GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD



GELOOF EN LEVEN

2016/2017


WAT INSPIRATIE VOOR ZONDAGSPREKEN



Jezus’ woord verlicht de wereld, alleluia,

Jezus’ woord is bron van leven, alleluia.

Jezus’ woord is sterk en teder, alleluia,

Jezus’ woord wijst veil’ge wegen, alleluia.


U KUNT OOK SURFEN NAAR DE ZONDAGSPRESENTATIES

OVER DE EVANGELIES VAN DE ZONDAG.


NAAR INHOUD        NAAR TOP




- Pinksteren (4/6/2017) Kom, heilige Geest en schenk nieuw leven

- Paaszondag 7 (28/05/2017) Volharden als christen

- Paaszondag 6 (21/05/2017) Een andere Helper beloofd

- Paaszondag 5 (14/05/2017) Niet verontrust !  

- Paaszondag 4 (7/05/2017) Herders zoals Jezus

- Paaszondag 3 (30/04/2017) Het was voorzegd

- Paaszondag 2  (23/04/2017)

- PASEN - Verrijzeniszondag (16/04/2017)

- Palmzondag (9/04/2017) Het verlossingswerk

- Zondag 5  40-dagentijd (2/04/2017) Mensen van hoop zijn

- Zondag 4  40-dagentijd (26/03/2017) Jezus, Licht van de wereld

- Zondag 3  40-dagentijd (19/03/2017) De Redder van de wereld

- Zondag 2  40-dagentijd  (12/03/2017) Volharden in moeilijke tijden

- Zondag 1  40-dagentijd (5/03/2017) Sterk in de beproeving

- Zondag 8 door het Jaar A  Maakt  u dus niet bezorgd

- Zondag 7 door het Jaar A Wees volmaakt zoals uw hemelse Vader
- Zondag 6 door het Jaar A (12/02/2017) De vervulling van de Wet

- Zondag 5 door het Jaar A (5/02/2017) Zout der aarde, licht van de wereld

- Zondag 4 door het Jaar A (29/01/2017) Zalig de ‘amen’

- Zondag 3 door het Jaar A (22/01/2017) Licht in de duisternis

- Zondag 2 door het Jaar A (15/01/2017) Licht en heil voor alle mensen

- Feest van de Openbaring van de Heer (8/01/2017) Universele liefde

- Feest van de Moeder van God (1/01/2017) Jezus de Redder

- Kerstnacht (25/12/2016) Licht om door te geven  

- Zondag 4 Advent (18/12/2016) Hij zal zijn volk redden

- Zondag 3 Advent (11/12/2016) Wees blij, geduldig en moedig

- Zondag 2 Advent (4/12/2016) Bereid de weg van de Heer

- Zondag 1 Advent (27/11/2016) Gods paden bewandelen



NAAR INHOUD        NAAR TOP


PINKSTEREN

Kom, Heilige Geest


Hand.2,1-11 Pinksteren / Psalm 104 Zend Gij uw Geest dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw / 1 Kor.12,3b-7.12-13 Niemand kan zeggen: "Jezus is de Heer," tenzij door de heilige Geest / Alleluia. Kom heilige Geest, vervul het hart van uw gelovigen en ont­steek in hen het vuur van uw liefde / Joh.20,19-23 Ontvang de H. Geest


We hebben vandaag in de lezingen het verhaal van de Nederdaling van de H. Geest over de apostelen, de woorden van Paulus over het werk van de H. Geest en in het Evangelie deelt de Verrezen Heer Jezus de H. Geest mee.

Maar tussen deze eigenlijke lezingen heeft de Kerk in de tussenzang en in het alleluiavers ook belangrijke dingen gezegd over de Heilige Geest. Zo gebruikt ze psalm 104 om te zeggen hoe de H. Geest leven brengt en de schepping nieuw maakt. In het Scheppingsverhaal, dat helemaal aan het begin van de Bijbel werd geplaatst wordt gezegd dat, vooraleer God zijn scheppingswerk begon, zijn Geest over de wateren zweefde. De Kerk gebruikt de tekst uit psalm 104 om ons duidelijk te maken dat Gods Geest alles weer tot leven kan wekken, heel de schepping weer nieuw kan maken. Hier ligt in feite een voorname basis van onze christelijke hoop: Gods Geest kan alles weer tot leven wekken, kan alles weer nieuw maken, ook in de kerk, ook in onze streken die zo ontkerstend zijn. Gods Geest maakt alles nieuw. En daarom bidden wij in het alleluiavers, vlak voor het evangelie: “Kom, heilige Geest, vervul het hart van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.”

Als wij ons ervan bewust worden dat het met de Kerk in onze streken niet zo goed gesteld is, als er in ons eigen hart allerlei twijfels opkomen of als we als christen wat ontmoedigd geraken moeten wij individueel en als geloofsgemeenschap vaak bidden: “Kom, heilige Geest, vervul het hart van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw liefde, vernieuw in ons het geloof, versterk onze hoop en ons vertrouwen. Kom, heilige Geest.”


Van het gebeuren op Pinksteren onthouden wij vooral hoe de leerlingen van Jezus totaal ontredderd door de dood van Jezus, met Pinksteren als het ware herboren worden en naar buiten treden om te getuigen dat Jezus leeft en dat Hij zijn Geest gezonden heeft om alles nieuw te maken. Die vernieuwing konden de mensen zien aan de groep der apostelen, ongeletterde mensen die nu plots met vrijmoedigheid getuigdn dat Jezus verrezen is en zijn Geest zendt over allen die Hem aanvaarden. Wij hebben bij ons doopsel en heilig Vormsel ook de heilige Geest ontvangen, maar we hebben ons niet altijd door Hem laten leiden. Wij hebben zijn zachte werking in ons niet altijd opgevolgd. Daarom is het nodig dat wij nu en geregeld bidden opdat Hij ons opnieuw wil aanraken met vernieuwd geloof en hoop en liefde. Zo zullen wij als leerlingen van Jezus door ons leven en ons woord kunnen getuigen dat Hij mensen nieuw maakt, mensen weer tot leven wekt. Zend Gij uw Geest dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw (Psalm 104). Kom heilige Geest, vervul het hart van uw gelovigen en ont­steek in hen het vuur van uw liefde (alleluiavers). Kom, heilige Geest ! (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP


7de ZONDAG VAN PASEN

Volharden

Hand., 1, 12-14 Bleven eensgezind volharden in het gebed / Psalm 27 Ik reken er op nog tijdens mijn leven de weldaden van de Heer te ervaren /  1 Petr., 4, 13-16 Delen in het lijden van Christus /  Joh., 14, 18 Alleluia. Ik zal u niet verweesd achterlaten, zegt de Heer, Ik ga, en Ik keer tot u terug, en uw hart zal zich verblijden / Joh., 17, 1-11a Vader, verheerlijk uw Zoon


De elf worden nog eens met name vermeld, samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus en zijn andere familieleden bleven ze volharden in het gebed daar in Jeruzalem.  Een klein groepje mensen die min of meer bij Jezus hoorden en die zich nu samen zetten om te bidden, om verder beschikbaar te zijn voor het plan van God, wachtend op de Andere Helper, de heilige Geest. Voor ons is het ook goed samen te komen voor het grote gebed, de Eucharistie waarin we Jezus gedenken en Hij ons sterkt met het heilige Voedsel, het Brood uit de hemel. Ook wij zien uit naar de beloofde Helper, opdat Hij ons opnieuw zou sterken om elke dag opnieuw te leven in het spoor van Jezus, in het doen van Gods wil.

In zijn eerste brief heeft Petrus het over het lijden waarmee een christen kan te maken krijgen: dat men gehoond wordt, uitgelachen wordt en gekleineerd omdat men gelooft in Jezus als de redder. Dat men gehoond wordt om de Naam van Jezus is geen schande, het is een teken dat Gods Geest op ons rust. Petrus besluit met deze woorden: Wie als christen lijdt, moet zich niet scha­men, maar God eren met die naam.

Het is natuurlijk verleidelijk om weg te kruipen, om er niet voor uit te komen dat je christen bent, en gewoon gaan doen zoals iedereen, uw gedrag af te stemmen op wat de wereld zegt en verwacht.

Ik weet wel, er is heel wat goeds in de wereld, Gods Geest is werkzaam ook buiten de kerk; maar er is ook heel wat dat ingaat tegen Gods verlangen: de leugen, het geldbejag, het onrecht, de achteruitstelling van de zwakken, het gebrek aan aandacht voor minder validen, de eenzaamheid van zieken en bejaarden… Op die vlakken moeten wij, gedreven vanuit ons geloof, stappen zetten op de weg die Jezus ons heeft aangewezen. Dit vraagt van ons een gedraging die ons soms moeite kost, die soms ingaat tegen wat ons egoïsme ons aanwijst. Wellicht voelen we daar de nood aan van die Andere Helper, de Heilige Geest, die Jezus ons vorige week in het evangelie nog beloofde.

Samen met de apostelen en met Maria en met zoveel christenen over de wereld willen wij bidden opdat de Heilige Geest het gelaat van de wereld zou vernieuwen en ook ons eigen hart, onze parochiegemeenschap, ons gezin…

Midden de wereld, waarin God ons geplaatst heeft, mogen wij zelf zo kleine haarden van nieuw leven stichten, waardoor de wereld van binnenuit wat meer gaat gelijken op de wereld zoals Jezus hem gedroomd heeft. (Ben Van Vossel 201)



NAAR INHOUD        NAAR TOP



6de ZONDAG VAN PASEN (21/05/2017)

Een andere Helper beloofd


Hand., 8, 5-8. 14-17 Legden hen de handen op en zij ontvingen de heilige Geest / Ps. 66 (65), 1-3a, 4-5, 6-7a, 16 en 20 Jubelt voor God, alle landen der aarde /  1 Petr.,3, 15-18 Weest altijd bereid tot verant­woording aan alwie u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft / Joh., 14, 23 Alleluia. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden, zegt de Heer; en Wij zullen tot Hem komen / Joh., 14, 15-21 Een andere Helper beloofd


Vorige week hoorden wij hoe de apostelen 7 diakens aanstelden om hen te helpen bij de dienstverlening aan de weduwen van de niet-Joodse christenen. Een van deze diakens was Stefanus, de eerste martelaar. Een andere diaken was Filippus. In Samaria heeft hij veel succes met zijn verkondiging die gepaard ging met veel genezingen. Nogal wat mensen bekeren zich tot Jezus. Petrus en Johannes komen dan van Jeruzalem om die nieuwe christenen in de ruimere kerkgemeenschap op te nemen. Zij spreken over hen een gebed uit opdat ze de heilige Geest zouden ontvangen want ze waren alleen maar gedoopt in de naam van de Heer Jezus.


Zij waren ondergedompeld in Jezus, ze wilden echt van Jezus zijn, zij aanvaardden Hem als Gods Zoon, de Messias, de Redder door God aangesteld, maar… ze hadden de heilige  Geest nog niet ontvangen. Dat was die andere Helper, die Jezus vóór zijn heengaan aan zijn leerlingen beloofd had. We hoorden dat in het evangelie van vandaag.


Die andere Helper, de heilige Geest, hebben wij ontvangen bij ons doopsel, waar we met H. Chrisma gezalfd werden en later bij ons heilig Vormsel om ook christen te kunnen zijn na onze kinderjaren. Jezus zegt over Hem dat Hij de Geest van waarheid is, voor wie de wereld niet ontvankelijk is omdat ze Hem niet ziet en niet kent. En dan zegt Jezus iets speciaals: Gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.

De heilige Geest blijft bij ons en zal in ons zijn.


Een andere Helper dus! Wij kunnen onszelf natuurlijk wijsmaken dat wij onze weg in de moderne samenleving ook wel alleen zullen vinden. Maar om te kunnen onderscheiden waar Gods wil ligt, om duidelijk te zien wat goed is of wat een slechte keuze is, daarvoor hebben we de leiding nodig van de heilige Geest. Wanneer wij zijn leiding volgen, dan wordt het stilaan gemakkelijker om te leven volgens zijn leiding: je maakt dan gemakkelijker de juiste keuzes, je staat meer open voor de richting die hij toont, je voelt beter aan wat niet Gods verlangen is, of waar je als mens niet beter van wordt, of waar de samenleving niet beter van wordt…

De heilige Geest helpt ons om onze weg te vinden in deze moderne wereld en in de nieuwe omstandigheden waarin we leven. Om waarheid van de leugen te onderscheiden, om te kiezen voor wat God wil en niet wat spraakmakers ons als waarheid voorhouden… De heilige Geest blijft bij ons en zal in ons zijn; van binnenuit leidt Hij ons bij het maken van de goede keuze.


We moeten dan ook vaak beroep doen op de heilige Geest. Opdat Hij ons opnieuw zou bezielen met geloof, hoop en liefde, het goddelijk leven in ons. Het geloof in de liefhebbende God, de Vader van de Heer Jezus, de hoop die ons zegt dat het schoonste nog moet komen, dat ons leven een toekomst heeft ook óver de dood heen, en de liefde die ons toerust om van God en onze medemensen te houden… Het is Gods Geest in ons.

Spijtig genoeg hebben we vaak niet het nieuwe leven geleid waartoe Hij ons inspireerde, vaak is de bron van Levend water wat overspoeld met alles wat we hebben doorgemaakt. Wij hebben niet altijd de goede keuzes gemaakt en zijn in troebel water gaan vissen… In de Efesiërsbrief spoort Paulus ons aan: Wilt Gods heilige Geest niet bedroeven (EF.4,30)

In deze veertien dagen vóór het Pinksterfeest mogen wij al uitzien naar de heilige Geest die op een vernieuwde wijze over ons gaat komen. Laten we samen met de hele kerkgemeenschap vaak bidden ‘Kom, heilige Geest’, om vernieuwd te worden in ons christelijk leven en om in woord en leven blijde getuigen te zijn van de verrezen Heer. De apostel Petrus moedigt ons vandaag aan om op de eerste plaats getuigen te zijn van Jezus door onze manier van leven en omgaan met de mensen : “Heiligt in uw hart Christus als de Heer. Weest altijd bereid tot verant­woording aan alwie u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft. Maar verdedigt u met zachtmoedigheid en gepaste eerbied, en zorgt dat uw geweten zuiver is. Dan zullen zij die uw goede christelijke levens­wandel beschimpen, met hun laster beschaamd staan.”  (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP


5de ZONDAG VAN PASEN (14/05/2017)

Laat uw hart niet verontrust worden


Hand., 6, 1-7 7 diakens gekozen / Ps. 33 (32).1-2, 4-5, 18-19 Geef ons, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrou­wen  / 1 Petr., 2, 4-9 De steen door de bouwlieden verworpen is de hoeksteen geworden / Joh., 14,6 Alleluia. Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer. Nie­mand komt tot de Vader, tenzij door Mij. / Joh., 14,1-12 Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven


In de loop van haar bestaan heeft de Kerk zich moeten aanpassen, en heeft ze zich ook aangepast aan veranderende omstandigheden en aan veranderend zicht op de aardse realiteiten.

De eerste christenen die allen Joden waren hebben zich moeten opstellen voor de niet-Joden die ook in Jezus en zijn verkondiging gingen geloven; zij werden niet verplicht om heel de Joodse wet te onderhouden. Dat was een hele omwenteling. Stilaan werden die heiden-christenen zowat de dragers van het christendom, vooral ook door toedoen van Paulus, een gewezen Farizeeër. In de late Middeleeuwen kwamen wetenschapsmensen met onthutsende vaststellingen zoals dat de zon niet rond de aarde, maar de aarde rond de zon draaide.  Copernicus en later Galileo Galileï, die de zon als centrum van ons melkwegstelsel zagen, kregen vanwege de kerk aanvankelijk veel kritiek omdat die visie niet overeen kwam met de traditionele inzichten van met sommige passages in de Bijbel die toen nog letterlijk werden verstaan. Toch had de kerk op het concilie van Trente in 1563 reeds bepaald dat de Bijbel uitsluitend in aangelegenheden van geloof of moraal onfeilbaar was en geen uitspraken deed op het gebied van wetenschap. Stilaan aanvaardde de Kerk die inzichten. Later ook de evolutietheorie in een of andere vorm. De schrijvers van de Bijbel waren immers mensen van een bepaalde tijd die Gods boodschap brachten in de taal van hun tijd en de inzichten van toen.


Stilaan heeft de kerk haar diepste overtuigingen ingepast in de veranderde omstandigheden of veranderde wetenschappelijke inzichten. Zo zien we vandaag in de Handelingen van de apostelen hoe de kerk, naast de apostelen ook plaats inruimt voor diakens, die op de eerste plaats instonden voor de sociale dienstverlening binnen de kerkgemeenschap. Er wordt nog aan toegevoegd dat die aanpassing zorgt voor grotere aantrok naar de christelijke gemeenschap.

Omdat de Kerk een wereldwijde gemeenschap is, duurt de aanpassing soms wat langer, maar we moeten voldoende vertrouwen hebben dat Gods Geest het bouwwerk van Jezus, waar Hij de hoeksteen van is, niet zomaar in de steek zal laten.


Wel worden wij door Petrus opgeroepen om in die geestelijke tempel geestelijke offers op te dragen, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus. Die geestelijke offers zijn natuurlijk onze gebeden en het vieren van de sacramenten, maar ook ons leven en onze daden, die in overeenstemming zijn met wat Jezus leerde.

Het is vandaag niet altijd gemakkelijk om voluit christen te zijn. Er zijn zoveel tegenkrachten. Onze eigen zelfzucht en gebrek aan geloof, maar ook het uitgesproken antichristelijk getuigenis van deze tijd hier in onze streken. Jezus zegt ons in het Evangelie: Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. En ook voor ieder van ons is het zaak om in deze tijd een evenwichtig maar oprecht getuigenis te brengen van een christelijk leven.


Zelf moeten we echt christen zijn en Jezus aanvaarden als de ware weg naar het echte leven. Dat is leven naar de toekomst toe. Al zijn er vandaag minder gelovigen en minder priesters, de heilige Geest zal ons ook doorheen die depressie voeren. Jezus laat ons niet in de steek als wij Hem niet in de steek laten. Het vraagt dat wij ons leven van elke dag toetsen aan wat Jezus ons geleerd heeft en dat de Kerk voor ons concreet maakt. Op Jezus mogen wij bouwen omdat door zijn werken, zijn leven en verrijzenis God ons getoond heeft dat Jezus de stevige hoeksteen is van het gebouw dat de Kerk is. Laten wij ons dan vaak tot Jezus wenden in ons persoonlijk gebed en in dit samenzijn rond de tafel van zijn woord en van het Brood dat Hij ons aanreikt om ons te vormen naar zijn beeld. (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP


4de ZONDAG VAN PASEN
Herders zoals Jezus


Hand., 2, 14a. 36-41 God heeft die Jezus die gij gekrui­sigd hebt, tot Heer en Christus gemaakt, / De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort  Ps. 23 (22), 1-3, 3b-4, 5, 6 /  / 1 Petr., 2, 20b-25 gij waart verdwaald als schapen, maar nu zijt ge bekeerd tot de herder en behoeder van uw zielen / Alleluia. Ik ben de goede Herder, zegt de Heer, Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij / Joh., 10, 14 Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten, en wel in overvloed.

Mens voor de mensen zijn, herder als God,

Trooster voor groot en klein, zo lief als God.

Zo dichtte pater Weemaes ooit. God, de goede herder, en wij die herders moeten zijn naar zijn voorbeeld. Herders zoals God.

In zijn preek op Pinksteren zegt de apostel Petrus dat Jezus, de gekruisigde door God tot Heer en Messias heeft gemaakt.  Jezus, die door zijn eigen volk was overgeleverd om gekruisigd te worden,  wordt voor ieder mens bron van heil, en zuivert van alles wat niet Gods wil was…

Daarom heeft de Kerk als tussenzang psalm 23 genomen: “De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort. Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden omwille van zijn Naam. Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt. Uw stok en uw herdersstaf geven mij moed en vertrouwen. Gij nodigt mij aan uw tafel.”  

Een psalmlied dat heel lieflijk klinkt, maar het gaat wel over ons leven, ons gewone leven. In dat leven, met zijn goede momenten en ook met zijn moeilijkheden en zorgen, in dat gewone leven wil God ons nabij zijn, zorgzaam, om ons te leiden naar wat goed en naar wat echt waardevol is en toekomst heeft. Zo wil de Heer Jezus voor ons aanwezig zijn, in het leven, ons leven, van elke dag, als de goede Herder die ons de weg wijst en die voor ons de deur naar het geluk heeft opengezet. Hij wil niet buiten ons geone leven staan, enkel en alleen tijdens de zondagsmis of op momenten dat we er helemaal dóór zitten; nee, in ons gewone leven wil Hij ons nabij zijn.

In zijn Paasbrief herinnert Petrus er ons aan dat wij genezen zijn door de geselslagen van Jezus, dat wij het leven, het echte leven deelachtig zijn geworden omdat Jezus zijn eigen leven in de waagschaal heeft gelegd. Petrus schrijft: “gij waart verdwaald als schapen, maar nu zijt ge bekeerd tot de herder en behoeder van uw zielen.”

Het is vandaag een dag om ons helder voor de geest te halen hoe Jezus inderdaad, als een goede herder zich voor ons heeft ingezet, met heel zijn leven. Het is dan vandaag ook het moment om ons naar Hem te keren en te vragen dat Hij ons kracht geeft, door zijn Woord en door onze deelname aan het heilige offermaal, om aan God toegewijd te zijn zoals Hij, opdat we zoals Hij door God tot het echte leven worden gebracht.


Zoals Jezus zichzelf aan ons heeft toegewijd en zich voor ons gegeven heeft, zo moeten wij Hem ook daarin volgen. Ons inzetten voor het geluk van medemensen, de mensen van ons gezin, door echte liefde, geduld, vriendelijkheid en trouw; maar ook voor elke nood die God onder onze aandacht brengt en waar we iets kunnen aan doen. Herder als God. Zo lief als God, voor elkaar, voor de kinderen, voor de zieken en bejaarden. Herder zoals God. Met deze roeping zijn wij als christenen belast. Zo werken wij aan de toekomst van onze wereld, de enige toekomst die werkelijkheid moet worden: een wereldwijde mensengemeenschap waar daadwerkelijke aandacht is voor ieder mens, voor de zwakken en kleinen op de eerste plaats. Laten wij ons vandaag zenden, als volgelingen van Jezus, als goede herders zoals Hij. Bidden wij vandaag ook speciaal voor goede herders die het volk van God kunnen weiden in de jaren die komen. (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



3de ZONDAG VAN PASEN

Brandde ons hart niet in ons ?


Hand., 2, 14. 22-28 Gij zult mijn ziel niet overlaten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf  laten zien.  / Ps. 16 (15), 1-2a en 5, 7-8, 9-10, 11  Wijs ons, Heer, de weg van het leven / 1 Petr.1, 17-21 Door Hem gelooft gij in God, die Hem van de doden opgewekt / Alleluia. Heer Jezus, ontsluit voor ons de Schriften: doe ons hart branden terwijl Gij tot ons spreekt / Lc., 24, 13-35 Emmaüs


In alle lezingen van deze dag wordt verwezen naar het mysterie van Pasen: de verlossende kruisdood van Jezus, waardoor wij verlost zijn en zijn Opstanding. In zijn Paasbrief schrijft Petrus: “Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus, het lam zonder vlek of gebrek. … Door Hem gelooft gij in God, die Hem van de doden opgewekt en Hem de heerlijkheid gegeven heeft; daarom is uw geloof in God tevens hoop op God.”

Het kan ons misschien verwonderen dat Petrus in zijn toespraak op Pinksteren dan weer verwijst naar het Oude Testament om duidelijk te maken dat daarin reeds de verrijzenis van de Messias was voorzegd. Voor de eerste christenen, allen Joden, was het immers belangrijk dat de zending en het verloop van Jezus’ leven, in het verlengde van het Oude Testament lagen. Daarom komen in het Nieuw Testamenten zoveel verwijzingen voor naar het Oude Testament, speciaal ook naar de psalmen die veel mensen kenden. Het verhaal van de leerlingen van Emmaüs geeft aan die verwijzingen een diepe betekenis. Die twee leerlingen waren wel erg ontmoedigd en verwonderd dat het met Jezus zo slecht was afgelopen. Ze waren zo sterk ontgoocheld dat ze zelfs de mensen niet geloofden die kwamen zeggen dat Jezus verrezen was. Als ze dan de verrezen Heer ontmoetten -zonder Hem aanvankelijk te herkennen- zegt Hij hen dat de Messias dat alles moest doormaken. “Beginnend met de boeken van Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had.” Even later herkennen ze Jezus aan het breken van het brood. “Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar: "Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?"”  In hun hart was er nieuwe hoop gekomen en het werd hen duidelijk dat wat Jezus was overkomen, tot en met zijn verrijzenis, reeds voorzegd was in de heilige Schrift.

Op het geloof van de eerste christenen is ons geloof voor een groot stuk gebaseerd. Het komt er op aan dat wij ons geloof, ons Paasgeloof, niet laten verflauwen in de loop van het gewone dagelijkse bezigzijn met grote en kleine zaken. Wij moeten leven van dat geloof dat tevens hoop op God is. Zoals Petrus schrijft: “Door Hem gelooft gij in God, die Hem van de doden opgewekt en Hem de heerlijkheid gegeven heeft; daarom is uw geloof in God tevens hoop op God.” Ons geloof, ons Paasgeloof, geeft ons zelf ook uitzicht op leven over de dood heen, zelfs als we aan de lijve ervaren hoe broos en vergankelijk ons aardse bestaan is.

In het Breken van het Brood, in de heilige Eucharistie mogen wij –zoals de leerlingen van Emmaüs- de verrezen Heer ontmoeten, en die ontmoeting betekent voor ons de kiem van eeuwig leven met Hem, de verrezen Heer. Laten we vanuit die zekerheid ons dagelijks leven vullen met vertrouwen in de blijvende liefde van Hem die voor ons alles heeft over gehad.  (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



2de ZONDAG VAN PASEN (BELOKEN PASEN) 23/04/2017


Hand.,2,42-47 Eerste christenen / Ps. 118 (117), 2-4, 13-15, 22-24 Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, eindeloos is zijn erbarmen  / 1 Petr., 1,3-9 Een leven van hoop / Joh., 20, 29 Alleluia. Omdat gij Mij gezien hebt, Tomas, gelooft ge, zegt de Heer, zalig die niet zien en toch geloofd hebben / Joh., 20, 19-31 Ongelovige Tomas


We zijn zowat in de situatie van de eerste christenen. We hebben Pasen gevierd, we hebben onze doopbeloften vernieuwd. Maar hoe moet het nu verder? Is er iets aan ons gebeurd? Wat heeft Pasen voor ons betekend? Gaat het Paasmysterie, Jezus’ verrijzenis, gevolgen hebben voor ons leven van elke dag?

In de Handelingen van de apostelen zien we hoe die eerste christenen hun leven serieus op de rails gezet hebben. Ze legden zich ernstig toe op de leer der apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en het gebed (de eucharistie waarin ze Jezus lijden en verrijzenis herdachten). Er wordt verder verhaald hoe ze aandacht hadden voor de minder bedeelden. En hun voorbeeldig leven bracht mee dat ook anderen zich tot Jezus bekeerden.

Gaan wij ons ook op nieuwe paden begeven? Gaan ook wij ons toeleggen op de leer van de apostelen in het Nieuw Testament, gaan ook wij trouw zijn aan het gebed en aan het vieren van de Eucharistie? Zullen ook wij voorop gaan in het delen van ons bezit met mensen die het moeilijk hebben en met mensen die zware tegenslagen kenden in hun leven, mensen op de vlucht voor de oorlog of vervolging? Of zijn zoals mensen, ook christenen, die vinden dat het maar eens gedaan moet zijn met de instroom van vluchtelingen die trouwens van een heel andere cultuur zijn dat de onze? Ook van bij ons zijn er ooit mensen op de vlucht geweest, zelfs tijdens de 2 Wereldoorlogen en tijdens hongerwinters of hoge werkloosheid. Ook in Jezus’ leven wordt er, naar het voorbeeld van het Joodse volk, verhaald dat Hij ooit vreemdeling was in Egypte. Wij moeten ons als christenen wapenen tegen àl te menselijke, eng-nationalistische opinies. Laten we eerder aandacht schenken aan het voorbeeld en de woorden van paus Franciscus.

Ons leven als christen mag niet enkel gebouwd worden op menselijke voorzieningen, al is het niet verkeerd maar wenselijk dat wij ons inspannen om voor onszelf in te staan en zelfs overhouden om ook te kunnen meedelen aan anderen. Petrus schrijft in zijn Paasbrief: “Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid deed herboren worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Een onvergankelijke, onbederfelijke, onaantastbare erfenis is voor u weggelegd in de hemel.” Wij zijn herboren tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus, onze Heiland. En zo zijn wij zeker van een erfenis die niet vergaat, zegt Petrus, een erfenis die ons niet kan ontvreemd worden. Dit is geen smoesje om ons kalm te houden en de zaken maar hun beloop te laten gaan. Onze hoop is gegrond op de Verrijzenis van Jezus.

Zoals Tomas kan er soms twijfel ontstaan in ons hart. Dat is vooral omdat we de zekerheid, het getuigenis van medechristenen niet tot ons hart laten doorklinken. Maar zoals het slechte gedrag van christenen, ook van priesters ons kan doen twijfelen, zo moeten wij ook – zoals een van de nieuwe christenen getuigde – zo moeten wij ook en vooral kunnen zien hoe zeer veel gelovigen door hun leven van vriendelijkheid, zachtheid, naastenliefde en trouw getuigen van de aanwezigheid in hun leven van de Verrezen Christus.

Laten wij dan op onze beurt aandacht schenken aan het getuigenis dat wijzelf te brengen hebben door onze manier van leven in het gezin, in onze buurt, op de werkvloer en vooral door onze aandacht voor de lijdenden, de zieken, de beproefden. Zo zullen wij getuigen zijn van de Verrezen Heer, getuigen van de hoop die in ons leeft. (Ben Van Vossel 2017)



NAAR INHOUD        NAAR TOP



EERSTE PAASDAG

Christus is waarlijk verrezen !


Hand.10,34a.37-43 God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan / Psalm 118 Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt. Wij zullen hem vieren in blijdschap / Kol. 3, 1-4) Christus zetelt aan de rechterhand Gods / Alleluia. Ons Paaslam is geslacht: Christus zelf. Wij moeten ook ons feest vieren in de Heer /  Waarlijk Chris­tus is ver­rezen / Joh. 20,1-9 hij zag en geloofde



Gij weet wat er overal in Judea gebeurd is, zegt Petrus, hoe Jezus na het doopsel van Johannes, weldoende rondging en alle genas die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem. Wij zijn daarvan getuigen. Men heeft Hem vermoord aan het kruis, maar God heeft Hem doen opstaan en doen verschijnen aan ons die Hem ontmoet hebben nadat Hij van de doden was opgestaan…

Vrienden, op het getuigenis van die paar tientallen mensen is ons geloof gevestigd, het geloof in de verrezen Heer Jezus Christus. Het lege graf heeft op hen diepe indruk gemaakt en het getuigenis van mensen die Hem hebben mogen ontmoeten…

Hun getuigenis heeft de Kerk doorheen de eeuwen bewaard en miljoenen mensen hebben nadien dat getuigenis gelovig aanvaard, velen hebben er hun leven voor gegeven, miljoenen hebben kracht gevonden om als gelovige en hoopvolle mensen door het leven te gaan.

Ook wij mogen vandaag onze kracht en vertrouwen halen uit het geloof dat de verrezen Heer zijn mensen nabij is. We mogen met Hem spreken, we mogen tot Hem onze toevlucht nemen bij beproevingen, we mogen in ons hart de vreugde en de hoop ervaren van de diepe zin van het leven en van onze uiteindelijke bestemming en geborgenheid in de trouwe liefde van onze Heer en Heiland Jezus Christus.

Vandaag is een dag van vreugde. Goede vrijdag en de eenzame stilte van Stille zaterdag zijn voorbij. Toch draagt de verrezen Heer nog zijn verheerlijkte wonden als blijvend getuigenis dat een gegeven leven niet verloren is maar in zich de kracht draagt tot openbloeien in de verrijzenis, door de kracht van Gods liefde en trouw.

Laten we vanuit het mysterie van Jezus’ Opstanding ons geborgen en hoopvol weten ook in het leven van elke dag, met zijn ups en downs, met zijn vreugden en zorgen. Jezus is verrezen. Zalig Pasen.

(Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



PALMZONDAG (9/04/2017)

Het verlossingswerk


Matteus 21,1-11 Evangelie van de Intocht / Jes. 50, 4-7 Ik ben niet teruggedeinsd / psalm 22 Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij? / Fil. 2, 6-11 Hij heeft zichzelf ontledigd / Lijdensverhaal vlgs Matteüs


Met deze zondag beginnen we de Lijdensweek, die ons tot Pasen brengt. De Goede Week, de heilige week. Waarom vieren we dat ieder jaar opnieuw? Omdat we ons dieper bewust willen worden van Gods liefde die we in Jezus aan het werk hebben gezien. In een film over Jezus lijden, The Passion, is er een frequentie waar Jezus, tijdens de kruisdraging, valt onder het kruis, vlak voor de voeten van Maria, Zijn moeder, de Moeder van smarten. Jezus keert haar zijn doorwond gelaat toe en fluistert: “Dit is de prijs voor de verlossing van de mens.” Welnu, dàt vieren we deze week, en elke dag in de Eucharistieviering, en ieder jaar opnieuw, omdat we dat mysterie van Gods oneindige liefde nooit voldoende zullen doorgronden, Hem nooit voldoende zullen loven en danken voor die onbegrijpelijke liefde.

Waarvan moesten we dan zo nodig van verlost worden? Zijn we dan zo slecht bezig? Zijn dat de vragen die wij ons stellen? Of stoppen we als struisvogels de kop onder het zand om de werkelijkheid niet te zien?

Er is nog altijd heel wat donkerte in de wereld: de oorlogen, het terrorisme, de uitbuiting van armen en arme landen, de ontrouw in de huwelijksrelaties, het gebrek aan respect voor het menselijk leven van in zijn ontstaan en aan zijn eindpunt.  Er is het egoïstisch omgaan met bezit, beleid, allerlei relaties en seksualiteit… Moeten we zo nodig nog verlost worden?  Het lijkt er inderdaad op en we moeten onszelf niet uitsluiten van die nood aan verlossing.

We mogen wel blij zijn als Jezus’ levensoffer al wat aan invloed heeft gewonnen in ons leven, maar wij mogen het mysterie van de verlossing ook toepassen op heel die wereld van menselijke ontoereikendheid. Er is nog een hele weg af te leggen opdat de wereld zou beantwoorden aan de droom van God.

Vandaag bieden wij onszelf en de wereld opnieuw aan God aan; wij vragen dat het levensoffer van Jezus zijn invloed dieper mag doen gelden. Dat liefde mag toenemen, het respect voor mensen, voor dieren en voor de natuur. Het respect voor God. Als christen zijn wij geroepen om voor God te treden en ten beste te spreken voor de mensheid: voor allen met wie we verbonden leven en voor die tallozen anderen.

Dat wij allen ons bewust mogen worden van onze menselijke beperktheid en gaan beseffen dat God aan de oorsprong staat van al wat is en tot stand kwam doorheen dat grote proces van de evolutie. Dat wij als christenen beroep doen op Gods heilige Geest opdat we echt mee zouden kunnen bouwen aan een menselijke samenleving; opdat de samenleving zo goed mogelijk beantwoordt aan Gods verlangen, aan wat Hij er mee bedoeld heeft en dat Hij ooit de kroon op het werk zou zetten, zoals Hij het gedaan heeft op Pasen.

Vandaag gedenken wij wat Jezus ervoor geofferd heeft. Laten wij Hem vandaag niet enkel met palmen vieren, maar laat de palmtakjes ons helpen dankbaar te gedenken wat die grote Vriend en Heiland voor ons heeft volbracht. (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



5de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

Dood en opwekking

Ez. 37, 12-14 Ik ga uw graven openen / Ps. 130, 1-2, 3-4ab, 4c-6, 7-8 De Heer is steeds barmhartig, zijn genade onbeperkt / Rom. 8, 8-11 Ook uw lichaam eenmaal levend / Joh. 11, 25a, en 26 Ik ben de verrijzenis en het leven, zegt de Heer; wie in Mij gelooft zal leven in eeuwigheid / Joh 11, 1-45 of: 3-7.17.20-27.33b-45 Opwekking van Lazarus


Het gaat vandaag over dood en over het graf, het gaat ook over verrijzenis en leven, over redding door God uit ballingschap, over Gods geest die over Gods volk wordt uitgestort en die tot leven wekt. Dit alles en wat Gods Woord ons vandaag wil leren heeft volop met ons en met ons leven te maken. Als christenen zijn wij immers niet zonder hoop. We zijn zelfs geroepen om getuigenis af te leggen van de hoop die in ons leeft, en dit ondanks alles wat we als mens kunnen meemaken. En mensen en gezinnen kunnen van alles meemaken…

Het leven is niet voor iedereen hetzelfde. Sommigen lijken een wat gemakkelijk en goed leven te hebben, andere mensen hebben met nogal wat moeilijkheden te kampen hebben, met een hoop zorgen in eigen leven of in dat van hun kinderen of naastbestaanden. Trouwens, het ene moment is het andere niet, en er zijn weinigen van ons voor wie het leven altijd een rustig water is. Beproevingen vinden we allemaal op onze weg. En nu worden we vandaag opgeroepen om toch mensen van hoop te zijn. Petrus schrijft in zijn eerste brief: “Weest altijd bereid tot verantwoording aan alwie u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft.” Zijn wij echt ‘mensen van hoop’?

Is het voor ons mogelijk: enerzijds om ondanks onze welvaart toch uit te zien naar wat Christus ons in het vooruitzicht stelt. En anderzijds, ondanks de beproeving die ons overkomt, toch diep in ons hart te blijven geloven in Gods liefde voor ons en onze dierbaren.

De hoop is een goddelijke deugd, samen met het geloof en de liefde. Toen we bij ons doopsel aan Jezus werden toevertrouwd zijn die goddelijke deugden in ons ingeprent. Maar die zaadjes moeten zich kunnen ontwikkelen door daden te stellen van geloof, van hoop en van echte liefde voor God en onze medemensen. Ook de hoop moeten wij in praktijk brengen door op te zien naar God en wat Hij voor ons wil zijn en wil doen. Omdat het een goddelijke deugd is moeten wij er ook om vragen, met aandrang. Vooral wanneer moedeloosheid ons overvalt, of wanneer we zwaar op de proef worden gesteld, moeten wij aan de heilige Geest vragen om dat goddelijk geschenk van de hoop in ons hart werkzaam te houden.

Terwijl we ondertussen alle menselijke middelen aanwenden om beproevingen te boven te komen, mogen wij het gebed niet nalaten, maar met aandrang vragen dat we de hoop niet zouden verliezen, dat we niet boven onze krachten zouden beproefd worden zoals we dat vragen in het Onze Vader dat Jezus zelf ons geleerd heeft.

De hoop brengt ons opnieuw tot leven, zoals Lazarus op het woord van Jezus: “Lazarus, kom naar buiten.” En dat andere woord: “Maak hem los dat hij kan gaan.” De hoop maakt ons vrij als mens, helpt ons kijken óver actuele problemen heen; ze helpt ons voortdurend op te zien naar Gods liefde, die er altijd is, ook als problemen als donkere wolken de zon verbergen. “Ik ben de verrijzenis en het leven,” zegt Jezus ook tot ieder van ons. Laten wij vandaag ons geloof in zijn trouwe liefde vernieuwen, speciaal wanneer wij Hem ontmoeten in deze Eucharistieviering bij de Communie. Heer Jezus, ik geloof in U, ik vertrouw op U, ik bemin U.

(Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



4de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD (26/03/2017)

Wie Mij volgt zal het levenslicht bezitten


1 Sam., 16, 1b, 6-7. 10-13a Een mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer naar het hart /  De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort  Ps. 23 (22), 1-3a, 3b-4, 5, 6 / Ef.,5,8-14 Ontwaak, slaper, sta op uit de dood en Christus' licht zal over u stralen. / Joh., 8, 12b Ik ben het licht der wereld, zegt de Heer, wie Mij volgt, zal het levens­licht bezitten / Joh., 9, 1-41 of 1. 6-9. 13-17. 34-38 Genezing van de blindgeborene


Vandaag speelt Jezus voor oogarts. Niet gewoon omdat Hij de blindgeborene geneest. Hij geneest hem van zijn blindheid, maar meer nog schenkt Hij hem het licht van het geloof. Misschien dat wij vandaag niet gewoon moeten vragen om voorkoming of genezing van oogletsels, maar ook en vooral dat we naar het leven en de wereld en de mensen wat zouden leren zien zoals God er naar kijkt. In de eerste lezing hoorden we al dat de blik van God wat anders is dan de manier waarop mensen kijken. “Een mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer naar het hart”, klonk het, en zo zal de jonge schaapherder bestemd worden om koning van het godsvolk te worden.

Als we wat meer verbonden leven met God, gaan we ook anders tegen het leven aankijken. Als het wat tegenzit, gaan we niet compleet uit het evenwicht zijn, maar kunnen wij naar God opkijken, zoals in de mooie psalm 23 gezongen wordt: “De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort; Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.” Ons Godsvertrouwen moet ons ook begeleiden doorheen moeilijke dagen, en moeilijke tijden. Het is een uitnodiging voor ons allen om “met ons hart bij de Heer te zijn”, zoals we dat antwoorden als de priester ons uitnodigt om ons hart te verheffen tot God. Gedurende de dag zouden wij ons af en toe ook moeten bewust worden dat God ons wil vergezellen, en het is goed dan ook een kort moment ons vertrouwen en dankbaarheid uit te drukken.

In het evangelie van vandaag is het wel opvallend dat de blindgeborene na zijn genezing tot de ware wijsheid komt en in Jezus gaat geloven, terwijl de wijze mensen, de Farizeeën, in de duisternis van het ongeloof blijven steken. Nu hebben wijzelf ook de keuze om ons open te stellen of af te sluiten voor het geloof. Wij moeten in ons eigen leven zoeken naar de tekenen die God ons gegeven heeft van zijn liefde en zijn bijstand, wij moeten luisteren naar het getuigenis van mensen die Gods nabijheid hebben mogen ervaren, wij moeten ook luisteren naar het getuigenis van de eerste christenen die hun geloof hebben uitgedrukt in de Schrift en dan kunnen wij – zoals we zo dadelijk gaan doen in de Geloofsbelijdenis – ook vanuit ons hart ons geloof uitspreken. De blindgeborene is ons daarin voorgegaan:  Jezus vroeg hem: "Gelooft ge in de Mensen­zoon?" Hij antwoordde: "Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven." Jezus zei hem: "Gij ziet Hem, het is Degene die met u spreekt." Toen zei hij: " Ik geloof, Heer."  En hij wierp zich voor Hem neer. (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



3de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

De Redder van de wereld !


Ex., 17,3-7 Sla op die rots: er zal water uitstromen zodat de mensen kunnen drinken / Ps. 95 (94)/ 1-2 6-7, 8-9  Luistert heden naar zijn stem: weest niet halsstarrig / Rom., 5, 1-2. 5-8 God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren / Tssz. Joh.,4,42 en 15 Heer, Gij zijt werkelijk de Redder van de wereld; Geef mij van het levend water, zodat ik geen dorst meer krijg / Joh., 4, 5-42 of 5-15. 19b-26. 39a. 40-42 De redder van de wereld


Het gaat in de  lezingen van vandaag over Gods liefde voor ons, Gods liefde die zo sterk is dat Hij óver onze zonden en ontrouw heen kijkt en ons toch omgeeft met zijn reddende liefde. Paulus zegt het in zijn brief heel duidelijk: “God bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren.” Om ons van dit Blijde Nieuws te overtuigen  laat de kerk ons vandaag getuige zijn van twee gebeurtenissen: De Beproeving van het Joodse volk in de woestijn én de Ontmoeting tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de bron van Jakob.

Na hun uittocht uit Egypte had het volk in de woestijn te lijden onder de droogte; het komt morren bij Mozes: "Waarom hebt gij ons wegge­voerd uit Egypte als wij toch met kinderen en vee van dorst moeten sterven ?" Mozes komt dan zijn beklag doen bij God, en God zorgt dat het volk te drinken heeft, ondanks hun gebrek aan vertrouwen.

In het evangelie zegt Jezus dat Hij het Levende water is voor een leven in overvloed; hij zegt dat tot een Samaritaanse die bovendien ook helemaal geen heilige was.

Deze lezingen moeten ook ons in beweging brengen om sterker te geloven en te vertrouwen. Wij mogen tot God komen, ook al zijn we geen heiligen, zoals de morrende Israëlieten en de ketterse Samaritanen.  Deze laatsten hebben Jezus bij hen uitgenodigd en nadat Hij enige dagen bij hen is geweest getuigen ze tegen de Samaritaanse: “"Niet langer geloven wij om wat gij gezegd hebt, want wij hebben Hem zelf gehoord en wij weten, dat Deze werkelijk de redder van de wereld is.”

Het kan zijn dat we in eigen leven, in ons gezin of werkmidden met problemen te maken hebben, het kan gebeuren dat alles wat er in de samenleving of op wereldvlak gebeurt ons wat ongerust maakt. Maar te midden van dit alles mogen wij opzien naar Hem die ons door God als redder is gegeven. “Gerechtvaardigd door het geloof, leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer.” Door het gelovig vertrouwen op God leven wij in vrede met God door Jezus Christus. Ondanks alles wat ons leven kan dooreen gehaald hebben, ondanks alle lawaai en spijtige gebeurtenissen, dichtbij en veraf, mogen wij ons geborgen weten in de liefde van God.

Zegt ons dat iets, of leven wij gewoon ons leven verder, zonder die diepe realiteit van onze relatie tot God? Midden ons gewone leven zouden wij ons dieper bewust moeten worden van onze relatie tot God. Hij is het die de vaste Grond is van ons bestaan, de uiteindelijke werkelijkheid die ons draagt. Dit is een geen onpersoonlijke werkelijkheid, maar een liefdevolle aanwezigheid waardoor we nu reeds mogen genieten van de innerlijke vrede, in alle omstandigheden en ondanks alles wat zich aan ons kan voordoen, ondanks alles wat er in ons leven gebeurd is. Dàt bedoelt Jezus wanneer Hij zegt: “wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven”. Laten we in deze Eucharistie ons bewust keren tot de Heer en zoals de Samaritanen zeggen dat Hij onze redder is, de redder van de wereld. (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



2de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD (12/03/2017)

Om te volharden in moeilijke tijden


Gen., 12, 1-4a Door u zal zegen komen over alle geslachten op aarde / Ps. 33 (32), 4-5, 18-19, 20 en 22 /  Geef ons, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrou­wen / 2 Tim., 1, 8b- 10 Nu is zijn genade openbaar geworden door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus / Vanuit een schitterende wolk werd de stem van de Vader gehoord: Dit is mijn welbeminde Zoon, luistert naar Hem / Mt., 17, 1-9 Gedaanteverandering


Het wordt in heel korte woorden gezegd in de eerste lezing, hoe Abraham van de ene God de opdracht krijgt om uit zijn landstreek weg te trekken, weg uit zijn heidense omgeving, en op toch moet gaan naar het land dat God hem zal aanwijzen. Eenvoudige woorden, maar die een pijnlijke scheur moeten veroorzaakt hebben in het gemoed en de levenswijze van Abraham. Op weg gaan uit de vertrouwde omgeving, uit de gekende streken waar hij zijn kudde weidde, zoals zijn voorouders…

In de laatste woorden van het evangelie ligt ook die diepe ernst en de pijn geborgen maar ook de stralende toekomst voor Jezus en voor ons. In één korte zin ligt heel het mysterie van Jezus en zijn verlossingsdaad uitgedrukt, de kern van de christelijke verkondiging. Jezus zegt tot de leerlingen die getuige mochten zijn van zijn verheerlijking op de berg: "Spreekt met niemand over wat ge hebt aanschouwd voordat de Mensenzoon uit de doden is opgestaan." In die paar woorden ligt uitgedrukt: zijn verlossende dood én tevens zijn Opstanding uit de doden. Pasen, als de doortocht van dood naar Leven.

We stellen echter vast dat de verheerlijking van Jezus op de berg, geen garantie is geweest voor de leerlingen, want allen zijn ze op de vlucht geslagen toen Jezus zijn lijdenswerk begon. Toen waren zij verblind door hun eigen, oppervlakkige opvatting over wat wel en niet mocht gebeuren voor de Messias. Zij dachten niet meer aan de verheerlijking van Jezus.

In ons eigen leven als gedoopte en gelovige mensen, aken wij goede dagen mee en ook dagen dat alles ons wat tegenzit, er zijn ook dagen dat we beproefd worden in ons geloof. Op die dagen moeten wij ons scherp voor de geest halen de momenten waarop we God echt aanwezig hebben mogen ervaren in ons leven: ogenblikken waarop we sterk mochten ervaren dat God ons nabij was, dat Hij reddend en aanwezig is gekomen, dat Hij licht heeft gebracht in donkere omstandigheden, dat Hij on rust en uitzicht heeft gegeven en innerlijke vreugde. Wij moeten ons die sterke momenten van Godservaring weer voor de geest halen, zodat we overeind blijven in het geloof en in het leven.

In deze Eucharistie krijgen we de tijd om ons die momenten trachten te herinneren waarop we iets van Gods nabije hulp mochten ervaren. Zo kunnen wij op momenten waarop we in het donker zitten, terugdenken aan die lichtgevende en warme momenten, het zal ons helpen om niet op de vlucht te slaan zoals de apostelen maar moedig die donkere tijden te boven te komen en te volharden in het geloof. (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



1ste ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

In de beproeving


Gen.,2,7-9;3, 1-7 zondeval / Ps. 51 (50), 3-4, 5-6a, 12-13, 14 en 17 Heer, ontferm U, wij hebben gezondigd / Rom.,5, 12-19 of 12. 17-19 door de gehoorzaamheid van Een worden allen gerechtvaardigd / Mt. 4, 4b Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt / Mt., 4, 1-11 Beproeving van Jezus


Het is een voortdurende bekoring voor de mens om zelf te bepalen wat goed en verkeerd is en dat te bepalen los van wat God ervan denkt. Voortdurend spelen we zelf voor God. Het Oude Testament maakt ons duidelijk wat daar dan het gevolg van is: de verwijdering uit het Paradijs, de broedermoord van Kaïn op Abel, de zondvloed als antwoord op het verdorven leven, en de verwarring door de hoogmoed bij het bouwen van de ‘Babbeltoren’ die tot in de wolken moest reiken, meer dan onze ‘wolkenkrabbers’. Kardinaal Léonard gebruikte daar zijn weinig gewaardeerde mening voor met het filosofisch begrip van ‘immanente rechtvaardigheid’, wat gewoon wil zeggen het ene brengt het andere mee, ook als het niet zo gewild is.

Maar de eerste lezing legt wel degelijk de schuld bij de mens zelf. En in de tussenzang hebben we bij herhaling gebeden: ‘Heer, ontferm U, wij hebben gezondigd’. Niemand van ons kan zeggen dat we nooit zijn ingegaan tegen Gods verlangen.

Eigenlijk komt in de brief van Paulus een verheugend nieuws:  Goed, er is zonde, goed, de mens is serieus beneden de maat gebleven, maar hoe erg de zonde ook gewoekerd heeft in de wereld, door het levensoffer van Christus, is dat alles goedgemaakt. Wij moeten ons niet meer veroordeeld voelen, Christus heeft alles goedgemaakt bij de Vader. Met grote dankbaarheid en vertrouwen mogen wij bij Jezus gaan staan, het Lam dat de zonden van de wereld wegdraagt.

Jezus heeft de beproeving of verleiding weerstaan: de verleiding om God te gebruiken voor materiële doeleinden, de verleiding om God te verplichten tussen te komen, de verleiding om iets of iemand anders buiten God te aanbidden en te dienen. Het zijn bekoringen die ook ons overkomen en wij mogen daarom ons inspireren op wat Jezus deed.

In plaats van vooral te focussen op stoffelijke zaken, zouden we wat meer bezig mogen zijn met wat God ons zegt in de Bijbel.

In plaats van God bijna te verplichten om tussen te komen in allerlei omstandigheden, zouden we steeds moeten bidden zoals Jezus het ons leerde in het Onze Vader : Uw wil geschiede; of zoals Hij bad in de Olijfhof: Vader, niet mijn wil, maar uw wil geschiede.

In plaats van andere zaken of personen boven God te stellen moeten wij tenslotte altijd en in alle omstandigheden alleen God aanbidden, en Hem dienen,. Dat is het eerste gebod van de grote tien woorden: God bovenal te dienen, te aanbidden en lief te hebben.

Laten we in deze beginnende veertigdagentijd vooral opkijken naar Jezus en vragen dat Hij ons zou bezielen met de heilige Geest die in Hem werkzaam was. (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP


8ste ZONDAG DOOR HET JAAR

Zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid


Jes.,49,14-15 Kan een vrouw haar zuigeling vergeten? / Ps. 62 (61), 2-3, 6-7, 8-9ab  Bij God alleen kan ik rusten / 1 Kor.,4,1-5 Men moet ons beschouwen als helpers van Christus / Joh., 14,5 Alleluia. Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer. Nie­mand komt tot de Vader tenzij door Mij / Mt., 6, 24-34 Weest niet bezorgd

Wij eten heel wat over ons geloof. Wij weten bv dat God als een goede vader of moeder voor ons wil zorgen, dat Hij ons niet vergeet… Al zou een moeder haar kind vergeten, Ik, Ik vergeet u nooit…

En toch liggen we vlug wakker van een en ander; en maken we ons zorgen over onszelf, ons gezin, de gang van zaken in de wereld, al die vluchtelingen, die duizenden die al verdronken in de Middellandse zee vorig jaar…

Eigenlijk wil God niet dat we ons zorgen blijven maken. In ieder geval niet over oppervlakkige zaken zoals onze kleding. Maar zelfs niet over iets zo noodzakelijk als het voedsel… Jezus zegt het nogal onomwonden: “Maakt u dus geen zorgen over de vraag: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of wat zullen wij aantrek­ken ? Want dat alles jagen de heide­nen na. Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt.” Er is echter een voorwaarde: “Zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid, dan zal dat alles u erbij gegeven worden.”

Leven in het Koninkrijk van God, dat is leven vanuit het geloof, dat is je met heel je leven, met je hebben en houden aan God toevertrouwen. Dat is God Koning laten zijn in je leven, koning van de denken en handelen, koning in je relaties…

Dat lijkt allemaal nogal veeleisend en zelfs wereldvreemd. Maar als we ons niet echt aan God toevertrouwen, als we niet echt met groot vertrouwen op God in het leven staan, dat zullen we zijn nabijheid en zijn bijstand niet echt ervaren.

Het is een keuze die we zelf maken. Stellen we al ons vertrouwen op materiële zaken, of stellen wij ons vertrouwen op de Heer. Gaan we echt op weg met God in ons leven. Laten we opkijken naar Jezus, die zelf die weg van volledig vertrouwen op de Vader is gegaan; zijn leven is volledig opengebloeid in de verrijzenis, zodanig dat Hij voor ons en voor alle mensen die toegang tot het echte geluk heeft opengesteld. Laten wij voor onszelf de weg van het vertrouwen gaan, vertrouwen op God, onze Vader, zodat wij ons als een kind geborgen weten midden het leven en midden de wereld die de onze is. “Bij God alleen kan ik rusten, van Hem alleen komt mijn heil.” (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



7de ZONDAG DOOR HET JAAR

A De vervulling van de Wet  (zie verder een ander voorbeeld)


Lev., 19, 1-2. 17-18 Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig. / Ps. 103, (102), 1-2, 3-4, 8 en 10, 12-13 De Heer is barmhartig en welgezind / 1 Kor.,3,16-23

Gij zijt van Christus en Christus is van God / Joh., 10, 27 Alleluia. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer, en Ik ken ze en zij volgen Mij / Mt., 5, 38-48 Ik ben gekomen om de vervulling te brengen


Meer dan ooit schenkt Jezus vandaag klare wijn. Hij gaat de puntjes op de ‘i’ zetten. Hij is, zo zegt Hij, niet gekomen om af te schaffen, maar om de vervulling te brengen. En dat blijkt dan ook. Hij trekt de voorschriften van de Joodse wet door, voltooit ze, brengt de vervulling. Hij maakt duidelijk dat God verlangt dat onze naastenliefde totaal zou zijn, geen aalmoesje geven maar een mens echt helpen, niet enkel vriendelijk zijn voor je vrienden, maar zelfs je vijand liefhebben. En voor dat alles verwijst Hij naar God, onze Vader: “Weest volmaakt zo zegt Hij, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is."

Met die laatste zin, haalt Jezus het voorschrift aan uit het Oude Testament dat we in de eerste lezing hoorden: “Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig… Bemin uw naaste als uzelf. Ik ben de Heer.”

Heilig zijn, omdat God heilig is. Die roeping tot heiligheid geldt ook voor ons. Heilig, betekent dat we ons niet gewoon moeten afstellen op wat de wereld zegt, maar ons moeten afstemmen op God.

Jezus spreekt tot ons als tot kinderen van God: Weest volmaakt, zoals uw hemelse Vader volmaakt is. Daarmee worden we niet losgetrokken uit de wereld, integendeel, zowel de woorden uit Leviticus als Jezus eigen woorden leggen een nauw verband tussen ons geloof in God en onze liefde tot de medemens. “Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervol­gen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over recht­vaardigen en onrechtvaardigen… Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.”

Wij moeten ons laten vormen door deze woorden van Jezus, en niet gewoon luisteren naar wat de wereld verkondigt. Paulus schrijft aan zijn ruziemakende christenen van Korinthe: “Laat niemand zichzelf iets wijs maken. Als iemand onder u wijs meent te zijn volgens de normen van deze tijd die voorbijgaat dan moet hij dwaas worden om de ware wijsheid te leren. De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God.” Een wereld die niet luistert naar het verlangen van God, loopt het echte heil van de mens mis. Daarom blijft het voor ons een permanente opgave om ons geweten te vormen, te bidden om licht, te luisteren ook naar wat de Kerk ons leert, en te handelen in trouw aan ons geweten.

Wij moeten niet meelopen met de grote massa, maar wel luisteren naar het goede dat er ook in de wereld leeft, en zo toegroeien naar het beeld van God, onze Vader en Jezus onze Heer, heilig en volmaakt zijn zoals onze Vader in de hemel, zoals Jezus ons uitnodigde vandaag. (Ben Van Vossel 2017)


7de ZONDAG DOOR HET JAAR

B  Wees heilig want Ik ben heilig

Lev., 19, 1-2. 17-18 Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig. / Ps. 103, (102), 1-2, 3-4, 8 en 10, 12-13 De Heer is barmhartig en welgezind / Joh., 10, 27 Alleluia. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer, en Ik ken ze en zij volgen Mij / 1 Kor.,3,16-23 De ware wijsheid / Mt., 5, 38-48 Weest volmaakt zoals uw Vader in de hemel


Er zijn maar weinigen die zichzelf voor slecht zullen aanzien. Tenzij de grote heiligen naar wie we opkijken, en misschien ook de mensen die zeer egoïstisch zijn geweest en op het einde inzien dat hun leven één grote puinhoop is. Wij vinden onszelf nog zo slecht niet, omdat wij ons vergelijken met anderen die – althans in onze ogen – minder goed zijn dan wij.  Dat soort van vergelijking maken de lezingen van vandaag niet. De Schrift stelt ons vandaag direct tegenover God. “Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig” zegt ons de eerste lezing, die daar dan concrete manieren van leven aan vastknoopt: niet haatdragend zijn, mensen de goede weg wijzen, uw naaste beminnen als uzelf. En dat alles omdat wij heilig moeten zijn zoals de Heer, onze God.
Hoe die God is heeft de tussenzang ons bij herhaling gezegd: God is barmhartig en welgezind. Die barmhartigheid en positieve houding tegenover onze medemensen zou moet ook ons dus kenmerken…

In het evangelie maakt Jezus wel de vergelijking tussen mensen die Hem willen volgen en de zondaars en ongelovigen. Zijn volgelingen moeten immers niet enkel goed zijn voor medegelovigen en familie en vrienden, maar voor alle mensen. En dan komt weer die directe verwijzing naar God: “Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervol­gen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over recht­vaardigen en onrechtvaardigen. Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is."

Eigenlijk zullen wij niet kunnen beantwoorden aan die woorden van Jezus, als we niet voortdurend in contact leven met God. Het komt eigenlijk hierop neer, dat ons geloof deel uitmaakt van al ons denken en spreken en handelen. Het geloof moet verstrengeld zijn met ons leven. We mogen niet als heidenen de zaken louter als mens bekijken, er moet ook altijd iets van ons geloof meespelen. We moeten alles ook bekijken met de ogen van het geloof. Ook en vooral onze relaties met mensen, onze omgang met mensen, ons denken over mensen… Wat vindt God hiervan, hoe zou Jezus handelen, wat zou Hij mij aanraden?

Zo worden we stilaan gelovige mensen, in heel ons denken en doen. Zo zal ons leven meer eenheid gaan vertonen omdat we vanuit een blijvende inspiratiebron leven. Zo zullen wij ook kinderen en jongeren nog tot levensecht voorbeeld kunnen zijn.

Deze week viel het nog op in een televisieuitzending over een jongerenklas, hoe vooral moslims en ongelovige jongeren over hun geloof of ongeloof konden getuigen. Afgezien van een allochtone jongere waren er omzeggens geen gelovige jongeren aanwezig of kwamen die niet echt aan bod. Misschien is er nood aan volwassen christenen die consequent christen zijn en daartoe de kracht zoeken in een levende relatie met Christus. Dat zal zijn woord “Weest volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is” meespelen in ons leven en worden wij zoals Jezus het wenste: ‘zout van de aarde en licht van de wereld’. Laten wij die uitdaging met vertrouwen aangaan. (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



5de ZONDAG DOOR HET JAAR

Zout der aarde, licht van de wereld


Jes.58,7-10 Uw licht zal stralen / Psalm 112 De rechtvaardige is voor de vrome een licht in de nacht / /1 Kor.,2,1-5 Niet steunen op menselijke wijsheid maar op de kracht van God/ Alleluia. Uw woorden, Heer, zijn geest en leven, uw woorden zij woorden van eeuwig leven / Mt.,5,13-16 Zout der aarde, licht der wereld


We zouden ons vandaag goed in ons vel moeten voelen, want Jezus zegt dat wij het zout van de aarde zijn dat smaak geeft aan deze wereld, en dat we het licht van de wereld zijn zodat er wat licht gaat schijnen in de duisternis die er wel echt aanwezig is in onze wereld en onze samenleving.

Toch moeten wij ons tegelijkertijd afvragen of het inderdaad wel zo is dat wij het zout der aarde en het licht van de wereld zijn. Jezus zegt er immers onmiddellijk bij: Maar als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men dan zouten? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden.

Hetzelfde gebeurt er als wij, die door Jezus het licht van de wereld genoemd worden, dat licht verbergen… Licht moet branden voor allen die in huis zijn…

Wij moeten ons dus twee zaken afvragen: zijn wij inderdaad zout, zijn we inderdaad licht? En hoe en waar moeten wij smaak geven aan de wereld, hoe en waar kunnen wij licht zijn dat voor de mensen straalt?

We moeten eerst en vooral goed beseffen dat wij uit onszelf geen grote lichten zijn, zeker niet in de betekenis die Jezus eraan geeft. In feite is Jezus het Licht van de wereld. Wat wij moeten doen is zijn licht doorheen ons laten schijnen en zo de wereld wat meer in het licht laten baden. Het is dus noodzakelijk dat wij nauw met Jezus verbonden zijn, anders zullen wij zelf te weinig zijn licht kunnen uitstralen. In deze eucharistie komen we in nauwe relatie met Jezus, wij moeten Hem vooral in ons hart uitnodigen om er bezit van te nemen. Dat gebed moet vaak in ons opkomen. Heer, laat mij leven, laat mij wandelen in uw licht. Naarmate we meer toebehoren aan Jezus, des te sterker zal zijn licht door onze manier van leven, doorheen onze woorden licht geven rondom ons.

Het gaat er dus niet gewoon om dat wij ons inspannen om een voorbeeld te zijn voor anderen, maar dat wij ons op Jezus richten, dat we met Hem verbonden leven, dat wij ons laten vormen door zijn woorden, zodat Hij in feite het licht is dat anderen verlicht. Zout van de aarde zijn, gebeurt niet door heel serieus te zijn, maar door goedheid en vreugde die ook weer volop aanwezig zijn in Jezus. Die liefde en vreugde wil Jezus door ons laten doorstromen naar mensen uit onze omgeving, ook naar andersdenkenden. Jezus moet in ons tot leven komen zodat onze samenleving wat meer wordt tot een samenleving zoals God ze droomt en waarin het Licht van Christus de weg toont naar de Vader, de bron van alle licht. (Ben Van Vossel 2017)



NAAR INHOUD        NAAR TOP



4de ZONDAG DOOR HET JAAR (29/01/2017)

Zalig de armen


Sef.,2,3; 3,12-13 zoekt de gerechtigheid, zoekt de ootmoed! / Psalm 146 Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het rijk der hemelen / 1Kor.1,26-31 als iemand wil roemen laat hem roemen op de Heer / Joh.1,14 en 12b Alleluia. Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond. Aan allen die Hem aanvaardden gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden / Mt.,5,1-12a Zaligsprekingen


Jezus wordt vandaag door de kerk gepresenteerd als de grote wetgever, de nieuwe Mozes. Hij herschrijft de Wet van God, zoals Hijzelf ze beleeft. Deze zaligsprekingen klinken ons wel vertrouwd in de oren, maar als we er over gaan nadenken, betekenen ze voor ons denken en ons handelen toch wel een sterke confrontatie en uitdaging. Neem nu dat eerste: zalig de armen van geest want aan hen behoort het rijk der hemelen. Het gaat niet over mensen die niet over al hun geestelijke vermogens beschikken, maar op de eerste plaats over mensen die het niet voor het zeggen hebben, die niet de touwtjes in handen hebben, maar die beseffen dat ze als mens afhankelijk zijn van God. Geen enkel mens heeft de beschikking over zijn leven; geen enkel mens kan vanuit zichzelf gaan bepalen wat goed of slecht is; kortom, geen enkel mens kan zichzelf tot God maken. De arme van geest is de mens die beseft dat hij eindig en kwetsbaar is en die zich met vertrouwen tot God wendt, terwijl hij zich ten volle inzet voor de taak die God hem toevertrouwt. Zo iemand leeft reeds in het Rijk van God, daar waar God Heer is. Hoe zien we dan onszelf, hoe verhouden wij ons tot God in ons denken en handelen en spreken.

Sint Paulus moet daar zijn christenen van Korinthe ook op wijzen. Zij hadden het wat hoog in hun bol, misschien niet binnen hun stad, maar wel onderling: de een vond zich wat beter of geleerder dan de ander en liet dat ook voelen. Paulus haalt hen onmiddellijk van het voetstuk, dat ze er zelf gelegd hadden.

“Broeders en zusters, denkt maar eens aan uw eigen roeping. Naar menselijke maatstaf waren er niet velen geleerd, niet velen machtig, niet velen van hoge afkomst. Nee, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren, om de wijzen te beschamen; wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren, om het sterke te beschamen; wat voor de wereld van geringe afkomst is en onbeduidend, heeft God uitverkoren; wat niets is om teniet te doen wat iets is, opdat tegenover God geen mens zou roemen op zichzelf.” De Korinthische christenen zullen dit niet gaarne gehoord hebben.

We zouden ook niet graag horen dat we maar kleine luiden zijn. Maar Paulus geeft niet toe. “Als iemand wil roemen, schrijft hij, moet hij roemen op de Heer.” Door de eenvoud, door onze plaats te kennen ten overstaan van God,  komen we in de waarheid en in de werkelijkheid zoals ze is.

Jezus heeft nog meer van dergelijke wetteksten die in feite leefregels zijn, vaststellingen die Hij maakt van wat er echt toe doet. En weer strijkt Hij ons wat tegen onze haren. Zalig de treurenden, zij die omzeggens machteloos moeten toezien hoe het onrecht heerst. Zalig de zachtmoedigen, zalig de barmhartigen… Met zulke zaligsprekingen ga je in de politiek niet veel succes hebben, noch in de zakenwereld en vaak ook niet in eigen werkmidden. Maar Jezus gaat rustig en vastberaden door met het proclameren van zijn visie op het leven van de mens en het samenleven van de mensheid.

Voor ieder van ons is het inderdaad een uitdaging om die zaligsprekingen, zoals ze in het evangelie van Matteüs staan, naast ons eigen leven te leggen en ons af te vragen of we geen stappen moeten zetten om wat meer in de lijn te komen van wat Jezus een gelukt leven noemt. (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



3de ZONDAG DOOR HET JAAR

Licht in de duisternis

Jes.8, 23b; 9,3 Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht/ De Heer is mijn licht en mijn leidsman / 1 Kor.1,10-13.17 laat er geen verdeeldheid onder u zijn / Alleluia. Jezus verkondigde de Blijde Boodschap van het koninkrijk, Hij genas alle ziekten en kwalen onder het volk / Mt.,4,12-17 Jezus trok rond door geheel Galilea, terwijl Hij de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk


Deze zondag straalt van helder licht dat met Jezus is gekomen. Jesaja spreekt over een groot licht dat gekomen is in de donkerte van Galilea, het gewest met veel heidenen. In de tussenzang wordt de Heer genoemd: mijn licht en mijn leidsman. Ook Paulus wijst op Jezus, de Gekruisigde, die Hij verkondigt. In het evangelie zien we dan hoe Jezus in Galilea met toewijding aan zijn verkondiging begint met woord en met daden van genezing.

De dagen lengen een beetje, het wordt vroeger licht. We zijn al een stukje winter te boven gekomen. Het is de bedoeling van Gods woord dat ons leven ook meer in het licht komt, dat het Blijde Nieuws dat Jezus bracht, ook ons leven gaat vernieuwen. Wat is dat Blijde Nieuws eigenlijk?

De basis van dat evangelie is de verkondiging dat God een Vader wil zijn voor ieder mensenkind, dat Hij liefde is, barmhartige liefde die de mens niet vastspijkert op fouten uit het verleden, maar een liefde die altijd bereid is tot vergeving, ja, die haar vreugde vindt in het onthalen van verloren gelopen kinderen… Een ander stuk van de verkondiging dat daarmee samenhangt is dat Jezus, Gods Mensgeworden Zoon, al de schuld van de mensheid op zich heeft genomen, zodat ieder die bij Hem zijn toevlucht zoekt ook openstaat voor Gods vergeving en opgenomen wordt als aangenomen zoon of dochter van God.

Het Blijde nieuws is dus dat wij geroepen zijn om als kinderen van God te leven, niet verloren in het onmetelijke heelal, maar geborgen in die oneindige liefde van God waarmee Hij ons omgeeft omwille van Jezus.

Die vaderlijke, trouwe liefde van God verkondigt Jezus. En als teken dat God het goed meent met de mensen, en zeker met de kleinen, de zieken, de uitgestoten melaatsen en zondaars zien we hoe Jezus juist naar al die mensen gaat die genezing, bemoediging of vergeving nodig hebben en die tot Hem komen met groot vertrouwen. De goedheid van God die Jezus uitstraalt is een uitnodiging voor ons om ook in ons persoonlijk leven ons toe te vertrouwen aan Hem in wie we toegang hebben tot het hart van de Vader.

Als leerlingen van Jezus, als kinderen van God brengt de verkondiging van het Blijde Nieuws echter ook de opdracht mee om dat Goede Nieuws verder te geven, verder te vertellen maar ook verder te tonen in onze daadwerkelijke aandacht en hulp aan medemensen, mensen van allerlei slag, juist zoals de groep mensen met wie Jezus te maken had. Mensen uit onze omgeving, kinderen die aan ons zijn toevertrouwd, onze kleinkinderen wellicht die wij mogen vertellen hoe in Jezus Gods goedheid en mensenliefde zichtbaar is geworden. Voortdurend worden wij gezonden om in deze wereld ook licht te zijn, zonder hoogmoed, maar in het besef dat het onze opdracht is om zoals Jezus de wereld wat meer te maken tot de wereld zoals God hem gedroomd heeft. (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP


Zondag 2 door het Jaar A

Licht en heil voor alle mensen

Jes.,49,3.5-6 Ik maak U ook tot een licht voor de heidenen, zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan / Psalm 40 Zie, ik kom, Heer, om uw wil te doen  /1 Kor.,1,1-3 Met allen die allerwegen de naam aanroepen van Jezus / Alleluia. Gezegend zijt Gij, Vader van hemel en aarde, omdat Gij de geheimen van het koninkrijk aan kinderen geopenbaard hebt / Joh.,1,29-34 Getuigenis van Johannes


We hebben vorige week het feest gevierd van de Openbaring, Epifanie, het verschijnen van de Heer aan de Wijzen. Dat was het Feest voor allen die niet tot het Joodse volk behoren. Vandaag, gaat de liturgie nog even voort met dat thema, dat Jezus licht en heil wil brengen aan alle mensen.

Het Uitverkoren volk, als dienaar van God, zou licht en heil brengen aan de hele wereld. Dat is uiteindelijk gebeurd in Jezus en doorheen de Joodse mensen die in Jezus geloofden. Ook de kerk en allen  die in Jezus geloven zijn geroepen om licht en heil te brengen aan de wereld van vandaag. Een opdracht die ieder van ons tot zich gericht mag weten. Geen eenvoudige opdracht. Wij hebben zelf nog nood aan licht om zelf een lichtend voorbeeld te kunnen zijn; wij hebben zelf nog nood om verder bevrijd en verlost te worden om op onze beurt heil en bevrijding door te geven doorheen ons woord en onze ontmoetingen…

En toch zijn we daartoe gezonden. Zoals de Wijzen uit het Oosten langs een andere weg naar hun land terugkeerden, zo moeten wij ons ook door ons geloof in Jezus laten veranderen. We moeten ons afvragen of er ook in ons leven niet een en ander moet veranderen. We mogen daarover spreken met de Heer in de stilte van ons hart.

Misschien nodigt Hij ons uit om wat meer open te staan voor de nood van anderen, misschien vraagt Hij ons om wat vaker bij Hem te komen om zo beter toegerust te zijn voor onze dagelijkse opdrachten… Het licht in ons laten binnenkomen, het heil aan ons laten gebeuren… Zo zullen wij licht en heil kunnen doorgeven.

Misschien zijn we niet van nature vriendelijk of geneigd tot hulpvaardigheid, misschien ligt het ons zo niet om een bezoekje te brengen aan een zieke of bejaarde… Het vraagt een beslissing en tegelijk mogen wij vragen dat de Heer ons helpt om die nieuwe weg te gaan.

In deze tijd van verruwing en terugplooien op onszelf of op onze groep, geven het Feest van Driekoningen en ook de liturgie van deze zondag ons de oproep mee om juist uit onszelf te treden, sterker te beseffen dat er ook mensen zijn buiten ons gezin, buiten onze eigen bevolkingsgroep en dat we zouden openstaan voor anderen, andersdenkenden, anders gelovigen, allochtone medemensen.

Pas door die positieve openheid naar anderen worden wij volgelingen van Jezus, die gekomen is voor alle mensen, van alle tijden en van alle rassen en naties. Laten wij luisteren naar de woorden uit de lezingen van vandaag zodat we licht en heil kunnen brengen naar anderen in onze kleine omgeving en daarbuiten. Jezus, Licht en Heil voor alle mensen. (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



OPENBARING DES HEREN 8/01/2017

Wereldwijde liefde


Jes.60,1-6 Van overal stromen ze naar U toe / psalm 72 Alle volken der aarde huldigen U, Heer / Ef.3, 2-3a.5-6 dat de heidenen in Christus Jezus mede-erfgenamen zijn / Alleluia. Wij hebben zijn ster in het oosten gezien en komen de Heer onze hulde brengen / Mt.2, 1-12 De Wijzen betuigden hun hulde


Driekoningen, het Feest waarop we gedenken dat Christus zich heeft doen kennen aan niet-Joodse mensen, is het feest van het universele heil. God die zijn hart openbaart aan alle mensen, God die de hele wereld in zijn hart sluit, die de hele wereld omarmt.

Het zal dan ook niet verwonderen dat dit Feest van de Openbaring van de Heer ook voor ons een niet mis te verstane les bevat. Ook ons hart moet zo ruim zijn dat de hele wereld erin thuis kan komen. Het Jaar van de barmhartigheid heeft onze ogen en ons hart willen openzetten voor al wie in nood is en voor al wie ook in eigen omgeving nood heeft aan steun, aan een vriendelijk gezicht, een helpende hand of gewoon een kleine attentie.

Het wereldwijde hart van God is een sterke uitnodiging om geen mensen uit te sluiten, om geen mensen met de nek aan te kijken als waren ze geen echte mensen, geen mensen met nood aan wat aandacht.

Het Feest van de Openbaring is bovendien ook ons eigen feest. Ook wij zijn niet uitgesloten van het heil, van de liefde van God, van de redding door Jezus. Daarom is het vandaag ook een gelegenheid om onze dank te betuigen aan God. Omdat Jezus ook voor ons gekomen is, voor u en voor mij, ook al behoren we niet tot het uitverkoren volk waartoe Jezus behoorde. Ook wij willen tot de Heer komen met de gave van ons hart, met ons gebed van dank. De mooiste dank is ons verlangen om op de Heer zelf te gelijken door onze inspanning om ons hart zo wijd mogelijk te maken en vol aandacht te zijn voor allen die misschien nu nog uitgesloten worden, of te weinig kansen krijgen… Als God ons tot zijn kinderen heeft aangenomen kunnen wij Hem niet beter danken dan door op Hem te gelijken.

Wijs geworden door ons geloof mogen wij zo op weg gaan naar Bethlehem, ons spiegelen aan de eenvoud van het kerstgebeuren en in alle eenvoud onze inspanningen aanbieden om met een wijd hart Christus in onze medemensen te dienen en te eren. (Ben Van Vossel 2017)


NAAR INHOUD        NAAR TOP


MOEDER GODS – MOEDER VAN GOD

Octaafdag van Kerstmis (1 januari 2017)


Num., 6, 22-27 Zij zullen mijn naam over de Israëlieten uitspreken, en Ik zal hen zegenen / Ps. 67 (66), 2-3, 5, 6 en 8 God, wees ons barmhartig en zegen ons  / Gal, 4, 4-7 zoon en erfgenaam / Hebr., 1, 1-2 Alleluia. Op velerlei wijzen heeft God tot onze vaderen gesproken door de profeten; op het einde der tijden heeft Hij tot ons gesproken door zijn Zoon / Lc. 2, 16-21 Maria bewaarde dit alles in haar hart



We beginnen het liturgisch jaar met het Feest van Maria als de Moeder van God. De zegen die de priester Aäron over de Israëlieten moet uitspreken, is gedurende eeuwen over de kinderen uitgesproken door christelijke vaders en moeders terwijl ze hen ’s morgens en ’s avonds een kruisje op het voorhoofd tekenden: God zegene en God beware. Het kruisje verwijst naar Jezus, die ons heeft gered en ons gemaakt tot kinderen en erfgenamen van God.  Aan Gods barmhartige liefde vertrouwden ouders hun kinderen toe.

Het evangelie van vandaag is een echt pareltje. Je zou denken dat het een verhaal is over herders, letterlijk een pastorale. Nadat ze het Blijde Nieuws hebben vernomen dat de Redder geboren is “ haasten ze zich naar Bethlehem en vonden Maria en Jozef en het pasgeboren kind, dat in de kribbe lag. Ze maakten bekend wat hun over dat kind gezegd was.” En dan staat er weer een klein zinnetje dat het herdersverhaal even onderbreekt: “Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf.” Maria gaat dieper en dieper beseffen in wat een groot mysterie zij een rol mag spelen. Haar Kind, de Messias! Ze spreekt er niet over, ze gaat zich er niet op beroemen, maar bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf.

We krijgen dan de herders nog even te horen terwijl ze God verheerlijkten en loofden om alles wat ze gehoord en gezien hadden; het was juist zoals hun gezegd was.

Tot slot van het evangelie vernemen we nog dat het Kind de naam Jezus ontving, zoals het door de engel was genoemd voordat het in de moederschoot werd ontvangen.

In heel dit verhaal ligt uitgedrukt hoe men later Jezus heeft ervaren, hoe Hij zich heeft geopenbaard in manier van zijn, in zijn woorden en daden.  Als een gewoon mens tussen gewone mensen. Als een gewoon mens, geen snoever, niet iemand die tot de hogere klasse behoorde en zich daarop gaat beroemen. Dat ligt dan ook gekristalliseerd het kindheidsevangelie, in de beschrijving dat hij kind is van gewone mensen, dat hij in een kribbe gelegd wordt… Zij hadden het niet breed. Maar evenzeer ligt in dat kerstverhaal over de herders het feit uitgedrukt dat Jezus vooral werd aanvaard door heel gewone mensen. Herders waren nogal ruwe mensen die gehuurd werden om in de bergen de kudden te bewaken en te weiden… Dit verhaal wil weergeven dat ook in Jezus’ later leven vooral gewone mensen de juiste kijk hebben op wie en wat Jezus is en die hun hart en hun leven voor Hem openen. Die gelovige mensen hebben ook begrepen dat Jezus’ naam echt was wat Hij betekende, God is Redder! Jezus bracht overvloed van heil vanwege God. Men had Hem al weldoende zien rondgaan in Galilea en Judea. Je zou kunnen zeggen dat Hij zijn naam niet gestolen had. Zijn naam weerspiegelde wat Jezus echt was. Alleen moet je de juiste ogen hebben om Gods werkzame liefde te zien en om Hem tegelijkertijd aanwezig te zien in de kleinheid en breekbaarheid van mensen om je heen. Zoals de herders de Messias moesten ontdekken in het Kind in de kribbe.

Vandaag willen wij Maria eren als moeder van Jezus, als moeder van de Zoon van God. Zoals haar, willen ook wij ons hart openen voor het woord van God, voor de ingevingen van de heilige Geest, en die goede woorden in ons hart laten gedijen en ernaar leven. (Ben Van Vossel 2017)



NAAR INHOUD        NAAR TOP


KERSTMIS/NACHTMIS

Laat Hem licht brengen in jouw leven


Jes.9, 1-3.5-6 Een kind is ons geboren, een zoon werd ons geschonken  / Psalm 96 Heden is ons een Redder geboren, Christus de Heer / Tit.2,11-14 Gods genade is op aarde verschenen / Lc.2,10-11 Ik verkondig U een vreugdevolle boodschap: Heden is U een Redder geboren, Christus, de Heer / Lc.2, 1-14 Zij bracht een zoon ter wereld


De lezing uit Jesaja, een profeet uit het Oud Testament, begon in de kerstnacht met de woorden: Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht; een licht straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis. Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot. (1e lezing)  Wij beleven de Kerstsfeer met veel licht en vreugde, al heeft het vaak niet veel meer uit te staan met de geboorte van het Kind, Jezus Christus, Jezus de Messias, die zijn naam gegeven heeft aan Kerstmis. Maar dat licht en die vreugde waarover Jesaja het heeft, leeft niet in de harten van de mensen uit Aleppo, noch in de harten van Irakese christenen die al zeer veel maanden geleden uit hun huizen werden verjaagd door de zwarte pest, die I.S. is. En toch mogen ook die christenen Kerstmis vieren: het mysterie van God die ons menselijk bestaan komt vieren. Gods zoon die geboren wordt als een kwetsbaar kind in een dierenstal, en die, ingebusseld door zijn moeder Maria, wordt neergelegd in een voederbak, een kribbe. Gods Zoon is solidair geworden met allen die in het donker leven. Solidair met die christenen en zoveel anderen die hun huizen zijn ontvlucht. Maar solidair ook met de velen in onze streken die in het duister van het ongeloof leven, in het duister van allerlei verslavingen, in het duister van eigen onmacht of van moeilijke of gebroken relaties. Gods Zoon heeft ons bestaan willen delen om ons op te heffen uit onze onmacht, om licht te brengen in het menselijk bestaan.

Als christenen mogen wij ons daarvan bewust zijn en in naam van de hele mensheid mogen wij het vieren, niet enkel met feestmaaltijden en feestmuziek, maar wij mogen in naam van alle mensen God er voor danken en ons bewust op de weg begeven die Jezus ons heeft aangewezen en die we met de Bijstand van zijn Geest ook kunnen gaan: Gods liefde, die op aarde is verschenen in Jezus, “leert ons goddeloosheid en wereldse begeer­ten te verzaken en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze tijd, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop.” (2e lezing)

Reeds zeer vroeg hebben christenen de geboorte van Jezus gezien als het nieuwe licht dat over de wereld is gekomen en hebben daarom zijn geboorte gevierd als het nieuwe licht, als de zon die herboren over de wereld schijnt.

Wij moeten God oprecht danken maar wij moeten Jezus ook weten te herkennen in de vele nood die er nog is in de wereld, vlakbij ons en veraf, en door ons leven en getuigenis de weg voorbereiden van Hem die op elk moment komende is tot Hij op het einde van de tijd zal komen in heerlijkheid.

Dat alles en nog veel meer kunnen wij leren voor de kribbe van het Mensgeworden Woord in deze Kerstviering. Laten wij ons niet te groot voelen of niet goed genoeg, om toch even stil te staan bij dat Mysterie van Gods Zoon die zich zo klein gemaakt heeft dat Hij tussen ons is komen wonen. Ook vandaag wil Hij licht brengen in ons leven en ons bezielen om zelf ook licht te brengen om ons heen. (Ben Van Vossel 2016)


NAAR INHOUD        NAAR TOP


4de ZONDAG VAN DE ADVENT 18/12/2016

Hij zal zijn volk redden


Jes.7, 10-14 de jonge vrouw zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen: "Immanuel": God met ons / psalm 24 De Heer moet de poorten binnengaan, want Hij is de koning der glorie  / Rom.1, 1-7 naar het vlees geboren uit het geslacht van David, naar de heilige Geest aangewezen als Zoon van God door Gods machtige daad / Alleluia. Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. En men zal Hem de naam Immanuel geven: God met ons / Mt.1,18-24 Hij zal zijn volk redden uit hun zonden


In zijn lange en diepzinnige brief aan de Christenen van Rome vat Paulus de Blijde Boodschap zo samen: Het is de boodschap over Gods Zoon, Jezus Christus onze Heer, die naar het vlees is geboren uit het geslacht van David, die naar de heilige Geest is aangewezen als Zoon van God door Gods machtige daad, door zijn opstanding uit de doden.

Jezus’ Opstanding, zijn verrijzenis is inderdaad het voornaamste feit van ons geloof, daar is duidelijk geworden dat God Hem als zijn Zoon heeft aanvaard, hoewel Hij naar het vlees, als mens, geboren is uit het geslacht van David.

Is de verrijzenis van Jezus die we met Pasen vieren het centrum van ons geloof, dat betekent niet dat we de rest vergeten.

In de profetie van Jesaja wordt gezegd dat “de jonge vrouw zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen: "Immanuel": God-met-ons.” Ook al had dat te maken met de zoon van koning Achaz, Hizkia, die een goede koning zou blijken te zijn, in de verkondiging van de eerste kerk, en ook reeds in het evangelie van Mattheüs, wordt die profetie terecht toegepast op Jezus, God-met-ons.

Mattheüs schrijft dat Jozef, de rechtvaardige in stilte van Maria, zijn verloofde wou weggaan om haar niet publiek te doen veroordelen. Hij krijgt dan echter de roeping vanwege God om zich toch te ontfermen over Maria en over het kind dat zij draagt, om zo aan Gods Zoon ook een menselijke thuis te geven.  

"Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden."

Hij zal zijn volk redden. Redder, dat betekent inderdaad de naam die het Kind zal dragen; Jezus, God redt, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden. Hij zal de wereld redden van het van God afgekeerd staan. Hij zal de mensheid opnieuw in het licht van Gods liefde doen leven. Tussen ons en God, stond het donkere scherm opgericht van hoogmoed, van zelf voor God willen spelen, zelfs willen beslissen wat goed of verkeerd is voor een mens, God niet willen erkennen, niet willen aanvaarden dat God ons gemaakt heeft om als opgerichte mens te leven, maar wel in afhankelijkheid en gehoorzaamheid aan Hem die onze oorsprong en onze bestemming is.

Jezus zal door zijn totaal op God gericht staan dat donkere scherm weghalen dat ons afschermde van Gods liefde. Het kleine kind in de kribbe, de rondtrekkende rabbi, de stervende aan het kruis… Hij zal Gods barmhartige en trouwe liefde weer tot de aarde trekken.

Met grote dankbaarheid zullen we weldra Kerstmis vieren. De komst van de redder in ons midden, het begin van zijn aan God en aan ons toegewijde leven. Laten wij zoals Jozef met genegenheid en erkentelijkheid Maria in ons leven aanvaarden en meteen haar kind, de God-met-ons, de redder van ons allen, het licht van de wereld en van ons leven. (Ben Van Vossel 2016)


NAAR INHOUD        NAAR TOP


3de ZONDAG VAN DE ADVENT

Laat u verblijden !

Wees geduldig en moedig !


Jes.35,1.6a-10 Woestijn en steppe zullen zich verheugen, jubelen en bloeien de dorre vlakte.  / Ps. 146 (145), 7, 8-9a, 9bc- 10 Kom, Heer, om ons te redden.   (Cf. Jes., 35,4  / Jak.,5,7-10 Hebt geduld tot de komst van de Heer  / Jes., 61, 1 (cf. Lc., 4, 18) Alleluia. De geest des Heren is over Mij gekomen om aan armen de Blijde Boodschap te brengen / Mt., 1, 2- 1 1 Zijt Gij de Komende ?


De lezingen van vandaag zijn zo verscheiden als het leven van ons, mensen, is. De ene dg is de andere niet. De ene peridode van ons leven loopt alles op wieltjes. In een andere periode hebben we tegenslag op tegenslag of krijgen we te maken met ernstige problemen. De eerste lezing heeft mee de naam gegeven aan deze zondag ‘Gaudete’, verblijd u. Het is zoals in de lente in het heilig Land waar dan zelfs in de woestijn allerlei kleine bloemen de dorre vlakte een vreugdevolle kleur geven.  

De mooie dagen in het leven maken ons  blij. Het is trouwens van belang dat we leren zien hoe er toch echt wel heel wat goede momenten zijn, dat we leren zien hoe mensen vaak vriendelijk en gedienstig zijn. Daarin en daar bovenuit mogen wij ook beseffen dat God om ons bekommerd is, dat Hij ons wil redden uit al wat ons klein houdt en wat ons als mens geen uitweg biedt. Het is dan ook goed dat we de manieren zien waarop God ons de weg wijst naar vrijheid naar uitkomst en groter geluk. Want tot vreugde en vrijheid zijn wij geroepen.

Wanneer wij in moeilijker omstandigheden leven, wanneer er crisis is in ons gezin of we hebben zware tegenslagen, dan is het kwestie van geduldig en moedig te zijn, zo schrijft Jakobus ons. Schuif de schuld niet altijd op een ander, zie wat je zelf kunt doen om de sfeer te verbeteren, en leer verdraagzaam te zijn. Misschien dat sommige van zijn raadgevingen ook voor ons toepasselijk zijn.

In het evangelie zien we Johannes de Doper die in een burcht van Herodes gevangen zit. Hij is wat ontmoedigd. Ook hij had een bevrijder verwacht, de Messias, die met grote macht zou optreden tegen alle verdrukkers. Nu hoort hij alleen maar van Jezus, als een rondtrekkende predikant. Wel wat simpel als je een Messias-koning verwachtte. Wij geraken soms ook wat ontmoedigd als alles wat tegengaat, als ook in de Kerk een en ander wat moeilijk loopt. Kerken die worden afgeschaft voor de liturgie, je moet weer een andere geestelijke thuis gaan zoeken en misschien wordt het moeilijk om een geschikt kerkgebouw te vinden dat ook nog bereikbaar is… Ook dan is het woord van Jakobus een aansporing voor ons: Wees geduldig én moedig. Leer het positieve te zien in de kerk, in het optreden en de woorden van paus Franciscus, in de trouwe aanwezigheid van andere gelovigen, laat u optrekken op het frisse getuigenis van jonge christenen, van mensen die zich inzetten voor de kerk en in allerlei sociale bewegingen… Laat je bemoedigen door de blijvende kracht van de woorden van het evangelie en de hele heilige Schrift. Laat de vreugde toe in je hart, aan de eenvoudigen wordt het Blijde Nieuws ook vandaag verkondigd. Zie uit naar de komst van de Heer, maar besef dat Hij ook nu reeds er is voor u, in het leven van elke dag wil Hij u ontmoeten. (Ben Van Vossel Advent 3 / 2016)


NAAR INHOUD        NAAR TOP



2de Adventszondag (Cyclus A) 4/12/2016

Bereid de weg van de Heer

Jesaja 11,1-1-10 Een twijg zal ontspruiten aan de stronk van Isaï / Psalm 72 (71) Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien / Rom. 15,4-9 Christus nam ons allen op in zijn gemeenschap / Alleluia. Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht; en heel de mensheid zal Gods redding zien / Mat. 3,1-12 Bereid de weg van de Heer


In de lezing uit het Oude Testament wordt als het ware een schilderij opgevoerd van de tijd dat de Messias zal komen: hij zal zorgen voor een tijd van vrede tussen alle schepselen en zoals de bodem van de zee bedolven is onder het water zo zal heel de aarde vervuld zijn met liefde tot God. In de brief aan de Romeinen roept sint Paulus ons op tot eensgezindheid: zoals Jezus ons opgenomen heeft in zijn gemeenschap, in zijn liefde, zo moeten wij ook elkaar aanvaarden als leden van één gemeenschap. In het evangelie stellen wij ons onder het woord van een groot profeet: Johannes de Doper. Hij roept ons op tot bekering.

Misschien denk je dan nu: lap, daar zijn ze er weer; zonde, bekering, altijd worden we opnieuw met onze neus op onze tekortkomingen geduwd. Eigenlijk mogen we zo niet denken. Zeker, Johannes riep de mensen op om zich voor te bereiden op de komst van de Heer en dan moeen wij misschien ons wel afkeren van sommige zaken en ons leven wat meer richten op wat God van ons verlangt. Eigenlijk is zijn oproep: bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht!


Het is eigenlijk een vraag die we aan onszelf moeten stellen. Als ik in God geloof, is dan ook echt wel plaats voor Hem in mijn leven? Welke plaats krijgt Hij? Als ik in Jezus geloof als de redder en verlosser, blijf ik dan ook in contact met Hem om steeds meer een vrij mens te worden? Plaats maken voor de Heer, de weg voor de Heer vrij maken. Een wel erg geschikte opdracht voor de Advent. Vier korte weken, het is zo vlug voorbij. Laten we deze tijd toch echt goed gebruiken.


Het is in ieder geval een uitnodiging om elke dag mij af te vragen in hoever ik God heb laten meespreken in mijn manier van leven, mijn manier van spreken met en over mensen, en in mijn manier van denken… Heeft dat alles nog iets met God vandoen? Of leef ik gewoon mijn eigen leventje en ben ik alleen aan mezelf verantwoording schuldig? Ons leven moet als diepe basis hebben: onze relatie met God, onze relatie met Christus. En dat moet zijn gevolgen hebben voor ons leven van elke dag en mijn manier van leven in deze tijd en in de situatie die de mijne is, thuis en op een ander. Daarover kunnen we in deze Eucharistie eens nadenken en er misschien eens over spreken met Christus, in de stilte van ons hart. Welke plaats geef ik Hem in mijn leven, laat ik Hem voldoende aan het woord? Deze korte bezinning kan mij helpen op de weg naar Kerstmis toe, de komst van de Heer in de wereld, de komst van de Heer in mijn leven. (Ben Van Vossel Advent 2016)



NAAR INHOUD        NAAR TOP





1ste ZONDAG VAN DE ADVENT (27/11/2016)


Jes.2, 1-5 Zijn paden bewandelen / Ps.122 (121) 1-2, 3-4a, 4b-5, 6-7, 8-9 Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis / Rom. 13, 11-14 Ons wapenen met het licht /  Ps. 85 (84) 8 Alleluia. Laat ons uw barmhartigheid zien, geef ons uw heil, o Heer / Mt. 24, 37-44 Weest ook gij bereid


We hebben nog maar pas het Feest van Christus als Koning van het heelal gevierd. En weer staan we aan het begin van een nieuw liturgisch jaar. Je zou de indruk krijgen dat alles als in een cirkel verloopt en dat alles bij het oude blijft. Niets is minder waar. Je merkt toch zelf dat uw kinderen  of kleinkinderen groter worden, je merkt het ook aan jezelf dat je een jaartje ouder werd, je merkt het aan de veranderingen in de wereld, de verkiezing van Donald Trump in Amerika, het Brexit-referendum,  de maatregelen tegen het terrorisme, de zorgen van vele huisgezinnen, de talloze vluchtelingen uit oorlogszones of onveilige of armoedige landen… Nee, niet alles blijft hetzelfde.

Maar Gods woord blijft wel hetzelfde. Het klinkt in onze dagen hetzelfde als in alle eeuwen. Wij worden vandaag zoals vroeger opgeroepen om te wandelen in het licht van de Heer, om zijn paden te bewandelen, de wegen die Hij aangetoond heeft als veilig en leidend naar het heil. Paulus spoort ons aan om ons te wapenen met het licht, om in het volle licht van God te treden. En Jezus in het evangelie roept ons op als een profeet om bereid te zijn, gereed te zijn als Hij komt.

Het Feest van Christus Koning blijft ook vandaag de grote uitdaging. Leven in zijn rijk heeft consequenties voor de manier waarop wij hier en nu leven. Als wij in zijn rijk willen leven, en dat is onze keuze als christen, dan heeft dat zijn gevolgen voor onze omgang met de aardse realiteit, onze omgang met medemensen, dichtbij en veraf. Het heeft zijn gevolgen voor de plaats die wij aan God geven in ons eigen leven, in de opvoeding van onze kinderen, in onze relatie tot onze buren en familie…

Onze manier van leven toont aan in hoever wij leven in het besef dat ons aardse leven beperkt is en of we al echt gekozen hebben om in ons leven dat voornaamste plaats te geven aan God en zijn verlangen. Leven volgens Gods verlangen is de stevigste waarborg voor een gelukkig leven en de garantie dat ons leven eens zal openbloeien over de dood heen.

Laten wij ons leven dan zo eens bekijken. Als bepalend voor de toekomst die God voor ons gedroomd heeft. Zoals Jezus het zegt: “Weest ook gij dus bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.” (Mt.24,44)  Laten wij zien hoe de Heer ons ook vandaag nabij komt en laten wij ons leven bepalen door die zekerheid. “Komt, laat ons wandelen in het licht van de Heer.” (Jes.2,5)



NAAR INHOUD        NAAR TOP