GELOOF en LEVEN



 HOME

 INHOUD

1ste ZONDAG VAN DE ADVENT


EERSTE LEZING Jer., 33, 14- 16 Er komt een tijd dat Ik de belofte vervul; Ik schenk aan David een wettige erfgenaam / TUSSENZANG  Ps. 25 (24) 4 bc-5 ab, 8-9, 10 en 14 Refr: Tot U in den hoge richt ik mijn geest, tot U, Heer mijn God / TWEEDE LEZING  1 Tess.,3, 12-4,2 Dat gij onberispelijk zijt en heilig bij de Komst van onze Heer Jezus Christus / ALLELUJA Alleluia. Laat ons uw barmhartigheid zien, geef ons uw heil, o Heer. Alleluja / EVANGELIE Lc., 21, 25-28. 34-36 Weest daarom altijd waakzaam en bidt…


Ieder jaar opnieuw nodigt de Kerk ons uit om als christenen te leven in hoop: hoop op de Komst van Jezus, hoop op een einde van alle oorlogen en onlusten, hoop op vrede ook in het gezin en tussen families, hoop op een einde aan alle smart en lijden, hoop op gerechtigheid, hoop op leven óver de dood heen, hoop op volheid van leven…

Een christen is een mens van hoop, omwille van Christus’ Opstanding uit de dood. Zo zien we vandaag uit naar en bereiden wij ons voor op Jezus geboorte, maar ook op Jezus’ Komst in heerlijkheid. Want dat zal ook de vervulling van ons leven zijn, de voltooiing naar het beeld van Jezus de verrezen Heer. Daarom moeten wij Hem nu reeds erkennen en dienen in de mensen die Hij aan onze zorg heeft toevertrouwd of die Hij onder onze aandacht brengt. Onszelf al eens vergeten om er te zijn voor een ander, dat is een van de levenslessen van Jezus die Zichzelf gegeven heeft voor onze redding en deze van de hele wereld. Hij zal ons dan meetrekken in de heerlijkheid die zijn deel is. Mensen van hoop zijn, doet ons uitzien naar al wat God heeft weggelegd voor wie Hem liefhebben en die Jezus’ voorbeeld volgen. Weest altijd waakzaam en bidt zodat je stand kunt houden in alle omstandigheden van het leven ondanks alles wat er in de wereld gebeurt. Wees mensen van hoop (Ben Van Vossel 2024)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

2de ZONDAG VAN DE ADVENT

 

EERSTE LEZING  Bar., 5, 1-9 Leg uw kleed van rouw en ellende af; Glorie door vroomheid / TUSSENZANG  Ps. 126 (125) 1-2 ab, 2 cd-3, 4-5, 6 Refr: Geweldig was het wat de Heer ons deed daarom zijn wij zo blij / TWEEDE LEZING  Fil., 1, 3-6. 8-11 Kunnen onderscheiden waar het op aankomt / ALLELUJA Lc., 3, 4 en 6 Alleluia. Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht, en heel de mensheid zal Gods redding zien. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 3, 1-6 Bereidt de weg van de Heer


Uit het Oude Testament klinkt een profetische stem: leg uw kleed van rouw en ellende af en bekleed u met Gods schoonheid. De vrede en glorie is echter het gevolg van vroomheid en het volbrengen van Gods wil. Die wil van God is echter niet een wil of een gebod dat als een gewicht op ons wordt gelegd; het is een wet en een weg die we graag involgen omdat we Gods liefde hebben leren kennen. God is een liefhebbende God en we willen graag wat inspanningen doen als zijn geliefde zonen en dochters. Tenslotte zijn we er ons van bewust wat God voor ons gedaan heeft, vooral door het zenden van zijn Zoon die heel onze goddeloosheid en opstandigheid op zich heeft genomen van de zijn geboorte tot zijn dood aan het kruis. Daarom roept Johannes de Doper ons vandaag op om de weg van de Heer te bereiden, zijn paden recht te maken dan zal heel de mensheid Gods redding zien. Johannes roept dat uit in de woestijn, tijdens de regering van keizer Tiberius, onder de Romeinse landvoogd Pontius Pilatus enz… Vandaag zijn er andere wereldleiders, andere machten waar we de invloed van ondergaan… Maar wij worden door Johannes opgeroepen om hier en nu, op de plaats waar we wonen en werken, Gods verlangen te doen vanuit onze liefde en ons vertrouwen in die liefdevolle Vader. Zo gaan we op weg naar de kribbe, naar dat kwetsbare Kind, dat voor ons alle geluk heeft mogelijk gemaakt, Jezus, die we ook in deze heilige viering mogen ontmoeten. Hij wil ons voeden en opvoeden opdat we zijn wegen kunnen gaan. “Geweldig is het wat de Heer voor ons doet, daarom zijn wij zo blij.” (Ben Van Vossel 2024)


Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025


3de ZONDAG VAN DE ADVENT

 

EERSTE LEZING  Sef., 3, 14- 18a U God is bij u als een reddende held / TUSSENZANG  Jes. 12, 2-3, 4 bcd, 5-6 Refr: Verheugt u en juicht, gij die Sion bewoont, want Israëls Heilige woont in uw midden / TWEEDE LEZING   Fil., 4, 4- 7 Verheugt u, de Heer is nabij / ALLELUIA Jes., 61, 1 (cf. Lc., 4, 18) Alleluia. De geest des Heren is over Mij gekomen; Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 3, 10-18  Prediking van Johannes de Doper


Verheugt u, schrijft Sint Paulus, nogmaals : verheugt u, de Heer is nabij. De Heer is nabij, want Kerstmis kom naderbij, de komst van de Heer Jezus in ons midden. Maar de Heer is ons altijd nabij. Daar moeten wij ons meer bewust van zijn. Ook in ons dagelijks leven, ook in de problemen die zich stellen in ons persoonlijk leven of ons gezinsleven of in de maatschappij. De Heer laat ons niet in de steek, Hij is er, Hij is ons nabij. Zoals een mantel om mij heen, zoals een moeder om haar kind, zo nabij is ons de Heer. Wij hebben geen telefoon of gsm of smartphone nodig om Hem te bereiken, wij kunnen tot Hem spreken van hart tot hart, direct, zonder tussenschakel. Daarom heeft de kerk voor vandaag allerlei vreugdevolle teksten genomen uit het Oud en Nieuw Testament. Het klinkt telkens weer: God houdt van u, Hij komt je redden, Hij is nabij, Hij woont in uw midden…

Het evangelie heeft een andere klank. We zien er Johannes de Doper, een sterke figuur in het ruwe landschap van de woestijn van Juda. Hij wordt gezien als een profeet naar wie ze van ver komen luisteren, ze voelen dat Hij hen toespreekt vanwege God. Hij zegt iets tot ons, opdat we ons niet afkeren van mensen die het slechter hebben dan wij; hij spreekt tot de hebberige belastinginners, hij spreekt tot de soldaten. En telkens komt er dat sociale aspect bij kijken: heb aandacht voor de ander, vooral voor de armen, wees correct in je omgang met elkaar…  Het is de voorwaarde om echt te mogen delen in de vreugdevolle nabijheid van God, in de blijdschap van het kerstgebeuren, waar wij onze redding mogen vieren. God met ons. (Ben Van Vossel 2024)


aar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

4de ZONDAG VAN DE ADVENT

22-12-2024

 

EERSTE LEZING  Micha, 5, 1-4a Gij, Betlehem … / TUSSENZANG  Ps.80 (79) 2acen3b, 15-16, 18-19 Refr: God van de heerscharen, richt ons weer op; lach ons weer toe en wij zullen gered zijn / TWEEDE LEZING  Uit de brief aan de Hebreeën  Hebr., 10, 5-10 Ik ben gekomen, Heer, om uw wil te doen / ALLELUJA Alleluia. Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 1, 39-45 Bezoeking


In de lezingen van vandaag is sprake van Betlehem, van een kind dat daar geboren wordt en dat macht zal krijgen die reikt tot de uiteinden van de aarde. Hij zal een man van vrede zijn. Zo klinkt het in het Oud Testament bij de profeet Micha. In de Brief aan de Hebreeën wordt ons duidelijk gemaakt wat de gezindheid van Jezus was bij zijn komst in de wereld: Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen. Jezus kwam door zijn levensoffer goedmaken wat het offer van de duizenden brandoffer van het Oud Testament niet konden verwezenlijken: de relatie van de mens met God herstellen. Het evangelie verhaalt ons de ontmoeting van twee vrouwen die een kind verwachten, Elisabet en Maria. Zodra Elisabet het Sjalom, de vredegroet van Maria hoort, springt het kind van vreugde op in haar schoot. Het kind voelt aan dat Hij nabij is, die Elisabet noemt ‘mijn Heer’. ‘Wat overkomt mij toch dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt!’

Deze lezingen laten ons aanvoelen dat iets groots nabij komt: de beloofde Redder is nabij. Wij ontmoeten Hem reeds hier in deze Eucharistische dienst, met heel zijn weldoende invloed, met een woord van aanvaarding vanwege de Vader voor ieder die met eenvoud en geloof tot Jezus komt. Wij mogen ook zoals Johannes opspringen van vreugde, vreugdevol zijn omdat wij onze Heer hier en nu mogen ontmoeten, omdat we zijn komst op aarde mogen vieren over enkele dagen en omdat wij met vertrouwen mogen uitzien naar zijn komst in heerlijkheid op het einde van de tijd. (Ben Van Vossel 2024)


aar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025


Jaar C Zondag na 6 januari DOOP VAN DE HEER

 

EERSTE LEZING Jes., 42, 1-4. 6-7 Dit is mijn uitverkorene in wie Ik behagen schep / TUSSENZANG  Ps. 29 (28), 1a en 2, 3ac-4, 3b en 9b- 10  Refr: God zegent zijn volk met vrede / TWEEDE LEZING  Hand., 10, 34-38  Hij ging weldoende rond en genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem / ALLELUJA  Cf. Mc., 9, 6  Alleluia. De hemelen gingen open en de stem van de Vader zei: Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 3, 15-16. 21-22 Doop van Jezus


Wij vieren vandaag het Feest van de Doop van Jezus in de Jordaan. Wij horen de proclamatie door God dat Jezus “zijn welbeminde Zoon is in wie Hij zijn behagen heeft gesteld.” Wij horen ook wat de profeet Jesaja in het Oud  Testament reeds verkondigde, hoe God zegt: “Dit is mijn dienaar die Ik ondersteun, mijn uitverkorene in wie Ik behagen schep. Ik maak Hem voor de mensen tot het teken van mijn verbond en tot een licht voor de volken.” We horen ook het getuigenis van Petrus dat God Jezus  “gezalfd heeft met de heilige Geest en met kracht, Hij ging weldoende rond en genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem.”

In feite is dit Feest van Jezus doop opnieuw een lichtfeest. Met Jezus verschijnt er licht in de duisternis van de wereld, de duisternis in de harten, de duisternis in ons hart.  God nodigt ons uit om naar Jezus te komen, ons door Hem laten onderrichten. Dat is trouwens zijn zending. We hoorden deze week nog hoe Jezus zijn zending begon (Mc.6). Hij ziet een talrijke menigte en Hij kreeg medelijden omdat ze als schapen zonder herder waren en … Hij begon ze uitvoerig te onderrichten. Zo wil Jezus ook ons onderrichten door de Kerk, door de Schrift, door het getuigenis van medechristenen en in de stilte van ons hart. Laten wij vandaag naar Jezus komen, de medelijdende Herder, de Zoon in wie de Vader zijn welbehagen heeft gesteld en laten wij ons door Hem onderrichten opdat zijn licht ook ons en ons leven van binnenuit mag verlichten. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

3de ZONDAG DOOR HET JAAR C (26-01-2025)


EERSTE LEZING   Neh., 8, 2-4a. 5-6. 8-10 voorlezing van het wetboek / TUSSENZANG  Ps., 19 (18) 8, 9, 10, 15  Refr: Uw woorden, Heer, zijn geest en leven / TWEEDE LEZING  1 Kor, 12, 12-30 of 12-14. 27 Allerlei gaven tot welzijn van allen / ALLELUJA   Lc., 4, 18-19  De Heer heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken Alleluja / EVANGELIE   Lc., 1, 1-4; 4, 14-21 Dit Schriftwoord is thans in vervulling gegaan.


In de synagoge van Nazaret leest Jezus een stukje voor uit de boekrol met de profetieën van Jesaja. “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.” En dan komt de preek van Jezus, een zeer korte preek over de vervulling van de profetie van Jesaja. Jezus zegt: “het Schriftwoord dat ge zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan.”

Broeders en zusters, dat Schriftwoord is thans in vervulling gegaan. Vandaag. Hier in ons midden. Want vandaag brengt Jezus goed Nieuws aan de armen, dat betekent voor alwie zich openstelt voor Gods actieve liefde. En vandaag wil Jezus ons ook vrijmaken van wat ons gevangen houdt, wat ons klein houdt, wat ons belet om voluit een mens te worden naar Gods verlangen, naar het voorbeeld van Jezus: we kunnen nog vastzitten in ons egoïsme, vastzitten in wrok, jaloezie, ontrouw, we kunnen verdrukt worden door anderen maar ook verdrukt door allerlei verslavingen waardoor we niet kunnen groeien als mens naar de vrijheid zoals God die voor ons bedoeld heeft. Jezus zegt: Het Schriftwoord dat ge zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan. Ook wanneer we nog blind zijn voor Gods werken in ons midden, in ons gezin of in ons persoonlijk leven, wanneer wij nog te weinig hoop hebben, nog te weinig geloven, te weinig hopen op leven óver de dood heen… Jezus wil ons verlichten, onze ogen openen voor zijn levende aanwezigheid in ons leven. Het gaat nu in vervulling, zegt Jezus. Het gaat nu in vervulling door het gelovig luisteren naar het evangelie, het gaat in vervulling in de communie wanneer we de Heer ontmoeten. Het gaat ook in vervulling wanneer we in de ontmoeting met medechristenen gesteund worden in ons geloof. Het is nu het moment van Gods genade. Het Schriftwoord dat ge zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan. (Ben Van Vossel 2025)


Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

OPDRACHT VAN DE HEER IN DE TEMPEL  2 FEBRUARI

Maria Lichtmis

  

EERSTE LEZING  Mal., 3, 1-4 De Heer treedt zijn heiligdom binnen / TUSSENZANG Ps. 24 (23), 7, 8, 9, 10 REFREIN: Wie is deze Koning der glorie? De Heer is de Koning der glorie! / TWEEDE LEZING Hebr., 2, 14-18 om als een medelijdend en getrouw hogepriester hun belangen bij God te behartigen / ALLELUIA Lc. 2, 32  Alleluia. Een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk Israël. Alleluja / EVANGELIE Lc., 2, 22-40 of 22-32 Opdracht van Jezus in de tempel


Vandaag vieren we weer een Lichtfeest. Een feest voor Jezus, het Licht van de wereld. Wij vieren dit feest van het licht, omdat we in dat kleine kind dat aan God wordt opgedragen, Gods Zoon zien die de tempel binnentreedt. Als christenen geloven wij dat Jezus in alles aan de mensen, zijn broeders en zusters,  gelijk is geworden, “om als een medelijdend en getrouw hogepriester hun belangen bij God te behartigen en de zonden van het volk uit te boeten.”

Jezus wordt in de tempel aan God opgedragen, zoals Hij zich later op het kruis aan de Vader toevertrouwt: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.” Het is waarvoor Hij gekomen was: de wil te doen van de Vader, in naam van de hele mensheid, om zo de mensheid en ieder van ons weer in goede verstandhouding te brengen met God. De verloren zonen en dochters weer terug te brengen naar de Vader.

We zien dit lichtfeest dus ook als het doorbreken van de nieuwe tijd, zoals de oude Simeon het Kind dat hij in zijn armen hield erkende als de lang beloofde Messias. “Laat nu, Heer, uw dienaar gaan in vrede, naar uw woord, want mijn ogen hebben het heil aanschouwd dat Gij bereid hebt voor alle volken.” In een aria van de bekende Duitse componist Bach laat hij de oude Simeon zingen: “Ich habe genug”. Ik heb alles wat een mens zich maar wensen kan, ik draag het heil van de wereld in mijn handen.” Datzelfde lied kunnen wij vandaag ook zingen wanneer wij te communie zijn gegaan. Ik draag alle heil in mijn handen, meer kan ik mij niet wensen. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

5de ZONDAG DOOR HET JAAR (9-02-2025)


EERSTE LEZING  Jes., 6, 1-2a. 3-8 Visioen van Gods Heerijkheid + zending van Jesaja / TUSSENZANG  Ps., 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 4-5, 7c-8  Refr: Ik zing voor U en alle hemelmachten / TWEEDE LEZING  1 Kor., 15, 1-11 of 15, 3-8. 11 Het christelijk kerygma: Christus verworpen en verrezen / ALLELUJA  Joh. 8. 12  Alleluia. Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer. Wie mij volgt zal het licht des levens bezitten. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 5, 1-11 Wonderbare visvangst + zending van de apostelen.


In de liturgie van vandaag openbaart God zijn heerlijkheid en tegelijk geeft Hij een zending aan zwakke mensen. Het is ook ónze geschiedenis, want ook aan ons wil God zijn almachtige liefde tonen, en ook ons vertrouwt Hij een zending toe. In de geloofsbelijdenis van de 12 apostelen bidden wij: Ik geloof in God, de almachtige Vader. God is voor ieder van ons een Vader, wiens liefde oneindig is. Wij zijn allen zijn zonen en dochters. Het is Gods verlangen dat wij op Hem gelijken, dat we gaan doen zoals Hij, dat we in zijn voetstappen treden. Als wij oplettend zijn ervaren wij Gods liefde, die ons in het leven riep en die ons al die jaren van ons leven heeft gevolgd met zijn oneindige liefde. Maar dan zendt Hij ons ook.

De profeet Jesaja krijgt een visioen van Gods heerlijkheid. Hij voelt zich een zwak en zondig mens. Dan zuivert God hem en zendt hem. De apostelen krijgen het voorrecht van Jezus te ontvangen in hun boot, en vanop de eerste rij mogen zij het onderricht volgen. Vervolgens zijn ze getuigen van de wonderbare visvangst, Jezus’ heerlijkheid die doorbreekt. We horen Petrus dan zoals Jesaja zeggen: Heer, ga van mij weg, want ik ben een zondig mens. Een zwak en zondig mens zoals wij allen. Maar dan spreekt Jezus hem en de anderen toe: “Wees niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen.”

Kijk, wij allen hebben Jezus ook in de boot van ons leven onthaald, want door het doopsel zijn we zijn leerlingen geworden, zonen en dochters van de Vader die ons zoveel Goeds heeft laten meemaken en ervaren. Maar sedert ons doopsel en vormsel zijn wij ook gezonden; Gods woord herinnert er ons vandaag aan. In het spoor van God mogen wij ook dingen scheppen, door het werk van onze handen, de schepping respecteren, de wereld mooi en zinvol maken voor allen. Wij mogen goedheid en liefde doorgeven aan elkaar, getuigen van Gods liefde voor ieder mens. Zo worden wij ‘vissers van mensen’. Vragen wij Jezus bij de communie dat wij zoals Hij gestalte mogen geven aan de scheppende liefde van God. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025


6de ZONDAG DOOR HET JAAR C (2025)

 

EERSTE LEZING Jer., 17, 5-8 Gezegend die op de Heer vertrouwt / TUSSENZANG  Ps. 1, 1-2 3 4 en 6  Refr: Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt / TWEEDE LEZING  1 Kor., 15, 12. 16-20 Christus is opgewekt uit de doden als eersteling / ALLELUJA  Mt., 11,25 Alleluia. Geprezen zijt Gij, Vader van hemel en aarde, omdat gij de geheimen van het koninkrijk aan kinderen geopenbaard hebt. Alleluja / EVANGELIE Lc., 6, 17. 20-26 Zaligsprekingen


Je hoort soms mensen zeggen: Gij zijt gelukkig, want gij hebt tenminste een goede man (vrouw) getroffen / Gij zjjt gelukkig want gij hebt een goede job / Gij zijt gelukkig, gij hebt een schoon huis /  Gelukkig zijt gij want gij hebt goede kinderen, die van mij daarentegen, daar is geen huis mee te houden…

De profeet Jeremia in het Oud Testament zegt: “Gezegend is hij die op de Heer vertrouwt.” Hij is als een boom die aan de rivier staat en wortels heeft tot in het water… Altijd blijft hij vrucht dragen.

Ik vermoed dat die profeet toch ook wel liefst zou hebben dat hij een goede vrouw en wijze kinderen, en dat hij ook een dak boven zijn hoofd zou hebben, liefst een zonder veel gaten in het dak… Maar een profeet is iemand die iets te zeggen heeft ‘vanwege God’. “Gezegend is hij die op de Heer vertrouwt.” Het is een woord dat ook tot ons gericht is. “Gezegend die op de Heer zijn hoop stelt.”

Onze opvatting over geluk, is vaak beperkt tot deze aarde. Als christenen moeten wij wat verder kijken. Zo horen wij Sint Paulus zeggen aan zijn christenen van Korinte zeggen: “Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd zijn wij de bekla­genswaardigste van alle mensen.” Als ‘Pelgrims van hoop’ moeten naar Hem durven opkijken die aan de oorsprong ligt van alle leven, en naar Hem die uit de dood is opgestaan.

Anders zullen wij niet kunnen akkoord gaan met wat Jezus ons in het evangelie zegt: “Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods. Zalig die nu honger lijdt, want gij zult verzadigd worden. Zalig die nu weent, want gij zult lachen. Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten …” Bienheureux, klinkt het in het frans, Moebarak in het araabs, gezegend, gelukkig zijt gij die arm zijt…

Arm zijn betekent in de Bijbel, dat men zijn hoop stelt op God en niet zozeer op het bezit of het materiële geluk dat men heeft; Honger hebben bedoelt vooral dat men verlangend uitziet naar meer rechtvaardigheid en vrede / Wenen betekent dat men treurt dat er nog zoveel wreedheid en onrecht is in de wereld / Dat men vervolgd wordt omwille van het geloof… Ook dat kunnen wij moeilijk zien als reden tot vreugde. Toch zegt Jezus dat we ons dan gelukkig mogen prijzen. Op dat moment gelijken wij immers op Jezus die zelf ook vervolgd werd. Maar, zo zegde ons sint Paulus, wij moeten blijven opkijken naar Hem die is opgestaan uit de doden, want anders zijn wij de beklagenswaardigsten van alle mensen.

Zusters en broeders, laten wij er zo over denken en ernaar leven dat wij ons leven niet beperkt zien tot die paar jaar dat wij hier mogen rondlopen, maar leven als Pelgrims van Hoop, die tijdens hun verblijf en hun inzet op deze aarde, bewust zijn van onze roeping om te leven van vertrouwen op Hem die onze oorsprong én onze bestemming is. Dan zullen wij ook wat licht brengen in deze wereld door onze vriendelijkheid, onze dienstbaarheid, onze inzet voor het goede. “Gelukkig de mens die op de Heer zijn hoop stelt.” (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

8ste ZONDAG DOOR HET JAAR

 


EERSTE LEZING  Sir., 27, 4-7 Aan de vruchten kent men de boom / TUSSENZANG  Ps. 92 (91), 2-3, 13-14. 15-16  Refr: Hoe heerlijk is het, Heer, U te prijzen / TWEEDE LEZING  1 Kor., 15, 54-58 Wees standvastig en onwankelbaar / ALLELUJA  Joh., 14, 23  Alleluia. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen / EVANGELIE  Lc., 6, 39-45 De splinter en de balk

 

Het boek “De Wijsheid van Jezus Sirach” zegt dat je een mens leert kennen door de woorden die hij spreekt en de manier waarop men over iets of iemand spreekt. Het spreken verraadt je gezindheid, het spreken openbaart wat er in je hart leeft zoals je een boom herkent aan zijn vruchten.

In het evangelie gaat Jezus daar nog wat op door. Ook Hij legt er de nadruk op dat wij met onze woorden moeten opletten. Zo gemakkelijk staan we klaar met ons oordeel en onze veroordeling van medemensen. Wij achten onszelf vaak beter dan anderen terwijl gemakkelijk voorbijgaan aan onze eigen fouten of kwade gezindheid. Wij zien het verkeerde wat al te gemakkelijk bij de ander, maar merken niet hoe wijzelf onder de maat blijven. “Haal eerst maar de balk uit je eigen oog alvorens je de splinter in andermans oog wilt wegnemen,” zegt Jezus. Maar het gaat wel een stapje verder dan enkel onze woorden waar Jezus zegt: Een goed mens brengt het goede te voorschijn uit de schat van goedheid in zijn hart; maar een slecht mens brengt het slechte te voorschijn uit zijn schat van slechtheid; want waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over. Men veroordeelt iemand, of men bemoedigt iemand door onze woorden of door onze houding; in de wijze waarop we met anderen omgaan of met anderen of over anderen spreken openbaart zich wat er in ons hart leeft, hoe we over anderen denken.

Deze woorden uit het boek Jezus Sirach en de woorden van Jezus zijn tot ons gericht, zoals heel het eeuwige Woord van God ook tot ons is gericht. Wij worden dan ook vandaag uitgenodigd om de gezindheid van ons hart te beoordelen, ons hart te laten beoordelen door het lichtende woord van God. Zijn we al te zeer geneigd om anderen te beoordelen en te veroordelen, zien we vaak te gemakkelijk het verkeerde in onze medemensen, terwijl we zelf ook maar een kleine arme mens zijn op wie heel wat is aan te merken. Laten we het oordeel over onszelf en over anderen over aan God. Zoals een kleine zwarte vlek op een wit papier direct de aandacht krijgt,  zo zien we ook al te vlug het minder aantrekkelijke in onze medemensen, terwijl ze ook heel wat goeds hebben. Het negatieve valt ons gemakkelijker op en eigenlijk is dat een punt waarop wij ons mogen verbeteren. Zoals God in onszelf eerder het goede ziet dan het verkeerde, zo moeten wij ook anderen met mildheid benaderen: het goede bevestigen en bemoedigen in elkaar en ook in de opvoeding van de kinderen. Kortom, het Woord van God nodigt ons vandaag uit om ons hart te cultiveren, op te voeden tot een goede voedingsbodem waardoor we in woord en gedrag meer gaan gelijken op Jezus, het mens- geworden Woord van God, die we in deze heilige Feestmaaltijd mogen ontmoeten. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

1ste ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

Een tijd van herbronning


EERSTE LEZING  Deut., 26, 4-10 Eerstelingen als offer van erkenning en dankbaarheid / TUSSENZANG  Ps. 91 (90) 1-2, 10-11, 12-13, 14- 15   Refr: Sta mij bij Heer, in iedere nood / TWEEDE LEZING  Rom., 10, 8-13 Niemand die in Hem gelooft zal worden teleurgesteld / VERS VOOR HET EVANGELIE   Mt. 4, 4b  Niet van brood alleen leeft de mens maar van ieder woord dat uit de mond van God voortkomt / EVANGELIE  Lc., 4, 1 – 13 De Keuzes van Jezus.


Wij zijn de Veertigdagentijd begonnen.

Een tijd van herbronning. Een echte tijd van genade, om onze relatie tot God, en tot onze medemensen nader te bekijken en op orde te zetten.

Bij ons doopsel en bij de hernieuwing van onze doopbeloften hebben wij als basis van ons christelijk bestaan beloofd om God op de eerste plaats te stellen naar het voorbeeld van Jezus.

In feite komt het er op neer dat we de keuze en de belofte om Gods wil te doen tot het leidmotief van ons leven maken. Door ons doopsel en de vernieuwing ervan zijn we familie geworden van de Drieëne God, en willen wij leven zoals Jezus, de Zoon van de levende God.

Wij hebben ons geloof uitgesproken dat wij God als de koning van ons leven erkennen. In deze heilige Veertigdagentijd willen wij ons leven niet leiden door de keuze voor onszelf, onze eigen verlangens, onze eigen wil, ons eigen oordeel…. We willen luisteren en ingaan op wat God van ons verwacht omdat we weten dat ons leven zijn ideale voltooiing slechts vindt in de droom van God over ons leven.

In het evangelie van deze eerste zondag van de Vasten, zien we hoe Jezus Gods wil laat voorgaan op de natuurlijke menselijke verlangens. Wij zien hoe Hij alleen Gods heerschappij erkent en zich niet laat verleiden door de heerszucht en bezitsdrang. Het is de keuze van een vrij Kind van God.

Wij krijgen in deze heilige tijd van 40 dagen de genade om ook vrije mensen te worden, die leven met God en met Gods wil voor ogen. Zo leven wij naar Pasen toe, waar wij in de verrijzenis van Jezus, de verzekering krijgen dat een leven volgens Gods verlangen, in liefde voor God en onze medemensen, zijn enige en ware vervulling vindt : de overwinning op zonde en dood, de overwinning van de ware liefde, de overwinning van de gehoorzaamheid aan God die leidt naar de ware vrijheid van de kinderen van God. De veertigdagentijd: een tijd van herbronning om ons leven in de richting te zetten waar het kan openbloeien op leven en vrijheid. (Ben Van Vossel 2025)


Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025


2de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD Cyclus C

 

EERSTE LEZING Gen., 15, 5-12. 17-18 De belofte aan Abraham / TUSSENZANG  Ps. 27 (26) 1, 7-8a, 3b-9abc, 13-14 Refr: De Heer is mijn licht en mijn leidsman / TWEEDE LEZING  Fil.,3, 17-4, 1 of 3, 20-4, 1  Ons vaderland is in de hemel / VERS VOOR HET EVANGELIE Van uit een schitterende wolk werd de stem van de Vader gehoord: Dit is mijn welbeminde Zoon, luistert naar Hem / EVANGELIE  Lc., 9, 28b-36 De transfiguratie.


