|
|
|
Een Woord en (meestal) een woordje
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - MORAAL - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - CHRISTELIJKE VORMING - ZENDING - KERK en GELOOF - CHRISTEN in de WERELD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - WETENSCHAP - JEZUS (Isa al Masih) - GEBED - SOCIALE INZET - EVANGELIE-LEZING -
Ef.1,3
Gezegend is de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelse
regionen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen. - Een woord van eindeloze hoop. Het nodigt ons uit om te blijven opzien
naar Jezus en zijn heerlijke overwinning doorheen afschuwelijk lijden en
vernederende slavendood. Wij mogen door het geloof nu reeds delen in de
zekerheid van zijn overwinning. Ook vandaag mogen wij ons optrekken aan die
zekerheid dat al ons doen en laten, door onze verbondenheid met Christus
eeuwigheidswaarde heeft en aangenaam is aan God.
Rom.24,5
zo vormen wij allen tezamen in Christus één lichaam, en ieder afzonderlijk
zijn wij elkaars ledematen. 6 De geestelijke gaven die wij bezitten, verschillen
naar de bijzondere genade die ieder van ons is geschonken. Is het de gave van de
profetie, gebruik die dan in overeenstemming met het geloof. 7 Is het de gave
van dienstbetoon of van lering, leg u dan toe op dienstbetoon of onderricht. 8
Wie anderen kan bemoedigen, moet dat doen. Wie iets heeft uit te delen, moet het
zonder bijbedoelingen wegschenken. Als u leiding geeft, doe het met ijver, als u
barmhartigheid bewijst, doe het blijmoedig. 9 Uw liefde moet oprecht zijn. - Gods Geest is ons geschonken en de geestelijke gaven zijn dan ook
rijkelijk uitgestrooid over de kerkgemeenschap. Die geestelijke gaven moeten
gebruikt worden tot opbouw van het geheel. Het is van belang dat ze binnen de
kerkgemeenschap erkend en aangemoedigd worden en door de persoon zelf aanvaard
en in praktijk gebracht. Men moet daarbij niet gewoon rekenen op eigen kracht
maar op de heilige Geest die ons gegeven is. Het is
goed om te weten waar je terecht kunt bij gelovige mensen, bij wie je steun en
bemoediging en vooral ook de geestelijke kracht kunt ervaren binnen een biddende
gemeenschap waarbinnen de Geest van Jezus ook sterk aan het werk is. 4 Het
geloof is het grote geschenk van God; iets wat Gods Geest in ons bewerkt.
Doorheen het Woord van God dat ons verkondigd wordt komt het als een geschenk
tot ons dat we al of niet kunnen be-amen. Het içs het geloof dat in Jezus
Christus God zich helemaal heeft uitgesproken, ons zijn liefde op een alles
overtreffende wijze heeft geopenbaard en ons het teken van de Opstanding van
Christus heeft gegeven die ook voor ons de garantie inhoudt dat we met Hem
geborgen zijn in het hart van de Vader. Zo is het geloof in God tevens hoop op
God. (1Petr.
1,21 Door Hem gelooft gij in God, die Hem van de doden opgewekt en Hem de
heerlijkheid gegeven heeft; daarom is uw geloof in God tevens hoop op God.) 5 “Geloven”
is altijd ook een werkwoord. Het betekent dat men zijn leven bouwt op het woord,
op beloften, op daden vanwege God. Mensen die radicaal die weg van het geloven
gaan en hun leven radicaal bouwen op God, op Christus, mogen we dan ook eren en
navolgen. Ze zijn een uitdaging tot ons. Het waren ook maar mensen. Hebr.11,3 Door
het geloof erkennen wij dat het heelal tot stand is gekomen door Gods woord, en
wel zo dat het zichtbare ontstaan is uit het onzichtbare. Wij
kunnen dan wel allerlei wetenschappelijke theorieën kennen over het ontstaan
van het universum en de aarde, van het leven en het reflexieve bewustzijn. Het
geloof zegt ons dat God aan de oorsprong staat van alles. Dit legt geenszins het
wetenschappelijke denken aan banden. Wij mogen geloven en weten dat God zich om
ieder van ons bekommert en wij in zijn liefdevolle aandacht geborgen zijn, al
gaat dit alles ons menselijk denken ver te boven. 7 Het woord
van God en ook het christelijke getuigenis behoeft geen grote voorzieningen,
maar vooral een hart dat vol is van de Heer. Het groeten gaat hier over de
eindeloze oriëntaalse groet en uitwisselen van alle mogelijke
wetenswaardigheden. Wees bezig met het essentiële en breng de kern van het
geloof. 8 Het is
Gods vrije keuze om mensen voor dit of dat ambt uit te kiezen, deze of gene
verantwoordelijkheid toe te vertrouwen. Wij mogen gerust streven naar
geestelijke gaven en ambten, maar toch erkennen dat God dat alles nog moet
bevestigen. Maar
ieder christen moet beseffend at ook hij een gezant is van de Heer en gezonden
om het blijde nieuws uit te dragen in woord en leven en te getuigen van de hoop
die in ons leeft. (1Petr.3,15
heiligt in uw hart Christus als de Heer. Weest altijd bereid tot verantwoording
aan alwie u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft.) 2Joh.1,4 Ik
was heel verheugd dat ik enige van uw kinderen heb ontmoet, die in waarheid
leven volgens het gebod dat wij van de Vader hebben ontvangen. Het doet
echt deugd al christen om mensen te ontmoeten die hun christen-zijn consequent
beleven en intreden in de gezindheid van Christus die in alles het verlangen van
de Vader heeft gedaan. ‘Vader, openbaar mij uw verlangen en geef mij de kracht
om volgens uw verlangen te leven en te handelen’. Jes.12,1 Op
die dag zult u zeggen: `Ik loof U, HEER; U was woedend op mij, maar uw woede is
bedaard en U hebt mij getroost. 2 God is mijn redding! Ik vrees niet, ik ben vol
vertrouwen: de HEER is mijn sterkte en kracht, Hij is mijn redding geworden.' 3
En u zult vol vreugde water putten uit de bronnen van de redding. Woorden
van vergeving mogen horen, mogen vernemen ‘het is vergeven en vergeten’, dat
maakt een mens weer nieuw, dat geeft nieuw leven, nieuw élan. ‘Wij zijn
allemaal verloren zonen (en dochters), maar niemand is verloren’.
Jezus is gekomen en heeft alles weer recht getrokken, heeft ons weer op
goede voet gezet met God… als wij het verlangen. Mt.10,5 Deze
twaalf zond Jezus uit met de opdracht: `Sla de weg naar de heidenen niet in, en
ga een stad van de Samaritanen niet binnen. 6 Maar ga liever naar de verloren
schapen van het huis van Israël. 7 Verkondig op je tocht: "Het koninkrijk
der hemelen is ophanden!" Jezus
aanzag het ook als zijn eerste opdracht naar "de verloren schapen van het
huis Israël" te gaan en in die richting zendt Hij ook zijn eerste
leerlingen. Zij moesten de eerste kans krijgen, want zij hadden doorheen de
eeuwen de verwachting van het heil gekoesterd, met vallen en opstaan…
Jezus’ eerste volgelingen waren dan ook Joodse mensen. Maar doorheen
zijn korte optreden zien we dat Hij ook soms de weg naar de heidenen en
Samaritanen insloeg, dat Hij zich niet afsluit om toch heidense mensen te laten
delen in het heil… En dat zal dan de grote uitdaging vormen van de eerste
kerkgemeenschap: zich openen naar de heidenen en niet-Joden. 1Joh.2,11 Maar
wie zijn broeder haat, woont in duisternis. Hij tast in het donker en weet niet
waarheen zijn weg hem voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt. Deze
uitspraak vloeit voort uit dat oorspronkelijke inzicht dat God liefde is. Wie in
liefde leeft, woont in het licht. De zonde is de onliefde, de haat, de wrok, de
hardheid, wraakzucht… Hier hebben we echt te maken met de duisternis, de
vervreemding van God. Kol.2,1 Want u
moet weten welk een zware strijd ik te voeren heb voor u en voor de mensen in
Laodicea, en voor zo velen die mij nooit in levenden lijve hebben gezien. 2 Al
mijn moeite is erop gericht dat zij goede moed houden en innig in liefde
verbonden blijven, en zo komen tot de volle rijkdom van het inzicht in Gods
geheim, Christus namelijk, Hier
horen we de echte missionaris zijn hart uitspreken.
Heel zijn leven, zijn inspanningen, zijn zorg, heel zijn hart is gericht
om mensen in contact te houden met Christus, de grote gave vanwege God aan de
mensen. Tegen alle dwaze gnosis en hoogmoedige wijsheid in, beweren de ware
christenen van in het begin dat Jezus de bron van wijsheid en kennis is, waar
geen mens zou opgekomen zijn: Gods vindingrijke liefde! Fil.2,2 maak
mijn vreugde dan volledig door uw eenheid van denken, uw eenheid in de liefde,
uw saamhorigheid en eensgezindheid. We
herinneren ons met welk aandringen de Heer Jezus gebeden heeft tot de Vader
opdat zijn leerlingen één zouden zijn. Na Pinksteren treffen wij de eerste
christenen ook aan “één van hart en geest”. De eenheid binnen de Ene
Drie-ene God moet voorbeeld zijn voor de christengemeenschap. Niets haalt de
Geest zo weg uit een gemeenschap als onenigheid en kritiek. Wij moeten de
Geest bidden om ons (hart, ons denken, ons spreken, ons handelen) te zuiveren
van alle besmetting die zou kunnen leiden tot on-eenheid. Joh.10,10
Een dief komt alleen maar om te roven en te slachten, en om verloren te laten
gaan; Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed. 11 Ik
ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Zo
heeft Jezus het gedaan. En zo zal ieder christen het moeten doen die verantwoordelijkheid
draagt voor anderen: ouders, leerkrachten en schooldirecties, verantwoordelijken
van gebedsgroepen en gemeenschappen, jeugdleiders… Heeft men alleen zijn eigen
belang op het oog, of heeft men het besef dat zijn functie het heil van de ander
op het oog moet hebben, dat op de eerste plaats. Laten we toch maar eens goed
kijken naar ‘de goede herder’ en bidden om de Geest om in zijn spoor te
kunnen gaan. Dan.3,4 ...
riep een heraut met krachtige stem: `Volken, volksstammen en talen: u wordt
bevolen 5 zich in aanbidding neer te
werpen voor het gouden beeld dat koning Nebukadnessar heeft opgericht. Het
gouden beeld aanbidden is een verzoeking van alle tijden. In feite staat het
voor elke verzoeking om het geschapene te aanbidden of om God achter te stellen
tegenover geld, bezit, genotsmiddelen, ontspanning of job... Wij kunnen om het
even wat laten voorgaan... Maar
buiten Gods verlangen wordt niets blijvends opgebouwd.
Mk.15,4
Pilatus stelde Hem nogmaals een vraag: `Antwoordt U niets? Kijk waar ze U
allemaal van beschuldigen.' 5 Jezus antwoordde niets meer, tot verbazing van
Pilatus. Een en
ander was reeds gezegd en als er echt niet de minste openheid is om 1° Jezus au
sérieux te nemen en 2° de persoon gewoon mensen naar de ogen kijkt in plaats
van zich af te vragen wat Gods zicht op de zaak is… Ja, dan valt er niet veel
meer te zeggen. Bidden wij dat we steeds mogen ontsnappen aan verstoktheid van
hart, geslotenheid van geest of aan de neiging om eerder naar mensen te
luisteren dan naar God. Rom.10,4 Want
Christus is het doel van de wet tot gerechtigheid voor ieder die gelooft. Wij mogen
ons als mensen nog zo moe maken om God te behagen, om in alles zijn verlangen te
doen, om perfect te zijn… wij zullen telkens weer moeten bekennen dat we onder
de maat bleven. Jezus heeft evenwel in alles Gods welbehagen gehad, Hij heeft
alles volbracht. En door op Hem te bouwen (= geloven) in Hem trekken wij ook
Gods welbehagen over ons. En telkens weer zullen wij door Hem aangespoord worden
en kracht krijgen om meer en telkens opnieuw het verlangen te doen van de Vader. Gen.11,4 Nu zeiden ze: `Laten wij een stad bouwen met een toren, waarvan
de spits tot in de hemel reikt; dan krijgen wij naam en worden wij niet over de
aardbodem verspreid.’ Eigenlijk is er de psalm die het zo mooi en tevens zo cru zegt: “Als de
heer de stad niet bouwt, bouwen de knechten vergeefs”. Het klinkt zeer cru in
de oren van wie niet gelooft. Wie wel gelooft ziet wel de prachtige
verwezenlijkingen van de mens, maar hij ziet ook hoe een stad zonder God op heel
wat vlakken ook de mens stuk maakt, of een heel aantal mensen of mensengroepen
tekort doet. Het is ook de les van het verhaal van de toren van Babel: als de
mens het zonder God probeert komt er uiteindelijk alleen maar wanorde… Hand.19,11 God deed door de handen van Paulus ongewoon grote wonderen; 12
dat ging zo ver dat zweetdoeken en ander linnengoed dat hij gebruikte naar de
zieken werd gebracht; dan verdwenen hun kwalen en verlieten de boze geesten hen.
Uit deze wat simpele gewoonte om zaken die aan grote Godsvrienden hebben
toebehoord te vereren en zelfs als amuletten te gebruiken waarlangs Gods zegen
ook ons kan bereiken blijkt eigenlijk het grote kenmerk van de christelijke
godsdienst: het is een godsdienst van de incarnatie, van de menswording. God is
in Jezus Christus ons nabij gekomen, zichtbaar tussen ons aanwezig. Daarom
hebben we geen schrik van het lichamelijke, noch van de seksualiteit, noch van
het afbeelden van Christus en de heiligen. We spelen als het ware met het materiële,
ook Christus heeft materiële en menselijke zaken genomen om zijn heil aan
mensen mee te delen. Want inderdaad, het gaat altijd over verwijzing. Wij
aanbidden geen heiligen, zelfs niet Maria, de Moeder van Jezus, wij aanbidden
geen afbeeldingen… Wij benaderen ze wel met groot respect. In die afbeeldingen
voelen wij ons in contact met de afgebeelde en vragen wij hen om voorspraak bij
God en bij onze Heer en Heiland, Jezus Christus. Amos 5,15 Haat het kwade, heb het goede lief en handhaaf het recht in de
stadspoort; misschien zal de HEER, de God van de machten, zich dan over de rest
van Jozef ontfermen. In het afwijzen van het kwaad en in het beleven van Gods verlangen, vooral in de aandacht voor de zwakke mens en de medemens in het algemeen, mogen wij ons echt kinderen van God weten. Met een bijzondere liefde zal Hij zijn gelaat tot ons wenden. En die diepe vrede in ons hart zal onze kracht en onze vreugde zijn.
Jac.1, 5 Schiet iemand van u tekort in wijsheid, dan moet hij haar vragen
aan God, en zij zal hem gegeven worden, want God geeft aan allen zonder
voorbehoud en zonder verwijt. 6 Maar hij moet wel bidden met vertrouwen, zonder
te weifelen... Gods Geest wordt geschonken aan ieder die Jezus als Heiland erkent, God
schenkt zijn wijsheid aan ieder die met vertrouwen en aanhoudend er om vraagt.
Uit de gebed blijkt immers de erkenning van God als de Bron van alle wijsheid en
het vertrouwen dat wie op Hem vertrouwen op de rots bouwen. Oude akte van hoop: “Mijn Heer en mijn God, ik hoop met een vast betrouwen van U te bekomen door de verdiensten van Jezus Christus het eeuwig geluk en de genade om het te verdienen. Omdat Gij oneindig goed zijt, almachtig en getrouw in uw beloften. In deze hoop wil ik leven en sterven”
Ps.12,1(13,2) Hoe lang nog, HEER? Vergeet U mij voorgoed? Hoe lang nog
verbergt U uw gelaat voor mij? 2 (13,3) Hoe lang nog, dag na dag, moet mijn hart
tobben en klagen? De schreeuw van een mens in nood, in uiterste bezorgdheid en die zich
richt tot God. De schreeuw van Christus aan het kruis… “Mijn God, mijn God,
waarom hebt Gij Mij verlaten?” En even later: “Vader, in uw handen beveel ik
mijn geest”.
Job 2,13 Zeven dagen en zeven nachten zaten ze bij hem op de grond zonder
een woord te zeggen, want ze zagen hoe groot zijn lijden was. Dit is de goede manier om mensennabij te zijn die zwaar lijden, een zware
tegenslag kenden, een pijnlijk overlijden meemaakten van een naastbestaande. Er
bij gaan zitten, zonder veel woorden. Bij hen in hun lijden gaan zitten,
nederig, want het is HUN lijden, HUN pijn. Een omhelzing, een zacht bemoedigend
klopje op de schouder, maar altijd in alle nederigheid omwille van het lijden
dat HEN overkomt en in veel mindere mate jou. Als christen is er die – vaak onuitgesproken – steun van ons gebed die
we de ander nooit mogen onthouden. Daaruit blijkt ook vooral ons echte
betrokkenheid.
1Petr.3,3 Zoek uw schoonheid niet in uiterlijkheden, zoals kunstige
kapsels, gouden sieraden en mooie kleren, 4 maar veeleer in de innerlijke
hoedanigheden van het hart, in het onvergankelijke sieraad van een zacht en
gelijkmatig gemoed, dat kostbaar is in de ogen van God. 5 Zo tooiden zich
vroeger de heilige vrouwen die hun hoop hadden gesteld op God... God heeft de mens gemaakt naar zijn beeld. Menselijke schoonheid is een
gave van God. Maar schoonheid is niet enkel uiterlijk. De voornaamste schoonheid
van de mens, ook van de vrouw, situeert zich in het hart en meer nog in de
overgave en toewijding aan God. Laten wij ons daarop nog het meest toeleggen en
daar zonder schroom om smeken.
Baruch 1,20 Dus hebben ons tot op de dag van vandaag de rampen en de
vervloekingen getroffen die de Heer door zijn dienaar Mozes liet afkondigen bij
de uittocht van onze voorouders uit Egypte naar het land dat overvloeit van melk
en honing. 21 Wij hebben niet geluisterd naar de woorden van de profeten die de
Heer onze God ons zond. 22 Wij gingen hardnekkig onze eigen weg, dienden andere
goden en deden wat de Heer onze God afkeurt. Wij leven als platte materialisten en hebben het idealisme van onze jonge
jaren helemaal de rug toegekeerd…
Hebr.10,5 Daarom zegt Hij dan ook, als Hij in de wereld komt: Slachtoffers
en gaven hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam bereid.
6 Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen.
7 Toen zei Ik: Hier ben Ik, Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen,
zoals er in de boekrol over Mij geschreven staat. Dat
heeft de Hebreeënbrief echt goed opgemerkt als de kern, als het merg van
Jezus’ bestaan. Daarom ook is Jezus onze Heiland geworden. Door het verlangen
te doen van de Vader. Het zou ook het leitmotiv van ons leven moeten zijn. Neem
als refrein van deze dag: “Vader, ik wil vandaag alleen maar uw verlangen
doen. Zend mij uw Geest om mij daarin te leiden”.
Lc.11,9 Ik zeg jullie: vraag en jullie zal gegeven worden, zoek en je zult
vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. 10 Want ieder die vraagt,
krijgt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, zal worden opengedaan. 11 Welke
vader onder jullie zal zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats daarvan
een slang geven? 12 Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? 13 Als jullie
dus, slecht als je bent, het goede weten te geven aan je kinderen, hoeveel te
meer zal dan de hemelse Vader de heilige Geest geven aan degenen die Hem erom
vragen.' Onze Vader wil ons alleen maar het allerbeste geven… maar we moeten er
om vragen. “Vader, in Jezus Naam, zend mij uw heilige Geest”.
Fil.2,12b bewerk uw redding
met eerbied en ontzag. 13 God immers brengt in u zowel het willen als het doen
tot stand, om zijn welgevallen te verwezenlijken. Het blijft inderdaad belangrijk dat wij ons inspannen om Gods verlangen te
doen, altijddoor. Maar met ontzag.
Wij moeten weten dat uiteindelijk alles genade is, zoals de heilige Teresia van
Lisieux (Thérèse Martin) vaak herhaalde.
Mt.10,14 Als ze je niet ontvangen en niet luisteren naar je woorden, ga
dan weg uit dat huis of die stad en stamp het stof van je voeten. Dit is geen kwestie van gemakzucht. Wij moeten de volheid van het heil aan
mensen aanbieden. Maar je kunt mensen niet dwingen. Het is geen kwestie van
“bekering of de dood”. God wil
geen slaven als kinderen, maar vrije mensen die van harte “ja” zeggen op
zijn aanbod van heil. Wij moeten ons laten leiden naar mensen die enige openheid
vertonen voor het heil en zich dan ook van harte overgeven aan Jezus, de Heer en
Heiland. Bid ’s morgens dat de Heer je leidt naar de mensen aan wie je het
Blijde Nieuws mag brengen.
|