+ + + EUCHARISTIE + + +

1. Gods liefdegave in het sacrament van de Eucharistie        Ben Van Vossel cssr
2. Een protestant ontmoet Maria en de Eucharistie 

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKENTHUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - MORAALHAHAHA - BOEKEN - MARIA - CHRISTELIJKE VORMING - ZENDING - KERK en GELOOF - CHRISTEN in de WERELD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENISUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -   GRIEKSE KERK BAGDAD -  WETENSCHAP - JEZUS (Isa al Masih) - GEBED - SOCIALE INZET - EVANGELIE-LEZING

GODS LIEFDEGAVE IN HET SACRAMENT VAN DE EUCHARISTIE

Ben Van Vossel cssr

  Woord vooraf

* Geen uiteenzetting, wel een korte bezinning over een aantal aspecten
* Johannes en zijn catechumenen

1. Een kleine handreiking om de sprong in het geloof te wagen

1.1. Johannes en zijn christenen vieren Eucharistie

1.2. Twee stapstenen in het water van het geloof (Joh. 6,5-25)

 

2. Jezus, het brood voor het leven van de wereld

 

3. Lijden - dood - verrijzenis

3.1. Toen zijn uur gekomen was

3.2. Het bloed van het Verbond

 

4. De maaltijd

4.1. “Ik zal maaltijd met hem houden”.

4.1.1. Van hart tot hart

4.1.2. Jezus, de bedelaar van de liefde

4.2. Aan tafel met elkaar, ‘Sjalom’

4.2.1. Zorg voor Jezus’ lichaam

4.2.2. Vrede zij u

4.3 Het feestmaal van God

 

5. De voetwassing

6 Het gebod van de naastenliefde: ‘Ga en doe gij evenzo’.

7 Pasen

Overige documentatie:

Jezus’ aanwezigheid in katholieke kerken

Mogelijke homilie tijdens de Eucharistie

Bijbelteksten


Inleiding: geen uiteenzetting, wel een korte bezinning over een aantal aspecten

Het zijn twee bijzondere dagen voor de kerkgemeenschap van de Voskenslaan, omdat we - langs het bezoek van de relikwieën van Margareta-Maria om - geconfronteerd worden met de onbegrensde liefde van het hart van Jezus. Anderzijds heeft deze religieuze de bijzondere genade van de openbaring van het Hart van de Heer mogen ontvangen langsheen de eucharistische aanbidding. Daarom krijgt deze aanbidding deze dagen ook zoveel aandacht.

De Eucharistie. Ze heeft zoveel aspecten, ze is al zo oud, heeft zoveel vormen aangenomen en heeft zoveel zaken in haar zog tot ontwikkeling zien komen - en ook  wel zien verdwijnen, denk aan het dagelijks lof of de zegen met het heilig sacrament op de parochies…

Ik zou kunnen spreken over de geschiedenis, de structuur, de gezindheid waarmee je eraan kan deelnemen. Ik ga dus niet alles behandelen, ik ga niet spreken over de structuur van de Eucharistieviering, over de verschillende onderdelen, over de betekenis van de schuldbelijdenis en het Heer, ontferm U (een overblijfsel van een langere litanie), over de woorddienst en de wijze waarop het woord van God de gelovige gemeenschap opbouwt en hoe we met het woord van God op weg zouden moeten gaan, over homilie, de geloofsbelijdenis en voorbeden, de spiritualiteit van het aanbieden van de gaven, de structuur van prefatie en het Eucharistisch gebed, ook niet over de betekenis van de Eucharistische aanbidding, die soms wel gebeurt los van de Eucharistieviering, maar er toch altijd sterk mee verbonden is.

Ik wil gewoon een korte bezinning houden en wellicht komen dan toch een paar belangrijke aspecten van de Eucharistieviering naar voor.

1 Johannes en zijn catechumenen

Johannes heeft in zijn evangelie als enige evangelist geen instellingsverhaal, geen relaas van wat Jezus deed tijdens het laatste avondmaal met betrekking op die maaltijd zelf, het breken van het brood en het doorgeven van de beker. Hij spreekt daar bijvoorbeeld wel over de voetwassing en het gebod van de liefde.

Maar in zijn 6de hoofdstuk laat hij Jezus preken dat zijn lichaam voedsel is voor het leven van de wereld, en dat mijn zijn lichaam moet eten om eeuwig te leven… Dat zijn minstens eigenaardige woorden. Ik wil er even bij stilstaan. Wat Jezus daar zeker wil zeggen is dat Hij aan de mensen het echte leven komt brengen, en dat men Hem in zijn leven moet toelaten om het echte, het eeuwige leven te vinden: verlossing uit een leven zonder zin en zonder uitzicht op Gods genade. In Hem worden wij herschapen, krijgen we nieuw leven, worden we aanvaard door God, krijgen we kracht om het kwaad te weerstaan en volgens Gods verlangen te leven… Maar naargelang Jezus verder spreek gaan zijn woorden precies over nog iets anders. Hoe kan je anders die woorden verstaan, waar Hij het zelfs heeft over het kauwen van zijn lichaam… Wellicht geeft Johannes ons hier ook zijn visie op de Eucharistie. Het gaat niet enkel om een symbolische daad, maar om een reële ontmoeting met Hem in het teken van een maaltijd. Johannes heeft er lang over kunnen nadenken. Hij heeft bij zijn christenen ook mensen ontmoet die dat toch allemaal niet zomaar konden geloven. Daarom kleedt Hij zijn catechese over de Eucharistie zo uitzonderlijk goed in.

- Het wonder van het wandelen over het water

- De broodvermenigvuldiging

- Jezus binnenlaten in je leven.

De twee eerste dienen om je te helpen geloven dat Jezus echt zijn lichaam en bloed meedeelt

Het derde dient om de ware betekenis van de Eucharistie duidelijk te stellen: Jezus echt binnenlaten in je leven, niet gewoon een geconsacreerd stukje brood ontvangen of even een gevoelige vrome ontmoeting met Hem.

Als je dit dan nog verder wil aanvullen met het feit dat Eucharistie haar volle betekenis heeft wanner ze gevierd wordt binnen en in relatie met de kerkgemeenschap (aspect maaltijd)

en rekening houdt met.wat Johannes verhaalt over de voetwassing (dienst) en de oproep van de naastenliefde (cf. aspect maaltijd) … dan ben je wel op heel goede weg.

En als je daarbij bedenkt dat Jezus na dat laatste avondmaal zijn lijdenswerk ging voltrekken dat uitliep op kruis en graf maar openbloeide in de vreugde van Pasen, dan heb je het voornaamste wel begrepen van de Eucharistie.  Laten wij nu een en ander wat van naderbij bekijken.

1. Een kleine handreiking om de sprong in het geloof te wagen

1.1. Johannes en zijn christenen vieren Eucharistie

De apostel Johannes heeft volgens de overlevering een hoge leeftijd bereikt en zou tot het einde van eerste eeuw, zelfs tot begin tweede eeuw hebben geleefd. Waarschijnlijk is zijn evangelie ook wel door iemand anders, zelfs een andere Johannes minstens aangevuld. Toch getuigt het evangelie echt van Joodse komend  vanuit het Jodendom of het heidendom, zich toch wel ernstige vragen stelden rond de wekelijkse samenkomst van de christenen op de dag van de verrijzenis van de Heer, de zondag, om te doen wat Hij hen had opgedragen: Doe dit om Mij te gedenken, namelijk die rite van het laatste Avondmaal, die vrij vlug een aanvullend - of zelfs essentieel - deel was geworden van hun aanvankelijk samenkomen als Joodse gelovigen, nl. tijdens een viering met lezingen, psalmgezangen en gebeden, zoals ze dat kenden vanuit hun synagogen, hun Joodse gebedshuizen die over heel het Joodse land, en ook in de Joodse wijken het buitenland plaats vonden. De christenen namen aanvankelijk dat stramien over, hechten er een maaltijd aan vast en in de loop van die maaltijd - die agapè of liefdemaal zoals ze genoemd werd - braken ze het brood en deelden ze de beker onder dankzegging, zoals Jezus het tijdens het laatste Avondmaal had gedaan. Zij herhaalden daarbij de woorden: Neem en eet, dit is mijn Lichaam, neem en drink, dit is mijn bloed.

Die woorden zijn vlug uitgesproken, maar wat betekenen die? Is het zo dat Jezus ons zijn lichaam en zijn bloed geeft als spijs en drank. Dat is toch ongelooflijk.

1.2. Twee stapstenen in het water van het geloof (Joh. 6,5-25)

Johannes gaat zijn christenen wat helpen en Hij verhaalt hen twee zaken:

1° De wonderbare broodvermenigvuldiging, waar mee hij wou duidelijk maken en er nogmaals op wijzen dat Jezus voedsel kon geven aan zeer velen. Als we in het Johannesevangelie lezen zien we dat Jezus ook iets heel anders op het oog had dan de mensen even te verbluffen: Hij wou gewoon een teken stellen, een teken van wat Hij echt voor de mensen wilde zijn: “14 Toen de mensen het teken zagen dat Hij gedaan had, zeiden ze: 'Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen. ' Daar Jezus begreep, dat zij zich van Hem meester wilden maken om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen, trok Hij zich weer in het gebergte terug, geheel alleen.”

2° Na die broodvermenigvuldiging verhaalt Johannes hoe Jezus over het meer wandelt. Ook dit was weer een teken en de mensen stellen er zich terecht vragen bij: “JOH.6,25 Zij vonden Hem aan de overkant van het meer en zeiden: 'Rabbi, wanneer bent U hier gekomen? '” Met dat verhaal hier te plaatse, wilde Johannes er de aandacht op trekken dat Jezus lichaam op dat ogenblik onttrokken was aan de gewone natuurwetten; a fortiori zal dat het geval zijn na zijn verrijzenis voor zijn verheerlijkt lichaam.

Twee zaken heeft Johannes daarmee gezegd om het geloof in de Eucharistie wat gemakkelijker te maken: Primo: Jezus lichaam is - zeker nu - niet meer onderworpen aan de gewone natuurwetten. Zo kan Hij bijvoorbeeld aanwezig zijn als gelovigen deelnemen aan de heilige maaltijd.

Secundo: Hij kan voedsel geven aan ontelbare mensen.

2. Jezus, het brood voor het leven van de wereld

JOH.6,32 Jezus hernam: 'Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel; het echte brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven; JOH.6,33 want het brood van God daalt uit de hemel neer en geeft leven aan de wereld. ' JOH.6,34 Zij zeiden tot Hem: 'Heer, geef ons altijd dat brood. ' JOH.6,35 Jezus sprak tot hen: 'Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen.

Wat de Vader aan de mensen geeft is niet gewoon wat manna, wat voedsel voor hun fysieke bestaan, er is ook nog het echte brood: het brood van God daalt uit de hemel neer en geeft leven aan de wereld. Dan blijft waarom ze Jezus achterna zijn gekomen: “Heer, geef ons altijd dat brood”. Maar Jezus laat zich niet vangen en openbaart hun wie Hij is, geen leverancier van goedkoop of gratis voedsel:  Vers 35 Jezus sprak tot hen: “Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen”.

Dit gaat niet direct over de Eucharistie, het gaat over geloof in Jezus. Maar dit staat niet los van de Eucharistie, het is zelfs een voorwaarde om de Eucharistie in waarheid en op een vruchtbare wijze te vieren en te ontvangen. Je moet in Jezus geloven. Je moet in oprechtheid aannemen dat Hij door de Vader gezonden is om leven te geven aan de mensheid. Maar geloven is méér dan enkel dat als waarheid aannemen, als een soort overtuiging, het is ook Jezus als Gezondene-van-de-Vader aanvaarden en dus je leven op Hem bouwen. Dan pas ben je in waarheid echt christen. Dat betekent dat we meestal christen aan het worden zijn in plaats van dat we het al zouden zijn.

In ieder geval, als je dan Eucharistie viert of communiceert zou je hart moeten overslaan van vreugde omdat je Hem gaat ontmoeten die voor jou je leven zinvol maakt, waardevol in Gods ogen, Hij die voor jou alles heeft gedaan om je redding mogelijk te maken. “Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen”.

Zoals ik hierboven al zegde: Communiceren is niet gewoon een geconsacreerd stukje brood ontvangen of even een gevoelige vrome ontmoeting met Hem, maar Jezus echt binnenlaten in je leven.

Laten we nu een stapje verder gaan in onze beschouwing van de Eucharistie.

3. Lijden - dood - verrijzenis

3.1. Toen zijn uur gekomen was

Ik ga zo dadelijk iets zeggen over het laatste avondmaal als gebeuren, over de voetwassing en over het gebod van de naastenliefde. Maar ik wil toch eens een aspect van de Eucharistieviering aanraken dat vaak vergeten werd na het Tweede Vaticaans Concilie maar dat essentieel is. Ik wil het met name hebben over het “offerkarakter” van de Eucharistie en de nauwe verbondenheid met de verrijzenis van onze Heer.

JOH.13,1 Het paasfeest was op handen. Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was om uit deze wereld over te gaan naar de Vader en die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe. JOH.13,2 Het avondmaal was begonnen. De duivel had reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan ingegeven om Hem over te leveren. JOH.13,3 In het bewustzijn dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde …

3.2. Het bloed van het Verbond

Verbond is een typisch woord in de Bijbel. Vorige zondag mochten we in de Eucharistie nog horen hoe God een verbond sluit met Abraham, op de toen traditionele manier: er werden dieren geslacht, die men dan in twee helften verdeelde; men ging tussen de helften door terwijl men zei:  “Dit mag met Mij gebeuren als Ik mijn verbonds-eis niet inlos, als ik ontrouw wordt aan mijn belofte”.

Tijdens de instelling van de Eucharistie - althans in de synoptische evangelies (in de 1ste Korinthiërsbrief) is er ook spraak van het bloed van het verbond. Zo bijvoorbeeld in het evangelie volgens Mattheüs:

“MT.26,27 Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe met de woorden: 'Drinkt allen hieruit. MT.26,28 Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.”

In onze plaats zegt Hij aan de Vader: Ik sta er met mijn leven borg voor. En Hij toont het ook. Dit is het bloed van het nieuwe, altijddurende verbond. Dit is mijn bloed dat voor u en voor de velen vergoten wordt, tot vergeving van de zonden. Jezus neemt hier onze schuld op zich: wij waren ontrouw aan het Verbond en Jezus maakt het goed. Is dat duidelijk. We mogen dit niet vergeten, want enkel in Hem hebben wij toegang tot de Vader. Hij zegt het dan ook zelf: “Blijf dit doen om Mij te gedenken”!

“1KOR.11,26 Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.”

Het kruis is een vreselijk marteltuig, maar voor ons, christenen, is het het teken van Jezus liefde tot het uiterste, het is ons anker, onze zekerheid, onze tros die ons blijvend verbindt met Gods liefdevolle barmhartigheid, zijn genadige ontferming. “HEBR.4,16 Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp.”

Jezus heeft zich met zijn leven borg gesteld voor mij en voor u. Dat was zeer onvoorzichtig van Hem, of liever, het getuigt van zijn ongeëvenaarde liefde voor ieder van ons. Temeer omdat Hij voor wildvreemden en voor afgedwaalden dit heeft over gehad.

“ROM.5,6 Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren. ROM.5,7 Niet licht zal iemand zijn leven geven voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens. ROM.5,8 God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren. ROM.5,9 Des te zekerder zullen wij, nu wij eenmaal gerechtvaardigd zijn door zijn bloed, dank zij Hem ontkomen aan de toorn.”

Jezus is dan ook de zichtbaar geworden liefde van God voor ons:

“JES.49,14 Sion zei: `Jahwe heeft mij verlaten, de Heer heeft mij vergeten.' JES.49,15 Zal een vrouw haar zuigeling vergeten, een liefhebbende moeder het kind van haar schoot? En zelfs als die het zouden vergeten, Ik vergeet u nooit! JES.49,16 Zie, in mijn handpalmen heb Ik u geschreven, en uw muren staan Mij voortdurend voor ogen.”

Als we bij de consecratie de woorden horen: “Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt. Dit is mijn bloed dat voor u en voor de velen wordt vergoten tot vergeving van de zonden”, laat ons dan toch goed beseffen tot welke prijs Jezus bereid was om zijn liefde voor ons te geven, laat ons denken aan de woorden uit Joh. 3,10 waarin Gods liefde voor de wereld wordt uitgedrukt:

“JOH.3,14 En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, JOH.3,15 opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. JOH.3,16 Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben”

of in Rom 8,32:

Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? ROM.8,32 Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken?

4. De maaltijd

4.1. “Ik zal maaltijd met hem houden”.

4.1.1. Van hart tot hart
Als we Eucharistie vieren en deelnemen aan de heilige maaltijd, dan kunnen we niet anders dan terugdenken aan het woord van Jezus zoals Johannes het Hem in de mond legt in het boek van de Openbaring 3,20 “Ik sta voor de deur en Ik klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.”

Moderne mensen weten nog nauwelijks wat het betekent “maaltijd houden”. In de Bijbelse kontekst betekent het echt levensgemeenschap, je aan de andere toevertrouwen, vriendschapsmaal… Als je Mij jouw leven binnenlaat, als je ruimte schept voor Mij in je leven, zal ik bij jou binnentreden, in jouw huis, in jouw leven en zal ik met jou omgaan op basis van innige vriendschap. Dit beeld wordt sterke realiteit wanneer we communiceren met geloof en liefde aan de maaltijd die Jezus voor zijn mensen bereid heeft.

Na de communie mogen wij dan ook van hart tot hart spreken met de Bruidegom van onze ziel.

Jezus, de bedelaar

4.1.2. Jezus, de bedelaar van de liefde
Onze Moeder, de heilige Kerk heeft dat zo mooi verwoord in de vroegere uitvaartliturgie waar ze zegde in het Dies irae, dies illa: “Quaerens me, sedisti lassus”. “Je was op zoek naar mij, terwijl je daar vermoeid bij de bron zat”.  Door zijn armoede -  hij heeft dorst en heeft geen emmer - kan Hij tot de Samaritaanse vrouw zeggen: “Vrouw, geef me te drinken”. Een Jood die zich vernedert tot een Samaritaan te spreken en dan nog tot een vrouw, in die tijd! Maar Jezus, de grote bedelaar, schrikt er niet voor terug zich te vernederen. Zijn dorst, dit wil zeggen: zijn verlangen om die Samaritaanse het echte geluk te doen kennen is zo groot, dat Hij zich vernedert… Maar spoedig zal Hij haar het levende water geven doordat ze haar Heiland, haar Redder leert kennen en zelfs van Hem gaat getuigen.

In de Eucharistie is Jezus ook die bedelaar die vraagt om Hem te onthalen, om Hem in ons op te nemen. Zo klein heeft Hij zich gemaakt dat Hij tot ons komt in dit schamele teken van wat brood en wijn. Nochtans is Hij die bedelaar die ons het kostbaarste geeft wat de wereld niet eens schenken kan: de ontmoeting met onze Heer en God in deze heilige maaltijd. Hij die we daar ontmoeten is Dezelfde die voor ons zijn leven heeft gegeven om ons te laten geboren worden tot het eeuwig heil.

4.2. Aan tafel met elkaar ‘Sjalom’

Eucharistie vieren is echter ook samen aan tafel zitten, rondom de Heer, samen aan Hem communiceren. Eucharistie vieren doe je niet alleen. Het is een officiële viering, de viering van het volk van God. Wij gaan ook samen aan tafel, de tafel van de Heer.

 “1KOR.10,15 Ik spreek toch tot verstandige mensen; vormt uw eigen oordeel over wat ik ga zeggen. 1KOR.10,16 Geeft niet de beker der zegening die wij zegenen, gemeenschap met het bloed van Christus? Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het lichaam van Christus? 1KOR.10,17 Omdat het brood een is, vormen wij allen tezamen een lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood.”

4.2.1. Zorg voor Jezus’ lichaam
Wij mogen heel aandachtig zijn voor de Heer tijdens de Eucharistie, maar de ogen helemaal sluiten voor de medemens is niet zo goed. Dat zal straks ook lijken uit het gebod van de naastenliefde. Samen vormen wij het Lichaam van Jezus. Ook over deze Jezusgemeenschap zou Jezus kunnen zeggen: “Dit is mijn Lichaam, draag er zorg voor, voel er je verantwoordelijk voor”.

Niet voor niets doet de kerk ons vlak voor de heilige maaltijd het Onze Vader bidden, met daarin de vraag aan de vader om vergiffenis te krijgen zoals wij vergiffenis schenken aan elkaar. En je kent allen dat sterke en veeleisende woord van Jezus, toen nog uitgesproken in Joodse context :

“MT.5,23 Als gij uw gave komt brengen naar het altaar en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft, MT.5,24 laat dan uw gave voor het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gave aan te bieden.”

4.2.2. Vrede zij u
Een tweede sterk teken van verbondenheid en positieve toegewendheid is de uitnodiging om elkaar de vrede van de Heer toe te wensen: “De vrede van de heer zij altijd met u”. Laten wij dat oprecht en heel bewust doen: “Vrede en alle goeds”. Sjalom in bijbelse zin was inderdaad de volheid van geluk elkaar toewensen, en hier mogen wij het doen in de gezindheid en de kracht van de verrezen Heer die zo zijn vrienden begroette na zijn verrijzenis. “De vrede van de Heer”!

4.3 Het feestmaal van God

In het Oude testament - en dat blijft ook vandaag nog geldig - (Jezus zei niet dat Hij het Oude kwam opheffen maar naar zijn voltooiing kwam brengen) daar wordt af en toe het beeld van de eindtijdelijke maaltijd gebruikt; zo o.m. in Jesaja :

“JES.25,6 Jahwe van de legerscharen richt op deze berg voor alle volken een feestmaal aan met uitgelezen gerechten, een feestmaal met belegen wijnen, verrukkelijke, uitgelezen gerechten, belegen, gelouterde wijnen. JES.25,7 Op deze berg verscheurt Hij de sluier die over alle volken ligt, de floers die alle naties bedekt. JES.25,8 Jahwe de Heer vernietigd de dood voor altijd, Hij veegt de tranen van alle gezichten, op heel de aarde wist Hij de smaad van zijn volk uit: Jahwe heeft het gezegd!”

Dit toekomstbeeld mogen wij nu reeds in mysterie vieren in de heilige Eucharistie: de eenheid tussen mensen van allerlei slag, de eenheid tussen volkeren die allen samen aanzitten aan de tafel van de Heer. Op ieder moment wordt ergens ter wereld Eucharistie gevierd en mogen wij ons betrokken en in eenheid voelen met die broers en zussen, van welk ras dan ook. Onze relatie met de heer en onze ontmoeting met Hem maken ons ook één met elkaar als zussen en broers in Hem, onze Heer en ons Broer.

5. De voetwassing

De gezindheid waarmee we samen aan tafel zitten, en waarmee we met elkaar omgaan moet geïnspireerd zijn door het grote gebod van de naastenliefde dat Jezus gaf op het laatste avondmaal, en tevens door het sterke teken dat Hij ons gaf in de voetwassing tijdens dat Paasmaal.

JOH.13,2 Het avondmaal was begonnen. De duivel had reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan ingegeven om Hem over te leveren. JOH.13,3 In het bewustzijn dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde, JOH.13,4 stond hij van tafel op, legde zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee. JOH.13,5 Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van de leerlingen te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen.

Een belangrijk woord hier is vers 3: “In het bewustzijn dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde”. Ik zou dat zo vertalen: “Goed bewust dat Hij  de Gezondene van de Vader was en dat Hij nu door God weer glansrijk onthaald zou worden”, of nog duidelijker gezegd: zich welbewust van zijn verheven waardigheid neemt Jezus hier een slavendienst op zich.

Petrus snapt er niets van en in zijn naïviteit wil hij zich aanvankelijk niet door Jezus laten wassen. Jezus insisteert: omwille van hun zicht op Jezus: zij moeten overduidelijk weten en ervaren dat Hij gekomen is als dienaar, om helemaal ten dienste te zijn van de mensen, en ten tweede opdat de apostelen, als ze Jezus zo zien rondkruipen en Hem hun voeten voelen wassen, dat ze zelf ook van hun tronen moeten komen om die dienst aan elkaar en aan hun medemensen te bewijzen.

Heeft dit iets te maken met de Eucharistie? We vieren in de Eucharistie Jezus’ gegevenheid tot het uiterste, hoe Hij leeggebloed op het kruis ons heil verwezenlijkt. En hier in de voetwassing zien en voelen we weer die zelfgave tot het uiterste, die ‘liefde tot het uiterste’ waarover Johannes spreekt. En dan begrijpen we beter Jezus’ woorden: “Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat gij zoudt doen zoals Ik u heb gedaan”. Het is een refrein van wat andere evangelisten zeggen op het einde van het Instellingsverhaal van de Eucharistie: “Blijf dit doen om mij te gedenken”.

6 Het gebod van de naastenliefde: ‘Ga en doe gij evenzo’.

Totale gave: “Zoals Ik u heb liefgehad” relatie met het Offer, zorg voor de totale mens, ook voor zijn geestelijke dimensie in de evangelisatie.

“JOH.13,34 Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. JOH.13,35 Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.”

Hoe heeft Jezus ons liefgehad? Door zijn leven te geven. Dat is niet enkel dat moment van zijn dood, niet enkel het ondergaan van die hevige martelingen en kruisiging, maar een hele leven, gegeven voor ons geluk.

Tijdens het laatste avondmaal krijgen we dat te horen. En elke Eucharistie worden wij opnieuw geconfronteerd met die gezindheid van Jezus: zijn liefde tot het uiterste, zoals het in een van de Een van de uitdrukkingswijzen van de naastenliefde is het broederlijk delen. Eigenlijk zou het feit dat Jezus ons hier zichzelf geeft automatisch moeten brengen tot het delen van ons leven met de anderen; het delen van ons leven in de dienstbaarheid en de zinzet, maar minstens in het delen van ons bezit, een stuk van onze tijd en energie voor het geluk van anderen. Zoals Ik me heb laten breken, zo moet je ook jezelf breken voor de anderen.

Een andere de uitdrukkingswijze van de naastenliefde is de voorbede voor de noden van de kerk en de wereld, de mensen, hun materiële, affectieve en geestelijke nood.

7 Pasen

Pasen is de passage, de doortocht van Jezus van lijden en dood naar de verrijzenis. Wij mogen dat vieren in het doopsel: onze overgang van een bestaan zonder openheid naar het licht van een leven met God, een leven van aanvaarding door God.

In de Eucharistie vieren wij de het lijden en de dood van Jezus, maar ook zijn verrijzenis. Wij komen niet samen rond een dode, maar rond een levende. Wij eten niet van een lijk, zoals in de aanvangstijd sommige heidenen in hun spotschriften aan de christenen verweten. Wij communiceren, wij treden in relatie met de levende Heer. Wij ontvangen Hem echt, de Levende. Hij wil ons voedsel zijn, Hij wil onze kracht zijn. Door de kracht van de heilige Geest, die aanroepen wordt voor de consecratie worden brood en wijn lichaam en bloed van Christus, dat wil zeggen, worden daadwerkelijk teken van zijn aanwezigheid. Door de kracht van de heilige geest, die aanroepen wordt na de consecratie wordt de aanwezig Jezusgemeenschap tot Lichaam van Christus, gezonden door de Heer om Hem aanwezig te stellen tussen de mensen van vandaag.

Dat is tenslotte ook de betekenis van de korte zending op het einde van de Eucharistieviering: je wordt gezonden om in de wereld van Jezus te getuigen, van Gods liefde te getuigen in woord en door je leven, je inzet, je vreugde, je vertrouwen en dienstbaarheid.

Jezus’ aanwezigheid in katholieke kerken

Jezus Christus woont vandaag even zeker in onze tabernakels als Hij in Nazareth woonde, en in precies dezelfde menselijke natuur. En Hij woont daar, overal, met het uitgesproken doel om zichzelf toegankelijk te maken voor al degenen die Hem inwendig kennen en verlangend zijn om Hem nog volkomener te leren kennen.

Deze tegenwoordigheid is datgene wat het verbazingwekkende verschil in atmosfeer teweeg brengt tussen de katholieke en alle andere kerkgebouwen, een verschil dat zelfs door niet-katholieken erkend wordt.  Het is zo opvallend, dat duizend uitleggingen geopperd moeten worden om het te verklaren.  Het is de suggestieve indruk van dat ene lampje dat daar brandt! Het is het ongemene artistieke talent waarmee de kerken zijn ingericht! Het is de geur van oude wierook! Het is van alles en nog wat, behalve datgene wat wij katholieken weten dat het is: de werkelijke lichamelijke tegenwoordigheid van de Schoonste der mensenkinderen, die zijn vrienden tot zich trekt! (Benson)

Als gelovig volk, als Jezusgemeenschap, komen we samen om God te loven en te verheerlijken. En de mooiste lofprijzing geschiedt in de Eucharistie waar we samenzijn rond Jezus en ons verenigen met Hem: zo trekken we Gods zegen aan over ons en de hele wereld. Dit is de heilige berg, hier zegt de Vader, dit is mijn welbeminde Zoon. Als er in de katholieke kerken een “godslamp” brandt, dan gaat het niet om dat rode lichtje, maar om de heilige reserve, het brood dat over is van de Eucharistieviering waarin Jezus ons zo nabij komt. Daarom is het goed van naast Gods algemene aanwezigheid in het midden van zijn gelovige gemeenschap, Hem ook te vereren in het heilige Brood, waarover Jezus’ woorden zijn uitgesproken: Dit is mijn Lichaam. (bvv)

Mogelijke homilie tijdens de Eucharistie

De eerste lezing uit de liturgie van de derde zondag van de Veertigdagentijd (C) spreekt ons over het gemor van de Israëlieten in de woestijn en de zorg van God voor zijn volk: er vloeit water uit de rots. De tweede lezing toont ons God die ons met zich verzoent door Jezus Christus, onze Heer. Wij mogen dan ook vol vertrouwen dat God komen want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons geschonken werd. God heeft ons immers zijn liefde getoond in Jezus, die voor ons gestorven is toen wijzelf nog zondaars waren.

In het evangelie uit het vierde hoofdstuk van Johannes ontmoeten wij Jezus die ook dorst heeft, dorst om mensen te redden. Dat is de samenvatting van het lange evangelie over de Samaritaanse vrouw, met een hele levensgeschiedenis die stilaan leert zien dat Jezus de Messias, de Redder is, door God gezonden. Zij wordt zelfs een getuige van Jezus bij haar stadsgenoten.

Aan de leerlingen die bij hem komen zegt Jezus dat zijn voedsel erin bestaat de wil te doen van de Vader en zijn werk te volbrengen.
We willen vanavond naar Jezus kijken, wat Hij doet, wat Hij zegt daar aan die put van Jacob, maar ook wat Hij hier en nu doet en zegt:

Johannes schrijft: vermoeid van de tocht ging Jezus zomaar bij deze bron zitten. Het was rond het middaguur. Vermoeid, dorstig en in de blakke zon. En zoals de Samaritaanse vrouw zo dadelijk zal zeggen: Hij had nog niet eens een emmer om water te putten. Jezus, het Heil van de mensen, Hij van Wie wij alles te ontvangen hebben, zit daar als een sukkelaar van de dorst te vergaan bij die bron, in Samaritaans gebied.  Giovanni Papini, in zijn boek “Zo zie ik Christus” noemt Jezus de Arme, de koning van de armoede, de Heer van de volmaakte ellende. De bedelaar die aalmoezen uitdeelt. De naakte die naakten kleedt. De hongerige die voedsel uitdeelt. De wonderbare en bovennatuurlijke arme, die de gewaande rijken in armen en de armen in rijken verandert. Jezus, de arme, de bedelaar die anderen rijk maakt.

Onze Moeder, de heilige Kerk heeft dat zo mooi verwoord in de vroegere uitvaartliturgie waar ze zegde in het Dies irae, dies illa: “Quaerens me, sedisti lassus”. “Je was op zoek naar mij, terwijl je daar vermoeid bij de bron zat”.  Door zijn armoede -  hij heeft dorst en heeft geen emmer - kan Hij tot de Samaritaanse vrouw zeggen: “Vrouw, geef me te drinken”. Een Jood die zich vernedert tot een Samaritaan te spreken en dan nog tot een vrouw, in die tijd! Maar Jezus, de grote bedelaar, schrikt er niet voor terug zich te vernederen. Zijn dorst, dit wil zeggen: zijn verlangen om die Samaritaanse het echte geluk te doen kennen is zo groot, dat Hij zich vernedert… Maar spoedig zal Hij haar het levende water geven doordat ze haar Heiland, haar Redder leert kennen en zelfs van Hem gaat getuigen.

In de Eucharistie is Jezus ook die bedelaar die vraagt om Hem te onthalen, om Hem in ons op te nemen. Zo klein heeft Hij zich gemaakt dat Hij tot ons komt in dit schamele teken van wat brood en wijn. Nochtans is Hij die bedelaar die ons het kostbaarste geeft wat de wereld niet eens schenken kan: de ontmoeting met onze Heer en God in deze heilige maaltijd. Hij die we daar ontmoeten is Dezelfde die voor ons zijn leven heeft gegeven om ons te laten geboren worden tot het eeuwig heil.

“Ik sta aan de deur en Ik klop”

Vanuit de ontmoeting van de Heer in dit heilig sacrament gaan we beter begrijpen wat Jezus wou duidelijk maken aan Margaretha-Maria Alacoque: “Dit is het Hart dat de wereld zozeer heeft liefgehad en dat zo weinig dankbaarheid ontmoet” De ontmoeting met de Heer in dit teken van brood en wijn is het geëigend moment om ons te laten doordringen van zijn vindingrijke en onbegrensde liefde

(Deze 13de en 14de maart 2004 konden wij het H.Sacrament aanbidden ter gelegenheid van het bezoek van de relieken van Margareta Maria Alacoque aan onze kerk in de Voskenslaan.)

Bijbelteksten

JOH.6,54 Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. JOH.6,55 Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. JOH.6,56 Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. JOH.6,57 Zoals Ik door de Vader die leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij. JOH.6,58 Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen, die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.

1KOR.11,23 Zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam, 1KOR.11,24 en na gedankt te hebben, het brak en zeide: `Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.' 1KOR.11,25 Zo ook na de maaltijd de beker, met de woorden: `Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit, elke keer dat gij hem drinkt, tot mijn gedachtenis.' 1KOR.11,26 Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt. 1KOR.11,27 Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het lichaam en bloed des Heren.

MT.26,26 Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden: 'Neemt, eet; dit is mijn Lichaam.' MT.26,27 Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe met de woorden: 'Drinkt allen hieruit. MT.26,28 Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.

MK.14,22 Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun met de woorden: 'Neemt, dit is mijn Lichaam.' MK.14,23 Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe en zij dronken alles daaruit. MK.14,24 En Hij sprak tot hen: 'Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat vergoten wordt voor velen.

Lk.22,19 Daarop nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het en gaf het hun met de woorden: ' Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot een gedachtenis aan Mij. ' Lk.22,20 Evenzo gaf Hij de beker, na de maaltijd, terwijl Hij sprak: ' Deze beker is het Nieuwe Verbond in mijn Bloed, dat voor u wordt vergoten.