Een Woord en (meestal) een woordje
voor elke dag in maart
(1 is genoeg)

10
11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27 28 29

30

31

INHOUD - ACTIVITEITENGRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN GEZONDHEID HAHAHA - INFO - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA - - MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT THUISPAGINA UITZICHT - VERHALEN -  WETENSCHAP - ZENDING

 

 

1

Gen.24,11 Op een avond, tegen de tijd dat de vrouwen de stad uitkomen om water te putten, liet hij zijn kamelen neerknielen bij de put 12 en zei: `Jahwe, God van mijn meester Abraham, laat mij heden slagen, en wees mijn meester Abraham gunstig gezind. 13 Ik sta hier nu bij de waterbron en aanstonds komen de meisjes uit de stad water halen. 14 Wanneer het meisje tot wie ik zeg: Reik mij uw kruik aan om te drinken, antwoordt: Drink maar gerust, en ik zal uw kamelen ook nog te drinken geven, dan zal dat het meisje zijn, dat gij voor uw dienaar Isaak bestemd hebt; daaraan zal ik zien dat gij mijn meester gunstig gezind zijt.'

- Het is eenvoudige wijze om zijn leven in handen van God te leggen. Nochtans is leven vanuit vertrouwen een grondkenmerk van de gelovige mens. Dit sluit hoegenaamd niet uit om onze volle verantwoordelijkheid op ons te nemen, maar er is een grondhouding van vertrouwen nodig om vanuit Gods verlangen te (durven) leven. Dan mag men ervaren dat God ons niet aan ons lot overlaat.

2

Ex.16,8 Mozes zei verder: `Vanavond zal Jahwe zelf u vlees te eten geven en morgenochtend volop brood. Want Jahwe heeft uw gemor tegen hem gehoord. Wie zijn wij tenslotte? Niet tegen ons, maar tegen Jahwe ging uw gemor.

- Vaak morren en schimpen wij op mensen. Dit woord uit het oude Testament leert ons om toch te bedenken dat sommige zaken thuishoren binnen Gods verlangen. Verschil van mening hoeft niet altijd te leiden tot negatieve houding naar de personen toe.  Bovendien is er nog deze bedenking dat wij – ondanks verkeerde beslissingen van mensen – wij toch diep in ons de vrede mogen bewaren omdat God ook recht kan schrijven op kromme lijnen. Zelfs doorheen foute beslissingen kan God toch zijn plan van heil met de wereld (en met ons) tot een goed einde leiden.  

3

2TIM.1,4 Als ik denk aan uw tranen, verlang ik vurig u weer te zien, om weer helemaal gelukkig te zijn. 5 En uw ongeveinsd geloof komt mij voor de geest, dat geloof dat eerst uw grootmoeder Lois en uw moeder Eunike bezield heeft en nu ook, daarvan ben ik zeker, leeft in u. 6 Vergeet dus niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn handen. 7 Want God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. 8 Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen.

4

1Kon.11,29 In die tijd gebeurde het dat Jerobeam vanuit Jeruzalem op reis was en onderweg de profeet Achia uit Silo ontmoette. Zij waren alleen in het open veld. Achia droeg een nieuwe mantel. 30 Hij pakte die, scheurde hem in twaalf stukken 31 en zei tot Jerobeam:' Neem tien stukken, wat zo zegt Jahwe, de God van Israel: Tien stammen van Salomo's koninkrijk scheur Ik los uit zijn hand en die geef Ik aan u. 32 Een stam mag hij behouden, omwille van mijn dienaar David en omwille van Jeruzalem, de stad die Ik uit alle stammen van Israel uitverkoren heb. 33 Want hij heeft Mij de rug toegekeerd en zich neergebogen voor Astoret, de godin van de Sidoniers, en voor Kemos, de god van Moab, en voor Milkom, de god van de Ammonieten; hij heeft mijn wegen niet bewandeld en niet gedaan wat Mij behaagt en mijn wetten en voorschriften niet onderhouden, zoals zijn vader David

 

5

2Kron.36,9 Jojakin was achttien jaar oud toen hij koning werd; hij regeerde drie maanden en tien dagen in Jeruzalem en deed wat Jahwe mishaagt. 10 In het volgende voorjaar zond koning Nebukadnessar opnieuw zijn leger. Hij bracht Jojakin met het kostbare vaatwerk van de tempel van Jahwe naar Babel over, en verhief Sidkia, Jojakins oom, tot koning over Juda en Jeruzalem. 11 Sidkia was eenentwintig jaar toen hij koning werd en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem. 12 Hij deed wat Jahwe, zijn God, mishaagde. Hij wilde zich niet verootmoedigen voor Jeremia, de profeet, die namens Jahwe tot hem sprak.

 

6

Kol.2,5 Al ben ik naar het lichaam afwezig, in de geest ben ik bij u, en ik zie met vreugde dat gij eendrachtig steunt op uw geloof in Christus.6 Daar gij Christus Jezus hebt aanvaard als uw Heer, moet gij ook leven in gemeenschap met Hem, 7 in Hem geworteld, op Hem gebouwd, steunend op het geloof dat men u geleerd heeft, terwijl uw hart overvloeit van dankbaarheid.

7

Joh.12,4 Daarop zei Judas Iskariot, een van zijn leerlingen, dezelfde die Hem zou uitleveren: 5 ' Waarom is die balsem niet voor driehonderd denaries verkocht en het geld aan de armen gegeven? ' 6 Hij zei dat, niet omdat hij bezorgd was voor armen, maar omdat hij een dief was en uit de beurs die hij bewaarde, wegnam wat erin kwam.

 

8

Hand.19,3 Toen zei hij: 'Hoe zijt ge dan gedoopt? ' Ze antwoordden: 'Met het doopsel van Johannes.'4 Paulus hernam: 'Johannes diende een doopsel toe ten teken van bekering, maar zei aan het volk, dat ze moesten geloven in Wie na hem kwam, dat is Jezus.' 5 Toen zij dit gehoord hadden, lieten zij zich dopen in de naam van de Heer Jezus. 6 Nadat Paulus hun de handen had opgelegd, kwam de heilige Geest over hen; ze spraken in talen en profeteerden. 7 Bij elkaar waren het een man of twaalf.

 

9

Joh.3,1 Er was onder de Farizeeen iemand die Nikodemus heette. Hij behoorde tot de voornaamsten van de Joden. 2 Eens kwam deze in de nacht bij Hem en zei: 'Rabbi, wij weten dat Gij van Godswege als leraar gekomen zijt, want niemand kan die tekenen doen die Gij verricht, als God niet met hem is. ' 3 Jezus gaf hem ten antwoord: 'Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet wedergeboren wordt kan hij het Rijk Gods niet zien. '

 

10

Kol.3,20 Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dit is de Heer welgevallig. KOL.3,21 Vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij de moed niet verliezen.

 

11

Joël.2,13 Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot Jahwe, uw God, want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil. 14 Wie weet, keert Hij terug en krijgt Hij spijt en laat dan zegen achter zich

 

12

 Rom.12,3 Uit kracht van de genade die God mij gegeven heeft zeg ik tot ieder van u: acht uzelf niet hoger dan ge kunt verantwoorden, denkt over uzelf met bedachtzaamheid, neemt als norm het geloof maar houdt rekening met de voor ieder verschillende maat van Gods gave.  

 

13

Jer.12,12 Het is het zwaard van Jahwe, dat alles verslindt. 13 Ze hebben tarwe gezaaid, maar doornen geoogst; al hun moeite was tevergeefs. De opbrengst is beschamend door de ziedende toorn van Jahwe.

- Mensen zagen tegenslagen vroeger nogal eens als een straf vanwege God. Wij zouden het vandaag eerder kunnen zien als een beproeving, een test voor ons gelovige vertrouwen. Eerder dus als een kans om ons vertrouwen te blijven uitspreken en onze hoop te blijven stellen op het samenzijn et de heer.

 

14

Mc.12,32 Toen zei de schriftgeleerde tot Hem: 'Juist, Meester, terecht hebt Ge gezegd: Hij is de enige en er bestaat geen andere buiten Hem; Mc.12,33 en Hem beminnen met heel zijn hart, heel zijn verstand en heel zijn kracht en de naaste beminnen als zichzelf gaat boven alle brand - en slachtoffers.' Mc.12,34 Omdat Jezus zag dat hij wijs gesproken had, zei Hij hem: 'Gij staat niet ver af van het Koninkrijk Gods.'  

 

15

Joh.6,35 Jezus sprak tot hen: 'Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen. 36 Maar Ik zei u reeds, dat, hoewel gij Mij hebt gezien, gij toch niet gelooft.

16

 

17

 

18

 

19

 

20

 

21

 

22

 

23

 

24

 

25

 

26

 

27

 

28

 

29

 

30

 

31