Een Woord en (meestal) een woordje
voor elke dag in
februari
(1 is genoeg)

Voor de zondagen zie naar: PREKEN

in opbouw...

10
11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27 28 29  

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKENTHUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - MORAALHAHAHA - BOEKEN - MARIA - CHRISTELIJKE VORMING - ZENDING - KERK en GELOOF - CHRISTEN in de WERELD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENISUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -   GRIEKSE KERK BAGDAD -  WETENSCHAP - JEZUS (Isa al Masih) - GEBED - SOCIALE INZET - EVANGELIE-LEZING

 

 

1

Ef.2,12 besef dat u indertijd van Christus gescheiden was, uitgesloten van Israëls burgerschap en vreemd aan de verbondsbeloften, zonder hoop en zonder God in de wereld.

- Wij mogen als christenen ons af en toe eens realiseren wat een geweldige genade het geloof betekent, je verbonden weten met Christus, de levende Heer, mogen delen in de beloften van God, altijd hoop hebben in je hart en je geborgen weten in Gods liefde, nu en over de dood heen

 

2

Hab.2,4 Wie in zijn hart niet deugt, kwijnt weg, maar de rechtvaardige blijft leven door zijn geloof.

- Dat "wegkwijnen" zien we in feite gebeuren in onze samenleving: het op  grote schaal wegwerken van beginnend menselijk leven laat een geur na van een samenleving in ontbinding, mensen die heel egoďstisch leven komen ook in een soort innerlijke eenzaamheid terecht. Maar eigenlijk blijft dit oordeel meestal onzichtbaar, het situeert zich op het vlak van het persoonlijk contact van de mens met God.

- Als jouw leven door God gerechtvaardigd wordt (goed bevonden), zal het openbloeien.

 

3

2Petr.3,12 Zie gespannen uit naar de dag van de Heer en bespoedig zijn komst – die dag waarop de hemelruimten in vlammen zullen opgaan en de elementen wegsmelten door de hitte.

- Wat de manier zal zijn waarop het heelal eventueel ten onder zal gaan, willen wij het hier niet hebben.

- Er is wel die uitnodiging om gespannen uit te zien naar de dag van de Heer Jezus EN zijn dag te bespoedigen.

In het uitzien naar zijn komst, mogen wij wat meer vurigheid leggen... Als wij van Hem houden, zullen wij blij en met vurig verlangen uitzien naar Hem.

- "Zijn komst bespoedigen", hoe doen wij dat?

4

Hos.12,6 (12,7) Keer terug naar uw God; houd u aan liefde en rechtvaardigheid en blijf altijd op uw God vertrouwen.

- Dat moet je God toegeven: Hij is steeds gereed om ons opnieuw te onthalen. Ik dacht daar vroeger ook steeds aan wanneer ik het liedje van Salvatore Adamo hoorde: Le mal que tu m’ as fait, je le tairai pourvu que tu revienne; si jamais tu pouvais comprendre que je restes ŕ t’ attendre: oui, tu seras ma reine (het kwaad dat je mij hebt aangedaan, ik zal erover zwijgen waneer je toch maar wou terugkomen; wanneer je toch maar kon begrijpen dat ik op jou blijf wachten, ja, dan zal je mijn koningin zijn…

Telkens en telkens weer staat God daar met open armen van verre uit te kijken naar onze terugkomst…

- En dan is er de vermaning en de oproep om van God te houden en om te leven volgens zijn verlangen. Twee eenvoudige woorden, maar ze vragen een beslissing van ons hele hart. En tenslotte de uitnodiging om niet te gaan vertwijfelen, om het vertrouwen op God tot de sterkte van uw leven te maken. Het vertrouwen op God geeft aan de gelovige een sterke ruggengraat midden het reilen en zeilen van de wereld.

5

Klaagl.3,12 Hij spande zijn boog en richtte zijn pijlen op mij. 13 Zijn hele koker met pijlen schoot Hij op mij leeg. 14 Elke dag lacht mijn volk mij met spotliedjes uit. 15 Hij gaf mij slechts bittere kruiden en alsem te eten.

- De profeet Jeremia had het niet onder de markt. God had zijn hand op hem gelegd en Hij was bezweken voor die genegenheid van God. Maar het bracht hem niet steeds gouden eieren. Integendeel. Met zijn ongezouten vermaningen was hij een doorn in het oog van de machthebbers en zelfs van het gewone volk, maar God blijft hem bestoken met die woorden die hij naar het volk moet brengen…  Ieder christen en vooral de evangelisten en predikanten kunnen hun taak van leider maar aan wanneer hun relatie met God zo sterk is dat ze het verdragen wanneer Hij hen telkens en telkens weer zendt om zijn liefdevol maar soms ongezouten woord te spreken.

6

10 Maar opdat u weet dat de Mensenzoon bevoegd is om op aarde zonden te vergeven', zei Hij, nu tegen de verlamde: 11 `Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.' 12 En hij stond op, pakte meteen zijn bed en ging weg voor het oog van iedereen, zodat ze allemaal verrukt waren en God verheerlijkten.

- Als Jezus ergens de opdracht geeft om onze medemens 70 maal zeven maal te vergeven, dan is het omdat God ieder van ons voortdurend een veel grotere schuld vergeeft: onze tekortkomingen tegenover God, de oneindig verhevene. Een torenhoge of zeediepe schuld. Hij is de barmhartige erbarmer, altijd door. Hier in dit voorval met de verlamde geeft Jezus aan dat Hij die vergiffenis van God kwam bemiddelen, ze mocht toezeggen aan ieder die tot Hem kwam. Laten wij ook vandaag in eenvoud voor Hem knielen en vragen: Heer, ontferm U over ons.

In de aanloop naar Kerstmis, Pasen mogen wij de genade van het sacrament van de verzoening over ons laten komen.

 

7

Mt.19,3 Er kwamen farizeeën op Hem af om Hem op de proef te stellen. Ze zeiden: `Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten om een willekeurige reden?'

-  In onze tijd zijn we nogal gevoelig geworden voor de historiciteit van alles. En daarmee bedoelen we ook dat alles aan sleet onderhevig is, dat wij veranderen en de ander ook en dat we van wat er gebeurt toch altijd het beste nog moeten maken. Daarmee praten we echter ook veel ontrouw goed en hollen we de woorden “in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid, in armoede en rijkdom” soms echt uit. We hoeven daarom nog niet met de vinger te wijzen naar mensen die mislukken in hun huwelijk, maar het moet wel een uitnodiging zijn om tot het uiterste te pogen de huwelijkstrouw en het huwelijk te redden. Er ligt een diep mysterie aan de grondslag. Er is vooreerst de bijbelse gedachte dat de mens gemaakt is naar het beeld van God, een God van liefde en trouw die zijn volk door dit en dun trouw zal blijven… En anderzijds vergelijkt Paulus het huwelijk met de liefde tussen Jezus en zijn Kerk, voor wie Hij zijn leven heeft gegeven, haar tot het einde toe heeft liefgehad. Bidden wij maar voor onszelf en gezinnen die we kennen om kracht vanuit dit mysterie van de trouwe God en van Jezus met zijn liefde tot het uiterste voor ieder van ons.

 

8

Openb.19,4 En de vierentwintig oudsten en de vier dieren wierpen zich neer en aanbaden God, die op de troon zetelt, en zeiden: `Amen, halleluja!' 5 En een stem ging uit van de troon en sprak: `Loof onze God, al zijn dienstknechten, u die ontzag hebt voor Hem, u, klein en groot.'

- Een uitnodiging tot ieder van ons om God te aanbidden en te loven, Hem te zeggen hoe heerlijk en verheven wij Hem vinden, hoe goed en genadig Hij is... En te tonen dat wij echt om Hem geven en geloven in zijn liefdevolle wil; daarom maken we tijd voor gebed  en zoeken wij naar zijn verlangen om het dan te volgen.

- Aanbidden: erkennen dat Hij de Enige is, de enige die Bron is van alle heiligheid, bron van alle leven, bron van mijn leven. "Niemand is als U". Zonder U zou ik niet bestaan, zonder U heb ik geen toekomst, zonder U ben ik verloren en kom ik nooit tot mijn bestemming.

 

9

Joël 1,3 Vertel het aan uw zonen en laat uw zonen het vertellen aan hun zonen en die weer aan de volgende generatie.

- Of het nu gaat over nadelige gevolgen van een leven zonder God, handelen tegen Gods verlangen in, of wanneer het gaat om zegeningen die men van God mocht ontvangen... Het is onze zending om hiervan te getuigen en vooral naar jongeren toe.

Hoe ga ik dat vandaag doen? Waarvan kan ik in waarheid getuigen?

10

Joh.11,4 Toen Jezus dit hoorde, zei Hij: `Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de verheerlijking van God, want de Zoon van God moet erdoor verheerlijkt worden.'

 - Het is normaal dat wij zuchten en klagen wanneer we met een of andere kwaal sukkelen, wanneer iets pijnlijks ons overkomt, lichamelijk of psychisch of in onze relaties… Wij mogen dan met vertrouwen bidden om beterschap, om oplossingen. Maar ook bidden om licht, inzicht en kracht. Vaak kunnen we zelf stappen naar genezing, herstel of beterschap stellen en in ieder geval mogen wij vanuit ons geloof ook bidden om kracht, om wat ons overkomt te dragen, er niet geestelijk en als gelovige aan ten onder te gaan. “Vader, aan U blijf ik me toevertrouwen”.  Ook door het feit dat we op een of andere wijze onze kwalen weten te dragen waaraan blijkbaar niet te doen valt, wordt God verheerlijkt door de kracht die Hij geeft en getuigen wij – zonder het echt te bedoelen – van de hoop die in ons leeft.

11

Ez.3,20 Als een rechtvaardige zich gaat misdragen en verkeerde dingen doet en Ik laat hem struikelen, dan zal hij sterven. Hij sterft omdat u hem niet op zijn zonde gewezen hebt; zijn goede daden tellen dan niet meer mee, maar u zal Ik rekenschap vragen van zijn bloed.

- Het heeft een tijdlang geduurd vooraleer men in het Oud Testament de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens ging benadrukken. Ezekiël leert dat de zondaar en de rechtvaardige beiden hun eigen toekomst in handen hebben; men kan zich niet wegsteken achter anderen. Maar de zondaar kan zich bekeren en de 'rechtvaardige' kan gaan zondigen...

- Ezekiël wijst er ook op dat wij (sommigen zelfs heel nadrukkelijk wegens hun ambt, hun zending  of plichten van staat, bv. Hun opvoedingstaak) zelfs verantwoordelijk kunnen zijn voor de fouten van anderen wanneer wij hen niet vermanen of wijzen naar de goede weg. ‘Ben ik soms de hoeder van mijn broeder?’ Ja !

12

Fil.1,10 en mijn verzoek betreft het kind dat ik hier in de gevangenis heb verwekt, Onesimus,

- Paulus heeft het over een weggelopen slaaf die hij in de gevangenis tot Christus heeft bekeerd. Hoeveel personen hebben wij reeds tot het geloof gebracht? Voor wie was  ik een steun of bemoediging om te blijven geloven?

 

13

 Exodus 10,3

Want de HEER had de Egyptenaren gunstig gestemd tegenover het volk. Ook Mozes zelf stond in Egypte hoog in aanzien bij de hovelingen van de farao en bij zijn onderdanen.

- Om eerlijk te zijn: de Egyptische mensen waren murw geslagen door de opeenvolgende plagen en ze hadden er zelfs wat voor over om van dat (omwille van de plagen) gevaarlijk volk af te geraken.

- Voor christenen zou het juist omgekeerd moeten zijn: omwille van hun postieve uitstraling, hun vriendelijkheid, gedienstigheid, eerlijheid, betrouwbaarheid ... geworteld in hun levende relatie met God, zouden mensen hen gaarne in hun omgeving moeten wensen. Hoe staat het met ons? Natuurlijk blijfthet steeds zo dat een christen ook altijd kritisch zal blijven tegenover sommige uitingen van onze moderne consumptiemaatschappij.

 

 

14

 Pred.20,1212 Dat wij kunnen horen, dat wij kunnen zien, het is het werk van de Heer.

- Wijsheidsliterauur noemen ze zoiets. Iets uit voorwetenschappelijke tijden, zal een ander zeggen. Voor een gelovig mens zijn de zintuigen kostbare instrumenten waarmee God ons begiftigd heeft, en een reden tot dankbaarheid.

- We mogen dan ook danken voor al het goede en mooie dat wij mogen zien en horen, en dat zich aan onze zintuigen aanbiedt:

Ef.5,20 Zeg altijd voor alles dank aan God, die de Vader is, in de naam van onze Heer Jezus Christus.

 

15

 2Joh.1,4 Ik was heel verheugd dat ik enige van uw kinderen heb ontmoet, die in waarheid leven volgens het gebod dat wij van de Vader hebben ontvangen.

- Het is deugddoend wanneer je medegelovigen mag ontmoeten met wie je op geestelijk niveau in contact kan komen, in alle eenvoud, maar niet gewoon oppervlakkig.

 

16

Hand.,11 God deed door de handen van Paulus ongewoon grote wonderen; 12 dat ging zo ver dat zweetdoeken en ander linnengoed dat hij gebruikte naar de zieken werd gebracht; dan verdwenen hun kwalen en verlieten de boze geesten hen.

- Voor onze rationalistische en geseculariseerde ingesteldheid zijn gebedsgenezingen of genezingen binnen een gelovige context heel problematisch. Het zal wel om inbeelding gaan, of anders kennen we nog niet goed de mechanismen waardoor en soort beďnvloeding de autosuggestie in actie zet enz. enz.. Het is goed dat de wetenschap dat alles tracht te achterhalen, dat is haar taak, de taak van de menselijke geest. Ondertussen mogen wij nu en altijd als gelovige zinvolle intenties inbrengen om voor te bidden. Het contact met God is deugddoend en het is dan echt totaal bijkomstig of daar ook fysische oorzaken bijkomen of niet. Het hoort bij ons totale menszijn dat wij de geestelijke (lees bovennatuurlijke) dimensie ook laten meespelen in ons menselijk bestaan.

 

17

Job 3,12 Waarom nam mijn moeder mij op schoot? Waarom voedde ze mij aan de borst? 13 Ik zou nu ongestoord in het graf liggen, dan zou ik slapen en rust hebben...

- De beproeving is te zwaar geweest voor Job; hij had nooit kunnen denken dat God zou toelaten dat een van zijn trouwste gelovigen zo zwaar beproefd zou worden. Deze worsteling van de gelovige mens met het 'probleem' of met het 'feit' van het lijdenn is niet enkel een oud-testamentsch gevecht.

- Jezus moet daar als mens ook mee geworsteld hebben: Vader, als het mogelijk is, laat deze lijdens-)kelk aan mij voorbijgaan. Maar zijn uiteindelijke houding ligt in het vertrouwen dat de Vader het lijden 'uiteindelijk' een zin kan en zal geven. Op dat moment kan Hij dan ook bidden: maar niet mijn wil, maar uw wil geschiede'.

- In depressie kunnen we soms gewoon bij  zulke winning-woorden blijven: 'Vader, ondanks alles blijf ik me aan U toevertrouwen... Ik weet dat U me blijft dragen. Ondanks alles geloof ik dit.'

 

18

1Tess.1, 3 Onophoudelijk gedenken wij ten overstaan van onze God en Vader uw krachtdadig geloof, uw onvermoeibare liefde en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus.

- Ons geloof moet metterdaad beleefd worden; in vers 9 blijkt dat te zijn: ons van de afgoden (...) afkeren om de levende en waarachtige God te dienen. Ons leven dus afstemmen op Hem en het niet in dienst stellen of laten vullen door egocentrisme, teevee, drugd, geld, alles direct moeten hebben...

- onvermoeibare liefde: vers 12 "moge de Heer uw liefde voor elkaar en voor allen steeds groter maken, even groot als onze liefde voor u"

- Standvastige hoop op onze  Heer Jezus Christus: vers 10 "... om uit de hemel zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de dood heeft opgewekt: Jezus, die ons redt van de komende toorn". Het anker van ons vertrouwen is de liefde die God ons in Jezus heeft betoond, de Geliefde die zijn leven voor ons heeft ingezet... "Ik geef mijn leven voor de schapen..."

 

19

Gen.18,3-5`Indien ik genade heb gevonden in uw ogen, mijn heer, ga dan niet aan uw dienaar voorbij. 4 Ik zal water laten halen; was uw voeten en rust hier onder de boom. 5 Nu u bij uw dienaar bent zal ik een stuk brood voor u halen om u te sterken voor uw verdere reis.' Ze zeiden: `Doe dat. Heel graag.'

-  De (Oosterse of menselijke) gastvrijheid van Abram is prachtig. Hoe attent zijn wij wanneer God bij ons op bezoek komt, in de stilte van het gebed, in de Eucharistieviering, in de nood van medemensen… ? En God, die ons niet nodig heeft en die aan de oorsprong staat van ons bestaan, Hij zegt ons: Doe dat maar, dank u.   Wat heeft God een gevoelig hart. Je ziet het ook bij Jezus wanneer de zondares zijn voeten heeft gewassen. “Vrouw, ook ik veroordeel u niet. Ga heen, maar zondig voortaan niet meer” of, zoals in het evangelie van Johannes waar Jezus die goede daad wil blijven vermeld zien in het ‘blijde nieuws’ (evangelieverkondiging).  Heeft Hij reden om ons te danken voor onze gastvrijheid, vriendelijkheid, tijd voor gebed en lofprijzing…?

 

20

Kol.2,12 In de doop bent u met Hem begraven, maar ook met Hem verrezen, door uw geloof in de kracht van God, die Hem uit de doden liet opstaan.

- Gedoopt worden is inderdaad je erkennen als mens. Dat wezentje, geboren uit man en vrouw, broos en breekbaar, wat drukte makend gedurende enige jaren, maar geroepen om weer in alle broosheid ‘de weg te gaan van alle vlees’. Gedoopt worden is gelovig aanvaarden dat God ons gewild heeft, dat Hij onze oorsprong en onze bestemming is, dat Hij ons uit  zonde en dood trekt, over de grenzen van onze mogelijkheden heen. Die weg is ons mogelijk gemaakt door Jezus’ totale gegevenheid aan God. Dit ligt verwoord in de oude woorden: Hij heeft de poorten van de onderwereld verbrijzeld en nieuw leven laten aanlichten…

21

Filipp.1,3 Ik dank mijn God iedere keer als ik aan u denk; 4 en telkens wanneer ik voor u allen bid, doe ik het met blijdschap, 5 vanwege uw aandeel in de verbreiding van het evangelie van de eerste dag af tot nu toe. 6 Van één ding ben ik zeker: hij die dit goede werk door u begonnen is, zal het ook tot een goed einde brengen op de dag van Christus Jezus.

- Een goede herder bidt voor zijn kudde, voor de mensen die aan hem zijn toevertrouwd: ouders bidden voor hun kinderen, man en vrouw bidden voor elkaar, wij bidden voor onze vrienden en collega’s, voor onze buurt en onze parochie…

- Paulus verwacht dat ook wij het geloof verbreiden (verspreiden, getuigen) door onze manier van leven en door onze woorden (die we maar rechtzinnig kunnen spreken als ze in ons leven, als ze ons voortdurend bezielen en drijven)..

- En er is ook een diep vertrouwen in ons. We zijn maar zwakke mensen, maar wij trachten elke dag opnieuw ons best te doen.  Van één ding ben ik zeker: hij die dit goede werk door u begonnen is, zal het ook tot een goed einde brengen op de dag dat Jezus terugkomt in heerlijkheid.

22

Amos 4,6 `Ik, Ik heb jullie schone tanden gegeven in al jullie steden, gebrek aan brood in al jullie woonplaatsen, maar jullie hebben je niet tot Mij bekeerd', !!- godsspraak van de HEER.

- Ze hadden geen tandenborstel nodig omdat ze niets te eten hadden. Voor de profeet zouden zulke rampen de mensen moeten doen nadenken of ze  niet van levenswijze moesten veranderen, zich bekeren en nauwkeuriger gaan leven met God en volgens zijn aanwijzingen.

Hoe reageer ik op alles wat zich voordoet in de wereld? Beschouw ik dat af en toe ook als een vingerwijzing en een kans tot bekering?

 

23

Hebr.2,12 Ik zal uw naam verkondigen aan mijn broeders en uw lof zingen midden in de gemeente.

- Wij voelen ons maar nuttig wanneer we iets 'doen', iets wat in de ogen van de wereld als nuttig voorkomt, het mag desnoods iets zijn in de zachte sector van het dienstbetoon of verzorging.

- Gods Naam verkondigen, zijn lof verkondigen lijkt ons voorbehouden aan monniken of hun opvolgers. Over God spreken en meedelen wat Hij voor ons deed is nochtans een basisopdracht binnen onze relatie  met God. Ik wil daar vandaag we’ll eens af en toe aan denken... Er iets aan den.

24

Hos.11,4 Met zachte leidsels heb Ik hen gemend, met teugels van liefde. Ik was voor hen als degenen die het juk optillen wanneer het tegen de kaken drukt. Ik gaf hem zijn voedsel.

- De zorg en tederheid van God voor de mens blijft louter denkbeeldig tenzij we gaan zien wat een grenzeloos geduld Hij met ons gehad heeft en hoe Hij ons leidt met liefde en zachtheid... Het loont de moeite daar vandaag eens over na te denken en onze dankbaarheid uit  te spreken.

 

25

2Sam.19:5 De koning had zijn gezicht bedekt en riep luidkeels: `Mijn zoon Absalom, Absalom mijn zoon, mijn zoon!'

- Wij zijn wel zo politiek alert dat we ons afvragen of de smart van David over de dood van zijn (opstandige) zoon Absalom wel oprecht is en niet geveinsd om de sympathie van de Israëlieten te winnen.  Zijn we dan zo misvormd? Zijn we dan zo wantrouwig? Is het dan zo slecht gesteld met de menselijke verhoudingen in onze moderne maatschappij? Of zijn we door politiekers zo vaak bedrogen en zijn we daarom zo op onze qui-vive?

- De mensen hadden respect voor het verdriet van David, die, ondanks alles wat Absalom tegen hem ondernomen had, toch gereed was tot ‘vergeven en vergeten’’ en tot het laten spreken van zijn vaderhart.

- Schrijven wij mensen niet iets te vroeg af wanneer ze ons ontgoocheld hebben?

 

26

Mc.10,4 Ze zeiden: `Mozes heeft toegestaan een scheidingsakte te schrijven en haar dan te verstoten.' 5 Daarop zei Jezus hun: `Omdat u verstokt van hart bent, heeft Mozes u dat voorgeschreven.

- In het begin, in het plan van God lag de bedoeling blijkbaar anders: man en vrouw gaan een ernstig verbond aan, 'ze worden één vlees'. Daar maak je geen einde aan door een simpele scheidingsakte. Is het huwelijksengagement in onze tijd ook niet al te vaak een simpele handtekening op de burgerlijke stand? Ziet men het huwelijksengagement voldoende als een opgave en niet als een bereikte limiet? Aan een huwelijk, aan huwelijksliefde en huwelijkstrouw moet elke dag gebouwd worden. Geeft men het niet te vlug op? Gaan christenen voldoende met God op weg… ook in het huwelijk? Haalt men Hem er voldoende bij? Vertrouwt men Hem voldoende hun gezamenlijk op weg gaan toe?

 

27

Num.11,5 Wij hebben heimwee naar de vis die wij in Egypte voor niets te eten kregen, naar de komkommers en de meloenen, naar de prei, de uien en het knoflook. 6 Wij drogen uit! Er is niets! Wij krijgen alleen maar manna te zien.'

- Liefde gaat vaak langs de maag. Dit gezegde dat blijkbaar naar de man verwijst die de kookkunst van zijn vrouw erg op prijs stelt mag er best zijn maar is toch wat kleinerend voor de liefde tussen man en vrouw. De liefde van sommige gelovigen voor God hangt vaak ook af van het feit of het hun goed gaat of niet (in de zaken, in hun relaties, in hun persoonlijk leven). God dient om er voor te zorgen dat hun alles goed gaat. En als het tegen gaat klinkt het: “Waarom laat God dat toe? Waarom moet mij (juist mij) dat (juist dat) overkomen?” Blijf ik van God houden ook als het eens tegengaat? Blijf ik mijn vertrouwen in Hem uitspreken. Wij moeten leren aandacht krijgen voor alles wat ons nog wčl geschonken is. Is het slechts manna? Okay, we blijven er toch mee in leven. Laten we God er voor danken!

 

28

Jac.3,5 Ook de tong is maar een klein deel van ons lichaam, toch slaat zij een hoge toon aan. Bedenk hoe weinig vuur er nodig is om een groot bos in brand te steken.

- Wij staan zo vlug gereed met onze kritiek op mensen. Ze hebben nog maar hun rug gekeerd en we zijn al over hen bezig. En niet steeds op positieve wijze. En over de verantwoordelijken (in de politiek, in onze vereniging, onze parochie, ons bisdom…). En, gezegd is gezegd en de woorden gaan hun weg als een lopend vuurtje… Laten we toch maar eens aan God vragen dat zijn Geest ons denken en onze woorden zou begeleiden en “dat de woorden van onze mond en de gedachten van ons hart Hem altijd aangenaam zijn” (Psalm 19,15).

 

29

1Tim.2,13 En daarom danken wij God dan ook zonder ophouden, omdat u het woord van God, dat u van ons te horen kreeg, hebt ontvangen en het hebt aanvaard; niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het woord van God zelf, dat ook werkzaam blijft in u die gelooft.

- God heeft gesproken doorheen profeten en leraars en doorheen de woorden en daden van onze Heer en Heiland Jezus Christus. In de Schrift liggen die woorden van leven die ook vandaag werkzaam zijn als Gods Geest de kans krijgt om tot ons hart te spreken. Gods woord heeft ook vandaag nog kracht en kan volop werkzaam zijn in hen die geloven. Heilige geest, maak mijn hart begerig naar en ontvankelijk voor Gods woord, maak mijn wil volgzaam opdat Gods woord vrucht kan dragen in mijn leven zodat mijn leven U behagen kan en vruchtbaar is voor velen.