog eens het boekje las van Romano Guardini over de ‘Psalmen’. Guardini was juist benoemd aan de Universiteit van München en moest ’s zondags de academische godsdienstoefeningen leiden in de St.-Ludwigskerk. In het betreffende boekje werden 8 van die preken samengebracht.

Luister nu eens hoe Guardini die overwegingen begon en je zal mijn vergelijking met die geseculariseerde priester wellicht begrijpen:


“Beste vrienden. We beginnen vandaag met de zondags-overdenkingen van dit semester. Maar we willen dat niet doen, zonder eerst aan God te vragen, dat Hij onze inspanning zegene. In deze overdenkingen gaat het immers niet om een louter intellectuele waarheid, die duidelijk moet worden voor het verstand, maar om het levende woord Gods, dat moet doordringen in het hart, in de grond van ons zijn, opdat het daar wortel schiet en vrucht draagt. Moge dus Gods Heilige Geest geven, dat dit ook gebeurt.”


Dit is het woord van een ‘gelovige’ christen, en ik zou wensen dat elke christen en zeker de priesters en predikanten zo gelovig zouden zijn.

Dat is de betekenis van het kruisteken dat we ons ’s morgens maken bij het opstaan, dat is de betekenis van de begroeting van de celebrant bij het begin van de Eucharistieviering: Hij maakt het kruisteken. Het volk zegt: Amen. En dan spreekt hij de zegenwens: “De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de Gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen.” Amen!

Ik weet wel dat “in Naam van God” vreselijke dingen gebeurd zijn, toch is het goed onze dag te beginnen onder Gods aandacht en dat we ons in de nieuwe dag begeven met een bewuste vraag om Gods zegen. Ik vind dat de woorden van Guardini elke predikant of christelijke lesgever kunnen inspireren om in de juiste gesteltenis hun werk aan te vatten.

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     





DE ATLETE EN HAAR ICOON

Naar Katholiek Nieuwsblad 2012 nr 33

Dertig jaar moet ze zowat zijn. Meseret Defar. Vanuit Ethiopië was ze gekomen om in Londen tijdens de Olympische spelen 2012 de gouden medaille te komen winnen op de 5000 meter. 5 kilometer hard lopen… en winnen! Ze was wel niet aan haar proefstuk, want ook in Athene won ze in 2004 de Olympische titel. (In 2006 behaalde ze in New York het wereldrecord met 14.24,53).   Defar is een Orthodoxe christin en vlak voor de start van de 5000 m. maakte ze zich bewust een kruisteken. ‘Overdreven’ zullen sommigen van ons wel denken, ‘helemaal niet nodig’, ‘zie dat alle moslim deelnemers ook even met hun koran staan te zwaaien’…  Kijk, Defar maakte zich een kruisteken en startte. Ze bereikte als eerste de aankomstlijn, haar frêle, afgetrainde lichaam totaal uitgeput. Ze zeeg op de knieën, het hoofd tot tegen de grond zoals bij de grote buiging in de orthodoxe spiritualiteit. En dan haalde ze uit haar zak een gekreukte afbeelding van de Moeder Gods, Maria met het Kind Jezus en ze kuste deze icoon. Ze toonde ze aan heel de wereld, aan de miljoenen kijkers, ze verborg ze niet voor de talrijke camera’s. Iedereen mocht naar Maria en haar Kind opzien. Och, het was maar een klein detail het in het grote Olympische circus: een dankbare atlete die haar eenvoudig geloof uitdrukte in een sterk emotioneel gebaar.

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     


GOD SPREEKT

Paus Benedictus XVI

In een boodschap aan de deelnemers van de 33ste ‘Ontmoeting voor de Vriendschap onder de Volkeren’ van de lekenbeweging Communione e Liberatione (Rimini augustus 2012) schreef Paus Benedictus XVI:

“Elk ding, elke relatie, elke vreugde, evenals elke moeilijkheid, vindt zijn uiteindelijke reden daarin dat dit een gelegenheid is voor de relatie met het Oneindige, de stem van God die ons voortdurend roept en uitnodigt de blik omhoog te richten, om in het je hechten aan Hem de volle verwezenlijking te ontdekken van ons mens-zijn. ‘Gij hebt ons voor U gemaakt’, schreef Augustinus, “en onrustig is ons hart, totdat het rust in U.’”

