PREKEN 2005

(preken 2006 - preken 2007 - Preken 2008 - Preken 2009 - preken uit 2010)

ACTIVITEITENGRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN INHOUD - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT THUISPAGINA UITZICHT - VERHALEN -  WETENSCHAP - ZENDING

- Jaar B Oktaafdag van Kerstmis: Feest van de Moeder Gods  1 januari 2006
- Jaar B Kerstmis  Feest van Gods grote geschenk 
- Jaar B 17-24 december 2005 Een week van uitzien met Maria 
- Jaar B Zondag 4 Advent (18 dec. 2005) Door de kracht van de heilige Geest 
- Jaar B Zondag 3 Advent (11 dec. 2005) Kom o Heer, toon ons uw Heil 
- Jaar B Zondag 2 Advent (4/12/2005)  Maak de weg gereed voor Hem die komt 
- Jaar B Zondag 1 Advent (27/11/2005) Christen ben je altijd!
- Jaar A Zondag 34 (20/11/2005) Jezus Christus mijn Koning, mijn voorbeeld
- Jaar A Zondag 33 (13 nov. 2005)  Je gaven en talenten gebruiken 
- Jaar A Zondag 32 (6 nov.2005) "Wij zijn met ons hart bij de Heer"
- Jaar A Zondag 31 (30 okt. 2005) Verantwoordelijkheid dragen in nederigheid 
- Jaar A Zondag 30 (23 okt. 2005) God bovenal liefhebben en je naaste als jezelf 
- Jaar A Zondag 29 (16 okt. 2005) (1)  God of de fiscus  (2) Gerardus Majella
- Jaar A Zondag 28 (9 okt. 2005) Het bruiloftsfeest - Het bruiloftskleed 
- Jaar A Zondag 27 (2 okt. 2005) (1)"Kijk naar de Zon"  (2) Goed Nieuws
- Jaar A Zondag 26 (25/09/2005)  Gods verlangen doen 
- Jaar A Zondag 25 (18/09/2005) Ons oordeel en Gods barmhartigheid 
- Jaar A Zondag 24 (11 sept. 2005) Vergiffenis schenken!!!
- Jaar A Zondag 23 (4 sept. 2005) Red je broer (je zus)  
- Jaar A Zondag 22 (28/08/2005) Gods verlangen doen
- Jaar A Zondag 21 (21/08/2005) Getuigen over Jezus
- Jaar A Zondag 20 (14/08/2005) Een Kananese vrouw wordt verhoord
- Jaar A Zondag 19 (7/08/2005) Storm in ons leven 
- Jaar A Zondag 18 (31/07/05) Geef gij hun maar te eten
- Jaar A Zondag 17 (24/07/05) De definitieve keuze 
- Jaar A Zondag 16 (17/07/05)  Het goede zaad laten vrucht dragen - Overvloedige verlossing
- Jaar A Zondag 15  God spreekt: open je hart !
- Jaar A Zondag 13  Hem volgen, dat eerst!
- Jaar A Zondag 12  Wees niet bang! Getuig ! (
19/06/2005)
(Wegens ziekte was hier een onderbreking. b.v.v.)
- Jaar A  2de Paaszondag  De relatie met Jezus verzorgen
- Jaar A  Paasnacht: De opstanding van Jezus
- Jaar A  Bezinning bij Goede Vrijdag 
- Jaar A  Zondag 5 Veertigdagentijd  Jezus voert tot geluk en eeuwig leven
- Jaar A  Zondag 4 Veertigdagentijd Je ogen laten verlichten
- Jaar A  Zondag 3 Veertigdagentijd  God op zoek naar mij
- Jaar A Zondag 2 Veertigdagentijd  Je wapenen tegen de Beproeving
- Jaar A Vastenzondag 1 De juiste keuzen maken
- Jaar A Zondag 5  Geloof en leven!
- Jaar A  Zondag 4  Zijn troonrede: De zaligsprekingen!
- Jaar A Zondag 3   Hij spreekt en handelt en zegt: Volg Mij
- Jaar A Zondag 2: Stel je onder Jezus' invloed
- Jaar A  Feest van het doopsel van Jezus
- Jaar A Feest van de Openbaring (Epifanie) 6 januari 2005 Jezus, het Licht
- Jaar A Feest van de Moeder Gods 1 januari 2005  Zegenen in Gods Naam

Oktaafdag van Kerstmis Feest van de Moeder Gods
1 januari 2006

De totaal begenadigde, zo wordt Maria genoemd bij de begroeting van de engel: vol van genade, vol van Gods liefde. En van haar kant beantwoordt daar een radicaal geloof aan: Mij geschiede naar uw woord.
Ik weet dat God liefde is, ik vertrouw radicaal op Hem dat Hij het goed meent met mij en met ons volk, met alle geslachten van de aarde… Hij heeft genadig neergezien op de kleinheid van zijn dienstmeisje… Het is niet om mijn grootheid dat alle geslachten van de aarde mij zalig zullen prijzen, maar omdat Hij die machtig is en heilig is zijn naam grote dingen heeft gedaan aan mij…

Maria’s geloof heeft evenwel donkere dagen moeten doormaken.
Mogelijks verdacht van overspel, de onzekerheid en de zorg voor de veiligheid van haar Kind,  de onafhankelijkheid en het mysterie rond de opgroeiende Jezus. En dan het avontuur van zijn publiek leven, de gevaren die Hem omringden, zijn gebrek aan voorzichtigheid. Als moeder voelde ze aan hoe onzeker zijn bestaan werd, zij voelde ook de dreiging aan die Hem boven het hoofd hing…

En dan het moment waarop de donderwolk openbarstte. Een vloedgolf van haat, geschreeuw, ontgoocheling die Hem overspoelde en Hem meevoerde van gerechtshof naar gerechtshof tot de uiteindelijke veroordeling tot de dood aan een kruis: een slavendood! Daar stond ze dan tussen al dat blinde geweld, bij haar machteloze, stervende Zoon… Maria, de Moeder Gods. Dat was haar uitverkiezing. Door haar is Jezus tot ons gekomen, die alle heil in zich draagt dat mensen nodig hebben om hun leven vervuld te zien, openbloeiend als een bloem.

Wij willen haar zalig prijzen om haar begenadiging. Wij bezingen en vereren in haar Gods werk. 
En wij danken haar om haar geloof en haar bereidheid om Gods plan te laten voorgaan op haar eigen menselijke plannen …

Wat een blijvend voorbeeld is zij voor de hele kerk en ook voor ons. Voorbeeld van geloof en vertrouwen op God. Maar ook voorbeeld van luisteren naar Gods woord en om het te overwegen in ons hart. Zij is het voorbeeld voor ieder christen om Jezus in ons hart te dragen, om altijd bij Hem te zijn, om ons leven door Hem te laten bepalen. Zij is een voorbeeld van stille dienstbaarheid en van dat vanzelfsprekende vertrouwen in Gods goedheid en mensenliefde. Denk aan het gebeuren tijdens de bruiloft te Kana.

Vandaag willen wij met Maria aanwezig zijn bij het pasgeboren Kind, dat zoveel krachtige profetieën zal vervullen. Het kind met de naam ‘Jezus’, God redt. Met Maria willen wij neerknielen en ons door haar laten begeleiden tot bij Gods mens geworden Woord, dat ons tot het Licht brengt, tot het Leven, leven voor altijd.

 

Kerstmis  Vooravond  Kerstnacht 2005
Feest van Gods Grote Geschenk

Onze landgenoten hebben enorm veel inkopen gedaan de laatste dagen. Op 23 december werd een record geklopt voor wat het elektronisch betalen betreft. We kunnen het natuurlijk spijtig vinden dat Kerstmis zo in een roes van consumptie terecht is gekomen. Ik wil echter veronderstellen dat het grootste deel van die inkopen bedoeld was om als geschenk gegeven te worden aan het gezin, aan de gezinsleden, aan vrienden. En in die zin, vrienden, kan het als illustratie dienen bij wat we deze avond en deze nacht vieren. “Zoveel immers heeft God van de wereld° gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar om door Hem de wereld te redden” (WV Joh. 3,16-17). Met Kerstmis vieren wij het grote geschenk van God, de komst en de geboorte van zijn eniggeboren Zoon, Jezus Christus. Gij zult Hem ‘Jezus’ noemen, wat betekent ‘God redt’. Met Kerstmis vieren wij het begin van onze redding, die zal voltooid worden door de kruisdood en verrijzenis van Jezus, en volledig zal zijn wanneer we Jezus aanvaarden. Een geschenk is immers ook maar voltooid wanneer het aangenomen wordt in dankbaarheid. Maar het grote geschenk is door God gegeven.
Nu is het aan ons om in dankbaarheid dat geschenk te aanvaarden.

De kerststal kan voor ons een wegwijzer zijn. Jezus is gekomen als een kind, als een arme, als een mens zonder veel macht, als iemand die tenslotte verworpen wordt. Romeinen en Joodse mensen van die tijd hadden het moeilijk om in zo iemand het grote geschenk van God te zien. Wij houden wellicht ook van glitter, van iemand met een successtory op het lijf geschreven. Maar zo komt God meestal niet tot ons. Hier vraagt hij ons om te knielen voor een Kind, voor een stukje brood, Hem te erkennen zelfs in de armen van deze wereld en Hem in hen te dienen.

Het lijkt misschien wat ingewikkeld. Wat wij aanbidden is in feite Gods liefde. God is liefde, dat is Hij helemaal. In zichzelf en naar buiten toe. Liefde. En als wij God ons leven willen binnenlaten moeten wij knielen, dankbaar en aanbiddend knielen voor die onbegrijpelijke liefde van de verheven God die zich om ons, kleine schepsels wil bezighouden en bezorgd is om ons geluk. En natuurlijk, vrienden, als wij Hem binnenlaten in ons leven, zullen wij Hem ook moeten uitstralen, zal zijn Geest ons moeten doordringen en aansteken om Hem uit te stralen, om liefde en voorkomendheid en dienstbaarheid en zorg uit te stralen naar allen tot wie Hij ons zendt. Vragen wij dat de heilige Geest ons nog meer mag doordringen, vragen wij Maria dat ze ons daarbij helpt en buigen wij ons in contemplatie voor de kribbe, voor het onooglijk stukje brood in onze handen… zo veel, ja, zo veel heeft God van ons gehouden… opdat wij tot het echt leven zouden komen en zijn leven zouden kunnen doorgeven… Zalig Kerstfeest, feest van Gods grote geschenk. (bvv)

 

EEN WEEK VAN UITZIEN MET MARIA,
een week van blij verwachten

Maria is een van de grote genaden die God ons gegeven heeft. In haar is het heil voorgoed doorgebroken, in haar Kind dat onze wereld tot in zijn diepste diepten zal veranderen, zal optillen tot God.

In Maria is heel de verwachting van de bijbelse profeten en de ‘armen’ (de Anawim) van het oude verbond in vervulling gegaan: door haar, in haar Kind, woont God voortaan midden onder de mensen. Ook als wij Hem nog niet kennen, ook wanneer wij Hem nog te weinig weten te herkennen en te weinig erkennen als de heer, de Heiland, de Redder van de wereld.

Maria ziet uit naar de komst van haar kind. Maar zij ziet ook uit naar de vervulling van God beloften en vooral van zijn belofte van het heil dat zal doorbreken en openbreken in de Messias, Jezus, de ‘Zoon van de Allerhoogste’.

Het werden maanden van gebed, van stil verwijlen bij het mysterie dat was aangezegd; maanden ook van menselijke onzekerheid, van dagelijkse arbeid, van mogelijke onrust, onzekerheid, vragende blikken, bij mensen uit haar omgeving, bij haar verloofde… Maar iets heeft haar voortbewogen, haar voort doen gaan op de weg van vertrouwen en beschikbaarheid. Mij geschiede naar uw woord. Ik ben het dienstmeisje van de Heer. Ik vertrouw op zijn woord.

De heilige Geest heeft er de grote hand in gehad. En zo mag het ook bij ons zijn. Midden de dagelijkse sleur, zelfs midden de kerstvoorbereidingen, het toeleven naar feest en muziek, of het grauwe van kille natuur of kille menselijke relaties, midden allerlei zorgen die zich stellen in ons persoonlijk leven, in het gezin, problemen op het werk… We mogen ons toevertrouwen aan de heilige geest en vragen: “Leid mij, midden deze sleur en midden alle problemen die zich stellen, midden mijn zwakheid, midden mijn bezorgdheid om mijn gezin en de gebeurtenissen in de wereld, leid mij om mij ter beschikking te stellen van Gods plan van heil en erop te vertrouwen dat Hij, de Redder, ook nu reeds werkzaam aanwezig wil komen ook in mijn leven.

Maria, bid met mij opdat de heilige geest ook mij zou overschaduwen en ik zijn kracht zou mogen ervaren, opdat Jezus ook in mijn leven meer plaats zou krijgen en ik mij zou kunnen stellen in de vernieuwende kracht die van Hem uitgaat. Verkrijg mij dat basisvertrouwen dat zijn heilzame invloed stilaan kracht krijgt in mijn leven zodat ik mee kan bouwen aan de nieuwe wereld waarvoor Hij zijn leven heeft gegeven, een wereld naar Gods hart.

Maandag 19 dec. 2005 Biechtviering om 20.00u. 
in de kerk van de Redemptoristen te Gent, Voskenslaan 56.

 

Jaar B Zondag 4 Advent
Door de kracht van de heilige Geest
(2 Sam.7,1-5.8b-12.14a-16; Ps.89; Rom.16,25-27; Lc.1,26-38)

Vooral een moeder in verwachting en een meelevende vader kunnen zich voldoende inleven in het uitzien naar een kindje dat gaat geboren worden. Natuurlijk kunnen ook andere familieleden en vrienden vol verwachting de komst van dat kindje verwachten. Maar het is naargelang je er zelf bij betrokken bent dat je hart ook gespannen uitziet naar die geboorte. Soms stel ik me de vraag: in hoever zie ik echt uit naar het komen van de Heer, onze Heiland. Hoe drukt die verwachting zich uit? Ik denk dan wel eens aan die woorden uit de Openbaring van Johannes: “De Geest en de Bruid zeggen: Kom”. Ik kan immers wel eens zeggen “Kom, Heer Jezus, kom in de donkerte van mijn bestaan, kom in de duisternis van de wereld, kom om ons te redden, om ons op te helpen uit onze ontoereikendheid en zwakheid, uit ons gebrek aan liefde die zichzelf kan voorbijzien”…  Maar we voelen dan ook aan dat we beroep moeten doen op het gebed van de hele Kerk, de Bruid, en op de heilige Geest. Vaak zouden wij moeten bidden: “Kom, heilige Geest, Bid in mij, bereid mij voor op de komst van de Heer, leer mij zien hoe nodig ik Hem heb”…

Eigenlijk staan we daarmee in wat het evangelie van vandaag ons verhaalt: de aankondiging aan Maria dat zij moeder zou worden van Gods Zoon. En de vraag van Maria: Hoe kan dat met al het menselijke dat maar voorhanden is. Het antwoord vanwege God is heel eenvoudig: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen… voor God is niets onmogelijk.
Maria buigt zich voor dit mysterie van Gods ingrijpen.

Ook aan ons wil God grote daden doen, ook in ons leven en doorheen ons wil God ingrijpen. Maar het zal Gods werk zijn en van onze kant is het vooral dat bewustzijn van eigen kleinheid en de bereidheid om op weg te gaan in geloof: “Zie het dienstmeisje, zie de dienaar van de Heer, mij geschiede naar uw woord”.

Wij kunnen soms de verkeerde indruk hebben dat, wanneer wij buigen voor de Heer, ons ter beschikking stellen van zijn handelen, dat wij dan niets meer hoeven te doen. Het tegendeel is waar. Onze eigen inzichten, onze eigen kleine plannen, berekeningen, voornemens laten vallen om te luisteren naar wat God wil, vraagt een enorme alertheid en voortdurende bekering en voorbijzien van onszelf. Het is intreden in de gezindheid, die Jezus zelf ons heeft voorgeleefd: “Niet mijn wil, maar uw wil geschiede”. Deze onderwerping aan God en het intreden in zijn verlangen op elk klein moment van ons leven, dat is de hefboom die ons op het spoor van God zet en waardoor wij meehelpen om de wereld weer op het juiste spoor kunnen zetten.

Kom, heilige Geest, bewerk die gezindheid in mij, in ieder van ons, opdat Jezus’ gezindheid doorbreekt in deze wereld en het meer en meer een wereld wordt naar Gods hart. “Kom, Heer Jezus – Marana tha”. Wij hebben zo’n nood aan uw komst. Treed binnen in ons leven, neem uw plaats in en verander ons van binnenuit. Treed door ons de wereld in. Heilige Geest, doe ons uitzien naar de komst van de Heer, die ons leven en de wereld kan veranderen. Maria, help ons op deze weg van het vurig verlangen naar de komst van Jezus. (bvv)

 

Jaar B 3de zondag van de Advent (11 dec. 2005) 
Kom, Heer Jezus, toon ons uw heil!
Jes. 61,1-2a.10-11; Lk.1,46-50.53-54; 1 Tess. 5,16-24; Joh. 1,6-8.19-28

Jezus, die vooral in Kafarnaüm woonde, kwam eens in zijn vaderstad Nazaret en toen men Hem uitnodigde om een stukje uit de bijbel te lezen en daar wat commentaar bij te geven, vroeg hij de boekrol van de profeet Jesaja, onze profeet Isaïas van vroeger, en Hij las toen de tekst die we vandaag als eerste lezing hebben: “De geest van Jahwe, mijn Heer, rust op mij, want Jahwe heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen, om te verbinden wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden, en aan de geboeiden de terugkeer naar het licht” (Jes.61,1). Jezus hield dan maar een heel korte preek: “Het schriftwoord dat jullie zojuist gehoord hebben, is thans in vervulling gegaan”. Meer moest er niet gezegd worden. Jezus was helemaal bezield, ingepalmd door de geest van God, Hij was toegerust om aan de eenvoudigen het Blijde Nieuws te brengen waarvoor de rationalisten zich zouden sluiten, Hij was gezonden om de mensen te genezen wier hart gebroken was, mensen die oprecht terug wilden naar het echte licht, het echte geluk, gevangenen te bevrijden uit het egoïsme, uit de wrok of de haat, of uit de donkerte waarin mensen soms opgesloten zitten: verslaving, zonde, onmacht om een beter leven te leiden… Jezus kwam een genadejaar aankondigen vanwege God.

Welnu, vrienden, dat mogen wij opnieuw beluisteren in de Advent. Er is redding mogelijk, heil, bevrijding, genezing van alles wat ons als mens klein houdt. Wij mogen weer toeleven naar Kerstmis, de komst van Jezus in deze wereld, ook in ons leven.
En er zal ook aan ons iets gebeuren, als wij ons hart openstellen, als er verwachting leeft in ons hart en als we naar Jezus uitkijken als Degene, die niet enkel 2000 jaar geleden gekomen is, maar die ook vandaag de Komende is. Johannes bereidde de mensen voor op Jezus’ komst door ze uit te nodigen tot bekering. Dat blijft belangrijk. Maar Johannes kondigde ook nog Iemand anders aan van Wie hij zei: “Hij die na mij komt, ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken.” Elders zal hij zeggen: Ik doop met water, maar Hij zal u dopen met de heilige Geest.

Jezus was niet zomaar een profeet, een predikant die het goed kon zeggen, een lieve mens die mensen genezend aanraakte, Hij maakte mensen nieuw, vrij, hielp mensen rechtop staan als kinderen van God… Hij gaf hun de heilige Geest waardoor mensen een leven konden leiden als kinderen van God… Vrienden dat is aan ons gebeurd bij ons doopsel en vormsel. Maar, me dunkt, dat het af en toe nodig is dat we opnieuw en sterk en bewust tot Jezus komen en met de Kerk bidden “Kom, Heer Jezus. Treed opnieuw mijn leven binnen. En zalf mij met de heilige Geest, dompel mij onder in de oceaan van liefde en genade, opdat ik de weg van God kan gaan, de weg die Gij gewezen hebt, de weg die leidt naar het eeuwig geluk”.

Nu lopen wij vaak mensen na, bv’s, sterren, mensen naar wie we opkijken, en ons hart kan vol zijn van alles en nog wat, en we vullen onze dagen, of laten ze volstromen met drukke bezigheden of met prullen of met verveling… Jezus zegde ons nog deze week in de liturgie: “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken” (MT.11,28). Hij alleen is de bron van het echte heil, de ware redding en bevrijding. Bidden wij met de eerste Kerk “Maranatha, Kom, o Heer”. (bvv)

 

Jaar B 2de zondag van de Advent (4 dec. 2005) 
Maak de weg gereed voor de Heer!
Jes. 40,1-5.9-11; Ps 85,9-14: 2 Pt 3,8-14; Mk. 1,1-8.  

Het is opvallend, vrienden, dat kijkers van Canvas (vrt2) en radio1 pater Damiaan tot grootste belg uitriepen. Terwijl we vrij negatief denken over het ethisch en humaan kaliber van onze door de media opgevoede medeburgers is dat althans een verheugend feit. Damiaan was een man, een diep-religieus man die vanuit zijn christelijke bezieling en zijn menselijk aanvoelen zich totaal gegeven heeft aan zijn medemensen in een onmenselijke omgeving. Hij is ons altijd als groot voorbeeld gesteld, maar hoevelen van ons zouden tot zoiets in staat zijn? We mogen al blij zijn als onze naastenliefde niet helemaal begraven ligt onder de eigenliefde of er volledig door in de hoek geduwd wordt.

