GELOOF en LEVEN vzw



  
HOME

INHOUD


   TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT        


GELOOF EN LEVEN Jg 113 (2009) nr 4

 

Inlandse priesters     Marcel Brauns s.j.

Peerke Donders, een onbekende Damiaan.  Naar J.L.F. Dankelman cssr

De Sluimering der Moeder Gods (2) Wim Snitker

Messiaanse Joden (1) De Olijfboom P. Daniël Maes o. praem., Ster van David

De uitstraling van Sint Gerardus Majella Brief van Xaverius Scoppa, pr.

De wereldreis van Aboena Yohanna Naar National Geographic Gebedsreis

Oogarts in Rwanda   Ingezonden door Albert verhamme

Apostelen buiten adem?  Noodzaak van gebed  Uit Pinksterpreek Benedictus XVI

250.000 christenen vervolgd  Kath.Press/Kerknet

Vermoorde Irakese aartsbisschop geëerd  Kerknet / CNA

Boekennieuws (Damiaan@Godmail.com Herman V Campenhout) bvv

Een oud Vlaams Kerstlied   Uit: ‘Een suyverlijck Boecxken

Jaar van het priesterschap

De eerbiedwaardige Conchita v Mexico Onb.

Ecologie van geest en hart.   Pinksterpreek van Paus Benedictus XVI

Onze overledenen (Mgr. Luc De Hovre / Mw. Anna Boghaert)

Jesus Christus    Albert Speeckaert CssR

Op retraite gaan    Ben Van Vossel

Lu Montferrato  Een echt priesterdorp  Onb.

De mantel van sint Maarten (2)  Ben Debeer

  

     NAAR INHOUDSOVERZICHT      


PEERKE DONDERS, EEN ONBEKENDE DAMIAAN  

Naar J.L.F. Dankelman cssr

  

Wie is dat?

Op 24 juni 2009 werd herdacht dat Peerke Donders 200 jaar geleden geboren werd. Pater Donders is vooral bekend als Redemptorist-missionaris bij de melaatsen in Suriname.  In onze jeugd kwam hij wel eens ter sprake naast grote missionarissen zoals Pieter De Smedt van Dendermonde, werkzaam bij de Noord-Amerikaanse indianen, Pater Constant Lievens (uit Moorslede) van de Lievensmissie in Ranchi, Pater Damiaan (Jozef De Veuster uit Tremelo), de apostel van de melaatsen op Molokaï. En dan stond daar Peerke Donders. Peerke! Hij leek met die verkleinnaam een flink stuk kleiner dan de andere missionarissen die zowat het aanzien hadden van een Franciscus Xaverius. Maar toch werd Peerke zalig verklaard.

Wie was hij dan wel en wat heeft hij gedaan om zulke eer te krijgen? Toen bleek immers dat hij zowel voor melaatsen als voor Indianen een geliefd en geëngageerd missionaris was geweest.

Bij gelegenheid van zijn zaligverklaring door paus Johannes Paulus II op 23 mei 1982 publiceerde J.L.F. Dankelman CssR (vice-postulator) een boek over hem. Het inspireerde ons tot volgend artikel. Pater Damiaan zal het – in dit Damiaanjaar - niet als concurrentie zien, maar integendeel blij zijn met Peerke Donders als medestander - en eigenlijk voorloper - in dienst van de meest verlatenen.  Ter vergelijking: pater Damiaan leefde van 1840-1889 en vertrok in 1873 naar Molokai; Peerke leefde van 1809-1887 en vertrok reeds in 1842 naar Batavia. Damiaan werkte 16 jaar tussen de melaatsen, Peerke 27 jaar.


Braaf maar geen hoogvlieger

Peerke Donders werd geboren op 24 juni 1809 te Tilburg (Nederland). Vader werkte thuis aan het weefgetouw, moeder had haar handen vol met het huishouden (de wastobbe had nog geen plaats geruimd voor de wasmachine) en het werk op het veld. Peerke, een tengere jongen,  kreeg thuis een christelijke opvoeding, en zoals het wel vaker voorkwam kon hij later getuigen: ‘Het heeft de goede God behaagd, mij vroegtijdig – ik was toen 5 of 6 jaar oud – een vurig verlangen te verlenen tot de priesterlijke staat om te arbeiden aan het heil der zielen, die Hem zo dierbaar zijn’. In dit jaar van de priesters mag ook wel even de aandacht gericht worden op de christelijke opvoeding in het gezin. Die gerichtheid naar het priesterschap zou naderhand wel wat afzwakken. Maar Peerke was inderdaad een diep godsdienstige knaap. Wegens fysische zwakheid werd hij afgekeurd voor de legerdienst, en hij begon zich weer sterk te interesseren voor een andere dienst: het priesterschap. Op 22-jarige leeftijd wordt hij als huisknecht aangenomen bij de regent van het seminarie en tegelijk ook op het (klein-)seminarie Beekvliet te Sint Michielsgestel. Maar afgezien van de godsdienstvakken brengt hij er niet veel van terecht. Hij geraakt tenslotte toch door de studies en kan door harde studie zelfs het Grootseminarie vrij goed doorworstelen. Tijdens de vakanties verbleef hij meestal op de pastorie van ’t Goirke (Tilburg) en men trof hem vaak biddend aan in de kerk en in de Mariakapel op de wijk Hasselt. Ook op het seminarie viel hij op door zijn godsvrucht en nederigheid, deugden die in onze tijd maar weinig opgeld maken.

Missionaris in Suriname: een zware opgave!

Tijdens zijn seminariestudies werd er veel propaganda gemaakt voor de missie van Suriname. Peerke, de bescheiden weversjongen werd priester gewijd op 5 juni 1841, feest van de heilige Bonifatius. Hij moest dan nog een jaar zijn priesterstudies afmaken. De redemptorist Pater Bernard Hafkenscheid (die Peerke in Sint Truiden had ontmoet bij een vergeefse vraag om in het klooster opgenomen te worden) preekte op het seminarie een indrukmakende retraite. Ook een volksmissie van diezelfde pater in Tilburg maakte indruk op de professoren en seminaristen.  Op 31 juli 1842 voer Peerke Donders als jonge priester af naar Paramàribo. Suriname maakte deel uit van de Caraïbische wereld en was een Nederlandse kolonie.

De evangelisatienood in Paramàribo was er groot en katholieke priesters hadden het er niet gemakkelijk. Het zedelijk peil van de bevolking was laag o.m. door gebrekkige invulling van de zielzorg. Over de Europeanen in Suriname schreef provicaris monseigneur Grooff: ‘‘Herodessen, inwendige tijgers en wolven, die vlees en goud tot goden hebben, fortuinzoekers uit alle hoeken van Europa, die niets anders dan een verwaarloosde opvoeding meebrengen, naam-katholieken en zedenbedervers’. Priester Donders schrijft: ‘Alles spant hier op alle manieren samen om de zeden te bederven en dat wordt door niemand tegengewerkt dan door ons. Hier staan wij voor die onmeetbare stroom van goddeloosheden, alleen, met het kruis gewapend, en ons vertrouwen op God gevestigd. Ook vindt de afgoderij geen bestrijders dan ons alleen’.


Melaatsen en armen

Het contact met de melaatsen in Batavia wekte geen afschuw in hem, maar eerder een groot mededogen. Meer dan 27 jaar zal hij er doorbrengen, naast zijn missiewerk tussen de plantage-slaven. Ondertussen leerde hij het ‘neger-engels’ van de kinderen en de zieken die hij bezocht. Hij werkte er de eerste jaren als kapelaan, pastoor, een tijdlang als provicaris en dan weer als kapelaan; voor de bescheiden Peerke Donders maakte dat alles weinig verschil. Zijn voorkeur voor de armen was welbekend ook in zijn zielzorgelijk werk. Zelfs zijn eigen kleren gaf hij weg. Op zekere dag verpandde hij ‘zijn horloge bij een jood, die het echter niet wilde houden en het op de pastorie terugbracht’.

Als hij werd uitgelachen en bespot door andersdenkenden bleef hij toch steeds zachtmoedig. Tijdens zijn missietochten naar de plantages bleef hij zijn Spartaanse levensstijl trouw. Ook door protestanten werd hij als een heilige beschouwd. Op een dag weigerden zijn roeiers een bepaald traject omdat het levensgevaarlijk was. Goed, zei Pater Donders: ‘Ik ga. Het moet gebeuren. Mijn leven is in Gods hand.’ Ze vertrokken dan maar. Op een gegeven moment riep de hoofdman: ‘Pater, de boot zinkt!’ Pater Donders gaf echter opdracht door te varen. ‘We zullen niet vergaan’. ‘Biddend sprenkelde hij wat wijwater rond de boot en onmiddellijk, zo verhaalt een van de roeiers, bedaarde de zee’. De roeiers stonden versteld. De hoofdman zei: ‘Pater, God heeft uw gebed verhoord, anders waren we vast vergaan.’ Pater Donders zei: ‘God verhoort iedereen, die met groot geloof bidt’. Maar hij vroeg hun wel er niets van verder te vertellen”.


Redemptorist

U hebt opgemerkt dat we ondertussen over “pater” Donders spreken. Inderdaad, op 26 maart 1866 was de redemptorist-bisschop J.B. Swinkels met twee paters en zijn broer broeder in Paramàribo aangekomen. Peerke Donders was blij dat de Surinaamse missie mee gedragen zou worden door een religieuze congregatie die er een punt van eer zou van maken. De generale overste Mauron had aan de Nederlandse provinciaal geschreven: “Verlies nooit uit het oog, dat de Missie van Suriname voortaan een der belangrijkste zielzorggebieden van onze Congregatie in het algemeen en van de Nederlandse Provincie in het bijzonder uitmaakt”. Peerke was vóór zijn intrede in het seminarie eerst eens gaan polsen bij de redemptoristen te Sint Truiden; nu was hij 55 jaar, maar had zich verdiept in een boek over Sint Alfonsus Maria de Liguori, de stichter van de redemptoristen. Het trof hem: “Zonder de geloften biedt men God alleen de vruchten aan, mèt de geloften daarentegen schenkt men de boom èn de vruchten”. Op 14 april reeds doet Peerke zijn aanvraag tot intrede bij de redemptoristen. Hij blijft 14 dagen in hun kleine kloostergemeenschap. Zijn noviciaat verliep nogal chaotisch, niet alleen omdat de ‘novicen’ veel pastoraal werk moesten doen, maar ook omdat hun novicenmeester (Monseigneur Swinkels!) vaak elders werd opgeëist en uiteindelijk werd het noviciaat ingekort tot 8 maand (blijkbaar was men nog ruimdenkend in die tijd). Op 24 juni 1867 legde Peerke zijn eerste geloften af. Pater Peerke Donders bleek een geweldige aanwinst voor de missie van de redemptoristen, omdat hij reeds zolang werkzaam was in die missie. Toch gaf monseigneur Swinkels zijn missionarissen nog als laatste raad: “Offert u op voor het volk, maar blijft  altijd nog meer religieuzen dan missionarissen”.


Indianen en Bosnegers

Naast zijn werk voor de melaatsen op Batavia wordt Peerke op 58-jarige leeftijd gezonden naar de Indianen en Bosnegers in Saramacca, iets wat hij reeds lang wou. Hij besteedt zowat de helft van zijn tijd aan het bezoeken (langs de rivieren) van de indianenkampen. De Arowakken-Indianen stonden echt open voor zijn evangelisatie. Bij de Karaïben ging het moeilijker, veel moeilijker. Uiteindelijk won hij hun vertrouwen en lieten ze hun kinderen dopen, maar voor zichzelf zagen ze het nog niet onmiddellijk zitten. Niet zonder moeite is de ‘apostel der melaatsen’ ook de ‘apostel der Indianen’ geworden. Hij wendde allerlei middelen aan zoals muziek en geschenken maar hij stelde vooral zijn vertrouwen op het gebed, dat van hemzelf en dat van anderen, èn op de Eucharistie: “Kon ik er de H. Mis opdragen, dan zou ik ze wel langzamerhand winnen met Gods goedheid”. Terwijl hij voor zichzelf en zijn medebroeders een strenge dagorde trouw bleef, trachtte hij toch zijn mensen te evangeliseren. Zijn catechese aan kinderen en volwassenen was degelijk maar tegelijk spoorde hij hen aan tot persoonlijke liefde tot Christus, om dagelijks de eucharistie te komen vieren. ’s Avonds riep hij hen bijeen voor een woord- en gebedsdienst, wees hen op de liefde van Christus (gesymboliseerd in zijn heilig Hart) en… hij leerde hen bidden en leidde hen tot de godsvrucht tot Maria.


Gegeven tot het einde

In februari 1883 werd hij benoemd in de communiteit te Paramaribo. Zijn preken waren niet goed meer te verstaan (vond hijzelf) en het verblijf in een wat grotere redemptoristencommuniteit deed hem deugd. In Paramàribo ging hij overal de zieken bezoeken, troosten en ‘bedienen’. Al zijn vrije tijd besteedde hij aan gebed. Op 74-jarige leeftijd kreeg hij de opdracht een missiereis te doen op de Pararivier om daar de indianen te bezoeken en nog in 1883 werd hij naar Coronie gezonden, een plaats met kokoscultuur. Hij bleef daar vooral werkzaam rondom de kerk en zowel in de voor- als in de namiddag deed hij huisbezoek. Koorts en muskieten (die hij niet verjoeg) waren bijkomende kruisen, naast de verstervingen die hij zichzelf oplegde. Een jaar later werd hij weer verplaatst naar Batavia waar hij reeds onder de melaatsen gewerkt had. Daar overleed hij op 14 januari 1887.  In 1900 werd het stoffelijk overschot van pater Peerke Donders overgebracht van Batavia naar Paramaribo. (samenvatting: Ben Van Vossel)

      

EINDE VAN DIT ARTIKEL

   NAAR INHOUDSOVERZICHT         TERUG NAAR TOP     

  



APOSTELEN BUITEN ADEM?

  Paus Benedictus XVI homilie op Pinksteren 2009

“Opdat Pinksteren zich in onze tijd zou hernieuwen,

is het misschien nodig dat

– zonder iets af te doen van Gods vrijheid –

de Kerk minder “buiten adem” raakt door activiteiten

en meer gewijd is aan gebed.

Dat leert ons de Moeder van de Kerk,

de allerheiligste Maagd Maria,

Bruid van de Heilige Geest”.  

      

EINDE VAN DIT ARTIKEL

   NAAR INHOUDSOVERZICHT         TERUG NAAR TOP     

  



  

DE UITSTRALING VAN SINT GERARDUS  

Xaverius Scoppa, pr.

Op 16 oktober vieren we het feest van de H. Gerardus en daar “Geloof en Leven” nog steeds als ondertitel “Geradusbode” heeft, mocht dit nog even doorklinken…

  

Een brief óver Gerardus

Een eerdere archivaris van de Vlaamse Provincie der Redemptoristen, pater Prudens Janssens, heeft ooit de brieven van de heilige Gerardus van Majella laten vertalen in het Nederlands toen ze opnieuw in het Italiaans werden uitgegeven.  Pater Frans Van Stappen liet deze brieven grotendeels verschijnen in “Geloof en Leven”, samen met een korte situering. Vóór de 8ste brief publiceerde hij echter niet een brief van maar óver Gerardus (de vertaling uit 1920 van p. Kronenburg hebben we lichtjes aangepast).


Een priester uit Lefi, Xaverius Scoppa,  schreef deze brief aan Gerardus’ overste, pater Fiocchi, om hem te vragen in Corato een missie te komen preken met redemptoristen en dan tegelijkertijd broeder Gerardus mee te zenden. De reden vernemen we in deze brief. Zelfs afgezien van de wat bombastische stijl van die tijd (en van een enthousiaste Italiaan) leren we opnieuw dat, om mensen tot de Heer te brengen, het niet volstaat veel lawaai te maken en geleerd te doen maar op de eerste plaats een hart te hebben dat aan God en de mensen is toegewijd.


Lovend over eerder optreden

“De goddelijke Voorzienigheid heeft gewild, dat uw broeder, Gerardus, tot welzijn van een groot aantal zielen naar Corato kwam. Dankzij zijn tegenwoordigheid en zijn voorbeeld zijn hier verbazingwekkende bekeringen tot stand gekomen. Bij de hele bevolking heeft de godsvrucht zichtbare vooruitgang gemaakt. Edellieden en dames uit de hoogste klassen omgaven hem aanhoudend. Het volstond dat hij de mond opende en enige woorden over God sprak, om ieders geest te overtuigen en ieders hart met berouw te vervullen. Nu nog sta ik erover verbaasd, pater, en weet ik geen woorden te vinden om u al die wonderen te beschrijven. U kan zich niet inbeelden met welk een aandrang men van alle kanten samenstroomde: heel de stad was in beweging, men kon maar niet van Gerardus scheiden; men prees hem als een heilige, die uit de hemelse glorie op aarde was neergedaald. Men zag priesters en aanzienlijke leken die, niet tevreden hem reeds  de hele dag gehoord te hebben, ook nog ’s avonds het huis van don Felix Papaleo vulden; zij bleven er tot laat in de nacht en werden niet moe hem over God te horen spreken. Ik moet het u zeggen, pater, dat er in zijn spreken iets onbeschrijfelijk wonderbaars lag. Ieder woord uit zijn mond was als een pijl, die rechtstreeks het hart trof. Zodra hij over God begon te spreken, zwegen allen, en dat zwijgen werd slechts onderbroken door diepe zuchten, want enkele woorden waren reeds voldoende om ook de meest versteende harten te vermurwen.


Mensen kwamen tot bekering

“Zo diep is de indruk die zijn heiligheid en zijn uitstekende deugden hebben veroorzaakt, dat men te Corato een missie verlangt te hebben, het moge dan kosten wat het wil. Meer nog, een twintigtal personen van de hoogste stand hebben besloten zich naar uw klooster te begeven, om daar de geestelijke oefeningen te houden. Verschillenden zijn zelfs zinnens de wereld te verlaten (voor een geestelijke roeping).


Een heel klooster kwam tot bekering

“Maar dit alles is nog niets bij wat ik u nog zou kunnen schrijven. Want niet alleen de bevolking heeft hij van liefde vervuld: doch men heeft zelfs een klooster, dat merkbaar verslapt was, tot zijn eerste ijver zien terugkeren. Door één enkele toespraak heeft hij de zusters van de wereldse ijdelheden losgemaakt en haar aan haar overste onderworpen, iets wat tevoren onmogelijk scheen… Thans zijn zij ontstoken in vurige ijver voor haar volmaaktheid.


Zend ons a.u.b. Gerardus

“Nog eens, eerwaarde pater, het is niet doenlijk om al het goede te vermelden dat God door tussenkomst van die broeder tot stand heeft gebracht. Iedereen verlangt vurig, dat hij terugkomt, wanneer uw paters de missie te Corato komen geven; en wat mij aangaat, ik smeek u ter liefde van Onze Lieve Heer, hem nogmaals tot ons te zenden, want Gods eer is in deze zaak betrokken. Wanneer ik nu ophoud met schrijven, is het niet bij gebrek aan stof, maar omdat ik hoop u mondeling het overige te kunnen verhalen.”

        

EINDE VAN DIT ARTIKEL

   NAAR INHOUDSOVERZICHT         TERUG NAAR TOP     

  


  

DE WERELDREIS VAN ABOENA YUHANNA

 Bidden voor de hele wereld

  

Naar gegevens van National Geografic

Een kluizenaar in Schilde

Vermoedelijk vertelde ik ooit reeds over die zeeman met een niet al te voorbeeldig leven achter zich. Hij kreeg de genade van de bekering en ging als boetedoening als kluizenaar leven op het domein van een retraitehuis (in Schilde, in de Antwerpse Kempen): een hutje, omgeven door bomen en struiken. Toch kwamen er geregeld retraitanten hem tijdens hun vrije tijd in zijn armoedige woonst opzoeken voor een geestelijk gesprek. Langs een van zijn bezoekers kwam ik te weten hoe hij de gewoonte had om bij het opstaan te bidden voor de wereld. Hij keerde zich naar Het Oosten en bad voor de mensen die daar woonden, dan keerde hij zich naar Zuiden en bad voor alle mensen die ten Zuiden van hem woonden enz…


Een Libanese monnik in Beiroet

In een nummer van National Geographic (zie verwijzing in voetnoot) over de “Uittocht van de Christenen uit het Heilig Land” las ik een soortgelijk verhaal over Aboena Yuhanna. Pater Johanna is een Libanese monnik, een kluizenaar in de omgeving van Beiroet.  Hij staat op om 3 uur ’s morgens en ontsteekt dan zijn lantaarn in de slaapruimte waar hij ook een massa boeken heeft. Hij eet een stuk fruit, trekt zijn wit habijt en witte mantel aan en dan begint ook hij zijn wereldreis terwijl hij in de tuin rondwandelt. Deze dagelijkse tocht door de wereld betekent dat hij zo’n 10.000 zegeningen uitspreekt waarin alle plaatsen van de wereld vermeld worden. Hij begint met frisse lucht in te ademen in Alaska. Over allen die daar wonen smeekt hij om Gods zegen en bescherming. Dan gaat zijn zegenvolle reis over Noord- en Zuid-Amerika. Even later maakt hij een sprong naar Afrika, steeds maar zegenend, voorsprekend. Dan trekt hij naar Afrika met zijn voorbede om zegen van de Drieëne liefdevolle God. Natuurlijk wordt het Midden-Oosten niet vergeten en de Arabische christenen, restanten van de eerste christengemeenschappen die hun leden tegenwoordig naar overal ter wereld zien vertrekken. Ook wordt Europa niet vergeten en Rusland, en Azië... Tenslotte richt zijn gebed zich naar Australië. En overal laat Hij Gods zegeningen die landen en volkeren en mensen aanraken, terwijl hij de zachte kralen van zijn geweven rozenkrans door de vingers laat gaan als zachtwiekende duiven die daar Gods zegen brengen…


Dagelijkse zegeningsreis

Deze dagelijkse zegeningsreis neemt wel drie tot vier uur in beslag… En dan komt hij terug, zo tegen de Noon, gewoon een oude man van 73 die thuiskomt van zijn wandelingetje. Aboena Yuhanna is een onopvallende verschijning. Maar voor zijn vrienden en volgelingen die hem met honderden komen bezoeken om hem over Jezus te horen verhalen, is hij een heilige, een nakomeling van de invloedrijke eremijten zoals Simeon de Oude uit de 15de eeuw die  - maar dan niet zo onopvallend - gedurende 30 jaar boven op een pilaar leefde in Syrië en die heel hoog (!) in aanzien stond in de verering van de locale bevolking. Maar daar in Beirut is het gewoon Aboena Yuhanna. We zouden hem dankbaar moeten zijn, want hij is een van die mensen die onze wereld draaiende houden onder Gods weldoende zegen. Ook wij delen in die zegeningen.  

Enne, kunnen wij ook niet af en toe op zegeningsreis?

      

EINDE VAN DIT ARTIKEL

   NAAR INHOUDSOVERZICHT         TERUG NAAR TOP     

  


  

250.000 CHRISTENEN VERVOLGD

Uit: KerkNet 31 mei 2009

We vernemen af en toe hoe een of enkele christenen vervolgd en/of gedood werden. Wat we minder beseffen is dat wereldwijd zo’n 250.000 christenen worden vervolgd en … dat jaarlijks 175.000 christenen wegens hun geloof worden omgebracht. Deze mededeling deed Antonius Leitner van ‘Christian Solidarity Worldwide’. Op een studiedag in Wenen beklaagde hij zich over het feit dat hiervoor in West-Europa nauwelijks aandacht is, terwijl allerhande andere vormen van onderdrukking en vervolging wel de nodige aandacht krijgen. Hij citeerde dat 75 procent van de mensen die wereldwijd om hun geloof vervolgd worden … christenen zijn.”

Gudrun Kugler van ‘christianophobia.eu’ klaagde op de studiedag de groeiende stigmatisering en negatieve stereotypering van christenen aan. De Koptische christen Victor Elkharat getuigde dan weer (vanuit de ervaring in Egypte): ‘De vrije keuze van godsdienst, in dit geval christendom, is niet altijd vanzelfsprekend. Vaak worden mensen door druk of andere criminele manieren gedwongen een andere godsdienst aan te nemen.’  Een reden te meer voor ons, christenen, om dit niet enkel publiek aan te klagen maar om deze intentie ook sterker in ons gebed te betrekken. Wij moeten bidden om kracht voor deze vervolgde christenen en om respect voor andermans geloof bij de vervolgers en onderdrukkers.

Een later bericht: In dit verband is het zeker een hoopvol maar ook hoognodig initiatief dat de Franse curiekardinaal, Jean-Louis Tauran, op 12 en 13 juni  India aandeed met een delegatie hooggeplaatsten van het Vaticaan om voorname hindoeleiders te ontmoeten.  De relaties tussen christenen en hindoes stonden de voorbije maanden sterk onder druk door het aanhoudende geweld van radicale hindoegroepen tegen de christelijke minderheid in Orissa; gedurende de vier maanden van geweld in deze Indiase deelstaat kwamen 90 (!) christenen om het leven, meer dan 50.000 christenen werden op de vlucht gejaagd.

        

EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP         TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT        

  



DE  EERBIEDWAARDIGE  CONCHITA VAN MEXICO

  Geestelijke moeder van het priesterschap

Maria Conceptión Cabrera de Armida, Conchita genoemd (1862 – 1937), echtgenote en moeder, is één van die moderne heiligen die lange tijd door Jezus opgeleid werd voor haar roeping van geestelijke moeder voor de priesters. Zij zal voortaan van groot belang zijn voor de universele Kerk.

Conchita werd concreet de geestelijke moeder van het priesterschap van één van haar eigen zonen. Zij schrijft over hem: “Manuel is geboren in het stervensuur van pastoor José Camacho". Toen zij dat hoorde, bad zij God dat haar zoon de plaats mocht innemen van deze priester aan het altaar ... "Van toen Manuel begon te spreken, hebben wij samen de genade afgesmeekt van zijn priesterroeping ... De dag van zijn eerste communie en op alle grote feesten, hernieuwde hij dit gebed. (...) Met 17 jaar trad hij in bij het Gezelschap van Jezus (Jezuïeten)”.

Toen Manuel haar in 1906, vanuit Spanje zijn beslissing meedeelde, schreef zij hem: “Geef u met heel uw hart aan de Heer zonder Hem ooit iets te weigeren. Vergeet de schepselen en vergeet vooral uzelf! Ik kan mij geen godgewijde voorstellen die geen heilige is. Men geeft zich niet maar half aan God. Probeer edelmoedig te zijn voor Hem!”.

Op 23 juli 1922, een week vóór zijn priesterwijding, schreef Manuel die toen 33 was, aan zijn moeder: “Mama, leer mij priester zijn! Spreek mij over die immense vreugde de Heilige Mis te mogen opdragen. Ik leg alles in uw handen zoals toen ik klein was en ge mij tegen uw hart gedrukt hebt om mij de mooie namen van Jezus en Maria  te leren en mij met dit mysterie vertrouwd te maken. Werkelijk, ik voel mij als een klein kind dat u gebed en offer vraagt. (...) Van zodra ik priester zal zijn, zal ik u mijn zegen sturen en geknield zal ik de uwe in ontvangst nemen”.

Op 31 juli 1922, op het ogenblik van Manuels priesterwijding in Barcelona, stond Conchita die in Mexico was, ’s nachts op – omwille van het uurverschil – om in de geest te kunnen deelnemen aan de priesterwijding van haar zoon. Zij was ondersteboven en kwam tot het inzicht: “Ik ben de moeder van een priester! ... Ik kan slechts wenen en danken! Ik vraag heel de hemel om in mijn plaats te danken; ik ben er niet toe in staat, armzalig als ik ben”. Tien jaar later, schreef zij haar zoon: “Ik kan me geen priester inbeelden die niet Jezus zou zijn, zeker niet als het een priester is van het Gezelschap van Jezus. Ik bid voor uw geloof opdat uw transformatie in Christus steeds inniger zou zijn en ge dag en nacht Jezus zou zijn”” (17 mei 1932). “Wat zouden wij doen zonder het Kruis? Zonder de smart die verenigt, heiligt, zuivert, die genade voor ons verkrijgt, zou het leven onverdraaglijk zijn” (10 juni 1932). Don Manuel stierf  in 1955, op 66-jarige leeftijd, in geur van heiligheid.

De Heer verklaarde Conchita in verband met haar eigen apostolaat : “Ik verleen u nog een ander martelaarschap: ge zult alles verduren wat de priesters tegen Mij begaan. Ge zult leven en offeren voor hun ontrouw en ellende”. Dit geestelijk moederschap voor de heiliging van de priesters en de Kerk heeft haar helemaal verteerd. Conchita stierf in 1937 op de leeftijd van 75 jaar.

      

EINDE VAN DIT ARTIKEL

   NAAR INHOUDSOVERZICHT         TERUG NAAR TOP     

  

  

ECOLOGIE VAN DE GEEST EN HET HART

Uit de Pinksterpreek van Paus Benedictus XVI (31 mei 2009)

  

Groen is ‘in’

Als moderne Westerse christenen zijn de meesten van ons in min of meerdere mate begaan met het lot van onze planeet, begaan met de ecologie, gezonde biologische voeding, respect voor het leefmilieu, recyclage, groene energie… Paus Benedictus wil bij die zorg ook nog een ander aspect insluiten wat door ‘groene’ actievoerders wel eens over het hoofd wordt gezien. Hij benadrukte dit in zijn Pinksterpreek:


Wat met de ecologie van hart en geest?

“Maar ik zou ook een ander aspect willen onderlijnen: de storm (in het cenakel) wordt beschreven als een “hevige wind” en dat doet denken aan de lucht die onze planeet onderscheidt van de andere sterren en ons in staat stelt er te leven. Wat lucht is voor het biologische leven, is de Heilige Geest voor het geestelijk leven; en zoals luchtvervuiling bestaat die het milieu en de levende wezens vergiftigt, zo bestaat ook een vervuiling van het hart en de geest die het geestelijk bestaan doodt en vergiftigt. Zoals men zich niet moet wennen aan gift in de lucht – en daarom is ecologie vandaag een prioriteit – zo zou men ook moeten optreden tegen wat de geest bederft. Het lijkt echter dat men zich zonder moeilijkheden went aan zoveel producten die de geest en het hart vervuilen en in onze samenleving circuleren – bijvoorbeeld beelden van genot, geweld of misprijzen van man en vrouw.


Echte vrijheid heeft liefde als basis

Ook dat is ‘vrijheid’, zegt men, zonder te erkennen dat het allemaal de geest vervuilt, vergiftigt, vooral de jonge generaties, en uiteindelijk de vrijheid zelf manipuleert. Het beeld van de hevige wind op Pinksteren doet er daarentegen aan denken hoe kostbaar het is zuivere lucht te kunnen inademen, fysische lucht met de longen en geestelijke lucht met het hart, de heilzame lucht voor de geest, namelijk de liefde!”

       

EINDE VAN DIT ARTIKEL

   NAAR INHOUDSOVERZICHT         TERUG NAAR TOP     



OP RETRAITE GAAN (1)

Ben Van Vossel

  

Jezelf verzamelen

Als men “in het Frans” op retraite gaat, dan betekent dit dat men “met pensioen” gaat. Retraite komt waarschijnlijk wel van het Latijnse ‘retire’, terugtrekken, en met pensioen gaan betekent natuurlijk wel dat men zich terugtrekt uit het ‘actieve’ leven (wat voor sommigen betekent dat ze nog meer gaan werken dan tevoren, maar misschien minder onder druk). Op retraite gaan betekent echter ook zich terugtrekken uit de drukte van elke dag, om zich enige dagen, soms zelfs enige weken te gaan bezinnen, zich eens te gaan onderdompelen in een godsdienstige sfeer, zodanig dat men daarna in het gewone leven ook weer meer vanuit de geestelijke dimensie kan gaan leven, wat meer ‘met God voor ogen’, wat minder werelds enz.  

“Recollectie” is een verwant woord: ‘zichzelf opnieuw verzamelen’ rond wat echt belangrijk is in het leven, namelijk rond wat het doel en de zin is van mijn leven en wat God vindt hoe ik mijn leven het best zou aanpakken. Zowel voor een retraite als voor een recollectie is er wat stilte en wat tijd nodig. Pater George A. Maloney s.j. zegt in zijn boekje ‘Alone with the Alone’ (An eight-day retreat): recollectie is een ander woord voor deze innerlijke stilte. ‘Het betekent samen getrokken worden vanuit uw gewone fragmentatie (uitgestrooid zijn) om het stiltepunt van aandacht te bereiken waar God tot jou kan spreken’.

Alvorens een aansporing te lanceren om af en toe deel te nemen aan een retraite of recollectie, moeten we toch wat vragen stellen.


Niet voor gewone mensen?

Misschien zeg je: ‘dat is iets voor specialisten’, ‘dat is iets voor van die vrome dames uit de hogere stand’, ‘of voor religieuzen’… Ik begrijp dit soort bedenkingen. Vader zaliger was eens (voor de eerste keer, en ik weet niet of er ooit een tweede keer is gevolgd) op recollectie met de Kristelijke WerkliedenBond (K.W.B.)(ik weet niet of die ondertussen nog voortdoen met de K van ‘kristelijk’, ik hoop van wèl). Na een uiteenzetting door een priester was er stille tijd of bezinningstijd in de tuin. Vader liep daar een (zelfgerold) sigaretje te roken en wat verder zag hij een man op een bank zitten met de vingers van een hand tegen zijn slapen:  de praeses van zijn Marialegioen … blijkbaar in diepe bezinning! Onze pa wist niet beter dan aan zijn praeses te gaan vragen of hij soms hoofdpijn had…  

Dat retraite- en recollectiegedoe was toch wel een bank te ver voor de eenvoudige man die onze pa was. Iets voor habitués, mensen voor wie het omwille van een aantal redenen bijna een gewone zaak was.


Veel woningen in Gods huis

Over mogelijkheden om toch zoiets als retraite te doen, of jezelf wat samen te brengen rond de kern van je gelovig menszijn is toch wel een en ander te zeggen.

Het kan immers niet dat ‘een retraite doen’ niet voor een doordeweekse christen zou zijn, alsof God de genade van een retraite of recollectie enkel zou gunnen aan wat ‘happy few’, mensen die het zich vanuit hun stand of leefsituatie kunnen permitteren. Waarom zou God deze genade onthouden aan een gewone huisvader of –moeder, of aan iemand die van eenvoudige komaf is of wie een te druk leven heeft of gehandicapt, bejaard of ziek is? Daarover straks iets meer.

In de woestijn God ontmoeten

In het Bijbelboek Hosea lezen we het volgende:

“…  weldra lok Ik haar weer naar Mij toe,

zorg Ik dat zij naar de woestijn gaat

en spreek Ik tot haar hart.

Vervolgens geef Ik haar dan de wijngaarden terug

en maak Ik het Achordal tot een poort van hoop.

Daar wordt zij weer gewillig,

 zoals in de dagen van haar jeugd,

toen zij optrok uit Egypte.”

 (Hosea 2,16-17)


Reeds enige tips

Wellicht kunnen we in volgend nummer nog meer informatie geven waar je retraites, midweek, weekends enz… kan volgen of eigenlijk vooral waar je je daarvoor kunt informeren.

Hier geven we alvast enige tips voor personen die niet meer kunnen wachten om naar de ‘woestijn’ te trekken.  Het gaat niet (op de eerste plaats)  om vorming in jouw leefsituatie, maar om de diepere grondhouding van je leven. Informeer best eerst zelf of het wel op jouw niveau is of alleen voor reeds ‘gevorderden’ in het geestelijk leven; daarom geven we waar mogelijk ook een website en info-adres. Natuurlijk moet je weten dat, als je de beslissing neemt voor een retraite, dat er dan ook meestal spoedig persoonlijke twijfels en eveneens moeilijkheden vanuit de omstandigheden en de omgeving kunnen komen.  Je moet weten dat Gods Rijk (in jou) ook tegenwind ondervindt in deze wereld. Enige tips dus:

* Herbronnen in Bonheiden. Kasteel Zellaer ligt in een groene oase van rust. De Foyer de Charité in Bonheiden organiseert in de zomermaanden verschillende weken van herbronning. Die staan open voor iedereen die tijdens de vakantie op zoek is naar stilte en rust om te groeien naar innerlijke vernieuwing. Wie dat wil, kan voor persoonlijke begeleiding of een luisterend oor terecht bij een priester of een ander lid van de gemeenschap.

Vraag info en schrijft in bij: Foyer de Charité, Zellaerdreef 1, 2820 Bonheiden, () telefoon 015/55.14.45.

* De Fraterniteit van Maria organiseert ‘Iconen schilderen voor beginners’ waarbij men enerzijds wat leert op het vlak van de techniek van het iconen schilderen, maar anderzijds vanuit het beschouwen van de bewuste icoon en doorheen onderrichting en gebed een geloofsvernieuwing en -verdieping meemaakt. Voor personen die een min of meer vaste hand hebben is dit wellicht een bepaalde mogelijkheid om tijdens een 6-tal donderdagen (8 u. -  18 u.) een vernieuwing mee te maken op geloofsgebied. Informeer je op:  of vraag inlichtingen op adres p. Ben Van Vossel, Voskenslaan 56, 9000 Gent tel. 09/222 32 53 (redemptoristen) () of gsm 0494365099 (Andrea Van Braeckel)

* Voor echtparen en gezinnen  zijn er soms enige familiedagen in de Oude Abdij (09 226 52 26  Oude Abdij, Drongen, België), soms van vrijdag tot dinsdag in bepaalde vakanties. Informeer je eerst op:  ; Begeleiding van de familiedagen: Linda en Steven Bertels, Myrjam en Frank De Belder, Marc Desmet sj, Walter Fabri sj, Brigitte Fierlafijn, Ann Jacobi, Miriam Lembrechts, Katrien Mabilde. Info en inschrijvingen: Linda en Steven Bertels-Baeten, 011/27 55 70,  .

* De Gezinsdagen en de Echtpaarweekends (waar de kinderen worden opgevangen) van de Maria-Kefasgemeenschap kunnen ook een stuk herbronning betekenen voor het echtpaar; de weekends kunnen zeker door de bezinnings- en gebedsmomenten een gelegenheid zijn om naar de kern van je bestaan en je gehuwde bestaan toe te leven. Informatie: Gemeenschap Maria-Kefas, vzw, Voskenslaan 56 – 9000 Gent. Tel + Fax 09 228 09 56.  Mail:  

* Retraite thuis? Tot voor een paar jaar was er het kleine boekje: “Nieuw Leven in de Geest”. Nog steeds de moeite waard maar vermoedelijk uitgeput.  Ook op een retraite thuis moet je je ernstig voorbereiden en de nodige omstandigheden scheppen waarin dit zo goed mogelijk kan.

* Voor mensen die al een tijdje ‘stil’ kunnen zijn en niet overspannen geraken van een paar dagen ‘zwijgen’: Gebedsschool: “Bron van Levend Water” o.l.v. P. Guy Borreman s.j. Secretariaat en inlichtingen Statielei 46,   B-2540 Hove  Tel: 03/455 16 47  maar liefst E-mail:  Website:  .  Een midweek loopt van andag tot woensdag. De stille recollecties beginnen telkens met het avondmaal om 18u30 (Ter Dennen: 18u) en eindigen met het vieruurtje om 16u00. Voor jongvolwassenen zijn er afzonderlijke bezinningsdagen.

* Voor zieken en gehandicapten zijn er ziekentriduüms o.m. in Banneux en natuurlijk Lourdesbedevaarten met de ziekenbedevaart. Deugddoend en verrijkend.

* Om met iets kleins te beginnen of als tussendoortje: Elke 1ste zondag is er in de Grafkapel van Priester Poppe te Moerzeke een gebedswake met uitstelling van het H. Sacrament van 15.00 tot 16.00 uur. Als u wat vroeger komt, wat in je bijbel of missaal leest, wat tracht te bidden en dan die Gebedswake meemaakt… beleef je al een zinvolle zondagnamiddag. Zulke gelegenheden zijn er vermoedelijk ook in je eigen omgeving…

       

EINDE VAN DIT ARTIKEL

   NAAR INHOUDSOVERZICHT         TERUG NAAR TOP     




LU MONFERRATO

  

Je zal wellicht wat glimlachen bij dit korte artikel. Lu Monferrato is een klein dorpje in Noord-Italië. In 1881 namen enkele moeders een besluit dat “grote gevolgen” had.

Wekelijkse aanbidding voor roepingen

Meerdere moeders droegen het verlangen in hun hart dat één van hun zonen zou priester worden of één van hun dochters zich volledig zou toewijden in dienst aan de Heer. Zij begonnen dus met elke dinsdag samen te komen voor de aanbidding van het Heilig Sacrament, onder leiding van hun pastoor, Monseigneur Alessandro Canora en voor roepingen te bidden. Elke eerste zondag van de maand ontvingen zij voor die intentie de communie.

323 Roepingen

Dank zij het vertrouwend gebed van deze moeders en de openheid van hart van deze ouders, leefden de gezinnen in een sfeer van vrede, sereniteit en blije vroomheid, zodat de kinderen veel gemakkelijker hun roeping konden onderscheiden.

Van dit dorpje zijn 323 roepingen uitgegaan voor het godgewijde leven (driehonderd drieëntwintig!): 152 priesters (en religieuzen) en 171 vrouwelijke religieuzen die tot 41 verschillende congregaties behoren. In sommige gezinnen waren soms zelf drie tot vier roepingen.

Iedere tien jaar heeft een grote bijeenkomst plaats van iedereen die van die roepingen nog in leven is. De huidige priester van de parochie van Lu, Don Mario Meda, die daar reeds 24 jaar de zielzorg doet, vertelde hoe deze bijeenkomst een echt feest was, een feest van dankzegging aan de Heer voor alle grote dingen die Hij in Lu heeft gedaan.

Het gebed van de moeders van Lu was kort, eenvoudig en diep:

“Heer, maak dat één van mijn zonen priester wordt!

Zelf wil ik als een goed christen leven

en mijn kinderen naar het Goede leiden, om de genade te bekomen

U, Heer, een heilige priester aan te bieden! Amen.”

Zijn er in dit Jaar van het Priesterschap nog ouders die zoals de moeders van Lu Ferrato durven bidden tot de "Heer van de oogst" zoals Jezus het ons vroeg?

        

EINDE VAN DIT ARTIKEL

EINDE VAN DIT NUMMER 2009_4  

   NAAR INHOUDSOVERZICHT         TERUG NAAR TOP