Een woord over sacramenten

 Ben Van Vossel cssr
Gemeenschapsdag v.d. Maria-Kefasgemeenschap
Gent 10/02/03 

  ACTIVITEITENGRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN INHOUD - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT THUISPAGINA UITZICHT - VERHALEN -  WETENSCHAP - ZENDING

Schema

Woord vooraf met historische situering  
1 ‘Mysterion’
2 ‘Sacramentum’, heilig teken
3 ‘Daadwerkelijk teken’
4 ‘Daadwerkelijk teken van Godontmoeting’ (Jezus, de Kerk, de sacramenten)
5.1 De medewerking van de persoon (ex opere operantis)
5.2 Jezus’ oordeel over ongeloof of gebrek aan liefde
6 Over de beleving van de sacramenten
6.1 De persoonlijke ingesteldheid
6.2 De sacramentele genade activeren
Besluit

Mensen zijn soms op zoek naar God, klagen soms dat ze Hem niet kunnen vinden, dat Hij zo ver weg lijkt. Dat komt misschien omdat we wat zijn afgedwaald van de gezonde christelijke leer en beleving. Zoals God ons tegemoet komt in de arme naaste, zo kunnen wij Hem ook raken in de sacramenten, en daarover gaat dit onderricht, dat wel eerder vormend wou zijn (Het is goed dat we een uitgebalanceerd zicht hebben op de sacramenten). Anderzijds kunnen we er ook wel het nodige uit putten voor onze christelijke spiritualiteit en beleving.

Woord vooraf met historische situering

De eeuwen door zijn over de sacramenten heel wat theologische, liturgische en rubricistische boeken over geschreven. Binnen de katholieke kerk hebben de sacramenten vaak een vooraanstaande plaats bekleed, zowel in het theologische denken als in de pastorale praktijk en de katholieke godsdienstbeleving en devotie.

Binnen de kerk zijn er in de tijd van het westerse schisma door de hervormden vaak maar twee sacramenten meer aangenomen: de doop en het heilig avondmaal. De katholieke kerk evenwel is doorgegaan met het aanvaarden en beleven van 7 sacramenten: doop, vormsel, eucharistie, de drie initiatiesacramenten; verder heb je het verzoeningssacrament of de biecht, dan het huwelijk, de priesterwijding en de ziekenzalving.

Voor  ieder van die sacramenten kan je wel wat bijbelse of evangelische grondslagen vinden, maar eigenlijk hangt het al of niet aanvaarden van de sacramenten vooral samen met het al of niet aanvaarden van de kerk en het leergezag.  Dat wordt enigszins duidelijk als we nakijken wat een sacrament eigenlijk is.

 

‘Mysterion’

Sacrament was waarschijnlijk niet de eerste naam voor de sacramenten; oorspronkelijk gebruikte men de term ‘mysterie’, mustèrion. In die betekenis spreekt de Efesiërsbrief over het huwelijk als volgt: “EF.5,28 Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben, zoals ze hun eigen lichaam (= zichzelf) liefhebben. Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf. EF.5,29 Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat; integendeel, hij voedt en koestert het. En zo doet Christus met de kerk, EF.5,30 omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam. EF.5,31 Daarom zal de man vader en moeder verlaten om zich te hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen een vlees zijn. EF.5,32 Dit geheim heeft een diepe zin. Ik voor mij betrek het op Christus en de kerk. EF.5,33 Hoe dit ook zij, ieder van u moet zijn vrouw beminnen als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.

Een christelijk geheim, een christelijk mysterie heeft maken met het plan van liefde van God, Gods liefde voor de mens. En het christelijk geheim of mysterie zoals het huwelijk ontleent eveneens zijn diepe zin aan het mysterie van Gods liefde voor de mens, geconcretiseerd in de liefde van Jezus voor zijn Kerk, voor wie Hij zich totaal heeft gegeven.

Alle sacramenten zijn in feite uitingen van het mysterie van Gods liefde voor de mens en dragers van Gods liefde voor de mens.

‘Sacramentum’, heilig teken

Het woord sacrament draagt dan weer in zich het Latijnse woord “sacer”, heilig. Een sacrament kunnen we dan ook een heilig teken noemen. Waarvan is het een heilig teken? Van de liefde van God voor de mens, voor die concrete mens, op een bepaald moment van zijn leven, zoals de doop, vormsel, huwelijk, priesterwijding, ziekenzalving (al kan vooral deze laatste wel verscheidene keren ontvangen worden); andere sacramenten zijn erop gericht om meerdere keren ontvangen te worden, al hebben daar in de loop van de eeuwen zich wel veranderingen rond gedaan. Zondevergeving bijvoorbeeld werd in bepaalde tijden maar één keer toegestaan (het ging dan wel over serieuze zonden), bekeerd was bekeerd hee, je moest er dan maar radicaal naar leven. Maar stilaan stelde men vast dat een mens toch altijd maar een mens blijft en vaak vergeving nodig heeft.  Andere sacramenten zijn erop gericht om vaker en zelfs regelmatig ontvangen te worden, denk aan de Eucharistie. Maar ook daar is er wel eens een andere praxis geweest,  toen mensen vonden dat ze toch zo zwak waren en God zo heilig dat ze maar één keer per jaar mochten of durfden communiceren.  Het jansenisme, dat ook in onze streken zeer sterk is geweest, heeft op dat vlak zeer veel kwaad gesticht. Het is zover gekomen dat de Kerk de christenen moest verplichten om rond Pasen te communiceren. Dat was een van de vroegere zogenaamde 5 geboden van de H.Kerk: Zon- en feestadag zult gij eren, op boet’ en vrijdag vlees ontberen; houd de vasten ongeschonden, biecht minstens eens per jaar uw zonden en nut rond Pasen ’t brood des Heren.  Sacrament, een heilig teken. Heilig teken van Gods liefde die we in dat teken mogen ontvangen.

Daadwerkelijk teken

Edward Schillebeeckx heeft in zijn jonge jaren als theoloog de sacramenten reeds omschreven als: daadwerkelijk tekenen van Godsontmoeting. Daadwerkelijk: dat betekent dat het iets uitwerkt, dat het uitwerkt wat het betekent. “Dit is mijn lichaam”: daadwerkelijk betekent dat het niet enkel een teken, een symbool is, maar dat het daadwerkelijk zo is. De Heer komt me daar werkelijk tegemoet in dat heilig teken. Het is en blijft dus een teken, maar het is ook diepe werkelijkheid, er gebeurt echt iets.

Het doopsel betekent wegname van de verwijdering van God, uitwissen van die Godvijandigheid, het ingeworteld wantrouwen tegenover God, het verwijderd zijn van God, en een toetreding tot de gemeenschap van Jezus. Maar het is een teken dat ook een realiteit is. Ik wordt daar aangenomen als kind, als vriend van God, ik wordt daar lid van die zichtbare gemeenschap rond Jezus. Ik krijg daar toegang tot de andere sacramenten, ik mag me daar geborgen voelen in die grote gemeenschap van zondaars en heiligen waarbinnen ik mag delen in machtige stromen van voorbede; voorbeelden en stromen van genade.  Sacrament: daadwerkelijk teken.

Daadwerkelijk teken van Godsontmoeting

Het is een misschien wat oudere theologie die ik jullie hier breng, maar ik geloof daar nog steeds heel vast in en vind dat het nog steeds een heel geldige manier is om over sacramenten te spreken.

Het bevat bovendien een sterk antwoord op de vraag die mensen soms aan God stellen: Waar bent U te vinden? Waar kan ik U ontmoeten? En God geeft zijn antwoord: HIER! Zo simpel ligt dat.

