Een Woord en (meestal) een woordje
voor elke dag in mei
(1 is genoeg)

10
11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27 28 29

30

31

ACTIVITEITENGRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN INHOUD - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT THUISPAGINA UITZICHT - VERHALEN -  WETENSCHAP - ZENDING

 

 

Een Woord en (meestal) een woordje
voor elke dag in mei
(1 is genoeg)

10

 

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

 

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

 

1

Rom.11,1 Broeders en zusters, het is mijn vurige wens en ik bid tot God dat zij gered worden. 2 Ik getuig dat zij godsdienstige ijver hebben, maar het is ijver zonder inzicht. 3 Met hun miskenning van Gods gerechtigheid en hun pogen een eigen gerechtigheid op te richten, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen. 4 Want Christus is het doel van de wet tot gerechtigheid voor ieder die gelooft.

- Paulus, nochtans zelf ook een Jood en wel een gewezen farizeeër, is tot het inzicht gekomen dat “alles genade is”. Christus is het grote geschenk aan de mensheid; in Hem zijn wij door God begenadigd. Dit houdt niet in dat men dan zelf geen “godsdienstige ijver” meer mag hebben, zeker niet, maar steeds vanuit het besef dat het God is die alles in allen tot stand brengt en die ons oproept en kracht geeft om volgens zijn verlangen te leven. Liefde en vertrouwen in de relatie met God is belangrijker dan perfectie.

  2

2Joh.1,7 Want veel bedriegers zijn naar de wereld uitgegaan; zij loochenen dat Jezus Christus mens is geworden. Dat is het kenmerk van de bedrieger en de antichrist.

- Het gaat niet om “andersdenkenden”, maar om (gewezen) christenen, gnostische christenen, voor wie Christus geen echte mens was (het lichamelijke was voor hen minderwaardig en in ieder geval onwaardig om Gods Zoon, het Woord, te bevatten). Reeds van bij het begin van het christendom zijn er blijkbaar op dit punt afwijkende meningen geweest (wellicht komt ook het Judasevangelie uit die richting) die uiteindelijk als “afwijkend” en “Christus-neerhalend” werden beschouwd door de kerkgemeenschap. Die gnostische meningen waren schatplichtig aan het Platonisme en aan een deel Oosterse filosofische stromingen. Gods Zoon is echt mens geworden, “het Woord is vlees geworden”, zo drukt Johannes het zeer sterk uit in de proloog van zijn evangelie (1,14) (kai ho Logos sarx égéneto).

 

3

2Sam.11,12 David zei tegen Uria: `Blijf vandaag ook nog hier; morgen laat ik u vertrekken.' Zo bleef Uria in Jeruzalem, die dag en de dag erna. 13 David nodigde hem uit om aan zijn tafel te eten en te drinken en hij voerde hem dronken. Toch ging Uria 's avonds weer slapen op zijn brits bij de dienaren van zijn heer en hij ging niet naar huis.

- Wat David hier aan boord legt om zijn overspel met de vrouw van Uria te verdoezelen behoort tot het gemeenste dat het Oude Testament ons presenteert. Uiteindelijk zal hij Uria zelfs de dood injagen. Zonde baart zonde. En toch horen we van David dan woorden van berouw en zondebesef uitzingen in de psalmen en ervaren we dat God naast straf ook vergeving en barmhartigheid aanbiedt.  

4

 2Kron.15,1 Nu kwam de geest van God over Azarja, de zoon van Oded. 2 Hij ging Asa tegemoet en zei tegen hem: `Luister naar mij, Asa en heel Juda en Benjamin! De HEER is met u, zolang u met Hem bent. Als u Hem zoekt, dan staat Hij voor u, maar als u Hem de rug toekeert, dan keert Hij u de rug toe. 3 Lange tijd waren de Israëlieten zonder de ware God, zonder priesters om hen te onderrichten, en zonder Wet. 4 Maar wanneer zij zich in hun nood bekeerden tot de HEER, de God van Israël, en Hem zochten, dan stond Hij voor hen.

- Dit woord van Azarja is een woord dat God tot zijn volk – ook vandaag – blijft spreken. Wanneer wij ons bewust worden dat we zijn afgeweken van God en van de weg die Hij zou willen dat we gaan, wanneer we – vaak vanuit nood – bewust worden dat wij als gelovigen ondermaats leven, dan wil God zich toch tot ons keren en zich voor ons inzetten, wanneer wij ons afkeren van onze heilloze wegen, ons naar de Heer keren en Hem zoeken met heel ons hart.

 5

1Tess.2,4 Maar omdat God zelf ons geschikt heeft bevonden en ons het evangelie heeft toevertrouwd, daarom verkondigen wij: niet om in de gunst te komen bij mensen, maar bij God, die ons hart toetst.

- Goed omgaan met geestelijke gaven of met een zending of geestelijk gezag, ons door God toevertrouwd, is niet zo eenvoudig. Zo gemakkelijk gaan we die uitverkiezing vanzelfsprekend vinden en gaan we  die gaven aan onszelf toevertrouwen of ze zelfs misbruiken om onszelf in het licht te stellen of zelfs om mensen te manipuleren. "Heel onze bekwaamheid komt van God en alle geestelijke gaven zijn er tot opbouw van de gemeenschap".

6

Hebr.10,5 Daarom zegt Hij dan ook, als Hij in de wereld komt: Slachtoffers en gaven hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam bereid. 

- Uit onszelf konden wij ons niet optillen tot een bestaan en een leven als kinderen Gods. Daarom is de Zoon in ons bestaan getreden. In alles heeft Hij Gods verlangen vervuld en door woord en daad ons de weg gewezen naar eeuwig leven. Door zijn godgewijd leven heeft Hij voor ons de weg naar het heil wijd open gezet.

 7

Rom.14, 7 Niemand van ons leeft immers voor zichzelf alleen, en niemand sterft voor zichzelf alleen. 8 Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven, Hem behoren wij toe. 9 Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden: om Heer te zijn over doden en levenden.

- Van Damiaan heeft de kerk geoordeeld dat hij zeker niet voor zichzelf geleefd heeft, maar voor het geluk van zijn melaatse medemensen. In onze medemensen raken wij de Heer en door in alles Gods verlangen te doen, wordt heel ons leven een loflied voor God. Bij leven en sterven. 

8

Openb. 2,3-5 Ook hebt gij standvastigheid; gij hebt om Mijnentwil zware lasten gedragen, zonder te bezwijken. 4 Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt opgegeven. 5 Bedenk van hoe hoog gij gevallen zijt. Bekeer u, gedraag u weer zoals vroeger. Zo niet, dan kom Ik naar u toe, en neem uw luchter van zijn plaats, tenzij gij u bekeert.

- Het is treffend hoe de Heer u feliciteert om uw inspanningen en uw standvastigheid. Maar… vernieuw uw liefde voor de Heer, die voor U alles heeft over gehad. Op de liefde komt het aan, want … Hij is liefde!

9

Pred.3,21 Mijn zoon, verlies ze niet uit het oog en bewaar ze: de scherpzinnigheid en de bedachtzaamheid, 22 zodat ze leven voor je ziel zijn en een sieraad voor je hals. 23 Dan zul je veilig je weg kunnen gaan en je voet niet stoten.

- Een gewone wijze raad. Jezus heeft het als goede Jood ook ergens over “sluw als een slang en argeloos als een duif”. Het ligt wel wat in dezelfde lijn maar Prediker ziet de scherpzinnigheid als een sieraad en de bedachtzaamheid als ‘leven voor je ziel’. Overigens zal een bedachtzaam iemand, die rekening houdt met goddelijke en menselijke voorschriften daarin ook wijze raadgevingen vinden om zijn leven in de goede zin te laten ontwikkelen.

 10

 Mk.12,29 Jezus antwoordde: `Het eerste is dit: Luister Israël, de Heer onze God is de enige Heer;   30 u zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht.   31 Het tweede is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Een ander gebod, groter dan deze twee, is er niet.'

- Mensen zoeken overal naar wijsheid, sommigen zelfs vanuit een dwaze motivatie, nl. om zich boven anderen verheven te voelen (wat laatgeboren gnostieken). De opperste wijsheid - de vervulling van onze menselijke opdracht -  ligt echter hierin dat men zich met heel zijn wezen toelegt op dit dubbelgebod, waarbij men zichzelf ook wel als naast (maar niet de enige) mag aanzien en liefhebben.

 11

 Jer.12,16 Als zij dan de wegen van mijn volk aanvaarden en zweren bij mijn naam: "Zowaar de HEER leeft" !!- zoals ze eens mijn volk leerden zweren bij Baäl !!- dan worden ze opgenomen in mijn volk.

- Dit woord betreft mensen die zich aansluiten bij Gods volk en die dan (hun leven en relaties) op God gaan bouwen in plaats van op allerlei afgoden… Is dit ook geen woord voor mij?

12  

1Sam.19,11 Maar Saul stuurde boden om het huis van David te bewaken en hem 's ochtends te doden. Mikal, de vrouw van David, waarschuwde hem echter en zei: `Als je vannacht niet weet te vluchten, word je morgen gedood.' 12 Mikal liet David dus door het venster naar beneden; hij vluchtte weg en stelde zich in veiligheid.

- Mikal, dochter van Saül en gehuwd met David, had David ooit nog bespot toen hij enthousiast voor de ark uit danste. Blijkbaar kan de liefde in een huwelijk toch ook groeien in plaats van dor worden en wegdeemsteren. Hier redt ze zijn leven door hem te helpen aan de moordpoging van Saül te ontkomen. Wat is er over van mijn oorspronkelijke liefde voor de mensen om me heen en … voor God? Wij mogen – zoals de Kerk ons leert – bidden om de heilige Geest die levend maakt, die weer vloeibaar maakt wat bevroren of verdord en verstard is, de Geest van de liefde tussen Vader en Zoon, de liefde die in ons hart is uitgestort… Kom, heilige Geest…

13

Hand.22,6  Ik was op weg en naderde Damascus al, toen mij, rond het middaguur, plotseling een fel licht uit de hemel omstraalde. 7 Ik viel op de grond en hoorde een stem tegen mij zeggen: "Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?" 8 Ik antwoordde: "Wie bent U dan, Heer?" En Hij zei tegen mij: "Ik ben Jezus de Nazoreeër, die jij vervolgt."

- Reeds vanuit het Oude testament weten wij dat God zich nogal eens vereenzelvigt met mensen, vooral met mensen-in-nood. Bij Jezus is het niet anders. “Wat je (niet) voor de geringste van mijn broeders hebt gedaan, dat hebt je (niet) voor Mij gedaan”.  Wij denken dan natuurlijk aan vervolgde christenen met wie Jezus zich vereenzelvigt (wie u vervolgt, vervolgt Mij) , maar wij mogen gerust aannemen dat wij in iedere mens-in-nood God raken, Hem kunnen dienen, Hem verwerpen. Ook vandaag.

14

Tit.2,6 Spoor ook de jonge mannen aan om zich in ieder opzicht bezonnen te gedragen. 7 Geef zelf het voorbeeld in goede werken.

- Een jonge bisschop, een jonge begeleider of leerkracht moet jonge mensen op boeiende wijze weten aan te sporen tot een leven dat de moeite waard is.  En zelf daarvan het voorbeeld geven en durven getuigen. Bidden wij vandaag voor allen die in onderwijs, catechese, pastoraal maar ook in het gewone leven geroepen zijn om jonge mensen te helpen op de weg die Christus is komen tonen.

15

Joh.20,15 Jezus vroeg: `Waarom huilt u zo? Zoekt u iemand?' In de mening dat het de tuinman was zei ze: `Heer, als u het bent die Hem hebt weggenomen, zeg me dan waar u Hem hebt neergelegd; dan kan ik Hem laten halen.' 16 Jezus zei: `Maria!' Ze keerde zich nu naar Hem toe en zei: `Rabboeni!' (Dat is het Hebreeuws voor: meester.)

- Het is een grote genade wanneer we in ons leven de werkzame aanwezigheid van de verrezen Heer mogen ervaren. Wij mogen daar om vragen. Maar belangrijker dan die sterke ervaring is de vraag wat we ermee doen, hoe we daarna door het leven gaan. Wij weten dat de Heer Jezus ons heeft verlost, ons heeft geopend voor Gods genade, wij weten dat Hij aan ieder van ons aanwezig is als de Levende Heer, wij weten dat Hij door de heilige Geest in ons aanwezig is… Hoe beleven wij dat in het dagelijks leven? Laat het ons koud? Danken wij Hem? Vertrouwen wij ons leven aan Hem toe? Brengt het vrede en vertrouwen in ons? Zoeken wij contact met Hem? Vragen wij Hem vaak om de Heer van ons leven te zijn en om volgzaam te kunnen zijn voor wat Hij vraagt?

16

Filem.1,13 Ik voor mij had hem graag hier gehouden, zodat hij, als uw plaatsvervanger, voor mij zou kunnen zorgen in mijn gevangenschap voor het evangelie. 14 Maar ik wil niets doen zonder uw instemming, opdat uw goedheid niet afgedwongen maar spontaan is.

- Paulus heeft een weggelopen slaaf bekeerd en zendt hem terug naar zijn meester; hij vraagt om hem goed te behandelen. Eigenlijk verwacht hij dat Filemon (de meester van die slaaf) hem vergiffenis zou schenken en hem zelfs goed zou behandelen, als een medegelovige…  Spontane goedheid, is een vrucht van de heilige Geest. Stellen wij er ons voor open en laten wij er ons zelfs in oefenen. Niets zo goed om te groeien in liefde als daden van liefde te stellen.

17  

Lk.19,8 Zacheüs richtte zich tot de Heer. `Heer,' zei hij, `hierbij geef ik de helft van mijn bezit aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig.'

- Ons bekeren doen we soms nadat we hebben ervaren waar ongeloof of zonde toe leiden (of beter niet toe kunnen leiden) maar het belangrijkste van een ernstige bekering blijft toch nog altijd de ontmoeting met de levende Heer (Jezus). Als we dus naar het echte licht en het echte heil verlangen zullen wij ons met heel ons wezen moeten toekeren naar de Heer, zijin Naam in ons hart tot leven laten komen en mogelijkheden scheppen om de persoonlijke relatie met Hem levend te houden door gebed… en ingaan op de leiding door zijn Geest.

18  

1Petr.3,7 Zo ook moet u, mannen, in de omgang met uw vrouwen begrip voor hen tonen. Zij zijn zwakker dan u, bewijs hun eer, want met u zijn zij erfgenamen van de genade van het leven; dan zullen uw gebeden geen belemmering ondervinden.

- In elke relatie met mensen, ook dus in de man/vrouw relatie moeten wij vertrekken vanuit een fundamenteel respect voor de ander. Jezus heeft ons daar ooit scherp op gewezen toe Hij zichzelf vereenzelvigde met de broeder/zuster in nood. In deze tekst spreekt overigens eerder dat andere inzicht dat wij niet van God kunnen houden als we niet tegelijk ook onze medemens oprecht liefhebben. Hoe zouden we anders voor de Vader kunnen treden van wie zij/hij kind is? Hoe kunnen wij voor Jezus treden die voor hem/haar alles heeft gegeven?

19  

Mt.27,41 In dezelfde geest zeiden de hogepriesters met de schriftgeleerden en oudsten spottend: 42 ' Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf kan Hij niet redden. Hij is toch de koning van Israel. Laat Hem nu van het kruis afkomen, dan zullen we in Hem geloven. 43 Hij stelt vertrouwen in God; laat Die Hem nu bevrijden, als Hij behagen in Hem heeft.

- “Wij geloven niet in U. Maar als je toch de Messias zou zijn, doe dan eens echt iets speciaals, dan zullen we (misschien) in U geloven. Maar blijkbaar laat God U ook in de steek.”

Jezus had echter de opdracht niet om iet speciaals te doen op dat ogenblik. Hij moest die spot over zich laten komen. Het enige wat Hij moest doen en het enige dat Hij wou doen was: het verlangen doen van de Vader, en dit tot het uiterste… Gelukkig maar dat Hij op de spot van die mensen niet gereageerd heeft. 

20  

Mk.8,27 Jezus trok nu met zijn leerlingen naar de dorpen rond Caesarea van Filippus. Onderweg stelde Hij aan zijn leerlingen de vraag: 'Wie zeggen de mensen dat Ik ben? ' 28 Zij antwoordden Hem: 'Johannes de Doper, anderen zeggen Elia en weer anderen, dat Gij een van de profeten zijt.' 29 Daarop stelde Hij hun de vraag: 'Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? ' Petrus antwoordde: 'Gij zijt de Christus.'

- Het blijft toch ook de vraag die Jezus vandaag aan jou stelt. Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? En in dat eenvoudig antwoord van Petrus mag ook ons antwoord liggen. Gij zijt de gezalfde, de Gezondene van de Vader. Ik erken en aanvaard U als het antwoord op al mijn diepe vragen en noden, Gij zijt de Weg naar het echte leven. Aan U wil Ik mij vasthouden, door U wil ik mij laten inspireren… 

21  

Lk.5,20 Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij: ' Vriend, uw zonden zijn u vergeven. ' 21 Maar de schriftgeleerden en Farizeeen vroegen zich af: ' Wat is dat voor iemand, die zo godslasterlijk spreekt? ' Wie anders kan zonden vergeven dan God alleen? '

- Wie voelt zich nog zondig vandaag? Een groot probleem natuurlijk, want de zonde maakt ons lelijk, vreet aan ons hart en onze psyche en maakt het lastig om Gods diepste werking te ervaren. Maar als Jezus iets voor ons wil doen zal Hij toch altijd zeggen: Vriend, uw zonden zijn u vergeven. Hij mag dat zeggen, want Hij heeft al onze schuld op zich genomen. En daartoe had de Vader Hem gezonden, opdat we weer in staat zouden zijn een relatie met God op te bouwen. 

22  

Lk.11,52 Gij hebt de sleutel van de kennis weggenomen. Zelf zijt ge niet binnengegaan, en hun die het wilden, hebt ge het belet. ' 53 Toen Hij naar buiten kwam, begonnen de schriftgeleerden en de Farizeeen, hevig op Hem gebeten, Hem allerlei netelige vragen te stellen 54 met de heimelijke bedoeling Hem op grond van de een of andere uitlating te kunnen vangen.

- Het is geen woord uit de gnostiek, wat Jezus daar zegt over de sleutel van de kennis. De sleutel van de kennis is juist het besef dat God van de mensen houdt en dat Hij hen het heil wil schenken, gratis, niet nadat wij ons in het zweet hebben gevast of een eindeloze reeks geboden en verboden hebben onderhouden. God is liefde. Maar dat lag niet in hun lijn en daarom spannen ze Jezus allerlei strikken. Maar Gods liefde zal overwinnen.

23  

Lk.23,26 Toen zij Hem wegvoerden, hielden zij een zekere Simon aan, een man uit Cyrene, die van het veld kwam: hem belaadden ze met het kruis om achter Jezus aan te dragen. 27 Een grote volksmenigte volgde Hem, ook vrouwen die zich op de borst sloegen en over Hem weeklaagden.

- De zonen van Simon van Cyrene zullen later christenen worden (Rufus en Alexander); een kleine knipoog van de uitgeputte Jezus. En ook die wenende vrouwen zullen een kleine steun geweest zijn voor Hem. Waar tonen wij ons mededogen tegenover de zieke en noodlijdende mens met wie de Heer zich vereenzelvigd heeft?

24

Joh.8,12 Opnieuw richtte Jezus het woord tot hen en sprak: 'Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het licht van het leven bezitten.  

25  

Manasse.1,11 En nu onderwerp ik mijn hart aan U, biddend om de goedheid die van U komt, Heer. 12 Ik heb gezondigd en ik erken mijn ongerechtigheden. 13 Ik bid U vragend, Heer, vergeef mij, vergeef mij, vernietig mij niet tesamen met mijn ongerechtigheden en bewaar niet - in toorn ontstoken - mijn slechte daden voor eeuwig. Veroordeel mij niet tot het diepste van de aarde. Want Gij, Heer, zijt de God van de boetvaardigen, 14 en aan mij zult Gij Uw goedheid tonen, want, hoewel ik onwaardig ben, Gij zult mij redden volgens Uw grote erbarmen, 15 en ik zal U altijd prijzen, alle dagen van mijn leven. Want heel de macht van de hemelen prijst U en aan U is de glorie in eeuwigheid. Amen.

  26

Hand.18,9 Eens sprak de Heer in een nachtelijk visioen tot Paulus: 'Wees niet bevreesd, maar spreek, en zwijg niet. 10 Ik ben met u en niemand zal u aanraken om u kwaad te doen, want in deze stad behoren veel mensen Mij toe.' 11 Anderhalf jaar bleef hij daar wonen, terwijl hij bij hen het woord Gods onderwees.

27  

Ps.37,1 Wees niet afgunstig op hen die verkeerd doen, benijd niet wie onrecht bedrijven. 2 Want snel zullen zij verdorren als gras, als groene planten verwelken. _ 3 Vertrouw op de Heer en doe wat goed is, dan zult gij veilig uw land bewonen. 4 Zoek uw geluk bij de heer, Hij geeft wat uw hart begeert. _ 5 Vertrouw aan de Heer uw levensweg toe, verlaat u op Hem, Hij zal ervoor zorgen.

28  

 1Kor.12,26 Wanneer een lid lijdt, delen alle ledematen in het lijden; wordt een lid geeerd, alle delen in de vreugde. 27 Welnu, gij zijt het lichaam van Christus, en ieder van u is een lid van dit lichaam.

29

1Tim.6,20 Timoteus, bewaar wat u is toevertrouwd, en keer u af van het profaan en leeg geredeneer en de opwerpingen van de zogenaamde gnosis; 21 sommigen die haar verkondingen, zijn het spoor van het geloof reeds bijster geraakt. De genade zij met u allen.

30

Openb.2,4 Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt opgegeven.

31  

 Psalm 119,80 Mijn hart moge uw beschikkingen trouw zijn, dan word ik nimmer beschaamd.