GELOOF EN WETENSCHAP

- Pierre Teilhard de Chardin (1881- Pasen 1955) Geloof en evolutietheorie
-
De 'big bang' (Persoon en visie van Georges Lemaître)
- De diepe visie van het scheppingsverhaal

  ACTIVITEITENGRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN INHOUD - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT THUISPAGINA UITZICHT - VERHALEN -  WETENSCHAP - ZENDING

 

PIERRE TEILHARD DE CHARDIN
(1881- Pasen 1955)

Met Pasen was het 50 jaar geleden dat de jezuïet-wetenschapper Teilhard de Chardin overleed. Zijn boek “Het verschijnsel mens” (Le Phénomène humain) was de neerslag van enerzijds zijn paleontologisch onderzoekswerk en anderzijds van zijn diepgaande bezinning op de ontwikkelingen die hij vaststelde bij de opgravingen, ontwikkelingen ook bij de menselijke skeletten of fossielen. Zelf was hij betrokken bij de ontdekking van de ‘homo pekinensis’ tijdens paleontologische opgravingen in China, maar later ook bij opgravingen in Zuid-Afrika in vindplaatsen van een neef van het menselijk geslacht, de ‘australopithecus africanus’.

Zijn jonge jaren
In 1892 verlaat de toen 11-jarige Pierre het statige kasteel en het grote gezin  om bij de Jezuïeten in Villefranche aan het college Mongré zijn middelbare studies aan te vangen. Hij was intelligent maar ook iemand die zijn aandacht richtte op innerlijke van de dingen. Als kind hadden ijzeren voorwerpen hem reeds geïntrigeerd, later werd het de inwendige geschiedenis van rotsen en stenen… In 1899 treedt hij evenwel in bij de Jezuïeten. Even later werd de Jezuïetenorde uit Frankrijk verjaagd (af en toe zijn er van die ‘ruimdenkende’ - vaak rationalistische of nationalistische -  regimes geweest die het niet konden hebben dat religieuzen internationaal georganiseerd waren; je had het gevoel daar geen vat op te hebben). In het scholasticaat op het eiland Jersey strijd Pierre de Chardin met de keuze: kan ik nog van de wereld houden als ik radicaal van God wil houden? Zijn novicenmeester helpt hem eruit: “Nu weet ik dat ik niets behoef te verminken om God geheel en al toe te behoren”. 

De wetenschapper steekt de kop op
Vóór de aanvang van zijn theologische studies wordt hij in 1905 tot docent benoemd in chemie en fysica aan de jezuïetenschool in Cairo. Naast zijn onderwijsfunctie “trekt hij de woestijn in en verzamelt stenen en fossielen, bestudeert insecten en weekdieren maar richt zich vooral op de paleontologie”. En hij doet dit niet op amateuristische manier maar echt wetenschappelijk. Van 1908 tot 1912 werkt hij zijn theologische studies af in Engeland. Op 24 augustus 1911  wordt hij priester gewijd. Tijdens zijn studies deed hij ook allerlei natuurwetenschappelijke excursies doorheen Engeland en af en toe bezorgde hij het ‘British Museum’ door hem ontdekte fossielen. Wereldoorlog I breekt uit en Teilhard wordt brancardier. Zijn moed en doodsverachting hebben misschien te maken met een uitspraak van hem: ‘Als ik gedood wordt, wissel ik immers slechts van toestand’[1]. Na de oorlog publiceert hij aan de Sorbonne zijn proefschrift over “De zoogdieren van het vroeg-eoceen” waarin hij vastberaden en geestdriftig de evolutietheorie, ja zelfs het transformisme aanhangt. Teilhard, die in eerste instantie wetenschappelijk werk wil leveren, is als christen zonder schroom omdat hij er rotsvast van overtuigd is dat geen natuurlijke waarheid in strijd kan zijn met de geopenbaarde waarheid. Bij een aantal medechristenen stoot hij echter op wantrouwen en onbegrip; men zag hem ten onrechte als besmet door het modernisme, hoewel hij geen enkel dogma van de hand wees, alleen om de godsdienst op goedkope wijze meet de wetenschap te kunnen verzoenen. Hij wordt professor in de geologie en paleontologie aan het Institut Catholique van Parijs: “Het geloof heeft de gehele waarheid nodig, ook de waarheid van de natuurwetenschap”[2].

De mens: geoepen tot groei en eenheid
Teilhard zou je kunnen omschrijven “als een vermaard natuuronderzoeker en tevens als een diep religieus man, die tussen zijn geloof en de wetenschap een brug wist te slaan”. In het schijnbaar dode, nietszeggende verleden van rotsen, aardlagen, fossielen en skeletten vond hij tekenen die verwezen naar de levende God, de oorsprong en bestemming van alles:  “… voor ons is er maar één God, de Vader, uit wie het al voortkomt en voor wie wij bestemd zijn, en één Heer, Jezus Christus, door wie het al bestaat en wij in het bijzonder. (Paulus in 1Kor.8,6 )”.

Teilhard ziet het heelal als een geweldig evolutieproces, van het tot stand komen van de dode stof, de drempeloverschrijding naar het leven en tenslotte de drempeloverschrijding naar het reflexieve denken, het reflexieve bewustzijn. De roeping van de mens is te groeien in menselijkheid of hominisatie (we zijn mens maar moeten het stilaan worden: werde was du bist); hier ziet hij de roeping tot toenemend verantwoordelijkheidsbesef, toenemende vrijheid, liefde, eenheid. Dat is dan ook de toekomst waartoe we in Christus geroepen zijn.

De 'chinese mens'
In 1923 reist hij naar China voor geologische, prehistorische en paleontologische opgravingen. Af en toe is hij dan weer in Frnakrijk of in Amerika, Engeland of elders voor wetenschappelijke ontmoetingen of congressen, maar telkens keert hij terug naar China. Wanneer in de periode 1927/1929 men in Tsjoe-Koe-tien de resten van de ‘Chinese mens’ ontdekt, de ‘sinanthropus’ of ‘homo pekinensis’, als een soort tussenschakel op weg naar de ‘homo sapiens’, de hedendaagse mens. Teilhard wordt dan geteld onder de meest vooraanstaande paleontologen. Tijdens een reis door Amerika (1930) moet hij echter vaststellen dat het evolutionisme, de theorie van een langzame ontwikkeling van het heelal en de mensheid, nog steeds gezien wordt als een bestanddeel van het materialisme. Vooral de katholieken in Amerika stonden afwijzend tegenover het evolutionisme. Teilhard betreurt het omdat het katholicisme zich op die manier afsluit voor de wetenschappelijk gevormde elite. Zelf doet hijin Amerika tal van geologische en paleontologische vondsten. Men wil hem daar houden ens telt hem heel wat middelen in het vooruitzicht. Maar in Tsjoe-Koe-tien heeeft men nog vercheidene ontdekkingen gedaan en men heeft een specialist nodig om alles te ordenen en te dateren. Hij trekt erheen en als internationaal expert reist hij door India, Java, Zuid-Afrika en vele andere streken; maar China blijft zijn thuishaven. In 1936 valt Japan China binnen.