1. Jezus

“Daadwerkelijk teken van Godsontmoeting” lijkt een rare uitdrukking misschien, maar het gaat hierover dat God ons in Jezus volledig is tegemoet getreden, en dat wij in Jezus in alle vrijmoedigheid tot God kunnen en mogen naderen. Jezus was het zichtbaar teken van God-met-ons. Het gaat dan wel degelijk om Jezus zelf, Gods mensgeworden Zoon die ons Gods liefde heeft geopenbaard, heeft getoond in zijn persoon, in zijn woorden en daden. Zodat Hij op een gegeven ogenblik kon zeggen: “Wie Mij ziet, ziet de Vader”. Dat zei Hij tot zijn apostelen met wie hij een paar jaar rondwandelde, die Hij in privé van alles uitleg had gegeven, die getuige waren geweest van zijn wonderen en genezingen en die zijn woorden van leven hadden gehoord. “Wie Mij ziet, ziet de Vader”. Geloof dat toch eindelijk eens!

De Hebreeënbrief (Hebr. 1,1-2) verwoordt het zo:

Nadat God  eertijds vele malen en op velerlei wijzen tot onze vaderen gesproken had door de profeten, HEBR.1,2 heeft Hij nu, op het einde der tijden, tot ons gesproken door de Zoon”

De eerste Johannesbrief zegt het iets meer aanschouwelijk, een getuigenis uit eerste hand, vol kloppend leven:

1JOH.1,1 HET bestond vanaf het begin. We hebben het gehoord en met eigen ogen gezien; we hebben het aanschouwd en onze handen hebben het aangeraakt daarover spreken wij, over het woord dat leven is. 1JOH.1,2 Want het leven is verschenen; het eeuwige leven dat bij de Vader was, heeft zich aan ons geopenbaard, wij hebben het gezien, wij getuigen er van, wij maken het u bekend. 1JOH.1,3 Wat wij gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij ook aan u, opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons. En onze gemeenschap is er een met de Vader en met Jezus Christus, zijn Zoon. 1JOH.1,4 En wij schrijven dit om ons aller vreugde volkomen te maken.

In de proloog van het Johannesevangelie konden we reeds lezen:

JOH.1,1 In het begin was het Woord en het woord was bij God en het Woord was God. JOH.1,2 Dit was in het begin bij God. JOH.1,3 Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. JOH.1,4 In Hem was leven, en dat leven was het licht der mensen….  . JOH.1,14 Het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol van genade en waarheid

In Jezus ontmoeten wij de Vader, en in Hem trekt de Vader ons tot zich, verzoent Hij ons met Zich. Ik lees u een wat langere tekst uit de Kolossensenbrief (Kol.1,12-22). Een prachtige en al wat uitgerijpte tekst uit de eerste eeuw.

KOL.1,12 Zegt met blijdschap dank aan de Vader, die u in staat stelde te delen in de erfenis van de heiligen in het licht. KOL.1,13 Hij heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon, KOL.1,14 in wie onze bevrijding verzekerd is en onze zonden vergeven zijn. KOL.1,15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. KOL.1,16 Want in Hem is alles geschapen, in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. KOL.1,17 Hij bestaat voor alles en alles bestaat in Hem. KOL.1,18 Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is. Hij is de oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan, om in alles de eerste te zijn, Hij alleen. KOL.1,19 Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid, KOL.1,20 om door Hem het heelal met zich te verzoenen. en vrede te stichten door het bloed aan het kruis vergoten, om alles in de hemelen en op de aarde te verzoenen, door Hem alleen. KOL.1,21 Ook gij waart eertijds van God vervreemd en Hem vijandig gezind en uw daden waren slecht. KOL.1,22 Maar thans heeft God u met zich verzoend in Christus' sterfelijk lichaam, door zijn dood, want Hij wil dat gij als heilige mensen voor Hem zult verschijnen, zonder smet of blaam.

Ik zet er dan nog een laatste tekst bij, opnieuw uit de proloog van Johannes, het 16de tot 18de vers:

JOH.1,16 Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen: genade op genade. JOH.1,17 Werd de Wet door Mozes gegeven, de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus. JOH.1,18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen.

Jezus, daadwerkelijk, werkdadig teken van Godontmoeting.

2. De Kerk

In Jezus hebben wij dus toegang tot de Vader (Hebr.4,15 Want wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. Hebr.4,16 Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp). In Jezus komt Gods genade, Gods liefde tot ons. In Jezus worden wij herschapen. Jezus genas mensen, Jezus gaf mensen het leven, bracht hen weer opnieuw in goede relatie tot God. Jezus heiligde het huwelijk te Kana in Galilea. Jezus gaf aan zijn apostelen de opdracht: Doe dit tot gedachtenis aan Mij…

Als mensen ziek waren (zoals de schoonmoeder van Simon Petrus en zoals zoveel andere zieken), als mensen zich zondig wisten of tot God wilden komen, konden ze tot Jezus komen: Hij was het zichtbare teken waarin mensen God konden ontmoeten. God kwam in Hem tot de mensen en in Hem konden mensen tot God komen.

Jezus stierf. Jezus verrees en werd verheerlijkt bij de Vader. Het sacrament, het zichtbare teken van Godontmoeting was niet meer zichtbaar tussen de mensen. Maar dan was er de Geest en die activeerde de Bruid, de kerk. Op Pinksteren trad zij naar buiten als zichtbare groep, de Gemeenschap van Jezus. En de Geest opende haar herinnering aan Jezus, aan zijn woorden en daden:

Hoe Hij bijvoorbeeld had gezegd:

- “Blijf dit doen om Mij te gedenken” (de Eucharistie).

- “Wie gij de zonden vergeeft, die zijn ze vergeven” (Sacrament van de zondevergeving).

- “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. MT.28,19 Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en MT.28,20 leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.” (Mt 28,18-20) (sacrament van het doopsel).

- En verder waren zij door Jezus uitgezonden om te verkondigen, om zieken de handen op te leggen en te genezen. In Marcus lezen wij bv. Mc.6,12 Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren. Mc.6,13 Zij dreven veel duivels uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen.

- Zij moesten ook uitzien naar de Geest en het blijkt al spoedig dat zij bij de handoplegging bv. de H.Geest kunnen meedelen die alwie zich tot Jezus bekeert zou helpen om volgens Jezus’ weg te leven en zijn getuigen te zijn (H. Vormsel)…

Het blijkt dus dat de Kerk, in verbondenheid met Jezus en dank zij Jezus, nu de vindplaats wordt van Gods genade en dat mensen daar in contact kunnen komen met alles wat zij van Godswege nodig hebben om als zijn kinderen te leven.  De Kerk wordt als het ware, door en in Jezus, sacrament van Godontmoeting, dankzij de activering door de h. Geest.

3.  De sacramenten

Wat dan met de sacramenten? De sacramenten in de Kerk worden die zichtbare tekenen waarin de Kerk mensen in contact brengt met Jezus, die hét sacrament van de Godsontmoeting  blijft. Ze brengt doorheen die zichtbare tekenen – waarbij meestal ook woorden horen – op specifieke wijze in contact met Gods genade in Jezus.

1 - Bij het doopsel legt Jezus zijn hand op de dopeling en herschept hem tot kind van God, herkent hem als zijn volgeling en maakt hem tot lidmaat van zijn gemeenschap.

2 - Bij het vormsel legt Jezus de hand op de mens en deelt hem zijn heilige Geest mee met de bijzondere genade om als kind van God te kunnen leven, als volgeling van Jezus en als lidmaat van zijn gemeenschap; er is ook die specifieke genade van het getuigenis om door woord en daad het Blijde Nieuws naar buiten te brengen.

3 - In de Eucharistieviering biedt Jezus zichzelf aan de Vader aan voor het heil van de wereld en in de communie deelt Jezus zich op bijzondere wijze mee aan de communicant, tot heil, tot sterkte, tot heiliging voor de weg doorheen het leven; in het geval van de laatste communie of het viaticum wil Jezus op bijzondere wijze het voedsel voor onderweg zijn, kracht voor die overgang naar het eeuwig leven. Ik was blij dat ik de dag voor haar overlijden moeder nog dat viaticum mocht geven als bijzondere leeftocht voor onderweg.

4 - In het sacrament van de verzoening zegt Jezus ons  - en de Kerk voorziet ook vandaag in die mogelijkheid - “Ga heen, uw zonden zijn u vergeven”. In die zichtbare tekenen ontmoeten wij de liefde van God, zijn barmhartige liefde die Hij ons in Jezus schenkt.

5 – In het huwelijkssacrament brengt Jezus man en vrouw tot elkaar en zalft hun verbintenis tot daadwerkelijk teken van heil, dat gegrond is op zijn liefde voor de Kerk tot het uiterste. In hun toewijding aan elkaar, voor elkaars geluk beelden man en vrouw als het ware de liefde uit van Jezus voor zijn kerk en van de kerk voor Jezus. Het huwelijk wordt daar tot teken maar ook tot drager van genade en geluk, het betekent heiliging van de wereld en van de huwelijksliefde van 2 mensen.  

6 - In het priesterschap zegent Jezus een man tot een zending ten overstaan van het volk van God om bepaalde sacramenten, speciaal de eucharistie, vormsel en het biechtsacrament, aanwezig te stellen. In dat sacrament krijgt de kerk de genade van de aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie en de genade van die andere sacramenten.

7 - In het sacrament van de ziekenzalving tenslotte zalft Jezus een mens tot genezing en innerlijk heil, tot  innerlijke vrede en ook tot geestelijke kracht om het lijden en de moeizaamheid van het ziek-zijn te dragen en - als het uur er is - om gereed te zijn voor de definitieve ontmoeting met de Heer.

De medewerking van de persoon (ex opere operantis)

Toen ik bij het begin over het doopsel had zei ik dat het doopsel opruiming, een afbreken is van de blokkade is tussen God en ons.  Maar eigenlijk gaat er dan iets aan vooraf.

En zo kunne we ons nog heel wat andere vragen stellen over de pastoraal van het doopsel. Is het wenselijk een kind te dopen binnen een niet echt christelijk gezin? Je maakt daar een jonge christen die in feite niet de minste kans heeft volgens zijn doopsel te leven of opgevoed te worden in de christelijke bestaan. Wat betekent het in zo’n geval dat de blokkade tussen dat kind en God is opgeruimd? Dat blijft puur theoretisch, hypothetisch als het ware, terwijl we daareven nog gezegd hebben dat het een daadwerkelijk teken is. Uit deze voorbeelden blijkt in feite dat sacramenten niet volautomatisch werken maar dat op een of ander moment er toch ook de instemming, de medewerking als het ware van de persoon nodig is of van de omgeving opdat een sacrament echt zou uitwerken wat het betekent. Als we elke dag communiceren, zonder veel geloof, zonder veel liefde, zonder echt veel te verwachten van de Heer, wat voor nut heeft zulke ontmoeting met de Heer?

Hetzelfde geldt voor het sacrament van de verzoening, het huwelijk zonder echte toestemming en zonder dat men stilaan zijn verbintenis gaat bouwen op de Heer… Hoe wordt dat echt een drager van genade, van de specifieke genade van dat sacrament?

Jezus’ oordeel over ongeloof of gebrek aan liefde

Ik vergelijk zulk contact met de sacramenten met personen – zovelen - die Jezus ontmoet hebben, die Hem gehoord hebben, die misschien zelfs getuige waren van de wonderbare genezingen, maar die in hun hart niet het geloof hadden, die Jezus hun leven niet binnenlieten, Hem niet wilden zien als de Gezondene van de Vader…

MT.11,20 Toen begon Hij de steden waarin de meeste van zijn wonderen waren gebeurd te verwijten, dat zij zich niet bekeerd hadden. MT.11,21 ' Wee u, Chorazin; wee u, Betsaida! Tyrus en Sidon zouden reeds lang, in zak en as, zich bekeerd hebben, indien bij hen de wonderen waren gebeurd, die bij u hebben plaatsgevonden. MT.11,22 Ja, Ik zeg u: Het lot van Tyrus en Sidon zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u. MT.11,23 En gij, Kafarnaum, zult ge soms tot de hemel toe verheven worden? Tot in de onderwereld zult ge neerzinken. Als in Sodom de wonderen gebeurd waren die bij u zijn geschied, het zou tot op de dag van vandaag blijven bestaan. MT.11,24 Toch, Ik zeg u: Het lot van het land van Sodom zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u.

Hiermee wil ik maar zeggen dat sacramenten dan wel werkdadige tekenen van Godontmoeting en genade mogen zijn, het blijft noodzakelijk dat er aan de kant van de mens ook iets van openheid is om dat sacrament ook te zien als meer dan enkel een uitwendig teken, een louter menselijk gegeven en dat men zich echt in een onthalende en liefdevolle houding stelt ten overstaan van die God die ons tegemoet treedt in Jezus, in de Kerk, in dat teken dat zich aan ons voltrekt.

Het gaat daarbij niet enkel over geloof of gebrek aan geloof, maar ook over liefde of het gebrek daaraan. Denk in dit verband aan wat er gebeurde toen Jezus bij de farizeeër Simon was uitgenodigd, maar niet echt met liefde en sympathie onthaald en dat er dan een vrouw binnenkomt die met grote liefde Jezus tegemoet treedt, zijn voeten bevochtigt met haar tranen en ze met haar haren afdroogt – een voor ons wat rare doening – maar scherp klinken de woorden van Jezus. Gij hebt mij de voeten niet gewassen zoals je voor een goede gast zeker zou moeten gedaan hebben, Gij hebt mij niet begroet met een kus… Daarom zeg ik u, haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze vele, want zij heeft veel liefde betoond. Aan wie weinig wordt vergeven, hij betoont weinig liefde (Lk 7,47). Die man met zijn zogezegd weinige zonden, bleef er dan ook mee zitten. Voor hem bleef de ontmoeting met Jezus zonder positieve vrucht.

Zo komen we bij de vraag naar de beleving van de sacramenten, waarbij we iets meer de sacramentele spiritualiteit op het oog hebben.

Over de beleving van de sacramenten

Als we wat meer inzicht kregen in het wezen van de sacramenten zou ons dat ook moeten brengen tot een betere en meer solide beleving van de genaden van de sacramenten. God heeft ons die zichtbare tekenen gegeven waarin we de waarborg, de verzekering hebben dat we daar in contact kunnen treden met Hem als er aan onze kant voldoende openheid is: een aanzet tot geloof, vertrouwen, liefde.

Want dat blijft natuurlijk. Volgens de graad van ons geloof, vertrouwen en liefde, zal de vrucht van de meeste sacramenten ook groter zijn.  Dit is dan het onderscheid met het punt dat we hierboven al behandeld hebben nl. over ‘de medewerking van de persoon’. Het gaat nu eerder over de vrucht van het sacrament.

* De persoonlijke ingesteldheid  
De eigen genade van dat sacrament mag dan wel dezelfde zijn maar de vrucht, de diepe inwerking van een biecht in ons leven zal mee afhangen van onze persoonlijke instelling.

- Je gaat bv. naar de eucharistieviering. Het is wel al heel materialistisch uitgedrukt. We gaan eucharistie vieren. Met welke gesteltenis? Met welk verlangen? Sta ik er echt naar gespannen? Naar het beluisteren van Gods woord en naar de ontmoeting met de Heer die mij ten einde toe heeft liefgehad, de geliefde zoon van de Vader en in wie de Vader zich genadevol over mij en over de hele wereld heen buigt? Met wat een liefde ga ik Hem onthalen bij de communie? Heb ik Hem op voorhand reeds geestelijk onthaald, verwelkomt? Hoe dank ik Hem achteraf voor zijn komst? Hoe aanbid ik Hem? Ga ik met Hem heen van de samenkomst of ben ik onmiddellijk vergeten dat Hij tot mij is gekomen? Moderne mens: andere omgeving, andere mens. Zie van ’s morgens vroeg uit naar die ontmoeting met de Heer? Dank ik Hem voor de goede vruchten van die ontmoeting met Hem? Je begrijpt dat bij een kil hart, de Heer toch tot jou komt, maar dat de vrucht van die ontmoeting heel beperkt zal zijn, want je hart spreekt eerder van verwaarlozing van de Heer, gebrek aan waardering voor dat grote geschenk…

- Sacrament van de verzoening:

Zondevergeving is er normaal bij iedere biecht. In vroeger tijden vond men het noodzakelijk voor een goede biecht dat er minstens onvolmaakt berouw aanwezig zou zijn bij de biechteling, dat betekende dan dat je op een of andere manier van je zonden af wou en dat je toch wel het voornemen had om niet direct terug te gaan zondigen. Volmaakt berouw betekende dat je spijt had over je zonden omdat ze je verwijderden van God en omdat je God had tekort gedaan, Hij die liefde is.

Uit dat onderscheid blijkt ook al dat er inderdaad verschil is in de beleving en vermoedelijk ook weer in de vruchten. Ook met slechts een onvolmaakt berouw krijgt men vergiffenis van zonden, maar de verdere inwerking van het sacrament zal veel zwakker zijn dan wanneer men echt van zijn zonden afwil, of wanneer men diep aanvoelde dat men Gods hart eigenlijk raakt door de zonde.

* De sacramentele genade activeren  
De waardering voor een sacrament blijkt niet enkel uit de manier waarop men een sacrament ontvangt, maar ook uit de manier waarop men verder in het leven beroep doet op de werking van het sacrament.

Ik verwijs dan vooral naar het doopsel, het vormsel, het huwelijk, het priesterschap. Het is duidelijk dat déze sacramenten, als ontmoeting tussen God en de persoon in kwestie, een werking op lange termijn hebben, voor heel de rest van zijn leven. Maar dat houdt dan ook in dat, om vruchtbaar te zijn men enerzijds volgens de genaden van dat sacrament tracht te leven en zo steeds meer genade krijgt, maar anderzijds, dat men ook aan God mag vragen om ons te vernieuwen in de genade van dat sacrament.

-         Voor wat het doopsel betreft: De genade vragen van geloof, hoop, liefde; de genade van als Kind van God te kunnen leven.

-         Voor wat het vormsel betreft: vaak de genade vragen om een volwassen christen te worden en dat de genade van evangelisatie geactiveerd zou worden in ons.

-         De genade van het huwelijk: vragen dat die genade zich zou activeren in de sleur van het gewone gezinsleven, op momenten dat het moeilijk gaat in de relatie, of als ontrouw ons hart bedreigt; we mogen ook bidden om de vernieuwing van de genade van het vader- of moederschap en de specifieke genaden van opvoeding, getuigenis binnen het gezin, geduld enz…

-         Ook voor het priesterschap mag men bidden dat die genade en de specifieke genaden van het priesterschap zich aan ons zouden voltrekken doorheen onze levensstadia en de vele omstandigheden die zich kunnen voordoen: de genaden ook van leiding of begeleiding, onderscheiding, priesterlijke ijver en heiligheid, verkondiging, voorgaan in de vieringen, verkondiging…

 Ik besluit

Wij krijgen zoveel kansen om God te ontmoeten en om de kracht te ervaren van zijn genadevolle werking door Jezus in de Kerk, in de kracht van de Geest, dat we ons opnieuw en met ijver mogen openstellen voor de specifieke genaden van ieder sacrament en voor de voorwaarden om voluit te genieten van de vruchten ervan. Moge Maria, die voortdurend Jezus, het sacrament van de Godontmoeting onder ogen had ons helpen om die genade ook te benutten doorheen de sacramenten van de Kerk.