GELOOF en LEVEN vzw



  
HOME

INHOUD


GELOOF EN LEVEN

INHOUD 2016 (jg 120) NR 3

ALGEMENE INHOUD


Paus roept jongeren op        81

Leven in Christus (2)   naar Raniero Cantalamessa    83

Christelijke identiteit   naar J. van der Veken    86

Iconen (8)    J.-P. Vanhopplinus    89

Ongezellige gezellen   A.V.W      92

Niet van de wereld   Brief aan Diognetus    94

Chaldeeuwse inwijding (2)   M. Bloemen cssr    96

In de vrede van de Heer (A.Penninck, P.Loncke)     99

Gebedje    Cecilia      101

Uit stilte groeit…   Bergenkruis     101

Geborgen in liefde   bvv      102

H.Geest ontvangen ?   Naar Gal.5,22     106

Belangrijk bericht   Red.      110

De abbé en zijn rozen  bvv      111

De Abgarlegende   bvv      115

Idesbald van Duinen (17)  Dom Nivardus van Hove   119


INHOUD


PAUS ROEPT JONGEREN OP


In zijn homilie in de kapel van Santa Marta riep paus Franciscus onlangs jongeren op om een roeping als missionaris in overweging te nemen.

Jonge vrouwen en mannen die de hedendaagse egoïstische en materialistische samenleving moe zijn, moeten eens nadenken om missionarissen te worden die de helden van evangelisatie zijn.


Het leven is ten volle de moeite waard, maar om het goed te leven kun je het maar beter ‘consumeren’ in dienstbaarheid, in de verkondiging en op tocht te gaan.


Dat is de vreugde van het verkondigen van de Blijde Boodschap.


Zeer veel mannen en vrouwen hebben hun families verlaten, hun thuisland en hun vertrouwde cultuur om naar andere continenten te trekken. Velen van hen zijn nooit meer naar huis teruggekeerd, stierven in  missielanden door ziekte of als martelaars. Ze boden hun leven aan voor het evangelie. Deze missionarissen zijn onze vreugde, de vreugde van onze kerk.  Vele missionarissen zijn anoniem gebleven, in een dienend leven, en ze voltooiden hun leven ver van huis en van hun dierbaren, maar zij leefden zo dat ze konden zeggen: wat ik heb gedaan was echt de moeite waard.


Open voor het werk van de Heilige Geest voelden zij een onweerstaanbare drang – ze werden  als het ware gestuwd hun leven te "consumeren" voor God in de verste uithoeken van de aarde. Aan de hedendaagse jonge mannen en vrouwen, die zich niet op hun gemak voelen of niet zo gelukkig zijn met deze ‘cultuur van consumentisme en narcisme, ' zou ik willen zeggen: Kijk naar de horizon. Kijk daar. Kijk naar die missionarissen van bij ons.

Paus Franciscus vroeg aan hen die ontevreden zijn met wereldse bezigheden te bidden tot de Heilige Geest  die hen kan stuwen om ver weg te trekken en hun leven volledig in te zetten door zich toe te wijden aan het dienen van anderen en aan de Blijde Boodschap.


EINDE VAN DIT ARTIKEL    

NAAR INHOUD  -  NAAR TOP


LEVEN IN CHRISTUS (2)


naar: Raniero Cantalamessa


In een eerste bespreking van dit uitzonderlijke boek van pater Cantalamessa (predikant van het pauselijk huis) hadden wij het vooral over Gods liefde, die ons blijft omgeven ook als we verkeerde wegen zijn gegaan. Waaraan hebben we dat te danken? Er is immers iets gebroken tussen God en ons. De zonde was immers: weglopen van God en onze eigen wegen gaan, los van Hem. Die breuk tussen God en ons, een ernstige zaak, hoe werd die opnieuw overbrugd ?


Een Farizeeër ontmoet Jezus

Paulus, een gewezen Farizeeër, die groot ging op zijn eigen ‘in orde zijn’ met God, heeft ooit sterk ervaren dat hij niet op eigen kracht en door eigen verdiensten het weer ‘goed kon maken’ tussen God en hemzelf. Hij had ingezien dat ‘zonde’ iets ingrijpends is, iets dat je niet zomaar kon wegwissen. En dan ontmoet hij Jezus, die hij vervolgde in diens leerlingen. En hij gaat door de knieën. Hij beseft dat alleen in Jezus God zich met de mens verzoent, de mens zelf is te klein om alles weer goed te maken.


Het Kerygma: de kern van de christelijke boodschap

Paulus valt dan terug op het sterke eerste getuigenis van Jezus’ volgelingen: ‘Jezus is gestorven voor onze zonden en verrezen om onze rechtvaardiging (Rom.8,34; 4,25) om Heer te zijn over doden en levenden’ (Rom.14,9). Dat is het kerygma, de eerste en pure verkondiging van de Kerk, nog vóór de evangeliën er waren. Het is die eerste verkondiging die Paulus overgeleverd kreeg. Waarom hechtte men daar zoveel waarde aan? Wij lopen er nogal lichtjes over wanneer we in onze geloofsbelijdenis uitspreken: ‘Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, gestorven en begraven… De derde dag verrezen uit de doden…’

De ondergang van uw hoofdpersoon (geleden, gekruisigd, gestorven, begraven) is niet iets waar je mee naar buiten kunt komen, maar voor Paulus is nu juist dàt het Blijde nieuws, het evangelie: “Voor dit evangelie schaam ik mij niet. Het is een goddelijke kracht tot heil van ieder die erin gelooft” (Rom. 1,16). ‘Mij moge God er voor bewaren op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus’ (GAL.6,14).  Immers, het resultaat van Jezus’ ondergang is zijn verheerlijking én onze redding.


Het Lam Gods dat de zonde van de wereld draagt

De slechtheid van de zonde konden wij niet goedmaken, dat heeft Jezus gedaan. Hij heeft onze slechtheid, onze opstandigheid tegen God, onze hoogmoed, ons zoeken van onszelf in plaats van te leven met God voor ogen … op zich geladen. Hij is voor ons tot vloek geworden, tot pure slechtheid die Hem niet enkel lichamelijk heeft doen lijden maar die zozeer op Hem drukte dat Hij bad tot de Vader dat die kelk (die goddelijke vervloeking, het verwijderd zijn van God) aan Hem zou voorbijgaan… Hij begon beangst te worden, schrijven de evangeliën later, en zijn angstzweet werd tot bloeddruppels, schrijft Lucas, een arts (Lk. 22,42) … De ziel van Jezus heeft de vloek over de mens op zich geladen en heeft in grote nood tot de Vader gebeden om die uiterste godverlatenheid van Hem weg te nemen, maar zijn slotgebed was er een van totale overgave… ‘Vader, niet mijn wil, maar uw wil geschiede’ (Lk.22,42).


Dank en lofzang

‘Hij die niets verkeerds heeft gedaan’ (Lk23,41) heeft onze schuld, onze opstand tegen God op zich genomen. ‘Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen, zoals goud en zilver, zijt verlost uit het zinloze bestaan dat gij van uw vaderen had geërfd. Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus’ (1Petr.1,18-19).

Het moet ons blijvend vervullen van grote dankbaarheid,  aanbidding en lofzang voor het Lam, dat de duisternis van de wereld heeft weggenomen:


‘… tienduizenden tienduizenden en duizenden duizendtallen (…) riepen luid: `Waardig is het Lam dat geslacht werd, te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, en eer en heerlijkheid en lof.'  En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en in de zee, het ganse heelal hoorde ik roepen: `Aan Hem die gezeten is op de troon en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen!' (Openb. 5,11b-13)


EINDE VAN DIT ARTIKEL    

NAAR INHOUD  -  NAAR TOP



CHRISTELIJKE IDENTITEIT


In april van dit jaar zei Paus Franciscus dat de Liefde het kenmerk, de identiteit vormt van de Christen. Hij zei dit waarschijnlijk ter onderlijning van wat Jezus zei: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.” (Joh.13,34). Die uitspraken van Jezus en paus Franciscus krijgen een concrete invulling in een vroeger boek van Jos van der Veken, waar hij het heeft over het typerende van het evangelisch getuigenis van de Synoptische evangelies. Hij vermeldt drie voorname kenmerken in Jezus’ verkondiging: helpen, vergeven, dienen. Het zijn thema’s waar Jezus vaak op terugkomt en die Hij sterk onderlijnt.


1° Meevoelen en daadwerkelijk helpen.

Het is een mooi kenmerk wanneer mensen geraakt worden door de nood van anderen. Het is een mooie eigenschap als je kan meeleven met wat anderen meemaken: zowel met wat de mensen bij u thuis meemaken of moeten doormaken, als met de nood van mensen uit je buurt en wereldwijd.

Je voelt echter onmiddellijk aan dat het niet bepaald heldhaftig is wanneer uw meevoelen zich beperkt tot een voorbijgaande emotie. Jacobus zegt dat heel duidelijk in zijn brief: “Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft en niets om te eten, en iemand van u zou zeggen: ‘Geluk ermee! Houd u warm en eet maar goed,’ en hij zou niets doen om in hun stoffelijke nood te voorzien wat heeft dat voor zin?” (Jak.2,15-16). Jezus had dat ook al duidelijk verwoord in zijn parabel over de barmhartige Samaritaan. We zijn pas in waarheid de naaste van iemand wanneer wij ons ook daadwerkelijk inzetten voor zijn welzijn.


2° Van harte en altijd vergeven

In een gelijkenis wijst Jezus naar de Vader. Hij heeft het over een heer die zijn schuldenaars van harte vergiffenis schenkt, maar die een onbarmhartige knecht serieus onder handen neemt: “Daarop liet de heer hem roepen en sprak: Jij lelijke knecht, heel die (immens grote) schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je mij erom gesmeekt hebt. Had jij dan ook geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik met jou medelijden heb gehad?” (Mt.18,32)

We kennen ook heel goed de vraag van Petrus, nadat Jezus zijn vrienden het Onze Vader had geleerd, met onder meer de bede ‘En vergeef ons onze schuld zoals ook wij anderen hun schuld vergeven.’ Direct daarop vraagt Petrus:  Hoe dikwijls, ja, hoe dikwijls moet ik mijn broeder vergeven?

Het antwoord van Jezus windt er geen doekjes rond. Hij leerde hun immers het Onze Vader. Als je naar de Vader opkijkt en je wilt kind zijn van die Vader van Jezus, dan weet je hoe vaak je anderen moet vergeven.

Het is trouwens een opvallend feit dat in het Onze Vader de vergeving van anderen als voorwaarde wordt gesteld om zelf ook vergeving te ontvangen vanwege God.


3° Dienend in het leven staan

“Ik en de Vader, wij zijn één. Wie Mij ziet, ziet de Vader.”


Vriend zijn van Jezus, kind zijn van de Vader betekent dus ook gelijken op Jezus en zo gelijken op de Vader.

“Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden, mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.’”

“Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.”

Met onze citaten uit het Johannesevangelie blijkt dat dit helemaal in de lijn ligt van wat de Synoptische evangeliën ons hebben overgeleverd over de liefde en het dienen ‘zoals Jezus’. Onze christelijke identiteit ligt in heel het evangelie uitgeschreven, onze taak bestaat erin het in ons leven aanschouwelijk te maken zoals het leven van Jezus.

EINDE VAN DIT ARTIKEL    

NAAR INHOUD  -  NAAR TOP



IN DE WERELD,  NIET VAN DE WERELD


Ik denk af en toe eens aan het briefje aan Diognetus. Het is een heel oude brief, uit de 2de eeuw, zo tussen 150 tot 180, maar hij werd pas in de 15de eeuw ontdekt. In die brief, wellicht geschreven door een christen aan een vriend die wat meer wilde weten over het christendom en de christenen. In het 5e  hoofdstuk worden christenen beschreven als mensen die volop leefden tussen andere mensen, onopvallend, en toch waren er zaken waar ze grondig verschilden van hun dorps- of stadsgenoten. Ze hadden geen eigen dorpen, geen eigen taal, geen opvallend andere levenswijze. En toch…


“Hun leer is niet uitgevonden door het verstand. Ze wonen in hun eigen land, maar als vreemdelingen, als passanten, hun echte vaderland is in de hemel. Ze trouwen zoals andere mensen, ze krijgen kinderen, maar ze leggen ze niet ten vondeling. Ze gehoorzamen de vastgestelde wetten, maar door hun levenswijze overtreffen ze deze wetten. Ze houden van alle mensen en toch worden ze vervolgd. Ze zijn arm als bedelaars en ze maken velen rijk; ze worden gesmaad en ze zegenen. Doen ze goed, dan worden ze gestraft; worden ze gestraft dan verheugen ze zich als werden ze tot leven gewekt… De Christenen worden in de wereld vastgehouden als in een kerker, maar zij houden zelf de wereld in stand.”


Sommige van die zaken herkennen we. Andere komen ons wat wonder voor. Een reden is misschien dat wij ons wat al te zeer ‘aangepast’ hebben aan onze omgeving, ook voor wat betreft onze manier van denken, van omgaan met het materiële, het gehecht zijn aan bezit en eer en succes, en ons –soms onbewust- laten beïnvloeden door allerlei soaps waaraan we verslingerd zijn…


Als voor ons het leven ophoudt bij de dood, als we niet sterk geloven in een leven óver de dood heen, als we niet leven ‘met God voor ogen’, als we ons vertrouwen enkel zoeken in bezit en menselijke erkenning… ja, dan verschillen wij wel erg van wat Diognetus’ vriend schrijft, dan verschillen we wel sterk van die eerste christenen en van het Blijde Nieuws dat Jezus bracht.



EINDE VAN DIT ARTIKEL    

NAAR INHOUD  -  NAAR TOP



IN DE VREDE VAN DE HEER


Op 17 april overleed te Izegem pater ARMAND PENNINCK, Redemptorist, zoon van wijlen Remi en Maria Penninck-Desmet. Geb. te Oostrozebeke op 2 aug. 1925, geprofest te Sint-Truiden op 15 sept. 1946, priester gewijd te Leuven op 15 september 1951.


Tijden het noviciaat te Sint-Truiden en de priesterstudies te Beauplateau en Leuven ontpopte hij zich als iemand met een sprankelende geest en vlot in de sociale contacten; het voorbeeld van zijn moeder in haar Welvaart-winkel was daar zeker niet vreemd aan. Na enige jaren als predikant van Volksmissies, vond hij zijn roeping als predikant in dienst van Oost-Priesterhulp (Kerk-in-nood), vooral in Duitsland maar ook hier ten lande. Toen de Volksmissies hier minder in trek waren heeft hij zich ingezet als godsdienstleraar in Gent en als weekend-predikant in onze voormalige kerk in de Voskenslaan.  De voortijdige dood van vader heeft hem zo getekend dat hij, naast zijn grote devotie tot de H. Jozef, ook grote zorg besteedde aan zijn gezondheid; af en toe sprak hij over het moment dat hij voor de Heer zou moeten verschijnen; hij zou dan in alle eenvoud enkel maar met het slot van het Te Deum zeggen: In Te Domine speravi, non confundar in aeternum (Op U, Heer, heb ik mijn hoop gesteld, ik zal niet voor eeuwig beschaamd staan).


Op 24 april overleed te Izegem (WZC ’t Pandje) pater PAUL LONCKE, Redemptorist; zoon van André Loncke en Marcelina Delaey. Geb. te Roeselare op 3 oktober 1933, geprofest te Sint-Truiden op 15 sept. 1956, priester gewijd te Leuven op 26 dec. 1962.


Samen met zijn tweelingbroer, Jan, volgde hij technisch onderwijs aan het VTI te Roeselare, hij voor meubelmaker, Jan voor elektriciteit. Een paar jaar later trokken ze echter naar het College van de Redemptoristen te Essen en kozen ook voor die roeping, die voor hen een missieroeping zou worden: Jan trok naar  Congo, Paul naar de West-Indies, de Engelse Antillen, het bisdom Roseau.

Met zijn tekentalent en zijn eenvoudige omgang met de kinderen kende zijn catechese veel succes. Bij de volwassenen was hij geliefd omwille van zijn eenvoud en zijn interesse voor hun dagelijkse zorgen en noden. Er kwam ook heel wat materiële zorg kijken, vooral na de doortocht van de verwoestende orkaan David.

Na zijn missiearbeid (45 jaar !) verbleef Paul enige jaren in zijn familie en de laatste twee jaren in het woonzorgcentrum ’t Pandje.

Zijn eenvoud en originele opmerkingen blijven ons bij. Wij vertrouwen deze missionaris toe aan de barmhartige Liefde van de Vader in wiens wijngaard hij zich met al zijn talenten heeft ingezet.

EINDE VAN DIT ARTIKEL    

NAAR INHOUD  -  NAAR TOP



UIT DE STILTE…

Tekst in Bergenkruis

Mother Teresa v Calcutta

Uit stilte groeit gebed

Uit gebed groeit geloof

Uit geloof groeit liefde,

Uit liefde groeit dienstbaarheid,

Uit dienen groeit vergeving

Uit vergeving groeit vrede

Uit vrede groeit stilte…

EINDE VAN DIT ARTIKEL    

NAAR INHOUD  -  NAAR TOP



GEBORGEN IN LIEFDE


Een allesbepalende relatie

Jezus en de Vader… Het is een relatie die een diep mysterie openbaart. Het is een relatie die Jezus’ totale leven bepaalt. Voortdurend spreekt Jezus over de Vader, die Hij zijn Abba noemt, zijn Papa. Je zou die ‘Abba’ wel eens beter willen kennen. Filippus, zeker geen haantje de voorste, vraagt het dan toch maar aan Jezus en krijgt als antwoord: “Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet, Filippus? Wie Mij ziet, ziet de Vader. Hoe kunt ge dan zeggen: Toon ons de Vader? Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar het is de Vader die, blijvend in Mij, zijn werk verricht. Gelooft Mij: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij.” (Joh.14,9-11) Tevoren had Jezus dat mysterie geopenbaard: “… zoudt Gij Mij kennen, dat zoudt gij ook mijn Vader kennen.” Deze woorden sprak Hij bij de schatkamer, toen Hij onderricht gaf in de tempel. (Joh.8,19b-20) Het zijn woorden die Hij spreekt vanuit de geheime schatkamer van zijn god-menselijk hart. De relatie van Jezus met de Vader is zo innig dat we de Vader kennen als we Jezus kennen.

Nog meer van dergelijke woorden staan – vooral in het Johannesevangelie – opgetekend. Ze spreken van een zeer nauwe relatie tussen Jezus en ‘de Vader’.


De afscheidsrede betrekt ons in die relatie

U moet het begin van het 15de hoofdstuk van Johannes eens lezen. Het vangt aan met de vergelijking van de Wijnstok, waarin Jezus zegt dat wij los van Hem tot niets in staat zijn. Maar als wij zijn woorden beleven, mogen we vragen wat we willen en we zullen het krijgen. Het is het verlangen van de Vader dat wij rijke vruchten dragen, zo zullen wij Jezus’ leerlingen zijn.


In Johannes 17,20-26 (waarover Anne-Marie Van Hissenhoven in vorig nummer sprak) vernemen we in welke werkelijkheid wij als christenen ‘nu reeds’ mogen leven. Het zijn van de mooiste en diepzinnigste teksten van het Nieuw Testament. Jezus bidt tot de Vader dat niet enkel zijn leerlingen maar ook al zijn latere volgelingen één zouden zijn zoals Hij en de Vader één zijn, opdat de wereld zou geloven dat Jezus de door God gezonden redder is en opdat de wereld zou erkennen dat de Vader van hen houdt zoals Hij van Jezus houdt. Jezus bidt: “Vader, Ik heb U aan hen doen kennen en Ik zal dit blijven doen opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad in hen moge zijn en Ik in hen."


Een ongelooflijke realiteit

Wat zegt Jezus ons hier? Hij deelt ons mee dat de diepste werkelijkheid van waaruit wij mogen leven de liefde van de Vader is. God houdt van ons met eenzelfde liefde als Hij van Jezus heeft gehouden. Dat is de diepe betekenis van wat Johannes hier in zijn evangelie heeft neergeschreven.

Eens dat deze woorden tot ons zijn doorgedrongen, kunnen wij ons nog afvragen wat dit voor ons concreet betekent, voor ons leven van elke dag?



Het hangt ervan af hoe sterk wij geloven in die woorden van Jezus, in de grenzeloze en barmhartige liefde van God. Maar als we daar echt in gaan geloven, in Gods liefdevolle nabijheid, dan komt er een warmte en vrede in ons hart, een vrede zoals deze die in Jezus aanwezig was, Hij die zich op elk moment bewust was van de oneindige liefde van de Vader. Wij mogen de heilige Geest vragen om ons sterker bewust te maken van die diepste realiteit waaruit we mogen leven: Gods grenzeloze en nabije liefde.


Geloof Jezus’ woorden!

Het zijn inderdaad zo’n diepe en blij makende woorden die Jezus ons bekend maakt in zijn afscheidsrede en die we nogmaals willen citeren:  

“Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden en hen hebt liefgehad, zoals Gij Mij hebt liefgehad. (…) Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen. ' (Joh.17,22-23.26)

Met deze woorden eindigt de afscheidsrede van Jezus in het evangelie van Johannes. Daarna gaat Jezus met zijn leerlingen naar de Olijfhof om zijn lijden binnen te treden: “Niemand heeft groter liefde dan wie zijn leven geeft voor zijn vrienden.” (Joh.15,13)


Liefde die uitstraalt


Nog in het 15e hoofdstuk had Johannes de woorden van Jezus weergegeven waaruit blijkt dat we de liefde van de Vader en de liefde van Jezus niet gewoon voor onszelf ontvangen, maar dat die liefde vruchtbaar moet worden in ons, zodat ze kan uitstralen naar anderen: diezelfde liefde waarmee wij bemind zijn door de Vader en door Jezus. Johannes beschrijft Jezus’ gezindheid:

Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden, in zijn liefde blijf. (…) Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad. (…) Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt.  Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.” (Joh.15,9-1012.16-17)

EINDE VAN DIT ARTIKEL    

NAAR INHOUD  -  NAAR TOP



DE HEILIGE GEEST ONTVANGEN ?


Op Pinstermaandag, waren we met een duizendtal christenen samen voor een Pinksterviering in Sunparks in Mol.

De verantwoordelijke van de Katholieke Charismatische Vernieuwing Marc Meirsman belichtte het Jaarthema: “Christus’ liefde laat ons geen rust!”

Tijdens de Eucharistieviering hield bisschop Bonny van Antwerpen de homilie: de heilige Geest kwam op Pinsteren over ieder van de leerlingen afzonderlijk. Ieder wordt op een eigen wijze aangeraakt door de heilige Geest. Daarna worden ze wel allen uitgezonden naar verschillende richtingen maar ze worden allen gedreven door dezelfde Geest en zullen getuigen van dezelfde verrezen Heer Jezus.

In de namiddag hield E.H. Albert Franck, een Luxemburgs pastoor, een beziel(en)de toespraak (zie ook verder in dit nummer: ‘De abbé en zijn rozen’) waarbij hij onder meer verwees naar een voorval uit de Handelingen van de Apostelen (Hand.19,1-7):


Tijdens een van zijn missiereizen komt Paulus in Éfese en hij ziet daar enkele christenen, een 12-tal, aan wie hij vraagt. “Hebben jullie de heilige Geest ontvangen toen jullie tot het geloof kwamen?” Toch wel een onthutsende vraag. Stel u voor dat zo’n missionaris dat aan u zou vragen: “Heb jij de heilige Geest ontvangen toen je gelovig werd?” Wat zou jij daar op antwoorden? Of zou je


misschien denken: wat een rare vraag?


Waarom vroeg Paulus dat aan die mensen (die wel christen waren maar alleen gedoopt met het doopsel van Johannes de doper, een doopsel van boetvaardigheid)? Miszag hij misschien iets aan die christenen? Wat mankeerden ze dan wel?  Waren ze niet blij genoeg? Waren ze niet liefdevol? Gaven ze blijk van te weinig goedheid, geduld, vriendelijkheid, zachtheid? Al die zaken die Paulus in zijn brief aan de Galaten opsomt als vrucht van de Geest? (Gal. 5,22)


Misschien is het goed dat wij onszelf ook eens door Paulus laten ondervragen aan de hand van die vrucht van de heilige Geest, een vrucht met 9 kenmerken: liefde, vreugde, vrede / geduld, vriendelijkheid, goedheid / trouw, zachtheid, zelfbeheersing! In feite zijn dit allemaal kenmerken van Jezus zelf.

Die christenen daar in Éfese zullen waarschijnlijk niet veel beter geweest zijn dan wij. Maar zij hebben dan wel uitdrukkelijk gebeden dat zij vervuld zouden worden van de heilige Geest, wat ook gebeurde. Daarom is het wenselijk dat wij vandaag ook oprecht bidden dat Gods Geest in ons die goede eigenschappen van Jezus zou bewerken: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid,


zelfbeheersing!


We mogen deze dag niet zomaar laten voorbij gaan. Moet ik soms wat meer liefdevol zijn voor anderen, wat vreugdevoller? Mis ik soms diepe innerlijke vrede?  Heb ik te weinig geduld met mezelf en met anderen, ben ik te weinig vriendelijk, niet goed genoeg? Ben ik ontrouw tegenover God en tegenover mijn naasten, tegenover mijn zending, mis ik zachtheid en zelfbeheersing?

Het is bijna een biechtspiegel als we het zo aan onszelf vragen. Maar vergis u niet. Het zal niet zozeer uw eigen inspanning zijn, maar eerder het werk van de heilige Geest waar we ons voor openstellen.

Het valt ons toch ook op hoe met Pinksteren die eenvoudige vissers, zo vreesachtig als ze waren na Jezus’ dood, plots in het openbaar getuigenis afleggen van Jezus. Dat was niet hun werk, maar het werk van de heilige Geest die deze vrijmoedigheid in hen legde…

Hij deed dat niet alleen in vroegere tijden ! Ook vandaag inspireert hij christenen om zich in te zetten voor hun gezin of op het werk, zich inzetten voor hun parochie of school, in ziekenzorg, in de zorg voor zieke familieleden of bekenden; zovele vrijwilligers in allerlei mantelzorg… Maar het is vast niet overbodig dat ook zij allen bidden dat ze het met enthousiasme zouden blijven doen, dankbaar dat Gods Geest hen stuwt en hen kracht geeft.


Kom, heilige Geest

Vandaag en elke dag van ons leven mogen wij vragen dat de heilige Geest ook ons zou vormen tot vrijmoedige christenen, die consequent christen zijn en tegelijk bereid zijn om getuigenis af te leggen van de hoop die in ons leeft. De verrezen Heer zendt ook vandaag de heilige Geest over zijn kerk, en over ieder van ons als wij het echt verlangen en er (best elke dag) om vragen. Jezus zei:

“Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, wordt opengedaan. Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven, als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt, zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven? Of als hij een ei vraagt, zal hij hem toch geen schorpioen geven? Als gij dus, ofschoon ge slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.” (Lucasevangelie 11,9-13)

Dan zullen mensen ook in deze tijd kunnen zien dat God in hun midden is door wat Hij in mensen tot stand brengt.


EINDE VAN DIT ARTIKEL    

NAAR INHOUD  -  NAAR TOP


DE ABBÉ EN ZIJN ROZEN


Abbé Albert Franck

verantwoordelijke van de Charismatische Vernieuwing in het Groot Hertogdom Luxemburg) heeft iets van Teresia van Lisieux geleerd. Deze had immers gezegd dat ze na haar dood een regen van rozen zou laten neerkomen op aarde. Abbé Albert doet nu juist hetzelfde, letterlijk. Hij vertelde op pinkstermaandag dat hij wekelijks vijfhonderd rozen kreeg (hij vertelde niet van wie of van welke organisatie). Met die rozen gaat hij op stap, langs cafés, langs plaatsen waar zich clochards bevinden en… langs nachtclubs. Aan al wie hij daar ontmoet reikt hij een roos aan met de boodschap: “God houdt van u, heel persoonlijk, Hij is met uw leven begaan, Hij wil dat je gelukkig bent. Geloof in zijn heel persoonlijke liefde voor jou. Probeer zijn weg te gaan en je zal diepe vrede ontvangen in je hart.”

Het is de oude christelijke boodschap, zo oud als de straat, of beter, zo oud als de verkondiging van Jezus, die met diezelfde boodschap tussen de mensen van Galilea en Judea en zelfs Samaria (denk aan die Samaritaanse vrouw bij de bronput van Jacob) rondliep: “God houdt van je! God is ook voor jou een barmhartige Vader. Ik ben niet gekomen voor de rechtvaardigen maar voor de zondaars… Ik ben de Goede Herder…”

Het is een speciale roeping en zending van abbé Franck. Hij heeft het ook moeten leren met scha en schande en met aanvankelijk heel wat schrik. Na zijn universitaire studies werd hij als priester directeur van een college. En 8 jaar lang vroeg hij zich af en bad hij hoe hij aan moderne jongeren het blijde Nieuws van het evangelie moest overbrengen. Het is een vraag die we vandaag ook nog stellen. Na 8 jaar wist hij het in ieder geval nog niet.


En toen kwam hij in contact met een Amerikaanse jongeman die met een groot kruisbeeld de wereld rondreisde. Abbé Franck vertelde hem over zijn eigen probleem. “No problem”, zei de man. “Je moet gewoon eens een week met mij meegaan en stickers uitdelen aan de mensen, aan iedereen die we gaan ontmoeten.” Op die stickers stond als enige boodschap: “Smile. God loves you.” (Lach, want God houdt van jou). Zo gezegd, zo gedaan. Onze pastoor Franck kreeg een hele rol rond zijn arm met allemaal van die stickers op en ze gingen op tocht.


Aan iedereen die ze ontmoetten, moest hij enkel een sticker op hun borst kleven en zeggen: “God houdt van je. Wees blij. Hij laat je niet in de steek.” Onze abbé deed -verlegen en al bibberend- zijn werk, terwijl zijn Amerikaanse vriend met het grote kruis hem vergezelde. Bedeesd duwde de abbé de stickers op de jas van de mensen die ze ontmoetten. In cafés, in bars, in nachtclubs, op de markt, aan het bisdom (‘Daar was ik nog het meest beschaamd!’).

En dat een hele week lang. Hij geraakte het stilaan wel gewend, hij geneerde zich minder en minder. “En na die week, zo getuigde de abbé, had er zich maar één iemand bekeerd. Namelijk ikzelf!”


Hij was genezen van zijn angst; iets van de vrijmoedigheid van de eerste christenen was in zijn hart gekomen, zoals na Pinksteren. Hij voelde de kracht van de heilige Geest in zijn hart en zijn liefde voor al die mensen die hij ontmoette in de grote steden. Hij voelde dat hij moest getuigen van Gods liefde voor al die mensen en hij gaf gehoor aan die roeping.

Je hoeft dan zelfs niet te vragen of al zijn pogingen om nu het Blijde nieuws uit te dragen ook resultaat opgeleverd hebben. Tussendoor vertelde hij wel dat hij onlangs met drie autocars naar Banneux op bedevaart was gekomen met mensen die hij in de nachtclubs en op zijn evangelisatietocht langs de cafés en de gore buurten had ontmoet.

Jezus zelf kende ook vooral zijn aanhang bij mensen die door ‘de goeden’  waren uitgestoten en die zich daarom ook uitgesloten voelden van Gods liefde. De goede herder ging op zoek naar het verloren schaap.

Het apostolaat van abbé Albert Franck past zich naadloos in het jaar van Gods barmhartigheid in. Waarom zouden wij ook  niet vragen dat God ons zijn heilige Geest zou zenden om met vrijmoedigheid te getuigen in woord en leven van Gods liefde voor ieder mens?

EINDE VAN DIT ARTIKEL    

NAAR INHOUD  -  NAAR TOP



DE ABGARLEGENDE

Ben Van Vossel

Ik kreeg onlangs (zie hiernaast en ook op voorpagina) enige afbeeldingen onder ogen van ‘koning Abgar van Edessa’ waarover we een 5-tal jaar geleden nog geschreven hebben in ons tijdschrift, naar aanleiding van de Lijkwade van Turijn. We hadden het toen ook even over de ‘Abgar-legende’. Deze legende – die misschien toch ergens een historische ondergrond heeft – handelt over de afbeelding van Christus in de iconen-kunst, een afbeelding die we het ‘mandylion’ noemen. Van die afbeelding werd beweerd dat ze ‘a-cheiro-poièton’ was, ‘niet-door mensenhand-gemaakt’.


Veronika

Als men dan verwees naar de oorsprong van die icoon kwam men uit bij een van de ‘staties’ van de zogenaamde ‘kruisweg’, waar de 6de statie als benaming heeft: ‘Veronika droogt het aangezicht van Jezus af’. De volksdevotie kon het niet aanzien dat Jezus tijdens zijn lijden enkel maar omringd was door vijanden. Daarom wordt ook de ontmoeting met Maria, zijn moeder, vermeld, naast Simon van Cyrene en de wenende vrouwen (zowel Simon als de wenende vrouwen worden ook in het evangelie vernoemd); en daarbij heeft men dan ook Veronika geplaatst.


Maar hoogst waarschijnlijk is dat een weinig historische toepassing. ‘Vera ikona’ betekent gewoon: de ‘ware afbeelding’, maar van dat ‘vera ikona’ maakten mensen (die geen latijn en Grieks verstonden) later ‘veronika’. Het betekende nochtans dat er zoiets bestond als ‘de ware afbeelding’.


Koning Abgar

In dat licht plaatst men ook de legende van Koning Abgar van Edessa. Edessa, (de hoofdstad van Osrhoëne, gelegen aan de Eufraat in de nabijheid van de huidige stad Urfa in Zuid-Oost Turkije) was een stadje dat wel vrij vroeg een christelijke bevolking had, maar dat toch hoogstwaarschijnlijk nog niet volledig gekerstend was onder de heerschappij van Koning Abgar 5 Ukkama (de Zwarte) die regeerde van 9 tot 46. Dat zou nochtans de gepaste tijd zijn om de legende te plaatsen.

Eusebius van Caesarea,  de bekende schrijver van de Kerkgeschiedenis (rond 320), hield de zogenaamde “brief van Abgar, koning van Edessa aan Jezus”, die hij gevonden had in de archieven van de stad Edessa, voor auhentiek en ook “Het antwoord van de Redder”; daarom heeft zij ze in zijn Kerkgeschiedenis opgenomen, vertaald uit het Syriac. Beide documenten zijn van het einde van de 2de of het begin van de 3de eeuw.  

In zijn brief laat Koning Abgar van Edessa aan Jezus, “de goede Heiland”, weten ‘dat hij vernomen heeft hoe Jezus veel wonderbare genezingen deed maar het nogal moeilijk had in het land van Jeruzalem en daarom nodigde hij hem uit om hemzelf te komen genezen en in zijn stad te komen wonen; ze is niet heel groot maar toch groot genoeg om plaats te bieden aan ons beiden.’

Jezus laat hem per brief weten “dat Hij nu niet kan komen want dat Hij nog zijn zending moet voltooien en dan terugkeert naar ‘Hem die Mij gezonden heeft’. Maar Hij zal Abgar een van zijn leerlingen zenden die hem zal genezen en het leven zal geven aan hem en aan allen die met hem zijn.”


Tussen beide brieven was er in de archieven van Edessa echter ook nog het verhaal van ‘het gelaat van Jezus’. Omdat er geen gepaste schilderij gemaakt werd van Jezus, drukte de Heiland zijn gelaat in een doek en met die afbeelding ging de leerling Thaddeüs dan op weg naar koning Abgar die door dat doek genezen werd.

Zoals reeds gezegd hebben legenden vaak een bepaalde historische ondergrond. Zo kan het dan ook geweest zijn dat er een afbeelding van Christus een grote invloed gehad heeft in Edessa.

Volgens een bepaalde theorie van sindonologen, die de Lijkwade van Turijn verdedigen, kan de afbeelding die in Edessa vereerd werd, de Lijkwade geweest zijn die, opgevouwd, het gelaat van Christus weergaf in vage trekken. Die lijkwade zou enige tijd in Jeruzalem bewaard zijn door sommige eerste christenen, voor wie ze een kostbare relikwie was, en later naar een meer veilige plaats gebracht zijn wegens de ‘Joodse oorlogen’ die Flavius Josephus beschrijft.


Toen de Perzen in 544 Edessa belegerden, werd in een muur boven de stadpoort een linnen doek gevonden met een beeltenis van Christus. Spoedig werd de afbeelding op dit doek het ‘Het heilig Beeld van Edessa’ genoemd. Het werd, zoals nog enige andere afbeeldingen uit die tijd, ‘acheiropoièton’ genoemd, ‘niet door mensenhanden gemaakt’. Deze in Edessa gevonden beeltenis werd nu de gebarricadeerde stad rondgedragen, en de Perzen geraakten de stad niet in. Begrijpelijk dus dat de Beeltenis van Edessa enorme faam kreeg.

Bovendien ontsnapte ze daar aan de vernielzucht van de tegenstanders van godsdienstige afbeeldingen (de zogenaamde iconoclasten uit Byzantium), omdat Edessa, een Syrisch grensplaatsje, op dat ogenblik geen deel meer uitmaakte van het Byzantijnse keizerrijk (waar toen zeer veel iconen werden vernield); integendeel, het was zelfs een reden tot meer beeldenverering, aangezien Christus zich er zelf voor leek uit te spreken door de wondere terugvinding van deze ‘niet-door-mensenhanden-gemaakte’ afbeelding en de redding van de stad.

EINDE VAN DIT ARTIKEL    

NAAR INHOUD  -  NAAR TOP


Dit was het voorlaatste nummer van “Geloof en Leven”

Volgend nummer (2016 nr 4) wordt het afscheid aan onze lezers

Wij sporen je aan om je nog dit jaar te abonneren op ‘Inspiratie Magazine’.

Een jaarabonnement op Inspiratie kost dertig euro.

Hiervoor krijgt u vijf keer het magazine en zeven keer de digitale nieuwsbrief Inspiratie Online.

Als ge u dit jaar (2016) nog abonneert voor 2017 ontvang je bovendien gratis de nummers

van het voorbije jaar 2016. Een mooi welkomstgeschenk vanwege Inspiratie Magazine!

U kunt uw abonnement betalen door € 30,- over te maken op rekening  NL03 INGB 0000 111710

op naam van Stichting Inspiratie Magazine, met duidelijke vermelding van je naam en adres

en met onderaan als mededeling ‘abonnee Geloof en Leven’.

Als je een internetverbinding heeft, dan kan je bovendien de digitale nieuwsbrief Inspiratie Online ontvangen.

U gaat dan naar www.inspiratiemagazine.nl/nieuwsbrief. Als je daar je gegevens achterlaat,

krijg je de eerstvolgende Inspiratie Online vanzelf per mail toegestuurd.