GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD


EINDE VAN DIT ARTIKEL

     TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT           TERUG NAAR THUISPAGINA  

GELOOF EN LEVEN  JAARGANG 116 (2012) nr. 2

Voorpagina         Fra Angelico  I  

Editoriaal     red.  II  

Wat houdt u in de Kerk? Met dank aan atheïst     bvv  41  

Welkom in Gods huis  ()      p. Maurice Ketelslegers sdb  42  

Mariette Beco overleden      Banneux     43  

Geloof en wereld           46  

In Gods vrede           49  

Succes Welzijnszorg. Proficiat!        50  

Noblesse oblige  Adel verplicht      51  

Nie Pleujen! (Wakkere christen) (1)      55  

Ordinariaat voor Amerikaanse Anglo-katholieken    (naar Kerknet)  58  

Gods aanwezigheid in de mens   Joannes a Cruce  60  

Het Trisagion (1)      61  

Gods aanwezigheid in jou  Broeder Laurent  64  

Tante Elisabeth (v Dijon )en haar nichtje (ongeboren en …  pasgeboren)  64  

Ouders leren kinderen bidden  Paus Benedictus XVI  66  

Onderscheiding (3)   Vrij  nr Fr. Vanden Eynde sj  67  

Gods engelen waken over ons     69  

Werken van barmhartigheid         71  

Napoleon & Cie           72  

Koptische christin in nood  Jan Noteboom cssr  75  

Bij ons nieuw (?) Verhaal    red.  77  

De zalige Idesbald van Duinen (1)  Dom Nivardus v Hove 1686  79  

Lachedingen           III  

Inhoudstafel           IV  

    TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       

WAT HOUDT U IN DE KERK?

Ben Van Vossel

Met dank aan  een atheïstische Prof

De vraag kon ook anders gesteld zijn: waarom blijft u nog in de katholieke kerk? Ik las voor een paar maanden dat een studente zich zou laten dopen met Pasen (u leest goed: niet zich laten ont-dopen, maar zich laten dopen!). In haar weg naar de kerk had ze het maar sneu gevonden van de professor van filosofie, dat hij zo negatief sprak over het geloof en dat hij zijn studentengehoor zo vlug mogelijk van hun geloof in God wou afhelpen: God bestaat niet. Zo simpel (!) was het! En dus… was die studente in de Bijbel beginnen lezen en had ze contact gezocht met een priester om haar een en ander uit te leggen en was ze alvast wat gaan rondneuzen in kerkgebouwen…  tot ze op de duur wekelijks de eucharistieviering ging bijwonen. Dat was dus blijkbaar een averechts werkende atheïstische filosofie geweest van die professor. Mijn compassie met die indoctrinerende professor is beperkt.

  

Essentie of oppervlakkige motieven

Ieder van ons heeft zo zijn redenen om (nog) te geloven en (nog) met de kerk verbonden te blijven. Dat kunnen ondertussen andere motieven zijn dan die ons tot het geloof of tot de kerk brachten. In haar getuigenis in het parochieblad schrijft die studente dat het vooral de wierook en de liedjes waren die haar een zekere affiniteit tot de kerk gaven. Dat is wel heel goedkoop, denk je dan. Dat is toch puur bijkomstig, zelfs compleet overbodig…

Maar wie zijn wij om te gaan beoordelen wat God wel of niet mag doen om mensen tot zich te trekken, om mensen tot de waarheid en het geloof en tot de christengemeenschap te brengen! Natuurlijk, vroeg of laat zal ieder van ons, ook die studente, tot een volwassen geloof moeten komen en zullen wij ook zien dat mooie muziek en wierook en sympathieke medegelovigen of een sociaal-voelend priester niet noodzakelijk de hoofdreden mogen zijn van ons geloof of onze kerkbetrokkenheid. Want het falen van het zangkoor of het falen van een priester (of bisschop) ons tot afval kunnen brengen.

  

Bijkomstig is niet ‘overbodig’

Toch is die noodzakelijke geloofsgroei geen reden om dat bijkomende gewoon opzij te schuiven. Mooie liederen, orgelmuziek, wat wierook, een goede voorganger en gezellige, sociaal-voelende medechristenen kunnen best een goede steun zijn voor ons geloof. En ik zou de zaak zelfs wat willen omdraaien: ook wijzelf zouden een steun mogen zijn voor anderen door onze vriendelijkheid, ons meevoelen met de problemen van anderen, onze steun in moeilijke omstandigheden. En waarom niet: ook door ons meezingen in het koor, onze trouwe aanwezigheid in de kerkdiensten enz… Ware schoonheid van kerkgebouwen en kerkmuziek en oprechte goedheid van medegelovigen voeren tot God.

  

We zijn geen ‘zuivere geesten’

We zijn immers geest, ziel én … lichaam. We zijn sociale wezens en hebben nood aan contacten met anderen. Bovendien ben je nooit op je eentje gelovig, je wordt gelovig door contact met andere gelovigen (wie sprak u ooit over God, over Maria, over Jezus …?) en we blijven ook maar echt gelovig door de stimulans van mede-gelovigen.

En die liederen, en de wierook, het orgelspel en de mooie kerkgebouwen en abdijen, de christelijke kunst, de geschiedenis van de kerk en van de heiligen, hun radicaal geloof en inzet voor medemensen… Ondanks de valse noten, ondanks heel wat donkere bladzijden is er voldoende aanwezig dat ons het gelaat van God, zijn schoonheid en grootheid, zijn blijvende werking doet vermoeden en dat ons blijft aantrekken om Hem daar te zoeken waar Hij zich ook heel duidelijk wil openbaren.

De moeite waard om ons in dat geloof en in die kerk te engageren en met vele anderen te getuigen dat God een God van liefde is die de mens wil optrekken naar de echte waarheid, de echte schoonheid, het echte leven!  (Orgel Voskenslaan. Foto Ben V.V.)

EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       

  

GELOOF EN WERELD

Christen zijn in een onchristelijke wereld

Een geleerd man als de priester-filosoof Mgr. Dondeyne heeft deze titel “Geloof en Wereld” eens gebruikt heeft voor een van zijn boeken. We gebruiken deze titel hier omdat, als je het reilen en zeilen van onze samenleving onbevangen tot u laat komen, het erop lijkt dat voor een gelovige de wereld steeds verder wegdrijft van wat het christelijk geloof aan waarden en aan diepe inhoud propageert. We bedoelen dan natuurlijk vooral onze Westerse wereld en misschien nog het meest onze Vlaamse samenleving, als je kijkt naar wat er geproduceerd wordt in de media, literatuur en kunst. Die scheuring tussen het christelijk geloof en de waarden die onze samenleving uitstalt, valt natuurlijk vooral op in de wijze waarop men omgaat met bepaalde ethische waarden, dat is bekend. Maar het gaat veel verder.

De vraag is dan of we ons als christenen nog wel goed in ons vel kunnen voelen als we onszelf gaan beschouwen als de enigen die nog recht in hun schoenen (trachten te) staan en of we alle anderen en de manier waarop ze zich gedragen en wat ze verkondigen in hun media op een grote hoop mogen vegen en wegkippen in de vuilniswagen, gereed voor het containerpark ‘voor de mensheid onbruikbare afval’.

  

God en die wereld

Laten wij ons dan toch maar eerst eens afvragen wat God van zijn schepping en vooral van zijn mensenwereld denkt: de mens, de bekroning van zijn schepping weet u nog? Zit God opnieuw te dubben over een nieuwe zondvloed zoals in het verhaal over Noach en de verdorven steden Sodom en Gomorra, die symbool staan voor seksuele uitspattingen; sodomie is een ander woord voor homoseksualiteit. Misschien steekt onze westerse wereld die steden wel (meer en meer) naar de kroon. En die toren van Babel even later: de mens die Gods troon ambieert. We vernemen langs Discovery-Channel en andere wegen voldoende om te weten dat men God als Schepper serieus in een (klein of zelfs onbestaand) hoekje aan het duwen is… Maar af en toe zie je nog de regenboog, niet  enkel op de truien van wereldkampioenen, maar zo’n onvervalste regenboog in de lucht… en dan denk je weer aan de woord uit het Oude Testament: nooit zal ik de aarde nog vernietigen. We laten die wereld dus best maar bestaan, en ook de ongelovigen. Geen kruisvaarten meer, nee, geen heilige oorlogen.

  

Alles maar slikken dus?

Gaan we dus maar op onze stoel zitten, of wat wandelen of wat licht tuinwerk doen voor onze gezondheid. De rest moet zijn plan dan maar trekken. Ieder zijn overtuiging. Tenslotte zegt God toch ook in die parabel van het onkruid op de akker, dat we alles maar moeten laten opgroeien tot de oogst en dat Hij dan zelf wel uitmaakt wie en wat graan is, en wie of wat onkruid is…  De boel dus maar laten draaien? Of moeten we ons juist  méér afstemmen op de wereld, ik bedoel, moeten we onszelf wat meer laten beïnvloeden door de waarden die de wereld over de goegemeente uitstrooit, ons wat meer inpassen? Trouwens, de wereld, de media, de straat, wie is dat? Wie zijn dat?

Gij hebt maar één Heer (Ef.4,5)

Wij moeten niet iedereen involgen, wij moeten ons niet inspireren aan wat de media of de straat of de politiek ons trachten aan te smeren. Paulus schrijft: “Gij zijt van Christus, en Christus is van God” (1Kor.3,23).  Sedert ons doopsel behoren wij aan Christus en Hem willen wij volgen. Hij heeft zijn Geest in ons hart uitgestort en naarmate we Hem gehoor geven, gaan we beter en beter innerlijk weten wat God van ons verlangt en wat de juiste weg is: de vrucht van de Geest is “liefde, vreugde, vrede,  geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, zelfbeheersing” (Gal. 5,22).

  

Uit je hoekje komen om te getuigen

Veronderstel dan eens dat je zo goed mogelijk gehoor geeft aan wat God jou ingeeft. Je tracht je leven in overeenstemming te brengen met wat het evangelie en wat de Kerk ons voorstellen. Dan blijft nog die ook evangelische en christelijke opdracht om dat goede nieuws uit te dragen. Wij moeten ons christelijk leven niet wegsteken, we moeten ons huis niet van alle christelijke symbolen ontdoen. Het is misschien niet nodig op straat te gaan preken, maar wel in alle eenvoud uw christelijk leven te leven. Consequent. En als het erop aankomt ook getuigen met je woord. Niet pretentieus, niet vanuit de hoogte, maar gewoon, omdat je weet dat Jezus uw Heer is en dat Hij ook voor de anderen Heiland wil zijn, heil wil brengen ook vandaag. Dat is inwerken op onze wereld op de goede manier, misschien is dit een betere manier om aan politiek te doen.

  

We kunnen veel samen met anderen

Het zou onjuist zijn om in de wereld alleen maar het slechte te zien. Kijk eens naar het enthousiasme dat er geweest is met ‘Music for life’; naast het oppervlakkige is er heel wat edelmoedigheid geweest van zeer veel mensen voor de ellende bij de armsten in 3de Wereld. Dan wordt het ook duidelijk dat er veel zaken zijn die we met anderen, ook met andersdenkenden samen kunnen doen. We kunnen in onze buurt ontmoetingen organiseren, samen met anderen. We kunnen daar zelfs wat goede invloed hebben en deugddoende gesprekken hebben. Wij kunnen ons inzetten in acties voor milieubehoud, acties met vredesinitiatieven, 11-11-11-actie, Welzijnszorg, ziekenzorg.

Er zijn immers allerlei wegen waarop christenen zich volop kunnen uitleven vanuit evangelische bewogenheid zoals de aandacht voor de armsten in de wereld en in onze samenleving. ‘Geloof en Wereld’, ze horen bij elkaar, wij moeten de wereld niet ontvluchten maar hem meer trachten te maken tot Gods wereld, maar niet met geweld en wapens en verdrukken van andersdenkenden. Wel integendeel!