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     




OVER PREKEN GESPROKEN

Franciscus Xaverius

Terwijl hij in Cochin moet wachten alvorens zijn (laatste) reis te ondernemen (naar China) schrijft Franciscus Xaverius nog een heel aantal brieven. In de brief aan Antonio de Heredia met een hele hoop raadgevingen komt o.m. deze goede raad voor die elke predikant wel ter harte mag nemen. Franciscus Xaverius was nog een van die eerste Jezuïeten, goede vriend van Ignatius, die de stelregel au sérieux namen, ‘ad majorem Dei gloriam’: je doet enkel dat wat God tot meerdere eer strekt.


“Vermijd in uw preken

alle invallen die de oren strelen

en u de reputatie bezorgen van geestig te zijn,

want dat is maar ijdelheid die God onteert

en de zielen geen goed doet.”

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     





ALS GOD MENSEN  ROEPT…

P. Frans van den Abbeel CSsR

Ter gelegenheid van zijn Gouden Priesterjubileum sprak pater-pastoor Frans van den Abbeel in zijn welkom de genodigden toe met de volgende woorden (die op zijn gedachtenisprentje werden afgedrukt):


“Als God mensen roept om met Hem te bouwen aan Zijn wereld, dan doet Hij dat langs verschillende kanalen:

God is het die werkt langs ouders, opvoeders, medemensen die beroep doen op het beste in onszelf. God is het die in de mens verwondering legt voor Zijn schepping en verlossingswerk. God is het die mensen aankijkt doorheen de ogen van een hongerige, een zieke, een hulpbehoevende. Dat besef is vaak de bloesem en de vruchtbare bodem van de priester- en kloosterroeping. Deze worden bevrucht door vele mensen als brengers van het zaad van Gods liefde, door een bemoedigend woord, een luisterend oor, een zorgzame moederhand, een waakzaam vaderhart.

Samen met de boer die het graan zaait, die slapa ten waakt terwijl het zaad kiemt en opschiet, kan ook een priester en kloosterling allen maar zegen: “Ik weet niet hoe het gebeurt… maar ik vertrouw. Ik ben in Gods hand. Hij keert alles ten goede !”


Priesters, religieuzen en allen die een bijzondere roeping ervaarden vanwege God mogen ook de vele, vaak heel eenvoudige en niet-gekende mensen dankbaar zijn die instrument waren van Gods genade op de weg van het ontdekken en beleven van hun roeping.


    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     

IRAKESE REDEMPTORISTEN

In ons vorig nummer bleven we even stilstaan bij de bisschopswijding van de Irakese Redemptorist Warda Bashar tot aartsbisschop van Erbil in het Noorden van Irak. In onderhavig artikel hebben wij het over een andere jonge Irakese redemptorist die in moeilijke omstandigheden het beste van zichzelf geeft in de redemptoristische zending in Irak. We betreuren het dat een te strakke opvatting van opleiding de instroom van jonge Irakezen in die zending heeft beknot.


Sinds 2002 is de jonge redemptorist, Myasser werkzaam in Bagdad. Hij werd wel eens vermeld ten tijde van de bomaanslag op de Syrische kerk van Onze Lieve Vrouw (en-Janat); in dat bloedbad kwamen verschillende van zijn familieleden en twee intieme vrienden-priester om. De mensen die toen in die kerk aanwezig waren, kwamen allemaal uit hetzelfde grote dorp, Qaraqosh, waar ook zijn familie woont. Zij kennen elkaar daar allemaal en waren diep aangeslagen door deze vreselijke terreurdaad. Het spreekt voor zich dat pater Myasser diep meegeleden heeft met zijn beproefde dorpsgenoten. Wel ontving hij uit Rome vanwege het Generalaat der Redemptoristen verscheidene brieven van medeleven.

Bedoelde aanslag was echter ook het begin van een hernieuwde massale uittocht van christenen uit Bagdad. En iets dergelijks kan zich onverwachts herhalen, om het even waar. De christenen zijn er volledig weerloos en voelen zich voortdurend bedreigd.

Op dat ogenblik was pater Myasser werkzaam in de Grieks Melkitische kerk waar hij preekte en retraites leidde. Door de Chaldeeuwse patriarch Emmanuel II Delly werd hij echter ook benoemd tot pastoor van de Heilig Hartkerk van de Chaldeeërs, een van de grootste parochies van Bagdad. Pater Myasser is van afkomst Syrisch katholiek (van ritus, niet van nationaliteit) terwijl de Redemptoristen in Irak op de eerste plaats ten dienste staan van de Chaldeeërs. Pater Myasser leerde onmiddellijk hun (Chaldeeuwse) liturgie en aanvaardde de moeilijke opdracht om de verwaarloosde parochie die heel wat moeilijkheden kent te bedienen.  Zo waren er maar weinig gelovigen die de kerk nog bezochten en het godsdienstonderricht stond er op een laag peil. De parochie werd aanvaard als Redemptoristenmissie; pater Lucien Cop woonde dikwijls in op de parochie en er werd innig contact onderhouden tussen de verschillende confraters wat betreft inspiratie en verwezenlijking van de projecten.

Pater Myassir herstelde eerst de kerk. Het interieur werd herschilderd en de altaarruimte heringericht. Bij de ingang van de kerk bouwde hij een speciale doopkapel, met, achter de doopvont, een mozaïek van Christus’ doopsel en als achtergrond ook nog een rots waar het water uit neerstroomt.

En zie, de mensen begonnen terug te komen. Iedere zondag zorgt de pater voor een nieuw decor: “De mensen houden daar van”. Hij is een talentvol predikant die weet te boeien en diepe geestelijke waarden doorgeeft. Met de feesten wordt heel de kerk omgevormd tot een kerststal of tot het verrijzenisgraf, met doorgangen rond het altaar. Ook op het binnenhof voor de kerk worden reusachtige versieringen aangebracht, spandoeken en grotten met verdiepingen en waterbesproeiing. Ter ere van het Heilig Hart heeft hij vanuit het water een soort zuil opgericht met fonteinen, en hoog erbovenop een nieuw beeld van het Heilig Hart van Jezus. Langsheen de kerkmuur werd een siertuintje aangelegd, en ook daar verandert het decor voortdurend. Op de grote feestdagen staat de helft van het volk buiten en elke zondag zit de kerk overvol. Hij heeft een artistiek koortje dat moderne gezangen inweeft in de klassieke Chaldeeuwse liturgie.

Een paar ongebruikte kamers heeft hij ingericht als atelier, waar hij alle gebroken beelden van de  kerken van Bagdad herstelt en schrijnwerkerijwerk verricht. Verder is hij ook dierenliefhebber, en overal plaatst hij vissen, vogels en schapen bij de grotten en de voorstellingen. Hij werkt er nu anderhalf jaar en de parochie is volledig vernieuwd op alle vlakken.

Hij werd ondertussen ook benoemd tot directeur van het Catechetisch Instituut van de Chaldeeërs en hij organiseert de lessen. Na de aanslag waarover we hierboven berichtten verliet ongeveer 70 % van de studenten het Instituut (een van de vermoorde priesters was directeur van het "Centrum voor Oosterse Studiën”). Dit jaar waren er 15 afgestudeerden. Zelf heeft pater Myasser een intense parochiecatechese met een hele staf catechisten, die hij zelf opleidt. Elke vrijdag (een vrije dag in de moslimlanden) komen ongeveer 150 kinderen die opgehaald worden met twee kleine busjes. Zij zijn verdeeld over 5 klassen met 9 leraars. Twee jaar geleden waren er 32 eerste communiekantjes, dit jaar nog 16. Daarnaast bezoekt hij de mensen. De kerk is gelegen in een arme wijk en de armenhulp werd er georganiseerd; 15 families zijn volledig afhankelijk dan deze bijstand. Nochtans gaat de uittocht verder. In 2011 werden 700 doopbewijzen verstrekt, voor mensen die wilden vertrekken. Sinds de aanslag verlieten van zijn parochie ongeveer 1000 personen het land. Toch blijft zijn kerk gevuld want er komen gelovigen van afgelegen plaatsen, omdat ze zich aangetrokken voelen door wat daar gebeurt. Bij wijze van besluit nog dit rare aanbod: uit Zweden (waarheen ook heel wat Chaldeeuwse en Syrisch-katholieke Irakezen uitweken) kreeg hij een uitnodiging om er een paar jaar te komen werken want zijn preken en onderricht worden zelfs daar ten zeerste geapprecieerd.

