Een Woord en (meestal) een woordje
voor elke dag in april
(1 is genoeg)

10
11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27 28 29

30

31

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKENTHUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - MORAALHAHAHA - BOEKEN - MARIA - CHRISTELIJKE VORMING - ZENDING - KERK en GELOOF - CHRISTEN in de WERELD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENISUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -   GRIEKSE KERK BAGDAD -  WETENSCHAP - JEZUS (Isa al Masih) - GEBED - SOCIALE INZET - EVANGELIE-LEZING

 

 

1

Ef.1,3 Gezegend is de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelse regionen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen.

- Een woord van eindeloze hoop. Het nodigt ons uit om te blijven opzien naar Jezus en zijn heerlijke overwinning doorheen afschuwelijk lijden en vernederende slavendood. Wij mogen door het geloof nu reeds delen in de zekerheid van zijn overwinning. Ook vandaag mogen wij ons optrekken aan die zekerheid dat al ons doen en laten, door onze verbondenheid met Christus eeuwigheidswaarde heeft en aangenaam is aan God.

 

2

Rom.24,5 zo vormen wij allen tezamen in Christus één lichaam, en ieder afzonderlijk zijn wij elkaars ledematen. 6 De geestelijke gaven die wij bezitten, verschillen naar de bijzondere genade die ieder van ons is geschonken. Is het de gave van de profetie, gebruik die dan in overeenstemming met het geloof. 7 Is het de gave van dienstbetoon of van lering, leg u dan toe op dienstbetoon of onderricht. 8 Wie anderen kan bemoedigen, moet dat doen. Wie iets heeft uit te delen, moet het zonder bijbedoelingen wegschenken. Als u leiding geeft, doe het met ijver, als u barmhartigheid bewijst, doe het blijmoedig. 9 Uw liefde moet oprecht zijn.

- Gods Geest is ons geschonken en de geestelijke gaven zijn dan ook rijkelijk uitgestrooid over de kerkgemeenschap. Die geestelijke gaven moeten gebruikt worden tot opbouw van het geheel. Het is van belang dat ze binnen de kerkgemeenschap erkend en aangemoedigd worden en door de persoon zelf aanvaard en in praktijk gebracht. Men moet daarbij niet gewoon rekenen op eigen kracht maar op de heilige Geest die ons gegeven is.

3

Het is goed om te weten waar je terecht kunt bij gelovige mensen, bij wie je steun en bemoediging en vooral ook de geestelijke kracht kunt ervaren binnen een biddende gemeenschap waarbinnen de Geest van Jezus ook sterk aan het werk is.

4
Hebr.11,1 Het geloof is de vaste grond voor wat wij hopen, het bewijs van wat wij niet zien.

Het geloof is het grote geschenk van God; iets wat Gods Geest in ons bewerkt. Doorheen het Woord van God dat ons verkondigd wordt komt het als een geschenk tot ons dat we al of niet kunnen be-amen. Het içs het geloof dat in Jezus Christus God zich helemaal heeft uitgesproken, ons zijn liefde op een alles overtreffende wijze heeft geopenbaard en ons het teken van de Opstanding van Christus heeft gegeven die ook voor ons de garantie inhoudt dat we met Hem geborgen zijn in het hart van de Vader. Zo is het geloof in God tevens hoop op God. (1Petr. 1,21 Door Hem gelooft gij in God, die Hem van de doden opgewekt en Hem de heerlijkheid gegeven heeft; daarom is uw geloof in God tevens hoop op God.)

 

5
Hebr.11,2 Om hun geloof werden de ouden met ere vermeld.

“Geloven” is altijd ook een werkwoord. Het betekent dat men zijn leven bouwt op het woord, op beloften, op daden vanwege God. Mensen die radicaal die weg van het geloven gaan en hun leven radicaal bouwen op God, op Christus, mogen we dan ook eren en navolgen. Ze zijn een uitdaging tot ons. Het waren ook maar mensen.

6

Hebr.11,3 Door het geloof erkennen wij dat het heelal tot stand is gekomen door Gods woord, en wel zo dat het zichtbare ontstaan is uit het onzichtbare.

Wij kunnen dan wel allerlei wetenschappelijke theorieën kennen over het ontstaan van het universum en de aarde, van het leven en het reflexieve bewustzijn. Het geloof zegt ons dat God aan de oorsprong staat van alles. Dit legt geenszins het wetenschappelijke denken aan banden. Wij mogen geloven en weten dat God zich om ieder van ons bekommert en wij in zijn liefdevolle aandacht geborgen zijn, al gaat dit alles ons menselijk denken ver te boven.

7
Lk.10,4 Neem geen geldbeurs mee, geen tas, geen schoenen. Groet onderweg niemand.

Het woord van God en ook het christelijke getuigenis behoeft geen grote voorzieningen, maar vooral een hart dat vol is van de Heer. Het groeten gaat hier over de eindeloze oriëntaalse groet en uitwisselen van alle mogelijke wetenswaardigheden. Wees bezig met het essentiële en breng de kern van het geloof.

8
2Tim. 1,1 Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, gezonden om de belofte bekend te maken van het leven dat verborgen ligt in Christus Jezus.

Het is Gods vrije keuze om mensen voor dit of dat ambt uit te kiezen, deze of gene verantwoordelijkheid toe te vertrouwen. Wij mogen gerust streven naar geestelijke gaven en ambten, maar toch erkennen dat God dat alles nog moet bevestigen.

Maar ieder christen moet beseffend at ook hij een gezant is van de Heer en gezonden om het blijde nieuws uit te dragen in woord en leven en te getuigen van de hoop die in ons leeft. (1Petr.3,15 heiligt in uw hart Christus als de Heer. Weest altijd bereid tot verantwoording aan alwie u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft.)

9

2Joh.1,4 Ik was heel verheugd dat ik enige van uw kinderen heb ontmoet, die in waarheid leven volgens het gebod dat wij van de Vader hebben ontvangen.

Het doet echt deugd al christen om mensen te ontmoeten die hun christen-zijn consequent beleven en intreden in de gezindheid van Christus die in alles het verlangen van de Vader heeft gedaan. ‘Vader, openbaar mij uw verlangen en geef mij de kracht om volgens uw verlangen te leven en te handelen’.

10

Jes.12,1 Op die dag zult u zeggen: `Ik loof U, HEER; U was woedend op mij, maar uw woede is bedaard en U hebt mij getroost. 2 God is mijn redding! Ik vrees niet, ik ben vol vertrouwen: de HEER is mijn sterkte en kracht, Hij is mijn redding geworden.' 3 En u zult vol vreugde water putten uit de bronnen van de redding.

Woorden van vergeving mogen horen, mogen vernemen ‘het is vergeven en vergeten’, dat maakt een mens weer nieuw, dat geeft nieuw leven, nieuw élan. ‘Wij zijn allemaal verloren zonen (en dochters), maar niemand is verloren’.  Jezus is gekomen en heeft alles weer recht getrokken, heeft ons weer op goede voet gezet met God… als wij het verlangen.

 

11

Mt.10,5 Deze twaalf zond Jezus uit met de opdracht: `Sla de weg naar de heidenen niet in, en ga een stad van de Samaritanen niet binnen. 6 Maar ga liever naar de verloren schapen van het huis van Israël. 7 Verkondig op je tocht: "Het koninkrijk der hemelen is ophanden!"

Jezus aanzag het ook als zijn eerste opdracht naar "de verloren schapen van het huis Israël" te gaan en in die richting zendt Hij ook zijn eerste leerlingen. Zij moesten de eerste kans krijgen, want zij hadden doorheen de eeuwen de verwachting van het heil gekoesterd, met vallen en opstaan…  Jezus’ eerste volgelingen waren dan ook Joodse mensen. Maar doorheen zijn korte optreden zien we dat Hij ook soms de weg naar de heidenen en Samaritanen insloeg, dat Hij zich niet afsluit om toch heidense mensen te laten delen in het heil… En dat zal dan de grote uitdaging vormen van de eerste kerkgemeenschap: zich openen naar de heidenen en niet-Joden.

12

1Joh.2,11 Maar wie zijn broeder haat, woont in duisternis. Hij tast in het donker en weet niet waarheen zijn weg hem voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt.

Deze uitspraak vloeit voort uit dat oorspronkelijke inzicht dat God liefde is. Wie in liefde leeft, woont in het licht. De zonde is de onliefde, de haat, de wrok, de hardheid, wraakzucht… Hier hebben we echt te maken met de duisternis, de vervreemding van God.

13

Kol.2,1 Want u moet weten welk een zware strijd ik te voeren heb voor u en voor de mensen in Laodicea, en voor zo velen die mij nooit in levenden lijve hebben gezien. 2 Al mijn moeite is erop gericht dat zij goede moed houden en innig in liefde verbonden blijven, en zo komen tot de volle rijkdom van het inzicht in Gods geheim, Christus namelijk, 3 in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.

Hier horen we de echte missionaris zijn hart uitspreken.  Heel zijn leven, zijn inspanningen, zijn zorg, heel zijn hart is gericht om mensen in contact te houden met Christus, de grote gave vanwege God aan de mensen. Tegen alle dwaze gnosis en hoogmoedige wijsheid in, beweren de ware christenen van in het begin dat Jezus de bron van wijsheid en kennis is, waar geen mens zou opgekomen zijn: Gods vindingrijke liefde!

14

Fil.2,2 maak mijn vreugde dan volledig door uw eenheid van denken, uw eenheid in de liefde, uw saamhorigheid en eensgezindheid.

We herinneren ons met welk aandringen de Heer Jezus gebeden heeft tot de Vader opdat zijn leerlingen één zouden zijn. Na Pinksteren treffen wij de eerste christenen ook aan “één van hart en geest”. De eenheid binnen de Ene Drie-ene God moet voorbeeld zijn voor de christengemeenschap. Niets haalt de Geest zo weg uit een gemeenschap als onenigheid en kritiek. Wij moeten de Geest bidden om ons (hart, ons denken, ons spreken, ons handelen) te zuiveren van alle besmetting die zou kunnen leiden tot on-eenheid.

15

Joh.10,10 Een dief komt alleen maar om te roven en te slachten, en om verloren te laten gaan; Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed. 11 Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen.

Zo heeft Jezus het gedaan. En zo zal ieder christen het moeten doen die  verantwoordelijkheid draagt voor anderen: ouders, leerkrachten en schooldirecties, verantwoordelijken van gebedsgroepen en gemeenschappen, jeugdleiders… Heeft men alleen zijn eigen belang op het oog, of heeft men het besef dat zijn functie het heil van de ander op het oog moet hebben, dat op de eerste plaats. Laten we toch maar eens goed kijken naar ‘de goede herder’ en bidden om de Geest om in zijn spoor te kunnen gaan.

 16

Dan.3,4 ... riep een heraut met krachtige stem: `Volken, volksstammen en talen: u wordt bevolen  5 zich in aanbidding neer te werpen voor het gouden beeld dat koning Nebukadnessar heeft opgericht.

Het gouden beeld aanbidden is een verzoeking van alle tijden. In feite staat het voor elke verzoeking om het geschapene te aanbidden of om God achter te stellen tegenover geld, bezit, genotsmiddelen, ontspanning of job... Wij kunnen om het even wat laten voorgaan...  Maar buiten Gods verlangen wordt niets blijvends opgebouwd.

 

17

Mk.15,4 Pilatus stelde Hem nogmaals een vraag: `Antwoordt U niets? Kijk waar ze U allemaal van beschuldigen.' 5 Jezus antwoordde niets meer, tot verbazing van Pilatus.

Een en ander was reeds gezegd en als er echt niet de minste openheid is om 1° Jezus au sérieux te nemen en 2° de persoon gewoon mensen naar de ogen kijkt in plaats van zich af te vragen wat Gods zicht op de zaak is… Ja, dan valt er niet veel meer te zeggen. Bidden wij dat we steeds mogen ontsnappen aan verstoktheid van hart, geslotenheid van geest of aan de neiging om eerder naar mensen te luisteren dan naar God.

18

Rom.10,4 Want Christus is het doel van de wet tot gerechtigheid voor ieder die gelooft.

Wij mogen ons als mensen nog zo moe maken om God te behagen, om in alles zijn verlangen te doen, om perfect te zijn… wij zullen telkens weer moeten bekennen dat we onder de maat bleven. Jezus heeft evenwel in alles Gods welbehagen gehad, Hij heeft alles volbracht. En door op Hem te bouwen (= geloven) in Hem trekken wij ook Gods welbehagen over ons. En telkens weer zullen wij door Hem aangespoord worden en kracht krijgen om meer en telkens opnieuw het verlangen te doen van de Vader.

19

Gen.11,4 Nu zeiden ze: `Laten wij een stad bouwen met een toren, waarvan de spits tot in de hemel reikt; dan krijgen wij naam en worden wij niet over de aardbodem verspreid.’

Eigenlijk is er de psalm die het zo mooi en tevens zo cru zegt: “Als de heer de stad niet bouwt, bouwen de knechten vergeefs”. Het klinkt zeer cru in de oren van wie niet gelooft. Wie wel gelooft ziet wel de prachtige verwezenlijkingen van de mens, maar hij ziet ook hoe een stad zonder God op heel wat vlakken ook de mens stuk maakt, of een heel aantal mensen of mensengroepen tekort doet. Het is ook de les van het verhaal van de toren van Babel: als de mens het zonder God probeert komt er uiteindelijk alleen maar wanorde…

20

Hand.19,11 God deed door de handen van Paulus ongewoon grote wonderen; 12 dat ging zo ver dat zweetdoeken en ander linnengoed dat hij gebruikte naar de zieken werd gebracht; dan verdwenen hun kwalen en verlieten de boze geesten hen.

Uit deze wat simpele gewoonte om zaken die aan grote Godsvrienden hebben toebehoord te vereren en zelfs als amuletten te gebruiken waarlangs Gods zegen ook ons kan bereiken blijkt eigenlijk het grote kenmerk van de christelijke godsdienst: het is een godsdienst van de incarnatie, van de menswording. God is in Jezus Christus ons nabij gekomen, zichtbaar tussen ons aanwezig. Daarom hebben we geen schrik van het lichamelijke, noch van de seksualiteit, noch van het afbeelden van Christus en de heiligen. We spelen als het ware met het materiële, ook Christus heeft materiële en menselijke zaken genomen om zijn heil aan mensen mee te delen. Want inderdaad, het gaat altijd over verwijzing. Wij aanbidden geen heiligen, zelfs niet Maria, de Moeder van Jezus, wij aanbidden geen afbeeldingen… Wij benaderen ze wel met groot respect. In die afbeeldingen voelen wij ons in contact met de afgebeelde en vragen wij hen om voorspraak bij God en bij onze Heer en Heiland, Jezus Christus.

21

Amos 5,15 Haat het kwade, heb het goede lief en handhaaf het recht in de stadspoort; misschien zal de HEER, de God van de machten, zich dan over de rest van Jozef ontfermen.

In het afwijzen van het kwaad en in het beleven van Gods verlangen, vooral in de aandacht voor de zwakke mens en de medemens in het algemeen, mogen wij ons echt kinderen van God weten. Met een bijzondere liefde zal Hij zijn gelaat tot ons wenden. En die diepe vrede in ons hart zal onze kracht en onze vreugde zijn.

 

22

Jac.1, 5 Schiet iemand van u tekort in wijsheid, dan moet hij haar vragen aan God, en zij zal hem gegeven worden, want God geeft aan allen zonder voorbehoud en zonder verwijt. 6 Maar hij moet wel bidden met vertrouwen, zonder te weifelen...

Gods Geest wordt geschonken aan ieder die Jezus als Heiland erkent, God schenkt zijn wijsheid aan ieder die met vertrouwen en aanhoudend er om vraagt. Uit de gebed blijkt immers de erkenning van God als de Bron van alle wijsheid en het vertrouwen dat wie op Hem vertrouwen op de rots bouwen.

Oude akte van hoop: “Mijn Heer en mijn God, ik hoop met een vast betrouwen van U te bekomen door de verdiensten van Jezus Christus het eeuwig geluk en de genade om het te verdienen. Omdat Gij oneindig goed zijt, almachtig en getrouw in uw beloften. In deze hoop wil ik leven en sterven”

 

23

Ps.12,1(13,2) Hoe lang nog, HEER? Vergeet U mij voorgoed? Hoe lang nog verbergt U uw gelaat voor mij? 2 (13,3) Hoe lang nog, dag na dag, moet mijn hart tobben en klagen?

De schreeuw van een mens in nood, in uiterste bezorgdheid en die zich richt tot God. De schreeuw van Christus aan het kruis… “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” En even later: “Vader, in uw handen beveel ik mijn geest”.
Goede God, zie op mij neer in mijn uiterste nood. Ondanks alles blijf ik op U vertrouwen.

 

24

Job 2,13 Zeven dagen en zeven nachten zaten ze bij hem op de grond zonder een woord te zeggen, want ze zagen hoe groot zijn lijden was.

Dit is de goede manier om mensennabij te zijn die zwaar lijden, een zware tegenslag kenden, een pijnlijk overlijden meemaakten van een naastbestaande. Er bij gaan zitten, zonder veel woorden. Bij hen in hun lijden gaan zitten, nederig, want het is HUN lijden, HUN pijn. Een omhelzing, een zacht bemoedigend klopje op de schouder, maar altijd in alle nederigheid omwille van het lijden dat HEN overkomt en in veel mindere mate jou.

Als christen is er die – vaak onuitgesproken – steun van ons gebed die we de ander nooit mogen onthouden. Daaruit blijkt ook vooral ons echte betrokkenheid.

 

25

1Petr.3,3 Zoek uw schoonheid niet in uiterlijkheden, zoals kunstige kapsels, gouden sieraden en mooie kleren, 4 maar veeleer in de innerlijke hoedanigheden van het hart, in het onvergankelijke sieraad van een zacht en gelijkmatig gemoed, dat kostbaar is in de ogen van God. 5 Zo tooiden zich vroeger de heilige vrouwen die hun hoop hadden gesteld op God...

God heeft de mens gemaakt naar zijn beeld. Menselijke schoonheid is een gave van God. Maar schoonheid is niet enkel uiterlijk. De voornaamste schoonheid van de mens, ook van de vrouw, situeert zich in het hart en meer nog in de overgave en toewijding aan God. Laten wij ons daarop nog het meest toeleggen en daar zonder schroom om smeken.

 

26

Baruch 1,20 Dus hebben ons tot op de dag van vandaag de rampen en de vervloekingen getroffen die de Heer door zijn dienaar Mozes liet afkondigen bij de uittocht van onze voorouders uit Egypte naar het land dat overvloeit van melk en honing. 21 Wij hebben niet geluisterd naar de woorden van de profeten die de Heer onze God ons zond. 22 Wij gingen hardnekkig onze eigen weg, dienden andere goden en deden wat de Heer onze God afkeurt.

Wij leven als platte materialisten en hebben het idealisme van onze jonge jaren helemaal de rug toegekeerd…
In ons dagelijks bestaan, in ons beroepsleven leven wij zonder God. In moeilijkheden gaan we maar naar Hem wanneer al de rest ons begeeft. In vreugde denken we er niet aan Hem te danken…
Wij geven aan een hoop zaken, ook ongelooflijk oppervlakkige zaken de hoofdbrok van onze tijd… “Als God geluk heeft” krijgt Hij nog een halfuurtje tijd toebedeeld in het weekend. En wij noemen ons ‘gelovige’ mensen.

 

27

Hebr.10,5 Daarom zegt Hij dan ook, als Hij in de wereld komt: Slachtoffers en gaven hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam bereid.   6 Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen.   7 Toen zei Ik: Hier ben Ik, Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen, zoals er in de boekrol over Mij geschreven staat.

Dat heeft de Hebreeënbrief echt goed opgemerkt als de kern, als het merg van Jezus’ bestaan. Daarom ook is Jezus onze Heiland geworden. Door het verlangen te doen van de Vader. Het zou ook het leitmotiv van ons leven moeten zijn. Neem als refrein van deze dag: “Vader, ik wil vandaag alleen maar uw verlangen doen. Zend mij uw Geest om mij daarin te leiden”.

 

28

Lc.11,9 Ik zeg jullie: vraag en jullie zal gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. 10 Want ieder die vraagt, krijgt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, zal worden opengedaan. 11 Welke vader onder jullie zal zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats daarvan een slang geven? 12 Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? 13 Als jullie dus, slecht als je bent, het goede weten te geven aan je kinderen, hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader de heilige Geest geven aan degenen die Hem erom vragen.'

Onze Vader wil ons alleen maar het allerbeste geven… maar we moeten er om vragen. “Vader, in Jezus Naam, zend mij uw heilige Geest”.

 

29

Fil.2,12b  bewerk uw redding met eerbied en ontzag. 13 God immers brengt in u zowel het willen als het doen tot stand, om zijn welgevallen te verwezenlijken.

Het blijft inderdaad belangrijk dat wij ons inspannen om Gods verlangen te doen, altijddoor.  Maar met ontzag. Wij moeten weten dat uiteindelijk alles genade is, zoals de heilige Teresia van Lisieux (Thérèse Martin) vaak herhaalde. 
“Vader, laat uw heilige wil geschieden in mij”.
“Jezus, mijn Heer, Geliefde Zoon van de Vader, leid mij”. 
“Geest van God, ik wil U gehoorzamen, leid mij”.

 

30

Mt.10,14 Als ze je niet ontvangen en niet luisteren naar je woorden, ga dan weg uit dat huis of die stad en stamp het stof van je voeten.

Dit is geen kwestie van gemakzucht. Wij moeten de volheid van het heil aan mensen aanbieden. Maar je kunt mensen niet dwingen. Het is geen kwestie van “bekering of de dood”.  God wil geen slaven als kinderen, maar vrije mensen die van harte “ja” zeggen op zijn aanbod van heil. Wij moeten ons laten leiden naar mensen die enige openheid vertonen voor het heil en zich dan ook van harte overgeven aan Jezus, de Heer en Heiland. Bid ’s morgens dat de Heer je leidt naar de mensen aan wie je het Blijde Nieuws mag brengen.