GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD

GELOOF EN LEVEN 1997 nr. 3

 NAAR INHOUD   


De heilige Gerardus. Een wonderbare heilige  

Verleden - heden - toekomst (Gepensioneerd: Een getuigenis) Mira Bisschop

Paus Johannes Paulus II over Internet (Mediazondag 1989)

Oase in de Stad (Bezinningscentrum Maria-Kefasgemeenschap) Ben Van Vossel, cssr

De K.K.K. : een kanjer van een Catechismus (1) Ben Van Vossel cssr

Apostolische Constitutie "Fidei depositum" Paus Johannes-Paulus II

Vertrouwen: Belangrijk als zuurstof (Een nadenkertje voor jongeren) Wouter Ghijs

Grieks-Katholieke Redemptoristen in Slowakije Jef Hanssens cssr

Internet in dienst v/h geloof (3) I De Mey FIDES QAERENS INTERNETUM (3)

Kleine leefregel voor de christen naar Paasbrochure kard. Godfr. Danneels

Gaat het geloof erop achteruit? Arseen Wittoek

De zeven kruiswoorden  VROOMHEID IN DE NEDERLANDEN (3)

Ozanam zalig Een leek als voorbeeld voor de hele Kerk

Keukenrecepten:
- Romige vissaus  Cecile Van Waes  
- Jonge duiven in het pannetje Cecile Van Waes



 TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    


GERARDUS


Gerardus Majella, een lekebroeder-redemptorist was in vroegere decennia een echte volksheilige.  “Geloof en Leven” noemde trouwens aanvankelijk “Sint-Gerardusbode”.  Als je nu echter zijn leven leest dan denk je: dat kan ik niet meer aan de mensen kwijt.  Nochtans zijn heiligen van alle tijden en Gerardus behoort tot de heel groten.  Bepaalde aspecten van zijn spiritualiteit en zijn christelijke levenspraktijk zullen wellicht eigen zijn aan de tijd waarin hij leefde; maar de diepe gedrevenheid van zijn leven moet ons ook vandaag nog kunnen bekoren en ons inspireren tot een op onze huid geschreven christelijke levensvisie en praxis.  Daarom starten we in dit nummer een korte levensbeschrijving van deze – in al zijn eenvoud – wonderbare christen.  Zijn feest valt op 16 oktober.



Gerardus Majella werd op 6 april 1726 geboren in het Italiaanse bergstadje Muro Lucano.  Hij zou, eigenlijk vrij jong overlijden op 16 oktober 1755 te Caposele, in het Redemptoristenklooster Materdomini).  Zijn vader Domenico Machiella (later omgevormd tot Majella) huwde rond 1710 met Benedetta Galella die in Muro woonde; hijzelf kwam uit Zuid-Italië (Baragiano).  Hun eerste kind, een dochtertje, Brigida, werd in 1712 geboren.   Een kleine Gerardus die in 1716 werd geboren leefde maar enige dagen.  In 1717 en 1723 werden achtereenvolgens Anna Elisabetta en Elisabetta geboren.  In 1726 was het dan de beurt aan Gerardus die, zoals zijn overleden broertje, genoemd naar de heilige bisschop Gerardus van Potenza.  Rond die tijd begon Domenico te sukkelen met zijn gezondheid en het gezin kreeg het moeilijker.  Toen Gerardus een jaar of zeven was, in 1733 deed zich iets wonderlijks voor.  Pater Gaspare Caione verhaalt het in zijn levensbeschrijving van Gerardus.  Op zekere dag komt Gerardus blij het huisje binnengesprongen: “Mamma, kijk”.  Hij toont Benedetta een wit brood.  “Wie heeft je dat gegeven?”  “Een kleine jongen”.  Dit herhaalt zich dag na dag, gedurende maanden.  Pater Caione vertelt het op getuigenis van zus Brigida aan wie Gerardus 20 jaar later, wanneer hij religieus is te Deliceto zal zeggen: “Nu weet ik dat het jongetje dat me dit brood gaf Jezus zelf was.  En ik nam hem nog wel voor een jongetje als de andere”.  “Kom dan met mij mee naar Muro, dan kun je Hem daar terugzien”.  “Waartoe zou dat dienen, antwoordde Gerardus haar, ik tref Hem nu overal aan”.

Zijn zussen Brigida en Anna getuigen dat  Gerardus een vroom kind was van kleinsaf aan.  Dat hij een altaartje had en voor “priesterke” speelde is iets dat ons nu natuurlijk wel kan verwonderen en wat bizar kan voorkomen, maar heel wat oudere priesters hebben dat in hun jeugd ook gedaan.  Het priesterbeeld was toen heel anders dan nu.

Vanaf zijn 7de jaar zou Gerardus gedurende 3 jaar naar school gaan.  Hij leerde vlug lezen, schrijven en kon zich met gemak uitdrukken.  Zijn meester Donato Spicci was er heel tevreden over en benoemde hem tot repetitor voor de jongens die het wat moeilijk hadden.  

Op het vlak van godsdienstige kennis had hij de catechismus geleerd van zijn moeder.  Zijn godsdienstbeleving toont zich opvallend in zijn aantrekking tot het sacrament van de Eucharistie.  Ook nu zijn kinderen die hun eerste kommunie nog niet deden soms niet tevreden dat ze nog niet mogen communiceren.   De kleine Gerardus was daar ook het hart van in en knielde eens mee op de kommuniebank.  De priester sloeg hem echter over.  ’s Nachts ontving hij in een soort visioen van de H. Michael toch de H. kommunie.  Verscheidene personen hebben dit later van hem zelf vernomen. Toegegeven, Gerardus’ leven is echt niet alledaags.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    



HEDEN – VERLEDEN - TOEKOMST

Mira Bisschop

Vorig jaar ben ik 65 geworden. Eigenlijk heb ik dus reeds het grootste deel van mijn levensweg bewandeld. Het is dan ook met een dankbaar hart dat ik terugblik op wat voorbij is, en vol vertrouwen de toekomst tegemoet ga. Zonder te vergeten dat in het NU-moment het belangrijkste te beleven valt. Ouder worden is voor mij "groeien" in dankbaarheid en overgave; leren om wat waardevol en blijvend is te koesteren en wat voorbijgaat te relativeren.


Op weg naar eeuwig leven

Als men spreekt over groeien, dan zit daar toch minstens het idee "leven" in. En ja, ik lééf meer dan ooit, bewust dat leven een gave is. Ik voel het zo: door het feit dat ik leef ben ik op weg naar eeuwig leven. De eeuwigheid is voor mij al begonnen. Eens heeft God me tot leven bestemd. In psalm 139 staat: "U bent het die mijn kern hebt gevormd, die mij weefde in de schoot mijner moeder. In uw boek waren alle geschreven de dagen dezer formering, toen er nog niet één daarvan was". Dat ontroert me heel diep, dat God mij zo goed kent en me tot leven heeft geroepen. Waarom deed Hij dat eigenlijk?

Als ik hierop doordenk is het maar een kleine stap om van de oorsprong van mijn bestaan te gaan zoeken naar mijn bestemming.

Wanneer ik met zoveel liefde ben gevormd tot een mensenkind, kan het niet anders dan dat dit met een doel voor ogen gebeurde. Wat dit doel is weet ik door mijn geloof in Jezus Christus, die ons de Blijde Boodschap bracht: dat diezelfde machtige God, die mij en alles geschapen heeft, ook mijn Vader is. Daarom weet ik dat ik in dit leven onderweg ben naar mijn ware thuis en dat ik door Hem verwacht wordt. Er is een plaats voor mij bereid (door Jezus Christus, zijn Zoon) om samen met Hem en alle mensen, ooit geboren, gelukkig en eeuwig te leven.