We mogen dankbaar zijn dat deze talentvolle jonge priester zich met zoveel inzet wijdt aan de evangelisatie in zulke moeilijke omstandigheden. Graag een gebedje voor hem en zijn werk. (PS. In 2013 werd p. Myasser op vraag van een bisschop door de nieuwe patriarch benoemd voor een wat verwaarloosd christendorp in het Noorden)

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     



CITAAT OVER HET GEBED

Louis Evely

“Gebed is het tegendeel van trots (…) Het gebed komt van boven, zoals elke goede gave, elke uitgelezen genade, het daalt neer van de Vader van het licht (…).

Velen vielen zo diep in het heidendom terug, dat zij ertoe kwamen te geloven, dat het gebed een zuiver menselijke activiteit is, een beroep op God, een toespraak tot God. (Maar) Vóór alles is het een handelen van God in ons. Laten wij bij het gebed niet de vergissing maken van Chantecler, die meende door zijn gekraai de zon te doen opgaan. Hij dacht dat deze op zijn stem ontwaakte en dat, als hij op zekere dag per ongeluk niet zou kraaien, de zon niet zou opgaan. Stel je voor! De werkelijkheid was veel mooier dan Chantecler vermoedde. De zon wekte Chantecler met haar teerste morgenstralen. Hij was slechts de heraut van het licht, de warmte en de goedheid in het hart van de wereld.

Laten wij roepen van vreugde, als we gaan bidden, laten we van blijdschap beginnen te lachen. God is aan het werk! (…) Als we nu maar blijven bidden, lang genoeg durven wachten, zullen wij weten en horen, hoe Hij ons heeft verhoord.

Dit gebed (…) laat in ons God tot God worden. Het aanvaardt zich te laten optillen naar de hemel in plaats van te pogen God naar de aarde te trekken.”

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     




HEM ONTHALEN

bvv

In diepe nacht en op klaarlichte dag

komt  Hij tot u. Hij kent geen uur

dat  niet goed zou zijn om zich te openbaren

en  om Heiland te zijn voor zijn mensen.

In donkere nacht en in volle dag

biedt  Hij zich aan als mens-in-nood,

als  mens-in-pijn, als bedelend om

wat  aandacht en tijd.


In vrede volle rust, soms in jouw weemoed

spreekt  Hij zijn woord

van  vrede, vergeving en troost.

laat  je hart dan waakzaam zijn

om  zijn woord

en  zijn heil te onthalen.


In broederlijk samenzijn, in brood en wijn,

in  vierend verwijlen

bij  zijn aanwezigheid

mag  je Hem ervaren door zijn Geest.


Wil met Maria aandachtig luisteren

en  gevoelig ingaan

op zijn komen tot u …

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     




OM BIJ HEM TE ZIJN

Citaat uit: ‘De Katholieke Kerk verkennen’

“Jullie katholieken zijn belachelijk”, zei een niet-katholieke vrienden ooit tegen een van mijn studenten. Ze had opgemerkt hoe nonchalant velen van ons naar de heilige Mis gaan en ze vond dat dit gewoon niet klopte. “Als ik zou geloven wat jullie zeggen te geloven”, zei ze, “zou ik elke dag op mijn knieën naar dat tabernakel kruipen om bij Degene te zijn waarvan jullie zeggen dat Hij daar is.”

De vraag die we onszelf moeten stellen is: laat de wijze waarop ik de heilige Mis beleef – mijn voorbereiding, mijn gedragingen gedurende deze viering en na afloop – een echt geloof zien dat ik hier de Koning der koningen en de Heer der heerscharen ontmoet? Laat mijn houding zien dat de Eucharistie op zondag het hoogtepunt is van mijn gehele week?

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     




DE RIDDER MET HET KRUIKJE

Een Franse legende uit de 13de eeuw: “Le chevalier au barisel” geeft een kinderlijk eenvoudige bezinning over volmaakt en onvolmaakt berouw en over Gods barmhartigheid ook voor de grootste zondaars. Tegelijk wordt gewezen op de voorspraak door een medegelovige. Volgens de ‘Larousse du XXe Siècle’ (1925) betekende “barisel” een officier van de stadswacht, althans in Italië. Maar in de Middeleeuwen betekende het een kruik, emmer of een kleine ton of vat. (Zie op. cit. onder baril / barigel / barisel.) “Le chevalier au barisel” vertalen we dus als: “De ridder met het kruikje”.


Een zondige maar min of meer boetvaardige ridder komt op zekere dag zijn biecht spreken in het bos bij een heilige eremijt. De heilige man, die nochtans al zoveel zondaars gehoord had, moet wel even slikken bij de biecht van deze ridder. Hij geeft hem wel de absolutie maar tegelijk legt hij die ridder een speciale penitentie op die hij moet vervullen om de biecht echt volledig te maken. De kluizenaar geeft hem een klein vaatje dat hij rond zijn nek moet dragen en dat hij moet trachten te vullen met water.

De ridder gaat hiermee akkoord en denkt dat hij vlug aan die opdracht voldaan zal hebben en zo de vergiffenis van God zal krijgen over zijn zondig leven: zijn hoogmoed, zijn uitspattingen, zijn geldzucht en moorden…

Een jaar gaat voorbij. De oude kluizenaar bevindt zich nog steeds in zijn schamele hut als daar een verwaarloosde ridder op een houterig paard komt aangesukkeld. “Vader, je zal mij wel niet herkennen, maar ik ben de ridder die een jaar geleden bij jou ben komen biechten. Je hebt me toen een wel zware penitentie gegeven. Ik moest tijdens mijn pelgrimstocht dit kruikje rond mijn hals weten te vullen met water. Maar dat is me, spijtig genoeg, niet gelukt. Ik heb nochtans landen en streken doorkruist, ik heb de grote,weidse zee overgestoken en rivieren en allerlei waters. En overal heb ik geprobeerd dit kruikje te vullen, maar nooit ging er een druppel water is. Geloof me, ik heb het met de inzet van mijn leven geprobeerd. En nu ben ik werkelijk totaal uitgeput. Ik voel dat ik weldra zal sterven, en dat terwijl ik mijn penitentie niet heb kunnen vervullen en dus geen vergeving van God heb gekregen.


De eremijt was echt ontdaan door dit relaas. Hij slingert de roofridder eerst nog wel allerlei verwijten naar het hoofd. “Ik zie goed dat God je haat. Jouw berouw is trouwens zonder waarde; jij hebt het zonder diep spijt en zonder heilige liefde en vroomheid gedaan.”

Maar tegelijk beseft de kluizenaar dat hij die man misschien een te zware penitentie heeft opgelegd waardoor hij nu in zo’n deerniswaardige toestand is geraakt en, nu hij de dood nabij is, nog altijd niet verzoend is geraakt met God Dan begint de eremijt te huilen, hij balt de vuisten en zijn hart is zo diep van spijt doordrongen dat hij het hardop uitschreeuwt:


„God, Gij weet alles, Gij kunt alles en Gij ziet allen. Kijk dan naar deze mens die nu naar zijn ondergang toegaat; hij is alles verloren, lichaam en ziel, en heeft zijn tijd verspild op die pelgrimstocht waartoe ik hem verplichtte om uw vergeving te krijgen. Heilig Maria, goede moeder, verzoek God, uw verheven Vader, dat hij zijn blik vol mededogen naar deze man richt. Mijn God, als ik ooit een daad goed en bekwaam heb gedaan om u te behagen, wees dan zo goed om nu deze mens uw vergeving schenken; door mijn schuld is hij in zo’n ellende verzeild. Sta niet toe dat zijn armoede zonder vrucht blijft, maak dat zij bron van berouw wordt…” De eremijt weent zijn mededogen uit…


De ridder kijkt een hele tijd toe zonder een woord te zeggen. In stilte begint hij te bidden tot God: “Goede God, dat deze kluizenaar zo bedroefd is, is mijn fout. Het is om mijn redding af te smeken dat hij zo aangedaan tot u bidt. Wil mij vergeving schenken. Ik wil oprecht mijn leven beteren.”

Zijn berouw is zo groot dat ook hij in tranen uitbarst. En God laat de oprechte beslissing van zijn hart tot een grote traan worden die in het kruikje valt en het helemaal vult zodat het zelfs overloopt. De eremijt ziet het en werpt zich aan de voeten van de nu bekeerde ridder: “Broer, zegt hij, dat de heilige Geest in u neerdale! God heeft met welbehagen op u neergezien en heeft u bewaard van de ondergang. Hij heeft u gereinigd en uw zonden vergeven. Wees verheugd: uw penitentie is volbracht.”

Op dat ogenblik ervaart de “ridder met het kruikje” zo’n grote vreugde als geen mens ter wereld ze kan ervaren. Zijn tranen worden echte tranen van blijdschap en dankbaarheid.

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP     





“VLAAMSE VELDEN” IN ’T BEGIJNHOF

bvv

Een hele stap van zo’n oeroude psalm naar het jaar 2014. Dat jaar wordt niet alleen het eventuele momentum voor Bart van A, maar het is ook zowat 100 jaar geleden dat bij ons de “groten oorlog” uitbrak. Dat was nog andere koek. Wereldoorlog I. De miserie die dat gebeuren over Europa en ook in het bijzonder over ons land bracht moet enorm geweest zijn. Een geweldige tol aan jonge soldatenlevens en een hoop verwoestingen. Maar ook ellende voor ontelbare gezinnen. Gezinnen die ook nog geconfronteerd werden met de afwezigheid van de kostwinner en vaak zwarte armoede kenden…

Vandaag wordt er al volop gespeculeerd door tal van mensen om de start en het verloop van die oorlog in beeld te brengen en er allerlei reportages aan te wijden en misschien zal Sinterklaas dan ook zorgen voor een overvloed van speculazen soldaten en allerlei gadgets die aan de ‘groten oorlog’ herinneren. Wait and see!  In ieder geval hebben de productiehuizen zich er op voorbereid en zo kenden wij in het Groot Begijnhof van Gent in oktober van vorig jaar (2012) reeds een invasie van soldaten in vooroorlogse uniformen (nog geurende naar mottenbollen uit verzegelde rekwisietenkelders) en overjaarse misdienaartjes, een voorhistorische pastoor die weggelopen leek uit de boerenkrijg, een fanfare van de Sint-Jansvrienden die de rekruten, na de zegen van de pastoor, moest uitgeleide doen om “voor den vaderlande” te gaan vechten tegen ‘den Duts’. Dagenlang werd hier gefilmd (ik weet niet of dat allemaal uitsluitend digitaal gebeurde) en tijdens de opnames mochten er geen huiskeffertjes blaffen; er kwam kunstmatig zonlicht aan te pas dat door de kerkramen werd geprojecteerd en even kunstmatige sneeuw werd voor de kerk decimeterhoog opgespoten voor een treurige begrafenisstoet. Een week opnames, waarschijnlijk om tenslotte enige minuten van de teeveereeks te vullen; immers de loopgraven enz. werden op een heel andere locatie opgenomen. Het bracht wel wat beweging en kleur in ’t begijnhof. Hopelijk wordt het een goede evocatie, hopelijk houden ze het ook een beetje deftig, want met onze Vlaamse scenarioschrijvers en filmmakers weet je maar nooit. Nogmaals, wait and see in september 2014… als we er dan nog zijn. “Lang leven de gesneuvelden”, riep onze burgemeester eens op het einde van zijn toespraak (maar hij had toen wat te diep in het glas gekeken).

EINDE ARTIKEL

    NAAR INHOUDSOVERZICHT         NAAR TOP