GELOOF en LEVEN vzw



  
HOME

INHOUD

  TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT      


Het getuigenis van het leven van René Caremans, redemptorist


KONGO – DE DOKKEN – DE ICONEN   


Pater Caremans, Redemptorist, werd geboren te Hoboken op 20 maart 1907; zijn ouders waren Louis en Maria Van Hasselt. Hij was een van die humoristische mensen, die u aanvankelijk wat choqueren door hun woorden en u wat paf doen staan. Wanneer je hem beter leerde kennen, trof je enkel een positieve ingesteldheid aan. Maar plezant doen, dat kon hij niet laten. Was dat het Antwerpse of Hobokense dat er in zat, ik weet het niet, het zat in hem gebakken. Dat wil niet zeggen dat zijn levensweg steeds over rozen liep. Hij zal nog vage herinneringen gehad hebben aan W.O.I, maar later in ieder geval heel duidelijk aan de 2de wereldoorlog. Zijn ideaal van priester-redemptorist had hij toen al mogen verwezenlijken. Hij werd geprofest te St.-Truiden op 21 sept. 1927 en priester gewijd te Beauplateau-Tillet op het feest van Maria-ten-hemel-Opneming, 15 augustus 1932. Zijn humaniora-studies had hij grotendeels in Hoogstraten gedaan, maar de laatste twee jaren (poësis en rethorica) deed hij te Essen aan het College van het Eucharistisch hart. Hij zou daar later nog naar terugkeren.

  

Beperkte activiteit hier en in Kongo

René had geen al te sterke gezondheid. Misschien was dat de reden dat hij niet zo onmiddellijk voor de missies benoemd werd maar eerst enige tijd doorbracht in Essen, Jette, Roeselare en Gent? Het zal hem als vurige jonge priester wel hard gevallen zijn. Wat een opluchting toen hij dan toch op 15 augustus (!) 1936 benoemd werd voor de vice-provincie Kongo. Op 14 oktober meert hij aan te Matadi. Samen met zijn reisgenoot p. Léon Dereau doet hij daar eerst zijn 2de noviciaat onder leiding van p. Koenraad Schepens tot februari 1937. Dan wordt hij naar Kimpese gezonden om op het juvenaat voor aspirant-broeders van de congregatie les te gaan geven. In maart 1939 wordt hij benoemd voor Kasi; kort daarop wordt hij evenwel ziek en blijkt dat het apostolaat in Kongo te zwaar valt voor zijn gezondheid. Uitgeput bereikt hij het thuisland op 18 juli 1939. Waarschijnlijk erg ontgoocheld over de mislukte start van zijn apostolaat. De liefde voor de missies zal hem echter niet verlaten.  


Predicatie…  

… met mondjesmaat Na enige maanden is zijn gezondheid wat hersteld, maar dan dreigt de 2de wereldoorlog los te breken. Zo verblijft hij dan van 1940 tot  1945 in ons huis van Roeselare, enkel onderbroken door een vorming in de predicatie te Gent (nog een stuk 2de noviciaat) van januari tot mei 1941. Tijdens deze oorlogsjaren preekt hij enige retraites en recollecties, maar zelfs voor dat werk blijkt zijn gezondheid niet robuust genoeg.   


Dan maar “Dokwerker” in dienst van de missies Er komt echter een andere levensvulling in de plaats, meer in de lijn van zijn missiedroom. In juni 1945 wordt hij benoemd te Antwerpen om de missieprokuur opnieuw op te starten (Broeder Gabriël Menten die vóór de oorlog de verzendingen deed naar onze missies van Kongo en de West-Indies was op 16 maart 1944 overleden). Nu de grenzen na de oorlog opnieuw geopend waren, neemt pater Caremans dat werk weer op en hij gaat dit gedurende 21 jaar volhouden. Duizenden (jawel!) kisten, koffers, postzendingen brengt hij naar de dokken om verscheept te worden, voornamelijk naar Kongo. Hij noemde zichzelf de bassin-werker, de ‘dokwerker van de missionarissen’ omdat hij zo vaak naar de Antwerpse dokken moest voor zijn dienst van het missiewerk.   


