GELOOF en LEVEN vzw



  
HOME

INHOUD

GELOOF en LEVEN

CLEMENS HOFBAUER

P. Josef Heinzmann:

“Das Evangelium neu verkünden

Klemens Maria Hofbauer” (1987)

Samenvatting: Ives De Mey cssr

- 1 Het begin  
- 2 Warschau  

- 3 Dromen en nachtmerries  

- 4 Happy end  

    NAAR INHOUD         NAAR TOP    


Klemens HOFBAUER, redemptorist

2001: Klemensjaar

door Ives De Mey, cssr

Deze levensbeschrijving is gebaseerd op het werk van P. Josef Heinzmann
“Das Evangelium neu verkünden: Klemens Maria Hofbauer” uit 1987.

 1 God staat aan het roer  

Tweede kerstdag 2001 is nog ver weg, maar voor de redemptoristen is het aanbreken van het jaar 2001 voldoende reden om de H. Klemens Maria Hofbauer een jaar lang in het licht te zetten. Hij is immers op 26 december 1751 geboren in Tasswitz (het huidige Tasovice in Tsjechië bij de Oostenrijkse grens) en dat is dus 250 jaar geleden.


Geen saaie heilige

Ik heb Klemens’ levensbeschrijving met verbazing gelezen en wil u in zes afleveringen wat van zijn gedrevenheid en Godsvertrouwen doorgeven. Hij leefde van 1751 tot 1820 (werd dus 69 jaar oud) en dat is de periode waarin de Verlichting hoogtij vierde. Jozef II, de keizer-koster, zwaaide de scepter in Centraal-Europa. En met die scepter heeft hij het kerkelijk leven er kwistig van langs gegeven. Onze brave Klemens kan ervan meespreken. Nu ja, zo braaf was deze heilige niet altijd: hij ontsnapte uit de gevangenis, verkocht in zijn woede-aanvallen wel eens een stevige mep aan de dichtsbijstaande confrater, heeft een jaar lang in een diepe depressie geleefd en werd voortdurend geschaduwd door de geheime politie. Hij was de eerste redemptorist buiten Italië en is misschien nog best van al gekend als de patroonheilige van Wenen. Maar laten we beginnen bij het begin.


Priester worden: een kinderdroom

Bij zijn geboorte in 1751 heet Klemens nog Johannes Hofbauer. Hij is 7 jaar wanneer zijn vader sterft. Zijn moeder bracht hem toen bij een stenen kruis en zei: ‘Voortaan is Hij je Vader’. Dit heeft hem nooit losgelaten. Wanneer de kleine Hofbauer een jaar later iemand de uitdrukking ‘de tijd doden’ hoort gebruiken, reageert hij bitsig: ‘wie niets anders te doen heeft, zou beter bidden.’ Tegen zijn zestiende schieten er van de 13 leden van zijn gezin nog maar 5 over. Zijn drie broers en ene zuster zijn getrouwd; Klemens leeft dus alleen bij zijn moeder en moet gaan werken als bakkersjongen. Hij moet zijn humaniorastudies stopzetten. Die was hij begonnen om later priester te kunnen worden. Het zou een lange weg worden naar het priesterschap. Twee jaar later combineert hij zijn werk als bakkersjongen en ober met zijn studies in de nabijgelegen abdijschool. Maar voor de hogere cyclus moet hij elders gaan en daar is geen geld voor.


Het geheim van St. Klemens: leven in Gods nabijheid

Klemens bergt zijn priesterplannen nogmaals op, besluit om zich als kluizenaar aan de Heer te wijden en neemt de naam Klemens aan. Hij is nu 24 jaar oud. Sinds zijn 18e heeft hij al meerdere malen een bedevaart (te voet) naar Rome gemaakt, en dat blijft hij ook in die jaren als kluizenaar regelmatig doen. Sommigen zeggen dat hij wel 13 keer de lange en gevaarlijke tocht maakte. Op die bedevaarten heeft hij zich moeten verdedigen tegen rovers en wilde dieren. Toen zijn tochtgenoot werd aangevallen door een wilde hond, bad hij met psalm 91 “Wie vertoeft in de schuilplaats van de Allerhoogste, zegt tot de Heer: ‘mijn toevlucht, mijn sterkte, mijn God op wie ik mij verlaat.’”. En de hond droop af.

Deze tijd als afgezonderd kluizenaar is zijn noviciaat, de grote vormingsperiode, waarin de heilige geboetseerd wordt. In de eenzaamheid van het kluizenaarsleven leert Klemens te vertrouwen op God. Als kluizenaar bezit hij enkel een bijbel, de catechismus, het boek ‘de navolging van Christus’ en de kluizenaarsregel. Hier wordt de latere predikant gevormd: door zich biddend de bijbel eigen te maken. Hij leert te werken voor zijn levensonderhoud en te vertrouwen op Gods voorzienigheid. Klemens stelt zich als kluizenaar ook ten dienste van de kerk door te helpen als koster in verschillende bedevaartsoorden, waar hij ook catechese geeft aan de bedevaarders. Klemens liefde voor overvloedige en mooie liturgie en zijn ijver om het volk te onderrichten, zal nooit verminderen.


Leven in Godsvertrouwen

Keizer Jozef II vond dat de godsdienst bevrijd moest worden van alles wat irrationeel was in zijn ogen. Kaarsen en liturgische gezangen bijvoorbeeld, maar ook religieuze orden en kluizenaars. In 1780 besluit Klemens om samen met een bevriende kluizenaar naar Italië te trekken waar hij nog 3 jaar als kluizenaar leeft in Tivoli bij Rome. Dat waren de mooiste jaren van zijn leven: het Italiaanse klimaat, de mooie natuur, het zegenrijke bedevaartsoord en het genoegen om dicht bij God te leven in zijn vrede en goedheid. En toch neemt hij in 1783 de beslissing om terug te keren naar Wenen. Hij heeft zich niet behaaglijk genesteld in het heerlijke leven, maar is attent gebleven voor Gods stem. Wanneer God hem roept om het hemelse leven op te geven en helemaal alleen terug te keren naar Wenen om er op 32-jarige leeftijd, zijn priesterstudies verder te zetten, dan luistert Klemens. Zijn vertrouwen op God is sterk genoeg om zich niet door het onbekende te laten afschrikken.


Priester worden in een anti-kerkelijk milieu

En dit vertrouwen wordt niet beschaamd. Na de mis in de Weense kathedraal, ontmoet hij ‘toevallig’ drie oudere dames die aanbieden zijn studies te financieren. Met het geld van deze dames, kan God grote dingen doen.

Hij komt ook in contact met een genootschap van leken en priesters dat zich ‘Christelijke vriendschap’ noemt. Het was gesticht door een Zwitserse jezuïet en de leden leggen zich erop toe het christelijk geloof te verdedigen tegen het Verlichtingsdenken. Zij zorgen voor de verspreiding van goede boeken. Vooral de boeken van Alphonsus de Liguori, de stichter van de redemptoristen, werden met veel ijver gepromoot in Wenen. Het wordt hen niet in dank afgenomen. De stichter van het genootschap wordt enkele jaren later op straat in elkaar geklopt en sterft. Zo sterk antikerkelijk was de geest van die tijd. En dat was ook zo in de opleidingsscholen voor priesters. De professoren waren zo antikerkelijk dat Klemens besluit zijn studies verder te zetten in Rome. Hij weet zijn studiegenoot Thadeus Hübl te overtuigen mee te gaan.

Redemptorist en priester in 5 maanden

Op een dag besluiten ze naar de mis te gaan in de kerk die het eerst de klokken luidt. Het is de St-Juliaankerk nabij de basiliek van Maria de Meerdere (Santa Maria Maggiore). Na de mis vraagt Klemens aan de misdienaar wat voor paters er leven in het kleine kloostertje. De jongen antwoordt: ‘Het zijn redemptoristen en jij zal er ook één worden.’ Dit antwoord intrigeert Klemens en hij wil meteen een gesprek met de overste. Nadat hij wat informatie krijgt over deze nieuwe congregatie, wil hij meteen intreden. Hübl kon niet zo snel beslissen. Nadat Klemens de hele nacht heeft gebeden voor zijn vriend, beslist ook Hübl de volgende dag om redemptorist te worden. Op 24 oktober 1784 beginnen ze aan hun noviciaat in Rome, nauwelijks 5 maanden later spreken ze de religieuze geloften uit en beginnen aan hun priesterstudies. Tot hun verbazing worden ze 10 dagen later (29 maart 1785) plots priester gewijd. Klemens en Thadeus Hübl blijven nog verder studeren in Italië tot oktober 1785. Klemens heeft Alfonsus (die dan 89 jaar oud is) nooit ontmoet, maar heeft Alfonsus zeer goed leren kennen door diens geschriften te lezen en te blijven herlezen.

     NAAR INHOUD         NAAR TOP    


Het scharnierpunt in Klemens’ leven

In deze eerste aflevering zijn we in sneltreinvaart door de eerste 34 jaar van St. Klemens gegaan. Hij groeit op als landbouwerszoontje, wordt bakkersjongen, tafelknecht, scholier, kluizenaar, pelgrim, universiteitsstudent en tenslotte redemptorist en priester. Een bochtig traject om priester te worden. Maar ondertussen schrijft God recht op kromme lijnen. Want al deze levenservaringen zijn de bouwstenen voor de volgende 34 jaar van zijn leven. Het woord van Marcus 3,13-14 past perfect op Klemens’ leven: “Jezus riep tot zich die Hij zelf wilde; en zij kwamen bij Hem. Hij stelde hen aan om Hem te vergezellen en door Hem uitgezonden te worden om te prediken.” De eerste 34 jaar van zijn leven was Klemens als kluizenaar ‘dicht bij Jezus’ en werd hij geduldig voorbereid op zijn zending. Het ene jaar in Rome is het scharnierjaar waarin alles zeer snel gaat: op enkele minuten beslist hij om redemptorist te worden en een half jaar later is hij redemptorist en priester. Nog eens een half jaar later (in oktober 1785) worden Klemens en Hübl door de algemene overste van de redemptoristen uitgezonden om de congregatie te verspreiden ten noorden van de Alpen. Wat een opdracht! En dit terwijl de keizer zware straffen heeft bepaald voor wie deel uitmaakt van een buitenlandse kloosterorde (de binnenlandse waren allemaal afgeschaft)! De tweede en laatste 34 jaar van Klemens’ leven breken aan. En daarmee vergeleken, zijn de eerste 34 maar kinderspel. Maar Klemens zegt altijd: ‘Vat moed want God staat aan het roer!”

Tot volgende keer.


     NAAR INHOUD         NAAR TOP    


KLEMENS HOFBAUER, redemptorist (2)

Sint Klemens bouwt een bloeiend centrum op in Warschau


Wat eraan voorafging

Klemens Hofbauer, de heilige en redemptorist die 250 geleden geboren is, was een man met een opvliegend temperament. Maar ook iemand met een vurige passie voor God. Om God was hij tot alles bereid. In de eerste aflevering over zijn leven hebben we de lange zoektocht naar wat God wil doen met zijn leven, meegemaakt. Na vele omzwervingen en hindernissen wordt in zijn vierendertigste levensjaar zijn droom waar: hij is priester. En nog in datzelfde jaar wordt hij uitgezonden om de congregatie van de redemptoristen ten noorden van de Alpen te verspreiden. Nu begint een nieuwe zwerftocht van 34 jaar met nog veel meer moeilijkheden: hij zal in de gevangenis belanden, een diepe depressie doorworstelen, verbannen worden, de ene mislukking na de andere opstapelen. Maar hij geeft nooit op.


Tegenkantingen

Samen met zijn studiegenoot en confrater Thadeus Hübl vertrekt Klemens naar zijn vaderland Oostenrijk. We zijn in de herfst van 1785. Een jaar lang maken ze plannen en zoeken naar open mogelijkheden, maar in het rijk van de keizer-koster Jozef II is er geen plaats voor religieuze congregaties: ze zijn er bij wet verboden. En volksmissies doen - evangelisatie onder de armsten en meest verwaarloosden - daarvan kan zeker geen sprake zijn. Dus vertrekken ze richting Rusland. Vier maanden later duiken ze op in Warschau waar ze gevraagd worden de zorg over te nemen voor de (voornamelijk Duitstalige) immigranten en –weeskinderen in het armtierige St-Benno-kerkje. 20 jaar lang zal dit Klemens’ uitvalsbasis blijven. 20 jaar waarin Polen nu eens door Russen, dan weer door protestantse Pruisen wordt veroverd. Op een dag slachten Russische soldaten 16.000 burgers af in de nabijheid van het kerkje. Poolse patriotten zijn niet minder bloeddorstig in hun weerwraak. Niet bepaald het gunstigste klimaat om als Duitstalige te zorgen voor Duitse, Russische en andere immigranten! Intussen woedt de Franse Revolutie. Niet bepaald het gunstigste moment om het katholiek geloof te verspreiden. Tenslotte wordt Polen veroverd door Napoleon die St-Benno laat sluiten.


Zorg voor de armsten

Klemens bouwde de school verder uit: ze stond open voor alle arme kinderen, ongeacht hun geloof of nationaliteit, zo’n 500 kinderen kregen er les. Klemens was ooit zelf een leerjongen, die probeerde verder te studeren. Nu geeft hij Latijn (elders in Warschau voorbehouden voor de hogere klasse) voor hen die het willen. Om jonge meisjes uit gedwongen prostitutie weg te houden, start hij een vakopleiding voor meisjes. Intussen zorgden de redemptoristen ook voor een veertigtal wezen. Samen met de 20-30 jonge redemptoristen, is dat een grote familie om te onderhouden. De behuizing is armtierig en veel te klein. Voor eten en geld moet vaak gebedeld worden. En als dat niets opbrengt, gaat Klemens kloppen aan de deur van het tabernakel: ‘Heer, ’t is nu het moment om te helpen!’


Zorg voor het verwaarloosde geloof

Ook in Warschau is het verboden de stad in te trekken om te gaan verkondigen (parochiemissies). Bovendien zijn ‘de Bennonieten’ zoals Klemens en zijn medewerkers genoemd worden, al snel het mikpunt van spot en gehoon, tot in de pers, de theaters en bij de overheid toe. Maar Klemens hoeft de stad niet in te trekken. Al snel is het kerkje van St-Benno het hart van het kerkelijk leven in Warschau. Omdat er maar een duizendtal mensen in het kerkje kunnen staan, zijn er dagelijks vijf sermoenen in Pools of Duits! Klemens is ook een liturgist: de catechese is opgebouwd volgens de liturgische cyclus van het kerkelijk jaar, er wordt uitgebreid gezongen (met koren en orkesten, niet voor het oor van de mensen, maar ter ere van God), er is veel licht, kaarsen, wierook, processies,… En dit in een tijd waarin ook de kerk ijvert naar ‘rationalisatie’ en tegen ‘devotionalisme’. Klemens verdedigt zijn aanpak met de woorden: “mensen luisteren meer met hun ogen dan met hun oren.” Naast het continue biecht horen, organiseert men ook catechese voor de vele Joden en protestanten die katholiek willen worden, bezinningen voor vrouwen die uit de prostitutie stappen, opvang van labiele priesters en begeleiding van religieuzen die meer diepgang willen.


Klemens’ medewerkers: toegewijd aan Gods Rijk

Uiteraard draagt Klemens dit werk niet alleen. In Wenen had zijn voormalige mede-kluizenaar zich al bij Klemens en Hübl aangesloten. Later voegen zich nog andere jongemannen uit diverse Europese landen bij hen (waaronder Passerat uit Frankrijk, die 40 jaar later het huis in Doornik zou stichten, waar hij begraven ligt). Uiteindelijk zijn er ook enkele Poolse roepingen.

Vanaf het begin werkt Klemens ook aan de vorming en opleiding van leken-missionarissen: oblaten (letterlijk: toegewijden). Ongehuwde leken die enerzijds in gemeenschap leven om krachtig aan God toegewijd te zijn en die anderzijds aan de mens toegewijde apostelen zijn in de wereld. Hun apostolaatsveld is voornamelijk het verspreiden van goede religieuze literatuur, hun spiritualiteit is het volgeling-zijn van Christus in het getuigenis van een radicale levensstijl van toewijding. Via deze vereniging die zich verspreidt over heel Centraal-Europa wordt Klemens een belangrijk kerk-hervormer.


Klemens wil verder!

Klemens heeft ook zijn beperkingen. Kort na zijn aankomst in Warschau wordt hij tot plaatsvervangend algemeen overste benoemd voor de redemptoristen ten noorden van de Alpen. In deze leidinggevende functie speelt zijn opvliegend karakter hem dikwijls parten. Hij is waarschijnlijk vaak te ruw tegen zijn confraters of te veeleisend voor het apostolaat, want het regent (of druppelt) klachten in Rome bij de algemene overste. Klemens beantwoordt alle brieven van zijn overste oprecht en rechtuit. Hij neemt geen blad voor de mond. Dank zij die open communicatie en zijn loyaliteit aan de congregatie, komt het nooit tot een breuk.

Zijn menselijke beperktheden en het vele werk in Warschau weerhouden Klemens Hofbauer er niet van om verder te blijven dromen van de uitbreiding van de congregatie naar andere landen in Europa en Noord-Amerika. Na 8 jaar in Warschau is het hem duidelijk dat de haat, de oorlogsomstandigheden en de tegenkantingen van de overheid hem vroeg of laat zullen dwingen St-Benno op te geven. Hij moet tijdig andere huizen stichten.

En dus gaat onze zwervende missionaris weer op tocht…

(Vervolg in volgend nummer)

Deze levensbeschrijving is gebaseerd op het werk van P. Josef Heinzmann “Das Evangelium neu verkünden: Klemens Maria Hofbauer” uit 1987.


     NAAR INHOUD         NAAR TOP    

KLEMENS HOFBAUER (3) 
DROMEN EN NACHTMERRIES

Ives De Mey cssr

Wat eraan voorafging

Op zijn 34ste is Klemens Hofbauer uitgezonden om de congregatie ten noorden van de Alpen te verspreiden. Gedurende 20 jaar vinden hij en een 40tal toegetreden redemptoristen een onderkomen in Warschau waar ze in moeilijke omstandigheden Gods liefde verkondigen in woord en daad. Maar voortdurend voelen ze de adem van anti-klerikale krachten die Klemens en de zijnen liever weg willen. In deze derde aflevering beschrijven we de veelvuldige pogingen van Klemens om elders in Noord-Europa een heimat te vinden voor de congregatie. We starten in 1795, Klemens is 44 jaar.


Klemens heeft een droom

Klemens ziet dat de oogst groot is, maar de arbeiders weinig in getal. Hij droomt van een internationaal opleidingshuis voor missionarissen. Er is echter één probleem: Warschau is sinds 1795 in handen van de Pruisen. Die noemen de redemptoristen nutteloze dromers. Voortaan beslist de overheid over de toelating en het apostolaat van elke broeder of pater. Een heimelijk plan om het religieuze leven stilletjes te laten doodbloeden. Als Klemens zijn droom wil verwezenlijken, moet hij buiten de Pruisische grenzen een klooster stichten.


Mislukking-oorlog-depressie-gevangenis-mislukking.

Een eerste zending naar Letland loopt op niets uit. Op uitnodiging van de pauselijke nuntius vertrekt Klemens naar Zwitserland om er een klooster te stichten, maar wegens de oorlog in Zuid-Duitsland moet hij terug naar Warschau. Op de terugweg passeert hij langs zijn geboortedorp in het huidige Tsjechië. Enkele ouders sturen hun kinderen met Klemens mee naar zijn school in Warschau. Wat Klemens niet weet is dat hij sindsdien gerechtelijk opgespoord wordt voor ontvoering van kinderen!

Twee jaar later wordt Klemens weer gevraagd een school en weeshuis te stichten in Wollerau, Zwitserland. Het lukt er niet echt goed, ze leiden er armoede en Klemens wordt er ziek. Ook voor een heilige kan het soms te veel worden: hij gaat door een diepe depressie. Een aanmoedigend briefje uit Warschau schiet in het verkeerde keelgat: “We hopen dat je een blijvend klooster kan starten in Zwitserland”. Klemens denkt dat zijn confraters in Warschau hopen van hem verlost te zijn. Na een half jaar keren ze terug naar Warschau, maar onderweg loopt het mis voor Klemens. Aan de grens in Krakow wordt Klemens, de ‘internationaal geseinde kidnapper’, opgepakt. Hij blijft opgesloten tot de vier kinderen weer bij hun ouders zijn. Als dat gebeurd is, wil de politie hem vasthouden tot ook twee andere Oostenrijkers Warschau verlaten. Na 106 dagen is zijn geduld op en hij ontsnapt uit zijn huisarrest. Na een jaar afwezigheid is hij weer in Warschau: totaal uitgeput. Een jaar later (1799) mislukt er nog een poging om in het noord-oosten van het huidige Polen een klooster te stichten.


Taborberg en Wessenberg

We besparen u een tiental andere mislukte onderhandelingen. Tenslotte krijgt hij in 1802 toestemming om in Jestetten (Zwarte Woud) een klooster te starten. Eind 1802 komt Klemens met drie medebroeders aan in Jestetten: op de ‘Taborberg’ staat een vervallen kasteel. De twee kloosterzusters die er nog leven, moeten hoge schulden aflossen. Klemens had zich wel iets anders voorgesteld. Vanaf de tweede dag preekt hij op de ‘Taborberg’ en na enkele weken bieden zich al tien kandidaten aan om redemptorist te worden. De franse pater Passerat komt uit Warschau om overste te worden in Jestetten. Na twee jaar leven een dertigtal redemptoristen in een vervallen torengebouw met drie kamers die dienst doen als slaapkamer, kapel en leefruimte. Ze werken op de velden om de kost te verdienen en een deel van de schulden van de zusters af te lossen.

Maar de parochiepastoor, de gouverneur en Wessenberg, de afgevaardigde van de bisschop, waren ‘aangetast’ door het ‘verlichtingsdenken’. Allerlei verdachtmakingen en het verbod van de pastoor aan zijn parochianen om nog naar Klemens’ preken te gaan, doen Klemens besluiten naar iets anders uit te kijken.


Triberg en Wessenberg

In 1803 was hem al gevraagd het naburige bedevaartsoord Triberg over te nemen. Maar die Wessenberg was een vurig tegenstander van bedevaarten en stak voortdurend stokken in de wielen. Tussendoor wandelde Klemens even met Passerat op en af naar diens moeder in het Franse Joinville (tussen Nancy en Troyes) en ook nog naar een audiëntie bij Paus Pius 7 in Rome. Tegen 1805 mochten de redemptoristen onder zeer strikte voorwaarden Triberg overnemen: er mochten hooguit drie priesters verblijven. Wanneer Wessenberg enkele maanden later verneemt dat er nog vier studenten gewijd zijn in Triberg, barst hij uit tegen die ‘idioten en dromers’. Hoewel de redemptoristen door de bevolking op handen gedragen worden omwille van hun heiligheid, moeten ze Triberg verlaten in 1807.


Babenhausen

In de november 1805 was Klemens al met een dertigtal redemptoristen vertrokken naar Babenhausen in Zuid-Duitsland, weg uit het bisdom van die Wessenberg. Ze verblijven in een vochtig gebouw: ‘s nachts strooien ze stro uit in de eet- en studieruimte om er op de grond te slapen. Klemens wandelt iedere avond met enkele medebroeders naar de pastorij in een naburig dorp. De paters werken in de omgeving als parochiepastoor of in ziekenhuizen en scholen.

Maar de overheid in de buurstaat Beieren is anti-klerikaal en in 1806 ziet het ernaar uit dat Beieren Babenhausen wil annexeren. Klemens kan de spanningen niet meer aan en wordt ziek. Wanneer Beieren Babenhausen inderdaad binnenvalt, vindt Klemens nieuwe moed in God: ‘God is de Heer, Hij leidt alles, ik geef me in deze hopeloze situatie volledig over aan Gods wil.’ De ene dag nog neemt Klemens zich voor naar Canada te vertrekken en de andere dag beslist hij naar Wenen te gaan, waar hij Hübl wil ontmoeten. Hübl is zijn jeugdvriend en rechterhand die de leiding draagt in Warschau.


Jobstijdingen

Klemens verlaat zijn medebroeders in Zuid-Duitsland en Zwitserland en zal ze nooit meer terugzien. Passerat heeft nu de leiding over dit deel van de congregatie. Want wegens de bloedige veldslagen besluit Klemens om niet meer terug te keren uit Wenen naar Zuid-Duitsland. Klemens en Hübl gaan terug naar Warschau. Maar het is winter en Klemens was onderweg beroofd van zijn winterjas. Hij wordt ziek en bovendien is de grens gesloten in Krakow. Vier maanden blijft hij bij een bevriende gravin tot hij hersteld is. Ondertussen ontvangt hij het bericht dat de troepen van Napoleon Warschau hebben ingenomen en hij hoort over het geldgebrek in Warschau. En hij hoort dat Passerat met zijn mannen gevlucht is uit Babenhausen naar Chur in Zwitserland. Alle plannen van Klemens vallen in het water, maar zijn geloof bezwijkt niet. Na twee en een half jaar afwezigheid komt Klemens weer aan in Warschau. De zon schijnt weer: ‘home sweet home’ en bovendien geven de Franse heersers wat meer speelruimte aan de paters.

Maar in 1807-1808 krijgt Klemens de zwaarste slagen te verduren.


De anti-kerkelijken hebben het gemunt op de ‘Liguorianen’

Zijn beste vriend Hübl wordt op een dag ontvoerd en zwaar mishandeld door kerk-haters. Wanneer hij eindelijk hersteld is, gaat Hübl tyfus-lijders bezoeken en wordt zelf besmet. Hübls dood slaat een diepe wonde bij Klemens, die maar langzaam heelt. Ook vele andere jonge medebroeders sterven aan tyfus.

In Chur voelt Passerat de haat tegen de redemptoristen groeien: de Beierse regering oefende druk uit op de overheid in Chur om ‘de wijde omgeving rondom Beieren te zuiveren van de Liguorianen die een onzin zijn en een misbruik van religiositeit. Het is in het algemeen belang die gevaarlijke monniken te verwijderen.’ In vier groepen verspreid verlaten Passerat en de zijnen heimelijk Chur en trekken te voet in de harde winter langs verschillende routes door de Alpen naar Visp in Wallis. Ook hier zullen ze maar kunnen blijven tot 1812 omdat Napoleon ook Wallis zal veroveren.


De nachtmerrie

En in Warschau is het al niet veel beter. Kranten brengen het bericht dat de leider van de uitgedreven Beierse monniken in Warschau verblijft. De franse bevelhebber in Warschau laat zich informeren bij de Beierse overheid over die subversieve monniken die de staat bedreigen door hun fanatiek opruiende preken. Er volgen huiszoekingen in St Benno (het klooster van de redemptoristen in Warschau) en er worden brieven gevonden: ‘doorslaggevend bewijsmateriaal’. Napoleon krijgt wel 150 brieven over die staatsgevaarlijke monniken die zouden beweren dat ‘Napoleon de paus dwingt protestant te worden!’. Napoleon beveelt de uitdrijving van de redemptoristen! Het leger sluit de buurt hermetisch af en valt het klooster binnen. Alle paters en broeders worden gedurende anderhalve dag onder druk gezet de congregatie te verlaten en worden in de vroege morgen twee aan twee opgeladen en naar een fort buiten de stad gebracht. De bevolking is furieus! Enkele weken later worden alle redemptoristen onder bewaking teruggebracht naar hun dorp van afkomst. Hofbauer wordt samen met de jonge pater Martin Stark op transport gezet naar Wenen. Daar wordt hij gearresteerd omdat men kerkgerief uit het klooster van St-Benno terugvindt in zijn bagage: ‘gestolen kerkschatten’ die prompt in beslag worden genomen.


Zoals Job op zijn mesthoop

1808. Klemens is 57. Hij kan terugblikken op 13 mislukte jaren! 23 jaar na de opdracht om de congregatie te vestigen in Noord-Europa, zit hij in Wenen in de cel met welgeteld één confrater die overschiet. Maar Klemens geeft niet op!

Deze levensbeschrijving is gebaseerd op het werk van P. Josef Heinzmann:

“Das Evangelium neu verkünden: Klemens Maria Hofbauer” uit 1987.


     NAAR INHOUD         NAAR TOP    


KLEMENS: EEN ‘HAPPY END’ NA EEN MOEILIJK LEVEN

Door: Ives De Mey

Wat eraan voorafging

Klemens Hofbauer, 250 jaar geleden geboren, heeft 34 jaar lang allerlei hindernissen moeten overwinnen om priester te worden. Hij kreeg de taak om de congregatie van de redemptoristen ten noorden van de Alpen te verspreiden. Dat zal nog eens 35 jaar duren (tot na zijn dood). De eerste 10 jaar daarvan bouwde hij in Warschau een bloeiende stadspastoraal op. De volgende 13 jaar heeft hij over heel Europa rondgezworven op zoek naar een plaats om de congregatie ten noorden van de Alpen te vestigen. De vorige aflevering eindigde in de diepste mislukking: 23 jaar na de opdracht om de congregatie te vestigen in Noord-Europa, zit Klemens in Wenen in de cel met welgeteld één confrater die overschiet. We zijn in 1808, Klemens is 57 jaar oud.


Apostel van Wenen

Door toedoen van de bisschop wordt Klemens na drie dagen vrijgelaten. Maar de politie zal hem in die laatste 12 levensjaren niet uit het oog verliezen. De eerste 5 jaren doet hij niet meer dan wat biecht horen. De grote predikant en harde werker keert terug naar het kluizenaarsleven van zijn jeugd: hij gaat naar de diepte. Een weg die altijd loont. Zeker in de verzwakte kerk van Oostenrijk. De hervormingen van keizer-koster Jozef II hebben de kerk de kracht van het geloof ontnomen: de liturgie moet arm en onaantrekkelijk zijn, het geloof is herleid tot een zedenleer. De kerk werd herleid tot een maatschappelijk dienstencentrum. Klemens zal weer een ziel steken in de Oostenrijkse kerk. Het getuigenis van zijn laatste 7 levensjaren zal Klemens de titel opleveren van ‘Apostel van Wenen’. Tot op vandaag is Klemens de patroonheilige van Wenen.


Ziel-zorger

Klemens werkt geen project uit, hij maakt geen planning of moet geen gebouwen inrichten. Hij woont in een klein appartementje op de tweede verdieping met een slaapkamer en een voorkamertje. Dit is zijn evangelisatiecentrum, kapel, conferentieruimte... Talloze mensen komen hier of in enkele kerken waar hij de mis doet, biechten. Kunstenaars, wetenschappers, studenten, politici, vooraanstaanden en zelfs een toekomstige koning komen tot bekering in de biechtstoel van Klemens. De geestelijke begeleiding door Klemens gaat zonder omwegen naar de kern. In hooguit een tiental woorden geeft hij zijn advies. En wanneer dat niet voldoende is, zegt hij: “de heilige Geest zal u de rest wel zeggen.”

Niet alleen de elite weet Klemens wonen. Dagelijks bezoekt hij de achterbuurten van Wenen en zijn eigen huis staat steeds open voor hen. Klemens zelf, de vicaris-generaal van de Redemptoristen, kookt en bedient hen.

Klemens begeleidt in die 7 jaren zo’n 2000 stervenden en rouwenden. Niet als een psycholoog, maar als een echte ‘zielenherder’. Een man die de kerk de rug had toegekeerd, joeg Klemens uit zijn sterfkamer. Klemens bleef aan de deur staan toekijken. De man brult dat Klemens moest weggaan. Klemens antwoordt dat hij graag eens wil zien hoe iemand sterft die zich niet met God wil verzoenen. De man barst in tranen uit en laat zich met God verzoenen.


Predikant

Preken was in Wenen alleen toegelaten op hoogfeesten. Klemens maakt echter van iedere zondagsmis een feest door de liturgie en de preek. Al snel is het kerkje van de zusters te klein. Jong en oud raadt kennissen en vrienden aan eens te komen meevieren in het kerkje. Klemens’ preken zijn eenvoudig, maar steeds bijbels en erop gericht de toehoorders persoonlijk in contact te brengen met Gods vergevende liefde. Of zoals Klemens het uitdrukt: ‘In de preek schudt je aan de boom, daarna haast je je naar de biechtstoel om de vruchten te verzamelen.’

Kerk-vernieuwing

Klemens staat in alle omstandigheden ter beschikking van God en daardoor kan hij steeds ‘roeien met de riemen die hij heeft’. In Warschau organiseerde hij een lekenvereniging en een redemptoristen-opleiding; hier in Wenen moet hij op een andere manier medewerkers verzamelen. Een nieuwe kloosterorde opstarten in het land is immers verboden. Maar al gauw verzamelen zich op een niet-georganiseerde manier tal van leken rond zich. Op een informele manier ontstaat er zo toch een ‘Klemens-kring’ die een grote invloed zal uitoefenen op de Oostenrijkse kerk.

De deur van zijn appartementje staat steeds open, ook als hij er niet is. Klemens nodigt voortdurend mensen uit aan zijn eenvoudige tafel. Vooral studenten verzamelen zich in zijn kamer om er te discussiëren, te bidden, catechese of bijbelstudie te krijgen. Soms neemt Klemens hen mee voor een avondwandeling of een mini-bedevaart. Zijn missionaire ingesteldheid straalt op hen af zodat zij op hun beurt apostels worden in hun omgeving.

Heel wat leidende figuren veranderen hun levensstijl en vieren dagelijks mee de eucharistie. Onder hen bevinden zich zes schrijvers en vier journalisten die op aansporen van Klemens hun pen ter beschikking stellen van de vernieuwde kerstening van Oostenrijk. Zij brengen ook een eigen tijdschrift uit. Klemens start ook met een eigen school voor gegoede kinderen om zo de maatschappij te doordesemen van het evangelie. Maar een eerste poging wordt gekelderd door een lastercampagne in de media. Een tweede poging zes jaar later, net voor zijn dood, lukt wel. Van de vele mensen die zich rond Klemens verzamelen, zullen er later 7 bisschop worden. Men kan zich wel inbeelden dat Klemens’ invloed diepgaand is geweest in de Oostenrijkse kerk en samenleving.


Vicaris-generaal van de redemptoristen.

Ondertussen blijft Klemens werken aan zijn zending: de congregatie van de redemptoristen gestalte geven ten noorden van de Alpen. Hij stuurt (vergeefs) priesters uit naar verschillende landen in Oost-Europa en kan heimelijk op de hoogte gebracht worden van de pogingen van P. Passerat die uit Polen naar Zwitserland was verdreven. Hij wordt herhaaldelijk bij de politie op het matje geroepen op verdenking dat hij contacten zou onderhouden met een buitenlandse kloosterorde. Spionnen infiltreren zich voortdurend in de ‘Klemens-kring’. Het politiedossier ‘Klemens’ is zeer lijvig. Wanneer keizer Franz de indrukwekkende (valse) verklaringen onder ogen krijgt, kan hij niet anders dan Klemens het land uit te zetten. Klemens kan bedingen dat de uitwijzing pas na de winter effectief wordt (hij is immers 68). Ondertussen is de keizer echter op audiëntie bij paus Pius VII, die Klemens persoonlijk gekend heeft. De paus vraagt hoe het met Klemens gaat en in het gesprek wordt het duidelijk dat Klemens niet die staatsgevaarlijke is zoals de politierapporten laten uitschijnen. De keizer reist ook nog door naar Napels om er kennis te maken met de redemptoristen. Na zijn terugkomst in Wenen heeft de keizer een onderhoud met Klemens. Klemens krijgt de toezegging dat de orde van de redemptoristen in Oostenrijk erkend zal worden en dat hen de Maria-am-Gestade kerk zal worden gegeven. Koortsachtig begint Klemens alle nodige formaliteiten in orde te brengen.


De triomf… eindelijk

Maar in maart 1820 wordt hij te zwak en hij sterft op 15 maart. Martin Stark, de enige redemptorist in Wenen, is zelf ook ziek en beveelt van op zijn bed dat Klemens de volgende dag een eenvoudige begrafenis moet krijgen, zoals hij steeds eenvoudig heeft geleefd. Maar onverwacht laat iemand een dure doodskist afleveren en op de begrafenis de volgende dag zijn er duizenden aanwezigen, de plechtige poorten van de kathedraal blijken geopend te zijn en de hele kathedraal waadt in een zee van kaarslicht. De ongeorganiseerde begrafenis wordt een nationaal eerbetoon dat uitgebreid in de media wordt besproken. Er volgen lofredes van bisschoppen, pauselijke nuntii, de algemeen overste van de redemptoristen, en de keizer zelf.

Vijf weken later wordt de congregatie van de redemptoristen officieel erkend en bieden zich talloze kandidaten aan. Op twee jaar tijd zullen 50 mannen effectief lid worden van de eerste redemptoristische provincie buiten Italië.


Klemens: geen droge heilige

Deze korte levensbeschrijving geeft ons een te droog beeld van de heilige Klemens Maria Hofbauer. Daarom wil ik tot slot twee kenmerken in het licht zetten.

Klemens was een zeer ‘menselijke’ man. Hij wist mensen op te beuren met kleine attenties zoals een bloemetje. Zijn preken en gesprekken waren ongekunsteld en doorspekt met een grote dosis humor en zelfrelativering. Hij was ook zeer impulsief. Toen hij eens voor de rechtbank zijn naam, woonplaats en religie moest opgeven, antwoordde hij dat iedereen onderhand wel weet dat hij katholiek is. De rechter gaf hem een berisping waarop Klemens het welletjes vond. Hij wou niet meer meedoen aan die onzin en stapte doodleuk weg. De rechters konden niet anders dan beteuterd kijken.

Na een huiszoeking en een drie-uur durend verhoor zette de politie Klemens onder druk. Hij kon kiezen: zijn congregatie verlaten, of het land. Klemens koos voor het laatste. Toen de politiemannen vertrokken, vroeg Klemens of ze klaar waren. Ze knikten. Hij schudde het hoofd en zei: “Er blijft nog één ding over – het laatste oordeel”.

Klemens liet zich volledig door God leiden. Daarvan getuigt zijn levensverhaal en het gebed dat hij voortdurend bad: “Wat God wil, zoals God het wil en wanneer God het wil”

Deze levensbeschrijving is gebaseerd op het werk van P. Josef Heinzmann

“Das Evangelium neu verkünden: Klemens Maria Hofbauer” uit 1987.

     NAAR INHOUD         NAAR TOP