(preken uit 2010 - preken uit 2008 - preken uit 2007 - preken uit 2006 - preken uit 2005)
ACTIVITEITEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED - GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN INHOUD - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT - THUISPAGINA - UITZICHT - VERHALEN - WETENSCHAP - ZENDING - ZONDAGSEVANGELIES -
Waar
onze preek ontbreekt,
surf
hierboven naar Powerpointvoorstellingvan de recente ZONDAGSEVANGELIES
- Doop van Jezus (10 jan. 2010) Gij zijt mijn welbemind kind
Jaar C Doop van de Heer (10/01/2010)
Jezus was een volwassen man, wanneer
hij vanuit zijn vaderstad Nazaret, naar de Jordaan trekt om zich daar door
Johannes te laten dopen. Wat dat betreft was Jezus gevoelig voor wat zich daar
aan de Jordaan aan het afspelen was. Een ascetische prediker, eigenlijk een man
van weinig woorden en niet altijd heel diplomatisch, die met een rauwe taal
mensen opriep om zich te bekeren, want God ging zijn Rijk nu stichten. Trek de
wegen recht voor de Heer, breng vruchten voort van bekering…
Jezus liet zich ook kopje onder
duwen door die ruwe asceet in het helder water van de Jordaan.
En daar wordt Hij ook bevestigd in
zijn identiteit: “Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb Ik mijn behagen
gesteld”. Het zijn wat vreemde woorden. Jezus begrijpt als mens dat Hij
helemaal aan de kant van God staat, dat God Hem op bijzondere wijze liefheeft en
Hij begrijpt ook dat Hij niet anders gaat kunnen dan enkel maar doen wat de
Vader graag heeft. Dat heeft Hij altijd gedaan en dat gaat Hij nu, op de drempel
van zijn publiek leven, tot in het kleinste en het grootste ook consequent doen.
Hier stond Jezus midden zondige
mensen, Hij de schuldeloze, als een boeteling, omdat Hij wou doen wat de Vader
verlangde. Hij zou het nu nog veel verder drijven. In alles de Vader behagen en
zo heel de zwaarte van de mensheid, in haar afwijzing van God en in haar
zwakheid op zijn schouders nemen. Johannes zou hem betitelen als “het Lam van
God dat de zonden van de wereld wegdraagt”. En Petrus zou later schrijven:
Een preek wil ons op de eerste
plaats het mysterie openen dat we vieren, alvorens we de consequenties voor ons
eigen handelen bekijken. Wat we hier zien is Jezus, gevoelig voor het uur van
genade zich in een beweging van innerlijke vernieuwing en grotere God toegewijd
zijn begeeft en die beseft hoe Hij vanuit de oneindige liefde die God Hem
toedraagt besluit om niets anders te doen dan wat de Vader verlangt. Vanuit de
identiteit van Zoon van God gaat Hij handelen als Zoon van God, totaal de Vader
toegewijd.
Bij ons doopsel hebben wij ook mogen
horen dat we geliefde kinderen zijn van God. Mensen om ons heen hebben daar het
Onze Vader gebeden dat we toen wellicht voor de eerste keer gehoord hebben, want
de meesten van ons waren nog een kleine baby. Wij mochten daar ook horen hoe God
tot ons zei: Gij zijt mijn kind, mijn veelgeliefd kind. In u heb ik mijn
welbehagen…
Ondertussen zijn ook wij volwassen
geworden. We hebben vele watertjes doorzwommen. Af en toe hebben we ook wel een
stem gehoord die ons opriep tot bekering, om wat consequenter te gaan leven als
kind van God, volgens Gods verlangen… Maar er zijn zoveel andere stemmen te
beluisteren om ons heen, stemmen vanuit de media, stemmen vanuit ons leef- of
werkmilieu, de samenleving gonst van allerlei stemmen, de BV’s vanuit hun
innerlijke leegte en zoveel andere stemmen…
Maar vandaag worden wij opnieuw
uitgenodigd ons bewust te worden van onze identiteit als kind van God en… om
volgens die identiteit te gaan leven. We zullen moeten bidden dat de heilige
Geest ook over ons komt, om die stem boven alle andere stemmen te horen en om de
kracht, de innerlijke bezieling te hebben om consequente beslissingen te nemen,
kleine en soms ook wel grote.
Kijk naar Jezus, daar midden in het
water van de Jordaan, de nederige boeteling. Ga naast Hem staan, beluister de
woorden die de Vader tot Hem en tot u zegt, en ga op weg, met de Heer naast jou,
op elk moment van de dag, in elke situatie van je leven. (Ben Van Vossel)
-
Feest van de H. Familie (Jezus, Maria, Jozef) Zondag 27 dec. 2009 Gods
verlangen
- KERSTHOMILIE VAN KARDINAAL
GODFRIED DANNEELS
-
Zondag 4 Advent (20 dec. 2009) Omwille van ons heil
-
Zondag 3 Advent (13 dec. 2009) Consequent blij
christen zijn
-
Zondag 2 Advent Jaar C (6 december 2009) Bereid de
weg van de Heer!
-
Zondag 1 Advent Jaar C (29/11/2009) Hou het echt belangrijke in het oog
-
Zondag 34 Jaar B (22/11/09) Jezus Christus,
koning van het heelal
- Zondag
33 Jaar (15/11/2009) Wat leert ons deze
tijd?
-
Allerheiligen (1 nov. 2009) Geborgen in Gods liefde, overal en altijd
-
Zondag 30 (25/10/2009) Van 'geloof' tot
'volgen'
-
Zondag 29 (18/10/2009) Eenvoudig en hoopvol
-
Zondag 28 (11/10/2009) Ons leven
doorgelicht
-
Zondag 27 Jaar B (4/10/2009) Liefde en trouw
-
Zondag 26 Jaar B (27/09/2009) Wat vind God ervan?
- Zondag 25 Jaar B (20/09/2009) Dienen in plaats van
overheersen
-
Zondag 24 Jaar B (13/09/2009) Kiezen om Gods wil
te doen
- Zondag 23 Jaar B (6/09/2009) Zoals God rondgaan al
weldoende Zie ook:
Doop van de Heer
-
Zondag 22 Jaar B (30/08/2009) Gods Woord
aanvaarden en beleven
-
Zondag 21 Jaar B (23/08/2009) Maak nu de keuze voor de
Heer
-
Zondag 20 Jaar B (16/08/2009) Jezus
nodigt uit aan zijn tafel
-
Zondag 19 Jaar B (9/08/2009) Sta op en eet om de reis
aan te kunnen
-
Zondag 18 Jaar B (2/08/2009) Jezus, voedsel voor ons
leven
-
Zondag 17 Jaar B (26/07/2009 Voedsel voor lichaam, ziel
en geest
-
Zondag 16 Jaar B (19/07/2009) Jezus, onze Goede Herder
-
Zondag 15 Jaar B (12 juli 2009) Getuigen van het
Blijde Nieuws
-
Zondag 13 jaar B (28 juni 2009) God en de problemen van
het leven
-
Zondag 12 Jaar B (21 juni 2009) In onheilssituaties?
Vertrouwen en lofprijzing!
-
Zondag 11 Jaar B (14 juni) Geen ontmoedigde christenen!
-
H. Drievuldigheid (7 juni 2009) Vader, Zoon en
H. Geest: Mysterie van Liefde
-
Pinksteren Jaar B (31 mei 2009) Kom, Heilige Geest
-
Zondag 7 Pasen Jaar B (24 mei 2009) Ik heilig mezelf voor hen
-
Zondag 6 Pasen (17 mei 2009) Wees liefdevol zoals God
-
Zondag 3 Pasen (25/04/2009) Jezus weten te herkennen
-
Witte Donderdag (9/04/2009) De avond voor zijn
lijden...
-
Zondag 5 Vasten Jaar B (29/03/2009) Zoals de
graankorrel
-
Zondag 3 Vasten Jaar B (15/03/2009)
Door de dood naar de Opstanding
-
Zondag 1 Vasten Jaar B (1/03/2009) Bekeert u en gelooft
in het Blijde Nieuws
-
Zondag 7 Jaar B (22/02/2009) Een opgerichte mens -
Een opgerichte mensheid
-
Zondag 6 Jaar B (15/02/2009) Alles tot eer van God
-
Zondag 5 Jaar B (8/02/2009) Prediken - helen - dienen
-
Zondag 3 Jaar B (25/1/2009) Bekering van Paulus. Verkondig
het Blijde Nieuws!
-
Zondag 2 Jaar B (18/01/2009) Uw wil te doen, mijn God,
dat is mijn vreugde
-
Doop van de Heer (Zondag 1 Jaar B)(11/01/09) Dit is mijn Zoon. Hij ging rond al weldoende.
-
Openbaring des Heren (Epifanie)(Driekoningen).
Jaar B (4 jan. 2009) Wijze
mensen worden
JAAR C Feest H. Familie (27 December 2009)
In het huis van de Vader
Sir.
3,2-6.12-14 / Ps. 128 Gelukkig die godvrezend zijt, en de weg des Heren gaat /
Kol. 3,12-21 / Luc. 2,41-52
Op dit feest van de heilige Familie
staat het gezin speciaal in de aandacht. Het gezinsleven staat vandaag misschien
niet méér onder invloed van de omgeving, maar we mogen gerust zeggen dat die
omgeving ingrijpend veranderd is. De samenleving was vroeger wel iets meer
gezinsvriendelijk – ook al zijn de sociale voorzieningen pas vrij laat
gerealiseerd – maar al de minder positieve invloeden van de samenleving hebben
ook een grotere impact gekregen op het gezin, langs de media vooral en doorheen
de gewone sociale contacten…
De gezinswaarden staan onder druk.
Echtscheiding is schering en inslag. De staat en het onderwijs hebben een deel
taken van het gezin overgenomen, ook qua seksuele opvoeding en de godsdienstige
opvoeding bijvoorbeeld. Heeft het christelijk gezin dan afgedaan? Heeft het zijn
verantwoordelijkheid te weinig opgenomen? Kan je niet op tegen de onchristelijke
levenssfeer van onze huidige samenleving?
Het christelijk gezin is aan
bezinning toe. Bezinning vooral over zichzelf en zijn opdracht. Bezinning over
de uitdagingen die er vanuit de samenleving komen, dat komt pas op de tweede
plaats.
Het christelijk gezin heeft zoals
elk gezin de taak om liefde te beleven in tederheid en
verantwoordelijkheidsbesef. Man en vrouw tegenover elkaar. Het
verantwoordelijkheidsbesef slaat zowel op de noodzaak van respect voor elkaar,
beleving van tederheid, zowel als van vergevingsgezindheid, maar ook de beleving
van de wederzijdse trouw. Die waarden worden door de media en soms door de
omgeving wel eens aangevochten. Zonder respectvolle liefde, zonder alertheid
voor de beleving van de trouw loopt het huwelijk groot gevaar. Het vertrouwen
geraakt zoek en dan verhardt de relatie. De geborgenheid en de gezelligheid
vloeit weg uit het gezin… Slachtoffer zijn zowel de gehuwden als hun
kinderen… Er is niets zo nodig voor een kind dan een veilig nest, de
geborgenheid van een vaste en liefdevolle relatie tussen vader en moeder, een
liefdevolle toewending die uitstraalt naar het kind.
Opvoeding is een belangrijke opdacht
van ieder gezin en van het christelijk gezin in het bijzonder. De mensheid heeft
een lange geschiedenis achter zich. Onze Westerse samenleving was tot een hoge
graad van verantwoordelijkheidsbesef gegroeid voor de menselijke persoon, de
zwakken, de kinderen. Er was ook een hoge graad bereikt op het vlak van
menselijke en christelijke waarden… Dat hoogtepunt is nu voorbij. Het
hedonisme, het ongebreideld genieten heeft de plaats ingenomen van de
verantwoordelijkheidsgevoel voor het echte geluk van de mens. De
oppervlakkigheid van onze samenleving valt in het oog. Het stemt ons natuurlijk
gelukkig wanneer we grootschalige acties zien ten voordele van bevolkingen die
gebukt gaan onder de malariaplaag, of wanneer de wereld geactiveerd wordt voor
het behoud van de natuur… Maar ondertussen worden de minder in het oog
vallende waarden van edelmoedigheid, zelfbeheersing en een hoop typisch
christelijke deugden naar de achtergrond verwezen en soms zelfs publiek
belachelijk gemaakt. Dit kan gaan over het respect voor het begin en het einde
van het mensenleven, over rechtvaardigheid of seksualiteit…
Het christelijk gezin moet zich
daarom bezinnen over zijn eigen verantwoordelijkheid. Man en vrouw moeten
daarover delen en samen zien hoe ze die echte menselijke en christelijke waarden
zelf het best kunnen beleven – dat het eerst – en hoe ze die ook aan hun
kinderen kunnen doorgeven. Dat wordt meteen hun verantwoordelijkheid naar de
samenleving toe.
Achter al deze woorden moeten we ook
het gelaat van God, onze Vader kunnen zien, die zijn kinderen – dat zijn wij
allemaal – graag gelukkig wil zien. Wij moeten in zijn huis willen wonen, waar
zijn verlangen graag beleefd wordt, zodat de menselijke relaties en de
ontwikkeling van elke menselijke persoon optimaal gediend worden. Een uitstekend
middel om attent te blijven voor de uitnodiging van Onze Vader en om te groeien
in menselijke en christelijk verantwoordelijkheidsbesef blijven het gezinsgebed
en het samen vieren van de Eucharistie. (Ben Van Vossel)

Vrijdag 25/12/2009 - Kardinaal Godfried Danneels heeft vermoedelijk zijn laatste middernachtmis op kerstavond opgedragen. Hieronder zijn homilie.
Broeders en zusters,
Een zalig en vredevol kerstfeest! Met kerstmis halen we groen in huis: dennen en sparren voor de kerstboom en planten die ’s winters doorgroeien. Om ons moed te geven om de winterkou door te komen en het uitzicht niet te verliezen op het groen van de lente. Want groen geeft hoop. Misschien is het ook niet eens toeval dat Kopenhagen in december werd geplaatst: de zorg voor de planeet is er wel wat bekaaid uitgekomen wat concrete besluiten betreft. Maar de zorg voor onze aarde is voorgoed op de kaart gezet.
Geen ontbladerde wouden meer, geen oprukkende woestijn, geen arme poolbeer, geïsoleerd, of een ijsschots die aan het wegsmelten is en geen smurrie in de Zenne. We willen de atmosfeer zuiver houden om vrijer te kunnen ademen en onze groene planeet welvarend te houden. Ja, groen moet het doen.
Maar misschien is er een andere ‘inconvenient truth’, een waarheid die ons niet ligt. Want er bestaat ook iets als geestelijke en morele pollutie. Er is andere CO²- uitstoot die ons ademen hindert. Daar is de wildgroei van het geld, de ongebreidelde genieting en de verleiding van de macht. Een kanker is dat. ‘Ja’, zegt God, ‘Ik heb dat wel zelf allemaal gemaakt - bezit, genot en macht. Ik heb ze jullie geschonken en het zijn mijn gaven.’ Jawel. Maar jullie hebben er afgoden van gemaakt waarvoor jullie wierook branden. Ze zijn jullie boven het hoofd gegroeid. Gaan filteren dus, dat moeten jullie, en de atmosfeer zuiver maken. De overtollige stikstof eruit, meer zuurstof erin. Filter die geldzucht door matigheid en vrijgevigheid. Filter het genot door met zelfbeheersing. Filter de machtsdrang door de deemoed. Kijk eens naar Mij in de kerstnacht. Wat was toen mijn macht? Ik kwam als een klein en machteloos kindje onder jullie, niet op een troon maar in een kribbe. Want alleen wie het kan opbrengen zich klein te maken, die is eerst echt groot, alleen wie zich machteloos kan maken, is echt machtig. Want je moet heel groot zijn om de moed en de kracht te hebben je heel klein te maken. Kijk naar dat kind en zuiver de atmosfeer. Dat is geestelijke en morele ecologie. Kijk hoger en verder: daar zit het echte klimaatprobleem. Kijk naar de onzichtbare bezoedeling. Nog iets voor deze kerstnacht. Je ziet deze dagen op wenskaarten, posters en in publiciteit overal rendieren en sleeën en kerstmannen met puntmutsen. Die hangen zelfs aan de gevels, gluren naar binnen en kijken je met de rug aan. ‘Goed’, zegt God.
Prentkaarten monteren op in dit seizoen waar de kleur uit de natuur verdwenen
is. Maarer is toch veel meer en anders te zien dan rendieren uit Lapland en
kerstmannen aan de huizen. Er is het Kind, en Jozef en Maria. Er is het gezin in
de kerststal. Kijk in deze kersttijd veeleer naar de kinderen onder u – de
kleintjes eerst - naar de vaders en de moeders – de arme eerst. Kijk naar het
gezin – het bedreigde eerst. Want kerstdag is het feest van de kinderen, van
de vaders en de moeders en van het gezin. Er is de ecologie van het echtpaar en
van de gezinnen. Daar is de pollutie en daar is de klimaatzorg die we
in onze tijd en cultuur zo nodig hebben: de zorg om de liefde tussen man en
vrouw, tussen ouders en kinderen en tussen zonen en dochters en hun ouders.
Er is daar op onze dagen nogal wat hinderlijke uitstoot die de sfeer bezwaart en de zuurstof schaars maakt: die heet trouw en belangeloze liefde, openheid voor het kind en eerbied als het zich aankondigt, wederliefde van volwassen kinderen voor hun bejaarde en vereenzaamde ouders.
Er dan die andere soort kinderen: de armen en daklozen in de straten in deze koude winternachten. Want ook zij – ja, zelfs de hele samenleving – lijden onder de CO²-uitstoot van onnodige luxe en verspilling die onze samenleving bezwaart. Hier staan ook schouwen die zwarte rook de hemel in blazen en ontbreekt ook de filter op onze drang naar meer en almaar meer. Dat is even goed onze ecologische voetafdruk van nabijer te bekijken. Er is werk en sensibilisatie nodig voor die ecologie van gezin en samenleving. Ook hier moeten jullie het groen houden, zegt God. En dan ten slotte de geschenkenregen. Je kunt ze zien de straten vol: mensen gepakt en gezakt, driftig shoppend en koortsig om inkopen te doen en uit(gaven te doen. In januari komt de weerslag wel. Nu, wie krijgt niet graag een cadeautje? En waarom niet? Het voedt de liefde en de gezelligheid. En God zegt: ‘Bemint elkaar zoals ik u bemind heb’.
Wat heb ik jullie al niet zelf aan geschenken gegeven: het leven, je ziel en lichaam, natuur en cultuur. En ik heb er geen spijt van. Trouwens, zijn de Wijzen uit het Oosten ook niet bij mij gekomen met geschenken toen ik de kribbe lag: goud, wierook en mirre? Rijke geschenken. Jawel. Dus wees dan ook maar voormekaar als Wijzen uit het Oosten in deze kersttijd.
Maar toch, zegt God, moet ik jullie zeggen: het liefst van al zag ik toch de herders komen. Die hadden niets om te geven, ze waren doodarm. En wat gaven ze dan? Ze gaven zichzelf. Ze knielden neer en aanbaden het Kind in de kribbe. Het enige geschenk, zegt God, dat me echt plezier doet, is de liefde, is de gave van jullie zelf. Helemaal, zonder iets achter de hand te houden. Trouwens, is dat ook niet zo onder mensen? Gouden juwelen zijn kostbaar; ze geven één ogenblik vreugde. Maar als ze niet gepaard gaan met de gave van zichzelf zijn het klatergoud en namaakjuwelen. De kersttijd is niet alleen maar de tijd om cadeaus uit te wisselen. Het is een tijd om zichzelf en helemaal aan elkaar te geven. Zo deed ook het Kind in de kribbe het voor u. Dat doet ook het kind in de kribbe voor elk van u. Het had niets anders meegebracht dan zichzelf, klein en arm als het was. Het heeft zichzelf weggeschonken. En die gave van zichzelf in de kribbe was lang nog niet zijn laatste gebaar van geven. Hij gaf zijn eigen leven weg op een kruis. Tussen het hout van de kribbe en het kruishout was het maar één stap. Op kerstdag was hij even onmachtig als op Goede Vrijdag. Het is hetzelfde: de gave van zichzelf en helemaal. En gratuit, zonder iets voor zichzelf terug te eisen tenzij de liefde. Want liefde is het enige cadeau dat blijft.
Als we dit gehalte van belangeloze zelfgave zouden kunnen doen stijgen in de wereld en in onze samenleving, dan zouden we daarvan vele ecologische vruchten plukken. Op het stuk van liefde en elkaar beminnen, doet de opwarming alleen maar goed.
Zalig kerstfeest 2009!
+ Godfried kardinaal DANNEELS,
Aartsbisschop van Mechelen-Brussel
JAAR C ZONDAG 4 Advent (20 December 2009)
Omwille van ons heil
Micha
5,1-4a/ Ps. 80 God van de heerscharen, richt ons weer op; lach ons weer toe en
wij zullen gered zijn / Hebr. 10,5-10 / Lucas 1,39-45
Het is vandaag reeds de dag van de
Moeder Gods. Terwijl zij nog maar pas Gods Zoon in haar schoot heeft ontvangen
en ze zich op weg spoed naar Elisabeth die ook een kind verwacht, wordt ze
begroet met de woorden die we nog elke dag bidden in het Wees gegroet: “Gij
zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot”.
Elisabeth begroet haar ook als “de moeder van mijn Heer”.
Zo mogen wij ook elke dag Maria
begroeten als de Moeder van onze Heer, of, zoals de Kerkvaders op het concilie
van Efese bepaalden, als “de Moeder Gods”, omdat het Kind dat zij in haar
schoot draag en gebaard heeft, de Zoon van God is.
Dat Kind mag dan wel “de Heer”
genoemd worden in dit evangelie, en “man van vrede” zoals in de eerste
lezing uit het boek Micha, maar in de brief aan de Hebreeën is al sprake over
het “offer van het lichaam van Christus”.
In die brief aan de Hebreeën is
immers sprake over het werk van heil dat God voor de mensen tot stand wil
brengen. Maar dit heilswerk waardoor het geluk van de mensheid wordt bewerkt,
wordt maar tot stand gebracht doordat God zelf ingrijpt. En die grote ingreep is
dat God zijn Zoon zendt die dan als de ideale mens zich totaal in dienst gaat
stellen van Gods verlangen. In alles wil Hij Gods verlangen doen, in alles, tot
in het kleinste detail. Hij leeft in volledige toewending naar God, in volle
vertrouwen. In alles laat Hij zich leiden door zijn liefde tot de Vader… In
alles, ook als het allemaal wat begint tegen te zitten, wanneer Hij in het nauw
gedreven wordt, wanneer Hij veroordeeld wordt en meedogenloos lijden moet
ondergaan. “Hier ben Ik. Ik ben gekomen God om uw wil te doen”. In alles.
Welnu, lezen we in die Hebreeënbrief, “door die wil zijn wij geheiligd, eens
en voor altijd, door het offer van het lichaam van Jezus Christus”.
Wanneer we over enkele dagen voor de
kribbe zullen staan, moeten we daar maar eens aan denken, aan die totale
bereidheid van Jezus om Gods wil te doen. In de geloofsbelijdenis bidden wij:
“Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria en is
mens geworden”. Voor ons, mensen, en omwille van ons heil… ligt Hij daar in
de kribbe; wordt Hij gekruisigd en is Hij ook verrezen…
Voor ons, en omwille van ons heil
heeft Hij de heilige Eucharistie ingesteld, voor ons en omwille van ons heil wil
Hij ons op een bijzondere wijze ontmoeten in de heilige communie…
Misschien zien we het vandaag
klaarder in, en hopelijk zal in ons hart ook een gebed of een lied van
dankbaarheid tot leven komen voor die man van vrede, voor die Heer, voor dat
Kind dat voor ons gekomen is, voor ons geluk, voor ons eeuwig heil. (Ben Van
Vossel)
JAAR C ZONDAG 3 Advent (13 December 2009)
Wees blij en onbezorgd... Beleef je christelijke engagementen
Sefanja
3,14-18a / Jes. 12,2-3,4bcd,5-6 Verheugt u en juicht, gij die Sion bewoont,
want
Israëls Heilige woont in uw midden / Filip 3,4-7 / Lucas 3, 10-18
Verheug
u… Wees onbezorgd
Het
is goed dat we ons af en toe wat laten opjutten door het stukje uit de
Filippenzenbrief waar Paus ons zegt: “Verheugt u in de Heer te allen tijde.
Nog eens: verheugt u! Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De
Heer is nabij!”
We
hebben redenen om ons te verheugen, naar wellicht al die zaken die op ons kunnen
wegen, want de Heer is nabij. Hij is niet ver van ons vandaan, Hij is met ons
begaan. Je kan met Hem spreken over alles, over je werk en over wat niet goed
werkt in uw leven of uw gezin… “Wees onbezorgd. Laat al uw wensen bij God
bekend worden in gebed en smeking”. Is
dit duidelijk genoeg gezegd? Maar misschien vinden we dit overbodig. Misschien
willen we alles zelf oplossen. Okay. Maar misschien is het toch niet mis er ook
eens over te praten met de Heer. Dan
zullen we zeker reden hebben om ons in de Heer te verheugen… te allen tijd.
Want Hij is ons nabij.
In
Jezus is God ons natuurlijk helemaal nabij gekomen. In
Hem hebben wij toegang tot het hart van God. Laten wij er vaak aankloppen. En,
natuurlijk, nooit zonder dankzegging. En de vrede van God zal ons hart en onze
gedachten behoeden… Zouden we het toch maar eens proberen? In deze Advent.
Doopsel
van bekering
Johannes
de Doper is iets veeleisender. De mensen komen zich laten dopen, een doopsel van
bekering. Maar Johannes zegt hun wat die bekering zou moeten behelzen: een
ommekeer, een keerpunt in ons leven. Als we, zoals Hij ons vorige keer vroeg, de
wegen wat recht willen trekken voor de komst van de Heer, dan moeten we vandaag
ook B zeggen: leren delen met anderen, aandacht hebben voor wie het moeilijk
heeft in het leven. Hebben we dat al eens echt gedaan. Het ons aangetrokken? En
minstens rechtvaardig zijn tegenover anderen, en zeker geen mensen uitbuiten
vanuit een zekere machtspositie of omdat we een beter zicht hebben, wat meer
bedreven in het zakendoen!
Kortom,
ons doopsel, ons toebehoren aan Jezus brengt consequenties met zich: gaan leven
als kind van God, God die zelf ook vol aandacht en mededogen is…
Kom,
heilige Geest
We
mogen zelfs eens opkijken naar Johannes; die strenge man, streng voor zichzelf
maar die iedereen ook de waarheid onder ogen brengt en… die niet zijn eigen
glorie zoekt maar verwijst naar Jezus, die niet zal dopen met water, maar de
mensen zal onderdompelen in de heilige Geest en met vuur. Die mensen van
binnenuit zal toerusten met nieuw leven, nieuwe kracht, nieuw geloof en hoop en
liefde voor God en de medemens… Naar die Messias zien wij ook nu weer uit,
opdat Hij vollediger invloed zou kunnen uitoefenen op ons leven en onze manier
van omgaan met medemensen.
Kom,
Heer Jezus
Kom Heer Jezus, neem meer en meer bezit van ons leven. Kom, heilige Geest, help ons consequenter leven als leerlingen van Jezus, als kinderen van God. (Ben Van Vossel)
JAAR C ZONDAG 2 Advent (6 December 2009)
Bereid de weg van de Heer!
Baruch
5, 1-9 / Psalm 126 Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn wij zo
blij / Filip. 1,4-6.8-11 / Lucas 3,1-6
Vrienden, voortdurend spreekt God
mensen aan, haalt hen naar Zich toe en geeft hun ook een opdracht. Zo vergaat
het ieder van ons. Fantastisch is dat!
Soms krijgen mensen een speciale opdracht, op een bepaalde tijd en plaats in de
geschiedenis, op een bepaald punt in de heilsgeschiedenis. Zo is daar Johannes.
De Doper, zoals wij hem zijn gaan noemen. Het doet er niet toe of dat kleine
land op dat ogenblik onder de klauwen lag van de Romeinen (tenslotte zal
Johannes niet gedood worden door een Romeins zwaard maar door dat van een
zogenaamde Joodse koning, Herodes, gouverneur van Galilea met toelating van
Rome). Johannes mocht de weg
voorbereiden voor de Messias. Hij deed het op zijn duidelijke, soms wat rauwe
manier, maar de mensen geloofden hem en riepen tot God om ontferming terwijl ze
hun zonden beleden terwijl ze zich door Johannes lieten dopen, onderdompelen in
de Jordaan… De tijd was rijp voor de komst van de Messias. Johannes’ stem
raakte de harten en ... zijn stem klinkt tot vandaag. Want ook vandaag wil God
de harten raken en hen ertoe brengen open te komen voor zijn heil, de redding
die Hij brengt in Jezus, zijn geliefde Zoon.
Johannes spreekt tot ieder van ons
met aloude woorden uit de profetenboeken:
“Bereid de weg van de Heer, maak
zijn paden recht. Elk dal moet gevuld, elke berg of heuvel geslecht worden; de
kronkelpaden moeten recht, de ruwe wegen effen worden. Heel de mensheid zal God
redding zien”.
Dàt is de profetie en die zal
vervuld worden in ons leven wanneer wij de voorwaarden vervullen en de wegen in
ons hart en ons leven wat effenen. De kronkelpaden, de oneffenheden. De dalen
moeten opgevuld worden: er moet meer gebed komen in ons leven, meer aandacht
voor elkaar, meer luisterbereidheid, meer naastenliefde. Ons leven mag niet
uitsluitend gericht zijn op eigen gewin: we weten allemaal dat er mensen zijn
die uit de boot vallen, die het leven niet mee hebben, die in een kansloos gezin
werden geboren en armoe geërfd hebben als het ware… We moeten respect hebben
voor de aarde die God ons heeft toevertrouwd en die wellicht nog voor heel wat
generaties een leefbare thuis moet zijn. Kopenhagen ligt wel een eind
noordelijker, maar ligt toch nog op onze aardbol en zelfs in Europa: niet alleen
wereldleiders maar ook wij dragen onze verantwoordelijkheid in het behoud van
Gods schepping die hij aan de mens gaf om te bewonen…
De kronkelpaden rechttrekken: waar
loopt het wat mis in ons leven? Waar heb ik nood aan bekering, aan ommekeer? Ik
hoef maar kleine stappen te zetten, kleine beslissingen te nemen. God komt me
dan tegemoet met hernieuwde kracht, met een gevoel van vrede en vreugde dat Hij
in mijn hart legt… Ik zet een kleine stap, neem een kleine steen weg... en God
komt met overvloed, 'een brede stroom van vrede'...
Wij 'zullen Gods redding zien',
wanneer we ons laten gezeggen door Gods woord dat vandaag tot ons komt door de
prediking van Johannes, de Doper, de Voorloper van onze Heer en Heiland. Maak
iets moois van je Advent. 'De Heer is nabij. Bereid zijn weg!' (Ben
Van Vossel)
JAAR C ZONDAG 1 Advent (29 november 2009)
Hou het echt waardevolle in het oog
Jer 33,14-16 / Ps
25 Tot U in de hoge richt ik mijn geest, tot U, Heer, mijn God /
1 Tess 3,13 – 4,2 / Lk 21, 25-28. 34-36
De eerste lezing uit de profeet Jeremia was nog echt hoopvol: er komt een Messias-koning die het land eerlijk zal besturen en alles zal veilig zijn in het land en in de stad Jeruzalem.
Het evangelie daarentegen begint met vreselijke taferelen. De wereld gaat om zeep, helemaal, en zelfs de hemellichamen draaien gek… Maar dan komt Christus in grote heerlijkheid.
Je zou denken. Begint al maar te beven. Nee. Jezus zal
komen in grote heerlijkheid. En dan. Wel Jezus zegt aan zijn vrienden: Wanneer
zich dit alles begint te voltrekken, richt
u dan op en heft uw hoofden omhoog WANT uw verlossing is nabij!
Heel die verwarring, die ondergang van een hoop aardse dingen, het wegvallen van heel wat zaken waar we aan gewend waren… let eens goed op, wordt niet depressief: uw verlossing is nabij!
Soms gaan er dingen stuk in ons leven. Soms vallen relaties
weg, soms staan we voor of middenin moeilijke en pijnlijke situaties…
Blijkbaar vindt Jezus dat geen reden om de moed totaal te laten zakken: richt
u dan op en heft uw hoofden omhoog WANT uw verlossing is nabij!
Dat is natuurlijk heel blij nieuws, waar we ons graag aan willen optrekken.
Evenwel plaatst Jezus daar toch een kleine bemerking bij die best wel belangrijk is. Jouw leven moet blijk; geven dat je inderdaad uitziet naar zijn komst, dat je niet al te zeer opgaat in wat niet goed is, in onwaarden… Jezus zegt het zo: Zorgt er voor dat uw geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven; laat die dag u niet onverhoeds grijpen als een dief in de nacht…
Uiteindelijk raadt Jezus ons aan om niet te leven alsof we geen geloof hadden. Want dan gaan we ons ofwel verdoven door allerlei nietswaardige zaken, door hobby’s en verslingerd zijn op allerlei materiële dingen die ons dan wegtrekken van het essentiële: het cultiveren van onze relatie met God, het leven vanuit ons geloof. Ofwel kunnen we zo opgaan in ons werk, in de zorgen die soms overstelpend zijn zodat ook hier weer die relatie met God en ons vertrouwen op Hem op de achtergrond komen te staan of zelfs totaal wegsmelten…
Ik weet het: die zorgen horen bij ons menszijn. Je staat verantwoordelijk voor je gezin, voor je werk, verantwoordelijkheden die je op je genomen hebt… maar op het voorplan zou onze relatie met God moeten staan. De rest zijn zaken die Hij ons toevertrouwd. Natuurlijk, zorgen voor je relatie in het huwelijk, de zorg voor je kinderen kan je zo bezighouden, je soms zo ongerust maken dat je er wakker van ligt, dat je niet weet wat je nog zou moeten doen… Toch vraagt ons geloof en lijkt Jezus hier te vragen: kijk eerst naar Mij, betrek Mij bij die zorgen, kom al eens meer rusten aan Mijn hart, laat mij die problemen dragen samen met jou…
Een ongelovige moet dit wel heel wereldvreemd voorkomen, toch geloven we dat het het juiste zich is op de werkelijkheid, nl. dat we terwijl we volop leven in deze wereld en er ons ernstig voor inzetten toch weten dat ons eerste werk is: op God gericht te zijn en te zoeken wat zijn verlangen is en er op te vertrouwen dat Hij ons daar heeft geplaatst en dat Hij met ons begaan blijft.
Dan gaan we onze geest niet laten afstompen door een roes van verdwazing, dronkenschap, verslaving aan alles en nog wat, of zo opgaan in de zorgen van het leven waardoor we die fundamentele relatie tot God uit het oog zouden verliezen.
De vrucht van een leven dat meer op de Heer gericht is, de
vrucht van een sterker vertrouwen op God is dat ons leven meer geordend gaat
verlopen omdat het meer gericht is op het essentiële in het leven: leven als
kind van God midden ons aardse bestaan, midden als het mooie, midden al het
pijnlijke. Moge de Heer ons doen standhouden in het geloof, vol
van hoop en ons hart blijven vervullen met liefde midden onze leefsituatie,
zodat we overeind kunnen blijven wanneer we de Heer mogen ontmoeten. (Ben Van
Vossel)
JAAR B ZONDAG 34 (22 november 2009)
Jezus Christus, koning van het heelalDe tekenen van de tijd
Daniël
7,13-14 / Psam 93 / Apoc. 1,5-8 / Joh. 18,33b-37
Als we op het einde van het
kerkelijk jaar het feest vieren van Jezus Christus, koning van het heelal, kan
je je afvragen wat daarmee bedoeld wordt. Vermoedelijk
gaat het ook hier om iets heel anders dan wat je normaal van een aardse koning
zou verwachten. Jezus zegt het zelf: Mijn koningschap is niet van hier. Dat
hadden we trouwens zelf ook wel begrepen: Welke koning gaat er nu als zijn
nauwste medewerkers uitsluitend wat eenvoudige vissers kiezen, een doortrapte
belastingsontvanger, die vooral zijn eigen bankrekening vulde en dan nog iemand
waarvan de anderen wisten dat hij een dief was; uitgerekend deze benoemt Jezus
als penningmeester van de groep. Je zou op de duur zelfs aan zo’n koning
beginnen twijfelen. En dat hebben zijn nauwste volgelingen ook gedaan. Zelfs na
zijn verrijzenis stellen ze Hem nog de vraag: zeg, Heer, is het nu dat ge het
koninkrijk van Israël gaat herstellen? En toch zegt Jezus aan Pilatus: Ja,
koning ben ik! Dat kan Hij niet ontkennen.
Maar wat is dan dat koninkrijk van
Jezus en wie is Hij als koning? Zijn koninkrijk bestaat op de eerste plaats uit
levende stenen, uit mensen die in zijn spoor God aanvaarden als de bron van
leven, als de bron van alle heil. Mensen die Jezus’ woord hebben geloofd dat
God het heil wil van de mensen. Maar eigenlijk strekt zijn koninkrijk zich nog
veel verder uit, zelfs over alle mensen, want door zijn levensoffer en zijn
verrijzenis heeft Hij voor alle mensen de deur tot het heil, de deur tot God
hart geopend. Je kan dat bijvoorbeeld opmaken uit het woord van Jezus tot de
goede moordenaar, terwijl ze beiden op een kruis aan het sterven zijn: Jezus,
denk aan mij wanneer ge in uw koninkrijk rijk gekomen zijt. Voorwaar, Ik zeg u:
heden zult ge met Mij zijn in het paradijs.
We noemen vandaag Jezus zelfs koning
van het heelal. Wij kunnen ons nauwelijks indenken hoe vanuit het nee van de
mensheid tot God, vanuit de hoogmoed en eigengereidheid van de mens, ook van de
moderne mens, ook het universum een smet over zich heeft gekregen. We zien dat
op kleine schaal gebeuren op die kleine blauwe planeet waarop wij wonen en die
zelfs vanuit de ruimte al haar pijnlijke wonden van natuurverontreiniging
vertoont, en je kan je best indenken dat vanuit de invloed van de mensheid de
verloedering van de ruimte zich ook uitbreidt. Er is echter ook dit geestelijk
inzicht. In meer primitieve culturen en meer godsdienstige samenlevingen loofde
de mens God om zijn groot werk van de schepping en het heelal. Die lofprijzing
blijft nu achterwege…
Nochtans heeft Jezus die lof wel
uitgesproken en door zijn verlossing van de mens heeft Hij ook zegen gebracht
over de rest van de schepping. Daarom eren we Hem vandaag als koning van het
heelal.
En toch blijven al deze inzichten
wat in het luchtledige hangen als we vandaag niet zelf Jezus’ koningschap
aanvaarden. Stellen wij ons leven onder zijn heerschappij? Zijn we ons ervan
bewust dat door zijn levensoffer ons leven een definitief goede richting kan
nemen? Dat we vanuit Hem de kracht krijgen om volgens Gods verlangen te leven en
zo de weg naar het heil in te slaan?
Jezus Christus, koning van het
heelal kiezen als Heer van ons leven. Naar Hem opzien om te weten waar de weg
naar het heil ligt en bij Hem de kracht zoeken om die weg te kunnen gaan in
dankbaarheid en innerlijke vrede. Zijn rijk is geen aards rijk, maar we mogen er
hier op aarde al volop in intreden. ‘Stel niet uit, zeg tot Hem: Wees nu ook
mijn Heer!’ (Ben Van Vossel)
JAAR B ZONDAG 33 (15 november 2009)
De tekenen van de tijd
Daniël
12,1-3 / Ps. 16,5 en 8,9-10, 11 Behoed mij, mijn God, tot U neem ik mijn
toevlucht / Hebr. 10,11-14.18 / Mk. 13,24-32
Deze
dagen leven veel mensen mee met de raadselachtige door van een kleine
Marokkaanse jongen, Younes (Het vermiste jongetje Younes Jratlou is dinsdagavond
dood teruggevonden in de Leie in Komen). Sommigen zijn vooral nieuwsgierig voor
de uitslag van het autopsieonderzoek: gaat men nu weten hoe het jongetje aan
zijn einde gekomen is? Gaat men de dader vinden? Was het onvrijwillige doodslag
of moord? Andere personen hebben gewoon maar compassie met die kleine jongen en
het lot dat hem beschoren was. Maar over enkele weken zullen al heel wat minder
mensen begaan zijn met die kleine Younes. Er
zijn dan wel weer andere grote titels in onze dagbladen en op de teevee. De
nationale interesse gaat dan wel weer naar andere zaken zoals je nu reeds in de
dagbladen kunt opmerken.
En
ondertussen tracht de kerk ons wat oplettend te maken voor iets essentieels.
Niet gewoon het einde van de wereld waar Jezus zelf van zegt dat we gewoon niet
weten wanneer dat eventueel zou plaatsvinden. Nee, de Kerk wil ons in feite
uitnodigen om ons leven au serieus te nemen, en de tekenen van de tijd te
verstaan. Ons leven ernstig opnemen wil natuurlijk niet zeggen dat alle vreugde
en lachen moeten uitgeschakeld worden. Wel dat we onderscheid maken tussen wat
in ons eigen leven nu echt van belang is en wat voor onze medemensen en voor de
samenleving belangrijk is.
Het
kan belangrijk zijn dat we mensen wat aan het lachen krijgen, er zijn immers
mensen die omwille van allerlei zaken neerslachtig zijn geworden en het is beter
te voorkomen dan te genezen. Maar als ik dan sommige plezante personen, of
personen die plezant willen doen bezig hoor op de teevee, dan moet ik met het
hoofd schudden. Wel, wel, ga je daar de mensen mee ophelpen? Met mensen en echt
menselijke waarden volledig belachelijk te maken en te besmeuren? Als je liefde
en menselijke relaties met alle goor overgiet, help je dan de mensen in hun
relatie vooruit?
Als
je pedofilie uit het verdomhoekje haalt en een pedofiel zijn theorie laat
verkondigen van ‘dat kind was er gelukkig mee’, waar hebben de witte marsen
dan toe gediend? Ik denk op zo’n moment: daar zijn ze weer, de mensen die vlak
voor Dutroux ook probeerden de samenleving wat open te trekken met: dat moet
kunnen. De tekenen van de tijd leren zien. We hoeven daarom niet met z’n allen
begijn te worden, maar wel zouden we iets moeten leren uit wat we meemaakten.
Uiteindelijk
komt het neer op de eeuwenoude wijsheid, dat we moeten zien wat echt blijvend
is, echt waardevol. En nog verder komt het erop neer te zien wat volgens God
echt waardevol is en ons daar zelf ook voor in te zetten. Dat vraagt natuurlijk
om een doorgedreven onderscheiding. Wat zijn gewoon menselijke en
kultuurgebonden opvattingen, wat is mijn eigen opvatting, en … wat zou Gods
verlangen zijn? Vraagt God dat ik al zijn vijanden uitschakel, al wat in mijn
ogen slecht is uitschakel? Dan zit ik wel in een heel primitieve manier van
denken. Maar dat is iets anders dan alles maar zijn gang laten gaan zonder zelf
uit te komen voor wat ik meen dat het goede is, wat ik, met alle respect voor
andere opvattingen, meen dat het Gods verlangen is. God, van wie ik geloof dat
Hij het geluk van de mens, van elk mens wil… De tekenen van de tijd leren
verstaan. Waar komt het in deze tijd vooral op aan? Gaan we gewoon maar leven
zonder nadenken? Gaan we onze verantwoordelijkheid nemen voor het geluk van de
medemens en de opbouw van onze samenleving? Of leef ik gewoon mijn leventje en
vul ik het met al wat ik aangenaam vind?
De
kerk nodigt ons uit om mens te worden en onze verantwoordelijkheid op te nemen.
Dan mogen wij volop rekenen op de inspiratie en de hulp van een God, die echt
begaan is met de mensen en hun wereld. Zijn vrede mag wonen in ons hart. (Ben
Van Vossel)
ALLERHEILIGEN
(JAAR B (1
november 2009)
Geborgen in Gods liefde, overal, altijd!
Apocalyps 7,2-4.9-14 / Psalm 24 Wie zal beklimmen de berg van de Heer? / 1 Johannes 3,1-3 / Mathtëus 5,1-12a
Allerheiligen, Allerzielen. Het zijn
dagen met een diepe betekenis, een ingrijpende betekenis juist omdat ze met
zo’n ingrijpende zaken van het menselijk leven te maken hebben. Als het
overlijden van een geliefde en de relatie die we met hem/haar hadden nog heel
levendig is, kunnen het dagen van droefheid zijn; spijtig dat aan relatie een
einde kwam, spijtig dat hij/zij zo heeft moeten afzien of dat het afscheid zo
plots en brutaal was… Herfst, kou, nevel… het doet ons aan het einde denken,
aan sterven en dood… En hoe je daar kunt mee omgaan…
Als christen krijg je vanuit je
geloof ook bepaalde hulplijnen toegestoken. Als je door de dood verbroken
banden, en de pijn die je gevoelsleven daarvan nog ondervindt, wat kunt laten
temperen, dan kan iets van het blijde Nieuws van het Evangelie (dit woord
betekent trouwens ‘Blij Nieuws’, goed nieuws), dan kan iets van dat Goede
Nieuws ook ons hart bereiken.
En dat Blij Nieuws heeft veel
aspecten. Ik wil er gewoon maar enkele van aanwijzen. Er is dat goede nieuws dat
het einde, het schijnbaar einde, niet het einde is. Wel het einde van tranen en
lijden, maar niet het einde van ons bestaan. Dat steekt in dat woord uit het
laatste boek van de heilige Schrift: ‘En Hij zal alle tranen
van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween,
geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij.' En Hij die op de troon is
gezeten, sprak: `Zie, Ik maak alles nieuw'’
(OPENB.21,4-5). Onze naam, ons bestaan
worden niet gewoon uitgewist, we blijven, voor eeuwig, niet gewoon voortlevend
in de gedachte van de een of ander, we zijn er echt. Paulus noemt het wel een
verheerlijkt bestaan, waarvan we ons verder geen voorstelling kunnen maken.
(Lees maar eens 1 Kor. 15 helemaal).
Hiermee samenhangend is er ook het
besef dat het afscheid van geliefden en naastbestaanden, geen definitief
afscheid is. In de vrede en de liefde van de Heer blijven wij met elkaar
verbonden, zelfs al kan in onze herinnering en ons gevoelsleven de aangevoelde
sterkte van die band wat afzwakken.
Er is ook het besef van
verbondenheid met die hele groep mensen die ons is voorgegaan, vooral de
heiligen, bekende en onbekende heiligen, mensen die onze wereld mee gedragen
hebben, die voor het goede hebben gekozen, voor eenvoud en dienstbaarheid, voor
edelmoedigheid en inzet voor het geluk van anderen en van de wereld, mensen die
ons ook vandaag nog tot voorbeeld zijn van oprecht beleefd geloof, geloof dat ze
hebben doorgegeven en waarvan ze getuigd hebben door hun leven.
Allerheiligen brengt op die manier
een diepe vreugde in ons hart omdat we even de ogen omhoog richten, een beetje
weg van het alsmaar bezig zijn, het alsmaar bezig zijn met presteren, en rekenen
en het gewin en succes achterna hollen… ten koste van gezondheid, gezinsleven,
relatie met God…
We gaan beseffen dat het leven nog
wel iets meer is en dat we zelf tot iets meer geroepen zijn… terwijl we bezig
zijn hier op aarde. Onze blik wordt iets ruimer en we gaan iets helderder zien
waar het in feite op aankomt in het leven, wat blijvende waarde heeft en wat
gewoon te licht wordt bevonden in Gods ogen.
We vernemen dit overduidelijk in de lezingen van deze zondag. En zo gaan
we wat meer rekening houden met het eigenlijke, met het echte. We beginnen een
beetje te zien met Gods ogen.
Allerheiligen wordt zo opnieuw een
grote genade. We voelen ons best thuis in deze wereld, midden de taak en de
verantwoordelijkheden die ons worden toevertrouwd; we voelen ons ook thuis bij
de mensen die ons zijn voorgegaan, de heiligen en die vele kleine heiligen en
gewone mensen die overleden zijn maar die niet uit onze en Gods liefde zijn
weggevallen. Zo kunnen we rustig op het kerkhof komen of in de kerk zingen en
thuis gezellig samenzijn. We zijn thuis op meer dan één plaats. Gods liefde
omgeeft en draagt ons… overal en altijd. (Ben Van Vossel)
ZONDAG
30 DOORHEEN HET JAAR B (25
oktober 2009)
Gelovig
vertrouwen - Vertrouwen - Godsdienstige ervaring - Jezus volgen
Jer.
31,7-9 / Ps 126 Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn we zo blij /
Hebr. 5,1-6 / Mc 10,10,46-52 Blinde bedelaar Bartimeüs
Jericho, het palmenstadje gelegen tussen zandbergen. Een oude bekende stad in de Bijbel. De blinde Bartimeüs had er niet veel van gezien. Maar hij hoorde des te beter en hij heeft de gesprekken van zijn stadsgenoten goed beluisterd, hun verhalen over Jezus die met zijn leerlingen hun stad hadden aangedaan. Bartimeüs stond in twijfel of hij het wel zou aandurven om Jezus lastig te vallen. Hij had zich immers al verzoen met zijn lot als blinde. Maar als dat allemaal waar was wat over Jezus gezegd werd…
Toen Jezus en zijn leerlingen dan de
stad gingen verlaten zat Bartimeüs daar langs de weg en luidkeels roept hij
“Jezus, Zoon van David (dat betekent zoveel als Messias), heb medelijden met
mij”. En nu hij zich zo gecompromitteerd heeft met zijn geroep, is er geen
stoppen meer aan, ook niet als men hem zegt van zijn mond te houden. Hij riep
nog veel harder: “Zoon van David, heb medelijden met mij”.
En wat wij dan meemaken gaat in
stijgende lijn. Geloof wordt vertrouwen, vertrouwen door dik en dun. En dan komt
de ervaring: Hij maakt het mee dat hij genezen wordt, dat Hij zien kan. En dan
is zijn geloof dat tot liefde wordt en tot volgen van Jezus. “Hij sloot zich
bij Jezus aan op zijn tocht”.
En nu wij. Want de woorden van de
Schrift zijn voor ons opgeschreven om ook ons te brengen tot geloof en
vertrouwen en tot liefde, tot volgen van Jezus.
Maar, zal je misschien zeggen. Die
zoon van Timeüs, die had natuurlijk iets heel sterks meegemaakt: de genezing
van zijn blindheid… Dat zo iemand dan Jezus volgt , dat kan ik begrijpen…
Beweren we dan dat wij niets
meegemaakt hebben? Dat wij geroepen hebben met gelovig vertrouwen en… dat we
niets hebben mogen ervaren?
(Ben Van Vossel)
ZONDAG
29 DOORHEEN HET JAAR B (18
oktober 2009)
In
eenvoud en hoop
Jesaja 53,10-11 / Psalm
33,4-5.18-19.20 en 22 / Hebr. 4, 14-16 / Marc. 10, 35-45 of 42-45
In hun eerlijke berichtgeving spreken de evangeliën ons over de geest
van arrivisme ten koste van anderen en van onbegrip tegenover het lijden van hun
Messias… ondanks de vermaningen die ze geregeld van Jezus krijgen. Maar ze
begrijpen het gewoon niet. En dat zal blijken tot Jezus zijn lijden binnentreedt
en ze door zijn dood totaal gedesillusioneerd en gedesoriënteerd zijn. Petrus
zei voor een paar zondagen aan Jezus: Dat verhoede God, Heer, zoiets mag u niet
overkomen… Ga weg Satan, zegt Jezus, gij laat u leiden door menselijke
overwegingen en niet door wat God wil. Vandaag krijgen Johannes en Jacobus, de
zonen van Zebedeüs de volle laag. Heerszucht
mag bij u niet het geval zijn. Wilt ge echt groot zijn, wee dan de dienaar van
allen. Ik ben gekomen om te dienen en mijn leven te geven als losprijs voor
velen.
Ga met zo’n Messias naar de oorlog. Ge zijt op voorhand verloren. Maar
Jezus krijgt ge niet van zijn stuk. Hij zal lijden en dood aanvaarden en zo zijn
overwinning behalen…
Lijden en dood… Twee items die toch een vloek zijn op de mensheid, op
het geluk van de mens… Lijden… Terwijl we vrolijk door de stad kuieren, de
winkels bekijken, het is mooi weer… Lijden? Ja, niet ieder die we ontmoeten
ziet er erg vrolijk uit. Ja, misschien verbergen de gevels wel heel wat lijden,
pijn, gevoelens van onrust, kwaadheid, gekwetstheid… Als je hoort hoevelen
zich in alcohol en drugs verdoven op de vlucht voor gevoelen van onbehagen…
Hoeveel gebroken gezinnen, hoeveel kinderen die teveel of te weinig echt
genegenheid en geborgenheid ondervinden en misgroeien door gebrek aan echt
liefde… en zelf ook weer andere personen zullen kwetsen en gebruiken om hun
eigen kwetsuren te ontlopen…
Lijden. We zijn geroepen om het lijden zoveel mogelijk uit de wereld te
helpen. Er is veel te veel lijden dat er niet moest zijn, door de schuld van
mensen en doordat we Gods schepping niet gebruiken voor het echte geluk van de
mens. Er is teveel lijden en innerlijke onrust en onvrede in het hart omdat we
te weinig luisteren naar Gods woord over onderlinge liefde en
vergevingsgezindheid en omdat we te weinig God zelf betrekken bij ons leven. Een
gebed om vergeving voor het slapen gaan en een innerlijk woord van vergeving
naar mensen die het ons wat moeilijk maakten is het beste slaapmiddel…
En af en toe kunnen we ook eens denken aan de betekenis, de zin die Jezus
aan het lijden gegeven heeft. Voor Hem bleek het de weg te zijn om tot de Vader
te komen en om ook midden dat lijden toch de Vader toegewend te blijven… Het
kruisbeeld in ons huis mag ons daar toch wel aan blijven herinneren. Er is wel
degelijk een breuk om vanuit dit aardse bestaan over te gaan naar de sfeer van
Gods koninkrijk. Het kruis is onze garantie dat die overgang heilvol kan zijn,
een belofte van eeuwig heil.
De bladeren beginnen af te vallen, de natuur moet zich immers
vernieuwen. Paulus gebruikt in zijn eerste Korintiërsbrief het beeld van de
stervende natuur om te spreken over de verrijzenis en de nieuwe bestaanswijze
waartoe wij geroepen zijn. En het is inderdaad goed in dit seizoen vol
verandering, een seizoen met zo’n mooie kleuren maar waarin we ook wat meer
warmte opzoeken, ook eens naar binnen te treden in onszelf en ons daar te
verwarmen aan de hoop die Gods woord en de verrijzenis van Jezus in ons hart
hebben gelegd. Zo zullen we ons met Allerheiligen en Allerzielen niet enkel
voeden met misschien wat treurige herinneringen maar zullen we ook met hoop in
ons hart verder onze weg gaan om ooit thuis te komen bij Hem die ons is
voorgegaan en die oorzaak is geworden van die blijde verwachting ook doorheen
lijden en dood. (Ben Van Vossel)
ZONDAG
28 DOORHEEN HET JAAR B (11
oktober 2009)
Ons
leven doorgilicht
(Gen. 2,18-24 / Psalm 128,1-6 /
Hebr. 2,9-11 / Marc. 10,2-16 (of 2-12)
We zijn zo vertrouwd geraakt, niet enkel met de echtscheidingen onder filmsterren en politiekers, maar ook in de gewone samenleving. Het gebeurt in onze eigen omgeving, in onze families, bij onze vrienden, zelfs bij mensen die wij als goede christenen beschouwden. Zo begint zich stilaan in onze eigen geest de gedachte of het aanvoelen te ontwikkelen, och, misschien is het allemaal zo erg niet, of: ja, als het echt niet meer gaat tussen twee mensen, is het misschien het best voor henzelf en hun kinderen dat ze maar uiteen gaan…
In het evangelie is de situatie en ook de vraag die aan Jezus gesteld wordt wel een beetje anders: Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten? Dat kan je natuurlijk erg egoïstisch verstaan Als en man zijn vrouw beu is, mag hij haar dan verstoten? Op die manier gesteld, zou het antwoord van Jezus wel wat anders geweest zijn en een oproep om te veranderen van ingesteldheid. Maar, hoe de vraag ook bedoeld mag zijn: Jezus geeft het fundament aan van de huwelijkstrouw: God heeft deze twee gemaakt. Als ze zich met elkaar verbinden in het huwelijk, worden zij één, en deze verbintenis gebeurt onder Gods oog en wat God zo verbonden heeft mag een mens niet scheiden.
Zou God ondertussen van gedacht veranderd zijn? Gaat hij vandaag de dag wat meer rekening houden met moeilijker omstandigheden, met het psychologisch klimaat van onze samenleving waarin bijna de helft van de huwelijken op een scheiding uitloopt? Trouwens, gebeurt het niet vaker dat mensen eerst gaan samenwonen en pas daarna trouwen of zelfs helemaal niet trouwen? Zou God zelf nog goed weten wat de juiste houding daartegenover is?
We moeten het evangelie natuurlijk als geheel beschouwen. Dit stukje evangelie staat niet los van de rest. In de rest van het evangelie lezen wij bijvoorbeeld over het niet oordelen en veroordelen van mensen en dat het oordeel bij God ligt. Dat maakt de zaak voor ons al wat gemakkelijker. God gaat zijn weg met concrete personen…
Maar alle beschouwingen die we hierbij ook maken, stelt het evangelie van vandaag toch niet buiten werking. Jezus geeft hier wel degelijk de bedoeling van God met het huwelijk. En een fundamenteel gegeven in die huwelijksrelatie is de trouw. Mensen die zo nauw, tot in hun lichaam, met elkaar verbonden worden, die mogen elkaar niet zomaar in de steek laten. Zeker niet omwille van futiliteiten. Ook niet omdat men een beetje uitgekeken geraakt op de ander. Op dat ogenblik wordt duidelijk wat men de laatste jaren zo sterk reeds benadrukt heeft, dat huwen een werkwoord is. Dat je aan je huwelijk moet werken. Dat je creatief moet zijn om je relatie te verzorgen, op te frissen, te beschermen, te voeden…
In die zin is dit evangelie zo belangrijk. Het zegt niet, zoals velen in deze tijd zeggen: Gaat het niet goed meer met elkaar, zoek dan een andere relatie. Het evangelie neemt het huwelijk au sérieux. Weest elkaar trouw. Hoe je die trouw gaat toepassen is dan onze opdracht. Je gaat eraan werken. Je gaat met elkaar praten. Je gaat niet ieder je eigen weg. Je geeft elkaar wat ruimte, maar je gaat niet van elkaar weggroeien. Je laat je relatie niet in het gedrang brengen door een oppervlakkige nieuwe liefde, maar je herpakt je onmiddellijk. Je zoekt het positieve in elkaar, ook al ken je elkaar misschien al heel lang. Je bidt voor elkaar. Je bidt voor je huwelijk. Je vraagt God – die zich samen met jullie voor deze relatie heeft borg gesteld – opdat Hij jullie zou helpen. Je bidt om vernieuwd te worden in je engagement van echtgenoot of echtgenote, van vader of moeder…
Misschien is het stukje evangelie dat op het einde nog aangeplakt wordt een bijkomende motivatie om de huwelijkstrouw ernstig op te nemen. Het gaat over Jezus’ liefde voor de kinderen. Misschien dat de oprechte bezorgdheid voor de kinderen sommige vaders of moeder ook kan helpen op bepaalde momenten om elkaar toch trouw te zijn, uit zorg voor hun kinderen. Maar fundamenteel blijft het de roeping om met Gods hulp op een eerlijke en gemeende manier te bouwen aan die band, waarmee God jullie aan elkaar heeft gebonden.
In afgeleide betekenis kan de oproep tot trouw ook gelden voor ieder van ons, gehuwd of ongehuwd, die zich vanuit een roeping hebben ingezet om God te dienen in een of andere roeping of dienst aan mensen. (bvv)
ZONDAG
27 DOORHEEN HET JAAR B (4
oktober 2009)
Liefde
en trouw
(Genesis
2,18-24 / Hebr. 2,9-11 / Mk 10,2-16 of 10,2-12)
God is liefde. Dat staat zomaar neergeschreven in het Johannesevangelie
en in de eerste brief van Johannes. God is liefde. W e mogen daar gerust aan
terugdenken wanneer we in de eerste bladzijden van de Bijbel lezen dat God de
mens heeft gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis. En Hij schiep hen man en
vrouw. De mens kreeg opdracht om
vruchtbaar te zijn en de aarde te bevolken en om de schepping te behoeden.
Als je al die woorden wat laat samenvloeien komt je tot het grote
mysterie van het huwelijk, van liefde tussen man en vrouw die met het kind als
resultaat van vruchtbaarheid, ook teken mag zijn van Gods eigen mysterie. Een
mysterie van liefde dat vruchtbaar is, dat mededeelzaam is. Het huwelijk wordt
door Paulus inderdaad een mysterie genoemd, een sacrament, een zichtbaar teken
van de liefde tussen Jezus en de kerk, vaar wie Hij zich gegeven heeft.
Al deze mooie woorden worden echter belachelijk gemaakt als we zien tot
welke laagten seksualiteit, huwelijk, huwelijkstrouw, liefde worden neergehaald
in de samenleving, in de media en in allerlei kunstvormen.
Liefde, tederheid, wederzijds respect, gegevenheid, ja, liefde die
vooral ook het geluk van de ander op het oog heeft en de edelmoedigheid om je
liefde ook vruchtbaar te laten worden in kinderen, dat alles lijkt de waardering
niet meer te hebben van een moderne samenleving, en in ieder geval komt het heel
wat mensen voor als een niet te bereiken en zeker niet vol te houden ideaal…
Hoe gaat zo’n samenleving waarden doorgeven aan kinderen en jonge
mensen…
Het huwelijk wordt nog maar matig ondersteund. Er werd zoveel aandacht
gegeven – ook en vooral door de media – aan echtscheiding, aan nieuw
samengestelde gezinnen, aan anders geaard zijn, aan anderssoortige relaties dan
de exclusieve relatie tussen man en vrouw… zodanig werden huwelijk en gezin
uitgebeend dat de onvervangbare waarde van het monogame huwelijk compleet
onderbelicht blijft en te weinig als ideaal aan jonge mensen wordt voorgesteld.
Het grote aantal echtscheidingen en de ruchtbaarheid die eraan wordt
gegeven, maakt jonge mensen ook erg onzeker over de duur van hun relatie en de
sterkte van hun wederzijds engagement…
Maar weinig jonge mensen krijgen ook nog waarden voorgesteld als
zelfbeheersing, verzoening, een relatie die aan God wordt toevertrouwd, niet
enkel op de dag van het huwelijk maar in persoonlijk en gezamenlijk openstaan
voor gebed en sacramenten, waarin we geënt zijn op Gods eigen liefde. Zelfs in
christelijke vormingsprogramma’s wordt er over gezwegen… Maar als men zich
naar het verlangen van God wil richten, met een gekwetste menselijke natuur, dan
zal men daar toch ook de kracht voor moeten zoeken in de relatie met God, die
liefde is, en naar wiens beeld en gelijkenis wij gemaakt werden.
Laten we dan maar bidden voor de gehuwde mensen, vooral voor hen die
zich voor het altaar met elkaar verbonden hebben, dat ze mogen groeien in
liefde, tederheid, trouw, vergevingsgezindheid, inzet en geborgenheid voor de
kinderen, maar dat zij ook sterk verbonden mogen zijn met Hem die het geheim van
alle echte liefde heeft… De Drieëne God, die liefde is en die zijn kinderen
gelukkig wil zien. (Ben Van Vossel)
ZONDAG
26 DOORHEEN HET JAAR B (27
september 2009)
Wat
vind God ervan?
Num.
11,25-29 / Ps. 19, 8,10, 12-13, 14 / Jak. 5,1-6 / Mk 9, 38-43.47-48
Mensen
zijn jaloers op anderen, kunnen niet verdragen dat een ander wat succes heeft of
van dezelfde voordelen geniet als wij… De vrienden van Mozes waren geschokt
dat de Geest van God ook over een paar andere mannen zond buiten de 70 oudsten
die in de Verbondstent waren; de apostel Johannes was er niet over te spreken
dat iemand duivels uitdreef onder aanroeping van Jezus’ Naam…
We
zijn soms toch wel echt menselijk, àl te menselijk bezig bij onze beoordeling
van mensen en gebeurtenissen…
Zowel
dat gebeuren in het kamp van de Israëlieten als wat Johannes meende te moeten
opmerken, zijn voor ons een uitnodiging om ons nog meer te laten leiden door het
oordeel van God, door wat God vindt over het denken en spreken en handelen van
onszelf en van anderen… Eigenlijk gaat het over dit fundamentele: God moet het
voor het zeggen hebben in ons leven. Wij moeten met God voor ogen leven, ons
denken en spreken en handelen confronteren met Gods woord, met wat we vermoeden
dat Gods beoordeling is.
Om
dit goed te kunnen onderscheiden kunnen wij eens luisteren naar wat wijze mensen
zeggen, naar wat gelovige mensen zeggen. Hier moeten we wel de bemerking bij
maken dat het niet teveel menselijke tradities zijn die wij in plaats stellen
van wat Gods verlangen is. Als mensen in bepaalde tradities zich te buiten gaan
aan eremoord, om de eer van de familie te redden, dan beweert men nogal eens dat
dit ook Gods verlangen is, terwijl dit gewoon een overigens weinig verheven
traditie is van nomadenvolkeren. Ook als christenen moeten wij opletten dat we
niet ons eigen verlangen, ons eigen oordeel gaan beschouwen alsof het ook Gods
oordeel is.
Wij
zullen dus ook en vooral naar Gods woord in de Schrift luisteren en naar de
interpretatie van dat woord door het leergezag. Bij ons uiteindelijk oordeel en
handelen volgens ons geweten zullen wij ook rekening moeten houden met dat
dubbele principe: liefde in waarheid. Zoveel mogelijk die twee trachten samen te
houden in ons oordeel en ons gedrag.
Och,
zegt Jezus tot Johannes: “iemand die een wonder doet in mijn Naam zal niet zo
grif ongunstig over Mij spreken. Wie niet tegen ons is, is voor ons…”. Dat
is het rustige en wijze oordeel van Jezus. Even rustig had Mozes gereageerd op
mensen die kwaad kwamen spreken van deze die buiten de Verbondstent ook Gods
Geest hadden ontvangen: mijn heer, dat moet u hen verbieden. Mozes zei hem:
“Waarom komt u voor mij op? Ik zou willen dat heel het volk van de Heer
profetieën utisprak en dat de Heer zijn geest op hen legde”. (Num. 11,29).
In
het evangelie geest Jezus onmiddellijk na zijn reactie een uitnodiging tot
broederliefde.
Maar
het hele vervolg van dit evangelie is dan een uitnodiging om de keuze voor God
radicaal te laten zijn, je hele leven af te stellen op Gods verlangen, en alles
daar achter te stellen. Gods verlangen eerst! Nogmaals, we moeten wijs zijn in
het beoordelen van wat God wil.. God gaat niet in tegen het gezond verstand
(tenzij in gevallen zoals dat van Damiaan die zich helemaal in dienst stelde van
de melaatsen), Gods verlangen gaat niet in tegen de liefde in waarheid, God
verlangen kleineert de mens niet, geen enkel mens…
Laten
we bidden om Gods Geest opdat we de wijsheid zouden hebben en de juiste
onderscheiding bij het beoordelen van het denken en spreken en handelen van
onszelf en van anderen, ook van wat in onze wereld gedacht en gezegd en gedaan
wordt. Kom, heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen
het vuur van de liefde. Zend uw Geest en alles zal worden geschapen en Gij
vernieuwt het gelaat van de aarde. (Ben
Van Vossel)
ZONDAG
25 DOORHEEN HET JAAR B (20
september 2009)
Dienen
in plaats van overheersen
Wijsheid 2,12.17-20 / Psalm 54 3-4, 5, 6 en 8 /
Jak. 3,16-4,3 / Marc. 9,30-37
Als je over jezelf spreekt of schrijft, ga je eerder iets goeds vertellen dan je stommiteiten in het licht te stellen. In het evangelie worden echter ook de kleine kanten van de apostelen en leerlingen van Jezus vermeld. Je zou kunnen zeggen dat dit een van de tekenen is van de oprechtheid en de authenticiteit van de evangeliën. Ze vertellen het goede, maar ook wat er in de eerste christengemeenschap of de Jezusgemeenschap mank liep. Vandaag horen we weer zoiets waarvan je zou zeggen: hoe is het mogelijk! Een paar leerlingen hebben op de heilige berg iets van deheerlijkheid van de Heer Jezus mogen zien. En nu is Jezus op weg doorheen Galilea, Hij wil zijn volgelingen, speciaal de twaalf inwijden in het mysterie van zijn lijden, zijn dood en verrijzenis. De leerlingen staan er wat bedremmeld bij, maar ze vragen geen verdere uitleg. Zo komen ze in Kafarnaüm waar Jezus woonde, misschien in het huis van Petrus, en dan komt naar voor wat hen echt heeft bezig gehouden onderweg. Jezus vraagt hen: “Waar hebben jullie onderweg over getwist”. Getwist? Een nogal hoogoplopende woordenwisseling gehad? Er komt geen antwoord. Marcus, die het vermoedelijk onthouden heeft uit de verkondiging van Petrus schrijft in zijn evangelie: “Maar zij zwegen, want ze hadden onderweg een woordenwisseling gehad over de vraag wie de grootste was”, wie van hen de voornaamste was, de onmisbare, de leider, de adjunct van Jezus, de eerstenminister, de premier!. Ze zwegen, want meteen is hun frank gevallen en ze zitten daar allemaal met rode wangen. Hoe dwaas en ongevoelig hebben ze zich aangesteld! Jezus heeft het over zijn lijden en dood, zijn gegevenheid tot het uiterste… en zij lopen te twisten wie van hen de voornaamste is! Kinderachtig, zouden we meteen denken, maar hoe vaak gebeurt het niet onder volwassenen… Jezus roept zijn leerlingen wat dichter bij zich, want de grote les moet nog komen: “Als iemand de eerste wil zijn, zal hij de laatste van allen moeten wezen en de dienaar van allen”. Dat is geen theoretische les, dat is de les van Jezus’ leven. Hij was de eerste, Hij was de voornaamste, en Hij is op de laatste plaats gaan staan. Dat is de les van zijn leven. Paulus beschrijft het in zijn brief aan de christenen van Filippi: “Hij die bestond in goddelijke majesteit, zo schrijft hij over Jezus, Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en heeft het bestaan van een dienaar op zich genomen, Hij is aan de mensen gelijk geworden.” En dat is nog iet alles, schrijft Paulus: “ En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd, Hij werd gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan een kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven” (Fil.2,8-9).
Die les wil Jezus aan zijn leerlingen meegeven… Maar om eerlijk te zijn, moeten ze daarna toch nog vertellen – en ook dat staat in het evangelie genoteerd - dat ze ook die les niet begrepen hebben, want toen het er op aankwam, toen Jezus gearresteerd werd en aan het kruis werd gespijkerd… hebben ze Hem in de steek gelaten en meenden ze dat alles voorbij was, het mooie verhaal van Jezus, een grote mislukking…
Zo is dit evangelie voor ons nu een bemoediging met betrekking tot Hemzelf: Jezus heeft het voorzegd dat Hij doorheen lijden en dood zou moeten gaan om tot de verheerlijking te komen. Ontgoocheling over wat Jezus is overkomen hoeft er bij ons niet te zijn. Paulus kon zelfs schrijven: wij roemen in het kruis van de Heer Jezus Christus, in Hem is ons heil, ons leven en verrijzenis, door wie wij verlost en bevrijd zijn (naar tekst van Ignace De Sutter).
Maar gaan ook wij luisteren naar de les die Hij ons geeft,
in het evangelie en in Hemzelf, in zijn leven: “Als iemand, zoals Jezus zelf,
zijn leven waardevol wil maken, volgens het verlangen van de Vader, zal hij
zoals Jezus ook als dienaar van allen moeten zijn”. Dit vraagt van ons een
radicale ommekeer. Zelfs als we al lange tijd met Jezus op weg zijn, moeten we
ons toch nog telkens weer afvragen of ons leven nog voldoende gelijkt op Hem die
de dienaar van allen is willen worden, omdat God liefde is en omdat wij naar
Gods beeld geschapen zijn. Enkel in die lijn krijgt ons leven zijn echte
vervulling, zijn voltooiing in de richting van die oorspronkelijke bedoeling van
God met ons. (Ben Van Vossel)
ZONDAG
24 DOORHEEN HET JAAR B (13
september 2009)
Kiezen
om Gods wil te doen
Jesaja50,5-9a / Psalm 116 /
Jakobus 2, 14-18 / Marcus 8, 27-35)
Vrienden, in zijn brief blijft Jacobus maar hameren op het gelovig inzicht dat je geloof, je christelijke overtuiging gepaard moet gaan met daden. En hij heeft het dan vooral over de liefde: wat baat het mensen in nood het beste toe te wensen, wanneer je in feite niets doet om die mensen te helpen. Zo maak je je wensen tot een lachertje en je geloof tot een lege doos. Je moet leven vanuit je geloof, maar je moet ook leven volgens je geloof, je moet je geloof beleven in de praktijk van het dagelijks leven.
Als Jezus gezegd had: mensen ik hou van jullie allemaal, maar Hij had niets ondernomen om die liefde gestalte te geven in zijn komst, in zijn verkondiging, in zijn daden van goedheid, in zijn lijden en sterven uit liefde om ons de weg naar het geluk weer open te stellen… dan zouden we daar weinig aan gehad hebben. Maar Jezus is gekomen en heeft alles vervuld wat moest gedaan worden om de mens te redden.
Petrus heeft het er moeilijk mee gehad. Hij geloofde in Jezus als de Messias, de Gezondene van God. Maar, die Messias moest een succesvolle figuur zijn. Dat zou natuurlijk magnifiek geweest zijn. Een koning, een keizer, een wonderdoener, een miljardair die heel zijn bezit uitdeelt om mensen gelukkig te maken… Een weldoener war je alles van gedaan krijgt, die gereeds staat om al je verlangens en grillen te voldoen…
Het zag er een beetje naar uit met Jezus… maar Hij had wat beter op zijn worden moeten letten om niet in aanvaring te komen met wetgeleerden en hogepriesters, Hij had niet mogen verworpen worden door de machtigen, Hij had aan het lijden moeten weten te ontkomen en zich helemaal niet aan een kruis laten spijkeren als een misdadiger en sterven…
Maar dit alles is toch gebeurd. Aanvankelijk schaamden de christenen zich over het feit van Jezus kruisdood. Tot ze stilaan en stilaan met meer klaarheid en overtuiging inzagen dat de kruisdood zelfs kon gezien worden als het toppunt van Jezus’ liefdedaad. Zozeer heeft God de wereld liefgehad… En Paulus durft zelfs schrijven: Wij roepen in ’t kruis van de Heer Jezus Christus (naar GAL.6,14).
De afstand tussen God en de mens was zo groot dat enkel Christus, Gods Zoon in staat was die muur af te breken door zich totaal te geven, radicaal te leven als kind van God, zonder te buigen voor menselijke overleveringen… Hij ging de weg die God wees, Hij sprak de woorden die moesten gesproken worden… Totaal in dienst van God. Zo verloste Hij de wereld van het onvermogen om aan God toegewijd te zijn, beeld van God te zijn, te leven volgens Gods verlangen…
Jezus laat zich niet van die weg afbrengen, zelfs niet door Petrus die nochtans juist zo’n mooie geloofsbelijdenis had afgelegd en die Jezus zeer genegen was. Jezus zegt hem: “Ga weg, Satan, terug! want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.”
Jezus ging Gods weg. En wat doen wij? Onze huid redden? De zaak verstandig bekijken? Gewoon maar leven dag in dag uit, zonder ons veel af te vragen wat God nu eigenlijk wel zou willen? Er zit in ons nog steeds een diep wantrouwen naar God toe: wil Hij wel mijn geluk. De Schrift en de echte geloofsgetuigen die ons zijn voorgegaan zeggen eenstemmig: wat God wil is: het geluk, het echte geluk van de mens!
Laten wij ons op die weg begeven. Ons bewust afvragen waar Gods verlangen ligt, vandaag, in wat ik meemaak en zou moeten zeggen en doen. Wat wil God? En wat zijn alleen maar menselijke bedenksels. Laten wij die sprong in de werkelijkheid wagen. Wie zijn leven verliest omwillen van Mij en het Evangelie (het Blijde Nieuws) zal het redden, zegt Jezus ons vandaag. (Ben Van Vossel)
ZONDAG
23 DOORHEEN HET JAAR B (6
september 2009)
Al
weldoende rondgaan
JES.35,4-7a / 1-5
/ Mc.7,3137
Het evangelie van vandaag besloot met die mooie slotzin: Buiten zichzelf van verbazing riepen zij uit: “Hij heeft alles wel gedaan, Hij laat doven horen en stommen spreken.”
En zo was het ook. “Hij ging weldoende rond” lezen we in (HAND.10,38). Jezus was werkelijk het zichtbare teken van Gods liefde voor de mens. En speciaal voor de men in nood. Daarom vond Jacobus het ook zo erg wanneer eenvoudige en arme christenen in de bijeenkomsten soms vernederd werden en scheef bekeken, of gewoon niet meetelden en moesten plaats ruimen voor rijken en mensen van aanzien. In Jezus openbaar optreden valt het voortdurend op hoe Hij zich wendt naar noodlijdenden, zieken, melaatsen, zondaars en de vele gewone mensen aan wie Hij het Blijde nieuws van Gods liefde verkondigt en laat ervaren metterdaad. Het waren duidelijke tekenen dat God van de mens houdt, van de concrete mens. Jezus maakte dat zichtbaar en tastbaar.
We mogen echt niet blijven staan bij die vaststelling. We moeten ons afvragen in hoever wijzelf ook Gods liefde zichtbaar en tastbaar maken, hoe wij wellicht voor noodlijdenden, eenzamen, zieken en verwaarloosden iets kunnen betekenen. Meestal maken wij die overgang iet van Jezus naar onszelf. Wij blijven meestal staan bij de toepassing: hoe doet de Kerk dat vandaag. Maar dat moet niet onze slotvraag zijn, want de Kerk, dat zijn wij. Er is geen kerk zonder leden, zonder mensen, zonder … ons. De zichtbare kerk, dat zijn de christenen, dat zijn wij…
Daarom die vraag nog eens: hoe zien de mensen van vandaag nog Gods liefde, waar zien ze het voorbeeld dat Jezus gesteld heeft en waardoor de mensen uitriepen: Hij heeft alles wel gedaan?
We moeten het niet te ver gaan zoeken. Vragen wij
onszelf gewoon af: waar heb ik vandaag de zorg van God zichtbaar gemaakt naar
mensen? Wat ga ik vandaag doen opdat Gods zorg, en mededogen en barmhartigheid
en tederheid zichtbaar en tastbaar wordt…
Het is niet zeker dat op ons gedachtenisprentje ooit
zal staan: Alles heeft hij/zij wel gedaan. Maar in ons zal Gods liefde zich
hebben kunnen uitleven, en dat is goed, want Hij heeft ons gemaakt naar zijn
beeld en gelijkenis, en dat is ons leven in ieder geval een geslaagd leven.
Vragen wij dan aan God dat ons leven mag gelijken op
dat van Jezus. Dat wij in plaats van de gerichtheid op onszelf wat meer gericht
mogen zijn op Hem en vanuit de gezindheid van Jezus mogen leven, bezield door de
heilige Geest opdat wij doorzichtiger mogen worden voor Gods liefde die dan ook
de mensen om ons heen zal kunnen bereiken. (Ben Van Vossel).
Jakobus 2,1 Broeders, gij die gelooft in onze Heer Jezus Christus, de Heer der heerlijkheid, verbindt dit geloof toch niet met partijdigheid en vleierij. 2 Ik bedoel dit: veronderstel, er treedt in uw samenkomst een man binnen, keurig gekleed en met gouden ringen aan zijn vingers, en tegelijkertijd komt er ook een arme aan in schamele kleren; 3 als gij nu opziet tegen de rijkgeklede man en hem een ereplaats aanbiedt, terwijl gij tegen de arme zegt: `Blijf daar maar staan,' of: `Ga hier op de grond zitten, bij mijn voetbank' 4 maakt ge u dan niet schuldig aan een kwaadaardig soort discriminatie? 5 Luistert, lieve broeders: God heeft de armen naar de wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof en erfgenamen van het koninkrijk dat Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
ZONDAG
22 DOORHEEN HET JAAR B (30
augustus 2009)
Gods
Woord bereidvol aanvaarden en in praktijk brengen
Deut. 4, 1-2. 6-8 / Ps.15, 2-3a, 3c-4ab, 4c-5 /
Jak. 1,17-18.21b-22.27 / Mk. 7, 1-8.14-15.21-23
Als
je de eerste lezing van vandaag leest en daarna het evangelie, dan klinkt het
woord van Jacobus zo overduidelijk in de oren en raakt het ons hart: “Neem met
zachtmoedigheid het woord van God aan dat in u werd geplant en dat de kracht
bezit uw zielen te redden. Wordt uitvoerders van het woord en niet alleen
toehoorders”.
“Neem
met zachtmoedigheid het woord van God aan”. Met wat een hardheid werd Jezus’
woord en zijn optreden onthaald door de heersende kaste van zogenaamd
godgelovenden. Er werd niet echt geluisterd, er werd niet met ontvankelijkheid
gekeken naar wat Hij deed. Het was
meestal vitten over kleinigheden, zoals dat eten met ongewassen handen door
sommige van Jezus’ leerlingen. Alsof gewone werkmensen zich dat allemaal
konden aantrekken, zo eens eventjes uw wijsvinger en duim in een vaatje water
dompelen alvorens te eten. Die mensen hadden dat toch niet steeds bij de hand…
Daarom stellen ze Jezus die in hun ogen gewichtige vraag: “Waarom gedragen uw
leerlingen zich niet volgens de overlevering van de voorvaderen, maar eten zij
met onreine handen ?”
Nu
zouden we zeggen: Jongens, waar zijn we mee bezig! Is dàt nu echt de hamvraag
van het moment? Zijn er geen belangrijker zaken? Toegegeven, misschien voelen
wij in deze tijd minder het belang aan van die zaken, en de samenhang met
andere, misschien gewichtiger voorschriften van de Tora…
Maar
toch wil ook Jezus daar niet echt aan toegeven. Hij leert dat het belangrijker
is God te dienen met het hart. Eten met ongewassen handen maakt je niet tot een
slecht mens. Maar als je hart slecht is, egoïstisch, hoogmoedig, genotziek,
begerig, losbandig, kwaadaardig… en als je aan al dat slechte toegeeft, dàn
pas ga je echt in tegen Gods verlangen.
Waarschijnlijk
wil Jezus niet heel die joodse gebruiken onder tafel vagen, maar Hij wijst er
wel op dat we het belangrijkste niet mogen vergeten.
Welnu,
de Farizeeën die hier bedoeld worden, keken alleen maar naar het uiterlijke, en
dat bespioneerden ze als het ware bij de leerlingen van Jezus… gewone mensen,
zonder al die spitstechnologie van honderden geboden en verboden en
voorschriften…
Je
moet een ontvankelijk hart hebben zegt Jacobus in zijn brief. “Neem met
zachtmoedigheid het woord van God aan”. Luister naar wat God echt zegt, en
proef daarin de goede bedoelingen, de liefde, Gods verlangen naar jouw geluk…
Wees zacht van gemoed, heb een ontvankelijk hart… Gods woord heeft de kracht
om u te redden, om u nu en voor altijd gelukkig te maken. Dat is Gods diepste
bedoeling. Heb je dat al door?
Maar
Gods woord stelt ook zijn eisen. Respect voor God en dankbaarheid, dat zeker.
Maar ook het volgende: “Zuivere en onbesmette vroomheid in de ogen van onze
God en Vader is dit: weduwen en wezen opzoeken in hun nood en zichzelf vrijwaren
voor de besmetting van de wereld”.
Echte
godsdienstigheid is niet wereldvreemd. Het vraagt ook een engagement. Inzet in
deze wereld. Wat zijn die wezen en weduwen in onze tijd? Wat waren ze voor pater
Damiaan? En voor moeder Teresa van calcutta? En voor pater Pire? En voor moeder
Emmanuelle? Wat zijn ze voor ons, die mensen in wie wij God raken omdat ze zijn
kinderen zijn, zijn meest behoeftige kinderen?
Zijn
het de 100 miljoen straatkinderen die in onze wereld leven? Zijn het
drugverslaafde jongeren? sex en gokverslaafden? Gezinnen met een
alcolholverslaafde? Ongehuwde moeders? Is het een vergeten zieke of bejaarde uit
onze eigen omgeving? Zijn het de door onze media en BV’s misleide jongeren die
de weg van vermenselijking opgeven en slechts leven voor genot en
oppervlakkigheid?
Ieder
van ons moet op de eigen kleine plaats waar we leven onderscheiden waar wij iets
kunnen doen om ons geloof in God ook in praktijk te brengen bij de opbouw van
een betere en meer menswaardige wereld. (Ben Van Vossel)
ZONDAG
21 DOORHEEN HET JAAR B (23
augustus 2009)
Voor
wie kies jij?
Jozua 24,1-2a. 15-17.18b / Ps. 34,2-3, 16-17,
18-19, 20-21, 22-23 / Ef. 5,21-32 / Joh. 6,60-69
Jezus heeft wat te nadrukkelijk gezegd dat Hij het
Brood uit de hemel is, dat Hij de Gezondene van de Vader is en dat ze dus voor
Hem moeten kiezen willen ze helemaal in het verlangen van God zijn. En Hij
spreekt nog straffere taal als Hij het heeft over de Eucharistie: men moet zijn
Vlees eten en zijn Bloed drinken. Dat is gewoon onverstaanbaar en
onaanneembaar… hoewel Jezus door zijn wandelen over het water het teken had
gesteld dat zijn lichaam niet steeds onderworpen is aan de natuurwetten en Hij
had in de broodvermenigvuldiging het teken gesteld dat Hij eten kon geven aan
zeer velen… Maar hun Euro was niet gevallen maar ergens blijven steken. Zij
bleven staan bij het onmiddellijk tastbare en genietbare. Zij zagen die wonderen
niet als tekenen van een diepere werkelijkheid. “Deze taal stuit iemand tegen
de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?”. Jezus zegt dat ze het
op het vlak van de geest moeten zoeken, niet op het vlak van het onmiddellijke:
“Het is de geest die levend maakt, het vlees is van geen nut”...
Tengevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en
verlieten het gezelschap.”
Je zou dan veronderstellen dat Jezus wat gas zou
terugnemen, maar nee, hier moet een radicale keuze gemaakt worden. Ze moeten
Jezus aannemen zoals Hij is en met de Boodschap die Hij verkondigt. Ook de
twaalf moeten kiezen: “Wilt ook gij soms weggaan?” Dit is geen vraag van een
totaal gedesillusioneerd iemand, die zijn depressie nog wat gaan uitdiepen. Nee,
er moet gewoon gekozen worden nu: voor een speelgoedkoning of voor de Gezondene
van de Vader, met alles erop en eraan.
Simon Petrus antwoord voor zichzelf en de andere
apostelen: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig
leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt”, de uitverkorene,
de Gezondene van de Vader.
Dat is kiezen. En voor die keuze worden ook wij
gesteld deze zondag. Klamp ik me vast aan het materiële, het bijkomstige, het
aardse, of reik ik daarboven ook uit naar God, naar de toekomst die in zijn hand
ligt, naar het Blij Nieuws dat Jezus gebracht heeft? Of laat ik me enkel leiden
door winst, door mediaklap, door tot de aarde beperkte verlangens? Kiezen.µ
In de eerste lezing hoorden wij hoe Jozua, de
opvolger van Mozes aan zijn mensen zegt: Als ge de Heer niet wilt dienen, kies
dan wie gij wel dienen wilt. Kies voor de afgoden van uw voorouders of voor de
goden van de Amorieten in wier land gij nu woont. In ieder geval: ik en mijn
familie, wij dienen de Heer.” Het volk is zich bewust dat ze inderdaad een
keuze te maken hebben en ze denken na over wat ze hebben meegemaakt en over de
gevolgen van een en ander. Ze antwoorden: “Wij denken er niet aan de Heer te
verlaten en andere goden te vereren. De Heer onze God heeft ons en onze vaderen
uit Egypte geleid, uit het land van de slavernij. Hij heeft voor onze ogen grote
tekenen verricht en ons geschermd op al onze tochten en tegen alle volken
waarmee wij in aanraking kwamen. Ook wij willen de Heer dienen, Hij is onze
God.”
Vrienden, welke keuze maken wij vandaag maar ook op
de andere dagen van ons leven. Verliezen wij onszelf in het al te aardse en in
beperkte verlangens of hebben wij door dat God ons het echte geluk en het echte
leven voor ogen stelt. Zeg vandaag aan de Heer dat je naar Hem wil luisteren,
zijn verlangen wil doen en zo de weg opgaan naar het eeuwige, het echte leven.
(Ben Van Vossel)
ZONDAG
20 DOORHEEN HET JAAR B (16
augustus 2009)
Jezus
nodigt u uit aan zijn tafel
De Wijsheid heeft een tafel aangericht Spreuken
9,1-6 / Ps. 34,2-3,10-11,12-13, 14-15 / Ef. 5,15-20 / Joh. 6,51-58
De Wijsheid, die in het Oude
Testament als een Persoon wordt voorgesteld en die voor de Kerkvaders gezien
werd als een voorafbeelding van Christus, nodigt de mensen uit om de weg naar
het echte leven te gaan: “Wie onervaren is kome hierheen en wie geen inzicht
heft, laat hem tot bezinning komen: kom en eet van mijn brood, drink van de wijn
die ik gemengd heb… bewandel de weg van de wijsheid.” (Boek van de Spreuken
9, 5-6)
Het
is niet zo verwonderlijk dat de eerste christenen,
die Joodse mensen waren, in dat woord van de Wijsheid Jezus zelf hoorden. Er
waren immers verscheidene van zijn woorden overgeleverd waarin Hij de mensen
opriep om tot Hem te komen. Hij gaf mensen te eten, in overvloed te eten. En op
bepaalde momenten sprak Hij over zichzelf als over het Brood van het leven.
Sterker nog, Hij sprak voor Joodse oren soms onaanvaardbare woorden:
“als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt
gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt heeft eeuwig
leven”. De evangelist Johannes, die in het Grieks schrijft, doet er zelfs nog
een schepje bij, hij schakel over van het woord eten (fagein, vgl. fagomai) naar
het woord kouwen (troogein, rauw eten), om duidelijk te maken hoe de
christengemeenschap het verstond. Niet enkel dat men Jezus moest aanvaarden in
zijn leven, hun leven op Hem moest bouwen, maar dat woord ‘kouwen’ betekent
dat men Jezus ook op een sterke wijze kon ontmoeten in dat uitzonderlijk teken
van Brood en Wijn in de Eucharistie.
De
christen die ingaat op de uitnodiging van de Heer en met diep vertrouwvol geloof
en liefde deelneemt aan de heilige maaltijd waarin we gewoon maar wat brood, al
of niet gedompeld in wat wijn, tot ons nemen nadat de priester er de heilige
Geest over heeft aangeroepen en de woorden heeft uitgesproken waarmee Jezus deze
heilige maaltijd heeft ingesteld… deze christen mag de sterke aanwezigheid van
de Heer ervaren. Hij wordt innerlijk gevoed en gesterkt in geloof, hoop en
liefde. Hoe sterker ons geloof en liefde is waarmee we de Heer ontmoeten in de
heilige Eucharistie, des te sterker wordt ook de uitwerking van deze ontmoeting
in ons leven. Gods Geest gaat krachtige in ons werken. Ons leven ondergaat een
transformatie die je gaat merken doorheen de jaren. Je gaat de oppervlakkigheid
en schijn doorzien van zaken en personen waar de wereld voor applaudisseert of
waardoor de menigte zich laat misleiden. We gaan in ons innerlijk de kracht
vinden om op te staan uit zonde en zwakheid, de kracht en de inspiratie om voor
het ware, het goede en echt schone te kiezen, om ons in te zetten voor een echt
betere wereld en voor de dienst aan kleinen en behoeftigen. Het is de gezindheid
van Jezus die stilaan sterker gaat leven in ons…
Wekenlang
heeft de kerk ons door Jezus laten uitnodigen om tot Hem te komen, om Hem te
zien als de echt voedsel voor ons innerlijk, en tot Hem te komen ook in het
heilige teken van de Eucharistie.
Laten
wij ons aanspreken door deze woorden en Jezus het hoge woord laten voeren in ons
leven. Hem laten meespreken over ons doen en laten, over onze relaties en onze
omgang met medemensen, over onze inzet in kerk en samenleving… En laten wij
daartoe licht en kracht zoeken in geregelde deelname aan de heilige maaltijd. De
Wijsheid heeft een maaltijd aangericht en zegt: “kom en eet van mijn brood,
drink van de wijn die Ik gemengd heb. Bewandel de weg van de Wijsheid.”
(Ben Van Vossel)
ZONDAG
19 DOORHEEN HET JAAR B (9
augustus 2009)
Sta
op en eet anders gaat de reis uw krachten te boven
1
Kon 19,4-8 / Ps 34 Let op en bemerk hoe genadig de Heer is / Ef. 4,30-5,2 / Joh
6,41,51 Het brood dat ik zal geven is mijn vlees, ten bate van het leven der
wereld
Sta op en eet, anders gaat de reis uw krachten te boven
Jezus
wil in het evangelie nog maar eens duidelijk maken dat het echte heil alleen bij
Hem te vinden is. Hij is het levensbrood dat de Vader ons aanreikt. Met heel ons
wezen zouden wij nadrukkelijker voor Jezus moeten kiezen als de Heer van ons
leven, we zouden nadrukkelijker zijn Naam moeten noemen met groot vertrouwen dat
Hij ons nu en in alle omstandigheden ons nabij wil zijn en ons zijn Geest wil
zenden om in zijn gezindheid te kunnen leven… Jezus, het levende brood voor
het leven van de mens. Als iemand van dit brood eet zal hij leven in
eeuwigheid…
De
Kerk, onze moeder en opvoedster, wil ons vandaag echter ook richten naar de
Eucharistie, het heilig Sacrament, waarin we Jezus op uitzonderlijke wijze mogen
ontmoeten. Met groot verlangen zouden wij moeten uitzien naar dat geestelijk
voedsel, de Heer zelf, die wij in dat zichtbare teken mogen ontmoeten. Wij zijn
vaak zo lauw. Er is soms zo weinig verlangen, zo weinig liefde voor de Heer in
ons hart… En wij kunnen niet zonder Hem.
De
Heer maakt het ons zo gemakkelijk om tot Hem te komen, maar wij komen maar traag
in beweging en als we dan al communiceren is het met te weinig geloof, te weinig
vertrouwen, te weinig liefde…
Het
verheugt me dan ook dat de Kerk ons op deze zondag ook een lezing uit het 1ste
Boek der Koningen voorschotelt (1 Kon 19,4-8). De profeet Elia heeft een
zendingstocht achter de rug waarbij hij groot gevaar loopt dat hij er het leven
gaat bij inschieten. Hij is doodmoe en verlangt te sterven want het is hem
allemaal wat teveel, het gaat zijn krachten te boven… Hij slaapt in en dan is
er dat visioen met een engel die hem wakker maakt en zegt: sta op en eet. Daar
staan een paar gebakken koeken en een kruik water. Hij eet en gaat weer slapen.
Maar de engel port hem weer wakker om hem tot eten aan te zetten. Elia staat op,
eet en drinkt en gesterkt door het voedsel kan hij de grote tocht aan naar de
Horeb, de berg van God.
Vooruit,
eet! Nog eens: allee zeg, eet dan toch, dat je je tocht door het leven aankunt,
dat je als christen kunt leven in de wereld van vandaag, midden alle
verzoekingen, midden de vervolging langs media, allerlei lectuur, de klap van de
mensen en van de kranten… Vooruit, eet!
Kom
tot Mij, zegt de Heer, en we mogen het vandaag ook opvatten als een hernieuwde
uitnodiging om tot de heilige tafel van de Eucharistie te komen. Maar niet
zomaar, uit gewoonte die tot een zekere sleur werd, maar met geloof dat je Jezus
daar ontmoet, met vertrouwen dat Hij je door die ontmoeting echt wil vooruit
helpen, en sterken en vrede schenken in je hart; en ook met liefde voor die Heer
die niet enkel voor jou gestorven is maar die ook voor altijd bij jou wil
blijven en je zo nabij is willen komen dat Hij je dit prachtige sacrament
aanbiedt.
Vooruit,
eet! Anders gaat de reis je krachten te boven.
Let
op en bemerk hoe genadig de Heer is (heb psalm 34, de tussenzang, in je hart
vandaag).
Ben
Van Vossel
ZONDAG
18 DOORHEEN HET JAAR B (2
augustus 2009)
Jezus,
ons echte voedsel
Ex. 16,2-4.12-15 / Psalm 78, 3 en 4c,
23-24, 25 en 54 / Ef. 17.20-24 / Joh. 6,24-35.
Vorige zondag verhaalde het evangelie ons over mensen die honger hebben
en Jezus die als een bezorgde huisvader zijn volk te eten geeft, in overvloed te
eten geeft. Goed Nieuws voor onze wereld waar nog zoveel mensen te weinig eten
hebben.
Ook bij ons zijn er heel wat mensen die menen dat ze iets tekort hebben,
ook wijzelf hebben allerlei wensen en ook wijzelf menen soms dat wij het echte
geluk vinden als dit of dat zouden hebben, als dit of dat wat zou meezitten.
Hoeveel gezinnen worstelen niet met het probleem van werkloosheid, problemen met
een van hun kinderen, relatieproblemen… We liggen ervan wakker als onze teevee
het eeen avond niet meer doet, als onze computer zijn kuren heeft en we ons werk
niet kunnen doen of onze hobby niet kunnen uitoefenen… We maken ons zorgen
over onze gezondheid of ons uiterlijk, over de relaties op het werk of in de
buurt, of in de familie…
Om eerlijk te zijn: hoewel dit allemaal zaken zijn waar wij mee bezig
zijn en waar we soms van wakker kunnen liggen, daar gaat het nu vandaag niet
over in het evangelie.
De mensen lopen achter Jezus aan omdat Hij hun te eten heeft gegeven…
“Niet omdat gij tekenen gezien hebt zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden
hebt gegeten tot uw honger was gestild”. Jezus ontmaskert de ijver warmee
mensen Hem achterna lopen. Gij ziet Me alleen maar als een wonderdoener die in
dienst staat van uw materialistische of al te aardse verwachtingen.
Dat pakt niet bij Jezus. Hij heeft de mensen zoveel meer te bieden, Hij
wil hun diepere geluk. De evangelisten hebben het al samengevat in het verhaal
over de bekoringen van Jezus, waar Hij ondermeer zegt: “Niet van brood alleen
leeft de mens, maar van ieder woord dat voortkomt uit de mond van God”.
Jezus heeft het totale geluk van de mens op het oog. En Hij zegt het
kort en onomwonden, niet mooi ingepakt maar klaar en duidelijk: “Ik ben het
brood van het leven: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij
gelooft zal nooit meer dorst krijgen”. Het gaat hier om meer dan eten en
drinken voor ons lichaam. Hier gaat het om de diepste keuze van ons leven.
Geloof in Mij, zegt Jezus ons, en uw leven komt dan op het juiste spoor, uw
leven wordt dan in de juiste richting gezet.
Maar waarom zouden we in U geloven, zeggen de mensen, welk teken kunt ge laten zien? En ze verwijzen dan naar Mozes en het manna in de woestijn. Ze zijn de broodvermenigvuldiging dus al vlug vergeten; dat blijkt maar een eendagsgebeuren te zijn. Toch was er ook nog een ander teken waar ze getuige van zijn geweest en waar ze zelf naar verwijzen wanneer ze zeggen: 'Meester, hoe bent U hier gekomen'. Inderdaad, door over het meer naar de overkant te komen had Jezus laten zien dat zijn lichaam niet steeds aan ruimtelijke vereisten onderworpen hoeft te zijn. In die zin vormt dit teken samen met het voedsel voor velen een hulp om te geloven in Jezus en zijn Euchaistische aanwezigheid.
Jezus relativeert trouwens het manna. Het echte voedsel dat mijn Vader wil geven is nog heel wat anders! De Vader geeft voedsel voor de diepste honger en dorst van de mens. En dan komt de eigenlijk openbaring van dit evangelie: " 'Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen"
Maar waarom zouden we in U geloven, zeggen de mensen, welk teken kunt ge laten zien? En ze verwijzen dan naar Mozes en het manna in de woestijn. Ze zijn de broodvermenigvuldiging dus al vlug vergeten; dat blijkt maar een eendagsgebeuren te zijn. Toch was er ook nog een ander teken waar ze getuige van zijn geweest en waar ze zelf naar verwijzen wanneer ze zeggen: 'Meester, hoe bent U hier gekomen'. Inderdaad, door over het meer naar de overkant te komen had Jezus laten zien dat zijn lichaam niet steeds aan ruimtelijke vereisten onderworpen hoeft te zijn. In die zin vormt dit teken samen met het voedsel voor velen een hulp om te geloven in Jezus en zijn Euchaistische aanwezigheid.
Jezus relativeert trouwens het manna. Het echte voedsel dat mijn Vader wil geven is nog heel wat anders! De Vader geeft voedsel voor de diepste honger en dorst van de mens. En dan komt de eigenlijk openbaring van dit evangelie: " 'Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen". Misschien moeten we toch maar eens opnieuw tot Jezus komen, op Hem roepen, zijn Naam in ons hart levendig houden. Zoek eerst het Rijk en zijn gerechtigheid, de rest zal u erbij gegeven worden.
(Ben Van Vossel)
ZONDAG
17 DOORHEEN HET JAAR B (26
juli 2009)
Voedsel
voor lichaam, ziel en geest
2 Kon. 4,42-44 / Ps. 145, 10-11. 15-16. 17-18 /
Ef. 4,1-6 / Joh. 6,1-15
In het evangelie en in de hele Bijbel gaat het nogal
vaak over eten en drinken. Mensen maken nu eenmaal deel uit van een natuurlijke
en aardsgebonden situatie. Wat leeft en wil doorleven moet voedsel tot zich
nemen….
In onze Noordelijke streken hebben wij de laatste
decennia zeker niet te klagen. In het zuidelijk halfrond is er blijkbaar heel
wat minder voedsel voorradig voor de enorme volksmassa’s. Nog steeds is 2/3de
van de mensheid ondervoed. En eigenlijk gaat het niet alleen over ondervoeding
maar ook over gebrek aan een hoop levensnoodzakelijke zaken, ook medicatie en
medische en verpleegkundige verzorging, achterstand op technisch, economisch,
industrieel gebied…
Maar vandaag gaat het over voedsel.
Het gaat eigenlijk over gebrek en overvloed aan
voedsel. De nood aan voedsel wordt opgeheven door een ingrijpen van God door een
profeet, Elisa, en door Jezus, volgens de mensen “de beloofde profeet, de
profeet die in de wereld moest komen en die ze nu tot koning willen uitroepen,
want Hij voorziet de mensen van voedsel… Voedsel, meer heb je toch niet nodig?
Natuurlijk heeft een mens meer nodig. Maar zonder
voedsel gaat een mens dood. Daar moeten we dus in voorzien. En daarom moeten we
blijven aandacht hebben voor de nood van zovelen in de wereld, soms zelfs in
onze eigen omgeving en het mag niet zo zijn dat enkelen alles hebben en anderen
niets. Die ethische bekommernis, waartoe koning Albert opriep, moet ook ons op
tijd en stond aanzetten tot meer solidariteit.
Maar er is meer nodig dan voedsel. Mensen hebben nood
aan liefde en geborgenheid. En Jezus sprak ooit zo’n wonder woord: De mens
leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat uit Gods mond komt…
Een mens is immers niet enkel lichaam, maar ook
psyche… en geest. Lichaam en psyche, dat weten we wel. Wat we in onze tijd
hier in het Westen vaak vergeten is dat we ook geest zijn, ook groepen zijn om
in relatie te treden met God, in relatie te leven met God. Dat we een innerlijk
hebben, een innerlijk leven dat ook moet onderhouden worden. Als we bijna niet
in contact leven met God, verkommert ons innerlijk leven, verkommert dat
afgestemd zijn op God, wordt het voor ons moeilijker om met God bezig te zijn,
om Hem een rol van betekenis te laten spelen in ons leven. Een belangrijk deel
van onszelf blijft ondervoed en sterft omzeggens af.
Je hoort dan van die Bekende Vlamingen en mediamensen
groot gaan dat ze dat deel van zichzelf geamputeerd hebben. Vroeger ben ik nog
gelovig geweest, mijn ouders waren christelijk… maar nu ben ik tot de jaren
van verstand gekomen en heb mij volledig afgekeerd van dat geloof… Ik luister
steeds meewarig naar dat soort grootspraak van mensen die op een been voort
hinken en er groot op gaan dat ze zich een been hebben afgehakt.
Augustinus, een geweldig groot geleerde, zag het
anders: “Mijn hart blijft onrustig, mijn hart blijft onvervuld, totdat het
rust vindt bij U, Heer.” Want alles wat de wereld te bieden heeft is
uiteindelijk te klein en te weinig voor ons menselijk hart. God heeft in ons
oneindige verlangens gelegd, die Hij alleen kan vervullen, waar Hij alleen aan
kan tegemoet komen. Een wijs mens houdt dan ook graag rekening met God in zijn
leven, omdat we vanuit de openbaring weten dat God het goed meent met de mens en
wil voorzien in het echte en uiteindelijke heil van de mens. In het Oude
Testament wisten ze reeds: “Ontzag voor God is het begin van de wijsheid”
(Spreuken 9,10).
Ondertussen zet het ontzag voor God, de echte
godsdienst ons ook aan om van harte te voorzien in de nood van medemensen.
Liefde voor God en dienst aan de mensen gaan hand in hand, heeft Jezus ons
geleerd. (Ben Van Vossel)
ZONDAG
16 DOORHEEN HET JAAR B (19
juli 2009)
Jezus,
onze Goede Herder
Jeremia. 23,1-6 / Ps. 23,1-3a.3b-4.5,6 / Ef. 2,13-18 / Marc. 6,30-34
De lezingen van deze zondag tonen duidelijk dat Jezus een aardje naar
zijn Vaartje heeft. Hij heeft echt de aard, de gezindheid van God, de Hemelse
Vader. De Vader vol goedheid en tederheid, de God van ontferming en aandacht
voor al wat leeft en voor de mensen, zijn kinderen in het bijzonder.
De Kerk, onze Moeder, laat ons dat zo duidelijk aanvoelen doorheen de
lezingen van vandaag. Jeremia beschrijft de bezorgdheid van God voor zijn
uitverkoren volk, in tegenstelling tot de herders, de verantwoordelijke leiders
heeft Hij niet zijn eigenbelang op het oog, maar het geluk van zijn mensen. Hij
brengt de schapen terug thuis waar ze zich kunnen ontwikkelen. En Hij zal goede
herders aanstellen die van harte voor het volk zullen zorgen, ja, Hij zal zelfs
een afstammeling van David doen opstaan die het volk rechtvaardig en eerlijk zal
leiden.
Na deze lezing volgt dan een mooi gebed, psalm 23, dat ieder gelovig
mens met vertrouwen kan bidden: De Heer is mijn Herder, niets kom ik tekort, Hij
laat mij weiden op groene velden… Zelfs op moeilijke momenten mag ik geloven
en ervaren dat Hij met mij begaan is…
In het evangelie van vandaag wordt over Jezus gezegd dat Hij samen met
zijn vrienden zo bezorgd is met het geluk van de mensen, dat ze soms geen tijd
hebben om voor zichzelf te zorgen. Marcus noteert: Toen Jezus aan land ging zag
Hij dan ook een grote menigte. Hij voelde medelijken met hen, want zij waren als
schapen zonder herder; en Hij begon uitvoerig te onderrichten…
Dat is Jezus nu eens helemaal en in die richting voedt Hij ook zijn
apostelen op, om gegeven mensen te zijn, begaan met het echte geluk van de
mensen.
Jezus, de goede Herder, zoals de V ader.
Jezus zal zijn liefde tot de mensen blijven tonen… tot het uiterste,
tot aan het kruis. Voor alle mensen is Hij gekomen, voor alle mensen is zijn
levensoffer bedoeld. Voor de werkers van het eerste uur, het Joodse volk, en
voor de mensen van het laatste uur, de heidenen en wij allen die zich ook tot
Jezus gekeerd hebben. In Hem, schrijft Sint Paulus, hebben wij allen in één
Geest toegang tot de Vader.
Jezus is niet op de vlucht geslagen toen men zijn leven bedreigde. Hij
is blijven spreken over Gods liefde voor elk mens, Hij is blijven verkondigen
dat wij niet uit eigen kracht aan God kunnen behagen, maar dat wij allen gered
worden door Gods mateloze liefde. En dat wij allen maar kunnen beantwoorden aan
die gratische genade, door de heilige Geest die we krijgen als we bij Jezus
aansluiten, als we ons aan Hem toevertrouwen, Hem aannemen als onze Heer en
Heiland, onze Goede Herder die zijn leven helemaal aan ons heeft toegewijd, van
het begin tot aan het kruis. Hij blijft ook vandaag onze Voorspreker bij de
Vader…
Laten wij vandaag onze Verlosser danken omdat Hij in het spoor van God,
onze Vader, zich gegeven heeft en zich blijft inzetten als de Goede Herder. (Ben
Van Vossel)
ZONDAG
15 DOORHEEN HET JAAR B (12
juli 2009)
Getuigen
van "het Blijde Nieuws"
Amos
7,12-15 / Psalm 85,9-14 / Ef. 1,3-14 of 3-10 / Marcus 6,30-34
Op
het scherm van de liturgie zien we op deze zondag enige mensen verschijnen die
een serieuze zending toevertrouwd krijgen. De eerste is Amos, een boer, hij
noemt zichzelf een veehoeder en vijgenkweker, en hij krijgt de opdracht om zijn
beesten in de steek te laten en als profeet op te treden in het niet zo sterk
gelovige volk van het Noordrijk in Palestina.
In het evangelie roept Jezus de 12 bij zich en geeft hen de opdracht om op tocht
te gaan en het Blijde Nieuws te gaan verkondigen, met woord en daden. Deze
opdracht moet hun enige bekommernis zijn. Hij belooft hen dat ze niets tekort
zullen hebben maar ze moeten er dan ook niet op uit zijn om zich te verrijken of
een gemakkelijk leventje te hebben…
Die profeet en die apostelen worden ons voor ogen gesteld vandaag.
Maar
je kan je afvragen: wat is nu eigenlijk dat evangelie, dat goed Nieuws, die
Blijde boodschap die zij aan de mensen moeten brengen. Soms is het om de mensen
te vermanen dat ze van levenswijze moeten veranderen, dat ze wat meer moeten
bezig zijn met de zaken die echt van belang zijn en niet al te oppervlakkig
moeten leven, of te egoïstisch… Dat is eigenlijk de taak van een profeet en
een apostel om te gaan vertellen waar het in het leven echt op aankomt: waar men
vooral op moet letten, wat men zeker niet uit het oog mag verliezen en wat men
best vermijdt…
En
als men daar naar luistert, dan gaat men de goede weg, de weg naar het geluk…
Het
echte Blijde nieuws horen we echter in de tweede lezing, in de brief aan de
christenen van Efese. Daar wordt het goed omschreven wat het Blijde Nieuws is.
Het staat er wel wat in vreemde woorden geformuleerd, maar toch begrijpelijk:
Het gaat over Jezus, die gestorven en verrezen is,
die ons door zijn dood en verrijzenis verlost heeft en die nu bij de Vader
verheerlijkt is. Door Jezus heeft
God ons voorbestemd, vóór de grondlegging der wereld, dus nog voor de
schepping, om zijn kinderen te worden. Het is van altijd al Gods heilig
verlangen geweest dat wij zijn kinderen zouden zijn en zo ouden getuigen van
zijn liefde, zijn gratische genade die zijn heerlijkheid is. Door Jezus zijn wij
geroepen om dankzij zijn verlossende menswording, zijn kruisdood en
verheerlijking heilig en zonder zonde te leven.
Het is blij nieuws te vernemen dat God ons, kleine,
sterfelijke mensen tot zijn kinderen heeft gekozen door Jezus. Maar daar zijn
ook consequenties aan: wij worden opgeroepen om dan ook te leven als “kinderen
van God”. Daartoe roepen de profeten en apostelen ons op, evenals de
verkondigers die door Jezus gezonden worden in onze huidige tijd. Leef als
kinderen van God zodat Gij door uw gedrag getuigt van de liefde van God voor
jou. Overigens voegt de brief aan de christenen van Efese er nog aan toe dat we
mogen rekenen op de kracht van de heilige Geest.
Gaat dit Blijde Nieuws iets aan ons leven veranderen?
Ja, als wij er deze week wat tijd voor nemen om ons te doordringen van dit
Blijmakende Nieuws dat God ons als zijn kinderen heeft gekozen en wanneer wij
vaker beroep gaan doen op de invloed van Jezus doorheen het gebed en de
sacramenten en roepen op Gods Geest die we ontvangen hebben bij ons doopsel en
vormsel om ons te helpen leven in het spoor van Jezus, de Zoon van de levende
God en de grote Getuige van Gods liefde. (p. Ben Van Vossel)
ZONDAG 13 DOORHEEN HET JAAR B (28 juni 2009)
God en de problemen van ons leven
Vrienden,
vandaag krijgen we als zo vaak heel sterke woorden in de liturgie, woorden die
voor ons mogen gelden als woorden van God zelf.
Uit het Boek Wijsheid horen we: “God heeft alles gemaakt om te leven.
Hij heeft de mens geschapen voor de onsterfelijkheid”. Wat een enorme waarde
zouden wij dan moeten hechten aan elk menselijk leven. Het is voor de eeuwigheid
geschapen. Wat een enorme waarde moeten wij hechten aan het voortbrengen van elk
nieuw mensenkind. Man en vrouw mogen daar deelnemen aan de scheppingskracht van
God. De mens is voor de eeuwigheid geschapen.
In
de brief aan de Korintiërs is Paulus nog op zoek naar geld om de hongerlijdende
christenen in Palestina te ondersteunen. Zijn sterkste argument is gewoon de
verwijzing naar de liefde van Jezus zelf. Paulus schrijft: De liefdedaad van
onze Heer Jezus Christus hoef ik u niet in herinnering te brengen: hoe Hij arm
is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn
armoede…
Gods
liefde: een voorbeeld voor ons. Jezus die alles achtergelaten heeft om ons weer
op de been te helpen en die ons zijn Geest zendt opdat we op dat nieuwe spoor
zouden kunnen gaan: het spoor van de liefde, het spoor van Gods verlagen, het
spoor van het geluk.
En
in het evangelie ontmoeten we dan de helende God, en de God van leven. De mens
is niet voor het onheil geschapen, niet geschapen om als gebukte slaaf te leven,
de mens is niet voor de dood gemaakt. Toch zien we in de wereld veel gebukte
mensen lopen: gebukt onder zorgen, gebukt onder verdrukking, gebukt onder
uitbuiting, misbruik, gebrek aan echte liefde; we zien mensen gebukt gaan onder
armoede van ouders op kinderen doorgegeven, mensen gebukt onder honger en
tekort…
Zo
ontmoeten we in het evangelie een vrouw die al 12 jaar aan bloedvloeiing leed.
Een vervelende kwaal. Ze was al naar een aantal dokters gelopen en die hadden
forse erelonen gevraagd. Ze was er arm van geworden. Hoeveel mensen blijven met
kwalen lopen waarvan ze niet genezen, waar dokters soms geen raad mee weten doe
waarvan de behandeling te duur is … en dus blijft men maar met die kwaal
verder sukkelen. Armen kunnen zich ook minder gemakkelijk laten helpen als het
om dure behandelingen gaat. Hier wordt die vrouw door Jezus geholpen. Een
teken wat God uiteindelijk voor elk mens wil doen maar tegelijk ook weer een
oproep naar ons,n naar de samenleving om op God te gelijken, om mensen die in
een uitzichtloze situatie leven voort te helpen. Maar voor onszelf is wat die
vrouw overkomt en ook het dochtertje van Jaïrus een uitnodiging om in
vertrouwen te treden. Ik weet wel, wij weten God en de heiligen vooral wonen
wanneer we in nood zijn, wanneer we ons zorgen maken over onszelf of over een
kind, maar deze genezing van de vrouw en de opwekking van het meisje willen ons
ook uitnodigen tot een stap in vertrouwen dat God uiteindelijk ons tot het hele
heil roept en dat uiteindelijk ook zal verwezenlijken. Het is veel gevraagd van
een mens om, terwijl hij bidt om hulp, zogezegd content moet zijn met de belofte
dat hij ooit gelukkig zal zijn na de dood. Dit vereist geloof, sterk geloof,
maar we hebben toch wel al een en ander mogen ondervinden vanwege God dat Hij
beloften nakomt, dat zijn liefde heel nabij is. Zodat we met Jezus ook wel leren
bidden: niet mijn wil, maar uw wil gschiede, en Vader, in uw handen leg ik mijn
leven. Ik blijf mij aan U toevertrouwen ook al leef ik met zorgen, in
duisternis, in pijn. Gij schenkt mij de kracht die ik vandaag nodig heb. (bvv)
ZONDAG 12 DOORHEEN HET JAAR B (21 juni 2009)
De
storm gestild...
Teksten
uit de liturgie: Job 38,1.8-11 /
Ps. 107,23-24.25-26.28-29.30-31 / 2 Kor. 5,14-17 / Marc. 4,35-41.
* Als Jezus je vandaag zou zeggen: “Kom, laten we oversteken”. Dan
kan je op verschillende manieren reageren, je kan beginnen nadenken: wat bedoelt
Hij daarmee, wat zullen de gevolgen zijn, ben ik wel toegerust voor de tocht…
enz… De apostelen wisten wat het betekende: Jezus wou ‘s avonds naar de
overzijde van het meer van Genezaret en Hij vroeg hun om mee te gaan.
Als Jezus jou zou vragen: “Kom, laten we oversteken”. Als gelovig
mens moet je dan niet te lang nadenken, je moet gewoon zeggen: Okay, en met Hem
op weg gaan. Dat hebben de apostelen trouwens later ook moeten doen; gewoon op
weg gaan waar de Heer hen zond.
Laten we oversteken, betekent voor ons gewoon: ga leven vanuit geloof,
ga leven vanuit vertrouwen, bouw je
leven op Mij! En wij zeggen: Okay. Ja, ik geloof, ja, ik ga met Jou op weg, ja,
ik wil mijn leven op U bouwen…
Als ons geloof volwassen is, dan hebben we dat in feite al gezegd.
Als men in het klooster treedt, of zich engageert voor het priesterschap
of diaconaat, of voor een leven aan God gewijd in het celibaat, of als men
bewust een christelijk huwelijk sluit, zijn kinderen bewust laat dopen, als men
ieder Paasfeest bewust voor Jezus kiest… dan heeft men aan de Heer gezegd:
okay, ik wil oversteken, okay, ik wil met jou op weg gaan door het leven…
Maar dat is het begin. Een goed begin, maar toch maar het begin van een
gelovig leven, een godgewijd leven, een priesterleven, een gehuwd leven, een
leven als vader of moeder, het leven van een gedoopte…
* Dan begint het leven. Met Jezus in jouw boot, de boot van jouw leven
als gedoopte, als priester, religieus, gehuwde… Zo zitten de apostelen daar.
Er staat bij dat nog andere boten Hem begeleiden. Het is natuurlijk wel een heel
voordeel als je andere christenen rond jou moogt zien die ook voor Jezus gekozen
hebben. Dat stimuleert je, dat is een steun en ook wel eens een aanmoediging om
verder op weg te gaan met de Heer… Maar dat belet niet wat nu komt:
37 Er stak een hevige storm op en de golven sloegen over de boot, zodat
hij al vol liep.
38 Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen.
Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem: 'Meester, raakt het U niet dat wij
vergaan? '(MK.4,37-38)
Storm op het kleine meer van ons leven. En het kan ook
daar hevig stormen, net zoals op dat maar in Galilea. Stormen in ons, om ons
heen, in ons relationeel leven, ons professioneel leven, in het gezin, in de
parochie of het klooster… Storm. En de golven sloegen al over de boot. Op de
duur (vaak wel wat laat) begin je dan op de Heer te roepen. Begin je te bidden.
Te vragen: God, waar ben je? Slaap je. Zie je niet wat ik meemaak? Wat wij hier
meemaken? Maar allee zeg, waarom moet ons dat hier overkomen, wij waren toch je
vrienden? Heer, ik ben er kapot van, ik zie niet hoe dat hier nog goed kan
aflopen…
Je kan er inderdaad soms kapot van zitten, van alles
wat jou of je gezin… overkomt, en van wat er in de Kerk gebeurt (Ik las deze
morgen: “
* Wij moeten niet bij de pakken blijven zitten. Maar
wij moeten altijd blijven kijken naar Hem die daar met ons in de boot zit. Wij
mogen op Hem roepen, maar niet te hard, Hij is niet doof… Hem niet uit het oog
verliezen, dat is het voornaamste. En dat voornaamste gebeurt maar wanneer we
Hem ook in ons dagelijks leven niet uit het oog verliezen. Wanneer ons dagelijks
bidden en ons op weg zijn gedurende de dag toch altijd gebeurt met het oog op
Hem…
Leef bewust, doe wat er moet gedaan worden, maar je
hoeft je innerlijke vrede niet te verliezen, je mag je zorgen bewust op Hem
afschuiven: “Schuif al je zorgen op de Heer, Hij draagt zorg voor jou”.
Okay, je ziet vaak geen wonderen gebeuren, okay, de situatie verandert
schijnbaar niet. Maar als je God vertrouwt en Hem looft om wat Hij doet en gaat
doen, dan groeit in je hart de overwinning, de vrede, en groeit er heil … soms
midden een onheilssituatie, een gebroken situatie. Want als je vertrouwt en God
blijft loven, dan heeft Hij de handen vrij om heil te brengen in alle situaties.
(Ben Van Vossel)
ZONDAG 11 DOORHEEN HET JAAR B (14 juni 2009)
Geen ontmoediging a.u.b.
Teksten
uit de liturgie: Ezekiël 17,22-24 Groen twijgje wordt grote ceder / Ps. 92 / 2
Kor. 5,6-10 / Marcus 4,26-34 Mosterdzaadje
Jezus
vertelt in het evangelie de parabel van het mosterdzaadje. Inderdaad een heel
klein zaadje, zoiets als preizaad, maar het wordt wel een heel grote struik,
omzeggens een boom waarin inderdaad vogels hun nest kunnen in bouwen. Het is een
hoopvol beeld voor de uitbreiding van het Rijk Gods.
Het
Rijk Gods zal wel wat omvattender zijn dan de zichtbare kerkgemeenschap, maar
wenneer we aan de Kerk denken, dan zien we niet goed hoe dat hoopvolle beeld van
dat kleine zaadje en die grote boom die het gaat worden, hoe dat de toekomst van
de Kerk zou weerspiegelen.
Wat
wij hier bij ons zien is eerder ontmoedigend. De kerk komt maar weinig op een
positieve manier in het nieuws. Bekende Vlamingen (BV's) schamen zich om
zichzelf nog katholiek of christen te noemen, of dat ze nog pratikerend zouden
zijn. Ze zouden uitgelachen worden als ze het wel deden… Overigens is onze
bewondering voor deze bekende Vlamingen wel niet zo groot. Erger is bijvoorbeeld
dat er zo weinig priesterroepingen zijn, dat kloosters gesloten worden aan de
lopende band, dat minder jonge mensen voor de kerk huwen enz… Dat zijn wel
tekenen dat er iets schort aan de kerk, en dat hypothekeert toch wel haar
toekomst…
Maar
Jezus houdt niet van deze negatieve schets van het Rijk Gods en zijn
gemeenschap. Hij kijkt er positief tegenaan. Kijk eens naar de akkers, zegt hij.
De boer zaait en wiedt, hij werkt de hele dag, maar ’s nachts? Wel ’s nachts
gaat hij slapen. En de aarde brengt uit eigen kracht de vruchten voort. De boer
moet daar niet voortdurend aan trekken. Hij moet daar de gewone zorg aan
besteden en de rest gebeurt als het waren vanzelf.
En
kijk eens, zegt Jezus… En dan vertelt Hij over het mosterdzaadje. Iets van
niets, en het wordt een boom waarin veel vogels kunnen komen schuilen…
Jezus
stond daar met zijn 12 mannen, en een aantal volgelingen, maar zij betekenden zo
weinig in het geheel van de Joodse gemeenschap van die dagen en dus helemaal
niet in het grote Romeinse Rijk…
En
als Jezus nu midden ons zou komen, zou Hij even hoopvol gestemd zijn.
Maar wij, als geboren realisten (maar eigenlijk pessimisten) zouden zeggen: Heer, een kwart miljoen van uw volgelingen werden vervolgd vorig jaar, en jaarlijks werden 175.000 christenen wegens hun geloof omgebracht, en, Heer, de leegloop van kerken, gebrek aan priester- en kloosterroepingen enz.…
En Jezus wordt er niet bleek van.
In de parabel van de akker wil Hij ons duidelijk maken dat het uiteindelijk niet neerkomt op ons dag en nacht werken, maar, zoals Paulus in de Korinthiërsbrief schrijft, dat de wasdom, de eigenlijke groei van God komt…
Wij mogen gerust vaststellingen doen, zien hoe een aantal dingen achteruit gaan, en zien wat er kan aan gedaan worden, maar bovenal moeten wij op God blijven vertrouwen en, zoals we in de 2de Korinthiërsbrief lezen: onze enige eerzucht, hetzij thuis, hetzij in de vreemde, is Hem te behagen.
Dit betekent, gewoon doen wat God verlangt, nog min nog meer. Gewoon doen wat God verlangt… Het is op de eerste plaats ons leven dat vruchtbaar is en wervend… wanneer het God behaagt, wanneer het maar in overeenstemming is met Gods verlangen.
Het is daarom goed dat we in deze 'tijd door het jaar' verder bidden om Gods heilige Geest, dat Hij ons de weg toont, dat Hij ons Jezus’ woorden in herinnering roept, dat Hij ons heiligt, ons helpt leven volgens Gods verlangen… en dat we vervolgens luisteren naar wat Hij ons innerlijk aanwijst als Gods verlangen.
Kom, heilige Geest, ook in deze
tijd van verminderde zichtbaarheid van de Kerkgemeenschap, blijf ons bezielen,
ons geloof aanwakkeren, ons vertrouwen bemoedigen, onze liefde voor God en onze
medemensen vuriger maken en concreter… Dan hoeven we niet meer wakker te
liggen omtrent de toekomst van de Kerk en het geloof. want "als de Heer
zijn Geest zendt vernieuwt Hij het gelaat van de aarde en wordt alles weer nieuw",
ook doorheen vervolging en lijden… De zon breekt gegarandeerd opnieuw
door.(Ben Van Vossel)
DRIEVULDIGHEIDSZONDAG Jaar B (7 juni 2009)
Vader, Zoon en Heilige Geest: Mysterie van liefde
De genade van ons Heer Jezus
Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u
allen!
Met Joden en Moslims mogen wij ons
als Christenen verheugen dat wij God mogen kennen als de schepper van alles, als
Degene, de Ene, die boven alles staat, uit wiens hand wij gekomen zijn en naar
wie wij toeleven. Als Christenen mogen wij ons verheugen dat wij over God iets
meer mochten vernemen: dat Hij de Ene is, maar dat Hij ook gemeenschap is, de
Drieëne God die wij aanbidden.
Jezus leerde ons at God niet gewoon
een verre God is, een soort heerser die alles naar zijn hand zet en die onze
stappen nagaat en voortdurend gereed is om ons te straffen…. Jezus leerde ons
God kennen als een goede Vader, een Herder op zoek naar wat verloren is, een God
die zich bekommert om de kleinste en armste mens, vol mededogen en barmhartig…
Voor u, voor mij… We mogen niet anders naar God kijken, niet anders over God
denken, want dan zitten we op een dwaalweg…
Om alles te zeggen: God is zo vol
mededogen dat Hij zijn enige Zoon heeft gezonden. Heeft God dan een Zoon, kan je
dan vragen, zijn er dan twee goden? Nee, er is maar één God! Aan die
geloofswaarheid moeten we doorheen alles vasthouden… Maar God is geen eenzame
God. Van alle eeuwigheid heeft de Vader zich uitgesproken in de Zoon, God uit
God, licht uit Licht, ware God uit de ware God, één in wezen met de Vader.
Laten we gewoon aanvaarden wat de Kerk doorheen jaren en eeuwen heeft
gedestilleerd, begrepen heeft van wat Jezus ons is komen leren en wat in de
Bijbel als het woord van God ligt uitgedrukt. “Wie Mij ziet, ziet de Vader”,
zal Jezus zeggen. En het is goed om veel naar Jezus te kijken, zoals we Hem
ontmoeten in het evangelie en het hele nieuwe testament. We gaan dan ook zien
dat de Vader zich ontfermt over zieken en misdeelden, over rechtvaardigen en
zondaars… zoals Jezus het deed.
En tenslotte, als Jezus ons de
wereld inzendt, na zijn dood en opstanding, belooft Hij de Helper, de Bijstand,
om ons te helpen doorheen de jaren en tijden te leven als nieuwe mensen;
vernieuwd door zijn komst, opgerichte mensen naar het beeld en gelijkenis van
zijn opstanding. Mensen die God eren en vanuit de kracht van Jezus’ dood en
opstanding en verlicht door zijn woorden een nieuwe weg kunnen gaan van dienst
aan God en de medemensen. Zo hebben we Pinksteren weer mogen vieren, ons bewust
worden dat Gods Geest ons wil bezielen en leiden. Vaak zullen we moeten bidden:
Kom, heilige Geest. Want het lichaam weegt zwaar, de wereld weegt zwaar, en veel
van wat de media en de oppervlakkigheid van onze tijd zaaien, kunnen ons wel
eens afbrengen van onze tocht “met de Heer”. We verliezen God wat uit het
zicht, Jezus gelaat staat ons minder voor ogen, zijn woord klinkt niet meer in
onze oren… Wij hebben die stille kracht van de heilige Geest nodig. En Jezus
heeft beloofd: “Als gij dus, ofschoon ge slecht zijt, goede
gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de
hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen”
(Lk. 11,13). Heb je nood aan kracht om verzoekingen te
weerstaan, om ontmoediging te doorstaan, beproevingen… Bid ‘Kom, heilige
Geest’. ‘Vader, zend uw Geest’. ‘Heer Jezus, zend uw Geest’. ‘Kom,
heilige Geest’. Leer me bidden, geef me geduld, leer mij Gods wil beter te
kennen, geef me moed en kracht om de weg te gaan die God me toont… Geef me
meer aandacht voor mijn medemensen, aandacht voor zieken, kracht om te durven te
getuigen en de wijsheid om te weten hoe ik het best doe…
Drieëne God, mysterie van liefde,
naar wiens beeld wij gemaakt zijn en tot wiens gemeenschap wij geroepen zijn…
Wij aanbidden U, Vader, Zoon en heilige Geest. Wij danken U voor het leven en
voor alles wat Gij ons geeft. Laat ons nooit buiten uw liefde leven. Leef in
ons, woon in ons, werk in ons. Lof zij u in alle eeuwen. (Ben Van Vossel)
PINKSTEREN Jaar B (31 mei 2009)
Kom, Heilige Geest
Toen de apostelen hun geloof met
veel enthousiasme uitzongen na het gebeuren in het Cenakel, stelden de mensen
daar vragen bij, hoe is het mogelijk dat die eenvoudige mannen nu zoveel mensen
echt aanspreken. Maar sommigen zeiden: “ze zijn zich aan zoete wijn te buiten
gegaan”? Ze hebben te diep in het glas gekeken.
Uw geloof en uw getuigenis wordt
niet altijd met applaus onthaald. We leven in een geseculariseerde samenleving.
Onlangs was er een opa die iets godsdienstigs zei aan een van zijn
kleinkinderen: “Maar allee, opa, ben jij nog zo naïef!”
De goede man wist niet meer wat zeggen, hoewel hij doorgaans goed van de
tongriem gesneden is.
Misschien dat we te weinig beroep
doen op de Heilige Geest, op zijn werking. De woorden “Kom, heiige Geest”
zouden deel moeten uitmaken van ons permanent gebed. Had Jezus niet gezegd, dat
we niet verlegen zouden zijn om woorden wanneer het erop aankwam om te getuigen?
Vandaag belooft Hij ons opnieuw de Geest. Wat er wel aan voorafgaat is dat Jezus
hun zijn handen en zijn zijde toont en de leerlingen vervuld van vreugde waren
toen zij de Heer zagen. Zij herkenden Hem, en zij geloofden in Hem. Het geloof
in Jezus gaat normaal vooraf aan de gave, aan het meedelen van de heiige Geest.
Zo zal het ook gebeuren op Pinksteren, wanneer de apostelen naar buiten komen en
Petrus over Jezus begint te getuigen, die al weldoende is rondgegaan in
Palestina, je kon zo zien dat Hij van God was gezonden; maar men heeft Hem
verworpen en gedood. Maar wij zijn getuigen dat Hij leeft en dat Hij de door God
aangestelde redder is… Dat is zowat het getuigenis van Petrus. En zijn
getuigenis ging de mensen door het hart en ze vroegen aan Petrus en de
apostelen: Wat moeten we doen om gered te worden? Petrus antwoordt: bekeert u,
laat u dopen tot vergeving van uw zonden, dan zult gij als gave de heilige Geest
ontvangen!
Moeten wij dit proces niet al en toe
hernieuwen. Met Pasen hernieuwen wij onze doopbeloften. Misschien mogen we met
Pasen ook de genade van ons Vormsel ook wel eens opnieuw over ons laten komen.
Ons bekeren betekent opnieuw dat we ons afkeren van het kwaad in ons leven en de
wereld en dat we ons toevertrouwen aan Jezus. Laat u onderdompelen tot vergeving
van uw zonden: we willen Jezus erkennen als redder, als degene die ons zuivert
van zonden, het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt: de gekruisigde
die verrezen is en bron van eeuwig heil ook voor ons vandaag. Wij vragen Jezus
dat Hij Heer van ons leven wil zijn.
En dan smeken wij om een nieuwe
bezoeking van de heilige Geest, die Jezus aan al zijn volgelingen heeft belooft,
om midden de wereld toch te leven als Gods kinderen, als Jezus volgelingen, als
mensen die wat licht en liefde brengen in de wereld en ondanks alle
onvolmaaktheid in de wereld, bouwen aan een betere, een mooiere wereld vanuit de
gezindheid van Jezus.
“Allee, opa, ben jij nog zo naïef”.
Als je ziet met wat een afschuwelijke kwalen van egoïsme,
leugenachtigheid, bedroeg, uitbuiting, misleiding, oppervlakkigheid de mensheid
geplaagd zit, wel, dan mag je blij zijn als je Jezus hebt leren kennen, dat je
je aan Hem hebt toevertrouwd en dat Hij je opnieuw wil aanraken met zijn heilige
Geest die het gelaat van de aarde vernieuwt, te beginnen met onszelf…
Kom, Heilige Geest. (Ben Van
Vossel)
PAASZONDAG 7 Jaar B (24 mei 2009)
Ik heilig mezelf voor hen
Hand.
1,15-17.20a.20c-26 / Ps. 103 / 1 Joh. 4,11-16 / Joh. 17,11b-19
Uit het evangelie van vandaag onthou
ik vooral dat wij “gezonden mensen” zijn. Niet noodzakelijk gezonde, maar
gezonden mensen, mensen die gezonden worden.
Jezus vraagt de Vader niet dat Hij zijn volgelingen zou wegnemen uit de
wereld, maar ze zou bewaren van het kwaad, behoeden voor het kwaad. En dan zegt
Hij: “Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de
wereld”. De leerlingen moesten dus niet denken dat de Heer hen onmiddellijk
zou komen halen om in zijn heerlijkheid te delen. Nee, in de wereld, waar ook
veel boosheid is, waar je ook kan vervolgd worden juist zoals je Heer, in die
wereld zendt Jezus zijn leerlingen.
Maar het prachtige is eigenlijk wat
Hij daarna zegt: “… en omwille van hen wijd Ik Mij aan U opdat ook zij aan U
toegewijd mogen zijn…”.
Jezus wijd zich toe aan de Vader, opdat de leerlingen ook aan de Vader toegewijd
zouden zijn.
Dàt is de taal van de Goede Herder. “Ik geef mijn leven voor de schapen”.
Dat woord van Jezus, om zich
helemaal aan de Vader toe te wijden, zich te heiligen, helemaal voor de Vader te
leven, dat is iets wat iedere goede herder zou moeten doen. En ieder van ons
hoort een goede herder te zijn, want ieder van ons wordt in de wereld gezonden
om getuige te zijn, getuige te zijn van de verrezen Heer, zoals Mathias, de
toegevoegde apostel, in de wereld gezonden door Jezus zelf.
Priester Poppe voelde zich zo ook
helemaal gezonden, om goede herder te zijn, en vrij spoedig begreep hij dat zijn
voornaamste opdracht was: zich te heiligen. Hij schrijft dat dan ook aan een van
zijn geestelijke leiders, onze pater Van Haute, die na zijn missionarisloopbaan
in Canada voor de Oekraïeners in ons klooster van Essen verbleef. Priester
Poppe schreef: “Ik zie in dat mijn groot apostolaatsmiddel de persoonlijke
heiligheid is”. Aan priesters, begeleiders
en gewone kruistochters binnen de Eucharistische Kruistocht schreef hij:
“heilig uzelf, opdat gij apostel zoudt zijn”.Uw wapen is het voorbeeld, meer
dan het woord; ook het gebed, de versterving, de sacramenten meest van al” (VH
143). In een andere gewetensbrief schrijft hij: “Leiders komen mij raad vragen
inzake oprichting of hervorming van hun beweging, novicemeesters raadplegen mij
nopens hun noviciaat enz. Geliefde
pater, steeds en overal stel ik dit ene vast, ontdek is dezelfde plaag: het
ontbreekt ons aan heiligen! … Het is onontbeerlijk dat zij, van wie de
heiligheid van een gehele Congregatie of van een noviciaat afhangt, zelf heilig
zouden zijn. Het middel, dat ik hun in alle nederigheid en zonder om mezelf te
denken, immer voorhoud is: ‘Heilig uzelf voor hen’ ”
Jezus heeft zich voor ons geheiligd,
was helemaal de Vader toegewijd met heel de liefde van zijn hart, met de inzet
van heel zijn leven en dat werd onze redding. Wij worden uitgenodigd om dezelfde
weg te gaan en in eenheid met Jezus onszelf aan de Vader toe te wijden met heel
de liefde van ons hart, met de inzet van heel ons leven. Moge de Moeder Gods ons
in deze Meimaand begeleiden met haar voorspraak (bvv).
PAASZONDAG 6 Jaar B (17 mei 2009)
God is liefde! Wees liefde!
Hand.10,25-26.34-35.44-48
(ook heidenen geroepen)
1 Joh.4,7-10 (God is liefde) / Joh. 15,9-17 (Wees liefde)
Het gaat in deze
liturgische viering over de liefde. Niet specifiek over de lichamelijke liefde
tussen man en vrouw, niet enkel de liefde voor mensen die ons dierbaar zijn. Het
gaat over Gods liefde en hoe wij geroepen zijn om lief te hebben zoals Hij in de
specifieke relaties en omstandigheden waarin ieder van ons leeft.
In de tweede
lezing, uit de 1ste brief van Johannes, komt dat alleszeggende woord
voor “God is Liefde”. Daarmee is God getypeerd, helemaal beschreven. Hij is
liefde; Alles wat Hij is, is liefde, alles wat Hij denkt en zegt en volbrengt,
gebeurt uit liefde. Iets anders is niet denkbaar voor God.
Het toppunt is wel
dat Hij zijn enige Zoon naar ons toe heeft gezonden om ons op te tillen uit een
verloren bestaan door het offer van zijn leven… om ons het leven te brengen,
het echte leven…
De liefde van God is niet voor een paar mensen, voor dit of dat volk, maar voor alle mensen. Dit wordt nog eens duidelijk geïllustreerd in de 1ste lezing waarin Petrus et andere wat Joods nationalistische mensen moet vaststellen dat Gods Geest ook wordt uitgestort over heidenen, over niet-joden en mensen die niet de Joodse godsdienst beleefden. Petrus zegt dan ook “Nu besef ik pas goed, dat er bij God geen aanzien des persoons bestaat, maar dat uit welk volk ook ieder die Hem vreest en het goede doet, Hem welgevallig is (Hand.10,34c-35)
God is liefde en zijn liefde is universeel. Hij houdt van ieder van ons, heel persoonlijk, en zo houdt Hij van alle mensen en Hij verlangt dat ze gelukkig zijn en openbloeien op het volle geluk. Daartoe is Jezus gekomen. God is prachtig, God is liefde.
En dan horen we Jezus spreken over de Vader, over Hemzelf?
In het evangelie heeft Hij het over zichzelf en over ons, ja, vooral over ons.
Hij zegt: “Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb
liefgehad…” En Hij heeft het er dan over dat Hij zijn leven heeft gegeven
voor zijn vrienden…. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.
Hij zal verder ook nog zeggen: hieraan moeten de mensen zien dat gij mijn
leerlingen zijt, aan de liefde die gij hebt voor elkander…
Ik dacht dat ge een christen kon herkennen aan het feit dat Hij naar de zondagsmis ging, aan het feit dat Hij voor de kerk gehuwd was, of aan God toegewijd, of dat hij de trouw in het huwelijk beleefde … enzovoort. Dit is allemaal goed en heeft waarschijnlijk veel met echte liefde te maken. Maar waaraan een christen op de eerste plaats te herkennen moet zijn is aan zijn naastenliefde… Iemand die in Jezus gelooft, moet trachten te leven zoals Hij. In liefde voor zijn naasten. Als we Jezus’ vrienden willen zijn, als we Hem ontmoeten in deze Eucharistie en in het gebed en in het lezen van zijn woord in de Schrift… dan moet dat als gevolg hebben dat we van onze medemensen gaan houden. Dat moet de liefde, de echte liefde het richtsnoer van ons leven worden.
Dit is een opgave en een genade. We mogen die genade
afsmeken opdat we die opdracht ook goed zouden kunnen waarmaken. Laten we maar
vaak bidden om de heilige Geest, de liefde van de Vader, de liefde van de Zoon
opdat wij door onze naastenliefde op God zouden gelijken die Liefde is, en opdat
we Jezus’ vrienden zouden zijn die ons op de weg van de liefde is voorgegaan.
(ben van vossel)
PAASZONDAG 3 Jaar B (25/04/2009)
Jezus
weten te herkennen daar waar Hij zich openbaart
Hand.3,13-15.17-19 / 1 Joh.2,1-5a
/ Lk.24,35-48
In het evangelie van vandaag is er
sprake over verscheidene manieren waarop Jezus zich doet kennen waarop we Hem
kunnen ontmoeten. In wat de twee van
Emmaüs verhalen blijkt dat ze Hem herkend hebben aan het breken van het Brood.
De Eucharistie is een van de tekenen, daadwerkelijke tekenen waaraan de
Jezusgemeenschap moet herkend worden; Hij heeft zijn vrienden immers opgedragen
op Hem te blijven herdenken in het heilige offermaal van de Eucharistie: doe dit
om Mij te gedenken.
Een ander teken waarop je Jezus kan
herkennen is: de vrede die Hij toewenst. De vrede die Hij in je hart legt. Je
kan soms aanvoelen dat je in vrede bent met God. Paulus zegt immers dat ons geen
geest van slaafsheid is geschonken, maar de geest van Kindschap, die in ons
bidt: Abba, Vader. Dat is immers het blijvend mooie gebed van het Onze Vader.
Als we ons door Jezus laten leiden, door zijn Geest, dan weten wij dat we in
vrede zijn met de Vader.
Hoe helemaal anders het verrezen
bestaan van Jezus ook is, zodat noch de Emmaüsgangers, noch de apostelen, noch
Maria Magdalena Hem herkennen, toch zijn er tekenen die Hem blijven kenmerken.
Het breken van het brood, ja, maar ook de kruiswonden: Hij toonde hun zijn
handen en voeten. Ik ben de Gekruisigde! Er bestaat geen zoetsappige Jezus. Hij
is doorheen het gruwelijke lijden van de kruisdood gegaan. Het kruis blijft het
kenmerkende teken van Jezus.
Een ander kenmerk is een
geruststelling die Jezus aan de bange leerlingen geeft. Zij meenden een spook te
zien, een geest. Maar allee, zegt Jezus. Kijk naar mijn handen en voeten. Ik ben
het zelf. Betast mij en kijkt: een geest heeft geen vlees en beenderen zoals ge
ziet dat Ik heb…
Ze geloven het nog niet helemaal en
Hij vraagt hen dan om wat eten…
Maar na dit wat wondere onderonsje
dat ons evenwel laat inzien dat Jezus ons op heel menselijke wijze tegemoet kan
komen, volgt een andere belangrijke mededeling: de heilige Schrift, is een
sterke wijze waarop Jezus zich laat kennen,waarop God zijn Messias heeft
geopenbaard. Maar het Joodse volk las al eeuwen de Schriften. Maar hier legt
Jezus als het ware de Schrift open, zoals Hij het reeds had gedaan voor de
leerlingen van Emmaüs. Ook hier lezen we: “Toen maakt Hij hun geest
toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei hun: “Zo spreken de
Schriften over het lijden en sterven van de Messias en over zijn verrijzenis uit
de doden op de derde dag, over de verkondiging onder alle volkeren, van de
bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam. Te beginnen met Jeruzalem
moet gij van dit alles getuigen.”
Het is voor ons belangrijk om midden
alles wat op ons afkomt ook de schrift ter hand te nemen, de zondagslezingen met
aandacht en geloof te beluisteren. Geregeld zullen we tot het besef komen dat
ons geloof wordt opgebouwd door de Schrift en zullen we tot groter
erkentelijkheid komen voor het plan van heil dat God met de mensheid heeft, en
van zijn liefde voor ons en ieder mens.
Jezus weten te herkennen, Jezus
ontmoeten, veronderstelt van onze kant de inspanning om ons open te stellen voor
al die wijzen waarop Hij tot ons wil komen en zijn liefde aan ons wil doen
kennen.
(Ben Van Vossel)
Witte Donderdag Jaar B (9/04/2009)
De avond voor zijn lijden nam Hij het brood...
Gisteren vierde de Joodse
gemeenschap de schepping van de zon. Met zo’n drieduizend waren orthodoxe
Joden samengekomen in het stadspark te Antwerpen om de “zegening van de
zon”, de birkat Hachama ("ברוך
אתה ה 'אלהינו
מלך העולם
עושה מעשה
בראשית"
"Gezegend zijt Gij, Heer onze God, Koning van het Heelal om de werk van
de schepping.")
uit te spreken op de dag waarop ze – volgens hun berekening – weer op
dezelfde plaats stond als op de dag waarop ze geschapen werd. Dat gebeurt maar
om de 28 jaar. Een mooi zegeningsgebed om God te danken voor het licht en de
warmte van de zon, voor de grootheid en schoonheid van de schepping. Een gebed
dat ook Jezus wellicht nog heeft gebeden.
Vandaag hebben we in de eerste
lezing ook weer gehoord over een Joodse viering, de bevrijding uit Egypte
(waarvan we in de Paasnacht het vervolg zullen horen met de doortocht door de
Rode zee). Vandaag ging over de viering van het Paasmaal waarvoor een lam werd
geslacht…
Het is aandoenlijk om ook deze avond
Eucharistie te mogen vieren. Te doen wat Jezus bijna 2000 jaar geleden heeft
voorgedaan. Om bij ons te blijven. Opdat de genadekracht van zijn leven, zijn
dood en verrijzenis voor altijd aanwezig zou blijven voor de mensheid. Wat een
geweldig mysterie mogen wij ook weer vanavond vieren. Met Hem in ons midden
trekken wij ononderbroken Gods liefdevolle aandacht naar ons toe. Tegelijk het
de Eucharistie heeft Jezus ons ook het priesterschap geschonken opdat zoveel
genaden voor het gelovig volk toegankelijk zouden blijven.
Want daarover gaat Jezus’ leven:
over liefde tot het uiterste. Inderdaad, Hij is gekomen tot ons heil, Hij heeft
geleefd en is gestorven uit liefde voor ons… om te tonen hoe God is. Liefde!
En wij moeten willen worden waartoe we geschapen zijn: beeld van God. Liefde.
Laat ons eerlijk zijn. Het is een
omzeggens onbereikbaar doel. En juist daarom moeten wij Eucharistie vieren,
moeten wij Jezus’ leven in ons ontvangen, moeten wij in het leven van elke dag
met Hem op weg willen gaan, in nauwe relatie met Hem, sprekend met Hem, biddend
tot Hem, om kracht smekend…
Onmiddellijk na Pasen zullen wij
beginnen bidden tot de heilige Geest, opdat Hij ons zou doen groeien in de
gezindheid van Jezus.
Maar nu reeds willen wij stappen
zetten om Jezus te volgen in zijn liefde, in zijn dienstbaarheid… De
ontmoeting met Hem in de Eucharistie nodigt ons daartoe uit en geeft ons daartoe
de kracht.
(Ben Van Vossel)
(29 maart 2009)
Zoals de graankorrel
Woorden uit de liturgie: Jer. 31,31-34 / Hebr. 5,7-9 / Joh. 12,20-33
De graankorrel! Wat een mooi beeld gebruikt Jezus hier! Een beeld van
hoop, een beeld om te zeggen: “kijk eens, ’t kan zijn dat alles wat treurig
lijkt, dat alles wat tegenzit, dat er lijden en pijn is in je leven en in de
wereld, maar troost je … ’t komt allemaal wel goed. De graankorrel valt ook
eerst in de aarde, sterft eerst, maar hij draagt daarna rijke vrucht…”
Is dat niet mooi gezegd, is dat geen mooi poëtisch beeld?
Heel poëtisch. Ja. Maar het gaat toch ook over sterven, niet? Deze lezing komt immers uit het 12e hoofdstuk van het Johannesevangelie. En dat hoofdstuk begint met: Het was nu 6 dagen vóór Pasen… Jezus komt op bezoek bij Lazarus die Hij had opgewekt uit de doden. De zus van Lazarus, Maria, zalft Jezus de voeten met kostelijke nardusbalsem. Als Judas dit een verkwisting vindt, zegt Jezus: “Laat haar begaan. Zij heeft dit gebruik onderhouden, vooruitlopend op de dag van mijn begrafenis. (vv. 7+8). Zo heel poëtisch is dit niet meer. En even later is het Palmpasen: Jezus wordt ingehaald als een Messias-koning, met vlag en wimpel, met palmtakken… en Hij laat begaan, want nu is zijn uur echt gekomen, nu gaat men zien op welke manier Hij Messias is, de gezondene van God… En in die context zegt Hij: 'Het uur is gekomen, dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort (Joh. 12,23-24).
Welnu, vrienden, Jezus heeft de dood niet gezocht, heeft het lijden niet gezocht. Wel heeft Hij het verlangen van God willen doen, radicaal, ondanks alle bedreigingen. En dat heeft Hem het leven gekost. Dat voorvoelde Hij, daar had Hij al voldoende aanwijzingen voor… En Jezus aanvaardde daarvan de gevolgen. Maar zijn hoop op God was zo sterk dat Hij niet enkel het treurige zag van zijn ondergang als mens, de ondergang van de Messias zoals de mensen Hem hadden gedroomd… Zijn hoop was zo sterk dat Hij erop vertrouwde dat zijn ondergang geen definitieve ondergang zou zijn, dat zijn leven vruchtbaar zou zijn als Hij maar trouw bleef aan de opdracht van de Vader…
“als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort”.
Dit is nu het woord dat ons deze week voor ogen moet zweven: het beeld van de graankorrel. Trouw blijven aan wat God van ons verlangt. Zoeken naar wat God van ons verwacht. En dàt doen! Eenvoudig is dat niet. Gemakkelijk is dat niet. We mogen bidden om de heilige Geest dat Hij ons toont wat God wil. We mogen spreken met Jezus om ons de trouw te leren in het beantwoorden aan Gods verlangen. En we trachten uit te spreken aan God dat het ons verlangen is om altijd in zijn verlangen te zijn.
En toch blijft dit alles een moeilijke opgave. Zeker zolang de relatie met God, met de Heer Jezus, met de heiige Geest nog niet zo levendig is, nog niet zo sterk. Trouw gebed. De kracht van de Eucharistie… en kleine stappen in het luisteren naar en doen van Gods verlangen zullen ons helpen en sterker maken. Het voorbeeld van goede vrienden van Jezus, de heiligen, de heilige Moeder Gods, zal ons stimuleren om ons toe te vertrouwen aan die God van liefde, die trouw is gebleven aan Jezus en die trouw zal blijven aan ons als we Hem onszelf toevertrouwen. “Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort”. (Ben Van Vossel)
(15 maart 2009)
Afgebroken worden en doen herrijzen
Woorden
uit de liturgie: Exodus
20,1-17 / Ps 19 / 1 Kor 1,22-25 (een gekruisigde Christus) / Johannes
2, 13-25
Vorige
zondag, bovenop de berg, die de nabijheid van God symboliseert, hoorden we in
het evangelie de stem van de Vader die over
Jezus getuigde: die is mijn Zoon, de veelgeliefde, luistert naar Hem. Hebben
wij deze week geluisterd naar de stem van Jezus, de veelgeliefde Zoon van God?
Hebben wij geluisterd en hebben wij Hem geloofd, Hij die meer is dan de grote
wetgever Mozes?
Vandaag
bestaat de kans dat we ons laten misleiden of minstens laten afleiden door het
optreden van Jezus in de tempel, waar hij de kooplui en geldwisselaars
buitenjaagd. Het is de kerk niet enkel te doen om zijn profetisch en gezagvol
optreden. Het gaat de kerk vooral om de woorden die Jezus spreekt wanneer men
Hem vraagt: Wat voor teken kunt gij laten zien dat ge dit moogt doen. Jezus zegt
dan: “Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.” Hij
had het wel over de tempel van zijn lichaam, noteert Johannes, en “toen Hij
dan ook verrezen was uit de doden herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit
gezegd had, en zij geloofden in de schrift en in het woord dat Jezus gesproken
had”. Had de Vader niet gezegd: “Luistert naar Hem”. Wel, na de
verrijzenis geloofden de leerlingen in Jezus’ woord. En ons geloof is
gebaseerd op het geloof van die eerste Jezusgemeenschap.
De
woorden die Jezus hier spreekt handelen over een dubbele realiteit: gebroken
worden en doen herrijzen, dood en verrijzenis. En daar wil de Kerk het vandaag
over hebben.
In de
liturgie is er het aanvoelen, het voorvoelen dat het – louter menselijk gezien
- slecht gaat aflopen met Jezus. Hij verkondigt het koninkrijk van God, maar
niet zoals de mensen het zich voorstelden en bovendien vond men dat het
gevaarlijk was zo te spreken met de Romeinse bezetter in de naaste omgeving.
Men oordeelde dus dat het beter was dat één mens stierf voor het volk
dan dat heel het volk te onder zou gaan, wat tijdens latere opstanden toch nog
zou gebeuren.
Jezus
gaat dus zijn dood tegemoet. Maar dit overstijgt de menselijke machinaties.
Jezus’ dood is gewoon het orgelpunt op zijn leven van trouwe dienstbaarheid
aan de Vader; Hij doet en zegt wat de Vader graag heeft. Dat offer van heel zijn
leven zal vruchtbaar worden voor heel het volk, voor heel de mensheid, want Hij
was de Zoon van God. Maar het woord orgelpunt laat veronderstellend at het
laatste woord gezegd is… En dat is niet zo.
God
heeft het laatste woord. God gaf een antwoord op het woord van de stervende
Jezus: “Het is volbracht. Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest”. Het
antwoord van de Vader is de verrijzenis van Jezus.
Hier
moeten we dan weer terugkomen op de reactie van de leerlingen na de verrijzenis
van Jezus:
“toen
Hij dan ook verrezen was uit de doden herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij
dit gezegd had, en zij geloofden in de schrift en in het woord dat Jezus
gesproken had”. In deze veertigdagentijd nodigt de Kerk ons uit om aan God te
vragen de zonde te doen uitsterven in ons hart door onze inspanningen tot
soberheid, delen en vergevingsgezindheid. In dat ‘sterven’ ligt reeds de
kiem van vernieuwing en opstanding, nieuw leven…
De
kracht van Jezus’ verrijzenis moet in ons leven nu reeds de kans krijgen haar
bevrijdend licht en haar deugddoende warmte uit te stralen. In deze Vastentijd
breekt de kerk dagelijks het Woord van God voor ons. Dat Woord moet andere
stemmen overstemmen zodat we de Stem van de Vader, de Stem van Jezus kunnen
horen. We zullen dan stilaan gaan leven in de echte werkelijkheid en de kracht
gaan ervaren van de gekruisigde en verrezen Heer in ons leven van elke dag. Dit
is de veelgeliefde Zoon van God, luistert naar Hem. (Ben Van Vossel)
(1 maart 2009)
't Is nu de gunstige tijd: bekeert u en gelooft in het Blijde Nieuws
Woorden uit de liturgie: Genesis 9,8-15 / Psalm 25,4bc-5ab, 6-7bc, 8-9 / 1 Petrus 3,18-22 / Marcus 1,12-15
God sluit een verbond met Noach en heel de mensheid dat Hij de wereld
niet zal vernietigen en Petrus legt uit dat het Gods lankmoedigheid is die de
mensheid wil redden en ze ook daadwerkelijk redt door de kracht van Jezus’
verrijzenis, waarin Gods barmhartige liefde de dood en de zonde overwint: Het
water dat het kwaad van de wereld verwijderde wordt teken van het doopsel dat
ons met God verbindt door Jezus Opstanding. De ark wordt voor een aantal
kerkvaders teken van het kruis dat ons redde uit zonde en dood.
In het evangelie zien we Jezus die zich door Gods Geest naar de woestijn
laat leiden waar Hij als volwassen mens de radicale keuze maakt voor God. Van
die roeping zal Hij zich niet laten afleiden. Nadat Johannes gevangen was
genomen begint Hij zelf met zijn zending in het Noorden van het heilig Land.
Overla verkondigt Hij: De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u
en gelooft in de Blijde Boodschap!
De tijd is vervuld! De Kerk zal nog andere woorden nar voor laten komen:
nu is het de gunstige tijd, het uur van genade, het uur van het heil! Nu krijg
je de kans om je leven weer op de sporen te zetten, om je weg je ajusteren, de
juiste weg te kiezen. Je krijgt nu weer de kans. Het is een dringende
uitnodiging. Zo trekt Jezus als een profeet door Galilea. Het Rijk Gods is
nabij. Als je wilt, als je nu de beslissing neemt kan je nu, op dit moment, het
Rijk van God binnentreden. Je kan nu gaan leven onder de heerschappij van God,
in het koninkrijk van God. Is dat niet fantastisch. Ja. Dat willen we toch? Die
vriendschap met God. God als Vader hebben. In relatie leven met Hem…
In twee korte zinnen stelt Jezus een voorwaarde: bekeert u en gelooft in
de Blijde Boodschap.
Bekeert u. Ja, een ommekeer zal hier en daar nodig zijn. In feite gaat
het niet enkel over sommige punten of domeinen van ons leven, als is het wel een
goede strategie om ons daar eens op te bevragen. Het gaat echte om de grote
keuze: wil je God echt als koning, als Heer van je leven? Of ga je door met zelf
koninkje te spelen en je leven zo ongeveer waardeloos te maken? Ga je leven met
God voor ogen, of oordeel je zelf wel wie god mag spelen, wat goed of verkeerd
is, wat waardevol is en wat te verwaarlozen enz… Gaan we ons bekeren of leven
we gewoon ons leventje zonder God, met alleen onszelf of een ander sterfelijk
mens of stoffelijk ding als god? We gaan niet dwaas doen. We kiezen voor God.
MAAR, dan moeten we ook geloven in het Blijde Nieuws. Dat moeten we
geloven dat God onze Vader is, dat wij zijn kinderen zijn, dat Hij van ons
houdt, dat Hij ons Jezus gegeven heeft als redder, dat Hij onze zonden vergeeft,
dat Hij ons opnieuw op weg zet en ons bemoedigt, dat Hij eeuwig leven voor ons
in petto heeft, dat Jezus blijvend voor ons ten beste spreekt en ons door de
kracht van de heilige Geest kracht geeft en zegent doorheen de sacramenten en
dat Hij ons medemensen geeft om goed voor te zijn en barmhartig zoals God goed
en barmhartig is voor ons…
Veertigdagentijd. ’t Is nu de tijd van genade, je bent genodigd tot het
Koninkrijk van God. Treedt het binnen door u af te keren van wat niet goed is,
van je egocentrisme, keer u naar God, werp u in zijn armen en geloof in de
Blijde Boodschap die Jezus gebracht heeft en waarvoor zijn levensoffer en
verrijzenis borg voor staan. (Ben Van Vossel)
(22 febr. 2009)
Een opgerichte mens - een opgerichte mensheid
Woorden uit de liturgie: Jesaja 43, 18-19.21-22.24b-25 / Ps 41 /2 Kor 1,18-22 / Mc 2,1-12
Als je de mensen zo wat kent, en als je de wereld zo wat bekijkt, dan
besef je dat er grote nood is aan genezing, aan hulp… In het Westen en het
Oosten, in het Noorden en het Zuiden. Hier of ginder is er nood aan financiële
hulp, of gewoon maar nood aan wat voedsel en drinken, aan wat basis
gezondheidszorg… Elders is er nood
aan psychische bijstand, aan behandeling van verslaving op velerlei gebied, aan
opvang van zovelen... Vaak is er ook nood aan spiritualiteit, aan zingeving,
nood aan God, aan een diep en evenwichtig Godsgeloof…
In de lezing uit het Oude Testament, waarin God belooft dat Hij geduldig
is en barmhartig en vergevingsgezind wil zijn, daar verwijt Hij het volk toch
ook dat het Hem niet heeft aangeroepen, dat het zich niet om God heeft
bekommerd… Hier in het Rijke
Noorden of het Westen, bekommeren wij ons bijna niet meer om God. God is uit
onze huizen weg, omdat Hij weg is uit ons hart, weg uit de samenleving, weg van
de TV, tenzij men Hem en de gelovigen wat belachelijk kan maken…
De bankcrisis, de grote financieel-economische crisis… daarover zei de
paus dat het een kwestie is van egoïsme. Want allemaal vragen wij ons af: hoe
is zoiets kunnen gebeuren? Ik ga niet leuteren zoals de een of andere bisschop
dat dit een straf van God is. Maar, altijd maar meer en meer, altijd maar meer
comfort, altijd maar grotere premies, altijd maar hogere lonen die boven alle
andere uitsteken, en dan de banken maar leningen toestaan en zelf gaan lenen tot
niemand meer weet wie heeft nu eigenlijk nog geld dat niet geleend is…
Och, het zal allemaal nog wel wat ingewikkelder liggen dan ik hier
schets… Maar misschien moeten we toch wat genezen van het altijd maar meer, en
het egoïstisch naar mezelf toetrekken zonder veel rekening te houden met wie
echt nood heeft…
Als we vandaag die lamme zien die nood heeft aan genezing, zien we toch
hoe die omgeven wordt door mensen die om hem geven. Hoeveel mensen hebben dat
niet? Hoeveel kinderen missen de warme en evenwichtige thuis? Hoeveel mensen,
zieken, bejaarden, werklozen, gehandicapten worden in de steek gelaten? Deze
lamme heeft toch nog wel wat vrienden die Hem naar Jezus toebrengen. Okay, Jezus
gaat dat doen. Maar… hij schenkt eerst aan die mens nog een diepere genezing:
uw zonden zijn u vergeven, zegt Hij. Fysieke of psychische kwalen zijn niet
altijd gevolg van een innerlijke wanorde, een ingaan tegen Gods verlangen, maar
soms kan het wel zo zijn. En hier spreekt Jezus een woord van vergeving. Uw
zonden zijn u vergeven.
En als teken van die innerlijke genezing geneest Hij die man ook van zijn
verlamming…
Het is een mans die weer voluit in het leven kan staan, rechtop, in goede
relatie et zijn medemensen, in goede relatie met God en bewust dat Hij dankzij
God en zijn medemensen ook zelf de moeite waard is… Een opgericht mens. Een
opgave voor ons om in ons eigen leven de juiste keuzes te maken. Een opgave voor
ons om mee te werken aan een opgerichte wereld… (Ben Van Vossel)
(15 febr. 2009)
Alles ter ere Gods
Woorden
uit de liturgie: Leviticus 13,1-2.45-48 / Psalm 32 / 1 Kor.
10,31-11,1 / Marcus 1,40-45
“Doet alles ter ere Gods”. Het is een kort maar zeer sterk woord van Paulus, die trouwens zijn uitspraak heel concreet maakt: “Of gij dus eet of drinkt, of wat gij ook doet, doet alles ter ere Gods…” En hij voegt er op het einde nog bij: “Wees mijn navolgers zoals ik het ben van Christus”.
Het zijn woorden die ons leven zouden moeten vorm geven. Het is een
pasvorm waarin ons leven zou moeten gegoten worden. “Alles ter ere Gods!”
Dat wil zeggen dat we alles doen volgens Gods verlangen en dat we niets
daarbuiten laten vallen.
Heel ons leven wordt een lofzang als we het doen tot eer van God, voor God, volgens zijn verlangen… Wij menen soms dat ons leven alleen maar echt christelijk is wanneer we bidden, of wanneer we de zondagsmis bijwonen. Nee, zegt Paulus, “of je nu eet of drinkt of wat je ook doet: doet alles tot eer van God”.
Zeg aan God; ik bied u heel mijn dag aan. Ik sta vandaag in uw dienst bij
alles wat ik doe wil ik U toegewijd zijn. Ik ben uw kind, heel deze dag. Ik wil
u dienen in alles wat ik doe, in alles wat ik vandaag te doen heb, en ook met
mijn rust en mijn ontspanning, in alles wat mijn leven als mens uitmaakt wil ik
U behagen…
Zo was het leven van Jezus, zo was het leven van Paulus. En zo zou ons
leven moeten zijn.
Dan wordt het – in vereniging met Jezus’ leven – een waardevol leven in de ogen van God en tot heil van vele anderen.
Vele jaren geleden leerden de kinderen op de christelijke scholen een
morgengebed waarin ze alles wat ze die dag zouden doen aanboden aan God.
Zo ongeveer in deze zin: “Mijn Heer en mijn God,… Ik draag U al de werken op, die ik deze dag zal verrichten. Ik wil ze doen tot Uw eer en tot zaligheid van mijn ziel …”
Of een ander gebed: “Goddelijk Hart van Jezus, ik offer U, door het onbevlekt Hart van Maria, mijn bidden, werken en lijden van deze dag tot herstel van al onze beledigingen en tot alle intenties, waarvoor Gij U onophoudelijk op het altaar opoffert”.
Het is eenvoudig gezegd en misschien zouden wij het tegenwoordig wat anders uitdrukken, maar de bedoeling was: Kijk, Heer God, ik ben uw kind, ik dank het leven aan U en mijn eeuwig heil aan Jezus, uw geliefde Zoon; daarom leg ik heel mijn leven in uw hand: alles wat ik ben, alles wat ik vandaag zal doen, alles wat mij overkomt, ik vertrouw het aan U toe. Laat het U eer brengen en laat het tot heil zijn van mij en mijn medemensen.
Hoe
meer wij ons durven toevertrouwen aan God, in het spoor van Jezus, des te
vruchtbaarder zal ons leen worden. Ook al hebben we daar vaak geen direct zicht
op, iets van Gods genadigheid zal doorheen ons leven naar mensen uitstralen.
Voor ons komt het er enkel op aan in relatie, in nauwe’ relatie te blijven met
God. Hij zal ons wel voldoende vrede in ons hart leggen zodat we weten dat ons
leven niet tevergeefs is maar waardevol in zijn ogen en zegenrijk voor anderen.
(Ben Van Vossel)
Ter Info: Twee oudere gebeden en een uit het ‘Geloofsboek’
:
Morgenopdracht
(1)
Goddelijk
Hart van Jezus, ik offer U, door het onbevlekt Hart van Maria, mijn bidden,
werken en lijden van deze dag tot herstel van al onze beledigingen en tot alle
intenties, waarvoor Gij U onophoudelijk op het altaar opoffert. In het bijzonder
offer ik ze U op voor de intenties, door onze heilige vader de Paus, deze maand
aanbevolen. Amen.
Ik
wil bidden voor de bekering van de gehele wereld en de vervulling van alle
intenties van het heilig Hart van Jezus.
Onze
Vader…
Moeder
Maria gedenk dat ik U toebehoor. Bewaar mij, verdedig mij, als uw goed en
eigendom.
Engel van God, die mijn bewaarder zijt, aan wie de goddelijke goedheid mij heeft
toevertrouwd: verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij.
Morgengebed
uit het Geloofsboek (p. 213)
Heer, dag in dag uit ontvang ik (ontvangen wij) van U het bestaan.
Help mij (ons) deze dag door te brengen in uw dienst.
Geef mij een aandachtig hart,
dat niet voorbijziet aan de kansen die Gij mij ook vandaag wilt geven.
Houd in mij het geloof levens,
dat ik meebouw aan een betere wereld, waarin wij gelukkig mogen zijn.
Laat mij niemand pijn doen, afstoten of eenzaam maken.
Ik wil goed zijn voor’ ieder mens.
Volg mijn doen en laten als een goede Vader.
Zegen het werk van mijn handen, en blijf bij mij,
elk uur van deze dag.
Amen.
(8 febr. 2009)
Prediken - helen - dienen ...
Woorden
uit de liturgie: Job 7, 1-4.6-7 / Ps. 147 / 1 Kor. 9,16-19.22-23 / Mc 1,
29-39
In de evangelielezing zien we dan hoe Jezus, wanneer hij op sabbat uit de
synagoge komt, het gebedshuis waar de gelovige Joodse mensen iedere week naar
toe gingen om te bidden en onderricht te worden, wanneer hij thuis komt in het
huis van Petrus en Andreas, geneest hij de schoonmoeder van Petrus die met
koorts te bed lag. Zij werd vrij van koorts en bediende hem.
Dat laatste is ook wel treffend. Iemand die de genade
van de genezing krijgt, stelt zich zelf ook ten dienste…
En
’s avonds brengen de mensen nog een hoop zieken bij Hem en bezetenen
(misschien waren dat vooral mensen die een psychische kwaal hadden) en Hij genas
hen…
Wij gaan dan natuurlijk weer zeggen: prachtig als je
dat kan, mensen genezen door een eenvoudig woord of handoplegging… Maar ik zou
toch eerder de aandacht willen trekken op het feit dat Jezus aandacht had voor
die mensen, en tijd maakte voor de mensen, en deed wat Hij kon doen…
Als we het dan toch over onszelf ook willen hebben,
kunnen wij ons toch wel afvragen hoe het zit met onze aandacht voor zieke,
bejaarde, eenzame en beproefde medemensen, en of wij ook daar wat tijd en moeite
in willen investeren? Onze deelname aan deze Eucharistie en de ontmoeting met
onze Heer in de communie wil ons daartoe uitnodigen, aansporen, inspireren en
kracht schenken. Jezus, zachtmoedig en nederig van hart, maak ons hart gelijk
aan het Uwe!
De evangelielezing ging nog verder. Nog diep in de nacht staat Jezus op
en gaat buiten bidden… Wij houden het niet uit om ons echt in te zetten voor
mensen, ons in te zetten voor de taak die God ons opdraagt, als we geen
persoonlijke relatie hebben met God. Het gebed moeten we een plaats geven in ons
leven, en we mogen het niet laten wegstromen, stilaan, bijna onopgemerkt door
onszelf. We moeten spreken met God, met de Heer Jezus, over ons leen, over de
wereld, over de mensen, over onze relaties… en tussendoor ook wat luisteren.
Want terwijl wij bidden, wil Hij ons ook tonen dat Hij ons wil vergezellen
doorheen het leven en wil Hij ons tonen hoe we sommige zaken best aanpakken…
Maar dan komt onze dagtaak, een taak die God ons toevertrouwt. De
apostelen willen Jezus daar in Kafarnaum houden omdat Hij daar wat succes had.
Nee, zegt Jezus: “Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de
omtrek, opdat Ik ook daar kan prediken. Daartoe immers ben ik uitgegaan…” Na
het contact met God wil Jezus niet het succes opzoeken, maar doen waartoe de
Vader Hem gezonden heeft. Maar door dat contact in het gebed weet Hij de Vader
dicht bij Hem, voelt Hij zich gezonden door de Vader…
In de tweede lezing schrijft ook Paulus dat Hij niet anders kan dan het
Blijde Nieuws te brengen aan zoveel mogelijk mensen: “Alles ben ik voor allen
om er tot elke prijs enkele te redden”. Zo mogen wij tijdens onze dag, ook
tijdens ons werk weten dat wij ook dan in dienst staan van onze God en Vader,
van onze Heer Jezus Christus. We staan er niet alleen voor, wij mogen ons
gezonden weten door God, ook midden de gewone en soms zware opdrachten van elke
dag. Laat dat de vreugde en in ieder geval de diepe vrede zijn van ons hart, een
vrede waar Job in zijn geweeklaag wellicht iets te weinig aan heeft gedacht.
(Ben Van Vossel)
(25 jan. 2009)
'Verkondig het Blijde Nieuws!'
Feest van de bekering van de
apostel Paulus
(In dit Paulusjaar krijgt dit feest voorrang op de liturgie van de zondag)
Woorden
uit de liturgie: Hand 22,3-16 / Ps. 116 + Gaat
uit over de hele wereld en verkondig het evangelie aan heel de schepping (Mc.
16,15) / Marcus 16, 15-18
Paulus, geboren in Tarsus in Turkije (Silicië) maar
opgevoed in Jeruzalem tot een strenggelovige Joodse farizeeër maakt op zekere
dag de ommekeer van zijn leven mee. Hij krijgt het inzicht dat hij op een
verkeerde weg zit. Dat hij moet stoppen met het vervolgen van die nieuwe Joodse
sekte, de volgelingen van Jezus. En tegelijkertijd krijgt hij het inzicht dat
hij zich zelfs in dienst moet stellen van die Jezus, die hij vlakbij Damascus
als de Levende heeft mogen ervaren. Paulus geneest als het ware van zijn
verblinding. Wat hij meende een valse weg te zijn, blijkt nu de echte, ja, de
enige weg te zijn. Hij wordt volgeling en vrij spoedig ook getuige van Hem die
gezegd heeft: Ik ben de weg, de ware weg naar het echte leven.
Als een pasbekeerde begint hij hevig van Jezus te
getuigen, zo hevig dat zijn leven spoedig in gevaar komt en dat het ook
gevaarlijk wordt voor de andere christenen. Hij trekt zich dan terug in de
woestijn… Tot enige tijd later Barnabas, de oom van Marcus hem zal komen halen
en hij dan een reizend missionaris wordt die overal jonge christelijke
gemeenschappen sticht of bemoedigt. Lucas, een tijdlang zijn reisgenoot bericht
over die missietochten en in de brieven die bewaard zijn leren we Paulus kennen
als een bevlogen maar ook een zachtmoedig getuige van Jezus en het Blijde nieuws
van Gods liefde voor elk mens.
Dat is nu juist het typische het kenmerkende bij
Paulus, dat hij zo de nadruk heeft gelegd op Gods liefde voor alle mensen, en
dat om gered te worden men niet eerst een Joodse gelovige moet worden, maar dat
men gewoon Jezus moet aanvaarden als Zoon van God en Redder van de mensen.
De bekering van Paulus die we vandaag vieren, is daarom
ook voor ons een dag van dankbaarheid. Wij, niet-Joodse mensen mogen dankzij hem
weten dat niet enkel Joodse gelovigen om gelovigen uit alle volkeren mogen delen
in Gods Liefde en mogen weten dat Jezus ook voor ons gekomen is.
Een dag van dankbaarheid.
Tegelijk een dag waarop wij ons moeten afvragen in
hoever wijzelf echt bekeerd zijn? In hoever stellen wij God op de eerste plaats
in ons leven. In hoever hebben wij Jezus aanvaard, aangenomen als onze Enige
Redder en Heer? Het is voor ons een sterke uitnodiging om zoals die Joodse
bekeerling te zeggen dat we Jezus boven alles stellen, dat Hij ons leven mag
leiden, Hij die voor ons zijn leven heeft veil gehad. Luister eens naar deze
sterke woorden uit de brief aan de Galaten: “Ikzelf leef niet meer,
Christus is het die leeft in mij. Voor zover ik nu leef in het vlees, leef ik in
het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft
overgeleverd voor mij” (Gal. 2,20).
Of dit andere woord uit de 2de Korintiërsbrief:
“De liefde van Christus laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien,
dat Een is gestorven voor allen. Maar dan zijn allen gestorven! En
Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden
leven, maar voor Hem die ter wille van hen is gestorven en verrezen” (2KOR.5,14-15).
Zo is Paulus dan op weg gegaan, doorheen de toen
bekende wereld. Overal sprekend over Gods liefde voor alle mensen en mensen
uitnodigend om zich aan Jezus toe te vertrouwen en te leven volgens wat Jezus is
komen leren als weg tot het echte leven.
In dit Paulusjaar dat nog loopt tot juni mogen wij met
de hele kerk opzien naar die grote figuur en mogen wij van hem leren hoe God
zijn liefde heeft laten neerdalen over alle mensen door de gave van Jezus, zijn
geliefde Zoon.
In de Efesiërbrief wordt dit blijde nieuws in een
korte lofzang samengevat:
“3 Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus,
die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen.
om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht.
naar het welbehagen van zijn wil, 6 tot lof van de heerlijkheid van zijn genade.
Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de Geliefde,
dank
zij de rijkdom van zijn genade.”
(Ben Van Vossel)
(18 jan. 2009)
'Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde'
Woorden
uit de liturgie: 1 Sam. 3,3b-10.19 / Psalm 40 / 1 Kor. 6,13c-15a. 17-20
/ Joh. 1, 35-42.
Door verscheidene teksten uit deze zondagsliturgie zou
je deze zondag ‘roepingenzondag’ kunnen noemen of zondag van de
‘bereidheid’, ‘toewijding aan God’, zondag van de volgeling.
In de eerste lezing uit het eerste boek Samuël
vernemen we de roeping van de jonge Samuël: hoe hij stilaan begrijpt dat God
hem aanspreekt en roept. Het is dan met zijn hele hart dat hij op aanraden van
de oude priester Eli antwoordt: ‘Spreek Heer, uw dienaar luistert’.
De tussenzang die we dan hoorden had als steeds
terugkerend refrein: “Ja, ik kom; uw wil te doen, mijn God, dat is mijn
vreugde”. Kan je een meer gelovig antwoord geven aan God vanuit het geloof dat
Hij een God van liefde is, die alleen maar ons heil op het oog heeft?
In zijne eerste Korintiërsbrief zegt Paulus dat we als
christengelovige moeten beseffen dat we niet onszelf toebehoren, maar dat we
vrijgekocht zijn en dat de prijs betaald is Christus die voor ons en omwille van
ons heil gekomen is en zijn leven gaf op het kruis.
In het evangelie verhaalt Johannes ons de roeping van
de eerste leerlingen. De gelovige Joodse mensen keken toen uit naar een
bevrijder: iemand die hen zou bevrijden van de Romeinse bezetter, maar ook
iemand die hen innerlijk zou vrijmaken, genezen, vernieuwen… De Messias,
Iemand die door God gezonden zou worden. Hun profeet, Johannes de Doper horen ze
zeggen, terwijl Jezus daar voorbij komt: “Zie, het Lam Gods”. Enige van zijn
Johannes’ leerlingen waren zo alert om op dat woord in te gaan. Ze lopen
achter Jezus aan. Als Hij hen vraagt: Wat verlangt ge? Antwoorden ze een beetje
eenvoudigweg: “Rabbi, Meester, waar woont Gij?” En Jezus antwoordt: Kom
zien. Zij zullen dat uur van ontmoeting nooit meer vergeten. Het was ongeveer
het tiende uur, zegt het evangelie. Andres, een van die twee, gaat dan zijn
broer, Simon halen en brengt hem bij Jezus. Jezus geeft Simon de naam
‘Petrus’, Rots. Op Hem zou hij zijn kerk bouwen. We mogen dan ook even eraan
denken hoe vandaag de bidweek voor de eenheid van de Kerk begint, een verlangen
dat Jezus ook nauw aan het hart lag.
We kunnen nu natuurlijk bewonderend opkijken naar die
apostelen en naar die jonge Samuël, die zo bijna enthousiast ingaan op de
roeping om zich in dienst te stellen van God. Maar wat heeft dat met ons te
maken?
Wij zijn gelovige mensen. Wij werden bij ons doopsel
aan God toevertrouwd. Maar die keuze voor God moeten we wel bewust tot de onze
maken. Bovendien is dat geen keuze die we misschien wel al eens bewust hebben
gemaakt, maar, net zoals in een huwelijk is het een keuze die we elke dag
opnieuw te maken hebben en waar we met ons leven achter moeten staan. Op die
manier hebben die verhalen van lang geleden toch wel echt iets met ons te maken,
met ons leven als gelovig mens en als christen.
Misschien hebben we al bewust voor God gekozen toen we
nog jong waren, zoals Samuël, en hebben we ook gezegd: spreek, Heer, uw dienaar
luistert. Maar wat later moet Samuël echt de boer op, moet hij als Gods profeet
zelfs gaan optreden tegen de zonen van de priester Eli end at was ook voor hem
geen lacheding. Om als jonge mens en later als volwassene steeds naar God te
luisteren, is ook voor ons niet altijd zo eenvoudig geweest. Het kan ons
misschien een kleine troost zijn dat de apostelen ook wel eens steken hebben
laten vallen bij het breien aan hun gelovig leven. Ze gingen allemaal op de loop
toen Jezus gevangen genomen werd. Petrus, de Rots, zal zelfs zover gaan dat hij
zweert Jezus niet te kennen en zeker geen volgeling te zijn van Jezus….
Maar bij de Heer vinden wij altijd vergeving.
Toch willen wij ons vandaag laten uitnodigen om zoals
in Psalm 40 vaak te zeggen: Ja, ik kom; uw wil te doen, mijn God, dat is mijn
vreugde; uw wet is in mijn hart gegrift. Laat uw genade en uw trouw mij steeds
behoeden. Uw wil te doen, dat is mijn vreugde.
Het is maar als we ons radicaal toewijden aan God, ons
in zijn dienst stellen, Hem aannemen als de Heer van ons leven, dat we de diepe
vrede en vreugde gaan kennen, die alleen Jezus ons kan geven. (Ben
Van Vossel)
Zondag 1 na 6 januari Jaar B (11 jan. 2009)
'In U heb ik welbehagen'. 'Hij ging rond al weldoende'
Lezingen Jesaja 42,1-4.6-7 / God
zegent zijn volk met vrede Ps 29 / Hand. 10,34-38 Hij ging weldoende rond / Mc
1,7-11 Gij zijt mijn Zoon…
We hebben Kerstmis mogen vieren, de komst van Gods Zoon
als een tastbaar mensenkind. We hebben met het feest van Driekoningen mogen
vieren hoe Hij gekomen is voor ieder mens, mensen uit alle stammen en
volkeren… Herders en wijzen uit verre landen… Vandaag wordt Hij ons dan ook
publiek voorgesteld: Hij die zal dopen met de heilige Geest. God zelf wijst Hem
aan als de veelgeliefde Zoon. In de tweede lezing uit de Handelingen van de
apostelen wordt Jezus de Heer van alles genoemd. Hoe Hij met de heilige Geest en
met kracht was toegerust… En tenslotte zegt dat typerend woord: Hij ging
weldoende rond en genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden,
want God was met Hem. (Hand. 10,38).
Dat is Jezus helemaal. Gods Zoon, helemaal aan de kant
van God, maar gekomen voor het geluk van de mens: al weldoende ging Hij rond. En
Hij bevrijdde mensen van alles wat op hen drukte want Hij kwam vanwege God.
Als wij als christenen, als Jezus' volk zo eens echt op Hem konden gelijken! Dat God ook van ons zou zeggen: jullie zijn mijn veelgeliefde zonen en dochters, in wie Ik echt mijn welbehagen kan hebben. En dat de mensen over ons zouden zeggen: zij gingen rond al weldoende… Dàt zou de ideale vervulling van ons leven zijn! Van Jezus zeggen ze het al hoe het als kind en jonge mens stilaan duidelijk werd, zodat Lucas in zijn evangelie noteert: En met de jaren nam Jezus toe in wijsheid en welgevalligheid bij God en de mensen (Lk.2,52). “Welgevallig bij God en de mensen”. Wat een prachtig ideaal voor ieder van ons. Gods geliefde kinderen die al weldoende rondgaan…
Misschien dat de een of de ander van ons van zichzelf vindt dat hij of zij dat wel min of meer doet. Vele anderen van ons zullen moeten toegeven dat we toch wel ver onder dat ideaal blijven.
Maar moeten wij het opgeven om ernaar te streven? Is het iets waar we ons niet mee moeten bezighouden midden onze drukke bezigheden?
Ik denk dat het iets is dat God van ons verwacht. Het probleem blijft dan natuurlijk hoe we aan die verwachting kunnen beantwoorden. Als ouders van hun kinderen verwachten dat ze met een schitterend rapport thuiskomen, kan dat wel eens een te overdreven verwachting zijn zodat ze voortdurend ontgoocheld zijn en hun kind bovendien opzadelen met een soort schuldcomplex en het ontmoedigen omdat het altijd beneden de verwachting blijft.
Is dat ook het geval met God en ons? Nee. God is wijzer dan de mensen. Hij gaat met ons van moment tot moment. Hij bemoedigt ons. Hij toont ons de weg. Hij is ons nabij met zijn Geest en zijn kracht. En als we al eens falen, als we te weinig beantwoorden aan Gods verlangen, dan is er zijn barmhartige liefde die ons weer ophelpt en verder leidt…
Loopt alles dan vanzelf. Nee. We moeten zelf ook wijs zijn, verstandig zijn. We moeten onze kracht zoeken waar ze te vinden is: in het gebed. In de regelmatige omgang met Jezus. Ons laten onderrichten door zijn woord. Beroep doen op de heilige Geest, op de hulp van Maria en de heiligen. We zijn zo’n geseculariseerde, eigenlijk zo’n kompleet wereldse mensen geworden, dat we ons te groot achten om met ons hoofd of met ons hart wat meer in de hemel te leven. Nochtans is slechts een diep geestelijk contact met de bovennatuur in staat ons uit de dagelijkse sleur en de verlokking van de wereld te houden.
Jezus laat zich dopen door Johannes de Doper. Hij wil als joodse jongeman intreden in dat verlangen om God te behagen en te kiezen voor het goede. .. Vanuit het contact met God zal Hij weldoende rondgaan tussen de mensen. Daar heeft Hij voor gekozen en die weg zal Hij gaan.
Gaan wij Hem volgen op die weg en ons door Hem laten
leiden? (Ben Van Vossel)
OPENBARING VAN DE HEER (Epifanie - Driekoningen)
Zondag 1 na 1 januari Jaar B (4 jan. 2009)
Leven als 'wijze' mensen
Jesaja 60,1-6 / Ps. 72 / Ef.
3,2-3a.5-6 / Mt 2,1-12
Daar zijn ze weer. De Wijzen uit het Oosten. Er staat
niet dat ze met 3 waren, en er staat niet dat het koningen waren. Magiërs,
staat er, wijze mensen, die het heelal doorzochten naar speciale tekenen uit de
hemel als het ware. Mensen die zochten naar de betekenis van de tekenen van de
tijd. Wijze mensen op zoek naar de waarheid, op zoek naar de echte betekenis en
waarde van de dingen… Na een
(levenslange?) tocht komen ze uit bij “het Kind en zijn moeder Maria” (Mt.
2, 11). Is dat niet wat al te pover? Een jonge moeder met haar pasgeboren kind?
Moet je daarvoor zover op tocht gaan? Moet je daarvoor zo’n verstandige mens
zijn? “En op hun knieën, neervallend betuigden ze Het hun hulde”.
De eindejaars- en nieuwjaarsfeesten waren hopelijk vol
vreugde, vol gelegenheid tot ontmoeting en vriendelijke en oprechte wensen. Soms
vullen we vreugdevolle momenten ook met oppervlakkigheid, nietszeggende woorden,
woorden waar we niet met ons leven achter staan. En we zien de echt waardevolle
zaken niet, de betekenisvolle gebeurtenissen. We bemerken niet de echte waarde,
de echt betekenis van wat er gebeurt in ons leven en in de wereld… We stellen
ons vlug content met het oppervlakkige… Of we menen dat we alles naar ons hand
kunnen zetten, dat we alles kunnen forceren naar onze eigen zin en goesting…
Dat probeerde Herodes ook te doen. God opzij zetten en zijn eigen wereld
scheppen… natuurlijk met veel kapot te maken. De wijzen staan ontvankelijk in
het leven. Zij zoeken, staan open voor het wonder, gaan op weg, stellen vragen..
Zijn blij wanneer er wat licht doorbreekt op hun tocht door het leven, zijn blij
wanneer het licht van God doorbreekt en… zij weten te bewonderen en te
aanbidden…
Wij zien de kerstkribbe nog nauwelijks staan. ’t Is
zo gewoon. ’t Is zo klein. ’t Is zelfs kinderachtig… Je moet een wijze
mens zijn om in het geheim, het mysterie van die kerstkribbe door te dringen.
Dat God zich zo klein heeft gemaakt om ons te kunnen raken, om ons te kunnen
ophelpen, om ons te kunnen vernieuwen en de deur naar het geluk te openen… Je
moet met verwondering en bewondering in aanbidding voor het kerstgebeuren
gestaan of geknield hebben om een echte wijze te worden. Om iets te begrijpen
van de onbegrijpelijke liefde waarmee God ons liefheeft. Je moet er wat tijd
voor maken… De tekenen leren zien. De gang van de wereld, hoe het eraan
toegaat, de gebeurtenissen leren doorzien. Wat openbaart zich hier, in welke
richting ligt hier de echte werkelijkheid, het echt waardevolle… Zo doet God
zich kennen. Vanuit de ontmoeting met Hem in het gebed, in de Eucharistie en de
Bijbelwoorden zal de heilige Geest ons leiden op onze tocht vanuit het Oosten
naar het licht waarmee Hij zich heeft laten kennen in dat weerloze Kind in de
kribbe, in die profeet die al weldoende rondging, en in die weerloze Man aan het
kruis. En wij zullen stilaan begrijpen dat Liefde het enige is dat toekomst
heeft, omdat God liefde is. Laten wij vandaag van de wijzen leren om elke
glinstering van het echte licht te volgen. God zal ons op die weg tegemoet
komen. (Ben Van Vossel)