Missietentoonstellingen

Maar stilaan, langsheen een zijdeur van zijn opdracht, ontluikt er een andere roeping in hem. Om geld in te zamelen voor zijn missieprokuur,  het missiewerk van onze paters en broeders bekend te maken en tegelijkertijd mensen uit te nodigen om het mee te ondersteunen organiseerde hij tentoonstellingen in verschillende provinciesteden. Bij die exposities kwamen ook zijn artistieke talenten tot uiting en tot ontwikkeling. Voor de tentoonstelling ter gelegenheid van het Heilig Jaar te Rome maakt hij een hele miniatuurweergave van de missie van Kimpese. Maar dan gebeurt er plots dit dat hij in de casino van Gent naast zijn stand met het interieur van een Oekraïense woning ook een iconostase oprichtte (waar hij zelf 25 iconen voor schilderde): een soort wand, gedecoreerd met iconen, die normaal haar plaats heeft vóór het altaar in omzeggens alle Orthodoxe en geüniëerde kerken. Zijn interesse voor de missies had hem niet alleen in contact gebracht met onze missionarissen in Kongo, de Antillen, Haïti, maar ook met onze Vlaamse paters die decennialang in Oekraïne (en Canada) gewerkt hadden bij christenen van de (met Rome verbonden) Melkitische kerk, tot ze door de Communisten werden buitengezet. Hij heeft zich verdiept in de Oosterse kunstvorm van de iconen, heeft zich laten vormen in het icoon-schilderen (in Basel, Zwitserland) en dit gaat nu de rest van zijn leven bepalen, ook van zijn geestelijke groei. Een nieuwe periode in zijn leven kondigt zich aan.

  

Iconograaf !

Het woord ‘iconograaf’ betekent eigenlijk: beeldschrijver. Een icoon, een afbeelding van Christus of een of andere heilige, is immers een met het penseel in vormen en kleuren geschreven geloofsbelijdenis of geschreven gebed. In 1966 wordt p. René ontlast van zijn werk in de missieprocuur. Hij is blij benoemd te worden in Essen waar hij zich in alle stilte en rust volledig kan toeleggen op het schilderen van iconen. Reeds vroeg in de morgen was hij bezig in zijn atelier, en met aandacht en een vaste hand toverde hij die beelden van een geestelijke wereld uit zijn penselen met behulp van de met eigeel aangelengde kleurpigmenten, voorbeelden van oude Oosterse meesters. Hij heeft ook meerdere tentoonstellingen georganiseerd voor zijn iconen. Vele malen (64 tot 66) heeft hij de icoon van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand geschilderd. In een vergeten zijgang van ons klooster van Gent, hangt nog een mooie, reuzengrote kopie van deze icoon, evenwel gruwelijk geschonden door personen die iconen niet meer naar hun geestelijke en menselijke waarde wisten te schatten.   (Zie over het  Ontstaan van de iconen: KLIK HIER)


Calvarie op weg naar huis

Het werd 1979 toen p. Caremans voelde dat zijn handen het penseel niet meer konden vasthouden of ze trefzeker aanwenden. Een pijnlijke artritis die enkel te dragen was dankzij een hele reeks pijnstillers had alle gewrichten aangetast. Zijn stijve en beverige vingers konden niet meer uitvoeren was zijn geest zou willen. Dit werd zijn groot offer… Nu duurden de dagen ontzettend lang. Het gebed van het iconen schrijven moest nu tot een ander gebed omgesmeed worden. Op zijn kamer, in de kapel praatte hij met God. Wat er in hem leefde moest hij nu bijna woordeloos uitzeggen naar zijn aanbeden Heiland en vereerde heiligen. Als hij alleen was deed hij het ook wel halfluid. Drie onafgewerkte iconen bleven verlaten in zijn atelier. Zijn predicatie waren evenwel de vele iconen, met eindeloos geduld en toeleg in kleuren geschreven, volgens oude regels. Zoals hij zelf samenvatte (je kan het elders in dit nummer lezen): ikoon: “Evangelie voor ongeletterden”, “Predikatie in lijn en kleur”, “Venster op de eeuwigheid”. Hij overleed in de kliniek van Kapellen op 21 april 1982 op 75-jarige leeftijd. In zijn adressenboekje op zijn kamer had hij genoteerd: “Als ik naar Huis zal vertrokken zijn, zullen ze willen weten waar ik ben. Ik verwacht alle dagen de dood. Maran atha! Welkom, Heer! Voor alles: fiat”.


  TERUG NAAR INHOUDSOVERZICHT