|
|
|
6- De Franciscaan van Bourges : een christen als
bewaker in een nazigevangenis
5- Opa (omtrent euthanasie)(Ralph Bettens in Geloof & Leven 2001 nr 1) 4- De dialoog (omtrent zelfrespect en permissiviteit)(Ralph Bettens
in Geloof & Leven 2000 nr 4) 3- Een donkere schaduw
over de aarde (omtrent drugs)(Ralph Bettens) 2 - Bloedrood (omtrent geweld)
(Ralph Bettens in Geloof
& Leven 2000) 1- Een knipoog van God (prille liefde)(Ralph Bettens in Geloof & Leven 2000) ACTIVITEITEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED - GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN INHOUD - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT - THUISPAGINA - UITZICHT - VERHALEN - WETENSCHAP - ZENDING - 5.
OPA (Euthanasie)
Kortverhaal van Ralph Bettens G&L 2001 nr1 Geo was thuis van het unief en ging eens langs bij zijn opa, grootvader langs moeders kant. Opa ging tachtig jaar worden, maar hij lag zwaar ziek, eigenlijk terminaal ziek. Geo wist, dat opa zelf goed besefte dat hij niet veel tijd meer te leven had. Anderzijds was opa steeds iemand geweest die van het leven hield, die, ook midden de zware gezondheidsproblemen van de laatste jaren, toch steeds goede moed en zelfs een goed humeur had weten te bewaren. Geo ging langs het kleine weggetje rechts van het huis en klopte aan aan de achterdeur. Die manier van doen vond hij zo gezellig ouderwets, dat gaf nog zo’n sfeer van echte buurtschap; zo iets dat in de stad gewoon onmogelijk was, zelfs niet in het centrum van een doorsnee gemeente… Hij hoorde het geschuifel van grootmoe. Haar gelaat klaarde op toen ze hem bemerkte door het glazen bovendeel van de deur. Ze opende. “Maar Joske, wat een plezier van jou nog eens te zien”. “Grootmoe, ‘k ben ook blij dat het er nog eens van gekomen is. Hoe is het met jou ?” “Met mij, goed, jongen, maar met hèm…!” Ze kwam met haar mond dichter naar zijn oor en fluisterde: “Ik denk dat het naar zijn einde gaat”. Geo sprak ook zeer zacht: “Grootmoe, dat weten we eigenlijk nooit, hee. Wat zegt de dokter ervan?” “Joske, ’t is juist de dokter die me gezegd heeft dat het serieus was, héél serieus, zei hij. Maar kom, ga opa maar een goedendag zeggen, hij heeft niet graag dat men zo wat aan ’t fluisteren is, achter zijn rug. Dat versta je wel, hee?” Ze leidde Geo de keuken door en dan de donkere woonkamer in, waar opa’s bed sedert enige tijd ondergebracht was. “Vader, zie eens wie d’ er hier is”. Opa wendde het hoofd naar haar en Geo. Een vermoeide glimlach kwam op zijn gelaat. “Joske, jongen, wat een plezier dat jij er bent. Je gaat je studie toch niet teveel schaden, hee!” “Maar nee, opa, studeren, daar mag je niet in overdrijven, of er gaat niets meer je hoofd in. Matigheid! Dat was toch altijd jouw devies, is het niet” “Ja, jongen, en toch heb ik een soort ziekte die je ook kunt hebben als je erg onmatig bent”. “Opa, leverziekten kunnen veel oorzaken hebben. En er zijn ook heel wat soorten.” “’t Is een tumor, jongen, en er is niets meer aan te doen”. Geo wist niet wat zeggen. Hij was op een stoel vlakbij het bed gaan zitten, en hij legde nu zijn hand op die van opa. Het was een aandoenlijk ogenblik. In de ogen van opa blonk een traan en Geo’s ogen gingen ook glazig staan. Hij trachtte zich te vermannen. Hij kneep eens met zijn ogen zodat hij weer klaar zag. Opa zag erg geel. Zijn gelaat en ook de zijkant ervan en zijn hals, zijn handen en wat er van zijn armen te zien was. En mager. “Weet je, Joske, ik heb veel afgezien de laatste maanden. Maar weet je wat me het meeste pijn doet en onrust geeft. Al dat gezever over euthanasie dat ik tot voor enige weken nog op de teevee heb gehoord. Ik heb dat echt naar mezelf toe overdacht. Je kan nu je levenstestament maken. Vragen om uit het leven geholpen te worden. Zo noemen ze dat. Het gaat dan natuurlijk over mensen die veel afzien. Ik heb veel afgezien. Veel pijn gehad. Ik ben blij, dat onze dokter mij nu goed helpt om de ergste pijn te milderen. Maar er is een psychische pijn bijgekomen. Wat doe ik moeder aan en de kinderen door de zaak hier maar te laten aanslepen. Als die nieuwe regering nu heeft beslist dat je gewoon maar aan je dokter moet vragen om een spuitje… Maar ik denk niet dat onze dokter dat zou doen. Die zou niet verstaan dat ik, juist ik, om zo iets zou vragen. Wat zou jij doen, moest je al dokter zijn?” Terwijl hij opa bezig hoorde, voelde Geo in zijn hart een vreselijke woede opkomen tegen die wettenmakers die oorzaak waren van zo’n onrust in een mens, die altijd zo van het leven gehouden had en ook nu er echt aan vasthield, ondanks alle pijn en last. Euthanasie. Het was in de lessen van ethiek en recht wel eens naar voor gekomen, maar de meeste van zijn medestudenten maakten zich daar weinig problemen rond. Hij hoopte dat ze dat wel zouden doen als ze eens met de feiten zouden geconfronteerd worden. Met enkele vrienden had hij het er wel enkele keren over gehad, vooral juist naar aanleiding van die nieuwe wetsvoorstellen. Het zou wel een tussenoplossing worden waarin euthanasie op aanvraag wel zou kunnen, mits (zogezegd) onuitstaanbare pijnen, het uitdrukkelijk verzoek van de patiënt en het akkoord van nog een tweede of zelfs een derde arts; maar ja, je weet vrij vlug wie er wat gemakkelijker is in die materie. Even later was uit een enquête gebleken dat er al heel wat euthanasie werd gepleegd, zelfs zonder dat de patiënt er om vroeg. Vraag was alleen of het dan ging over pijnstillers geven waardoor het leven wel serieus werd ingekort, of gewoon zo’n dosis geven of een dodelijke injectie waarmee je gewild direct een einde stelde aan een mensenleven. Volgens sommigen lagen die begrippen van actief en direct of passief en indirect allemaal vrij dicht tegen elkaar. Volgens Geo kwam die begripsnivellering en normvervaging juist hierdoor dat het menselijk leven ten eerste minder naar waarde geschat werd en verder dat men het menselijk leven ging afwegen naar de mate van schoonheid, gezondheid, productiviteit enz…, met andere woorden, dat men het ene menselijke leven ernstig waardevoller of minder waardevol ging achten dan een ander. Dat alles had Geo zich als in een flits zitten overdenken terwijl hij naar opa luisterde. Midden die overdenkingen viel de vraag: “Wat zou jij doen, moest je al dokter zijn?” Geo voelde dat hij niet nu kon gaan stotteren of wat rond de pot draaien. Hier vroeg een mens, heel bewust en gericht om een antwoord, iemand die zich in een situatie gedrongen voelde, als met de rug tegen de muur en een mes op de keel. “Opa, ik ga je daar eerlijk op antwoorden. Vooreerst dit. Je weet ook welk samenraapsel die regering is en wat daar aan christelijke overtuiging in aanwezig is. Waarschijnlijk zijn dat uitzonderingen. En sommigen van hen hebben jarenlang op vinkenslag gelegen om eens wat ethische problemen op hun manier te benaderen en ze politiek te beslechten. En daarom moet je toch bedenken, dat zo’n regering mag beslissen wat ze wil inzake abortus, euthanasie, drugs, noem maar op… maar daar gaan wij ons geweten niet door laten vormen of onze innerlijke overtuiging door laten veranderen. Een uitspraak van een paar ongelovigen over serieuze ethische onderwerpen raakt mijn koude kleren. Dat wil niet zeggen dat ik tijdens zo’n maatschappelijk debat, niet zou meedenken en mijn overtuiging niet zou confronteren met deze van die nieuwlichters. Maar fundamenteel laat ik me daardoor niet leiden. Dat wou ik je toch eerst zeggen, dat jij, die zo moedig bent geweest, nu niet plots ongerust moet worden door wat de een of andere toevallige minister of parlementariër komt verkondigen. Jouw overtuiging is evenveel en zelfs veel meer waard dan die van de eerste de beste politieker. En als je me nu vraagt wat ik zou doen, als ik binnen enkele jaren dokter zal zijn? Ik zou de mensen nabij zijn. En ik ga hen trachten te helpen in hun pijn. Voor zover ik dat kan vanuit mijn beroep, zal ik hen ook bemoedigen; ik zal hen trachten mensen te sturen van het witgele kruis en zo, die hen nabij zijn, die hen echt helpen en goed verzorgen; misschien zoek ik ook mensen langs de locale ziekenzorg die hen gaan bezoeken. Ik zal me bekwamen in pijnbestrijding en verwijzen naar aangepaste pijnklinieken, die trouwens ook op psychisch vlak mensen die terminaal ziek zijn, of die door de pijn en de omstandigheden wat depressief zijn een heel stuk kunnen helpen. Tenslotte zijn er nog de palliatieve afdelingen in enkele klinieken… Maar ik ga me als dokter niet lenen om een leven zomaar af te breken omdat het in de ogen van mensen minderwaardig zou zijn, niet meer de moeite waard. Nee, daar bedank ik voor. Sommigen zullen deze houding onmenselijk vinden, maar ik heb zo mijn eigen opvatting gevormd over wat menselijk en onmenselijk is”. “Joske, jongen”, opa had zijn hand vrij gemaakt en legde het nu op die van Geo, “ik ben blij dat je me dit gezegd hebt. Ik voel het net zo aan. Wij hebben niet het recht, onszelf of anderen zomaar het leven te benemen. Ons Heer heeft het ons gegeven, en Hij heeft aan de dokters in deze tijd het verstand en de medicatie geven om ons voldoende te helpen in onze pijn en onze angst, maar ze moeten niet in de schoenen van ons Heer willen gaan staan. Daarvoor zijn hun voeten niet groot genoeg”. Moeder, geef Georges eens een flinke tas koffie, met melk en suiker”. INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - 4 DE DIALOOG
Kortverhaal van Ralph Bettensin
G&L 2000 nr 4 Geo was wat gaan bijverdienen als jobstudent. Hotel ‘CARDOLIA’, aan de rand van de stad, lag zo’n 500 meter van het strand. ’t Was er hard werken. En, toegegeven, ook goed verdienen. ’s Avonds was hij dan zo moe dat hij tot niet veel meer in staat was. In het nachtleven had hij het eigenlijk zo niet gezien. Een pintje om de hoek en voor de rest wat bijlezen van de lectuur die een jaar opgespaard was. In het hotel zelf had hij nog niet zoveel contacten. Vriendelijk, dat wel, maar echt tijd voor een praatje was er niet. Hij had de indruk dat dit trouwens niet zou geduld worden door de vaak aanwezige zaakgelastigde. Geo’s hoofdjob was eigenlijk de vaat, het proper houden van de keuken (althans voor het grotere werk) en ook het af- en aanvoeren van kamerlinnen. Gelukkig moest hij zelf niet de bedden opmaken, iets waar hij het nooit ver in geschopt had. De dagen goed gevuld dus met werken en ’s avonds trachten wat op adem te komen om dan niet al te laat het bed in te duiken. Positief was de gezonde zeelucht waar hij langs de klikramen volop van profiteerde de hele nacht door. Maar echte contacten die wat om het lijf hadden waren er de eerste dagen niet bij. Na een week ongeveer had hij toch een interessant gesprek met Nathalie, een van de schoonmaaksters die daar in vaste dienst was. In de Aldi was hij haar toevallig tegengekomen. Zij was zelf een gesprek begonnen. Zo wat vragen hoe hij het vond in ‘t Cardolia. Och, hij had er nogal positief over gedaan. Toen hij dan zelf vroeg hoe lang ze daar al werkte en daarna of ze dat werk graag deed was ze, na enige aarzeling, vrijuit beginnen praten. Al tien jaar was ze daar in dienst. Ze woonde trouwens in de gemeente ernaast. Een job zoals een andere, vond ze. Na een tijd was er wel een soort verbondenheid gegroeid, althans tussen de schoonmaaksters en ook wel wat met het keukenpersoneel. Maar ook voor hen was er niet al te veel tijd om wat te praten. ‘Och, je hebt zelf ook wel reeds ervaren dat er altijd een drukte heerst van jewelste. Dat is niet enkel in het seizoen zo, ook door het jaar, we werken dan meestal zonder stagiairs of interims’. Ja, Geo was het ook reeds opgevallen dat er maar juist genoeg personeel was om heel de dag druk bezig te zijn. Maar ja, dat zal overal wel zo zijn in deze sector. Nathalie merkte nog op: -Weet je, het vervelende hier is dat de rusttijden niet op hetzelfde moment vallen voor iedereen, daardoor is sociaal contact tot een minimum herleid. Maar luister, ik klaag niet, alles samen doe ik dat werk graag en ik verdien goed mijn boterham. Heb je al contact gehad met de baas?’ - Bedoel je de plaatsvervangende baas? - Inderdaad. Wat vind je van hem? - Nogal bazig en bemoeiziek en eigenlijk weinig vriendelijk. Neem me niet kwalijk, hoor. - Voor mij hoef je je niet in te houden. Mijn vriendje is hij hoegenaamd niet. - Hij is toch correct met het loon? - Als hij over heel de lijn zo correct was, hadden we niet te klagen. - ? - Hij zit nogal achter het vrouwvolk. - Tiens, ik dacht dat hij gehuwd was. - Ja, maar daar maakt meneer geen probleem van. Hij heeft daar zelfs een fooike voor over. - Je bent blijkbaar goed op de hoogte. - Och, Myria vertelt me dat, mijn vriendin. Ze heeft een kleine promotie gekregen door het meneer naar zijn zin te maken. Maar of ze zo zeker kan zijn van zijn blijvende aandacht, dat betwijfel ik. - Ha ja. En ga jij dan je kans grijpen? - Beeld je in, daar ben ik nou toch te preuts voor. - Juist maar te preuts ? - Om eerlijk te zijn, iets in mezelf zegt me dat dit niet goed is, dat de wereld op die manier verkeerd draait. - Voel je je dan zo bezorgd om de wereld ? - Ook om mezelf. Ik heb teveel respect voor mezelf om me voor een tijdelijke promotie te laten gebruiken door zo’n profiteur die zelf zijn vrouw bedriegt. - Ik waardeer dat je er zo over denkt. Maar, hm, neem me niet kwalijk, kon je je vriendin dan niet helpen om uit zijn klauwen te blijven? - Ik heb het er met haar over gehad. ’t Was wel moeilijk om er over te beginnen. Maar toen ik haar mijn gedacht gezegd had, zei ze dat ze er vrijwillig voor koos. Toen stond ik daar natuurlijk met mijn mond vol tanden. - Stom dat mensen voor wat geld of wat promotie zich zo laten vernederen. - Och, zo gaat het er in veel werkplaatsen aan toe. - Dan draait het in de wereld inderdaad wel wat verkeerd, zoals je daarjuist zei. Ondertussen waren ze aan de kassa aangeland en werd het gesprek onderbroken.. Nathalie had blijkbaar nog verder geboomd over hun conversatie, want net buiten het warenhuis zei ze tot Geo : ‘Weet je, als je niet wat gezonde principes hebt en daar je leven op bouwt, dan ben je als een onbemande sloep of een stuurloos schip: geen richting, geen echte zin en vroeg of laat slaan ze ergens tegenaan en zinken. Ik heb genoeg naar de zee zitten kijken om dat te weten. En ik heb genoeg van de wereld gezien om te weten dat er zo enorm veel stuurloze levens zijn’. Geo mompelde nog zoiets van ‘Ik geloof dat je dat heel juist gezien hebt’ en nam toen afscheid. Diep in zijn hart leefde er een grote dankbaarheid om dit gesprek, dankbaarheid omdat hij van huis uit een aantal gezonde principes had meegekregen en nog grotere dankbaarheid omdat hij vanuit zijn geloof en de persoonlijke relatie met God de kracht ontving om volgens die principes te leven en zijn leven waarde en zin te geven. thuispagina
- allerlei thema's
- preken - verder onderricht
- Uitzicht - Activiteiten
- nieuw Kortverhaal (1) van Ralph Bettens
in Geloof en Leven 2000 Dinsdagmiddag. De cursus over de medicamenten was weer uitgelopen tot na 13 uur. Hij liep langsheen het universitair ziekenhuis naar zijn 'kot'; hij had nog wat soep staan in de koelkast en wat belegde broodjes in het schapraai. Hij had er echt zin in. Hij was wat aan het neuriën toen zij daar voorbijgefietst kwam. Hij herkende haar vaag maar ze riep 'hallo'. Ze remde en kwam op hem toe. Ze was van zijn cursus. Maar ja, zo ergens tussen die vijfenzeventig anderen Ze zag het vraagteken op zijn gelaat. 'Lisa', zei ze. Wat dwaas dat hij haar naam niet kende. Maar ze leek niet uit haar lood geslagen. 'Ik ben Geo', zei hij, maar dat scheen ze te weten. 'Op zoek naar het ideale medicament tegen cursusmoeheid', vroeg hij ? Ze lachte. Ze stond met de fiets half op de baan, het voorwiel op het voetpad. Nogal bruusk, bijna kunstmatig, begon ze over haar thesis, die handelde over een bepaalde aanpak van astma. Ze legde het er op aan dat hij haar wellicht wel wat zou kunnen helpen, met een statistisch onderdeel ervan. 'Ze moet al eens naast mij gezeten hebben in de aula, dacht hij, of misschien in een of ander seminarie vroeger, en ze zal dan opgemerkt hebben dat ik daar wel weg mee wist'. Statistiek was inderdaad een van zijn sterke kanten geweest in de kandidaturen en hij amuseerde zich daar soms nog mee op vrije momenten. Gek natuurlijk, maar voor hem een soort hersengymnastiek. Hij stond haar te bekijken terwijl ze maar doorratelde over die thesis die hem maar matig interesseerde. Maar zijzelf boeide hem op dit ogenblik wel. 'Sta ik hier nou verliefd te worden', dacht hij vaag. Hij keek wat langs haar heen naar het verkeer en de huizen aan de overkant. Ondanks het studentmatige in haar was hij getroffen door haar présence, een soort vrouwelijke volwassenheid. En ondanks het hongerig gevoel in zijn maag (waarom houdt die Van Immerseel zich nooit aan uur en tijd?), had hij helemaal geen haast om aan dat gesprek, dat hem toch wel kunstmatig voorkwam, een eind te maken. Hier gebeurde iets tussen hen dat hem zo onvoorzien overkwam en dat hem zo'n zalig gevoel gaf. En wat er nog gekker aan was, niet eens zo diep in zijn onderbewustzijn leefde tegelijkertijd de idee: ik ben christen, hoe kan ik die relatie plaatsen? Het zal voor haar moeilijk zijn zich in te leven in een wereld die mij zo ter harte gaat, de wereld van het geloof. Maar hij kreeg toen een wat luchtiger idee en sprak het nog uit ook : 'Heb je soms zin in een Dame blanche'? Waarom vroeg hij niet 'in een pizza of pitta' of iets dat wat meer in de markt lag bij studenten. Nee, hij vroeg of ze geen zin had in een dame blanche. Stom. Hij schaamde er zich over, maar ondertussen had ze reeds 'ja' gezegd. Een tevreden gevoel ging door hem, maar toch bleef hij de nuchtere Geo. Terwijl ze naar het dichtstbijzijnde cafetaria gingen trachtte hij het gesprek een beetje op een ander niveau te krijgen dan dat - met excuus - gezwam over die asthmatische thesis, die hem op dit eigenste ogenblik helemaal niet ter harte ging. Zou zijzelf er trouwens wel even zwaar aan tillen als haar gepraat wilde doen vermoeden? Hij trachtte eigenlijk aan de weet te komen of ze aan iets meer geïnteresseerd was dan alleen maar 'geld, job en veiligheid', 'de droom van een moderne vrouw', zoals hij eens gezegd had in een antifeministische bui. Zo direct kwam hij het hier niet aan de weet. Tot zij vertelde dat ze in het weekend op bezoek ging bij een gehandicapte, een studente uit Erembodegem uit het vorige academiejaar die aangereden was en uiterst traag herstelde en waarschijnlijk nooit meer helemaal goed zou kunnen functioneren als universitaire. Terwijl een gevoel van medelijden in hem opkwam, was er ook een vage indruk van voldoening omdat deze tot voor kort hem bijna onbekende Lisa zich in haar privé-leven profileerde als een jongere die ook nog aandacht had voor de eenzaamheid en de pijn van een medemens. Hij ontmoette zoveel oppervlakkigheid bij zijn omgang met medestudenten, het deed hem soms bijna fysisch pijn, dat absolute gebrek aan aandacht voor diepere waarden; misschien dat deze interesse meer aanwezig was in Sociologie of Politiek, in zijn eigen cursus vond hij meestal maar leegte. Om later terecht te komen bij Artsen zonder Grenzen zouden de meesten van hen een wending van 180° moeten maken. Hoewel we toch ook een paar cursussen krijgen die daar aanleiding toe konden geven... De Dame blanche was heerlijk. En zíj was heerlijk... Hij onderging een soort ervaring alsof er een nieuwe kracht in zijn leven kwam. Alsof hij tevoren het echte leven nooit gekend had. Meisjes, verliefdheid, dat was in feite vrij aan de buitenkant gebleven, ook in zijn donkere periode. Maar nu zat hij ermee. God, zuchtte hij, dat mij dat moet overkomen. Ik die zo 'cool' overkom in mijn cursus, enkel geïnteresseerd in statistiek, biologie, geneeskunde en in computers, ik, de rationalist. Wat zit ik hier nu met die warmte in mijn lijf, met een hart dat overslaat, met een hoofd vol muziek. Zwever! Toen hij naar huis ging, zijn hart inderdaad nog vol muziek vroeg hij zich opnieuw af of hij dat soort geluk wel ooit gekend had. Ja, thuis had hij heel wat geborgenheid ervaren. Maar hij meende vooral een parallel te zien met de dagen toen hij (opnieuw) tot een persoonlijk geloof gekomen was, tot een persoonlijke relatie met Christus; toen hij begrepen had dat het leven niet enkel een zinloze dooltocht was op deze wereld, en wat een geborgenheid hij mocht ervaren vanuit de zekerheid dat er een God was die van hem hield, en dat Jezus er echt was, op elk moment 'me meer nabij dan ik mezelf nabij ben'. En nu dit. Zou ook dit een geschenk zijn van God? 'Dank U, Heer', zong zijn hart. thuispagina
- allerlei thema's
- preken - verder onderricht
- Uitzicht - Activiteiten
- nieuw Kortverhaal (2) door Ralph
Bettens / in
Geloof &
Leven 2000 Eenmaal per week stond hij het zichzelf toe. De ene keer een pak frites. De andere keer een hamburger. Dinsdags na de cursus neurofysiologie. Hij wou dan weer terug in het leven van gewone mens komen. Weg uit de zenuwstrengen en -knopen, de kilometerlange zenuwbanen die onze body doorkruisen en voor zoveel impulsen die op zulke ondenkbare snelheid reageren. Frites met een kwak mayonaise en zo'n rode worst. Kan het nog platvloerser? Maar vandaag was het een hamburger. Het rode dak van de hamburgertent deed hem het speeksel in de mond komen. Ooit maakten ze hier publiciteit met een indiaan op de affiche die absoluut een 'giant', zo'n dubbele hamburger, trachtte naar binnen te wurmen. "De Amerikanen staan er paf van". De laatste tijd was er echter vanuit een bepaalde hoek nogal tegenwind gekomen, jonge mensen die er blijkbaar iets meer van wisten en nogal uithaalden naar de manier waarop dieren behandeld of mishandeld werden alvorens ze verwerkt te worden in hamburgers. Dit soort acties leek uit Engeland aangewaaid. Evenwel, na de les van professor van Uyttevoore, wou Geo naast gewone smekkende tieners zitten met uitzicht op ergens een of andere bejaarde die zich ook dat moderne ongezonde voedsel trachtte eigen te maken. Hij wou de kikvorsen vergeten die ze hadden ontleed, en al die nog vrij simpele verbindingen en draden, althans als je ze vergeleek met ingewikkelde zenuwstrengen van warmbloedige en wat meer ontwikkelde zoogdieren. De hamburger smaakte hem. Hij zat naast enige kwetterende tienermeisjes. Ze hadden het over een zwartharige uit hun klas. Toevallig ook een Joris. Ze maakte hem langs alle kanten belachelijk. Het kwam hem echter voor dat ze er alledrie smoorverliefd op waren. Ze kenden het merk aftershave, de doorsnee-kleur van zijn zakdoeken... Bakvissen, dacht Geo. En hij vond het tegelijk gelukkig en wat bedroevend, dat sinds hij zelfs aan het univ gekomen was, bakvissen nog steeds even oppervlakkig waren. Maar waren ze dat wel echt? Was hij zonder meer oppervlakkig toen hij op allerlei manieren het geluk had gezocht en zijn ongeluk was ingedonderd? Zijn alle mensen niet op zoek naar het geluk, HET geluk, terwijl ze het op alle manieren en vaak uit eigen domheid en egoïsme grandioos mislopen? Het geluk. Hij voelde zich gelukkig. Er was een soort gelukswolk over zijn leven gekomen, sinds zijn leven, zijn geloofsleven, een vernieuwingskuur had ondergaan. Het was hem eerder overkomen dan dat hij het zelf had gezocht. Gewoon door een jong koppel (protestanten, dacht hij) die hij op de Gentse feesten had ontmoet en die hem zomaar hadden gevraagd of hij niet even naar hen wilde luisteren. Och, waarom niet? En ze waren beginnen spreken over hun geloof. Ze geloofden in niets meer, en zeker niet in God. Maar dan was zij erg ziek geworden. En hij opstandig en razend kwaad op God, waarin hij zogenaamd niet meer geloofde. Maar zij was beginnen lezen in de Bijbel, op momenten dat de pijn wat minder was. En er waren woorden die haar naar het hart gingen. En ze was Jezus' naam beginnen noemen, met vertrouwen, met zekerheid. En er was vrede in haar hart gekomen. Hij kon dat toen niet begrijpen. Maar zij was genezen en haar vertrouwen was naar hem overgeslagen in de vorm van dankbaarheid. Ze hadden hun leven aan Jezus toevertrouwd, ze hadden Hem gevraagd om de Heer van hun leven te worden. En diep geluk was in hun leven gekomen... Geo was ondersteboven geweest van het getuigenis van dat jonge echtpaar. Hij was na enkele dagen ook in de bijbel beginnen lezen, het evangelie... Om een verhaal kort te maken: ook hij had zijn leven aan Jezus gegeven. En ook in zijn leven was een ongekende bron van vreugde gekomen. Met ups en downs, hoor, maar toch mocht hij getuigen dat hij een gelukkig mens was. Alleen kon hij over dat geluk en de bron ervan, moeilijk spreken met anderen. Hij vond de juiste woorden niet en meestal durfde hij het ook niet goed aan. Allee, hoe zou het zijn om aan die paar bakvissen hier te zeggen: Zou ik jullie eens iets mogen zeggen? Vermoedelijk zouden ze hem met een dom gelaat aankijken en dan zou hij hen moeten gaan spreken over zijn zoektocht naar geluk en hoe hij het tenslotte gevonden had door in dat oude bijbelboek te lezen... Hij zag niet in dat hen dat sterk zou interesseren. Overigens, de hamburger was op en zeer veel tijd had hij hier niet meer te verliezen. Hij stond op. Plots hoorde hij een opvallend lawaai. Geroep. Geo keek in de richting van de ingang. Twee mannen in zwartlederen jak en jeansbroek met een nylonkous over hun hoofd stonden te zwaaien met een soort snelvuurgeweren, in volmaakte commandostijl. "Liggen, allemaal liggen", riepen ze met kwade stem, "de portefeuilles op de tafel". Ongelovig stond Geo nog naar die twee gekken te kijken. Een kelner draaide hun de rug toe, waarschijnlijk