Kritiek en succes. Pasen 1955
Een jaar vóór W.O.II is hij in Frankrijk en komt er met allerlei mensen in contact, priesters, studenten en jongeren van de katholieke arbeidersjeugd. Ondanks de aanvang van de oorlog geraakt Teilhard,na een verblijf in Amerika toch opnieuw in China. Zes jaar zet hij zijn wetenschappelijke arbeid er voort al bemoeilijkte de Japanse invasie wel de opgravingswerkzaamheden. In 1946 is Teilhard terug in Parijs. Hij voelt veel voor de progressistische vleugel van het Franse katholicisme. Hij wil de handarbeiders weer voor Christus winnen. Het hoogste onerwijsinstituut van Frankrijk – het Collège de France – biecht hem een leerstoel aan. Maar zijn orde wenst dt hij Parijs en Frankrijk verlaat. Hij zal dan Amerika als thuisbasis hebben mar dat belt de 70-jarige niet om in 1951 nog op zoek te gaan naar de eerste sporen van de mensheid in Zuid-Afrika. “Naar zijn mening schijnt Afrika niet alleen de wieg van de ‘eerste mens’, maar ook het oudste werelddeel te zijn”[3]. In 1954 mag hij even naar Frankrijk terugkeren maar dan terug naar Amerika. Teilhard had in zijn jonge jaren aan familie geschreven dat hij graag op een paaszondag wou sterven (de dag van Jezus’ opstanding). Op Paszondag, 10 april 1955 had hij in New-York na de eucharistieviering met vreugde geluisterd naar een concert van religieuze muziek. Hij was bij vrienden te gast. Plots voelde hij zich onwel. Even later was hij dood.

Zijn invloed
In de jaren 1955 – 1965 was er nogal wat nieuwsgierigheid en werd er nogal geschreven en gedacht rond de spectaculaire ideeën van Teilhard omdat hij in zijn beschouwingen als wetenschapper en christen een synthese zag in de christelijke gedachte, die niet tegengesteld maar juist in harmonie was met de bevindingen van de wetenschap. In nogal wat intellectuele milieus was men dolenthousiast. De evolutieleer en de spectaculaire ideeën van Teilhard stonden in nogal wat studieavonden op het menu. De volgende tien jaar vervaagde de interesse in heel wat culturele kringen. Maar toen in 1981 de honderdste verjaardag van zijn geboorte werd gevierd bleek dat er over heel de wereld de gedachtegang van Teilhard toch echt doorgang gevonden had. Zijn visie zal zich nu verder moeten aanpassen aan de omstandigheden; hijzelf zou dit de “overschrijding” noemen[4].

Uit de visie van Teilhard zijn nogal wat toepassingen te maken en ze zijn in feite ook gemaakt. Met sommige van die toepassingen (en zelfs van de uitgangspunten) hebben instanties in de kerk nogal moeilijkheden of sterke twijfels en tegenwerpingen[5]: Staat God dan niet aan de oorsprong van alles (evolutionisme of creationisme)? Schept God – ondanks de evolutie - toch niet de (persoonlijke) ziel, het diepste geestelijk beginsel van ieder mens? Staat er niet één echtpaar of zelfs niet één mensensoort aan het begin van de mensheid? Hoe moet het met de erfzonde als alles maar louter evolutie is (dus als er geen menselijke verantwoordelijkheid steekt in de oerzonde)?

Maar ondanks al deze vragen is er vanuit de visie van Teilhard een weldadige invloed uitgegaan, ook naar het theologisch denken in het christendom. Het was een weldadige ervaring om het christelijk geloof los te maken van bepaalde vastliggende ideeën en het te confronteren en te zien samengaan met nieuwe wetenschappelijke gegevens. Dit is geen pleidooi om het geloof en het theologisch denken direct te doen samenvallen met nieuwe wetenschappelijke bevindingen (bepaalde wetenschappelijke vaststellingen van Teilhard zijn ondertussen reeds achterhaald en bepaalde theologische toepassingen blijken niet vol te houden) maar om de openheid van geest te hebben om - evenwel zonder afbreuk te doen aan het christelijk eigene – ook de positieve invloed van wetenschappelijke bevindingen te zien in het verhelderen en ‘aan de dag brengen’ (agiornamento) van de christelijke leer.

Enige citaten uit de publicaties van pater Teilhard de Chardin

Wat vraagt het leven van ons? 
“Niet enkel zichzelf ontplooien, noch enkele zich geven aan zijn gelijke, maar bovendien zijn leven onderwerpen aan en terugvoeren tot Iemand die groter is dan ikzelf. Anders gezegd: eerst zijn, vervolgens beminnen en eindelijk aanbidden. Dat zijn de natuurlijke fasen van onze personalisatie. Het geluk van het groeien, het geluk van lief te hebben, het geluk van te aanbidden.”[6]

Perspectieven vanuit het evolutionistisch wereld- en mensbeeld:
“We hebben langdurig binnengedrongen in volgende perspectieven: de vooruitgang van het Heelal, en speciaal van het menselijk Universum, is geen concurrentie voor God, noch een verloren verlies van energieën die we Hem verschuldigd zijn. Hoe groter de mens, hoe meer de Mensheid verenigd is en bewust en meester van haar kracht, des te mooier zal de schepping zijn, des te volmaakter zal de aanbidding zijn[7], des te meer zal Christus, voor mystieke uitbreidingen, een Lichaam aantreffen, waardig van verrijzenis.”[8]

En over het menselijk handelen in de wereld: 
“U hebt nog moeite om voor uzelf da gevoel van welbehagen te rechtvaardigen, dat u vervult terwijl u in de ‘business’ duikt … Omdat uw onderneming – die zedelijk is, naar ik veronderstel – bloeit, verspreidt zich in de massa der mensheid een klein beetje meer gezondheid, en bijgevolg een klein beetje meer vrijheid om te handelen, te denken en te beminnen. Wat wij ook doen, wij kunnen en moeten het doen in het verruimende en versterkende bewustzijn, dat wij op minuscule schaal meewerken aan de verwerkelijking van iets, dat zelfs in zijn tastbare gestalte nodig is voor Het Lichaam van Christus, op zijn minst indirect (…). Door uw werk zo goed mogelijk te doen, bouwt u uzelf in de Wereld op, en helpt u de wereld om zich rondom u op te bouwen. Hoe zoudt u dan soms niet in u de onmetelijke vreugde van de Schepping voelen stijgen?”[9]

Bibliografie:

CARP, Prof; dr. E.A.D.E. -, Teilhard, Jung en Sarte over evolutie. Aulaboeken. Het Spectrum 1969.
CHAUCHARD, Dr. Paul -, Teilhard, getuige van de liefde. Teilhard Cahiers 2. Lannoo Tielt/Den Haag 1964.
CHARDIN, Pierre Teilhard de -, Brieven uit Egypte. Deslée De Brouwer, Brugge-Utrecht 1965.
CHARDIN, Pierre Teilhard de -, Het goddelijk milieu. Het Spectrum 1962;
CHARDIN, Pierre Teilhard de -, Het verschijnsel mens. Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 19626 (De previtale fase – Het leven – Het denken – Het voortleven).
LEPP, Ignace -, Teilhard de Chardin en het christendom in de moderne wereld. Het spectrum 1963, Bibliotheek Teilhard de Chardin..
SMULDERS, Prof. Dr.P. – S.J., Het visioen van Teilhard de Chardin. Poging tot theologische waardering. Deslée De Brouwer, Brugge-Utrecht 1962².
WILDIERS, N.M.-, Teilhard de Chardin. Ed.Universitaires , Paris 1960 (Classiques du XXe siècle)


[1] Gecit. door Ignace LEPP, p. 27 in op. cit. aan einde van dit artikel.
[2] Id. p. 29/30.
[3] Id. p. 47.
[4] Naar Rudolf Kasper in tdc home over deze 4 stadia van de Teilhard-interesse.
[5] Op 30 juni 1962 vaardigde het H. Officie een Vermaning uit over de werken van Teilhard “om de geesten vooral van de jonge mensen te beveiligen tegen de gevaren van de wereld van Pater Teilhard de Chardin en van diens partijgangers”. De vermaning had het blijkbaar vooral over het blinde gedweep met Teilhard, waarvan op verschillende plaatsen de symptomen duidelijk zichtbaar zijn. Pater Smulders helpt in zijn boek zijn lezers om tot een kritische houding te komen en daarom tracht hij onduidelijkheden te verhelderen, dwalingen aan de kaak te stellen en waar mogelijk vanuit Teilhard’s eigen visie te corrigeren.
[6] Gecit. in: Dr. Paul Chauchard, Teilhard, getuige van de liefde. p. 61. Teilhard Cahiers 2. Lannoo Tielt/Den Haag 1964.
[7] 1 De Heer heeft de mens uit de aarde geschapen … Hij heeft hun tong gevormd en hun ogen en hun oren en hun een hart gegeven om te denken. 7 Hij heeft hen vervuld met onderscheidingsvermogen; Hij toonde hun het goed en het kwaad. 8 Hij heeft zijn oog in hun hart geplant om hun te laten zien hoe groot zijn werken zijn, 9 zodat zij van de grootheid van zijn werken gewagen 10 en zijn heilige naam prijzen”.  (Jezus Sirach 17,1.7-10) 
[8] Uit: ‘Le Milieu Divin’ (Ed. Du Seuil; 1957), gecit. in:  COURTOIS, René -, S.J., Des savants nous parlent de Dieu. Ed. Foyer Notre-Dame, 1958, p.51.
[9] Lettres de Voyage (1923-1939), recueillies par Cl. Aragonnès, Grasset, Paris 1956, 129 v., 1930; gecit. in Smulders? Het visioen van Teilhard de Chardin p. 321.

 

PERSOON EN VISIE VAN GEORGES LEMAITRE [1].

“Een beetje wetenschap verwijdert van God, maar veel wetenschap leidt naar Hem toe”
(Louis Pasteur)

Een geleerde landgenoot

In 1966 overleed een wetenschapper die men over heel de wereld de vader van de “Big Bang” noemt.  Georges Lemaître werd geboren in Charleroi in 1894.  Na zijn studies bij de Jezuïeten trok hij op 17-jarige leeftijd naar de Katholieke Universiteit van Leuven.

Als oorlogsvrijwilliger maakte hij heel de oorlog van 1914/18 mee als artillerist omdat hij zo goed kon berekenen.  Terug aan de universiteit wordt hij burgerlijk ingenieur maar ook doctor in de fysische en mathematische wetenschappen en haalt ook nog een licentie in de filosofie omdat hij zich al sinds zijn jeugd tot het priesterschap voelde aangetrokken.  Hij wordt priester gewijd in 1923.  Wiskunde wordt zijn hobby en zijn beroep.  Maar eerst gaat hij nog naar Cambridge bij de beroemde Eddington waar hij de algemene astronomie [2] en speciaal de astrofyica [3].  Hij zet zijn studies nog wat voort in Boston (V.S.) aan het observatorium van Harvard en aan het Massasuchets Institue of Technology.  Hij komt in contact met de fameuze cosmoloog Hubble [4].  Zo werd hij getuige van de ontdekking van de verbijsterende dimensie van het heelal in expansie.  In 1927 lanceert hij dan een kosmologische tesis, nl. deze van de Primitieve Atoom.  Dit werd hem niet in dank afgenomen.  Einstein en Hawkings gingen niet akkoord; Eddington en Hubble wel.  Sommigen noemden hem lachend de “vader van de Big Bang”, een een term die sindsdien klassiek is geworden.  Als professor te Leuven liet hij ondertussen 3 reusachtige electrische rekenmachines aanvoeren waarmee hij onbekende algebraïsche gebieden kon exploreren.  Van 1943 tot 1945 was hij voorzitter van het Belgisch Genootschap van Astronomie.  Maar het voor en tegen Lemaïtre bleven voortduren.  In 1936 werd hij lid van de Pauselijke Wetenschappelijke Akademie en in 1960 werd hij er voorzitter van.  Paus Pius XII is getuige geweest van heel wat nachtelijke telescopische waarnemingen van monseigneur Georges Lemaïtre in het observatorium van Castel Gandolfo, het zomerverblijf van de paus.  De paus heeft zich zelfs door hem laten weerhouden om een bepaalde teorie nl. de overeenkomst tussen de scheppingsteorie en de “Big Bang” als een soort van geloofspunt naar voor te schuiven, omdat dit alles nog een punt van wetenschappelijke discussie was.

De Primitieve Atoom ofte “de Big Bang”

Hoe is het heelal ontstaan ?  Een oneindig kleine, maar... oneindig zware atoom.  Oneindig klein (een micron is nog veel te veel om het te berekenen) maar het weegt zo zwaar al het hele heelal, heeft een onvoorstelbaar hoge temperatuur en in de eerste seconde van zijn bestaan vermeerdert zijn omvang met 3 x 10 met daarachter 14 nullen !  In dit ene stomme zinnetje steekt het verbijsterend licht dat Mgr. Lemaïtre, na vele jaren gespannen studie, als een geschenk, als een plots inzicht ontving.

Je zou het dan zo kunnen stellen dat door ouder te worden die primitieve atoom een noodzakelijke adolescentiekrisis heeft doorgemaakt waarna stilaan gerijpte en volwassen energieën in het spel komen die hem herlanceren naar zijn oneindige bestemming : het denken, de geest, God die zijn bron is.  God ! wat is 15 miljard jaar toch weinig op de schaal van de eeuwigheid !

 (Vrij naar een artikel van S.T. in “Bonne Nouvelle” (Revue au service du Renouveau charismatique, des groupes de prière en des communautés, publiée sous la responsabilité de la Communauté Maranatha , Bruxelles), jg. 18, n° 101-102, Mai-Août 1995

 

DE DIEPE MEDITATIE VAN HET SCHEPPINGSVERHAAL

Hedendaagse wetenschappelijke ontdekkingen vooral op het vlak van de kosmologie rechtvaardigen een reflexie omtrent een verzoening tusen geloof en wetenschap.  We gaan natuurlijk niet een fundamentalistisch zicht op het boek Genesis [5] in overeenstemming brengen met de wetenschappelijke gegevens van dit ogenblik.  Anderzijds kan er geen onoverbrugbare kloof zijn tussen beide.  Het is duidelijk dat bijbel en wetenschap hun eigen bedoelingen hebben, maar het gevaar bestaat dat we het domein van het geloof dan gaan gelijkstellen met “fictie” en het domein van de wetenschap met “wat ècht is”.

Vernieuwde bijbelwetenschap en wetenschap, die ontdaan is van “het hautaine en kortzichtige sciëntisme”, kunnen elkaar wel degelijk ontmoeten.  Pater Duquesne de la Vinelle , ere-rector van het FUCAM te Mons,  heeft  op dit domein in een kleine publicatie [6] interessante denkpistes geopend.

Exacte intuïtiesvan het bijbelverhaal

Zoals we elders in dit nummer verwijzen naar de intuïtie van Mgr. Lemaître in verband met het ontstaan van het heelal, zo zouden we ook de intuïtie van het boek Genesis een poëtische maar tevens profetische intuïtie kunnen toekennen.  Een intuïtie die de wetenschappelijke kennis van zo’n drieduizend jaar geleden ver te boven gaat.  P. Duquesne toont aan dat, na vergelijking met de voortuigang van de hedendaagse wetenschappen minstens 4 juiste intuïties naar voor komen :

1° De kosmos heeft een -minstens relatief[7]- kronologisch begin.  Dit bewijzen de ontdekkingen die in het verlengde liggen van de opzoekingen van Mgr. Lemaïtre.

2° Deze kosmos heeft zich geordend volgens een keten van verschijnselen op het vlak van  complexiteit en toenemende organisatie.  Bv. “dode” stof, leven, bewustzijn, reflexief bewustzijn.

3° Het menselijk geslacht heeft een enige biologische oorsprong, of het nu gaat over een unieke zoölogische lijn gaat of zelfs, zoals de meest recente ontdekkingen lijken aan te tonen, een enige moederlijke voorouder, gemeenschappelijk aan de hele actuele mensheid.

  Dat de kosmos duidelijk uiteindelijk geordend is (gefinaliseerd) ten dienste van het leven en de mens.  Als het heelal alle noodzakelijke eigenschappen aanbiedt voor het bestaan van het leven en van het menselijk leven in het bijzonder, dan moeten we toch zeggen dat die eigenschappen niet opgelegd worden door fysische wetten, maar dat ze integendeel de voorwaarden ervoor vormen; men zou kunnen zeggen dat het leven en de mens het resultaat zijn van een samenzwering van de eigenschappen van de natuur.

Onvergelijkelijk eindresultaat

Genesis 1 kunnen we vandaag niet meer beschouwen als een letterkundige sciece fiction, waarin alleen maar enige godsdienstige waarheden naar voor gebracht worden.

Het gaat integendeel over een scherpzinnige en diepe meditatie die in een enorm geladen tekst rekenschap geeft van de oorsprong, de natuur en de zin van het heelal en de mens.  In het licht van de ontdekkingen van de hedendaagse wetenschap komen we tot de vaststelling dat Genesis een onvergelijkelijk geslaagde visie biedt.

(Vert. van “ La Genèse ou la science”, Bonne Nouvelle, o.c. blz.28)

 

[1]   Een hele tijd voor de katholieke kannunik Copernicus ontdekte dat de planeten rond de zon draaiden lanceerde de heilige Hildegard van Bingen de idee van het heelal dat in voortdurende uitbreiding is.

[2]   Astronomie of sterrenkunde is de wetenschap die de hemellichamen tot voorwerp van studie heeft.  Ze dateert van zeer oude tijden, maar was oorspronkelijk sterk vermengd met astrologie (sterrenwichelarij, een soort van opvatting die nog redeneert vanuit de volkse opvatting dat de aarde het centrum van de kosmos is). (De Kath.Encyclop.k.260/262)

[3]   Astrofysica is dat deel van de sterrenkunde dat zich bezighoudt met de natuurlijke gesteldheid der hemellichamen.  Behalve de studie van de oppervlakte van maan en planeten, behoort hiertoe ook de zonnefysica en het zeer uitgebreide gebied van de vaste sterren en nevels.  Naast de natuurlkundige waarnemingsmetoden is een zeer belangrijk onderdeel deteoretische astrofysica die zich bezighoudt met de teorie van de bouw en het evenwicht van een ster. (DKE k.266)

[4]   De aanvankelijk zo onberekenbare en  dansende ruimte-telescoop die enige jaren terug zoveel aandacht kreeg ontleende aan hem zijn naam.

[5]   In het eerste hoofdstuk van dit eerste boek van de bijbel wordt het ontstaat van het heelal beschreven als een schepping vanuit een chaos naar een kosmos, een geordend heelal; dit scheppingsgebeuren verloopt over 6 dagen en op die 6de dag wordt de mens geschapen, als de kroon op het werk.  De zevende dag wordt toegeheiligd aan God, de oorsprong van alles.  In sommige andere hoofdstukken gaat het over genealogie, het ontstaan van rassen en stammen.  In ieder geval ligt in het boek genesis uitgedrukt hoe alle mensen ontstonden vanuit dat ene paar.  Maar ten diepste wordt God aangewezen als de oorsprong, ook van de mens.

[6]   L.Duquesne de la Vinelle , La Génèse au risque de la science.  Le récit de la Création.  Ed. Fidélité, 1994, 32 pp., 95 BEF, 25 FRF..  Zeer interessant voor bv. leerkrachten.

[7]   Met “relatief” bedoelen we dat er in ieder geval een radikale breuk was tussen het ontstaan van de kosmos en wat eraan voorafging, althans indien er iets aan voorafging.

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKENTHUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -   GRIEKSE KERK BAGDAD -  WETENSCHAP - JEZUS -