|
|
|
CHRISTELIJK GELOOF
- Het 'Judasevangelie' - Neem langs deze weg deel aan onze gebedsavond - INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - MORAAL - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - CHRISTELIJKE VORMING - ZENDING - KERK en GELOOF - CHRISTEN in de WERELD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - WETENSCHAP - JEZUS (Isa al Masih) - GEBED - SOCIALE INZET - EVANGELIE-LEZING -
Een
ideetje rond “voortbestaan” Ik had onlangs het idee: “Het leven met God is zo mooi en levensvervullend, dat ik er in zou kunnen berusten dat er na de dood niets meer is; het leven is - ondanks zijn pijnlijke en droeve kanten - gewoon prachtig geweest. Met God op weg mogen zijn!”. In die idee ligt natuurlijk verondersteld dat God er echt is, dat dit leven met Hem geen illusie was. Maar, als het dan geen illusie is, als God werkelijk ‘Da ist”, dan stelt zich wel een probleem als ik er zomaar in berust dat het na de dood volledig is afgelopen met mij, dat ik, na mijn dood, gewoon nog een tijdje besta in de herinnering van enkelen en dat ‘mijn stoffelijke resten’ een - hopelijk positieve - inbreng zullen hebben in bepaalde natuurlijke grondprocessen.of als donorrekwisiet. Het
probleem ligt namelijk hierin, dat ik - als mijn relatie met God geen illusie
was - over God dan toch wel een idee heb als over Iemand voor wie ik
eenvoudigweg een eendagsvlieg was die Hij wat honing (en de rest) heeft
toegeschoven en naar wiens vlucht Hij misschien met genoegen heeft gekeken (en
ook al eens met gefronste wenkbrauwen of hoofdschuddend ‘wat steekt hij nu
weer uit’). Ik, een eendagsvlieg. God die mij gewild heeft, die met mij een
relatie heeft willen aangaan, die voor mij zijn Zoon heeft gezonden (Die mij ten
einde toe heeft liefgehad en die woorden heeftgesproken over eeuwig leven en
zo), die God laat mij dus los op het ogenblik van mijn dood, wanneer mijn hart
het leven niet meer aankan, of wanneer mijn hersenen ernstig beginnen af te
sterven… En dan moet ik mij wel afvragen: “Wat
een klein idee hebt u eigenlijk wel over God! Denkt u zo klein over Gods liefde en zijn kracht?” Als ik van iemand echt hou, dan wil
ik die in leven houden, wil ik dat die er is en blijft. Toen vader stierf was
mijn pijn, dat ik niet langer voor hem kon zorgen… Maar ik was God niet. Toen
op zekere dag een groepje betweters Jezus in de val wilden lokken omdat zij niet
in de verrijzenis geloofden en een raar verhaal opdissen over een vrouw die
achtereenvolgens 7 mannen heeft gehad, zegt Jezus iets over “in de hemel huwt
men niet en wordt men niet uitgehuwelijkt, men zal zijn als engelen Gods”,
waarmee Hij wil aangeven dat het huwelijk in zijn aspect van voortplanting een
tijdelijk iets is. Maar Hij voegt er nog iets heel betekenisvols aan toe: “26 En
wat de verrijzenis der doden betreft, hebt ge in het boek van Mozes niet
gelezen, waar het gaat over de braamstruik, hoe God tot hem zei: Ik ben de God
van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob? 27 Hij is geen God van doden
maar van levenden. Ge verkeert in grote dwaling”
(Mc.12,26-27).
Voor
God zijn ze er nog, die mensen van zolang geleden, met wie Hij op weg is gegaan,
met wie Hij zich verbonden heeft op een persoonlijke wijze, die mensen die Hij
“geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis” met rede begiftigd en
liefdebekwaam. Vanuit het Woord van God uit het Oude testament haalt Jezus
argumenten om zijn zekerheid omtrent Gods trouwe liefde te poneren. Daarom kon
Hijzelf ook zeggen op het cruciale moment van zijn leven "Vader, in uw
handen beveel Ik mijn geest" (= aan U blijf Ik me toevertrouwen). * “Weer
klinkt het lied: `Loof Jahwe van de legerscharen, want Jahwe is goed, zijn
genade duurt eeuwig.' (Jeremia 33,11) Zie ook : De dood en de christelijke hoop
|