GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD

GELOOF en LEVEN

  NAAR INHOUDSOVERZICHT     

 

MOPPEN


SPOT EN HUMOR: EEN GROOT VERSCHIL


Fiets

Mijn neef Matthieu werkt in een fietsenwinkel en verkoopt fietsen. Er zijn klanten die proberen af te pingelen op de prijs:

“Kan er daar nu echt niets vanaf?” probeert de potentiele koper.

“Ja” zegt mijn neef “ de fietsbel!”! (Caroline 2017)


Ongewenste wierook

Een zwerver wil een gebedsdienst bezoeken, maar wordt door de koster tegengehouden. De man maakt er nogal een punt van, hij wil per se naar binnen. De voorganger wordt erbij gehaald, en die zegt "Komt u maar terug als u gedouched hebt en schone kleren aan hebt."

"U bent goed, zeg, ik weet niet waar ik dat kan doen en heb geen andere kleren," antwoordt de zwerver, "maar ik wil graag de dienst bijwonen."

"Het spijt ons," zegt de voorganger "u zou te veel overlast veroorzaken," en hij trekt de deur voor zijn neus dicht.

De zwerver blijft op de stoep zitten en er komt een man bij hem staan. Het is Jezus en hij zegt: "Ach, maak er maar geen punt van. Ik probeer hier ook al jaren binnen te komen."


Mission impossible

De voorzitter van de parochieraad was zo ontzettend dik dat de pastoor hem aanraadde wat meer aan sport te doen, zo’n sport waar je niet teveel bij moet rennen. Zo’n rustige sport zoals golf: je slaat een balletje weg en gaat of rijdt dan rustig naar de plaats waar het is neergekomen en dan geef je nog eens een tik dat het in de hole terecht komt… Okay, zegt de voorzitter, dat zal wel te doen zijn.

Maar de volgende vergadering komt hij terug op het golfspel.

- Ik heb het moeten opgeven, pastoor. Mijn buik verhindert me om het balletje te zien liggen en als ik het wat verder leg, waar ik het wel kan zien, dan kan ik er met mijn stick niet meer aan.


Beter zeker weten

Godsdienstleraar op het atheneum:

- Wat is’t, Larry, sedert wanneer zijt gij geïnteresseerd aan de godsdienst, ik dacht dat gij niet in God geloofde?

- Dat klopt, meneer, ik geloof niet in God, maar daarmee weet ik nog niet of ik wel gelijk heb.


Een knal van een geboorte

Er was een prinsje geboren en in een park in de omtrek waren de ceremoniële kanonnen opgesteld die een aantal vreugdeschoten losten. Dat gaf in heel de buurt nogal donderende weergalm. Klein Annemieke schrok er zowaar van.

- Mama, wat is dat, is er een huis ontploft?

- Maar nee, schattebout, er zal een klein prinsje geboren zijn.

- Geeft dat altijd zo’n knal!


De Groene en de moderne Boer

Een Groene uit de stad, kwam in een klein dorpje, en kijkt met bewondering naar de prachtige natuur, de smalle straatjes en de boerenhoven.  Hij ziet een landbouwer aan het werk en met groot genoegen begint hij een gesprek met de ‘eenvoudige landman’.

- ’t Ziet er mooi weer uit, vandaag.

- Ja, maar er is sneeuw op komst, antwoordt de boer.

- Maar dat is buitengewoon zeg, hoe weet je dat? Zie je dat aan het gedrag van de vogels, of aan de lucht?

- Maar nee, manneke, dat stond deze morgen in de krant.


Nou zeg!

Een onderwijzer had nieuwe inspiratie voor zijn les biologie.

- Ik was zinnens om jullie vandaag iets te vertellen over de hersenen, maar we gaan dat uitstellen tot volgende week; ik heb vandaag iets anders in mijn hoofd.


Ik wil de grootste zijn

De apostelen waren weer aan het redetwisten wie van hen de voornaamste was. Petrus vond, dat hij als Ceo van een vissersbedrijf daar wel aanspraak op kon maken. Mattheüs (Levi), gewezen hoofdambtenaar bij het tolwezen en een rijk man, vond dat hij, met zijn bezit en zijn kennis van het beurswezen en zijn invloed op de politici meer in huis had dan de welriekende Petrus. Dan was er nog de boekhouder Judas, en Simon, een gewezen lid van de Romeinen bestrijdende zelotenpartij…

Thomas toonde zich niet gehaast om te kiezen:

-Laat ons gewoon wachten op het einde van de Eurocrisis,we zullen dan zien of de Ceo’s van de grote bedrijven, de bankensector, Das Militär of de media het gaan halen of eventueel de gewone kleine man…


Een jonge humorist

Een jongetje stond voor de open deur van de slagerswinkel te fluiten alsof hij iemands aandacht wou trekken. Na een half uur was de slager dit meer dan beu.

- Zeg jongen, wil je stilaan eens ophouden met dat lawaai.

- Ja maar, ik ben mijn hond kwijt, zei de jongen verschrikt.

- Denk je soms dat ik dat beest heb? vroeg de slager.

- Ik weet niet, antwoordde de jongen wat voorzichtig, maar iedere keer dat ik fluit, bewegen de worsten die daar hangen.


(vrij naar muurkalender)


G+L 2012 nr 4:

In de wolken

Zoonlief had goede resultaten behaald aan de Hogeschool. Samen met Pa had hij om te bekomen een stevige Ardennentocht achter de rug. Ze hadden met moeite nog hun tentje kunnen opslaan maar ze hadden geen enkele moeite om in slaap te geraken. Vader werd wakker. Draaide eens met z’n ogen en stootte dan zijn zoon aan.

- Gilles, zie jij wat ik zie?

- Miljoenen sterren, pa.

- Zegt u dat niks?

- Pa, niet te geleerd doen hé. Er bevinden zich daar miljoenen galaxy’s en planeten, maar daar gaan we nu onze slaap niet voor laten, nietwaar?

- Wel, jongen, mijn eerste gedacht was misschien wat minder wetenschappelijk maar is toch een objectieve vaststelling: iemand is deze nacht met onze tent gaan lopen. Een technisch hoogstandje. Mijn gedacht!


Die dieven!

Een jongetje dat nogal bij de pinken was had 100 euro nodig voor een of ander speelgoed. Hij bad tot God; maar blijkbaar was die nogal hardhorig en er kwam geen manna uit de hemel gevallen.

De jongen gaf het niet op en schreef dan maar een brief met adres: “Aan God in de hemel”. Daar hadden ze bij de Post nogal plezier mee en als grap stuurden ze de brief door naar het Ministerie van Financiën. Daar konden ze wel lachen met die grap en ze lieten aan de jongen een omslag bezorgen met 50 euro. Het jongetje zond een beleefde brief aan God:

- “Lieve God, dank u voor het geld dat u me gezonden heeft. Ik zie echter dat de brief uit Brussel komt van het Ministerie van Financiën en daar hebben ze er de helft uit gehaald. ’t Is maar dat u het weet wat een soort mensen daar zit. Aangenaam. Jefke”


Dierenliefde

Iemand komt langs een rondreizend circus en ziet twee vrij jonge helpers beteuterd staan kijken bij de woonwagens.

- Is er iets gebeurd jongens dat jullie zo bedrukt zijn?

- Ja meneer, antwoordt een van de jongens al snikkend, de olifant is gestorven.

- Zie, dat vind ik zo mooi aan circusmensen, dat ze zo van hun dieren houden.

- Ja maar, meneer, dat is het niet, maar de baas heeft gezegd dat wij een kuil moeten graven om die olifant erin te begraven. (wandkalender)


Die katholieken

Een wat mistige dag en meneer de Deken ging samen de pastoor van de Goede Herder vissen; ze hadden ook een atheïstische kennis mee. Ze duwen de boot van wal maar even later zegt de deken: “Het spijt me, vrienden, maar ik ben de roeispanen vergeten. Wacht hier even, ik ben zo terug.” Hij stapt uit de boot en gaat over het water naar de oever de roeispanen halen. Even later klimt hij weer in de boot en begint rustig te roeien. Ze maken de vislijnen gereed. Maar dan maakt de pastoor van de Goede Herder plots de bemerking: “Heren, het spijt me, maar ik ben het aas vergeten. Wacht hier even, het zal maar een minuutje duren.” Hij stapt uit en loopt ook over het water naar de oever; komt even later terug en klimt weer in de boot. Nu is het toch teveel voor de atheïst. Bij zichzelf maakt hij de bemerking: “Wat die katholieken kunnen, dat moet ik toch ook kunnen.” Zonder iets te zeggen stapt hij uit de boot en gaat zonder pardon kopje onder. Ze moeten hem uit het water opvissen. “Sorry, zegt de deken, dat we je niet gezegd hebben waar dit rotsen lagen. (Uit: Clean jokes)