+ + + EUCHARISTIE + + +
1. Gods
liefdegave in het sacrament van de
Eucharistie Ben Van Vossel cssr
2. Een protestant ontmoet Maria en de
Eucharistie
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - MORAAL - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - CHRISTELIJKE VORMING - ZENDING - KERK en GELOOF - CHRISTEN in de WERELD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - WETENSCHAP - JEZUS (Isa al Masih) - GEBED - SOCIALE INZET - EVANGELIE-LEZING -
GODS
LIEFDEGAVE IN HET SACRAMENT VAN DE EUCHARISTIE
*
Geen uiteenzetting, wel een korte bezinning over een aantal aspecten
* Johannes en zijn catechumenen
1.
Een kleine handreiking om de sprong in het geloof te wagen
1.1.
Johannes en zijn christenen vieren Eucharistie
1.2.
Twee stapstenen in het water van het geloof (Joh. 6,5-25)
2.
Jezus, het brood voor het leven van de wereld
3.
Lijden - dood - verrijzenis
3.1.
Toen zijn uur gekomen was
3.2.
Het bloed van het Verbond
4.
De maaltijd
4.1.
“Ik zal maaltijd met hem houden”.
4.1.1.
Van hart tot hart
4.1.2.
Jezus, de bedelaar van de liefde
4.2.
Aan tafel met elkaar, ‘Sjalom’
4.2.1.
Zorg voor Jezus’ lichaam
4.2.2.
Vrede zij u
4.3
Het feestmaal van God
5.
De voetwassing
6
Het gebod van de naastenliefde: ‘Ga en doe gij evenzo’.
7
Pasen
Overige
documentatie:
Jezus’ aanwezigheid in
katholieke kerken
Mogelijke
homilie tijdens de Eucharistie
Bijbelteksten
Inleiding:
geen uiteenzetting, wel een korte bezinning over een aantal aspecten
Het
zijn twee bijzondere dagen voor de kerkgemeenschap van de Voskenslaan, omdat we
- langs het bezoek van de relikwieën van Margareta-Maria om - geconfronteerd
worden met de onbegrensde liefde van het hart van Jezus. Anderzijds heeft deze
religieuze de bijzondere genade van de openbaring van het Hart van de Heer mogen
ontvangen langsheen de eucharistische aanbidding. Daarom krijgt deze aanbidding
deze dagen ook zoveel aandacht.
De
Eucharistie. Ze heeft zoveel aspecten, ze is al zo oud, heeft zoveel vormen
aangenomen en heeft zoveel zaken in haar zog tot ontwikkeling zien komen - en
ook wel zien verdwijnen, denk aan
het dagelijks lof of de zegen met het heilig sacrament op de parochies…
Ik
zou kunnen spreken over de geschiedenis, de structuur, de gezindheid waarmee je
eraan kan deelnemen. Ik ga dus niet alles behandelen, ik ga niet spreken over de
structuur van de Eucharistieviering, over de verschillende onderdelen, over de
betekenis van de schuldbelijdenis en het Heer, ontferm U (een overblijfsel van
een langere litanie), over de woorddienst en de wijze waarop het woord van God
de gelovige gemeenschap opbouwt en hoe we met het woord van God op weg zouden
moeten gaan, over homilie, de geloofsbelijdenis en voorbeden, de spiritualiteit
van het aanbieden van de gaven, de structuur van prefatie en het Eucharistisch
gebed, ook niet over de betekenis van de Eucharistische aanbidding, die soms wel
gebeurt los van de Eucharistieviering, maar er toch altijd sterk mee verbonden
is.
Ik
wil gewoon een korte bezinning houden en wellicht komen dan toch een paar
belangrijke aspecten van de Eucharistieviering naar voor.
1
Johannes en zijn catechumenen
Johannes
heeft in zijn evangelie als enige evangelist geen instellingsverhaal, geen
relaas van wat Jezus deed tijdens het laatste avondmaal met betrekking op die
maaltijd zelf, het breken van het brood en het doorgeven van de beker. Hij
spreekt daar bijvoorbeeld wel over de voetwassing en het gebod van de liefde.
Maar
in zijn 6de hoofdstuk laat hij Jezus preken dat zijn lichaam voedsel
is voor het leven van de wereld, en dat mijn zijn lichaam moet eten om eeuwig te
leven… Dat zijn minstens eigenaardige woorden. Ik wil er even bij stilstaan.
Wat Jezus daar zeker wil zeggen is dat Hij aan de mensen het echte leven komt
brengen, en dat men Hem in zijn leven moet toelaten om het echte, het eeuwige
leven te vinden: verlossing uit een leven zonder zin en zonder uitzicht op Gods
genade. In Hem worden wij herschapen, krijgen we nieuw leven, worden we aanvaard
door God, krijgen we kracht om het kwaad te weerstaan en volgens Gods verlangen
te leven… Maar naargelang Jezus verder spreek gaan zijn woorden precies over
nog iets anders. Hoe kan je anders die woorden verstaan, waar Hij het zelfs
heeft over het kauwen van zijn lichaam… Wellicht geeft Johannes ons hier ook
zijn visie op de Eucharistie. Het gaat niet enkel om een symbolische daad, maar
om een reële ontmoeting met Hem in het teken van een maaltijd. Johannes heeft
er lang over kunnen nadenken. Hij heeft bij zijn christenen ook mensen ontmoet
die dat toch allemaal niet zomaar konden geloven. Daarom kleedt Hij zijn
catechese over de Eucharistie zo uitzonderlijk goed in.
-
Het wonder van het wandelen over het water
-
De broodvermenigvuldiging
-
Jezus binnenlaten in je leven.
De
twee eerste dienen om je te helpen geloven dat Jezus echt zijn lichaam en bloed
meedeelt
Het
derde dient om de ware betekenis van de Eucharistie duidelijk te stellen: Jezus
echt binnenlaten in je leven, niet gewoon een geconsacreerd stukje brood
ontvangen of even een gevoelige vrome ontmoeting met Hem.
Als
je dit dan nog verder wil aanvullen met het feit dat Eucharistie haar volle
betekenis heeft wanner ze gevierd wordt binnen en in relatie met de
kerkgemeenschap (aspect maaltijd)
en
rekening houdt met.wat Johannes verhaalt over de voetwassing (dienst) en de
oproep van de naastenliefde (cf. aspect maaltijd) … dan ben je wel op heel
goede weg.
En
als je daarbij bedenkt dat Jezus na dat laatste avondmaal zijn lijdenswerk ging
voltrekken dat uitliep op kruis en graf maar openbloeide in de vreugde van
Pasen, dan heb je het voornaamste wel begrepen van de Eucharistie.
Laten wij nu een en ander wat van naderbij bekijken.
1.
Een kleine handreiking om de sprong in het geloof te wagen
De
apostel Johannes heeft volgens de overlevering een hoge leeftijd bereikt en zou
tot het einde van eerste eeuw, zelfs tot begin tweede eeuw hebben geleefd.
Waarschijnlijk is zijn evangelie ook wel door iemand anders, zelfs een andere
Johannes minstens aangevuld. Toch getuigt het evangelie echt van Joodse komend
vanuit het Jodendom of het heidendom, zich toch wel ernstige vragen
stelden rond de wekelijkse samenkomst van de christenen op de dag van de
verrijzenis van de Heer, de zondag, om te doen wat Hij hen had opgedragen: Doe
dit om Mij te gedenken, namelijk die rite van het laatste Avondmaal, die vrij
vlug een aanvullend - of zelfs essentieel - deel was geworden van hun
aanvankelijk samenkomen als Joodse gelovigen, nl. tijdens een viering met
lezingen, psalmgezangen en gebeden, zoals ze dat kenden vanuit hun synagogen,
hun Joodse gebedshuizen die over heel het Joodse land, en ook in de Joodse
wijken het buitenland plaats vonden. De christenen namen aanvankelijk dat
stramien over, hechten er een maaltijd aan vast en in de loop van die maaltijd -
die agapè of liefdemaal zoals ze genoemd werd - braken ze het brood en deelden
ze de beker onder dankzegging, zoals Jezus het tijdens het laatste Avondmaal had
gedaan. Zij herhaalden daarbij de woorden: Neem en eet, dit is mijn Lichaam,
neem en drink, dit is mijn bloed.
Die
woorden zijn vlug uitgesproken, maar wat betekenen die? Is het zo dat Jezus ons
zijn lichaam en zijn bloed geeft als spijs en drank. Dat is toch ongelooflijk.
1.2.
Twee stapstenen in het water van het geloof
(Joh. 6,5-25)
Johannes
gaat zijn christenen wat helpen en Hij verhaalt hen twee zaken:
1°
De wonderbare broodvermenigvuldiging, waar mee hij wou duidelijk maken en er
nogmaals op wijzen dat Jezus voedsel kon geven aan zeer velen. Als we in het
Johannesevangelie lezen zien we dat Jezus ook iets heel anders op het oog had
dan de mensen even te verbluffen: Hij wou gewoon een teken stellen, een teken
van wat Hij echt voor de mensen wilde zijn: “14
Toen de mensen het teken zagen dat Hij gedaan had, zeiden ze: 'Dit is stellig de
profeet die in de wereld moet komen. ' Daar Jezus begreep, dat zij zich van Hem
meester wilden maken om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen, trok Hij
zich weer in het gebergte terug, geheel alleen.”
2°
Na die broodvermenigvuldiging verhaalt Johannes hoe Jezus over het meer wandelt.
Ook dit was weer een teken en de mensen stellen er zich terecht vragen bij: “JOH.6,25
Zij vonden Hem aan de overkant van het meer en zeiden: 'Rabbi, wanneer bent U
hier gekomen? '” Met dat verhaal hier te plaatse, wilde Johannes er de
aandacht op trekken dat Jezus lichaam op dat ogenblik onttrokken was aan de
gewone natuurwetten; a fortiori zal dat het geval zijn na zijn verrijzenis voor
zijn verheerlijkt lichaam.
Twee
zaken heeft Johannes daarmee gezegd om het geloof in de Eucharistie wat
gemakkelijker te maken: Primo: Jezus lichaam is - zeker nu - niet meer
onderworpen aan de gewone natuurwetten. Zo kan Hij bijvoorbeeld aanwezig zijn
als gelovigen deelnemen aan de heilige maaltijd.
Secundo:
Hij kan voedsel geven aan ontelbare mensen.
2.
Jezus, het brood voor het leven van de wereld
JOH.6,32
Jezus hernam: 'Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wat Mozes u gaf was niet het brood
uit de hemel; het echte brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven;
JOH.6,33 want het brood van God daalt uit de hemel neer en geeft leven aan de
wereld. ' JOH.6,34 Zij zeiden tot Hem: 'Heer, geef ons altijd dat brood. '
JOH.6,35 Jezus sprak tot hen: 'Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal
geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen.
Wat
de Vader aan de mensen geeft is niet gewoon wat manna, wat voedsel voor hun
fysieke bestaan, er is ook nog het echte brood: het brood van God daalt uit de
hemel neer en geeft leven aan de wereld. Dan blijft waarom ze Jezus achterna
zijn gekomen: “Heer, geef ons altijd dat
brood”. Maar Jezus laat zich niet vangen en openbaart hun wie Hij is, geen
leverancier van goedkoop of gratis voedsel: Vers
35 Jezus sprak tot hen:
“Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en
wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen”.
Dit
gaat niet direct over de Eucharistie, het gaat over geloof in Jezus. Maar dit
staat niet los van de Eucharistie, het is zelfs een voorwaarde om de
Eucharistie in waarheid en op een vruchtbare wijze te vieren en te ontvangen. Je
moet in Jezus geloven. Je moet in oprechtheid aannemen dat Hij door de Vader
gezonden is om leven te geven aan de mensheid. Maar geloven is méér dan enkel
dat als waarheid aannemen, als een soort overtuiging, het is ook Jezus als
Gezondene-van-de-Vader aanvaarden en dus je leven op Hem bouwen. Dan pas ben je
in waarheid echt christen. Dat betekent dat we meestal christen aan het worden
zijn in plaats van dat we het al zouden zijn.
In
ieder geval, als je dan Eucharistie viert of communiceert zou je hart moeten
overslaan van vreugde omdat je Hem gaat ontmoeten die voor jou je leven zinvol
maakt, waardevol in Gods ogen, Hij die voor jou alles heeft gedaan om je redding
mogelijk te maken. “Ik ben het brood des
levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal
nooit meer dorst krijgen”.
Zoals
ik hierboven al zegde: Communiceren is niet gewoon een geconsacreerd stukje
brood ontvangen of even een gevoelige vrome ontmoeting met Hem, maar Jezus echt
binnenlaten in je leven.
Laten
we nu een stapje verder gaan in onze beschouwing van de Eucharistie.
3.
Lijden - dood - verrijzenis
3.1.
Toen zijn uur gekomen was
Ik
ga zo dadelijk iets zeggen over het laatste avondmaal als gebeuren, over de
voetwassing en over het gebod van de naastenliefde. Maar ik wil toch eens een
aspect van de Eucharistieviering aanraken dat vaak vergeten werd na het Tweede
Vaticaans Concilie maar dat essentieel is. Ik wil het met name hebben over het
“offerkarakter” van de Eucharistie en de nauwe verbondenheid met de
verrijzenis van onze Heer.
JOH.13,1
Het paasfeest was op handen. Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was om uit
deze wereld over te gaan naar de Vader en die de zijnen in de wereld bemind had,
gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe. JOH.13,2 Het
avondmaal was begonnen. De duivel had reeds aan Judas Iskariot, de zoon van
Simon, het plan ingegeven om Hem over te leveren. JOH.13,3 In het
bewustzijn dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was
uitgegaan en naar God terugkeerde …
3.2.
Het bloed van het Verbond
Verbond
is een typisch woord in de Bijbel. Vorige zondag mochten we in de Eucharistie
nog horen hoe God een verbond sluit met Abraham, op de toen traditionele manier:
er werden dieren geslacht, die men dan in twee helften verdeelde; men ging
tussen de helften door terwijl men zei: “Dit
mag met Mij gebeuren als Ik mijn verbonds-eis niet inlos, als ik ontrouw wordt
aan mijn belofte”.
Tijdens
de instelling van de Eucharistie - althans in de synoptische evangelies (in de 1ste
Korinthiërsbrief) is er ook spraak van het bloed van het verbond. Zo
bijvoorbeeld in het evangelie volgens Mattheüs:
“MT.26,27
Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die
toe met de woorden: 'Drinkt allen hieruit. MT.26,28 Want dit is mijn Bloed van
het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.”
In
onze plaats zegt Hij aan de Vader: Ik sta er met mijn leven borg voor. En
Hij toont het ook. Dit is het bloed van het nieuwe, altijddurende verbond. Dit
is mijn bloed dat voor u en voor de velen vergoten wordt, tot vergeving van de
zonden. Jezus neemt hier onze schuld op zich: wij waren ontrouw aan het Verbond
en Jezus maakt het goed. Is dat duidelijk. We mogen dit niet vergeten, want
enkel in Hem hebben wij toegang tot de Vader. Hij zegt het dan ook zelf:
“Blijf dit doen om Mij te gedenken”!
“1KOR.11,26
Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des
Heren, totdat Hij komt.”
Het
kruis is een vreselijk marteltuig, maar voor ons, christenen, is het het teken
van Jezus liefde tot het uiterste, het is ons anker, onze zekerheid, onze tros
die ons blijvend verbindt met Gods liefdevolle barmhartigheid, zijn genadige
ontferming. “HEBR.4,16
Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om
barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp.”
Jezus
heeft zich met zijn leven borg gesteld voor mij en voor u. Dat was zeer
onvoorzichtig van Hem, of liever, het getuigt van zijn ongeëvenaarde liefde
voor ieder van ons. Temeer omdat Hij voor wildvreemden en voor afgedwaalden dit
heeft over gehad.
“ROM.5,6
Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde tijd, toen wij zelf
nog geheel hulpeloos waren. ROM.5,7 Niet licht zal iemand zijn leven geven voor
een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een
goed mens. ROM.5,8 God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat
Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren. ROM.5,9 Des te
zekerder zullen wij, nu wij eenmaal gerechtvaardigd zijn door zijn bloed, dank
zij Hem ontkomen aan de
toorn.”
Jezus
is dan ook de zichtbaar geworden liefde van God voor ons:
“JES.49,14
Sion zei: `Jahwe heeft mij verlaten, de Heer heeft mij vergeten.' JES.49,15 Zal
een vrouw haar zuigeling vergeten, een liefhebbende moeder het kind van haar
schoot? En zelfs als die het zouden vergeten, Ik vergeet u nooit! JES.49,16 Zie,
in mijn handpalmen heb Ik u geschreven, en uw muren staan Mij voortdurend voor
ogen.”
Als
we bij de consecratie de woorden horen: “Dit is mijn lichaam dat voor u
gegeven wordt. Dit is mijn bloed dat voor u en voor de velen wordt vergoten tot
vergeving van de zonden”, laat ons dan toch goed beseffen tot welke prijs
Jezus bereid was om zijn liefde voor ons te geven, laat ons denken aan de
woorden uit Joh. 3,10 waarin Gods liefde voor de wereld wordt uitgedrukt:
“JOH.3,14
En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog
hief in de woestijn, JOH.3,15 opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal
hebben. JOH.3,16 Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn
eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal
gaan, maar eeuwig leven zal hebben”
of
in Rom 8,32:
Indien
God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? ROM.8,32 Hij heeft zelfs zijn eigen
Zoon niet gespaard, voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na
zulk een gave ook niet al het andere schenken?
4.
De maaltijd
4.1.
“Ik zal maaltijd met hem houden”.
4.1.1.
Van hart tot hart
Als
we Eucharistie vieren en deelnemen aan de heilige maaltijd, dan kunnen we niet
anders dan terugdenken aan het woord van Jezus zoals Johannes het Hem in de mond
legt in het boek van de Openbaring 3,20 “Ik
sta voor de deur en Ik klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik
bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.”
Moderne
mensen weten nog nauwelijks wat het betekent “maaltijd houden”. In de
Bijbelse kontekst betekent het echt levensgemeenschap, je aan de andere
toevertrouwen, vriendschapsmaal… Als je Mij jouw leven binnenlaat, als je
ruimte schept voor Mij in je leven, zal ik bij jou binnentreden, in jouw huis,
in jouw leven en zal ik met jou omgaan op basis van innige vriendschap. Dit
beeld wordt sterke realiteit wanneer we communiceren met geloof en liefde aan de
maaltijd die Jezus voor zijn mensen bereid heeft.
Na
de communie mogen wij dan ook van hart tot hart spreken met de Bruidegom van
onze ziel.
Jezus,
de bedelaar
4.1.2.
Jezus, de bedelaar van de liefde
Onze
Moeder, de heilige Kerk heeft dat zo mooi verwoord in de vroegere
uitvaartliturgie waar ze zegde in het Dies irae, dies illa: “Quaerens me,
sedisti lassus”. “Je was op zoek naar mij, terwijl je daar vermoeid bij de
bron zat”. Door zijn armoede -
hij heeft dorst en heeft geen emmer - kan Hij tot de Samaritaanse vrouw
zeggen: “Vrouw, geef me te drinken”. Een Jood die zich vernedert tot een
Samaritaan te spreken en dan nog tot een vrouw, in die tijd! Maar Jezus, de
grote bedelaar, schrikt er niet voor terug zich te vernederen. Zijn dorst, dit
wil zeggen: zijn verlangen om die Samaritaanse het echte geluk te doen kennen is
zo groot, dat Hij zich vernedert… Maar spoedig zal Hij haar het levende water
geven doordat ze haar Heiland, haar Redder leert kennen en zelfs van Hem gaat
getuigen.
In
de Eucharistie is Jezus ook die bedelaar die vraagt om Hem te onthalen, om Hem
in ons op te nemen. Zo klein heeft Hij zich gemaakt dat Hij tot ons komt in dit
schamele teken van wat brood en wijn. Nochtans is Hij die bedelaar die ons het
kostbaarste geeft wat de wereld niet eens schenken kan: de ontmoeting met onze
Heer en God in deze heilige maaltijd. Hij die we daar ontmoeten is Dezelfde die
voor ons zijn leven heeft gegeven om ons te laten geboren worden tot het eeuwig
heil.
4.2.
Aan tafel met elkaar ‘Sjalom’
Eucharistie
vieren is echter ook samen aan tafel zitten, rondom de Heer, samen aan Hem
communiceren. Eucharistie vieren doe je niet alleen. Het is een officiële
viering, de viering van het volk van God. Wij gaan ook samen aan tafel, de tafel
van de Heer.
“1KOR.10,15
Ik spreek toch tot verstandige mensen; vormt uw eigen oordeel over wat ik ga
zeggen. 1KOR.10,16 Geeft niet de beker der zegening die wij zegenen, gemeenschap
met het bloed van Christus? Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met
het lichaam van Christus? 1KOR.10,17 Omdat het brood een is, vormen wij allen
tezamen een lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood.”
4.2.1.
Zorg voor Jezus’ lichaam
Wij
mogen heel aandachtig zijn voor de Heer tijdens de Eucharistie, maar de ogen
helemaal sluiten voor de medemens is niet zo goed. Dat zal straks ook lijken uit
het gebod van de naastenliefde. Samen vormen wij het Lichaam van Jezus. Ook over
deze Jezusgemeenschap zou Jezus kunnen zeggen: “Dit is mijn Lichaam, draag er
zorg voor, voel er je verantwoordelijk voor”.
Niet
voor niets doet de kerk ons vlak voor de heilige maaltijd het Onze Vader bidden,
met daarin de vraag aan de vader om vergiffenis te krijgen zoals wij vergiffenis
schenken aan elkaar. En je kent allen dat sterke en veeleisende woord van Jezus,
toen nog uitgesproken in Joodse context :
“MT.5,23
Als gij uw gave komt brengen naar het altaar en daar schiet u te binnen dat uw
broeder iets tegen u heeft, MT.5,24 laat dan uw gave voor het altaar achter, ga
u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gave aan te bieden.”
4.2.2.
Vrede zij u
Een
tweede sterk teken van verbondenheid en positieve toegewendheid is de
uitnodiging om elkaar de vrede van de Heer toe te wensen: “De vrede van de
heer zij altijd met u”. Laten wij dat oprecht en heel bewust doen: “Vrede en
alle goeds”. Sjalom in bijbelse zin was inderdaad de volheid van geluk elkaar
toewensen, en hier mogen wij het doen in de gezindheid en de kracht van de
verrezen Heer die zo zijn vrienden begroette na zijn verrijzenis. “De vrede
van de Heer”!
4.3
Het feestmaal van God
In
het Oude testament - en dat blijft ook vandaag nog geldig - (Jezus zei niet dat
Hij het Oude kwam opheffen maar naar zijn voltooiing kwam brengen) daar wordt af
en toe het beeld van de eindtijdelijke maaltijd gebruikt; zo o.m. in Jesaja :
“JES.25,6
Jahwe van de legerscharen richt op deze berg voor alle volken een feestmaal aan
met uitgelezen gerechten, een feestmaal met belegen wijnen, verrukkelijke,
uitgelezen gerechten, belegen, gelouterde wijnen. JES.25,7 Op deze berg
verscheurt Hij de sluier die over alle volken ligt, de floers die alle naties
bedekt. JES.25,8 Jahwe de Heer vernietigd de dood voor altijd, Hij veegt de
tranen van alle gezichten, op heel de aarde wist Hij de smaad van zijn volk uit:
Jahwe heeft het gezegd!”
Dit
toekomstbeeld mogen wij nu reeds in mysterie vieren in de heilige Eucharistie:
de eenheid tussen mensen van allerlei slag, de eenheid tussen volkeren die allen
samen aanzitten aan de tafel van de Heer. Op ieder moment wordt ergens ter
wereld Eucharistie gevierd en mogen wij ons betrokken en in eenheid voelen met
die broers en zussen, van welk ras dan ook. Onze relatie met de heer en onze
ontmoeting met Hem maken ons ook één met elkaar als zussen en broers in Hem,
onze Heer en ons Broer.
5.
De voetwassing
De
gezindheid waarmee we samen aan tafel zitten, en waarmee we met elkaar omgaan
moet geïnspireerd zijn door het grote gebod van de naastenliefde dat Jezus gaf
op het laatste avondmaal, en tevens door het sterke teken dat Hij ons gaf in de
voetwassing tijdens dat Paasmaal.
JOH.13,2
Het avondmaal was begonnen. De duivel had reeds aan Judas Iskariot, de zoon van
Simon, het plan ingegeven om Hem over te leveren. JOH.13,3 In het bewustzijn dat
de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en
naar God terugkeerde, JOH.13,4 stond hij van tafel op, legde zijn bovenkleren
af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee. JOH.13,5 Daarop goot Hij water
in het wasbekken en begon de voeten van de leerlingen te wassen en ze met de
doek waarmee Hij omgord was af te drogen.
Een
belangrijk woord hier is vers 3: “In het bewustzijn dat de Vader Hem alles in
handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde”.
Ik zou dat zo vertalen: “Goed bewust dat Hij
de Gezondene van de Vader was en dat Hij nu door God weer glansrijk
onthaald zou worden”, of nog duidelijker gezegd: zich welbewust van zijn
verheven waardigheid neemt Jezus hier een slavendienst op zich.
Petrus
snapt er niets van en in zijn naïviteit wil hij zich aanvankelijk niet door
Jezus laten wassen. Jezus insisteert: omwille van hun zicht op Jezus: zij moeten
overduidelijk weten en ervaren dat Hij gekomen is als dienaar, om helemaal ten
dienste te zijn van de mensen, en ten tweede opdat de apostelen, als ze Jezus zo
zien rondkruipen en Hem hun voeten voelen wassen, dat ze zelf ook van hun tronen
moeten komen om die dienst aan elkaar en aan hun medemensen te bewijzen.
Heeft
dit iets te maken met de Eucharistie? We vieren in de Eucharistie Jezus’
gegevenheid tot het uiterste, hoe Hij leeggebloed op het kruis ons heil
verwezenlijkt. En hier in de voetwassing zien en voelen we weer die zelfgave tot
het uiterste, die ‘liefde tot het uiterste’ waarover Johannes spreekt. En
dan begrijpen we beter Jezus’ woorden: “Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat
gij zoudt doen zoals Ik u heb gedaan”. Het is een refrein van wat andere
evangelisten zeggen op het einde van het Instellingsverhaal van de Eucharistie:
“Blijf dit doen om mij te gedenken”.
6
Het gebod van de naastenliefde: ‘Ga en doe gij evenzo’.
Totale
gave: “Zoals Ik u heb liefgehad” relatie met het Offer, zorg voor de totale
mens, ook voor zijn geestelijke dimensie in de evangelisatie.
“JOH.13,34
Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad,
zo moet ook gij elkaar liefhebben. JOH.13,35 Hieruit zullen allen kunnen
opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar
bewaart.”
Hoe
heeft Jezus ons liefgehad? Door zijn leven te geven. Dat is niet enkel dat
moment van zijn dood, niet enkel het ondergaan van die hevige martelingen en
kruisiging, maar een hele leven, gegeven voor ons geluk.
Tijdens
het laatste avondmaal krijgen we dat te horen. En elke Eucharistie worden wij
opnieuw geconfronteerd met die gezindheid van Jezus: zijn liefde tot het
uiterste, zoals het in een van de Een van de uitdrukkingswijzen van de
naastenliefde is het broederlijk delen. Eigenlijk zou het feit dat Jezus ons
hier zichzelf geeft automatisch moeten brengen tot het delen van ons leven met
de anderen; het delen van ons leven in de dienstbaarheid en de zinzet, maar
minstens in het delen van ons bezit, een stuk van onze tijd en energie voor het
geluk van anderen. Zoals Ik me heb laten breken, zo moet je ook jezelf breken
voor de anderen.
Een
andere de uitdrukkingswijze van de naastenliefde is de voorbede voor de noden
van de kerk en de wereld, de mensen, hun materiële, affectieve en geestelijke
nood.
7
Pasen
Pasen
is de passage, de doortocht van Jezus van lijden en dood naar de verrijzenis.
Wij mogen dat vieren in het doopsel: onze overgang van een bestaan zonder
openheid naar het licht van een leven met God, een leven van aanvaarding door
God.
In
de Eucharistie vieren wij de het lijden en de dood van Jezus, maar ook zijn
verrijzenis. Wij komen niet samen rond een dode, maar rond een levende. Wij eten
niet van een lijk, zoals in de aanvangstijd sommige heidenen in hun
spotschriften aan de christenen verweten. Wij communiceren, wij treden in
relatie met de levende Heer. Wij ontvangen Hem echt, de Levende. Hij wil ons
voedsel zijn, Hij wil onze kracht zijn. Door de kracht van de heilige Geest, die
aanroepen wordt voor de consecratie worden brood en wijn lichaam en bloed van
Christus, dat wil zeggen, worden daadwerkelijk teken van zijn aanwezigheid. Door
de kracht van de heilige geest, die aanroepen wordt na de consecratie wordt de
aanwezig Jezusgemeenschap tot Lichaam van Christus, gezonden door de Heer om Hem
aanwezig te stellen tussen de mensen van vandaag.
Dat
is tenslotte ook de betekenis van de korte zending op het einde van de
Eucharistieviering: je wordt gezonden om in de wereld van Jezus te getuigen, van
Gods liefde te getuigen in woord en door je leven, je inzet, je vreugde, je
vertrouwen en dienstbaarheid.
Jezus’
aanwezigheid in katholieke kerken
Jezus Christus woont
vandaag even zeker in onze tabernakels als Hij in Nazareth woonde, en in precies
dezelfde menselijke natuur. En Hij woont daar, overal, met het uitgesproken doel
om zichzelf toegankelijk te maken voor al degenen die Hem inwendig kennen
en verlangend zijn om Hem nog volkomener te leren kennen.
Deze tegenwoordigheid is
datgene wat het verbazingwekkende verschil in atmosfeer teweeg brengt tussen de
katholieke en alle andere kerkgebouwen, een verschil dat zelfs door
niet-katholieken erkend wordt. Het
is zo opvallend, dat duizend uitleggingen geopperd moeten worden om het te
verklaren. Het is de suggestieve
indruk van dat ene lampje dat daar brandt! Het is het ongemene artistieke talent
waarmee de kerken zijn ingericht! Het is de geur van oude wierook! Het is van
alles en nog wat, behalve datgene wat wij katholieken weten dat het is: de
werkelijke lichamelijke tegenwoordigheid van de Schoonste der mensenkinderen,
die zijn vrienden tot zich trekt! (Benson)
Als gelovig volk, als Jezusgemeenschap, komen we samen om God te loven en te verheerlijken. En de mooiste lofprijzing geschiedt in de Eucharistie waar we samenzijn rond Jezus en ons verenigen met Hem: zo trekken we Gods zegen aan over ons en de hele wereld. Dit is de heilige berg, hier zegt de Vader, dit is mijn welbeminde Zoon. Als er in de katholieke kerken een “godslamp” brandt, dan gaat het niet om dat rode lichtje, maar om de heilige reserve, het brood dat over is van de Eucharistieviering waarin Jezus ons zo nabij komt. Daarom is het goed van naast Gods algemene aanwezigheid in het midden van zijn gelovige gemeenschap, Hem ook te vereren in het heilige Brood, waarover Jezus’ woorden zijn uitgesproken: Dit is mijn Lichaam. (bvv)
Mogelijke
homilie tijdens de Eucharistie
De
eerste lezing uit de liturgie van de derde zondag van de Veertigdagentijd (C)
spreekt ons over het gemor van de Israëlieten in de woestijn en de zorg van God
voor zijn volk: er vloeit water uit de rots. De tweede lezing toont ons God die
ons met zich verzoent door Jezus Christus, onze Heer. Wij mogen dan ook vol
vertrouwen dat God komen want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de
heilige Geest die ons geschonken werd. God heeft ons immers zijn liefde getoond
in Jezus, die voor ons gestorven is toen wijzelf nog zondaars waren.
In
het evangelie uit het vierde hoofdstuk van Johannes ontmoeten wij Jezus die ook
dorst heeft, dorst om mensen te redden. Dat is de samenvatting van het lange
evangelie over de Samaritaanse vrouw, met een hele levensgeschiedenis die
stilaan leert zien dat Jezus de Messias, de Redder is, door God gezonden. Zij
wordt zelfs een getuige van Jezus bij haar stadsgenoten.
Aan
de leerlingen die bij hem komen zegt Jezus dat zijn voedsel erin bestaat de wil
te doen van de Vader en zijn werk te volbrengen.
We willen vanavond naar Jezus kijken, wat Hij doet, wat Hij zegt daar aan die
put van Jacob, maar ook wat Hij hier en nu doet en zegt:
Johannes
schrijft: vermoeid van de tocht ging Jezus zomaar bij deze bron zitten. Het was
rond het middaguur. Vermoeid, dorstig en in de blakke zon. En zoals de
Samaritaanse vrouw zo dadelijk zal zeggen: Hij had nog niet eens een emmer om
water te putten. Jezus, het Heil van de mensen, Hij van Wie wij alles te
ontvangen hebben, zit daar als een sukkelaar van de dorst te vergaan bij die
bron, in Samaritaans gebied. Giovanni
Papini, in zijn boek “Zo zie ik Christus” noemt Jezus de Arme, de koning van
de armoede, de Heer van de volmaakte ellende. De bedelaar die aalmoezen
uitdeelt. De naakte die naakten kleedt. De hongerige die voedsel uitdeelt. De
wonderbare en bovennatuurlijke arme, die de gewaande rijken in armen en de armen
in rijken verandert. Jezus, de arme, de bedelaar die anderen rijk maakt.
Onze
Moeder, de heilige Kerk heeft dat zo mooi verwoord in de vroegere
uitvaartliturgie waar ze zegde in het Dies irae, dies illa: “Quaerens me,
sedisti lassus”. “Je was op zoek naar mij, terwijl je daar vermoeid bij de
bron zat”. Door zijn armoede - hij
heeft dorst en heeft geen emmer - kan Hij tot de Samaritaanse vrouw zeggen:
“Vrouw, geef me te drinken”. Een Jood die zich vernedert tot een Samaritaan
te spreken en dan nog tot een vrouw, in die tijd! Maar Jezus, de grote bedelaar,
schrikt er niet voor terug zich te vernederen. Zijn dorst, dit wil zeggen: zijn
verlangen om die Samaritaanse het echte geluk te doen kennen is zo groot, dat
Hij zich vernedert… Maar spoedig zal Hij haar het levende water geven doordat
ze haar Heiland, haar Redder leert kennen en zelfs van Hem gaat getuigen.
In
de Eucharistie is Jezus ook die bedelaar die vraagt om Hem te onthalen, om Hem
in ons op te nemen. Zo klein heeft Hij zich gemaakt dat Hij tot ons komt in dit
schamele teken van wat brood en wijn. Nochtans is Hij die bedelaar die ons het
kostbaarste geeft wat de wereld niet eens schenken kan: de ontmoeting met onze
Heer en God in deze heilige maaltijd. Hij die we daar ontmoeten is Dezelfde die
voor ons zijn leven heeft gegeven om ons te laten geboren worden tot het eeuwig
heil.
“Ik
sta aan de deur en Ik klop”
Vanuit
de ontmoeting van de Heer in dit heilig sacrament gaan we beter begrijpen wat
Jezus wou duidelijk maken aan Margaretha-Maria Alacoque: “Dit is het Hart dat
de wereld zozeer heeft liefgehad en dat zo weinig dankbaarheid ontmoet” De
ontmoeting met de Heer in dit teken van brood en wijn is het geëigend moment om
ons te laten doordringen van zijn vindingrijke en onbegrensde liefde
(Deze
13de en 14de maart 2004 konden wij het H.Sacrament
aanbidden ter gelegenheid van het bezoek van de relieken van Margareta Maria
Alacoque aan onze kerk in de Voskenslaan.)
Bijbelteksten
JOH.6,54
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen
opstaan op de laatste dag. JOH.6,55 Want mijn vlees is echt voedsel en mijn
bloed is echte drank. JOH.6,56 Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft
in Mij en Ik in hem. JOH.6,57 Zoals Ik door de Vader die leeft, gezonden ben en
leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij. JOH.6,58 Dit is
het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen,
die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in
eeuwigheid leven.
1KOR.11,23
Zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt
heb doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,
brood nam, 1KOR.11,24 en na gedankt te hebben, het brak en zeide: `Dit is mijn
lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.' 1KOR.11,25 Zo ook na de maaltijd
de beker, met de woorden: `Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet
dit, elke keer dat gij hem drinkt, tot mijn gedachtenis.' 1KOR.11,26 Telkens als
gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat
Hij komt. 1KOR.11,27 Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker van
de Heer drinkt, bezondigt zich aan het lichaam en bloed des Heren.
MT.26,26
Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan
zijn leerlingen met de woorden: 'Neemt, eet; dit is mijn Lichaam.' MT.26,27
Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die
toe met de woorden: 'Drinkt allen hieruit. MT.26,28 Want dit is mijn Bloed van
het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.
MK.14,22
Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun
met de woorden: 'Neemt, dit is mijn Lichaam.' MK.14,23 Daarna nam Hij de beker
en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe en zij dronken alles
daaruit. MK.14,24 En Hij sprak tot hen: 'Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat
vergoten wordt voor velen.
Lk.22,19
Daarop nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het en gaf het hun met
de woorden: ' Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot een
gedachtenis aan Mij. ' Lk.22,20 Evenzo gaf Hij de beker, na de maaltijd, terwijl
Hij sprak: ' Deze beker is het Nieuwe Verbond in mijn Bloed, dat voor u wordt
vergoten.