"GELOOF
EN LEVEN"
De inhoudstafel is
alfabetisch gerangschikt volgens de schrijversnaam
ACTIVITEITEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED - GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN INHOUD - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT - THUISPAGINA - UITZICHT - VERHALEN - WETENSCHAP - ZENDING -
VOOR
RECENSIES UIT 2005: KLIK
HIER
VOOR
RECENCIES UIT 2004: KLIK HIER
VOOR
RECENCIES UIT 2003: KLIK
HIER
VOOR
BOEKBESPREKINGEN UIT 2002 :
KLIK HIER
VOOR
BOEKBESPREKINGEN UIT 2000
& 2001 : KLIK
HIER
ADRIAENSSENS, Peter, Mijn kind is bang
(en ik ook), Opvoeden tot weerbaarheid
BERNARDIN, Kard. Joseph -, In Vrede.
Mijn laatste drie levensjaren.
BOSMANS, Phil -, God,
mijn oase. Getuigenis
van een kleingelovige.
BOWKER, John, Groot handboek bij de
Bijbel.
BUYSSE, Edward -"Onderweg naar Morgen",
Dagboek van een binnenkant.
CHABROL,Véronique-, Italië, reisgids voor de jeugd
DANNEELS, Kard. Godfried - Waken en bidden,
Gebeden.
DEMUYNCK, Lies - Drijfzand. De strijd van een
tienermeisje tegen multiple sclerose. Opgetekend door Rik Vanwalleghem
DESMET, Marc - Is lijden mensonwaardig ?
DE VOS, Prof. Luc -, Van het ijzeren gordijn tot het fundamentalisme
STEIN, Edith - (biografie door Michael
Linssen O.C.D. Zie hieronder)
EYSKENS , Mark -, De lust van de verbeelding
FORD, Michael -, Een gewonde profeet. Een portret van Henri Nouwen
GEZELLE,Guido-, Als de ziele luistert. De mooiste religieuze gedichten van G.Gezelle
GRUN, Anselm -, Je eigen levensvreugde terugvinden
GRUN, Anselm -, Wonen in het huis van de liefde
JALICS, Franz-, s.j., Contemplatieve
oefeningen. Een inleiding in de contemplatieve levenshouding en in
het Jezusgebed.
JOHNSTON, William -, Mystieke Theologie,
De wetenschap van de liefde.
JÜLICHER, Jochen, Effata, Ga open.
Oefeningen bij de bijbelse genezingsverhalen.
LINSSEN, Michael-, O.C.D., Kiezen voor de
waarheid, Edith Stein
McGRATH, Alister -, Christelijke Theologie.
Een introductie.
KEIRSE, Manu -, Vingerafdruk van verdriet.
Woorden van bemoediging.
LAFRANCE, Jean -, Verblijven in God
LAVOIE, Gilbert- , De Lijkwade van Turijn ontsluierd
LEONARD, Mgr.André-Mutien -, bisschop van Namen, Kom, Schepper Geest
LEONARD, Mgr.André-Mutien -, Vader, Uw Rijk kome!
MAES, Roos -, Als ik God schrijf.
Fragmenten uit een doodgewoon bestaan
Mello, Anthony de - (S.J.), Wijsheid in één minuut
Mello, Anthony de - (S.J.), Handvol water. Een spirituele zoektocht naar verlossing
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
MOREELS, Réginald -, De Mens: een remedie
voor de mens. Ontwikkeling ont-cijferd
NOUWEN, Henri -, De woestijn zal bloeien.
Gids voor hedendaags spiritueel pastoraat
NOUWEN, Henri -, Brood voor
onderweg. Een dagboek van wijsheid en geloof.
OOSTERHUIS, Huub -, Levende die mij ziet.
OST, Daniël -, Ostentatief,
Bloemschikken met Daniël Ost.
PAYNE, Leanne -, Luisterend bidden. Gods stem
leren verstaan.
PEERLINCK,F.-, In de schaduw van de kathedraal,
25 Years of Holy Family Parish in Antwerp,
PHILIPPE, Jacques -, In de school van de
Heilige Geest.
PHILIPPE, Jacques -, Tijd voor God
RATZINGER,Kard. Joseph -, Zout der aarde
REDFIELD, James - De Celestijnse Belofte.
SCHUMACKER, Huub -, Van hier uit. Geloven met beide voeten op de grond
STEEN, Marc, Abba, Vader
SWINNEN, D. Tony -, Gezond ouder worden is de toekomst
THOMAS, Piet -, Nu en altijd. Klein
Getijdenboek II Psalmen en andere liederen
TREFPUNT ZELFHULP, Zelfhulpgids. Wegwijzer
naar de zelfhulpgroepen en zelfhulporganisaties in Vlaanderen
VAN DER PLAS, Michel, Nieuws van God. Teksten
bij de Evangeliën.
VAN DE VOORDE, Mark -, Op zoek naar God in Vlaanderen
VERGOTE, Antoon-, De Heer je God liefhebben.
Het eigene van het Christendom.
VERGOTE, Antoon-, Moderniteit en Christendom.
Gesprek in vrijheid en respect.
VERLINDE, P. Joseph-Marie
-, L'
Expérience INTERDITE.
De l' ashram au monastère.
VERMASSEN, Jean-Paul, Dat
is pas leven. Leefboek voor
jongeren
WELCH, John -, o.carm., Wanneer de goden
sterven. Inleiding op Johannes van het Kruis.
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
EIGENLIJKE BOEKBESPREKINGEN
VERMASSEN,
Jean-Paul, Dat is pas leven. Leefboek
voor jongeren. 184 pp., 595 BEF., Lannoo 2000.
Eindelijk voor de jongeren ook eens iets en wel wat ze vooral behoeven, niet een leerboek, maar een leefboek! Eindelijk eens gezonde kost voor onze jonge mensen, geen ketnetgezwam, geen verleiderstaal van volwassen profiteurs die aan de jongeren moeten verdienen, maar een handreiking vanwege iemand die de jongeren goed kent en van hen houdt. Ik zie een jongere dat boek ter hand nemen in bed, of op momenten waarop hij/zij wat in de put zit, of wat ontgoocheld is over de wereld, de omgeving of zichzelf. Op een moment waarop hij/zij op zoek is naar een invulling van zijn/haar leven die de moeite waard is…
Het is een directe aanspraak
tot de jongere om met innerlijke kracht te leven, want ‘zo wordt je leven
zalig’ (I), om te leven met liefde want ‘zo wordt je leven een zegen voor
anderen’ (II), om te leven met ontvankelijkheid want ‘zo wordt het leven
een wonder’ (III). In het
eerste deel krijgt men inspiratie aangereikt om stappen te zetten naar een
leven dat de moeite waard is (vergeet niet dat je uniek bent, kom je eigen
gaven en talenten op het spoor, stop met piekeren over je falen, je angsten en
je zorgen, bevrijd je van wat anderen je aandoen of over je zeggen enz…),
maar natuurlijk moet je die stappen zelf zetten.
In het tweede deel krijgen de jongeren een hoop brieven aangereikt die
inspirerend zijn en waardoor ze voor anderen echt een zegen kunnen worden; ze
worden ook uitgenodigd om voor hun medemensen en de samenleving een
liefdevolle aanwezigheid daar te stellen.
In deel III komt de diepte en hoogte van het leven naar voor, het
wonder van het leven, de stilte en de bezinning, de verbondenheid met God en
Jezus; ook de kracht van mooie muziek komt aan bod.
Een boekje dat jongeren zichzelf kunnen aanschaffen of dat we onze
jongeren kunnen cadeau doen als een goede vriend voor onderweg.
Sterk aanbevolen dus voor jongeren tussen de 15 en 19 jaar! (bvv)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
BOSMANS, Phil -, God, mijn oase. Getuigenis van een kleingelovige. Meditatieve teksten van Phil Bosmans, ingesproken op CD door kardinaal Gofried Danneels. Prachtig uitgegeven vierkant boekje van 74 pp., Uitgave van Lannoo / Eigentijdse Jeugd. De bijgevoegde CD (73 min.) met alle (27) teksten uit dit album, ingesproken door kard. Danneels begeleid door natuurgeluiden, rustgevende sfeervolle melodieën en Gregoriaanse motieven. 550 BEF.
Een prachtig geschenkalbum met bijhorende CD. En voor een christen die wil evangeliseren, een welkome gelegenheid voor een kostbaar geschenk, dat door iedereen zal gewaardeerd worden. Een eerste deel stelt vooral vragen rond God en zijn bestaan maar het laat ook heel wat antwoorden vermoeden. In een tweede deel ontmoeten we God in heel zijn toegewend zijn naar de mens, zijn 'humanisme' als het ware. Een derde deeltje stelt dan weer diepmenselijke vragen rond sterven, lijden, de wil van God. In het vierde deel wendt een gelovige zich ongecomplexeerd tot de wonderbare, nabije God die leven geeft en als een oase is, een Vader, bij wie ik altijd terecht kan. Het laatste stukje noemt: Mijn laatste gebed. Phil Bosmans, zoals hij ten diepste was. Kard. Danneels interpreteerde deze teksten (geselecteerd uit het boek van Phil Bosmans 'God, niet te geloven') voor de CD uit waardering, respect en erkenning voor de persoon, het werk en de geloofsbeleving van Phil Bosmans. bvv
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
EDWARD BUYSSE, "Onderweg
naar Morgen", Dagboek van een binnenkant.
Het boek bevat 214 blz. en kost 595 BEF / 29,50 fl.. Uitg. Carmelitana,
Burgstraat 46, 9000 GENT.
Het doet deugd af en toe eens een boek onder handen te krijgen dat verfrissing biedt voor de religieuze dimensie in jou. Vaak heb je de indruk dat mensen er maar wat op los schrijven, vanuit bepaalde overtuigingen die inspelen op een te oppervlakkig tijdsgebonden gevoel dat je het drijfzand eronder aanvoelt en je echt niet waagt in te treden in de visie die men je aanbiedt. Heel anders met dit "Dagboek van een binnenkant". Het staat gestoeld op een existentiële ervaring van de schrijver, zoals hij zelf het uitdrukt : "De jaren 1982-1985 zijn in mijn leven als christen zeer belangrijk en van blijvende betekenis geweest. In die periode immers kwam ik aan mijn binnenkant tot de verblindende ontdekking van die zekerheid als een echt weten in een niet-weten en een echt zien in een niet-zien. In mij begon zich toen een nieuw en authentiek niveau van christen-zijn te ontwikkelen". Vanuit die ervaring werd ook een nieuwe vruchtbaarheid geboren in het aanbieden van geestelijke en menselijke levensverdieping.
Uit het rijke amalgaam van dit dagboek komt zeer scherp naar voor de persoonlijke ervaring van de Levende Heer Jezus en het Hem binnenlaten in alle compartimenten van je leven. "Het geestelijke leven noem ik de Verrezen Jezus binnenlaten in je leven, in je hele "zijn" (p.76). Die verrezen Heer wil hij nadrukkelijk ook aanwezig zien achter het gelaat van armen, verdrukten, miseriemensen maar ook in elk mens op onze weg ("Dit is mijn Lichaam" p.77). Het lijkt bijna onwezenlijk vandaag nog een schrijver te ontmoeten die ook met liefde en mededogen over de Kerk schrijft, "Lichaam van Jezus, wat heeft men jou toch aangedaan". Schr. heeft een woord voor jongeren en volwassenen. Hij is niet meegaand met onze luiheid en onze zelfzucht. Hij spreekt harde en in ieder geval heel duidelijke taal wat onze sociale en maatschappelijke verantwoordelijkheid betreft. Hij ontzegt ons het recht om weg te vluchten in onwezenlijke vroomheid of negativisme. "De christen en elke andere gelovige moet een opbouwende en positieve rol spelen in de wereld van onze tijd... Dit alles kan en moet bijdragen tot zijn spirituele leven binnen de eigen religie" (p. 95). Ik mag allerlei wegen gaan, "als ik de naam van de Verrezen Jezus maar altijd mag blijven noemen! Want zonder Jezus en zijn liefde ben je niet samen geloofsgemeenschap meer" (p. 141). Zeer veel tips voor mensen voor wie gebed een echt zwoegen is "Probeer niet het gebed met geweld tot jou te nemen. Luister liever naar het gebed van de Verrezen Jezus in jou (p.140).
Tussendoor de genade van mooie muziek, van kleine dingen in de natuur, het relativeren van jezelf en je gehechtheid aan sommige structuren en visies. "Blijf maar rustig en heb geen schrik. Denk niet dat alles afhangt van verandering van instellingen en wetten. Wanneer je Mij, de Verrezene, bemint en de anderen in Mij, dan zal je met blijdschap de Geest alles laten uitzuiveren en wegnemen, omdat je inziet dat al wat Hij wegneemt van geen belang is ..." (p. 192). Een boekje als een schatkamer, waarin je mag ronddwalen en blijven kijken naar het een of het ander en ermee op weg gaan, niet zwaar beladen, maar met een inzicht, een diepe ervaring die ook in jouw leven nieuw licht en warmte brengt. (bvv, recensie uit "Geloof en Leven" 1997, nr.2)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
De Celestijnse Belofte.
James Redfield
Het komt uiterst zelden voor dat een boek in Vlaanderen meer dan 80 weken op de bestsellerslijsten voorkomt. Nog merkwaardiger wordt het wanneer dit boek in de boekhandel terug te vinden is bij de afdeling 'Spiritualiteit'. En toch... Vrijwel iedereen heeft er wel van gehoord. Velen hebben het gelezen : "De Celestijnse Belofte" van James Redfield. In Vlaanderen en Nederland alleen al werden er niet minder dan 400.000 exemplaren van verkocht. En dit ondanks het feit dat critici de literaire kwaliteit van het werk als 'waarde-loos' bestempeld hadden.
Mensen moeten de dag van vandaag wel een enorme honger naar zingeving hebben, dat ze zich zo massaal op deze 'spirituele roman' geworpen hebben. Redfield slaagt erin dit gevoel van leegte op een herkenbare wijze te omschrijven : "We verdwaalden volledig bij de uitbouw van een wereldlijke veiligheid, een economische veiligheid, als vervanging van de spirituele veiligheid die we kwijt waren." Er heerst dezer dagen inderdaad een sterk gevoel van ontevredenheid. De westerse mens verwacht méér van het leven en naar dat 'méér' is hij op zoek.
Redfield wil aan deze zoeker een 'reisgids' aanbieden en hij doet hiervoor een beroep op het hele New Age-gedachtengoed. Een reisgids echter moet goed zijn en mag niet misleiden. Daarom toch enkele aanmerkingen.
In "De wereld van Sofie" (ook al zo'n bestseller) wordt de New Age-beweging op een weinig vleiende manier vergeleken met pornografie : 'het biedt de mens waar hij om vraagt'.
K. Bras, een specialist in de christelijke mystiek schrijft in dezelfde zin : "De valse profeten leggen beslag op God. Hun god is een getemde god, zij identificeren hun eigen wensen met hem."
Wat wil de moderne mens eigenlijk ? Dat lijkt nogal dubbelzinnig. Het bestaan van een persoonlijke God heeft hij vaak verworpen. God moest dood, dàn pas kon de mens geboren worden. Er was geen plaats voor twee koningen. Als heer en meester van het leven en de wereld lag voor de mens dan de weg naar vrijheid en geluk open. Het probleem is echter dat hij sindsdien niet echt gelukkiger geworden is. De wereld is kil geworden en de mens loopt hopeloos verloren in een geestelijk vacuüm. Hij voelt zich fundamenteel ontevreden en dit omdat zijn vraag naar de zin en de betekenis van alles onbeantwoord blijft.
Welnu, New Age levert zgz. het gepaste antwoord. Een religie 'à la carte', zo zou je het kunnen noemen. Er wordt daarin niet meer gesproken over een persoonlijke God, maar over een goddelijke energie, die de diepste kern uitmaakt van de mens, de natuur en de kosmos. Het menselijke heil is gelegen in een steeds grotere kennis en een steeds sterker bewustzijn van het diepste 'zelf', dat goddelijk is.
Heel wat auteurs, ja, zelfs priesters en enkele theologen, zien in de New Age-beweging een eigentijds alternatief voor het christelijk geloof. Sommigen beschouwen het zelfs als de voltooiing ervan. Ook de "Celestijnse Belofte" staat vol elementen die christenen vertrouwd in de oren klinken. Priesters spelen een hoofdrol in het verhaal. Er wordt gesproken over gebed (dat weliswaar een heel eigen betekenis krijgt) en ook Jezus wordt verscheidene malen vernoemd. Redfield schrijft daaromtrent : "Pas nu gaan we begrijpen waar Jezus het over had, waarheen hij ons leidde." Het zijn precies deze uitspraken die het boek zo misleidend maken.
De "Celestijnse Belofte" en de hele New Age beweging staan echter haaks op het christendom. Het uitgangspunt is weliswaar hetzelfde : de mens heeft nood aan verlossing! Maar voor een christen betekent dit dat hij verstrikt zit in ik-gerichtheid, die de weg naar het volle leven afsluit. New Age daarentegen stelt, helemaal in de geest van deze tijd, dat de mens precies vervreemd leeft van zijn eigen diepste 'ik'. In menig New Age geschrift wordt het verhaal van de 'zondeval' gewoon omgekeerd : Eva's ongehoorzaamheid wordt beschouwd als een daad van vrijheid, waarbij zij tot inzicht komt dat er geen andere god is dan de mens zelf.
Hieruit blijkt dat de richting van de weg naar verlossing volgens de New Age-beweging precies de andere kant oploopt dan die van het christendom. In het christendom ligt de verlossing in de beweging van zichzelf naar de Ander en de anderen. Hierbij stuiten we voortdurend op het drama van onze hardnekkige betrokkenheid op onszelf, van onze opgeslotenheid in ons eigen ik en onze eigen belangen. Dit is echter geen uitzichtloos drama. Uit liefde voor de mens heeft God ons een Verlosser gezonden, zijn Zoon Jezus. Hij is gekomen opdat wij zouden leven. Wie in Hem gelooft zal gered worden.
In de New Age-beweging is dit absurd. Er is volgens haar geen God buiten ons. Iedereen is deel van het goddelijke; de weg naar verlossing is het ontdekken van de goddelijke energie in onszelf. Het verliezen van zichzelf, waartoe Jezus oproept, is volgens New Age dwaas maar voor Christenen betekent dit verliezen van zichzelf het vinden van de Ander en zo ook van onze ware identiteit. "Wie zijn leven verliest, zal het vinden."
Het laatste woord laten we aan Augustinus, monnik en bisschop uit het begin
van de 5de eeuw. In zijn zoektocht naar waarheid, was hij als jongeman enkele
jaren lid van de manicheïsche kerk, een gnostische sekte, waarvan de ideeën
in de huidige New Age-beweging terug te vinden zijn. Na zijn bekering tot het
christendom getuigt hij kort maar krachtig : "Rusteloos is ons hart,
totdat het rust vindt in U, Heer." Een uitnodigend getuigenis voor de
onrustig zoekende moderne mens. (Wouter Ghijs in "Geloof en
leven" 1997 nr. 2)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
Peter Adriaenssens, Mijn
kind is bang (en ik ook), Opvoeden tot weerbaarheid
Uitg. Lannoo, Tielt, 1997, 240 blz., 595 fr.
"Er is geen leven zonder angst. Ook al zijn we op vakantie en zitten we te genieten, de gedachte aan ons kind dat aan het zwemmen is en dat we niet in het oog hebben, of een nieuwsbericht over een verkeersramp op de weg die we anders zelf volgen, volstaan: bang zijn is een gevoel dat nooit veraf is, al hebben we het maar even. Geen ouder kan het zijn kind besparen". De aanvangszin van dit boek maakt al meteen duidelijk dat het over een onderwerp gaat waar we allen mee te maken hebben en ouders in het bijzonder. Het boek beperkt zich niet tot het inspelen op de vreselijke actualiteit van het ontvoeren en doden van kinderen. Vanuit zijn praktijk als kinderpsychiater gaat schr. in op de angst bij kinderen (maar tevens op de angst van de ouders) en hoe je daarmee kunt omgaan (o.a. Hfdst. 3: Kapstokken voor het omgaan met angst, Hfdst. 4: Bang voor het nieuwe, het bed en de nacht, Hoe begrijpen? Hoe tijdig opvangen?). Het boek gaat ook dieper in op fenomenen als paniek, schoolfobie en angstobsessies (Hfdst.6). Het leren begrijpen van de angst staat dus voorop in het boek, maar evenzeer wil schr. ouders tips aanreiken om hun kind op te voeden in weerbaarheid. Dit blijkt een opdracht te zijn van elke dag en van elke gelegenheid die zich voordoet. Bij het overstijgen van de angst blijkt de zelfaanvaarding erg belangrijk te zijn. Hoe help je je kind daarbij? Hoe ga je in het gezin om met angst? (Hfdst. 1: Bang zijn: het hoort erbij). Kunnen sprookjes de kinderen wat op weg zetten (hfdst. 2).
Hfdst.5 gaat dan weer in op wat kinderen kunnen meemaken aan geweld, inbraak, seksueel misbruik, allerlei nieuwsberichten en televisiebeelden over erge en angstverwekkende zaken. Hoe vang je die angst op? In hfdst. 7 behandelt schr. het seksueel misbruik van kinderen binnen en buiten het gezin. Hij vindt het belangrijk dat ouders zich hierover terdege informeren om sneller signalen op te vangen en de feiten niet te laten aanslepen. "Weet eerst waar het over gaat, dan kun je gerichter mee zoeken naar bescherming voor je kinderen".
In hfdst. 8 krijgen we dan een concreet op weg gaan in de opvoeding tot weerbaarheid; in hfdst. 9 wordt dit nog concreter toegespitst op seksueel misbruik. In de slothoofdstukken heeft schr. het over 'praten met kinderen, hoe doe je dat?', 'praten met kinderen over seksueel misbruik, doe het!', 'De mars van het Verdriet (omtrent de zaak Dutroux). Het boek sluit met een bondige literatuuropgave en een interessante trefwoordenlijst. Een aanrader voor ouders en opvoeders. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1997 nr. 3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
Kard. Godfried Danneels, Waken
en bidden, Gebeden.
Uitg. Lannoo NV, Tielt, 1997 182 pp 495 BEF
Kard. Danneels schreef een boek vol met gebeden. Toen hij nog bisschop van Antwerpen was werd hij ooit door een pastoor aangesproken. "Meneer de bisschop, Kom je eens niet op onze parochie spreken, de mensen zouden dat wel eens graag hebben?" "Als enkele mensen me uitnodigen om met hen te komen bidden, kom ik direct", was het antwoord van de bisschop. Zo iemand mag natuurlijk wel eens iets schrijven over het gebed. "Velen willen weer bidden, en op zich is dat een teken van gezondheid", zegt hij in de inleiding op dit "gebedenboek". Voor de lezers die het lastig hebben met het gebed zegt hij iets heel belangrijks: "Niet wij zetten het gebed aan 's morgens, zoals een koffiezetapparaat; de Geest heeft al heel de nacht in ons gebeden... Het échte gebed in ons is begonnen op het uur dat we gedoopt werden... Sindsdien is die Geest nooit meer weggegaan." Bidden is gewoon wakker worden voor wat er in jou al gebeurt. Je kunt uit jezelf wakker worden, of een of andere gebedsmethode gebruiken als "wekker". Zo vermeldt de kardinaal dan enige goede biotopen voor het gebed en verder wat we kunnen doen om ons hart te doen wakker worden wat er reeds diep in leeft. Ook de verschillende vormen van gebed raakt hij even aan o.m. de Eucharistie, bidden met de Schrift, het woordeloze bidden, werken en lijden, bidden met woorden.
Na zijn inleiding volgt dan een heel boek gebeden. Bijna uitsluitend eigen producten (als ik de heilige Geest even terzijde laat), tenzij een recitatief en koraal van J.S. Bach als avondgebeden.
Rond 4 hoofdingen zijn de gebeden samengebracht: 1° 'Onze Vader' met de verschillende beden die erin voorkomen, 2° 'Heer, hoe menselijk bent U'; een reeks gebeden rond evangelieteksten en woorden van Jezus. 3° 'Meditaties voor de Passie- en Paastijd'. Ook dit zijn gebeden, waarin Jezus op de voet gevolgd wordt in zijn lijden en het mysterie van zijn Opstanding dat wordt opgeroepen; we leren er veel doorheen de ontmoetingen van Jezus met allerlei personen. 4° 'Heer, leer ons te leven' omvat gebeden die uit het leven gegrepen zijn, voor allerlei leefsituaties en levensroepingen. Dankgebed en lofprijzing zijn sterk aanwezig in deze gebedenbundel; een frisse ervaring aan de hand van een ervaren herder. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1997 nr. 3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
Michel van der Plas, Nieuws
van God. Teksten bij de Evangeliën.
Gooi en Sticht / Lannoo, 1997, 88 pp.495 BEF.
Dit is het tweede deel van een groots opzet, nl. poëtische teksten te bieden bij elk van de zondagse evangelielezingen van de 3 sicli van het kerkelijk jaar. Mensen met muziek in hun hoofd (of hun hart) zullen er al onmiddellijk een melodietje bij zetten, maar eigenlijk blijkt dat reeds gebeurd te zijn. In dit deel krijgen we zowel gedichten rond lezingen uit Mattheus, Marcus als Lucas. Het doet deugd deze teksten te lezen, je voelt je dieper binnenglijden in de sfeer van de evangelielezing, je voelt je als het ware met de Kerk deelnemen aan het gastmaal van Gods Woord. Een ervaring. Het is alsof je naast moeder zit die je op een poëtische manier zit te vertellen rond het evangelie. Deze gedichten zijn met liefde geschreven. Interessant is het register op bijbelplaatsen en het register op de liturgische kalender. Het eerste deel "De man van Nazaret verscheen reeds eerder in 1992. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1997 nr. 3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
Anthony de Mello S.J., Wijsheid
in één minuut Uit het engels vertaald. Lannoo
1997, 160 pp. 495 BEF.
Deze wijsheidsspreuken zijn inderdaad korter dan één minuut, vlug gelezen, en misschien krijg je dat plotse inzicht. Maar is inzicht echt verlichting, en is verlichting tevens ook leven in het licht? Deze wijsheidsspreuken vanwege "de meester" werden in korte verhalen verpakt. Ze stammen uit joodse, boeddhistische en christelijke traditie en nog uit heel wat andere, voornamelijk oosterse, tradities. Als christen voel je je wel eens vreemd (en het is trouwens goed je bewust te blijven van je wortels) maar die korte inzichten die aangereikt worden doen je toch werkelijk nadenken over je eigen denken en handelen en de wijze waarop je je situeert in het leven. Overigens wil dit boekje ons niet zozeer iets bijleren als wel ons verwonderd doen opkijken en als het ware helpen ontwaken uit een soort lethargie en de pletmolen van het alledaagse. Twee illustraties. Ontdekking : 'Help ons God te vinden'. 'Niemand kan je daarbij helpen.' 'Waarom niet?' 'Voor dezelfde reden als waarom niemand de vis kan helpen de oceaan te vinden'. Liefde: Een pasgetrouwd stelletje vroeg: 'Wat moeten we doen om onze liefde te laten duren?' De meester zei: 'Heb samen andere dingen lief.' Een goede inhoudsopgave leidt de onwijze westerse lezer direct naar een item voor een heilzame shock tenzij hij het verhaal enkel wil aanwenden om zijn eigen onwijsheid in de verf te zetten. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1997 nr. 3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
MGR. ANDRE-MUTIEN LEONARD,
bisschop van Namen, KOM, SCHEPPER GEEST
"Bij de dageraad van het derde millennium, Tien ontmoetingen over
de HEILIGE GEEST in het leven van de kerk en de wereld". Uitg.
Carmelitana, 1998. 550 BF. Omslag door Rik DAZE, en binnenin een mooie
reproductie van een schilderij van Bradi Barth, Maria en de 12 biddend in het
cenakel.
We komen natuurlijk vrij laat met onze bespreking, maar het boek blijft de moeite waard. Het is oorspronkelijk in het Frans geschreven (Ed. de l' Emmanuel, Paris 1997), de vertaling had iets beter en vooral vloeiender gekund; ze maakt het boek iets minder aantrekkelijk. Ik weet niet of je dan noodzakelijk zo van een bisschop kunt verwachten, maar het is in feite een soort van naslagwerkje geworden omtrent de figuur en de werking van de HEILIGE GEEST. In een eerste benadering legt Mgr. Léonard uit waarom de figuur van de HEILIGE GEEST zo onafscheidelijk verbonden is met de volheid van de tijd, het jubileumjaar en met JEZUS.
In een eerste stukje wordt dan ingegaan op de ervaring die de apostelen en de eerste christenen hadden van de HEILIGE GEEST. Daarna gaat het over JEZUS die de GEEST in volheid had en Hem ook meedeelt. Die GEEST, die door JEZUS wordt beloofd was ook reeds voorzegd in het Oude Testament. Hoe zien we de HEILIGE GEEST in relatie tot de Vader en de Zoon ? Na deze 4 aanvangsontmoetingen gaat schr. dan over naar onze eigen ervaring van de HEILIGE GEEST: Hij staat aan de oorsprong van de eenheid en de evangelische zending van de Kerk en van de gaven en roepingen in de Kerkgemeenschap. De sacramenten en speciaal het Vormsel brengen ons onder invloed van de HEILIGE GEEST. Hij opent de christen ook op de hoop. Tot slot wordt aangeven hoe Maria ons voorgaat in openheid voor GODs GEEST en voor die hoopvolle ingesteldheid; zij is een machtige hulp in de geestelijke strijd. De tiende ontmoeting handelt over de liturgische viering van Pinksteren die ook na het Jubileumjaar een belangrijke functie moet behouden. Paus Johannes-Paulus II heeft dit jaar in ieder geval bijzondere aandacht willen besteden aan die viering door alle lekengemeenschappen samen te roepen naar Rome. De HEILIGE GEEST en de opdracht van de leek in de wereld had een elfde ontmoeting kunnen zijn, ware het niet - en dat wijst wel op de volledigheid van het boekje - dat schr. daar over spreekt in de 6de ontmoeting naar aanleiding van de verschillende roepingen in de Kerk. Met de uitnodiging om de genade van de charismatische Vernieuwing te integreren in het leven van de Kerk en met een aantal gebeden tot de HEILIGE GEEST besluit het boek. Niet bedoeld om in één adem uit te lezen, maar om als een betrouwbare leidsman binnen handbereik te hebben. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1998 nr. 3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
VERONIQUE CHABROL, ITALIE,
REISGIDS VOOR DE JEUGD
Lannoo gaf een aantal "Reisgidsen voor de Jeugd" uit. We hebben er eentje uitgekozen: "ITALIE". Een 125 pagina's dik boekje, handig van formaat, 398 BF. Enkele kaarten (ook van Sicilië en Sardinië), provincie-indeling en bv. Archeologische vindplaatsen, beroemde wijngaarden enz... Wat praktische tips voor de reiziger, enige eenvoudige Italiaanse woorden. Ook wat eenvoudige typeringen van het volk, de manier waarop kinderen worden opgevoed, het Italiaanse voedsel en wat typische recepten (ook daar weer wat eenvoudige Italiaanse woorden, zodat je je eigen inkopen kunt doen). Na enige bemerkingen over de kunst komen de streken en een heel deel steden aan bod (in Turijn heeft de schrijfster de Lijkwade van Turijn nog niet ontdekt; misschien kan het dit jaar nog even; op 24 mei jl. was Paus Johannes-Paulus daar nog op bezoek, al sprak hij zich niet uit over de authenticiteit van het doek als zou het de Lijkwade betreffen waarin JEZUS CHRISTUS in het graf werd gelegd). Bij elke stad wat tekeningen (de Illustraties zij van de hand van Raphaëlle Ide en Bernard Chabrol) en het aangeven van hetgeen er echt typisch is. Bij Siëna hadden we wel een korte vermelding van Katherina van Siëna verwacht (aangezien Franciscus bij Assisi en Antonius bij Padua wel even in de verf worden gezet maar Napels nooit de h.Alfonsus van Liguori gezien); de schrijfster, Véronique Chabrol is vast geen feministe. Ook beroemde personen worden aangegeven en bij praktisch elke stad een kadertje "Wat je niet mag missen", maar dat is natuurlijk volgens het oordeel van schrijfster. Volgt dan een summier historisch overzicht en nog wat culturele nieuwtjes. In de index op blz. 122/123 vind je direct de stad van je bestemming; de inhoudstafel kan daar ook bij helpen. Een eenvoudige, goede gids voor een eerste bezoek. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1998 nr. 3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
ANTOON VERGOTE, DE HEER
JE GOD LIEFHEBBEN. Het eigene van het Christendom.
Uitg. Lannoo NV, Tielt 1998, Uit het Frans vertaald door Paul Leemans.
Omslagontwerp Studio Lannoo. 308 pp., 595 BF. De West-Vlaamse priester Antoon
Vergote is doctor in Theologie en Filosofie, met bijkomende vorming te Parijs
in Psychoanalyse en antropologie; hij doceerde wijsgerige antropologie en
Godsdienstpsychologie aan de KU Leuven, de UCL en het Institut Catholique de
Paris. Hij is nu emeritus professor aan de K.U.-Leuven.
Vanuit zijn kennis van de godsdiensten is schr. goed geplaatst om met de moderne mens mee te voelen en het betrekkelijke te zien van godsdiensten die zich een uitzonderingspositie aan matigen. Zoals die moderne mens ziet hij de kerken leeglopen en ziet hij veel zaken die het christendom gemeen heeft met veel andere godsdiensten of symbolische interpretatieschema's. Maar in zijn voorwoord zet hij moedig een baken uit. Een vraag naar het eigene van het Christendom én een antwoord van JEZUS: "Het eerste gebod is: 'Luister Israël, DE HEER onze GOD is de enige Heer. U zult DE HEER uw GOD liefhebben met heel uw hart, en met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht.'" Pas daarna komt het tweede gebod. Vaak wordt het eerste gebod over het hoofd gezien, omdat men niet zo heel zeker is van het bestaan van die GOD; en dan die rare vraag - vanwege een Opperwezen - om van Hem te houden met heel je wezen! Je kan het dan maar beter hebben (Hfdst.I) over wat je - vanuit je geloof - verwezenlijkt in de wereld, daar heb je zelf meer voldoening van en het wordt ook meer gewaardeerd door de (al of niet gelovige) omgeving. Of je kan de godsdienst gebruiken als een maatschappijopbouwende moraal, als een wereldveroverend gedachtegoed; anderen relativeren het exclusivisme, nog anderen zien het christendom als een mooie allegorie, een geslaagde mythe zoals iemand ooit zei. Ook voor een moderne mens die op zichzelf geplooid is wordt het openstaan voor en rekening houden met een "Ander" een hachelijke zaak. In zijn kritische stijl en methode gaat schr. dan in op hoe GOD zich manifesteerde in woord en geschiedenis; totaal onderscheiden van de "GOD" van de filosofen. Wel moeten we opletten met termen als "openbaring", "dogma", "profeten" en "profetische geschriften".
Zo kunnen we ons dan de vraag stellen "GOD, wie is Hij?" (Hfdst.III). Vanuit de diepmenselijke ervaring van 'het Heilige' kunnen we ook terecht bij Degene die zich 'De Heilige' noemt. Hij hoeft geen reden tot zijn bestaan, Hij 'is'. Hij manifesteert zich als de 'Allerhoogste', 'Schepper', de 'Machtige' en tegelijk als een GOD die zich bindt met grote verbondstrouw maar die ook alles te boven gaande eisen stelt. Van Hem noemt JEZUS zich 'de Zoon'. En aan JEZUS belichaamt zich Gods verbondstrouw op een uitzonderlijke en exemplarische wijze: "Die van de dood terugbrengt naar de goddelijke heerlijkheid". In JEZUS zien we een mens die zich op radicale wijze op weg durfde begeven met de GOD van leven en trouw. In een aanvullende nota heeft schr. het dan over de begrippen 'redder' en 'verlosser', heel bijbelse begrippen die hij, graag ontdaan zou zien van hun relatie tot een soort 'offerritus'; een idee die tegenwoordig nogal opgeld maakt. Door zijn in nederigheid totaal toegewijd zijn aan GOD en aan het heil van de mens, overduidelijk in zijn Pasen, heeft JEZUS ons de weg naar het leven geopend. Hij had hen lief ten einde toe. In die zin opgevat kunnen wij, volgens onze bescheiden mening, zonder schroom deze traditionele begrippen blijven hanteren.
In hfdst.IV komen we dan tot de kern van het betoog: 'DE HEER je GOD liefhebben'. Met heel je persoon, heel je wezen en capaciteiten in liefde gericht zijn op GOD. Hier sta je niet meer voor een 'levensbeschouwing' of 'religieuze filosofie', een religieuze plicht (zie o.m. p.180-185). De moderne mens leeft vanuit een vooruitgangsmythe en houdt zich niet bezig met antieke verplichtingen. De hedendaagse Christen ziet ook wel in dat je bij GOD altijd in de schuld staat, maar hij weet dat GOD van hem houdt. Wat JEZUS het eerste gebod noemt "breekt religieus met al de ambigue motivaties van de religieuze praktijk vroeger en nu of in de toekomst. 'GOD liefhebben' kan alleen maar een actieve instelling zijn die zich richt tot GOD als zodanig en óm Hem zelf" (p.186). Wat is liefhebben, wat is liefde? In een aantal bladzijden geeft schr. antropologische en psychologische bases van deze begrippen, met tussendoor bedenkingen rond huwelijksliefde, concubinaat en het hachelijke omkeren van 'GOD is liefde' tot 'de liefde is GOD'. Het zal wezenlijk steeds gaan over een verhouding tussen personen die 'eenheid wil bereiken in een persoonlijke en wederzijdse affectie. De liefde is persoonlijk in haar object, maar ook in de vrije verbintenis van de persoon die zich aan de ander geeft' (p.195). GOD liefhebben vraagt een fundamentele bekering. Hoe kan liefde tot een gebod worden? Als je GOD gaat liefhebben ga je natuurlijk je leven op die verhouding wat moeten afstemmen. Maar GOD is een jaloerse GOD en een christen moet niet gaan doen alsof alle religie hetzelfde is. Nogal wat christenen schamen zich om een 'uitzondering' te vormen in deze tijd. De mediacultuur en mis begrepen mondialiteitsbewustzijn vragen je dat je je niet profileert als 'anders dan de anderen'. Maar ook vandaag klinkt de oproep 'geen afgoden', je hoeft je niet te buigen voor alles wat zich vanuit Oost of West aanbiedt als 'religie'. GOD is een jaloerse GOD, die geen andere god kan aanvaarden of Hij zou GOD niet meer zijn. Nogal wat moderne mensen hebben het er moeilijk mee dat GOD absolute aanspraken maakt die de zelfingenomen mens niet kan aanvaarden. Dat heeft JEZUS dan ook ondervonden.
Hfdst.V heeft het over de liefde tot GOD in zijn schepping ("contemplatief leven behoort dus voor een deel intrinsiek tot de godsliefde. 'Contempleren' betekent immers aandachtig, dus ook met bewondering en liefde, beschouwen" p.237), hoe GOD zich in JEZUS openbaart (beter belicht op p.247-256) en hoe JEZUS voor de gelovige het perfecte voorbeeld is van de liefde tot GOD (256-263, met een juist benaderen van de begrippen 'volgen' en 'navolgen'). Het unieke van JEZUS barst open in de slotzin van dit hoofdstuk: "GOD liefhebben door JEZUS CHRISTUS, is aan GOD geven wat men niet heeft, en zo aan de Geest van JEZUS CHRISTUS in de ziel de vrije ruimte laten, waarin de gelovige, met de Geest, als JEZUS kan zeggen: 'Vader'" (p.274).
Het slothoofdstuk handelt over de ethiek van het Verbond en van de 'agapè'. Een ethiek van het verbond kan ontaarden in "legalisme" (ik onderhoud de wet tot in de puntjes en GOD is dan verplicht van mij dit en dat te geven) en "hypocriete communitaire zelfverzekerdheid"; pure begenadiging komt hierin niet aan bod. De christelijke moraal geeft aan de humanistische moraliteit een surplus door het te plaatsen in de relatie tot GOD en dan ook een bijkomende motivatie te bieden. Met de "ethiek van de agapè" bedoelt schr. dat JEZUS de hele wet terugbrengt tot wat er het beginsel van is: "denken, voelen en handelen als GOD, of anders gezegd: GOD tot voorbeeld nemen" (p.295) met als meest opvallende kenmerk "de absolute gratuïteit van GODs liefde" (id.). Een waardevol boek dat ons over het eigene van ons geloof helpt denken met een hart dat tot inzet geneigd is, al blijft onze liefde nood hebben aan goddelijke omvorming. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1998 nr. 3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
KARDINAAL JOSEPH BERNARDIN,
In Vrede. Mijn laatste drie levensjaren.
Uitg. Lannoo 1998,
495 BF. (Oorspr.Titel:
The Gift of Peace)
Een boek dat we ieder van onze lezers willen aanbevelen. Een kardinaal, aartsbisschop van Chicago, die zwaar beproefd wordt door een valse beschuldiging van een sexdelict en anderzijds door pancreaskanker. De titel is goed gekozen. Hij vindt inderdaad de vrede van het hart door consequent vanuit geloof te gaan leven. Hij komt tot verzoening met de man die hem vals aangeklaagd had (overigens op aansporing van een priester!), anderzijds wordt de klare wetenschap dat hij kanker heeft een bron van intenser leven en apostolaat en van christelijk getuigenis en mededogen naar andere kankerpatiënten. Wanneer hij verneemt dat ook zijn lever is aangetast en hij wellicht geen jaar meer te leven heeft, vindt hij veel inspiratie in een woord van Henry Nouwen, dat je de dood mag zien als vriend; de overgang naar eeuwig leven. Als gelovigen hebben wij ons immers vaak afgesteld op het bekrompen denken van de hedendaagse mens en zijn we het eeuwigheidsperspectief uit het oog verloren. Vandaar vaak onze eigen gevoel van verlorenheid en secularistische wanhoop. Dit boek is een steun voor mensen met ongeneeslijke ziekten, maar ook ieder ander gelovige ontdekt er bronnen van diepe inspiratie. Een aanrader. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1998 nr. 3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
WILLIAM JOHNSTON, MYSTIEKE
THEOLOGIE, De wetenschap van de liefde.
Uitg. Carmelitana Gent (Oorspr. Mystical Theology, uitg.: Harper Collins 1995). Vert. Paul Delmé,
Omslagontwerp: Rik Daze. 345 pp., 795 BF.
William Johnston is een Iers Jezuïet (° 1925) die sinds 1951 in Japan verblijft. In Tokio is hij professor aan de Sophia-universiteit en directeur van het Instituut voor Oosterse Studie.
Dit boek zo eventjes samenvatten is niet mogelijk, omdat het zo rijk aan inhoud en ervaringen steekt. Het is tenslotte een soort handboek van Mystieke Theologie voor de 21ste eeuw. De 19 hoofdstukken liggen verspreid over 3 grote delen: De christelijke traditie, Dialoog (vooral met Boeddhisme en moderne wetenschap) en De mystieke reis vandaag. De teneur van het werk is duidelijk een overeenkomst te vinden tussen Oosterse en Westerse spiritualiteit. Hij zoekt naar plaatsen waar de negatieve (apophatische) theologie doorklinkt. "Er is voor de mens geen andere manier om het goddelijke te ontmoeten" dan de donkere wolk binnen te gaan. GOD is immers de totaal andere, je kan Hem maar benaderen met de "goddelijke zintuigen van de innerlijke mens" (p.26/27).
In Achtergrond-2 zoekt schr. naar de bronnen van de mystieke theologie: de Bijbel, maar ook het hellenisme. De ontmoeting tussen beide, met de 'gigantische opdracht tot inculturatie' hoeft niet noodzakelijk een verraad te betekenen. Daarna komt de systematisering, waarbij natuurlijk Thomas van Aquino - als mysticus dan - zich niet onbetuigd laat maar die zich natuurlijk niet zo gemakkelijk de donkere nacht en de wolk van niet-weten laat induwen. Met de 'wijsheid die het werk is van de HEILIGE GEEST' maakt hij wel echte mystieke theologie mogelijk. Door JEZUS te gedenken in beelden en gedachten en diepe gevoelens('Jesus dulcis memoria') kan je daarna overgaan naar contemplatie ('Eius dulcis praesentia'). Tenslotte gaan we met JEZUS ook nog roepen "Abba, Vader". Door JEZUS wordt ook de Vader gekend als mysterie. (p.60).
Denkers als Teilhard de Chardin en Bernard Lonergan komen aan bod, mystieken als Teresa van Avila, Johannes van het Kruis, maar zoals gezegd ook Thomas van Aquino en Ignatius van Loyola. Schr. gaat dan langsheen de Oosterse ervaring van het Jezusgebed over naar buitenchristelijke ervaringen bij 'de weg naar binnen' en opvattingen van contemplatie. Zijn opvatting is dat mystiek noodzakelijk is voor de mensheid en dat het voor de christelijke mystiek een 'must' is op weg te gaan met de contemplatieven van de hele wereld en van alle religies. Hij illustreert zijn gedachtegang met heel wat citaten uit het 2de Vaticaans concilie.
Een interessant boek voor de insider en de gevormde lezer. Toch is het onze persoonlijke mening dat bij de benadering van niet-christelijke wegen en mystieke ervaringen je ook te luisteren hebt naar wat sommige christenen op die weg meemaakten en je best rekening houdt met hun waarschuwingen. Daarom verwijzen we hier ook naar het boek van Abt Joseph-Marie VERLINDE, L'Expérience interdite. De l' ashram au monastère. We geven hieronder enige commentaar.(bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1998 nr. 3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
PERE JOSEPH-MARIE VERLINDE, L' Expérience INTERDITE. De l' ashram au monastère.
Préface de Mgr. André-Mutien Léonard. Editions Saint-Paul, (3, rue Porte de
Buc - BP 652) 78006 Versailles Cedex, 1998, 288 pp., 680 BEF. Een
Nederlandstalige editie is in voorbereiding. We houden u op de hoogte.
Jacques Verlinde begint zijn universitaire studies te Gent als hij nog maar 16 jaar is. Op 21 jaar is hij doctor in de Wetenschappen en vorser bij het Nationale Fonds van Wetenschappelijk onderzoek (met thesis van analytische chemie in het laboratorium van nucleaire chemie van de Gentse universiteit). In 1996 komt hij in contact met New-Age langsheen Transcendente Meditatie (T.M.), gesticht door de goeroe Maharishi Mahesh Yogi. Hij ontmoet later die goeroe en hij krijgt van hem een speciale vorming om zelf meditatie-initiator te worden. De goeroe draagt hem op zijn studies verder te zetten en eens gediplomeerd wordt hij directeur van de beweging voor de promotie en verspreiding van de Transcendente Meditatie. Even later vergezelt hij deze goeroe gedurende drie jaar langs allerlei ashrams in India en in de rest van de wereld. In zijn consequente zoektocht ontmoet hij echter JEZUS CHRISTUS, die hij dan opnieuw kiest als Heer en Heiland. Maar daarmee is hij nog niet opnieuw in de Kerk. Terug in het Westen ontmoet hij een hele reeks esotero-occulte scholen, waarvan sommige ook evangelische of christelijke begrippen hanteren, naast allerlei hindoeïstische technieken. Terwijl hij al JEZUS wil dienen zit hij toch nog volop vast aan esoterische praktijken die onverenigbaar zijn met een leven volgens het evangelie; zo'n twee jaar is hij daar nog mee bezig. Maar dan ziet hij in dat, als je medium bent, je onder krachten staat die je scheiden van jezelf, van je diepe ik en zo ook "van de GOD-Vader, die me op elke ogenblik in het bestaan plaatst als een persoonlijk wezen, dat geroepen is om Hem te ontmoeten in een liefdesdialoog. Tezelfdertijd maakt deze staat (van mediumniteit) me open en kwetsbaar voor de invloed van wat ik genoemd heb "spirituele entiteiten" waarvan de ervaring bewezen heeft dat ze niet strijden onder de standaard van CHRISTUS" (p.17/18). Hij voelt in zich de roeping tot het priesterschap. Hij studeert aan het seminarie van Avignon, de Gregoriaanse universiteit te Rome, later aan de universiteit van Louvain-la-Neuve (85/87). Hij sticht mee "La famille de St.-Joseph", een nieuwe gemeenschap. In 1983 werd hij priester gewijd voor het bisdom Montpellier (Frankrijk). Hij is professor in de Filosofie aan de Université Catholique de Lyon.
Het boek is origineel geschreven in vraag- en antwoordstijl. Het gaat voor een groot deel over de keuze voor de technieken of de keuze voor DE HEER. De zoektocht langs Hindoeïsme, Yoga en Boeddhisme komt ruim aan bod. Het boek eindigt met een hele reeks termen die verklaard worden en ook een te weinig gekende brief van de Congregatie van de Geloofsleer aan de bisschoppen van de katholieke Kerk "Enige aspecten van de christelijke meditatie". In die brief wordt onder meer aandacht geschonken aan de "psychofysische en lichamelijke methoden" en het laatste hoofdstuk ervan luidt "Ik ben de Weg". Voor eerlijke zoekers en mensen die de Oosterse toer opwillen is dit boek een noodzakelijke lectuur, kwestie van eerlijkheid tegenover onszelf en van ons niet te laten misleiden door wat gewoon maar mooi en verleidelijk oogt. Op dit boek van Pére Joseph-Marie VERLINDE komt nog een vervolg dat meer zal gaan over spiritisme, New-Age, esoterisme in de Westerse samenleving. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1998 nr. 3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
F. PEERLINCK, In de
schaduw van de kathedraal, 25 Years of Holy Family Parish in Antwerp,
150 pp., 70 illustraties, 495 BEF, te verkrijgen wij de auteur: Frans
Peerlinck, Paters redemptoristen, Hopland 47, 2000 Antwerpen. Tel/Fax
(03) 232 25 46, PCR 000-0576402-28.
Op zondag 14 juni 1998 vierde de Amerikaans-Engelssprekende parochie Holy Family Parish haar 25-jarig bestaan (1972-1997). Bij deze gelegenheid heeft haar pastor eerwaarde pater Frans Peerlinck, redemptorist, een geschiedenis van het leven en werk van de parochie geschreven. Na een inleidend hoofdstuk over het informele ontstaan van de parochiegemeenschap, volgt een beschrijving van de wijze waarop deze parochie zich geleidelijk aan organiseerde. De groep van jonge gezinnen wist zich - doorheen crisisjaren - verder te stabiliseren en religieus en sociaal te motiveren, zodat de parochie vandaag een eigen gezicht heeft: wekelijkse eucharistieviering, kinderliturgie en jongerencatechese, èn een sociaal engagement naar binnen en buiten toe waardoor de hele groep enthousiast en dynamisch gehouden wordt. In tegenstelling tot vele Vlaamse parochies die hun kerkgangers en activiteiten in de voorbije 25 jaar zagen teruglopen, mocht de Amerikaans-Engelssprekende parochie zich verheugen over een groeiend aantal deelnemers aan het leven van de parochie, die vandaag zo'n 60 families uit Vlaanderen en Nederland samenbindt. (FP Recensie in "Geloof en Leven" 1998 nr. 3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
Ostentatief, Bloemschikken
met Daniël Ost. Uitg. Lannoo NV. Tielt - 1998, 96 blz., 695 BEF.
Tekst: Jean-Pierre Gabriel, Foto's: Robert Dewilde, Frank Michta. Het
voorwoord is van Daniël Ost.
Nogal wat christenen (vooral dames) hebben zich de laatste jaren met ijver ingezet voor het liturgisch bloemschikken. Het is aan heel wat kerkinterieurs te zien dat er bezielde en kunstzinnige harten en handen allerlei symbolieken hebben neergelegd in de bloemstukken. Kunst in dienst van de liturgie. Maar ook bij het liturgisch bloemschikken komt, naast de bezieling, de inspiratie en de liefde voor bloemen en planten, heel wat transpiratie, engelengeduld en techniek om de hoek kijken. De vorige boeken van Daniël Ost "Bladeren in Bloemen 1+2" waren eerder kijkboeken en je moest al heel wat van bloemschikken weten om die sierstukken te kunnen namaken bv.. In het voorliggende boek (vrij handig formaat 22,5 op 24,5 cm.) laat hij bewust achter de schermen kijken. Je ziet de 25 behandelde bloemstukken groeien. Zij luisteren terecht naar sprekende namen, zoals Een vroege belofte, Magisch inferno, Gesluierde tulpen, De bloemendoos, Natuurparels, Geometrie in de ruimte, Ondergaande zon. De benodigde bloemen, planten en materialen worden opgesomd, zoals bij een recept, en de verschillende stappen - een na een - die je moet volgen. Telkens wordt ook de moeilijkheidsgraad (eenvoudig - vereist ervaring - moeilijk) en ook de afmetingen en het ideale tijdstip voor dit of dat bloemstuk aangegeven. Tot slot worden ook de voornaamste hulpmiddelen, gereedschap en materialen opgesomd en afgebeeld. Je krijgt een massa tips en technische raadgevingen vanuit de voorbeelden, zodanig dat - en dit is overigens ook de wens van Daniël Ost - je daarna vanuit eigen inspiratie creatief kunt op weg gaan. Onze eerder op de praktijk gerichte commentaar doet natuurlijk tekort aan de pracht en poëzie van de geboden bloemstukken, de kunstfoto's en de sobere maar duidelijke commentaar. Tot slot; we hebben al heel wat bloemstukken gezien, maar hier gaan nieuwe vergezichten open waarbij het kunstminnend hart van heel wat bloemenkunstenaars (m/v) zal gaan popelen om direct aan de slag te gaan. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1998 nr. 4)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
Michael Linssen O.C.D.,
KIEZEN VOOR DE WAARHEID, Edith Stein, Teresia Benedicta a Cruce o.c.d.,
uitg. Carmelitana 1998, 84
pp., 335 BEF / fl. 19.50.
Deze bewerking door Carmelitana van het eerder verschenen Informatiebulletin van het Secretariaat R.K.Kerkgenootschap in Nederland, is een vlot leesbare levensbeschrijving is van Edith Stein, in 1891 te Breslau geboren in een joods gezin, filosofe, assistente van Edmund Husserl, de gekende fenomenoloog, ook jood en later protestant geworden. Haar intellectuele kwaliteiten, haar sociale interesse en haar blijvend verlangen om de waarheid te vinden, haar ongemeen radicale inzet voor haar studie- en filosofisch vorsingswerk, haar opkomen voor de rechten van de vrouw, dat alles maakt haar tot een figuur om naar op te zien. Hopelijk zal de moderne lezer haar blijven respecteren wanneer haar boeiende zoektocht naar de waarheid uitmondt in haar bekering tot dé Waarheid. Christus wordt haar leven, nadat ze haar joodse geloof reeds op 15-jarige leeftijd had afgeschud om het rationalisme te omarmen. In een kerk ziet ze een gewone vrouw een gesprek komen voeren met een haar nabije God. Dit wordt het begin van haar ontdekking van de God die ons in Jezus is komen ontmoeten. Het kruis toont ons Gods liefde tot het uiterste. Nadat ze lang op de toestemming van haar geestelijke begeleider moest wachten - men vond dat zo'n filosofisch talent zich niet mocht gaan 'begraven' in het klooster - trad ze in bij de karmelietessen. Na enige tijd kon ze ook daar nog heel wat publiceren. Zij voorvoelde echter - veel eerder en sterker dan de oppervlakkige toeschouwer van het tijdsgebeuren - dat het voor joden en katholieken een gevaarlijke weg opging onder het Nazi-regime. Ondergebracht in een karmelietessenklooster in Nederland (Echt) ontkomt ze niet aan de internering van de katholieke joden op 2 augustus 1942. Dit was een wraakreactie van de Duitse overheid op een protestbrief van de Nederlandse bisschoppen tegen de jodenvervolging en gedwongen tewerkstelling in het buitenland; de brief werd op 26 juli in alle katholieke kerken voorgelezen. Op zondag 9 augustus komt hun transport aan in het vernietigingskamp van Auschwitz en onmiddellijk worden zij gedood door vergassing. Edith Stein was toen 50 jaar oud. We bevelen dit boekje van harte aan aan eerlijke zoekers en aan christenen die geïnspireerd en opgewekt willen worden door het consequente getuigenis van deze zoekende, verdraagzame en verzoeningsgezinde joodse vrouw. Op 1 oktober 1998 werd Edith Stein door paus Johannes Paulus II heilig verklaard. Haar zaligverklaring vond plaats in 1987.
"Reeds nu neem ik de dood, die God mij heeft toebedacht, in volledige onderwerping aan zijn heilige wil met vreugde aan. Ik smeek de Heer, dat Hij mijn leven en sterven moge aanvaarden tot zijn eer en verheerlijking voor alle intenties van de heilige harten van Jezus en Maria en van de heilige Kerk, in het bijzonder voor de instandhouding, de heiliging en de voltooiing van onze heilige orde, met name van de karmels van Keulen en Echt, tot verzoening voor het ongeloof van het joodse volk, opdat de Heer door de zijnen moge worden aanvaard en opdat zijn rijk moge komen in heerlijkheid, voor de redding van Duitsland en de wereldvrede, tenslotte voor al mijn familieleden, levende en dode, en allen, die God mij heeft gegeven: dat niemand van hen verloren moge gaan." (Uit haar testament: Romaeus, o.c.d., Edith Stein, Mijn weg naar de waarheid, Leuven, p. 137).(bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1999 nr. 1)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
KARDINAAL JOSEPH RATZINGER,
Zout der aarde. Christendom en katholieke kerk aan het einde van het
millennium. Een gesprek met Peter Seewald. Uitg. Ten Hove B.v. Baarn,
1997, 280 pp., 790 BEF, verspreiding Uitg. Westland
n.v., Schoten.
Een boek voor katholieke christenen die wel eens een bemoedigend schouderklopje kunnen gebruiken of een duidelijke richting; een boek voor mensen die wel eens negatief denken over Vaticaanse kringen of over het kerkelijk establishment in het algemeen. In drie hoofdstukken heeft de schrijver zijn interviews met de kardinaal gerangschikt: De persoon - De problemen van de katholieke kerk - Op de drempel van de nieuwe tijd.
Over de inquisitie, die donkere bladzijde uit de kerkgeschiedenis en uit de geschiedenis tout court, hebben we allen wel gehoord, met afgrijzen en met de bedenking hoe het mogelijk is dat de beweging rond Jezus zich ooit tot zo'n vervolging van andersdenkende gelovigen heeft kunnen leven onder bedreiging van overlevering aan de tijdelijke macht die voor foltering en terechtstelling kon instaan. Kardinaal Ratzinger is voorzitter van de commissie van de Geloofsleer, in feite de opvolger van de inquisitie. Maar je ontmoet hier een mens, een ruimdenkend gelovige met een grote liefde voor de Kerk.
De kardinaal kan je er niet van beschuldigen dat hij de toekomst van de kerk al te rooskleurig inziet. Hij is een realist en toch ook optimist. Midden al de onzekerheden, het bankroet van een consumptiemaatschappij en allerlei ideologieën blijft ook een afgeslankte (westerse) kerk thuishaven voor mensen die degelijke oriëntatiepunten zoeken. De geestelijke rijkdom van de kerk moet weer op de goede wijze worden aangereikt aan de zoekers van alle tijden. Natuurlijk zal de op prestatie gerichte mens steeds moeite blijven hebben met de voorkeur van God voor het kleine en machteloze, terwijl anderzijds het geloof in de kracht van de liefde de geestelijk ontwikkelde mens zal blijven aanspreken in de christelijke godsdienst. De geringste kracht van liefde is groter dan de grootste vernietigingskracht. Wat een verheven boodschap tot fundamentalisten en leeggedebatteerde westerse intellectuelen en leeggeprofiteerde consumptiemensen. Niet elke godsdienst, niet elke cultuur is even verheven: "er zijn religies die duidelijk ziek zijn, die ook een vernietigende werking op de mens kunnen hebben" (p.24), politieke religie kan verworden tot een instrument van vernietiging en onderdrukking; "ook de goden zijn niet allemaal gelijk, er zijn zeer negatieve goddelijke figuren, of we nu aan het Griekse of aan het Indiase religieuze spectrum denken. De idee van een gelijkheid van de godsdiensten wordt eenvoudig verworpen door de feiten van de godsdienstgeschiedenis" (p.25). Hiermee spreekt de kard. de christenen niet vrij van al wat er verkeerd is in hun denken en doen, maar het christendom "levert de maatstaf en de richting voor de absoluut noodzakelijke zuivering waardoor de religie geen onderdrukkend en vervreemdend systeem wordt, maar werkelijk een weg van de mens naar God en zichzelf" (p.26). Het verbaast wel even de voorzitter van de commissie voor de geloofsleer te horen verklaren: "de kern waarom het eigenlijk draait, luidt steeds: Ik verkondig u een grote vreugde, God bestaat, u bent zijn geliefden, en dat staat voor eeuwig vast" (p. 29). God vinden lijkt wel eens moeilijk, maar dat komt ook voor een heel deel door onze manier van leven en denken ons voor zijn signaal doof maken, "maar ik zou toch willen stellen dat iedereen die enigszins opmerkzaam is, zèlf kan beleven en constateren: HIJ heeft het nu tegen mij. En dat is een kans voor mij om HEM te leren kennen" (p. 31).
Naar aanleiding van de vele en uiteenlopende vragen van de niet-gelovige en kritische reporter komen ongelooflijk veel aspecten van geloof en christendom naar voor. Een verrijkend boek dat je in één adem uitleest, maar waar je nog vaak naar kunt teruggrijpen. De kerk verschijnt er echt menselijk, menselijk meevoelend, en tevens voel je iets van zekerheid in je groeien, ondanks het wegvallen van de volkskerk (in de zin van 'de volle kerk'). Over het concilie, de Katechismus van de katholieke kerk, de houding van de commissie betreffende de bevrijdingstheologie (met de positieve uitwisseling vooral met Gustavo Gutiérrez, de duidelijke stellingname ivm Hans Küng) al die zaken komen in het boek aan bod, duidelijk, helder. Hier spreekt men geen geheimtaal. Ook rond seksualiteit wordt duidelijk gesproken. Ook daar komen principe en menselijkheid samen naar voor. Het is goed dat de vraagsteller geen kerkmens is en steeds tot het bot blijft doorvragen; daardoor moet de kard. echt eenvoudige en duidelijke taal gebruiken, en daarmee is iedereen gediend. Op p. 103 e.v. vernemen we een en ander over de tandem Woityla-Ratzinger. Hoewel de kard. reeds in 1984 de situatie van de kerk een proces van verval noemde gelooft hij nog steeds dat er stille kenteringen zijn. In verband met godsdienstonderricht moeten scholieren "goede informatie krijgen. Natuurlijk op een sympathieke manier, zodat ze aangespoord worden zich af te vragen: Is dat misschien iets voor mij?" (126). Midden onze westerse cultuur van de afwezigheid van het transcendente zijn er mensen en groepen (christelijke drop-outs) die iets doen dat werkelijk naar de toekomst wijst (p. 128). Over de uniciteit van Christus is de kard. heel duidelijk; dat màg ook (134). De verschillende landsstreken komen dan onder de loupe; het probleem van de Islam voor zwart Afrika; ook Duitsland, Nederland en België (Dutroux en het probleem van de vrije meningsuiting ten overstaan van de waarheid en de bescherming van de waardigheid van de mens) komen aan bod (163). Waar hij het heeft over liturgie heeft hij het hoegenaamd niet gezien in de priester die een soort showmaster zou zijn die ter plekke wat bedenkt en dat heel handig overbrengt. De priester moet weten dat hij als persoon moet terugtreden en echt alleen vertegenwoordiger moet zijn; door zijn gelovige uitvoering laat hij zien dat hij niet meer het middelpunt is zodat iets groters zichtbaar wordt (177). De punten van kritiek op de kerk komen een voor een aan bod in de "canon van de kritiek" (181-212). In nogal wat situaties gaat het in de eerste plaats om een geloofscrisis eerder dan over een verschil in opvatting. De kard. ontwijkt geen vragen en geeft evenwichtige antwoorden waaruit een grote mensenkennis en veel barmhartigheid blijkt.
Naar de toekomst toe wordt uitgegaan van een woord van de kard.: "Als we niet een stuk van onze christelijke identiteit terugvinden, zullen wij de uitdaging van dit uur niet doorstaan". Dit is gezonde zelfkritiek die verwijzing naar anderen niet zonder meer als oorzaken van de achteruitgang van het christelijk geloven aanvaardt. Er rust een zware verantwoordelijkheid op ieder christen. "Met empirisch gefundeerde zekerheid kunnen we zeggen dat als plotseling de morele macht die het christendom vormt, zou verdwijnen, de wereld als een door een ijsberg geramd schip zou wankelen en de mensheid in groot gevaar zou raken" (227). De kerk moet bijvoorbeeld de mens zover brengen dat hij "tegen zich zelf is opgewassen, dat hij zijn fysieke kunnen tegenover een overeenkomstige ethische potentie kan stellen. Waarbij we weten dat dat niet uit pure ethiek, maar uit de innerlijke verbondenheid met de levende God voortkomt. Alleen als Hij werkelijk als kracht in ons bestaan staat, wint de morele kracht" (229). In "een nieuwe lente" worden de beperkingen van de ecologische bewegingen aangegeven, de kenmerken van de echte religie en de oproep tot een 'terugkeer naar voren' in deze moeilijke periode van de kerkgeschiedenis; dit laatste belet niet dat er niet nog een behoorlijke lange periode van verdere verwarring voor de boeg zou liggen, maar ondertussen mogen we ons - zoals paus Johannes-Paulus II - laten leiden door visioenen "die een positieve, zinvolle inhoud hebben en ons vervolgens richtlijnen en moed geven om te handelen" (236). De kerk heeft haar rol als kritische instantie tegen de banale ideologie van de wereld, maar ze moet ook positief de wereld mee opbouwen; ze moet de juiste onderscheiding hebben om 'ja' of 'nee' te zeggen naar de samenleving toe (239). Hierna volgens enige items zoals Oecumene en eenheid, jodendom en islam. In verband met de toekomst van de kerk wordt gedacht over de juiste opvatting van het pauselijk ambt (254). Over de nieuwe klank in de geloofsoverdracht zegt de kard.: "Het belangrijke is dat de preker uit het levende woord een innerlijke verhouding heeft met de heilige schrift, met Christus, en dat hij als een mens van deze tijd, waarin hij leeft en die de zijne is en waaruit hij ook niet kan vluchten, het geloof innerlijk verwerkt. En dan, als hij werkelijk uit een persoonlijke diepte kan spreken, dan komt die nieuwe klank vanzelf" (258). De kard. ziet ook reeds kernen van vernieuwing (262) en hij nodigt uit tot "iets van verinnerlijking" wil men de verstikking van het christendom ontgaan. "De echte hervormers van de kerk, door wie ze weer eenvoudiger is geworden en waardoor gelijktijdig openingen tot geloof zijn ontstaan, waren altijd heiligen" (266). Tenslotte wordt ook de titel van het boek duidelijk: de kerk moet middenin de wereld leven, trouw en dynamisch, en zo de hele mensheid geven wat ze door eigen beslissingen helemaal niet kan krijgen. Zout van de aarde betekent dat niet de hele aarde zout wordt, maar wel smaak krijgt. De overgang naar een nieuw millennium hoeft niets magisch te hebben maar kan ons helpen een eind op weg te gaan in de vernieuwing; "de geschiedenis is in haar geheel een strijd tussen liefde en de verzaking van de liefde" (278). Nog geen zin om dit boek ter hand te nemen? (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1999 nr. 1)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
Mark Van De Voorde, OP ZOEK
NAAR GOD IN VLAANDEREN. Met foto's van Daniel Leroy. Uitg. Lannoo,
Tielt 1998. 184 pp., 895 BEF.
God is zowat onzichtbaar geworden. Was Hij dan vroeger wél te zien? In Jezus, ja. Maar daarna in mensen. In wat mensen doen. In gekwetste, zieke, gekwelde, arme mensen... En in mensen die zich om die mensen bekommeren, in mensen die zich totaal aan God hebben toegewijd. Al die soorten mensen zijn er in Vlaanderen vandaag. Laten we op zoek gaan naar God in Vlaanderen. En zo voert Mark Van de Voorde (geb. 1947, hoofdredacteur van het Parochieblad Kerk en Leven) ons langs een abdij, Sint Sixtus in West-Vleteren, waar een paar jaar geleden een van onze vrienden-priesters, Jan Lootens nog intrad. De sfeer van het klooster snuiven we op doorheen de thema's die schr. ontwikkelt, maar evenzeer doorheen de sfeerweergevende foto's van de beroepsfotograaf Daniël Leroy. De tekst van schr. is bezinnend, meditatief. In een kort zinnetje wordt onze heilige ernst ook wat doorprikt als schr. opmerkt "Op die ene dag kom ik meer humoristen tegen dan elders in een hele maand" (p.12).
Overigens had ik de indruk dat ik na het lezen van dit eerste stukje dieper op abdijbezoek ben geweest dan wanneer ik er daadwerkelijk geweest zou zijn. Voor een modern gelovige is het ook goed om dit te weten: "Monniken bidden, werken, studeren en bezinnen niet alleen voor zichzelf. 'We staan hier niet in eigen naam, maar in naam van de hele kerk en de hele wereld'". Dit woord van de gewezen abt mag ons allen een steun in de rug zijn.
Hierna gaan we op bezoek in Scherpenheuvel. De volkskerk. Mensen, kapot van het consumeren, op zoek naar een zinvol leven, een houvast. Maria die ons dichter naar Jezus wil brengen. Kaarsen en beelden, volksreligie, geloof dat ook een lichaam heeft. En weer die foto's die je de basiliek binnenleiden. Ja, de mensen zitten daar voor je. De Kerk mag de handen niet aftrekken van het volksgeloof, want dan komt het bijgeloof in de plaats.
In Izegem bezoeken we De Harp, Centrum voor levensverdieping. Op het grote domein van een vroeger kapucijnenklooster wonen 68 mensen permanent. Een hoop cursussen worden er gegeven en bezinning, van allerlei pluimage overigens, esoterisch en christelijk. Het gaat nogal veel over 'thuiskomen bij jezelf'. Het gaat dan minder over verlossing van buitenaf, maar ook je bewust worden dat we goddelijke mensen zijn, dat ons lichaam een tempel is van de heilige Geest. Die twee benaderingswegen hoeven niet in tegenspraak te zijn met elkaar.
Daarna komt een Vlaams dorp aan de beurt waar de kerk nog in het midden staat. Een pastoor-deken met drie parochies. Enige pastorale helpsters. Het gebed in hun leven. De vergaderziekte. Noodzaak van direct contact met mensen. De Kerk moet veel loslaten om hoopvol naar de toekomst toe te leven.
Dan zijn we te gast bij de Egidiusgemeenschap in de Antwerpse Kammenstraat. Christen zijn in de stad heeft te maken met geloven en bidden, maar ook met vriendschap en menselijkheid, met sociale inzet. Een wereldwijde gemeenschap die tracht te bemiddelen in allerlei conflicten. Een ontmoeting met de priester Jo Hanssens en zijn droom omtrent christelijke gemeenschappen, die volgens hem best parochiaal verankerd zijn
Een volgende ontmoeting is diepingrijpend. In hartje Brussel, met zijn problemen van een wereldstad ontmoeten we priester Johnny De Mot. Een ontmoeting waar je stil van wordt.
Vervolgens ontmoeten we Herman Van Rompuy die het heeft over de noodzaak van een "revival van de ethiek", de noodzaak van een morele heropstanding in een wereld vol normvervaging. Mia De Schamphelaere, lid van het Vlaams Parlement over de euthanasiewetgeving. Je verwacht het niet uit de mond van een politica dat Christus niet zomaar een historische figuur is "met een uitzonderlijk moreel niveau, Hij is de levende... Die persoonlijke relatie met de Heer ontbreekt in de verkondiging van onze katholieke Kerk, terwijl de Eucharistie daar juist dé toegang toe is, want ze is geen herdenkingsritueel" (p. 111). Helemaal verwonderd lees je dan hoe ze op de trein van Antwerpen naar Brussel de lezingen van de dag leest en dan haar agenda doorneemt in gebed (p. 113).
Dan komt een kliniek aan de beurt, nog steeds op zoek naar God. Het Virga-Jesseziekenhuis in Hasselt. Technische kunde én menselijke nabijheid. Zo hoort het in een geheel waar nog iets van christelijke inspiratie aanwezig is. De palliatieve eenheid en het vrijwilligerswerk blijven niet onaangeroerd en de vele gesprekken, ook met patiënten over diepe menselijke vragen, maar dan heel concreet... Waarom ik? Waarom al dat lijden? Waarom sterven? En dan spreekt een Jezuïet-dokter plots over Jezus als de heler en genezer van de arts... Lezenswaard.
De ontmoeting in Brugge met de priester-kunstkenner Mark Delrue is dan weer iets heel aparts. Kunst die soms in de plaats moet komen van de liturgie, omdat deze het sacrale niet meer uitstraalt en niet meer tot innerlijkheid uitnodigt. Natuurlijk dan niet kunst als statussymbool. Scherpe, indringende inzichten rond (moderne) religieuze kunst zetten ons aan het mediteren. Ook een woord over liturgie: "De grootste kunst van de Kerk is haar liturgie. Wanneer haar cultus verschraalt tot louter woord, verdwijnt de mystieke sfeer". Het gaan in de liturgie, de orantehouding, de kniebuiging, we horen hier weer de oorspronkelijke zin ervan.
Naar aanleiding van een film "Blood Oath" praat een groepje mensen over geloof, zonde, lijden, medelijden, christelijke hoop, verrijzenis en "culturele ongehoorzaamheid", "anders leren zien en oordelen en leven".
Na dit diepzinnige gesprek hebben we een ontmoeting met een doctor in de kunstgeschiedenis en kalligraaf, Brody Neuenschwander, een Texaan, gehuwd met een Vlaamse en wonend in Brugge. In prachtig schrift tekende hij onder meer 120 Jezuswoorden om ze op een nieuwe manier te helpen lezen en begrijpen. Daarna voert de benedictijn Benoît Standaert ons binnen in de waarde van het woord en het Woord Gods. Wat te denken van de bedenking "De Bijbel is ontstaan in de ballingschap. Dat betekent dat je de Bijbel maar kunt lezen na een ervaring van collectieve depressie... ik zie leken uit de ballingschap terugkomen. Die zijn niet gedeprimeerd door het feit dat er minder mensen naar de kerk gaan. Sommigen zijn al bezig de tempel te bouwen, hebben contact met de jeugd. Dat is de toekomst" (p. 178/179).
Voor mensen die wat hoop zoeken, die iets van God zoeken, die wat nieuwe inspiratie zoeken is dit een prachtig lees-en kijkboek. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1999 nr. 1)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
LEANNE PAYNE, Luisterend
bidden. Gods stem leren verstaan.
Ned. Editie 1998, Carmelitana/Gent (Voorhoeve/Kampen). Orig.
'Listening Prayer', 1994 Baker Book House Company, Grand Rapids, MI.
Een van de voornaamste middelen om God toegewijd te leven en je inzet voor mensen vanuit de juiste ingesteldheid te beleven is het gebed. Leanne Payne, die met andere mensen betrokken is in de dienst van de genezing, heeft een typische manier ontwikkelt om het gebed zo vruchtbaar mogelijk te maken. In het eerste deel geeft zij ons tekst en uitleg over het bijhouden van een "gebedsmap". Het gebed wordt niet meer aan het toeval overgelaten en het krijgt zo ook een vervolg; men bouwt verder op de gebedstijd. Het tweede deel bevat tal van aspecten van het "luisterend" bidden: wat het is, de problemen die zich kunnen voordoen en wat men moet vermijden. Luisterend bidden heeft nood aan vermaning en toetsing, anders kan men gemakkelijk tot dwaling komen; nederigheid is een veilige weg. Het neognostisch luisteren (New age) wordt sterk aan de kaak gesteld terwijl anderzijds de 'spiritualiteit' toch moet gered worden. Nogal wat raadgevingen komen voort uit de praktijk van haar interkerkelijk gebedsteam voor genezing. In haar radicale keuze voor Gods heiligheid trekt ze als in en heilige oorlog van leer tegen de afgoderij van ideeën, van gevoel, van structuur en van voorschriften die een vervalsing zijn van Gods Zelfopenbaring, de herscheppende ontmoeting, de gemeenschap van Christus en de christelijke gehoorzaamheid : zo stelt ze zich op tegen het kerkisme, de seksuele tolerantie, de ontkenning of verdoezeling van het kwaad, de ondeugd van het sentimentalisme waarin men goed en kwaad met elkaar gaat vermengen.
In de conclusie brengt ze onder meer een krachtig gebed tot de heilige Geest. Een eerste appendix brengt 6 bladzijden met teksten over geestelijke strijd; Appendix b brengt fragmenten uit 'Het geheim van de (goddelijke) leiding' van F.B.Meyer waarbij het gebed om 'leiding' echt centraal staat. Appendix c biedt een 'gebed om berouw om te kreken met kerkisme' opdat de kerk mag uitgezuiverd worden. Enkele keren kwam bij mij het gevoelen naar boven dat de 'waarheid' en 'zuiverheid' iets te zeer benadrukt werden ten nadele van de liefde en barmhartigheid, maar dat was het scherp van het mes waarop schr. zich uitgesproken wenste te begeven. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1999 nr. 1)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
JACQUES PHILIPPE, In de
school van de Heilige Geest.
Uitg. Carmelitana/Gent, 1998, 80 pp. (Vert.
uit Frans, A l'école de l'Esprit Saint, Ed. des Béatitudes 1995).
Jacques Philippe maakt deel uit van de nieuwe beweging der Zaligsprekingen (Communauté des Béatitudes) die in heel wat landen reeds gemeenschappen heeft. Zelf is hij verantwoordelijk voor de priesterlijke fraterniteit van de Gemeenschap. Hij werd in 1983 priester gewijd en geeft retraites in Frankrijk en daarbuiten.
De "Béatitudes" situeert zich in de brede stroming van de katholieke Charismatische Vernieuwing en heeft zich voor haar spiritualiteit voor een deel geïnspireerd op de karmelitaanse. Eigenlijk handelt "In de school van de heilige Geest" over het onderscheiden van de wil van God, de leiding van de heilige Geest en dan verder over de gehoorzaamheid aan de Geest
In een eerste deel toont schr. dat de heiligheid het werk is van de heilige Geest. Aangezien het de roeping is van ieder normaal christen om heilig te (zijn of te) worden, is het goed om weten dat we dat niet aankunnen uit eigen kracht en anderzijds dat ieder van ons zijn eigen onvervreemdbare weg heeft daarheen. Hoe trouwer we zijn aan de genade, hoe sterker de genade in ons aan het werk kan.
Een tweede deeltje helpt ons open te komen voor de leiding, de ingevingen van de heilige Geest. Dat zijn deels heel fundamentele keuzen om bv. God niets te weigeren, ook heel praktische zoals de trouw aan het gebed, het leren kennen van je eigen hart en de openheid tegenover een geestelijk begeleider.
Een derde deel leert ons dan nog maar eens hoe we kunnen onderscheiden of een ingeving echt van God komt en handelt in feite over de onderscheiding der geesten; hoe kan ik daarin groeien?
In een eerste annex krijgen we een aantal teksten van Louis Lallemant over de consequente "gehoorzaamheid aan de heilige Geest".
Een tweede annex brengt teksten van Franciscus van Sales (iemand die veel schreef aan christelijke leken), eveneens over de onderscheiding der geesten: wat beweegt me eigenlijk, hoe kan ik op een eenvoudige manier weten wat God wil?
Een derde annex gaat over vrijheid en onderdanigheid. Dit krijgt hier niet zozeer een filosofische benadering, maar wordt eerder existentieel, vanuit concrete ervaringen behandelt. Vanuit onze oorspronkelijke vrees om ook maar iets van onze vrijheid prijs te geven komen we tot de vaststelling dat juist de overgave aan Gods verlangen ons binnenvoert in een onvermoede vrijheid. Enkel in de liefde tot God bloeit mijn vrijheid ten volle open. (bvv Recensie in "Geloof en Leven" 1999 nr. 1)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
ALISTER McGRATH,
Christelijke Theologie. Een introductie.
Uitg. Kok-Kampen 1997, 526 pp. (1200 BEF?). (Christian Theology verscheen in 1994 in Oxford en Massachussets); de vertaling is gemaakt op de 2de editie, Oxford 1996.
Voor de katholieke lezer wil ik onmiddellijk zeggen dat dit boek is geschreven door een anglicaans theoloog die reeds een hele tijd doceert aan de Oxford University. Je ontmoet dus een deel schrijvers en figuren die in een katholiek handboek ofwel afwezig blijven of in de schaduw; anderzijds mis je wel wat namen, mede door het Angelsaksische milieu van schr.. Onderhavig boek is een handboek, een 'Inleiding in de christelijke theologie'; al heeft schr. getracht alle moeilijke woorden te vermijden of te verklaren, dan vraagt het toch wel enige onderlegdheid of vertrouwdheid met de behandelde stof. Schr. geeft immers een breed overzicht en het is niet zijn bedoeling stelling te nemen in theologische disputen. De lezer moet dus zelf wat kunnen onderscheiden waar bepaalde zaken tekort doen aan de katholieke visie of waar ze sterk gerelativeerd wordt. Eerlijkheidshalve zij hier dan weer vermeld dat bv. een typisch katholiek leerpunt omtrent het vagevuur toch evenwichtig naar voor gebracht wordt (492-494).
In een eerste deel krijgen we een soort afbakening, een overzicht volgens tijdperken, thema's en grote namen uit de christelijke theologie. Een tweede deel is eerder fundamenteel en behandelt de bronnen en methoden (o.m. over het wezen van het geloof, de 'godsbewijzen', betrokkenheid en neutraliteit van de theologie...). Bij de bronnen komt ook de religieuze ervaring ter sprake, naast de natuurlijke theologie, de schrift, de rede, de traditie. Het derde deel tenslotte behandelt de grote themata van de theologie o.m. God, de Drie-eenheid, christologie, soteriologie (het heil in Christus), natuur en genade, de Kerk, de sacramenten, de wereldgodsdiensten, de Laatste Dingen (hel, vagevuur, hemel). Het boek is zo opgevat dat na ieder hoofdstuk er ook vragen gesteld worden waar de lezer (desgevallend de student) alles nog even kan verwerken. Het boek besluit met 1° Algemene christelijke registers en specifieke websites met theologische informatie via internet (499-502), 2° Een verklarende theologische woordenlijst waarin de vaktermen wat uitgelegd worden (403-514) en 3° het eigenlijke register van de geciteerde en/of behandelde termen en namen (515-525). Een aan te raden boek voor de gevormde lezer en elk theologiestudent en... voor wie vroeger ooit theologie gestudeerd heeft: een goede opfrissing. (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr. 2)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
PROF. LUC DE VOS, Van het
ijzeren gordijn tot het fundamentalisme. Internationale tegenstellingen
na 1945. Davidsfonds/Leuven 1998, Blijde Inkomststraat 79, 3000 Leuven, 408
pp., 980 BEF. Met vele verduidelijkende kaartjes en een uitgebreide index.
Schrijver is docent aan de militaire academie. In een radio-interview werd er vooral nagekaart over 'wat nu?'. Iedere natie meent wel dat ze een sterke defensie moet hebben. Na de val van het ijzeren gordijn zijn in het Westen de defensie-uitgaven wat gedaald en kunnen strategen de politici er moeilijker toe brengen enorme uitgaven te doen voor telkens nieuwe types vliegtuigen, schepen, tanks en radarinstallaties. Omtrent het in stand houden van de defensie spreekt schr. over de logica van elke instelling: zij wil voortbestaan. Zelfs als een aantal van haar oorspronkelijke doelstellingen zijn weggevallen, is er een soort kracht tot volharding, "wij zullen doorgaan", onder meer omdat er tal van functies zijn die mensen verder willen invullen gewoon omwille van de financiële verdienste en de bereikte sociale rang. Zelf schuift schrijver het alternatief naar voor: "Defensie of delen". Dat is de keuze waar wij voor staan. Met uitsluiting van Zuid-Afrika, heeft heel zuidelijk Afrika maar evenveel rijkdom als de paar miljoen Vlamingen, Walen en Brusselaars. Dit is een onhoudbare toestand, en het moet ons dus niet verwonderen dat zoveel mensen van over heel de wereld naar onze landen toestromen, met allerlei voorwendsels, maar voornamelijk toch omdat zich hier het luilekkerland bevindt, het aards paradijs! Wij zijn er ons niet meer van bewust, dat wij de rijke zijn op onze wereld. De armen komen dus voor onze deur samentroepen voor een aalmoes... en iets meer. Zijn we bereid tot delen in plaats van tot verdedigen? Ik geloof dat maar zeer weinigen van ons hun akkoord gaan betuigen met de verbijsterende keuze waarvoor schr. ons stelt: "Gaat u verder met bewapenen of bent u bereid 80 % (sic!) van uw welvaart in te ruilen?" Waarde lezer, alvorens een negatief antwoord te geven, toch maar even onderduiken in de lectuur van dit boek. (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr. 2)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
MARK EYSKENS, De lust van de
verbeelding. Geschriften over cultuur, economie en politiek. Lannoo
1998, 524 pp., 1495 BEF. Samengesteld voor en aangeboden aan professor
Mark Eyskens, ter gelegenheid van zijn toelating tot het emeritaat van de
Katholieke Universiteit Leuven.
Een kanjer van een boek. De lectuur vraagt wat inspanning omdat de inhoud voor velen van ons nu niet precies hun vakterrein is. Maar je leest er met plezier in. In de biografie door baron A. Van de Voorde krijg je een goed overzicht van de grote fasen van het vooral openbare leven van prof. Eyskens. De zaak Walid Khaled (p.40) is wel het meest pikante punt, maar interessanter is het feit dat veel zaken waarvan we nu profiteren, o.m. de eenheidsmunt, prof. Eyskens als een van de werkpaarden hadden; concreet het verdrag van Maastricht dat het verdrag van Rome (1957) wijzigde.
Na deze biografie volgt een bloemlezing uit zijn werken, artikelen en voordrachten. De meeste draaien natuurlijk rond economie die zich echter niet los van de consument, de mens, wil situeren; dat is althans de visie van de emeritus (p.52-60). De open brief aan de studenten (61) is uitdagend en stimulerend. 'Ambrunetië, het avondland in de morgen' is een leuk stukje, een visie op verleden en heden van Europa met heel doorgedreven standpunten: "de fundamentele wending naar meer humaniteit in de interindividuele verhoudingen begint bij en in ieder persoon. Dit is echter een haast onnatuurlijke en daarom een bijna onverwezenlijkbare opgave, omdat zij indruist tegen de verterende drift van de zelfverdediging en het zelfbehoud, die de mens opjaagt van toen hij nog pitecantropos was (...) Alleen de grootse genieën, door de mensheid ooit voortgebracht, hebben ingezien dat precies in deze tegennatuurlijke naastenliefde de redding van het mensdom besloten lag' (67-68). Nadat hij in 'Economie van nu en straks' de wereldproblemen in kaart brengt o.m. vanuit de Club van Rome komt hij weer terecht - en dat typeert hem toch wel - bij een metafysische beschouwing: "De vervreemding tegenover de schepping was overwonnen. Maar vandaag voelt de mens zich ongemakkelijk tegenover zijn schepping. Wie is doel en wie is middel ? En wat is de zin van zijn verhouding tot wat hij heeft geschapen? En waarom heeft hij het gedaan en waarom doet hij het nog met zulk een verbetenheid... Maar weten waartoe het dient mens te zijn, blijft een bovenmenselijke opgave, nu en straks" (76). Eenzelfde metafysisch slot krijgt het stukje over het boek dat hij had willen schrijven (en uiteindelijk dan ook schrijft). Humor is hem echt niet vreemd : "De betere economen zijn tot het besluit gekomen dat de helft van hun theorieën fout is. Het probleem is echter dat zij niet weten welke helft" (87). Een uitspraak, Chesterton waardig. Wat te denken overigens van het begin van een artikel voor 'La Libre belgique': "Monsieur Innocent Candide avait été chargé, par la Conférence pour l'Insécurité et le Désordre Mondial (CIDM), d' une mission d' investigation en Absurdistan"... In de meeste stukjes komt het personalisme naar voor, de persoonlijke verantwoordelijkheid voor de gang van zaken in de maatschappij en voor de richting van de mensheid (zie o.m. p. 128 vg., De reis naar Dabar, een metafysische thriller waaruit nogal wat stukjes gebracht worden); we treffen scherpe analyses aan (bv. over de impact van de implosie van het communisme in 'From détente to entente' met daaropvolgend 'Van confrontatie naar coöperatie' 94-107), tevens diepe menselijkheid en boeiende vertelkunst (bv.'Vaders dood en leven' over de zoektocht naar de mémoires van Gaston Eyskens). Dan weer de prangende vraag die hij niet uit de weg gaat: 'Wat doet de mens in deze maalstroom van de twintigste eeuw naar het derde millennium'? (117) en 'Is verandering vooruitgang?' (123, 213 over de derde industriële revolutie en haar maatschappelijke gevolgen). Het stukje over de inflatie is erg boeiend en toont bv. aan hoe van 1914 tot 1989 de koopkracht van de munteenheid met 136 verminderd is terwijl de reële welvaart toch sterk gestegen is (188-198).
Het boek eindigt met een deel 'Eyskensiana'ofte Levenswijsheid van Marc Eyskens, waarvan we er maar één citeren, een voorbeeld van de beperktheid of de onjuiste toepassing van de statistiek: 'Er zijn vijf miljard aardbewoners waarvan één miljard Chinezen. Eén kind op vijf dat geboren wordt, is Chinees. Ik heb vijf kinderen. Statistisch gesproken had mijn vijfde een Chinees moeten zijn" (p.493-520).
Tot slot een nadenkertje uit een stukje over werkloosheid: "Creativiteit in plaats van repetiviteit wordt de hoofdopdracht van de toekomstgerichte werkgever en -nemer in de maatschappij van morgen. De juiste dingen doen wordt belangrijker dan de dingen juist doen. Waarschijnlijk wordt trouwens de creativiteit van de bevolking onderschat. Het is ook simplistisch te stellen dat er in onze samenleving geen behoefte meer zou zijn aan relatief ongeschoolde arbeidskrachten. Integendeel, zoals blijkt in de welzijnssector, de bewakingsdiensten, het toerisme enzovoort" (p. 225). Een boek voor geïnteresseerden en voor mensen die in hun vrije tijd hun hersens niet willen laten roesten. (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr. 2)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
JEAN LAFRANCE,
Verblijven in God. 263 pp., 695 Bef / 35, -fl. Uitg. Carmelitana, 1998.
Deze Franse priester (+ 1991) is welbekend in middens van mensen die zich op het gebed toeleggen. "Verblijven in God" bedoelt niet anders dan ons te helpen in dat avontuur van Gods liefde binnen te treden. God te zoeken door zijn wil te zoeken en daarin in te treden. De christen mag leven van de aanwezigheid in zich van de Drieëne God; maar die aanwezigheid moet verinnerlijkt worden. De Eucharistie moet zich uitstrekken tot de hele dag door in vereniging met de Heer te blijven en de momenten van gebed ernstig te cultiveren (17/18). Versnippering, vermaak en gehechtheid aan het vlees vormen een hinderpaal voor de vereniging met de Heer. Anderzijds is liefde voor anderen een essentieel onderdeel van het contemplatieve leven. Het is de heilige Geest die aan de bron staat van het verlangen om God te ontmoeten, Hij vormde ons om tot kinderen van God. Het vriendschappelijk leven met de Heer versterken op alle terreinen van ons leven, is de beste garantie voor een vruchtbaar gebed. Verlangen naar God vraagt om uitzuivering van onze verlangens (29 vg.). Steeds weer moeten we in ons gebed de Geest van leven en kindschap aanroepen die ons verenigt met de Vader en de Zoon (41) en het is Jezus zelf die bidt in het christelijk gebed (zie ook hfdst. 8). Het contemplatief gebed begint bij het luisteren en vult zich met het verwijlen bij het Woord van God. Gebrek aan gebed in de Kerkgemeenschap is steeds bron van ellende en missionaire achteruitgang geweest (52). Ook Lafrance biedt dan een eenvoudige gebedsmethode aan in hfdst. 6. We mogen voluit steunen op het woord van Jezus: 'Wie zoekt, zal vinden' (Lk. 11,13) en Augustinus laat God zeggen : 'Je zou Me niet zoeken als je me al niet gevonden had'. Troostvol voor gebedszwoegers. De christen is geroepen om te bidden, en hoe meer hij groeit in heiligheid, des te onweerstaanbaarder zijn behoefte om te bidden wordt (89). Een retraite moet een traject zijn van groei in christelijk leven (cfr. de Geestelijke oefeningen van Ignatius van Loyola), een geestelijke ervaring. We maken ons leeg om Christus binnen te laten. Een ware christen is iemand die het gelaat van Christus ontmoet heeft en die gebrandmerkt is door deze ontmoeting (115) zodat heel ons leven vruchtbaar kan worden (137). De erkenning van onze armoede (139) en de woestijnervaringen (147) openen ons om ons aan Gods liefde toe te vertrouwen (163/64). Onze diepste identiteit is dan ook dat we kind zijn van God, zonen in de Zoon. Ons gebed leeft en groeit en ook het sacrament van de verzoening komt naar voor als een van de meest verheven momenten van onze vereniging met God, "want daardoor kan zijn barmhartige Liefde onze ellende omvormen in goddelijk Leven". Het christelijk bidden zou steeds een trinitair bidden moeten zijn (199-211). Jezus helpt ons leven als kinderen van God door ons volledig aan God toe te vertrouwen en alle gebeurtenissen, ook de kleine dingen, in zijn handen te leggen (223). Troostvol is dat onze armoede geen obstakel is voor de heiligheid. Schr. citeert Alfonsus van Liguori, de stichter van de redemptoristen : "God oordeelt naar ons hart. Ons verlangen is realiteit voor Hem". Het boekje eindigt met een bespreking van het gebed van Maria. Dit boek van Lafrance is een echte aanrader voor wie zich wil toeleggen op het gebed. (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr. 2)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
JACQUES
PHILIPPE, Tijd voor God. Uitg. Kok-Kampen, Carmelitana - Gent 1999. 335 BEF.
In vorig nummer bespraken we even een boekje van dezelfde schrijver over de H.Geest. Dit boekje over het gebed is een pareltje. Het is zeer eenvoudige lectuur, glashelder en geeft in roe trouw aan het christelijk erfgoed indringende gedachten over het christelijk bidden voor de hedendaagse (ook jonge) mens. "Het leek me belangrijk om e traditionele leer va de Kerk m.b.t. het gebed op een eenvoudige e toegankelijke manier aan te bieden aan de gelovige van vandaag, aangepast aan zijn taal en gevoeligheid" (p.8). Dat doet schr. dan ook, maar in onbevangenheid. Een modern lezer schrikt dan natuurlijk even op als een eerste punt al onmiddellijk poneert "Het gebed is geen christelijk 'yoga''', zich afkeert van overbenadrukking van gebedstechnieken en op zijn beurt de nadruk legt op de gratis barmhartigheid van God. Het verlangen van God om ons te ontmoeten is wereldwijd, niet enkel voor zogenaamde 'spirituelen', gelukkig maar. Men moet veel durven verwachten, trouw zijn en zuiver van bedoeling. Ook de nederigheid is een noodzakelijke drempel voor het gebed. Ook voor oprechte bekeerlingen blijft het gebed een noodzaak tot heiligheid. De tijd die je aan het gebed besteed is geen tijd die je van anderen wegneemt. Schr. wijst op enkele realistische valstrikken waardoor we ons van het trouwe gebed afwenden. We moeten ons durven overgeven aan God. In een tweede deel gaat schr. dan in op het concreet invullen van de gebedstijd, met toch wel de bedenking dat het minder belangrijk is wat wij doen maar wat God in ons doet tijdens het gebed en dat van onze kant uit de liefde het belangrijkst is we ook de zaken niet ingewikkeld moeten maken. Als God zich aan ons geeft door het menszijn van Jezus, dan zal het beschouwen van Jezus' menszijn een goede toegangsdeur zijn tot het gebed. Het geloof in de aanwezigheid van God in mij, zal ook mijn manier van bidden sterk beïnvloeden. In een derde deel behandelt schr. de ontwikkeling van het gebedsleven, hoe het armer worden een verrijking kan zijn, van meditatie naar contemplatie en de kerkelijke dimensie. De materiële voorwaarden voor het gebed komen in een vierde deel ter sprake: tijd, plaats en lichaamshoudingen. Tenslotte volgen in een 5de deel 'enkele gebedsmethoden'. Niet onbelangrijk vindt ik de twee annexen: Een met de meditatiemethode van pater Liberman, stichter van de paters van de H.Geest die hierover schreef aan een 15-jarige neef, n het beoefenen van de aanwezigheid van God, volgens de brieven van broeder Laurent de la Résurrection: bidden tijdens de vaat. Een bevattelijk boekje aan een relatief goedkope prijs. (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr. 2)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
PIET THOMAS,, Nu en altijd.
Klein Getijdenboek II Psalmen en andere liederen. Lannoo / Gooi &
Sticht 1998, 495 BEF.
Het was de bedoeling van schr. een verdere bijdrage te leveren "tot de vernieuwing van de gebedscultuur die door Vaticanum II werd voorbereid" in een stijl die ook door een modern mens en een modern religieus bewustzijn kan verstaan en meegebeden worden. Ook al wil schr. zijn bijdrage plaatsen in een geseculariseerde wereldvisie, toch zijn de gebeden en liederen die hij brengt diep religieus geïmpregneerd. Niet elk gebed zal je even sterk aanspreken, en soms zal je wel eens struikelen over een zin, waarover je ook in de oorspronkelijke tekst van de psalm wellicht zou struikelen, maar die dan ook weer zo heel menselijk klinkt als : "geef dat ik, voor ik voorgoed verdwijn, toch hier ook nog wat vreugde mag beleven".
Dit soort hertaling of omtaling heeft als voordeel dat het je kan helpen de vertaling in de Schrift (Getijdenboek of Bijbelvertaling uit 1995) nog dichter naar je leven te brengen en dat je dingen gaat zien die je eerst niet had opgemerkt. Te archaïsche taal krijg je hier eens in gewone zegging en ik vermoed dat je heel wat psalmen zo ook gemakkelijker naar een ruimer en jonger publiek kunt brengen. Meer nog dan de hertaalde psalmen hebben me de 'liederen' (vanaf blz. 107) aangesproken, deels originele rond bijbelse thema's, deels vertalingen naar joodse, franse, Latijnse originelen, Hildegard van Bingen, maar telkens zeer aansprekend; ze moeten een lust zijn voor een componist om er muzieknoten tegenaan te goochelen. We citeren even een zeer mooie tekst naar een Frans origineel dat uitdrukt hoe geloof op de eerste plaats diep in ons hart zijn basis moet hebben (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr. 2:
Ik heb je naam in het zand
geschreven,
maar de golf heeft hem uitgewist.
Ik heb je naam in een boom gekerfd,
maar de schors, zij brak en viel stuk.
Ik heb je naam in marmer gebeiteld,
maar er schoot een barst in de steen.
Ik heb je naam in mijn hart gesloten
en de tijd, hij heeft hem bewaard.
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
MARC STEEN, Abba,
Vader. Uitg. Lannoo, 1999 2de druk, 204 pp., 495 Bef.
In de reeks 'Op weg naar het jaar 2000' ('Wie is die Jezus ?' van Kristiaan Depoortere en 'De kracht van de Geest' van Eric Vanden Berghe) werd dit boek uitgegeven in opdracht van de Bisschoppen van België in het kader van het jaar van 'God, de barmhartige Vader'. Schr., die professor is aan het Grootseminarie van Brugge, heeft het 'opgedragen aan mijn goede ouders in wie ik iets van de vaderlijke en moederlijke liefde van God mag ervaren'. Zo iemand kan inderdaad op een warme wijze iets doen aanvoelen van Gods barmhartige liefde waarin we geborgen mogen zijn van het eerste moment van ons bestaan en voor altijd. Als we 'God' roepen, wat steken we dan in dat woord? Heel menselijke, heel oppervlakkige, heel diepe waarden. Voor sommigen is God een boeman, een sinterklaas, iemand die mensen laat lijden zonder er iets aan te doen, al zou hij het wel kunnen; voor anderen is hij een uitvinding van mensen die het leven niet aankunnen, een God die er in feite niet is... Kunnen we dat woord dan maar beter vergeten? Maar nogal wat mensen zoeken in onze tijd naar iets religieus, iets godsdienstigs, al blijft het zeer onduidelijk. En toch zijn er sporen naar God, diepmenselijke ervaringen die ons naar God verwijzen (hfdst.3). Het gaat dan om een persoonlijke God, want "als God echt God is, dan moet Hij toch minstens persoonachtig zijn, anders zou Hij minder zijn dan wij en dàt kan niet" (H.Kuitert). Dat we wat ons overstijgt opvatten als sporen van een liefdevolle, persoonlijke God, berust uiteindelijk op getuigenissen (p.48). Je leert God kennen als je tot het besef komt dat je radicaal door Hem gekend én bemind wordt. Je gaat dan in op de uitnodiging van Hem die zich als de Nabije openbaart. De Nabije en Reddende is ook de Oorsprong. Wat moeten we dan met al het spijtige en het lijden in de wereld ? Ook daarin blijft Hij nabij. Vanaf hfdst.7 worden we dan geconfronteerd met de 'Abba' van Jezus. Hoe moeten we de almacht opvatten van een God die liefde is ? En opnieuw dat zo menselijke vraag: "Waar is God als mensen lijden?" Hfdst.11 biedt uitleg en bezinning bij het Onze Vader. Wat het betekent 'barmhartig zijn als jullie hemelse Vader' wordt ons in hfdst.12 opengelegd. Laat die hemelse Vader ons vallen bij onze dood of blijft Hij ons ook dàn nog dragen ? In tegenstelling met heel wat vage New Age-tendenzen poneert schr. dat liefde relatie is. Zo is de Geest "de wederkerige liefde van de Vader en de Zoon". Er zijn geen drie goden: "De Vader is geen 'ikje', maar een en al liefdevolle gerichtheid op de Zoon. In die liefde cijfert Hij zich helemaal weg, en ook bij de Zoon is dat zo. Hun wederzijds aan-elkaar-gegeven-zijn is de Geest, het goddelijk 'wij' (H.Mühlen)(p.192/193). Zo zijn wij ook geroepen tot liefdescommunicatie, want daarin komt Gods Naam tot leven! (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr. 2)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
ANTHONY DE
MELLO, Handvol water. Een spirituele zoektocht naar verlossing.
Uitg. Lannoo, 1999, 136 pp., 495 Bef. Uit het Engels vertaald.
De Indiase Jezuïet Anthony de Mello, die in 1987 overleed, was ooit nog geestelijk directeur van het 'Saddhana-Oefenhuis' in Lonavla, nabij Poona, waar ooit het centrum was van Bagwan Shree Rasjneesh.
Handvol water. Een boek met 31 meditaties. Schr. neemt een evangelievers als vertrekpunt, maar wat volgt zijn geen evangelienabije beschouwingen met daaropvolgend godsdienstige ontboezemingen. Over Gods Woord staat in de Schrift: "Mijn woord is als een vuur - godsspraak van Jahwe -, als een hamer die een rots vaneen splijt" (Jer. 23,29) en dat andere vers : "Want het woord van God is levend en krachtig. Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard en dringt door tot het raakpunt van ziel en geest, van gewrichten en merg. Het ontleedt de bedoelingen en gedachten van de mens" (Hebr. 4,12). Dat is nu wat schr. dat evangeliewoord laat bewerken: hij laat het onze gedachten, onze mentaliteit, onze manier van spreken en handelen, onze ingewortelde gewoonten ontleden en begeleidt ons in het onderscheiden van wat werkelijk en waardevol is en in feite ten diepste gods-dienstig. Dat de Indiase schrijver woorden als je 'Ego' in de mond neemt, hoeft ons niet noodzakelijk te doen belanden in een evangelievreemde omgeving. Overigens heeft dit boek enkel maar de pretentie een voorhal te zijn, een hulp om wat in ons de ware liefde in de weg staat op te ruimen en het openbloeien naar God toe een kans te geven. Alles samen helpt dit boek om de weg van eerlijkheid en oprechtheid tegenover jezelf, de medemens en God. Maar toch ben je bij en Indiase denker altijd wat op je hoede: leidt hij me niet de weg op van de New Age, zit ik hier niet in het vaarwater van een goeroe die me het nirwana wil binnenleiden om zowel God als mezelf kwijt te spelen? Het doet dan plezier dat je ook bij deze schr. leest : "Heiligheid is geen prestatie, het is een genade" (p. 132-134), maar zelfs die uitspraak openbaart je niet het gelaat van God, zoals het ons in Jezus werd geopenbaard. Een uitzuiverend, 'verlossend' boek dat onze verhouding tot God, en onszelf en de ander op eerlijke en gezonde basis wil funderen. (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr.3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
HENRI NOUWEN, De
woestijn zal bloeien. Gids voor hedendaags spiritueel pastoraat.
Uitg Lannoo, 1999. 106 blz., 495 Bef. Het boek kreeg een nieuwe vertaling en
verschijnt nu ook onder de titel "De Weg van het Hart".
Henri Nouwen (1932-1996) was vooral werkzaam en bekend als pastoraal-psycholoog in Amerika. In 1985 evenwel, hij was toen weer enkele jaren in Nederland, verliet hij de academische wereld en werd in '86 pastor in de Arkgemeenschap van Jean Vanier in Canada; hij deelde daar zijn leven met verstandelijk gehandicapte mensen.
Het boek begint eigenlijk met de ontnuchterende vraag 'zal er bij de viering van het tweede christelijk millennium nog wel iets te vieren zijn?' De wereld vertoont immers steeds meer destructiviteit, armoede, donkerte. Hoe kan je in zo'n situatie pastor zijn? Vaak zijn we moe in die taak. Hoe kunnen we toch vitaal blijven terwijl hele geloofsgemeenschappen lamgeslagen lijken? Schr. gaat het niet zoeken bij moderne spirituele schrijvers, maar bij de 'vaderspreuken', zoals: 'vlucht, zwijg, bid'. Wat kunnen zo'n ouderwetse, wereldvreemde begrippen voor ons betekenen? Het gaat over de noodzaak van de eenzaamheid, noodzaak van het zwijgen voor mensen die een geestelijk ambt vervullen en tenslotte over de roeping tot het voortdurend gebed. In de samenleving worden wij besmet door een gevaarlijk netwerk van overheersing en manipulatie. Als dienaars van Jezus Christus verliezen we daar onze ziel. We moeten dus zwemmen voor ons leven. Niet dwangmatig uitzijn op meer werk, meer geld, meer vrienden... Dat is de begeerte. En daarnaast is er die andere ondeugd: de ergernis over alles en nog wat, ergernis over de kerk. En dat ziet men aan ons. In de eenzaamheid kunnen we van die obsessies genezen. Daar ontmoeten we onze Heer. Daaruit volgt het pastoraat van het mededogen. Het tweede deel gaat over 'onze woorden-wereld' en het zwijgen. 'Het zijn maar woorden' kan over heel wat toespraken en preken gezegd worden. Woorden zijn echter bedoeld om het geheim te ontsluiten van de stilte waaruit zij voortkomen (p.51). 'Zwijgen' heeft in het pastorale optreden en belangrijke functie. Verkondiging moet niet enkel interessant en motiverend zijn maar zou ons moeten binnenleiden in " liefdevolle, zorgzame en vriendelijke aanwezigheid van God" (63). Uiteindelijk echter is niet het zwijgen maar de liefde het doel van het spirituele leven en van het pastoraat. Doel van de eenzaamheid en het zwijgen is het onophoudelijk gebed, het verwijlen in God. "De crisis in ons gebedsleven houdt in dat ons hart ver van God blijft, terwijl onze geest vol is met gedachten over Hem. Echt bidden komt voort uit het hart (p.80). Over het gebed van het hart en hoe het in het pastoraal kan beleefd worden handelen de slothoofdstukken. In de epiloog nog de prangende vraag of de spiritualiteit van de woestijn ons niet sluit voor de harde werkelijkheid van onze tijd? "Nee, integendeel: eenzaamheid, zwijgen en bidden stellen ons in staat om onszelf en anderen te redden uit het zinkende schip van onze zichzelf vernietigende samenleving" (98). Een aan te raden boekje voor ieder die spirituele verantwoordelijkheid draagt voor anderen. (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr.3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
GILBERT LAVOIE, De
Lijkwade van Turijn ontsluierd. Uitg. Lannoo / Kok, 1999. 184 blz.,
695 Bef.
Dokter Gilbert R. Lavoie is na de koolstofdatering uit 1988 (die bepaalde dat de lijkwade slechts uit de Middeleeuwen dateerde, 1260-1390) de Lijkwade blijven bestuderen. Van in 1978 had hij zijn onderzoekswerk op de Lijkwade gericht. Hij was hierin een navolger van Dr. Pierre Barbet, en Franse chirurg. Met Barbet besluit hij dat de Lijkwade geen vervalsing kan zijn van een of andere kunstenaar. In '78 kan hijzelf de Lijkwade van heel nabij zien en kan hij zich terdege documenteren. Hij ontmoet daar ook allerlei wetenschappers die vanuit onderscheiden specialisaties de Lijkwade hadden bestudeerd, o.m. Dr. Max Frei die aantoonde hoe aan de hand van stuifmeel op de Lijkwade de route kan bepaald worden die deze relikwie heeft afgelegd, en deze weg situeert zich ook in Azië en het Heilige Land. Door de aanwezigheid van vage afbeeldingen van planten buiten de eigenlijke figuur bewees een ander wetenschapper dat de Lijkwade wel degelijk in Palestina was én hoe dit aansluit bij een Oudtestamentisch gebruik om bloemen te gebruiken bij begrafenisrituelen (in dit geval lentebloemen zoals het zonneroosje, omdat Jezus inde lente stierf). Schr. gaat vervolgt zijn boeiend relaas aan de hand van wetenschappelijke bevindingen en het bestuderen van de joodse begrafenisrituelen en de joodse opvattingen in de eerste eeuw na Christus. De confrontatie hiervan met het evangelie volgens Johannes leidt tot verrassende vaststellingen. Zeer veel fotomateriaal maakt de lezing des te interessanter. (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr.3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
REGINALD MOREELS, De
Mens: een remedie voor de mens. Ontwikkeling ont-cijferd. Een politiek
manifest voor menswaardigheid en interculturele dialoog. 196
pp., 595 Bef., Lannoo 1999.
Dr. Réginald Moreels, geb. 1949 is chirurg en was 6 jaar voorzitter van Artsen zonder Grenzen; in 1995 werd hij als christen-democraat staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking.
Schr. heeft dit boek in drie delen opgesplitst: kritiek op ontwikkeling, Een nieuwe visie voor een nieuw beleid, Een politieke vertaling: wat er ons te doen staat. Het zal wel niet zo vaak gebeuren dat een veldwerker met sociale inslag, de kans krijgt om zijn idealen op politiek terrein te gaan uittesten en, zo mogelijk, in praktijk te brengen. Schr. heeft mag dit reeds enkel jaren doen. In dit boek werkt hij een idee uit dat stilaan bij hem gerijpt was: ons ontwikkelingsmodel moed meer de richting uit van een sterkere culturele en spirituele dimensie in de samenwerking, wederkerigheid en verantwoordelijke dialoog, een nieuw maatschappelijk evenwicht tussen mensrechten en mensenplichten, ernstige reflexie over productie- én consumptiegedrag (een ongebreidelde productie- en consumptiedrang kan naar een planetaire ramp leiden), nieuwe aanpak m.b.t. veiligheid en vrede. Een aantal mensen uit vooral Afrika kwamen samen in de abdij van Orval, daarop volgde een beleidssymposium door het Europees centrum voor Ontwikkeling in Maastricht. Dit waren concrete inspiratiebronnen voor dit boek, waarin schr. zijn geloof uitspreekt in de interculturele dialoog. Dit belet niet dat het paradigma ontwikkelingssamenwerking volledig herdacht moet worden. De strijd moet aangebonden worden tegen de dualisering van gemeenschappen en staten, zowel te veel als te weinig bezitten is een onrecht. Een concrete actierichting in de ontwikkelingssamenwerking is dat het fundamenteel wantrouwen zou omgebogen worden naar een basisvertrouwen in de partners die het waard zijn. Basisvertrouwen dat geregeld in wederkerige dialoog geëvalueerd wordt. Het ongebreideld economisch groeiproces stelt schr. in vraag, ook de pretentie dat onze cultuur superieur zou zijn aan andere (zodat de anderen ons maar gewoon moeten kopiëren) en materialisme en bureaucratie die we in de ontwikkelingsstrategie binnenvoerden. "Interculturele dialoog" (uit de ondertitel van het boek) is voor schr. geen lege doos. Uit een aantal concrete getuigenissen en close-ups spreekt een groot respect voor wat in 'armere landen' reeds gebeurt. In het tweede deel worden indringende zaken gezegd rond mensenrechten en -plichten. Hoe kan je beletten dat langs Internet allerlei negatieve trafieken gebeuren, vroeg schr. aan Bill Gates. Er kwam geen antwoord. Stel je het in dienst van armoede- en onrechtbestrijding, of moet het enkel dienen om de leegte van het Noorden te verdrijven? Zingeving wordt de grote uitdaging en spiritualiteit, ook voor vrijzinnigen. En nog zo iets: de schuldenlast. Over democratie, regionalisering en cultuureigenheid komen zeer interessante voorstellen vanuit dat samenzijn met Afrikanen in Orval. Het opent ons denken en aanvoelen omtrent migrantenstemrecht (p.101, 140). In het kapittel over internationalisering komt het begrip 'genoeg' goed uit de verf vanuit o.m. Gandhi's woord 'Er is genoeg voor ieders nood, niet voor ieders begeerte'. Te veel rijkdom helpt niet, werkt geestelijke verschraling in de hand en verzwakt het sociaal bewustzijn (p.123). Andere culturen van binnenuit benaderen is belangrijker dan een probleemgebied te laten doorlichten door specialisten van de wereldbank. De politieke vertaling van veel van deze ideeën, die we slechts summier konden aangeven, komt vooral neer op "verdiend vertrouwen", waarbij we beide termen diep moeten laten doorwegen. (vvb Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr.3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
HUUB SCHUMACKER, Van hier
uit. Geloven met beide voeten op de grond. 112 pp., 495 Bef., Uitg.
Lannoo.
Schr. (° Raamsdonk 1945) is bisschoppelijk gedelegeerde voor parochiecatechese en toerusting van vrijwilligers in het pastoraat. Zijn uitgangspunt is dat de postmoderne mens gewoon niet meer snapt waarover je het in godsnaam hebt als je begint over Gods Zoon die mens wordt en gekruisigd wordt om de mens te verlossen. Hij hoort het gewoon in Keulen donderen. Ook niet-gelovigen kunnen een diepe overtuiging hebben. Je moet dus eerst bij mensen thuis komen, je moet eerst mensen thuis laten komen vooraleer je ze met 'God' om de oren begint te slaan. Een mens in het lijden begin bijvoorbeeld te niet te bepreken. Niemand van ons heeft overigens God in zijn binnenzak. Alles is genade. En toch mag de mens zelf ook wel wat meewerken bij het mooier maken van mens en wereld. Overigens tref je God juist aan als je je gaat inzetten voor anderen. Je verneemt veel over God, maar het moet je ook eigen worden en als je het geloof ernstig neemt moet je het in praktijk brengen. Evenwichtig geloven groeit trouwens best op vertrouwvolle relaties die je mag beleven met mensen. Je gaat dan ook iets aanvoelen van wat voorzienigheid zou kunnen zijn. Vanaf pp. 37 gaat het dan over Jezus; steeds korte stukjes waarlangs schr. het essentiële tracht naar voor te brengen, geplaatst binnen heel herkenbare situaties die we meemaken of ons voor de geest kunnen halen. Zo bv. het tafereeltje van de moeder van de burgemeester die trots beweert dat het er al van kleinsaf instak. "De 'aan het einde' herkende Zoon van God fungeert als zodanig al aan het begin van hun verhaal ... Van de nog 'onbekende' lezer mag je niet verwachten dat hij al aan het begin vanuit deze achterafpositie naar Jezus' leven kan kijken" (p.42-43). Blindheid, wetticiteit krijgen een eigen belichting, ingepast in onze tijd. En verder gaat het over God, de Kerk en de sacramenten en apart over de Eucharistie. Catechisten zullen graag de twee stukjes lezen over 'De kleren van moedertje Catechese' en 'Een goede catecheet'. Een boekje dat niet kwetst en wel veel inzicht biedt. (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr.3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
MGR. ANDRE-MUTIEN LEONARD, Vader,
Uw Rijk kome! 10 ontmoetingen over God, de Vader van Jezus en Onze Vader.
Carmelitana, 140 pp..
Dit boek van Mgr. Léonard is een derde degelijke catechese 'bij de dageraad van het derde millennium', dit keer over de Vader. Opnieuw wordt ons de kans geboden om mee te reizen met de geestelijke trein naar het Jubileumjaar, in feite een tocht naar de Vader. Het doel van het boek was ons meer bemind te weten door de Vader van Jezus en onze Vader opdat ons hart tot oprechte dankbaarheid zou komen. In het Nieuw Testament openbaart Jezus ons God inderdaad als zijn Vader, met wie Hij in een levendige en diepe relatie staat. Dat blijkt een eeuwig vaderschap te zijn ook ten opzichte van ons en ieder mens. We krijgen dan een diepe en tegelijk aansprekende bezinning rond het Onze Vader. Een gebed dat we zo vaak bidden, maar waarbij we tot persoonlijke relatie kunnen komen met de Vader. De veertigdagentijd wordt dit jaar heel bijzonder een ontmoeting met de barmhartige Vader en deze tijd van bekering wordt dan tevens een nieuwe gelegenheid om het sacrament van de barmhartigheid, het sacrament van de verzoening te herontdekken; een nieuwe gelegenheid die we niet mogen laten liggen op onze tocht naar het jaar 2000 dat voor de deur staat. Bekering is vooral bekering op het vlak van de liefde tot God en liefde tot de naaste; dat wordt de 7de ontmoeting. De achtste ontmoeting wrijft ons wat tegen de haren in: de voorkeursoptie voor de armen brengt ons inderdaad op het spoor van de sociale draagwijdte van het Jubileum. Er wordt een duidelijk halt toegeroepen naar de neoliberale ideologie toe, terwijl we enthousiast zijn over succesvolle bedrijven en als slaapmutsje nog even luisteren naar de laatste beursberichten 'in samenwerking met...'. Het testcase in inderdaad onze oplossing voor de schuld van de derde wereld. De negende ontmoeting is evenmin vrijblijvend van inhoud: de beschavingscrisis (afwijzing van de Vader en achterdocht ten overstaan van Gods Vaderschap) en de interreligieuze dialoog (Islam en Judaïsme). Maria, die ons in de tiende ontmoeting tegemoet treedt, is geen devotieprentje, maar een vrouw met aandacht voor de armen, een gehaaste vrouw van de visitatie die haar naaste gaat helpen, de uitverkoren dochter van de Vader die moeder wordt van Gods Zoon en de 'Mater misericordiae', de Moeder van barmhartigheid die de mensheid weer naar de barmhartige Vader wil brengen. Het woord van Johannes-Paulus II wordt geciteerd: "Haar moederschap, dat in Nazaret begon en het meest intens werd te Jeruzalem aan de voet van het kruis, zal in dit jaar door alle kinderen Gods verstaan worden als een warme en dringende uitnodiging om terug te keren naar het Vaderhuis, als zij haar moederlijke stem horen: 'Wat Hij u ook beveelt, doe het maar'". Tot slot geeft schr. nog een aantal oude en recente gebeden tot de Vader. (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr.3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
DR. TONY
SWINNEN, Gezond ouder worden is de toekomst. Uitg. Lannoo /
Terra. 196 pp., 595 Bef..
Een boek van een dokter, met reeds op de eerste bladzijden een duidelijke inhoudstafel. Daar merk je achtereenvolgens: Ouder worden is mijn toekomst, Hoe ervaren ouderen zelf het verouderen, De belangrijkste oorzaken van ziekten en sterven, Heel wat ouderdomsklachten zijn te voorkomen. De titel van dat hoofdstuk geeft je goede hoop en je kan dan in de volgende hoofdstukken gaan zoeken waar je reeds ergens bij hoort of waar je best je voorzorgsmaatregelen tegen neemt, of over welke ervaringen of lichamelijke toestanden je je toch niet al te ongerust over moet maken. Schr. heeft het dan o.m. over allerlei hartkwalen, kanker, diabetes, artrose, osteoporose, gezichts- en gehoorstoornissen, depressie enz. Daarna komt de problematiek van de thuiszorg en thuisvervangende woonvormen en hun betaalbaarheid. Een 18de hoofdstuk behandelt de begrenzing van de professionele hulp en de hulp van ouderen aan ouderen. De sociale contacten, relaties, intimiteit en seksualiteit krijgen ook een afzonderlijk hoofdstuk; de belangrijkheid van goede sociale contacten voor de psychische gezondheid wordt nog maar eens als logisch genoemd. Rond het levenseinde, dat normaal ook bij het leven hoort; vandaar dat bejaarde patiënten niet noodzakelijk allerlei kunstgrepen tot het verlengen van het leven echt wensen. Stervensbegeleiding is een mooie vorm van hulp aan de medemens. "Hierbij mag de geneesheer niets onverlet laten om de lichamelijke ongemakken én de pijn op de meest adequate wijze te bestrijden... Het vermijden van doorligwonden, het bestrijden van het dorstgevoel, het behandelen van misselijkheid, het geven van een frisse wasbeurt, het zijn allemaal dingen die tot op de laatste ogenblikken de nodige aandacht moeten krijgen" (p.161). Nieuwe klachten moeten ook naar voor (kunnen) komen. Het preventief onderzoek en geregeld gezondheidsonderzoek kunnen alleen maar gunstig werken en schr. geeft een daarvoor verantwoorde vragenlijst. De slotbeschouwing vraagt dat we ten koste van alles vermijden dat een bejaarde moet zeggen: ze hebben me vergeten. "Niets zal de plaats innemen van een babbeltje met een kleinkind, van een telefoontje, van een groet, van een attentie. Hierin schuilt dikwijls een veel grotere remedie dan in eender welk medicijn" (174). Het boek besteedt ook heel wat aandacht besteedt aan de psychische noden. Het stelt regelmatig heel eenvoudige menselijke maatregelen voor die het ouder worden wat positiever kunnen maken. Het boek eindigt met een alfabetische lijst van de behandelde onderwerpen. Een deugddoend boek, al heeft een christen natuurlijk nog zoveel meer om op te steunen en zoveel meer om naar uit te zien in de toekomst. (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr.3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
ANSELM GRUN, Je
eigen levensvreugde terugvinden. Uitg. Lannoo / Kok. 128 pp., 495
Bef.
Schr. heeft iets tegen geforceerde oproepen tot vreugde en citeert met name de oproep van Paulus 'Verheugt u in de Heer, nog eens, verheugt u...'. Het zijn vaak uitingen van eigen leegte. Sommigen trachten hun kwetsuren wat te verwerken, anderen blijven maar peuteren in hun wonden. Er zijn echter momenten waarop we echt blij en levenslustig waren. Die op het spoor komen brengt ons in contact met de genezende en bevrijdende God, die ons naar echte levensvreugde voert. Vreugde is heilzaam voor lichaam en ziel.
Aan de hand van heel wat filosofen en schrijvers en vanuit de ervaringen van veel gekwetste mensen stelt Grün vast dat het belangrijk is na te gaan wat je als kind deed om kwetsuren te boven te komen en de schuilplaatsen te herinneren waar je heen vluchtte en waar je weer tot opbouw kwam. Van daaruit kan je ook een spiritualiteit opbouwen (een spiritualiteit die bij jou past) die niet in psychologische regressie blijft ronddwalen maar uitloopt op een goed functioneren in je omgeving en in vruchtbaarheid binnen je engagementen. Tussendoor leert schr. ons o.m. aan de hand van sprookjes dat je moet openstaan voor geluk dat je zomaar in de schoot wordt geworpen en blij moet leren zijn met al het positieve in het leven, zonder je er al te krampachtig aan te hechten. Of je levensvreugde kan aanleren? Ook midden de problemen kan je God prijzen en krijg je aansluiting met de levensvreugde die in jou zit. Blijdschap groeit in het zinvol bezigzijn en zelf moeten we de levensvreugde cultiveren. Je kan (ook negatieve) emoties toelaten, maar je laat je er niet door bepalen. Levensvreugde is een teken van echte spiritualiteit. Droefheid van christenen over alles wat wegviel draait vaak teveel rond onszelf, vindt schr.. We moeten ook weten dat diep in ons een bron van leven en levenslust is die niemand ons kan afnemen (59) als we in Christus onze diepste grond zien. We moeten leren onszelf graag te zien en ons goed te voelen met onszelf; vasten en onthouding willen ons niet droef en ernstig maken maar horen ons te "bevrijden van de drukkende last van onze begeerten en stemmingen (en...) ons in aanraking brengen met de duurzame vreugde" (65). Ons lichaam aanvaarden is ook zijn beperktheid aanvaarden. Vreugde in het doen, vreugde in het samenzijn, een ander plezier doen, vreugde om de schepping, blij zijn om de gezondheid, vreugde in de liefde en vreugde in God, een hele reeks vreugdebronnen en -ervaringen. Komt daar dan ook nog als titel 'vreugde in het lijden': je bemind weten door God en de hoop op de heerlijkheid over de dood heen, relativeren wel het lijden. Natuurlijk moet eerst ons lijden serieus genomen worden en dan komen we ook open voor de hoopvolle christelijke boodschap. Een woord van Chrysostomus omschrijft de diepe betekenis van het "verheug u in de Heer te allen tijde". Creatieve vreugde en gezangen van de christelijke gemeenschap kunnen ons een weg wijzen naar ons persoonlijk magnificat. Een boek dat ons eerlijk wil bevragen of we niet te oppervlakkig oproepen tot (onechte) vreugde; een boek dat we zelf ook mogen confronteren met de diepe vreugde die het geloof ons kan schenken. "Moge de God van de hoop u vervullen met alle vreugde en vrede in het geloven, zodat gij overvloeit van hoop, door de kracht van de heilige Geest" (Rom. 15,13). (bvv Recensie uit "Geloof en Leven" 1999 nr.3)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
Huub OOSTERHUIS, Levende Die mij ziet. Gedichten,
gezangen en gebeden. Uitg. Kok - Lannoo. 1999, 160 pp., 495 BEF..
Ik ben geen Oosterhuisfan, gewoon omdat velen hem jarenlang als enige verwoorder van religieuze gevoelens en gebeden hebben aanzien en omdat zijn geloofsexpressie de liturgie begon te monopoliseren. Bij gebrek aan beter? Maar dit moet je de man meegeven: hij wéét de diepe religieuze gevoelens te verwoorden, de diepreligieuze relatie tussen de mens en God aangrijpend te schetsen. Het is een vertrouwensrelatie geworden, Jezus achterna. "Toen ik klein was dacht ik Hij ziet me. Nog hoop ik dat Gij mij ziet", zo klinkt het in een morgengebed (p.11) en in een avondgebed, na een drukke en soms uitgestrooide dag: "Ik heb gezondigd tegen de stilte die mij draagt naar U". Gebeden in de nacht en voor dag en dauw. Bijbelse figuren wiens menselijke lotgevallen en zwoegen en wiens Godsrelatie als hedendaags geschetst wordt. En God die maar blijft zeggen: "Ik ben er". Wie biedt immers middenin de nacht (toen de nacht nog nacht was) zijn vriend een boterham? Daarna treden we binnen in een leerdicht over Jezus dat het begin vormt van een verzameling gedichten over Jezus en zijn gemeenschap tot en met Pinksteren en erna (p. 31-76). "Boek des Levens" bevat lofdichten 'Gezegend zijt Gij, Levende, moge het uw wil zijn dat Gij ons zult bevrijden uit de macht van duisternis, uit angstland en disnthuis' p.81) en smeekbeden ('Wij bidden om vriendelijkheid tussen mensen, om aandacht en geduld in deze harde snelle wereld, om een leven menswaardig. Behoed ons dat wij ons niet verharden, geef ons ogen voor elkaar' p.84), geaktualiseerde voorbeden over verkeersdoden en opkomen tegen regeringsbeslissingen waarbij armen worden achtergesteld. Ontroerend zijn de gebeden 'naam voor naam' voor zoveel concrete mensen en geberutenissen. Daarop volgt dan "Om de tafel": dat een stukje wil zijn voor een Eucharistische dienst maar eerder dienstbaar is als bezinning rond de Eucharistie. "Psalmen en Hymnen" zijn zeer poëtische teksten rond zeer uiteenlopende onderwerpen - vaak ook vol politieke reminiscenties. "God van mijn jeugd" tenslotte schetst diep geloof en ook immense twijfel. Het is alsof na zoveel spreken over God diens gelaat zeer wazig werd. Tenzij het laatste stukje weer uitnodigt om de sprong naar God te wagen. Een heldere inhoudstafel besluit het boek. bvv
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
Lies DEMUYNCK, Drijfzand. De strijd van een
tienermeisje tegen multiple sclerose. Opgetekend door Rik Vanwalleghem. Lannoo,
1999, 120 pp., 495 BEF..
Langs een E-mail kwam Jan Hautekiet ('Hallo Hautekiet') haar op het spoor. Hij schrijft ook het voorwoord dat een dankwoord van Lies voorafgaat. In 9 hoofdstukjes beschrijft Lies hoe ze op 14 jaar het verbijsterend nieuws krijgt dat ze multiple sclerose heeft en hoe ze zich daar met alle macht tegen verzet. De maatregelen die ze neemt om haar leven niet zonder meer te laten vergallen, de mensen die haar helpen in haar verzet en in haar strijd om de gevolgen de ziekte zoveel mogelijk draaglijk te maken (vooral het stilaan meer immobiel worden). Wij volgen haar in haar verlangen naar leven, naar vreugde, haar verliefdheden, haar kwetsuren. Ook haar ontmoediging als dit of dat wondermedicament bij haar toch niet blijkt te helpen. De hulpmiddelen om in het leven mee te blijven draaien en auto-mobiel te zijn. God komt ook wel eens ter sprake, maar niet al te veel. Het boekje leest zeer vlot; de eenvoudige taal spreekt gewoon het werkelijke leven uit. Op het einde staan enige brieven van vrienden opgenomen. Bladzijde 115 tot 119 zijn Contactadressen van sociale diensten en zelfhulpgroepen opgenomen. Dit boekje haalt multiple sclerose uit de marginaliteit en het stilzwijgen.. (bvv)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
KEIRSE, Manu -, Vingerafdruk van verdriet.
Woorden van bemoediging. Lannoo
1999, 95 pp., 450 Bef.
Ook een gelovig mens heeft een lijf en emoties, kan kapot zitten van een scheiding, een overlijden. Dit boekje komt bij ons staan daar waar we ons bevinden. Depressief, agressief, huilend in ons hoekje. Heel psychologisch, invoelend wordt ons wat inzicht aangeboden, wat zelfverstaan. Bemoedigend en hoopgevend wordt dit boekje tot een goede vriend die ons niet forceert in onze gevoelens van onnoemelijke pijn, maar wiens hand we als het ware nabij mogen voelen. Stilaan komt iets van sterkte en overlevingskracht in ons gevloeid. Een mooi geschenk voor onszelf en voor anderen.
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
NOUWEN, Henri -, Brood voor onderweg. Een
dagboek van wijsheid en geloof. Lannoo
1999, 370 pp., 895 Bef.
Een boek zonder bladzijden, of beter zonder nummering van de bladzijden, maar met een datum, een bezinning voor ieder van de 366 dagen. Geen overname uit zijn vorige boeken, maar origineel gedacht, of beter laten naar boven komen. Gewone bezinningen bij het leven van elke dag. Maar dat het ook over Jezus zou gaan, dat zat nu eenmaal ook in zijn hart. En toen ging het ook over de Kerk en over de sacramenten in de Kerk. Een dagboek vol wijsheid en geloof. Een stevig ingebonden boek met leeslint. Een bezinning voor elke dag van het jaar. Dat mag wat meer kosten. (bvv)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
Franz JALICS s.j., Contemplatieve oefeniningen.
Een inleiding in de contemplatieve levenshouding en in het Jezusgebed. 341
blz., 795 Bef. (43.50 fl.) Bef., Carmelitana 1999.
Het boek wil contemplatie uit de ivoren toren halen waarin het - althans in de idee van zeer veel gelovigen - zich bevindt. Bij het openslaan van het boek treft dan ook onmiddellijk de vele concrete gesprekken die schrijver had met mensen die zich wilden toeleggen op de contemplatie. Je erkent er je dan ook direct in. Schr. hecht belang aan de beslissing, aan de materiële, lichamelijk voorwaarwaarden en de omgeving, maar dit dient enkel om zich beter voor te bereiden op de ontmoeting met de Levende God. Het is een echt werkboek, niet eentje dat je in één adem uitleest. Doorheen de tien hoofdstukken wordt je uitgezuiverd in je meditatie en laat je je volgieten met de aanwezigheid en de genade van de liefdevolle God. Een aanrader voor mensen die beslist en met vertrouwen een stap vooruit willen zetten in de geestelijke weg van het beschouwend gebed. (bvv)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
BOWKER, John, Groot handboek bij de Bijbel. Kok / Lannoo, 544 pp., 1.895 Bef. Bij de adviseurs voor deze Nederlandse vertaling staat als eerste prof. dr. Adelbert Denaux, hoogleraar aan de Faculteit Godgeleerdheid aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Een prachtig uitgegeven boek, een bijbels naslagwerk met enorm veel gegevens, honderden kleurreproducties, grote en kleine, oude en moderne illustraties… Vorig jaar in het Engels verschenen en nu, vertaald, bij u thuis. Het zal wel in een protestants midden gemaakt zijn (waarbij bv. hun kijk op de broeders en zusters van Jezus wordt doorgegeven p.315 en de traditioneel katholieke visie op de maagdelijkheid van Maria, na de geboorte van Jezus, niet ernstig wordt genomen; wel komt daarna een mooi stukje over Maria p. 316/17); anderzijds wordt de verrijzenis van Jezus krachtig onderlijnd als ‘het opmerkelijkste voorval uit de geschiedenis’; naar aanleiding van het Laatste avondmaal komt de katholieke visie ook wel naar voor p. 351). Het boek mag je ook wel eukumenisch noemen en zelfs is er opmerkelijke inbreng van joodse bijbelgeleerden. Hoewel een gelovig mens een aantal ontnuchterende zaken zal ontmoeten, is het opzet toch gebeurd vanuit een diepgelovige motivatie: "Probeer (bij het lezen van een bijbelpassage) te horen wat God wil zeggen, of verlang eenvoudig naar God en neem de gelezen woorden mee in uw leven van de dag zodat Hij bij u blijft. ‘Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’ (Ps. 119,105). Zo zult u het ervaren" (Inleiding p.11). Dit boek is te rijk om het zomaar eventjes voor te stellen. Het biedt steeds korte stukjes (2 à 3 bladzijden) omtrent de bijbelboeken, thema’s, inhoud. Bijvoorbeeld: De schepping, Adam en Eva, Noach en de zondvloed, de voorouders, religie in de tijd van de aartsvaders… Dat zijn telkens zaken die even worden uitgediept. Een greep uit Nieuwe testament: De boodschap van Jezus, De bergrede, Gelijkenissen (met al de gelijkenissen even opgesomd), Galilea, Wonderen (met weer een lijst van de wonderen die voorkomen in het evangelie), Jezus de Messias, Intocht in Jeruzalem, Laatste avondmaal… In het naslagdeel krijgen we 4 registers: personen in de bijbel, plaatsen in de bijbel, verklarende woordenlijst en een uitgebreide bibliografie. Een prachtig en verrijkend naslagwerk, ook voor de wat gevormde katholieke lezer, die niet met alles akkoord hoeft te gaan en gerust zijn eigen overtuiging op enige plaatsen mag doen gelden. bvv
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
JÜLICHER, Jochen, Effata, Ga open. Oefeningen bij de bijbelse genezingsverhalen. 114 pp, 395 Bef. Uitg. Carmelitana 1999.
Als je echt met God in contact komt, met een open hart Hem ontmoet, dan verandert er iets in jou, dan maak je heling mee. Je merkt dat natuurlijk vooral op - omdat je aandacht er dan zo op gericht is - in het geval van psychosomatische noden, maar het gebeurt ook in omstandigheden waarin je ‘gewoon’ verder wil groeien in je relatie tot God. Een aantal genezingsverhalen die in dit boek bekeken worden kunnen we dan ook begrijpen als tekenen van wat er gebeurt in en aan mensen in de ontmoeting met God.
Natuurlijk veronderstelt het toch telkens dat je je echt aan Hem durft toevertrouwen. Waarom je dat zou doen, wordt in een eerste thema besproken. Enige schriftteksten worden voorgesteld, naar ons leven toe getrokken en er worden ook telkens vragen ter overweging gesteld. Zo gaat het door voor de andere thema’s. Dit boek (of een of ander thema) is dan ook aan te bevelen voor individuele of gezamenlijke bezinning, retraite, een woestijndag, een bezinningsweek of een bijbelgesprek. Toch blijft de bedoeling duidelijk dat het niet maar een interessante kijk wordt op een aantal teksten uit het Tweede Testament, maar dat het echt iets bewerkt in ons leven, ons helpt rechtop te gaan om ook andere beter te kunnen dienen. Wat is kracht, wat is echt ‘zien’? Wat met de angst in ons leven? Wat met geestelijk leven en materieel engagement (aanraken en aangeraakt worden)? Voluit mens zijn, als man, als vrouw en ‘Opnieuw beginnen’. Samen vormen dit de zeven thema’s die Jochen Jülicher ons voorstelt en waar hij ons op bekwame en existentiële wijze binnenvoert. bvv
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
MAES, Roos -, Als ik god schrijf. Fragmenten uit een doodgewoon bestaan. Lannoo 1999, 160 pp.
Roos Maes (°1953) werd na een leeropdracht als lerares Frans en Spaans pastor aan de universitaire parochie te Leuven. Ze is stafmedewerkster bij Broederlijk Delen. Het zestigtal korte stukjes uit dit boek verschenen eerst als columns in Tijdschrift voor Geestelijk Leven.
Ze biedt hier inderdaad fragmenten uit een doodgewoon bestaan. Wel het bestaan van iemand die wat nadenkt over het leven, die ook weet te observeren als vrouw, als gelovige met een kritische ondertoon (In ‘verscheurd’ gaat ze wel wat oppervlakkig over de betekenis van de geloofsgemeenschap heen en het stukje ‘Over moeders en zonen’ is even hard en ongenuanceerd voor de kerk als de hardheid die ze de kerk verwijt). De stukjes zijn zeer uiteenlopend: vanuit thuiservaringen als moeder en vrouw, vanuit werksituaties en lectuur, vanuit observatie van mensen in en rond de stad, vanuit ontmoetingen met geëngageerde mensen. Zo brengt zij haar visie als gelovige vrouw naar voor. Kritisch, soms met de filosofische instelling van 'doe wat je kunt en kijk ook naar het vele mooie in het mensenleven en zelfs in de samenleving', maar ook met de pijn van 'je kan de wereld niet zomaar veranderen en maken tot een menselijke thuis voor allen'. Het zijn eerlijke stukjes en dat maakt dat, ook al zit je niet in dezelfde situatie als schr., je toch echt kan intreden in de ervaring, de observaties en de bedenkingen die schr. er rond maakt. Vooral vrouwen zullen zich in heel wat stukjes herkennen. bvv
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
Antoon VERGOTE, Moderniteit en Christendom.
Gesprek in vrijheid en respect. Lannoo,
1999, 208 pp., 695 BEF..
Met zijn theologische, filosofische, psychoanalytische en antropologische vorming situeert A. Vergote (priester van het bisdom Brugge en emeritus professor aan de K.U.Leuven) zich hier bewust op de barricaden van het christelijke denken. We bespraken reeds zijn boek "De Heer, je God, liefhebben". Als voortvloeisel van de moderne wetenschap die in de 17de eeuw een aanvang nam, zijn we stilaan beland in een bepaalde wereld- en mensopvatting waardoor niet enkel de religieuze praktijk, maar ook het Godsgeloof in crisis kwam. De moderniteit betekende immers een radicale culturele omslag. De media laten haar in haar antichristelijke dimensie ook dagelijks los op de massa, die bovendien nog zit te kokhalzen van de materialistische overconsumptie. Ook die intellectueel minder voorbereide personen ondergaan zo de moderniteit in al haar consequenties. Bewust spreekt Vergote eerder van crisis dan van ondergang van het Godsgeloof. Wetenschappelijke vaststellingen sluiten een goddelijke tussenkomst uit in het binnenwerelds gebeuren. Mensen willen ook niet enkel waarheid, maar zekerheid en die moet controleerbaar zijn. In hoever mogen de menswetenschappen Christus ontdoen van zijn 'goddelijk imago' en zijn menselijkheid sterker in de verf zetten? Nadat schr. het polytheïsme en monotheïsme heeft doorgelicht - het monotheïsme omschreven in zijn basisformule van 'Ik geloof in God' - bespreekt hij in een volgend hoofdstuk de moderniteit en kritische rationaliteit met de fundamentele optie van de moderniteit voor de waarheid als zekerheid. Als in een bepaald concept de religieuze visie zich kwetst aan wetenschappelijke en technologische gegevens is er de uitdaging om het geloof zo te formuleren dat het in waarheidsgehalte toeneemt door zich door de methodische twijfel van de wetenschappelijke geest op de proef te laten stellen (73). Concreet voor het mirakel moet de kerk afstappen van de apologetische strekking en de tekenen zien zoals Jezus' parabels: men moet geloven om er een goddelijke daad in te zien (71). In verband met de ethiek stelt zich een probleem sinds Kant zegt: 'de verlichte rede heeft haar gedragsregels niet van een hoger gezag te ontvangen; zij vindt die in zichzelf'. Hij geeft dan als enig serieuze basis voor ethiek de vraag: 'Zou mijn ethische keuze een goede zaak zijn als hij universele wet zou worden'? (87). Vergote gaat daarmee akkoord maar ziet het geloof wel als een bijkomende motivatie tot ethisch handelen en om de menselijke ethische eisen zelfs te overstijgen (bv. schuldkwijtschelding voor de arme landen). In het hfdst. over 'een nieuwe antropologie' wordt duidelijk dat ook het christelijk geloof de hele mens betreft. Schuldbewustzijn kan soms opwellen uit diepe psychologische bronnen. Duivelsbezetenheid heeft meestal een psychologische verklaring. De kerkelijke praktijk daaromtrent heeft zich ondertussen ook aangepast. Wij moeten niet vasthouden aan een erfgoed dat eerder van menselijke overleveringen voortkomt dan van goddelijke openbaring (104). Kritische rationaliteit wil met natuurlijke processen verschijnselen verklaren waarin men tot dan toe het werk van bovennatuurlijke krachten had gezien. Zou ook het geloof in God niet psychologisch te verklaren zijn, vroeg Freud zich af. Dat werd zijn hypothese, maar dat is nog helemaal geen wetenschappelijke theorie. Een psycholoog kan zo'n idee hebben over seksuele liefde, maar hij zal toch nooit aan zijn vrouw zeggen 'ik hou van je, maar als wetenschappelijk psycholoog weet ik dat ik dat doe om minder angst te hebben'. Daarmee zou de betekenis van de liefde wegvallen. Sprekend over de religieuze boodschap kan de psychologie klaarheid brengen in de verwarring waarmee de mens deze ontvangt, omdat we allen bezeten zijn door hartstochten, verlangens, verbeelding en onze persoonlijke geschiedenis waarmee wij onze godsdienstige leefwereld opvullen. Wat met de secularisatie in onze samenleving? Hegel zei reeds dat de wet van de dag (die van de rede en van de staat) de wet van de nacht (de godsdienst en de seksuele liefde) verdringt. Het christelijk monotheïsme mag je echter niet gelijkstellen met de oude religieuze opvattingen. Anderzijds zwerven veel tijdgenoten doorheen de bossen van de verschillende religies, zonder evenwel in staat te zijn in de brandende braamstruik de stem te horen van de levende Aanwezigheid (123). Een christen is mee verantwoordelijk voor de samenleving en anderzijds moet hij ruimten openhouden van geestelijke en gratuïte belangstelling en genot. Discussies over mirakels, bezetenheid en exorcisme zijn op het vlak van de filosofie secundaire kwesties; de echte vraag met betrekking tot de godsdienst is de vraag hoe de persoon en de boodschap van Jezus in het centrum van de westerse beschaving staan. Kan de waarheid van Jezus herleid worden tot de waarheid van de filosofische rede? Is hij enkel 'een hoge geestelijke persoonlijkheid, mysterieus door zij zuivere eenvoud'? (140) Tegenover de rede moet de gelovige een nuchtere houding aannemen: ze respecteren, maar ze ook 'openen' (145). Als de kritische rationaliteit de christelijke religie bekijkt gebeurt dat niet met misprijzen; zoiets vindt men enkel in het kleine polemische rationalisme. Echte godsdienstfilosofie moet naar het christelijk eigene kijken (bv. de stichtende teksten en de uitdrukkingen en symbolen van de praktijk), zoals de historici en de sociologen dat kunnen waarnemen en beschrijven. Schr. vindt dat men in het verleden te sterk de goddelijkheid van Jezus heeft benadrukt, terwijl de kerk van de eerste eeuwen zich steeds heeft verzet als men de mensheid van Jezus ontkende. Hij stelt dan een historisch-kritische lectuur voor van de Bijbel, hoewel hij daarmee het christelijk dogma niet afwijst. Immers, ondanks Renan en Bultmann hechten de meeste exegeten een reële historische waarde aan de evangelies. Maar eens dat men de door de theologie overdekte mensheid van Jezus opnieuw heeft otdekt, dan is het toch een levensgrote vraag hoe de gemeenschap, zo kort a Jezus' dood, een hele theologie van zijn goddelijke oorsprong heeft ontwikkeld. Van dat raadsel is Jezus zelf de kern (157). De verkondiging van de verrijzenis die de harde en oorspronkelijke kern van het evangelie is, doet niets af aan het door de wetenschappelijke geest verworven beginsel van Gods onzichtbaarheid. Niet ieder gelovige zal gelukkig zijn schr. enkel te horen spreken over ‘de idee’ van de verkondigde verrijzenis en over ‘visioenen van de verrezen Gekruisigde’. Maar het is duidelijk dat het christendom met de verrijzenis een waarheid poneert ‘die niet langer de zekerheid van de rede is. Toch is de nieuwe goddelijke waarheid van Jezus’ opwekking van dezelfde aard als die van het monotheïsme: zij is object van geloof’. Sterk verwoordt schr. de keuze: ‘In de aankondiging van de verrijzenis gaat het om een gebeuren, niet om een mythe, want datgene wat wordt geproclameerd, is de verheerlijking van de historische mens Jezus van Nazaret’. Vermoedelijke zullen hier de minder strikt wetenschappelijke denkers afhaken, omdat het in hun ideologie gewoon niet mag bestaan. Maar het evangelie bevat ‘het geloofsgetuigenis van de apostelen waarin de herinneringen aan Jezus zijn ingebouwd’. Tussen de ervaring die de Geest Gods geeft van de levende en goddelijk verheven Christus, en de herinneringen aan de historische Jezus is er een hermeneutische cirkel (172). Schr. schuift Jezus naar voor als een mens in wie een mysterie aanwezig is van een particuliere band met zijn God. De verrijzenis heldert dat mysterie op, maar natuurlijk enkel als men belijdt: Ik geloof in God; ik geloof in Jezus Christus (178/179). In een 10de hoofdstuk heeft schr. het over de ‘vroomheid van het geloof’ en de ‘vroomheid van het agnosticisme’. Agnosticisme wordt daarbij niet opgevat als het gesloten atheïsme dat in feite een tweelingbroer is van het christelijk integrisme en het islamitisch fundamentalisme. Agnosticisme vertoont openingen, zelfs openheid op het mysterie. De slotbedenkingen over de kerk en over het monotheïsme - en zijn onzichtbaarheid - besluiten met een uitnodiging om middenin de wereld vanuit een persoonlijk eigen geworden geloof christen te zijn. (bvv)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
GEZELLE, Guido -, Als de ziele luistert. De mooiste
religieuze gedichten van Guido Gezelle. Samengesteld en ingeleid door Piet
Thomas. Met bijhorende Cd-rom. 212 pp., 695 BEF. Lannoo / Kok, 1999 .
We wachtten er op en het is er nu. De mooiste religieuze gedichten van Gezelle. In dit jubileumjaar van zijn overlijden, waarin men over zoveel mensen heeft gesproken en zovelen naar voor heeft geschoven als bekende Vlamingen. Hier heeft iemand naar het diepste van het mensenhart geluisterd en het verwoord, hier heeft iemand naar de bronnen van het bestaan gezocht en ervoor gebogen. Dat zijn dan de twee grote delen van dit boek: Biddenderwijs (het expliciete gebed, de gelovige mens op zijn grote en zwakke momenten die zich richt tot de persoonlijke Grond van zijn bestaan, de levende God) en als tweede deel: Overwegen, mijmeren en belijden als religieus mens en christengelovige. Een aantal overbekende gedichten, maar ook heel wat poëzie die velen van ons nooit gelezen of gehoord zullen hebben. Wat dat horen betreft: in de achterflap van het boek steekt een Cd-rom waarop Tine Ruysschaert een twintigtal gedichten voorleest; tussenin horen we telkens enige harpklanken. De uitgebreide inleiding van Piet Thomas (pp. 11-66) is echt de moeite waard: een Gezellestudie op zich. Alles wat daarna gaat komen krijgt hier een korte situatie en verheldering (er wordt verwezen naar de bladzijden), nadat eerst de filosofie achter de gedichtenkeuze werd toegelicht. Bij elk gedicht wordt het vermoedelijke tijdstip aangegeven waarop het tot stand kwam en worden ook typische Gezellewoorden verduidelijkt voor de hedendaagse lezer. De thematische inhoudstafel staat vooraan, de bronvermelding achteraan. (bvv)
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
TREFPUNT ZELFHULP, Zelfhulpgids. Wegwijzer naar
de zelfhulpgroepen en zelfhulporganisaties in Vlaanderen, 2000 / 2001. 387
pp., 695 BEF., Lannoo n.v., Tielt 2000.
Alwie zich op een of andere manier stelt van mensen-met-problemen voelt zich wel eens overvraagd in de zin dat hij/zij ook geen afdoend antwoord heeft of een afdoende therapie of richting van oplossing kan bieden. Men kan zich dan in bepaalde gevallen de vraag stellen of men de persoon in kwestie niet beter zou verwijzen naar personen die met soortgelijke problemen zitten of naar instanties die met dat soort problemen beter vertrouwd zijn. Deze "Zelfhulpgids" is wat zijn naam zegt en betekent een noodzaak voor allerlei hulpverleners in de sociale, genees- en verpleegkundige sector en ook voor wie in de pastoraal de noodzaak ervaart mensen door te verwijzen naar zelfhulpgroepen en zelfhulporganisaties. Het boek is opgebouwd rond 10 domeinen: Fysieke ziekten, operatieve ingrepen, verslavingen, handicaps (stotteren, afasie, autisme...), psychosociale problemen (depressie, fobie...), Bijzondere sociale situaties (bv. hospitalisatie van je kind, laag inkomen, lichaamsgestalte, meerlingen, miskraam, zelfdoding...), geïnduceerde of secundaire problemen (o.a. exhibitionisme, seksueel geweld...), diversen (adoptie, borstvoeding, vzw medische fouten), vrouwengroepen, senioren. Een degelijke index besluit het boek. Je treft nogal wat professoren van de K.U.-Leuven aan in de raad van aanbeveling. En als je de nodige inlichtingen nog niet vindt in dit boek is er als contact: Trefpunt Zelfhulpgroepen vzw, E. Van Evenstraat 2 C, 3000 Leuven, tel. 016/ 23 65 07, Fax 016/ 32 30 52, e-mail: anne-marie.dinneweth@soc.kuleuven.ac.be (tijdens kantooruren, daarbuiten antwoordapparaat). bvv
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
FORD, Michael -, Een gewonde profeet. Een
portret van Henri Nouwen. Lannoo,
2000, 240 pp., 895 BEF.
Van Henri Nouwen weet de doorsnee lezer niet veel meer dan dat hij van Nederlandse afkomst is, een groot deel van zijn actieve leven doorbracht in Amerika als docent in de pastorale psychologie, theologie en als attractief spreker en vruchtbaar schrijver van religieuze boeken; ook weet men wel hoe hij op een bepaald ogenblik zijn glansrijke loopbaan inruilde voor een langdurig verblijf in een van de gemeenschappen van de Ark van Jean Vanier en hoe hij zich tussen die mentaal gehandicapte mensen echt ook thuis voelde en er veel van leerde ("Hij geloofde dat Adam - een van de verstandelijk gehandicapten uit de Ark in Deybreak - , net als Jezus, in de wereld gezonden was om een unieke missie te vervullen, niet door actie maar door passie" p. 173).
Dit boek echter toont ons Henri Nouwen als een gekwetste profeet. Iemand die, o.m. door een vrij kille relatie met zijn vader en door zijn aanvankelijk onverwerkte homoseksuele geaardheid, zich vaak ongeborgen voelde en vaak bedelde om genegenheid. Het is onthutsend, maar heel begrijpelijk, hoe hij als het ware 'leeggesproken' thuiskwam en zich diep eenzaam voelde, zodat hij mensen opbelde om te ontsnappen aan depressie. In zekere zin geeft het boek aanvankelijk een indruk van ontluistering van een groot mens, maar er groeit iets van begrip, mededogen en bewondering over de wijze waarop deze diepreligieuze 'mens' ("Vraag jezelf af, wat dit met de Heer te maken heeft en als het antwoord "niets" is, houd er dan mee op" p. 149) zijn leven opbouwde en zich liet leiden door de Geest. We zien iemand die vanuit zijn psychologische vorming maar tegelijk vanuit zijn spiritualistische aanleg theologie en psychologie elkaar wederzijds laat bevruchten. We ontmoeten hem als gevierd professor, spreker en schrijver, maar ook als iemand die bij de antiracistische betogingen in de V.S. en in de Zuid-Amerikaanse sociale strijd lijfelijk aanwezig wilde zijn. Telkens klinkt dat door in zijn boeken. Het is een verrijkend boek dat ons een mens laat kennen, een profeet, die vanuit zijn kwetsuren gekwetste mensen opvallend en trouw nabij bleef. Een mens om van te houden, die in al zijn grootheid, inzet en ook in zijn gekwetst zijn enorme invloed heeft gehad die nog doorwerkt langsheen zijn boeken. bvv
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
DESMET, Marc - Is lijden mensonwaardig ? Lannoo,
2000, 144 pp., 450 BEF.
Marc Desmet is Jezuïet en arts en in die laatste functie verantwoordelijk voor die dienst palliatieve zorgen van het Virga-Jesseziekenhuis in Hasselt (eerder verscheen bij Lannoo "Dag en nacht. Een spiritualiteit vanuit de medische ervaring").
Het boek vangt aan met een rijke benadering van de begrippen 'lijden en menswaardigheid'. Vaak immers meent de moderne mens dat die twee realiteiten niet kunnen samengaan en dat lijden steeds een ontwaarding betekent van het menselijk leven en de waardigheid van de mens wegneemt. Schr. haalt de woorden van een Nederlandse Jodin aan die later naar Auschwitz gedeporteerd werd : "Lijden is niet beneden de menselijke waardigheid. Ik bedoel: men kan menswaardig lijden en onmenswaardig. Ik bedoel: de meeste westerlingen verstaan de kunst van het lijden niet en ze krijgen er duizend angsten voor in de plaats" (p. 21). Schr. pleit voor een cultuur van gevoeligheid voor de waardigheid van de mens in en ondanks het lijden. Na deze richtinggevende en uitnodigende inleiding geeft schr. 10 kenmerken van onze cultuur waarin o.m. de media-tics en de postchristelijke en post-Auschwitz-maatschappij aandacht krijgen, de juridisering, economisering, en het afwegen tussen netwerken en gemeenschap; tussendoor komt ook een bedenking rond de uitspraak 'ziekte is niet heilzaam'. In een volgende reeks bezinningen geeft schr. 'Tien verbindingswegen tussen lijden en menswaardigheid' waarbij hij telkens verwijst naar Jezus' voetsporen. Hier o.m. de weg van de pijnstillers en de lijdens-versterkers, de weg van de erkenning hoe diep het lijden gaat, de verontwaardiging tegenover het lijden maar ook de weg van de gemeenschap en de waardigheid; en dan die menselijke bedenking 'die er maar op los leven, hen overkomt niets'. Als tiende punt een sterke bezinning rond de driedubbele verbindingsweg van de passie-viteit, nl. als 'vertraging', als 'medelijden' en als 'ontvangen'. Bij die tien verbindingswegen geeft schr. nog een postscriptum: de weg van de geloof-waardigheid. Het boek besluit met de aandacht voor het rouwproces van wie achterblijft : de weg van Hemelvaart naar Pinksteren. 'Dit weet ik: er is geen leven zonder lijden. Dit geloof ik: er is geen lijden zonder leven' (p. 141). Een sterke inbreng in het euthanasiedebat door een empatische en gelovige insider. bvv
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
GRUN, Anselm -, Wonen in het huis van de
liefde. Lannoo/Kok, 2000,
134 pp., 495 BEF.
Schr. heeft lang geaarzeld om een boek over de liefde te schrijven. Het woord wordt zo vaak misbruikt, oppervlakkig en ook hol wanneer men onrechtvaardigheid of gebrek aan inzet wil wegmoffelen of alsof een mens niet meer aan zichzelf moet denken. Anderzijds leeft een mens maar echt bij de gratie van de liefde, als hij liefde ervaart en liefde mag schenken. De beslissende keuze voor ieder mens in deze tijd is: willen we leven van de liefde, vanuit de liefde van God als het echte fundament van ons leven en vanuit ons vermogen elkaar lief te hebben, of willen we de liefde prijsgeven door te kiezen voor een succesvol leven waarmee we kunnen pronken, door ons leven te verkopen aan macht en aan roem ? (p. 11). Bij omzeggens alle mensen ervaar je het verlangen naar liefde, naar verliefdheid en zuivere liefde. Allerlei verwondingen staan het openbloeien van de liefde in de weg. Alleen de zuivere liefde, naar het voorbeeld van Jezus, is in staat gewonde mensen te genezen en doden tot leven te wekken. Liefde kan echter vaak omslaan in afgunst, haat, willen bezitten enz. maar we mogen ook opkijken naar de gekruisigde liefde van God: zij omarmt de mensen, laat mensen vrij en stelt zich kwetsbaar op. Het sterke besef van Gods liefde neemt de angst voor de dood weg; liefde geneest me van mijn verslavingen van zelfmisprijzing, van het begrenzen van de liefde tot de seksualiteit en van de hebzucht (drugverslaving)... We moeten het huis van de liefde durven binnengaan. Een vierde hoofdstuk geeft een mooie bezinning over menselijke en goddelijke liefde. Sommige mensen stralen echt liefde uit. God is de nooit opdrogende bron van liefde, als de nieuwe wijn op de bruiloft te Kana. De icoon van de heilige Nicolaas kan heel inspirerend zijn ook voor christenen om zelf iets van Gods liefde uit te stralen. Vooral als we weinig liefde ervaarden is het van belang echt van onszelf te houden. Schr. geeft dan ook een korte bezinning over 'Hoe omgaan met gemiservaringen ?' Overigens kan de menselijke liefde maar echt lukken als ik ze iet als absolute iefde beschouw, maar als het doorgeven van de goddelijke liefde e als ik mij van de ontgoochelingen telkens opnieuw naar God toe laat drijven (p.60). Bij het hoofdstukje over 'de erotische dimensie van Gods liefde' leiden de mystiekers ons binnen in het respect voor de seksualiteit. Onderdrukking van de seksualiteit is immers een dwaalweg op de weg van de spiritualiteit evenzeer als de verheerlijking ervan. De diepste genezing van kwetsuren vinden we wanneer we in de diepte van ons hart de Bron van alle liefde ontdekken, de warmte en mildheid, tederheid en liefkozing van God. De liefde waarnaar een mens zo verlangt, woont reeds in zijn hart. Hij moet ze alleen nog ont-dekken (p. 85). Je mag naar die liefde grijpen, je kan je voor de liefde afsluiten. Diep gewonde mensen mogen in de vaderlijke en moederlijke liefde van God genezing ervaren, ontsnapping uit de kilte van de dood. In een 7de hoofdstuk geeft schr. nog wat ervaringen rond psychologische en spirituele methodes om te genezen. De moderne actieve mens krijgt wel een wijze veeg uit de pan: "Wie zijn volledige dag me arbeid vult, mag er zich niet over verwonderen dat hij zich niet door God bemind voelt. We hebben nood aan plaatsen en tijden waarop we ons bewust voor de liefde van God vrijmaken. Juist als bij een menselijke liefde..." (p.112). Het 8ste hoofdstuk zet dan tot slot alle registers van de liefde open aan de hand van de bijbel (hooglied+ Paulus). Het slotwoord vat samen dat de liefde die in ons aanwezig is een goddelijke kracht is die ons leven omtovert als ze zich voedt aan de bron van de goddelijke liefde die in ons stroomt. "Als je deze liefde in je voelt, dan mag je ervan zeker zijn dat je in God bent, dat je ingewijd bent in het grootste geheim van God, in het geheim van zijn liefde" (p. 131). bvv
naar top document - inhoud - naar thuispagina - activiteiten - nieuw
WELCH, John -, o.carm., Wanneer de goden sterven. Inleiding op Johannes van het Kruis. Carmelitana, Gent 2000, 286 pp., 795 BEF (43,50 fl.).
In zijn inleiding geeft de Karmeliet John Welch duidelijk aan wat we in het boek mogen verwachten. De biografie van Johannes van het Kruis: een man van gebed, maar ook een hervormer, bestuurder en schrijver. Het aspect van de dichter en de gevoelige persoonlijkheid komen in volgende hoofdstukken aan bod: zijn verbeelding en de beweging van zijn psyche die zich uitdrukt vanuit de woordeloze godservaring naar de poëtische expressie en de uitleg daarvan in zijn commentaar. In het derde hoofdstuk bewegen wij ons in de ontmoeting tussen de godservaring en de bevindingen van de menswetenschappen (o.m. Carl Jung) omtrent de menselijke evolutie en het ontstaan van het bewustzijn in de psyche. De psyche van de mysticus is heel gevoelig afgestemd op het Mysterie. Dan worden achtereenvolgens de 4 grote werken van Johannes besproken : De levende vlam van liefde (hfst. 4), De bestijging van de Berg Karmel (hfst. 5 en 7), De donkere nacht (gespreid over hfst. 6 en 8), Het geestelijk hooglied (hfst.9). Schr. heeft in de hoofdstukken een opgaande lijn in gelegd: De getransformeerde menselijkheid, Bevrijding van het hart, De donkere nacht en het contemplatieve gebed, Naar een volwassen geloof (geloofsontwikkeling waarbij hij aanstipt dat elke diepte-ervaring nog geen religieuze ervaring is), De angst om God te verliezen, Het verhaal van een mysticus over ons menszijn. En de titel ? In de donkere nacht moeten we sterven aan onze goden (beelden, zelfbeelden, godsbeelden) om echt te gaan leven. Schr. trekt ook nog een parallel tussen de persoonlijke uitzuivering en de maatschappelijke en kerkelijke. Een niet gemakkelijk, maar zeer indringend boek dat ons veel leert over onszelf en ons kan helpen naar een nauwere omgang met de Levende, die meer dan wij ons bewust zijn op een hartstochtelijke wijze ons hart wil vervullen, tot ons heil, want "rusteloos blijft ons hart tot het rust in U, Heer". bvv
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -