GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD

GELOOF en LEVEN 1997 nr. 1

  TERUG NAAR INHOUD   

  

Niets is sterker… dan de stilte door W. Ghijs

Godgewijd leven? door M. De Wilde (Gedicht)

Aandacht voor de armsten door M. Beddeleem (Getuigenis)

Toewijding aan Maria door Priester Poppe

Vasten – Passie - Pasen  

Vroomheid in de Nederlanden-1 in de 15de eeuw  (1) naar zr. Ursula  De 5 groeten tot Jezus Christus  

Keukenrecepten-1  

1 Gegratineerde rijst met kippenvlees  Andrea Van Braeckel  

2 Chinese groentenrijst  Andrea Van Braeckel  

3  Kwarktaart  Gina Ghijs-Geysen  

- Ik geloof in de Kerk  (2) Ignace Menschaert  

- Als gedoopten tot leven komen  (3) Gered door Jezus ! Ben Van Vossel Cssr  

- Internet  (Alain Raick)  

- Christenen op Internet (Fides quaerens internetum  (1)  (Ives De Mey)  

- Herontdekken van de zin van ons doopsel  (1997) Frans & Greet Lodewijckx   

- Hoe concreet op weg gaan als gedoopte ? Gina Ghijs-Geysen 1997  

- Kinderhoekje ‘Vrienden van Jezus’  (Pasen 1997_1)  door Chris en Maaike  



   TERUG NAAR INHOUD   


 

DE STILTE

Niets is sterker... dan de stilte

Door: Wouter Ghijs-Bisschop

De afwezige stilte

De stilte heeft het einde van dit millennium niet gehaald. In alle stilte is ze verdwenen... Misschien is het wel de klokradio die het laatste restje stilte uit ons leven verbannen heeft. Nog voor we wakker worden brengt hij ons in een wereld waar we de rest van de dag niet meer uit komen : de wereld van het lawaai. Tijdens het ontbijt gaat de radio aan, het is een gewoonte, een automatisme. De rest van de dag worden we bedolven onder een stortvloed van woorden of dienen we mee op het ritme van de muziek. En 's avonds... dan is er televisie.

 

De gevreesde stilte

"Stilte" wordt vandaag als iets negatiefs ervaren. Ze beangstigt ons of geeft ons op zijn minst een heel onwennig gevoel. Het is alsof ze ons in een leegte werpt waarin we ons helemaal niet op ons gemak voelen en die we direct willen opvullen. Al te vlug babbelen we de stilte weg of dekken we ze toe door de volumeknop van onze radio wat hoger te draaien. Waar mensen ook heen trekken, de transistor wordt overal meegesleurd. De walkman maakt deel uit van de moderne look. De 'boom-car', waarvan de kofferruimte vol gestouwd is met de modernste hifi-apparatuur, baant zich met een dreunende beat een weg door het, al zo drukke verkeer... Als zo'n boemkar-auto naast je stopt aan de stoplichten, gereed om als eerste weg te stuiven, hoor je enkel dat gebonk binnenin dat gevaarte en denk je aan de trommelvliezen van de personen daarbinnen.

Niet te verwonderen dat de medische wereld tegenwoordig steeds nadrukkelijker waarschuwt voor de schadelijkheid van dit 'te veel lawaai'. "Oorverdovende muziek wordt een van de schadelijkste milieuproblemen", zo luidt het alarmerend bericht. Ernstige gehoorsproblemen bij jonge mensen zijn geen zeldzaamheid meer. Hoe dramatisch dit ook klinkt, deze milieuverloedering is slechts een uitloper is van de bezoedeling die het onophoudelijk lawaai in het hart en de geest van de mens aanricht. Datgene wat het leven van mensen waardevol maakt en diepgang geeft gaat in het lawaai verloren. Daarvoor is niet eens een overdosis decibels nodig. Het is de nooit-ophoudende drukte, het voortdurend gebabbel en de non-stop radio die een wereld van oppervlakkigheid scheppen waarin het diepste van onszelf wegzinkt. Het continue lawaai vernietigt de kansen voor datgene waar het echt op aan komt : het ontdekken van onze ware identiteit, de persoonlijke ontmoeting met God, de bron van het leven.

In de stilte ontdek je jezelf

Enige tijd geleden verbleef ik enige tijd bij een groep jongeren. Ik merkte vlug dat de sfeer in de groep alles behalve aangenaam was. Dit had vooral te maken met enkele jongens die zich met veel luidruchtigheid tegenover de anderen interessant probeerden te maken. Toen ik wat later één van hen zei dat ik me afvroeg wat er achter die grote mond van hem schuil ging, werd het stil. Na enige ogenblikken zei hij : "Een klein bang ventje".

Onlangs zag ik die jongeren opnieuw, of liever : ik hoorde hem. Want met heel veel lawaai was hij zichzelf weer volop aan het bewijzen. Ik neem het hem niet kwalijk. Het is normaal, althans volgens de norm van onze samenleving. We leven in een wereld waar we voortdurend beoordeeld worden, niet op wie we zijn, wel op wat we doen. Mensen keuren elkaar op wat ze zeggen, hoe ze gekleed lopen, hoe ze hun vrije tijd doorbrengen... En we hebben er heel wat voor over om tegenover de groep waarin we leven geen gek figuur te slaan. Op die manier bouwen we een façade, een imago dat bescherming in onze keiharde omgeving. Muziek en luidruchtigheid zijn het meest geschikte klimaat om dit imago in stand te houden. Lawaai is het enige wat ons beschermt tegen dat wat ons kwetsbaar maakt : twijfels, onzekerheid, wanhoop.

In de stilte, daarentegen stort deze façade in elkaar. Stilte doorprikt uiterlijke schijn. In de stilte vallen de maskers af. Show verdraagt ze niet. Dat zal wel de reden zijn waarom de stilte zo krampachtig ontvlucht wordt. Stilte maakt mensen kwetsbaar.

En precies om die reden is de stilte van levensbelang. Wanneer het zwaartepunt van ons leven steeds opnieuw verschoven wordt naar de buitenkant worden we uitgeholde wezens. Mensen zonder ruggengraat, zonder identiteit. Speelballen heen en weer geslingerd op de golven van het onstuimige leven.

In de stilte ontmoet je de Bron van het leven.

De stilte mag dan van levensbelang zijn, we ervaren ze dikwijls nog altijd die leegte waarin we op onszelf teruggeworpen worden, te prooi aan menselijke zorgen, bange twijfels en verlammende onzekerheid. Bij de profeet Hosea vinden we deze dubbelzinnigheid van de stilte treffend terug. In het tweede hoofdstuk heeft Hosea het tweemaal over de woestijn, hét symbool van leegte, van de stilte. Een eerste maal is deze woestijn een ellendige situatie van leegte. Ontdaan van alle uiterlijke schijn, alles waar een mens zich achter wegsteekt. "Anders kleed Ik haar naakt uit, zet Ik haar moedernaakt neer, maak Ik van haar een woestijn, verander Ik haar in uitgedroogd land en laat ik haar sterven van dorst" (Hosea 2,5)

Maar deze woestijn heeft niet het laatste woord, want even verder lezen we : "Ik vraag rekenschap voor de dagen die zij aan de Baäls gewijd heeft, waarop zij offervuren voor hen brandde, waarop zij, gesierd met haar ringen en halstooi haar minnaars achterna ging en mij vergat. Het volk liep haar minnaars achterna en vergat Jahwe. En daarom... (nu kan je wel het ergste verwachten, maar zie...) weldra lok Ik haar weer naar mij toe, zorg ik dat zij naar de woestijn gaat en spreek ik tot haar hart." (Hosea 2,15-16) De mens is zo geobsedeerd om zichzelf te bewijzen en op die manier de 'liefde' van de andere te verwerven, dat hij God vergeet. God zelf wil niets liever dan dat de mens heel zijn imago waar hij zich zo graag mee siert afwerpt. Want enkel in de stilte kan Hij werkelijk tot ons hart spreken. Enkel in de stilte kunnen we God ontmoeten. Daar zal Hij onze angst en onzekerheid omvormen in vertrouwen en hoop. Hij wil onze leegte met zijn liefde vervullen. Hij aanvaardt ons zoals we zijn, zonder poespas. Gods geliefde kinderen, dat zijn we. Dat is onze ware identiteit.

Niets heeft zoveel kracht...

De stilte draagt wat in het lawaai wegzinkt : het wondere van het leven, het diepste van onszelf, de liefde die God is...

Al dat waardevolle dat verloren gaat in de drukte van ons bestaan, komt in de stilte terug aanwezig komen. Het lijkt er dan wel op dat we de stilte uit ons leven en uit ons samen-leven verdrongen hebben, verslagen is de stilte niet. Ze blijft aanwezig, verborgen op plaatsen en momenten waar niemand ze vermoedt.

Sterk en krachtig is de stilte heel zeker, maar ze ook uiterst kwetsbaar en broos. Het minste lawaai kan de stilte vernietigen. Weerstand kan ze niet bieden. De stilte kan en zal zichzelf ook nooit opdringen. Voor stilte moet je ruimte scheppen. De drukte en het lawaai even 'off' zetten. Stilte moet je opzoeken. Een keuze, een uitdaging...


EINDE VAN DIT ARTIKEL 

       TERUG NAAR INHOUD     NAAR TOP VAN DIT NUMMER    

  

 

Is er nog toekomst voor het Godgewijde leven?

GOD PLUKT EEN TWIJGJE EN BEGINT IETS NIEUWS

naar Ezechiël hoofdstuk 17, 22-24


door Magda De Wilde

Zo spreekt Jahwe de Heer: Ikzelf zal uit de top van een hoge ceder een takje nemen en dat in de grond zetten; van de bovenste scheuten zal Ik een twijgje plukken en Ikzelf zal het planten op een hoog oprijzende berg;

op de hoge bergen van Israël zal Ik het planten. Het zal loten voortbrengen, vrucht vormen en een prachtige ceder worden. Daaronder zullen allerlei soorten vogels nestelen; in de schaduw van zijn takken zullen ze nestelen.

Dan zullen alle bomen in het veld erkennen dat Ik, Jahwe, een hoge boom vernederd en een lage boom verheven heb, en dat Ik een sappige boom heb doen verdorren en een dorre boom tot bloei gebracht heb; Ik, Jahwe, heb het gezegd en Ik zal het doen.

* * * *

Ik heb de stad verlaten, de deur viel dicht.

Ik merk één enkele vrouw. Ze bidt.

Maar 'k ben alleen wanneer ze binnentreden,

die vrouwen uit de andere wereld.

De hoge tralies van voorheen

vervangen door een hekje;

maar eeuwenoud nog is hun kleed.

Eeuwigheidsgericht is 't zielsverlangen

bij 't horen van die hemelse gezangen.

Mijn hart klopt wild.

Ik ben een toeschouwer bij dit mysterie:

een paar vrouwen die slechts leven voor hun God.

Kruis en Tabernakel

zijn naar het hekje toegekeerd.

De zijkant is voor mij : een toeschouwer.

Ik hier inderdaad in 't niemandsland;

zij aan de overkant.

Het doet wel wonder aan en mijn hart klopt wild,

er kropt iets in mijn keel; bijna zou ik schreien

maar die oude zuster kijkt naar mij.

Is dit een droom, een weerglans van vergane tijd ?

Ik weet niet met hoeveel ze zijn.

Misschien maar tien en allen reeds bejaard.

Verdwijnt op die manier die sterke stam van ons geloof ?

Ik wil mijn handen vouwen, Heer, en bidden en vertrouwen.

Eens zult Gij weer een twijgje nemen

en planten op een hoog oprijzende berg.

 

EINDE VAN DIT ARTIKEL 

       TERUG NAAR INHOUD     NAAR TOP VAN DIT NUMMER    

  


AANDACHT VOOR DE ARMSTEN

door Marc Beddeleem

Marc is “Broeder van Naastenliefde”

Van Mother Teresa

Op een Jongerenweekend van de Maria-Kefasgemeenschap werd de vraag gesteld : Leven we of worden we geleefd ? En ik herinner me hoe ik tot het besef kwam hoe we worden geleefd, hoe Jan en alleman ons probeert te zeggen hoe we moeten leven, wat me moeten eten, welke kleren we dit jaar moeten dragen, hoe we onze seksualiteit moeten beleven...

Op alle hoeken van de straat, in elke krant, in iedere etalage, op elk reclamebord, wordt mij gezegd wat mij gelukkig zal maken. Gelukkig ? Ja het gaat om geluk als een papiervuurtje dat vlug opvlamt maar even vlug weer uitdooft.


Wordt ik geleefd?

Het deed me nadenken. Wat is leven ?... Hoe leef ik ?... Leef ik of word ik geleefd ?... Leef ik een leven dat eeuwig is ? En ik voelde op hoeveel dingen ik wordt meegesleurd. We worden zo sterk beïnvloed omdat je op zoveel plaatsen onze moderne predikanten : T.V., radio, reclame... hetzelfde ziet verkondigen. Zonder het te beseffen gaan we dingen in een breder opzicht bekijken en Jezus' boodschap van het echte geluk, de echte vrede, Jezus' woord, Jezus' waarheid vergeten. Ik begrijp meer en meer hoe belangrijk het is om waakzaam te zijn.

De mensen in de Parijse metro, de jongeren aan drugs, de daklozen in Manchester, de kinderen en jeugd in Collyhurst, de gevangenen, de eenzamen brengen me terug tot die diepe zekerheid, tot het inzicht dat Jezus de enige weg is naar het geluk, naar de echte vrijheid.

Vandaag was ik met broeder Ben bij een vriend in de gevangenis die morgen vrij komt. Hij zei : "Ik zou moeten gelukkig zijn omdat ik morgen vrijuit ga"... "VRIJ", schreeuwde hij met een gebaar van opgewektheid maar met een gebroken gezicht vol pijn en uitzichtloosheid. "VRIJ", zei hij, "je weet genoeg dat ik niet blij ben. Ik ben bang, bang om wat zal gebeuren".


Bang voor de toekomst

Hij is bang voor de toekomst, gang voor zijn vrijheid; zijn vrijheid heeft hem zo gevangen gezet. Er wacht hem veel pijn buiten de gevangenismuren. Hij zei tegen broeder ben : "Ik heb datgene nodig wat jou bij mij blijft brengen". Broeder Ben zei : "Dat is niets anders dan God".

Dan zei die gevangene tegen mij : "Weet je waarom ik Ben zo graag heb ? Hij is nooit binnen gekomen zeggend: Jezus wil je redden, Jezus dit, Jezus dat." Hij vertelde ons hoe te evangeliseren. "Maak vrienden", zei hij. "Ben houdt van mij en ik weet dat". Hij drukte zijn verlangen uit om te leven vanuit datgene wat wij beleven. Hij liet ons heel duidelijk aanvoelen hoe noodzakelijk het is te evangeliseren door te
(be-)leven wat we geloven.

Ik herinner me Guy Gilbert (foto petisek), de Parijse straatpriester die zei : "Leef zo dat door jouw manier van leven het onmogelijk is voor mensen om nog te zeggen dat God niet bestaat".

Zoals vandaag dit gesprek en de vorige ontmoetingen met deze gevangene een geschenk, een oproep van God zijn voor mij tot bekering, zo gebruikt God ieder mens die ik mag ontmoeten op een heel bijzondere manier om mij te evangeliseren.

Ik begrijp meer en meer de woorden van de zaligsprekingen : "Zalig de armen van geest; zalig de ..."

Ik herinner me mijn eerste avond bij de broeders in Parijs, zittend voor een oudere man met een verkoudheid en een slijmerige neus en een vuil stinkende zakdoek die hij met de nodige of beter, overbodige bewegingen elke anderhalve minuut openschudde om zijn neus te ledigen en de nodige geur te verspreiden.


Opzien naar Jezus

Het werd me zo moeilijk om mijn soep te eten dat ik opkeek naar het kruis en zei : "Jezus, als dit nu de plaats is waar Jij me wilt, wel ... dan zul je moeten helpen." Het was me te veel. God geeft me elke dag de genade om dit werk te kunnen doen.

Ik heb veel te danken aan deze man. In mijn gebed voelde ik me uitgenodigd om verder bij hem te eten en gedurende mijn verblijf in Parijs speelde ik domino met hem. Het gewone simpele geluk en Henri z'n ogen gedurende het spel hebben me zoveel verteld over de enorme waarde van ieder mens. Mijn ogen werden geopend en ik ontdekte hoe deze man een parel is in Gods schepping. Door Gods arme mensen te ontmoeten hoe vuil, vies, lelijk ... kom ik tot het diepe besef hoezeer God ons liefheeft. Ik ontvang veel meer dan ik ooit kan geven.


Liefde geneest

Het is liefde die de wonden geneest. God heeft ons zo lief. We kunnen gewoonweg niet vatten hoe groot Gods liefde voor ons is. Door de vele genezingen die ik ontvangen heb en nog telkens ontvang in de Biecht, besef ik maar al te goed hoezeer God ons liefheeft, hoezeer Hij gelooft in u, hoezeer Hij gelooft in mij. Hoe belangrijk we zijn voor Hem.

Het duiveltje in mij van oordelen en veroordelen doet nog steeds zijn werk. Ik ben zo gewoon van mensen in vakjes te stoppen : goed, slecht, arm, rijk, slim, dom, mooi, lelijk ... gelovig, ongelovig. Terwijl Jezus me vraagt om iedere mens lief te hebben, zoals Hij ons heeft liefgehad. En als ik dan in de gevangenis - waar trouwens de Eucharistie veel intenser wordt gevierd dan in de meeste parochies - kan bidden : "Bid voor ons, arme zondaars ... vergeef ons onze schuld", dan kom ik tot het diepe besef dat ik niet beter ben dan hen, dat ik zelf een arme zondaar ben die vergiffenis nodig heeft, dat ik over niets fier hoef te zijn maar beter dank voor de gave van ons geloof. En ik kom tot dankzegging voor alle genade die Jezus me gegeven heeft. Hoe Hij mij heeft terug geroepen, gered, gezuiverd, gewassen. En ik voel zo'n hoop voor deze mensen : God houdt van hen. Jezus is ook voor hun redding op de wereld gekomen. En ik dank voor de genade van het geloof, de gave van het gebed.

Wij, arme zondaars, EEN REDDER IS ONS GEBOREN !

Je broer Marc. Bid voor mij, ik bid voor jullie.


EINDE VAN DIT ARTIKEL 

       TERUG NAAR INHOUD     NAAR TOP VAN DIT NUMMER    





TOEWIJDING AAN MARIA

Priester Edward Poppe

Maria,

'k Heb voor heel mijn leven

mij heel en gans aan U gegeven.

Ik geef U, Moeder, ook voor heden

mijn werken, offers en gebeden.

O, laat, gezuiverd door uw handen,

ze dan voor GOD als wierook branden.

Amen.


 

EINDE VAN DIT ARTIKEL 

NAAR TOP DOCUMENT  -

 TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT      

    TERUG NAAR THUISPAGINA   

  

 














“Weest uitvoerders van het woord, en niet alleen toehoorders; dan zoudt gij uzelf bedriegen.  Wie het woord hoort maar niet volbrengt, lijkt op iemand die het gelaat waarmee hij geboren is, in een spiegel beschouwt.  Nauwelijks heeft hij zich bekeken, of hij gaat heen en is vergeten hoe hij er uitzag.  Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, de wet van de vrijheid en daarbij blijft, niet als een vergeetachtig toehoorder, maar als een uitvoerder metterdaad, die zal zalig zijn door zijn doen”.





VASTEN – PASSIE – PASEN


De Veertigdagentijd, de Vasten, zoals we hem noemden, is een tijd waarin de Kerk ons uitnodigt tot vasten, tot vrijkomen van het al te direct ingaan op genot, op gevoel van honger (wie van ons weet nog wat “honger” eigenlijk is ?), op direct voldoen van onze verlangens om dit of dat te hebben.  Het is een tijd waarin we openkomen voor geestelijke waarden door het relativeren van het materiële, het directe.  Zo ontstaat de mogelijkheid om een geestelijk mens te worden.  Maar...  


Er is inderdaad een “maar”.  Er is een probleem met dat “zich iets ontzeggen”, met dat “vasten”.  De Kerk heeft dat heel goed begrepen en op de dag zelf waarop ze askruisjes uitdeelt laat ze ons het evangelie lezen uit Mattheüs 6, 16-18 “Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn.  Voorwaar, ik zeg u : zij hebben hun loon al ontvangen.  Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast, maar vast voor uw Vader die in het verborgene is en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”  

Dus 1° opletten dat we ons niet beter gaan voelen en voordoen dan anderen.  En 2° zeker ervoor opletten dat we niet gaan menen dat omwille van ons vasten God ons nu wel een en ander verplicht is.  


Het vasten is op de eerste plaats bedoeld om meer open te komen voor God, voor zijn verlangen, gevoeliger voor zijn inspraken enzovoort… En een van zijn voornaamste erlangens is dat we –zoals Hij – aandacht opbrengen voor onze medemensen, vooral voor de mensen in nood.   De andere redenen komen op de tweede plaats.


Het is na zijn vasten dat Jezus zijn openbaar leven gaat beginnen.  Hij heeft dan als mens duidelijk begrepen wat de Vader van Hem verlangt.  


Op het einde krijgt de Satan zijn kans en hij grijpt de Vorst van het leven aan.  Met harde hand.  Het Lam van God betaalt de prijs en buigt en kraakt.  En gaat ten onder.  Zo lijkt het althans.  Maar hier begaat de Kwade zijn grootste vergissing.


De eerste christenen zongen deze mooie hymne over de gehoorzaamheid van Jezus, gehoorzaam tot de dood, de dood op het kruis:

“Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de Naam verleend die boven alle namen is, opdat door het noemen van zijn Naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde en elke tong zou belijden tot eer van God de Vader :


“JEZUS CHRISTUS

IS DE HEER !”



EINDE VAN DIT ARTIKEL 

       TERUG NAAR INHOUD     NAAR TOP VAN DIT NUMMER    



VROOMHEID IN DE NEDERLANDEN IN DE 15de eeuw  (1)


“Wie Mij navolgt, wandelt niet in de duisternis.  Dit zijn de woorden van Christus die ons er toe aansporen Zijn leven en gedragingen na te volgen : zo wij waarlijk verlicht willen worden en bevrijd van alle blindheid van het hart, dan moet het ons hoogste streven zijn het leven van Jezus Christus te overwegen”.


(Dit is het beginthema van de “Imitatio Christi; Robrecht Boudens haalt het aan in zijn “Momentopnamen uit de geschiedenis van de katholieke kerk”  (Altiora-Averbode, 1987).)


In enkele afleveringen willen wij iets brengen van de “Godsvrucht in de Nederlanden in de 15de eeuw”.  We doen daarvoor beroep op een boek van Dr. Maria Meertens, Zr. Imelda, Ursulin te O.L.VR. Waver dat meer dan 60 jaar geleden gepubliceerd werd onder dezelfde titel.  


Terwijl men in Rome met nogal wereldsgezinde pausen zat (pas in 1417 eindigt de historie met de pausen van Avignon) die vaak meer geïnteresseerd aan de Italiaanse politiek en omgeven waren door een rijk, briljant en dikwijls verdorven hof,  waren in de 15de eeuw de Nederlanden een brandpunt van eigentijdse godsdienstige en wereldlijke roerselen van het volk.  De steden lagen dicht bij elkaar en de burgerij was welvarend.  Er waren zeer veel begijnhoven, met honderden en honderden begijnen (ongehuwde of alleenstaande vrouwen) en talrijke begarden (een mannelijke tak) waar opvattingen konden variëren van strenge rechtgelovigheid tot zuivere ketterij. In de Nederlanden bleef het merendeel van de begijnhoven wel rechtgelovig.  De talrijke processies waren soms evenzeer uitingen van het maatschappelijke leven dan van het godsdienstige.  

Soms waren er  buitensporige devoties zoals de penitenten en flagellanten (mensen die zich in het publiek geselden).  Er zat vaak iets ziekelijks en koortsig aan de beleving van de godsdienst.  Soms was het ernstige, eenvoudige en gelovige christendom een beetje zoek.  


Maar deze Nederlanden waren tevens de haard van de “Moderne Devotie”, een katholieke vernieuwingsbeweging die ook in de omliggende landen grote invloed zou hebben op de devotie van zowel de gewone mens als de religieuzen.  Ze was ontstaan in de eerste helft van de eeuw , maar de stoot ertoe was al gegeven op het einde van de 14de eeuw door Geert Groote (1340-1384) en de Broeders des Gemenen Levens te Deventer en de daarmee verwante congregatie van augustijner kanunniken van Windesheim (bij Zwolle); hun klooster ontstond daar in 1387.

Die twee instellingen ontleenden veel van hun geest aan de Vlaamse mysticus Jan Ruusbroec; Geert Groote bezocht hem trouwens in het Zoniënbos (zie Paul Verdeyen, Ruusbroec en zijn mystiek, blz. 98-101).  Hij was regulier kanunnik en prior van Groenendaal.  Ook aan de Vlaamse kartuizers ontleende de “Moderne Devotie” veel, maar ze waren wel eerder actief dan contemplatief.  Ze kenden een grote uitbreiding met convicten en ziekenhuizen.  Ze kenmerkten zich door een herleiding van het christelijke leven tot het wezenlijke.  De boetedoeningen, de lange riten en gebeden en de gecompliceerde rituelen en gezangen van de traditionele orden namen ze niet over; ze waren niet geïnteresseerd in theologische speculaties, noch in kerkelijke ambten en privilegies.  Ze streefden er wel naar om in gemeenschap een eenvoudig leven van nuttig werk en gebed te leiden.  Deze “Moderne Devotie” verspreidde zich over noordwest Europa.  Ze was op het gebied van theologie en moraal rechtgelovig maar het was wel een katholicisme dat teruggebracht was tot zijn smalste basis.  Dit was wellicht de reden waarom zijn edelste literaire nalatenschap, de “Navolging van Christus” van Thomas a Kempis (1380-1471) zich altijd, zelfs in de 17de en 18de eeuw wist te handhaven, zowel onder katholieken als onder protestanten, als een klassiek geestelijk  werk van het zuiverste gehalte, “een waarlijk oecumenische prestatie”.   De broeders kenmerkten zich door een ongecompliceerde affectieve vroomheid die zich richtte op de mensgeworden God, met nadruk op zijn lijden en kruis.  


Naast de Moderne Devotie was er ook de Kartuizer Herleving.  Jan van Ruusbroec, overleden in 1381, had tijdens zijn leven ook contacten met kartuizers.  (Zie Paul Verdeyen, Ruusbroec en zijn mystiek, blz. 86-92).  Uit deze “Karthuizer Herleving” kwam een aantal geestelijke schrijvers voort (Ludolf van Saksen met zijn meditatief Leven van Christus en Dionysius de kartuizer).  “Niet-intellectualistisch, meditatief en piëtistisch, kwamen zij met hun stilzwijgen, hun eenvoud en hun afzien van ritualistische uiterlijkheden zeer dicht bij de geest van Windesheim, ofschoon zij wel hun strengheid en hun boetedoeningen handhaafden” (naar M. D. Knowles, Gesch. Van de kerk, Dl. IV, blz. 294-311).


Robrecht Boudens schrijft over het “Herfsttij van de middeleeuwen dat het geloof wel met grote echtheid en eenvoud werd beleefd en dat de vroomheid ontroerend en vol piëteit was.  Toch ging de uiterlijkheid stilaan een voorname plaats innemen en dan begonnen de uitwassen pas eerst goed.  De tekenen of kanalen van Gods genade werden hoe langer hoe talrijker, de sacramenten werden verwaarloosd of kregen een mechanisch karakter.  De zondevergeving in de biecht werd tot een automatisme, het boete-element werd naar de achtergrond verdrongen.  De gemeenschappelijke viering van het Eucharistisch offer kreeg serieuze concurrentie van de private missen; de deelname van de gelovigen werd passief.

De heilige Schrift was vaak niet meer de inspiratiebron van de volksvroomheid, die integendeel met allerlei surrogaten in stand werd gehouden. Allerlei devoties en praktijken geraakten los van de eigenlijke geloofswerkelijkheid.  Allerlei heiligen gingen zelfs de plaats van Christus innemen en werden voorsprekers tegen allerlei ziekten en kwalen.  Ook de kruisweg, de verering van de vijf wonden, het angelusgebed stammen uit de late middeleeuwen.  Sommige van die zaken bleven tot op onze dagen.  Andere zijn nu een soort van bezienswaardigheid.  Bij zeer vele ervaar je nog de diepe persoonlijke relatie tot de Heer; bij andere krijg je een bizar gevoel.  Natuurlijk zijn we ondertussen enige eeuwen verder.


Enkele van die gebeden uit de 15de eeuw willen we aan u voorstellen.  Toets ze zelf op hun waarachtigheid, hun evenwichtigheid, hun bijbelse basis en vooral ook aan de vruchten die ze kunnen hebben in een mensenhart.


We stellen u een gebed voor dat genoemd wordt “de 5 groeten tot Jezus Christus”, een gebed van einde 14de, begin 15de eeuw.  Het was erg populair, ook in het buitenland, waarschijnlijk omwille van de legende die er een wonderbare oorsprong aan toeschreef.  

Een geestelijke had de gewoonte Maria, de Moeder Gods te groeten.  

Tot op zekere dag Jezus, de Heer, hem eens zei : “Vriend, gij groet gaarne mijn Moeder en dat bevalt haar ten zeerste.  Maar het verwondert Me dat gij Mij niet groet zoals ge mijn moeder groet.”  

Die geestelijke zegt dan met oprechte devotie tot de Heer :


“Ic soude u gherne groeten, wistic waer mede ghi wilt wesen ghegroet”.  


En zeer vriendelijk geeft de Heer Jezus hem - op schrift nog wel - volgende verzen :


De 5 groeten tot Jezus Christus


- 1 -

Ik groet U, Heer Jezus Christus,

Woord van de Vader,

Zoon van de Almachtige,

heilig Lam van God,

Redder van de wereld,

heilige Offerande,  

mensgeworden Woord,

bron van ontferming.


- 2 -

Ik groet U, Heer Jezus Christus,

lof van de engelen,

glorie van de heiligen,

vredevol aangezicht,

geheel goddelijk,

waarachtig mens,

bloesem en vrucht

van de Moeder en

Maagd boven alle maagden.


- 3 -

Ik groet U, Heer Jezus Christus,

weerglans van de Vader,

vorst van vrede,

geheel goddelijk,

poort van de hemel,

brood van het leven,

kind van de Maagd en

vat van goddelijkheid.


- 4 -

Ik groet U, Heer Jezus Christus,

licht van de hemelen,

loon van de wereld,

onze glorie,

brood van de engelen,

blijdschap in het hart,

koning en bruidegom van de maagden.


- 5 -

Ik groet U, Heer Jezus Christus,

zoete weg,

waarachtige waarheid,

onze uitnemende belofte,

Liefde en bron van liefde,

zoete vrede, waarachtige rust

en eeuwig leven.  Amen.



EINDE VAN DIT ARTIKEL 

       TERUG NAAR INHOUD     NAAR TOP VAN DIT NUMMER    


KEUKENRECEPTEN-1

(Vasten ? en Pasen)


Onderstaande recepten werden uitgekozen en bijgewerkt om dienstig te zijn tijdens de Vasten.  Ze zijn dus wat eenvoudig gehouden.  Toch hebben we de indruk dat je na lezing het water in de mond zult krijgen en zult beginnen uit te zien naar deze Vastenrecepten.  In ieder geval : smakelijk.


1 GEGRATINEERDE RIJST MET KIPPENVLEES  (Andrea Van Braeckel)

Nodig :

125 g. rijst; ½ liter water, selder, 1 wortel, ½  prei, 1 ui, 50 g. gemalen kaas, 3 eieren, 150 g. kippevlees, olie

Ga als volgt te werk : selder, wortel, prei en uit heel fijn snijden, in weinig olie laten kleuren en aanvullen met ½ liter water.  Rijst toevoegen en 20 minuten laten koken.  Gemalen kaas (40 g.) toevoegen; eierdooier kloppen en er doorheen roeren.

Eiwit stijf kloppen en erdoor scheppen.  Afgewisseld met het gebakken, klein gesneden kippevlees in lagen in een vuurvaste schotel leggen en met de geraspte kaas bestrooien.  45 minuten in een oven laten bakken (180 graden).

Smakelijk !

Vind u bovenstaand recept iets te lekker voor in de vasten, dan kunt u zich misschien wagen aan volgende meer sobere groentenrijst.


2  CHINESE GROENTENRIJST  (Andrea Van Braeckel)

Ingrediënten :

250 g. rijst, ½ vleesbouillon, 500 g. schoongemaakte groenten, 375 g. varkensvlees, zout, ½ liter olie, peper.

Ga als volgt te werk :

Rijst in bouillon gaar koken.  Groenten (bv. prei, selder, witte kool, wortelen, erwten, paprika’s) in reepjes snijden, met het in dunne reepjes geneden vlees in olie aanbraden (lijkt iets anders te zijn dan laten aanbranden. NVDR).

Groenten en rijst en vlees luchtig door elkaar mengen. Met zout en peper op smaak brengen.  

Hierbij wordt tomatensaus gegeven.

Smakelijk !


Ons 3de recept lijkt ons eerder iets voor na de Vasten


3  KWARKTAART   (Gina Ghijs-Geysen)

Nodig :

Petit-beurrekoekjes

50 g. boter, 3 soeplepels Grand Marnier of Cointreau, 150 g. suiker, 3 eieren, 8 blaadjes gelatine, 500 g. kwark (magere), sap van 2 citroenen, Kiwi’s (voor de garnering)

Ga als volgt te werk :

Snijd de kiwi’s in dunne schijfjes; leg ze in een schaal en schenk er de likeur over.

Week de gelatine in koud water, smelt de boter en roer er met een vork de gekruimelde petit-beurrekoekjes door.

Beboter een springvorm met een doorsnede van 22 cm.; druk het mengsel van koekjes en boter er op en besprenkel dit met de likeur. Splits de eieren.  Klop de eiwitten stijf, voer er de helft van de suiker toe en klop ze opnieuw stijf.  Roer de eierdooiers schuimig met de rest van de suiker.  Klop de kwark door het mengsel.  Pers de citroenen uit en verwarm het sap.

Knijp de gelatine goed uit en los ze op in het hete citroensap.  Roer het overgebleven vocht van de kiwi’s erdoor.  Voeg driekwart van het warme sap bij het kwarkmengsel. Spatel dit snel door de stijfgeklopte eiwitten.  Doe het geheel in de springvorm en maak de bovenkant glad.  Leg de schijfjes kiwi’s op de taart.  Warm de rest van de gelei weer op en giet het op de kiwischijfjes zodat ze mooi gaan glanzen.  Laat de taart een nacht opstijven op een koele plaats.  Snij de taart in punten.  Smakelijk!



EINDE VAN DIT ARTIKEL 

       TERUG NAAR INHOUD     NAAR TOP VAN DIT NUMMER    

  


IK GELOOF IN DE KERK  (2)


Ik geloof in de kerk

die ondanks alle tegenkanting

tegenover de afgod “economische groei”,

waaraan reeds ontelbare mesnenlevens zijn geofferd,

de Ene Ware Levende God belijdt

Die zich heeft geopenbaard in Jezus Christus,

Die gekomen is om het verlorene te redden,

Die zich arm maakte met de armen,

Die het kruis verkoos boven de scepter

en tenslotte deel wou hebben aan lijden en sterven

alvorens zich in heerlijkheid te tonen

aan een mensheid die snakt naar bevrijding

Die eens de aardse machten zal onttronen

en recht zal verschaffen aan de verdrukten.


Ik geloof in de Kerk

die een afspiegeling is van de Opstanding

waar God verheerlijkt wordt

niet in schone schijn

maar in de onvoorwaardelijke Liefde voor allen

zonder onderscheid naar ras, sociale achtergrond ...


Ik geloof dat ook wij geroepen zijn

om levende bouwstenen te worden in de

Universele kerk van Jezus Christus

om vastberaden de kant te kiezen

van armen en verstotenen

en mensen te worden

die het Evangelie niet met holle frazen ‘verkondigen’

maar het ‘ZIJN’ !

Ignace Menschaert



EINDE VAN DIT ARTIKEL 

       TERUG NAAR INHOUD     NAAR TOP VAN DIT NUMMER    



HET INTERNET

ALAIN RAICK

Vroeger hadden grotere bedrijven dure computers waarmee ze hun administratie, productie e.d. efficiënt en snel konden verwerken.  Buiten het bedrijf is die informatie meestal waardeloos.  Nu echt zijn er wereldwijd talloze computers, grote en kleinere (Personal Computers), die heel veel informatie bevatten in een soort tekstvorm.  De eigenaars van deze informatie willen deze zo ruim mogelijk verspreiden, gratis (voor promoties, voor evangelisatie enzovoort...) of mits betaling (spelletjes, programma’s).

Veel computers zijn nu met elkaar verbonden via telefoon- of snellere datalijnen in een soort netwerk dat op een spinneweb zou kunnen lijken.  Vandaar ook de naam WWW (WereldWijd Web).  Internet staat voor het INTERnationaal karakter van dit netwerk.  Door de omvang van de data en de afstanden moeten de lijnen zeer snel zijn, zodat van een INFORMATIESNELWEG gesproken wordt.  Om van computer A naar computer B te gaan is er niet noodzakelijk een verbinding A ®B.  Het volstaat dat je één toegang hebt naar een computer van het netwerk (die dan SERVER genoemd wordt) om overal naar toe te kunnen.  Elke server heeft een uniek adres, wereldwijd!  Deze servers zijn dus eigenlijke opritten naar de snelweg.

Wie informatie wil opzoeken neemt contact met zo’n server (bv. met PC en een modem).  Je bent dan op de snelweg.  Maar waar wil je heen ?  Ofwel ken je het adres (het internetnummer) van de server waar je wil zijn, ofwel zoek je naar informatie die aan een bepaald patroon beantwoordt (bv. Christenen / Congres).  Bepaalde programma’s helpen je hierin.  Deze zoektocht is het zogenaamde SURFEN op het net.  Maar je kan ook de weg kwijt raken of verstrikt raken in het web.

Good Luck.  



EINDE VAN DIT ARTIKEL 

       TERUG NAAR INHOUD     NAAR TOP VAN DIT NUMMER    



FIDES QUAERENS INTERNETUM (1)

(Geloof dat gebruik maakt van het Internet)

Ives De Mey cssr

En nu... de surfplank op.


Het startpunt van een tocht. 80 maal de wereld rond in één uur ?

Op het Internet gaat de zon nooit onder en surfen kan je er in elk van de vier seizoenen. PC aan, modem aangesloten, browser geïnstalleerd, geregistreerd bij een provider? O.K. Daar gaan we dan! Waar zullen we eerst heen trekken?

Er staat een legertje gidsen klaar. Lijsten met Internet-adressen, al dan niet voorzien van een korte omschrijving. Zoals een cataloog met reisbestemmingen. Daarnaast zijn er ook meer omvattende adresboeken. 'http://www.webbel.be' bijvoorbeeld. Religie moet je soms in vreemde rubrieken gaan zoeken. We vinden het onder de hoofding levensstijl, onderverdeling spiritualiteit. New Age laten we links liggen en proberen 'religieuze opvoeding' eens. Een goede keuze, zo blijkt: in het lijstje vinden we 'www.kerknet.be', het trefpunt van de Vlaamse kerk op het Internet.


Vlaanderen zendt zijn 'zonen' uit in de nieuwe wereld.

Met een klik op de muis brengt de technologie deze site op ons scherm. Mooi-ogend en overzichtelijk. Hij staat nog een beetje in de steigers, maar nu al kan je er geregeld het hoofdartikel van Kerk en Leven (parochieblad) lezen en men belooft een archief van verschenen artikels in de nabije toekomst.

Websites overtreffen elkaar

met  kleurrijke illustraties.

Elk bisdom stelt zich voor. Er is geen kinderhoek zoals in het grootwarenhuis, wel een journalistenhoek waar de persmededelingen van de laatste maanden te vinden zijn. Ook een jongerenpagina die maandelijks wordt bijgewerkt. Telkens een artikel, enkele weetjes, een bezinningstekstje.


Wie kan de aandacht trekken van deze surfers en ze ook gaande houden ?

De artikelen op het Internet zijn doorgaans kort en prachtig geïllustreerd. Zap- en surfcultuur verschillen niet veel van het winkelen op de Vogelenmarkt. Verkopers prijzen hun waar aan met kunstjes en straffe demonstraties. Maar als het te lang duurt, druipen de kuierende zondagskopers af. En wie blijft staan, ondergaat hetzelfde schouwspel nog eens een keer. Zoals de programmatie op de regionale TV's. En zoals die regionale zenders, mag ook op het Net de agenda niet ontbreken. Kerknet Vlaanderen houdt je op de hoogte van allerlei retraites, spreekbeurten, jongerentreffen.

Even dacht ik zelfs 'Geloof en Leven' op te merken. Het bleek evenwel geloof en cultuur te zijn met een kunstig geïllustreerde kruisweg.


Kerknet Vlaanderen staat open voor zoekers. Voor “Zinzoekers” net zo goed als voor iemand die naar een onderwerp of info zoekt op de site (in de index) of het Net. In de navigatiekamer (rubriek WWW) van deze kerknet-site treffen we een kort lijstje met andere christelijke sites aan. Een druk op de knop... en we zijn weg. Dankzij de hyperlinks kan je zoals in Cluedo als het ware via een trap de ene kamer uitstappen en aan het andere eind van de wereld weer opduiken.


Even kijken waar we nu zijn aanbeland.

'Compass, een e-magazine over christenen en samenleving in de lage landen', leest het uithangbord. Een verzameling interessante artikelen wordt aangevuld met weer eens een agenda en... nog een uitgebreide goed gestructureerde gids. 'De meest volledige lijst van godsdienstige pagina's op het Internet' volgens sommigen (http://www.dsdelft.nl/rk).


Wij gaan evenwel internationaal:

'http://www.catholic.net' brengt ons bij één van de uitgebreide overzichtslijsten van katholieke sites.


Do you speak english ?

enkele katholieke indexen:

Catholic Net http://www.catholic.net

Catholic online directory

http://www.catholic.org/direct.htm

Catholic index

http://www.io-online.com/~catholic/

Catholic Resources

http://www.cs/cmu/web/people/spok/catholic.html

Europese Katholieke kerk

http://www.communio.hcbc


De wereld, je dorp

Deze slogan wordt hier waarheid. Maar dan wel een zuiders dorp waar je in de wirwar van straatjes en bezienswaardigheden al snel verloren loopt: een echt web. En wereldwijd: de uren van de mis in de St.-Johannesparochie van Toronto, de brief van bisschop zus en zo aan 'zijn' gelovigen, de teksten van kerkelijke documenten, iemand die zijn opstelletje over leiderschap in de kerk aan de wereld wil tonen, theologische werken, de universele catechismus, katholieke encyclopedie, talloze bijbels, tal van organisaties en religieuze ordes die zichzelf voorstellen, een pakkend getuigenis van een ex-drugverslaafde die nu aan zijn priesteropleiding bezig is,... enz. En wie geluid uit zijn PC kan laten komen, kan luisteren naar Radio Vaticaan of naar de EO,... The sky is the limit!


Katholieke Encyclopedie

http://www.knight.org/advent/cathen/cathen.htm

Katholieke Documenten

http://www.listserv.american.edu/

http://www.cs.cmu.edu/caholic

Pauselijke documenten

http://www.listserv.american.edu/catholic/church/papal/papal.html


Enige andere katholieke websites:

Kerknet Vlaanderen

http://www.kerknet.be

Omega (jongerentijdschrift)

http://www.mediaport.org/~langendo/omega.htm

Vaticaan

http://www.vatican.va

Charismatic Renewal (ICCRS)

http://www.garg.com/ccc/

Een echte Arabische bazaar waar je uren en dagen lang kan ronddolen van het ene in het andere. Als je niet weet wat je komt zoeken, riskeer je van je te laten opzadelen met allerlei snuisterijen en miskoopjes. Want ook allerlei sektes of eigenzinnige kerkjes prijzen hun waar aan.  Maar natuurlijk ook serieus volk :


De Redemptoristen zijn inderdaad ook aanwezig op het Net. Laten we hen met een bezoekje vereren. 'Onveilig' kan het al niet zijn.

'Come on yee Reds', zingen de Manchester United fans naar hun helden in de rode shirts. De 'reds' is echter ook het koosnaampje voor de redemptoristen en op het Net staat het chicque om met turbo-taal uit te pakken.

Een Poolse redemptorist houdt een lijstje bij met alle redemptoristische initiatieven en medewerkers.

Zo zien we dat reeds verschillende provincies of individuele paters van de redemptoristen zich op het Net wagen. Sommigen bieden wekelijks hun preekvoorbereidingen en achtergrondinformatie bij de zondagslezingen aan.

Anderen gebruiken het Internet als etalage om hun 'produkten' bekend te maken: christelijke software, wekelijkse nieuwsbrieven, boeken en publikaties verzorgd door Redemptoristen,... Jongeren die de congregatie beter willen leren kennen, kunnen via het Internet contact opnemen met een pater die roepingen begeleidt of je kan er informatie krijgen over wie de Redemptoristen wel zijn, wat ze doen, hun stichter en heiligen,...

En zo is ook de H. Gerardus niet afwezig op het Net (zie de Ierse provincie op http//www.iol.ie~adi

of de Toronto-provincie op:  http//www.redemptorists.com/ccsr).

redemptoristische websites:

Redemptorists on line  http://www.rozi.com/cssr.html

Redemptorist Publications   http://www.redempt.org

Liguori Publications (V.S.)  http://www.catholic.org/liguori/pubs/fthware.html

Redemptorist virtual information desk http://www.agora.stm.it/J.Rodrigues/home.htm

Toronto-provincie   http://www.redemptorists.com/cssr/

(wordt vervolgd)


EINDE VAN DIT ARTIKEL 

       TERUG NAAR INHOUD     NAAR TOP VAN DIT NUMMER    




HERONTDEKKEN VAN DE ZIN VAN ONS DOOPSEL (1997)

Frans & Greet Lodewijckx

Uittreksels uit werkwinkel “het Doopsel”

op Gezinsdag  Maria-Kefasgemeenschap

16 februari 1997

INLEIDING EN SITUERING

Voor de meesten betekent het doopsel een kinderdoop en het wordt beschouwd als een eenmalig gebeuren : het kind wordt opgenomen in de Kerk als kind van God. Dit is een statisch gegeven het gebeurt en het is voorbij. We blijven er niet bij stilstaan.

Wat heeft ons doopsel te maken met de voorbereiding op het jubileumjaar 2000 en met het Christusjaar 1997?


Ik herinner me nog levendig die uitzending op de Franse televisie met Pinksteren 1995. In de kathedraal van Versailles waren vijfhonderd met Pasen gedoopte volwassenen bijeen samen met de plaatselijke bisschop voor een dankmis.

In Frankrijk worden jaarlijks zo'n 5.000 volwassenen gedoopt.

Ik zie nog die vreugde en die ontroering bij de aanwezigen en bij de bisschop tijdens zijn homilie. Gans de plechtigheid ademde een aanstekelijke geloofs- en levensvreugde.

Wat hadden zij, wat hebben zij dat wij niet (meer) hebben? Hebben zij misschien de diepe betekenis van het doopsel begrepen en moeten wij dat opnieuw ontdekken of herontdekken?

En precies die herontdekking van het doopsel als fundament van het christelijk leven werd door Paus Johannes II aangereikt als thema in dit Christusjaar en het is ook het thema van deze werkwinkel.


BETEKENIS VAN ONS DOOPSEL

Toen Petrus na de uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren Jezus Christus, de Gekruisigde, als Heer en Messias verkondigde, trof hij zijn toehoorders diep, en ze stelden hem en de overige apostelen de vraag wat moeten wij doen, mannen broeders?  Petrus gaf hun ten antwoord : Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij als gave de Heilige Geest ontvangen.  (Handelingen 2, 37-38).


Vanaf het begin zien we : de bekering tot Jezus en het doopsel in Zijn naam zijn de toegangs­poort tot en de basis van het hele christenzijn.  Het is dus heel belangrijk even stil te staan bij de betekenis van ons doopsel :

Sacrament van geloof en Sacrament van nieuw leven.  Opneming in de Kerk en Geschenk van God.


1. Sacrament van geloof

Als ik mij laat dopen of ons kind laat dopen dan is dat omdat ik geloof in Jezus Christus. Bij de doop van de volwassenen is er een voorbereidingstijd van 1 â 2 jaar, een inleiding in het geloof. Niet alleen wat maar ook hoe leef ik vanuit mijn geloof?

Ons doopsel houdt dan ook een opdracht in te groeien in ons geloof in Jezus Christus. En als ouders betekent dit concreet onze kinderen een geloofsopvoeding geven.

Onze vasten - of Veertigdagentijd is trouwens gegroeid vanuit die voorbereiding van volwas­senen op hun doop in de Paasnacht. Die laatste periode van zes weken of veertig dagen werd beschouwd als een laatste intensieve retraite.

Ook voor ons gedoopten biedt de Veertigdagentijd ieder jaar opnieuw, en de Kerk nodigt ons daartoe ook uit, om doorheen bezinning op het Woord van God, geestelijke lectuur, gebed en onthechting te groeien in ons geloof en ons zo voor te bereiden op de plechtige hernieuwing van onze doopbeloften tijdens de Paaswake of met Pasen.


2. Sacrament van nieuw leven

Bij ons doopsel ontvangen we nieuw, eeuwig leven. De Heilige Geest wordt in ons hart uit-gestort. We worden ondergedompeld in Gods liefde.

In ons diepste wezen worden we door God bewoond. We worden kinderen van God, ja erf­genamen van God...

Dat is zo groots dat we het als mens niet kunnen verwoorden. Dit onzichtbare gebeuren is zo intens, zo onzeg-baar diep dat we tekenen nodig hebben om dit uit te drukken.

Water: symbool van reiniging en bron van nieuw leven.

Reiniging van de erfzonde. Van nature uit zitten we vast in een dynamiek van het "neen" : Neen aan God, neen aan de medemens en neen aan onszelf.

Bron van nieuw leven. Door Jezus' lijden en dood wordt de dynamiek van het "neen" omgebogen tot een dynamiek van het "ja". Ja aan God, de medemens en onszelf.


Doopkaars: het licht van het geloof met als bron de Verrezen Heer ( Paaskaars).

Zalving : we worden gezalfd met Christus en hebben deel aan Zijn zending : iedere gedoopte moet in zijn leven - gezin - beroep getuigen van Jezus Christus en Hem vertegenwoordigen.


3. Opneming in de Kerk

Door ons doopsel worden we kinderen van God en worden we opgenomen in de Kerkgemeen­schap, de gemeenschap van alle mensen en van alle tijden die in Jezus Christus geloven.

Omdat God Onze Vader is en wij zijn kinderen zijn we allen broers en zussen in de Heer. We zijn ook verbonden met de gedoopte christenen van andere kerken.

Alleen kunnen we geen christen zijn. We hebben elkaar nodig in onze groei naar Christus en de hele gemeenschap is verantwoordelijk voor het geloof van iedere gedoopte. Dat brengt ons terug op onze verantwoordelijkheid als ouders onze kinderen te begeleiden op hun weg naar Jezus Christus.

De diepste vorm van gemeenschap onder gedoopten is de gemeenschap rond de Verrezen Heer zelf - bij het breken van het brood = de eucharistie.


4. Geschenk van God

Het dopen van onmondige kinderen doet ons beter begrijpen dat geloof en doopsel een geschenk zijn van God. Een genade zonder onze inbreng. Het doet ons beter de woorden van de apostel Johannes begrijpen : wij hebben lief, omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad (1 Joh. 4,19).

Het geloof is niet iets wat op één bepaald ogenblik plaatsvindt: het is een groei proces.

Het doopsel is niet alleen teken van geloof, maar ook de krachtbron ervan het is het sacrament dat ons toelaat te geloven vanuit Gods' Geest. Als zodanig is het het begin van een weg en van een levenslang groeien in geloof.


HOE KUNNEN WE ONS NU TEN VOLLE BEWUST WORDEN VAN DE BETEKENIS EN DE KRACHT VAN ONS DOOPSEL ?


Laten we naar Jezus kijken!

Terwijl al het volk zich liet dopen, en Jezus na zijn doop in gebed was, geschiede het dat de hemel openging en de heilige Geest, in lichamelijke gedaante als een duif, over Hem neerdaalde, en een stem uit de hemel sprak: "Gij zijt mijn Zoon, de wel beminde, in U heb ik mijn welbehagen gesteld "( Lc 3, 21-22).

Jezus was toen ongeveer dertig jaar oud. Wat gebeurde er voordien ? In de evangelies lezen we slechts over zijn terugvinding in de tempel op de leeftijd van twaalf jaar en verder dat Hij met de jaren toenam in wijsheid en welgevallen bij God en de mensen ( Lc 2, 52).

Ongetwijfeld was Jezus een zoekende mens : wie ben ik? waarom leef ik ? wat is de betekenis van mijn leven ? waar liggen mijn wortels ? wat is mijn identiteit ? Vragen die ieder eerlijk zoe­kende zich stelt. Jezus op zoek naar zichzelf.

Bij de doop komt de doorbraak: Jezus realiseert zich ten volle wie Hij is: Gij zijt mijn wel beminde Zoon in wie ik wel behagen heb. Al mijn genade rust op u.

Hij ontdekt niet alleen zijn ware identiteit maar Hij aanvaardt die ten volle.

Dat is het bewust worden van de genade van ons doopsel : Ook tot ons zegt God  : Gij zijt mijn welbeminde zoon en dochter in wie ik wel behagen heb. Al mijn genade rust op u.

Bewust worden met geheel ons hart en verstand dat onze ware identiteit is kind van God te zijn. Herboren worden, ondergedompeld geraken in Zijn overvloedig leven.


Wat zijn nu de gevolgen van Jezus' doop?

Vervuld van de heilige Geest weerstaat Hij aan de bekoringen : eerzucht, heerszucht, macht hebben geen aantrekking meer. Hij wijst de duivel af.

Hij verkondigt en getuigt. Hij is er zo vol van - de geliefde Zoon van de Vader te zijn - dat Hij iedereen deelachtig wil maken aan dit nieuwe leven in God.

Hij bidt. Het evangelie staat vol met passages" Hij trok zich terug om alleen te zijn en te bidden". In de stilte bidt Hij om Zichzelf te kunnen blijven : trouw aan zijn ware identiteit van Zoon van God, trouw aan wat God van Hem verlangt. En dat zal Hem brengen tot aan het kruis...

Jezus is dan ook een vrij mens.


ONS GELOVIG ANTWOORD

Aan het slot van de brief aan de Hebreeën lezen we:

Moge de God van vrede die onze Heer Jezus (...) heeft opgewekt uit de doden u bevestigen in alle goeds om Zijn wil te doen. Moge Hij in ons uitwerken wat Hem behaagt door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid tot in de eeuwen der eeuwen. Amen ! (Heb 13, 20-21).

Deze woorden zijn ook tot ons gericht vandaag.

Ons doopsel is het begin van een gelovige levenshouding waar we ons bewust worden:

- Het doopsel is het fundament van het christelijk leven.

- Kind van God zijn betekent leven naar het verlangen, het welbehagen van de Vader

- Door de doop worden we herboren in de Geest. Daardoor kunnen we in relatie treden met Jezus Christus en door Hem groeien in geloof en waarheid op weg naar God en de medemens.

- " Waar het hart van vol is loopt de mond van over": De vreugde kind van God te zijn en de liefde van God te ervaren kunnen we niet verzwijgen. Een gedoopte wordt geroepen om te getuigen. Het moet te zien zijn dat God in ons leeft

- Leven in de wereld maar niet van de wereld. Als gedoopte gevoelig worden voor wat het ver­langen en wat niet het verlangen is van God. "Het is nu eenmaal zo'n tijd" en "iedereen doet het" zijn geen normen voor een gedoopte. Wel: “Wat verlangt de Heer”?

Hoe concreet op weg gaan?

- Bewust hernieuwen van onze doopbeloften tijdens de Paaswake of de Paasviering. We kunnen gedurende de veertigdagentijd het credo en onze doopbeloften mediteren.

- Het woord van God voerwegen: lezen uit de Bijbel, het Oude en Nieuwe Testament; op weg gaan met de psalmen.

- Godsdienstige lectuur: lezen in de Katechismus van de Katholieke Kerk of in een religieus boek.

- Ons toeleggen op het dagelijks gebed. We mogen aan God vragen de genade van ons doopsel te mogen (her-)ontdekken.

- Samen met broers en zussen in de Heer gemeenschap vormen. Openstaan voor de vraag: Roept de Heer mij soms niet tot een of ander engagement in de kerkgemeenschap?

De christenen van andere Kerken met liefde onthalen en dagelijks bidden voor de eenheid onder de christenen naar de woorden zelf van de Heer Jezus (Joh. 17,21).  LEES VERDER: Nog wat concrete tips



EINDE VAN DIT ARTIKEL 

       TERUG NAAR INHOUD     NAAR TOP VAN DIT NUMMER    



HOE CONCREET OP WEG GAAN ‘ALS GEDOOPTE’?

Gina Ghijs

Gezinsdag  Maria-Kefasgemeenschap

16 februari 1997

- Bij het ontwaken mag mijn eerste gedachte naar God gaan :

“Vader, ik dank U dat ik uw kind ben en dat Gij van mij houdt zoals ik ben.  Ik vertrouw me toe aan uw liefdevolle zorg voor mij”.  Ook bij problemen en tegenslagen weet ik : Hij laat me nooit in de steek.

- Mijn doopsel is een vrucht van Jezus’ totale gave op Golgotha aan het kruis.  

Hij heeft ons verlost en al onze zonden en zwakheden, al onze schuld op Zich genomen.  Wij mogen dus met onze zwakheden naar het kruis komen en vragen : “Heer Jezus, door de kracht van uw H. Bloed, herstel mij in mijn doopselgenade, neem die (...) zwakheid van mij weg en vul mijn hart met die (...) deugd.

Ik mag dus knielen voor het kruis en met een oprecht hart bidden vanuit mijn zwakheid :

“Jezus, neem die geest van jaloersheid (egoïsme, hebzucht, hardheid, pessimisme, angst voor de toekomst) van mij weg

en vul mij met een geest van liefde (liefde voor anderen, soberheid, zachtheid, hoop, vertrouwen in uw leiding, liefde voor God).  

Door het doopsel is immers de H. Geest in ons hart uitgestort.  We mogen dan ook beroep doen op de H. Geest als onze Vriend, Bijstand, Helper, Trooster, kracht, licht.  Bid regelmatig “Kom, heilige Geest”.  In alle omstandigheden mag je op Hem roepen : bij je dagtaak, de opvoeding van de kinderen, voor je relaties, voor elke ontmoeting en de taken die je worden toevertrouwd.

De H. Geest vernieuwt ons in onze doopgenade als we het Hem vragen.

- In Jezus hebben we onze identiteit.  

Het is belangrijk voor een Christen zich daar diep van bewust te zijn.  We leven in de wereld, maar we zijn niet van de wereld, d.w.z. we kunnen als Christen niet met alles meedoen in de wereld.  Maar als we leven vanuit onze identiteit als Kind van God maakt ons dat niet ongelukkig.  Integendeel.  We weten wie we zijn en we woorden daarin door God zelf bevestigd.  Dat geeft alle zin aan ons leven.



EINDE VAN DIT ARTIKEL 

       TERUG NAAR INHOUD     NAAR TOP VAN DIT NUMMER    



KINDERHOEKJE

VRIENDEN VAN JEZUS (1997_1)


Nu begint hier plots iets dat speciaal gericht is naar kinderen.  Geachte lezer(es), geef dit dus door aan een kind tussen 6 en 12 jaar.

Dag jongen, dag meisje, “Vrienden van Jezus” wordt ons kinderblad.  Wat we allemaal gaan doen, blijft nog een verrassing. Alvast veel plezier met deze eerste keer !

We vertellen jullie eerst een verhaal.  Het komt uit de Blijde Nieuws van Jezus, het Evangelie.  

Op een dag zijn er twee leerlingen van Jezus op weg naar Emmaüs.  Dat is een dorp dicht bij Jeruzalem.  Ze vinden het heel erg dat Jezus dood is.  Ze praten er de hele tijd over.  Dan komt iemand bij hen lopen.  Het is Jezus, maar zij zien niet dat Hij het is.

Dat kan jou ook overkomen.  Dat je bedroefd bent, ook tussen mensen, en je praat met hen.  Maar je merkt niet dat Jezus ook met jou wil praten.

Nu, goed, Jezus komt bij die twee mannen en Hij vraagt waar ze met elkaar over praten

Ze zeggen tegen Hem : “Wij praten over Jezus. Wij hoopten dat Hij ons volk zou bevrijden.  Maar de leiders van het volk hebben Hem gekruisigd.  Nu is Hij dood.  Een paar vrouwen zeggen dat Hij leeft.  Die zijn bij zijn graf geweest, maar daar was Hij niet meer.”  

De mannen zien er echt droevig uit.  Ze weten niet meer wat doen, nu Jezus dood is.  Tenminste, dat denken ze.

Jezus zegt aan de twee : “Alles wat met Hem gebeurd is, was al voorspeld in de Bijbel.  Dat heeft allemaal zijn plaats in het plan van God.  Geloven jullie dat dan niet ?”  En Hij vertelt hen over het Oude Testament...  

Zo komen ze in Emmaüs.  De mannen vragen aan Jezus : Blijf toch bij ons eten, het wordt al donker.  Jezus gaat met ze mee naar binnen.  Ze gaan aan tafel.

Jezus dankt de Vader voor het eten.  Hij neemt het brood. Hij breekt er wat stukken van en geeft ze aan de mannen.  Opeens zien zij dat het Jezus is.

Maar dan is Jezus weg.  De mannen zeggen tegen elkaar : “Wat heeft Hij ons toch weer moed gegeven door zo mooi over de Bijbel te spreken.  Terwijl Hij aan het spreken was voelden we zo’n wondere warmte in ons hart.”  Ze gaan meteen naar Jeruzalem.  Daar vertellen ze het Goede Nieuws aan de anderen : “De Heer Jezus is echt uit de dood opgestaan !”


Zo, dat was wat er met die twee mannen gebeurde.  Soms voel jij ook Jezus bij jou.  Als je bidt bijvoorbeeld.  Soms voel je Jezus als je met sommige mensen praat.  Bij andere mensen voel je dat Jezus daar niet aanwezig is.  Zit jij soms ook met vragen over Jezus die je niet begrijpt ?  Heb je wel eens mensen ontmoet die jou de Bijbel goed kunnen uitleggen ?  Waar kun je Jezus herkennen in het brood ?  Heb jij wel eens aan je vrienden verteld dat je Jezus ontmoet hebt, dat je soms met Hem spreekt ?

Als je over een of ander wilt meedelen aan anderen, dan mag je ons schrijven op het Redactieadres van “Geloof en Leven”

Chris en Maaike



EINDE VAN DIT ARTIKEL

EINDE VAN DIT NUMMER  1997_1     

       TERUG NAAR INHOUD     NAAR TOP VAN DIT NUMMER