Wij werden de voorbije weken eerder met treurige zaken geconfronteerd: die afschuwelijke kindermoord door een echtpaar gepleegd op een baby van 7 maand, de steeds maar verder gaande terroristische aanslagen in Irak en het feit dat mensen van bij ons ginder slachtoffers gaan maken, het stijgend druggebruik door jonge mensen, en ja, het kleiner aantal mensen die kerkgebonden zijn…

Ik moet deze reeds negatieve vaststellingen besluiten, want de lezingen van deze 2de Adventszondag roepen zo sterk op tot hoop, dat het niet gepermitteerd is om te zitten jeremiaden. “Troost, troost toch mijn stad, spreek Jeruzalem moed…”, “Uw God is op komst … als een herder zal Hij zijn kudde weiden, ze in zijn armen samenbrengen…”

Het zijn woorden uit lang vervlogen tijden, maar de kerk brengt ze ons in deze Adventstijd weer onder ogen. In de 2de Petrusbrief wordt trouwens gezegd dat Gods belofte zal uitkomen. Maar dat we in afwachting ons moeten beijveren om te leven zoals God het zou wensen, leven in vrede met God.

Daarom ontmoeten we in het evangelie twee profeten van het zuiverste karaat: Jesaja en Johannes de Doper. Zij maken ons niets wijs: de weg van de Heer moet voorbereid worden, er moeten paden rechtgetrokken worden, in de samenleving, ja, maar ook eerst en vooral in ons eigen leven. Daarom trok Johannes rond en riep de mensen op tot bekering “en de mensen trokken naar hem uit en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden…” en hij beloofde hend at na Hem iemand zou komen die sterker zou zijn dan hijzelf, die hen zou dopen met de heilige Geest”.

Wij hoeven onze ogen niet te sluiten voor al het negatieve in de samenleving, maar moeten ook zien hoe ook het goede en schone onder ons aanwezig is. Wij moeten onze ogen niet sluiten voor de donkere kanten in onszelf, ons ongeduld met medemensen, onze zelfzucht, onze weerstand om anderen te aanvaarden of vergiffenis te schenken of om ons in te zetten voor mensen in nood, voor zieken en eenzamen… maar we moeten ook in deemoed tot de Heer komen en vanuit zijn kracht, vanuit de kracht van de heilige Geest die ons geschonken is door Jezus omkeren, de weg recht trekken of andere wegen gaan, waarvan God zou zeggen: zo is het goed. Kijk naar Jezus, de goede Herder, leef zoals Hij, laat je door Hem leiden. Het is een echte zegen en een hoopvol teken dat vanuit de samenleving nadrukkelijk de figuur van pater Damiaan, een groot profeet van de naastenliefde, onder onze aandacht werd gebracht. Gods Geest is aan het werk. Laten wij Hem ook aan het werk in onszelf. (bvv)

 

2005 JAAR B ZONDAG 1 ADVENT  (27/11/2005)
Christen ben je altijd!
Jes; 63,16b-16.19b.64,3b-7 // 1Kor.1,3-9  / Mk. 13,33-37

De Advent begint
Je kunt er echt niet naast kijken. Met al die Adventskransen op de tafels. Proficiat aan alle volwassenen en jonge mensen en aan de kinderen die meegeholpen hebben aan de Adventskrans voor bij hen thuis. Je kan er hier echt niet naast zien. Het is morgen de eerste Adventszondag.
Advent betekent “komst”, “aankomst” en je weet allen naar wiens komst wij uitzien. Met brandende lichtjes, zoals de 5 wijze bruidsmeisjes. Christenen moeten wakkere mensen zijn.  Wees gerust, je mag deze nacht op je beide oren slapen, als je dat tenminste zou kunnen. Je mag alle zorgen naast je neerleggen… als je dat zou kunnen. Je hoeft echt niet wakker te blijven. En toch moeten christenen wakkere mensen zijn, zegt Jezus in het evangelie van vandaag..

Christen ben je altijd!
Daarmee bedoelt Jezus, dat wij ons christen zijn nooit opzij mogen leggen. Nu ben ik een paar uurtjes geen christen. Tijdens de vakantie ben ik even geen christen. Christen ben je altijd. Okay. daar kunnen we mee akkoord gaan. Maar Jezus bedoelt eigenlijk nog meer. Als je christen bent op elk moment, moet je op elk moment dat christen zijn ook beleven! Ons huis moet het huis van een christen zijn. Onze omgang met medemensen, ook en vooral bij ons thuis, moet in overeenstemming zijn met ons christen zijn… En ook op de werkvloer, en onderweg en tijdens onze ontspanning. We zijn altijd christen. We hangen ons christen zijn nooit aan de kapstok.

Om Jezus te onthalen
En waarom moeten wij dan zo in orde zijn? Om onze Heer, om Jezus op een goede manier te onthalen. Hij heeft ons vrijgemaakt, ons verlost uit zonde, uit de donkerte van het egoïsme en het van God afgewend zijn. Hij heeft ons gezuiverd. Nu gaan we toch niet zoals zwijnen weer terug in het slijk rollen. Dat is geen zicht. Wij willen Jezus op een goede manier onthalen.

Je moet Hem wel weten te herkennen
Zo, en wanneer komt Hij dan wel? De eerste christenen dachten dat Hij spoedig zou komen. Maar we wachten nog altijd… Heb je Hem nog niet ontmoet? O, ik weet wel, in volle heerlijkheid komt Hij maar op het einde der tijden, en dat kan nog lang op zich laten wachten, niemand van ons weet waneer dat zal gebeuren. En toch is Hij reeds gekomen.

Zeker, op Kerstmis, meer dan 2000 jaar geleden. Als het kleine kindje van Maria van Nazaret in Palestina. Dat historisch gebeuren vieren wij opnieuw in de Kerstnacht. En daarom gaan we ook een kribje gereed zetten.

Maar ieder van ons heeft Hem ook al mogen ontmoeten in het heilig sacrament van de Eucharistie, en dat vieren wij ook op dit moment. Iedere zondag nodigt Hij ons uit om naar Hem te komen. Wel, is ons hart gereed? Gaan wij Hem echt tegemoet met een hart vol liefde voor Hem, vol hoop op Hem, met een hart dat – zoals Hij ons gevraagd heeft – bereid is om in alles Gods verlangen te doen?

En hebben wij Hem weten te herkennen in de geringste van zijn broeders? Hij heeft het ons vorige zondag nog gezegd: Wat Gij voor de geringste van mijn broeders hebt gedaan, dat hebt ge voor Mij gedaan.  Zo kunnen wij Hem ontmoeten en onze liefde voor Hem tonen. Ik ben blij dat de groeperingen van Ontwikkelingssamenwerking dit jaar nog een grote inzamelactie willen ondernemen voor de honderdduizenden die in Kasjmir in ellende zitten sedert de grote aardbeving daar. Laten wij ons hart en onze geldbeugel openen voor hen, eigenlijk voor de Heer. Overigens is de Adventsactie Welzijnszorg ook nog daar om onze aandacht te richten op de armen hier in ons eigen midden.

Wees dus een wakkere christen!
Wees waakzaam, wees gereed; Leef als christen op elk ogenblik. Dat is de uitnodiging van Jezus. Vrienden, en voor de rest wens ik u een goede nachtrust toe. En de vrede van de Heer in uw hart en in uw midden. Een zalige Adventstijd. Laat de kaarsjes van de Adventskrans ons telkens wakker roepen: wees christen, richt je hart op Jezus, bereid je voor op zijn komst! (bvv)

Marcusevangelie 13,33-37. Jezus zegt:

33 Weest op uw hoede; weest waakzaam, want gij weet niet wanneer het ogenblik daar is. 34 Het is er mee als met een man die in het buitenland vertoeft. Bij het verlaten van zijn huis heeft hij aan zijn dienaars het beheer overgedragen, aan ieder zijn taak toegewezen en de deurwachter bevolen waakzaam te zijn. 
35 Weest dus waakzaam, want ge weet niet, wanneer de heer des huizes komt, ' s avonds laat of midden in de nacht, bij het hanengekraai of ' s morgens vroeg. 
36 Als hij onverwachts komt, laat hij u dan niet slapend vinden. 
37 En wat Ik tot u zeg, zeg Ik tot allen: weest waakzaam! '

 

Zond. 34 Jaar Jezus Christus, Koning van het heelal 20/11/2005
Jezus, mijn Koning, mijn voorbeeld

Jezus Christus, koning van het heelal. In die paar woorden willen wij ons geloof uitdrukken dat God in Jezus de mensheid en het hele heelal te hulp is gekomen om alles weer recht op de sporen te zetten. Jezus heeft ons breekbare bestaan willen delen en heeft van binnenuit onze bestaanswijze in alles Gods verlangen gedaan. Hij heeft alle kwaad omgebogen, alle dood en ondergang gebroken doordat Hij in alles geleefd heeft als de geliefde Zoon die Gods welbehagen had. Zelfs op momenten van vervolging en foltering bleef Hij – niet als een fanatieker – maar in liefde zijn gegevenheid aan God en zijn zending naar de mensen trouw. En God heeft Hem niet in die ondergang gelaten maar Hem opgewekt en Hem gesteld tot Heer van alles. Doorheen Hem wordt alles weer nieuw. Doorheen Hem wordt alles weer opgetild tot een waardevol bestaan, tot een bestaan met toekomst.

Dat alles drukken wij gelovig uit in dit feest van Jezus Christus, koning van het heelal. Het is het geloof van de Kerk.

Maar wij willen iets meer doen dan ons met enkele woorden aan te sluiten bij die geloofsbelijdenis. Die woorden zijn immers nogal vlug gezegd. Wij willen dat geloof van de Kerk doortrekken tot ons eigen leven, ons eigen geloof, ons eigen hart. Jezus, koning van het heelal, wil ook koning zijn van ons hart, van ons leven. Het is dat gelovig inzicht dat dit feest tot een voor ieder van ons oprecht feest maakt. Welke waarde heeft het immers van enkel maar te zeggen: Jezus is koning van het heelal, als we Hem geen koning laten zijn van ons leven?

Dat wordt voor ieder van ons de grote uitdaging van dit feest: mag Jezus Heer zijn van mijn leven? Ga ik zelf bepalen hoe ik mijn leven ga leiden, of laat ik me bij die persoonlijke keuze op de eerste plaats leiden door Hem die ik noem ‘de koning van het heelal’? Mag Hij mijn leven op orde zetten? Mag Hij bepalen waar ik de meeste waarde aan moet hechten? Mag Hij de prioriteiten bepalen van mijn bezig zijn? Mag Hij zich bemoeien met mijn morele keuzen? Met mijn relaties, de wijze waarop ik omga met min talenten en zwakke kanten, de wijze waarop ik omga met medemensen en collega’s, met mijn gezinsleden? Mag Hij ook Heer zijn in mijn ontspanning, in mijn gezin… Kies ik zoals Hij voor de liefde als doorslaggevend element om de waarde van mijn inzet te bepalen?

Jezus, koning. Ik heb u een voorbeeld gegeven zegt Hij op een gegeven moment, op een moment waarop Hij de voeten van zijn leerlingen heeft gewassen: een slavendienst. ‘Ik ben onder U als degene die dient’, zegt Hij. En door zijn gegevenheid tot het uiterste, door zijn inzet voor ons tot op het kruis, is Hij juist koning geworden. Dat is dè grote les van dit feest. Jezus regeert doordat Hij de dienaar is geworden van God en van de mensen.

In het evangelie van deze dag krijgen we dan ook een van de pareltjes uit het nieuw testament: het uiteindelijk oordeel van God, de waardemeter van heel ons leven heeft te maken met dienstbaarheid, met naastenliefde, vooral naar de verdrukten, meest verlatenen, de armsten toe… in hen treffen wij God, in hen ontmoeten wij God, kunnen wij God dienst bewijzen. Wat gij aan de geringsten van mijn broeders hebt gedaan, dat hebt ge voor Mij gedaan.

Vrienden, nast de keuze voor de Heer als Heer van ons leven, willen wij vandaag ook beslissen om zijn weg te gaan, de weg van dienstbaarheid en liefde. Laat dat de uitdaging zijn van dit feest en ook het teken naar de harde wereld van vandaag.

 

Jaar A Zondag 33 (13 nov. 2005)
JE TALENTEN GEBRUIKEN
Spreuken 31,10-13.19-20.30-31 / Ps.128 / 1Tess. 5,1-6 / Mt. 25,14-30

Als we dit evangelie nauwlettend hebben beluisterd, komt het er niet zo op aan dat je overladen met verdiensten bij God aankomt – niet iedereen heeft evenveel talenten gekregen, ook niet op geestelijk gebied – maar het lijkt erop dat het niet gewaardeerd wordt dat je niets gepresteerd hebt, dat je de handen niet uit de mouwen hebt gestoken.

Ik weet niet of dat nog te maken heeft met een paar afwijkende groepen bij de eerste christenen die de terugkomst van Jezus heel nabij achtten en daarom niet meer werkten. Het lijkt erop dat deze gelijkenis van Jezus zelf afkomstig is en wat Hij ons dan wil zeggen is dat ieder van ons zijn eigen gaven heeft gekregen. We moeten niet jaloers zijn op elkaar omdat die of die wat meer heeft toevertrouwd gekregen dan de ander: het zijn tenslotte niet zijn eigen verdiensten, we hebben het allemaal gekregen. Onze eigen verantwoordelijkheid begint daar waar wij al of niet iets gaan doen met de gekregen talenten. Je kan dat bekijken op materieel vlak: wat doe je met je geld, je eigendom. Doe je daar afgezien van je levensonderhoud en dat van je gezin, doe je daar ook verder nog iets goeds mee? En je menselijke gaven: je verstand, je werklust, je energie, je onderscheidingsvermogen… gebruik je dat alles en gebruik je dat ook voor iets goeds? Niet enkel voor je eigen voordeel, maar ook om er iets mee te doen voor anderen, voor een goed werk, voor de kerkgemeenschap? Gebruik ik mijn verstand om ook mij ook te bekwamen op het vlak van maatschappelijke inzet, godsdienstige vorming?

Zo kunnen wij ons ook vragen stellen over onze vrije tijd: de een heeft veel ontspanning nodig omdat het werk zo zwaar was, of omdat men niet veel weerstand heeft, veel zorgen heeft…wel wat tijd kunnen besteden voor een goed doel, voor ziekenbezoek, voor vrijwilligerswerk…

Zo zijn er ook geestelijke gaven: vroomheid, geest van gebed, dienstvaardigheid, geduld, vreugde, innerlijke vrede, vriendelijkheid, trouw… Je zou het de werking van de heilige Geest kunnen noemen: leg ik me toe op die christelijke deugden, laat ik die geestelijke gaven toe zich te ontwikkelen door ze in praktijk te brengen…

Het zijn vragen waar we meestal niet wakker van liggen, wij maken ons andere zorgen. Toch is het ondermeer op dit vlak dat de Heer verwacht dat we vruchten zouden dragen, dat we het mooie dat God ons heeft toevertrouwt zouden laten groeien, tot een mooie ruiker tot zijn heerlijkheid, de Gever van alle goeds.

Laten wij ons deze week eens bezinnen over het goede dat God ons heeft toevertrouwd, laat er ons gerust een bestek van opmaken en dan eens zien hoe we dat goede kunnen aanwenden of toepassen in plaats van het te laten verkommeren in een kuil onder de grond. “Uitstekend gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal Ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw Heer”.  (bvv)

 

Jaar A Zondag 32 (6 nov. 2005)  
LEVEN MET ONS HART BIJ DE HEER

Wijsheid 6,12-16; 1 Tess. 4,13-18; Mt. 25,1-13

Je mag gerust eens uitrusten als christen, je mag gerust je ontspannen en zelfs slapen (een christen mag zich diep in zijn hart geborgen weten in de liefde van God, zelfs temidden van allerlei zorgen, zelfs midden vervolgingen), maar… we moeten met ons hart en ons leven God toegewijd zijn. Met ons hart en ons leven moeten wij weten dat Hij ons geluk wil en dat zijn verlangen geen ander doel heeft dan ons naar het geluk te leiden.

Een christen kan nooit zeggen: Ik neem vandaag een snipperdag, vandaag ben ik eventjes geen christen. Dan scharen wij ons aan de kant van die 5 domme bruidsmeisjes. Dat doe je niet. Christen ben je altijd: bij het werk, bij de ontspanning, thuis, onderweg, bij dag en bij nacht… Je bent gewoon: christen!

Waarom gedragen wij ons dan vaak als die domme bruidsmeisjes? Omdat ons hart niet bij de Heer is (nochtans zeggen we dat voor de prefatie: wij zijn met ons hart bij de Heer). Wij zijn vaak verstrooide mensen, uitgestrooid over zoveel bezigheden, over zoveel interesses, bezige bijtjes… Dat mag, als ons hart maar gericht is op de Heer. Als we maar weten waarvoor we leven. Ik zou moeten zeggen: als we maar weten voor Wie we leven, naar Wie we toeleven…

En dan is het altijd goed om te weten voor wie Hij geleefd heeft, en voor wie Hij gestorven is en verrezen. Voor u namelijk. Voor ieder van ons. Opdat wij gelukkig zouden worden, voor altijd. Zouden wij dan niet wat meer op Hem gericht gaan leven? Hij is onze bestemming. Hij alleen!

Dan mogen Parijse rechters Hem belachelijk maken (och, Hem raken ze toch niet), dan mogen de 3 wijzen als een hoog gerechtshof hun zeg doen over alles en nog wat. Ooit staan ook zij, net als wij voor Hem en zullen ze de waarde van hun leven en oordelen duidelijk zien, in het licht van zijn gelaat, in het licht van zijn waardeoordeel. En dat is het enige dat uiteindelijk telt.

Vrienden, laten wij christen zijn met heel ons leven. Laat ons christenzijn heel onze dag doordringen; laten wij bij al onze bezigheden en in alle situaties steeds met ons hart bij de Heer zijn.

En laten wij weten dat enkel zijn zicht op de zaken, dat enkel zijn oordeel de waarde van iets bepaalt. Zo leven we in de echte werkelijkheid en zullen wij al tastend de echte weg onderscheiden die naar het echte geluk leidt. Moge de heilige Geest die Jezus ons gezonden heeft en die in ons woont sedert ons heilig Doopsel ons begeleiden naar het Feest dat God voor ons aanricht. Zo zullen we eens voor altijd samen zijn met de velen die ons zijn voorgegaan. Dat is het troostvolle blijde nieuws van het evangelie. (bvv)

 

Jaar A Zondag 31
Verantwoordelijkheid dragen in nederigheid
Mt. 23,1-12

Ja, vrienden, het evangelie van vandaag begint met een uitnodiging tot ieder verantwoordelijke, priesters, leerkrachten, ouders… om van de mensen die hun zijn toevertrouwd of die ze mogen begeleiden niet meer te eisen dan wat men zelf opbrengt. “Doet wat ze u zeggen, zegt Jezus, maar handel niet naar hun daden, want zelf handelen ze ook niet naar hun woorden”. En dan wordt er nog iets anders gezegd dat niet zo elegant is: alles wat ze doen – en het gaat hier over het godsdienstig gebied – alles wat ze doen, doen ze om bij de mensen op te vallen en door de mensen geprezen te worden… Een houding die eigenlijk niet zo prijzenswaard is!

En dan zegt Jezus in positieve in hoe wij het dan wél zouden moeten doen:

- Je moet niet te vlug menen dat jij de opperste redder en baas zijt van mensen die jij begeleidt, alsof mensen zich in alles naar jou moeten richten, aan jou onderworpen moeten zijn. Er is maar één Heiland van allen, één Heer die we willen dienen en door wie we het echte leven vinden. Het gaat er dus niet om dat wij mensen van ons afhankelijk maken, onderworpen, dat mensen ons als hun meerdere moeten erkennen alsof hun eigenlijke heil van ons afhangt… Er is één Heer en Heiland van allen.

- En je moet je ook niet voordoen alsof jij aan de oorsprong staat van het leven: uiteindelijk is het God die zegt “Kom tot leven” en die het leven van ieder in stand houdt. Hij is de Vader die op elk ogenblik ons draagt en ons bevestigt en bij wie we uiteindelijk thuis mogen komen.

- Zelfs wanneer je mensen mag begeleiden als priester, als ouder, als leerkracht enz… moet je toch steeds weten dat je zelf ook moet luisteren naar de enige echte leraar, de Christus, Hij die ons allen zonder enige afwijking leidt op de weg naar het geluk.

Eigenlijk vrienden, steken hier twee grote lessen in: 

- eerst en vooral dat we niet te vlug op Gods plaats moeten gaan staan of zitten: Hij is de Meester, Hij is de Heer die beslist en die ons draagt, Hij wijst ons de weg, Hij is de enige die ons echt draagt doorheen alle omstandigheden, zelfs doorheen zonde, doorheen lijden en dood.

- En ten tweede: ook naar elkaar toe moeten wij weten dat we zelf ook maar mensen zijn, en dat we zelf ook nog heel wat kunnen leren van kinderen, jonge mensen, van zieken en eenvoudigen, van bejaarden, ja zelfs van mentaal gehandicapten (denk aan wat Henri Nouwen daarover schrijft). Tenslotte zijn we allemaal zo breekbaar: vandaag kunnen we over tafel springen en morgen kunnen we ons nog niet eens oprichten omdat we met een goede lumbago zitten of een ernstige kwetsuur hebben opgelopen. En ons verheffen, ons groter en beter achten dan anderen? Vrienden, Jezus zegt ons bij herhaling: wie de grootste onder u is, moet uw dienaar zijn; wie zich verheft zal vernederd worden. Ik ben onder U als dienaar, hoewel ik de Meester ben. Dien elkaar, zelfs wanneer je leiding moet geven, zie het als een dienst.

Maar misschien toch een kleine correctie of gewoon voor de volledigheid: als het een dienst is, moet je hem ook echt ter harte nemen; ben je verantwoordelijk, dan moet je eisen kunnen stellen, maar altijd vanuit een soort nederigheid, want ook wijzelf moeten de goede weg gaan, ook wijzelf moeten ons richten naar de richtlijnen van onze Heer en Heiland en Meester, want daar ligt het geluk van ieder mens. (bvv)

 

JAAR A  ZONDAG 30
God bovenal liefhebben en je naaste als jezelf
(23/10/2005)
(Exodus 22,20-26; uit Psalm 10; 1Tess. 1,5c-10; Mt.22,34-40)

Vrienden, eigenlijk is dit een zondag waarop de priesters de christenen die bij hen naar de Zondagseucharistie komen zouden moeten feliciteren met alles wat zij voor vreemdelingen doen. Denk maar aan wat onze bevolking – zelfs niet alleen de christenen – hebben gedaan voor de slachtoffers van de Tsunami in zuid-west-Azië. Persoonlijk ben ik getuige geweest van wat mensen gegeven hebben voor de christenen van Bagdad om hun verwoeste kerk weer op te bouwen. En ook nu weer stromen bij bij Caritas International, giften toe voor de slachtoffers van de aardbeving in Kasjmir en van de vulkaanuitbarsting in El Salvador en de orkaan Stan in El Salvator, Guatemala en Mexico. Velen van jullie hebben daar ook voor gegeven. Men zegt wel eens dat de Vlaming tegen de vreemdelingen is, dat hij racistisch is. Toch zijn er steeds weer mensen die – ook buitenlandse – mensen helpen wanneer die in nood zijn. Alleen wanneer er pure profiteurs of misdadigers tussen zitten, worden onze mensen wat kregelig.

Vrienden, laten wij een open hart hebben voor mensen in nood. Natuurlijk ook en vooral voor de mensen met wie we elke dag te maken hebben. Ik zag deze week een gehuwd koppel, ze liepen naast elkaar, zo zonder enig teken van genegenheid voor elkaar. Wellicht heb ik me vergist, maar het gaf me een beetje de indruk van gestolde liefde, liefde en genegenheid die wat verkoeld is. Je naaste beminnen als jezelf, zegt Jezus, dat is onafscheidelijk verbonden met het eerste en voornaamste gebod. Vergiffenis kunnen schenken, een ruzie willen bijleggen, ons afvragen of er van onze kant toch geen verzoening meer mogelijk is; en uiteindelijk geen wrok blijven koesteren in ons hart. Dat hoort allemaal bij het tweede gebod.

En het eerste gebod, wat is dat dan? Jezus antwoordt op die vraag naar het voornaamste gebod: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand.”

Vrienden, wij noemen ons gelovigen, we noemen ons christenen. Als we gelovig zijn betekent dit dat we ons leven bouwen op Gods verlangen, op vertrouwen op God, op luisteren naar God, op God eren…  En als we ons christenen noemen betekent dit dat we ons toewijden aan Jezus, die aan ons  leven zin en toekomst heeft gegeven, die ons de weg aanwijst naar het echte leven, ja, bij wie we het echte leven vinden. God beminnen met heel ons hart betekent dat we niet enkel goed gaan leven uit schrik voor God, maar omdat we ingezien hebben dat God het goed met ons voorheeft en dat we het echte leven vinden als we de weg trachten te gaan die Hij ons in zijn liefde toont. De tien geboden zijn geen uitvinding van God om ons het leven moeilijk en triestig te maken, maar zijn een uitvinding van zijn liefde om ons een veilige weg naar het ware geluk aan te wijzen.  
Het is dan ook een daad van Godsverering wanneer we de goede weg gaan en zo het echte geluk vinden. God vindt zijn vreugde in het geluk van zijn kinderen.

Laten we deze week ons opnieuw oefenen in het liefhebben en dienen van God, van ganser harte, en laten wij zijn liefde ook uitstralen naar de mensen die Hij ons heeft toevertrouwd of met wie Hij ons deze week in contact laat komen.  Laten we wakkere christenen zijn. (bvv)

 

Zond 29 Jaar A 
(1) GOD OF DE FISCUS

(Mt. 22,15-21) “Geef aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt”

Vrienden, om politieke tegenstanders uit te schakelen of om de toekomst van een land of een volk uit handen te nemen van andersdenkenden tracht men die tegenstanders in een slecht daglicht te stellen, of ze in verband te brengen met een of ander schandaaltje, een dioxinecrisis, een gascontract of vliegtuigcontract (Dassault) waar mogelijks wat smeergeld aan te pas is gekomen…  De tegenstanders van Jezus, die het wellicht goed meenden met hun volk en die vonden dat Jezus de toekomst van hun volk of hun eigen machtspositie in gevaar bracht, trachten Hem volgens dit stukje evangelie ook in diskrediet te brengen.  Staat hij aan de kant van zijn volk of aan de kant van de bezetter. En ze hebben het goed uitgekiend, ze hebben een gemengde commissie opgericht, een gemengd gezantschap: Farizeeën die helemaal aan de kant van het volk stonden, en de Herodianen die toch eerder de officiële instanties dienden, en uiteindelijk ook de Romeinse bezetter uit wiens hand ook Herodes moest eten.  

De evangelist noteert heel scherp: “Jezus doorzag hun valsheid en zei: ‘Waarom probeert gij Mij te vangen, gij huichelaars? Laat mij de belastingsmunt eens zien’”.  Daarmee zijn zijn tegenstanders helemaal ontmaskerd. Hun bedoeling ligt nu publiek op tafel: zij willen niet gewoon iets aan de weet komen, maar willen wat ze aan de weet komen gebruiken om Jezus in een kwaad daglicht te stellen en Hem mogelijks te kunnen aanklagen. Maar daarmee is de kous niet af. Jezus vangt hen in hun eigen net. “Laat mij de belastingsmunt eens zien”. Zij hielden Hem een geldstuk voor. Hij vroeg hun: “Van wie is deze beeldenaar en het opschrift”. Zij antwoordden: “Van de keizer”. U weet, vrienden, dat strenggelovige Joodse mensen geen afbeeldingen mochten maken van mensen en dieren, omdat het gevaar bestond dat men die afbeeldingen zou aanbidden,  herinner u het gouden kalf dat aanbeden werd in de woestijn. Wat blijkt nu? Die zeer gelovige Farizeeën en iets minder strenggelovige Herodianen zitten met zo’n afbeelding in hun broekzak. Zij staan daar te kijk als slechtgelovigen. En bovendien: in de ogen van een rechtgelovige Jood was de keizer toch maar een kleine jongen; God was de Schepper en Koning van alles. Aan Hem behoort de hemel en de aarde. De keizer mag dan zijn eigen kleine rol spelen in dat universum dat van God is. En dan hoeven de woorden van Jezus geen verdere uitleg meer: “Geef dan aan de keizer wat de keizer toekomt – die mens, ocharme,  moet toch ook leven en zijn werk kunnen doen – en geef aan God wat God toekomt”.

Wat komt aan God toe? “Gij zult de Heer uw God beminnen met heel uw hart en heel uw ziel, met al je krachten en heel je verstand”. God moet je helemaal toegewijd zijn. Met heel je wezen. En als teken van die totale toewijding gaven de Joodse mensen het tiende van hun inkomen in de tempel. Eigenlijk komt God alles toe, maar als teken dat we dat goed begrepen hebben, geven we dit tiende.

In die zin moeten wij ook met heel ons wezen God toegewijd zijn. En als teken daarvan is er ook onze bijdrage voor de eredienst en onze liefdegaven voor mensen in nood – zoals die mensen in Pakistan en India (naar aanleiding van de aardbeving) en voor de mensen in Guatemala, El Salvador en Mexico (naar aanleiding van de Cycloon Stan en de vulkaanuitbarsting en aardbeving in El Salvador Caritas International: 000-0000041-41 met vermelding Kasjmir of Cycloon Stan).

Dat we ons daarbuiten ook verantwoordelijk voelen voor een goede gang van zaken van de burgerlijke aangelegenheden, daaraan zal de fiscus ons ten gepaste tijd wel herinneren, zeker sedert de jongste begrotingsaanpassing..

Dit evangelie, vrienden, nodigt ons uit tot oprechtheid, maar anderzijds vooral tot volledige toewijding aan God en van daaruit ook onze inzet voor het wel en wee van de mensen en de wereld, en de samenleving die God ons toevertrouwt. (bvv)  

Zond 29 Jaar A 
(2) Gerardus Majella (Feest 16 oktober)

Op 16 oktober vieren we de feestdag van de heilige Gerardus Majella, een eenvoudige, onopvallende man, zou je op het eerste zicht zeggen. Maar toen de pastoor van mijn thuisparochie aan de kinderen van de vormselcatechese iets wou vertellen over die heilige, wiens beeld in de parochiekerk staat: een redemptoristen-lekenbroeder in kloosterkleed, was het enige dat hij vertelde: dit is een eenvoudige kloosterbroeder die ontzettend veel mirakelen heeft gedaan. En het is waar: in de levensbeschrijvingen van Gerardus, die redemptoristenbroeder staat veel wonderbare feiten vermeld. Die hebben te maken met enerzijds zijn consequent opgaan in de persoonlijke relatie met God, met Christus, onze Heer en Heiland, en anderzijds hebben ze vooral te maken met momenten waarop hij armen en noodlijdenden een helpende hand wou toesteken vanuit zijn eigen ontoereikendheid. Enerzijds staan er dus feiten vermeld waarop hij in extase was bij het beschouwen van Gods onbegresde liefde voor de mensheid, en anderzijds feiten waarop zijn lege handen werden gevuld met gaven voor arme gezinnen, bedelaars... We moeten die zaken gewoon maar accepteren en zien als een teken dat God zich echt openbaart aan mensen die Hem gelovig en onvermoeid zoeken (en dit hoeft niet altijd beloond te worden met opvallende feiten) en anderzijds dat wij Gods bekommernis om mensen zelf moeten beleven, zoveel we maar kunnen, en dan verder maar rekenen dat God ook onze ontoereikendheid en armoede zal aanvullen met zijn goddelijke zegen. Wij zijn geroepen tot die persoonlijke relatie met God, met onze Heer Jezus Christus, en anderzijds worden wij geroepen om Gods mensenliefde zichtbaar en tastbaar te maken naar onze medemensen toe. 
In deze Eucharistie mogen wij de levende Heer ontmoeten en door die ontmoeting ingroeien in het beleven van Gods liefde naar de mensen toe. Vragen wij dat we zijn aanwezigheid ook mogen beleven in het leven van elke dag, in contact zijn met Hem, Hem betrekken bij ons dagelijkse bezigzijn, en vragen wij Hem dat die ontmoeting(en) met Hem ons blijvend inspireren Hem te volgen in zijn onnavolgbare mensenliefde. Moge Gerardus Majella ons daartoe inspireren en helpen. (bvv)

Jaar A  Zondag 28  
Het bruiloftsfeest - Het bruiloftskleed 
(Mt 22,1-14).

Vrienden, Jezus sprak vaak in gelijkenissen. Die gelijkenissen zijn tot ons gekomen, maar zijn niet direct doorzichtig voor mensen van zoveel later en levend in een heel andere cultuur en andere omstandigheden. We zien in een eerste deel van deze gelijkenis hoe mensen, uitgenodigd tot  bruiloftsfeest van de zoon van de koning niet wilden komen en hoe sommige van zijn knechten zelfs mishandeld en gedood worden. De koning straft hen. En dan wordt iedereen uitgenodigd die men maar kan vinden, slechten zowel als goeden, zo staat er, en zo krijgt de koning toch zijn feestzaal vol. En dan gebeurt er iets raars: Hij ziet iemand zonder bruiloftskleed, en die man wordt buitengeworpen.

In de taal van zijn tijd en beelden uit zijn tijd heeft Jezus willen duidelijk maken dat een heel deel van het uitverkoren volk, niet akkoord is gegaan met de manier waarop God met de mensen wou omgaan, met het plan dat God met de mensen had. Zij hebben het heil dat God hen in Jezus aanbood, niet willen accepteren; zij hebben Jezus verworpen en laten doden. Een manier van doen die God niet heeft weten te accepteren.

Maar als God dan zijn heil aanbied aan de hele mensheid, aan alle mensen uit alle volkeren, mensen van alle tijden, dan weten wij dat – net zoals voor het Joodse volk – die uit pure genade is. Maar ook hier blijft overeind dat mensen uit vrije wil met die genade moeten meewerken. Niet op de wijze waarop de specialisten uit het Jodendom, schriftgeleerden en Farizeeën het deden: door vooral uiterlijk de vele – vaak te menselijke – voorschriften te beleven en te weinig de liefde tot God. Maar ook niet door alles maar op zijn beloop te laten. Ieder mens wordt door God aangesproken in het diepst van zijn hart. Ieder mens krijgt uitnodigingen om op bepaalde ogenblikken te kiezen om volgens zijn geweten ‘het goede’ te doen. Dat zijn de momenten waarop we ons bekleden met het bruiloftskleed, ja-zeggen op de genade die we vanuit Jezus’ verlossende invloed ontvingen, om namelijk Gods verlangen te doen.

Die momenten, vrienden, maken wij ook mee. Vele keren per dag, ons hele leven door. Wees gerust, God staat niet als een heel strenge schoolmeester ons te begluren van achter elke hoek, maar doorheen onze manier van leven drukken we stilaan toch uit of we volgens Gods verlangen willen leven of alles maar op zijn beloop laten. Of we dan tot die eerste groep mensen behoren, of tot die grote menigte die wat later werd uitgenodigd, we moeten weten dat we uiteindelijk zelf beslissen of we het rijk van God – daar waar zijn wil geschiedt – willen binnentreden of niet. Laten wij ons bekleden met het bruiloftskleed voor de bruiloft van het Lam. Laten wij kijken naar Jezus en van Hem leren hoe wij binnen Gods verlangen kunnen leven, met de genade die we ontvangen, in de situatie waarin wij leven. Zo kunnen wij de volheid van heil binnentreden die God voor ons gedroomd heeft. (bvv)

 

Zondag 27 Jaar A (Bezinning 1)
"KIJK NAAR DE ZON"
2 oktober 2005

Soms zou je de indruk kunnen krijgen dat het Woord van God steeds zo serieus is; je kan nooit eens goed lachen. ’t Zijn altijd waarschuwingen, vermaningen, soms zelfs bedreigingen… Nochtans betekent evangelie letterlijk “Goed Nieuws, Blij Nieuws. Vandaag is dat ook weer zo het geval: Jesaja wil over zijn vriend zingen die een wijngaard had en er enorm goed voor zorgde, maar die wijngaard bracht alleen maar slechte vruchten op, wilde vruchten in plaats van lekkere druiven. Op de duur geeft hij het op om er nog voor te zorgen. Die vriend over Jesaja zingt, is God, die met het Godsvolk op weg ging, maar telkens lopen ze van Hem weg en ze brengen geen goede vruchten voort.  Jezus neemt dat beeld van die wijngaard over in het evangelie, maar ook daar loopt het slecht af; de pachters, de verantwoordelijken van het volk zorgen er niet goed voor en doden zelfs de zoon van de eigenaar… Het Blij Nieuws klinkt op het einde: God zal een nieuw volk zoeken dat zijn volk zal zijn. Dat nieuwe volk kunnen wij zijn, als wij in oprechte godsdienstigheid leven.

Ik zou echter even willen stilstaan bij de tweede lezing. Die begint iets opgewekte: Paulus schrijft aan de christenen van Filippi: “Broeders en zusters, weest onbezorgd!” Het klinkt bijna zoals Phil Bosmans van de Bond zonder Naam. “Mensen, kijk naar de zon, mensen lach eens tegen jezelf als je in de spiegel kijkt”.

De bron van de onbezorgdheid en die vreugde vindt Paulus echter in God. Al wat op U weegt, leg dat in Gods handen, breng dat naar Gods hart, voortdurend. Hij schrijft het zo: “Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging”.

Dus, als er al wat op ons weegt, als we ons zorgen maken over onszelf of over kinderen of kleinkinderen, broers of zussen of mensen die we kennen: Laat al je wensen bij God bekend worden in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging. Bidden wij voldoende, vrienden? Of lopen we liever met onze zorgen op onze rug, laten wij die zorgen ons leven vergallen? Gedeelde smart is halve smart, zegt een Vlaams gezegde. Waarom zouden we die zorgen of pijn of onzekerheid niet delen met God. Hij heeft een brede rug en een groot hart. Telkens opnieuw mogen wij onze zorgen en de intenties van velen naar God brengen. God zal tonen dat Hij de nabije is, zelfs al onze vragen niet altijd beantwoord worden in de richting dat wij het verlangen.

Maar we moeten dan ook eens letten op de wat wondere manier waarop deze zin eindigt: “Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging”. Vaak komt alles in orde, vaak ondervinden we veel verlichting doorheen het gebed, maar… we vergeten nogal eens te danken; we zijn zelfs al vergeten dat we wat gevraagd hadden. Nooit zonder dankzegging.

Wat is de vrucht van dat smeekgebed? Paulus zegt niet dat alle problemen zullen opgelost zijn, maar hij aarzelt niet te schrijven: “De vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en gedachten behoeden in Christus Jezus. Je gaat niet meer blijven treuren, er gaat een zalving komen over de pijn van uw hart, en over het wilde rondspoken van uw gedachten. De vrede, het grote geschenk van God. 366 keer wordt het in de Bijbel vermeld: Vrede zij U, de Vrede van de Heer zij altijd met U, Sjalom!

Na een genezing moeten we echter ons leven ook wat herinrichten, misschien op een wat andere basis. En daarom schrijft Paulus ook i

En dan besluit Paulus: als je het zo aan boord legt; “Dan zal de God van vrede met u zijn”. (bvv)

Zondag 27 Jaar A (Bezinning 2)
"GOED NIEUWS"
2 oktober 2005  

Het evangelie van vandaag gaat over mensen die hun pacht niet willen betalen en zelfs de bedienden van de landeigenaar mishandelen en doden en zich tenslotte meester willen maken van die wijngaard door de zoon, de erfgenaam zelf te doden. Die landeigenaar zal hen dan ook streng straffen.

Een triestige geschiedenis. Zoals we er vaak het het Nieuws op radio en TV kunnen vernemen. Is er dan nooit eens wat goed nieuws, vragen we ons dan af.

Toch wel, en ook in dit evangelie steekt er heel wat goed Nieuws, maar ook altijd een stukje vermaning: zorg dat je niet naast het geluk grijpt, zorg dat je het Blijde Nieuws echt tot jou laat komen!

Wat is dan het Goede Nieuws van vandaag. Dat God zijn volk, dat God zijn mensen het geluk aanbiedt, een zinvol bestaan in zijn Rijk, binnen zijn domein. Wij mogen weten dat Gods liefde ons omgeeft. God verwacht dat we volgens zijn verlangen leven, want daar alleen vinden we de echte vervulling van ons leven, ons echte geluk. En daarom zendt God ons profeten, mensen die ons de weg wijzen, die ons zeggen waar het op aankomt, herders die ons in zijn Naam de echte waarden aanwijzen en zeggen wat we moeten vermijden… Wij mogen dat zien als uitingen van Gods liefde. En als opperste bewijs van zijn liefde, heeft God ons zijn Zoon gezonden : Jezus, die de ware weg naar het echte leven is. Jezus heeft ons getoond dat God echt liefde is, dat Hij ons geluk wil: Jezus’ goedheid en zorg voor zieken, melaatsen en zondaars is daarvan een overtuigend bewijs. Zijn woorden zijn woorden van leven, zij geleiden ons zelfs tot het eeuwig leven. En Jezus heeft ons tot het uiterste liefgehad. Hij heeft zich gegeven voor ons geluk, tot de dood. Hij is als een afgekeurde steen, die in feite blijkt de hoeksteen te zijn van het hele gebouw: dank zij Hem blijven wij overeind.

Wie Jezus verwerpt, loopt in feite weg van het echte geluk.

Maar God wil ondanks alles zijn liefde schenken aan mensen, Hij wil dat zijn huis vol is met mensen die het echte geluk willen binnentreden en begrijpen dat ze dat maar kunnen vinden langs de weg die God hen aanwijst, in Jezus, zijn Zoon.

Is dit droef nieuws? Is die goed nieuws? Vrienden, laten wij het echte geluk dankbaar aanvaarden dat God ons aanbiedt en de weg naar het geluk gaan die Hij ons aanwijst. (bvv)

 

Zondag 26 Jaar A
GODS VERLANGEN DOEN
(25 sept. 2005)  

Jezus verlangde dat gelovige mensen oprecht zouden zijn ten overstaan van God en zich ook naar de mensen niet beter zouden voordoen dan ze waren. Die oprechtheid tegenover God, daar hadden ook de profeten van het Oude Testament regelmatig de nadruk op moeten leggen. “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij”, zo laten zij God soms verwijtend klagen. Lippendienst, maar geen echt godsdienst metterdaad.

Het voorbeeld dat Jezus hier geeft is duidelijk: De een zegt direct ja, maar zijn gedrag zegt in feite ‘nee, ik doe het niet’. De ander zegt ‘nee’, maar die krijgt spijt van die weigering en voert de opdracht toch uit. God heeft dan nog liever met zo iemand te doen, zegt Jezus, dan met mensen die zogezegd godsdienstig zijn maar niet echt leven en handelen volgens Gods verlangen.

En Jezus schandaliseert die schijnvromen door te wijzen naar de tollenaars en de ontuchtige vrouwen, die geen heiligenbeeldjes waren maar toch op het woord van Johannes de doper zich bekeerd hebben en van leven veranderden.

Vrienden, kunnen wij nog iets doen met die oude woorden? Wij weten stilaan wel dat het niet volstaat onszelf ‘gelovige’ of ‘christen’ te noemen. Er moet een leven aan beantwoorden dat minstens het verlangen uitdrukt om God echt te dienen, om echt Gods verlangen te doen.

‘Gods verlangen doen’, wat zou het kunnen betekenen. Waarschijnlijk niet heel speciaal gaan doen. Maar in het gewone leven van elke dag ons af en toe afvragen: Zou dit het verlangen van God zijn? Met welke ingesteldheid zou ik dit moeten doen? Is God akkoord dat ik wat ontspanning neem? Moet ik wat meer aandacht besteden aan mijn huisgenoten? Misschien kunnen wij ons inspireren aan het woord van de jonge Samuël: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert. Ik wil doen wat Gij verlangt’.

Willen wij dat echt, vrienden, ‘doen wat God verlangt’? Het is meestal geen probleem om te weten wat God verlangt. Als we geregeld bidden, Gods verlangen echt trachten te doen, dan zullen we omzeggens altijd aanvoelen wat God echt van ons verlangt. In bepaalde gevallen kan de onderscheiding eens wat ingewikkelder liggen, maar dan kunnen we aan een paar mensen vragen voor ons te bidden om licht.

Psalm 25, waaruit de tussenzang van vandaag is genomen, is een gebed dat we vaak zouden moeten bidden, de eerste verzen komen ook in de Adventstijd vaak terug:

Wijs mij uw wegen, Heer, leer mij uw paden kennen.

Leid mij volgens uw woord, want Gij zijt mijn God en Verlosser.

Op U stel ik altijd mijn hoop, omdat ik vertrouw op uw goedheid.

Gedenk uw barmhartigheid, Heer, uw altijd geschonken ontferming.

Herinner u niet het kwaad van mijn jeugd, maar denk aan mij met erbarmen.

De Heer is goed en rechtschapen, daarom wijst hij zondaars de weg.

Gods verlangen doen, geloven niet enkel met woorden maar vooral met ons leven, daarvan heeft Jezus ons het voorbeeld gegeven: Mijn spijs is het de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft en zijn werk te verrichten! Dat is echte godsdienstigheid, vrienden. Laten wij ons vandaag en de volgende dagen af en toe afvragen, of het voor ons ook onze eerste bekommernis is: in Gods wil te staan, zijn verlangen te doen, het werk te doen dat Hij hier en nu van ons verlangt. (bvv)

Zondag 25 Jaar A
ONS OORDEEL EN GODS GOEDHEID
(18 sept. 2005)  

In de loop van de week hoorden we een verschrikkelijk nieuws uit Bagdad. Op een marktplein was iemand werklui aan het ronselen voor een bouwfirma; toen hij een hele groep arbeiders verzameld had rond zijn camion liet hij die ontploffen. Tientallen doden, zonen, vaders, onschuldige mensen.  Iemand die de Boze tot zijn god heeft gemaakt en dan ook bereid is tot de verschrikkelijkste misdaden.  In het evangelie van vandaag gaat het heel wat vredelievender aan toe.

We zien daar iemand, God, die ook mensen wil aanwerven voor werk op zijn werf, zijn wijngaard. Hij trekt zo op verschillende tijdstippen naar de markt en nodigt telkens mensen uit om te komen werken volgens bepaalde condities, een denarie namelijk.  Bij de afrekening stelt zich – althans in de ogen van zij die een hele dag gewerkt hadden, een hemelhoog probleem. Zij krijgen de afgesproken denarie, maar dan doet zich het onbegrijpelijke voor: die werkgever, wil ook aan de laatsten hetzelfde loon geven.

Niet serieus natuurlijk. De werkgever geeft echter als uitleg: ik ben niet onrechtvaardig, want ik geef u het afgesproken loon. Maar in mijn goedheid wil ik ook aan de laatsten evenveel geven. Je moet me dat niet verwijten, tenslotte is het toch mijn bezit, en als ik daar liefdadigheid mee wil doen, dan hoe je me dat niet kwalijk te nemen.

Vrienden, Jezus vertelde deze parabel om aan te geven dat het Rijk van God niet enkel voor de godsdienstige specialisten is, zoals de Farizeeën en wetgeleerden, maar ook voor de grote groep gewone mensen. En de eerste christenen hebben die parabel ook toegepast op mensen die geen jood waren, maar toch ook Jezus erkenden als de Messias, de Zoon van de levende God. Met andere woorden dat het rijk van God niet enkel voor de joodse christenen was, maar voor alle mensen, uit welke nationaliteit dan ook, die in Jezus wilden geloven, die Gods wil trachten te doen.

Wat heeft die gelijkenis nu voor ons nog te betekenen? Als gelovige mensen, als christenen zien we wel eens neer op zij die niet of niet meer geloven, op mensen die niet helemaal leven volgens de christelijke moraal. Nu, vrienden, het is goed dat we geregeld samenkomen met christenen, zoals in deze viering, om ons geloof en onze christelijke levenswijze te versterken. Rond ons leeft men vanuit heel andere overtuigingen en volgens heel andere morele regels: men wenst vaak helemaal geen rekening te houden met Gods verlangen. Maar vrienden – en dat is een fout die we wel eens begaan – wij durven wel eens mensen veroordelen. En het is een heel andere zaak van iets te veroordelen, een gedrag, een opvatting en anderzijds een mens te veroordelen en hem slecht te noemen.

Jezus zie daarover: “… met het oordeel dat gij velt, zult gij geoordeeld worden en de maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken” (Mt.7,2).  En in de Jacobusbrief lezen we: “… onbarmhartig zal het oordeel zijn voor hem die geen barmhartigheid heeft bewezen, maar de barmhartigheid triomfeert over het oordeel” (Jak.2,13).

- Moeten we dan het slechte of onchristelijk gedrag van iemand zomaar goedkeuren. Natuurlijk niet! 
- Als God barmhartig is voor aan hele boel mensen die er een verkeerde levenswandel op nahouden, loont het dan nog de moeite je in te spannen om goed te leven, volgens Gods verlangen? Dat is een keuze die we maken. God heeft ons het licht en de genade gegeven om zijn verlangen te kennen en er naar te kunnen leven. We zijn de werkers van het eerste uur. Wij hebben onze verantwoordelijkheid. Andere personen hebben wellicht minder genade gekregen of minder talenten op geestelijk gebied. We moeten Gods goedheid haar gang laten gaan. Zelfs leven we tenslotte ook van Gods barmhartige liefde, die ons in leven riep en die ons heeft bestemd tot het geluk; Gods liefde die ons in staat stelde om Jezus te kennen en te mogen leven vanuit de kracht van de sacramenten en het gebed. Hoe vaak hebben wij Gods barmhartigheid niet nodig, zijn kracht, zijn vergevingsgezindheid.

Laat ons hart vol dankbaarheid zijn en laten we, in plaats van te veroordelen, eerder bidden voor hen die God niet kennen of niet leven volgens zijn verlangen of van wie God niet zoveel verwacht als van ons. (bvv)

Zondag 24 Jaar A
VERGIFFENIS SCHENKEN !!!
(11 sept. 2005)

Jezus Sirach 28,1-9 / Rom 14,7-9 / Matteüs 18,21-35

Vrienden, wij krijgen vandaag een woord te horen van Jezus, een woord over het ‘vergiffenis schenken’, een woord dat van ons een heel sterke beslissing vraagt: de beslissing om op God te gelijken voor wat de barmhartigheid betreft. Het Woord van God is op dat punt onverbiddelijk, het duldt geen uitvluchten: wil je dat God jou vergiffenis schenkt, dan moet je zelf de bereidheid hebben om jouw naasten vergiffenis te schenken.

Reeds in het Oude Testament – we hoorden het in de 1ste lezing, klinkt Gods woord radicaal: “Wie wraak neemt, zal de wraak van de Heer voelen: Hij zal zijn zonden nooit uit het oog verliezen. Vergeef uw naaste zijn onrecht; dan worden, wanneer gij er om bidt, uw eigen zonden kwijtgescholden!”

Van Jezus zouden we eerder wat zachtere woorden verwachten, maar ook Hij klinkt bijna onverbiddelijk: “Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt”. Het verheugende van dit woord ligt echter hierin dat als we onze naaste vergeving schenken, God ons ook vergeving schenkt. Naast ons gebed om vergeving is dat het enige dat wijzelf kunnen inbrengen om Gods barmhartige liefde over ons te laten komen.

Vergiffenis schenken. Als wij dat niet doen, wordt ons samenleven met medemensen onmogelijk. Als wrok en wraak de relaties tussen mensen en volkeren en bevolkingsgroepen blijven vergiftigen, gaat onze wereld stuk. We zien dat op wereldvlak, maar wijzelf moeten in onze eigen omgeving en leefwereld een andere richting willen gaan. Vergeving schenken, elke dag tegenover de mensen met wie we die dag te maken hadden. Vergeving schenken aan elkaar, vooral in het gezin en in onze buurt en werkmilieu. Het is veel gevraagd, maar laat het ons proberen, elke dag, met Gods genade. Heer, help mij hem of haar vergeving te schenken.

Vrienden, vraagt Gods Woord, vraagt Jezus ons vandaag toch niet teveel? Is het niet wat te overdreven? Ik wil het woord van Jezus een beetje verzachten. Soms is het moeilijk om direct vergiffenis te schenken. Je kan soms zo gekwetst worden door iemand, dat je er innerlijk kapot van bent. Je huwelijkspartner bedriegt je, laat je in de steek; mensen hebben achter je rug je beklad, een vertrouwde vriend heeft zijn mond niet kunnen houden over iets dat je hem of haar had toevertrouwd… Of denk aan de ouders of familieleden van vermoorde of verkrachte kinderen, aan mensen die overvallen zijn… Je kan niet verwachten dat die zomaar direct tot vergiffenis in staat zijn. En zelf hebben we op kleiner vlak het soms ook wel moeilijk. Ik denk dat dit woord over de vergiffenis dan in die zin een herscheppend woord is dat de Heer ons zegt: laat je hart niet vergiftigd worden door wraak en negatieve gedachten. Ik weet dat je op dit ogenblik die persoon niet kunt vergeven, maar Hij is ook mijn kind en ik wil hem of haar zegenen opdat hij of zij innerlijk van het kwaad vrijkomt en toch mijn heil deelachtig kan worden. Op een moment waarop je het kunt, zeg dan: “Heer, ik kan op dit moment die persoon die dat kwaad heeft aangericht niet vergeven, maar zegen hem, zegen haar”. Als wij tot vergeving komen, zal de zachte zalving van de heilige Geest ons hart aanraken met innerlijke genezing en vrede (bvv)

Zond. 23 Jaar A 
DE BROEDERLIJKE VERMANING
(4/09/2005)

Ez.33,7-9 /Psalm 95,1-9 / Rom. 13;8-10 / Mt.18,15-20

Het is een heel delicate zaak waartoe het woord van God ons in deze liturgische viering oproept. Het gaat om de broederlijke vermaning. Aan iemand zeggen dat wat hij doet of de manier waarop hij leeft, eigenlijk niet zo goed is, eigenlijk niet het echte geluk gaat meebrengen of dat het tekort doet aan andere personen. Dus eigenlijk een beetje voor zedenpreker gaan spelen, een ander mens terechtwijzen. Eigenlijk geen sympathieke rol waartoe Gods Woord ons vandaag nochtans oproept.

De profeet Ezekiël krijgt van God te horen dat, als hij de zondaar niet terecht wijst, de ondergang van die mens aan de profeet zal aangerekend worden.  En Jezus in het evangelie benadrukt ook de zorg die we moeten hebben voor de redding van onze medemens. Als je broeder gezondigd heeft, wijs hem dan terecht; je hebt dan je broeder gered. Luistert hij niet, haal er dan nog een paar medechristenen bij en leg het desnoods voor aan de kerkgemeenschap. Is er echt niets aan te doen, ja, je hebt dan tenminste je verantwoordelijkheid opgenomen, je deed wat je moest doen.

Het gaat hier in eerste instantie niet over de zending naar ongelovigen toe, maar naar leden van je christengemeenschap die een slechte weg opgaan. We moeten geen spionnen zijn, maar we moeten wel begaan zijn met het heil van onze medechristenen. Dit is dus niet uitsluitend de taak van de pastoor of van de priesters. We zijn allemaal verantwoordelijk voor onze medemensen, en speciaal voor onze medechristenen. Verantwoordelijk wil in dit geval zeggen: wij hebben de plicht anderen te helpen op de weg naar het heil, naar het echte geluk en dus hebben we de plichten hen te waarschuwen wanneer ze de weg naar hun ongeluk oplopen.

Vrienden, als een medechristen, een familielid of buur of een vriend een slechte weg opgaat, treft ons dat dan? Gaat ons dat aan, doet ons dat pijn? Vinden wij het erg voor die persoon zelf? Maar vrienden, er is nog een andere vraag die we dan moeten stellen: als het spijtig is, wat doen wij eraan?

Het begint inderdaad met die eerste vraag:  Voelen we aan dat wij ook moeten zorgen voor het echte heil van onze medemens, speciaal van onze medegelovige?  Dat is een eerste opdracht.  Maar vinden we dat ook erg dat iemand zijn ongeluk tegemoet gaat? Of trekken we ons daar niets van aan. Hij moet het maar weten. Ieder heeft zijn eigen vracht te dragen. ’t Is zijn keuze. Ons bezorgd voelen voor het heil van de ander.

En wat deden we daar dan aan? Dat is immers de tweede opdracht. Je kan voor die persoon bidden.  Wij mogen de kracht van het gebed niet onderschatten. Maar soms mogen we ook iets zeggen, een vraag, een opmerking, ja, een terechtwijzing op de goede manier. Vriendelijk maar ernstig, natuurlijk, steeds vanuit het besef dat wijzelf ook maar zwakke mensen zijn, die vaak tekort komen en die de genade van God, ook zijn barmhartigheid, voortdurend nodig hebben.

Maar hebben we wel het recht om anderen terecht te wijzen? Moeten we die persoon niet vrij laten?  Je kan iemand toch niet verplichten om te geloven of om zo of zo te leven? We moeten inderdaad respect hebben voor de ander, wij kunnen een ander persoon niet verplichten om de weg te gaan die wij voor de beste houden. Maar hebben we al eens een stap gezet om iemand terecht te wijzen wanneer dat wenselijk zou zijn? Hebben we onszelf al eens gecompromitteerd om te zeggen wat wij verkeerd vinden en wat we de juiste weg vinden?  Want wij mogen ons niet reeds p voorhand verschuilen achter dat respect voor de vrijheid van de ander, terwijl de echte reden gewoon is dat we ons generen om het te doen, we zijn te verlegen, we denken dat we de juiste woorden niet gaan vinden…

Belangrijk is dat we in deze taak van de broederlijke vermaning niet handelen vanuit een gekwetste gevoelens, omdat we ons kwaad voelen innerlijk. Het moet echt gebeuren vanuit liefde, vanuit bezorgdheid voor die persoon en dan moeten wij bidden om het licht van de heilige Geest om de juiste houdding aan te nemen en de juiste woorden te spreken.

Wat een mooie en grote zending om verantwoordelijk te zijn voor onze broeders en zusters en om hen te helpen op de weg naar het echte heil. En waar ons optreden en onze woorden niets uithalen? Er is ook nog God die recht kan schrijven op kromme lijnen. In ons gebed brengen wij die persoon naar het hart van God. (bvv)

ZONDAG 22 JAAR A
Gods verlangen doen zoals Jezus
(Mt. 16,21-27) 

Ik ga geen namen noemen, maar er zijn van die politiekers die een boel zaken beloven en die, als je er achteraf gaat naar kijken, er eigenlijk heel weinig van terecht gebracht hebben. Misschien hebben zij geen hoge dunk van hun kiezers, dat dat toch maar mensen zijn die gemakkelijk te lijmen zijn, die de beloften geloven en achteraf niet controleren of er wel iets van in huis komt…

Wel, zo iemand is Jezus echt niet. Die zegt waar het op aankomt. Die zegt wat er van aan is. Vorige week heeft Hij Petrus zalig geprezen omdat die zo’n mooie geloofsbelijdenis uitsprak: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”. Maar vandaag zegt Jezus dat het met Hemzelf slecht gaat aflopen in Jeruzalem, maar dat Hij er toch naartoe moet gaan. Hij zegt er ook nog bij dat Hij gaat ter dood gebracht worden en dat hij op de derde dag zou verrijzen.

Dat laatste heeft Petrus zelfs al bijna niet meer gehoord omdat hij de gedachte niet kan verdragen dat Jezus zou verworpen worden en gedood worden. “Dat verhoede God, Heer! Zoiets mag U nooit overkomen!”. 

Dat is natuurlijk weer helemaal Petrus. Hij is echt verknocht aan zijn Meester, Hij gelooft echt in Hem, Hij wil Hem dan ook echt gelukkig en behouden zien…

Wij zijn ook allemaal mensen die het geluk willen voor onszelf, en voor de personen die ons dierbaar zijn, en, als we wat ruimdenkend zijn, wensen we zelfs het geluk voor ieder mens…

Maar de weg naar dat geluk willen wij ook zo harmonieus mogelijk houden. Er mag niets mislopen. Maar, vrienden, zo is het leven niet. Zo gaat het er niet aan toe.

Wij applaudisseren voor sportlui die een overwinning behalen, voor onze voetbalploeg die gewonnen heeft. Maar wat we vaak vergeten zijn de vele uren en jaren van training, van harde inspanning, jezelf pijn doen om je conditie op te bouwen, je grenzen te verleggen.

Als je een moreel hoogstaand mens wil zijn, of een gelovig mens, dan gebeurt dat ook niet zonder slag of stoot, zonder inspanning. Integendeel, het vraagt een dagelijkse ascese, trouw aan je gebedstijd, je inspannen om te beantwoorden aan Gods verlangen… Het gaat niet allemaal vanzelf, zelfs al doet God het eigenlijke werk, wij moeten wel meewerken met de genade die Hij ons geeft.

Als wij onszelf al die inspanningen willen besparen, zal er weinig in huis komen van onze geestelijke groei, we gaan ons dan vlug neerleggen bij een halfslachtig leventje en dan gaat het vlug bergaf met ons hele godsdienstig leven.

Ook aan de honderdduizenden jongeren die in Keulen bijeen waren heeft paus Benedictus geen zoetekoekchristendom voorgespiegeld, maar hen naar de kern van het christelijk geloven gevoerd. Zij weten waar de kern van dat christendom ligt en voor welke opdracht ze staan.

Als Petrus zich dan keert tegen het feit dat Jezus' leven geen successtory wordt, dan keert Jezus zich tegen hem: “Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot. Gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil”. Jezus wil zijn weg ten einde gaan, daar waar zijn trouw aan God Hem zal leiden. Wie zich daar tegen keert is als een satan die Jezus van zijn zending wil afbrengen. Zoals de profeet Jeremia in de eerste lezing zou Jezus kunnen zeggen: “Het woord van de Heer brengt mij iedere dag schande en smaad”. Dat zouden ook heel wat christenen kunnen zeggen: het feit dat ik christen ben en als christen tracht te leven maakt me soms belachelijk in de ogen van mijn vrienden, mijn werkmakkers… In verscheidene Vlaame kranten wordt wat gelachen met de Jongeren die in Keulen op de WereldJongerenDagen waren. De profeet Jeremia zegt zelf: “Soms denk ik: Ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in zijn naam. MAAR dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden maar het lukt me niet”. De profeet voelde zich gestuwd om in Gods dienst te blijven staan en te doen wat God Hem opdroeg. Zo deed ook Jezus: geen stap achteruit, geen stap opzij, maar in alles doen wat God verlangt. Vrienden, het is een uitnodiging tot ieder van ons, om ook in alles Gods verlangen te doen. Wees niet bang. Gods genade zal u helpen in het leven dat het uwe is, het leven van elke dag.

Laat deze ontmoeting met de Heer Jezus in zijn woord en zo dadelijk in de heilige maaltijd een sterke ontmoeting zijn die ons vormt naar zijn beeld en gelijkenis. (bvv)

Jaar A Zondag 21 (21/08/2005) 
Getuigen over Jezus

Zoals u weet, vrienden, staan de Wereldjongerendagen in Keulen zo wat in het teken van de Driekoningen, Wijzen uit het Oosten die de ster volgden die hen naar de nieuwgeboren Koning zou brengen, de grote Koning die de wereld op een nieuw spoor zou zetten. Hem wilden ze hun hulde gaan brengen…

Het trof mij dat paus Benedictus – of was het bisschop Weissner? -  zei: Het volstaat niet op tocht te gaan, het volstaat niet dat we hier met zovelen zijn samengekomen, onze tocht moet leiden tot bij Christus. Hem willen wij onze hulde brengen, van Hem verwachten wij heil en vernieuwing.

Jezus vraagt in het evangelie: Wie ben Ik volgens de mensen?  Sommigen zeggen Johannes de doper, anderen Elia, de grote profeet, weer anderen Jeremia of een van de profeten… Maar de leerlingen weten wel dat Jezus meer is dan dat. En Hiij, Hij wil het hun luidop horen zeggen: “Maar gij, sprak Hij tot hen: wie zegt gij dat Ik ben?”

Simon Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Simon Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”. Gij zijt de gezalfde, de door God gezondene tot heil van de wereld. Op een ander moment zal Petrus zeggen: “Heer, tot wie zouden wij gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven”; Gij wijst de weg naar het echte leven. En Jezus zelf zal dat beamen: “Ik ben de weg naar het echte leven: de weg, de waarheid, het leven”.

De belijdenis van Petrus ligt dan vlakbij de uitspraak van de kerkleider die vorige donderdag zei: Het volstaat niet op tocht te gaan in het leven, onze tocht moet leiden naar Christus. We moeten doorstoten tot bij Hem.

Vrienden, laten we dat woord eens naar ons leven brengen: het volstaat niet hier naar de mis te komen, we moeten echt doorstoten tot bij Christus. Ons samenkomen hier rond het Woord van God en rond de heilige tafel moet een ontmoeting zijn met Hem die zegt: Ik ben de ware weg naar het echte leven. Kom dan tot Hem met heel je hart, spreek met Hem, vraag Hem dat Hij uw leven zou leiden, kom Hem ontmoeten in het heilig sacrament van de Eucharistie. laat je raken door zijn woord: Wie zegt Gij dat Ik ben. Wel, zeg Hem wat je van Hem denkt. En luister eerst naar wat Gods Geest je ingeeft in je hart.

Maar niet enkel in dit gebouw en tijdens de Eucharistieviering moet je uitkomen bij Jezus. Ook je leven in je gezin, uw dagelijks op weg zijn, zelfs je leven op je werk moet gericht zijn naar Jezus toe, naar de ontmoeting met Hem. Want vanuit Hem ontvangt jouw leven zin en inhoud. Vanuit Hem ontvang je de kracht om in al die situaties te leven volgens Gods verlangen, en dat betekent dat jouw leven in al deze situaties een zinvol en waardevol leven kan zijn in Gods ogen.

Dit kan wat ingewikkeld lijken. Maar als we erin slagen om wat meer met Jezus op weg te zijn, krijgt ons leven zoveel meer diepgang. We zullen minder gebukt gaan onder tegenslagen, er gaat stilaan een onderstroom komen in ons leven waar we ons geborgen voelen, waar we weten dat we aanvaard en gedragen worden door de liefde van God, die Zich in Jezus heeft laten zien en ervaren.

Wie zegt gij dat Ik ben? Heer Jezus, Gij zijt de Messias, de Gezondene, de Zoon van de levende God, Gij zijt het die ons leven ophaalt uit de verlorenheid en het laat openbloeien in het licht van God, die Liefde is. (bvv)

Zondag 20 Jaar A (14 augustus 2005)
Een Kananese vrouw wordt geholpen door Rabbi Jeshoea

(Jes.56,1.6-7; Rom.11,13-15.29-32: Mt.15,21-28)

In de bijbel krijgen we soms van die gebeurtenissen en verhalen, heel gewone verhalen waarbij de mensen die ze hoorden zich goed voelden, maar dan komt er plots zo’n staartje aan waarbij mensen van Godswege een boodschap te horen krijgen die hen optilt uit hun gewone denken en hen uitnodigt om andere wegen te gaan.

U kent het verhaal van Abraham die zijn zoon Izaak moest offeren aan God om zo zijn totale toewijding en Godsvertrouwen te tonen. De mensen van toen konden zoiets wel begrijpen, beter dan wij. Maar dan neemt het verhaal plots een andere wending wanneer God laat weten: Abraham, raak de jongen niet aan, ik weet dat Gij mij toegewijd zijt. God laat in feite weten dat Hij niet gediend is met mensenoffers. Dat was dan ook de grote les midden dat verhaal van vertrouwen op God. Gedaan met mensenoffers te brengen aan God of zogezegde goden.

Vandaag zien we Jezus aan het werk. Of liever: Hij doet niets, geeft geen antwoord aan de Kananese vrouw, een niet-Joodse. Joden konden dat heel goed verstaan: je gaat niet om met heidenen. Toch zeggen de apostelen: Heer, stuur die vrouw weg, want ze blijft ons maar achterna roepen. Geef haar, waar ze om vraagt, haar geroep is vervelend voor iedereen. Jezus antwoordt: Ik ben alleen tot Joodse mensen gezonden. “Heer, help mij”, is het enige antwoord van de vrouw. Volledig in de stijl van het Oude Testament en de superieure overtuiging van het uitverkoren volk antwoordt Jezus: “Het eten is voor de kinderen, je geeft dat niet aan de honden”. Heidenen werden door de Joden voor honden uitgescholden; een beetje zoals moslims, als ze kwaad zijn, ook christenen voor honden uitschelden, zeker in Oosterse landen. Maar de kananese vrouw laat zich niet doen: zij wil haar dochter genezen zien van de geestelijke of psychische ziekte waar ze onder lijdt. “Honden eten toch de kruimeltjes die onder de tafel vallen”.  En dan spreekt Jezus niet meer over honden, maar spreekt met groot respect bijna een zaligspreking uit over de vrouw: “Vrouw, ge hebt een groot geloof! Uw verlangen wordt ingewilligd”. En van dat ogenblik was haar dochter genezen.

Aanvankelijk vonden de omstanders Jezus houding normaal: je bemoeit je niet met heidenen en ongelovigen. Maar aan het slot van dit evangelie wordt de Kananese vrouw door Jezus als voorbeeld van groot geloof gesteld in het bijzijn van de gelovige menigte: 'Vrouw, ge hebt een groot geloof' en zij krijgt het voor haar grote geschenk van de genezing van haar dochtertje.

Vrienden, wij leven in een tijd waarin onze wereld wordt opengetrokken. Wij komen vanuit een vrij gesloten samenleving terecht in een wereld met veel andere volkeren, culturen, godsdiensten. Wij durven wel eens neerzien op andere culturen. Wij zien vaak bij de anderen vooral het negatieve en afkeurenswaardige. Misschien moeten wij ook zoeken naar het positieve, zoals Jezus dat enorme geloof zag bij de Kananese vrouw en de liefde voor haar kind. Tegenover de terreur waarmee moslimextremisten ook Europese landen hebben getroffen moeten wij opletten dat we niet alle moslims en de hele Islam gaan veroordelen. Zonder onze eigen overtuiging prijs te geven, zonder ook maar in iets tekort te doen aan onze christelijke eigenheid, en zonder het verkeerde goed te keuren of door de vingers te zien, moeten wij toch ook de positieve kanten van die godsdienst en die gelovigen weten te erkennen. In het evangelie van vandaag nodigt Jezus zelf ons daartoe uit. Ik weet dat sommigen van ons het daar moeilijk mee hebben, maar Jezus’ voorbeeld in dit evangelie en het voorbeeld van de wereldwijde kerk de eeuwen door is er een van toewending naar de mensen, van welke cultuur dan ook, om aan hen allen iets van Gods menslievendheid te tonen in woord en vooral in de christelijke manier van leven en omgaan met medemensen. Moge de kracht van dit evangelie ook ons daartoe bewegen in ons denken, spreken en handelen. (bvv)

 

Zondag 19 Jaar A   
Storm op het meer 

Mt. 14,22-33 / 1 Kon. 19,9a.11-13a)

Jezus had nu eens de kans om zich te affirmeren als redder, als Heiland, als koning, als redder van de mensheid. Vermoedelijk zagen de leerlingen ook hun kans om nu te delen in zijn wonderbaar succes na de broodvermenigvuldiging… Maar Jezus dwingt hen van scheep te gaan. En zelf stuurt Hij het volk naar huis… In plaats van zich het applaus van de menigte te laten welgevallen, trekt Jezus zich terug op de berg om in afzondering te bidden. Jezus geeft ons hier o.m. een voorbeeld van scherpzinnigheid: het relativeren van uiterlijke dingen om zich te begeven in de zaken die echt belangrijk zijn. Wat moest gedaan worden is gebeurd: Hij heeft de hongerigen verzadigd, de mensen die naar zijn evangelieprediking geluisterd hadden en Hem de hele dag gevolgd waren. Nu geeft Hij zijn tijd en zijn aandacht aan God.

Is bidden iets wereldvreemds? Nee, als ons hart op de goede manier bij God is, zijn we nooit ver van de mensen. God is met de mensen begaan en zal ons wel gebruiken om iets voorhen te doen als dat nodig is. 
De leerlingen komen in een storm terecht, zo’n plots opstekende korte maar hevige storm die kenmerkend was voor dat meer van Gennesaret. En dan komt Jezus naar hen toe. Ze verwachtten Hem niet en ze schrikken. Hij moet zelfs zeggen: “Wees gerust, Ik ben het. Vrees niet”.

Ik ben er zeker van dat de leerlingen, al waren het dan meestendeels vissers, ondertussen zullen gedacht hebben.  Was Jezus nu maar hier! Dat ons dat juist nu moet overkomen! En vrienden, dat denken wij soms ook als we eens ernstig in de penarie zitten, door gezondheidsproblemen, door problemen op het werk of als ons gezin op de proef wordt gesteld… Dat ons dat nu juist moet overkomen. Was Jezus nu maar hier. Wel, vrienden, midden die stormen worden we uitgenodigd om zoals Petrus tot Jezus te komen en ons niet uit het evenwicht te laten brengen, niet te wanhopen, blijven vertrouwen. Desnoods, als we de grond onder onze voeten voelen wegzakken, met heel ons hart roepen:”Heer, red mij”.

En samen met Jezus de boot instappen. In het evangelieverhaal ging de wind dan liggen. Het kan zijn dat in ons leven de storm niet direct gestild wordt. Maar ons hart wordt wel gesterkt, er komt een bron van vrede in ons, een soort van sterkte en van heel diep vertrouwen waardoor wij uitroepen: Gij zijt redder, Gij zijt waarlijk de Zoon van de levende God. Ondanks de storm, ondanks de problemen, ondanks het gewicht van de moeilijke dagen kunnen wij het leven aan en worden onze dagen verlicht door een vriendelijk licht van hoop en vrede: de nabijheid van onze Heer. (bvv)

 (Verdere bezinning over Mt. 14,22-33 Klik hier: Storm op het meer en in ons leven)

Zondag 18 Jaar A  (31 juli 2005) 
Geef gij hun maar te eten
(Jesaja 55,1-3; Rom. 8,35.37-39; Mt. 14,13-21)

We worden vaak overspoeld met berichten van hongersnood in Afrikaanse landen. Bij een grote droogte en totale mislukking van de oogst. Dan in het ene land, dan  in het andere. Een andere keer is er een Tsunami, een zeebeving met noodlottige gevolgen. Ook dan wordt er weer beroep gedaan op onze edelmoedigheid. En als je durft geven aan een goed werk, dan krijg je soms voor de rest van je leven allerlei bedelbrieven van sociaal-caritatieve werken, van een of andere missiepost enz… Soms vind je het vervelend. Of je echtgenoot of echtgenote vindt dat het al wel geweest is…

Ik weet niet wat Jezus en de leerlingen ervan vonden toen ze er eens alleen op uitgetrokken worden. Want waarschijnlijk gaat het hier over de zorg van Jezus, die zijn vrienden eens had uitgenodigd voor een uitstap en om een rustig te kunnen picknicken en wat bij te praten…

Als hun scheepje aanmeert op de plaats waar ze wat willen uitblazen, staat hen daar een grote menigte op te wachten…

In het evangelie staat daar geen enkele bemerking bij, geen punt zelfs om een andere zin te beginnen. De zin gaat gewoon verder: hij kreeg diep medelijken met hen en genas hun zieken. En verder zal Jezus hun wel onderricht hebben zoals Hij gewoon was. Wanneer de zon stilaan ondergaat vinden de leerlingen dat het nu wel welletjes geweest is want bovendien is er geen eten voor al die mensen. “O, zegt Jezus, ’t is niet nodig dat zij weggaan, geeft gij hun maar te eten”. De leerlingen staan er verbouwereerd bij. Ze beschikken maar over 5 van de platte Oosterse broden en twee vissen. “Breng die dan hier”, zegt Jezus. Hij doet de mensen neerzitten in het gras, spreekt een zegengebed uit over de broden en de vissen en lat ze uitdelen aan heel die menigte die er mee verzadigd wordt.

Als je dit verhaal legt naast die grote noden waarover ik het eerst sprak, die regelmatige hongersnood in Afrika, dan worden we wel wat op een verkeerd been gezet. Want wij weten dat het niet volstaat van even te bidden voor die noden opdat alles in orde zou komen. Er moet met grote middelen geholpen worden. En ondertussen moet er op grote schaal voor gezorgd worden dat die landen zichzelf kunnen helpen, desnoods wat geholpen door de landen rondom…

Wij weten echter dat wijzelf onze welvaart trachten veilig te stellen, wij hebben niet graag dat onze producten ginder goedkoop geproduceerd worden maar eisen dat er dan zware invoerrechten betaald worden; wij importeren soms hun grondstoffen, verwerken die hier en leveren afgewerkte en kostbare zaken aan hen… Die arme landen hebben moeten lenen, en onlangs hebben de rijkste landen een deel schulden of de intresten kwijtgescholden… een stap in de goede richting, maar onvoldoende als die landen niet mee hun inbreng mogen hebben in de wereldwijde handel, op een manier dat zij er ook hun bevolking kunnen mee verder helpen…

Jezus’ aandacht voor de noden van mensen mag ook ons inspireren. Hun materiële noden, hun noden op het vlak van de gezondheid, hun geestelijke noden. Dat is trouwens steeds de bedoeling geweest van een evenwichtige missionering. De mens leeft niet van brood alleen: hij heeft ook nood aan waarheid, aan waarden, aan het woord van God. Maar anderzijds moeten we de mensen niet met een geestelijk kluitje in het riet sturen en hem in zijn armoede laten.

Bidden wij in deze viering van Jezus’ totale gave, dat wijzelf zouden bezield worden met de gezindheid die Hem bezielde: het echte medelijden dat voor deugdelijke oplossingen zorgt. (bvv)

Zondag 17 Jaar A 
De beslissende keuze
Matteüs 13,44-52

Iemand vindt een grote schat in een akker en doet alles om die akker te kopen. Iemand ziet een wondermooie parel en gaat alles verkopen om die waardevolle parel in handen te krijgen.
Vrienden, in deze twee gelijkenissen heeft Jezus het over het Koninkrijk van God: leven binnen dat Koninkrijk, daarin ligt heel ons geluk. Om dat Koninkrijk binnen te komen, om binnen de Koninkrijk te leven zouden we alles moeten over hebben, zouden we ons tot het uiterste moeten inspannen…

Wij spannen ons in voor zoveel zaken. Voor ons werk, voor onze eigendom en onze financies, voor onze gezondheid… Als we wat aandacht hebben voor anderen spannen we ons ook in voor het geluk van ons gezin, van de mensen om ons heen, van de armen over de wereld… En dat alles kan al in de lijn liggen van Gods Koninkrijk. Want Gods Koninkrijk is daar waar God het voor het zeggen mag hebben. Als we Gods verlangen doen, leven we binnen Gods Koninkrijk. En dan gaan we doen wat God van ons vraagt op elk moment… Het echte geluk vinden we niet buiten dat Rijk van God, buiten Gods wil.  Als we binnen het verlangen van God leven, zal heel ons leven goed ingericht zijn, is er geen wanorde. We gaan onze eigen gezondheid verzorgen omdat het Gods wil is, we zullen ons werk zo goed mogelijk doen, omdat het Gods wil is, we gaan het leven van anderen respecteren en ons inzetten voor hun geluk omdat het Gods wil is. En binnen dat verlangen van God, binnen Gods Koninkrijk vinden we ook ons echte geluk. Voor dat leven binnen Gods verlangen, moeten we al het andere opzij zetten.

Vrienden, hoe gaan wij dat doen vandaag? Hoe gaan we daar in de komende week aan werken? Gaan we het doen uit eigen kracht of gaan we in het gebed en door de kracht van Gods woord en van de ontmoeting met de Heer in deze Eucharistie ook volop beroep doen op Gods hulp?

Tenslotte, vrienden, maakt Jezus ons in een derde vergelijking duidelijk dat het leven geen lachespelletje is, we maken wel degelijk een definitieve keuze: de keuze voor het echte geluk, het echte leven, of de keuze voor de ondergang. Het Rijk der hemelen gelijkt op een sleepneg dat in zee geworpen, vissen van allerlei soorten bijeenbracht… Maar dan wordt duidelijk hoe ons leven geweest is. Was ons leven getekend door het vervullen van Gods wil? Of hebben we maar geleefd volgens ons eigen goesting? Het beeld van de vuuroven toont dat de mensen die buiten Gods wil leefden, hun vrije wil voor het verkeerde hebben aangewend. Mislukte levens. We gaan er zelf niet over oordelen, we laten het oordeel aan God. Voor wat ons eigen leven betreft, gaan we deze week ons erover bezinnen waar Gods verlangen ligt, hoe we meer binnen Gods verlangen kunnen leven en op welke hulp we daarbij beroep kunnen doen. (bvv)

 

Jaar A Zondag 16 door het jaar
Het goede zaad laten vrucht dragen

Vorige zondag heeft Jezus ons de parabel van de zaad verteld, het zaad dat in goede of minder goede aarde terecht kwam, het Woord van God dat onthaald en begrepen wordt, ter harte wordt genomen of … niet, of maar ten dele, of maar tijdelijk…

Vandaag gaat het over goed zaad en … over onkruid dat gezaaid wordt… Je moet al iets van de tuin- of landbouw afweten om goed te weten wat goed zaad of onkruid is. Het zou kunnen zijn dat je bij het wieden niet enkel het onkruid, maar ook het goede in een mens of in de samenleving mee uitrukt. Opletten dus als je begint te oordelen en veroordelen.

Maar natuurlijk, ondertussen blijft het toch wel zo dat in de samenleving er naast het goede ook het verkeerde aanwezig is en meestal maakt het verkeerde heel wat meer lawaai dan het goede… We moeten wakkere en consequente christenen blijven.

De samenstellers van het Mattheüsevangelie hebben dan nog twee korte vergelijkingen hierbij geplaatst: Het heel kleine mosterdzaadje dat toch een grote struik wordt. Het Rijk van God begint vaak heel klein, heel nederig, zonder veel tralala, maar het kan grote invloed uitoefenen. De katholieke kerk staat de laatste decennia zwaar onder druk en onder kritiek, toch hebben we naar aanleiding van het overlijden van paus Joannes-Paulus II gezien wat een grote morele invloed ze nog heeft.

En dat is trouwens de roeping van de christengemeenschap, om niet met macht en machtsmiddelen uit te pakken, maar in alle eenvoud de samenleving te beïnvloeden door woord en vooral door haar leven opdat die samenleving meer en meer zou beantwoorden aan Gods verlangen, zodat het echte heil van de mensheid bewerkt wordt. Zoals een vrouw het gist verwerkt in de bloem tot deze helemaal doorgist is.

Goed en kwaad zijn aanwezig in onze samenleving: het goede moet niet met geweld en machtsmiddelen Gods Rijk aanwezig brengen, maar door consequent getuigen, vooral door onze manier van leven volgens Gods verlangen. De rest is Gods werk, en wees maar gerust, als we Hem niet teveel in de weg lopen, dat breekt Gods Rijk wel door in meer en meer harten.

De 3de zondag van juli viert de Redemptoristenfamilie traditioneel het Feest van de Allerheiligste Verlosser (Redemptor), Jezus Christus die zich gegeven heeft tot het uiterste voor ons geluk. Hij heeft de dood niet gezocht, Hij heeft niet de dood van anderen gezocht om iets te bereiken; Hij heeft gewoon consequent geleefd en de woorden gesproken die gezegd moesten worden en daarom heeft men Hem gedood. Zijn leven was totaal toegewijd aan God en zijn woorden waren woorden van heil en eeuwig leven. Daarom heeft God zijn leven en zijn sterven aanvaard en het tot blijvend heil gemaakt voor allen die tot Hem komen. Dit devotiefeest van de Congregatie van de Allerheiligste verlosser (Redemptoristen) is dan ook een feest van dankbaar gedenken van alles wat Jezus voor het heil van de mens heeft volbracht en wat de leden van deze congregatie sedert 1732 aan ontelbare mensen hebben verkondigd: Copiosa apud Eum Redemptio - Bij Hem is overvloedige verlossing, vandaag en voor eeuwig! (bvv)

 

Jaar A Zondag 15 
God spreekt tot ons hart

(Jes. 55,10-11 / Rom 8,18-23 / Mt. 13,1-23)

De parabel van de zaaier. Jezus heeft het wel eens meer over de zaaier en over zaaien. Hier gaat het over het Woord van God dat gezaaid wordt in ieder mensenhart. God spreekt, God zaait zijn woord voortdurend, ook in de vakantietijd. Soms wordt het onmiddellijk gedood door het kwaad. Soms vinden wij het echt goed maar geven wij het de kans niet om zich in ons hart en ons leven te ontwikkelen. Het zaad valt dan als het ware op een rotsachtige plek. Soms krijgt het woord van God geen kans om zich in ons hart en ons leven te ontwikkelen omdat we met zoveel andere zaken bezig zijn, ook zaken die niet echt noodzakelijk zijn: “de zorgen van de wereld en de begoocheling van de rijkdom” noemt Jezus met naam. En soms, ja soms valt het woord van God ook in vruchtbare grond: iemand hoort het, verstaat het en gaat er naar leven. Het draagt vrucht: honderdvoudig zelfs, of zestig- of dertigvoudig.

Vrienden, hoeveel goede woorden hebben wij in ons leven al gehoord in preken en allerlei onderrichtingen, hoeveel mooie deugddoende inzichten hebben wij al vernomen, van kleins af aan, van onze ouders en opvoeders, en soms van heel gewone mensen… En wat hebben wij ermee gedaan? Wat is er van overgebleven.

Het woord van God klinkt natuurlijk vooral in het woord van de Bijbel, in het Woord van de Kerk.

Het woord van God klinkt ook doorheen die gewone menselijke raadgevingen en wijze lessen, eenvoudige raad of bemoediging, vermaningen, aansporingen … Klinkt dat woord luid genoeg? Indringend genoeg? En … is ons hart er wat op ingesteld, op afgesteld? Willen wij die goede woorden wel horen? Of bevindt ons hart zich wat in het duister? Of is het vol van andere dingen, enkel gericht op materiële zaken. Het is niet voor niets dat gelovige mensen in de loop van de dag en in de loop van de week ook even stilhouden om in te keren, of om de aandacht even te richten op God… Wat zegt Hij? Wat verlangt Hij? Ons hart kan ook voor een groot deel vervuld zijn van oppervlakkigheid, of van verlangen naar succes of promotie, of oppervlakkige zaken…

God zaait zijn woord, Jezus spreekt, spreekt tot ons hart… doorheen zoveel mensen, op zoveel manieren en vooral door de heilige Schrift… En dat Woord van God heeft ons geluk op het oog.

Gaan wij er deze week wat tijd voor maken? Gaan we deze week aan Gods Geest vragen: Open mijn oren en mijn hart voor het woord dat God tot mij wil spreken. Maak mijn wil soepel genoeg om zijn woord in te volgen, de weg naar het echte geluk te gaan. (bvv)

JAAR A -Zondag 13 
Hem volgen !

(2 Kon. 4,8-11.14-16a / Tsszang Psalm 89,2-3.16-17.18-19 / Rom.6,3-4.8-11/  Mt. 10, 37-42)

 

Je hoort wel eens zeggen dat het christendom (en in feite ook Jodendom en Islam) te weinig aanacht heeft voor de mens, ja, de mens soms echt tekort doet. De mens en het menselijk leven.  Men verwijst i.v.m. het christendom tegenwoordig naar de ethische standpunten waarbij – zo zegt men – de mens over het hoofd wordt gezien.  Men zou beter vanuit de mens vertrekken in plaats van daar steeds staan te zwaaien met voorschriften die zogezegd door God zouden uitgevaardigd zijn. Ik ben er echter helemaal niet van overtuigd dat de ethische principes en concrete uitspraken van de katholieke kerk omtrent een aantal ethische items (denk aan abortus, euthanasie, homohuwelijk, adoptie door holebi-koppels) de mens tekort doen – ook al zijn ze veeleisend – maar dat ze juist een dienst zijn aan de mensheid.

In het evangelie van vandaag maakt Jezus aanspraak op de radikale keuze voor Hem, voorafgaand aan de keuze voor je ouders en kinderen. Voor Hem kiezen mag je zelf het leven kosten, dan nog moet je die keuze laten primeren. Zeg nu zelf. Zoiets is toch niet meer menselijk, zoiets kan je als mens toch niet meer aanhoren. Met zo’n eisen sta je toch in een onmenselijk fundamentalisme of beter, fanatisme, waarbij de mens in de verdrukking komt.

Vervolging van medemensen omdat ze niet van ons geloof zijn, terrorisme in de naam van God zoals we het tot op onze dagen meemaken, komt dat niet voort uit zulke absolute aanspraken vanuit een geloof?

Dat zou kunnen. Maar nergens in het evangelie wordt er gezegd dat je in naam van God mensen moet gaan verdrukken. Nergens wordt gezegd dat je je vijand moet haten en doden, maar integendeel dat je zelfs je vijand moet vergiffenis schenken, dat je het onkruid samen met de tarwe moet laten opgroeien, uit vrees dat je je wel eens zou kunnen vergissen…

Toch vraagt Jezus die radicale keuze voor Hem.  Maar die radicale keuze zal nooit de mens tekort doen. Voor die Jezus zullen we dus moeten kiezen, voor God en voor de door Hem gezonden Heiland zullen we wat tijd moeten vrijmaken, naar zijn woord zullen we moeten luisteren, Hem moeten wij gedenken en danken…

Maar nooit zullen wij dat kunnen doen als we weigeren om zijn mensen te onthalen, te kleden, te hulp te kmen als ze door rampen – zoals de tsunami – overvallen worden, een beker fris water of wat voedsel geven aan mensen en volkeren die verkommeren… En dat betekent ook dat we zijn volgelingen en de mensen die Hij zendt of die vervolgd worden niet in de steek laten…

God liefhebben en dienen boven alles en je medemens zoals jezelf. Dat blijft eeuwig het gebod waarop alles berust. Zonder die twee geboden, geen echte godsdienst.     (b.v.v.).

 

JAAR A  Zondag 12 door het Jaar (19/06/2005)
Wees niet bang! Getuig !

(Jer. 20,10-13 / Tsszang Psalm 69,8-10.14.17.33-35 / Rom.5, 12-15 /  Mt. 10, 26-33)

Jezus zegt ons vandaag iets vanzelfsprekends, maar dat we toch niet graag horen. Hij heeft het over het getuigenis geven, het getuigen van de Blijde Boodschap en Hij zegt erbij dat we niet bang moeten zijn. Hij zegt dat het getuigen voor ons zo belangrijk is dat we het niet erg moeten vinden wanneer we er ons leven zouden bij inschieten.  Noem dit niet fundamentalistisch, noem dit radikaal. Overigens: ons leven bij inschieten? Hier bij ons is daar niet veel kans voor. Hoogstens maakt men u wat belachelijk, hoogstens voel je je wat gemarginaliseerd door het vaak dwaze gelul van een aantal mensen die het mooie weer maken in de media, hoogstens wordt jouw mening wat als niet ter zake doend geklasseerd terwijl de politieke klasse haar opvattingen over allerlei belangrijke etische kwesties heilig verklaard, al of niet met de welwillende handtekening van een zogenaamd christelijke partij of sociale bewegingen als KAV en KWB. Ledenaantal en trouw aan de christelijke en kerkelijke leer gaan vaak niet hand in hand. Spreekt Jezus af en toe niet over ‘kleine kudde’? Maar hij was dan ook geen stemmenwervend politicus of bestuurslid van een of andere bond maar iemand die mensen op de weg van de waarheid en het echte leven wou leiden.

Ik wil die weg van de echte waarheid en het echte leven niet vernauwen tot die enkele etische thema’s die de laatste tijd in de actualiteit zijn gekomen: euthanasie, stamcellenonderzoek, homohuwelijk, adoptie door homokoppels… Maar al die zaken staan ook niet los van dit fundamentele zicht op ons menselijk leven en de realiteit: zijn we als mens volkomen autonoom of hebben wij ook te luisteren naar een dieper woord dat God in ons hart heeft geschreven; moeten wij enkel luisteren naar wat menselijk geredeneer, of moeten wij oog en oor ook richten naar Hem die onze oorsprong en onze bestemming is? Dit is geen vraag die wordt gesteld aan de eerste de beste ongelovige of humanistische christen, maar aan u persoonlijk. En een concrete maar nog altijd actuele vraag is ook of je aanvaard dat Jezus zijn Kerk heeft gewild en dat Hij aan een instantie in zijn Kerk de macht gegeven heeft om te binden en te ontbinden, dat wil zeggen: om met gezag te spreken op het vlak van geloofswaarheid en levenspraktijk (moraal, ethiek) en die de verantwoordelijk heeft om te zeggen wat daar niet meer mee strookt en wie niet meer echt bij de kerkgemeenschap hoort door zijn uitspraken of door zijn oppositie tegen die kerkgemeeschap.

Tot ieder van ons zegt Jezus vandaag 3 keer: wees niet bang, weest niet bevreesd! Hou enkel rekening met wat God over jou denkt: een God die Liefde is, maar een God die ook waarheid is. Liefde en waarheid. Liefde zal ons weerhouden van fanatisme; waarheid zal ons weerhouden van leugen, valse of al te begrensde menselijke redeneringen. Laat ons dan op weg gaan, vrienden, en zien hoe we vandaag en morgen met ons leven en ons woord kunnen getuigenis van de liefde en waarheid, van God, die ons in Jezus zijn liefde en zijn licht heeft getoond en die ons de    (b.v.v.).

 

2de Paaszondag
De relatie met de verrezen Heer verzorgen 

(Hand 2,42-47; 1 Petr. 1,3-9; Joh. 20,19-31)

De laatste weken hebben er een aantal gebeurtenissen plaatsgegrepen die indruk gemaakt hebben op een heel aantal personen. De tsoenami, ook de 2de, wat kleinere zee- en aardbeving heeft heel wat slachtoffers gemaakt, er is de kritieke toestand van de paus, er is die Amerikaanse vrouw, die volgens velen hersendood was en die men dan niet meer heeft gevoed, en verder zijn er de 300.000 afrikanen die nu reeds stierven of gedood werden in Darfoer, een schande voor de internationale gemeenschap… Tussendoor hebben wij ook nog Pasen gevierd, als sluitstuk op de stemmige en diepe vieringen van de Goede Week vanaf de vooravond van Palmzondag.

In de lezing uit de Handelingen van de Apostelen zien we een gelovige en saamhorige christelijke gemeenschap, de eerste Kerk, als  resultaat van de preek die Petrus hield op Pinksteren, maar waarin hij het over Jezus had, die al weldoende rondging op aarde, maar die werd overgeleverd en gedood, maar die door God werd opgewekt om redder te zijn van alle mensen…

In zijn Paasbrief schrijft Petrus dan ook dat God ons in zijn overgrote barmhartigheid deed herboren worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus uit de dood…

Door Jezus’ verrijzenis zijn ook wij herboren tot een leven van hoop. Ons leven heeft uitzicht, ook al weten we dat de dood aan het einde staat van ons aardse bestaan.

Zovelen geloven daar vandaag niet meer in, in een leven over de dood heen. Voor hen is Jezus ook alleen maar een figuur uit het verleden, niet de Levende Heer. Die twijfel of zelfs dat ongeloof is van alle tijden, zo lezen we vandaag in het evangelie over de “ongelovige” Thomas. Als ik Hem niet kan aanraken in wat Hem ten diepste kenmerkt, nl. zijn kruiswonden, dan zal ik niet geloven…”

En dan openbaart Jezus zich ook aan Thomas en deze heeft het niet meer nodig om Hem aan te raken; hij gaat door de knieën en spreekt dat sterke woord: “Mijn Heer en mijn God”. Een woord dat veel christenen ook vandaag nog herhalen bij de consecratie wanneer de priester de hostie en de kelk omhoog heft. “Mijn Heer en mijn God”.

Vrienden, geloof is een gave, een geschenk. Velen hebben het geloof als een kado meegekregen van huisuit, maar voor velen is het iets onpersoonlijks gebleven. Er heeft zich niet die persoonlijke relatie uit ontwikkeld met de verrezen Heer… En dan leeft men in een gevaarlijke situatie, dan is er niet zoveel nodig om dat geloof, dat schone geschenk kwijt te spelen.

Wat is er dan nodig om die persoonlijke in stand te houden en te verdiepen?

- Het geregeld contact door het gebed is het gemakkelijkste en meest aangewezen middel. Maak tijd om met de verrezen Heer Jezus te spreken. Doe dat elke dag. Trek daar elke dag wat tijd voor uit. Ik weet het, bidden is voor velen van ons niet gemakkelijk. We zijn rap uitverteld of we herhalen dezelfde gebeden die we uit het hoofd kennen; We mogen ook gewoon met de Heer spreken, over koetjes en kalfjes. Over een of ander probleem dat zich stelt, over de opvoeding van je kinderen, over een ruzie of onenigheid of spanningen met een huisgenoot of anderen… Vertel maar wat, en luister tussendoor ook wat. Want de levende Heer verandert jou ook in dat geestelijk contact. Maak van het gebed een dagelijks moment waar je naar uitziet en waar je wat tijd voor uittrekt, wat tijd exclusief daarvoor. Maar ook als je op de tram zit of in je wagen of fietst of in je tuin werkt of in de keuken of op kantoor… Een christen kan nergens komen waar de Heer niet is… en ook daar kan je dus met Hem spreken. Doe het, een korte blik naar Hem, een knipoog, een kort woord… Dit regelmatig contact houdt je geloof levend en levendig.

Andere middelen om je geloof te onderhouden en te laten groeien is het vieren van de sacramenten, de Eucharistie en de Biecht, het contact me medechristenen die echt gelovig zijn en niet enkel van naam christen zijn. En als je al eens leest in het evangelie, of in een deugdelijk christelijk boek, een heiligenleven… Het zijn zaken die ons helpen om christen te zijn en het ook te blijven.

Zo groeit ons geloof, zo groeit ook onze hoop, ons vertrouwen op God. “Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid deed herboren worden tot een elven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood.” (bvv)

 

Paasviering 2005

Vrienden, waarom is deze nacht zo anders dan alle andere nachten? Het is de vraag die het jongste kind in een joodse familie nog vraagt op de avond waarop ze het Paaslam eten. Het is de vraag die wij als christenen onszelf ook moeten stellen. Waarom is deze nacht zo speciaal? Wat is de diepe betekenis van deze nacht, van deze viering waarvoor wij zijn samengekomen? Och, het is niet enkel voor het Paaslicht, niet enkel voor het water dat wordt gewijd, niet enkel voor de paasliederen… al heeft dat alles er wel mee te maken.

In deze viering gedenken wij de opstanding van de Heer Jezus. Het gaat niet om een symbolisch opstaan, het gaat niet om het leven in de natuur dat zich weer begint te roeren, de paaslelies, de kuikentjes of kleine katjes of hondjes die geboren worden, of een kleine baby… Dat zijn zaken die ons ook bemoedigen en wat vreugde brengen in ons leven. 

Maar de echte reden voor ons samenkomen is Jezus’ verrijzenis. Zijn leven, zo totaal gegeven aan het geluk van medemensen, zijn leven dat zo sterk getuigde van Gods liefde voor de mens, zijn leven dat echter zo fataal leek af te lopen, heeft een onverwacht antwoord, een onverwachte bekroning gekend… Gods “Ja”, Gods aanvaarding, Góds bekroning.

Hier scheiden zich de wegen tussen geloof ... en ongeloof, tussen “dat kan ik niet aannemen” en “dat beantwoordt nu eens helemaal aan wat ik zelfs niet durfde hopen”.  Hier kunnen wij alleen maar "alleluia" zingen, Loof God, Prijs God! Dit is helemaal onze God.

Jezus, de eniggeboren Zoon van God, Gods liefdewoord is mens geworden, heeft woorden van eeuwig leven gesproken en heeft zichzelf gegeven voor ons geluk. Hij heeft voor ons alle geluk weer mogelijk gemaakt en ons de kracht gegeven om, gesterkt door de sacramenten, te leven als kinderen van God. Ook vandaag blijft Hij voor ons de bron van heil en bron kracht. Dat is de inhoud van zijn verrijzenis naar ons toe.

Vrienden, we hebben de vorige dagen gevierd hoe Jezus zijn lijden is ingegaan. Vandaag vieren wij hoe Hij de zonde en de dood heeft overwonnen. Als wij nu maar wat nauwer bij Hem zouden aansluiten. Voor Hem knielen en vragen dat Hij ons zou meetrekken in zijn overwinning op het kwaad, op het egoïsme, op de geneigdheid of gehechtheid aan het kwaad, wij zouden dan ook in toenemende mate zijn kracht mogen ondervinden, de kracht van zijn dood én verrijzenis.

In de vernieuwing van onze doopbeloften willen we die keuze voor Jezus vernieuwen, het sterven aan de zonde, om consequenter te kunnen leven vanuit de kracht van zijn verrijzenis, als paasmensen, als opgerichte mensen.

Moge Maria, aan wie de Heer ons heeft toevertrouwd op het ogenblik van zijn sterven, ook helpen om onze ogen en ons hart gericht te houden op Hem in wie ons heil gelegen is, ons leven en onze verrijzenis. Die gestorven is, Hij leeft! Hij gaat ons voor op de weg naar het echte leven, het echte geluk.  Hou u vast aan Hem, laat Hem niet los. Ik wens U de volle Paasvreugde toe. (bvv)

 

Jaar A Zondag 5 Veertigdagentijd (2005)
Jezus voert tot geluk en eeuwig leven

Er zijn mensen die voortijdig een eind aan hun leven stellen. Een zware beproeving voor hun familieleden. Het is niet aan ons om te oordelen, wanneer iemand het leven niet meer aan kan; het is wel spijtig dat het gebeurt. Tenslotte hebben wij het leven toch gekregen als een geschenk. En tenslotte zijn wij geroepen om gelukkig te zijn, ook in ons aardse bestaan. Ja, voor ons allen is het een oproep om gelukkig te worden en ook om voor anderen het leven levenswaard te maken, voor zover het van onszelf afhangt…

Het evangelie is één grote uitnodiging en één groot aanbod om gelukkig te worden en om te kiezen voor het leven, het echte overvloedige – leven. Jezus vecht tegen de ziekte, vecht tegen het kleinhouden van de mens, vecht tegen alles wat de mens klein houdt en ongelukkig maakt, vecht tegen het kwaad en de dood. Hij voorzag dat Hijzelf ten onder zou gaan, het onderspit zou delven in zijn verlangen om de mens gelukkig te maken en dat Hij als de graankorrel zou moeten sterven om echt vrucht te kunnen dragen, om voor de mens de weg naar geluk en leven begaanbaar te maken…

En dat Hij, de Gekruisigde en Verrezene, het leven kan meedelen, het echte leven hier en nu, het eeuwige leven over de dood heen. Daarvan wil het evangelie ons vandaag overtuigen. In dit evangelie, dit stukje Blij Nieuws, nieuws dat deugd doet aan ons mensenhart, heeft de eerste christengemeenschap willen duidelijk maken wat zijzelf in Jezus gezien had, aangevoeld had, waarvan zijzelf diep overtuigd was: dat Jezus, al heeft Hij zelf de dood ondergaan, toch en misschien juist mee daardoor, bron van overvloeiend en eeuwig leven is. Voor de mensen van alle tijden.

Zij steunden zich op wat ze van Jezus hadden meegemaakt. Hoe dicht Hij bij God leefde en hoe sterk zijn verlangen was om de mens gelukkig te maken, vrij te maken van alle kwaad, ook van de dood. Zij zagen in Hem de beloften van het Oude Testament realiteit worden: God die een ten dode opgeschreven volk, een verdrukt en ontmoedigd volk weer tot leven zou brengen. Paulus zegt het heel sterk in zijn belangrijke brief aan de christenen van Rome: “Als Gods Geest in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft”.

Sterke woorden, waarvoor we heel ons geloof moeten mobiliseren. Maar woorden waarop wij ons mogen steunen. In het evangelie over de opwekking van Lazarus worden wij voortdurend opgeroepen om in Jezus te geloven. In Hem geloven, niet enkel als een voorbeeldig mens, een sociaal mens, iemand die mooie woorden sprak en mensen bemoedigde… maar ook in Jezus geloven als degene die heel ons leven zinvol maakt en die het ook over de dood heen kan laten openbloeien. Ik ben de Verrijzenis en het Leven. Bij Jezus aansluiten betekent: voortdurend opgeroepen worden om op te staan, u door Hem – zoals op de icoon van de Opstanding - bij de hand laten nemen om verder te doen, verder te bouwen aan een wereld die Gods wereld moet worden. Bij Jezus aansluiten wil ook zeggen dat je voortdurend opgeroepen wordt om voluit te leven, want Hij heeft het leven in zich. Bij Jezus aansluiten wil ook zeggen dat je de dood ziet als wat ze echt maar is: een overgang naar het openbloeien van het leven. Dank zij Jezus zijn wij nooit ten einde raad, nooit aan het einde van ons leven. Hij blijft ons naar buiten roepen om als vrij kind van God te leven, nu en voor eeuwig. Laten wij ons dan niet ontmoedigen wanneer een en ander tegengaat. De apostelen, die hun eigen wanhoop en ongeloof hebben toegegeven, hebben aan ons de boodschap willen doorgeven van wat zij uiteindelijk in Jezus zijn gaan zien: de gekruisigde is ook de Verrezene en Hij deelt aan ieder die gelooft het leven mee! Dat zullen wij uitzingen in de Paasnacht, na Palmzondag en de Goede Week. Hij is de Verrijzenis en het Leven!

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN -

 Jaar A  Zondag 4 Veertigdagentijd
Leren zien met Gods ogen

(1 Sam.16,6-7.10-13a / Psalm 23 /Ef.5,8-14/Johannes 9)

Profeten durven wel eens anders handelen dan de mensen zouden verwachten, profeten zijn wel eens tegendraads. Dat komt omdat zij aan het hart van God hebben gerust en zich laten leiden door de Geest van God? Hun blik kreeg de juiste verlichting. Neem nu de profeet Samuël. Isaï, vader van 7 zonen, dacht de profeet een van zijn grootste en sterkste zonen tot koning zou zalven. De profeet dacht dat eerst ook, maar nee, hij  voelt aan dat het die krachtpatsers niet zijn die koning moeten worden; hij zalft tenslotte David, de herder. En Gods Geest kreeg kracht in diens leven.

En dan heb je Jezus. Als er iemand de sabbatrust, dat belangrijke gebod uit het Oude Testament zou moeten onderhouden, dan is Hij het toch wel, de Messias. Hij doet het niet. Althans niet volgens de letter. Want Hij laat die sabbatrust voor wat ze is, wanneer het erop aankomt een mens in nood te helpen.

Dat wordt Hem niet in dank afgenomen door de Farizeeën, die de wet zo nauwkeurig mogelijk wilden onderhouden en het zo leerden aan de mensen.  Geestelijke krachtpatsers! Maar als je aan het hart van God hebt gerust, dan weet je dat dat hart op de eerste plaats vol liefde is…

Eigenlijk gaat het in deze Eucharistieviering over het juiste zien. En blijkbaar krijgen we het juiste zicht op zaken en personen maar wanneer God ons heeft aangeraakt. Het gaat dan niet zozeer om een psychologisch juist zicht, maar om te zien wat God ervan vindt, om te zien of iets met God te maken heeft of met heel iets anders.

De profeet Samuël heeft blijkbaar dat juiste zicht gekregen: hij onderscheidt tussen die jongens van Isaï degene die door God is uitverkoren. En die blinde, die genezen werd, onderscheidt dat Jezus de uitverkorene van God is. Eigenlijk zou dat ook ons groot verlangen moeten zijn: te kunnen zien met de ogen van God: te onderscheiden wat echt waardevol is, te onderscheiden of iets van God komt of dat het ons afleidt of ons zelfs afbrengt van de goede weg, of van onze roeping, onze zending.

Het zou wel eens kunnen zijn dat dit juiste zicht ook stilaan wordt verworven. Van Samuël herinner je ongetwijfeld hoe hij als jongen door zijn ouders in dienst werd gesteld van de priester Eli, en hoe hij in de tempel Gods stem hoorde, maar niet wist dat het God was, hij dacht dat het de priester was. Tot de priester Eli hem leerde onderscheiden dat het inderdaad God was die tot hem wou spreken en hij gewoon moest zeggen: “Spreek, Heer, uw dienaar luistert”.

De blinde in het evangelie moest ook door Jezus aangeraakt worden om Jezus te kunnen erkennen als de Mensenzoon, de door God gezondene. In die zin is de genezing van zijn blindheid een zinnebeeld van de genezing van zijn ongeloof of onwetendheid. Hij leert zien dat Jezus van God is.

Van Samuël kunnen wij ook leren om aan God zeer vaak te zeggen: “Spreek Heer, uw dienaar luistert”. God zal dan tot ons spreken, God zal ons dan duidelijk maken in ons hart, stilaan waar zijn verlangen ligt. Wij hebben enige tijd nodig om afgestemd te geraken op het spreken van de Heer.

Van de blinde mogen wij leren hoe hij doet wat Jezus hem zegt: Ga u wassen in de Siloam. En met het beetje licht dat hij kreeg durft hij reeds getuigen aan zijn omgeving: ik was blind en de man Jezus heeft mij genezen. Die heeft vast met God te maken. Dit getuigenis wordt hem niet in dank afgenomen; Hij wordt buiten de synagoge gestoten. En dan ontmoet hij opnieuw Jezus die hem vraagt: “Gelooft ge in de Mensenzoon?” “Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven”. Jezus zei hem: “Gij ziet Hem, het is Degene die met u spreekt”. En de reactie van de blinde mag ook de onze zijn: “Ik geloof, Heer”. En hij wierp zich voor Hem neer.

Straks zal de priester ons een stukje brood aanbieden en zeggen: “Lichaam van Christus”. En dan mogen wij ook aanbiddend zeggen: “Amen”, ik geloof. En dankbaar in aanbidding een paar ogenblikken bij de Heer verwijlen. Bidden wij om licht, bidden wij dat onze ogen mogen geopend worden om Jezus te erkennen en om vanuit de ontmoeting met Hem ook te kunnen onderscheiden wat God ons de dag door wil leren. (b.v.v.)

 

Jaar C – Zondag 3 Veertigdagentijd
Geef mij te drinken

Lezingen: Exodus 17,3-7 / Rom. 5,1-2.5-8 / Joh.4,5-42

Jezus heeft dorst na een vermoeiende tocht. Hij zit bij de put van de aartsvader Jakob die met dat putwater in vroeger tijden ooit nog zijn mensen en zijn vee had van laten drinken. Daar komt een Samaritaanse vrouw uit het nabijgelegen stadje Sichar; zij komt daar water putten, zij weet dat ze dat daar kan vinden: water om in leven te blijven. En Jezus zegt haar: ‘Vrouw, geef me te drinken’.

Ik wil niet blijven stilstaan bij het feit dat Jezus hier in contact wil treden met een vrouw en dan nog een Samaritaanse; dat was volk waar een serieuze Joodse mens niet mee wou praten; ’t waren slechte gelovigen, want zij kwamen niet naar de tempel in Jeruzalem. Jezus is niet vies van die mensen. Hij is ook niet vies van ons, wij die allemaal zondaars zijn.

Hij zegt aan ons: ‘Geef me te drinken’. God zegt aan ons: ‘Geef me te drinken’. ’t Is gelijk in dat sprookje van de koning die zijn hand al bedelend uitsteekt naar een bedelaar. Wij vragen voortdurend aan God… Wij zijn immers op zoek naar geluk, naar hulp, naar troost, naar oplossing voor onze problemen en die van onze dierbaren of de grote problemen van de Kerk en de wereld. Hier vraagt God iets aan ons.

En de kerk heeft dat altijd wat zinnebeeldig verstaan: Jezus is niet zozeer op zoek naar water, Hij is op zoek naar ons… om ons levend water te kunnen geven. Hij is op zoek naar ons opdat wij bij Hem zouden komen om van dat levend water te drinken dat Hij alleen kan geven. Water, verkwikking zodat heel ons leven zin krijgt, een doel krijgt. 

Jezus op zoek naar ons. In het gesprek met die Samaritaanse is Hij blij dat hij haar – nog wat oppervlakkig – hoort zeggen: geef mij van dat levend water, zodat ik hier geen water meer moet komen putten. Op de duur laat ze zelfs haar waterkruik staan om naar haar stadsgenoten te gaan halen om bij Jezus te komen. En ook zij komen zo onder de indruk van Jezus dat ze tegen de vrouw zeggen: “We hebben Hem nu zelf gehoord en wij weten, dat Deze werkelijk de redder van de wereld is”.

Laten wij ons nu even inleven in de situatie van die Samaritaanse vrouw. Zij was geen heilige. Ze had vijf mannen gehad en nu was ze weer bij een man die de hare niet was. En juist haar wou Jezus ontmoeten, om haar op te helpen, om haar het levende water te geven, haar leven weer op poten te zetten. En ze ervaart dat Hij dat kan. Ze ervaart dat Hij inderdaad is wat Hij zegt: de Redder.

Wij komen hier ook samen rond Jezus, niet bij de put van Jacob, maar rond deze tafel van zijn woord en de tafel waarop Hij ons zichzelf meedeelt. We dachten dat wij hier kwamen om de Heer te zoeken. Hij is hier gekomen om ons te zoeken, jou, mij. Hij wil ons aanvaarden zoals we zijn, Hij wil dat we heel ons leven voor Hem openleggen en Hem daarin reddend aanwezig willen laten komen. Hij wil de zaken wat op orde zetten, maar we moeten geen schrik hebben dat Hij ons bruskeert. Nee, Hij wil ons van binnenuit de kracht geven om ons leven zo in te richten dat het echt leven wordt, leven dat echte betekenis heeft. Het enige dat daarvoor nodig is, is dat we bij Hem komen zitten, dat we Hem vragen: Jezus, geef mij van dat levend water, dat ik geen dorst meer heb, dat mijn leven niet wegvloeit in oppervlakkigheid, in louter aardse beslommeringen, in zaken die in feite niet de moeite waard zijn of geen stand houden voor het gelaat van God.

Vrienden, laten wij deze week roepen op Jezus: Jezus, wees mijn redder. Jezus, laat uw licht schijnen over mijn leven. Beziel mij met uw geest, opdat ook mijn leven het welbehagen heeft van de Vader en Ik ook aan anderen in eenvoud kan getuigen wat Gij voor mij hebt gedaan. (bvv)

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN -

 

 

Jaar A Zondag 2 van de Veertigdagentijd
Je wapenen tegen de Beproeving
Mt.17,1-9

Vrienden, over een bepaald stukje uit het evangelie valt meestal veel te zeggen. Dat is ook het geval met die verheerlijking van Jezus op de heilige Berg. Voor sommigen is dit verhaal van de verheerlijking een weergave van de steun en de bevestiging die Jezus mocht ondervinden vanwege de Vader. Voor anderen ligt de nadruk eerder op het feit dat Jezus hier wordt voorgesteld als groter dan Mozes, de grote wetgever, en groter dan Elia, de grootste van de profeten. Het komt er dan op aan dat Jezus vanwege God is aangesteld om te zeggen wat Gods wil is, en dat Hij vanwege God gezonden is om ons de waarheid te zeggen over alles wat zich voordoet, wat er belangrijk, waar we op moeten letten… Nog vele andere zaken kunnen we halen uit dit ene verhaal, uit dit ene gebeuren.

Ik zou vandaag iets willen zeggen over de leerlingen van Jezus. Want zij waren daar niet gewoon om ons te kunnen vertellen over wat er is voorgevallen. Het verhaal over Jezus bekoringen van vorige week, daar waren de leerlingen niet bij, maar het is een weergave van de keuzen die Jezus heeft moeten maken in zijn leven. Hier waren ze wel getuige. En dat gebeuren was ook en vooral voor henzelf bedoeld. Zij mochten Jezus zien in zijn heerlijkheid, zij mochten Jezus helder en duidelijk ervaren als de grootste der profeten, als de enige weg tot het echte leven. En dat moest hen zo sterk aan Jezus binden, dat ze Hem zeker niet zouden afvallen, Hem zeker niet in de steek zouden laten. Deze ervaring van Jezus’ heerlijkheid, van zijn uitverkiezing door God, moest hen zo sterk maken dat – om het even wat Jezus nog zou overkomen – zij niet zouden gaan twijfelen aan zijn Persoon en zijn Zending.

En wat gebeurde er een tijd later, vrienden? We gaan het binnenkort weer vernemen in de Goede week. Judas, die toch ook een en ander heeft mogen meemaken zal Jezus overleveren in de handen van zijn vijanden, alle leerlingen slaan op de vlucht als Jezus gearresteerd wordt en even later zal Petrus, die hier wel bij is, Jezus verloochenen: Ik zweer u, ik ken die Mens niet!

Vrienden, het kan niet onze bedoeling zijn om die mensen te gaan veroordelen. Tenslotte heeft Petrus en hebben de andere leerlingen dat verhaal en die verhalen van hun falen doorgegeven aan ons, opdat wij er iets zouden uit leren. Het Marcus-evangelie wordt trouwens ook wel eens het evangelie van Petrus genoemd, omdat Marcus de verkondiging van Petrus neerschreef. Wat willen de evangelisten ons duidelijk maken?

Dat het niet volstaat eens iets sterks mee te maken, dat het niet volstaat eens diep getroffen te zijn op godsdienstig vlak, of een diepe ervaring te hebben van God, of een grote troost of bijstand ondervonden te hebben door het gebed… Zelfs als men zoiets sterks mocht meemaken of ervaren, moet men nog steeds op zijn hoede blijven.

Op je hoede? Waarvoor? 1° Enerzijds omdat op alles wat sleet komt, ook op onze godsdienstige ervaringen: we vergeten zo gemakkelijk! We hebben een duidelijke gebedsverhoring, we hebben gebeden en we zijn verhoord. Maar na een paar maand of een paar jaar zijn we het al vergeten, terwijl God  ons daar duidelijk heeft willen maken dat Hij er is en dat Hij wel echt met ons begaan is. Wij mogen onze zegeningen niet vergeten, waar we Gods liefde hebben mogen ervaren, waar we kracht gekregen hebben, diepe vertroosting, genezing, innerlijke bevrijding…

2° Maar er is iets anders. En daar zijn de leerlingen gestruikeld. Jezus had hun voorspeld dat het met Hem niet zo goed zou aflopen: dat hij zou verworpen worden, overgeleverd en gekruisigd. Hij had er dan ook nog wel bij gezegd dat Hij zou verrijzen, maar dat alles is niet duidelijk tot hen doorgedrongen. Op het moment dat Jezus wordt gevangen genomen en dat Hij veroordeeld en gekruisigd wordt… stuikt heel hun wereld in elkaar. Zij houden nog van Jezus, maar zij menen dat zijn verhaal nu ten einde is. Dat God Hem in de steek heeft gelaten. Hun geloof zakt als een mislukte pudding in mekaar, smelt volledig weg.

Dat hebben zij ons willen duidelijk maken door ons dit alles te verhalen. En wat gaan wij nu doen opdat ons geloof niet zou verdwijnen als alles eens wat moeilijker wordt, als wij de ene tegenslag na de andere te verwerken krijgen, als rondom ons de samenleving nog wat ongeloviger wordt, de media nog wat vijandiger voor de kerk – het is niet omdat een partijvoorzitter een boek schrijft over het geloof dat de sfeer zoveel veranderd is - .

Hoe kunnen wij ons innerlijk wapenen tegen ontmoediging en geloofstwijfels?
Het zijn oude recepten die ik naar voor schuif. Het eerste is toch dat we ons geheugen wat zouden aanscherpen. Herinner u wat God voor u deed, herinner u alle goede zaken, alle vertroosting die ge van Godswege mocht ervaren. Geloof ook het getuigenis van betrouwbare mensen en wat de Kerk leert. Trek u daaraan op op momenten van bekoring. En verder, vrienden, geef het gebed niet op, want daar vernieuwt zich uw relatie met God, daar blijft ze fris en wordt ge innerlijk sterk, zelfs als dat gebed saai is en je moeite moet doen om niet weg te lopen en het gebed in te korten. Ga met grote ijver te kommunie waar ge Jezus ontmoet op een ongelooflijk sterke wijze. Overweeg het woord van God, het brengt licht en geeft kracht. Je zult er sterk van overtuigd worden dat Gods liefde u omgeeft, altijd. (bvv)

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN -

 

Jaar A 1ste zondag Veertigdagentijd   
De juiste keuzen maken

Genesis 2,7-9;3,1-7a  / Rom. 5,12-19 (17-19) / Mt. 4,1-11
(tsszang: Ps. 51 Heer, ontferm U, wij hebben gezondigd)

Jezus werd op de proef gesteld. Wat was het probleem? Hij moest kiezen! Ja, maar tussen wat moest Hij kiezen? Kiezen tussen geen eten hebben of een mirakel te doen en wel eten te hebben. Kiezen tussen een sterk staaltje laten zien – met tussenkomst van God - zodat de mensen in Hem zouden geloven ofwel heel gewoon bij de mensen zijn en maar hopen dat ze in Hem gingen geloven als door de Vader gezonden. Ja, en dan die laatste keuze tussen God alleen aanbidden of daarbij ook nog andere machten, andere invloedrijke personen, wetenschap,verstand, politieke leiders aanbidden… zodat Hijzelf toegang zou krijgen tot alle bezit en macht.

De keuze die Jezus hier maakt is radikaal luisteren en involgen wat God, wat de Vader van Hem vroeg. Nog min, nog meer. Zijn leven werd geen successtory, maar het is wel vruchtbaar geworden voor de hele mensheid.

Dit verhaal van Jezus’ bekoringen of Jezus’ keuze, is ook ons verhaal. Ook wij moeten kiezen! Soms zie je duidelijk wat je moet kiezen, soms zijn het keuzen die heel wat onderscheiding vragen.

* Welke keuzen heb ik vandaag gemaakt. Inderdaad, vrienden, de keuzen die Jezus maakte waren ook keuzen van elke dag, die hier zowat zijn samengebracht. Welke keuzen heb ik vandaag gemaakt?

- Je kan kiezen voor de zelfzucht, enkel aan jezelf denken, enkel je genot voor ogen hebben.
- Je kan kiezen om in je gedrag en je spreken anderen te verbluffen, jezelf voortdurend in het centrum zetten en te weinig anderen bemoedigen, bevestigen, promoveren.
- Je kan een boel waarden of zaken of personen zo hoog gaan stellen in je aandacht en je verering en ondertussen God wat aan de kant laten.

Dit zijn drie bekoringen of drie keuzen: voor de zelfzucht of de liefde, voor de hoogmoed of de dienstbaarheid, voor het geschapene of voor God. Het zijn keuzen die we vandaag en elke dag van ons leven te maken hebben, en het is goed ons nu en dan af te vragen in welke richting ons leven aan het verlopen is. Dit kan ons goede stof leveren voor een zinvolle invulling van onze vasten als ommekeer, bekering èn voor een eventuele deelname aan de biechtviering maandagavond in de Goede Week.

* Bij deze keuzen ligt de zaak meestal nogal duidelijk. Maar soms is het ingewikkelder en wordt ons geweten opgeroepen om telkens de heel juiste keuze te maken. Het gaat dan om de keuze tussen twee schijnbaar goede zaken. Waarom veranderde Jezus die stenen niet in brood? Dat ware toch een goede zaak geweest! Waarom sprong hij niet van die tempelpoort? De mensen zouden Hem dan onmiddellijk als Messias (maar welk soort Messias?) hebben aanvaard, iemand die zo’n sterke staaltjes aankan! En wat is er verkeerd om bv. wetenschap, techniek, kunst, schoonheid te aanbidden? Dat zijn toch goede zaken!

Jezus, ik zei het reeds, heeft hier diep geluisterd naar wat God wou. En zo moeten wij ons geweten fijn laten vormen: door het gebed, door contact met God woord, door te luisteren naar wat de Kerk ons aanwijst en door ons stilaan op weg te begeven in wat we menen dat God van ons vraagt. In alle oprechtheid ons op weg begeven. Zo zullen we groeien in dat fijne onderscheiden van wat Gods verlangen is. De heilige Geest is ons geschonken bij ons heilig doopsel en vormsel. Wij moeten hem vragen ons te leiden op de weg waarop Jezus ons is voorgegaan en niet de weg van de ruwe zelfzucht, maar ook niet de weg van de halve waarheden. Kom, heilige Geest, leer ons de weg gaan van Gods verlangen, tot eer van God, tot heil van onszelf en de wereld. (b.v.v. cssr)

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN -

 

JAAR A -Zondag 5 
GELOOF EN LEVEN

Jes. 58,7-10 / (Tsszang Psalm 112,4-5.6-7,8a.9) / 1Kor. 2,1-5 / Mt. 5,13-16

Vrienden, wat een geluk dat we God mogen kennen, dat we zelfs weten dat God liefde is,  geen God die mensen wil ongelukkig maken. We weten dat God vergevingsgezind is en ons niet met onze neus blijft duwen in datgene dat we ooit verkeerd deden… We mogen ook blij zijn dat we Jezus leerden kennen, zijn bevrijdend woord, al die mooie woorden die Hij gesproken heeft… Woorden over de Vader, woorden over de liefde tot de medemens…

Maar, vrienden, God kennen en het evangelie wat kennen, dat is eigenlijk niet genoeg. Geloof dat alleen maar bestaat in het aannemen van bepaalde waarheden, dat is nog geen echt geloof. Geloof is ook vertrouwen op God, ja, maar geloof moet ons vooral ook brengen tot daden… Daarover spreekt ons vandaag de profeet Jesaja, en daarover spreekt ons vandaag Jezus zelf in het evangelie. Het is van belang dat we vandaag goed luisteren, want het is de weg naar het echte geluk, even goed als de Zaligsprekingen van vorige week..

Jesaja somt een deel zaken op aan het begin van deze lezing:

“Is vasten niet dit: uw brood delen met wie honger heeft; arme zwervers opnemen in uw huis; een naakte kleden die gij ziet en u niet onttrekken aan de zorg voor uw broeder? Als gij het juk uit uw midden verwijdert, geen vinger bedreigend meer uitsteekt en geen valse aanklachten indient, 10a de hongerige aanbiedt wat gij voor uzelf verlangt en de onderdrukte met voedsel verzadigt…

Als je zo leeft, als je dat in praktijk brengt: daadwerkelijke aandacht opbrengt voor medemensen in nood, mensen veraf, mensen nabij, mensen in je eigen buurt en je eigen thuis… Als je geen mensen bang maakt of vals beschuldigt (dit is ook een woord tot de mensen uit de media, ook uit de streekberichten)…

Dan – zo zegt de profeet – dan komt er licht in je leven en groeien uw kwetsuren dicht, mensen zullen uw geluk zien en aanvoelen dat God u helpt. Als ge dan tot God roept, zal Hij u antwoord geven, smeekt gij om hulp, Hij zal zeggen: `Hier ben Ik!' De donkerte zal in licht veranderen…

Het zijn oude woorden. Maar, zijn ze ook waar? Je moet zien naar het leven van medechristenen die echt als christen hebben trachten te leven. Kijk niet of ze heel rijk geworden zijn, huizen en eigendommen bezaten en ronkende titels… maar ga eens na of ze iets van innerlijke vrede in zich hadden, ook momenten waarop alles niet zo goed ging, op momenten dat er zware tegenslagen kwamen… Hebben ze dan nog mogen ervaren, dat ondanks die tegenslagen, God hen toch niet liet vallen, mochten ze dan diep in hun hart toch nog steun ervaren vanwege God?  Vrienden, test het eens uit in je eigen leven. Als je echt met God op weg bent, hoe je al je zorgen ook aan Hem mag toevertrouwen, hoe Hij je door donkere dalen, door donkere dagen leidt en je nieuwe kracht schenkt, ondanks pijn en tegenslagen… Durf met Hem op weg gaan.

We hebben vorige week mogen horen hoe Jezus ons uitnodigt om op weg te gaan naar het geluk, door in eenvoud op God te vertrouwen en in eenvoud om te gaan met medemensen, door te trachten Gods verlangen te doen…

We mogen daarin niet versagen. Jezus spreekt nogal sterk door vandaag. Als je niet door en door gelovig bent, als het aan je leven niet te zien is dat je gelovig bent, als je je geloof wegsteekt… dan ben je als zout dat geen smaak heeft, je leven heeft dan ook geen smaak. Je bent dan als een licht dat onder een doos geplaatst is. God kennen, zijn liefde, zijn woord van liefde, dat moet te zien zijn in ons leven. Wees christen, wees volgeling van Jezus elke dag opnieuw en in alle omstandigheden. Mensen die u kennen zullen erdoor aangestoken worden en ze zullen God leren kennen als Degene die de kracht is achter uw leven. (b.v.v.)

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN -

 

Jaar C  Zondag 4  
De zaligsprekingen
Sefanja 2,3; 3,12-13 / 1 Kor. 1,26-31 / Mt. 5,1-12a.

In de lezing uit het boek Sefanja, uit het Oud Testament, worden de ootmoedigen, de nederigen, de kleinen uitgenodigd om de Heer te zoeken. En er wordt verder gezegd dat op de dag, waarop God orde op zaken gaat stellen, de dag van de toorn’ dat er dan alleen maar een ootmoedig, bescheiden volk zal overgelaten worden, een bescheiden volk dat zijn toevlucht vindt bij de Heer: en dit nederig en bescheiden volk wordt genoemd: de rest van Israël. Die kleine rest die in feite het uitverkoren volk is, het volk waarmee God verder kan. Dit is een korte uitspraak over wat voor God belangrijk is. Niet de grootspraak, niet het zwaaien met aanzien of geestelijke eretitels, maar de eenvoud en nederigheid tegenover God en Gods verlangen doen.

Waar zie je dat vandaag nog in al wat de samenleving ons presenteert!  Nochtans moet dat voor ons, christenen, richtinggevend zijn, voor onze beoordeling van alles en voor onze beleving.

De tussenzang na de eerste lezing heeft trouwens als keervers: “Zalig de armen van geest – dus, zalig de eenvoudigen, de kleinen, dezen die op God hun betrouwen stellen – want aan hen behoort het Rijk der hemelen – bij hen wil God wonen, zij zijn thuis bij God-”.

In het evangelie (Mt. 5) krijgen we dan de troonrede van Jezus te horen, en, vrienden, die is van hetzelfde kaliber: “Zalig de armen van geest… Zalig de treurenden,  Zalig de zachtmoedigen,  Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,  Zalig de barmhartigen, Zalig de zuiveren van hart, nl. die God met een oprecht hart dienen,  Zalig die vrede brengen, en tenslotte:  Zalig die vervolgd worden óm de gerechtigheid (omdat ze naar God luisteren). Verheugt u en juicht”.

Zalig, zegt Jezus. Hij zegt dus niet: Als je eenvoudig bent tegenover God, als je echt volgens zijn verlangen tracht te leven, als je barmhartig bent, als men je uitlacht of achteruit zet omdat je goed tracht te leven… dan zul je promotie maken, dan zal je het groot lot winnen, dan zal je door iedereen geëerd worden… Nee, Jezus zegt gewoon, zalig, gelukkig ben je, want… je leeft dan in God rijk, je loon zal groot zijn in de hemel…  In de hemel.  Dat is dus later?

En toch, en toch… Vrienden, ik vermoed dat de meesten van ons al echt geprobeerd hebben om volgens Gods verlangen te leven, natuurlijk, heiligen zijn we waarschijnlijk nog niet… Maar als we zo een hele tijd met God op weg zijn, trachten zijn wil te doen, dan zul je vaak vaststellen dat diep in je hart er vreugde is, vrede, dat je niet wakker ligt van alle plezier en luxe waar de bladen en de teevee boordevol van is… 
En wanneer je vrede wil brengen, geluk wil delen met anderen, diep in je hart voel je dat dat goed was, diep in je hart ervaar je daar een positief gevolg van. Je zou dat eigenlijk al kunnen noemen: een stukje hemel op aarde.

Vrienden, laten we dan niet kleinmoedig worden. Laten wij ons verder op weg begeven op die koninklijke weg die Jezus ons getoond heeft in zijn troonrede en waarop Hij ons is voorgegaan: in eenvoud en oprechtheid God dienen, in eenvoud en oprechtheid mensen dienen en trouw zijn op deze weg, vanuit de zekerheid dat niet de wereld, maar dat God het laatste woord heeft over ons leven. (Ben Van Vossel cssr)

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN -

 

Jaar A Zondag 3 (23 jan. 2005) 
Hij spreekt en handelt en zegt: Volg Mij!
Jesaja 8,23b-9,3 / 1 Kor. 1,10-13.17 / Mt.4,12-23
(Tussenzang: De Heer is mijn licht en mijn leidsman!)

Vrienden, de twee vorige weken ging het in de liturgie over Jezus. Wie Hij is en wat Hij komt doen. Hij is de Zoon van de levende God, de geliefde Zoon die het hele welbehagen van God heeft. En Hij is het Lam van God, de Dienaar van God die de zonde van de wereld wegneemt. Daarvoor is Hij gekomen: voor het heil, het totale en altijddurende geluk van de mens.

Vandaag zien we hoe Hij dat aanpakt: Hij begint rond te trekken in dat land waar Hij geboren was, dat land en dat volk dat door profeten en leraars op zijn komst was voorbereid (maar waar Hij uiteindelijk toch nog niet zal aanvaard worden als Messias) en Hij begint te prediken, te onderrichten in de gebedshuizen en langs de wegen: de Blijde Boodschap verkondigen van het koninkrijk en alle ziekten en kwalen onder het volk te genezen. Dat is de ene kant van de medaille. Jezus’ optreden.

Er is nog een andere kant aan: Hij roept mensen om Hem te volgen, heel gewone mensen, vissers. Op de beelden die we uit Zuid-Oost-Azië hebben ontvangen zijn het ook hele vissersdorpen die in het nieuws zijn gekomen. Aan de reactie van de Galilese vissers kan je toch merken dat dit volk uit Palestina wat voorbereid was op zijn komst. Het is een hele treffende reactie: “Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem. En bij de twee broers Johannes en Jacobus lezen we: "Hij riep hen, en onmiddellijk lieten zij de boot en hun vader achter en volgden Hem."

Wat Jezus kwam brengen aan het volk was het "Blijde Nieuws". Een Blijde Boodschap waarin God niet als een verre en strengere God werd voorgesteld, maar als een barmhartige Vader voor wie men niet zozeer moest presteren maar met wie men vertrouwvol maar ook in nederigheid moet omgaan. De Blijde Boodschap van Jezus bestond echter niet enkel en uit woorden; Hij was ook begaan met het totale heil van de mens, bijvoorbeeld de ziekten en kwalen. Dat Hij zoveel zieken genas moest een teken zijn van het heil dat God kwam brengen aan de mens: heil dat heel de mens omvat.

Wel zullen zij nog moeten leren dat het kruis dat ons overkomt, de kwalen, problemen, ziekte en ouderdom, geen hinderpaal zijn voor Gods liefde. Wij worden opgeroepen om ondanks alles wat ons overkomt te blijven geloven in Gods liefde.

En dan is er die zaak van het geroepen zijn. Hier,, in dit evangelie, gaat het natuurlijk over de apostelen, die speciale gezanten die Jezus ' verkondiging zullen moeten voortzetten. Maar fundamenteel gaat het over de roeping van ieder christen. Ook wij worden geroepen om Jezus te volgen. Hem te volgen in het brengen van het Blijde Nieuws, door enerzijds mensen hoop te geven, Hem te spreken over de liefde die God voor hen heeft, maar anderzijds ook in het voltrekken van blij nieuws aan mensen door daden van nabijheid, mededogen, dienstbaarheid, mensen helpen in hun problemen en ziekten...    En dit daadwerkelijk nabij zijn aan mensen zal wel eens de eerste verkondiging kunnen zijn, die ook het meeste aanspreekt. Nochtans zullen we af en toe getuigenis afleggen van datgene waaruit wijzelf onze kracht en onze hoop putten.

Vrienden, wij leven in een tijd die zowel een grotere solidariteit vertoont naast afschuwwekkend terrorisme, racisme en uitbuiting. In deze gebedsweek voor de eenheid van de christenen kunnen wij bidden voor die eenheid en ook voor verdraagzaamheid tussen volkeren, godsdiensten en ook in de gezinnen. Die eenheid gaat onze krachten en onze goede wil te boven. Vragen wij dat de heilige Geest ons mogen helpen om mee te werken aan die eenheid (bvv)

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN -

 

C Zondag 2 door het Jaar
Laat je door Jezus beïnvloeden
Jesaja 49,3.5-6 De Dienaar Gods /  1 Kor.1,1-3 tot heilig leven bestemd / 
Joh. 1,29-34 Jezus, het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegdraagt

Ik heb deze morgen God gedankt voor de golf van naastenliefde, zoals we die de voorbije weken hebben mogen vaststellen naar aanleiding van de verschrikkelijke natuurramp die Zuid-Oost-Azië heeft getroffen. En dat voor de media-actie ten voordele van de tsunami-getroffenen zoveel mediafiguren en kunstenaars en zoveel gewone mensen zich hebben ingezet... Maar als ik de krant verder opensla dan lees ik over honderden nieuwe vluchtelingen in Oost-Kongo, over aanslagen in Israël en in Irak, dan lees ik over een losgeslagen campagne voor meer openheid in verband met seksualiteit, waardoor men meer problemen schept dan oplost, en seksualiteit banaliseert in plaats van ze te vermenselijken.  We zien Gods Geest aan het werk in de wereld en tegelijk zien we veel dat nog onaf is.

Vorige week, vrienden, op het feest van Jezus Doopsel,  heeft de kerk onze aandacht op Jezus gericht, de Zoon van God die in de wereld is gekomen: Dit is mijn Zoon, de veelgeliefde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld.

Vandaag, vrienden, ontmoeten we Johannes de Doper, die in hoog aanzien stond bij de Joodse gemeenschap (in het Midden-Oosten zijn er nog mesnen die zich zijn volgelingen noemen): Hij was oprecht, onbevreesd, je voelde dat Hij in contact stond met God en dat zijn woorden tot in je hart doordrongen. Velen gingen in op zijn oproep: bekeerden zich en lieten zich onderdompelen in het water van de Jordaan terwijl ze hun zonden beleden.

En die Johannes, die grote profeet, horen we nu in het evangelie getuigen over Jezus. Eigenlijk zegt Hij hetzelfde als wat we vorige week reeds hoorden: wil je je leven echt laten openbloeien, dan moet je bij Jezus zijn, want, zo zegt Johannes: Hij is het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt!

Het Lam Gods. Voor Joodse mensen betekende dat het Lam met wiens bloed ze hun deurposten hadden bestreken opdat hun gezin gevrijwaard zou blijven van dood en verschrikking bij de uittoch tuit Egypte. Het bloed van dat lam was hun redding, hun behoud. 
Eigenlijk heeft het Aramese woord voor “lam” in de rabbijnse overlevering ook nog de betekenis van dienaar. En dan denken we terug aan de “dienaar Gods” waarover het boek Jesaja, de deutero-Jesaja spreekt. De dienaar Gods is de gezant van God, die eigenlijk tot een lijdensfiguur wordt, die boet voor de zonden van het volk; die ten onder gaat maar die toch een groot nageslacht heeft.
In die figuur van het Lam Gods en de Dienaar Gods heeft de eerste kerk altijd een voorafbeelding gezien van Jezus, die gekomen is tot heil van het volk en die verworpen werd maar tenslotte ook verheerlijkt en voor alle mensen de onuitputtelijke bron van nieuw en eeuwig leven is geworden.

Het zijn diepe en mooie inzichten, vrienden, maar wat kunnen wij daar vandaag mee doen?
Ik denk, vrienden, dat we eens een stapje terug moeten zetten, eens van op een zekere afstand kijken naar onze wereld en naar ons eigen leven. En dan zien we inderdaad veel goeds - zoals de reacties na de grote natuurramp in Zuis-Oost-Azië, maar ook nog heel wat egoïsme.
We mogen blij zijn dat de Joods-christelijke inspiratie de wereld heeft beïnvloed tot universele naastenliefde, niet enkel voor de eigen volksgroep en geloofsgroep maar voor ieder mens in nood.  (bvv)

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN -

Jaar A  Doop van Christus  
Dit is mijn Zoon, de Veelgeliefde
(zondag na 6 jan.  1ste zondag door het jaar)

Jesaja 42,1-4.6-7  /  Hand. 10, 34-38  /  Mt. 3,13-17

In de liturgie van vandaag gaat het over Jezus. Dat zal wel niemand verwonderen. Maar we krijgen vandaag sterke teksten te horen waarin over Jezus gesproken wordt als over “de Dienaar van God, de uitverkorenen in wie Hij welbehagen schept” (Jesaja).  Hij ging weldoende rond, getuigt Petrus in de Handelingen der Apostelen, Hij genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem” (Hand. 10). En in het evangelie krijgen we die sterke tekst waarin men het getuigenis van God zelf geeft: “Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie ik welbehagen heb” (Mt. 3,17).

We leven in een tijd waarin veel gebeurt, vrienden. Er is een heel grote cultuuromslag aan de gang, veel waarden die voor ons heel belangrijk waren worden door velen als onbelangrijk en zelfs negatief bestempeld. Er is een wolk van onveiligheid gekomen over onze streken en over de hele wereld. We worden in onze streken steeds meer geconfronteerd met mensen uit andere culturen, andere godsdiensten. Sommigen van ons maakt dat alles wat onwennig of geeft hun zelfs een gevoel van onveiligheid.

Anderzijds moeten we toch ook het goede en schone van deze tijd kunnen zien: de groeiende aandacht voor ons leefmilieu nadat we eerst een tijdlang de natuur hebben bezoedeld. En deze dagen hebben we, na die verschrikkelijke ramp in Zuid-Oost-Azië, toch ook een grote solidariteit gezien – vooral van de Westerse landen – voor de getroffen streken. Laat het niet allemaal zonder eigenbelang zijn, ze worden toch geholpen en we moeten dat positieve ook kunnen zien.

Vorige donderdag eindigde ook de samenkomst van Joodse en Moslimgeestelijken, waarbij de katholieke kerk ook als waarnemer aanwezig was. In een tijd van onenigheid, onrecht en terrorisme waarbij men soms de godsdiensten aanwijst als onderliggende bron van onenigheid, moeten we toch ook weer kunnen zien hoe er stappen gezet worden om de godsdiensten juist te maken tot inspiratiebron en werkzame kracht voor verstandhouding en verdraagzaamheid tussen mensen en volkeren.

Jodendom, christendom en Islam zijn de grote monotheïstische godsdiensten. Zij beweren te geloven in één God. Jodendom en Islam verdenken de christenen er wel eens van dat ze toch in drie goden geloven, omdat ze spreken over de heilige Drievuldigheid en over de Zoon van God.

Het gaat dan over het wezen van God, over wat God is in zichzelf. En dan zeggen de christenen: God is één, maar God is geen eenzame God. God is gemeenschap: Vader, Zoon en heilige Geest. Mensen van alle tijden hebben geprobeerd om dat mysterie wat uit te pluizen of het begrijpbaar te maken vanaf de schoolmeester die drie lucifers, die hij samenhield en aanstak om te laten aanvoelen: het zijn wel drie personen, maar toch één vlammetje, één God. en verder waren er geleerde theologen die met gebruik van allerlei filosofieën ook dit mysterie van God naar de mensen toe wilden uitleggen.

Onder meer de evangelietekst van vandaag dienst hun daarbij tot inspiratiebron: Jezus die gedoopt wordt, de H. Geest in de gedaante van een duif en dan die stem uit de hemel…

Wij mogen dankbaar zijn dat God iets van zijn wezen heeft willen openbaren en dat wij mogen bidden tot de Vader, tot de Zoon en tot de heilige Geest. Maar, vrienden, waar het op dit feest van Jezus’ doop vooral over gaat is: in Jezus laat God zich kennen, in Jezus laat God zich horen, in Jezus zien wij hoe wij moeten leven en handelen en spreken. Laten wij vandaag tot Jezus komen en Hem vragen: “Heer, wees Heer van mijn leven, leid mij, want ik weet en geloof dat Gij de Weg zijn naar het Ware Leven!” (b.v.v.)

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN -

Jaar A Epifanie  (6 januari 2005) 
JEZUS IN MIJN LEVEN BINNENLATEN
Jesaja 60,1-6 / (Ef. 3,2-3a.5-6)  /  Mt. 2,1-12

Een deel van het Joodse volk kwam vanuit de ballingschap terug naar eigen land; zij trokken in bedevaart op naar Jeruzalem. Er was vreugde in hun hart, ze waren weer thuis. Er was wel veel verwoest, zoals na een oorlog, maar toch was het de vreugde die overheerste. Ze waren weer thuis. En in Jeruzalem voelden ze zich weer dicht bij God, die ze verlaten hadden, maar die zich hun lot toch had aangetrokken.

De profeet Jesaja ziet zelfs in gedachte een groot visioen: Jeruzalem zal worden verlicht, maar niet enkel Jeruzalem: de duisternis die over de aarde hing zal verdwijnen, en volken van over de hele aarde zullen optrekken naar Jeruzalem waar God zich openbaart. Mensen van over de hele aarde zullen Hem komen vereren…

Dat was een visioen van het Oude Testament. De eerste christenen zagen dat vervuld in Jezus, het Licht van de wereld. Vervuld in aanzet. Want, vrienden, zij zagen ook de vele duistere kanten van hun samenleving, de verdrukking van de slaven, de op consumptie gerichte rijken, de achteruitstelling van zovelen, de genotzieke steden van de volkeren die andere volkeren overheersten…

Vrienden, voor ons is het niet veel anders. Ook al is Christus reeds 2000 jaar geleden op aarde verschenen met zijn woord van waarheid, met zijn verlossende invloed op mens en samenleving… wij zien nog oneindig veel duisternis rondom ons, en zelfs in ons eigen midden en ons eigen hart… En toch straalt ook vandaag vanuit de kribbe een oneindig sterk licht, een licht dat niet te stuiten is. Een licht dat in veel levens van mensen licht heeft gebracht, en niet ophoudt van dat nog steeds te doen. Als wij knielen bij de kribbe, als wij op weg gaan naar de Heer Jezus, zoals die Oosterse magiërs, met of zonder veel geschenken, enkel met de eenvoud en de verwachting van ons hart… dan zullen ook wij het licht en de warmte van de nabijheid van Jezus mogen ervaren.

Hij is gekomen voor alle volkeren, voor alle mensen van alle tijden.  Als Hij in mijn hart koning mag zijn, het voor het zeggen mag hebben… verandert dan de hele wereld met één slag? Nee. Dan verander ik een klein beetje vandaag. En als ik vandaag een klein beetje verander, dan verandert ook mijn omgeving een kleine beetje. Niet door grootste wonderen, grootse ingrepen, niet door kunstgrepen en een geheime kennis, niet door stralingen en wat weet ik nog allemaal, maar gewoon door het feit dat mijn leven wat meer afgesteld geraakt op zijn woord van leven en dat Hij wat meer invloed krijgt op mij, door zijn goddelijke genade.

Vrienden, Gods genade is verschenen, niet enkel aan die eenvoudige Palestijnse herders, niet enkel aan die wijzen uit het Oosten, maar zij staan symbool voor al wie met een eenvoudig hart zich openstelt voor de vernieuwende invloed van God die bij ons gekomen is in dat Kind in de kribbe, Jezus, die zich voor ons gegeven heeft opdat wij het echte leven zouden binnentreden en de kiem van het eeuwig leven weer in ons hart zouden ontvangen. Verheugen wij ons met eenvoudigen en de echte wijzen die God hebben weten herkennen in de eenvoud van dit Kind. En gaan wij langs een andere weg naar huis terug, dat wil zeggen, met nieuwe bezieling, met nieuwe waardering voor wat echt en waardevol is in het leven. Laten wij ons niet meer misleiden door oppervlakkigheid of genotzucht, maar spiegelen wij ons aan het Woord van waarheid dat Jezus ons is komen verkondigen. (b.v.v.)  

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

Jaar A Feest van de moeder Gods 
God zegene en God beware je
(1 januari 2005)
Numeri 6,22-27  / Galaten 4,4-7  /  Lucas 2,16-21

Op de octaafdag van Kerstmis, 8 dagen later en dus op 1 januari, de eerste dag van het nieuwe jaar, laat de Kerk ons de Moeder Gods vieren. Na het Kind Jezus, wordt de Moeder in de bloempjes gezet. Maar er is op deze 1ste januari, deze eerste dag van 2005 iets meer aan de hand in de liturgie.

Wij vieren de Moeder Gods, en in feite stellen we het komende jaar, ons persoonlijk geestelijk leven en dat van onze geliefden, onder haar bescherming.

Maar in de eerste lezing horen we de eeuwenoude zegen die priesters mogen uitspreken over het volk van God: Moge God u zegenen en bewaren. Moge de Heer de glans van zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn. Dit betekent dat we vragen dat zijn liefde en hulp altijd over die mensen mag komen. Moge de Heer zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken. Die innerlijke vrede, dat levensvertrouwen, die zekerheid dat Hij je altijd nabij is en jou naar het echte geluk voert.  Deze priesterlijke zegen mogen ook vader en moeder uitspreken over hun kleine en grotere kinderen. En elke christen, die door zijn doopsel deelt in de priesterlijke taak van Christus, mag de mensen die hij ontmoet zegenen. “God zegene en God beware u”. Het is een van de mooiste opdrachten die we gekregen hebben. Als we mensen zien mogen wij in ons hart bidden: “God zegene en God beware u”. Ieder van ons zou deze priesterlijke opdracht op zich moeten nemen. Zegenend rondgaan in de stad, in uw gemeente. “God zegene en God beware u”. Maria bracht zegening rondom zich omdat ze Jezus droeg, in haar lichaam, in haar hart. Zo mogen wij ook, die gedoopt zijn in Jezus, zegen brengen naar de mensen rondom ons.

In de lezing uit de Galatenbrief hoorden wij dat we kinderen zijn van God, geen slaven maar erfgenamen en wij mogen bidden tot God: “Abba – Vader”. En dit gebeurt opnieuw omwille van Jezus, omdat Hij in de volheid van de tijd gekomen is, geboren uit een vrouw. Wij mogen heel dit jaar in volle vertrouwen tot God komen en Hem aanspreken met de woorden van Jezus: “Lieve Vader”. Ook als wij het moeilijk hebben, ook als we een tijdlang van God zijn weggelopen, we mogen tot Hem komen en zeggen: “Lieve Vader” en in alle eenvoud bidden om vergeving, en Hem danken voor zijn goedheid en voor het heil en voor het geluk van Jezus te kennen…

En dan is er de 3de lezing, uit het evangelie volgens Lucas. Het gaat natuurlijk nog altijd over Jezus, die vandaag zijn naam ontvangt, de mooiste naam die er bestaat omdat Hij werkelijkheid is: “God is redder”, dat is Jezus’ naam, dat is Jezus. Omwille van Hem zijn de herders gekomen naar de kribbe. Maar we moeten toch eens letten op Maria. In het verhaal van de aankondiging hebben wij haar reeds horen zeggen: “Ik ben het dienstmeisje van de Heer, mij geschiede naar uw woord”. Hier lezen we over Maria: “Allen stonden verwonderd over hetgeen de herders hun verhaalden. Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf”. 

God zegene en beware u, vrienden, opdat gij ook mensen zou zegenen, opdat gij God zou mogen ervaren als uw Vader en opdat ge zoals Maria zou luisteren naar Gods woord, het in uw hart bewaren en overwegen en er naar zoudt handelen. (b.v.v.)

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -