GELOOF en LEVEN



 HOME

 INHOUD




Zondagen 26


1ste ZONDAG VAN DE ADVENT  (30-11-2025)

EERSTE LEZING   Jes.,2, 1-5 Laat ons wandelen in het licht van de Heer / TUSSENZANG  Ps.122 (121), 1-2, 3-4a, 4b-5, 6-7, 8-9  REFR: Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis! /  TWEEDE LEZING  Rom., 13, 11-14 Laten wij ons ontdoen van de werken der duisternis / ALLELUJA  Ps. 85 (84), 8 Alleluia. Laat ons uw barmhartigheid zien, geef ons uw heil, o Heer. Alleluja / EVANGELIE  Mt., 24, 37-44 Weest waakzaam.


"Kom, laat ons optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons zijn wegen wijzen en wij zullen zijn paden bewandelen.”

Zo zegde de profeet Jesaja in de eerste lezing. Het is een woord dat wij ter harte willen nemen vanaf deze eerste zondag van de Advent. Wij willen naar de Heer toe gaan, Hij zal ons zijn wegen wijzen en wij zullen zijn paden bewandelen. Dit is een uitnodiging om ons leven van elke dag wat meer te richten op wat God verlangt, en dat in daden om te zetten. Wanneer wij ons echt openstellen in deze Adventstijd, zal God ons zijn verlangen doen kennen. Wij mogen echt blij zijn dat we deze gezegende Advent mogen binnentreden, zoals de tussenzang het uitdrukte: “Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis!” God wil ons in deze weken echt nabij zijn en ons leiden. Laten wij dan al onze zorgen en onze angst voor Gods oordeel, afleggen en in groot vertrouwen optrekken naar Kerstmis.

Wel nodigt Sint Paulus  zijn pasbekeerde christenen van Rome uit: “Laten wij ons onthouden van braspartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd”. Ja, laten wij ons bekeren en ons voorbereiden op de komst van de Heer, die in ons leven wil binnentreden en het wil maken tot een God welgevallig leven. Jesaja nodigde ons uit: "kom, laat ons wandelen in het licht van de Heer."

Jezus wint er ook geen doekjes rond: “Weest ook gij dus bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.” Het is tijd om beslissingen te nemen. Maken wij van deze gezegende voorbereidingstijd gebruik om ons leven nog meer open te stellen voor wat God verlangt, laten wij tijd nemen om met God te praten over ons leven en naar zijn Woord te luisteren. Zo wordt Kerstmis een dag van vernieuwde genade: God die bij ons binnentreedt als in zijn geheiligde tempel. (Ben Van Vossel 2025/26)


Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

2de ZONDAG VAN DE ADVENT


EERSTE LEZING  Jes., 11, 1-10 De wortel van Isaï zal opgericht staan als een banier / TUSSENZANG Ps. 72 (71), 2, 7-8, 12-13, 17  REFREIN: Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien en welvaart alom tot het einde der maanden / TWEEDE LEZING Rom., 15, 4-9 Joden en heidenen gezegend tot één heilig volk / ALLELUJA  Alleluia. Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht; en heel de mensheid zal Gods redding zien. Alleluja / EVANGELIE  Mt.,3, 1-12 Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij.



De Profeet Jesaja, die ons in deze Adventstijd vergezelt, blijft ons troosten met een hoopvolle toekomst onder de leiding van de Messias-koning die gerechtigheid zal doen heersen. De aarde zal vervuld zijn met liefde voor God. Sint Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen dat de heilige Schrift ons volharding en vertroosting schenkt. Maar God wil ook dat wij eensgezind zijn, zij die al langer gelovig zijn en zij die zich nog maar pas bekeerd hebben. Zodat allen God zouden verheerlijken om zijn barmhartigheid.

In de Advent, zoals in de woestijn van Judea, treedt ook Johannes de Doper op. Hij is als iemand die roept in de woestijn: bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht. Dit is ook een stem die tot ieder van ons gericht is: “bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” De Heer, de redder wil tot ons komen, maar wij moeten dan wel bereid zijn om ons voor te bereiden op zijn komst. Zijn wij echt bereid zijn om Hem te ontvangen? Om Hem ons leven binnen te laten? Of beslissen wij om gewoon verder te leven en zelf de grote baas te blijven van ons leven?

Deze Adventstijd is een nieuwe gelegenheid om het stuur van ons leven uit handen te geven in de handen van de Heer en Hem te vragen om ons leven te leiden. Hij heeft het beste voor met ons leven. Hij staat in voor de toekomst wanneer we ons richten naar zijn woord en zijn verlangen. Bidden wij voor elkaar dat zijn Geest ons mag helpen om de goede beslissingen te nemen, deze dag en in de loop van deze Advent. Kerstmis wordt dan een feest van Gods blijde intocht in ons leven. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

3de ZONDAG VAN DE ADVENT


EERSTE LEZING  Jes.35,1.6a-10 Vat moed en vrees niet / TUSSENZANG Ps. 146 (145), 7, 8-9a, 9bc- 10  REFREIN: Kom, Heer, om ons te redden.   (Cf. Jes., 35,4) of: Alleluja /  TWEEDE LEZING  Jak.,5,7-10 Heb geduld tot de komst van de Heer / ALLELUJA  Jes., 61, 1 (cf. Lc., 4, 18)  Alleluia. De geest des Heren is over Mij gekomen om aan armen de Blijde Boodschap te brengen. Alleluja / EVANGELIE  Mt., 1, 2- 1 1 Johannes: Zijt Gij de Komende?


In de woestijn van Juda, normaal een doodse en onvruchtbare plek, gebeurt het in de lente dat er een kleurig tapijt van kleine lelies en allerlei kleine bloemen de woestijn herschept.  Het is een beeld voor de profeet Jesaja om het ingrijpen van God uit te beelden wanneer Hij komt om zijn volk komt bevrijden en hen weer moed en vreugde te schenken. Het is alsof blinden weer kunnen zien en de lamme springt als een hert en de stomme jubelt  van blijdschap.. Alle pijn en gejammer is dan vlug vergeten…

Maar voorlopig bevinden wij ons nog in volle Advent en bidden wij met de Kerk en met allen die nog vastzitten in onverlostheid: ‘Kom, Heer, om ons te redden’ (tussenzang).  De apostel Jakobus spoort ons aan om geduld te hebben tot de Komst van de Heer. Wij vieren binnenkort de geboorte van de Redder, maar wij blijven ook uitzien naar zijn definitieve komst op het einde van de tijd. “Wees geduldig  en moedig, want de komst van de Heer is nabij.” Voor God is duizend jaar als één dag.


Intussen zit Johannes de doper gevangen onderaan het paleis van Herodes, Hij vraagt zich af of zijn uitzien naar de Messias geen waanbeeld is. Hij laat zijn leerlingen aan Jezus vragen: "Zijt Gij de komende, of hebben wij een ander te verwachten?" Jezus antwoordde hun: "Gaat aan Johannes zeggen wat gij hoort en ziet: blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd. Gelukkig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt." Hebben wij nog een boodschap aan dat woord van Jezus? Hebben wij al ervaren aan onszelf of aan andere christenen dat er licht kwam in ons leven, dat wij weer moed kregen en uitzicht, werden wij gereinigd van zonde en genezen van allerlei gebreken, stelden wij vast dat aan nederigen en open harten het Blijde Nieuws werd verkondigd? Ja Jezus bewerkt nu reeds vernieuwing in de harten van zijn volk, in ons eigen hart. Hoe heerlijk zal het zijn wanneer dit alles zich definitief gaan voltrekken wanneer Hij komt in heerlijkheid! (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

4de ZONDAG VAN DE ADVENT


EERSTE LEZING (Jes.7,10-14) Het teken Immanuel / TUSSENZANG  (psalm 24)

REFREIN: De Heer moet de poorten binnengaan, want Hij is de koning der glorie / TWEEDE LEZING  (Rom.1, 1-7) Door de Geest aangewezen als Zoon van God door de Opstanding uit de doden / ALLELUJA / Alleluia. Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. En men zal Hem de naam Immanuel geven: God met ons, alleluia  / EVANGELIE  (Mt.1,18-24) Het kind in haar schoot is van de heilige Geest.


In de eerste lezing krijgen koning Achaz en wij allen, gevraagd of ongevraagd van Godswege een teken, een aanwijzing dat God ons niet in de steek laat: het is het teken van de jonge vrouw die een zoon krijgt en die men de naam Immanuel moet geven: ‘God met ons’. Meer concreet zal in het evangelie Jozef, de rechtvaardige, de opdracht krijgen om het kind, dat Maria in haar schoot draagt, de naam Jezus te geven, God redt, want Hij zal het volk verlossen van hun zonden.

Wanneer wij ons richten naar het Woord van God, zijn woord aanvaarden en het in praktijk brengen, dan zullen wij ook het blijde Nieuws krijgen dat wij Maria en het Kind in haar schoot ook bij ons leven moeten betrekken: Het Kind in haar schoot is van de heilige Geest, Hij zal zijn volk redden uit hun zonden en daarom moet Jozef Hem Jezus heten: God redt.

Misschien zijn wij tijdens de voorbije weken van de Advent gewoon doorgegaan met onze zaken, onze bekommernissen en hebben wij ons niet al te veel bezig gehouden met de herhaalde oproep van de profeet Jesaja en van Johannes de Doper om uit te zien naar de diepere redding, om de weg van de Heer te bereiden,  recht te trekken wat er wat scheefgegroeid was in onze manier van leven en van omgaan met God en onze naasten. Daarom moeten wij ons nu laten aanspreken door dat teken van de vrouw die een Kind draagt dat God-met-ons is. Hij kan ons leven redden van de ondergang, van de nutteloosheid, van de oppervlakkigheid, van de zonde. Hij wil ons leven toekomst geven, diepe waarde ondanks het doodgewone van elke dag. Alles wat we zijn en doen krijgt een diepere betekenis wanneer Hij ons bij de hand mag nemen, want zijn naam is ‘God redt! Yeshoea’. Wij hoeven niet tot Kerstmis te wachten, wij kunnen vandaag, hier en nu, de beslissing nemen om de weg naar het leven in te slaan en ons door Hem, de Redder te laten leiden naar het Licht. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

Zondag onder het octaaf van Kerstmis:

FEEST VAN DE H.FAMILIE


EERSTE LEZING Sir., 3, 2-6. 12-14 Intrafamiliale relaties / TUSSENZANG  Ps. 128 (127), 1-2, 3, 4-5  REFREIN: Gelukkig die godvrezend zijt, en de weg des Heren gaat /  TWEEDE LEZING  Kol., 3, 12-21 Kenmerken van christelijke gemeenschap / ALLELUIA   Kol., 3, 15a en 16a  Alleluia. Laat de vrede van Christus heersen in uw hart. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen. Alleluja / EVANGELIE  Mt., 2, 13-15. 19-23 Vlucht nr Egypte en vestiging in Nazaret.


Doorheen verschillende teksten uit Oud- en nieuw Testament wil Gods Woord ons op de weg begeleiden van een christelijke gemeenschap, ook van de kleinste christelijke gemeenschap: het gezin. Onze aandacht wordt vandaag getrokken naar die kleine groep mensen, Jezus, Maria en Jozef. Twee mensen rond Jezus, de Heiland. Het type voorbeeld van een christelijke gemeenschap, een gemeenschap rond Jezus. Zo zou ieder gezin,, iedere familie moeten zijn. Samen rond Jezus.

Hoe moet zo’n gemeenschap eruit zien? Vader en moeder die beiden verantwoordelijk zijn voor elkaar en voor hun kinderen. Kinderen die zich door hun ouders laten begeleiden en die zorg dragen voor hun ouders als die wat ouder zijn geworden.

Wat aan de christenen van Kolosse werd gezegd in de tweede lezing mag ook voor families en gezinnen een leidraad zijn en eigenlijk voor iedere christelijke gemeenschap.  Bekleedt u met tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld. Voel je verantwoordelijk voor elkaar, met tedere ontferming, met goedheid, deemoed (niet altijd gelijk willen hebben, of de voornaamste de sterkste willen zijn; zachtheid en geduld met elkaar. Verdraagt elkander en vergeeft elkander als de een tegen de ander een grief heeft. Waar geen rekening wordt gehouden met de zwakheid en de fouten van de ander, daar gaat de relatie vroeg of laat stuk. “Verdraagt elkander en vergeeft elkander als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft zo moet ook gij vergeven. Voegt bij dit alles de liefde als de band der volmaaktheid.” Wees trouw aan elkaar, ook en vooral in moeilijke omstandigheden. Zo hoorden we het evangelie waarin Jozef de verantwoordelijkheid neemt voor het Kind en zijn moeder, wanneer het Kind in gevaar komt.  Jozef laat zich leiden door het woord van de Heer, om met zijn klein gezin op de vlucht te gaan en zich later te gaan vestigen in Nazaret.

Wij worden vandaag uitgenodigd om ons in ons gezin en gemeenschap te gelijke op die God van liefde die zich helemaal in onze dienst heeft gesteld en ons op weg wil helpen om het echte heil te vinden. (Ben Van Vossel 2025)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

OPENBARING DES HEREN


EERSTE LEZING   Jes.60,1-6 Volkeren komen af op uw licht / TUSSENZANG  psalm 72  Alle volken der aarde huldigen U, Heer / TWEEDE LEZING  Ef.3, 2-3a.5-6 de heidenen in Christus Jezus mede-erfgenamen / ALLELUIA. Alleluia. Wij hebben zijn ster in het oosten gezien en komen de Heer onze hulde brengen. Alleluia. / EVANGELIE  Mt.2, 1-12 Bezoek van de Wijzen.


“Wij hebben zijn ster in het oosten gezien en komen de Heer onze hulde brengen.” Wij gedenken en vieren vandaag, hoe Jezus zich heeft geopenbaard aan heidenvolken, volkeren die niet behoorden tot het uitverkoren volk. Het is vandaag dus ook ons feest. En ook Wij hebben zijn ster in het oosten gezien en komen de Heer onze hulde brengen. Wij willen dit nieuwe jaar aan God toewijden. Onszelf en onze dierbaren aan God toewijden, in dankbaarheid omdat Hij zich geheel aan ons heeft toegewijd in het verlossingswerk van zijn eengeboren Zoon, onze Heer Jezus Christus. Een oud liedje van de heilige Alfonsus van Liguori, stichter van onze congregatie had als tekst: “Lieve Jezus, wij bieden U niet zoals de drie Wijzen koninklijke geschenken, ons geschenk is ons hart, aanvaard het, wij geven het heel en al.” De vreugde van de eenvoudige herders, de nederigheid van de knielende Wijzen, mag ook onze gezindheid zijn vandaag. En een hart vol dankbaarheid voor alles wat de Heer Jezus voor ons heeft doorstaan. Zijn totale toewijding voor ons geluk. Ons hart vol dankbaarheid willen wij ook tot uiting brengen door onze navolging van Jezus, onze wil om Gods wil te doen, voortdurend in het leven van elke dag. Met zorg willen wij dat inbrengen als ons geschenk bij het begin van dit nieuwe jaar. “Wij hebben zijn ster in het oosten gezien en komen de Heer onze hulde brengen.” (Ben Van Vossel 2026)  

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

Zondag na 6 januari DOOP VAN DE HEER


EERSTE LEZING Jes., 42, 1-4. 6-7 Ik maak u tot een teken van mijn verbond / TUSSENZANG  Ps. 29 (28), 1a en 2, 3ac-4, 3b en 9b- 10  REFREIN: God zegent zijn volk met vrede /  TWEEDE LEZING Hand., 10, 34-38

 Gezalfd met de heilige Geest en met kracht / ALLELUIA Cf. Mc., 9, 6  Alleluia. De hemelen gingen open en de stem van de Vader zei: Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem. Alleluja / EVANGELIE Mt.,3, 13-17 Doop van Jezus.


We gedenken vandaag, met grote dankbaarheid, de Doop van Jezus in de Jordaan. Hij stelt zichzelf in de rij van mensen die hun zonden kwamen belijden terwijl ze zich lieten dopen door Johannes. De totaal schuldeloze, belaadt zich zelf met heel de zondelast van de mensheid: het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegdraagt. Hij is de Dienaar Gods, de welbeminde die in alles Gods verlangen zal vervullen: de redding van de wereld, dankzij Gods liefde tot het uiterste.

Jezus, Gods geliefde Zoon zal, zoals de profeet Jesaja zegt “onvermoeid en ongebroken op aarde gerechtigheid laten zegevieren.” God zal opnieuw de wereld kunnen aanvaarden omdat Jezus door heel zijn korte leven op aarde, diezelfde aarde en heel de mensheid weer vernieuwd heeft.

De gegevenheid van Jezus aan God en aan de mensheid gedenken wij vandaag dankbaar. Maar wij willen in Jezus’ Doop een uitnodiging zien om zelf ook als boetvaardige zondaars nederig tot God komen en onze doopbeloften vernieuwen. Wij willen opnieuw ons geloof in God vernieuwen, ons geloof in de Drieëne God, het mysterie van oneindige liefde. Wij willen ons opnieuw voornemen om in het leven van elke dag Gods verlangen te doen , de zonde te vermijden en alles wat tegen de liefde ingaat.

Zo zal dit feest van  Jezus’ Doopsel niet enkel een dankbaar gedenken zijn maar ook een invulling van wat Jezus kwam doen: aan de Vader een vernieuwde mensheid aan bieden als vrucht van het verlossingswerk dat Hij heeft volbracht. (Ben Van Vossel 2026)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

2de ZONDAG DOOR HET JAAR


EERSTE LEZING  Jes.,49,3.5-6 Ik maak u tot een licht voor de heidenen / TUSSENZANG  Psalm 40  REFREIN: Zie, ik kom, Heer, om uw wil te doen / TWEEDE LEZING  1 Kor.,1,1-3 De Naam aanroepen van de Heer / ALLELUJA Alleluia. Gezegend zijt Gij, Vader van hemel en aarde, omdat Gij de geheimen van het koninkrijk aan kinderen geopenbaard hebt. Alleluja / EVANGELIE  Joh.,1,29-34 Deze is de Zoon van God.


Met deze zondag zitten we in de tussentijd tussen de kersttijd en de veertigdagentijd.

Met Kerstmis en Epifanie (Driekoningen, Openbaring) is Jezus in onze mensenwereld geopenbaard. Vandaag gebeurt dat opnieuw in deze zondagsliturgie. Jezus wordt er aangeduid al het licht van de heidenen, ons licht. In het evangelie wordt Hij door Johannes de doper geopenbaard als de Zoon van God. Het alleluia-vers getuigt hierbij dat de Vader de geheimen van het Koninkrijk aan kinderen heeft geopenbaard. In zijn brief aan de Korintiërs omschrijft Paulus de christenen als mensen die “allerwegen de naam aanroepen van Jezus Christus, hun Heer en de onze.” Wat heeft dit alle met ons te maken, met ons leven van elke dag?

Wij zijn bevoorrechte mensen doordat wij Jezus’ Naam met geloof en liefde kunnen aanroepen, wij weten dat Hij ons heeft gered uit een leven zonder veel zin, zonder veel toekomst. We mogen daarom met de woorden van deze liturgie belijden dat Jezus het licht van de wereld is, onze Heer, de Messias, de Zoon van God. Dankzij Hem leven wij met vertrouwen, als geliefde kinderen van de Vader. Op elk moment weten wij ons geborgen in Gods liefdevolle zorg en mogen wij al onze zorgen en problemen toevertrouwen aan de Vader die ons in Jezus zijn liefde heeft doen kennen.

Die zorg van God voor ons, het licht dat we in Jezus hebben ontvangen, dat mogen wij vandaag uitstralen en doorgeven aan de mensen om ons heen. Zo wordt het Koninkrijk van God weer een beetje meer zichtbaar in de kleine wereld die de onze is. (Ben Van Vossel 2026).

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026


3de ZONDAG DOOR HET JAAR


EERSTE LEZING (Jes.8, 23b; 9,3) Het  volk in het donker ziet een groot licht / TUSSENZANG Psalm 27 (26) Refrein:  De Heer is mijn licht en mijn leidsman / TWEEDE LEZING  1 Kor.1,10-13.17 Is Christus dan in stukken verdeeld? / ALLELUJA  Alleluia. Jezus verkondigde de Blijde Boodschap van het koninkrijk, Hij genas alle ziekten en kwalen onder het volk. Alleluja / EVANGELIE  Mt.,4,12-17 Jezus’ eerste optreden.


De liturgie van vandaag straalt een diepe vreugde uit. Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht dat over hen straalt.  De psalm die op die eerste lezing volgt, zegt al onmiddellijk wat dat licht is: De Heer is mijn licht en mijn Leidsman. En heel duidelijk wordt dit alles in het evangelie waar we Jezus aantreffen die zijn eerste publieke optreden doet en zijn eerste leerlingen roept. Sint Paulus roept de christenen op om de eenheid en samenhorigheid te bewaren: we zijn immers allen volgelingen van Christus.

Is het aan ons te zien dat het Licht van Christus over ons is gekomen? Leven wij in het licht? Ik weet wel, het leven van iedere dag brengt heel wat drukte, er moet gewerkt worden, er kunnen zich problemen voordoen,  grote zorgen… Hat alledaagse leven kan op ons wegen, ons gelaat laat dan ook geen stralende glimlach zien.

Het woord van God nodigt ons uit om toch op te zien naar Jezus, onze Heiland. Hij wil ook aan ons zijn ‘Goed Nieuws’ brengen, het blijde nieuws van Gods koninkrijk. Jezus blijft niet ver van ons vandaan, Hij blijft niet weg van ons dagelijks leven. Wij mogen met al onze zorgen en onzekerheid bij Hem komen en dat alles aan Hem toevertrouwen. En dn op weg gaan. Met Hem aan wie we sedert ons doopsel zijn toevertrouwd, toegewijd. Hij is de Goede Herder die ons niet in het duister heeft gelaten, maar licht in ons leven heeft gebracht. Heel ons leven, alles wat we doen heeft een geweldige waarde, omdat wij ons leven leiden samen met Hem.

Laten wij ons dan door Hem roepen en wandelen in zijn licht, zodat we op onze beurt een uitnodiging kunnen zijn voor anderen om ook het licht van de Heer in hun leven binnen te laten, en zij ook de vreugde mogen ervaren van Jezus’ nabijheid.. (Ben Van Vossel 2026)               

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

5de ZONDAG DOOR HET JAAR


EERSTE LEZING  Jes.58,7-10  Wanneer gij uw hart voor de hongerige opent en de mistroostige verzadigt, dan straalt uw licht in de duisternis / TUSSENZANG  Psalm 112 REFREIN: De rechtvaardige is voor de vrome een licht in de nacht / TWEEDE LEZING  1 Kor.,2,1-5 uw geloof moest niet steunen op menselijke wijsheid, maar op de kracht van God / ALLELUJA  Alleluia. Uw woorden, Heer, zijn geest en leven, uw woorden zijn woorden van eeuwig leven / EVANGELIE  Mt.,5,13-16  Gij zijt het licht der wereld.


De vorige zondagen zagen wij hoe Jezus zijn openbaar leven begint met de oproep tot bekering tot het Koninkrijk van God en hoe hij zijn eerste leerlingen roept.

In de ‘Zaligsprekingen’ heeft Hij vorige zondag de nieuwe waarden van dat Koninkrijk van God verkondigd. Vandaag richt Hij zich tot ieder van ons en tot de hele christengemeenschap met de woorden: Gij zijt het zout der aarde, gij zijt het licht van de wereld. Wij krijgen de roeping en de oproep om onze wereld wat smaak te geven, om licht te zijn en licht te brengen in de duisternis van onze wereld.

De hardheid in de relatie tussen mensen en tussen volkeren, de gruwel van aanhoudende gevechten, maar ook de ellende van zoveel arme gezinnen, de eenzaamheid van zieken en gehandicapten; de uitzichtloosheid van mensen die worstelen met psychische problemen of met zware zorgen…

Door ons contact met Jezus Christus en zijn woord zullen wij het licht van het evangelie in onszelf laten schijnen en zullen wij in staat zijn om ook licht te brengen in het leven van anderen, en onze wereld wat meer smaak te geven. Wij worden door Jezus opgeroepen om aan de Vader een harmonische, smaakvolle mensheid en wereld aan te bieden, zoals Jezus zelf zich heeft ingezet voor een wereld die beantwoordde aan de droom van God over zijn schepping. Gij zijt het zout der aarde, gij zijt het licht van de wereld… Hoe gaan wij in ons dagelijks leven aan die oproep

gehoor geven? (Ben Van Vossel 2026)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

4de ZONDAG DOOR HET JAAR


EERSTE LEZING  Sef.,2,3; 3,12-13  zoekt de gerechtigheid, zoekt de ootmoed! /  TUSSENZANG Psalm 146  REFREIN: Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het rijk der hemelen /  TWEEDE LEZING 1 Kor.,1,26-31 wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren, om de wijzen te beschamen / ALLELUJA  Alleluia. Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond. Aan allen die Hem aanvaardden gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden. Alleluja / EVANGELIE  Mt.,5,1-12a Zaligsprekingen.


Reeds in het Oud Testament lezen wij, zoals bij de profeet Sefanja, dat we moeten trachten het verlangen van God te doen en tegelijk in ootmoed voor God te treden, zonder hoogmoed. In feite is dat ook de grondtoon van de Zaligsprekingen, de basis van Jezus verkondiging. Tegenover God moeten we niet met eigen roem staan en in de wereld moeten wij ons ook niet beroemen op ons bezit, onze status, onze invloed. Wij moeten ons inleven in het leidmotief van Jezus verkondiging: zalig de armen, zalig  de oprechten (zuiveren van hart), zalig wanneer je treurt om al het onrecht, om alle hardheid in de wereld en in onze eigen omgeving, zalig wanneer je moeilijkheden ondervindt omdat je een leerling van Jezus bent… Ja, Jezus is ons een heel andere wijsheid, een heel andere waardenschaal komen verkondigen en voorleven dan deze die in de wereld wordt voorgehouden. Want daar klinkt het: gelukkig de rijken, gelukkig de invloedrijken, gelukkig wie zich niets aantrekken van al het spijtige in onze wereld … Nee,, dat is niet wat Jezus leert, dat is niet wat de Vader van ons verlangt. Misschien klinken voor ons de zaligsprekingen van Jezus wat tegendraads, omdat we nog niet helemaal bekeerd zijn. Laat ons dan in deze viering naar Jezus opkijken, laat ons door de ontmoeting met Hem wat meer bekwaam worden om zijn woorden te verstaan en door Hem zalig geprezen worden. (Ben Van Vossel 2026)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

6de ZONDAG DOOR HET JAAR


EERSTE LEZING Sir.,15,15-20 Voor de mens liggen leven en dood / TUSSENZANG Ps. 119 (118), 1-2, 4-5, 17-18, 33-34  REFREIN: Gelukkig die voortgaan volgens de wet van de Heer / TWEEDE LEZING  1 Kor., 2, 6-10 De wijsheid van de wereld en de goddelijke wijsheid / ALLELUIA  Alleluia. Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer. Wie mij volgt zal het levenslicht bezitten. Alleluia  Joh., 8, 12 / EVANGELlE  Mt., 5, 17-37 of 20-22a. 27-28. 33-34a. 37 Gij hebt gehoord wat ze gezegd is … maar IK zeg u


De mens is voor een groot deel geprogrammeerd, maar hij beschikt ook over een heel deel vrijheid; hij ligt niet zo vast aan zijn instincten zoals een dier, hij beschikt wel degelijk over het vermogen tot het maken van keuzes op het vlak van de moraal en zijn gedragingen tegenover zijn medemensen. Zoals Jezus Sirach in het eerste Testament zegt: het is ook verstandig te doen wat de Heer behaagt. Hij heeft vuur en water voor u neergezet: gij kunt uw hand uitstrekken naar wat ge verkiest, naar het leven of de dood… Psalm 119, de langste psalm van de Bijbel gaat helemaal over de Wet van God, die een weg naar het leven is: “Gelukkig degenen wier levensweg rein is,  die voortgaan volgens de wet van de Heer. Gelukkig die acht slaan op wat Hij verordent, Hem zoeken met heel hun hart.”

Maar daar gaat het nu helemaal over. Hem zoeken met heel hun hart. In het evangelie maakt Jezus duidelijk wat het verschil is tussen de wijsheid van de wereld en de goddelijke wijsheid. Hij heeft ons deze week al gezegd dat we God niet enkel met de lippen moeten eren maar Hem vanuit ons hart dienen.

En in een lange opsomming leidt Jezus ons binnen in wat God in feite van ons verlangt. De wet van Jezus is zeer veeleisend. Het gaat over heel ons leven. Het volstaat niet een paar uiterlijke voorschriften na te leven: het gaat over de gezindheid

van ons hart, de richting van heel ons leven en de innerlijke bedoelingen van ons leven. Wat is de bedoeling van ons hart, welke gezindheid ligt aan de oorsprong van onze daden ? Dat is de bekering waartoe Jezus ons oproept in het evangelie van deze zondag, op enige dagen voor het begin van de Veertigdagentijd. (Ben Van Vossel 2026)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026


1ste ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD


Eerste Lezing: Genesis 2:7-9 en 3:1-7  Zondeval  / TUSSENZANG Ps. 51 (50), 3-4, 5-6a, 12-13, 14 en 17 / TWEEDE LEZING  Rom.,5, 12-19 of 12. 17-19 / veroordeling en rechtvaardiging van allen / REFREIN: Heer, ontferm U, wij hebben gezondigd / VERS VOOR HET EVANGELIE  Mt. 4, 4b Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt  /  EVANGELIE   Mt., 4, 1-11 Bekoring van Jezus.


Het evangelie van deze eerste zondag van de Veertigdagentijd brengt ons het verhaal van Jezus veertigdagen Vasten. Jezus weerstaat aan de verzoekingen waarmee de satan hem wil verleiden. Wat een tegenstelling met de eerste lezing over de zondeval van de eerste mensen. Jezus houdt op de eerste plaats rekening met God:  De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen. Niets of niemand mag die plaats innemen. Wij moeten bij alles wat we denken of zeggen en doen God op de eerste plaats stellen, God en zijn verlangen. Want daartoe zijn wij geschapen en daarin ligt ons ware geluk. Al de rest verlaagt ons, leidt ons weg van het enige levensdoel waartoe we zijn geschapen.

De eerste lezing toont ons in een aanschouwelijk hoe mensen tegen Gods verlangen ingaan, zelf willen bepalen wat goed of verkeerd is, kortom: zelf voor godje willen spelen. Resultaat: ze vallen van hun voetstuk. Ze komen bedrogen uit en zijn daarmee exponenten van wat mensen overkomt wanneer ze hun eigen weg gaan bepalen en niet beantwoorden aan wat God in hun hart heeft gelegd: God en Gods verlangen boven alles stellen. Het is de enige weg naar het echte geluk.

Gelukkig is de dwaasheid van mensen niet het laatste woord. Met psalm 51 mogen wij in deze heilige vastentijd bidden:   “Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest. Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg.”

God is immers genadig en vergevingsgezind. De zonde van de mensheid loopt uit op de dood, maar God heeft in zijn barmhartigheid een redder gezonden. Da rom schrijft sint Paulus: “Door toedoen van één mens begon de dood te heersen, als gevolg van de val van die mens. Zoveel heerlijker zullen zij die de overvloed der genade en de gave der gerechtigheid ontvangen, leven en heersen, dank zij de ene mens Jezus Christus.”

Deze veertigdagentijd wil ons leven weer op de goede weg brengen: ons bewust maken dat ons ware geluk enkel te vinden is wanneer we God op de eerste plaats stellen en ons leven richten naar zijn verlangen. Wij willen ook beroep doen op Gods barmhartige liefde en onze dankbaarheid uitdrukken voor Jezus die onze schuld heeft gedragen om ons weer tot geliefde kinderen van God te maken. (Ben Van Vossel 2026)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

2de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD


EERSTE LEZING   Gen., 12, 1-4a Roeping van Abram /  TUSSENZANG  Ps. 33 (32), 4-5, 18-19, 20 en 22  REFREIN: Geef ons, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrou­wen /  TUSSENZANG Ps. 33 (32), 4-5, 18-19, 20 en 22 REFREIN: Geef ons, Heer, uw barmhartigheid,  zoals wij op U vertrou­wen /  TWEEDE LEZING  2 Tim., 1, 8b- 10  Nu is zijn genade openbaar geworden door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus / VERS VOOR HET EVANGELIE  Vanuit een schitterende wolk werd de stem van de Vader gehoord: Dit is mijn welbeminde Zoon, luistert naar Hem / EVANGELIE  Mt., 17, 1-9 Gedaanteverandering.



God laat ons niet alleen. Wanneer wij Hem ons leven binnenlaten, wanneer wij met Hem op weg gaan, Hem het bestuur van ons leven toevertrouwen blijft Hij ons nabij en zal Hij ons leven leiden. Vandaag wordt Abram geroepen door God en wordt Hij uitgenodigd om op weg te gaan, weg uit het heidense geloof naar het beloofde land. En God al Hem op die tocht vergezellen. Jezus, die we vorige zondag aantroffen in de woestijn met de verzoekingen, treffen wij vandaag aan op de berg waar Hij verschijnt in zijn verheerlijking. We zijn op weg naar Pasen en het Paaslicht werpt zijn glans al wat vooruit zowel voor Jezus als voor de uitverkoren leerlingen. Jezus krijgt de bevestiging dat de Vader Hem niet alleen laat, maar Hem trouw blijft als zijn geliefde Zoon. En ook de leerlingen krijgen een bevestiging die hen zou moten helpen om de beproeving van Jezus’ lijden en dood aan te kunnen. "Dit is mijn Zoon, de Welbemin­de, in wie Ik mijn welbehagen heb gesteld; luistert naar Hem."

Zo mogen ook wij verder gaan in deze tijd van beproeving en onzekerheid. Wij worden uitgenodigd door Gods woord om met Hem verder op weg te gaan, om onze zorgen aan Hem toe te vertrouwen en onszelf en ook anderen te laten bemoedigen door de zekerheid dat niet de dood en de ondergang het laatste woord hebben, maar de liefde van God. Hij heeft de toekomst in zijn hand. Vanuit die zekerheid moeten wij op weg durven gaan en ons niet laten afbrengen van onze dagelijkse plicht, durven op weg gaan omdat God ons vergezelt en weet heeft van wat ons overkomt of nog zou kunnen overkomen. Voel de liefdevolle hand van God op je schouder en bidt vertrouwvol met psalm 33: “Geef ons, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrou­wen.” (Ben Van Vossel 2026)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

3de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD


EERSTE LEZING   Ex., 17,3-7 Water uit de rots / REFREIN: Luistert heden naar zijn stem: weest niet halsstarrig   Ps. 95 (94)/ 1-2 6-7, 8-9 / TWEEDE LEZING  Rom., 5, 1-2. 5-8 Christus is voor ons gestorven toen wij nog zondaars waren / VERS VOOR HET EVANGELIE  Joh.,4,42 en 15  Heer, Gij zijt werkelijk de Redder van de wereld; Geef mij van het levend water, zodat ik geen dorst meer krijg / EVANGELlE   Joh., 4, 5-42 of 5-15. 19b-26. 39a. 40-42 Jezus en de Samaritaanse.


In de liturgie van vandaag bevinden wij ons in de woestijn, een goed beeld van de vasten die we trouwens begonnen zijn met de vasten van Jezus in de woestijn. We ontmoeten het volk van God dat tijdens de woestijntocht, na hun vlucht uit Egypte hevige dorst leed. Ze blijven morren tegen Mozes en die gaat dan weer klagen bij de Heer. De Heer zal hun water te drinken geven, water uit de rots. Wij ontmoeten ook Jezus die vermoeid van de tocht op het hete middaguur neerzit bij de put van Jakob. En we ontmoeten ook de Samaritaanse vrouw die, omdat ze geen heilige was toch op het hete middaguur, waarop ze weinig mensen zal ontmoeten naar de bron komt om water te putten.   En zo bevinden wij ons vandaag ook bij die bron, of beter: bij Jezus. Ook wij verlangen naar dat levend water, waarover Jezus spreekt. Wij verlangen naar bevestiging, naar uitzicht, naar toekomst, naar licht, naar de diepe zin van ons  leven. Laten wij dan ook naar die bron gaan, waar Jezus zich bevindt. Laten wij aan Hem toevertrouwen alles wat er op ons hart ligt. En luisteren we dan naar Hem, zoals de Vader ons vorige zondag nog aanraadde: Dit is mijn Zoon, de Welbeminde: luistert naar Hem. Jezus belooft ons levend water. Hij belooft osn nabij te zijn op de weg door het leven, de weg door de woestijn. Hij belooft ons nieuw leven, nieuw uitzicht, nieuwe vrede in ons hart… Wanneer we Hem ons leven binnenlaten. Laten wij zo, onderricht door zijn woord, ook naderen tot de heilige Tafel en Hem zeggen : Heer, ik geloof dat Gij de bron zijt van levend water, van echt leven; met U wil ik op weeg aan, wees Heer van mijn leven. (Ben Van Vossel 2026)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

4de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD


EERSTE LEZING 1 Sam., 16, 1b, 6-7. 10-13a Een mens ziet naar het uiterlijk, God ziet naar het hart / TUSSENZANG  REFREIN: De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.  Ps. 23 (22), 1-3a, 3b-4, 5, 6 / TWEEDE LEZING  Ef.,5,8-14 Slaper sta op uit de dood en Christus’ licht zal over u stralen / VERS VOOR HET EVANGELIE  Joh., 8, 12b  Ik ben het licht der wereld, zegt de Heer, wie Mij volgt, zal het levens­licht bezitten / EVANGELIE  Joh., 9, 1-41 of 1. 6-9. 13-17. 34-38 Genezing van de blindgeborene..


Samen met de doopleerlingen, de catechumenen die met Pasen worden gedoopt willen wij allen op weg gaan naar Pasen. Vorige zondag heeft Jezus zich aan de Samaritaanse en haar stadsgenoten geopenbaard als de Messias, de gever van levengevend water, de Redder van de wereld. Vandaag openbaart Hij zich door de genezing van de blindgeborene als het Licht van het leven. De evangelist Johannes blijft immers niet stilstaan bij de lichamelijke genezing van de blindgeborene, maar ziet het als een teken, een verwijzing naar de genezing van het ongeloof tot geloof in het ware licht dat Jezus is. Zo willen wij ons bekeren van een al te menselijk zicht op de wereld en trachten te zien met de ogen van God, die niet bij het uiterlijke blijft staan maar naar het innerlijk ziet. Door het water van de doop en de werking van de heilige Geest zijn onze ogen geopend, maar doorheen de jaren hebben wij ons laten beïnvloeden door wat de wereld belangrijk vindt, en zijn we al te menselijk gaan denken en oordelen over mensen en dingen en gebeurenissen. Wij willen ons voorbereiden op Pasen door ons opnieuw naar Jezus te richten, het ware Licht. Zoals de doopleerlingen zullen wij met Pasen opnieuw verzaken aan het kwaad en ons opnieuw laten leiden door het woord van God, het zuivere voedsel voor onze ziel. Wij willen Jezus opnieuw kiezen als de leidsman, de Herder van ons leven. Zoals aan de genezen blindgeborene zal Jezus ook aan ons vragen: zei Hij: "Gelooft ge in de Mensen­zoon?" Hij antwoordde: "Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven." Jezus zei hem: "Gij ziet Hem, het is Degene die met u spreekt." Toen zei hij: " Ik geloof, Heer." (-) En hij wierp zich voor Hem neer. Wij kunnen vandaag reeds ons geloof in Jezus vernieuwen, het nieuw leven inblazen, door ons ‘amen’ wanneer we de Heer ontmoeten in de H. Eucharistie, wij kunnen Hem zeggen: ‘Heer, ik geloof dat Gij de Zoon van God zijt, de Redder van de wereld, wees Heer in mijn leven. (Ben Van Vossel 2026)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026


5de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD (1)

Zonde en zorgen … en Pasen


EERSTE LEZING Ez. 37, 12-14  Ik ga uw graven openen / TUSSENZANG Ps. 130, 1-2, 3-4ab, 4c-6, 7-8  REFREIN: De Heer is steeds barmhartig, zijn genade onbeperkt / TWEEDE LEZING Rom. 8, 8-11 Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest / VERS VOOR HET EVANGELIE   Joh. 11, 25a, en 26  Ik ben de verrijzenis en het leven, zegt de Heer; wie in Mij gelooft zal leven in eeuwigheid / EVANGELIE  Joh 11, 1-45 of: 3-7.17.20-27.33b-45 Opwekking van Lazarus: Ik ben het leven en de verrijzenis.


Jezus zegt: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven.”

Dit is een meesterwoord, een woord van de Meester, maar ook een woord dat heel ons leven en onze toekomst mag beïnvloeden. Het is een woord dat heel deze liturgie als met een schitterend licht omstraalt, het is als een dageraad van Pasen.

De profeet Ezechiël laat God zeggen dat Hij zijn volk niet in de steek laat, al zijn ze als volk verdreven en vernietigd:  "Ik ga uw graven openen; in massa's zal Ik u uit uw graven wegvoeren en u brengen naar uw eigen grond.”

Soms kunnen wij persoonlijk of als groep in duisternis leven, alsof een groot deksel het licht boven ons heeft weggenomen en dat we geen toekomst zien en we met psalm 130 bidden: “Uit de diepte roep ik, Heer, luister naar mijn stem. Wil aandachtig horen naar mijn smeekgebed.” De psalmist voelt zich veroordeeld door God omwille van zijn zonden. Maar dan herinnert hij zich: “De Heer is steeds barmhartig, zijn genade onbeperkt. Hij zal zijn volk verlossen van zijn ongerechtigheid.”  God veroordeelt ons niet, Hij is altijd barmhartig en vergevingsgezind. Hij verlost ons uit de kerker van onze zondigheid.

Hij blijft ons ook nabij in alle donkerte of duisternis, in alle tegenspoed en bedreigingen die ons kunnen overkomen. De opwekking van Lazarus mag ons ook nu bemoedigen: God is een nabije God. Die opwekking, is in zekere zin een voorafbeelding van Jezus’ verrijzenis waar wij Gods trouwe liefde vieren die Jezus niet in de steek heeft gelaten. Jezus zelf verwijst naar de toekomst die Hijzelf in handen heeft : Ik ben de verrijzenis en het leven.

Zo wil de bevrijding van Gods volk en de bevrijding van Lazarus ons bemoedigen om ons te laten bevrijden van alle donkerte in ons leven, van al het oude zuurdeeg. Maar God wil ons ook bevrijden van alle angst midden de bedreigingen van de onzekere tijd. God is ons nabij en Hij heeft altijd het laatste woord, wat er ook mag gebeuren! Die trouw en nabijheid van God zullen we trouwens uitbundig vieren met Pasen, Jezus’ verrijzenis, het fundament van ons geloof.  (Ben Van Vossel 2026)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

PALMZONDAG 2026


EVANGELIE VAN DE INTOCHT  Matteüs 21,1-11 / EERSTE LEZING (Jes. 50, 4-7) God de Heer zal mij helpen / TUSSENZANG  psalm 22  REFREIN: Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij? /  TWEEDE LEZING (Fil. 2, 6-11) Gehoorzaam tot de dood aan het kruis / LIJDENSVERHAAL Matteüs  (26,14- 27,66)


Met deze Palmzondag begint de Goede of Heilige Week. Vandaag gedenken wij de Intocht van Jezus in Jeruzalem. Hij wordt enthousiast onthaald door een menigte. ‘Gezegend die komt in de Naam van de Heer’. Wij mogen vandaag Jezus ook blij onthalen, zelfs zwaaiend met palmen maar het mag niet oppervlakkig blijven, we moeten Jezus onthalen in de diepte van ons hart, Hem binnenlaten in ons leven. Dan pas wordt het een christelijk leven en wordt deze week een heilige week die uitloopt op Pasen, het Feest der feesten.

Deze Palmzondag brengt ons ook het Lijdenverhaal volgens Matteüs. Het doet er ons aan denken dat Jezus, in zijn uiterste vernedering juist de overwinning heeft behaald op de zonde en de dood. Door zijn gehoorzaamheid tot in de dood is Hij onze Redder geworden, heeft God Hem hoog verheven en Hem tot Heer gemaakt voor al wie tot Hem komt. Laten wij ons raken door die totale gegevenheid en dankbaar blijven zoals Paulus: “Voor zover ik hier nu leef, leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.” (Gal.2,20) Paulus beleefde heel persoonlijk dat Jezus niet enkel voor ‘de velen’ is gestorven; ieder van ons mag Jezus als zijn persoonlijke redder beschouwen. Zo kunnen we dan deze Palmzondag met grote dankbaarheid vieren om alles wat Jezus voor ons allen en voor ieder persoonlijk heeft volbracht. ‘Wij aanbidden U, Christus, en wij loven U, omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld hebt verlost’ uit de duisternis van zonde en dood. Laat dat onze gezindheid zijn bij het begin van deze Heilige Week. (Ben Van Vossel 2026)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026


GOEDE WEEK 2026


‘Goede Week’ of ‘Heilige Week’ zo noemen wij deze dagen, die eigenlijk al begonnen met het voorlezen van het Passieverhaal op Palmzondag. Wij gedenken dan op Witte donderdag het Laatste avondmaal van Jezus met zijn vrienden dat wij ook vandaag nog vieren; Goede Vrijdag met Jezus’ lijden en Kruisdood. Op zaterdag gedenken we Jezus in het graf: de graankorrel die in de aarde valt en het nieuwe leven in zich draagt. Met Pasen vieren: we Jezus’ Opstanding. Deze dagen kunnen aan ons voorbijgaan, zonder dat die mysteries ons echt raken en weinig invloed hebben op ons leven. Nochtans gaat het hier om gebeurtenissen die ons Gods grote liefde en zijn sterke betrokkenheid met ons openbaren, (ontsluieren).


Gods onvoorwaardelijke liefde voor ons is het grote mysterie dat we deze dagen gedenken. Johannes schrijft: “Zozeer heeft God ons liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, niet om te oordelen, maar om te redden.” (Joh.3,16. 1Joh.4,10) God heeft ons niet alleen gelaten in onze zwakheid en onze schuld: Jezus heeft de zware steen van de opstand tegen God en onze zelfgenoegzaamheid, van de wereld af te wentelen en nieuw licht en leven te schenken aan hen die zich van God hadden afgekeerd.


Laten wij ons dan buigen in nederigheid, en vol dankbaarheid God liefde erkennen in Jezus’ gegevenheid tot het uiterste, zijn gehoorzaamheid tot de dood aan het kruis. En ons verheugen over zijn Verrijzenis waarin Hij ons meetrekt tot een leven in respect en liefde tot God, die noch Jezus noch ons in de steek heeft gelaten.


PASEN 2026

“Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.” Zo klonk een van Jezus laatste woorden toen Hij aan het sterven was aan het kruis. Vader, aan U blijf Ik me toevertrouwen, ondanks alles. En toen werd het stil en even later werd een grote steen voor zijn graf gerold. Maar God heeft het laatste woord, een antwoord op Jezus’ leven en sterven. En dat woord is de verrijzenis van Jezus. Want alles was volbracht. Jezus had de Blijde Boodschap verkondigd, hoe God van de mensen hield en hoe de mensen doorheen hun leven antwoord konden geven aan God. In alles had Jezus Gods verlangen verricht. Daarom heeft God Hem hoog verheven, boven alles en iedereen opdat iedereen zou knielen en belijden: Jezus Christus is de Heer.


Is dit ook voor ons Blij Nieuws?  Paulus schreef aan zijn christenen van Rome: “… als de Geest van Hem die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft.” (Rom.8,11) Wanneer wij zoals Jezus Gods wil trachten te doen, zal ook in ons leven niet de dood, maar het eeuwig leven Gods antwoord zijn. Dat heeft Jezus bewerkt door in alles Gods wil te doen en zich in alles aan de Vader toe te vertrouwen.


Door Jezus’ inzet, Hij die Gods Zoon was, kan ook ons leven eeuwigheidswaarde krijgen, want Hij heeft de weg geopend naar nieuw en eeuwig leven. Wanneer wij, geholpen door de heilige Geest, nu reeds gaan leven als kind van God, gelovend en vertrouwend op God, zullen wij ook reeds iets van verrijzenis ervaren: Gods nabijheid en de sterkte van Gods Geest om Jezus te volgen in zijn vertrouwvolle overgave aan God. (Ben Van Vossel 2026)

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026

2de ZONDAG VAN PASEN (BELOKEN PASEN)


EERSTE LEZING  Hand.,2,42-47 De eerste christelijke gemeenschap / TUSSENZANG  Ps. 118 (117), 2-4, 13-15, 22-24  REFREIN: Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, eindeloos is zijn erbarmen ! of: Alleluia. / ALLELUIA    Joh., 20, 29 Alleluia. Omdat gij Mij gezien hebt, Tomas, gelooft ge, zegt de Heer, zalig die niet zien en toch geloofd hebben. Alleluia / TWEEDE LEZING  1 Petr., 1,3-9 herboren tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus / EVANGELIE  Joh., 20, 19-31 Tomas.


De ongelovige Tomas was niet alleen. Ook de rest van de apostelen geloofden niet onmiddellijk dat Jezus veerrezen was. Petrus zag het lege graf, dat deed hem nadenken, ja, maar echt gelovig werd hij er niet door, Hij moest eerst de Verrezene ontmoeten. De verrezen Heer verwijt zijn leerlingen hun ‘hardnekkig’ ongeloof. De vraag is of wij niet op die twijfelende leerlingen gelijken. Of wij ook geen ongelovige Tomas in ons hart dragen. "Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven." Doorheen de jaren en door de contacten met andersdenkenden en door onze eigen al te menselijke redeneringen kunnen er twijfels groeien in ons hart en door niet altijd te leven vanuit het geloof verzwakt ons geloof.

Ook ons verwijt Jezus ons ongeloof. Dat we leven alsof Hij er niet is, alsof Hij ons niet nabij is. De leerlingen van Emmaüs liepen op Paasavond met Jezus in hun midden, maar ze herkenden Hem niet. Nog niet. Tot Hij hun aan de hand van de Schriften toonde hoe die over de Messias gesproken hadden, over zijn lijden, dood en verrijzenis. Later zullen zij aan elkaar getuigen: Brandde ons hart niet in ons toen Hij ons de Schiften verhelderde? Laten wij leven vanuit ons geloof. Laten wij het getuigenis van de eerste christenen geloven. Laten wij het getuigenis van de H. Schrift geloven. En bovenal, laten wij de Heer niet voorbijlopen waar Hij zich laat ontmoeten in allerlei tekenen, in goede en ook in minder gelukkige dagen, ook in de minsten van zijn broeders en zusters. En zeggen wij dan in ons hart: ‘mijn Heer en mijn God’.

Naar THUISPAGINA  Naar INHOUD  Naar PREKEN 2026