om iets te ondernemen, te telefoneren of zo. Een paar schoten gingen af. De man zeeg neer. Je hoorde hem tegen de grond slaan. "Liggen, iedereen liggen. Onmiddellijk! Portefeuilles op tafel". "Liggen, onmiddellijk". Weer klonk een schot. Een gruwelijke schreeuw. Nog een schot. Toen werd het stil. Nog even was er gerucht van stoelen en tafeltjes die opzij werden geschoven. Je hoorde mensen onderdrukt snikken. "Blijven liggen. Niet bewegen". Twee mannen, blijkbaar ook gangsters die al in de hamburgertent moeten aanwezig geweest zijn, gingen van tafel tot tafel om de geldbeugels en portefeuilles op te halen. Geo, die ook plat op de grond lag had uitzicht op de kassa. Daar stond ook een gangster die blijkbaar de inhoud van de kassa had opgeëist. Er werd geen weerstand geboden. "Blijven liggen allemaal. Wie opstaat wordt neergeschoten!". Die gangster liep weg met een sporttas waar hij de inhoud van de kassa had ingekieperd. Heel de overval kon maar enkele minuten - hooguit - geduurd hebben. Geo hoorde buiten een tweetal zware motoren met veel lawaai wegrazen. Het was achter de rug. Maar het duurde nog even alvorens de mensen weer overeind durfden komen. Hoewel ook half verdoofd, belde Geo met zijn gsm de rijkswacht op. Waarschijnlijk had iemand anders dat ook al gedaan, althans, ze wisten er reeds van en waren al onderweg. Geo zette zich opnieuw op de plaats waar hij gegeten had. "Twee doden", hoorde hij iemand zeggen. Het was een drukte van jewelste rondom hem. De tienermeisjes waren hysterisch aan het wenen en tussendoor hun ervaringen tegelijkertijd aan het uitschreeuwen tegen elkaar. Zelf trachtte hij heel dit gebeuren te verwerken. Doden voor wat geld! Over soortgelijke zaken had hij natuurlijk al vaker in de krant gelezen en erover gehoord op de teevee. Nu wist hij dat dit zich ook echt voordeed. De idee alleen vond hij al onmenselijk, laat staan zoiets ook werkelijk te ondernemen. Een mens doden voor wat geld! "Heer, hoe is zoiets mogelijk?" Hij had zich de gewoonte aangekweekt om over serieuze zaken ook met God te praten. "Heer, waarom doen mensen zoiets?" Misschien was het nog niet eens zo gek daar met God over te praten. Was Gods Zoon zelf niet verraden voor wat geld, dertig zilverlingen, de prijs die men toen betaalde voor een slaaf? Maar een mens doden omwille van wat geld! Was dat gewoon om dat geld te hebben? Om in hun verslaving te voorzien? Of omdat ze in ernstige nood waren? Geo voelde op dat ogenblik hoe compleet onmogelijk het zou zijn zoiets te ondernemen, als je God echt toebehoorde. Hij voelde, midden deze afgrijselijke chaos van moord en hold-up, in zijn hart een soort vrede en zekerheid, omdat zijn wezen altijd in opstand zou komen tegen die onmenselijke realiteit, omdat hij - met God - heel dit gebeuren diep betreurde en nooit in staat zou zijn omwille van wat materieel voordeel mensen te gaan uitschakelen. "Raak het hart van die gangsters, Heer; zegen de slachtoffers en hun gezinnen". De rijkswacht was daar en ieder mocht zijn verhaal komen doen. De gangsters waren ontkomen. Een gevoel van onveiligheid? Och, morgen zou het hier weer vol personen zitten met een hamburger op het bord. Wel zal er een andere kelner zijn. En minstens één klant zal niet meer opdagen. Hun moeder, hun vrouw, hun kinderen zullen de slachtoffers niet zo vlug vergeten. God ook niet. In eeuwigheid niet. thuispagina
- allerlei thema's
- preken - verder onderricht
- Uitzicht - Activiteiten
- nieuw 3 Een donkere schaduw over de aarde Kortverhaal (3)
door Ralph Bettens in
Geloof Leven 2000 Ik zat op de veranda over de achter mijn tuin liggende weide te kijken. Zonovergoten. Plots kwam een donkere schaduw vanaf het einde van de weide naderbij geschoven. Het vogelgezang verstilde, het blije uitzicht van de natuur verdween. De 'schaduw des doods' staat er in de psalm... Als een donkere schaduw, zo is de plaag van de drugs over de wereld gekomen en heeft enkelingen en gezinnen in haar wurggreep genomen. Onlosmakelijk ? Ik mag niet ontkennen dat ik van op mijn veranda even later een zonnige vlek zag komen aanschuiven die heel het uitzicht weer in blijde zonnekleuren zette. Kleine haarden van hoop kunnen misschien ook in de drugellende wat toekomst aanzeggen... Daarover gaat dit verhaal met het aanvullend stukje van Johan Heyrman in 'Dagboek van Geo'. Paasvakantie. Eigenlijk een onding want het was blokvakantie voor hem. Gelukkig kon hij toch wat tijd vrijmaken voor enige kerkdiensten. De zaterdagavondviering vóór Palmzondag was goed verzorgd geweest. Een heuse processie met kinderen en wat jongeren die met grote palmen zwaaiden naar het met een rode wimpel versierde berkenkruis dat door de diaken naar voor werd gedragen... Het evangelie over de intocht in Jeruzalem had Geo getroffen, vooral in tegenstelling met het lijdensverhaal dat later in de Eucharistieviering werd voorgedragen door enige solisten en kleinere groepen. Het 'hosanna' had hem getroffen, 'hosanna Hij die komt in de Naam van de Heer'. Eigenlijk staat dat als opschrift boven het leven van elk christen: "Jezus, ik erken dat U de Gezondene van de Vader bent, ik erken dat U in zijn Naam de redder van de wereld bent. Ik aanvaard U als mijn persoonlijke redder en Heer". Geo realiseerde zich opnieuw en sterk hoe deze belijdenis, die hij al zo vaak had uitgesproken, vaak tegengesproken werd door zijn concrete woorden en daden. Op die momenten liet hij de Heer in de steek en was hij als Petrus die zijn Meester verloochende, of Judas die Hem verried, of als dat manipuleerbare volk dat nu plots riep : "Kruisigen, kruisigen..." De communie was voor hem een gelegenheid geweest om zijn geloof en overgave aan de Heer Jezus te vernieuwen. Met iets van diepe vreugde kwam hij thuis uit de zaterdagavondmis. Er zat een vrouw bij moeder in de living. Hij kende haar van ziens. Moeder stelde haar voor. 'Geo, dat is de moeder van Wim Vandekeybus die nog bij u in de klas heeft gezeten op het college'. Geo begroette haar en zij begon direct te vertellen over haar zoon: of Geo niet wist dat er op het college in zijn jaar al geëxperimenteerd werd met allerlei drugs ? Wel, eigenlijk zat Wim niet echt in zijn klas maar in een parallelklas. Maar inderdaad, ook in zijn jaar kwamen drugs wel eens ter sprake en sommigen... Och ja, 'k heb geen zin om daar veel over te vertellen. Nu, met Wim was dat stilaan verder gegaan. Ze hadden er maar weet van gekregen toen op zekere keer de politie bij hen thuis was gekomen. Met een hele kliek uit zijn jaar waren ze tegen de lamp gevlogen. Ze moesten een therapie volgen, wekelijks zich aanmelden en op het einde van de therapie een bloed en urinetest ondergaan... Maar hoewel dat bij Wim nogal goed was geweest blijkbaar, was hij er toch niet echt mee gestopt. Het was bij hen thuis een echte hel geworden. Hij had altijd maar meer geld nodig. Tot op het moment dat hij ergens een bijverdienste had gevonden in een computerwinkel om databanken uit te werken voor handelaars... Maar in hun relatie thuis was er iets kapot. Zij wisten dat al wat hij verdiende naar drugs ging. Tot onlangs een vriendin van zijn moeder haar was komen vertellen dat Wim eigenlijk ook drugs leverde aan anderen. Die vriendin vroeg of zij haar Wim eens ernstig onder handen wou nemen, want dat trekt er toch niet op dat hij andere jonge mensen tot drugverslaving brengt en er dan nog aan gaat verdienen... "Ik stond daar als aan de grond gespijkerd. Die verdommese snotaap, wat doet die ons toch aan!" "Geo, kan jij eens niet praten met Wim; naar ons luistert hij al lang niet meer en mijn man en ik kunnen er met elkaar niet meer over praten. Die jongen heeft zelfs onze relatie geruïneerd, afgezien dan nog van onze financies en onze goede naam! Geo, kun je er niets aan doen?" "Ik wil altijd wel eens met hem praten, maar het is natuurlijk niet zeker of hij dat ook wil en of mijn woorden hem van gedacht en van gedrag kunnen veranderen". "Probeer het tenminste", smeekte de moeder. "Okay, zei Geo, ik tracht morgen wat tijd vrij te maken". Daarmee liet hij de dames alleen en ging wat eten. Ondertussen vertrok de moeder van Wim en kwam zijn moeder hem nog wat aansporen om Wim toch zeker te helpen."Je weet zelf nog wat je bent tegengekomen. Ik ben zeker dat je hem zult kunnen helpen". "Ik ben daar hoegenaamd niet zeker van, moeder. Ik weet wat het me gekost heeft me los te maken van dat spul en vooral om me los te weken van mijn zogezegde vrienden. Je mag niet vergeten dat Wim al zeker een drietal jaar aan de drugs zit". Geo keek nog even naar het late teeveenieuws en studeerde nog een paar uur. Morgen, zondag. Lekker uitslapen en met frisse moed de studieboeken induiken. Terwijl hij nog een lindenthee dronk overdacht hij hoe hij Wim het best zou aanpakken, de kans bestond immers dat hij zich direct zou afsluiten. De juiste toon en het juiste woord vinden zou nog niet zo eenvoudig zijn. Alvorens het bed in te duiken bad hij even voor Wim en voor het gesprek. Toen kreeg hij het idee om vooraf eens contact op te nemen met Johan die voor psychiatrisch verpleger studeerde en zijn eindwerk maakte rond drugverslaving met daarin verwerkt zijn stage-ervaringen in het opvangtehuis 'De Sleutel' van de Broeders van Liefde. Er kwam rust over Geo. Hij zou 's anderendaags zo vlug mogelijk Johan contacteren. Het gesprek met Wim kon desnoods nog even wachten. (Lees het vervolg hierna in : Uit het dagboek van Geo) thuispagina
- allerlei thema's
- preken - verder onderricht
- Uitzicht - Activiteiten
- nieuw door Johan Heyrman[1] Johan
gaf me goede wenken waarvan je je bewust moet zijn vooraleer een eerste gesprek
met een drugverslaafde aan te gaan:
1.
Een eerste ‘gesprek’ voeren met een drugverslaafde is geen eenvoudige
opgave. Vooral als het om iemand gaat
waarmee je nauw verbonden bent als ouder, familielid of vriend. Je moet immers zelf eerst de schok, de ontgoocheling,
de ontreddering wat te boven gekomen zijn, vooraleer je iets ‘zinnigs’ kan
zeggen of doen. ’t Is belangrijk dat je
hem of haar niet onmiddellijk veroordeelt omwille van zijn of haar
gebruik. Als je je veroordelend opstelt
kom je nergens, want ze voelen zich direct aangevallen en bedreigd, sluiten
zich dan volledig af of worden zeer agressief.
Wanneer ze daarentegen ervaren dat je echt om hen geeft kan je
mogelijks ‘iets’ losweken. In onze ogen hebben ze natuurlijk een zware
en domme fout begaan, en rond druggebruik heerst zulk een sfeer dat iedereen
een veroordelende houding aanneemt t.o.v. ‘junkies’ en hen afschrijft. Maar in zo’n eerste contact met een
gebruiker, moet je je eigen waarden en normen als het ware opzij zetten, en dat
is echt niet zo simpel. Evenwel, gezien
het druggebruik een ‘ziekte’ van onze tijd is, moeten we open staan voor
hen. Het doel van je interventie moet
je altijd voor ogen houden: je wil er op dàt moment, in diè crisissituatie voor
hen zijn, beschikbaar om te luisteren, meer niet. Ze zenden zo vaak signalen uit die we niet
willen zien of horen; noodkreten om hulp en aandacht. Luisteren naar hen, zonder direct klaar te staan met veel (goed
bedoelde) raad. Die kunnen ze op dit
ogenblik missen; ze krijgen dan immers nog meer het gevoel dat je hen en hun
wereld waarin ze leven niet begrijpt".
Johan
heeft tijdens zijn stage zelf ondervonden hoe moeilijk het is om geen raad te
geven, om te zwijgen. Zij moeten praten en wij moeten hen
proberen te begrijpen vanuit hun verhaal.
Hij/ zij, de persoon zelf, moet op de eerste plaats komen en het waarom
van hun gebruik, en niet wat of hoe jij erover denkt. Door
goed te luisteren naar hun verhaal, ga je misschien (na verloop van wat tijd),
begrip kunnen opbrengen voor hun verslaving, vanuit hun situatie, hun
achtergrond, hoe alles scheef gegroeid is, enz… Dat
wil geenszins zeggen dat je moet goedkeuren wat ze doen of gedaan hebben. Maar als je hun vertrouwen kunt winnen ben
je al een heel eind op weg. Dikwijls
zijn het de gewone informele gesprekken die je met hen hebt, gewoon zo maar
tussendoor, waarin ze voor jou een tip van de sluier oplichten, stukje bij
beetje. Veel geduld en veel
mededogen met drugverslaafden zijn dus de eerste stap". 2. In tweede instantie kan je ze doorverwijzen
naar professionele hulpverlening. Want,
als leek kan je zo’n mensen onmogelijk thuis met een efficiënte therapie en op
een consequente manier hulp bieden. En
eenmaal zijzelf de beslissing genomen hebben om zichzelf te laten verzorgen,
beginnen ze aan een tweede lijdensweg: moeizaam afkicken, met vallen en weer
rechtkruipen, met veel pijn en miserie.
Maar ook dan is het belangrijk dat er een band blijft met het thuisfront
als houvast en toevluchtsoord om met ‘het milieu’ stilaan definitief te kappen. Ikzelf
ben er werkelijk van overtuigd dat deze mensen geholpen kunnen worden en
‘gered’ kunnen worden, maar dan wel met een strenge, doorgedreven en aangepaste
therapie. (Maar dat is een hoofdstuk
apart met heel interessante materie). Deze
bedenkingen van Johan lijken me zeer interessant. Maar naast het initiële probleem van het luisteren, zonder je eigen waardeoordeel
naar voor te schuiven, is er nog een tweede hemelhoge moeilijkheid, namelijk de
overgang tot de doorverwijzing naar professionele hulp toe. Daartussen ligt een voorname stap die draait
rond het inzicht bijbrengen of laten aanvoelen dat drugs geen blijvende en
waarachtige oplossing brengen voor zijn probleem, dat drugs eerder naar
aftakeling gericht zijn of een vlucht of droomkasteel. Dat drugs vaak een straatje zonder einde
vormen en dat druggebruik vaak leidt tot drughandel. Er moet gewezen worden op de enorme sommen die door grote
drugsdealers binnengehaald worden op de rug van jonge en minder jonge
verslaafden, op de ellende in feite van mensen die zich ongelukkig voelden of
geen oplossing zagen voor hun probleem.
Hoe breng je dit alles over, zonder het moeizaam opgebouwde vertrouwen
van de druggebruiker volledig kwijt te spelen.
Het vraagt vermoedelijk een lange tijd van op weg gaan met hen, met veel
geduld, zonder te veroordelen, en toch elk moment van openheid en
ontvankelijkheid aanwenden om iets van inzicht bij te brengen en anderzijds te
laten aanvoelen dat hij niet op eigen kracht en zonder professionele hulp uit
de drugverslaving kan komen. Bovendien
zal de radicale breuk met het drugmilieu (i.c. de vroegere vriendengroep)
absoluut noodzakelijk blijken. U
mag ons naar aanleiding van het kortverhaal (Een donkere schaduw over de aarde)
en de bedenkingen van Johan Heyrman (in: Uit het dagboek van Geo) gerust
schrijven over uw ervaringen of inzichten rondom drugs en drugverslaving in je
eigen omgeving. U kan daarvoor
terecht op het redactieadres (Geloof en
leven, Voskenslaan 56, 9000 Gent) INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - [1] Johan Heyrman, student 3de jaar aan het K.O.-St.-Lieven, Campus HIMM (studierichting gezondheidszorg, opleiding graduaat verpleegkunde optie psychiatrische verpleegkunde 3de jaar) maakte zijn eindwerk (Academiejaar 1999-2000) over "Drugverslavingszorg door groepsgericht en methodisch werken in een therapeutisch milieu en in de praktijk getoetst binnen het Crisis Interventie Centrum (CIC) 'De Sleutel'". |