In de eerste lezing belooft God aan Abraham een eigen nageslacht en een eigen land. In de tweede lezing zegt Paulus aan zijn christenen dat zij als gelovigen er moeten aan denken dat ze een vaderland hebben in de hemel. Daarom moeten zij niet leven alsof de aardse dingen de enige werkelijkheid zijn. Eigenlijk is de vastentijd een gelegenheid om aan onszelf duidelijk te maken dat hier op aarde alles maar een relatieve, een betrekkelijk waarde heeft: het voedsel, het bezit, de goede dingen van het leven, de feesten... De vasten is de gunstige tijd om daar eens over na te denken en om ons dieper bewust te worden van de realiteit van wat we geloven. In die zin wil ook het evangelie ons een inkijk geven van wat ons en Jezus te wachten staat. Hij verschijnt in zijn heerlijkheid en 3 van zijn vrienden mogen er getuige van zijn. Maar daar staat nog een klein zinnetje in dit verhaal: Mozes en Elia spreken met Jezus over “zijn heengaan dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken.” Een geheimnisvol zinnetje dat Jezus’ doortocht betekent, zijn doortocht door lijden en dood naar de verrijzenis toe. Dit legt wel een domper op de verheerlijking op de berg Tabor. Anderzijds is deze gedaante-verandering en de latere verrijzenis voorafbeelding en realisatie van de heerlijkheid die Jezus zou meemaken. Dit evangelie is ook voor ons een uitnodiging om ons leven in het juiste perspectief te plaatsen. Een van onze vrienden zei eens tot zijn oude moeder: “Mama, het schoonste moet nog komen.” Af en toe laat God ook ons een glimp zien van het geluk dat ons te wachten staat, vreugde in ons hart, geluk in ons gezin… We zijn allen pelgrims van hoop. Maar ondertussen moeten we weten dat, zoals Jezus die nog doorheen het duister van lijden en dood moest gaan, dat de vreugden die wij hier beleven slechts kleine schilfers zijn van wat God voor ons in petto heeft. Paulus schrijft aan zijn christenen van Korinte: “Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben”. Laten wij vandaag ook een straaltje van de toekomstige heerlijkheid licht geven op onze tocht naar het vaderland, dat ons door de Heer is toegezegd. (Ben Van Vossel 2025)




Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025



3de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

 

EERSTE LEZING  Ex., 3, 1-8a. 13-15 Brandende doornstruik / TUSSENZANG  Ps. 103 (102) 1-2, 3-4, 6-7, 8 en 11 Refr: De Heer is barmhartig en welgezind / TWEEDE LEZING 1 Kor., 10, 1-6. 10-12 Het verleden al een waarschuwing voor ons / VERS VOOR HET EVANGELIE  Mt. 4, 17 Bekeert u, zegt de Heer, want het Rijk der hemelen is nabij / EVANGELIE  Lc., 13, 1-9 onvruchtbare vijgenboom


De brandende doornstruik in de woestijn wordt tot een openbaring van Gods altijddurende nabijheid en zorg voor zijn volk. Mozes krijgt daar de zending  om het volk voor te gaan naar de bevrijding. Hij vraagt wie die God is die Hem zendt, en hij krijgt als antwoord dat God een God is die de zijnen altijd nabij is om hen te redden. God is geen verre God. Maar het godsvolk was God vaak vergeten, offerde aan vreemde goden, verdrukte de armen…

De verdrukking in Egypte moest hen tot inkeer brengen, tot bekering. God bleef de barmhartige, nabije God. Ook in de vergelijking met de onvruchtbare vijgenboom wil Jezus ons ervan overtuigen dat God, ondanks onze herhaalde zonden, toch altijd gereed is om ons te vergeven en nieuwe kansen te geven. Het is een beeld dat ons in deze veertigdagentijd mag bijblijven. Toch moet die vergelijking ons ook duidelijk maken dat wij ons wel echt moeten bekeren, zodat we niet uiteindelijk omgehakt moeten worden als een onvruchtbare fruitboom die jaar na jaar na jaar geen vrucht draagt. Of dat we niet omkomen in de woestijn zoals het Godsvolk dat telkens in opstand kwam tegen God. Het moet voor ons een waarschuwing zijn, schrijft sint Paulus aan zijn christenen van Korinte want in de meesten van hen heeft God geen behagen gehad.

Laten wij ons dan uitnodigen nu de Heer ons spreekt over zijn barmhartigheid en welgezindheid jegens ons. Het is een tijd van genade werd ons aan het begin van de vastentijd gezegd. Leggen wij onze hoogmoed en zelfgenoegzaamheid af, onze wrok, ons oordeel over anderen, ons geroddel, ons al te zeer gehecht zijn aan ons bezit en gebrek aan aandacht voor de nood van anderen … Laten wij bidden om meer zachtmoedigheid en begrip voor elkaar, laten wij bereid zijn tot vergevingsgezindheid en bemoediging van elkaar. Bidden wij om meer geloof en diepe godsdienstigheid. Zo wordt Pasen ook voor ons een nieuw leven van oprecht geloof en liefde voor God en onze medemensen. (Ben Van Vossel 2025 )

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025


4de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

 

EERSTE LEZING Joz., 5, 9a. 10-12 Vandaag heb ik de smaad van u afgewend / TUSSENZANG Ps. 34 (33) 2-3, 4-5, 6-7   REFR: Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is / TWEEDE LEZING  2 Kor., 5, 17-21 In Christus’ naam: laat u verzoenen met God / VERS VOOR HET EVANGELIE  Lc., 15, 18  Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u / EVANGELIE  Lc., 15, 1-3. 11-32 De verloren zoon.



De parabel van de verloren zoon of de barmhartige Vader is overbekend, maar zoals we soms onvoldoende aandacht schenken aan welbekende dingen, zo bestaat ook voor die parabel de mogelijkheid dat we hem te weinig in ons eigen leven plaatsen. Nochtans verhaalt hij de kern van het evangelie, al wordt hij alleen in het evangelie van Lucas verhaald. De kern van het evangelie is immers dit: God houdt van u, onvoorwaardelijk. Hij houdt van u ook al ben je niet perfect, ook al ben je van Hem weggelopen en ben je je eigen weg gegaan. God houdt van u. Zozeer zelfs dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gezonden, niet om ons te oordelen, maar om ons te redden. En wie gelooft, zal leven in Hem. Dat staat letterlijk zo in het evangelie, en de parabel van de wegglopen en mislopen zoon is daar een illustratie bij. Er is dus geen reden om schrik te hebben wan God. Maar er is wel de uitnodiging bij om ons verstand te gebruiken. Immers, God is liefde en die liefdevolle God is zo bezorgd om ons geluk, dat Hij op zoek gaat naar zijn verloren kinderen, zoals de goede Herder op zoek gaan naar zijn verloren gelopen schaap. Het zou dus niet verstandig zijn om ons voor God te verbergen zoals Adam in de tuin van Eden. Laten wij Jezus verlossende komst, zijn woorden van leven en zijn lijden en sterven, niet lichtzinnig wegwuiven. Dat is de prijs geweest die God betaald heeft om ons vrij te kopen. Zover gaat Gods liefde voor ons. Laten wij in deze vastentijd dan deemoedig tot God komen en bekennen dat wij zwakke en zondige mensen zijn, zoals we dat bekennen bij het begin van elke Eucharistie. Dat vertrouwen op Gods barmhartige liefde is een lofprijzing en dankzegging voor alles wat Hij voor ons gedaan heeft in Jezus, onze Heer, onze goede Herder. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

5de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

 

EERSTE LEZING Jes., 43, 16-21 Een weg door de steppe / TUSSENZANG   Ps. 126 (125) 1-2ab, 2cd-3, 4-5, 6 Refr: Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn wij zo blij /  TWEEDE LEZING  Fil., 3. 8- 14 Gered door geloof Jezus / VERS VOOR HET EVANGELIE  Ez., 33, 11 Niet de dood van de zondaar wil Ik, zegt de Heer, maar zijn bekering en zijn leven / EVANGELIE  Jo., 8, 1-11 Vergeving Overspelige vrouw.


We zijn nog in de Veertigdagentijd, een tijd van bezinning, van boete, een tijd van bekering en ommekeer. Maar in deze liturgie mogen wij ook God aan het woord horen, en zijn woord is vergeving, verzoening, nieuw leven. In d eerste lezing horen wij hoe het leger van Farao overspoeld wordt en ten onder gaat en hoe de Heer voor zijn volk een nieuwe weg baant door  steppe. God is een God die nieuwe kansen biedt, die vergiffenis schenkt, die uitnodigt tot een nieuw leven. Het is alsof we reeds vooraf Pasen vieren, maar eigenlijk biedt deze 5de zondag van de veertigdagentijd de uitnodiging aan om ons voor te bereiden op heet Paasfeest, om het zuurdeeg van de zonde, van het egoïsme, het eigen gelijk te verlaten en ons hart te laten vernieuwen door Gods barmhartigheid en vergevingsgezindheid. Jezus is niet gekomen om ons te veroordelen; Hij wil dat wij gered worden. Laten wij tot Hem gaan en  voor Hem neerknielen. Hij zegt: “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.” Door ons geloof in Jezus worden wij gered. God is geen liefhebber van de zonde en de dood: “Niet de dood van de zondaar wil Ik, zegt de Heer, maar zijn bekering en zijn leven.” En dat toont Jezus dan ook duidelijk in het Evangelie. Ook vandaag zijn we deze viering weer begonnen met een schuldbelijdenis, omdat wij ons willen afkeren van de zonde en een van leven zonder veel geloof. God vergeeft ons en trekt een nieuwe weg voor ons, doorheen de steppe van deze wereld en de steppe van ons onbekeerd mensenhart. Zo wordt deze zondag in de vasten een reden tot vreugde en kunnen wij met de psalmist zeggen: “Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn wij zo blij”. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

PALMZONDAG



EERSTE LEZING Jes., 50, 4-7Ik weet dat ik niet te schande zal worden / TUSSENZANG  Ps. 22 (21), 8-9, 17-18a, 19-20, 23-24 Refr . Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij ? / TWEEDE LEZING  Fil., 2, 6-11  Gehoorzaam tot de dood aan het kruis / EVANGELIE   Lc., 22, 14-23, 56 Lijdensverhaal



Wij zijn onze eigen weg gegaan, we zijn gaan leven zonder te letten op wat God verlangde; we zijn gaan leven zonder God, buiten zijn verlangen. Het heeft ons leven en het leven op deze aarde veranderd. Maar, al hebben wij geleefd zonder God te erkennen, toch heeft Hij ons niet verlaten, ons niet in de steek gelaten, Hij heeft zijn Zoon gezonden om ons weer op te halen uit een leven zonder uitzicht, zonder hoop. “God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren.” (Rom.5,8) “Toen wij vijanden waren, zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder zullen wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven.” (Rom.5,10) We zullen deze week dankbaar gedenken dat Jezus zich ten einde toe voor ons heeft gegeven en zo ons met God heeft verzoend, en met Pasen vieren wij het nieuwe leven dat wij zijn binnengetreden, dankzij Jezus opstanding uit de dood.  Wij willen ons dan ook laten meetrekken in dat leven als nieuwgeboren kinderen van God, zoals op de dag van ons doopsel.

Laten wij dan deze heilige week intreden, dankbaar om wat Jezus voor ons heeft volbracht, en doen wij ons best om nu al te gelijken op de geliefde Zoon van de Vader, die in alles het verlangen van de Vader heeft gedaan en ons toerust om de nieuwe weg van het leven te gaan in de kracht van zijn overwinning op de dood. Elke kleine daad van oprechte liefde vergevingsgezindheid, verzoening maakt ons solidair met onze Redder, de geliefde Zoon van God, gekruisigd:  “Jezus die is overgeleverd om onze misslagen en opgewekt om onze rechtvaardiging.”  (Rom.4,25) (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

EERSTE PAASDAG


EERSTE LEZING   Hand.10,34a.37-43 God heeft Hem op de derde dag doen opstaan / TUSSENZANG  Psalm 118 REFREIN: Alleluia. Alleluia. Alleluia. of: Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt. Wij zullen hem vieren in blijdschap /  TWEEDE LEZING  Kol. 3, 1-4 Met Christus ten leven gewekt / ALLELUJA Alleluia. Ons Paaslam is geslacht: Christus zelf. Wij moeten ook ons feest vieren in de Heer. Alleluia / SEQUENTIE Victimæ paschali / EVANGELIE  Joh. 20,1-9 Dat Hij uit de doden moest opstaan.


Petrus verkondigt publiek een onvoorstelbaaar feit: ‘Jezus die jullie gekend hebt ging al weldoende rond. Ze hebben Hem aan het kruishout geslagen en vermoord. God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan… De profeten getuigen dat ieder die in Hem geloofd, door zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgt...’ Petrus komt daar inderdaad met een totaal onvoorstelbaar nieuws. Jezus, gestorven, verrezen en door Hem worden wij herschapen, nieuwgeboren mensen, schrijft Petrus in zijn Paasbrief (1Petr.1,23). Het is vreugdevol nieuws, maar er gaat iets aan vooraf en er moet iets uit volgen. Eraan vooraf was er de donkerte waar Jezus is doorgegaan.. Hij heeft onze zondigheid, de zonden van de hele wereld en van alle tijden op zich genomen. Die donkerte, de afwezigheid van God, de verlatenheid door God is Jezus, de geliefde Zoon doorgegaan. Door gehoorzaam te worden tot de dood heeft Hij onze verlorenheid teniet gedaan. God heeft zijn offer aanvaard, Hij heeft Hem doen opstaan en ons allen heeft Hij in Hem aanvaard als zijn geliefde kinderen.
Wat moet er nu volgen? Wij worden uitgenodigd om door het geloof bij Jezus aan te sluiten en zo te worden tot nieuwgeboren mensen. En verder te leven als mensen die door Jezus bevrijd zijn, bevrijd van alles wat op ons drukte, bevrijd van de vijandschap met God, bevrijd van onze hoogmoed, ons gebrek aan liefde, ons leven zonder God. Weest als pasgeboren kinderen, schrijft Petrus, begerig naar de geestelijke, onvervalste melk, die u groei zal schenken ter zaligheid. Weg dus met alle boosheid en bedrog, maakt een einde aan intriges, jaloezie en laster! Treedt toe tot Hem, de levende steen, door de mensen verworpen maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God. (1Petr.2,4). Laten wij, door onze doopbeloften te vernieuwen ons opnieuw enten op Jezus en ons leven door Hem laten leiden: “wij geloven in Hem die Jezus onze Heer van de doden heeft opgewekt: Jezus die is overgeleverd om onze misslagen en opgewekt om onze rechtvaardiging.” (Rom.4,24-25) De Heer is verrezen! Hij is waarlijk verrezen! (Ben Van Vossel 2025)


Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025


2de ZONDAG VAN PASEN (BELOKEN PASEN)


EERSTE LEZING Hand.,5, 12-16 Wondertekenen door de apostelen / TUSSENZANG  Ps. 118 (117), 2-4, 22-24, 25- 27a  Refr: Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, eindeloos is zijn erbarmen. of: Alle­luia / TWEEDE LEZING  Apok., 1, 9-11a. 12-13. 17-19 Ik was dood en zie ik leef in de eeuwen der eeuwen / ALLELUJA  Joh. 20. 29 Alleluia. Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, gelooft ge, zegt de Heer  Zalig die niet zien en toch geloofd hebben. Alleluja / EVANGELIE  Joh., 20, 19-31 Tomas.

Jezus is verrezen! Hoe moet het nu verder met ons. Dat moeten de leerlingen van Jezus zich afgevraagd hebben. Zij zaten samen in het cenakel, de deuren gesloten uit vrees voor de joden, want hun Meester was gevangen genomen en overgeleverd aan de Romeinen. Mensen die in de oorlog gezeten hebben of in de nasleep ervan, zullen zich de angst wel kunnen voorstellen van die kleine groep bange mensen. Wat gaat er nu met ons gebeuren? Hoe moeten we nu verder zonder Jezus. Het waren echt geen zelfbewuste christenen daar in dat cenakel. Een hoopje angstige mensen, angstige christenen. En dan staat Jezus daar plots bij hen en Hij wenst hun de vrede toe. Daar hadden ze nu echt nood aan. Juist zoals wij. Soms zijn we ook bange mensen, twijfelende gelovigen, vol vragen naar de toekomst van onszelf en ons gezin. Jezus is echter bij ons, in ons hart, in onze samenkomst hier, in de woorden van de heilige Schrift, in de Eucharistische tekenen van Brood en Wijn. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Ook ons mag de Paasvreugde  bezielen, ons hart en onze samenkomst hier vervullen. Hij is verrezen, maar Hij is bij ons, hier en nu en doorheen alle komende dagen.

Of gaan we zijn zoals Tomas? Twijfelend. Een zichtbaar teken eisend? Laat ons intreden in de tekenen die de Heer ons nu al geeft en laat ons voor Jezus neerknielen en belijden ‘Mijn Heer en mijn God.’ Jezus zal ook ons versterken en toerusten om te getuigen door ons de heilige Geest te zenden, nu reeds, we hoeven niet te wachten op de vijftigste dag. Laat ons op weg aan met de vreugde in ons hart, geen vreugde om wat materiële goederen maar met de vreugde die de verrezen Heer hier en nu in  ons hart legt. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

3de ZONDAG VAN PASEN

 

EERSTE LEZING  Hand., 5, 27b-32. 40b-41 Hem heeft God verheven als leidsman en verlosser / TUSSENZANG  Ps. 30 (29) 2 en 4, 5 en 6, 11 en 12a en 13b  Refr: U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd. Of: Alleluja / TWEEDE LEZING  Apok., 5, 11 – 14 Aan Hem die gezeten is op de troon en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen! / ALLELUJA  Lc., 24, 26  Alleluia. Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan? Alleluja/ EVANGELIE  Joh., 21, 1-19 of 21, 1-14 Tomas + Petrus.


Het evangelie toont ons twee apostelen na Jezus’ dood en verrijzenis: Tomas en Petrus. De eerste is een kritische twijfelaar, die past heel goed in het rijtje van kritische en twijfelende moderne mensen. De tweede, Petrus, een enthousiaste gelovige, maar die, als het erop aankomt, zijn staart intrekt en wegsteekt, ja ontkent, dat hij gelovig is. Kijken wij eens heel goed naar die twee Jezusvrienden en vragen wij ons af of wijzelf ook niet gelijken op een van hen, of zelfs op allebei. Wanneer wij bewust leven als christen, kunnen wij in onze heidense omgeving zelf ook gaan twijfelen aan ons geloof, aan het bestaan van God, aan de verrijzenis van Jezus, de gestorven en verrezen Heer; velen noemen zich ongelovig of anders gelovig en in de media krijg je regelmatig berichten waaruit een stevig stukje antichristelijk waardeoordeel naar voor komt. Het kan ons ook aan het twijfelen brengen. Er mogen dan nog over het miljard katholieke christenen zijn, in onze eigen omgeving heerst vooral een atheïstische of agnostische overtuiging. Met Pasen hebben wij opnieuw ons geloof beleden, maar we ervaren dat het erop aankomt dat geloof te belijden en te beleven elke dag opnieuw. We moeten het gedrag van onze ongelovige omgeving beoordelen vanuit de evangelische waarden en dan zullen wij tot het besluit komen dat van dit ongeloof geen heil van te verwachten is. En kijken we naar Petrus en zijn gebrek aan durf om voor zijn vriend Jezus op te komen. Durven wijzelf getuigen dat we christen zijn? Is ons leven als christen in overeenstemming met ons geloof? Of redeneren wij zo dat het niet nodig is het geloof te tonen, dan word ik gerust gelaten, dan ontmoet ik geen tegenstand, geen bedreiging? Ook van ons wil Jezus een duidelijke geloofsbelijdenis horen : “Mijn Heer en mijn God.” Ook van ons wil Hij horen: “Heer Gij weet alles, Gij weet dat k U liefheb.” Vragen wij in deze Eucharistie dat wij deze woorden in ons hart bewaren in alle omstandigheden van ons leven. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

4de ZONDAG VAN PASEN

 


EERSTE LEZING  Hand., 13, 14. 43-52  Licht van de heidenen / TUSSENZANG   Ps. 100 (99), 2, 3, 5 Refr: Wij zijn zijn kudde en zijn volk. Of: Alleluja / TWEEDE LEZING  Apok.,7,9.14b-17 Het Lam zal hen weiden / ALLELUJA  Joh., 10, 14  Alleluia. Ik ben de Goede Herder, zegt de Heer. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij. Alleluja / EVANGELIE  Joh., 10, 27-30 Mijn schapen luisteren naar mijn stem

 

Wij klagen soms bij onszelf: God lijkt ver van mij vandaan, het is alsof mijn geloof in een dichte mist zit, ik ervaar zo weinig van God… In de eerste lezing zijn wij er getuige van waarom Sint Paulus zich niet meer met de rechtgelovige Joden zal bezighouden, maar zich zal wenden tot de niet-Joden. Hij ervaart immers keer op keer hoe de Joodse gelovigen zich niet willen gewonnen geven aan het evangelie van de redding door Jezus. Bovendien ervaarde hij ook innerlijk dat Hij geroepen was om het licht van het evangelie door te geven aan niet-Joodse mensen. De meeste christengelovigen zijn niet-Joden, al zijn er vandaag ook Joden die geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van de levende God. Laten wij dankbaar zijn dat wij het licht van het geloof in Jezus mochten ontvangen. Maar wij dragen deze schat in aarden potten, schrijft sint Paulus (2Kor.4,7). We moeten er zorg voor dragen, en het niet laten overspoelen door een oppervlakkig leven met alleen aandacht voor geld en bezit en een egoïstisch leven. Anders zouden we er zelf schuld aan hebben dat God zo veraf lijkt, het geloof zo moeilijk, de zekerheid van het geloof zo zwak…

Laten wij met dankbaarheid oog hebben voor de tederheid van God, voor de zorg van Jezus voor zijn schapen, Hij, de Goede Herder, die ons kent en ons leidt naar rijke weidegrond. Laten wij luisteren naar zijn stem, en minder naar de stem van valse profeten die weerklinkt in “wat de mensen zeggen”,  in de sociale media en zoveel gepraat dat op ons afkomt. Wenden wij ons opnieuw tot Jezus als tot Degene die ons de liefde van God heeft geopenbaard in zijn woord en in zijn gegevenheid tot op het kruis. Hij kent ons, Hij gaf zijn leven voor ons. Laten wij ons in deze viering weer sterker raken door de liefde van Jezus; Hij voert ons hier en nu naar de Vader, Hij voedt ons met zijn Woord en met het Brood van eeuwig leven. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

5de ZONDAG VAN PASEN


EERSTE LEZING  Hand., 14, 21-27 De poort van het geloof geopend voor de heidenen / TUSSENZANG  Ps. 145 (144) 8-9, 10-11, 12-13ab  Refr: U wil ik loven, mijn God en Ko­ning, uw Naam verheerlijken voor altijd.  of: Alleluja  / TWEEDE LEZING  Apok., 21, 1-5a Zie, Ik mak alles nieuw / ALLELUJA  Joh. 13, 34  Alleluia. Een nieuw gebod geef Ik u, zegt de Heer: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad. Alleluia  / EVANGELIE  Joh., 13. 31-33a. 34-35 Een nieuw gebod.



In de eerste lezing van deze vijfde paaszondag wordt ons niet enkel de succesvolle missietocht van Paulus en Barnabas verhaald, maar krijgen wij het ook voor ons vreugdevolle nieuws te horen dat God de poort van het geloof heeft geopend: het is geloof is niet langer voorbehouden aan mensen die het joodse geloof en zijn voorschriften onderhouden, nee, ieder mens is uitgenodigd om te geloven in het nieuwe dat Jezus heeft tot stand gebracht, het heil is bestemd voor heel de wereld. Voor ons een grote reden om dankbaar te zijn. De tussenzang drukt dat zo uit: U wil ik loven, mijn God en Ko­ning, uw Naam verheerlijken voor altijd.

God, zo zegt de tweede lezing is een barmhartige God die eens alle tranen zal afwissen en alles nieuw zal maken.

Jezus is ons ook een nieuw gebod komen bekend maken. Hij zegt: “zoals Ik u heb liefgehad, zo moet gij ook elkander liefhebben.” Hoe Hij ons heeft liefgehad hebben wij vorige zondag gehoord toen Jezus ons zei: Ik ben de Goede Herder, Ik geef mijn leven voor mijn schapen. We mogen ons niet vergissen: het nieuw gebod dat Jezus geeft is niet iets als de zovele geboden van de Joodse wet, maar verwijst direct naar Jezus: zo moeten wij elkaar liefhebben: zoals Jezus. Dat gebod is ook nieuw omdat het niet gewoon in te vullen is zoals het volbrengen van een menselijk gebod. Het is volledig nieuw omdat wij dat gebod maar kunnen naleven door de kracht van de heilige Geest, door ons doopsel krijgen wij de uitnodiging én de kracht om te leven zoals Jezus en Gods wetten van binnenuit, door de kracht van de heilige Geest, na te komen. Niets dus om groot op te gaan (ons op te beroemen) maar dankbaar te beleven vanuit de kracht van de heilige Geest. Dankzij Jezus is voor alle mensen de poort van het geloof en de vervulling van Gods heilige wil geopend door de kracht van de heilige Geest. Laten we dan, vanuit de kracht van de Geest, het gebod van de liefde, waarop wij uiteindelijk geoordeeld zullen worden, van harte beleven naar het voorbeeld van de Goede Herder. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

6de ZONDAG VAN PASEN

 

EERSTE LEZING  Hand., 15, 1-2. 22-29 Joodse Wet niet voor heidenvolken / TUSSENZANG  Ps. 67 (66) 2-3, 5, 6 en 8 Refr: Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren. of: Alleluja / TWEEDE LEZING  Apok., 21, 10-14. 22-23 Het nieuwe Jeruzalem / ALLELUJA  Joh., 14, 23  Alleluia. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhou­den; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen. Alleluja / EVANGELIE  Joh., 14, 23-29 De heilige Geest beloofd.


Deze voorlaatste zondag van de Paastijd staat in het teken van de nieuwheid. Met Jezus’ levensoffer en zijn Verrijzenis is een nieuwe tijd begonnen. In de eerste lezing blijkt al dadelijk dat de redding van de mens niet te danken is aan het nakomen van een aantal voorschriften van de Mozaïsche Wet, maar van het geloof in Jezus’ overwinning op dood en zonde. Het gaat in feite over de innerlijke keuze voor Gods heerschappij van je leven, een keuze die ieder mens kan maken. Zo bidden wij in de tussenzang: “Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren.” In de tweede lezing krijgen we dan een inkijk in de toekomst: het hemelse Jeruzalem, gebouwd op het geloof van de apostelen en verlicht door de heerlijkheid van God en van Jezus, het Lam.

Wij horen in het evangelie Jezus’ uitnodiging om trouw te zijn aan zijn woord.

“Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.”   Dit is geen koud gebod, maar een uitnodiging om te houden van de Heer en van wat Hij ons leerde. Het is geen gebod dat ons van buitenaf wordt opgelegd. Jezus belooft ons de heilige Geest. Dit zal ons van binnenuit Jezus’ woorden leren en ons de kracht geven om Jezus’ woorden  in praktijk te brengen. Wanneer we echt christen willen zijn bidden we dan ook om Gods Geest, die ons van binnenuit de inspiratie en de kracht zal geven om van Jezus te houden en zijn woord te onderhouden. Dan zullen wij zijn als het nieuwe het hemelse Jeruzalem waarin Jezus en de Vader hun verblijf nemen. (Ben Van Vossel 2025)

 

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

7de ZONDAG VAN PASEN

 

EERSTE LEZING  Hand., 7, 55-60 Dood van Stefanus / TUSSENZANG Ps. 97 (96) 1 en 2b, 6 en 7c, 9 Refr: De Heer is Koning, Hij is de allerhoogste of. Alleluja / TWEEDE LEZING  Apok., 22, 12-14. 16-17. 20 Ik ben de Alfa en de Omega / ALLELUJA   Joh., 14, 18 Alleluia. Ik zal u niet verweesd achterlaten, zegt de Heer, Ik ga, en Ik keer tot u terug, en uw hart zal zich verblijden. Alleluja / EVANGELIE  Joh., 17, 20-26 Ik bid dat zij met Mij mogen zijn waar Ik ben.


De liturgie van deze zondag staat nog volop in het teken van Hemelvaartsdag. Jezus bidt nog op aarde voordat Hij thuiskomt bij de Vader. Tegelijk ziet de eerste martelaar, Stefanus, Jezus in de heerlijkheid. En juist zoals in het evangelie belooft Jezus en Hij bidt daar voor dat Hij spoedig weerkomt om zijn gelovigen te laten delen in zijn heerlijkheid.
Ondertussen bevinden wij ons op aarde, in een geschiedenis van strijd tussen licht en donker, tussen edelmoedigheid en zelfzucht, tussen goedheid en wreedheid.

 Het is een strijd die zich ook soms afspeelt in ons eigen hart, in ons eigen leven en ook op wereldvlak. En doorheen die voortdurende strijd tussen goed en kwaad mogen wij met Stefanus opzien naar God en met Hem zeggen : “Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechter­hand."

en met de heilige Johannes horen wij Jezus zeggen “Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon breng Ik mee om ieder te vergelden naar zijn werk. Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, de Oorsprong en het Einde.” Wij mogen inderdaad Jezus nabij weten. Hij zegt: “Ik ga heen, maar ik kom bij u terug om u op te nemen waar Ik ben.”

Maar zoals op Hemelvaartsdag de leerlingen de opdracht kregen om niet naar de hemel te blijven staren, maar de handen aan de ploeg te slaan, zo geeft Jezus ons ook de wenk om hier op aarde te blijven werken aan eenheid. Hij zegt het in een gebed van zijn hart aan de Vader: “Dat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U.” Dat is de wens van zijn hart: dat we de eenheid bewerken en bewaren in ons gezin, in onze omgeving. Daar met ijver en volharding aan werken. Verzoening, vriendschap, oprechte liefde en tederheid.

Jezus is in de heerlijkheid van de Vader, maar Hij laat ons niet alleen als weeskinderen: Hij zendt ons de heilige Geest opdat wij zijn werk in deze wereld kunnen voortzetten. Laten wij dat doen, rekenend op de heilige Geest, die ons inspireert als wij naar Hem luisteren en die ons de kracht geeft om in Jezus’ gezindheid verder te bouwen aan het Rijk van God. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

PINKSTEREN


EERSTE LEZING  Hand.2,1-11 Pinksteren / TUSSENZANG Psalm 104 REFREIN: Zend Gij uw Geest dan komt er weer leven,  dan maakt Gij uw schepping weer nieuw / TWEEDE LEZING  1 Kor.12,3b-7.12-13 Één Lichaam door de H. Geest / Alleluia. Kom heilige Geest, vervul het hart van uw gelovigen en ont­steek in hen het vuur van uw liefde. Alleluja / EVANGELIE  Joh.20,19-23 Ontvangt de heilige Geest.


Vandaag horen we in de bezinning bij de eerste lezing dit gebed: “Zend Gij uw Geest dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw”. God brengt nieuw leven, herstelt zijn schepping. Het zijn misschien vreemde woorden maar het heeft wel degelijk meet ons te maken. Het leven kan ons lam geslagen hebben, of diep ontgoocheld, ons christelijk leven kan misschien verzwakt zijn, tot een smeulend kaars, een uitdovend vuurtje, we komen nauwelijks aan bidden toe, w ziend e zin niet in van het in praktijk brengen van ons geloof en de deelname aan de Eucharistieviering… We leven in gespannen relatie tot sommige huisgenoten of andere mensen….

Dan is dat kleine gebed weer echt zinvol: “Heer, Zend Gij uw Geest dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.”  In het gezang voor het evangelie vragen we de heilige Geest: Gij die de armen troost, verkwik onze ziel, breng licht, breng rust en vrede in ons hart, breng licht in onze duisternis, was onze ziel rein,  genees wat gewond is in ons en in onze relaties, maak weer soepel wat verstard is, geef uw 7-voudige pinkstergave… opdat ik sterk zou staan inmijn geloof, opdat ik zou kunnen bidden, opdat ik uw woord in de Schrift beter zou verstaan, opdat ik vergeving zou kunnen schenken aan mensen, opdat ik sterk zou staan in de verzoeking, opdat ik …

Wij hebben zo’n nood aan de heilige Geest die opnieuw leven brengt in ons leven en ons christelijk op-weg-zijn. Laten wij ons openstellen voor wat Hij in ons wil bewerken: de Trooster, de Helper die Jezus ons beloofd heeft. “Heer, Zend Gij uw Geest dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.”  (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

FEEST VAN DE H. DRIE-EENHEID - ZONDAG NA PINKSTEREN

 

EERSTE LEZING Spr., 8, 22-31 Het was mij een genot bij de mensen te zijn /  TUSSENZANG  Ps., 8, 4-5, 6-7, 8- 9 Refr: Heer, onze Heer, hoe ontzagwekkend is uw Naam op aarde! / TWEEDE LEZING  Rom., 5, 1-5

Gods liefde is in ons hart uitgestort door de H. Geest / ALLELUJA  cf. Apok., 1,8 Alleluia. Eer aan de Vader, de Zoon en de heilige Geest, God die is, die was en die komt. Alleluja / EVANGELIE  Joh., 16, 12-15 Hij zal u alles leren.


God heeft ons iets van zijn eigen wezen ontsluierd, zich doen kennen als de Ene God, maar Hij is geen eenzame God, Hij is gemeenschap, Hij is Vader, Zoon en heilige Geest, van in alle eeuwigheid. Stilaan heeft God zich zo geopenbaard, tot Jezus ons zijn Abba, zijn hemelse Vader deed kennen en Hij ons de heilige Geest beloofde die ons tot de volle waarheid zou leiden.

In die ene goddelijke liefdesgemeenschap van Vader, Zoon en heilige Geest  worden wij binnengevoerd door ons doopsel: Wij zijn Gods kinderen, verlost door Jezus, Gods enige Zoon en gezalfd met de heilige Geest om Gods grote daden kenbaar te maken in Woord en leven.

Zo mogen wij God aanbidden en danken om zijn groot scheppingswerk, om de schoonheid en grootsheid van zijn schepping. Wij mogen Hem aanbidden voor het verlossingswerk in het leven, de dood en verrijzenis van Jezus, zijn geliefde Zoon, en wij mogen God aanbidden en danken voor de heiliging door de heilige Geest, die ons toerust om in het voetspoor van Jezus te gaan en te leven als Gods geliefde kinderen.

Zo zullen we God dan aanbidden als de schepper en onze geliefde Vader, wij zullen Jezus aanbidden, die ons heeft verlost en met de inzet van zijn leven het Blijde nieuws heeft verkondigd, wij zullen de heilige Geest aanbidden die ons helpt leven vanuit het woord dat Jezus verkondigde en die ons oproept en toerust om Gods liefde door te geven aan onze medemensen met wie Hij ons verbonden heeft.

Aanbidden en eren wij dan die Ene, Drieëne God die ons geschapen heeft, verlost en geheiligd: het grote mysterie van Liefde naar wiens beeld en gelijkenis wij geschapen zijn om zoals Hij liefde te zijn voor anderen. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

12de ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Zach., 12, 10-11 Ze zullen opzien naar Hem die ze doorstoken hebben / TUSSENZANG  Ps. 63 (62) 2, 3-4, 5-6, 8-9 Refr: Naar U dorst mijn ziel, Heer, en hunkert mijn hart /   TWEEDE LEZING  Gal.,3,26-29 Kinderen van God door het geloof in Jezus /  ALLELUJA  Lc., 19, 38 Alleluia. Gezegend de koning die komt, in de naam des Heren ! Vrede in de hemel en eer in den hoge. Alleluja  / EVANGELIE  Lc., 9, 18-24 De Messias moet veel lijden…


Eens kwamen mensen van een christelijke sekte bij mij aan huis en zij zagen een kruisbeeld. Zij zeiden mij dat dat het kruisbeeld aanbidden afgoderij is, je aanbidt of vereert niets stoffelijks en zeker geen voorwerp van executie. Ik zei hen dat dit kruisbeeld voor mij een teken was van Gods liefde tot het uiterste. Sint Paulus schrijft in zijn brief aan de Galaten : “de Zoon van God, heeft mij heeft liefgehad en zichzelf overgeleverd voor mij” (Gal 2,20). Ook in Jezus’ tijd waren veel Joodse mensen ervan overtuigd dat de Messias een machtig iemand zou zijn die hen o.m. zou verlossen van de Romeinse bezetter. Ook de leerlingen van Jezus waren die mening toegedaan. Maar Jezus haalt hen uit die al te menselijke droom: “De Mensenzoon, - zo sprak Hij - moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht zal Hij op de derde dag verrijzen." Jezus zegt dan nog iets tot de menigte die Hem volgde wat het voor hen zou betekenen: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en door elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen.” Het zijn uitspraken van Jezus die de liever niet willen horen, omdat  een schaduw of bedreiging vormen voor onze droom van een wereld en een leven zonder tegenslag en allerlei negatieve zaken zoals ruzie, oorlog, ziekte, lijden en pijn. Elke dag het leven aanvaarden zoals het tot ons komt. Als christenen trachten wij ons in te zetten om ziekte en lijden en onenigheid tegen te gaan, maar tegelijkertijd worden wij uitgenodigd om de zwaarte van elke dag te dragen met een groot vertrouwen in Gods liefde, ondanks alles. Door het Doopsel zijn we met Christus verenigd. Door het geloof in Hem zijn we kinderen van God zegt Paulus vandaag. Met Hem verenigd in vreugde en verdriet, in aangename dagen en dagen die wegen, gaan wij onze weg door het leven, zoals Jezus, met een groot vertrouwen op God, onze Vader, zoals Jezus. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

HH. PETRUS EN PAULUS 29 JUNI  Dagmis

 

EERSTE LEZING   Hand., 12, 1-11 Petrus verlost uit gevangenis / TUSSENZANG Ps. 34 (33), 2-3, 4-5, 6-7, 8-9  REFREIN De engel van God legt een schans om hen heen / TWEEDE LEZING   2 Tim., 4, 6-8. 17-18 Ik heb de goede strijd gestreden, de wed­loop voleind, het geloof bewaard  /  ALLELUJA   Mt., 16, 18 Alleluia. Gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen. en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Alleluja / EVANGELIE  Mt., 16, 13-19 Wie zegt gij dat Ik ben ?



Het minste dat we van de apostelen Petrus en Paulus kunnen zeggen is dat hun geloof  niet ophield bij enkele originele gedachten.. Hun geloof was op de eerste plaats een persoonlijk relatie met de Heer Jezus Christus. Ons geloof, het geloof van de Kerk, steunt op het geloof en de verkondiging van de apostelen. Daarom bidden wij in de Eucharistieviering de geloofsbelijdenis en beluisteren wij in de tweede lezing een tekst uit de brieven van Sint Paulus of de Handelingen van de apostelen. Maar ook ons geloof zou als kenmerk moeten hebben: een persoonlijke relatie met onze Heer Jezus Christus. In het evangelie van vandaag vraagt Jezus aan zijn leerlingen hoe de mensen over Hem denken. De leerlingen antwoorden. Maar dan vraagt Jezus: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? Ook wij kunnen antwoorden: Gij zijt een groot profeet. Een origineel predikant. Een sociaalvoelend voorbeeld … Wie zegt gij dat Ik ben vraagt Jezus ook van ons.

Petrus antwoordde: Gij zijt de Christus, de gezalfde, de Messias, de Zoon van de levende God. We zouden ook kunnen antwoorden: Gij zijt de Redder van de wereld, de Heiland, de Gekruisigde en Verrezen Heer… De vraag van Jezus mag nog verder gaan: Wie ben Ik voor u? Welke plaats krijg Ik in uw leven? De eerste plaats, of kom ik ergens terecht tussen al uw andere interesses en al het andere waar gij waarde en belang aan schenkt? Wie ben ik voor u?

Wanneer Jezus niet op de eerste plaats komt en al het andere nog niet door Hem gerangschikt mag worden, is ons geloof nog niet volwassen. Mensen zoals Petrus en Paulus hebben Jezus op de eerste plaats gesteld, zodat ze konden getuigen: Mijn leven is Christus die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft overgeleverd, schrijft Paulus. En Petrus zou ooit belijden: Heer, Gij weet alles, Gij weet dat ik U liefheb. Vanuit dat persoonlijk geloof zijn ze op weg gegaan in de wereld van toen, zij hebben hun leven laten leiden door die persoonlijke relatie tot de Heer Jezus, zodat Paulus kon getuigen: “Ik heb de goede strijd gestreden, de wed­loop voleind, het geloof bewaard. Nu wacht mij de krans der gerechtig­heid waarmee de Heer, de rechtvaardige Rechter mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst.” (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

14de ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Jes., 66, 10- 14c Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten / TUSSENZANG  Ps. 66 (65) 1-3a, 4-5, 6-7a, 16 en 20 Refr: Jubelt voor God, alle landen der aarde / TWEEDE LEZING  Gal., 6, 14-18

Het gaat er alleen om een nieuwe schepping te zijn / ALLELUIA  Joh.. 14. 6  Alleluia. Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 10, 1-12. 17-20 of 10, 1-9 De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinig.


God belooft aan de mensen die in Hem geloven een hoopvolle toekomst, een hoopvolle thuiskomst bij Hem. Dat is een profetie voor de toekomst, maar we moeten onze ogen openen en leren opmerken hoe God  ons ook vandaag niet in de steek laat. Ook als het duister is in ons leven of wanneer wij ons terecht of onterecht zorgen maken over de toestand in kerk en wereld, mogen wij toch thuiskomen bij God en mogen wij ervaren dat Hij ons innerlijk aanraakt, ons troost en bemoedigt, zoals een moeder haar kind troost en bemoedigt. Wij moeten oog krijgen voor de grote en kleine vreugden die de Heer ons laat ervaren. Laten wij God er voor danken naar het voorbeeld van de tussenzang van vandaag. “Jubelt voor God, alle landen der aarde, bezingt de heerlijkheid van zijn Naam. Brengt Hem uw hulde en zegt tot uw God: Verbijsterend zijn al uw daden.”

Als christenen mogen wij die innerlijke vreugde erkennen die God ons wil schenken. Maar wij moeten ons niet beter achten dan al die andere mensen rondom ons. Sint Paulus hamert er vaak op, dat al hetgeen waarop we groot gaan, niets is vergeleken met onze roeping om Jezus’ woord en voorbeeld te volgen: “Het gaat er alleen om een nieuwe schepping te zijn”, schrijft Paulus. Jezus’ Geest helpt ons om als nieuwe mensen te leven. Zo wordt ons leven een  getuigenis. Zoals de 72 leerlingen zijn ook wij immers gezonden om het Blijde Nieuws te brengen aan de wereld van vandaag, in alle eenvoud, zonder te bruskeren, zonder te veroordelen, eenvoudig het Rijk van God te tonen door onze manier van leven en soms ook door een woord van troost, een woord van hoop en uitzicht en vertrouwen. De oogst is groot, zegt Jezus, maar arbeiders zijn er weinig. Laten wij er ons dieper van bewust worden, dat de Heer ook ons roept om het Blijde Nieuws te beleven in ons leven en samenleven. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

15de ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Deut., 30, 10- 14 Het woord is dichtbij u, het is in uw mond en in uw hart / TUSSENZANG Ps. 69 (68) 14 en 17, 30-31, 33-34, 36ab en 37  Refr: Ziet toe, geringen, en weest ver­heugd, schept moed, gij allen die God zoekt / TWEEDE LEZING  Kol., 1, 15-20 Hij is het beeld van de onzichtbare God / ALLELUJA  Joh.. 14 23  Alleluia. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhou­den; mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 10, 25-37 Wie is mijn naaste?


We krijgen in de lezingen een paar antwoorden op verscheidene vragen,  vragen die we als gelovige aan onszelf kunnen stellen: Hoe ken ik de wil van God? Hoe weet ik wat Hij van mij verlangt? Wie en wat is Jezus? Om het echte leven te vinden moet ik mijn naaste liefhebben als mijzelf, maar wie is mijn naaste?


Ja, hoe kan ik de wil van God kennen? De eerste lezing zegt ons dat Gods woord niet ver van ons is. Neen, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. Gij kunt het dus volbrengen. Wij kennen voldoende de grote principes, wij kennen voldoende wat Jezus en de apostelen ons hebben geleerd, wij worden geholpen door de heilige Schrift en door de Kerk. Wij kunnen die woorden herlezen en dan in ons hart nagaan in hoever wij dit of dat moeten doen, dit of dat moeten vermijden… Als we eerlijk zoeken zullen wij ervaren: het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart.


Wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven, vraagt een wetgeleerde? Jezus antwoordt met een wedervraag: Wat zegt de heilige Schrift daarover? De wetgeleerde weet het maar al te goed: je moet God bovenal beminnen en je naaste zoals uzelf! Ja maar zegt hij: wie is mijn naaste? En dan verhaalt Jezus de parabel van de barmhartige Samaritaan. Wees de naaste van ieder mens die in nood is en die God op je weg plaatst.


De liturgie van vandaag geeft ons ook nog een antwoord op de vraag: wie en wat is Jezus? In de oudchristelijke hymne uit de brief aan de christenen van Kolosse leren we dat Jezus de icoon is van de onzichtbare God, in Hem woont God in heel zijn volheid. Door Hem heeft God het heelal met zich verzoend door het bloed aan het kruis vergoten. Zo hebben wij In Jezus toegang tot het hart van de Vader, die in Jezus zijn Zoon herkend, de Zoon die van alle eeuwigheid één is met Hem in het mysterie van de Drieëne God. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

16de ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Gen., 18, 1-l0a Abram krijgt hoog bezoek / TUSSENZANG  Ps. 15 (14), 2-3ab, 3cd-4ab, 5  Refr: Heer, wie mag te gast zijn in uw tent? / TWEEDE LEZING  Kol., 1, 24-28  “Christus in u" en ook: “hoop op de eeuwige heerlijkheid" / ALLELUJA  Ef., 1, 17-18  Alleluia. Moge de Vader van onze Heer Jezus Christus ons innerlijk oog verlichten, om te zien hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept. Alleluja /  EVANGELIE   Lc., 10, 38-42 Jezus op bezoek: Het beste deel.


Wij denken wel eens: God is ver, God is ver van mij, God is ver van ons… De Bijbel, het evangelie, het woord van God spreekt ons van iets anders … Gods woord is in uw mond, het is in uw hart… Vandaag verhaalt Gods woord hoe God ons nabij komt. Abraham mag God gastvrij ontvangen, Jezus komt op bezoek bij Marta en Maria, God komt bij ieder van ons op bezoek in deze Eucharistie. Van Abraham en de zussen van Lazarus kunnen wij de gastvrijheid leren en trachten na te volgen. Gastvrijheid, openheid voor ieder man die God op onze weg zendt. Dat is trouwens een eerste en belangrijke stap voor onze gastvrijheid, onze gastvrijheid … tegenover God. Want inderdaad, God komt ook bij jou op bezoek, Hij bedelt om gastvrij onthaald te worden. Hij wil in jouw leven aanwezig zijn als medelevende en helpende vriend. Vraag is: laat je Hem toe in jouw leven? Laat je je door Hem bemoedigen? Laat je je door Hem terechtwijzen en richting geven? Het volstaat niet om Hem te zeggen dat Hij welkom is, wanneer Hij door jou praktisch buiten je leven gesloten wordt… Misschien moeten wij ons op dit punt toch wat bekeren. Uit het gesprek van Jezus met Marta en Maria onthouden we misschien ook dat gastvrijheid en hulpbetoon niet beperkt mogen blijven tot materiële hulp, maar dat we vooral geïnteresseerd moeten zijn in de persoon zelf en luisteren naar de echte noden en interesses van de ander. (Ben Van Vossel 2025)


Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

17de ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Gen., 18, 20-32 Abraham spreekt ten beste /  TUSSENZANG  Ps. 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 6-7ab, 7c-8  Refr: Wanneer ik tot U riep hebt gij mij steeds ver­hoord / TWEEDE LEZING  Kol., 2, 12-14  De oorkonde met de veroordeling aan het kruis genageld / ALLELUJA  Mt., 11.25  Alleluia. Geprezen zijt Gij, Vader van hemel en aarde, omdat gij de geheimen van het koninkrijk aan de kinderen geopenbaard hebt. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 11, 1-13 Vraagt en u  zal gegeven worden.


Enige suggesties: In de lezingen die we gehoord hebben openbaart God ons dat Hij een God van liefde is, een barmhartige God. Wij leren dat Hij geen God is die we moeten vrezen of die altijd gereed staat om ons te straffen. Anderzijds leert deze liturgie leert ons ook iets over de manier waarop wij moeten bidden tot God die liefde is en een en al barmhartigheid.

In de dialoog tussen God en Abraham krijgen wij in die figuur van Abraham een les om ons verantwoordelijk te voelen voor de wereld, voor de mensen die we kennen, zelfs voor hen die we niet kennen; wij worden gezonden om met vertrouwen voor hen te bidden, voor hun welzijn en hun uiteindelijk geluk. We gaan hen niet veroordelen omdat ze in onze ogen verdienen gestraft te worden, maar integendeel ten beste spreken voor hen.

God daarentegen verschijnt ons in die eerste lezing wel als iemand die gereed staat om te straffen, als een strenge rechter, die toch ergens ook wel wat barmhartig is: Hij haalt niet het laatste uit zijn voorraad wraak of uit zijn strafwetboek met de overtredingen van de mensen.

In de lezing van het evangelie krijgen we een vollediger beeld van God. We leren er geen wrekende maar een mens-geworden God kennen: Jezus leert ons immers om met vertrouwen en volharding te bidden tot God die als de barmhartige Vader ons altijd vergiffenis schenkt wanneer wij zelf zijn voorbeeld van vergevingsgezindheid volgen. Geen straffende rechter dus, maar een barmhartige Vader die het beste met ons voorheeft wanneer wij het met vertrouwen vragen. “Want al wie vraagt verkrijgt; wie zoekt vindt; en voor wie klopt doet men open.”

In Jezus heeft God ons aanvaard als zijn geliefde kinderen. De brief aan de christenen van Kolosse gaf ons de reden van die onbegrensde barmhartigheid: “Hij heeft ons al onze zonden vergeven. Hij heeft de oorkonde verscheurd die met haar bezwarende bepalin­gen tegen ons getuigde. Hij heeft haar vernietigd en aan het kruis genageld.” Totale vrijspraak hebben we gekregen dankzij het offer van Jezus bij wie wij ons aansluiten, als opgejaagde schapen die hun toevlucht zoeken bij de herder.

Zo mogen wij dan ook vandaag tot God naderen met vertrouwen, zoals kinderen die ondanks hun fouten weten dat vader en moeder toch altijd van hen blijven houden. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

18de ZONDAG DOOR HET JAAR C (2025)

 

EERSTE LEZING  Pred., 1, 2; 2, 21-23 IJdelheid der ijdelheden / TUSSENZANG  Ps. 95 (94) 1-2 6-7. 8-9  Refr: Luistert heden naar Gods stem: Weest niet halsstarrig zoals weleer / TWEEDE LEZING  Kol., 3, 1-5. 9-11 Zoek wat boven is / ALLELUJA  Joh. 15, 15b  Alleluia. Ik heb u vrienden genoemd, zegt de Heer, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord. Alleluja /  EVANGELIE  Lc., 12, 13-21 Schatten vergaren voor zichzelf maar niet rijk zijn voor God.


In de Bijbel lezen we dat God de wereld aan de mens toevertrouwt en dat hij hem moet bewerken en bewaren. Dat is al een heel belangrijke opdracht en het is zeer de vraag of wij dat wel goed hebben gedaan. Maar vandaag komt het woord van God met een ontnuchterende vraag of we in ons leven niet al te zeer bezig zijn geweest met zaken die er niet toe doen en het belangrijkste niet hebben vergeten. Het is de ontnuchterende vaststelling van de Prediker die als een kille toeschouwer al de drukdoenerij van de mens wikt en weegt en te licht bevindt. Het is alsof de mens stilvalt en zich afvraagt: waar ben ik eigenlijk mee bezig, is het allemaal wel de moeite waard?

De bedoeling van die vraag is niet om dan maar niets te doen, maar om ons toch maar eens af te vragen of we het voornaamste niet vergeten. Wat het eigenlijke doel is van al ons bezig zijn. En of dat doel wel de moeite waard is.

Kijk, waarmee vullen we onze dag? Met ons werk thuis en elders, met onze sociale verantwoordelijkheden in de maatschappij, in ons gezin en onze buurt! De vraag die we ons zeker moeten we stellen is: waarom doe ik dat? Wat is de diepere zin van mijn bezig zijn? Jezus vertelt in het evangelie een parabel over een mens die succes heeft in het leven, zoveel succes dat hij niet meer hoeft te werken, maar enkel maar hoeft te profiteren van wat hij bereikt heeft. Dwaas zegt God! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan ? Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God." Als gelovige mensen is het voor ons van belang om te luisteren naar Gods stem, zoals psalm 95 ons zegde. Beschouw ik mijn bezigzijn in en buiten het gezin als een opdracht van God om een wereld te bouwen waarin aandacht is voor de mensen om ons heen en ook veraf. Doe ik mijn werk in verantwoordelijkheid voor anderen en voor mijn gezin, en zoals Paulus schrijft; om nog iets over te houden om te besteden voor goede werken? IJdelheid der ijdelheden zegt het oude Testament, dwaas, zo klinkt het in het evangelie.

Laten wij als christenen wijze mensen zijn die gehoor geven aan Gods stem en zijn verlangen en laten wij ons dan in vrede met God en onze medemensen inzetten voor een betere wereld. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

 19de ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Wijsh., 18, 6-9 De vervulling van de beloften waarop zij vertrouwden / TUSSENZANG  Ps. 33 (32) 1 en 12, 18-19, 20 en 22  Refr: Zalig het volk dat de Heer heeft als God, de natie door Hem tot zijn erfdeel geko­zen / TWEEDE LEZING  Hebr., 11, 1-2. 8-19 of 11, 1-2. 8-12 Het geloof is de vaste grond van wat wij verhopen / ALLELUJA  Lc., 19, 38 Alleluia. Gezegend de koning die komt, in de naam des Heren! Vrede in de hemel en eer in den hoge. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 12, 32-48 of 35-40 Lendenen omgord en lampen brandend.


In de lezingen van Gods woord worden wij op deze zondag opgeroepen tot meer geloof. Het geloof zo lazen wij de Hebreeënbrief is de basis van onze hoop. Het geloof bewaart in ons de vreugde en de innerlijke vrede, ook tijdens perioden van beproeving. Sint Paulus schreef aan de christenen van Korinthe: “Wij worden aan alle kanten bestookt, maar raken toch niet klem; wij zien geen uitweg meer, maar wij zijn nooit ten einde raad; wij worden opgejaagd maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeveld maar gaan er niet aan dood.” (2Kor.4,8-9) Ons geloof moet dan wel levend zijn. Wij moeten het koesteren, zoals men zorg draagt voor iets kostbaars of dierbaars. Het geloof moet deel uitmaken van ons dagelijks leven. Wij trachten dan te leven in tegenwoordigheid van God. Ons innerlijk oog moet gericht zijn op de verrezen Heer Jezus, op de liefhebbende Vader, op de nabijheid van de heilige Geest, de Trooster en Helper die Jezus ons beloofde en die we ontvingen in ons heilig doopsel.

Zo zullen wij de innerlijke zekerheid en kracht ontvangen van Jezus’ woord: “Weest niet bevreesd, kleine kudde; het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te schenken.” Laten wij dan niet enkel vertrouwen op aardse bezittingen en macht maar de lampen brandend houden van ons geloof in Jezus die verrezen is ons nabij blijft. Er is aan ons christenen veel toevertrouwd, maar die rijkdom van het geloof dragen wij in breekbare potten, bidden wij voor onszelf en onze geloofsgenoten dat wij trouwe dienaars zijn van God, in het spoor van Jezus, zodat wij in alles Gods wil in praktijk brengen. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

20ste ZONDAG D00R HET JAAR

 


EERSTE LEZING  Jer., 38, 4-6. 8-10 Levensgevaar en redding van de profeet Jeremia / TUSSENZANG Ps.40 (39) 2, 3, 4, 18 Refr: Heer, kom haastig mij te hulp / TWEEDE LEZING  Hebr., 12, 1-4 Vastberaden de wedstrijd lopen waarvoor we ons hebben ingeschreven / ALLELUJA   Hand. 16 14b  Alleluia, Maak ons hart ontvankelijk, Heer, opdat wij de woorden van uw Zoon zouden begrijpen, Alleluja / EVANGELIE  Lc., 12, 49-53 Vuur ben Ik komen brengen


Het leven van de meeste mensen is een mengeling van geluk en tegenslagen. Er zijn mensen die vooral tegenslagen kennen, miskenning en ziekte; anderen hebben, althans schijnbaar, een gemakkelijk leven. De profeet Jeremia heeft een druk leven gehad waarin hij het volk trachtte te brengen tot een erkennen van Gods liefde en het vervullen van Gods geboden, vooral door sociale rechtvaardigheid. Het werd hem niet in dank afgenomen. Nog voordat Judea door de Babyloniërs werd ingenomen kwam hij in de gevangenis terecht. De eerste christenen zagen in hem een voorafbeelding van Jezus, die vandaag voorspelt dat Hij zou verworpen worden, gedood, maar de derde dag zou verrijzen.

Jezus voorspelt trouwens dat wie Hem wil volgen, ook een ingrijpende keuze zal moeten maken.

Vuur ben Ik komen brengen, zegt Jezus. En Hij geeft als sterk voorbeeld dat  er onenigheid zal ontstaan tussen familieleden omwille van de keuze voor Jezus. Hij maakt ons hier duidelijk, dat geloof uiteindelijk een persoonlijke keuze is, een persoonlijke stap om voor God te kiezen, om op weg te gaan met Jezus als leidsman. Velen van ons hebben het geluk dat ze het geloof kregen doorgegeven van hun ouders en dat ze in dat geloof gesteund werden door veel familieleden. Maar dat we dat geloof ingelepeld kregen als kind, ontslaat ons niet van een persoonlijke keuze voor Jezus, en voor de persoonlijk weg tot het denken, spreken en handelen als christen.

Laten wij vandaag ons geloof in Jezus hernieuwen, laten wij Hem zeggen dat Hij ons leven mag leiden, dat we met Hem als Gids door het leven willen gaan en ons leven op Hem willen afstellen. Laten wij met Gods hulp vurige christenen zijn. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

21ste ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Jes., 66, 18-21 God verzamelt zijn volk; ook uit de volkeren zal ik mijn priesters en levieten kiezen: onder alle volkeren zullen zij mijn glorie verkondi­gen / TUSSENZANG  Ps. 117 (116) 1.2  Refr: Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de sche­pping. of: Alleluja / TWEEDE LEZING   Hebr., 12, 5- 7. 11-13 De Heer tuchtigt die Hij liefheeft / ALLELUJA   Joh., 14, 6 Alleluia. Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer. niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 13, 22-30 Ze zullen komen uit het Oosten en het Westen.


In Jezus’ tijd dachten de meeste joodse mensen, dat Gods heil uitsluitend bestemd was voor hun eigen volk. Jezus zal hen er meermaals op wijzen dat zij zich daarin vergissen. Ook verscheidene profeten, zoals in de eerste lezing van de profeet Jesaja, hadden voorzegd dat ook vreemde volkeren, de zogenaamde heidenen, tot Gods volk zouden behoren. De lezing uit de profeet Jesaja eindigde met de woorden: ‘En ook uit de volkeren zal Ik mijn priesters en levieten kiezen ' Zo spreekt de Heer.

In feite is dat goed nieuws voor ons allen, want ook wij behoren tot die volkeren; het is als een nieuw feest van de Openbaring, waar de drie wijzen, als vertegenwoordigers van alle volkeren de pasgeboren Jezus komen eren. Ook in het evangelie van vandaag spreekt Jezus over Gods wil om alle volkeren tot zich te trekken, niet alleen het oude Godsvolk. Jezus zegt: Zij zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden, en zij zullen aanzitten in het koninkrijk Gods. Denkt eraan: er zijn laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn.

Maar deze waarschuwing tot het zelfgenoegzame Joode volk mag ook ons doen nadenken: het volstaat niet onszelf gelovige en christen te noemen en te menen dat we daardoor gered zijn. Ons geloof en ons leven moeten oprecht en consequent zijn. Misschien kan Jezus’ woord ons vermanen: “Spant u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen.”

Tenslotte zal ons leven ook moeten getuigen van Gods liefde voor ieder mens: Jesaja gaf het reeds aan dat de teruggekeerde ballingen anderen tot God moeten brengen: ‘onder alle volkeren zullen zij mijn glorie verkondi­gen’. Daarom klonk ook de tussenzang als volgt: “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het Blijde Nieuws aan heel de sche­pping.”

Wij zullen maar van Gods liefde kunnen getuigen wanneer wij zelf God hebben aanvaard als Heer van ons leven en wijzelf de vreugde en vrede hebben ervaren van een leven dat werkelijk aan God is toevertrouwd. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

22ste ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Sir., 3, 17-18. 20. 28-29 God wordt geëerd door de nederigen / TUSSENZANG  Ps. 68 (67) 4-5ac, 6-7ab, 10-11  Refr: Heer, uw kudde heeft zijn rustplaats ge­vonden, die Gij in uw goedheid voor haar hadt bereid / TWEEDE LEZING  Hebr., 12, 18-19. 22-24a Gij zijt genaderd tot de stad van de levende God / ALLELUJA  Joh., 1, 14 en 12b  Alleluia. Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond. Aan allen die Hem aanvaardden gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden. Alleluja / EVANGELIE   Lc., 14, 1. 7-14 De minste plaats – Aandacht voor de minsten.



Van jongsaf zijn wij erop gericht om de beste te zijn, de sterkste, de elegantste, de rijkste; wij beklagen mensen die arm zijn, die niet voor zichzelf kunnen opkomen, die geen invloed hebben, en we noemen hen losers. Welnu het Woord van God wrijft ons tegen de haren in. Want als we de grootste, de voornaamste, de beste zijn wordt het moeilijk om ook nog God te erkennen, de allerhoogste. Dat is voor de Prediker in de eerste lezing de reden om heel duidelijk te zeggen: “De macht van de Heer is groot maar Hij wordt geëerd door de eenvoudigen.” Hoe machtig en belangrijk we ook zijn mogen, wij moeten altijd ook bedenken dat wij als ieder mens beperkt zijn, sterfelijk, afhankelijk van God. Daarom nodigt de tussenzang ons uit: “Alle rechtvaardigen juichen van vreugde en staan onbezorgd voor het aanschijn van God. Zingt dus voor God, verheerlijkt zijn Naam, Hij is de Heer, juicht Hem toe!”

Ook de brief aan de Hebreeën nodigt ons uit om te naderen tot God en tot Jezus, de Middelaar van een nieuw verbond.

In het evangelie leert Jezus ons twee zaken:

1° Al wie zichzelf verheft zal vernederd en wie zichzelf vernedert zal verheven worden. Niemand heeft zich zo vernederd als Jezus: om onzentwille is Hij klein en arm geworden, de dienaar van ons allen.

2° En wat Jezus in het evangelie ook zegt is: als ge een gastmaal geeft, nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit. Gelukkig zult ge zijn omdat zij het u niet kunnen vergelden. Het zal u vergolden worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.

Laten we het leven en de wereld niet uitsluitend benaderen vanuit menselijke maatstaven, maar laten wij in ons denken en doen rekening houden met God en met zijn zicht op de werkelijkheid en op de juiste  relatie met God en onze medemensen. (Ben Van Vossel 2025)


Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

23ste ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Wijsh., 9, 13-18b onze aardse gebondenheid belemmert de beweeglijke geest / TUSSENZANG  Ps. 90 (89) 3-4, 5-6, 12-13, 14 en 17 Refr: Gij, Heer, zijt steeds onze toevlucht geweest voor ieder geslacht opnieuw / TWEEDE LEZING  Filemon, 9b-10. 12- 17  Als gij u dus met mij verbonden voelt, heet hem dan welkom zoals ge het mij zoudt doen / ALLELUJA  Joh., 8, 12  Alleluia. Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer. Wie Mij volgt zal het licht des levens bezitten. Alleluia / EVANGELIE  Lc., 14, 25-33 Jezus op de eerste plaats stellen.


In de lezing uit het boek Wijsheid wordt ons duidelijk gemaakt dat wij Gods verlangen niet kunnen kennen, dat wij de ware wijsheid niet bereiken tenzij God ons het inzicht geeft, ons zijn Geest zendt. Vraag is: willen wij de echt wijsheid hebben, willen wij ons leven bouwen op God die het beste voor ons wil, dat wij ons leven bouwen op stevige grond? Wanneer wij dat echt willen, dan moeten wij beslissen om daar echt moeite voor te doen. Wij moeten dan vragen om inzicht, vragen dat Hij ons zijn Geest zendt, dat Hij ons duidelijk               maakt welke weg wij moeten gaan, welke keuzes wij moeten maken om ons op weg te zetten naar de beste invulling van ons leven.

Ook in het evangelie stelt Jezus ons voor een radicale keuze. Als iemand naar Mij toekomt zegt Hij, dan kan hij niet mijn leerling zijn tenzij hij Mij op de eerste plaats stelt: vóór zijn familie, vóór zijn aanzien, vóór zijn eigen verlangens en plannen… Want, zegt Jezus, als je een bouwproject wilt uitvoeren, dan ga je toch ook eerst berekenen of je dat financieel wel aankunt. Zo moet je ook op voorhand weten dat Jezus volgen vereist dat Je Hem kiest als de baas van je leven. Jezus steekt dat niet onder stoelen of banken. Waarachtig christelijk leven vereist dat we de keuze voor Jezus maken tot de basis van ons leven.

Zijn we daartoe bereid? En zijn we daartoe in staat? Als we nog niet bewust die keuze hebben gemaakt die aan de basis ligt van onze doopbeloften, dan moeten we bidden tot de heilige Geest dat Hij ons vernieuwt in de genade van ons heilige doopsel, ons in staat stelt om in alle concrete omstandigheden op de eerste plaats te kiezen voor Jezus, te kiezen voor wat God wil.

‘Radicaal kiezen’ leerde ons het Boek Wijsheid, ‘radicaal’ kiezen leerde ons Jezus, de ware Wijsheid, die we willen volgen. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

24ste ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Ex., 32, 7-11. 13-14 Mozes trachtte de Heer gunstig te stemmen / TUSSENZANG  Ps. 51 (50) 3-4, 12-13, 17 en 19  Refr: Ik ga weer naar mijn vader / TWEEDE LEZING  1 Tim., 1, 12-17 Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden / ALLELUJA  Joh., 10, 27  Alleluia. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer, en Ik ken ze en zij volgen Mij. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 15, 1-32 of 1-10 Parabel van de verloren zoon.


Een liedje van jonge christenen had als tekst: “Wij zijn allemaal verloren zonen, maar niemand is verloren”.  Wij zullen niet gemakkelijk toegeven dat wij een verloren zoon of een verloren dochter zijn. Wij hebben wel onze fouten en tekortkomingen, maar we zijn zeker niet zoals die verloren zoon uit de parabel die Jezus vertelde. Maar in de eerste brief van Johannes (1Joh.1,8) lezen wij : “Als wij beweren zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf en woont de waarheid niet in ons.”  Misschien zijn we dan toch verloren zonen, misschien lopen we toch niet op het pad dat God zou verlangen: we zijn allemaal verloren zonen, maar niemand is verloren. Dat zou dus betekenen dat we wel vaak tekort schieten, maar ‘verloren’, dat zijn we niet. Inderdaad, we zijn als mens en als christen niet helemaal verloren, zolang de goede Herder naar ons op zoek is. Zolang wij, verloren zonen en dochters, door de Vader bemind zijn en gevolgd worden, zijn we niet verloren, zijn we niet afgeschreven als zijn geliefde kinderen. Let wel: dit gaat over ieder van ons persoonlijk. Immers,” zozeer heeft God van ons gehouden dat Hij ons zijn enige Zoon heeft gezonden, niet om ons te veroordelen, maar om ons te redden.”  De boom die geen vruchten draagt, gaat Hij niet direct omhakken, maar Hij gaat de grond nog eens goed bewerken, “misschien draagt hij dan wel vrucht.” Zolang de Vader naar ons blijft uitzien, zolang Jezus naar ons op zoek is, zijn we nog niet compleet verloren.

Aan het begin van elke Eucharistieviering laat de Kerk ons bidden om vergeving, om wat we verkeerd deden of voor de verkeerde richting die het met ons leven uitgaat, in jaloezie, in boosheid, in egoïsme…  Het is een gebed opdat ons leven van elke dag geheiligd zou worden, meer in overeenstemming met Gods verlangen en ook meer vruchtbaar door de wereld.

Want zoals Mozes zijn wij verantwoordelijk voor elkaar en voor veel anderen. Mozes bad voor het volk en God luisterde naar Hem en spaarde het volk dat in afgoderij was gevallen. “Toen zag de Heer af van het onheil waarmee Hij zijn volk had bedreigd.” Wij zijn verantwoordelijk voor het heil, de redding van de wereld, door ons gedrag én door ons gebed opdat veel verloren zonen en dochters niet verloren zouden zijn, maar terugkeren en opnieuw tot leven zouden komen. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

25ste ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Am., 8, 4-7 De armen verdrukt / TUSSENZANG  Ps.113 (112) 1-2, 4-6, 7-8  Refr: Verheerlijkt de Heer, die de armen op­beurt. of: Alleluja / TWEEDE LEZING  1 Tim., 2, 1-8 Oproep tot gebed / ALLELUIA  1 Sam., 3, 9; Joh., 6, 69b  Alleluia. Spreek, Heer, uw dienaar luistert; uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluja/  EVANGELIE  Lc., 16, 1-13 of 10-13 Ge kunt niet God dienen en de mammon.


Het Woord van God dat we in de lezing uit het Oud Testament én uit het evangelie hoorden is een sterke uitnodiging om toch maar geen te grote zekerheid te zoeken in het materiële bezit, maar bezit en rijkdom altijd te zien in relatie tot Gods verlangen en het welzijn van onze arme medemensen.

De profeet Amos is zeer sterk sociaal bewogen en hij ziet onze omgang met de armen in nauwe relatie tot God. Je kan God niet dienen als je de arme, de minder begaafde, uitbuit of bedriegt: de Heer heeft gezworen: geen van hun daden zal ik ooit vergeten. Hij geeft voorbeelden uit zijn tijd: de korenmaat verkleinen, de prijs verhogen, bedriegen met een vervalste weegschaal…

In het evangelie schetst Jezus ons een man die het wat bont gemaakt heeft op zijn werk en het bezit van zijn baas heeft verkwist. Hij wordt ontslagen maar neemt nog enige onrechtvaardige maatregelen om zijn toekomst te verzekeren.  Jezus zegt dat gelovigen ook verstandig en met overleg moeten omgaan met geld en bezit. Dat zullen wij misschien ook wel vinden.  Maar op het eind van zijn vergelijking zegt Jezus dit: Gij kunt niet God dienen en de mammon, de geldduivel, de geldzucht, de geldziekte.

Jezus vindt, met andere woorden, dat we verstandig moeten omspringen met geld en bezit, maar het ook altijd moeten zien als iets relatiefs, iets betrekkelijk, iets dat niet op de eerste en voornaamste plaats moet komen: Jezus stelt onze relatie tot God, en wat God over ons omgaan met geld vindt belangrijker dan onze gehechtheid aan het materiële. Jezus heeft ook in het leven gestaan, hij heeft ook geldgierig mensen gekend en armen die aan alles gebrek hebben. Hij vraagt aan ons: vergeet niet het voornaamste, namelijk wat God vindt over je staan in deze wereld en je omgang met het materiële. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

26ste ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING Am., 6, 1a. 4-7 Wee de zelfverzekerden  / TUSSENZANG   Ps. 146 (145) 7, 8-9a, 9bc-10  Refr: De Heer zal ik loven mijn leven lang. of: Alleluja /  TWEEDE LEZING  1 Tim., 6, 11-16  Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven / ALLELUIA  Joh. 6. 64b en 69b  Alleluia. Uw woorden, Heer, zijn geest en leven. uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 16, 19-31 Lazarus en de rijke vrek.


De profeet Amos, die we vorige zondag reeds hoorden, heeft het vandaag opnieuw over de rijken, die in weelde leven, en die zich niets aantrekken van de ellende van eenvoudigen en armen. Maar, zo waarschuwt de profeet: “Daarom gaan zij als eersten de ballingschap in, en is het gedaan met de feesten van hen die daar lui liggen uitgestrekt op hun ivoren bedden".

In het evangelie gaat Jezus op diezelfde toon verder. Hij geeft het voorbeeld van een arme en een rijke. De arme bereikt het geluk in het leven over de dood heen, terwijl de rijke geen goede toekomst heeft. Het klinkt wat ouderwets misschien, maar Jezus wil dat wij ons huidige leven zien in het perspectief van de eeuwigheid. Wat heeft echte en blijvende waarde in de ogen van God. Geld en bezit hebben geen absolute waarde: je moet het zien in het licht van de eeuwigheid. Dat is geen foefje om de armen en verdrukten koest te houden. Het bezit moet men zien in het licht van de eeuwige toekomst: je kan het egoïstisch enkel voor jezelf houden, voor je eigen genot, of je kan het ook gebruiken voor wat God wil, en niet voorbijzien aan de behoeftigen.

Voor Jezus is moeten armoede en bezit bezien worden vanuit de ogen van God en onze houding daar tegenover is van beslissende aard voor onze eeuwige toekomst, voor het lukken of het verzanden van ons leven. Laten we dus geen al te materialistische opvatting hebben over rijkdom en bezit, maar ze op de wegschaal leggen van God, van zijn oordeel erover.


Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025


27ste ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Hab., 1, 2-3; 2, 2-4  De rechtvaardige blijft leven door zijn trouw / TUSSENZANG  Ps. 95 (94) 1-2, 6-7, 8-9  Refr: Luistert heden naar Gods stem. Weest niet halsstarrig zoals weleer / TWEEDE LEZING  2Tim., 1, 6-8. 13-14  Bewaar de u toevertrouwde schat /  ALLELUJA  Joh., 17. 17b en a  Alleluia. Uw woord is waarheid, Heer, wijd ons U toe in de Waarheid. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 17, 5-10 Geef ons meer geloof.


Hoelang moet ik nog roepen, Heer, terwijl Gij maar niet luistert? Hoelang moet ik de hemel nog geweld aan­doen, terwijl Gij maar geen uitkomst brengt? En zo gaat het geklaag van de profeet maar door. Is dit soms ook ons gebed niet? God onze smeekbede voorleggen, ons vurig gebed om hulp, om uitkomst uit allerlei beproevingen? De profeet richt zich tot God: “Heer, ik heb van uw roemruchte daden gehoord, vol ontzag heb ik uw werken vernomen. Doe die nu herleven in onze tijd, laat ze ons, in deze tijd, ervaren.” Het antwoord van God aan de profeet is: heb geduld, ik ga tussenkomen en ge zult het nog meemaken;  “AI blijft het ook uit, geef het wachten niet op, want komen doet het beslist en het komt niet te laat. Bezwijken zal hij die in zijn hart niet deugt; de rechtvaardige echter blijft leven door zijn trouw.”  Ook wij worden midden de wisselvalligheden van heet leven opgeroepen om geloof en vertrouwen te hebben, zo laten wij God vrij om zijn plan van heil uit te werken. Ongeloof en wantrouwen binden immers Gods handen.


Wees dus niet ongelovig of halsstarrig, klinkt het in psalm 95, maar luister naar Gods stem. En Sint Paulus schrijft aan zijn vriend en medewerker Timóteüs: “God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtig­heid maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.” Wij moeten ons niet laten terneerslaan door tegenslagen en door wat wij ons inbeelden als dreigingen. Maar ja, we zijn maar mensen, en tegenover allerlei zaken en structuren voelen wij ons onmachtig en voelen wij ons soms in de steek gelaten. We zouden echter God meer moeten betrekken bij ons leven, ook – maar niet alleen – in moeilijkheden. Maar ons geloof zit soms diep verborgen onder al het lawaai en de drukte van het leven. “Geef ons meer geloof” is dan ook de vraag van de leerlingen aan Jezus. Het mag deze week ook onze vraagt zijn, zodat we niet verzinken in een leven en een wereld zonder God. “Heer, Geef ons meer geloof." (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

28ste ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  2 Kon., 5, 14-17 Naâman gereinigd / TUSSENZANG  Ps. 98 (97) 1, 2-3ab, 3cd-4 Refr: Zijn weldaden deed God ons kennen, de volkeren zijn gerechtigheid / TWEEDE LEZING  2 Tim., 2, 8-13  Als wij met Hem gestorven zijn zullen wij met Hem leven / ALLELUJA  Mt., 11. 25 Alleluia. Geprezen zijt Gij, Vader van hemel en aarde, omdat gij de geheimen van het koninkrijk aan kinderen geopenbaard hebt. Alleluja / EVANGELIE Lc., 17, 11-19 10 melaatsen


Melaatsheid. In de Middeleeuwen kwam ze ook in onze streken voor en er bestonden ook bij ons leprozerieën, waar men leprozen in onderbracht. Melaatsheid bestaat nog altijd in verscheidene landen. Melaatsheid is een aanslag van het menselijk lichaam, het misvormt het lichaam en maakt het lelijk in de ogen van de mensen. Melaatsheid heeft zo ook sociale gevolgen, ze vereenzaamt de persoon. Jezus geneest in het evangelie van vandaag 12 melaatsen. Hij opent zijn hart voor die uitgestotenen. Op een andere plaats in het evangelie wordt verhaald hoe Jezus een melaatse aanraakt alvorens hem te genezen.

Het is voor ons een teken dat geen enkel mens voor God te lelijk is om van hem te houden en hem te hulp te komen. Wij zijn geen melaatsen, maar we moeten er ons toch bewust van zijn dat wij, geestelijk gesproken, niet onbesproken of ongerept  zijn. In het Weesgegroet klinkt het zo: bid voor ons arme zondaars. We mogen nooit vergeten wat Johannes schrijft in zijn eerste brief: (1Joh.1,8) Als wij beweren zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf en woont de waarheid niet in ons. En hij voegt er aan toe: (1Joh.1,9) Als wij onze zonden belijden, is God zo getrouw en genadig, dat Hij onze zonden vergeeft en ons reinigt van alle kwaad.

Het stoort sommigen wel dat in iedere eucharistieviering eerst een schuldbelijdenis voorkomt. Een dokter vroeg eens aan zijn oom de abt van de abdij van Chevetogne, waarom ze voor de anaphora 40 keer ‘Heer ontferm U’ zongen. De abt antwoordde: we zouden dat wel duizend keer moeten bidden omdat we de Heer zo nodig hebben omwille van onze zwakheden en beperkingen en nood.

We willen vandaag ook weer met onze beperktheid voor God komen en Hem vragen: Heer ontferm U. Maar evenzeer willen wij vanuit dit evangelie God dankzeggen omdat Hij ons telkens vergiffenis schenkt en ons tegemoet komt in al onze noden en onze zwakheid. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

29ste ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Ex., 17, 8-13 Aanhoudend gebed van Mozes / TUSSENZANG  Ps. 121 (120) 1-2, 3-4, 5-6, 7-8  Refr: Mijn hulp zal komen van God de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft / TWEEDE LEZING 2 Tim. 3, 14-4, 2 Belang van heet Woord Gods / ALLELUIA Ef. 1. 17-18  Alleluia. Moge de Vader van onze Heer Jezus Christus ons innerlijk oog verlichten, om te zien hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept. Alleluja / EVANGELIE Lc., 18, 1-8 Steeds bidden en daarin niet versagen.


Zolang Mozes zijn handen biddend omhoog hief, was het volk van God aan het winnen tegen Amelek, de koning van een woestijnvolk; stopte Mozes met bidden, dan verloor het Godsvolk. Gelovige mensen richten zich vol vertrouwen tot God en bidden zoals psalm 121 “Mijn hulp zal komen van God de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.” Dat wil Jezus ons ook in het evangelie duidelijk maken. Dat we aanhoudend moeten bidden en daarin niet versagen. Het niet opgeven… We zijn niet altijd bij machte om voor onszelf in te staan, in te staan voor het lichamelijk of psychisch welzijn van onze gezinsleden of vrienden, wij worden gesteld voor zoveel spijtige toestanden in de wereld…  God wil evenwel dat wij ons zelf inspannen voor het geluk van onszelf en onze medemensen, dichtbij en veraf. Maar soms staan we machteloos tegenover veel zaken. Zelfs dan voelen we ons vaak niet aangespoord om ons tot God te richten. De moderne ongelovige mentaliteit heeft ook zijn invloed op christenen. Nochtans zouden we ons in veel gevallen

Met vertrouwen moeten wenden tot God. Met vertrouwen, met aandrang en volhardend. Daarin niet versagen,, zegt Jezus. Je mag God lastig vallen met al je vragen en problemen. God lastig vallen, zoals die arme weduwe de rechter bleef lastig vallen tot ze geholpen werd. Met al onze noden en die van onze medemensen mogen we bij God aankloppen, en blijven aankloppen. Misschien vragen we iets wat niet overeenkomt met God liefdevol plan met ons leven, misschien spannen we onszelf niet voldoende in om  iets aan de situatie te veranderen. Maar de grote les die Jezus ons geeft blijft onveranderd: vraag en je zal krijgen, zoek en je zal vinden, klop en er zal worden opengedaan. Want we vraagt verkrijgt, wie zoekt vindt, en voor we klopt zal worden opengedaan. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

30ste ZONDAG DOOR HET JAAR C

 

EERSTE LEZING Sir., 35, 12-14. 16-18 Het gebed van de arme dringt door de wolken heen / TUSSENZANG Ps. 34 (33) 2-3, 17-18, 19 en 23  Refr: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer / TWEEDE LEZING 2 Tim., 4, 6-8. 16-18  De Heer heeft mij terzijde gestaan en mij kracht gegeven / ALLELUJA  Hand. 16 14b  Alleluia. Maak ons hart ontvankelijk, Heer, opdat wij de woorden van uw Zoon zouden begrijpen. Alleluja / EVANGELIE  Lc., 18, 9-14 Het gebed van de Farizeeër en de tollenaar.


Lucas vertelt hoe Jezus in een gelijkenis aan zijn leerlingen leerde dat zij steeds moesten bidden en daarin niet versagen (18,1) Wij hebben dat vorige zondag gehoord en misschien hebben we daarin een uitnodiging gezien voor onszelf om vaak in gebed te zijn voor onze eigen noden en voor de noden van de mensen om ons heen. Vandaag brengt Jezus een belangrijke opmerking naar voor over hoe ons gebed moet zijn. Gods oor en zijn hart staan wijd open voor de mens in nood, voor de wees en de weduwe, voor de verdrukte en de nederige. Hij sluit zich af voor de hoogmoedige en de mens die zich boven de anderen verheven voelt. Kijk en luister naar de tollenaar, zegt Jezus. Hij voelt zich zelfs onwaardig om naar God op te kijken, maar slaat zich op de borst en bidt in alle eenvoud: God, wees mij, zondaar, genadig. Deze ging naar huis met Gods genadige ontferming. Jezus leert ons vandaag dat God de mens in nood nabij is en dat Hij hun gebed verhoort zoals het boek Prediker het zo duidelijk verwoordde: “God neemt geen steekpenningen aan ten koste van de arme, maar luistert naar het pleit van de verdruk­te. Hij wijst het gezucht van de wezen niet af, noch van de weduwe wanneer zij blijft klagen.” Laten wij dus vaak naar de Heer gaan, bewust dat we allen onze eigen noden en bekommernissen hebben en ons ook bekommeren om de noden van onze medemensen, van de eenzamen en lijdenden, van vereenzaamde ouderen en de jongeren van deze tijd die opgroeien een materialistische wereld. Op facebook circuleert een woord van paus Leo ter bemoediging van mensen die lijden aan A.L.S., een vreselijke ziekte waardoor onze organen stilaan hun functies opgeven. Wij worden vandaag door Jezus ook opgeroepen om nederig tot God te komen, in het bewustzijn van onze beperktheid en de beperktheid van ons leven. (Ben Van Vossel 2025)


Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           


ALLERHEILIGEN 1 NOVEMBER


EERSTE LEZING  Apok., 7, 2-4. 9-14  De getekenden / TUSSENZANG Ps. 24 (23), 1-2, 3-4ab, 5-6  REFREIN: Zo doet het geslacht dat zich richt tot U, dat staat voor uw aanschijn, God van Jakob /  TWEEDE LEZING  1 Joh., 3, 1-3 Kinderen van God / ALLELUJA  Mt., 11, 28  Alleluia. Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verkwikking schenken. Alleluja / EVANGELIE  Mt., 5, 1-12a Zaligsprekingen.


Allerheiligen, Allerzielen, het zijn dagen dat we eens wegkijken van het reilen en zeilen van onze wereld en van ons leven en eens kijken naar de overkant, waarheen onze dierbare overledenen zijn overgegaan. Zij hebben ons leven gedeeld, met zijn vreugden en zijn leed, een gevuld leven, lang en gelukkig maar vaak ook met tegenslagen en soms ook al te kort naar ons aanvoelen… Als gelovige en christen hebben wij hen en onszelf  toevertrouwd aan Gods barmhartige liefde; Hun leven heeft God tot voltooiing gebracht en ze zijn in zijn liefde geborgen. Wij hopen dat ook ons leven door God aanvaard kan worden en dat ook wij gerekend worden tot die ontelbare menigte die gered zijn door Jezus, de eengeboren Zoon van God.

Wij zijn Gods kinderen, schrijft Johannes en het alleluia-vers nodigt  ons uit: Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verkwikking schenken. Want het zijn niet de succesvolle mensen, de hoogmoedigen, de verdrukkers die welkom zijn bij God. Maar de nederigen, de mensen die beseffen dat ze God nodig hebben en die weten dat de uiteindelijke toekomst van hun leven in Gods hand is gelegen, dat God het laatste woord heeft over het al of niet gelukken van hun leven. Jezus heeft in zijn zaligsprekingen de weegschaal duidelijk getekend en is zelf die weg gegaan die leidt naar de al of niet aanvaarding door God.

Wij bidden voor al onze dierbaren en vrienden, levenden en overledenen, dat hun leven mag voltooid worden door God, dat zij, geleid door Jezus’ woord nu geborgen zijn in zijn liefde. Laten wij deze dag ook naar onszelf kijken en aan onze overledenen vragen dat zij ons helpen om door de nauwe deur uiteindelijk ook thuis mogen komen. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

32ste ZONDAG DOOR HET JAAR

 

Voor het Kerkwijdingsfeest van de Lateraanse basiliek: zie

Eerste lezing: Ezechiël 47,1-2.8-9.12

Tweede lezing: 1 Korintiërs 3, 9b-11.16-17

Evangelielezing: Johannes 2,13-22

Ingesproken lezingen

Commentaar bij de lezingen: Over de geestelijke tempel en het lichaam van Christus



EERSTE LEZING 2 Makk., 7, 1-2. 9-14 De Makkabese broers en hun moeder / TUSSENZANG Ps. 17 (16) 1, 5-6, 8b en 15 Refr: Uw aanblik, Heer, verzadigt mij als ik ont­waak / TWEEDE LEZING 2 Tess., 2, 16-3, 5 Moge Hij uw harten bemoedigen en sterken / ALLELUJA  Apok., 2, 10c Alleluia. Wees getrouw tot de dood, zegt de Heer en Ik zal u de kroon des levens geven. Alleluja / EVANGELIE Lc., 20, 27-38 of 20, 27. 34- 38 God is een God van levenden.


Soms kan een mens zich alleen voelen, in de steek gelaten, bedolven worden onder gebeurtenissen en zich geen raad meer weten, soms kunnen er moeilijkheden zijn in je relatie of met de kinderen… Het is goed om dan raad te vragen aan goede en betrouwbare vrienden. Het is ook goed om je dan in gebed tot God te wenden.

Aan het begin van deze maand hebben we Allerheiligen en Allerzielen gevierd. In het leven van ieder mens komt het moment dat alles ons ontvalt en we de grote overtocht moeten maken. Het doet dan wel goed wanneer geliefden onze hand vasthouden, maar steviger dan die liefdevolle hand is de hand van God. Een God die, zoals Jezus ons zelf zegt vandaag, een God die geen God is van doden maar van levenden. Voor God verdwijnen wij bij onze dood niet in het niets, maar zijn liefde is trouw en Hij houdt ons in leven, ook óver de dood heen..

In de tussenzang werd dat vandaag mooi verwoord, wanneer wij uit de doodsslaap ontwaken: Uw aanblik, Heer, verzadigt mij als ik ont­waak. Het is zoals een kind dat bij zijn ontwaken het liefdevol gelaat van papa of mama ziet en zich geborgen weet in die liefde.

Voor dat geloof in een leven óver de dood heen gaven de Makkabese broers uit de eerste lezing hun leven. En Paulus bad voor zijn christenen van Tessalonika Moge God uw harten bemoedigen en sterken met alle goeds, in woord en daad. De Heer is getrouw: Hij zal u sterken en behoeden voor de boze.

In het evangelie hoorden we hoe Sadduceeën uit de priesterkaste het geloof in een eeuwig leven belachelijk willen maken. Maar Jezus dient hun gepast van antwoord, vanuit dat woord uit de Schrift waaraan ook zij geloofden: In het verhaal over Mozes een de brandende braamstruik noemt God zichzelf de God van Araham, de God van Izaak en de God van Jacob. En Hij besluit: God is geen God van doden maar van levenden want voor Hem zijn allen levend.

Laten wij vandaag bidden om meer geloof in een God van liefde en trouw, die ons niet laat vallen als eendagsvliegen, laten wij leven als mensen die weten dat het mooiste nog moet komen, leven als pelgrims van hoop. (Ben Van Vossel 2025).

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

33ste ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING  Mal., 3, 19-20a De dag gaat komen / TUSSENZANG Ps. 98 (97) 5-6, 7-8, 9  Refr: Rechtvaardig bestuurt de Heer de we­reld, de volken met billijkheid / TWEEDE LEZING  2 Tess., 3, 7-12 Regelmatig werken / ALLELUIA  Mt., 24, 42a en 44  Alleluia, Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welk uur de Mensenzoon komt, Alleluja / EVANGELIE   Lc., 21, 5-19 De eindtijd.


Iedere dag van ons leven deelt in de ernst van ons leven. Omdat ons leven nu eeuwigheidswaarde heeft krijgt elke dag ook zijn volle betekenis.

Vandaag gaan de lezingen over ons leven, over ons dagelijks bezigzijn, maar dan wel onder het licht van Gods woord. Het verkeerde, het boze, zo zegt ons de lezing uit de profeet Maleachi, wordt uiteindelijk te licht bevonden en zal vernietigd worden. Wie God eert in zijn leven, die zal goedgekeurd worden en genezen. Maar dat we uitzien naar het einde van ons leven en het einde van alles wat bestaat, mag geen reden zijn om dan maar niets te doen. We kunnen beter het spreekwoord toepassen: Doe uw best en God doet de rest. Het vertrouwen op God mag geen reden zijn om zelf alle verantwoor-delijkheid van ons af te schuiven. Wij moeten volop vertrouwen op de Heer, dat Hij ons leven en werk zou zegenen, maar we mogen zeker niet onze plicht en onze eigen verantwoordelijkheid ontvluchten.

Wat er ook gebeurt in ons leven en ons samenleven, en het gebeuren in de hele wereld, dat moet ons niet uit het lood slaan; met geloof en vertrouwen gaan wij onze weg zoeken doorheen alles wat ons overkomt en wat er gebeurt. God gaat met ons mee, in goede en in kwade dagen, in rustige dagen en in dagen van onrust en zorgen. Ook wanneer ons geloof wordt beproefd door wat we zien en horen, vraagt Jezus dat we standvastig zouden blijven.  “Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen."

Laten wij daarom ons geloof beleven door daden van geloof, door een leven volgens Gods verlangen en ons geloof niet laten afhangen van wat een ongodsdienstige wereld en de massamedia ons voorschotelen. Gaan we met vertrouwen onze weg door het leven. In ons hart zal de Heer vrede en zekerheid leggen, zijn bijstand zal ons nooit ontbreken ook niet op de grote dag van zijn Komst. (Ben Van Vossel 2025)

).

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025

CHRISTUS, KONING VAN HET HEELAL

( LAATSTE   ZONDAG DOOR HET JAAR)

 

EERSTE LEZING  2 Sam., 5, 1-3 Gij zult mijn volk Israël hoeden / TUSSENZANG  Ps. 122 (121) 1-2 3-4a 4b-5  Refr: Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis / TWEEDE LEZING  Kol., 1, 12-20 ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon / ALLELUIA  Mc., 11, 10 Alleluia. Gezegend, de komende in de naam des Heren. Geprezen het komende koninkrijk van onze vader David! Alleluja / EVANGELIE  Lc., 23, 35-43 Vandaag nog zult ge met Mij zijn.


De laatste zondag van het liturgisch jaar is toegewijd aan Christus als koning van het heelal. Wee lazen in de brief aan de Colossenzen: “De Vader heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon.” In de eerste lezing hoorden we hoe David als koning erkend werd door alle stammen van de Israëlieten. Op dit feest van Christus Koning worden wij uitgenodigd om Jezus te erkennen als koning van ons leven. Eigenlijk ligt dat in onze doopbeloften ingesloten, maar het is goed om dit vandaag opnieuw uit te spreken: ‘Jezus wees Heer van mijn leven, ik erken U als de Redder en Koning over heel de wereld.’ Dit is ook een daad van vertrouwen, een vertrouwen zoals de goede moordenaar dat uitdrukte: “Jezus,  denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt." En waarop Jezus antwoordde: “Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs." Zo mogen wij ons leven en onze toekomst toevertrouwen aan Jezus. In Hem ligt onze bevrijding, bevrijding uit de zonde, bevrijding uit de dood door zijn kruis en verrijzenis.

Als wij de mogelijkheid hebben zullen wij ons verzekeren tegen ongevallen en ziekte, ons verzekeren tegen diefstal en fraude. Jezus zegt over dat alles dat ons leven maar verzekerd is wanneer wij Gods Rijk zoeken en zijn gerechtigheid, wanneer wij ons durven toevertrouwen aan de Vader en aan Hem die Hij als Redder en Koning voor ons heeft aangesteld.

Wanneer wij ons nu aan Jezus toevertrouwen, zetten wij als een stap in de Advent, waarin ons ook gevraagd wordt dat we de zekere en veilige weg zouden gaan om in te treden in het Rijk dat Jezus heeft opgericht toen Hij de wereld is binnengetreden als een weerloos kind, als onvermoeibare zaaier van het Woord van God en als Dienaar van   God en de mensen tot op het kruis.  Daarom heeft God Hem hoog verheven en tot Heer aangesteld over al wat bestaat. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2025