Er is maar één voorwaarde gesteld en die is: er waarachtig naar verlangen om dat leven te ontvangen. Dan krijgen we het, dank zij Jezus, zomaar, gratis. Daarheen ben ik op weg, al een tijdje, en het einde van de weg kan dichterbij zijn dan ik vermoed.


Groeien in overgave

Maar zoals ik in het begin schreef: ouder worden is groeien in overgave. Dat leer ik dag na dag een beetje meer, gedeeltelijk door het zachtjesaan verminderen van energie en prestaties. Maar vooral toch, door te groeien in vertrouwen in Gods barmhartige liefde. Voor mij betekent dat niet anders dan wat het kleine kind kent dat gekoesterd en gedragen wordt door liefhebbende ouders en dat geen vrees heeft voor wat er kan gebeuren. Het weet immers dat het niet in de steek wordt gelaten. Zo zal ook ik de weg door het leven verder gaan, geborgen in de liefde van de Vader en door Hem gedragen als het te zwaar wordt.

Veel oudere mensen zijn eenzaam en voelen zich soms overbodig. Wat zou ik hen willen spreken over het nieuwe dat het ouder worden kan meebrengen! Daar is bv. de rust die in het leven komt; weg gejaagdheid!


Een schakel tussen God en mijn medemensen

Tijd om de stilte te zoeken en er heel intiem God te ontmoeten als een trouwe vriend. Tijd hebben om te bidden. Wij kunnen ook bidden voor hen die er geen tijd voor hebben, onder meer voor onze dierbaren die volop in het arbeidscircuit meedraaien. Het is meer dan ooit nodig Gods liefde bij de mensen te brengen. Door ons gebed zijn we een schakel tussen Hem en hen. Alle eenzaamheid wordt overstegen door een heel persoonlijke relatie met God, onze Vader, met wie we alles mogen delen wat ons bezig houdt. We zijn verre van overbodig. Ons meeleven kan wereldomvattend zijn. We brengen allen en alles bij Hem. We mogen alles aan Hem overlaten, in het geloof dat Hij hen, die wij liefhebben, bemint met een veel grotere liefde dan wijzelf ooit kunnen geven. Het is de zekerheid dat, wat er ook gebeurt, Hij alles ten goede leidt voor wie Hem liefhebben en op Hem vertrouwen.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    




FIDES QUAERENS INTERNETUM  (3)


'Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping. (Mc. 16,15)


De Paus Joannes Paulus II) was in 1989 niet bij de tijd. Maar de tijd vooruit!


Het web: voor 'katholieken zonder grenzen'


Gabriël verkondigt het blijde nieuws.

Rafaël reist op en af over de hele wereld.

En Michaël beschermt deze site.

Zo noemen de drie computers die zich in Gods dienst stellen

en samen de krachtigste site vorm(d)en op het Web


Paus Johannes Paulus II riep reeds in 1989 ter gelegenheid van mediazondag de gelovigen (in het bijzonder de jongeren) op om aanwezig te zijn op deze computernetwerken en te onderzoeken op welke manier ze dienstbaar kunnen zijn voor het Rijk Gods. De kerk moet God aanwezig brengen in deze wereld, ook in het WereldWijde Web. De Paus was in 1989 niet bij de tijd, maar zijn tijd vooruit. Lees zeker deze prachtige brief achteraan dit artikel (“De kerk zou zich schuldig voelen tegenover de Heer als zij het Internet niet zou gebruiken”)


http://www.vatican.net: van meet af aan een wereld-succes

Gabriël verkondigt het blijde nieuws.

Rafaël reist op en af over de hele wereld.

En Michaël beschermt deze site.

Zo noemen de drie computers die zich in Gods dienst stellen

en samen de krachtigste site vorm(d)en op het Web


Uit een artikel in Time-magazine (16 december 1996) blijkt dat de oproep van paus Johannes-Paulus II niet in dovemansoren is gevallen. Heel wat initiatieven groeiden van onderuit. We beschreven reeds de on line nieuws-, discussie- en gespreksgroepen. Ook het Vaticaan zelf geeft het goede voorbeeld. Met drie krachtige computers (genoemd naar de drie aartstengelen: Michaël, Rafaël en Gabriël) op de eerste verdieping van het Apostolische Paleis is 'Vatican.net' zich aan het uitbouwen tot (wat het hoopt te worden) de grootste website, gerund door zuster Judith Zoebelein. Zo wil de kerk zich kwijten van haar taak het evangelie over de hele aarde te verkondigen. En tegelijk wil deze site ook een plaats zijn waar gelovigen en anderen terecht kunnen met vragen, opmerkingen of suggesties. Om de dialoog binnen de kerk uit te breiden. Toen deze site in 1995 een eerste keer opstartte, bleek de mogelijkheid om per e-mail de Paus zelf te kunnen schrijven, zo populair te zijn, dat de computers al snel overwerkt waren. Vandaar de drie krachtige computers nu die in staat zouden moeten zijn om duizenden gelijktijdige inzendingen te kunnen verwerken.


En nu met zijn allen...

Voor de gelovigen die zich geroepen voelen om ook hun steentje bij te dragen aan de WereldWijdeWeb-verkondiging van het goede nieuws, stelt Kerknet Vlaanderen gratis ondersteuning en software voor het bouwen van een eigen website ter beschikking. Wie weet gaat 'Geloof en Leven' volgende keer wel on line! Dan kunnen we eens gezellig chatten! Tot s(m)urfs! (Dit was het jaar 1997 !) LEES VERDER HIERONDER

Ives De Mey

EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    




PAUS JOANNES PAULUS II OVER INTERNET


“De kerk zou zich schuldig voelen tegenover de Heer als zij het Internet niet zou gebruiken.”

(Paus Johannes Paulus II ter gelegenheid van de 24e mediazondag in 1989)

"De Concilievaders onderkenden dat ontwikkelingen in de communicatie-technologie wellicht kettingreacties zouden veroorzaken met niet te voorziene consequenties. In plaats van te suggereren dat de kerk zich afzijdig op moest stellen of moest proberen zichzelf te isoleren van de hoofdstroom van deze gebeurtenissen, beschouwden de Concilievaders de kerk als aanwezig midden in de menselijke vooruitgang, deelnemend aan de ervaringen van de rest van de mensheid, trachtend deze te verstaan en te interpreteren in het licht van het geloof. Het was de taak van God's gelovigen om creatief gebruik te maken van de nieuwe ontdekkingen en technologieën voor het heil van de mensheid en de vervulling van God's plan voor de wereld. (…)

Nieuwe mogelijkheden

Met de komst van computer-telecom-municatiemiddelen, worden de kerk verdere instrumenten aangeboden om haar missie te vervullen (Foto hiernaast in het iss; bemerk iconen achter de ruimtevaarder). Methodes om communicatie en dialoog tussen haar eigen leden te vergemakkelijken, kunnen de verbondenheid en eenheid tussen hen versterken. Onmiddellijke toegang tot informatie maakt het mogelijk voor haar om haar dialoog met de hedendaagse wereld te verdiepen.

In de nieuwe computercultuur kan de kerk de wereld sneller informeren over haar overtuigingen en kan ze redenen uitleggen van haar standpunt ten aanzien van een bepaalde opvatting of gebeurtenis.

Ze kan de stem van de publieke opinie beter horen en beter toegang vinden tot een continue discussie met de haar omringende wereld: om zichzelf directer te betrekken in de gemeenschappelijke zoektocht naar oplossingen voor de meest dwingende problemen van de mensheid (vgl. Communio et Progressio, 114 ff).


Een altijd dringende taak...  zonder geweld

Het is duidelijk dat de Kerk de nieuwe hulpmiddelen, die dankzij onderzoek in computer en satelliettechnologie ter beschikking worden gesteld, in moet zetten voor de altijd urgente taak om te evangeliseren. Haar vitaalste en urgentste boodschap heeft te maken met de kennis van Christus en de weg van heil die hij aanreikt. Dat is iets wat zij moet aanbieden aan mensen van elke leeftijd, hen uitnodigend om het Evangelie liefdevol te omarmen, altijd in gedachten houdend dat 'waarheid zichzelf niet kan opleggen behalve krachtens de eigen waarheid, die het verstand overwint met zowel zachtheid als kracht' (Dignitatis Humanae, l)


"De eerste verkondiging, catechese of de verdere verdieping van geloof kan niet zonder de sociale communicatiemiddelen.... De kerk zou zich schuldig voelen tegenover de Heer als zij deze machtige middelen, die de menselijke vaardigheid dagelijks steeds perfecter ter beschikking stelt, niet zou gebruiken. Het is door hen dat zij 'van de daken' de boodschap verkondigt waar zij de neerslag van is" (Evangelii Nuntiandi, '45).

Natuurlijk moeten we dankbaar zijn voor de nieuwe technologie. (...) Die bestanden verlenen een brede en onmiddellijke toegang tot de kennis, die onze menselijke erfenis is, tot de leer van de Kerk en de traditie, de woorden van de Heilige Schrift, de concilies van de grote meesters van spiritualiteit, de geschiedenis en tradities van de lokale Kerken, van Religieuze Ordes en leken-instituties, en tot de ideeën en ervaringen van ondernemers en vernieuwers, wier inzichten constant getuigen van de trouwe aanwezigheid in ons midden van een liefhebbende Vader, die uit zijn schatten nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt (cf. Mt 13:52).


Taak voor de jongeren...    én de ouderen

Vooral jonge mensen raken al gewend aan de computercultuur en zijn taal. Dit is zeker een reden voor tevredenheid. Laat ons 'de jongeren vertrouwen' (Communio et Progressio, '70). Zij hebben het voordeel gehad op te groeien met de nieuwe ontwikkelingen, en het zal hun taak zijn om deze nieuwe instrumenten te gebruiken voor een bredere en intensere dialoog tussen al de verschillende rassen die delen in deze 'steeds kleiner wordende wereld'. Het is hun taak om wegen te zoeken waarlangs nieuwe systemen van data-opslag en uitwisseling gebruikt kunnen worden om de verbetering van grotere universele rechtvaardigheid, groter respect voor mensenrechten, een gezonde ontwikkeling van alle individuen en volken, en de vrijheden die essentieel zijn voor een volledig menselijk leven, te bevorderen.

Of we jong zijn of oud, laat ons de uitdaging aangaan van nieuwe ontwikkelingen en technologieën, door deze een morele visie bij te brengen die geworteld is in ons religieus geloof, in ons respect voor de menselijke persoon en onze verplichting om de wereld te hervormen in overeenstemming met Gods plan. Laten wij bidden voor wijsheid in het gebruik van de mogelijkheden van het computertijdperk, om de menselijke en transcendente roeping van de mens te dienen, en zo glorie te geven aan de Vader van wie al de goede dingen komen."

EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    



HET GELAAT VAN DE GEKRUISIGDE HEER

I.M.

Ik zag het gelaat van de gekruisigde Heer!

In mijn vele broers en zussen die, waar ook ter wereld, hun land moeten ontvluchten en wanhopig zoeken naar veiligheid en onderdak, omdat men hen naar het leven staat.

Ik zag het gelaat van de gekruisigde Heer!

In de talloze asielzoekers die hier hoopvol stranden, zoekend naar menslievendheid, maar wiens dromen worden stukgeslagen ...

Ik zag het gelaat van de gekruisigde Heer!

In de ogen van een dakloze vrouw, die met haar schamele bezittingen in de straten van Brussel ronddoolt, zoekend naar een blik van tederheid, zoekend naar een MENS, die nu eens geen belerende redevoeringen in groots opgezette commissies houdt, maar die daadwerkelijk hulp biedt en het aandurft, zijn of haar rijkdom spontaan te delen!

Ik zag het gelaat van de gekruisigde Heer!

In de werkloze die, na talloze vergeefse sollicitaties, wegkwijnt aan de rand van de maatschappij, die zich nutteloos en verloren voelt in een wereld, verziekt door carrière-bezeten geldwolven!

Ik zag het gelaat van de gekruisigde Heer!

In zovele kindjes die brutaal uit de geborgenheid van de moederschoot worden weggerukt en meedogenloos gedood, om nadien zelfs in cosmetica te worden verwerkt.  Er is geen plaats voor hen in een materialistische, op genot beluste “samenleving”.  Toch staan ook hun namen in de palm van Gods Hand!

Ik zag het gelaat van de gekruisigde Heer!

Maar, ondanks alles, geloof ik in de OPSTANDING!!


EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    



GAAT HET GELOOF ER OP ACHTERUIT ?


Op een samenkomst in de abdij van Postel van de diocesane afgevaardigden van de Katholieke Charismatische Vernieuwing hield Arseen Wittoek een toespraak over de “Visie en de Plaats van de Charismatische Vernieuwing in de Kerk en de Maatschappij”.  In die uiteenzetting werden enige belangrijke vaststellingen naar voor gebracht die ook voor onze lezers interessant kunnen zijn.  Arseen Wittoek was als psycholoog jarenlang werkzaam bij het P.M.S. Een woord uit 1997 !


Verandering binnen de kerk en de maatschappij.

30 Jaar geleden waren er op onze parochie nog 1 pastoor en 2 onderpas­toors. Een weelde die we ons nu niet meer kunnen indenken. Dit heeft als gevolg dat er meer leken actief zijn in de parochie. Vb Er is een ploeg catechisten, een pastoraal team, een parochiale denkgroep. Dergelijke veranderingen hebben op alle paro­chies plaats gehad. Dit verandert het beeld van de kerk vrij sterk.


De kerk wordt hierdoor minder klerikaal en er wordt  binnen de kerk meer democratie geëist.  De mensen die elke zondag eucharistie vieren merken dat het aantal deelnemers vermindert. In 1968 nam 51% van de mensen nog regel­matig deel aan de zondagseucharistie. In 1973 was dit gedaald tot 39%. Die dalen­de trend zet zich door. Momenteel ligt het aantal deelnemers tussen 10% en 20%. Dit wil niet zeggen dat al de anderen ongelovig zijn. Bij een enquête-onderzoek in 1983 noemde 78% van de ondervraagden in Vlaanderen zich religieus. Ook dit percentage zal ondertussen wel al gedaald zijn. Het aantal mensen dat zich over­tuigd atheïst noemt is een minderheid. In Europa ligt dit tussen 5 à 10%.


Bij een onderzoek in '88 stelde Prof. Karel Dobbelaere vast dat bij veel onkerkse ouders een intrinsieke godsdienstigheid was. Deze mensen bekenden: "Alles wel beschouwd zijn wij katholiek, zelfs al gaan wij niet elke zondag naar de kerk. Wij geloven in God en zijn gebod en willen dat ons kind katholiek wordt.”


Oorzaken van de religieuze achteruitgang.

1. De schijnbare tegenstelling tussen geloof en wetenschap.

Heel wat ongelovigen denken of verkiezen te denken dat er een tegenstrijdig­heid is tussen geloof en wetenschap; bv nieuwe inzichten omtrent het ontstaan van de kosmos, de evolutie van het leven, het psychisch-onbewuste. Niets is minder waar. Wetenschap kan over godsdienst, over de laatste bestaansgrond van de kosmos geen definitieve uitspraken doen. In het verleden zijn er wel schijnte­genspraken geweest. Maar voor een ernstige denker zijn die opgelost. De positieve wetenschappen rafelen de materie uiteen tot in de kleinste stukjes en daarin vinden ze God niet. Wanneer men echter grote gehelen bekijkt: levende wezens, de wondere evolutie in het heelal en op onze aarde tot de komst van de mens dan ziet men de kosmos als een groots kunstwerk, dat verwijst naar een grote kunstenaar.


2. De materiële welvaart.

Een tweede oorzaak van de religieuze crisis in het westen is onze materiële welvaart. Wij worden er door aangezogen, de vrije tijd wordt opgeslorpt door een materieel genieten zodat er geen ruimte overblijft om zich te richten op spirituele waarden.

De welvaart brengt ook vervreemding mee van de werkelijkheid. Een groot deel van de werkelijkheid komt tot ons doorheen het nieuwe communicatiemedium, de TV. Daarin zien we de wereld als een groot feest, een en al plezier. En wanneer ons een schrijnende werkelijkheid getoond wordt valt deze tussen de plooien van de ontspanningsprogramma's. We bekijken de meest dramatische gebeurtenissen vanuit de gezelligheid van onze woonplaats, ook bijna als ontspanning. De harde realiteit die getoond wordt kent men pas als men ze meemaakt.


3. De dualiteit in onze samenleving.

Naast een meerderheid van mensen die vrij welvarend zijn is er bij ons een groter wordende groep mensen die beneden de armoedegrens raken. In zo'n situatie Christus verkondigen is moeilijk. Want bij de verkondiging van het Rijk Gods kan men er niet onderuit aan de welvarenden te zeggen dat zij van hun rijkdom met de armen moeten delen. Liefst gebeurt dit zo veel mogelijk structureel; d.w.z. door een goede wetgeving. Maar altijd zullen er mensen door de mazen van het net vallen zodat particuliere hulp noodzakelijk blijft. In onze tijd van individualisme botst de christelijke boodschap op weerstand. Van de andere kant aan de armen het Rijk Gods verkondigen, dat een rijk van liefde is, is minstens zo moeilijk, wanneer zij ervaren dat er aan hun materiële nood niets gedaan wordt.


4. De polarisatie in de Kerk.

In de Kerk hebben we aan de ene kant de spiritualiteitbewegingen. Zij accentueren de spirituele waarden binnen de geloofsgemeenschap. Ook de Charismatische Vernieuwing hoort hierbij. Daarnaast zien we de meer sociaal gerichte bewegingen, die opkomen voor meer rechtvaardigheid. Beide bewegingen zijn goed en nodig zo ze elkaar vinden in Christus, elkaar steunen, bemoedigen en elkaar aanvullen. Wanneer dit zo gebeurt zou het een droom van een Kerk zijn.

Spijtig genoeg gebeurt dit momenteel niet. Men staat eerder tegenover elkaar. In Nederland was die polarisatie meer uitgesproken dan hier.  Bij ons was ze wel aanwezig onderhuids en kwam niet zo tot uiting als in Nederland. Nu lijkt hier het grootste deel van de Kerk tot de horizontale pool te behoren.


In een boek van Prof. A. Vergote, “Religie, Geloof en Ongeloof” staan enkele interessante godsdienst-psychologische onderzoeken vermeld. Een test, de Edwards Personal Preference Schedule werd door J.C. Tennison en W. Snijder toegepast op studenten. Zij constateerden een significant verband tussen de godsdienstigheid en de "behoeften" aan zelfverachting, de "behoeften" aan vriendschap en achting voor anderen, alsook de "behoefte" aan uithoudingsvermogen en aan belangeloze bekommernis om de anderen.

Authentiek religieuze mensen blijken het meest sociaal gericht te zijn. Als Charismatische Vernieuwing mogen we ons geroepen achten om de polarisatie in de Kerk te overstijgen, om zoals Kardinaal Suenens beklemtoonde “in het hart van de Kerk te staan.”


5. Autonomie en afhankelijkheid.

Vanuit christelijk standpunt betekent in God geloven dat men instemt met een binding en een existentiële afhankelijkheid aanvaardt. Geloven in God in christelijke zin impliceert de erkenning van de meest radicale afhankelijkheid: zij betreft het bestaan tot in zijn wortels en omvat nog zijn uiterste toekomst. Dit botst op een drijfkracht in de mens die zich tegen die instemming met God verzet: het autonomiestreven. Het is de eigenlijke drijfkracht achter het ongeloof. Maanden geleden las ik in de Standaard een antwoord op de kerstbrief van kardinaal Danneels: "Wie zijn dat in die witte gewaden?" van de voorzitter van de koepel van de vrijzinnige verenigingen. Daarin schreef hij: "Wij verdedigen een samenleving die steunt op vrij onderzoek, dat zich afzet tegen sacrosancte ordeningen van bovenaf." Hierin komt dat autonomiestreven duidelijk naar voor. In zijn psychische spontaniteit begeert de mens autonomie zonder beperking. De autonomiebevesti­ging heeft haar oorsprong in de driften en gaat eveneens in tegen ethische en affectieve waarden als vriendschap en het respect voor anderen. Alles zijn, alles kunnen, zich zelf genoeg zijn, onmiddellijk zijn driften bevredigen: dat is de narcistische droom. Aangezien die autonomiestreving elke mens eigen is heeft de ontkenning van God bij velen een zekere aantrekkelijkheid.


God aanvaarden in je leven betekent immers een bedreiging ten aanzien van de menselijke machts- en genotswil. Zich afhankelijk weten van een scheppende God is strijdig met die spontane autonomiedrang en de psyche komt in verzet. Dit verzet neemt verschillende vermommingen aan:

- het vermomt zich onder de vermeende tegenstrijdigheid tussen wetenschap en geloof.

- het schuilt in het streven naar bezit en macht. Hoe meer men bezit, hoe meer men kan zijn zin doen.

- het openbaart zich in het individualisme; het zich zo onafhankelijk mogelijk voelen van gelijk wie. (In het uiterste geval vergrijpt men zich aan kinderen, die totaal weerloos zijn en waarmee men ongebonden zijn macht- en genotstreven kan uitleven.)


Een gelovige ervaart zijn situatie nochtans niet als een vernederende frustratie, zoals ongelovigen denken. Voor iemand die tot een bewust en volwassen geloof gekomen is vormt die afhankelijkheid van God geen probleem.

- In God zien wij een liefdevolle Vader en geen kribbige meester. Joh. 15,15, "Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet wat zijn meester doet, maar u heb ik vrienden genoemd.'1

- Wanneer men als gelovige ervaart hoe de band met het geloof het menselijk bestaan verheft en verruimt, geeft dit aan het leven een nieuw perspectief. De afhankelijkheid van God verliest het uitzicht van een vernederende onmacht en geeft de gelovige een nieuwe dynamiek, een nieuwe verantwoordelijkheid en voelt men zich in zijn autonomie erkent.

Nog enkele bedenkingen…

Geloofscrisissen zijn van alle tijden. Psalm 14 begint als volgt: "De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God". In Genesis 18,16-33  lezen we een gesprek van Abraham met Jahwe. Jahwe dreigt Sodoma en Gomorra te vernietigen omwille van hun goddeloosheid. Maar Abraham pleit bij Jahwe. "Zult gij dan de rechtvaardige met de goddeloze verdelgen?" Jahwe antwoordde: "Als ik vijftig rechtvaardigen vind zal ik de stad niet verdelgen". Maar er waren geen 50 rechtvaardigen. En Abraham biedt af. Van 50 naar 40, naar 30, naar 20. Maar er waren geen 20 rechtvaardigen te vinden. "Misschien waren er tien te vinden?" En Jahwe antwoordde: "Ik zal haar niet verwoesten omwille van die tien." Ook daar heerste toen een zware geloofscrisis.


Bij gunstige gelegenheden kan de autonomiestreving naar boven komen. Cultureel maken wij zo'n tijd mee. Belangrijk is dat er een groep gelovigen met profetische kwaliteiten aanwezig blijft, wegwijzers, licht en hoop voor de wereld.


De geloofsafval maakt indruk op de traditionele christen. Het kan hem schokken. Maar hij kan ook aanleiding zijn en ruimte scheppen tot een herdenken van en tot een herbezinning over ons geloof.


Vele traditionele christenen die dit niet doen laten zich meedrijven met de stroom en haken af. Ik denk dat wij allemaal momenten gekend hebben van vragen, van bezinning over onze geloofshouding. Deze situatie heeft ons gedwongen tot een vernieuwing van onze geloofsvisie, deed ons op een nieuwe wijze naar God kijken en voerde ons naar een nieuwe Godsrelatie. Zo vonden wij in de Charismatische Vernieuwing een nieuwe thuis en herontdekten we de werking van de H. Geest in ons leven.

Arseen Wittoek Postel, 8.2.97

EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    




VROOMHEID IN DE NEDERLANDEN (3)


De laat-middeleeuwen en wij

Een heel deel gebeden uit de 15de eeuw centreren zich rond het kruis.  De laatmiddeleeuwse mens was geen koude kikker.  Hij liet zijn gemoed spreken en richtte zijn aandacht op het bloed van de Verlosser dat uit zoveel wonden vloeide; hij keek naar het lijdend gelaat van onze Heer, naar de wonden van zijn handen en voeten, zijn doorboorde hart, waaruit de levensstroom vloeide van de sacramenten der wedergeboorte, de lijdensvoorwerpen, hij luisterde naar de 7 kruiswoorden… Een hele krans van devoties ontstond rond de Gekruisigde.

Wij zijn rationeel en kil geworden.  Wij merken te weinig hoe enerzijds de liefde van die middeleeuwse christenen voor Christus ook overvloeide van het verstand naar het hart en het gevoel en de verbeelding; dat gevoel ontmoeten we net zo goed bij een heilige Bernardus, Franciscus van Assisi, de H. Geertrui, de H. Bernardinus van Siëna (over de Naam Jezus), Thomas van Aquino als in ontelbare gebedenboekjes.  


Beda venerabilis ?

Soortgelijke bedenkingen maakt Dr. Maria Meertens zich in haar boek “De Godsvrucht in de Nederlanden, Deel II”.  Of wij met onze sterkere gerichtheid op de Verrijzenis en onze koele houding tegenover de persoon van Christus dichter bij Hem staan en meer vanuit Hem leven, is gewoon een gestelde vraag.


Het gebed dat we deze keer aan onze lezers voorstellen betreft de 7 woorden van Christus aan het Kruis. Het werd aan Beda Venerabilis toegeschreven en wordt in bovengenoemd boek in een Middelnederlandse prozavertaling weergegeven: “O heere ihesu xriste, die dese VII worden spraect in die huterste huere uwer doot hanghende inden cruce, och, of ic die altoes in mynder memorien hadde…”  Wij hebben het in wat moderner Nederlands hertaald.  Eeuwenlang bleef het een geliefd gebed in de Nederlanden, enerzijds omdat het aan de H. Beda werd toegeschreven en anderzijds omdat er buitengewone gunsten werden aan toegeschreven (wie het gebed geknield en met vurig hart bad, zou speciale bescherming tegen de duivel en tegen slechte mensen ervaren en zou dertig dagen voor zijn dood de glorierijke Maagd Maria zien).


Gebed van de zeven kruiswoorden

O Heer Jezus Christus, moge ik deze 7 woorden die U hebt uitgesproken in uw laatste uur, toen U aan het kruis te sterven hing, altijd in mijn herinnering bewaren.  

Ik bid U, lieve Heer, door de kracht van die zeven woorden, dat Gij mij wilt vergeven al wat ik tegen U gezondigd of misdaan heb in de zeven doodzonden of wat daar uit voortkomt, de hoogmoed namelijk, gierigheid, traagheid, gramschap, nijdigheid, gulzigheid en onkuisheid.  

Onze Vader…  Weesgegroet…


1 - Heer Jezus Christus, Gij hebt gezegd “Vader, vergeef hen die mij kruisigen”, maak dat ik door uw liefde allen die mij kwaad aandoen vergiffenis schenk.  Onze Vader…


2 - En zoals Gij zegt aan de moordenaar: “Vandaag zult gij met Mij zijn in het paradijs”, doe me op zulke manier leven dat Gij mij kunt zeggen: “Heden zult gij met Mij in de hemel zijn”.  Onze Vader…


3 - En zoals U aan uw Moeder zegde: “Vrouw, ziedaar uw zoon”, en daarna aan de leerling: “Zie daar uw moeder”, bewerk dat uw liefde en grote genegenheid mij uw moeder geve.  Onze Vader…


4 - En zoals U zegt: “Eli, Eli, lama sabathani, wat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?”, doe mij bij alle beproevingen en tegenslagen zeggen: “Mijn Vader, mijn Heer, ontferm U over mij, zondaar, en help mij.  Mijn Koning en mijn God, leid mij, U die mij met uw kostbaar bloed hebt verlost”.  Onze Vader…


5 - En zoals U zegt: “Ik heb dorst”, wat betekent, dorst naar de zaligheid van de zielen, die in het voorgeborchte van de hel uitzien naar uw komst, maak dat ik altijd zou dorsten naar U en van U houden, fontein van het eeuwig levende water en dat ik waardig zou zijn U, de fontein van het eeuwig licht lief te hebben met heel het verlangen van mijn hart.  Onze Vader…


6 - En zoals U zegt: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest”, maak dat ik in het uur van mijn dood volkomen en vrijelijk mag zeggen: “Vader, in uw handen beveel ik mijn geest”, onthaal mij nu ik tot U kom, want U hebt nu het einde van mijn leven gesteld.  Onze Vader…


7 - En zoals U zegt: “Alles is volbracht” wat betekent dat nu een einde is gekomen aan het zwoegen en lijden dat U doorstond toen U onze menselijke staat hebt aangenomen om ons te verlossen… maak dat ik het zou verdienen uw allerzoetste stem te horen: “Kom, mijn geliefde ziel, want nu heb ik bevolen dat uw lijden voldaan is.  Kom, dat je met Mij opklimt om samen met mijn engelen in mijn Rijk te worden verzadigd en je verblijden in de eeuwigheid zonder einde.  Amen.


EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    



BELANGRIJK ALS ZUURSTOF

CO²

Wouter Ghijs

Jeroen sloeg de nagel op de kop toen ik hem vroeg wat ‘vertrouwen’ voor hem betekende.

“Wie niemand meer kan vertrouwen kampt met een ernstige ademnood. Leven wordt dan een helse karwei”.


Toen de eerste Europeanen in het begin van de 17de eeuw het Himalayagebergte overstaken, werden velen van hen geveld door een toen nog onbekende ziekte.  In hun aantekeningen beschreven ze symptomen zoals razende hoofdpijn, totale uitputting en plotseling krachtverlies, die het oversteken van de hoogste bergpassen onmogelijk maakten.  Pas in het begin van deze eeuw ontdekten wetenschappers de oorzaak van deze verschijnselen: op grote hoogte daalt de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer.  In deze ijle lucht kunnen inspanningen heel zwaar doorwegen of worden ze zelfs levensgevaarlijk.

Survival of the fittest

Het mag er hier in onze “Lage landen” dan al wat minder avontuurlijk aan toe gaan, de hoge toppen die in onze leefwereld aan de einder verschijnen zijn daarom niet minder spectaculair.  Ook hier moet alles en iedereen de hoogte in.  De productie stijgt alom (de werkloosheid ook).  Sportlui gaan op hoogtestage om nog hoger te scoren.  Wetenschap en techniek zitten in volle klim.  Inkomsten, kijkcijfers, prestaties en succes…  Het einde van de klim is nog lang niet in zicht.    Wie niet volgt, is gezien.  Dus gewoon kwestie van op de hoogte te blijven.

De grote leegte

Niet dat er op zich iets fout is aan de vooruitgang.  We stellen enkel vast dat op onze (keiharde) weg naar de top steeds meer mensen geveld worden door een onbekende ziekte.  De symptomen zijn vaak beangstigend: onze (innerlijke) vrede wordt aangetast, mensen worden zenuwachtig en kribbig.  De geringste kritiek jaagt ons in het harnas.  Bij de minste tegenkanting voelen we ons persoonlijk aangevallen.  Ons tegenoffensief is venijnig, onze woorden scherp.  Dit alles doet onze levensvreugde teniet.  We voelen ons leeg en in deze ijle atmosfeer ervaren we leven vaak als last.

Gekwetst vertrouwen

Wat komen we tekort?  Zuurstof wellicht (nog) niet, maar wel iets dat net zo levensnoodzakelijk is.  En dat zou best wel eens het vertrouwen kunnen zijn.  Wanneer ik aan een groep jongeren vraag of je vandaag mensen nog echt kunt vertrouwen, ligt het antwoord echt niet voor de hand.

En nu is het vertrouwen juist een onontbeerlijk aspect van ons leven, het is ons als het ware aangeboren. Het is onvoorstelbaar dat een boreling de borst zou weigeren omdat het zijn moeder niet vertrouwt. Wanneer een kleuter bovenaan de trap staat en jij staat enkele treden lager klaar om hem op te vangen, zal het kind niet aarzelen om de sprong te wagen.  Tenzij je jammerlijk zou ervaren dat je hem helemaal niet opvangt.  Een waanzinnig idee.  Maar wanneer op gelijkaardige wijze het vertrouwen wordt gekwetst in een mens, verdwijnt dit vertrouwen zienderogen uit je leven.  Net als zuurstof: levensnoodzakelijk, maar uiterst explosief.

Weg levensvreugde!

Eens het zover komt gaat het leven er helemaal anders uitzien.  Zonder vertrouwen in de ander, plooien we helemaal terug op ‘onszelf’ en loopt elke relatie vast in oppervlakkig contact.  Wanneer dan ook dat ‘zelf’ ons al te veel ontgoochelt, verdwijnt het zelfvertrouwen.  En stilaan ook het vertrouwen in het leven, zodat elk doel, elk toekomstperspectief vervaagt.  De gevolgen zijn gekend: onvrede en moedeloosheid.  Probeer het dan maar vol te houden!

Toch vaste grond ! Mijn schild en vertrouwen zijt Gij, Heer, mijn God !

Hopeloos dus?  Nee!  Wanneer iemand in het hooggebergte te kampen krijgt met hoogteziekte, volstaat het af te dalen naar lager, meer zuurstofrijk gebied.  Als het vertrouwen in het leven wegebt en onzekerheid de bovenhand krijgt, doet men er goed aan (terug) in relatie te treden met de onwankelbare Rots, de Bron van alle zekerheid.  Dit is de betekenis van ‘geloven’: een sprong van vertrouwen wagen, een vertrouwensrelatie aangaan met Hem die nooit teleurstelt.  In God vind je bevrijding van de beklemmende last uit het verleden.  Hij geneest je van je verlammende kwetsuren.  Hij geeft kracht om het zwaartepunt van je leven te verleggen van jezelf naar de Ander en om als een kind opnieuw in overgave aan die Ander te gaan leven. In Hem ga je de toekomst hoopvol tegemoet, vertrouwend op de kracht van Zijn Geest.

Verstikkende rook…

Verschroeiend vuur…

In een open raam op de verdieping van een brandend huis staat een wanhopig kind te schreeuwen om hulp.

“Spring naar beneden, ik vang je op”, roept vader.

“Maar door die rook kan ik je niet zien!”

“Dat heeft geen belang, ik zie jou; vertrouw me en spring!”.


“Wie op God vertrouwt, op vaste bodem bouwt” (Michiel de Ruyter)


EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    




KLEINE LEEFREGEL VOOR DE CHRISTEN (1)

“Meester, wat moet ik doen?”


Met Pasen 1997 gaf kard. Danneels een klein boekje uit onder bovenstaande titel.  Hij kan het niet laten om zijn brede en evenwichtige spirituele visie op het christenzijn regelmatig eens te verwoorden.


Zoals de kamerheer van koningin Kandakè die wel in de bijbel las maar er niet veel van begreep en dat ook zegt aan de diaken Filippus, zo zijn er vandaag ook nogal wat christenen die hetzelfde zeggen: “’k versta daar niet veel van.  Leg me dat eens uit”.

Zo vragen mensen zich vandaag ook wel eens af: “Wanneer ben ik christen?  Wat moet ik dan denken en geloven?  Hoe moet ik me dan gedragen?”  Dat lijkt in onze tijd toch wel niet meer zo duidelijk.  Zeker niet als je zo midden de wereld leeft en mens tussen de mensen bent.  Christen zijn is een echte keuze.  Daarom schreef de kardinaal deze kleine leefregel.  We bekijken even het eerste deel ervan.


Welke belangrijke vragen moeten wij ons stellen?


1 De brutaliteit van de dood.  

Je leeft, maar je gaat ook dood.  Elk weekend verongelukken jonge en minder jonge mensen.  Iemand uit uw buurt krijgt de kanker en hij heeft nog jonge kinderen.  En wij kunnen toch niet meer rondom die tienduizenden mensen die ze in Afrika de dood hebben ingejaagd.  Als het leven zo broos en het afscheid zo wrang is, moeten wij ons dan geen vraag stellen of dat alles is?  Of met de dood alles gedaan is?  Een christen denkt daar anders over.  Sint Paulus schreef al: “Als we alleen voor dit leven onze hoop op Christus stellen, zijn we meer te beklagen dan alle andere mensen” (1 Kor. 15,19).


2 Waarom zwijgt God?

Ja, waarom komt God niet tussen om de dood de wereld uit te helpen?  Waarom staat Jezus zelf – op het eerste zicht - machteloos bij het graf van zijn vriend Lazarus?  Hij staat daar te wenen.  Toch zegt de Bijbel voortdurend dat God van de mensen houdt.  Maar waarom dan al die treurige toestanden?


Vooraf toch enige zaken duidelijk stellen:

*Er is eerst en vooral een boel lijden die voortkomt van de mensen en zelfs van ons, van mij.  Als ik mensen kwets, als ik de deur en mijn hart sluit voor mensen, voor misdeelden, als ik mij boven mensen wil stellen (en dus anderen achteruit duw), …  Ja, dan moet ik geen verwijtende vinger naar God uitsteken.  Wat doe ikzelf om wat treurigheid uit de wereld weg te krijgen?  Of moet God dat misschien in mijn plaats komen doen?


*Dan is er ook nog dat opgeblazen gedacht van de moderne mens alsof hij niemand nodig heeft.  Alsof hijzelf kan bepalen wat goed en verkeerd is als ware hij God zelf.  Nee, wij staan niet aan de oorsprong van ons eigen bestaan en wij hebben wel degelijk redding nodig.  De dodende ik-cultuur van deze tijd veroorzaakt het individualisme in de samenleving en is ook grotendeels oorzaak van de psychologische en geestelijke eenzaamheid.  “Het zelf-redzame ‘ik’ is eenzaam, triest en zonder hoop.  Het ‘ik’ dat zijn wortels heeft teruggevonden in God is vrij, vruchtbaar en vertrouwvol” (p.9).  Dit zijn vaststellingen die je doet als je eens achter de facàde kijkt van die zo autonoom lijkende moderne mens.


*En nog iets.  Men zegt dat de mens niet meer in God gelooft.  

De vraag is: welke God bedoel je?  Want de mens wil zo een “godje” die al onze verlangens inwilligt, die in al onze beperktheden voorziet.  Dat is God niet.  In Jezus zien we een God die tot onmacht wordt.  Die het lijden binnentreedt, die de dood niet uit de weg gaat.  De boodschap is dat je het echte leven maar binnentreedt als je aan jezelf wilt sterven.  Dan pas wordt je echt mens.


*Nog even dieper nadenken: de moderne mens kan veel, enorm veel: kennis, wetenschap en techniek openden onvermoede poorten.  Toch botsen we voortdurend op weer nieuwe beperktheden.  Ook en vooral op de beperktheden in ons eigen hart.  We redden het daar niet op eigen krachten.  *En de kern van het christendom is nu juist dat een Andere (met hoofdletter) me rechtvaardigt, me goedkeurt, me goedmaakt en dat ik mezelf niet volledig kan heiligen, zelfs niet door duizend ‘goede werken’.  *Het christendom leert zelfs dat een Voorzienigheid de geschiedenis maakt en leidt (dus niet Hitler, Mao, Moboetoe Sese Seko, Clinton, …).  Dit betekent niet dat de mens niets moet doen of niet kan afremmen, maar dat wij ons doen en laten kunnen laten voeden “aan een bron die van verder komt dan uit eigen kracht of goede wil”.  Waar gaan we die zoeken?  Ook Sint Paulus vroeg zich dat al af “Rampzalige mens die ik ben! Wie zal mij redden van dit bestaan ten dode?” En hij antwoordt: “God zij gedankt door Jezus Christus onze Heer” (Rom. 7,24-25a).

*Tenslotte nog dit.  Als je zo tot de conclusie komt dat je God echt nodig hebt, ook en vooral voor je innerlijke beperktheid,  dan gaapt er toch een bepaalde hinderlaag: te menen dat godsdienst enkel iets is tussen God en jou.  Individueel en exclusief.  Zo is het niet.

De weg naar God is geen eenzame tocht.  Je zou trouwens verdwalen.  God geeft je broers en zussen.  Dat is de Kerk.  Zonder haar zou je de weg maar ook de moed verliezen.  Overigens moet de goede wil van zeer velen wat gebundeld en juist georiënteerd worden.  Daarom wou Jezus zijn Kerk.  Wij kunnen haar niet missen.  Al menen we wel eens van wel.


Volgende keer Deel II: Gods gaven aan de christen: Evangelie, Belijdenis, Doopsel, Eucharistie, Heilige Geest, Radicaliteit.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    



OZANAM ZALIGVERKLAARD


Antoine Frédéric OZANAM, de eigenlijke stichter van de St.-Vincentiusvereniging zal zaligverklaard worden door paus Johannes-Paulus II ter gelegenheid van de wereldjongerendag te Parijs in Augustus.

Vorig jaar in juni erkende het Vaticaan de echtheid van een mirakel dat bekomen werd op voorspraak van Ozanam en opende zo de weg naar een mogelijke zaligverklaring.  Een tweede mirakel zou de heiligverklaring (canonisatie) mogelijk maken van deze “Dienaar Gods”.

Toen Ozanam student was in Parijs stichtte hij in 1833, samen met enige vrienden, de “Conférence de la Charité” die wat later “Société de Saint-Vincent-de-Paul” zou noemen.  Op dit ogenblik omvat deze “Sint-Vincentiusvereniging” 850.000 leden die werkzaam zijn in 130 landen.


Ozanam geldt als een toonbeeld van aandacht voor de minderbedeelden.  Met zijn vrienden was hij, op aanstichten o.m. van pater Lacordaire, tot het inzicht gekomen dat christenen zich moesten kenmerken door hun naastenliefde en daadwerkelijke inzet voor mensen in nood.  Heel origineel was dat inzicht waarschijnlijk niet, maar zij hebben er concrete gestalte aan gegeven op een bepaald moment in de geschiedenis.  En het heeft indruk gemaakt.  Blijkens het huidige aantal leden zijn er ook vandaag nog zeer velen die in het charisma van de stichters geloven en er gestalte aan willen geven.


Een tweede kenmerk van Ozanam was dat hij zich als christelijke leek bewoog op een hoog wetenschappelijk niveau en in een universitair Instituut dat op dat ogenblik eerder antikerkelijk was.  


Een ander niveau was dat Ozanam als leek en gehuwde zich heeft toegelegd op een consequent christelijk leven; we zouden het vroeger genoemd hebben op de christelijke volmaaktheid.  Maar daarin bleef hij toch echt leek, volop geëngageerd in de wereldlijke opdracht van zijn professoraat en zijn huwelijk en tegelijk in praktijk van de naastenliefde en het christelijk doorleven van lijden en ziekte.  Hij heeft op dàt ogenblik van de kerkgeschiedenis zijn concreet levensgetuigenis gegeven dat nog altijd uitnodigend overkomt.

Van de kant van de Kerk is deze zaligverklaring een nieuw bewijs van haar waardering voor wat leken in deze laatste eeuwen betekenen voor de Kerk en het christelijk getuigenis in de wereld.


EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    


GRIEKS-KATHOLIEKE REDEMPTORISTEN IN SLOWAKIJE


De Vice-provincie van de Redemptoristen van Michalovce (Slowakije) werd opgericht vlak na de tweede wereldoorlog in 1945.  Op dat ogenblik bezat zij er slechts één huis met de erbij horende parochiekerk.  Een tweede kerkje kwam er in Stropkov, maar de Vice-Provincie kreeg niet meer de tijd om ook daar nog een klooster te bouwen, want op 23 april 1950 werd aan de religieuzen elke kerkelijke bedrijvigheid in het toenmalige Tjecho-Slowakije verboden en officieel mochten zij ook niet meer in gemeenschappen leven.



Het nieuwe klooster in Stropkov


De Vice-provinciaal, pater Jurcenko, met 3 van zijn studenten in Krakau


De zaken zijn zo gebleven tot eind november 1989, met name tot op het moment dat de Kerk haar vrijheid terugkreeg.  De oudere Redemptoristen, die de vervolging overleefd hadden, en de nieuwe generatie die in de klandestiniteit was geboren, konden opnieuw en met enthousiasme aan het Redemptoristisch charisma gaan voortbouwen.   Nochtans moester zij in het begin noodgedwongen nog een tijdlang op de parochies blijven, er waren eenvoudigweg geen eigen kloosters om hen in gemeenschappen op te vangen.


Na een zekere tijd was het huis van de Vice-Provinciaal in Michalovce gerestaureerd.  Daar wonen nu 6 confraters, die de typisch Redemptoristische predikatie van missies en retraites voorzetten.  Daarnaast zijn er nog een aantal Grieks-Katholieke Redemptoristen die in parochies werken, o.a. in Staralubovna waar ze een nieuwe kerk bouwden én in Jakubanny.  Hun studenten – 20 in totaal – studeren in Polen en in Rome.  


In Stropkov hebben ze, met de hulp van ons Generalaat in Rome én van de Grieks-Katholieken in Canada en de Verenigde Staten, een oude droom van vóór de vervolging gerealiseerd en een nieuw klooster gebouwd.  De plechtige inhuldiging gebeurt op 20 juli a.s. (1997).  Pater Walter Corneillie, provinciaal van de Vlaamse Redemptoristen, is persoonlijk uitgenodigd.  Hij laat zich op de plechtigheid vervangen door pater Jef Hanssens.  Wij zullen er in het volgende nummer van “Geloof en Leven” verslag over uitbrengen.

Jef Hanssens C.Ss.R.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    


OASE IN DE STAD

Gewezen bezinningscentrum Maria-Kefasgemeenschap

Ben Van Vossel, cssr

Een tijdlang (1996-2010) heeft de Maria-Kefasgemeenschap een Bezinningscentrum ‘Oase in de Stad’ gerund vanuit het toenmalige Redemptoristenklooster in de Voskenslaan te Gent. Hieronder beschrijven we vanuit welke geest en met welke bezieling man daaraan begon

Sinds september 1996 is de Maria-Kefas-gemeenschap zich meer bewust geworden dat er specifieke uitdagingen en kansen liggen wanneer ze een deel van haar activiteiten zou opzetten vanuit het Redemptoristenklooster. Zo hebben we vastgesteld dat iedere schooldag er zo’n 4.000 jonge mensen voorbij het klooster komen op weg naar en van de school. Dit vormt op zich een sterke uitnodiging om te evangeliseren. Maar hoe doe je dat?


Bereid de weg voor de Heer

We meenden dat we eerst het terrein moesten gereedmaken voor de evangelisatie. De beste manier daartoe is … het gebed. Daarom besloten we om elke vrijdagmorgen om 7.30u. samen te komen voor gebed. Wij deden dan een korte lofprijzing, omdat we meenden dat het belangrijk is op te kijken naar Gods liefde, zijn heilswil en zijn krachtige werking en we vroegen dan ook om zijn zegen over ons en over al die jonge mensen die zouden voorbijkomen. Terwijl enkelen van ons voor het tabernakel bleven bidden, gingen anderen, twee aan twee, de straat op om biddend – niet meer dan dat – langs de straat en op het stationsplein Gods liefde aanwezig te brengen. Om 8.15u. was de grote drukte voorbij en hadden we een korte tijd om met elkaar te delen welke inzichten de Heer ons ondertussen had gegeven.

Om 8.30u. baden we samen met de toenmalige communiteit van de Redemptoristen het liturgisch morgengebed (de "lauden" of lofprijzing) en daarna profiteerden we van een potje koffie. Om 9 uur vierden we in de gebedsruimte de Eucharistie. Daarna hielden we een uur gebed voor het uitgestelde H. Sacrament. We nodigden de misgangers uit om in de aanbidding als intentie mee te nemen: de evangelisatie van de schoolgaande jongeren. Een tiental personen bleven bij deze aanbidding aanwezig.


Verkondig te pas en te onpas

Een van de eerste zaken die de Heer ons deed begrijpen was dat we het uiterlijk van het klooster wat moesten opfleuren en er tegelijkertijd van gebruik maken om reeds te evangeliseren. Het resultaat was dat we op een groot paneel de fundamentele Bijbelse boodschap lieten schilderen: "God is Liefde". We hebben dat waterbestendig paneel aangebracht op een blind raam van het klooster dat uitgeeft op het St.-Pietersstation; met zijn heldere kleuren is het van ver te zien.

Omdat we het inderdaad belangrijk vonden dat de evangelische boodschap en iets van het kerkelijk leven ook naar buiten zou komen, gebruikten we de ramen van klooster nogal om raamaffiches aan te brengen met evangelische teksten of teksten die alluderen op de liturgische tijden.


Straatevangelisatie

Die affiches zijn op zich reeds straatevangelisatie. Maar toch kon er reeds iets meer gebeuren. Zo hebben we op Goede Vrijdag kleine briefjes uitgedeeld met een duidelijke tekst rond "Zozeer heeft God van de wereld gehouden dat Hij ons schonk zijn enige Zoon". Enkelen van onze jongeren deelden die teksten uit. Praktisch alle voorbijkomende jongeren namen ze aan en slechts weinig briefjes hebben we moeten oprapen achteraf.

Die Goede Vrijdag hebben we ook het kerkportaal opengezet en een groot kruis geplaatst vóór een groot rood doek en alles sober maar mooi versierd. Het is Goede Vrijdag geweest in de Voskenslaan!

Brondagen

Naar de scholen is het meest recente aanbod van de Maria-Kefasgemeenschap bezinningsdagen voor klassen op de dinsdagen en donderdagen. Daartoe werd in het toenmalige redemptoristenklooster van Gent het Bezinningscentrum "OASE IN DE STAD" opgericht. Daar geven we vanaf september ’97 "Brondagen". Deze klasbezinningsdagen willen immers een verademing bieden in de wereld waarin onze jonge mensen vandaag moeten leven. Ze worden gegeven voor alle jaren van het Middelbaar Onderwijs.

Enige lokalen van het klooster werden daartoe gerenoveerd. De Redemptoristen hebben voor dit project hun vroegere grote bidplaats (oratorium) op de eerste verdieping ontruimd; ze werd voorzien van een vals plafond en wat ingericht. Ook het leeszaaltje van de communiteit, nog een andere kamer en het zaaltje aan de straatkant werden reeds ingeschakeld in het opzet. Omdat ondertussen nogal wat scholen enkele klassen inschreven voor dit aanbod, zullen ook in de bibliotheek een 2-tal lokalen ingericht worden.

Dat gebeurde inderdaad en later evolueerden de Brondagen tot Klasdagen. In 2010 sloot het centrum.




EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER    



KEUKENRECEPTEN-3

(Cecile Van Waes)


- ROMIGE VISSAUS (4 personen)

Cecile Van Waes (15/06/1997)

De saus is te gebruiken bij alle gekookte of gestoomde vis

Ingrediënten : 1 preiwit, 1 wortel, boter, 4 dl. Room, peper en zout, 1 dl. Visbouillon.

Ga als volgt te werk: Laat in een pannetje een klontje boter smelten en voeg darbij de zeer fijn gesneden prei en wortel.  Laten stoven.  

Doe er 4 dl. Room en 1 dl. Visbouillon bij en laat dit zachtjes inkoken gedurende ongeveer 5 minuten.  

Breng op smaak met peper en zout.  

Indien de saus te dun is kan je ze aandikken met maïzena of aardappelbloem.  Smakelijk.


- JONGE DUIVEN IN HET PANNETJE

Cecile Van Waes (15/06/1997)

Nodig voor 4 personen

4 jonge duiven, 50 gr. Solo, 1 middelgrote ui, 1 wortel, 4 tomaten, 1 blaadje laurier, 2 kruidnagels, zout, kippenbouillon (van 1 blokje), 1 glas witte wijn.

Bereiding : 15 minuten

Kooktijd : 30 minuten

Ga als volgt te werk:

Wortel en ui heel fijn snijden.  

Pel de tomaten, verwijder het zaad en snij ze in stukjes.

Duiven in twee snijden.  

Fruit in de gesmolten margarine de ui aan, de tomaten en de wortel.  

Doe er de stukken duif bij en laat ze sudderen. Voeg zout en kruiden toe; blus eerst af met witte wijn en vervolgens met kippenbouillon.

Voeg de kruiden toe.  

Laat het geheel met het deksel op de pan gedurende 30 minuten stoven.  

Leg de stukken gevogelte op een serveerschotel en nappeer met de saus die eerst gezeefd is.  

Geef er nieuwe aardappeltjes en worteltjes bij en een glaasje rode wijn.

Smakelijk.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

EINDE VAN DIT NUMMER  1997_3    

 TERUG NAAR INHOUD          NAAR TOP VAN DIT NUMMER