GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD


GELOOF EN LEVEN

2019 (vanaf Advent 2018)


WAT INSPIRATIE VOOR ZONDAGSPREKEN



Jezus’ woord verlicht de wereld, alleluia,

Jezus’ woord is bron van leven, alleluia.

Jezus’ woord is sterk en teder, alleluia,

Jezus’ woord wijst veil’ge wegen, alleluia.


U KUNT OOK SURFEN NAAR DE ZONDAGSPRESENTATIES

OVER DE EVANGELIES VAN DE ZONDAG.







NAAR INHOUD     NAAR TOP


C Paaszondag 5 Het nieuwe gebod (19/05/2019)

C Paaszondag 4 Een ruime Kerk (12/05/2019)

C Paaszondag 3 Weid mijn schapen (5/05/2019)

C Paaszondag 2 En toch geloven ! (28/04/2019)

C Paaszondag 1 Nog ben Ik bij u (21/04/2019)

C Palm- en Passiezondag Waarom? (14/04/2019)

C Zondag 5 Vasten Wie zonder zonde is… (7/04/2019)

C Zondag 4 Vasten Verloren en gevonden (31/03/2019)  

C Zondag 3 Vasten Bekering: vruchtbaar leven (24/03/2019)

C Zondag 2 Vasten Transfiguratie (17/03/2019)

C Zondag 1 Vasten Van beproeving naar overwinning (10/03/2019)

C Jaar Zondag 08 Verdraagzaamheid ((3/03/2019)

C Jaar Zondag 07 Weest barmhartig (24/02/2019)

C Jaar Zondag 06 Gelukkig wie op God vertrouwt (17/02/2019)

C Jaar Zondag 05 Onze roeping, onze zending (10/02/2019)

C Jaar Zondag 05 Vertrouwvol op weg met de Heer (10/02/2019)

C Jaar Zondag 04 Hoe kijken wij naar Jezus en naar de medemens ? (3/02/2019)

C Jaar Zondag 03 Gezonden om Blij Nieuws te brengen

C Jaar Zondag 02 De gaven van de Geest gebruiken (20/01/2019)

C Advent 3 Verheugt u en juicht (16/12/2018)

C Advent 2 Bereidt de weg van de Heer (9/12/2018)

C Advent 1 Leven vanuit de Belofte (2/12/2018)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


5de ZONDAG VAN PASEN

Het nieuw gebod

Hand., 14, 21-27 Missiereis van Paulus en Barnabas / Ps. 145 (144) 8-9, 10-11, 12-13ab  U wil ik loven, mijn God en Ko­ning, uw Naam verheerlijken voor altijd / Apok., 21, 1-5a  Zie, Ik maak alle nieuw / Joh. 13, 34 Alleluja. Een nieuw gebod geef Ik u, zegt de Heer: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad. Alleluja. / Joh., 13. 31-33a. 34-35 Nieuw gebod


Na de ontmoetingen met de verrezen Jezus christus, na de eerste vervolgingen waardoor vele christenen zich verspreidden, ontmoetten we vandaag Sint Paulus en Barnabas die op missietocht zijn gegaan in klein—Azië en die overal ook mensen aanstelden om verantwoordelijkheid te dragen voor de nieuwe christengemeenschappen. Bij hun thuiskomst in Antiochië roepen ze hun thuisgemeenschap samen en vertellen alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht en hoe Hij voor de heidenen de poort van het geloof had geopend. Door hun missiewerk verspreidt het Jezusgeloof zich over een heel deel van de bekende wereld.

Ook wij zijn tot geloof gekomen omdat mensen ons over Jezus en over zijn Blijde Boodschap gesproken hebben en ons in dat geloof zijn voorgegaan. Wat mensen zo aantrok in het christelijk geloof was het besef dat God liefde is en van de mensen houdt. God houdt zich niet ver van ons vandaan, maar is met ieder van ons begaan. En dan is er nog die vreugdevolle boodschap dat ons leven niet geroepen is om zomaar te verdwijnen op een bepaalde dag, maar dat Hij alle tranen van hun ogen zal afwissen en dat de dood niet meer zal zijn; geen rouw, geen geween, geen smart want al het oude is voorbij." God zegt: “Zie, Ik maak alles nieuw." Dit is de waarachtige toepassing van ons Paasgeloof: Jezus is verrezen en wij zullen met Hem verrijzen tot een nieuw en eeuwig leven. Een christen is een mens van hoop ! Daarom hebben we Pasen gevierd in blijdschap. Geloof dat zich uitdrukt in hoop. De hoop is typerend voor het christelijk geloof.

Én de liefde. Een christen mag nooit een fanatieker zijn. Een christen mag een ander niet haten omdat hij anders denkt of zich anders gedraagt. Jezus geeft ons vandaag zijn nieuw gebod, dat trouwens heel wat veeleisender is dan we op het eerste zicht zouden denken.  Hij zegt letterlijk : “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben” Dat is al heel wat, natuurlijk. Maar Jezus voegt er aan toe: “zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.” Hoe Jezus van ons heeft gehouden dat hebben wij in de Goede Week geleerd.  Alles heeft Hij er voor over gehad. Na zijn leven van totale inzet en getuigenis van Gods liefde, heeft Hij zich voor ons gegeven tot in de dood. Liefhebben zoals Jezus betekent een radicale liefde dus die men elke dag probeert op te brengen, liefde die zich ook uit in vergeving schenken, in geduld en verdraagzaamheid, in aandacht schenken aan de nood van medemensen, ook in eigen omgeving.

Die liefde beleven van dag tot dag is voor Jezus een voorwaarde om zijn leerlingen te zijn, het is ook de voorwaarde om als Jezus’ leerlingen herkend te worden. “Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart." Dat is dus de reden waarom mensen zich tot de christelijke gemeenschap aangetrokken voelen. Dat men thuiskomt in een warme gemeenschap, waar je welkom bent, waar vrede en vreugde aanwezig is. Daarom wensen wij voordat we te communie gaan elkaar de vrede van de Heer, de vrede van de verrezen Heer. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


4de ZONDAG VAN PASEN

Een ruime kerk

Hand., 13, 14. 43-52 redding tot het einde van de aarde / Ps. 100 (99), 2, 3, 5  Wij zijn zijn kudde en zijn volk. / Apok.,7,9.14b-17 Een menigte die niemand tellen kon / Joh., 10, 14 Alleluia. Ik ben de Goede Herder, zegt de Heer. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij. Alleluia. / Joh., 10, 27-30 Mijn schapen luisteren naar mijn stem  


In de tweede lezing, uit het Boek van de Openbaring van Johannes, de zogenaamde Apocalyps horen we een verblijdend nieuws: “Ik, Johannes zag een geweldige menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand.”

‘Een geweldig grote menigte die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen.’ Gods volk dat voor Gods troon staat en voor Jezus, het Lam. Geen kleine menigte, geen menigte uit alleen maar één bepaald volk, maar een universele verzameling van mensen die door het Lam zijn gemaakt tot Gods eigen volk.  

Hoe is het zover kunnen komen, dat na Jezus komst en zijn al weldoend rondgaan in het Joodse land, enige tijd na zijn dood en verrijzenis, er mensen uit alle stammen en volkeren, in Hem zijn gaan geloven en van Hem hebben getuigd midden een andersdenkende samenleving?

In de tweede lezing hoorden we de aanleiding daartoe. Paulus, een gewezen kerkvervolger heeft zich bekeerd en is samen met Barnabas een overtuigde verkondiger geworden van Jezus en zijn Blijde Boodschap. Ze beginnen hun zending tussen Joden, maar spoedig zijn ze niet meer welkom in de synagogen en ze stellen vast dat men niet openstaat voor het nieuwe dat met Jezus is begonnen, en ook niet voor hun verkondiging dat Jezus de beloofde Messias is, gestorven én verrezen… Dan besluiten de beide zendelingen zich te wenden tot de heidenen, tot niet-Joden, want zij hebben begrepen dat Jezus de verlosser is van alle mensen. Het christendom wordt zo een universele godsdienst, blij nieuws voor alle mensen, ook voor ons.

Jezus had  het ook al laten vermoeden toen Hij zegde dat Hij ook anderen moest weiden die niet tot zijn beperkte schaapstal behoorden. En Petrus had later een visioen gekregen dat niet-Joden eveneens de heilige Geest konden ontvangen als ze in Jezus gingen geloven.

Steekt hier een boodschap in voor ons? Minstens dit dat in de Gemeenschap van Jezus iedereen welkom is. Dat moet dan in onze houding tegenover anderen tot uiting komen. Wij mogen de vrede toewensen aan allen, zowel aan armen als aan welgestelden, ook aan mensen die we niet zo sympathiek vinden. Tenslotte zijn ook zij verlost door Jezus, ook zij behoren tot zijn mensen, tot zijn kudde, zoals Hij het zegt. Hij is voor allen gekomen. En wij moeten dat uitstralen door onze positieve houding ten opzichte van iedereen. Dat zal onze bijdrage zijn om Jezus’ kudde tot een onthalende kerk te maken. Laten wij er ons van bewust zijn dat het van ieder van ons persoonlijk afhangt of Jezus ‘stem ook vandaag tot vele harten kan doordringen en ze Hem erkennen als de Gezondene van de Vader. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


3de ZONDAG VAN PASEN

Bemint gij Mij?

Hand., 5, 27b-32. 40b-41 Van dit alles zijn wij getuigen / Ps. 30 (29) 2 en 4, 5 en 6, 11 en 12a en 13b U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd / Apok., 5, 11 – 14 Waardig is het Lam dat geslacht werd / Lc., 24, 26 Alleluia. Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan? /  Joh., 21, 1-19 of 21, 1-14 Het is de Heer !


In de tussenzang, na de eerste lezing horen wij met psalm 30 een danklied dat zo uit de mond van de Opgestane Christus zou kunnen komen:” Ik dank u, want Gij hebt Mij bevrijd, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost”. In naam van Jezus bidt de kerk deze psalm mee. En in de lezing uit het boek der Openbaring horen wij de lofzang op het Lam door de ontelbare engelen, een lofzang die door het hele heelal wordt overgenomen: “Aan Hem die gezeten is op de troon en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen!"

Dat Lam is de verrezen Jezus, die de zonde en de dood heeft overwonnen en die in het evangelie aan zijn leerlingen verschijnt. Zij immers zullen de getuigen moeten zijn van zijn overwinning op zonde en dood en van onze bevrijding. Zij krijgen daarvoor wel enige tekenen die hen in het geloof zullen sterken. Het is wel opvallend dat het opnieuw Johannes is die Jezus het eerst herkent en het verheugd aan Petrus zegt: Het is de Heer ! Men zegt wel eens: Liefde maakt blind. Maar eigenlijk maakt liefde ook dat men beter ziet,  dat men in de ander iets ziet wat andere personen misschien niet zien omdat ze teveel naar het uiterlijke oordelen. Voor Jezus komt het aan op de liefde. Dan herkent en erkent men Hem als de Levende Heer. En dan pas kan men vanuit het hart getuigen dat Jezus de Levend is, de Gekruisigde en Verrezen Heer.

Dan verstaan wij beter waarom Jezus tot drie keer toe vraagt: Bemint gij Mij? Het was wel nodig dat Jezus dat aan Petrus vroeg en dat deze het wel vervelend vond omdat Hij, die toch echt van Jezus hield, Hem ook drie keer verloochend had. Wijd mijn lammeren, hoed mijn schapen. Jezus vertrouwt zijn mensen, zijn kudde toe aan Petrus.

Wij moeten echter niet denken dat alleen aan Petrus gevraagd wordt of Hij van de Heer houdt. Wij moeten niet denken dat alleen aan Petrus wordt gezegd: Hoed mijn schapen. Diezelfde vragen en diezelfde opdracht krijgt ieder van ons, ieder die gedoopt is in Jezus en met Pasen opnieuw de verrijzenis van de Heer heeft gevierd. Wij hebben alles te danken aan Jezus, het is dus normaal dat we van Hem houden. Wij mogen dat al eens meer zeggen in ons gebed. En we mogen dan ook luisteren naar wat de Heer ons zegt: Hoed mijn schapen, zorg voor mijn mensen, getuig van mijn liefde voor hen en toon die liefde door uw eigen houding tegenover hen.

Bemint gij Mij? Vraagt Jezus. Ja, Heer, gij weet dat ik u bemin al is mijn liefde soms zeer beperkt. En dan zegt Jezus ook aan u en mij: Wijd mijn kudde. Zorg voor mijn mensen. Getuig van mijn liefde en mijn blijvende zorg. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


2de ZONDAG VAN PASEN (BELOKEN PASEN)

En toch geloven

Hand.,5, 12-16 Steeds meer geloofden in de Heer / Ps. 118 (117), 2-4, 22-24, 25- 27a  Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, eindeloos is zijn erbarmen / Apok., 1, 9-11a. 12-13. 17-19 Ik ben het, de Eerste en de Laatste / Joh. 20. 29 Alleluja. Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, gelooft ge, zegt de Heer.  Zalig die niet zien en toch geloofd hebben. Alleluja / Joh., 20, 19-31 Mijn Heer en mijn God


De preek van Petrus op Pinksterdag maakte diepe indruk op heel wat mensen zodat er zich een hele groep bij Jezus’ volgelingen aansloot. Zijn preek ging overigens over Jezus, zijn goedheid voor zieken en uitgestotenen en zijn dood en verrijzenis. Naast de overtuigende woorden van de apostelen waren er ook de genezingen die ze verrichtten in Jezus’ Naam. Die twee zaken amen brachten heel wat mensen ertoe om in Jezus te gaan geloven als de Gezalfde, de Messias die gezonden was door God.

In het Boek van de Openbaring door Johannes getuigt Jezus van zichzelf: “Vrees niet. Ik ben het, de Eerste en de Laatste, (= de Alfa en de Omega) de Levende. Ik was dood, en zie Ik leef in de eeuwen der eeuwen”.

Vrees niet. Ook in het evangelie begroet Jezus na zijn Verrijzenis zijn vrienden met : Vrede zij u. Sjalom ! “Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. Hét erkenningsteken dat Hij het wel degelijk was. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u.”

Zij hadden die vredeswens wel nodig. Want zij vreesden dat na de moord op Jezus, zij als zijn leerlingen ook wel wat te duchten hadden. De christenen in Sri Lanka die op Paasdag zo beproefd werden, zullen ook wel met een klein hartje zitten als ze opnieuw naar de kerk komen, waar zoveel slachtoffers vielen. Ze zullen zich ook wel afvragen, “hoe kon God zoiets toelaten? En dan nog juist tijdens de Paasviering?”

Vrede zij u. De Gekruisigde die nu verrezen is, mag die wens wel tot ieder van zijn volgelingen richten. Ook tot ons. Want in ons hart kan er ook wel twijfel zijn, zoals bij Tomas, wanneer men hem zegt dat Jezus verrezen is. Nochtans krijgen wij ook geen ander teken dan het getuigenis van de eerste apostelen dat gedurende al die eeuwen is voortverteld en neergeschreven in de nieuwtestamentische geschriften. Jezus wil trouwens ook tot ieder van ons zijn vrede toewensen. Ons hart zal des te gemakkelijker zijn woord opnemen, naarmate we in het leven van elke dag opzien naar Hem die voor ons gekruisigd en verrezen is. Naarmate we de gewoonte aannemen om met Hem te spreken, in contact te blijven met zijn volgelingen én zijn woord uit de Schrift te overwegen. Denk aan die twee moedeloze leerlingen op weg naar Emmaüs, moedeloos omdat hun Meester terechtgesteld was. En dan mengt Hij zich in hun gesprek en wijst er hen op hoe alles wat Jezus is overkomen al voorspeld was in het Oude Testament. En er komt vrede in hun hart, meer nog, ze zeggen tot elkaar: “Brandde ons hart niet in ons zoals Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften verklaarde.” Helemaal opgemonterd keren ze naar Jeruzalem terug om van hun ontmoeting met Jezus te getuigen. Zo wil Jezus zich ook aan ons openbaren, in het woord van de Schrift, in de ontmoeting met andere christenen en ook in de stilte van ons hart wil Hij zich doen kennen als de Gekruisigde maar Verrezen Heer, die ons toewenst: Vrede zij u! (Ben Van Vossel 2019)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


EERSTE PAASZONDAG

Ik ben verrezen en nog ben Ik bij u


Hand.10,34a.37-43 God heeft Hem op de derde dag doen verrijzen en verschijnen Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt. Wij zullen hem vieren in blijdschap  / Kol. 3, 1-4 Zint op het hemelse niet op het aardse / Alleluia. Ons Paaslam is geslacht: Christus zelf. Wij moeten ook ons feest vieren in de Heer / Joh. 20,1-9 Hij zag en geloofde


Moderne mensen hebben het heel moeilijk om te geloven in de Opstanding van Christus. Er is nog niemand teruggekeerd uit de dood, zegt men. En met de apostel Tomas zeggen ze; eerst zien en dan geloven. ’t Is trouwens niet enkel Tomas die zo zijn twijfels had. In het evangelie van vandaag zien we Petrus en Johannes naar het lege graf lopen. En van Johannes wordt gezegd dat ook hij het graf binnentreedt: Hij zag en geloofde. Als in een flits komen hem de woorden van Jezus te binnen en wat in de Schrift over de Messias en de Lijdende Dienaar van God geschreven stond en wat zij nog niet begrepen hadden: dat Hij name­lijk uit de doden moest opstaan.

Wij mogen ons toevertrouwen aan het getuigenis van de apostelen: dat Jezus van de dood is opgestaan. Voor dat getuigenis hebben zij hun leven gegeven, voor dat getuigenis zijn ze de wereld rond getrokken, zij, de eenvoudige mensen die ze waren hebben getuigd dat Hij verrezen is. Door dat geloof is hun leven veranderd, vooral wanneer zij de kracht van de heilige Geest hebben ontvangen. Zij zijn niet meer te herkennen, die hardleerse, vaak ruziënde, soms bange en laffe mannen die nu vrijmoedig getuigen van de Verrezen Heer.

Wij mogen de stap zetten in datzelfde geloof. Bidden dat ons geloof zich mag vernieuwen en sterker mag worden. We mogen op stap gaan in het leven, midden een ongelovige samenleving, ongelovige media, ongelovige vrienden en familie, op stap gaan met de verrezen Heer. Hem aanwezig weten en vanuit zijn kracht leven als mensen die door Hem zijn aangeraakt, door de kracht van zijn verrijzenis. Och, we blijven zwakke mensen, we zijn helemaal geen heiligen, maar we willen blijven opkijken naar Hem die met ons meegaat en ons kracht geeft om toch als nieuwe mensen te leven, van dag tot dag, blijven opzien naar Hem die ons is voorgegaan. Van de dood naar het leven. Van zwakheid naar kracht. Het mag ook in ons leven werkelijkheid worden, wanneer we Hém maar vasthouden, wanneer we maar in contact blijven met Hem in gebed en Eucharistie en in geloof dat zich uit in daden van solidariteit, inzet voor het geluk van anderen. Dat is de proef op de som van een verrezen leven. (Ben Van Vossel 2019)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


PALM- OF PASSIEZONDAG (EUCHA­RISTIEVIERING)

Waarom ?


Jes., 50, 4-7 God de Heer zal mij helpen / Ps. 22 (21), 8-9, 17-18a, 19-20, 23-24  Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij ? / Fil., 2, 6-11 Gehoorzaam tot de dood / Fil., 2, 8- 9 Christus is voor ons gehoorzaam geworden tot de dood, tot de dood aan een kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is / Lc., 22, 14-23, 56 Lijdensverhaal vlgs Lucas


Waarom overkomt mij dat? Waarom moet ons dat overkomen? Het zijn vragen die mensen zich wel eens stellen als ze een of andere beproeving of tegenslag te verwerken krijgen. In de brief aan de Hebreeën, een brief uit het Nieuw Testament wordt het lijden van Jezus ook in al zijn rauwheid vermeld: “In de dagen van zijn sterfelijk leven heeft Hij onder luid geroep en geween gebeden en smekingen opgedragen aan God die Hem uit de dood kon redden. Om zijn vroomheid is Hij verhoord: 8 hoewel Hij Gods Zoon was, heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd; 9 en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwige heil” (HEBR.5,7-9). In feite is het een echo van wat de evangelisten zeggen over de doodsstrijd van Jezus in de Olijfhof, Getsemane. Op een opgenomen DVD (met de naam Getsemane) zag en hoorde ik een gezang waarin vooral werd gefocust op het lijden van Jezus en zijn vraag waarom dat lijden er moest zijn. De persoon die Jezus verbeeldt zingt daar: “Ik heb drie jaar het beste van mezelf gegeven, maar het komt me voor dat het dertig of zelf negentig jaar is geweest, en nu dit lijden, deze ondergang… Ik wil alleen maar weten waarom dit nodig was.”

Het is misschien wat eenzijdig belicht, maar het doet ons toch ook dieper beseffen dat het kruis voor ons niet zomaar een herkenningsteken is, een mooi symbool. In het laatste evangelie heeft Johannes dieper op alles nagedacht en hij schrijft hoe Jezus zichzelf als de goede herder ziet, de goede Herder die zijn leven geeft voor de schapen… In alle evangelies komt naar voor hoe Jezus in de olijfhof niet enkel bidt dat de lijdensbeker van hem zou worden weggenomen, maar zegt Hij ook dat Hij Gods wil respecteert. Wij vragen ons af hoe God kon weerstaan aan de dringende vraag van Jezus: “Vader, als het mogelijk is, laat deze beker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals Gij wilt.”

In heel zijn leven was Jezus de Vader toegewijd en in alles heeft Hij Gods verlangen. En dan loopt alles uit op een fiasco; hij verliest zijn aanhang, hij wordt verraden en verloochend en in de steek gelaten door zijn vrienden; Hij wordt uitgeleverd aan de Romeinen en gekruisigd. “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” … En dan klinken zijn laatste woorden: Vader, in uw handen beveel ik mijn geest. Aan u blijf ik mij toevertrouwen.

In de brief aan de Hebreeën legt men Jezus deze woorden in de mond: “Ik ben gekomen, o God om uw wil te doen.” En de brief besluit:  “Door die wil zijn wij geheiligd, eens voor al, door het offer van het lichaam van Jezus Christus.”

Wij zijn de heer Jezus dankbaar voor zijn liefde tot het uiterste. Wij zijn God dankbaar dat Hij ons Jezus heeft toevertrouwd die voor ons alles heeft goedgemaakt en ons de weg naar de Vader heeft getoond. Laten wij in deze Goede Week de grote daden van de Heer dankbaar gedenken en onze liefde uitspreken voor die Vriend die voor ons alle geluk heeft mogelijk gemaakt. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


5de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

Ook Ik veroordeel u niet

Jes., 43, 16-21 Een weg door de zee / Ps. 126 (125) 1-2ab, 2cd-3, 4-5, 6  Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn wij zo blij / Fil., 3. 8- 14 gegrepen door Christus / Ez., 33, 11 Niet de dood van de zondaar wil Ik, zegt de Heer, maar zijn bekering en zijn leven /  Jo., 8, 1-11 Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer


Jezus spreekt ons vandaag vrij. Onvoorwaardelijk. “Ook Ik veroordeel u niet, zegt Hij; ga heen en zondig van nu af niet meer.” Door de profeet Ezechiël liet God reeds zeggen: “Niet de dood van de zondaar wil Ik, maar dat hij zich bekeert en leeft !” Vaak hebben wij geen of weinig kompassie met mensen die zich misdragen hebben of die zich anders gedroegen dan wij voor fatsoenlijk houden. Zelfs voor mensen uit onze kennissenkring hebben we vaak onze veroordeling klaar als ze niet leven of handelen volgens onze normen of verwachtingen. Hoe helemaal anders treedt Jezus dan op in het evangelie van vandaag. Men bracht een vrouw bij Hem die volgens de Joodse Wet veroordeeld, ja, gestenigd moest worden. Maar zijn vijanden, die zijn houding tegenover zondaars kenden, verlangden dat Hij zich nu eens klaar en duidelijk zou uitspreken voor of tegen de heilige voorschriften van Mozes.

Jezus houdt een moment stilte, Hij antwoordt niet direct, om de aanklagers de gelegenheid te geven hun eigen woorden te laten weerklinken in hun hart en misschien tot bezinning te komen. En dan klinkt Jezus’ woord, onverwacht en recht naar het hart van eenieder die er rond staat: “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.” Als hier iemand staat die helemaal zonder zonde is, mag hij de eerste steen gooien. Niemand werpt die eerste steen en stilaan druipen de aanklagers af.

Dit woord van Jezus wordt vandaag ook aan ons adres gericht. Tot onze manier waarop wij oordelen over anderen. Wij houden meestal geen rekening met verzachtende omstandigheden, met het verleden van een mens, met de omgeving waar hij leefde, de tegenslagen die hij kende enz. Mag er dan nooit geoordeeld worden, moet men sommige zaken niet afkeuren? Allicht wel, maar bij dit evangelie van vandaag moeten wij alleen maar denken aan ons eigen harde oordeel over anderen en tegelijk ons eigen onder de verwachtingen blijven. Laten wij zelf knielen voor Jezus, met onze fouten en vol vertrouwen wachten op zijn vergeving. Maar laten wij dan ook denken aan zijn herhaalde vraag in het evangelie om ook anderen te vergeven en ons niet te pas en ten onpas als superieure rechters te gedragen.


Heeft Jezus hiermee de zonden goedgekeurd, vindt Hij het niet erg dat mensen verkeerd handelen, dat mensen tegen hun geweten ingaan? Toch wel, maar dat is niet op de eerste plaats waar het in dit evangelie om gaat. Hier gaat het over de onverdraagzaamheid en de veroordeling van mensen, terwijl wij allen toch dagelijks tekort schieten. Laten wij ons ten opzichte van mensen uit onze omgeving zo gedragen zoals God zich tegenover ons gedraagt, vol begrip en vergevingsgezind. Vergeef ons onze schuld zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren. Zo leerde Jezus ons bidden tot God, onze Vader. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


4de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

VERLOREN EN GEVONDEN

Joz., 5, 9a. 10-12 Pasen in het Beloofde Land / Ps. 34 (33) 2-3, 4-5, 6-7  Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is / 2 Kor., 5, 17-21 Laat u met God verzoenen / Lc., 15, 18 Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u / Lc., 15, 1-3. 11-32 De verloren zoon


Zij hebben een lange tocht achter de rug. Vanuit het slavenhuis Egypte; de doortocht door de Rietzee en de tocht door de woestijn. Eindelijk in het Beloofde Land en daar vieren ze Pasen: de doortocht door allerlei beproevingen naar het nieuwe leven in het Land Kanaän. God is hun genadig geweest en heeft zijn volk gered.  Paulus spreekt ons in zijn brief ook over het nieuwe leven dat ons te beurt is gevallen: “het oude is voorbij, schrijft hij, het nieuwe is al gekomen. En dit alles komt van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen!”

En nu moeten wij wijs zijn. We mogen niet denken dat wij de perfecte mens zijn. De echte wijsheid leert ons dat wij vaak tekort schieten, dat wij vaak leven alsof God niet bestond. Wij denken soms van onszelf dat we uit eigen kracht en naar eigen inzicht wel kunnen bepalen wat goed en verkeerd is. Wij vergeten dat we maar mens zijn en dat alles wat we zijn en al het waardevolle waartoe we in staat zijn een geschenk is van God, zelfs ons eigen leven en onze uiteindelijke toekomst. Dit te beseffen plaatst ons met onze twee voeten op de grond. Dàt is de werkelijkheid. Alles is genade.

Jezus vertelt ons de parabel van de verloren zoon. Hij vertelt het zo dat we gaan vermoeden dat er twee verloren zonen zijn. De jongste die inziet dat hij zijn leven verkeerd aan het inrichten is en wijselijk op zijn stappen terugkeert. En de oudste zoon, die van zichzelf meent dat hij door zijn vader tekort is gedaan. De vader maakt hem duidelijk dat alles wat van hem is dat hij dat ook met zijn zoon wilde delen. Al het mijne is ook van jou. Deze zoon had niet begrepen dat vader een en al liefde is en ook een en al barmhartigheid.

“Wij zijn allemaal verloren zonen (en dochters), maar niemand is verloren”, want God, onze Vader heeft ons in Jezus met zich verzoend. Er is niemand uitgesloten van God liefde. Wij mogen dus met onze kleinheid of zelfs met onze hoogmoed tot God komen. Hij aanvaard ons wanneer we beseffen dat al het goede geschenk is van God, dat Jezus voor ieder van ons de weg naar het hart van de Vader heeft vrijgemaakt.

Is het Blijde nieuws van vandaag ook voor mij, voor jou? Betekent het echt iets dat God ons elke dag opnieuw opwacht met open armen, dat Jezus ons elke dag bemoedigt om vrijmoedig tot God te naderen en om vrijmoedig ons leven te leiden in de wereld die Hij ons heeft toevertrouwd.

Laten wij dan de weg gaan van eenvoud en dankbaarheid en graag terugkeren tot God wanneer we Hem de rug hebben toegekeerd. Dat is de uitnodiging van de Veertigdagentijd op weg naar Pasen, het feest van de bevrijding en het thuiskomen bij God, dankzij Jezus. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


3de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

Onvruchtbaar leven


Ex., 3, 1-8a. 13-15 Ik ben Die is / Ps. 103 (102) 1-2, 3-4, 6-7, 8 en 11  De Heer is barmhartig en welgezind / 1 Kor., 10, 1-6. 10-12 Wat hun overkwam had een diepe zin en het werd te boek gesteld als een waarschuwing voor ons / Mt. 4, 17 Bekeert u, zegt de Heer, want het Rijk der hemelen is nabij /  Lc., 13, 1-9 Onvruchtbare vijgenboom


Het moet ons niet verwonderen dat wij ook op deze derde zondag van de Vasten opgeroepen worden tot bekering, tot ommekeer van onze manier van denken en spreken en handelen. Omkeren van gezindheid. Jezus wil niet dat ons leven een onvruchtbaar leven zou zijn, zoals in de parabel van de onvruchtbare vijgenboom. God is nochtans niet iemand die altijd maar kritiek heeft op onze manier van handelen of redeneren. In de eerste lezing van vandaag doet Hij zich kennen aan Mozes als iemand die ons nabij wil zijn en die zijn volk wil redden. Daar moeten we nooit aan twijfelen.

Maar juist omdat Hij ons nabij is en niet ver van ons wil blijven, omdat Hij bezorgd is voor ons geluk, daarom wijst Hij ons de weg naar het geluk.

Wij mogen niet denken dat wijzelf kunnen bepalen wat de weg naar het geluk is. Wij moeten daarvoor luisteren naar wat God ons doet kennen door zijn woord en in het diepste van ons hart.

God heeft met ons het beste voor. Daarom moeten wij in deze veertigdagentijd ook ons eigen denken en spreken en handelen in vraag durven stellen en ons afvragen wat het betekent dat we ons moeten bekeren.

We moeten ook niet denken dat vooral de anderen zich zouden moeten bekeren, mensen die deze woorden juist niet horen, mensen die niet meer in de kerk zijn om naar de woorden uit de Schrift te luisteren. Paulus verwijst naar de mensen uit het Oud Testament die zoveel zorg van God hadden ondervonden maar die toch het Beloofde Land niet mochten binnengaan omdat ze niet leefden volgens Gods wil en tegen Hem morden. En Paulus vermaant zijn christenen: “Wat hun overkwam had een diepe zin en het werd te boek gesteld als een waarschuwing voor ons”. Laten wij ons dus leiden door Gods Woord en Hem vragen dat Hij ons toont waar onze gezindheid moet veranderen, waar er een weg in ons leven moet recht getrokken worden.

Ons leven zal God echter niet behagen als wij van onszelf vinden dat we beter zijn dan de anderen, of als we zelf gaan bepalen wat voor ons en voor anderen goed of verkeerd is. Wij moeten in deze veertigdagentijd nederig tot God komen, met onze zwakheid, ons gebrek aan liefde voor onze medemensen, ons gebrek aan zorg voor Gods schepping waar de armste landen het meest onder te lijden hebben… God zal ons sterken om een nieuwe weg te gaan.

Laten wij ons best doen om goede vruchten voort te brengen en laten we daarvoor luisteren naar wat de heilige Geest ons ingeeft. Deze Veertigdagentijd is een uitgelezen kans, een tijd van Gods geduld met ons, een tijd waarin Hij ons wil helpen om ons leven vrucht te laten dragen, vrucht voor onszelf en vele anderen. Onze eigen heiliging betekent immers ook genaden voor onze medemensen. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


2de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

Transfiguratie


Gen., 15, 5-12. 17-18 Verbond met Abraham / Ps. 27 (26) 1, 7-8a, 3b-9abc, 13-14  De Heer is mijn licht en mijn leidsman / Fil.,3, 17-4, 1 of 3, 20-4, 1 Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen en het gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam / Van uit een schitterende wolk werd de stem van de Vader gehoord: Dit is mijn welbeminde Zoon, luistert naar Hem / Lc., 9, 28b-36 Gedaanteverandering

Er zijn veel mooie dingen in de wereld, heel wat waardevolle ook, waardevol, niet zozeer op financieel vlak, maar echt waardevol om hun diepmenselijke betekenis. Toch meent Paulus ons te moeten zeggen dat dat aardse niet de uiteindelijke zaak is waar we waarde aan moeten hechten. Jullie moeten weten, zo zegt hij, dat “ons vaderland in de hemel is en uit de hemel verwachten wij onze verlosser, de Heer Jezus Christus. Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen en het gelijkvormig maken aan Zijn verheerlijkt lichaam.” Als christenen zijn wij ook mensen, moeten wij leven als mensen, zorgen voor onze lichamelijke behoeften en voor de mensen die de Heer aan onze zorgen heeft toevertrouwd; wij mogen genieten van het mooie en nuttige van de aarde. Maar we moeten weten dat alleen de echte liefde blijft. En ook onze menselijke relaties zullen eens een einde nemen; zij ontlenen hun echte waarde vanuit onze relatie tot God.

Wij zijn immers zijn mensen, ja, in Christus zijn ook wij Gods geliefde en uitverkoren kinderen. Zoals Jezus. Wanneer wij in gebed zijn, wanneer wij leven volgens Gods verlangen beleven wij die relatie met God. Zoals Jezus die beleefde bij zijn transfiguratie. In feite veranderen wij dan ook van louter aardse mensen tot kinderen van God. Wij leven dan in het Rijk van God. Wij lezen hoe Petrus en de andere leerlingen dan de heerlijkheid van Jezus ervaarden. Wanneer wij ons laten innemen door God en door wat Hij waardevol vindt, dan krijgt alles wat we zijn en doen ook een meerwaarde en wordt als het ware verguld met goddelijke glans. En dit terwijl we uiterlijk dezelfde mens blijven.

Toch heeft er in ons een verandering plaats. Dit gebeurt vaak doorheen heel wat inspanning en soms staat ook het kruis op onze weg. Maar de echte verandering gebeurt maar door de invloed van Jezus en doordat Hij de weg is gegaan van leven en lijden en dood naar de Opstanding toe. Hij stelt ons in staat om te leven volgens Gods verlangen in toewijding aan God, in toewijding aan de mensen die God ons toevertrouwde.

Laten wij dan opzien naar Jezus in zijn heerlijkheid en vragen dat Hij ons de weg toont die leidt naar het echte leven, de voorbode van onze toekomst in ons vaderland dat in de hemel is. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


1ste ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

Doorheen beproevingen naar de overwinning


Deut., 26, 4-10 Door God bevrijd uit Egypte / Ps. 91 (90) 1-2, 10-11, 12-13, 14- 15  Sta mij bij Heer, in iedere nood / Jezus belijden als de verrezen Heer / Mt. 4, 4b Niet van brood alleen leeft de mens maar van ieder woord dat uit de mond van God voortkomt / Lc., 4, 1 – 13 Bekoringen v Jezus


In de lezing van het oud Testament staat heel in het kort de geschiedenis van het Joodse volk; heel kort van bij de roeping van Abraham die vanuit het heidens gebied naar Kanaän trok; het verblijf van het volk in Egypte en de redding uit dat land… En daarom zo  zei Mozes moet je de eerstelingen van de grond die God u gegeven heeft aan Hem schenken en u voor Hem neerbuigen. In deze korte zinnen steekt een van de betekenissen van de vastentijd, de veertigdagentijd voor Pasen, het feest van onze bevrijding. Wij staan het eerste en beste dat we hebben af aan God, uit wiens hand wij alles hebben ontvangen, het leven en zoveel zegeningen die we in ons leven mochten ontvangen. Het  eerste en het beste willen we daarom aan God toewijden.

Ook in het evangelie zien we dat vasten op de eerste plaats met God te maken heeft. De verzoekingen van Jezus zijn terug te brengen tot deze 3 zaken: Het leven is meer dan het voedsel want het echte leven vinden wij in het Woord van God. Bezit en rijkdom mogen ons niet afleiden van het aanbidden van God. En ten tenslotte: we moeten God dienen en Hem niet gebruiken voor onszelf. Het gaat dus om God, om onze dienst aan Hem…

De veertigdagentijd mag voor ons dus een tijd zijn om dieper te beseffen dat we alles aan God te danken hebben, dat Hij ons leven zijn diepe zin geeft en eeuwige toekomst.

Daarom zou deze tijd voor Pasen een vernieuwing moeten zijn van onze toewijding aan God: dat drukt zich uit in de tijd die we schenken aan Hem, een tijd van gebed, de wekelijkse tijd om eucharistie te vieren, het grote dankgebed. Die toewijding drukt zich ook uit in het dankbaar beleven van elke dag, als een geschenk van God, in dankbaarheid.

Maar als we zeggen dat de veertigdagentijd vooral te maken heeft met God, dan moeten wij er toch bewust van blijven dat we God ook vooral raken in onze medemensen. Daarom vind je in de Bijbel en ook vooral bij Jezus de liefde tot God en de liefde tot de medemens uitgedrukt als het eerste en tweede gebod die moeten samengaan.

Dat is de reden dat gedurende de vasten de actie Broederlijk Delen. Als we God willen dienen, moeten wij onze naasten dienen; onze naaste vlakbij, bij ons thuis, in onze buurt, op ons werk, onze parochie, maar ook de medemens die veraf woont maar in nood is. De inzet voor onze naaste zal dus een voornaam teken worden van ons vasten, een teken van enkel aan onszelf denken, een teken van onthechting, van soberheid, van respect voor de natuur door het overbodige niet aan te wenden voor onze consumptiedrang. Enerzijds betekent vasten dat we onze beperktheid aanvaarden, maar, als we het beter hebben betekent vasten ook dat we geen grote sier voeren maar graag delen met anderen die het moeilijker hebben dan wij. Vasten: God op de eerste rij stellen en zoals Hij de zorg dragen voor zijn mensen. Het is de weg naar grotere bevrijding waarvan Jezus’ opstanding met Pasen het grote teken is. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


8ste ZONDAG DOOR HET JAAR

Elkander verdragen


Sir., 27, 4-7  Aan de vruchten van de boom erkent men de boomgaard, en aan de woorden van de mens zijn gezindheid / Ps. 92 (91), 2-3, 13-14. 15-16  Hoe heerlijk is het, Heer, U te prijzen  / 1 Kor., 15, 54-58 God zij gedankt die ons de overwinning geeft door Jezus Christus, onze Heer / Joh., 14, 23 Alleluia. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen /  Lc., 6, 39-45 Aan de boom kent ge de vruchten


Vorige zondag heeft Jezus ons geleerd dat wij onze vijanden, mensen die het ons moeilijk maken,  moesten vergeven, zoals God ook onze tekortkomingen   vergeeft en ons weer adem geeft voor de toekomst. Vandaag stelt Jezus ons in het vervolg van het Lucasevangelie weer een ander aspect voor van onze omgang met medemensen. Hij wil ons met name leren dat wij goed moeten beseffen wie we zelf zijn, met ook kleine kanten en zwakheden, gehechtheden, oppervlakkigheid…. Dat moeten we eens goed beseffen alvorens wij medemensen gaan oordelen en veroordelen. Kennen wij die medemens wel voldoende en… kennen wij onszelf wel voldoende?

Hoe gemakkelijk zien wij andermans kleine kanten. Zowel bij ons thuis, in eigen omgeving en buurt of op ons werk.  Hoe gemakkelijk gaan wij ook niet roddelen over anderen zo gauw ze hun rug gekeerd hebben. Veel te gemakkelijk, zegt Jezus, en hij zag dat zelfs in de kleine kring van zijn apostelen en in de onderlinge omgang van zijn leerlingen hoe vlug ze aan het kibbelen waren. Jezus nodigt ons uit ons ervan bewust te zijn, dat wijzelf ook onze gebreken hebben, ons ongeduld, ons egoïsme, ons gebrek aan vertrouwen in medemensen… Probeer eerst wat aan uzelf te werken, stelt Jezus voor. Of wordt u tenminste bewust van eigen onvolmaaktheid. Dat zal u wat verdraagzamer maken naar anderen toe. Er is dus werk aan de winkel voor ons. Zodra we weer negatief willen denken en spreken over anderen, moeten we even naar onszelf kijken en vaststellend at het onzinnig is de anderen te willen boetseren naar ons eigen beeld, want ook dat is niet volmaakt. Een sterke uitnodiging dus naar verdraagzaamheid. We worden trouwens uitgenodigd om te worden als Jezus. Dàn zijn we ten volle gevormd. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


7de ZONDAG DOOR HET JAAR C

Weest barmhartig

1 Sam., 26, 2. 7-9. 12-13. 22-23 David spaart zijn vijand koning Saül / ps., 103 (102) 1-2, 3-4, 8 en 10,12-13 De Heer is barmhartig en welgezind / 1 Kor., 15, 45-49 zo zullen wij ook het beeld dragen van de hemelse Mens / Joh., 15, 15b  Alleluia. Ik heb u vrienden genoemd, zegt de Heer, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord / Lc., 6, 27-38 Weest barmhartig


Barmhartigheid, ontferming, mededogen, vergeving schenken... Het zijn woorden die men soms zwakke deugden noemt, maar die juist meestal getuigen van grote innerlijke kracht. Barmhartigheid kan de betekenis hebben van mededogen, medelijden met mensen in nood, zoals in de parabel van de barmhartige Samaritaan, die zich ontfermt over de gekwetste Joodse medemens. Maar barmhartigheid kan ook de betekenis hebben van vergevingsgezindheid. Zo vragen wij bij het begin van de Eucharistieviering om Gods barmhartigheid : Heer, ontferm U, Christus, ontferm U, Heer, ontferm U. Schenk ons vergeving, ontferm U over onze zwakheid.

Zo zien we in de eerste lezing hoe David zijn vijand barmhartigheid betoont. Hij krijgt de kans om koning zijn vijand te doden, maar hij spaart zijn leven, hoewel Saül hem zelf uit de weg wilde ruimen. In het evangelie spreekt Jezus ook nogal krasse taal. “Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen.” En dan geeft Hij nog als voorbeeld dat je je op de andere wang moet laten slaan als men u op de ene wang slaat. Dit voorbeeld mogen we over ons heen laten gaan, maar wij kunnen er niet onderuit dat we onze vijand moeten vergeven. U herinnert zich nog wel hoe Petrus ooit aan Jezus vroeg. Hoe dikwijls moet ik mijn medemens, mijn broeder vergeven, tot 7-maal toe? Waarop Jezus antwoordde: ALTIJD ! En Jezus gaat dan naar de diepste reden waarom wij vergiffenis moeten schenken. “Weest barmhartig, zoals uw hemelse Vader barmhartig is.” Tegenover wie is God barmhartig. Het antwoord is: tegenover iedereen! Ook tegenover ons. Wij blijven zo vaak onder de maat, wij hebben voortdurend Gods erbarming van doen. Maar telkens is God vergevingsgezind. En dat vraagt Hij nu ook van allen die God toebehoren, allen die zeggen dat ze in God geloven, allen die Gods kinderen zijn. God schenkt iedereen vergeving. Als wij ook vergiffenis schenken aan de mensen die ons iets in de weg legden, de mensen die het ons moeilijk maakten, onze naasten die op onze zenuwen werken… Jezus zegt: “dan zult ge kinderen zijn van de Allerhoogste, die immers ook goed is voor de ondankbaren en slechten.” En Hij laat het aan ons over hoe wijzelf willen behandeld worden: met barmhartigheid, met vergevings-gezindheid, of met afwijzing? Wel zegt Jezus, kies zelf hoe je wilt behandeld worden door God. “De maat die gij gebruikt voor uw medemens, zal men ook voor u gebruiken.” Aan ons de keuze. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


6de ZONDAG DOOR HET JAAR C

Zaligsprekingen. Gelukkig wie op God vertrouwt

Jer., 17, 5-8 Gezegend die op de Heer vertrouwt / Ps. 1, 1-2 3 4 en 6  Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt  / 1 Kor., 15, 12. 16-20 Christus is verrezen als eersteling / Mt., 11,25 Alleluia. Geprezen zijt Gij, Vader van hemel en aarde, omdat gij de geheimen van het koninkrijk aan kinderen geopenbaard hebt /  Lc., 6, 17. 20-26 Zaligsprekingen


De profeet Jeremia windt er geen doekjes om. Het klinkt vrij onzacht in onze oren wanneer hij zegt: “Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt, die bouwt op een schepsel en zich afkeert van de Heer, gezegend is hij die op de Heer vertrouwt, en zich veilig weet bij Hem.” Dat ‘vervloekt’ kunnen we beter als tegenstelling zien met het ‘gezegend’. In feite wordt er dan gezegd: gelukkig wie op de Heer vertrouwt, die zijn beter af dan wie louter op schepselen vertrouwt. Wat de profeet Jeremia wou zeggen is dat je de werkelijkheid en het leven toch altijd moet zien vanuit God, wat God ervan vindt, wat God met de mens bedoeld heeft. Want het echte geluk is enkel bij God te vinden. En dat is nu wat Jezus ook in  het evangelie zegt, in zijn zaligsprekingen. Normaal zou Hij moeten zeggen: gelukkig de rijken, gelukkig die met de ellebogen werken, gelukkig die plezier maken en zich niet bekommeren om hun medemens in nood, gelukkig … Dat zijn de zaligsprekingen van de wereld. Maar Jezus spreekt heel andere taal:

“Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods. Zalig die nu honger lijdt, want gij zult verzadigd worden. Zalig die nu weent, want gij zult lachen. Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, u uitstoten en u beschimpen.” En als een echte profeet voegt Hij eraan toe: “Maar wee u, rijken, want wat u vertroost hebt ge al ontvangen. Wee u, die nu verzadigd zijt, want ge zult honger lijden. Wee u, die nu lacht, want ge zult klagen en wenen. Wee u, wanneer alle mensen met lof over u spreken, want hun voorvaderen deden hetzelfde met de valse profeten.”

Kijk vrienden, uw hart sluiten voor medemensen in nood, terwijl je zou kunnen helpen, dat is niet de droom die God over uw leven heeft, en dat is ook niet de diepe vreugde die je als mens kunt hebben. In feite verpruts je zo je leven, maak je het waardeloos in de ogen van God en soms ook wel in je eigen ogen op momenten dat je eens over je leven nadenkt. Jezus heeft het ook over het getuigenis geven.  Als men je haat, je beschimpt en je naam uit de samenleving wil bannen omdat je christen bent… Hoef je je niet te schamen maar zou je in feite blij moeten zijn omdat je dan echt aan de kant van Jezus staat. Ook vandaag en ook in onze streken en zelfs in de media worden gelovigen beschimpt en zou men de naam christen uit de samenleving willen bannen. We moeten ons daar wat tegen wapenen, zonder echte kniezers te worden, zonder heel de maatschappij als negatief te gaan bekijken. Gewoon op een positieve maar durvende manier je geloof beleven in het leven van elke dag. We hoeven geen confrontatie te zoeken maar gewoon als christen leven en soms, als de Heer je daartoe uitnodigt ook een durvend getuigenis geven. “Als die dag komt, springt dan op van blijdschap, want groot is uw loon in de hemel. Op dezelfde manier behandelden hun voorvaders de profeten.” De grote uitnodiging van deze zondag is duidelijk dat we ons moeten afvragen wat God van ons leven vindt en ons leven in die richting invullen. We zullen het echte diepe en blijvende geluk kennen de diepe vrede die de wereld ons niet kan geven. (Ben Van Vossel 2019)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


5de ZONDAG DOOR HET JAAR

Onze roeping,, onze zending

Jes., 6, 1-2a. 3-8 Hier ben ik, zend mij / Ps., 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 4-5, 7c-8  Ik zing voor U en alle hemelmachten / 1 Kor., 15, 1-11 of 15, 3-8. 11 Wat is overgeleverd / Joh. 8. 12 Alleluia. Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer. Wie mij volgt zal het licht des levens bezitten / Lc., 5, 1-11 Vaar naar het diepe


Vroeg of laat roept God ons om die of die levensroeping te volgen, of om die of die zending te vervullen. Eigenlijk zijn wij al geroepen sinds ons doopsel en vormsel, sinds ons huwelijk of specifieke roeping. Die levensroeping en de concrete zendingen die daarbij horen en eruit volgen, gebeuren meestal niet spectaculair; zeker niet zoals in het tempelvisioen van Jesaja in de eerste lezing of zoals bij Sint Paulus op de weg naar Damascus, of zoals de apostelen na die wonderbare visvangst. Het kan natuurlijk ook bij ons zo zijn dat we een bepaalde dag kunnen aanwijzen als het moment waarop God ons iets heeft duidelijk gemaakt, zoals gehuwden vaak onthouden wanneer ze elkaar ontmoet hebben en wanneer het voor hen duidelijk werd dat ze voor elkaar gemaakt zijn. Meestal ligt het ingebed in ons gewone leven. Op zo’n voorvallen kan je je niet echt voorbereiden. Hoewel. De profeet Jesaja bekent aan God dat hij een zondig mens is en niet waard om door God geroepen en gezonden te worden. Daarop worden zijn zonden vergeven en als God dan vraagt: ‘Wie moet ik zenden’, dan antwoord Jesaja; ‘Hier ben ik, zend mij’.

Dit betekent eigenlijk voor ons dat we voorbereid moeten zijn als God ons roept en als Hij ons wil zenden.

- Ons voorbereiden op onze roeping, op onze zending, wat betekent dat?

Als jonge mens kan je jezelf wat vormen en wordt je enigszins gevormd door je begeleiders door je toe te leggen op je studie tijdens je schooltijd, maar ook door je karakter te vormen in de richting van edelmoedigheid, aandacht voor je medemens. Dat zal je van pas komen in je latere levensroeping en de concrete zending waartoe God je wil gebruiken.

- En wanneer het ons duidelijk wordt dat God ons roept of ons wil zenden, dan is het zaak om bereidwillig op die roeping of zending in te gaan, zoals Jesaja, of Paulus of de apostelen in het evangelie. Als het huwelijk je roeping is, wordt de aandacht voor de ander, het respect en de liefde voor de ander een hoofdopgave. Het vraagt een radicale keuze om er te zijn voor de ander en voor de kinderen die uit jullie liefdesrelatie voortkomen. Maar voor alle andere zendingen, die voortvloeien uit onze keuze voor God, moeten wij in alle edelmoedigheid en dagelijkse inzet gehoor geven. Of dat nu is onze inzet op ons werk, onze inzet in zorg voor medemensen en kinderen…

- En trouw te zijn aan die roeping. Dat wil zeggen dat we ons niet mogen laten afleiden van de taak die God ons opdraagt of van de levensroeping waartoe God ons heeft uitgenodigd. Wij moeten allen opletten dat onze ijver in onze taak niet verflauwt, dat we steeds bewust blijven dat we door God zelf gezonden worden om op die plaats, in die roeping ons in te zetten en zo gehoor geven aan wat Hij van ons verwacht. Op die manier wordt ons leven vruchtbaar in de ogen van God, in dienst van onze medemensen en zullen we zelf aanvoelen dat ons leven de moeite waard is. (Ben Van Vossel 2019)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


5de ZONDAG DOOR HET JAAR

VERTROUWVOL OP WEG MET DE HEER

Jes., 6, 1-2a. 3-8 Hier ben ik, zend mij / Ps., 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 4-5, 7c-8  Ik zing voor U en alle hemelmachten /  1 Kor., 15, 1-11 of 15, 3-8. 11 Door Gods genade ben ik wat ik ben /  Joh. 8. 12  Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer. Wie mij volgt zal het licht des levens bezitten. Alleluia /  Lc., 5, 1-11 Vaar naar het diepe


Midden in onze donkerte, onze zondigheid, ons onvermogen komt God als Hij die redt, die zuivert, die ons vervuld met zijn liefdevolle zorg. Dit is natuurlijk veel tegelijk gezegd. En ik wil niet alleen aan onszelf denken; het Blijde Nieuws dat Jezus bracht is voor alle mensen van alle tijden. Ook in tijden van schaarste, in landen waar oorlog woedt, in tijden van vervolging en verdrukking. Ook dan mogen mensen opkijken naar God en bidden om verlossing, om hulp, om nabijheid en kracht.

Maar laten we nu naar onszelf kijken, want het Blijde Nieuws heeft hier voor ons geklonken. Jezus nodigt Petrus en zijn maats uit om naar de diepte te varen, naar het midden van het meer en dààr hun netten uit te gooien. Ze hebben van op de eerste rij geluisterd naar Jezus verkondiging. En nu volgen ze zijn raad. Het wordt een wonderbare visvangst… Petrus en zijn vrienden voelen zich hier geplaatst voor een goddelijk ingrijpen. Ontzag vervult hen. Ze worden zich bewust van hun eigen onmacht, kleinheid en zondigheid. ‘Heer, ga weg van mij want ik ben een zondig mens.’ Tegenover Gods heiligheid en heerlijkheid voelen wij onze eigen kleinheid en zondigheid aan. Het overkwam ook de profeet Jesaja in het visioen dat hij had in de tempel. “Wee mij, ik ben verloren! “Want ik ben een mens met onreine lippen en ik woon temidden van een volk met onreine lippen, en toch hebben mijn ogen de Koning, de Heer der hemelse machten, gezien!" Maar God is niet vies van zondige, onvolmaakte mensen. Hij reinigt en geneest en heiligt hen.

Zo mogen ook wij hier samenkomen, enerzijds bewust van onze onvolmaaktheid, maar tegelijk in het vertrouwen dat God onze God wil zijn, een barmhartige Vader zoals Jezus Hem deed kennen, een goede herder die op zoek gaat naar het verlorene en het naar huis terugbrengt.

Wat gaan we dan onthouden van het Woord van God van vandaag? Dat we aandacht moeten besteden aan de momenten waarop God zich doet kennen aan ons, in opvallende of heel gewone gebeurtenissen, in de grootheid en schoonheid van de schepping, de eenvoud van een kind, in de ervaring van liefde en vriendschap, en ook in onze afkeer van spijtige dingen… In dat alles en in nog veel meer mogen wij iets van Gods schoonheid en heiligheid ontwaren en in de verhoring van onze gebeden. Wij mogen dan neerbuigen en God aanbidden omdat Hij, ondanks onze kleinheid, toch met ons verder door het leven wil gaan en ons blijft uitnodigen om Jezus te volgen die ons vandaag zegt: ‘Wie Mij volgt, zal het licht van het leven bezitten.’ Laat ons dan met vertrouwen verder op weg gaan met Jezus, die ons in deze viering speciaal wil ontmoeten en kracht geven om de weg van het licht verder te gaan, niet op eigen kracht maar in de kracht van Hem die onze Heer en redder wil zijn. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


4de ZONDAG DOOR HET JAAR C

Hoe kijken wij naar Jezus en naar onze medemens ?

Jer., 1, 4-5. 17-19 Tot profeet aangesteld / Ps. 71 (70) 1-2 3-4a 5-6ab 15ab en 17  Mijn tong zal uw rechtvaardigheid prijzen / 1 Kor., 12, 31-13, 13 of 13, 4- 13 Gaven van de Geest; de liefde is de grootste / Joh., 1. 14 en 12b  Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond. Aan allen die Hem aanvaardden gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden. Alleluia /  Lc., 4, 21-30 Geen profeet wordt aanvaard in eigen vaderstad





Hoe kijken wij naar mensen?... We steken ze nogal snel in hokjes: Mensen die ons aanstaan, mensen die ons tegenstaan, mensen die ons onberoerd laten… Soms delen we mensen zelfs in vakjes in naargelang hun sociale status, hun familie, hun verleden, voor zover het ons bekend is…

Toen Jezus in Nazaret kwam, zijn geboortestad, wordt Hij eerst nogal positief onthaald, deels omdat men gehoord had over de wonderen die Hij elders gedaan had, deels omdat zijn optreden in de synagoge hen getroffen had… Bij die twee zaken hadden ze moeten blijven; dààr hadden ze hun gevolgtrekking uit moeten maken. Maar nee. Ze gaan op al te menselijke en al te bekrompen manier Jezus benaderen: .’Waar heeft Hij die wijsheid vandaan? Is dat niet de zoon van Jozef, de timmerman?’ De tekenen, de genezingen die Jezus elders had gedaan, de faam van zijn prediking en wat ze nu zelf hadden mogen horen had hen moeten de weg wijzen dat in Jezus iet nieuws zich aankondigde, iets van Godswege. Jezus had de tekst uit de profeet Jesaja voorgelezen, hoe Hij door Gods Geest was toegerust om Goed Nieuws te brengen aan de armen en hoe wie vast zat bevrijding sou mogen ervaren, echt een genadejaar vanwege God. En toen Jezus eraan toevoegde: Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan. Toen hebben zij een moment het aanvoelen gehad dat er met Jezus inderdaad iets van Godswege zich aankondigde. Dààr hadden ze bij moeten blijven en Jezus verder laten spreken en getuige zijn van wat Hij in hun midden zou verrichten. Maar nee, ze kennen toch zijn vader Jozef, hoe kan de jongen van een eenvoudige timmerman zulke krachtige woorden spreken? Ze halen Jezus neer, tot op hun eigen niveau en zelfs nog wat lager… Jezus wil hen erop wijzend at het in het verleden nog is gebeurd dat God grote dingen doet voor mensen van wie je het niet zou verwachten… Maar die mensen daar in Nazaret hebben het zo niet begrepen en ze willen Jezus weg, ze willen Hem zelfs uit de weg ruimen..

Wij worden uitgenodigd om Jezus te aanvaarden zoals Hij zich bij ons aandient. In de stilte van ons hart als we bidden. In de heilige maaltijd van brood en wijn als we eucharistie vieren; in de gewone mensen die ons omgeven, in de mensen op wie we neerkijken en in de nood van zovelen… En we mogen terugdenken aan het woord van Jezus wanneer Hij het heeft over het oordeel dat over ons leven zal worden uitgesproken: ‘Wat gij voor de geringsten van mijn broeders hebt gedaan, dat hebt ge voor Mij gedaan.’ Laten wij dus leven met open ogen en met een open hart om Jezus te herkennen waar Hij zich openbaart in de nood van onze medemensen. Laten wij tijd en aandacht schenken aan onze naasten en aan mensen-in-nood die God op onze weg plaatst. Zo zullen we Jezus niet passeren zonder Hem te zien, zonder Hem aandacht te schenken, zonder ons door Hem te laten raken. ‘Is dit niet de zoon van Jozef?’ Ja, een gewoon mens, maar zoveel meer!  (Ben Van Vossel)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


3de ZONDAG DOOR HET JAAR C

Gezonden om Blij Nieuws te brengen

Neh., 8, 2-4a. 5-6. 8-10 Voorlezing van het Wetboek  / Ps., 19 (18) 8, 9, 10, 15  Uw woorden, Heer, zijn geest en leven /  1 Kor, 12, 12-30 of 12-14. 27 De christelijke gemeenschap als lichaam van Christus  / Lc., 4, 18-19 De Heer heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken Alleluia /  Lc., 1, 1-4; 4, 14-21 Gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen


Men heeft over Jezus gehoord, positieve zaken hoorde men vertellen over wat Hij in andere plaatsen had gedaan: genezingen, sterke verkondiging. Lucas noteert: “Hij trad nu op als leraar in hun synagogen en werd algemeen geprezen.” Nu komt Jezus in Nazaret waar Hij was grootgebracht. Ze hebben veel goeds gehoord over Hem en ze luisteren dan ook vol aandacht naar wat Hij verkondigt. Het is het programma van heel zijn verkondiging, het Blijde Nieuws dat Hij naar de wereld bracht. Het ligt samengevat in de woorden uit de profetie van Jesaja: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.” En dan voegt Jezus eraan toe: “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan."  Ziedaar, dàt is wat Jezus te zeggen had aan de mensen, de mensen uit de omtrek en nu ook aan de mensen van Nazaret, èn aan ons. Aan armen, aan eenvoudigen, aan mensen die met een open geest en hart wordt hier gezegd dat Jezus door Gods Geest gezalfd, gezonden is om aan armen het Blijde Nieuws te brengen. Om mensen vrij te maken, hun hart en ogen te openen voor het feit dat ze tot vrijheid geroepen zijn, dat ze met hun angsten en beproevingen tot Hem mogen komen… Zo moeten wij Jezus dan ook echt zien: als Hij die door God gezonden is om heil te brengen op aarde, aan allen die er voor open staan.

Maar dit evangelie moet ons ook nog een stap verder brengen. Gods Geest is ook over ons gekomen, ook wij zijn door Hem gezalfd bij ons doopsel en vormsel om Blij Nieuws te brengen aan de armen, de eenvoudigen, de mensen die voor dat Blijde Nieuws open staan. Om mensen te helpen vrij te worden van allerlei verslaving en bedrieglijke verleiding. Het is voor ons van belang goed verbonden te blijven met Jezus, om te zien hoe Hij tussen mensen aanwezig was, niemand uitsloot, openstond voor de noden van de mensen, waar ze uitgesloten werden, geminacht werden… Ja, dit evangelie is voor ons enerzijds een oproep om ons door Jezus verder te laten vrijmaken, en daarom willen wij Hem ontmoeten in deze viering. Maar anderzijds moeten wij ons ervan bewust worden dat wijzelf ook toegerust en gezonden worden om voor de mensen tot wie God ons zendt de deur naar het geluk open te zetten. Gods Geest heeft Jezus gezonden om ons vrij te maken, Gods Geest is over ons gekomen om anderen te helpen de weg naar het heil op te gaan. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP



2de ZONDAG DOOR HET JAAR

De gaven gebruiken die de Geest ons geeft

Jes., 62, 1-5 zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid zal uw God zich verheugen in u / Ps., 96 (95) 1-2a, 2b-3, 7-8a, 9- l0a en c  Meldt aan de naties Gods wondere daden /  1 Kor., 12, 4-11 Er zijn verschillende gaven maar slechts één Geest. / Hand. 16, 14b Alleluia. Maak ons hart ontvankelijk, Heer, opdat wij de woorden van uw Zoon zouden begrijpen / Joh., 2, 1-12 Kana


Het is een echte zondag vandaag, een dag van vreugde. God verheugt zich in zijn volk, Hij is blij met ons. In de brief van Paulus aan de christenen van Korinthe vernemen wij dat we allen gaven en talenten kregen van God, niet voor onszelf alleen maar om ze te gebruiken in dienst van allen. In het evangelie wordt er wijn geschonken, van de allerbeste wijn. En die wijn, de werkelijk allerbeste, wordt ons ook in deze eucharistieviering voorgezet: het is de Heer Jezus zelf die wij ontmoeten in deze heilige viering.

Wij zijn vandaag getuige van het eerste wonder dat Jezus verricht: het wijnwonder. Het is voor allen die dit wonderteken vernemen het teken dat in Jezus ons alle geluk wordt aangeboden dat maar denkbaar is. Inderdaad de allerbeste wijn. Het diepste geluk dat God voor de mens in gedachte heeft, wordt ons daadwerkelijk geschonken in Jezus. Het gaat ver boven het louter materiële geluk. Het gaat om de diepste vervulling van wat wij als mens kunnen bereiken: aanvaard worden door God zoals we zijn, voor eeuwig geborgen zijn in Gods liefde.

Als we nu eens zien hoe Johannes ons dit gebeuren te Kana verhaalt, treft het ons dat naast Jezus er nog enige andere figuren een rol spelen. Jezus’ leerlingen zijn daar aanwezig, en zij zullen in Hem geloven wegens dit opvallend teken, maar hun geloof in Hem is nog al te aards. Verder zien we Maria, in een rol van opmerkzaamheid over de sfeer van het geheel en over het gemis aan wijn, het gebrek aan echte vreugde. We zien haar dan in een nederige maar noodzakelijke rol, nl. hoe ze naar Jezus gaat om Hem bij die nood te betrekken. En wat verder zien wij haar geloof delen met de dienaars: Ze zegt gewoon: Doet maar wat Hij u zeggen zal. En dat doen ze dan inderdaad wanneer Jezus hun zegt om de kruiken te vullen met water.

We hebben geluisterd naar wat Paulus ons schreef over de gaven van de Geest die velerlei gaven schenkt, velerlei taken toevertrouwd aan mensen tot welzijn van allen. Wel, kijk eens hoe Maria haar aandacht voor de nood van mensen toont, en hoe ze die nood ook nar Jezus brengt, de bron van alle heil, en hoe ze verder vol geloof die raad geeft aan de dienaars: doet maar wat Hij u zeggen zal. En in diezelfde gezindheid zien we hoe de knechten gehoorzaam doen wat Jezus hun opdraagt.

Ook wij hebben allerlei gaven, talenten en het grote geschenk van het geloof, het vertrouwen en de liefde ontvangen van de heilige Geest. Ook wij mogen die goede gaven in dienst stellen van het geluk van mensen; wij mogen getuigen van ons geloof. Wij mogen zoals Maria bidden voor de nood van mensen. Het vraagt een beetje bekommernis om onze medemensen, het bewustzijn dat er hier of daar beroep wordt gedaan op onze naastenliefde, ons christelijk getuigenis, onze voorbede…. Laten we in deze viering opkijken naar Jezus in wie ons alles geschonken wordt wat we nodig hebben, maar laten we ons ook aanspreken door het getuigend geloof van Marie en door de nederige dienst van de knechten. Laten wij ook gelovig erkennen en getuigen van wat God heeft bewerkt in ons leven, zoals de tafelmeester dat vandaag doet. (Ben Van Vossel 2019)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


3de ZONDAG VAN DE ADVENT

Verheugt u en juicht

Sef., 3, 14- 18a De Heer, uw God, is bij u als een reddende held. Hij jubelt om u van vreugde /  Jes. 12, 2-3, 4 bcd, 5-6  Verheugt u en juicht, gij die Sion bewoont, want Israëls Heilige woont in uw midden / Fil., 4, 4- 7 Verheugt u in de Heer te allen tijde. Nog eens: verheugt u! / Jes., 61, 1 (cf. Lc., 4, 18). De geest des Heren is over Mij gekomen; Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen. Alleluia / Lc., 3, 10-18 Wat moeten wij doen?


Deze 3de zondag van de Advent heette vroeger Gaudete, verheug u. In de verschillende lezingen en de gezangen tussenin, worden wij opgeroepen om blij te zijn omdat God ons komt verlossen en er is zelfs sprake over de vreugde van God, zoals Sefanja schrijft: “Uitermate verheugt Hij zich om u, door zijn liefde maakt Hij u nieuw; Hij jubelt om u van vreugde”. Laten wij dus maar vreugde in ons hart binnenstromen, want ondanks alles wat kan tegengaan in ons persoonlijk leven en in de samenleving: het Blijde Nieuws blijft overeind: God houdt van ons en in zijn liefde zijn wij geborgen.

In het evangelie wordt er gezegd dat ook Johannes de Doper het Blijde  nieuws  verkondigt. Maar als je hoort wat hij te zeggen heeft, klinkt dat eerder als vermaningen tot mensen die van hem willen vernemen wat zij  moeten doen als bekeerde mensen. “Van wat je teveel hebt, moet je delen met de armen; als je belastingen moet innen, mag je niet meer vragen dan is vastgesteld (misschien is dat ook wel een oproep aan de bewindvoerders) ; en ben je soldaat dan mag je niemand uitplunderen, niemand iets afpersen, maar tevreden zijn met uw soldij." Zo weten ook wij wel wat we te doen en te laten hebben. Wij moeten ons gewoon af en toe afvragen of onze manier van leven wel in overeenstemming is met onze christelijke roeping.

Johannes zegt dan in alle openheid dat hij de Messias niet is:” lk doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik; ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.” Dit woord is ook voor ons van belang. Het is niet genoeg bepaalde rituelen te ondergaan, het is zelfs niet genoeg ons in te spannen om als convenabel mens te leven. Maar als we ons onderdompelen in Jezus, als we Hem aannemen als de Heer van ons leven, naar wie we ons richten, dan worden wij ondergedompeld in de heilige Geest en zal er in ons leven een nieuwe bezieling komen die niet meer louter uit onszelf komt.

De Adventstijd is dus voor ons een oproep om enerzijds onze sociale verplichtingen na te komen, onze omgang met medemensen, en vanuit onze christelijke roeping vooral aandacht te schenken aan wie het moeilijk heeft, maar anderzijds roept de Advent ons ook op om ons sterker te enten op Jezus, De Messias, de gezalfde van God. Zonder hem zullen zelfs onze goede werken te menselijk en onvolmaakt blijven.

Laten wij dan in deze viering onze verbondenheid met Christus vieren en vernieuwen zodat Hij doorheen ons zijn zending in deze wereld kan verder zetten. (Ben Van Vossel 2018)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


2de ZONDAG VAN DE ADVENT

Bereid de weg van de Heer

Bar., 5, 1-9 Met zijn barmhartigheid zal Hij hen omgeven en met zijn gerechtigheid / Ps. 126 (125) 1-2 ab, 2 cd-3, 4-5, 6 Geweldig was het wat de Heer ons deed daarom zijn wij zo blij / Fil., 1, 3-6. 8-11 Onder­scheiden waar het op aankomt / Lc., 3, 4 en 6 Alleluia. Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht, en heel de mensheid zal Gods redding zien. Alleluia / Lc., 3, 1-6 Bereidt de weg van de Heer


Het komt in ons leven gelukkig ook wel voor dat we eens dieper nadenken over de weg die we aan het gaan zijn. De Advent en de Vastentijd zijn ook zo’n ‘sterke tijden’ omdat we dan de grote lijnen te horen krijgen van wat God met de mensheid voorheeft en wat wij best zouden doen om het geluk te ervaren dat God voor ons bedoeld heeft.  

Wat God met de mensheid voorheeft wordt al in de eerste lezing, uit het Oude Testament, duidelijk aangegeven: het is een plan van redding: leg het gewaad van rouw en ellende af en bekleed u met Gods heerlijke schoonheid, Gods gerechtigheid, dan zal God zelf u mooi maken en u omgeven met zijn barmhartigheid. Ook Paulus nodigt ons uit tot geestelijke groei. Hij bidt als volgt: “moge uw liefde steeds rijker worden aan inzicht en fijngevoeligheid, om te kunnen onder­scheiden waar het op aankomt.” Wij moeten groeien in inzicht en fijn aanvoelen wat belangrijk is, wat eeuwigheidswaarde heeft, wat waarlijk edel en goed is, echt schoon en deugdelijk… Dan zullen wij door de Heer onthaald worden op de dag van de grote ontmoeting. De profeet Jesaja wordt in het evangelie aangehaald met deze woorden: “bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht. Elk dal moet gevuld elke berg of heuvel geslecht worden; de kronkelpaden moeten recht, de ruwe wegen effen worden. Heel de mensheid zal Gods redding zien.”

We kunnen ons afvragen: wat betekent dat alles concreet? Het betekent enerzijds dat ons leven vervuld mag zijn van hoop. Midden een radicaal veranderende wereld, met mooie en degelijke verwezenlijkingen maar ook met tekenen van verval en achteruitgang, mogen wij steunen op de belofte dat God een heerlijke toekomst heeft voor de mensheid en voor ieder van ons. Op die belofte mogen wij vertrouwen. Daar zijn ook tekenen van: onder meer de vrede die we in ons hart mogen ervaren wanneer wij ons laten leiden door Gods heilzaam woord. Anderzijds os de Advent voor ons een gelegenheid om ons steviger in te passen in Gods verlangen met ons leven. Het is de zekerste weg om van ons leven een gelukt leven te maken dat bovendien zijn heilzame invloed heeft voor het geheel van de mensheid door een grotere openheid voor de Komst van onze Heer en Heiland Jezus Christus. (Ben Van Vossel 2018)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


1ste ZONDAG VAN DE ADVENT

De belofte vervuld

Jer., 33, 14- 16 Dan schenk Ik David een wettige afstammeling /  Ps. 25 (24) 4 bc-5 ab, 8-9, 10 en 14 / Tot U in den hoge richt ik mijn geest, tot U, Heer mijn God /  1 Tess.,3, 12-4,2 Bij de komst van onze Heiland / Ps 85,8 Laat ons uw barmhartigheid zien, geef ons uw heil, o Heer. Alleluia /  Lc., 21, 25-28. 34-36 Uw verlossing komt nabij


De Adventstijd is begonnen. Een sterke tijd waarin wij opgeroepen worden om ons voor te bereiden op de komst van de Heer Jezus. De komst van Jezus bij zijn geboorte op Kerstmis, de komst van Jezus op het einde van de tijd; maar evenzeer zijn komst als een mens in nood, zijn komst in de stilte van het gebed, zijn komst in de heilige Eucharistie…

Dat alles is de inhoud van het komen van de Heer en van onze voorbereiding in de Advent.

Maar dat komen van de Heer vraagt ook een ingesteldheid van ons hart en ons leven. Het voornaamste drukt Sint Paulus uit in zijn brief aan de christenen van Tessalonika, een van de oudste stukken uit het Nieuw Testament. Hij schrijft: “God sterke uw hart, zodat gij onberispelijk zijt en heilig voor het aanschijn van God onze Vader bij de komst van onze Heer Jezus met al zijn heiligen.”

De uitnodiging en opdracht om als nieuwe mensen te leven komt zowel uit ons geloof in Jezus’ menswording en geboorte als uit ons geloof in zijn wederkomst. De geboorte van Jezus, zijn prediking, zijn lijden en dood en zijn verrijzenis en de komst van de heilige Geest bevatten de uitnodiging en de mogelijkheid voor ons om als nieuwe mensen te leven. Mensen die zich geroepen weten om zich te bekeren en te leven vanuit de kracht die Jezus ons schenkt.

Maar diezelfde uitnodiging klinkt vandaag ook vanuit ons geloof in de Komst van de Heer op het einde der tijden. Daarom vermaant Jezus ons: “Zorgt er voor dat uw geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven; laat die dag u niet onverhoeds grijpen als in een strik.” “Weest daarom altijd waakzaam en bidt dat ge in staat moogt zijn te ontkomen aan al die dingen die zich gaan voltrekken, en dat ge stand moogt houden voor het aangezicht van de Mensenzoon." Een roes van dronkenschap: het is een beeld van een leven zonder verstand, onbewust, zonder nadenken, alles maar zijn gang laten gaan. Dat staat tegenover die oproep van Jezus om waakzaam te zijn en rekening te houden met de Komst van de Heer, en met de kortheid van het leven. Zowel de eerste komst van Jezus als zijn tweede komst nodigen ons uit om te leven vanuit het geloof, bewust dat ons leven nu eeuwigheidswaarde heeft en dat wij geroepen zijn om nu reeds te leven als kinderen van God, als mensen die door Jezus verlost zijn en toegerust met zijn Geest. Het is geen tijd om kleinmoedig te zijn en voortdurend te denken dat we niet beter zijn dan anderen die niet geloven. Wij moeten ons bewust zijn van onze opdracht om vanuit Jezus’ kracht te leven en toe te leven naar zijn terugkomst. Wij mogen met de kerk het adventsgebed meebidden: “Wijs mij uw wegen, Heer, leer mij uw paden kennen. Leid mij volgens uw woord, want Gij zijt mijn God en Verlosser.” (Ben Van Vossel 2018)



NAAR INHOUD     NAAR TOP