  

Wat warmte en vreugde brengen

Foto Gennari Siciliani (Paus Franciscus op bezoek bij drugverslaafden in Rio)
Warmte en vreugde. Daar heeft de wereld vooral nood aan. Pater Phil Bosmans van de Bond zonder Naam had dat goed gezien. Warmte en vreugde. Maar dat gaat niet zonder echte diepe liefde voor de mens die je ontmoet of voor wie je iets doet. Het gevaar van onze hedendaagse humoristen (of wat er voor moet doorgaan) is dat ze soms mensen echt kwetsen. Anderzijds mag er al eens gelachen worden. Voor een christen is de opdracht om een blij mens te zijn (een heilige die er triestig bijloopt is maar een triestige heilige, in ’t Frans zeggen ze het korter: ‘Un saint triste est un triste saint’). Blije mensen zijn mensen die beseffen dat ze verlost zijn, dat God hen aanvaard heeft in Jezus en hen van zijn Geest meedeelt. Beseffen dat God in ons woont, dat we van Hem zijn… Die vreugde mogen we uitstralen, maar we kunnen dat maar als we de genade beseffen die ons geschonken is.

Die vreugde en de blijde dienstbaarheid, het bewerken van vrede, zijn even zoveel manieren om te getuigen van wat God in mensen teweeg kan brengen. Dat is de eerste en voornaamste manier om in deze wereld te getuigen van ons geloof.

Speciaal als christen

Als christen gaan we wel zorgen dat onze levenswandel beantwoordt aan ons geloof. Sint Paulus zegt dat nogal duidelijk o.m. in zijn brief aan de christenen van Rome (Rom. 12,2): “Stemt uw gedrag niet af op deze wereld. Wordt andere mensen, met een nieuwe visie. Dan zijt ge in staat om uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, wat zeer goed is en volmaakt.”

We zorgen dat ons huis een woning is waar christenen wonen. We zorgen dat ons gezinsleven een christelijk gelaat heeft, we zorgen dat ook onze manier van zijn in onze buurt een christelijk getuigenis is.

We trachten onze verantwoordelijkheid op te nemen in de samenleving, het lelijke zoveel mogelijk te neutraliseren of aan te klagen, zonder mensen met de vinger te wijzen of zaken of personen te beschadigen. We trachten in onze contacten publiciteit te maken voor gezonde christelijke zaken zonder te choqueren.

En dan ons geheime wapen: bid voor je omgeving, je buurt, je familie, je vrienden, onze wereld. Het is de uitnodiging van Onze-Lieve-Vrouw, bijna telkens als ze verschijnt: Bid, bid veel…

 EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       

  

MEER GEVEN ONDANKS CRISIS?

Naar Kerknet

Meer inkomsten voor Welzijnzorg!

Op 12 januari 2012 konden we het verslag inzien van de inkomsten van de campagne van Welzijnszorg tijdens de advent van 2011. Geloof het of geloof het niet maar die inkomsten waren gestegen met bijna 10%, in vergelijking met het jaar 2010. U zal die stijging ook wel opmerkelijk vinden tegen de achtergrond van de economische crisis. Het was ons al opgevallen naar aanleiding van Music For Life met zijn 17 miljoen Euro. Volgens fondsenwerver Vanessa Lelon heeft het thema van de Welzijnszorgcampagne, met name kinderarmoede, ongetwijfeld een rol gespeeld. Misschien zien ook steeds meer mensen de gevolgen van de crisis bij zichzelf én ook bij mensen in hun omgeving. Heeft dat wellicht de mensen gevoeliger gemaakt voor de nood van anderen? Vanessa Lelon meent dat ook de bekendmaking en de structurele aanpak van de organisatie een rol hebben gespeeld. “De meeropbrengsten zijn in alle geval een hart onder de riem van onze organisatie en de strijd tegen armoede. Mensen hebben hiermee een tegensignaal gegeven.”

Doet de overheid  mee?

Welzijnszorg hoopt nu dat dit signaal niet aan de overheid is ontgaan en dat ook die op haar beurt, ondanks de nood aan besparingen, onvermoeid werk blijft maken van de strijd tegen de armoede en het afzwakken van de gevolgen van de crisis voor de allerarmsten. Door besparingen is er minder geld voor armoedeprojecten, terwijl 15% van de bevolking in armoede leeft en de groep mensen die in armoede dreigt terecht te komen steeds groter wordt. Eenvoudig ligt de zaak dus niet. Op vrijdag 27 januari heeft Welzijnszorg zijn eisen, die door tienduizenden mensen werden ondertekend, aan de Vlaamse ministers Lieten, Smet en Vandeurzen of hun afgevaardigden overhandigd. Hopelijk komen er van die kant wijze maar adequate initiatieven.

   EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       


NOBLESSE OBLIGE

Graaf Florimond de Brouchoven de Bergeyck (1835-1908)

Het goede doel

Noblesse oblige - ‘Adel Verplicht’. Wat je van God ontvangt, moet je vruchtbaar laten zijn voor Gods Rijk. Jezus heeft er een hele parabel voor nodig om dit te zeggen, de parabel van de talenten of van de ponden. Met Noblesse oblige is alles gezegd. Wat je gekregen hebt moet je nuttig gebruiken tot eer en voor de dienst van God en het heil van je medemensen. Koningen en machthebbers en later ook de adel voelden zich aanvankelijk wat al te gemakkelijk boven de gewone 'plebs' verheven. In primitieve tijden werd de machtige altijd maar machtiger door de kleine mens voor zich te laten werken aan een hongerloon of aan helemaal niets. In de christelijke Middeleeuwen groeide er echter een ridderethiek, een soort christelijke manier van koning zijn en ridder en edele zijn. Men begon zich ervan bewust te worden dat aanzien en macht ook verantwoordelijkheden met zich meebracht: qua levenswandel moest men een voorbeeld zijn, en wat men was en had moest men ook aanwenden voor het goede doel. Zoals hierboven gezegd was dat goede doel: de dienst aan God en de kerk en de dienst aan de mensen, vooral de noodlijdenden.

  

De Graaf en de Jezuïet

In Beveren-Waas staat kasteel Cortewalle dat ooit bewoond werd door de familie van graaf de Brouchoven de Bergeyck. Een kasteel uit de 15de eeuw, nog gebouwd door Joos II Triest, kleinzoon van Niklaes Vijt, die we kennen als opdrachtgever tot het Gentse Lam Gods. In de 17de eeuw (1674) koopt Joannes Franciscus Goubau echter het kasteel en een deel gronden. De laatste erfgename van de Goubau’s huwt dan in 1764 graaf Petrus Philippus de Brouchoven de Bergeyck en deze  Brouchoven de Bergeyck’s blijven als graaf op Cortewalle tot in 1960, wanneer de laatste gravin, Josephina Cornet d’ Elzius de Peisant overlijdt. In 1965/66 wordt de gemeente Beveren-Waas eigenaar van het kasteel.

  

Graaf Florimont

Een van de nakomelingen van graaf Petrus Philippus was graaf Florimond de Brouchoven de Bergeyck (1835-1908) en deze heeft toch wel uitgeblonken in het in daden omzetten van ‘het goede doel’ of het ‘Noblesse oblige’. Toegegeven, hij zat er nogal warmpjes in, bezat zowat overal gronden en was ook politiek invloedrijk.

Florimond bekwam op 28 december 1877 opnieuw de (door de Franse revolutie afgeschafte) erkenning van adeldom en de erfelijke titel van graaf. Hij was geen mondain man en dacht er zelfs aan in het klooster te treden. Zijn geestelijke leidsman echter, de bekende pater Petit, wees hem op de verantwoordelijkheid om als katholiek edelman ook zijn invloed te laten gelden en bovendien voor een nageslacht te zorgen; hij was immers de laatste mannelijke afstammeling van de invloedrijke familie. Zelfs vrome Jezuïeten – en pater Petit was heel vroom - hadden blijkbaar een brede blik.  Florimond huwt dan met zijn volle nicht Alix; zij krijgen 10 kinderen. Daarmee was het grafelijk nageslacht, ook de naamdragers, verzekerd aangezien er 7 zonen waren van wie er 5 voor nageslacht zorgden..

  

Enige goede doelen van de graaf

We vermelden hier gewoon een paar zaken die we toevallig onder ogen kregen.

- Hij zorgde voor de uitbreiding van de Oude Abdij te Drongen (zijn geestelijke leider woonde daar).

- In Beveren, in de huidige Stationsstraat, liet hij op grond die hem toebehoorde (vlakbij ’s Gravendreef overigens) een jongensschool met onderwijzershuis bouwen waar het onderwijs gratis was. Dit gebeurde in 1880, in volle schoolstrijd. De graaf toonde zich hier een christen die zijn katholieke overtuiging niet wegstak. Op zijn verzoek organiseerden de broeders Hiëronymieten (na de schooloorlog) decennialang het onderwijs op zijn  Sint-Lodewijksinstituut.

- Hij zorgde ook voor missieposten in de toenmalige Kongo Vrijstaat (o.m. Bergeyck – Saint-Ignace)

- ook allerlei kleinere interieuraanpassingen (nieuwe altaren en glasramen) in kapellen en kerken verspreid over het Waasland (bv. in de kapel van de Zusters van Liefde te Melsele).

- Na de encycliek Rerum Novarum (1891) werd in Beveren het ziekenfonds “’s Volks Welzijn” opgericht (1892). Opnieuw treffen we hier graaf Florimond aan als erevoorzitter en weldoener. Ook van een maatschappij voor Werkmanwoonsten en van een koepel van christelijke verenigingen in de sociale sector werd hij voorzitter en/of beschermheer.

- Op de linkeroever te Antwerpen (het vroegere gehucht Vlaams Hoofd, het huidige Sint-Anneke) schonk hij grond voor een kerk die in 1903 werd ingewijd door Mgr. Stillemans en toegewijd was aan de heilige Anna en Joachim. Deze neogotische kerk, waarvan hij ook een belangrijke medefinancier was, werd wel meer dan 3 meter boven het straatniveau gebouwd (en was uitgerust met talrijke gebrandschilderde ramen en met een mozaïekvloer), maar ze kon niet op tegen de stijging van het grondwater dat al na 50 jaar tot boven de vloertegels stond. Met Antwerpse humor noemde men ze dan “Sint Anna in de put”. De kerk werd afgebroken, maar in 1970 zou de nieuwe kerk ingewijd worden door de eerste bisschop van het nieuw opgerichte bisdom Antwerpen, Mgr. Daem (gedurende korte tijd opgevolgd door de latere kardinaal Godfried Danneels).

- Een in het oog springend monument van ons land is natuurlijk de nationale basiliek van Koekelberg. Ook hiervoor stelde graaf Florimond  de grond ter beschikking. Hij was trouwens ook voorzitter van het bouwcomité en hield bij de eerste steenlegging van de basiliek de slottoespraak, in bijzijn van koning Leopold II en kardinaal Mercier (oktober 1905).

- Hij was ook lid van de Orde van het heilig Graf (waarover meer in volgend artikel) en zo zag hij het als een uitloper van zijn ridderverbintenis dat hij in Jeruzalem twee weeshuizen liet bouwen die hij bekostigde.

‘Noblesse oblige’ heeft deze graaf zeker goed begrepen en in praktijk gebracht.

Zelfs als we geen blauw bloed in onze aderen hebben, toch heeft ieder oprecht christen, die beseft dat hij/zij koningskind is als zoon of dochter van God, verplichtingen die beantwoorden aan zijn/haar waardigheid.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       



WAKKERE CHRISTEN (1)

Word wat je bent

Ik mocht eens assisteren bij de Uitvaarteucharistie van een ‘Ridder van de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem’. In het koor zaten enige mannen met een witte mantel waarop een groot rood kruis, met onder en boven de dwarsbalk telkens een kleiner kruis, kortom, het kruis van het koninkrijk Jeruzalem, waar een van onze vroegere landgenoten, Godfried van Bouillon, de eerste (christelijke) koning was. Na afloop van de dienst spraken we heel kort met een van die 'ridders'. Het was een Franstalige en ook de overledene scheen dat te zijn, daarom zei onze gesprekspartner dat het ons misschien zou verbazen dat de overledene een Nederlandstalige wapenspreuk had, namelijk: stàpel. We keken wel even verwonderd, want je moet wel ‘stapel’ zijn om op je voordeur te schrijven dat je knettergek bent. We trachtten dus voorzichtig te achterhalen wat dat 'stapel' dan wel betekende en na enig zoekwerk bleek het “Sta pal” te zijn: “Blijf overeind”, "Niet wijken", “Niet zwichten”, in Gent zou men zeggen “Nie Pleujen”.

  

Proficiat

Bij die ‘Ridderorde van het Heilig Graf’ horen vooral bekende en rijke (christelijke) mensen (o.m. industriëlen) maar ook mensen als Prins Filip, Prinses Mathilde, broeder Stockman, Aartsbisschop Léonard enz.) en ze hebben als engagement het steunen van de Christenen in het Heilig Land maar ook het bevorderen van het Katholieke geloof en de trouw aan de Paus; daarnaast vormen natuurlijk ook naastenliefde en in het algemeen een christelijke levenswandel de basis van hun ridderverbintenis. De Orde krijgt als ontstaansdatum 1114. Maar, en nu komt de clou, reeds in de Efesiërsbrief wordt aan de christenen gevraagd om de wapenrusting aan te trekken en pal te staan. Misschien bent u wat antimilitaristisch (we schijven dit stukje terwijl in Noord-Korea zich een machtswissel voltrekt en we zien dat enorme volksleger marcheren in hun paradepas. Indrukwekkend en angstwekkend, en lachwekkend), maar de Efesiërsbrief begint met ons te zeggen dat we niet op eigen kracht moeten rekenen, maar op Gods kracht. Een zeer Bijbelse vingerwijzing. Tussen haakjes nu heb ik het even niet meer over die industriëlen en edelen en vooraanstaande gelovigen, maar over de simpele mensen die wij zijn en tot wie Paulus en het evangelie zich richten. U bent dus nu tot ridder geslagen in de Orde van Efese of Ridder van het heilig Kruis, als je dat liever hoort. Proficiat dus! Maar geen ridder zonder harnas en wapens, daarom overhandigen wij je hier en nu onmiddellijk uw wapenuitrusting die ook uw verbintenis is. Voilà:

  

Uw wapenuitrusting

Ik citeer uit de Efesiërsbrief hoofdstuk 6, verzen 7 tot 19.

7 Dient welgemoed in de mensen de Heer, 8 wetend dat ieder, hij moge slaaf zijn of vrije, het goede dat hij gedaan heeft, van de Heer zal terugontvangen.

9 En gij meesters, behandelt hen (uw dienaars) in dezelfde geest. Laat dreigementen achterwege. Denkt eraan dat gij dezelfde Meester in de hemel hebt als zij; Hij heeft geen gunstelingen.

10 Ten slotte, zoekt uw kracht bij de Heer en zijn almacht.

11 Legt de wapenrusting Gods aan om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel.

12 Want onze strijd gaat niet tegen vlees en bloed maar tegen de heerschappijen, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelen

13 Grijpt daarom naar de wapenrusting Gods; dan kunt ge weerstand bieden op de dag der verschrikking en staande blijven, strijdend tot het einde.

14 Staat dan!

uw lendenen omgord met de waarheid,

bekleed met het harnas der gerechtigheid,

15 de voeten geschoeid met ijver voor het evangelie van de vrede.

16 Hanteert daarbij het grote schild van het geloof, waarmee gij alle brandende pijlen van de boze kunt doven.

17 Neemt ook de helm van het heil en het zwaard van de Geest, dat is, het woord Gods.

18 Bidt en smeekt in de Geest bij elke gelegenheid en op allerlei wijze. Houdt daartoe nachtwaken, waarbij gij met volharding God smeekt voor alle heiligen.

19 Bidt ook voor mij, dat mij het woord gegeven mag worden als ik mijn mond open om vrijmoedig het mysterie openbaar te maken, 20 waarvoor ik een gezant ben in boeien.

Bidt dat ik het vrijmoedig mag verkondigen, zoals het mijn plicht is.

 Je kan je al even bezinnen over deze verbintenis en uw wapenrusting.

Volgende keer (als we het niet vergeten) geven we daar wat commentaar bij.


 EINDE VAN DIT ARTIKEL

   TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       


  

ORDINARIAAT VOOR EPISCOPAALSE CHRISTENEN

Naar berichten uit Kerknet  van 27 december 2011

en Zondag 1 januari 2012

  

Oprichting van ordinariaat voor Episcopaalse christenen

Het zou weer een heel lang artikel vergen om wat commentaar te geven bij de overstap van een aantal geestelijken en andere gelovigen van de Episcopaalse kerk naar de Rooms-Katholieke kerk. Minder dan een jaar na de oprichting van een ordinariaat voor de Engelse Anglicanen werd op 1 januari 2012 een ordinariaat opgericht voor ontevreden leden van de Episcopaalse kerk die wensten over te stappen naar de katholieke kerk. In november 2009 had paus Benedictus XVI reeds de mogelijkheid gegeven om zonder al te veel moeilijkheden die overstap naar de Rooms-Katholieke Kerk te maken. De Episcopaalse kerk is gewoon de Anglicaanse kerk van de Verenigde Staten.  Net zoals de Anglokatholieken van Engeland en Schotland, mogen ook de leden van de Episcopaalse kerk hun eigen tradities behouden.

Er was nood aan

Volgens de Amerikaanse bisschoppen dienden een honderdtal episcopaalse geestelijken een aanvraag in om na een korte opleiding tot katholiek priester te worden gewijd; zij kunnen evenwel geen bisschop worden.

Minstens zes anglicaanse parochies (onder wie drie in Texas) stappen in groep over naar de katholieke Kerk (vermoedelijk 1.400 Amerikaanse anglokatholieken). Gelovigen van twee parochies in Maryland, de Sint-Lucasparochie in Bladensburg en die van de Calvarieberg in Baltimore, hadden eerder al aangekondigd dat zij collectief overstappen naar de katholieke Kerk. Dat betekent toch wel enige beroering in Amerikaanse kerkelijke middens.

Weldra worden ook ordinariaten opgericht voor anglokatholieken uit Canada en Australië (lente 2012).

Leider van het ordinariaat

Jeffrey Steenson, werd in 2004 verkozen tot (episcopaals) hulpbisschop van Rio Grande. In 2005 werd hij er bisschop. Hij brak in 2007 met de anglicaanse Kerk, nadat hij tevergeefs had aangedrongen op grotere autonomie voor anglicaanse bisdommen die niet akkoord gingen met de wijding van vrouwen tot bisschop en met de inzegening van homorelaties. Kort daarna stapte hij over naar de rooms-katholieke Kerk, na een korte plechtigheid in de basiliek van Santa Maria Maggiore in Rome.

Steenson, die gehuwd is,  zei maandag op 2 januari dat de gelovigen van het nieuwe ordinariaat het geloof, de wetten en de cultuur van de katholieke Kerk moeten leren kennen, maar tegelijk mogen zij hun “mooie en edelmoedige anglicaanse traditie” niet vergeten.

Zowel anglicaanse als katholieke bisschoppen verzekeren dat de anglo-katholieke oecumenische dialoog ondanks de oprichting van de ordinariaten wordt voortgezet.

Ladies first

Tien episcopaalse zusters hebben niet gewacht op de oprichting van het ordinariaat maar waren op Allerheiligen (1 november 2011) reeds overgestapt naar de rooms-katholieke Kerk. Ze legden hun geloften af in de kathedraal van Baltimore, waar ze in de rooms-katholieke Kerk werden verwelkomd door mgr. Edwin F. O’Brien, de oud-aartsbisschop van Baltimore (Maryland, VS). De kloostergemeenschap blijft gevestigd in Catonsville, waar zij al sinds 1917 is gehuisvest.


   EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       

  



GODS AANWEZIGHEID IN DE MENS

H. Johannes van het Kruis

Drie manieren waarop God in de ziel tegenwoordig kan zijn.

- Vooreerst Gods wezenlijke tegenwoordigheid. Zo is Hij tegenwoordig, niet alleen in de meer goede en heilige, maar ook in de slechte en zondige zielen en in alle andere schepselen. Want door deze tegenwoordigheid geeft Hij hun leven en zijn, en als zij deze essentiële tegenwoordigheid zouden missen, zouden zij alle in het niet verzinken en ophouden te bestaan. Deze tegenwoordigheid ontbreekt nooit in de ziel.

 Door deze manier van aanwezigheid mogen wij God aanbidden, zijn macht, zijn schoonheid, in al het mooie van de schepping, de   grootsheid van het universum, de dieren en ... de mensen.

- De tweede manier van tegenwoordigheid is uit genade. Op deze wijze verblijft God in de ziel die Hem behaagt en waarin Hij voldoening vindt. Niet allen bezitten deze tegenwoordigheid, want degenen die in doodzonde vallen, verliezen ze. Op natuurlijke wijze kan de ziel niet weten of zij deze tegenwoordigheid heeft.

Bij wie in staat van genade is, is God op bijzondere wijze aanwezig,   naar het woord van Jezus in Joh. 14,23: Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden, mijn Vader zal hem liefhebben en   Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen

- De derde manier van tegenwoordigheid wordt te voorschijn geroepen door geestelijke genegenheid. Gewoonlijk immers roept God in veel toegewijde zielen op verscheidene wijzen een geestelijke tegenwoordigheid op, waardoor Hij hen opbeurt, verkwikt en verblijdt.”

Een speciale begenadiging waarbij mensen zich totaal overgeven aan Gods liefdevolle begeleiding.

EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       


GODS AANWEZIGHEID IN JOU

Broeder Laurent o.c.d.

De beleving van Gods aanwezigheid

is de kortste en gemakkelijkste weg

om tot de christelijke volmaaktheid te geraken.

Zij is het leven der deugd en geeft haar gestalte,

zij is het grote behoedmiddel tegen de zonde.

Om van deze oefening een gemakkelijke gewoonte te maken

is er slechts moed en goede wil vandoen”.

   EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       

  

TANTE ELISABETH

Elisabeth (Sabeth) Catez, die als karmelietes zuster Elisabeth van de heilige Drie-eenheid werd, had een jongere zus, Marguerite (Guite) die zwanger was. Elisabeth was blij met deze mededeling. En nog meer toen het kleine meisje ook Elisabeth zou heten.

- Een ongeboren kind leeft reeds voor Gods aangezicht

“Als je eens wist hoe dicht ik me bij jou voel en hoe ik je draag in mijn gebed, jou en het kleine wezentje dat reeds in Gods gedachten is! O laat je helemaal in beslag nemen door Gods leven, zodat je het kan doorgeven aan het kindje dat met genade overladen ter wereld zal komen! Besef wat er in Maria’s hart omging toe ze, na de Boodschap, het Mensgeworden Woord, de Gave Gods, in haar schoot droeg... Hoe stil, ingekeerd en vol aanbidding leefde ze in het diepste van haar hart, om daar die God te omhelzen wiens moeder zij was! Mijn kleine Guite, Hij is ook in ons! O laten we heel dichtbij Hem blijven, met de stilte en de liefde van Maria. Zo gaan we onze Advent doorbrengen, niet? (Lettres 183).

- God woont in het ongeboren kind

“Mijn liefste Guite… Moeder priorin liet ons vol vreugde de foto zien, en je kan je voorstellen hoe fier het harte van tante Elisabeth klopte!... O mijn Guite, ik hou van dit kleintje evenveel als van zijn kleine mama. En dat is veel gezegd! En ik voel me ook doordrongen van eerbied voor dit kleine tempeltje van de Drie-eenheid; haar ziel is voor mij als een kristal dat God uitstraalt, en indien ik nu bij haar was zou ik knielen om Hem te aanbidden die in haar verblijft. (Lettres 197)

- Bidden voor een nog niet geboren kind

… die lieve kleine draagt mijn naam. Me dunkt dat God haar aan mij geschonken heeft opdat ik haar beschermengel zou zijn; ik neem haar dan ook helemaal aan! Ik heb zoveel voor haar gebeden vóór haar geboorte (…). Laat me asjeblieft de datum van haar doopstel weten, dan kan ik mijn nichtje vergezellen naar de doopvont als de heilige Drie-eenheid in haar hartje komt. (Lettres 196)

 EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       


OUDERS MOETEN KINDEREN LEREN BIDDEN

Er zijn momenten waarop je meer dan anders versteld staat met wat een vaart Vlaanderen ontkerstend is. Als wat oudere christen zit je dan op een familiefeest waar de helft niet meer gelovig is, waar bijna niemand nog pratikeert en slechts een minderheid nog enig bewust contact heeft met de kerkgemeenschap. Hoe is het zo snel kunnen gaan! Jaja, secularisatie, dat zagen we al decennialang aankomen, maar toch hoop je nog dat… En toch is het zo gebeurd. Niets is zo brutaal als een feit. De gezinnen, de jeugdbeweging, de school, de katholieke partijen en bewegingen, de media, de sociale netwerken, de zangers en schrijvers… Voeg daarbij nog wat schandalen en zo werd het hele weefsel van onze samenleving ontkerstend. Ik hoop dat bisschoppen en priesters en vele bewuste gelovigen zich hier ernstig over bezinnen.

Een klein maar belangrijk punt is de praktijk van het gebed. Een christengemeenschap, klein of groot, moet bidden. Het contact met God is immers primordiaal, moet op de eerste plaats staan en is onmisbaar. Bidden kinderen nog? Kunnen kinderen nog bidden? Paus Benedictus raakte dat punt vorig jaar aan tijdens een audiëntie op donderdag 29 december 2011. In het gezin en op school moet het kind dat leren. Maar op de eerste plaats in het gezin.

Christelijke ouders moeten hun kinderen al van jongsaf het goddelijke leren ontdekken; zij moeten hen tonen hoe God gestalte geeft aan hun leven. Een kind moet zien hoe zijn ouders zich met vertrouwen en eerbied tot God wenden. Woorden wekken, voorbeelden trekken. Paus Benedictus wees ook naar het voorbeeld van het Heilig gezin van Nazareth, met een leven dat gekenmerkt was door geloof, arbeid en… gebed. “Het gezin is een huiskerk en de eerste school van gebed.” Om het nog maar eens met Mother Teresa te zeggen: A family that prays together, stays together. – Een gezin dat bidt tezamen, blijft tezamen.


EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       


GODS ENGELEN WAKEN OVER ONS

De bekende Mgr. Jean Calvet (ooit deken van de faculteit van de Letteren van het Institut Catholique de Paris, geeft in een boek het getuigenis van een boerin die hem tot zijn verwondering aan het bestaan van de beschermengelen (engelbewaarders) herinnerde:

Ons gezelschap:

 Hij verhaalt: Ik liep op een holle, schaduwrijke weg in onze streek, toen ik achter een bundel kreupelhout en drie schapen een oude vrouw ontmoette, in tweeën gevouwen, leunend op haar stok. Omdat ik iedereen moet herkennen zei ik haar:

- Goede dag, Catinelle.

Zij richtte zich half op en antwoordde mij:

- Goede dag, mijnheer pastoor en compagnie.

- Wat, oma? Ik ben helemaal alleen, waar ziet ge het gezelschap?

Nu richtte zij zich helemaal op en ik zag haar met rimpels doorgroefd gelaat en haar nog mooie heldere ogen. Ze zei me ernstig:

- En de beschermengel, telt die voor u niet mee?

- Moeder, neem me niet kwalijk. Ik zou de beschermengel vergeten; wel bedankt dat ge mij eraan herinnerd hebt.

Gebed tot onze beschermengel

Terug op zijn kamer heeft Mgr. Calvet dan een prachtig gebed opgeschreven (in het Latijn, maar hier geven we de vertaling) :

Heilige engel van God,

broeder en vriend,

beschermer van mijn lichaam en mijn ziel,

innig bid en smeek ik u:

weer van mij alle gevaar en verleiding;

ontvlam in mij liefde voor de heilige Drie-eenheid,

Die mij aan u toevertrouwde;

en leid mij op de weg van het heil

tot het eeuwige leven.

  

Uit een conferentie van Johannes Wagner

“Het feit dat de moderne mens, en zelfs de christen, zich niet meer of niet meer volkomen bewust is van het bestaan en de macht van de engelen,  kan hun bestaan niet teniet doen en ook geen eind maken aan hun macht.

Integendeel, die onwetendheid verarmt de menselijke geest, stompt zijn scherpte juist af. Zij stelt hem aan grote gevaren bloot en berooft hem van een machtige hulp …

De atoomenergie bestond vanaf het begin van de stoffelijke wereld, lang voordat de mens het bestaan ervan vermoedde. Zo bestaan ook de engelen vanaf het begin van de schepping van de geestelijke wereld. En zij zullen altijd blijven bestaan, al zou de mensheid miljoenen jaren lang hun bestaan niet kennen.”


EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       


  

GEESTELIJKE WERKEN VAN BARMHARTIGHEID

  

Geestelijke werken van barmhartigheid

  

We hebben in vorig nummer in een noot de 7 lichamelijke werken van barmhartigheid vermeld: Zieken bezoeken - Hongerigen spijzen - Dorstigen laven - Naakten kleden - Vreemdelingen herbergen  - Gevangenen  verlossen - Doden begraven.

  

“Minder bekend is dat er ook 7 geestelijke werken van barmhartigheid zijn. Ook zij kunnen een hulp zijn in ons dagelijks christelijk leven en om te groeien naar het beeld van Christus. De geestelijke werken van barmhartigheid vinden hun wortels in de Bijbel. Het waren de grote kerkvaders, Origines (in de 2de-3de eeuw) en Sint-Augustinus (in de 4de-5de eeuw), die tot het concept zijn gekomen van de zeven geestelijke werken van barmhartigheid, naast de zeven lichamelijke.” (Uit:   Op deze webpagina vindt u overigens interessante commentaar bij de hieronder vermelde geestelijke werken van barmhartigheid). Het is goed dat u er persoonlijk even bij stilstaat:

Onwetenden onderrichten

Twijfelaars goede raad geven

Bedroefden troosten

Zondaars vermanen

Lastigen verdragen

Beledigingen vergeven

Voor iedereen bidden - levenden en doden

  

EINDE VAN DIT ARTIKEL

  TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT       

  

NAPOLEON & Cie

  

Kerkvervolgingen

Nazi-Duitsland, Stalin en het hele Sovjetstelsel, Mao en zijn soortgenoten-opvolgers… Van hen alle weten wij enigszins hoe gelovige mensen het er bij hen vanaf brachten. Wij weten hoe die dictatoriale systemen de kerk ringeloorden, hoe ze de bisschoppen, priesters en kloosterlingen en overtuigde christenen (ook mensen van andere overtuigingen) behandelden. Tot …  het sisteem, een satanisch sisteem, althans in Rusland grotendeels implodeerde. Maar dat was na jarenlange kerkvervolging. Wij weten het. Of weten wij het niet meer? En hoe het er tot op dit ogenblik aan toegaat in China, Noord-Korea en ook nog in Vietnam.

Chinese staatskerk

China geeft ons iets speciaals te zien. Ze hebben daar een eigen patriottische kerk opgericht, waar de staat een serieuze vinger in de pap heeft… Er was wel een soort overeenkomst met Rome dat Rome kon kiezen uit 4 bisschopskandidaten die Peking voorstelde… Maar soms kon Rome daar gewoon geen geschikte kandidaat tussen ontdekken… Zo zit men daar natuurlijk met een schismatieke kerk, een kerk die niet in eenheid is met Rome en de paus.

China wil immers binnen zijn grenzen geen instantie die ook binnen het land een zekere invloed zou hebben. China wil niet weten van een supranationale kerk, wil niet dat de paus zijn invloed zou doen gelden op Chinese staatsburgers en hun zou kunnen voorschrijven wat zij te doen en te laten hebben. Dat is immers aanslag op de nationale hegemonie!

L’Empereur

Maar ik wou het hier even hebben over Napoleon hebben. De grote Napoleon. Napoleon de Grote, de keizer. Waaraan we zoveel te danken hebben aan wetsprincipes en de organisatie binnen een staat. Én vooral veel leed binnen Europa en daarbuiten (is hij ook niet met een Egyptische obelisk gaan lopen of heeft een gereanimeerde Toetankhamon hem die eventueel cadeau gedaan?). Zo’n man met ongeremde territoriale en andere ambities op alle gebied…

De Kerk als voetmat

Deze Napoleon, die zichzelf tot keizer kroonde (je moet maar durven!) trad in het spoor van vroegere Franse koningen (denk maar aan Philippe le Bel – Filips de Schone) en annexeerde o.m. Vlaanderen. Bovendien - hij was als Corsicaan van katholieken huize - ging hij ook nog eens de kerkhervormer spelen, eigenlijk: de kerkkeizer.  Bedoeling was ook in de kerk alle touwtjes in handen krijgen. Zelf bisschoppen benoemen, een eigen catechismus uitgeven en op allerlei manieren de clerus en al wie bij godsdienstonderricht betrokken was de les spellen. Protesteerde de paus? Pas de problème! Even later stond Citoyen Napoléon met zijn legers al in Rome en de paus werd gevankelijk naar Frankrijk gevoerd. Geen inspraak van vreemden in mijn keizerrijk! Ah non! Hetzelfde als in China waarover wij het zojuist hadden.

Organieke artikelen

Napoleon kon de paus bewegen tot het sluiten van een concordaat, wat geven en wat nemen. Okay, maar onmiddellijk kleeft hij er de organieke artikelen nog bij. En die waren niet om mee te lachen. Maar dat laatste was eigenlijk een stap te ver. Dat concordaat, dat konden de meeste bisschoppen en priesters nog wel aanvaarden, de paus had dat immers bekrachtigd, maar die organieke artikelen, dat was andere koek. Priesters moesten een ‘eed van haat’ tegen het koningschap afleggen, ze moesten de catechismus van Napoleon aan hun gelovigen aanleren (met een paar stompzinnige vragen rond het respect voor het staatsgezag), de pastoors moesten na de zondagsmis een gebed zingen voor Napoleon (Domine, Fac…).

Verwarring

Velen konden een en ander niet overeen brengen met hun geweten en hun politieke (anti-Franse) overtuiging. En dat schiep een grote mate van onzekerheid onder priesters, vooral de parochiegeestelijkheid, en de gelovigen. Men kwam immers gemakkelijk in aanvaring met de bisschoppen die vaak geparachuteerd werden vanuit Frankrijk of die de eed van trouw aan de Franse staat hadden afgelegd (beëdigd waren). Anderzijds waren de bisschoppen door het concordaat (dus ook door de paus) bevestigd in hun ambt, zodat priesters en gelovigen wel tot gehoorzaamheid verplicht waren.  Niet allen konden dat opbrengen  en weigerden nog langer het gezag van de vaak Fransdolle bisschoppen te aanvaarden. Priesters werden dan gesuspendeerd, mochten hun priesterambt niet meer uitoefenen? Bovendien werden ze vaak ook nog achterna gezeten door de Franse gendarmes en gevangen genomen wanneer ze betrapt werden, bijvoorbeeld bij een geheime misviering voor een groepje katholieke christenen. De toestand was soms zeer verward. En de burgerlijke sancties waren wel heel hard. Pater Van Biervliet vermeldt in zijn boek over “De Stevenisten in Vlaanderen’ wat de Gentse seminaristen overkwam.

Treurig lot voor trouwe seminaristen

Napoleon had nog maar eens een nieuwe bisschop aangesteld voor Gent (nadat Mgr. de Broglie zich voor de 2de maal zijn ontslag had laten afpersen). Wanneer de nieuwe bisschop, Jean-Louis de la Brue de St.-Bauzolle (!), op 25 juli 1813 in de St.-Baafskatedraal verschijnt, zijn er slechts 3 van de 36 seminaristen aanwezig in de H. Mis en 2 in de Vespers. De assistent van de “bisschop”, kanunnik abbé Maxime de Seguin de Passis (!) schiet in een Franse ‘koleire’, scheldt de professoren de huid vol en ’s avonds in de refter stelt hij de seminaristen voor dit ultimatum: de drie kapittelvicarissen (die zich onderworpen hadden aan de keizer) erkennen of… naar het (Franse) leger! Het besluit van de aanwezige seminaristen is echter eenparig: “Liever soldaat dan schismatiek”.

De gevolgen waren ronduit verschrikkelijk. Op korte tijd zullen in de strafkolonies (vooral in Wezel) 49 seminaristen sterven “in de gruwelijkste omstandigheden, die ons herinneren aan de concentratiekampen die we gedurende en na deze oorlog (W.O. II) hebben gekend”.

Despoten zijn allen aan elkaar gewaagd

We mogen zeggen dat de Napoleontische regering “aan de kerk het recht liet om te lijden, niet om zich te beklagen, dat ze haar had teruggeplaatst op haar troon, maar dan om haar te kronen met een doornenkroon.” Onze teergeliefde en tot op vandaag door velen bewonderde “empereur Napoléon Bonaparte” duldde geen dwarsliggers voor zijn imperialistische en expansionistische dromen. Wat een gelijkenis met de kerkvervolging in Sovjet-Rusland en andere communistische regimes en allerlei totalitaire Staten. Voor despoten en totalitaire regimes moet immers alles en iedereen wijken.

  

  EINDE VAN DIT ARTIKEL

   EINDE VAN DIT NUMMER    

  TERUG NAAR TOP          TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT