|
|
|
Een Woord en (meestal) een woordje
ACTIVITEITEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED - GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN INHOUD - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT - THUISPAGINA - UITZICHT - VERHALEN - WETENSCHAP - ZENDING -
Een Woord en (meestal) een woordje
Rom.11,1
Broeders en zusters, het is mijn vurige wens en ik bid tot God dat zij gered
worden. 2 Ik getuig dat zij godsdienstige ijver hebben, maar het is ijver zonder
inzicht. 3 Met hun miskenning van Gods gerechtigheid en hun pogen een eigen
gerechtigheid op te richten, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God
onderworpen. 4 Want Christus is het doel van de wet tot gerechtigheid voor ieder
die gelooft. - Paulus,
nochtans zelf ook een Jood en wel een gewezen farizeeër, is tot het inzicht
gekomen dat “alles genade is”. Christus is het grote geschenk aan de
mensheid; in Hem zijn wij door God begenadigd. Dit houdt niet in dat men dan
zelf geen “godsdienstige ijver” meer mag hebben, zeker niet, maar steeds
vanuit het besef dat het God is die alles in allen tot stand brengt en die ons
oproept en kracht geeft om volgens zijn verlangen te leven. Liefde en vertrouwen
in de relatie met God is belangrijker dan perfectie. 2Joh.1,7 Want
veel bedriegers zijn naar de wereld uitgegaan; zij loochenen dat Jezus Christus
mens is geworden. Dat is het kenmerk van de bedrieger en de antichrist. - Het gaat
niet om “andersdenkenden”, maar om (gewezen) christenen, gnostische
christenen, voor wie Christus geen echte mens was (het lichamelijke was voor hen
minderwaardig en in ieder geval onwaardig om Gods Zoon, het Woord, te bevatten).
Reeds van bij het begin van het christendom zijn er blijkbaar op dit punt
afwijkende meningen geweest (wellicht komt ook het Judasevangelie uit die
richting) die uiteindelijk als “afwijkend” en “Christus-neerhalend”
werden beschouwd door de kerkgemeenschap. Die gnostische meningen waren
schatplichtig aan het Platonisme en aan een deel Oosterse filosofische
stromingen. Gods Zoon is echt mens geworden, “het Woord is vlees geworden”,
zo drukt Johannes het zeer sterk uit in de proloog van zijn evangelie (1,14)
(kai ho Logos sarx égéneto). 2Sam.11,12
David zei tegen Uria: `Blijf vandaag ook nog hier; morgen laat ik u vertrekken.'
Zo bleef Uria in Jeruzalem, die dag en de dag erna. 13 David nodigde hem uit om
aan zijn tafel te eten en te drinken en hij voerde hem dronken. Toch ging Uria
's avonds weer slapen op zijn brits bij de dienaren van zijn heer en hij ging
niet naar huis. - Wat David
hier aan boord legt om zijn overspel met de vrouw van Uria te verdoezelen
behoort tot het gemeenste dat het Oude Testament ons presenteert. Uiteindelijk
zal hij Uria zelfs de dood injagen. Zonde baart zonde. En toch horen we van
David dan woorden van berouw en zondebesef uitzingen in de psalmen en ervaren we
dat God naast straf ook vergeving en barmhartigheid aanbiedt. 2Kron.15,1
Nu kwam de geest van God over Azarja, de zoon van Oded. 2 Hij ging Asa tegemoet
en zei tegen hem: `Luister naar mij, Asa en heel Juda en Benjamin! De HEER is
met u, zolang u met Hem bent. Als u Hem zoekt, dan staat Hij voor u, maar als u
Hem de rug toekeert, dan keert Hij u de rug toe. 3 Lange tijd waren de Israëlieten
zonder de ware God, zonder priesters om hen te onderrichten, en zonder Wet. 4
Maar wanneer zij zich in hun nood bekeerden tot de HEER, de God van Israël, en
Hem zochten, dan stond Hij voor hen. - Dit woord
van Azarja is een woord dat God tot zijn volk – ook vandaag – blijft
spreken. Wanneer wij ons bewust worden dat we zijn afgeweken van God en van de
weg die Hij zou willen dat we gaan, wanneer we – vaak vanuit nood – bewust
worden dat wij als gelovigen ondermaats leven, dan wil God zich toch tot ons
keren en zich voor ons inzetten, wanneer wij ons afkeren van onze heilloze
wegen, ons naar de Heer keren en Hem zoeken met heel ons hart. 1Tess.2,4 Maar
omdat God zelf ons geschikt heeft bevonden en ons het evangelie heeft
toevertrouwd, daarom verkondigen wij: niet om in de gunst te komen bij mensen,
maar bij God, die ons hart toetst. - Goed omgaan
met geestelijke gaven of met een zending of geestelijk gezag, ons door God
toevertrouwd, is niet zo eenvoudig. Zo gemakkelijk gaan we die uitverkiezing
vanzelfsprekend vinden en gaan we die
gaven aan onszelf toevertrouwen of ze zelfs misbruiken om onszelf in het licht
te stellen of zelfs om mensen te manipuleren. "Heel onze bekwaamheid komt
van God en alle geestelijke gaven zijn er tot opbouw van de gemeenschap". Hebr.10,5
Daarom zegt Hij dan ook, als Hij in de wereld komt: Slachtoffers en gaven hebt U
niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam bereid.
- Uit onszelf
konden wij ons niet optillen tot een bestaan en een leven als kinderen Gods.
Daarom is de Zoon in ons bestaan getreden. In alles heeft Hij Gods verlangen
vervuld en door woord en daad ons de weg gewezen naar eeuwig leven. Door zijn
godgewijd leven heeft Hij voor ons de weg naar het heil wijd open gezet. Rom.14, 7
Niemand van ons leeft immers voor zichzelf alleen, en niemand sterft voor
zichzelf alleen. 8 Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven wij, dan
sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven, Hem behoren wij toe. 9
Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden: om Heer te zijn over
doden en levenden. - Van Damiaan
heeft de kerk geoordeeld dat hij zeker niet voor zichzelf geleefd heeft, maar
voor het geluk van zijn melaatse medemensen. In onze medemensen raken wij de
Heer en door in alles Gods verlangen te doen, wordt heel ons leven een loflied
voor God. Bij leven en sterven. Openb. 2,3-5
Ook hebt gij standvastigheid; gij hebt om Mijnentwil zware lasten gedragen,
zonder te bezwijken. 4 Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt
opgegeven. 5 Bedenk van hoe hoog gij gevallen zijt. Bekeer u, gedraag u weer
zoals vroeger. Zo niet, dan kom Ik naar u toe, en neem uw luchter van zijn
plaats, tenzij gij u bekeert. - Het is
treffend hoe de Heer u feliciteert om uw inspanningen en uw standvastigheid.
Maar… vernieuw uw liefde voor de Heer, die voor U alles heeft over gehad. Op
de liefde komt het aan, want … Hij is liefde! Pred.3,21 Mijn
zoon, verlies ze niet uit het oog en bewaar ze: de scherpzinnigheid en de
bedachtzaamheid, 22 zodat ze leven voor je ziel zijn en een sieraad voor je
hals. 23 Dan zul je veilig je weg kunnen gaan en je voet niet stoten. - Een gewone
wijze raad. Jezus heeft het als goede Jood ook ergens over “sluw als een slang
en argeloos als een duif”. Het ligt wel wat in dezelfde lijn maar Prediker
ziet de scherpzinnigheid als een sieraad en de bedachtzaamheid als ‘leven voor
je ziel’. Overigens zal een bedachtzaam iemand, die rekening houdt met
goddelijke en menselijke voorschriften daarin ook wijze raadgevingen vinden om
zijn leven in de goede zin te laten ontwikkelen. Mk.12,29
Jezus antwoordde: `Het eerste is dit: Luister Israël, de Heer onze God is de
enige Heer; 30 u zult de Heer
uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel, met heel uw verstand en
met heel uw kracht. 31 Het
tweede is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Een ander gebod, groter
dan deze twee, is er niet.' - Mensen
zoeken overal naar wijsheid, sommigen zelfs vanuit een dwaze motivatie, nl. om
zich boven anderen verheven te voelen (wat laatgeboren gnostieken). De opperste
wijsheid - de vervulling van onze menselijke opdracht -
ligt echter hierin dat men zich met heel zijn wezen toelegt op dit
dubbelgebod, waarbij men zichzelf ook wel als naast (maar niet de enige) mag
aanzien en liefhebben. Jer.12,16
Als zij dan de wegen van mijn volk aanvaarden en zweren bij mijn naam:
"Zowaar de HEER leeft" !!- zoals ze eens mijn volk leerden zweren bij
Baäl !!- dan worden ze opgenomen in mijn volk. - Dit woord
betreft mensen die zich aansluiten bij Gods volk en die dan (hun leven en
relaties) op God gaan bouwen in plaats van op allerlei afgoden… Is dit ook
geen woord voor mij? 1Sam.19,11
Maar Saul stuurde boden om het huis van David te bewaken en hem 's ochtends te
doden. Mikal, de vrouw van David, waarschuwde hem echter en zei: `Als je
vannacht niet weet te vluchten, word je morgen gedood.' 12 Mikal liet David dus
door het venster naar beneden; hij vluchtte weg en stelde zich in veiligheid. - Mikal,
dochter van Saül en gehuwd met David, had David ooit nog bespot toen hij
enthousiast voor de ark uit danste. Blijkbaar kan de liefde in een huwelijk toch
ook groeien in plaats van dor worden en wegdeemsteren. Hier redt ze zijn leven
door hem te helpen aan de moordpoging van Saül te ontkomen. Wat is er over van
mijn oorspronkelijke liefde voor de mensen om me heen en … voor God? Wij mogen
– zoals de Kerk ons leert – bidden om de heilige Geest die levend maakt, die
weer vloeibaar maakt wat bevroren of verdord en verstard is, de Geest van de
liefde tussen Vader en Zoon, de liefde die in ons hart is uitgestort… Kom,
heilige Geest… Hand.22,6
Ik was op weg en naderde Damascus al, toen mij, rond het middaguur,
plotseling een fel licht uit de hemel omstraalde. 7 Ik viel op de grond en
hoorde een stem tegen mij zeggen: "Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?"
8 Ik antwoordde: "Wie bent U dan, Heer?" En Hij zei tegen mij:
"Ik ben Jezus de Nazoreeër, die jij vervolgt." - Reeds vanuit
het Oude testament weten wij dat God zich nogal eens vereenzelvigt met mensen,
vooral met mensen-in-nood. Bij Jezus is het niet anders. “Wat je (niet) voor
de geringste van mijn broeders hebt gedaan, dat hebt je (niet) voor Mij
gedaan”. Wij denken dan natuurlijk
aan vervolgde christenen met wie Jezus zich vereenzelvigt (wie u vervolgt,
vervolgt Mij) , maar wij mogen gerust aannemen dat wij in iedere mens-in-nood
God raken, Hem kunnen dienen, Hem verwerpen. Ook vandaag. Tit.2,6 Spoor
ook de jonge mannen aan om zich in ieder opzicht bezonnen te gedragen. 7 Geef
zelf het voorbeeld in goede werken. - Een jonge
bisschop, een jonge begeleider of leerkracht moet jonge mensen op boeiende wijze
weten aan te sporen tot een leven dat de moeite waard is. En
zelf daarvan het voorbeeld geven en durven getuigen. Bidden wij vandaag voor
allen die in onderwijs, catechese, pastoraal maar ook in het gewone leven
geroepen zijn om jonge mensen te helpen op de weg die Christus is komen tonen. Joh.20,15
Jezus vroeg: `Waarom huilt u zo? Zoekt u iemand?' In de mening dat het de
tuinman was zei ze: `Heer, als u het bent die Hem hebt weggenomen, zeg me dan
waar u Hem hebt neergelegd; dan kan ik Hem laten halen.' 16 Jezus zei: `Maria!'
Ze keerde zich nu naar Hem toe en zei: `Rabboeni!' (Dat is het Hebreeuws voor:
meester.) - Het is een
grote genade wanneer we in ons leven de werkzame aanwezigheid van de verrezen
Heer mogen ervaren. Wij mogen daar om vragen. Maar belangrijker dan die sterke
ervaring is de vraag wat we ermee doen, hoe we daarna door het leven gaan. Wij
weten dat de Heer Jezus ons heeft verlost, ons heeft geopend voor Gods genade,
wij weten dat Hij aan ieder van ons aanwezig is als de Levende Heer, wij weten
dat Hij door de heilige Geest in ons aanwezig is… Hoe beleven wij dat in het
dagelijks leven? Laat het ons koud? Danken wij Hem? Vertrouwen wij ons leven aan
Hem toe? Brengt het vrede en vertrouwen in ons? Zoeken wij contact met Hem?
Vragen wij Hem vaak om de Heer van ons leven te zijn en om volgzaam te kunnen
zijn voor wat Hij vraagt? Filem.1,13 Ik
voor mij had hem graag hier gehouden, zodat hij, als uw plaatsvervanger, voor
mij zou kunnen zorgen in mijn gevangenschap voor het evangelie. 14 Maar ik wil
niets doen zonder uw instemming, opdat uw goedheid niet afgedwongen maar
spontaan is. - Paulus heeft
een weggelopen slaaf bekeerd en zendt hem terug naar zijn meester; hij vraagt om
hem goed te behandelen. Eigenlijk verwacht hij dat Filemon (de meester van die
slaaf) hem vergiffenis zou schenken en hem zelfs goed zou behandelen, als een
medegelovige… Spontane goedheid,
is een vrucht van de heilige Geest. Stellen wij er ons voor open en laten wij er
ons zelfs in oefenen. Niets zo goed om te groeien in liefde als daden van liefde
te stellen. Lk.19,8 Zacheüs
richtte zich tot de Heer. `Heer,' zei hij, `hierbij geef ik de helft van mijn
bezit aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het
viervoudig.' - Ons bekeren
doen we soms nadat we hebben ervaren waar ongeloof of zonde toe leiden (of beter
niet toe kunnen leiden) maar het belangrijkste van een ernstige bekering blijft
toch nog altijd de ontmoeting met de levende Heer (Jezus). Als we dus naar het
echte licht en het echte heil verlangen zullen wij ons met heel ons wezen moeten
toekeren naar de Heer, zijin Naam in ons hart tot leven laten komen en
mogelijkheden scheppen om de persoonlijke relatie met Hem levend te houden door
gebed… en ingaan op de leiding door zijn Geest. 1Petr.3,7 Zo
ook moet u, mannen, in de omgang met uw vrouwen begrip voor hen tonen. Zij zijn
zwakker dan u, bewijs hun eer, want met u zijn zij erfgenamen van de genade van
het leven; dan zullen uw gebeden geen belemmering ondervinden. - In elke
relatie met mensen, ook dus in de man/vrouw relatie moeten wij vertrekken vanuit
een fundamenteel respect voor de ander. Jezus heeft ons daar ooit scherp op
gewezen toe Hij zichzelf vereenzelvigde met de broeder/zuster in nood. In deze
tekst spreekt overigens eerder dat andere inzicht dat wij niet van God kunnen
houden als we niet tegelijk ook onze medemens oprecht liefhebben. Hoe zouden we
anders voor de Vader kunnen treden van wie zij/hij kind is? Hoe kunnen wij voor
Jezus treden die voor hem/haar alles heeft gegeven? Mt.27,41 In
dezelfde geest zeiden de hogepriesters met de schriftgeleerden en oudsten
spottend: 42 ' Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf kan Hij niet redden. Hij
is toch de koning van Israel. Laat Hem nu van het kruis afkomen, dan zullen we
in Hem geloven. 43 Hij stelt vertrouwen in God; laat Die Hem nu bevrijden, als
Hij behagen in Hem heeft. - “Wij
geloven niet in U. Maar als je toch de Messias zou zijn, doe dan eens echt iets
speciaals, dan zullen we (misschien) in U geloven. Maar blijkbaar laat God U ook
in de steek.” Jezus had
echter de opdracht niet om iet speciaals te doen op dat ogenblik. Hij moest die
spot over zich laten komen. Het enige wat Hij moest doen en het enige dat Hij
wou doen was: het verlangen doen van de Vader, en dit tot het uiterste…
Gelukkig maar dat Hij op de spot van die mensen niet gereageerd heeft. Mk.8,27 Jezus
trok nu met zijn leerlingen naar de dorpen rond Caesarea van Filippus. Onderweg
stelde Hij aan zijn leerlingen de vraag: 'Wie zeggen de mensen dat Ik ben? ' 28
Zij antwoordden Hem: 'Johannes de Doper, anderen zeggen Elia en weer anderen,
dat Gij een van de profeten zijt.' 29 Daarop stelde Hij hun de vraag: 'Maar gij,
wie zegt gij dat Ik ben? ' Petrus antwoordde: 'Gij zijt de Christus.' - Het blijft
toch ook de vraag die Jezus vandaag aan jou stelt. Maar gij, wie zegt gij dat Ik
ben? En in dat eenvoudig antwoord van Petrus mag ook ons antwoord liggen. Gij
zijt de gezalfde, de Gezondene van de Vader. Ik erken en aanvaard U als het
antwoord op al mijn diepe vragen en noden, Gij zijt de Weg naar het echte leven.
Aan U wil Ik mij vasthouden, door U wil ik mij laten inspireren… Lk.5,20 Toen
Jezus hun geloof zag, zei Hij: ' Vriend, uw zonden zijn u vergeven. ' 21 Maar de
schriftgeleerden en Farizeeen vroegen zich af: ' Wat is dat voor iemand, die zo
godslasterlijk spreekt? ' Wie anders kan zonden vergeven dan God alleen? ' - Wie voelt
zich nog zondig vandaag? Een groot probleem natuurlijk, want de zonde maakt ons
lelijk, vreet aan ons hart en onze psyche en maakt het lastig om Gods diepste
werking te ervaren. Maar als Jezus iets voor ons wil doen zal Hij toch altijd
zeggen: Vriend, uw zonden zijn u vergeven. Hij mag dat zeggen, want Hij heeft al
onze schuld op zich genomen. En daartoe had de Vader Hem gezonden, opdat we weer
in staat zouden zijn een relatie met God op te bouwen. Lk.11,52 Gij
hebt de sleutel van de kennis weggenomen. Zelf zijt ge niet binnengegaan, en hun
die het wilden, hebt ge het belet. ' 53 Toen Hij naar buiten kwam, begonnen de
schriftgeleerden en de Farizeeen, hevig op Hem gebeten, Hem allerlei netelige
vragen te stellen 54 met de heimelijke bedoeling Hem op grond van de een of
andere uitlating te kunnen vangen. - Het is geen
woord uit de gnostiek, wat Jezus daar zegt over de sleutel van de kennis. De
sleutel van de kennis is juist het besef dat God van de mensen houdt en dat Hij
hen het heil wil schenken, gratis, niet nadat wij ons in het zweet hebben gevast
of een eindeloze reeks geboden en verboden hebben onderhouden. God is liefde.
Maar dat lag niet in hun lijn en daarom spannen ze Jezus allerlei strikken. Maar
Gods liefde zal overwinnen. Lk.23,26 Toen
zij Hem wegvoerden, hielden zij een zekere Simon aan, een man uit Cyrene, die
van het veld kwam: hem belaadden ze met het kruis om achter Jezus aan te dragen.
27 Een grote volksmenigte volgde Hem, ook vrouwen die zich op de borst sloegen
en over Hem weeklaagden. - De zonen van
Simon van Cyrene zullen later christenen worden (Rufus en Alexander); een kleine
knipoog van de uitgeputte Jezus. En ook die wenende vrouwen zullen een kleine
steun geweest zijn voor Hem. Waar tonen wij ons mededogen tegenover de zieke en
noodlijdende mens met wie de Heer zich vereenzelvigd heeft? Joh.8,12
Opnieuw richtte Jezus het woord tot hen en sprak: 'Ik ben het licht van de
wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het licht van
het leven bezitten. Manasse.1,11
En nu onderwerp ik mijn hart aan U, biddend om de goedheid die van U komt, Heer.
12 Ik heb gezondigd en ik erken mijn ongerechtigheden. 13 Ik bid U vragend,
Heer, vergeef mij, vergeef mij, vernietig mij niet tesamen met mijn
ongerechtigheden en bewaar niet - in toorn ontstoken - mijn slechte daden voor
eeuwig. Veroordeel mij niet tot het diepste van de aarde. Want Gij, Heer, zijt
de God van de boetvaardigen, 14 en aan mij zult Gij Uw goedheid tonen, want,
hoewel ik onwaardig ben, Gij zult mij redden volgens Uw grote erbarmen, 15 en ik
zal U altijd prijzen, alle dagen van mijn leven. Want heel de macht van de
hemelen prijst U en aan U is de glorie in eeuwigheid. Amen. Hand.18,9 Eens
sprak de Heer in een nachtelijk visioen tot Paulus: 'Wees niet bevreesd, maar
spreek, en zwijg niet. 10 Ik ben met u en niemand zal u aanraken om u kwaad te
doen, want in deze stad behoren veel mensen Mij toe.' 11 Anderhalf jaar bleef
hij daar wonen, terwijl hij bij hen het woord Gods onderwees. Ps.37,1 Wees
niet afgunstig op hen die verkeerd doen, benijd niet wie onrecht bedrijven. 2
Want snel zullen zij verdorren als gras, als groene planten verwelken. _ 3
Vertrouw op de Heer en doe wat goed is, dan zult gij veilig uw land bewonen. 4
Zoek uw geluk bij de heer, Hij geeft wat uw hart begeert. _ 5 Vertrouw aan de
Heer uw levensweg toe, verlaat u op Hem, Hij zal ervoor zorgen. 1Kor.12,26
Wanneer een lid lijdt, delen alle ledematen in het lijden; wordt een lid geeerd,
alle delen in de vreugde. 27 Welnu, gij zijt het lichaam van Christus, en ieder
van u is een lid van dit lichaam. 1Tim.6,20
Timoteus, bewaar wat u is toevertrouwd, en keer u af van het profaan en leeg
geredeneer en de opwerpingen van de zogenaamde gnosis; 21 sommigen die haar
verkondingen, zijn het spoor van het geloof reeds bijster geraakt. De genade zij
met u allen. Openb.2,4 Maar
Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt opgegeven. Psalm
119,80 Mijn hart moge uw
beschikkingen trouw zijn, dan word ik nimmer beschaamd.
|