VERHAALTJES

Ken je zelf geen korte verhaaltjes om in te sturen
voor andere kinderen?

onze Email is:
geloofenleven@pandora.be
Gewone post: Geloof en Leven, Voskenslaan 56, 9000 GENT

Ik hoop spoedig iets van jou te horen.

pater Ben

Kleine VAN (1)  

Naar top

Thuispagina  

Kleine VAN (1)

Ik wil je vandaag iets vertellen van kleine VAN.  VAN, is misschien een rare naam.  Maar in Vietnam is dit een heel gewone voornaam.  Van was inderdaad een Noord-Vietnamese jongen.  Hij had een oudere broer en zus.  Na hem werd er nog een zusje geboren en later nog twee jongetjes, waarvan één zeer jong stierf.  Van was heel levendig van aard.  Hij kon geen moment stil blijven zitten.  En hij had gebeden voor een zusje.  En toen dat kleine zusje geboren was - hijzelf was dan drie jaar oud - toen wou hij altijd al met dat kleine meisje spelen.  Hij was er echter te ruw mee, hij maakte het voortdurend wakker want hij wou er iets tegen vertellen; maar dat kleine kindje moest nog veel slapen.  En daarom vond moeder het best dat hij wat van huis weg was.  Zij ging vragen aan zijn tante Khanh of zij de kleine jongen niet een tijd wou opvangen.  Tante Khanh vond dat goed.  Zij was een zeer lieve vrouw; haar man was gestorven en zij zorgde voor haar eigen kinderen maar ze wou ook graag zorgen voor kleine Van.
Iedereen vond het wel  treurig dat VAN zijn mama moest verlaten en zijn klein zusje.  Maar het kon niet anders.  Tante Khanh nam hem dus mee naar het nieuwe dorp.  Zij trokken te voet tussen de rijstvelden.  Spoedig kon hij het kerkje van zijn dorp niet meer zien.

De weg was lang.  Uren en uren trokken ze verder.  Men had eigenlijk gezegd tegen VAN dat zijn klein zusje reeds in dat nieuwe dorp was.  Maar toen ze daar tenslotte aankwamen, was dat natuurlijk niet waar.  Men had hem maar iets wijsgemaakt.  VAN was niet te troosten.  Hij was nu zijn mama kwijt en ook zijn kleine zusje Tê.  Hij weende wel drie dagen.  Maar daarna was het verdriet wat voorbij, want zijn neven en nichtjes waren zeer lief tegen hem.  Ze vertelden hem veel en ze speelden veel met hem; hij mocht zelf kiezen wat ze gingen spelen.
In het landelijk dorpje tussen de rietvelden waar hij nu was, stond ook wel een katholiek kerkje, maar er was geen eigen priester, want er waren maar weinig christenen.  Dat vond kleine VAN wel treurig, want, hoe klein hij ook was, hij ging gaarne naar de kerk 's morgens en 's avonds.  Hij vond het treurig dat er zoveel mensen woonden die Jezus niet kenden, en zeker Maria niet, de moeder van Jezus.
Van toen hij klein was had zijn mama hem geleerd om met Jezus te spreken en met Maria.  Hij kende goed het weesgegroet.  En hij vertelde aan Jezus alles was hij gedurende de dag deed.  Zo werd VAN, hoe klein hij ook was, een zeer goede christen. (p.Ben)      (Later vertel ik je meer over kleine VAN)

Naar top

Thuispagina