|
|
|
ACTIVITEITEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED - GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN INHOUD - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT - THUISPAGINA - UITZICHT - VERHALEN - WETENSCHAP - ZENDING -
-
Een conservatieve maar levende Benedictijnergemeenschap
Nadat de bisschop van Brugge reeds in 1998 de gemeenschap
erkende als "publieke vereniging van christengelovigen" wilde hij dit
religieuze leven nog meer bemoedigen en bestendigen. Op 15 augustus 2008 is
hij voorgegaan in de eucharistieviering in de Sint-Salvatorskathedraal te
Brugge. Tijdens deze viering heeft hij de Gemeenschap 'Moeder van Vrede'
geïnstalleerd als een religieuze congregatie van diocesaan recht. Naast deze
officiële erkenning hebben de eerste drie kandidaten van vijftien jaar trouwe
inzet - broeder Alexander, broeder Dirk en zuster Greta - hun geloften voor
het leven uitgesproken. Ondertussen zijn nog enige postulanten tot de
gemeenschap toegetredenen. Ze zijn nu met een tiental. Op vraag van de
bisschop heeft de gemeenschap haar intrek genomen in de Sint-Godelieveabdij
van Gistel, (tevoren was ze in Meetkerke) die een drukbezocht bedevaartsoord
is, om er de gebedstraditie van de zusters benedictinessen verder te zetten en
haar apostolaat verder uit te bouwen. De nieuwe locatie biedt veel kansen voor
evangelisatie en pastoraal. "We zullen veel mensen kunnen ontvangen en
begeleiden - onder meer de jonge gezinnen die nu al met ons meeleven. We
willen ook nog meer focussen op de sacramenten. Zo zullen wij
biechtgelegenheid verzekeren voor de vele pelgrims die Gistel aandoen."
DE MONASTIEKE
FAMILIE VAN BETHLEHEM "In stilte bidden en werken, wachtend op de
Heer" bvv naar een folder Monastieke
vernieuwing vanuit een oude bron Terwijl de kerk van binnenuit en vanuit de
samenleving gecontesteerd en bekritiseerd wordt, terwijl vastgesteld wordt dat
het met priesterroepingen en roepingen tot het religieuze leven serieus bergaf
gaat, stoot je soms op van die zaken die je niet voor mogelijk houdt,
kerkvernieuwing, verdieping van het christelijk leven, nieuwe vormen en
stichtingen van religieus en monastiek leven… zelfs hier in het Westen en in
het Europa dat de religie in het algemeen en het christendom in het bijzonder
aan de deur wil zetten. De Rede, de Zelfrealisatie, Moeder Aarde en nog een hele
rits totems, ja, daarrond willen wij ons allen buigen. Alsof religie en
christendom, en zeker die versmade katholieke Kerk,
haaks op al die waarden staat. Een ernstige misvatting. Alleen ziet het
christendom soms iets verder, iets ruimer, situeert het die waarden binnen een
ruimte die heel wat ruimer is dan het hier en nu… Maar dat is nu vaak de
ingebeelde muur die de moderne mens vaak voor zichzelf optrekt. Hij heeft zijn
bestaan verengd tot het hier en nu, tot het grijpbare en direct genietbare.
Terwijl hij de ruimten verkent en wellicht in
een niet al te verre toekomst de ruimte inpalmt, heeft hij zijn hart zo klein
gemaakt, zo klein, en zijn verlangens beperkt
tot het materiële of tot al te menselijke dromen… Een genie als Augustinus
van Carthago heeft na lang nadenken en ervaren daarover gezegd: “Mijn hart
blijft onrustig, totdat het rust in U, Heer”. Vanuit die ervaring is ook de
monastieke familie van Bethlehem en Maria tenhemelopneming ontstaan. Die
benaming klinkt niet erg protestants en zal door een bepaald soort progressieve
christenen ook wel als aftands beoordeeld worden. Ik voor mij kan niet anders
dan constateren wat een enorm diepe Godsverbondenheid en van daaruit ook een
ingrijpende menselijke solidariteit binnen die entiteiten beleefd wordt. Laten
we dit van wat dichterbij bekijken. Ik laat me daarbij leiden door een folder
die zij hebben uitgegeven. Sint Bruno: een
Westerse Godzoeker in de 11de eeuw. Vrij vroeg in het christendom zijn er mensen
geweest die een radicale toewijding aan God wilden beleven en zich niet tevreden
konden stellen met een te gemakkelijk christelijk leven (na het einde van de
christenvervolgingen) ofwel die de evangelische raden op doorgedreven wijze
wilden beleven. Zo waren er kluizenaars, eremieten. Er waren ook kluizenaars die
zich wat verenigden, een zeker contact hadden met elkaar, maar toch nog echt
kluizenaars waren (anachoreten), en er ontstond later ook een soort monniken die
een echt gemeenschappelijk leven leiden (cenobieten). In het westen waren er ook vrij vroeg (overigens af
en toe tot op onze dagen) kluizenaars en stilaan ook monniken die in gemeenschap
leefden (denk aan stichters zoals Benediktus en Bernardus). Maar dat
kluizenaarsleven, met toch wat verbondenheid, de zogenaamde laura’s, daarvoor
heeft men moeten wachten tot de 11de eeuw, toen Bruno van Keulen in
het massief van Chartreuse een monastieke evangelische “Laura” stichtte. De
Kartuizers waren geboren. In 1950:
afkondiging van een dogma Natuurlijk niet onmiddellijk helemaal
uitgebalanceerd, maar dat zal bij de heilige Bruno ook wel niet aanstonds zo
geweest zijn. Op 1 november 1950 kondigt paus Pius de 12de het dogma
af van de tenhemelopneming van de Maagd Maria. Maria van Nazaret die Jezus, de
Zoon van de Allerhoogste ter wereld heeft gebracht, is door Hem met ziel en
lichaam ten hemel opgenomen, is met heel haar wezen in de heerlijkheid van de
Vader. De kerk jubelde om de plechtige afkondiging van deze geloofswaarheid, die
zich baseert in de uitverkiezing van Maria tot moeder van Jezus, Zoon van de
levende God. Voor sommige mensen uit andere godsdiensten zoals joden en moslims,
is dat een vloek dat God een Zoon heeft die ook God zou zijn, of dat ernaast God
nog iemand anders ook God zou zijn. Vanuit de christelijke openbaring hebben we
weet van de ene God, die het mysterie van zijn wezen enigszins heeft
geopenbaard: de ene God die in zichzelf gemeenschap is: Vader, Zoon en Geest. In
Jezus van Nazaret is Gods Zoon mens geworden, een mysterie van Gods
ondoorgrondelijke liefde waarvoor wij ons alleen maar in aanbidding en
dankbaarheid kunnen buigen. De innige band van geloof en liefde die Maria
verbond met haar Zoon, Jezus Christus, is voor de Kerk de bron geweest van
waaruit zij zich kon vinden in het eeuwenlange geloof van de tenhemelopneming
van Maria. Met heel haar wezen is zij reeds verheerlijkt bij God. Heilig en
vlekkeloos voor God zoals Maria Verloren in de grote massa op het Sint-Pietersplein
horen een 7-tal pelgrims, tijdens de toespraak van paus Pius XII, los van elkaar
in hun hart het woord uit Efesiërs 1,4: “In liefde heeft God ons in zijn Zoon
uitverkoren om heilig en vlekkeloos te zijn van zijn aangezicht”. Dit is niet
enkel de roeping van Maria, maar van ieder christen. Deze 7 bedevaarders
bekenden aan elkaar dat zij die uitnodiging op een bijzondere wijze tot zich
gericht voelden als “Het plan van de Maagd Maria”. Twaalf weken na de
afkondiging van het dogma van de tenhemelopneming wordt in het dorpje Chamvres
in het bisdom Sens in Bourgondië de eerste gemeenschap gevormd. Haar leden
willen onophoudelijk de Allerheiligste Drievuldigheid aanbidden en Christus
aanwezig in de Eucharistie, in een leven van stilte en eenzaamheid onttrokken
aan de blik van de mensen. De volgende jaren werden van hieruit links en rechts
andere kluizen opgericht. De inspiratie van Bruno van Keulen herleefde opnieuw. Verdere
uitbreiding De monialen (vrouwelijke religieuzen), gesticht in
1950, waren enige jaren geleden met ongeveer 400, verdeeld over 23 kloosters in
West- en Oost-Europa,in het Midden-Oosten, Noord- en Zuid-Amerika. Stichtingen
in het Verre Oosten waren in voorbereiding. Zowel in Wallonië
(Marche-les-Dames) als in Vlaanderen (op het koninklijk domein te Opgrimbie)
bevindt zich een klooster van deze monialen. De monniken (mannen) werden
opgericht in 1976. Ze zijn met 40, verdeeld over 3 kloosters in Frankrijk, Italië
en Canada. Stichtingen in Spanje en het Midden-Oosten waren in voorbereiding.
Kartuizers waren er tot voor kort niet meer in ons land, maar die zijn er wel
geweest, o.m. in Leuven en ook in Gent (Meerhem en later in het huidige Sint Jan
de Deo (Fratersplein) waar je in het Meerhem-museüm vanuit de zaal waar de
‘Pacificatie van Gent’ werd ondertekend een luikje in de haard kan openen
dat uitzicht geeft op het inwendige van een vroegere kartuizerskerk). Bidden en werken In het eigenlijke klooster of “Hoog-huis”
heb je de kerk voor de gemeenschappelijke gebedsoefeningen, en dan de
kluizen voor de individuele monniken of monialen. In dit Hoog-Huis komen de
monniken, i.c. monialen helemaal niet in contact met buitenstaanders. Zoals de
heilige Bruno het formuleerde: “Zij houden een heilige wacht in afwachting van
de terugkomst van de Bruidegom”. Dat wil niet zeggen dat ze hun dagen
doorbrengen in ledigheid. Het “ora et labora” (bidden en werken) van
Benediktus vinden we in elk gezond christelijk-religieus leven. Maar het eerste
werk van deze monniken is toch: waak en bid. (Het
“laaghuis” geeft gelegenheid aan personen die gedurende enkele dagen het
leven in stilte en eenzaamheid van de monniken willen delen. Daarbuiten is er
ook nog een gastenkwartier voor de familie van de monniken die op bezoek komen.
Zij mogen aanwezig zijn tijdens de eucharistieviering.) De handenarbeid verrichten de monniken of monialen
in hun kluis (zoals de kartuizers); er zijn evenwel ook monniken die in de
kloosterateliers werken. De vruchten van hun handwerk die aan de ingang van hun
kloosters wordt verkocht stelt de religieuzen in staat hun boterham te
verdienen. Door zich toe te leggen op de “gewijde” kunst willen ze iets
doorgeven van de schoonheid van God. Het overgrote deel van de dag brengen de
monniken/monialen door in hun kluis voor gebed, studie, de kleine getijden
(terts, sext, noon en ’s avonds de completen; ’s nachts het officie van de
Hoop). Kortom: in hun kluis bidden, werken, eten en slapen ze. Waar vormen ze
dan Laura of gemeenschap? Twee keer per dag gaan ze naar de kloosterkerk om de
heilige Eucharistie te vieren en samen de Metten en Vespers te zingen. Hier
voelen ze zich in een broederlijke of zusterlijke verbondenheid met hun
medemonniken en met hun medemensen over de hele wereld. naar top
document - naar allerlei
thema's - naar verder onderricht
- naar uitzicht CONGREGATIE
VAN SINT JAN De
‘rede’ als god of als zoekinstrument? Ongetwijfeld
een rare titel om over een nieuwe religieuze beweging of gemeenschap te spreken.
Nochtans zit de moderne mens met een geweldig schizofreen-makend probleem. Hij
zoekt naar waarheid maar beweert dat hij ze reeds gevonden heeft: de Rede en
alleen de Rede! En waar blijft dan de liefde en barmhartigheid? Zie je dan niet
hoe naar aanleiding van de Tsunami-ramp de mensen over nog wel iets meer
beschikken dan enkel wat grijze hersencellen die we vergoddelijkt hebben? Het
een sluit het ander blijkbaar niet uit. Het christendom is geen tegenstander van
de rede, maar vindt dat die rede niet moet vergoddelijkt worden maar integendeel
een zoekinstrument is naar de waarheid, naar echte waarden, naar zingeving en
-duiding. De rede moet niet vergoddelijkt worden, omdat je dan de mens en het
menselijk samenleven gaat tekort doen. Nieuwe
gemeenschappen ontstaan Deze
eenvoudige inzichten kan je destilleren uit wat een zekere pater Marie-Dominique
Philippe, een Frans dominicaan die in Zwitserland (Fribourg) wijsbegeerte
(filosofie) doceerde aan de universiteit. Hij gaf daar les van 1945 tot 1982.
Aan die universiteit volgden nogal wat jonge Fransen les.
Sommigen van hen, ontgoocheld over de gang van zaken in de kerk, vroegen
aan père Philippe of hij niet hun geestelijk leidsman wou zijn. Dit was midden
de jaren 1970. Eerder waren o.m. in Frankrijk nieuwe bewegingen ontstaan in de katholieke kerk: eind de jaren ’60 was frère Ephraïm begonnen met de gemeenschap van de Leeuw van Juda, later Communauté des Béatiudes (Gemeenschap van de Zaligsprekingen) geheten. En Pierre Goursat, een leek, richtte in die jaren samen met Martine (later Catta) de lekenbeweging Emmanuel op (waar ook de Gemeenschap Maria-Kefas – ontstaan in 1980 - schatplichtig aan is). In 1975 richt pater Pierre-Marie Delfieux de bekende Fraternité de Jérusalem op, en in 1973 ontstaat de Chemin-Neuf rond enige Jezuïeten.. Pater
Philippe helpt dan de zes studenten die een nieuwe vorm van godgewijd leven
willen leiden om hun gemeenschap op degelijke basis op te richten in 1975. De
broeders van Sint Jan. De toenmalige bisschop van Autun staat hen in 1882 toe
zich te vestigen in het voormalig kleinseminarie Notre-Dame de Rimont, een klein
dorpje in Bourgondië (zo’n
Bij de nieuwe bewegingen die in de jaren 1960-70 ontstonden in Frankrijk vinden we als inspiratiebronnen zowel de Charismatische Vernieuwing, de figuur van Marthe Robin en, voor wat de liturgische invulling betreft: de eucumenische Benedictijnerabdij van Chevetogne (later eerder de dominicaan André Gouzes, die zijn muziek inspireerde op de Slavische liturgische traditie). Bij de Broeders van Sint Jan zijn het vooral de onderrichtingen van Père Philippe – en dat zal hen vooral typeren als vormingsgemeenschap – en de inspiratie vanuit het kleine Chateauneuf-de-Galaure (even ten Zuiden van Lyon), waar een door God begenadigde vrouw, Marthe Robin, vastgekluisterd aan haar ziekbed (50 jaar lang,) oprichter werd van de Foyers de Charité, gespecialiseerd in het geven van gezins- en priesterretraites. Verscheidene van die nieuwe bewegingen, waarvan de stichters bij haar om raad kwamen, erkennen dat zij door haar bidden en offeren Gods genade heeft bekomen voor een nieuwe lente in de kerk. Op haar vraag heeft pater Marie-Dominique Philippe zeventien jaar de priesterretraites gepreekt in Chateauneuf, en steeds deed hij dat rond het Evangelie volgens Johannes (Sint Jan). Hij vroeg haar eens wat hij moest doen met de vraag van die jonge mensen die naar een nieuwe vorm van godgewijd leven vroegen. Marthe zei hem : “Pater, naar wie zullen zij gaan…?” Tot haar dood heeft hij de eerste broeders altijd aan haar kunnen presenteren in het kleine, donkere kamertje waar zij haar gasten ontving (zij was aan armen en benen verlamd, leefde enkel van de dagelijkse communie en werd in 1940 ook nog eens blind). Erkend in eigen charisma Pater Philippe leidde zijn ‘oblaten’ naar een Cisterciënzerabdij (Lérins) om ze wat te laten inleven in het religieuze en monastieke leven. Sindsdien dragen ze ook de grijze pij. In 1978 werden ze door Rome erkend als Congrégation St. Jean. Daarmee erkende de Kerk het bijzondere charisma van de gemeenschap ten dienste van het Evangelie. De eerste broeders ontvingen hun habijt en legden de geloften af in de handen van père Philippe, vanaf dat moment algemeen overste van de congregatie. Sinds 16 juni 1986 is de Congregatie van St. Jan erkend als een autonome religieuze gemeenschap, die niet meer onder de verantwoordelijkheid staat van de abt van Lérins of van de Bisschop van Autun, onder wiens bisdom Rimont valt. Wat de Congregatie Sint Jan kenmerkt is de uitdaging om alles wat in je vermogen ligt, verstand en wil, dienstbaar maken aan het gebedsleven, de eigen beleving van het christelijk geloof en van daaruit de verkondiging ervan. Zoeken nar de waarheid om ze daarna mee te delen. In de Congregatie ziet men het als een deugdoend teken dat op de dag van hun toewijding aan de Maagd Maria, 8 december 1975, die als de dag van stichting geldt, tegelijkertijd in Rome paus Paulus VI zijn exhortatie publiceerde over de evangelisatie in de moderne wereld. Nederland In Nederland
zijn de broeders van Sint Jan reeds jarenlang actief. Het begon in Maastricht,
in 1987. Vijf jaar later in Enschede (Kardinaal Simonis, toen hij nog gewoon
bisschop was, had pater Philippe ontmoet in Fribourg en verzocht jaren later de
gemeenschap om ook in zijn bisdom,
in Enschede, een entiteit op te richten); daar vormen 6 broeders nog steeds een
priorij. In Den Haag is ook een priorij gesticht (Oude Molstraat 37) nadat men
reeds vanaf eind Voor
deze bladzijde hebben we voluit geput uit de Website van de Congregatie van Sint
Jan (www.stjean.com/
kijk zeker ook eens naar de Franse of Engelse site) waar informatie
gegeven wordt over de Broeders, de Zusters en over hun activiteiten naar
jongeren toe; ook over de opleiding en het onderscheiden van de roeping. Vlaanderen In 2010 zal de Gemeenschap de beschikking krijgen over het gewezen klooster van de Redemptoristen in Jette (Jetselaan 225 - 1090 Brussel) dat overgedragen zal worden aan het vicariaat Brussel. naar top
document - naar allerlei
thema's - naar verder onderricht
- naar uitzicht |