- Eucharistie: Gods liefdegave
- Geroepen om te vieren
- Vieringen allerlei

  ACTIVITEITENGRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN INHOUD - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT THUISPAGINA UITZICHT - VERHALEN -  WETENSCHAP - ZENDING

GEROEPEN OM TE VIEREN

Enige gedachten rond liturgie en sacramenten

Ben Van Vossel CSsR

Het Pastoraal Werkjaar kreeg van de bisschoppen als aandachtspunt de Liturgie[i] en ze verwijzen naar de woorden van het Vaticaans Concilie:

De liturgie is het hoogtepunt waarnaar de Kerk in al haar handelen streeft
en tevens de bron waaruit heel haar kracht voortvloeit 
(Sacrosanctuum Concilium 10 van 4 dec. 1963).  

SCHEMA VAN DEZE UITEENZETTING

Woord vooraf

1 - De primitieve en oude culturen  
2 - De hemelse liturgie  
3 - We kunnen kijken naar Jezus  
4 - We zouden ook kunnen vertrekken vanuit  het vieren door christenen in deze tijd.

 1 LITURGIE : enige oriëntaties

1.1. Contact met (welke?) God
1.2. Een veeleisende connotatie : dienst aan de mens
1.3. Gebedsliturgie en sacramentenliturgie  
1.4. Woord en leven
1.5 Woord en gebaar (Explicatie en expressie)  
1.6. De sacramentele tekenen.  (nog in opbouw)

1.6.1. De waterdoop
1.6.2. De zalving bij het vormsel
1.6.3. Brood en wijn
1.6.4. De absolutie
1.6.5. De huwelijksverbintenis
1.6.6. De priesterwijding
1.6.7. De ziekenzalving

 °°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°

  Woord vooraf  

1 - De primitieve en oude culturen
Als je over liturgie spreekt, dan kan je beginnen met de figuur op te roepen van een jager of huisvader uit de primitieve tijden, die een deel van zijn prooi in de jungle werpt als dank of offer voor de goden die hem die prooi geschonken hebben, je kan verwijzen naar allerlei offerrituelen zoals het plengen van bloed of wijn op rotsblokken of het verbranden van offerdieren, zoals je dat nog aantreft bij de volkeren van het Midden-Oosten (ook het bijbelse volk) rond het begin van onze tijdrekening.

2 - De hemelse liturgie
En anderzijds kan je spreken over de hemelse liturgie, zoals die onder meer opgeroepen wordt in de brief aan de Hebreeën en vooral in de Apocalyps of Boek van de Openbaring van Johannes, het laatste boek van de christelijke Schrift. 

Openbaring.5,4-14  En ik weende zeer, omdat niemand waardig werd bevonden het boek te openen en te lezen. 5 Toen zei een van de oudsten tot mij: `Ween niet. De Leeuw uit de stam Juda, de Wortel van David, Hij heeft overwonnen: Hij mag het boek openen en de zeven zegels verbreken.' 6 Toen zag ik tussen de troon met de vier dieren en de kring van de oudsten een Lam staan, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen dit zijn de zeven geesten Gods, uitgezonden over heel de aarde. 7 En Hij kwam naderbij en nam het boek uit de rechterhand van Hem die op de troon is gezeten. 8 En toen Hij (= het Lam) het boek genomen had, vielen de vier dieren neer voor het Lam; en ook de vierentwintig oudsten, elk met een citer in de hand en met gouden schalen vol reukwerk dat zijn de gebeden van de heiligen. 9 En zij zongen een nieuw lied: Waardig zijt Gij het boek te nemen en zijn zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt hen gekocht voor God met uw bloed uit elke stam en taal en volk en natie. 10 En Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninklijk geslacht van priesters, en zij zullen heersen op de aarde.' 11 En terwijl ik keek, hoorde ik de stem van talloze engelen rondom de troon en de dieren en de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizenden en duizenden duizendtallen; 12 en zij riepen luid: `Waardig is het Lam dat geslacht werd, te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, en eer en heerlijkheid en lof.' 13 En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en in de zee, het ganse heelal hoorde ik roepen: `Aan Hem die gezeten is op de troon en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen!' 14 En de vier dieren zeiden: `Amen'. En de oudsten vielen in aanbidding neer.

Naast de primitieve belevingsvormen van liturgie en het visioen van een hemelse liturgie is een derde en vierde vertrekpunt mogelijk:

3 - Jezus
We kunnen kijken naar Jezus, zijn rondgaan tussen mensen terwijl Hij de tekenen van Gods genadevolle liefde aan mensen toereikt of belooft (aanzegt),

4 - De hedendaagse christenen
We zouden ook kunnen vertrekken vanuit het hedendaags vieren en liturgie bedrijven van christenen in deze tijd.

Deze vier aspecten staan niet los van elkaar. Jezus staat in een geschiedenis, bouwt voort op menselijke gegevens van bewust worden van een soms angstwekkend, soms genadevol goddelijk omgaan met mensen, maar Hij heeft dat uitgezuiverd en er de rijkdom van zijn verlossende aanwezigheid en werking aan toevertrouwd, zoals die overigens - samenhangend met zijn Persoon - tot uiting kwamen in het geheel van zijn genadevol rondgaan tussen mensen. Dat is in de kerk aanwezig gebleven en verder gevierd tot op onze dagen: de omgang van mensen met God in heel eenvoudige tekenen, op heel eenvoudige wijzen, en tegelijk in de gemeenschappelijke, kerkelijke wijze van christelijk bidden en vieren en van de sterke beleving van de sacramenten, tekenen van heil en Gods aanwezige werking in het geheel van het christelijk leven. In de schildering van de hemelse liturgie vieren we dan de voltooiing in de liefdevolle omgang van God met de mens en het loflied en dankgebed van al wie daarvan getuige is.

1 LITURGIE : enige oriëntaties

1.1. Contact met (welke?) God

Wij kunnen niet gewoon vertrekken van de oorsprong van het woord om tot bij de betekenis te komen die het woord vandaag bij ons heeft, en in deze uiteenzetting in het bijzonder.

Bij de oude Grieken bv. betekende liturgie eigenlijk vrijwillige diensten die men aan de gemeenschap bewees, zoals het uitrusten van een oorlogsschip, uitdelen van voedsel aan armen, en later werd de belasting zelfs zo genoemd[ii].

Het woord heeft met “dienst” te maken, maar, in onze context, de dienst van God: dienstbaarheid die wij aan God te brengen hebben vanuit onze situatie als schepselen, met rede begaafd en bewust van het bestaan en het verheven wezen van God en zijn genadevol handelen in de schepping en het mensenleven.

Zoals boven reeds gezegd treffen we dit soort liturgie dan reeds aan bij primitieve volkeren die zich neerbuigen voor natuurkrachten die hen overstijgen, die offers brengen - in soms zeer eenvoudige handelingen - aan een hoger wezen waarvan ze het bestaan zelf ervaarden of dat hen door overlevering was meegegeven. De aard en inhoud van die liturgie hangt nauw samen met het soort opvatting die men heeft van de “goeden” of “de hogere Macht” aan wie men wil offeren. Ziet men deze als bedreigend, als schrikwekkend, dan zal dat offer ook eerder magisch bedoeld zijn, als zoethoudertje of zelfs omkoperij van die “sacrale” machten, kortom om in zekere zin ‘macht’ te krijgen over die Macht, ze goed te stemmen.

De meer uitgezuiverde vorm van liturgie zal eerder vertrekken vanuit een “godsbeeld” waarin God gezien wordt als Persoon, die het goed meent met zijn schepping en met zijn mensen in het bijzonder, die hun geluk wil en in feite puur genade is, gratuïte genadigheid. Van zijn schepselen, zijn mensen, wil Hij dan ook geen willoze onderwerping, bange onderdanigheid, maar een oprechte toewijding van heel hun wezen, lofprijzing, kinderlijke dankbaarheid, naast vertrouwen en liefde. Maar dan zitten we reeds bij de gezindheid van de besten der profeten en eigenlijk bij Jezus van Nazaret, het Mensgeworden Woord, die zo’n leven heeft voorgeleefd.

1.2. Een veeleisende connotatie : dienst aan de mens

En deze uitingen van ‘godsdienstigheid’, dit ‘eer brengen aan God’, kan niet losstaan van een aan God toegewijd leven dat zich uit in dienst aan mensen: barmhartigheid (in de zin van vergevingsgezindheid én naastenliefde)

* Mt.9,13 Gaat heen en leert wat het zeggen wil: Ik wil liever barmhartigheid dan offers.

* 1 Joh. 4,20 Maar als iemand zegt dat hij God liefheeft, terwijl hij zijn broeder haat, is hij een leugenaar. Want als hij zijn broeder die hij ziet niet liefheeft, kan hij God niet liefhebben die hij nooit heeft gezien. 21 Dit gebod hebben wij dan ook van Hem gekregen: wie God liefheeft moet ook zijn broeder liefhebben. 1 Joh. 5,1 Iedereen die gelooft dat Jezus de verlosser is, is een kind van God. Welnu, wie de vader liefheeft bemint ook het kind. 2 Willen wij God liefhebben en zijn geboden onderhouden, dan moeten wij ook Gods kinderen liefhebben. Dat is onze maatstaf. (1 Joh. 4,20-5,2)

Dit laatste inzicht is reeds volop in het Oude Testament aanwezig, nl. dat je in de mensen God raakt en dat echte godsdienstigheid gepaard moet gaan met mensendienst:

5 Is dat soms het vasten dat Ik verkies, is dat een dag waarop de mens zich vernedert? Zijn hoofd als een riet laten hangen en neerliggen in zak en as: noemt gij dat soms vasten, en een dag die Jahwe behaagt? 6 Is dit niet het vasten zoals Ik het verkies: boosaardige boeien slaken, de strengen van het juk losmaken, de geknechte de vrijheid hergeven, en alle jukken door te breken? 7 Is vasten niet dit: uw brood delen met wie honger heeft; arme zwervers opnemen in uw huis; een naakte kleden die gij ziet en u niet onttrekken aan de zorg voor uw broeder? 8 Dan breekt uw licht als de dageraad door en groeien uw wonden spoedig dicht; dan gaat uw geluk voor u uit, en sluit Jahwe's glorie uw stoet. 9 Als gij dan roept, geeft Jahwe u antwoord, en smeekt gij om hulp, Hij zal zeggen: `Hier ben Ik!' Als gij het juk uit uw midden verwijdert, geen vinger bedreigend meer uitsteekt en geen valse aanklachten indient, 10 de hongerige aanbiedt wat gij voor uzelf verlangt en de onderdrukte met voedsel verzadigt, dan zal uw licht in de duisternis opgaan, uw nacht als de heldere middag zijn. 11 Dan zal Jahwe u steeds blijven leiden, in verschroeide oorden uw honger stillen. Hij zal uw krachten sterken en gij zult zijn als een rijkbesproeide tuin, als een bron die nooit teleurstelt als men om water komt. (Jesaja 58, 5-11).  

1.3. Gebedsliturgie en sacramentenliturgie  

Walgrave[iii] maakte ooit het onderscheid tussen de “gebedsliturgie” en de “sacramentele liturgie”.

* “Gebedsliturgie”, dat zien heel wat moderne mensen wel zitten, althans als je nagaat dat toch nogal wat christenen ook deelnemen aan gebedsgroepen, meditatiepraktijken (zoals ze eeuwenlang bestonden bij de religieuzen; tegenwoordig zijn er weer groepen die samenkomen voor wat sommigen ‘christelijke meditatie’ heeft gedoopt, maar die in bepaalde gevallen nogal nauw aansluit bij boeddhistische praktijken).

* Als we het hebben over “sacramentele liturgie”, dan ligt het natuurlijk wel wat moeilijker. Binnen het christendom en zeker binnen de katholieke Kerk heeft sacrament een heel specifieke betekenis van een “zichtbaar teken van een specifieke genade die zich (normaal) voltrekt aan degene aan wie dat sacrament wordt toegepast”. Het gaat dan om genaden die geworteld zijn in het verlossingswerk van Jezus Christus en die door de Kerkgemeenschap worden toegepast aan de mensen van alle tijden. Over ‘sacramenten’ spreken we verder nog.

* Sacramenten in de praktijk 
- De Eucharistie (in de reformatie spreekt men van ‘avondmaal’, waar men meestal wel een andere waarde en inhoud aan toekent dan in de Katholieke Kerk) neemt een hoofdplaats in tussen de sacramenten. Al wordt op vele parochies dagelijks Eucharistie gevierd, de gewoonte om samen te komen voor “het breken van het Brood” viel sinds de apostolische tijden op de dag van (de verrijzenis van) de Heer. De sabbat was de 7de dag en Jezus verrees op de eerste dag van de (Joodse) week, onze zondag. Nu is het wel opvallend dat voor een heel groot deel van toch gedoopte christenen dat ‘zondagse samenkomen’ op het woord van de Heer “Blijf dit doen om Mij te gedenken” geen topprioriteit meer is en zelfs vaak achterwege blijft.

- Voor dat andere sacrament, het doopsel, worden de meeste kinderen van christenen nog wel aangeboden. Binnen de katholieke Kerk zijn er nog 5 andere sacramenten (vormsel, sacrament van de verzoening, huwelijk, priesterwijding, ziekenzalving).

- Buiten de christelijke godsdienst en buiten de gevestigde godsdiensten als zodanig, tref je bij mensen toch wel pogingen aan om langsheen zichtbare tekenen in contact te komen met “het goddelijke” (waarmee niet noodzakelijk een persoon bedoeld wordt, maar ‘iets dat ons overstijgt’). Vaak zoekt men dat ‘goddelijke’ in de natuur of - vaker nog - in zichzelf. Vandaar dat het branden van kaarsjes of wierook dan vaak zowel die gebeds-‘liturgie’ bedoeld te zijn als tegelijk een ‘zichtbaar teken’ om in contact te komen met dat ‘goddelijke’.

- In onze verdere overdenking beperken wij ons tot de praktijk binnen de katholieke kerk.

1.4. Woord en leven

We konden het hoger niet laten om bij “eer brengen aan God” onmiddellijk “de dienst aan de medemens” te laten aansluiten. In bredere zin moeten we zeggen dat er de noodzaak is van een leven van godsdienstigheid als waarmerk op het brengen van offers. Je zou dat dan “de moraal” kunnen noemen, en dat klinkt niet zo sympathiek, maar ook de eenvoudige mens voelt aan “dat het niet volstaat naar de Kerk te lopen en ondertussen te leven als een ongelovige, een bedrieger, ruziemaker, egoïst”. Zo zal Jezus ook in de lijn van de profeten (en de psalmen) zeggen dat het niet volstaat “Heer, Heer” te roepen, maar dat het noodzakelijk is je leven af te stemmen op Gods verlangen. Inderdaad, in het christendom moet heel je leven doordrongen zijn van die relatie met de levende God, niet enkel op momenten waarop je godsdienstige rituelen voltrekt.

- Jezus zegt: “Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broeders?” 49 En met een gebaar naar zijn leerlingen zei Hij: “Ziedaar mijn moeder en mijn broeders; 50 want mijn broeder, mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil volbrengen van mijn Vader in de hemel” (Mt.12,49-50).

- Of een stem uit het Oude Testament: “22 Samuel sprak: `Zouden brand - en slachtoffers Jahwe even lief zijn als gehoorzaamheid aan zijn woord?' Neen, gehoorzamen is beter dan offeren, volgzaamheid meer waard dan het vet van bokken. 23 Weerspannigheid staat gelijk met de zonde van toverij, ongezeglijkheid met afgodendienst” (1 Sam. 15,22-23).

1.5 Woord en gebaar (Explicatie en expressie

1.5.1. Symbolen zijn aanvullend en expliciteren
Als we over vieringen spreken hebben wij het ook vaak over “symbolen” of symboolhandelingen (rituelen en ceremonies). Zij vullen aan wat we in woorden niet kunnen uitdrukken, of zij zijn een illustratie bij onze woorden, of ze zijn aanvullend of noodzakelijk samenhangend met de in de viering gebruikte woorden (hoe zou je de Eucharistie begrijpen zonder de woorden “Dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed” ? Maar wat zouden die woorden zijn zonder de tekenen van brood en wijn?).  
1.5.2. Waarschijnlijk zijn de symbolen ouder dan de woorden
Het is duidelijk dat de woorden soms niet volstaan. Het zal vermoedelijk zelfs zo zijn dat in de relatie tot God (of wat als goddelijke macht wordt ervaren) de mens zich eerder met gebaren en symbolen zal uitgedrukt hebben dan met woorden. Bij de aartsvaders zien we dat het oprichten van een altaar (een eenvoudige wijsteen) vaak voorafgaat aan de woorden of gebeden, en dat de woorden (in de redactie van de bijbel) moeten dienen als uitleg bij dat eigenlijke gebaar van de godsdienstige daad. Dit oprichten van een wijsteen, het offeren van dieren, het zich ter aarde neerwerpen is heel wat ouder dan de psalmen.

Vieringen en symbolen, gebaren of handelingen met 'tekenwaarde' (die dus iets 'betekenen', iets willen zeggen, ergens uitdrukking van zijn) ontmoet je natuurlijk ook in het niet direct 'godsdienstige', het seculiere, het gewoon menselijke. Van oudsher worden bepaalde zaken gevierd. Nieuwjaar, Oudejaarsavond, het binnenhalen van de oogst, en in oude culturen nieuwe maan, de eerste oogst (eerstelingen), geboorte, huwelijk, zelfs rond overlijden en de begrafenis waren er vieringen, ook in voor-christeljke culturen. 

1.5.3. Symbolen moeten uitdrukken (en in waarheid bevatten) wat ze betekenen 1.5.3. Symbolen moeten uitdrukken (en in waarheid bevatten) wat ze betekenen
Die uiterlijke tekenen, de symbolische daden hangen in feite samen met onze menselijke bestaanswijze. Ze kunnen allerlei gevoelens of belevingen tot inhoud hebben. Een kus, een handdruk, een geschenk als uitdrukking van onze genegenheid. Die symbolen mogen niet leeg worden, zij moeten steeds uitdrukken wat ze betekenen en daar niet los van staan.  Die uiterlijke tekenen, de symbolische daden hangen in feite samen met onze menselijke bestaanswijze. Ze kunnen allerlei gevoelens of belevingen tot inhoud hebben. Een kus, een handdruk, een geschenk als uitdrukking van onze genegenheid. Die symbolen mogen niet leeg worden, zij moeten steeds uitdrukken wat ze betekenen en daar niet los van staan. 
Het is niet steeds zozeer de grootte van het geschenk als wel de gezindheid waarmee het gegeven wordt zou moeten voor ogen houden. We kunnen hier verwijzen naar het penningske van de arme weduwe waarvan Jezus zei dat het heel wat meer waard was dan de giften van de rijken, die gewoon iets van hun rijkdom gaven.  Het is niet steeds zozeer de grootte van het geschenk als wel de gezindheid waarmee het gegeven wordt zou moeten voor ogen houden. We kunnen hier verwijzen naar het penningske van de arme weduwe waarvan Jezus zei dat het heel wat meer waard was dan de giften van de rijken, die gewoon iets van hun rijkdom gaven. 
Ook als mensen een kaars branden voor een heiligenbeeld, als men een kniebuiging of gewoon diepe buiging maakt voor een kruisbeeld of de Eucharistische aanwezigheid van de Heer moet de verering van de heilige of de aanbidding van de levende Heer in die symbolische handeling aanwezig blijven. Ook als mensen een kaars branden voor een heiligenbeeld, als men een kniebuiging of gewoon diepe buiging maakt voor een kruisbeeld of de Eucharistische aanwezigheid van de Heer moet de verering van de heilige of de aanbidding van de levende Heer in die symbolische handeling aanwezig blijven.
Jezus vindt het erg wanneer een van zijn vrienden, Judas, Hem verraadt door een kus. Hier is het teken niet enkel een lege doos, maar een gemeenheid. Jezus vindt het erg wanneer een van zijn vrienden, Judas, Hem verraadt door een kus. Hier is het teken niet enkel een lege doos, maar een gemeenheid.

1.5.4. Noodzaak van tekenen en riten: de mens, een belichaamde geest
Wanneer de cultuur en de eredienst zich verder ontwikkelen zou je geneigd zijn te menen dat "teken", "symbolen", riten en ceremonies minder belangrijk worden. Je zou in de verleiding kunnen komen van een loutere praatcultuur en van een louter 'geestelijke' religie, zonder al te veel materiële versierselen. Het is duidelijk dat de ene mens de andere niet is, de ene cultuur niet de andere. Maar mensen zijn altijd wel geïncarneerde geesten; wij hebben ons lichaam en zijn niet louter 'geest'. Als er niet meer gezoend wordt, als de bloemenruikers wegvallen en de nieuwjaarscadeautjes en de verjaardagskaartjes, de straatversiering... dan wordt het iets minder warm binnen de menselijke samenleving. 
Als er niet meer wordt gebogen, geknield, de handen gevouwen of omhooggeheven, als er geen kleur en wierook, geen orgelspel, geen processie of kruisverering maar te bespeuren valt in de liturgische vieringen, dan sta je voor een vervrongen gedoe. Dit is een kunstmatig onding dat niet 'des mensen' is. Nochtans, ook in onze relatie met God blijven wij mensen. En zelfs als bepaalde mystieken ons uitnodigen om niet te blijven plakken bij het materiële en te menselijke, maar God alleen te zoeken (solo Dio, basta!), dan bllijft het toch menselijk dat ook ons lichaam zijn rol krijgt in de relatie tot God, en krijgt de materiële expressie van de godsdienstigheid steeds haar functie in de schoot van de christelijke gemeenschap. 

1.6. De sacramentele tekenen.  (nog in opbouw!)

1.6.1. De waterdoop

Er worden allerlei betekenissen gegeven aan het water dat over het hoofd van de dopeling wordt gegoten. Ondermeer in de Chaldese (Melchitische) kerk van de met Rome verbonden Chaldeërs (o.m. in Irak) wordt het kleine kind helemaal in water ondergedompeld.

* De onderdompeling in Christus lijkt mij een eerste betekenis. Ondergedompeld worden in Jezus, niets anders willen kennen dan Jezus, inzien en aanvaarden dat Hij alleen onze Redder is.

 ‘Ik doop je in de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest’, zou je dan kunnen verstaan als: ‘Ik dompel je helemaal onder in God, ik vertrouw je totaal aan Hem toe, je bent nu van Hem.  Hij zal voor je zorgen, hou van Hem, leef voor Hem’.

* Vroeger zou men op de eerste plaats gedacht hebben aan reiniging, de afwassing van de zonde, de erfschuld. “Wie echter in Jezus is, is een nieuwe schepping”. Dit was vooral betekenisvol voor de volwassene die zich liet dopen: zijn oude mens was nu met Christus gestorven en begraven, Hij werd nu omkleed met de nieuwe mens, Christus. Dat was dan mede de betekenis van het witte kleed waarmee hij werd bekleed na de onderdompeling in de doopvont of baptisterium. Dit was een soort put waar men (vanuit het Westen) intrad langs enige trappen,nadat men de oude kleren had afgelegd. Weer langs enige trappen (naar het Oosten gericht, waar de zon opgaat, symbool van de verrezen Heer) steeg men uit het water en ontving men het witte kleed.  

1.6.1. De waterdoop

Er worden allerlei betekenissen gegeven aan het water dat over het hoofd van de dopeling wordt gegoten. Ondermeer in de Chaldeeuwse (Melchitische) kerk van de met Rome verbonden Chaldeërs (o.m. in Irak) wordt het kleine kind helemaal in water ondergedompeld in een soort bassin.  Welke betekenis heeft dat ‘onderdompelen’?

* De onderdompeling in Christus lijkt mij een eerste betekenis. Ondergedompeld worden in Jezus, niets anders willen kennen dan Jezus, inzien en aanvaarden dat Hij alleen onze Redder is.

 ‘Ik doop je in de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest’, zou je dan kunnen verstaan als: ‘Ik dompel je helemaal onder in God, ik vertrouw je totaal aan Hem toe, je bent nu van Hem.  Hij zal voor je zorgen, hou van Hem, leef voor Hem’.

* Vroeger zou men op de eerste plaats gedacht hebben aan de afwassing van de zonde, de erfschuld. “Wie echter in Jezus is, is een nieuwe schepping”. Dit was vooral betekenisvol voor de volwassene die zich liet dopen: zijn oude mens was nu met Christus gestorven en begraven, Hij werd nu omkleed met de nieuwe mens, Christus. Dat was dan mede de betekenis van het witte kleed waarmee hij werd bekleed na de onderdompeling in de doopvont of baptisterium. Dit was een soort put waar men (vanuit het Westen) intrad langs enige trappen, nadat men de oude kleren had afgelegd. Weer langs enige trappen (naar het Oosten gericht, waar de zon opgaat, symbool van de verrezen Heer) steeg men uit het water en ontving men het witte kleed.

Bij het teloorgaan in een aantal middens van de noodzaak van reiniging van erfschuld (men zag de tekortkomingen van de mensheid eerder als een fase in de evolutionaire opgang van diezelfde mensheid, een soort natuurlijk gegeven die je moeilijk een morele connotatie kon geven) verviel natuurlijk grotendeels dat aspect reiniging van schuld, zeker waar het de kinddoop betrof. Deze visie is echter niet de algemeen kerkelijke.

* Een andere idee voor de waterdoop zag men in wat het water zelf betekende: dood en leven. Verwoestende kracht, dodende macht voor wie verdrinkt en anderzijds leven gevend aan bloemen, bomen, planten en de vruchten van de akkers en de dorstige (dieren en mensen). Het verwoestende zag men dan aanwezig in de dood van het kwaad in de dopeling (Oudtestamentische voorafbeelding in de verdrinking van het leger van farao, die Gods volk opnieuw tot slavernij wou brengen). De levengevende realiteit zag men in het nieuwe leven dat wij vanuit Christus krijgen, wanneer we ons totaal aan Hem toewijden.

3 Gij weet toch dat de doop, waardoor wij een zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood? 4 Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden. 5 Zijn wij een met Hem geworden door het beeld van zijn dood, dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding, 6 in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is” (Romeinen 6,3-6a)

* Het doopsel heeft niet enkel als bedoeling het aansluiten bij Jezus, de Gezondene van God, de Verlosser, maar ook het lid worden van zijn Lichaam, het aansluiten bij het volk van God in dat zichtbare geheel van de Kerkgemeenschap. Het volk trekt gezamenlijk door de Rode zee, het volk wordt gezamenlijk gered door het kostbaar bloed van de Heer, de Kerk wordt als geheel geboren uit de doorstoken zijde van de Heiland. Daarom moet naast de bedienaar van het doopsel, normaal ook minstens één getuige aanwezig zijn als vertegenwoordiger van de kerkgemeenschap waarin men wordt opgenomen.

* Een andere idee voor de waterdoop zag men in wat het water zelf betekende: dood en leven. Verwoestende kracht, dodende macht voor wie verdrinkt en anderzijds leven gevend aan bloemen, bomen, planten en de vruchten van de akkers en de dorstige (dieren en mensen). Het verwoestende zag men dan aanwezig in de dood van het kwaad in de dopeling (Oudtestamentische voorafbeelding in de verdrinking van het leger van farao, die Gods volk opnieuw tot slavernij wou brengen). De levengevende realiteit zag men in het nieuwe leven dat wij vanuit Christus krijgen, wanneer we ons totaal aan Hem toewijden.

3 Gij weet toch dat de doop, waardoor wij een zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood? 
4 Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden. 
Zijn wij een met Hem geworden door het beeld van zijn dood, dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding, 
6 in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is
” (Romeinen 6,3-6a)

* Meter en peter
Het meter en peter zijn is een uitvloeisel van de peter of meter die een volwassen christen toegewezen kreeg om hem te volgen in zijn opgang naar het doopsel (het catechumenaat was in de eerste eeuwen geen sinecure maar een ernstig iets, men moest stilaan leren wat het betekende christen te zijn en een andere levensstijl aan te nemen dan de hem omgevende heidense wereld). Nu het meestal om de kinderdoop gaat,zullen de eerste verantwoordelijken voor de christelijke opvoeding van de dopeling natuurlijk de ouders zijn. Voor zover peter en meter hun belofte bij het doopsel ernstig opnemen zullen zij minstens in gebed en af en toe ook door eenvoudig getuigenis of een goede raad hun doopkind nabij zijn in zijn christelijke roeping.

1.6.2. De zalving bij het vormsel

Het vormsel heeft binnen de katholieke kerk vooral de betekenis van het toegerust worden tot getuige van Christus. Al ziet men ook in het doopsel de functie van de heilige Geest, die ons zal helpen om als kind van God, als volgeling van Jezus te leven, in het Vormsel komt de persoon van de heilige Geest nog meer op de voorgrond, als Degene die ons echt gaat toerusten om als volwassen christen te leven, te weerstaan aan de verleidingen, de tegenkantingen en tegelijk om een sterk getuige te worden van Christus: getuige van Gods liefde.

In de Oosterse kerk, we wezen er reeds op zalft men de kinderen nadrukkelijk met chrisma, en daar geldt dat als een sacrament naast het doopsel. Ook in de katholieke kerk komt er bij het doopsel een zalving met het heilig chrisma; tenslotte is het ons als christen, ook als jonge christen niet mogelijk om de christelijke roeping echt te beleven zonder de bijstand van de heilige Geest.

De zalf, als symbool, kan hier verschillende zaken betekenen. Enerzijds herinnert het aan de atleten die in vechtsporten zich goed insmeerden met olie opdat hun vijand of tegenstander niet veel vat zou hebben op hen. Vooral echter werd die zalving te zien als een soepel maken en sterken van de spieren, zodat men sterk staat midden een Godvijandige wereld.

Chrisma is ook altijd behandeld met parfum, opdat het leven van de gedoopte en gevormde zou kunnen behagen aan God en een heerlijke geur zou brengen in zijn omgeving en in de wereld.

 1.6.3. Brood en wijn

1.6.4. De absolutie

1.6.5. De huwelijksverbintenis

1.6.6. De priesterwijding

1.6.7. De ziekenzalving

 


 



[i] Geroepen om te vieren. Liturgie in het hart van het geloof. 60 blz. Verklaringen van de bisschoppen van België. Nieuwe reeks nr. 30. Juni 2004. Licap vvba,, Guimardstraat 1, 1040 Brussel.  Zie ook: op Internet kerknet.be.

[ii] De Grote Encyclopedie ’98 Easy computing software.

[iii] ‘Encyclopaedie van het Katholicisme’ (1955, dl II, k. 668).

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -