(preken uit 2010 - preken uit 2008 - preken uit 2007 - preken uit 2006 - preken uit 2005)

ACTIVITEITEN GRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN INHOUD - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT THUISPAGINA  - UITZICHT - VERHALEN -  WETENSCHAP - ZENDING ZONDAGSEVANGELIES -

Waar onze preek ontbreekt, 
surf hierboven naar Powerpointvoorstellingvan de recente ZONDAGSEVANGELIES

 

- Doop van Jezus (10 jan. 2010) Gij zijt mijn welbemind kind 

 

Jaar C Doop van de Heer (10/01/2010)

Jezus was een volwassen man, wanneer hij vanuit zijn vaderstad Nazaret, naar de Jordaan trekt om zich daar door Johannes te laten dopen. Wat dat betreft was Jezus gevoelig voor wat zich daar aan de Jordaan aan het afspelen was. Een ascetische prediker, eigenlijk een man van weinig woorden en niet altijd heel diplomatisch, die met een rauwe taal mensen opriep om zich te bekeren, want God ging zijn Rijk nu stichten. Trek de wegen recht voor de Heer, breng vruchten voort van bekering…

Jezus liet zich ook kopje onder duwen door die ruwe asceet in het helder water van de Jordaan.

En daar wordt Hij ook bevestigd in zijn identiteit: “Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb Ik mijn behagen gesteld”. Het zijn wat vreemde woorden. Jezus begrijpt als mens dat Hij helemaal aan de kant van God staat, dat God Hem op bijzondere wijze liefheeft en Hij begrijpt ook dat Hij niet anders gaat kunnen dan enkel maar doen wat de Vader graag heeft. Dat heeft Hij altijd gedaan en dat gaat Hij nu, op de drempel van zijn publiek leven, tot in het kleinste en het grootste ook consequent doen.

Hier stond Jezus midden zondige mensen, Hij de schuldeloze, als een boeteling, omdat Hij wou doen wat de Vader verlangde. Hij zou het nu nog veel verder drijven. In alles de Vader behagen en zo heel de zwaarte van de mensheid, in haar afwijzing van God en in haar zwakheid op zijn schouders nemen. Johannes zou hem betitelen als “het Lam van God dat de zonden van de wereld wegdraagt”. En Petrus zou later schrijven:

Een preek wil ons op de eerste plaats het mysterie openen dat we vieren, alvorens we de consequenties voor ons eigen handelen bekijken. Wat we hier zien is Jezus, gevoelig voor het uur van genade zich in een beweging van innerlijke vernieuwing en grotere God toegewijd zijn begeeft en die beseft hoe Hij vanuit de oneindige liefde die God Hem toedraagt besluit om niets anders te doen dan wat de Vader verlangt. Vanuit de identiteit van Zoon van God gaat Hij handelen als Zoon van God, totaal de Vader toegewijd.

Bij ons doopsel hebben wij ook mogen horen dat we geliefde kinderen zijn van God. Mensen om ons heen hebben daar het Onze Vader gebeden dat we toen wellicht voor de eerste keer gehoord hebben, want de meesten van ons waren nog een kleine baby. Wij mochten daar ook horen hoe God tot ons zei: Gij zijt mijn kind, mijn veelgeliefd kind. In u heb ik mijn welbehagen…

Ondertussen zijn ook wij volwassen geworden. We hebben vele watertjes doorzwommen. Af en toe hebben we ook wel een stem gehoord die ons opriep tot bekering, om wat consequenter te gaan leven als kind van God, volgens Gods verlangen… Maar er zijn zoveel andere stemmen te beluisteren om ons heen, stemmen vanuit de media, stemmen vanuit ons leef- of werkmilieu, de samenleving gonst van allerlei stemmen, de BV’s vanuit hun innerlijke leegte en zoveel andere stemmen…

Maar vandaag worden wij opnieuw uitgenodigd ons bewust te worden van onze identiteit als kind van God en… om volgens die identiteit te gaan leven. We zullen moeten bidden dat de heilige Geest ook over ons komt, om die stem boven alle andere stemmen te horen en om de kracht, de innerlijke bezieling te hebben om consequente beslissingen te nemen, kleine en soms ook wel grote.

Kijk naar Jezus, daar midden in het water van de Jordaan, de nederige boeteling. Ga naast Hem staan, beluister de woorden die de Vader tot Hem en tot u zegt, en ga op weg, met de Heer naast jou, op elk moment van de dag, in elke situatie van je leven. (Ben Van Vossel)


- Feest van de H. Familie (Jezus, Maria, Jozef) Zondag 27 dec. 2009 Gods verlangen 
- KERSTHOMILIE VAN KARDINAAL GODFRIED DANNEELS 
- Zondag 4 Advent (20 dec. 2009) Omwille van ons heil 
- Zondag 3 Advent (13 dec. 2009) Consequent blij christen zijn 
- Zondag 2 Advent Jaar C (6 december 2009) Bereid de weg van de Heer
- Zondag 1 Advent Jaar C (29/11/2009) Hou het echt belangrijke in het oog 
- Zondag 34 Jaar B (22/11/09) Jezus Christus, koning van het heelal 
- Zondag 33 Jaar (15/11/2009) Wat leert ons deze tijd?

- Allerheiligen (1 nov. 2009) Geborgen in Gods liefde, overal en altijd 
- Zondag 30 (25/10/2009) Van 'geloof' tot 'volgen' 
- Zondag 29 (18/10/2009) Eenvoudig en hoopvol 
- Zondag 28 (11/10/2009) Ons leven doorgelicht  
- Zondag 27 Jaar B (4/10/2009) Liefde en trouw 
- Zondag 26 Jaar B (27/09/2009) Wat vind God ervan? 
- Zondag 25 Jaar B (20/09/2009) Dienen in plaats van overheersen 
- Zondag 24 Jaar B (13/09/2009) Kiezen om Gods wil te doen 
- Zondag 23 Jaar B (6/09/2009) Zoals God rondgaan al weldoende Zie ook:
Doop van de Heer  
- Zondag 22 Jaar B (30/08/2009) Gods Woord aanvaarden en beleven 
- Zondag 21 Jaar B (23/08/2009) Maak nu de keuze voor de Heer 
- Zondag 20 Jaar B (16/08/2009) Jezus nodigt uit aan zijn tafel 
- Zondag 19 Jaar B (9/08/2009) Sta op en eet om de reis aan te kunnen 
- Zondag 18 Jaar B (2/08/2009) Jezus, voedsel voor ons leven

- Zondag 17 Jaar B (26/07/2009 Voedsel voor lichaam, ziel en geest 
- Zondag 16 Jaar B (19/07/2009) Jezus, onze Goede Herder 
- Zondag 15 Jaar B (12 juli 2009) Getuigen van het Blijde Nieuws 
- Zondag 13 jaar B (28 juni 2009) God en de problemen van het leven 
- Zondag 12 Jaar B (21 juni 2009) In onheilssituaties? Vertrouwen en lofprijzing!
- Zondag 11 Jaar B (14 juni)  Geen ontmoedigde christenen! 
- H. Drievuldigheid (7 juni 2009)  Vader, Zoon en H. Geest: Mysterie van Liefde 
- Pinksteren Jaar B (31 mei 2009) Kom, Heilige Geest 
- Zondag 7 Pasen Jaar B (24 mei 2009) Ik heilig mezelf voor hen 
- Zondag 6 Pasen (17 mei 2009) Wees liefdevol zoals God 
- Zondag 3 Pasen (25/04/2009) Jezus weten te herkennen 
- Witte Donderdag (9/04/2009) De avond voor zijn lijden... 
- Zondag 5 Vasten Jaar B (29/03/2009) Zoals de graankorrel  
- Zondag 3 Vasten Jaar B (15/03/2009) Door de dood naar de Opstanding 
- Zondag 1 Vasten Jaar B (1/03/2009) Bekeert u en gelooft in het Blijde Nieuws 
- Zondag 7 Jaar B (22/02/2009) Een opgerichte mens - Een opgerichte mensheid 
- Zondag 6 Jaar B (15/02/2009) Alles tot eer van God 
- Zondag 5 Jaar B (8/02/2009) Prediken - helen - dienen 
- Zondag 3 Jaar B (25/1/2009) Bekering van Paulus. Verkondig het Blijde Nieuws! 
- Zondag 2 Jaar B (18/01/2009) Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde 
- Doop van de Heer (Zondag 1 Jaar B)(11/01/09) Dit is mijn Zoon. Hij ging rond al weldoende.
-
Openbaring des Heren (Epifanie)(Driekoningen). 
Jaar B (4 jan. 2009) Wijze mensen worden

 

JAAR C Feest H. Familie  (27 December 2009)

 

In het huis van de Vader 

 

Sir. 3,2-6.12-14 / Ps. 128 Gelukkig die godvrezend zijt, en de weg des Heren gaat / Kol. 3,12-21 / Luc. 2,41-52

Op dit feest van de heilige Familie staat het gezin speciaal in de aandacht. Het gezinsleven staat vandaag misschien niet méér onder invloed van de omgeving, maar we mogen gerust zeggen dat die omgeving ingrijpend veranderd is. De samenleving was vroeger wel iets meer gezinsvriendelijk – ook al zijn de sociale voorzieningen pas vrij laat gerealiseerd – maar al de minder positieve invloeden van de samenleving hebben ook een grotere impact gekregen op het gezin, langs de media vooral en doorheen de gewone sociale contacten…

De gezinswaarden staan onder druk. Echtscheiding is schering en inslag. De staat en het onderwijs hebben een deel taken van het gezin overgenomen, ook qua seksuele opvoeding en de godsdienstige opvoeding bijvoorbeeld. Heeft het christelijk gezin dan afgedaan? Heeft het zijn verantwoordelijkheid te weinig opgenomen? Kan je niet op tegen de onchristelijke levenssfeer van onze huidige samenleving?

Het christelijk gezin is aan bezinning toe. Bezinning vooral over zichzelf en zijn opdracht. Bezinning over de uitdagingen die er vanuit de samenleving komen, dat komt pas op de tweede plaats.

Het christelijk gezin heeft zoals elk gezin de taak om liefde te beleven in tederheid en verantwoordelijkheidsbesef. Man en vrouw tegenover elkaar. Het verantwoordelijkheidsbesef slaat zowel op de noodzaak van respect voor elkaar, beleving van tederheid, zowel als van vergevingsgezindheid, maar ook de beleving van de wederzijdse trouw. Die waarden worden door de media en soms door de omgeving wel eens aangevochten. Zonder respectvolle liefde, zonder alertheid voor de beleving van de trouw loopt het huwelijk groot gevaar. Het vertrouwen geraakt zoek en dan verhardt de relatie. De geborgenheid en de gezelligheid vloeit weg uit het gezin… Slachtoffer zijn zowel de gehuwden als hun kinderen… Er is niets zo nodig voor een kind dan een veilig nest, de geborgenheid van een vaste en liefdevolle relatie tussen vader en moeder, een liefdevolle toewending die uitstraalt naar het kind.

Opvoeding is een belangrijke opdacht van ieder gezin en van het christelijk gezin in het bijzonder. De mensheid heeft een lange geschiedenis achter zich. Onze Westerse samenleving was tot een hoge graad van verantwoordelijkheidsbesef gegroeid voor de menselijke persoon, de zwakken, de kinderen. Er was ook een hoge graad bereikt op het vlak van menselijke en christelijke waarden… Dat hoogtepunt is nu voorbij. Het hedonisme, het ongebreideld genieten heeft de plaats ingenomen van de verantwoordelijkheidsgevoel voor het echte geluk van de mens. De oppervlakkigheid van onze samenleving valt in het oog. Het stemt ons natuurlijk gelukkig wanneer we grootschalige acties zien ten voordele van bevolkingen die gebukt gaan onder de malariaplaag, of wanneer de wereld geactiveerd wordt voor het behoud van de natuur… Maar ondertussen worden de minder in het oog vallende waarden van edelmoedigheid, zelfbeheersing en een hoop typisch christelijke deugden naar de achtergrond verwezen en soms zelfs publiek belachelijk gemaakt. Dit kan gaan over het respect voor het begin en het einde van het mensenleven, over rechtvaardigheid of seksualiteit…

Het christelijk gezin moet zich daarom bezinnen over zijn eigen verantwoordelijkheid. Man en vrouw moeten daarover delen en samen zien hoe ze die echte menselijke en christelijke waarden zelf het best kunnen beleven – dat het eerst – en hoe ze die ook aan hun kinderen kunnen doorgeven. Dat wordt meteen hun verantwoordelijkheid naar de samenleving toe.

Achter al deze woorden moeten we ook het gelaat van God, onze Vader kunnen zien, die zijn kinderen – dat zijn wij allemaal – graag gelukkig wil zien. Wij moeten in zijn huis willen wonen, waar zijn verlangen graag beleefd wordt, zodat de menselijke relaties en de ontwikkeling van elke menselijke persoon optimaal gediend worden. Een uitstekend middel om attent te blijven voor de uitnodiging van Onze Vader en om te groeien in menselijke en christelijk verantwoordelijkheidsbesef blijven het gezinsgebed en het samen vieren van de Eucharistie. (Ben Van Vossel)

 

De Kersthomilie van kardinaal Danneels

 

Vrijdag 25/12/2009 -  Kardinaal Godfried Danneels heeft vermoedelijk zijn laatste middernachtmis op kerstavond opgedragen. Hieronder zijn homilie.

Broeders en zusters,

Een zalig en vredevol kerstfeest! Met kerstmis halen we groen in huis: dennen en sparren voor de kerstboom en planten die ’s winters doorgroeien. Om ons moed te geven om de winterkou door te komen en het uitzicht niet te verliezen op het groen van de lente. Want groen geeft hoop. Misschien is het ook niet eens toeval dat Kopenhagen in december werd geplaatst: de zorg voor de planeet is er wel wat bekaaid uitgekomen wat concrete besluiten betreft. Maar de zorg voor onze aarde is voorgoed op de kaart gezet.

Geen ontbladerde wouden meer, geen oprukkende woestijn, geen arme poolbeer, geïsoleerd, of een ijsschots die aan het wegsmelten is en geen smurrie in de Zenne. We willen de atmosfeer zuiver houden om vrijer te kunnen ademen en onze groene planeet welvarend te houden. Ja, groen moet het doen.

Maar misschien is er een andere ‘inconvenient truth’, een waarheid die ons niet ligt. Want er bestaat ook iets als geestelijke en morele pollutie. Er is andere CO²- uitstoot die ons ademen hindert. Daar is de wildgroei van het geld, de ongebreidelde genieting en de verleiding van de macht. Een kanker is dat. ‘Ja’, zegt God, ‘Ik heb dat wel zelf allemaal gemaakt - bezit, genot en macht. Ik heb ze jullie geschonken en het zijn mijn gaven.’ Jawel. Maar jullie hebben er afgoden van gemaakt waarvoor jullie wierook branden. Ze zijn jullie boven het hoofd gegroeid. Gaan filteren dus, dat moeten jullie, en de atmosfeer zuiver maken. De overtollige stikstof eruit, meer zuurstof erin. Filter die geldzucht door matigheid en vrijgevigheid. Filter het genot door met zelfbeheersing. Filter de machtsdrang door de deemoed. Kijk eens naar Mij in de kerstnacht. Wat was toen mijn macht? Ik kwam als een klein en machteloos kindje onder jullie, niet op een troon maar in een kribbe. Want alleen wie het kan opbrengen zich klein te maken, die is eerst echt groot, alleen wie zich machteloos kan maken, is echt machtig. Want je moet heel groot zijn om de moed en de kracht te hebben je heel klein te maken. Kijk naar dat kind en zuiver de atmosfeer. Dat is geestelijke en morele ecologie. Kijk hoger en verder: daar zit het echte klimaatprobleem. Kijk naar de onzichtbare bezoedeling. Nog iets voor deze kerstnacht. Je ziet deze dagen op wenskaarten, posters en in publiciteit overal rendieren en sleeën en kerstmannen met puntmutsen. Die hangen zelfs aan de gevels, gluren naar binnen en kijken je met de rug aan. ‘Goed’, zegt God.

Prentkaarten monteren op in dit seizoen waar de kleur uit de natuur verdwenen is. Maarer is toch veel meer en anders te zien dan rendieren uit Lapland en kerstmannen aan de huizen. Er is het Kind, en Jozef en Maria. Er is het gezin in de kerststal. Kijk in deze kersttijd veeleer naar de kinderen onder u – de kleintjes eerst - naar de vaders en de moeders – de arme eerst. Kijk naar het gezin – het bedreigde eerst. Want kerstdag is het feest van de kinderen, van de vaders en de moeders en van het gezin. Er is de ecologie van het echtpaar en van de gezinnen. Daar is de pollutie en daar is de klimaatzorg die we
in onze tijd en cultuur zo nodig hebben: de zorg om de liefde tussen man en vrouw, tussen ouders en kinderen en tussen zonen en dochters en hun ouders.

Er is daar op onze dagen nogal wat hinderlijke uitstoot die de sfeer bezwaart en de zuurstof schaars maakt: die heet trouw en belangeloze liefde, openheid voor het kind en eerbied als het zich aankondigt, wederliefde van volwassen kinderen voor hun bejaarde en vereenzaamde ouders.

Er dan die andere soort kinderen: de armen en daklozen in de straten in deze koude winternachten. Want ook zij – ja, zelfs de hele samenleving – lijden onder de CO²-uitstoot van onnodige luxe en verspilling die onze samenleving bezwaart. Hier staan ook schouwen die zwarte rook de hemel in blazen en ontbreekt ook de filter op onze drang naar meer en almaar meer. Dat is even goed onze ecologische voetafdruk van nabijer te bekijken. Er is werk en sensibilisatie nodig voor die ecologie van gezin en samenleving. Ook hier moeten jullie het groen houden, zegt God. En dan ten slotte de geschenkenregen. Je kunt ze zien de straten vol: mensen gepakt en gezakt, driftig shoppend en koortsig om inkopen te doen en uit(gaven te doen. In januari komt de weerslag wel. Nu, wie krijgt niet graag een cadeautje? En waarom niet? Het voedt de liefde en de gezelligheid. En God zegt: ‘Bemint elkaar zoals ik u bemind heb’.

Wat heb ik jullie al niet zelf aan geschenken gegeven: het leven, je ziel en lichaam, natuur en cultuur. En ik heb er geen spijt van. Trouwens, zijn de Wijzen uit het Oosten ook niet bij mij gekomen met geschenken toen ik de kribbe lag: goud, wierook en mirre? Rijke geschenken. Jawel. Dus wees dan ook maar voormekaar als Wijzen uit het Oosten in deze kersttijd.

Maar toch, zegt God, moet ik jullie zeggen: het liefst van al zag ik toch de herders komen. Die hadden niets om te geven, ze waren doodarm. En wat gaven ze dan? Ze gaven zichzelf. Ze knielden neer en aanbaden het Kind in de kribbe. Het enige geschenk, zegt God, dat me echt plezier doet, is de liefde, is de gave van jullie zelf. Helemaal, zonder iets achter de hand te houden. Trouwens, is dat ook niet zo onder mensen? Gouden juwelen zijn kostbaar; ze geven één ogenblik vreugde. Maar als ze niet gepaard gaan met de gave van zichzelf zijn het klatergoud en namaakjuwelen. De kersttijd is niet alleen maar de tijd om cadeaus uit te wisselen. Het is een tijd om zichzelf en helemaal aan elkaar te geven. Zo deed ook het Kind in de kribbe het voor u. Dat doet ook het kind in de kribbe voor elk van u. Het had niets anders meegebracht dan zichzelf, klein en arm als het was. Het heeft zichzelf weggeschonken. En die gave van zichzelf in de kribbe was lang nog niet zijn laatste gebaar van geven. Hij gaf zijn eigen leven weg op een kruis. Tussen het hout van de kribbe en het kruishout was het maar één stap. Op kerstdag was hij even onmachtig als op Goede Vrijdag. Het is hetzelfde: de gave van zichzelf en helemaal. En gratuit, zonder iets voor zichzelf terug te eisen tenzij de liefde. Want liefde is het enige cadeau dat blijft.

Als we dit gehalte van belangeloze zelfgave zouden kunnen doen stijgen in de wereld en in onze samenleving, dan zouden we daarvan vele ecologische vruchten plukken. Op het stuk van liefde en elkaar beminnen, doet de opwarming alleen maar goed.

Zalig kerstfeest 2009!


                                    + Godfried kardinaal DANNEELS,
                                    Aartsbisschop van Mechelen-Brussel

JAAR C ZONDAG 4 Advent  (20 December 2009)

 

Omwille van ons heil 

 

Micha 5,1-4a/ Ps. 80 God van de heerscharen, richt ons weer op; lach ons weer toe en wij zullen gered zijn / Hebr. 10,5-10 / Lucas 1,39-45

Het is vandaag reeds de dag van de Moeder Gods. Terwijl zij nog maar pas Gods Zoon in haar schoot heeft ontvangen en ze zich op weg spoed naar Elisabeth die ook een kind verwacht, wordt ze begroet met de woorden die we nog elke dag bidden in het Wees gegroet: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot”. Elisabeth begroet haar ook als “de moeder van mijn Heer”.

Zo mogen wij ook elke dag Maria begroeten als de Moeder van onze Heer, of, zoals de Kerkvaders op het concilie van Efese bepaalden, als “de Moeder Gods”, omdat het Kind dat zij in haar schoot draag en gebaard heeft, de Zoon van God is.

Dat Kind mag dan wel “de Heer” genoemd worden in dit evangelie, en “man van vrede” zoals in de eerste lezing uit het boek Micha, maar in de brief aan de Hebreeën is al sprake over het “offer van het lichaam van Christus”. 

In die brief aan de Hebreeën is immers sprake over het werk van heil dat God voor de mensen tot stand wil brengen. Maar dit heilswerk waardoor het geluk van de mensheid wordt bewerkt, wordt maar tot stand gebracht doordat God zelf ingrijpt. En die grote ingreep is dat God zijn Zoon zendt die dan als de ideale mens zich totaal in dienst gaat stellen van Gods verlangen. In alles wil Hij Gods verlangen doen, in alles, tot in het kleinste detail. Hij leeft in volledige toewending naar God, in volle vertrouwen. In alles laat Hij zich leiden door zijn liefde tot de Vader… In alles, ook als het allemaal wat begint tegen te zitten, wanneer Hij in het nauw gedreven wordt, wanneer Hij veroordeeld wordt en meedogenloos lijden moet ondergaan. “Hier ben Ik. Ik ben gekomen God om uw wil te doen”. In alles. Welnu, lezen we in die Hebreeënbrief, “door die wil zijn wij geheiligd, eens en voor altijd, door het offer van het lichaam van Jezus Christus”.

Wanneer we over enkele dagen voor de kribbe zullen staan, moeten we daar maar eens aan denken, aan die totale bereidheid van Jezus om Gods wil te doen. In de geloofsbelijdenis bidden wij: “Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria en is mens geworden”. Voor ons, mensen, en omwille van ons heil… ligt Hij daar in de kribbe; wordt Hij gekruisigd en is Hij ook verrezen…

Voor ons, en omwille van ons heil heeft Hij de heilige Eucharistie ingesteld, voor ons en omwille van ons heil wil Hij ons op een bijzondere wijze ontmoeten in de heilige communie…

Misschien zien we het vandaag klaarder in, en hopelijk zal in ons hart ook een gebed of een lied van dankbaarheid tot leven komen voor die man van vrede, voor die Heer, voor dat Kind dat voor ons gekomen is, voor ons geluk, voor ons eeuwig heil. (Ben Van Vossel)

 

JAAR C ZONDAG 3 Advent  (13 December 2009)

 

Wees blij en onbezorgd... Beleef je christelijke engagementen 

 

Sefanja 3,14-18a / Jes. 12,2-3,4bcd,5-6 Verheugt u en juicht, gij die Sion bewoont,

want Israëls Heilige woont in uw midden / Filip 3,4-7 / Lucas 3, 10-18

 

Verheug u… Wees onbezorgd

Het is goed dat we ons af en toe wat laten opjutten door het stukje uit de Filippenzenbrief waar Paus ons zegt: “Verheugt u in de Heer te allen tijde. Nog eens: verheugt u! Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer is nabij!”

We hebben redenen om ons te verheugen, naar wellicht al die zaken die op ons kunnen wegen, want de Heer is nabij. Hij is niet ver van ons vandaan, Hij is met ons begaan. Je kan met Hem spreken over alles, over je werk en over wat niet goed werkt in uw leven of uw gezin… “Wees onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking”.  Is dit duidelijk genoeg gezegd? Maar misschien vinden we dit overbodig. Misschien willen we alles zelf oplossen. Okay. Maar misschien is het toch niet mis er ook eens over te praten met de Heer.  Dan zullen we zeker reden hebben om ons in de Heer te verheugen… te allen tijd. Want Hij is ons nabij.

In Jezus is God ons natuurlijk helemaal nabij gekomen.  In Hem hebben wij toegang tot het hart van God. Laten wij er vaak aankloppen. En, natuurlijk, nooit zonder dankzegging. En de vrede van God zal ons hart en onze gedachten behoeden… Zouden we het toch maar eens proberen? In deze Advent.

 

Doopsel van bekering

Johannes de Doper is iets veeleisender. De mensen komen zich laten dopen, een doopsel van bekering. Maar Johannes zegt hun wat die bekering zou moeten behelzen: een ommekeer, een keerpunt in ons leven. Als we, zoals Hij ons vorige keer vroeg, de wegen wat recht willen trekken voor de komst van de Heer, dan moeten we vandaag ook B zeggen: leren delen met anderen, aandacht hebben voor wie het moeilijk heeft in het leven. Hebben we dat al eens echt gedaan. Het ons aangetrokken? En minstens rechtvaardig zijn tegenover anderen, en zeker geen mensen uitbuiten vanuit een zekere machtspositie of omdat we een beter zicht hebben, wat meer bedreven in het zakendoen!

Kortom, ons doopsel, ons toebehoren aan Jezus brengt consequenties met zich: gaan leven als kind van God, God die zelf ook vol aandacht en mededogen is…

 

Kom, heilige Geest

We mogen zelfs eens opkijken naar Johannes; die strenge man, streng voor zichzelf maar die iedereen ook de waarheid onder ogen brengt en… die niet zijn eigen glorie zoekt maar verwijst naar Jezus, die niet zal dopen met water, maar de mensen zal onderdompelen in de heilige Geest en met vuur. Die mensen van binnenuit zal toerusten met nieuw leven, nieuwe kracht, nieuw geloof en hoop en liefde voor God en de medemens… Naar die Messias zien wij ook nu weer uit, opdat Hij vollediger invloed zou kunnen uitoefenen op ons leven en onze manier van omgaan met medemensen.

 

Kom, Heer Jezus

Kom Heer Jezus, neem meer en meer bezit van ons leven. Kom, heilige Geest, help ons consequenter leven als leerlingen van Jezus, als kinderen van God. (Ben Van Vossel)

 

JAAR C ZONDAG 2 Advent  (6 December 2009)

 

Bereid de weg van de Heer! 

Baruch 5, 1-9 / Psalm 126 Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn wij zo blij / Filip. 1,4-6.8-11 / Lucas 3,1-6

Vrienden, voortdurend spreekt God mensen aan, haalt hen naar Zich toe en geeft hun ook een opdracht. Zo vergaat het ieder van ons. Fantastisch is dat!
Soms krijgen mensen een speciale opdracht, op een bepaalde tijd en plaats in de geschiedenis, op een bepaald punt in de heilsgeschiedenis. Zo is daar Johannes. De Doper, zoals wij hem zijn gaan noemen. Het doet er niet toe of dat kleine land op dat ogenblik onder de klauwen lag van de Romeinen (tenslotte zal Johannes niet gedood worden door een Romeins zwaard maar door dat van een zogenaamde Joodse koning, Herodes, gouverneur van Galilea met toelating van Rome).  Johannes mocht de weg voorbereiden voor de Messias. Hij deed het op zijn duidelijke, soms wat rauwe manier, maar de mensen geloofden hem en riepen tot God om ontferming terwijl ze hun zonden beleden terwijl ze zich door Johannes lieten dopen, onderdompelen in de Jordaan… De tijd was rijp voor de komst van de Messias. Johannes’ stem raakte de harten en ... zijn stem klinkt tot vandaag. Want ook vandaag wil God de harten raken en hen ertoe brengen open te komen voor zijn heil, de redding die Hij brengt in Jezus, zijn geliefde Zoon.

Johannes spreekt tot ieder van ons met aloude woorden uit de profetenboeken:

“Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht. Elk dal moet gevuld, elke berg of heuvel geslecht worden; de kronkelpaden moeten recht, de ruwe wegen effen worden. Heel de mensheid zal God redding zien”.

Dàt is de profetie en die zal vervuld worden in ons leven wanneer wij de voorwaarden vervullen en de wegen in ons hart en ons leven wat effenen. De kronkelpaden, de oneffenheden. De dalen moeten opgevuld worden: er moet meer gebed komen in ons leven, meer aandacht voor elkaar, meer luisterbereidheid, meer naastenliefde. Ons leven mag niet uitsluitend gericht zijn op eigen gewin: we weten allemaal dat er mensen zijn die uit de boot vallen, die het leven niet mee hebben, die in een kansloos gezin werden geboren en armoe geërfd hebben als het ware… We moeten respect hebben voor de aarde die God ons heeft toevertrouwd en die wellicht nog voor heel wat generaties een leefbare thuis moet zijn. Kopenhagen ligt wel een eind noordelijker, maar ligt toch nog op onze aardbol en zelfs in Europa: niet alleen wereldleiders maar ook wij dragen onze verantwoordelijkheid in het behoud van Gods schepping die hij aan de mens gaf om te bewonen…

De kronkelpaden rechttrekken: waar loopt het wat mis in ons leven? Waar heb ik nood aan bekering, aan ommekeer? Ik hoef maar kleine stappen te zetten, kleine beslissingen te nemen. God komt me dan tegemoet met hernieuwde kracht, met een gevoel van vrede en vreugde dat Hij in mijn hart legt… Ik zet een kleine stap, neem een kleine steen weg... en God komt met overvloed, 'een brede stroom van vrede'...

Wij 'zullen Gods redding zien', wanneer we ons laten gezeggen door Gods woord dat vandaag tot ons komt door de prediking van Johannes, de Doper, de Voorloper van onze Heer en Heiland.  Maak iets moois van je Advent. 'De Heer is nabij. Bereid zijn weg!'  (Ben Van Vossel)

JAAR C ZONDAG 1 Advent  (29 november 2009)

 

Hou het echt waardevolle in het oog

Jer 33,14-16 / Ps 25 Tot U in de hoge richt ik mijn geest, tot U, Heer, mijn God / 
1 Tess 3,13 – 4,2 / Lk 21, 25-28. 34-36

 

De eerste lezing uit de profeet Jeremia was nog echt hoopvol: er komt een Messias-koning die het land eerlijk zal besturen en alles zal veilig zijn in het land en in de stad Jeruzalem.

 

Het evangelie daarentegen begint met vreselijke taferelen. De wereld gaat om zeep, helemaal, en zelfs de hemellichamen draaien gek… Maar dan komt Christus in grote heerlijkheid.

Je zou denken. Begint al maar te beven. Nee. Jezus zal komen in grote heerlijkheid. En dan. Wel Jezus zegt aan zijn vrienden: Wanneer zich dit alles begint te voltrekken, richt u dan op en heft uw hoofden omhoog WANT uw verlossing is nabij!

Heel die verwarring, die ondergang van een hoop aardse dingen, het wegvallen van heel wat zaken waar we aan gewend waren… let eens goed op, wordt niet depressief: uw verlossing is nabij!

Soms gaan er dingen stuk in ons leven. Soms vallen relaties weg, soms staan we voor of middenin moeilijke en pijnlijke situaties…  Blijkbaar vindt Jezus dat geen reden om de moed totaal te laten zakken: richt u dan op en heft uw hoofden omhoog WANT uw verlossing is nabij!

Dat is natuurlijk heel blij nieuws, waar we ons graag aan willen optrekken.

Evenwel plaatst Jezus daar toch een kleine bemerking bij die best wel belangrijk is. Jouw leven moet blijk; geven dat je inderdaad uitziet naar zijn komst, dat je niet al te zeer opgaat in wat niet goed is, in onwaarden…  Jezus zegt het zo: Zorgt er voor dat uw geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven; laat die dag u niet onverhoeds grijpen als een dief in de nacht…

Uiteindelijk raadt Jezus ons aan om niet te leven alsof we geen geloof hadden. Want dan gaan we ons ofwel verdoven door allerlei nietswaardige zaken, door hobby’s en verslingerd zijn op allerlei materiële dingen die ons dan wegtrekken van het essentiële: het cultiveren van onze relatie met God, het leven vanuit ons geloof. Ofwel kunnen we zo opgaan in ons werk, in de zorgen die soms overstelpend zijn zodat ook hier weer die relatie met God en ons vertrouwen op Hem op de achtergrond komen te staan of zelfs totaal wegsmelten…

Ik weet het: die zorgen horen bij ons menszijn. Je staat verantwoordelijk voor je gezin, voor je werk, verantwoordelijkheden die je op je genomen hebt… maar op het voorplan zou onze relatie met God moeten staan. De rest zijn zaken die Hij ons toevertrouwd. Natuurlijk, zorgen voor je relatie in het huwelijk, de zorg voor je kinderen kan je zo bezighouden, je soms zo ongerust maken dat je er wakker van ligt, dat je niet weet wat je nog zou moeten doen… Toch vraagt ons geloof  en lijkt Jezus hier te vragen: kijk eerst naar Mij, betrek Mij bij die zorgen, kom al eens meer rusten aan Mijn hart, laat mij die problemen dragen samen met jou…

Een ongelovige moet dit wel heel wereldvreemd voorkomen, toch geloven we dat het het juiste zich is op de werkelijkheid, nl. dat we terwijl we volop leven in deze wereld en er ons ernstig voor inzetten toch weten dat ons eerste werk is: op God gericht te zijn en te zoeken wat zijn verlangen is en er op te vertrouwen dat Hij ons daar heeft geplaatst en dat Hij met ons begaan blijft.

Dan gaan we onze geest niet laten afstompen door een roes van verdwazing, dronkenschap, verslaving aan alles en nog wat, of zo opgaan in de zorgen van het leven waardoor we die fundamentele relatie tot God uit het oog zouden verliezen.

De vrucht van een leven dat meer op de Heer gericht is, de vrucht van een sterker vertrouwen op God is dat ons leven meer geordend gaat verlopen omdat het meer gericht is op het essentiële in het leven: leven als kind van God midden ons aardse bestaan, midden als het mooie, midden al het pijnlijke. Moge de Heer ons doen standhouden in het geloof,  vol van hoop en ons hart blijven vervullen met liefde midden onze leefsituatie, zodat we overeind kunnen blijven wanneer we de Heer mogen ontmoeten. (Ben Van Vossel)

JAAR B ZONDAG 34 (22 november 2009)

 

Jezus Christus, koning van het heelalDe tekenen van de tijd

Daniël 7,13-14 / Psam 93 / Apoc. 1,5-8 / Joh. 18,33b-37

Nu er weer stemmen opgingen om de Koninklijke toelagen wat te verminderen, moet de koning er toch maar weer voor zorgen dat de overgang van de ene premier naar de andere zo vlot mogelijk verloopt. De eerste president hebben van de Europese Gemeenschap brengt ook zijn zorgen mee. Blijkbaar heeft de koning het niet aan zijn hart laten komen. Maar natuurlijk zijn de koningen hier in het Westen helemaal niet meer te vergelijken met van de absolutistische koningen uit het verleden die over leven en goed van hun onderdanen meenden te kunnen beschikken naar eigen goeddunken…

Als we op het einde van het kerkelijk jaar het feest vieren van Jezus Christus, koning van het heelal, kan je je afvragen wat daarmee bedoeld wordt.  Vermoedelijk gaat het ook hier om iets heel anders dan wat je normaal van een aardse koning zou verwachten. Jezus zegt het zelf: Mijn koningschap is niet van hier. Dat hadden we trouwens zelf ook wel begrepen: Welke koning gaat er nu als zijn nauwste medewerkers uitsluitend wat eenvoudige vissers kiezen, een doortrapte belastingsontvanger, die vooral zijn eigen bankrekening vulde en dan nog iemand waarvan de anderen wisten dat hij een dief was; uitgerekend deze benoemt Jezus als penningmeester van de groep. Je zou op de duur zelfs aan zo’n koning beginnen twijfelen. En dat hebben zijn nauwste volgelingen ook gedaan. Zelfs na zijn verrijzenis stellen ze Hem nog de vraag: zeg, Heer, is het nu dat ge het koninkrijk van Israël gaat herstellen? En toch zegt Jezus aan Pilatus: Ja, koning ben ik! Dat kan Hij niet ontkennen.

Maar wat is dan dat koninkrijk van Jezus en wie is Hij als koning? Zijn koninkrijk bestaat op de eerste plaats uit levende stenen, uit mensen die in zijn spoor God aanvaarden als de bron van leven, als de bron van alle heil. Mensen die Jezus’ woord hebben geloofd dat God het heil wil van de mensen. Maar eigenlijk strekt zijn koninkrijk zich nog veel verder uit, zelfs over alle mensen, want door zijn levensoffer en zijn verrijzenis heeft Hij voor alle mensen de deur tot het heil, de deur tot God hart geopend. Je kan dat bijvoorbeeld opmaken uit het woord van Jezus tot de goede moordenaar, terwijl ze beiden op een kruis aan het sterven zijn: Jezus, denk aan mij wanneer ge in uw koninkrijk rijk gekomen zijt. Voorwaar, Ik zeg u: heden zult ge met Mij zijn in het paradijs.

We noemen vandaag Jezus zelfs koning van het heelal. Wij kunnen ons nauwelijks indenken hoe vanuit het nee van de mensheid tot God, vanuit de hoogmoed en eigengereidheid van de mens, ook van de moderne mens, ook het universum een smet over zich heeft gekregen. We zien dat op kleine schaal gebeuren op die kleine blauwe planeet waarop wij wonen en die zelfs vanuit de ruimte al haar pijnlijke wonden van natuurverontreiniging vertoont, en je kan je best indenken dat vanuit de invloed van de mensheid de verloedering van de ruimte zich ook uitbreidt. Er is echter ook dit geestelijk inzicht. In meer primitieve culturen en meer godsdienstige samenlevingen loofde de mens God om zijn groot werk van de schepping en het heelal. Die lofprijzing blijft nu achterwege…

Nochtans heeft Jezus die lof wel uitgesproken en door zijn verlossing van de mens heeft Hij ook zegen gebracht over de rest van de schepping. Daarom eren we Hem vandaag als koning van het heelal.

En toch blijven al deze inzichten wat in het luchtledige hangen als we vandaag niet zelf Jezus’ koningschap aanvaarden. Stellen wij ons leven onder zijn heerschappij? Zijn we ons ervan bewust dat door zijn levensoffer ons leven een definitief goede richting kan nemen? Dat we vanuit Hem de kracht krijgen om volgens Gods verlangen te leven en zo de weg naar het heil in te slaan?

Jezus Christus, koning van het heelal kiezen als Heer van ons leven. Naar Hem opzien om te weten waar de weg naar het heil ligt en bij Hem de kracht zoeken om die weg te kunnen gaan in dankbaarheid en innerlijke vrede. Zijn rijk is geen aards rijk, maar we mogen er hier op aarde al volop in intreden. ‘Stel niet uit, zeg tot Hem: Wees nu ook mijn Heer!’ (Ben Van Vossel)

JAAR B ZONDAG 33 (15 november 2009)

 

De tekenen van de tijd

Daniël 12,1-3 / Ps. 16,5 en 8,9-10, 11 Behoed mij, mijn God, tot U neem ik mijn toevlucht / Hebr. 10,11-14.18 / Mk. 13,24-32

Deze dagen leven veel mensen mee met de raadselachtige door van een kleine Marokkaanse jongen, Younes (Het vermiste jongetje Younes Jratlou is dinsdagavond dood teruggevonden in de Leie in Komen). Sommigen zijn vooral nieuwsgierig voor de uitslag van het autopsieonderzoek: gaat men nu weten hoe het jongetje aan zijn einde gekomen is? Gaat men de dader vinden? Was het onvrijwillige doodslag of moord? Andere personen hebben gewoon maar compassie met die kleine jongen en het lot dat hem beschoren was. Maar over enkele weken zullen al heel wat minder mensen begaan zijn met die kleine Younes.  Er zijn dan wel weer andere grote titels in onze dagbladen en op de teevee. De nationale interesse gaat dan wel weer naar andere zaken zoals je nu reeds in de dagbladen kunt opmerken.

En ondertussen tracht de kerk ons wat oplettend te maken voor iets essentieels. Niet gewoon het einde van de wereld waar Jezus zelf van zegt dat we gewoon niet weten wanneer dat eventueel zou plaatsvinden. Nee, de Kerk wil ons in feite uitnodigen om ons leven au serieus te nemen, en de tekenen van de tijd te verstaan. Ons leven ernstig opnemen wil natuurlijk niet zeggen dat alle vreugde en lachen moeten uitgeschakeld worden. Wel dat we onderscheid maken tussen wat in ons eigen leven nu echt van belang is en wat voor onze medemensen en voor de samenleving belangrijk is.

Het kan belangrijk zijn dat we mensen wat aan het lachen krijgen, er zijn immers mensen die omwille van allerlei zaken neerslachtig zijn geworden en het is beter te voorkomen dan te genezen. Maar als ik dan sommige plezante personen, of personen die plezant willen doen bezig hoor op de teevee, dan moet ik met het hoofd schudden. Wel, wel, ga je daar de mensen mee ophelpen? Met mensen en echt menselijke waarden volledig belachelijk te maken en te besmeuren? Als je liefde en menselijke relaties met alle goor overgiet, help je dan de mensen in hun relatie vooruit?

Als je pedofilie uit het verdomhoekje haalt en een pedofiel zijn theorie laat verkondigen van ‘dat kind was er gelukkig mee’, waar hebben de witte marsen dan toe gediend? Ik denk op zo’n moment: daar zijn ze weer, de mensen die vlak voor Dutroux ook probeerden de samenleving wat open te trekken met: dat moet kunnen. De tekenen van de tijd leren zien. We hoeven daarom niet met z’n allen begijn te worden, maar wel zouden we iets moeten leren uit wat we meemaakten.

Uiteindelijk komt het neer op de eeuwenoude wijsheid, dat we moeten zien wat echt blijvend is, echt waardevol. En nog verder komt het erop neer te zien wat volgens God echt waardevol is en ons daar zelf ook voor in te zetten. Dat vraagt natuurlijk om een doorgedreven onderscheiding. Wat zijn gewoon menselijke en kultuurgebonden opvattingen, wat is mijn eigen opvatting, en … wat zou Gods verlangen zijn? Vraagt God dat ik al zijn vijanden uitschakel, al wat in mijn ogen slecht is uitschakel? Dan zit ik wel in een heel primitieve manier van denken. Maar dat is iets anders dan alles maar zijn gang laten gaan zonder zelf uit te komen voor wat ik meen dat het goede is, wat ik, met alle respect voor andere opvattingen, meen dat het Gods verlangen is. God, van wie ik geloof dat Hij het geluk van de mens, van elk mens wil… De tekenen van de tijd leren verstaan. Waar komt het in deze tijd vooral op aan? Gaan we gewoon maar leven zonder nadenken? Gaan we onze verantwoordelijkheid nemen voor het geluk van de medemens en de opbouw van onze samenleving? Of leef ik gewoon mijn leventje en vul ik het met al wat ik aangenaam vind?

De kerk nodigt ons uit om mens te worden en onze verantwoordelijkheid op te nemen. Dan mogen wij volop rekenen op de inspiratie en de hulp van een God, die echt begaan is met de mensen en hun wereld. Zijn vrede mag wonen in ons hart. (Ben Van Vossel)

ALLERHEILIGEN (JAAR B (1 november 2009)

Geborgen in Gods liefde, overal, altijd!

Apocalyps 7,2-4.9-14 / Psalm 24 Wie zal beklimmen de berg van de Heer? / 1 Johannes 3,1-3 / Mathtëus 5,1-12a

Allerheiligen, Allerzielen. Het zijn dagen met een diepe betekenis, een ingrijpende betekenis juist omdat ze met zo’n ingrijpende zaken van het menselijk leven te maken hebben. Als het overlijden van een geliefde en de relatie die we met hem/haar hadden nog heel levendig is, kunnen het dagen van droefheid zijn; spijtig dat aan relatie een einde kwam, spijtig dat hij/zij zo heeft moeten afzien of dat het afscheid zo plots en brutaal was… Herfst, kou, nevel… het doet ons aan het einde denken, aan sterven en dood… En hoe je daar kunt mee omgaan…

Als christen krijg je vanuit je geloof ook bepaalde hulplijnen toegestoken. Als je door de dood verbroken banden, en de pijn die je gevoelsleven daarvan nog ondervindt, wat kunt laten temperen, dan kan iets van het blijde Nieuws van het Evangelie (dit woord betekent trouwens ‘Blij Nieuws’, goed nieuws), dan kan iets van dat Goede Nieuws ook ons hart bereiken.

En dat Blij Nieuws heeft veel aspecten. Ik wil er gewoon maar enkele van aanwijzen. Er is dat goede nieuws dat het einde, het schijnbaar einde, niet het einde is. Wel het einde van tranen en lijden, maar niet het einde van ons bestaan. Dat steekt in dat woord uit het laatste boek van de heilige Schrift: ‘En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij.' En Hij die op de troon is gezeten, sprak: `Zie, Ik maak alles nieuw'’ (OPENB.21,4-5). Onze naam, ons bestaan worden niet gewoon uitgewist, we blijven, voor eeuwig, niet gewoon voortlevend in de gedachte van de een of ander, we zijn er echt. Paulus noemt het wel een verheerlijkt bestaan, waarvan we ons verder geen voorstelling kunnen maken. (Lees maar eens 1 Kor. 15 helemaal).

Hiermee samenhangend is er ook het besef dat het afscheid van geliefden en naastbestaanden, geen definitief afscheid is. In de vrede en de liefde van de Heer blijven wij met elkaar verbonden, zelfs al kan in onze herinnering en ons gevoelsleven de aangevoelde sterkte van die band wat afzwakken.

Er is ook het besef van verbondenheid met die hele groep mensen die ons is voorgegaan, vooral de heiligen, bekende en onbekende heiligen, mensen die onze wereld mee gedragen hebben, die voor het goede hebben gekozen, voor eenvoud en dienstbaarheid, voor edelmoedigheid en inzet voor het geluk van anderen en van de wereld, mensen die ons ook vandaag nog tot voorbeeld zijn van oprecht beleefd geloof, geloof dat ze hebben doorgegeven en waarvan ze getuigd hebben door hun leven.

Allerheiligen brengt op die manier een diepe vreugde in ons hart omdat we even de ogen omhoog richten, een beetje weg van het alsmaar bezig zijn, het alsmaar bezig zijn met presteren, en rekenen en het gewin en succes achterna hollen… ten koste van gezondheid, gezinsleven, relatie met God…

We gaan beseffen dat het leven nog wel iets meer is en dat we zelf tot iets meer geroepen zijn… terwijl we bezig zijn hier op aarde. Onze blik wordt iets ruimer en we gaan iets helderder zien waar het in feite op aankomt in het leven, wat blijvende waarde heeft en wat gewoon te licht wordt bevonden in Gods ogen.  We vernemen dit overduidelijk in de lezingen van deze zondag. En zo gaan we wat meer rekening houden met het eigenlijke, met het echte. We beginnen een beetje te zien met Gods ogen.

Allerheiligen wordt zo opnieuw een grote genade. We voelen ons best thuis in deze wereld, midden de taak en de verantwoordelijkheden die ons worden toevertrouwd; we voelen ons ook thuis bij de mensen die ons zijn voorgegaan, de heiligen en die vele kleine heiligen en gewone mensen die overleden zijn maar die niet uit onze en Gods liefde zijn weggevallen. Zo kunnen we rustig op het kerkhof komen of in de kerk zingen en thuis gezellig samenzijn. We zijn thuis op meer dan één plaats. Gods liefde omgeeft en draagt ons… overal en altijd. (Ben Van Vossel)

 

ZONDAG 30 DOORHEEN HET JAAR B (25 oktober 2009)
Gelovig vertrouwen - Vertrouwen - Godsdienstige ervaring - Jezus volgen   

Jer. 31,7-9 / Ps 126 Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn we zo blij / Hebr. 5,1-6 / Mc 10,10,46-52 Blinde bedelaar Bartimeüs

 

Jericho, het palmenstadje gelegen tussen zandbergen. Een oude bekende stad in de Bijbel. De blinde Bartimeüs had er niet veel van gezien. Maar hij hoorde des te beter en hij heeft de gesprekken van zijn stadsgenoten goed beluisterd, hun verhalen over Jezus die met zijn leerlingen hun stad hadden aangedaan. Bartimeüs stond in twijfel of hij het wel zou aandurven om Jezus lastig te vallen. Hij had zich immers al verzoen met zijn lot als blinde. Maar als dat allemaal waar was wat over Jezus gezegd werd… 

 

Toen Jezus en zijn leerlingen dan de stad gingen verlaten zat Bartimeüs daar langs de weg en luidkeels roept hij “Jezus, Zoon van David (dat betekent zoveel als Messias), heb medelijden met mij”. En nu hij zich zo gecompromitteerd heeft met zijn geroep, is er geen stoppen meer aan, ook niet als men hem zegt van zijn mond te houden. Hij riep nog veel harder: “Zoon van David, heb medelijden met mij”.

 

En wat wij dan meemaken gaat in stijgende lijn. Geloof wordt vertrouwen, vertrouwen door dik en dun. En dan komt de ervaring: Hij maakt het mee dat hij genezen wordt, dat Hij zien kan. En dan is zijn geloof dat tot liefde wordt en tot volgen van Jezus. “Hij sloot zich bij Jezus aan op zijn tocht”.

 

En nu wij. Want de woorden van de Schrift zijn voor ons opgeschreven om ook ons te brengen tot geloof en vertrouwen en tot liefde, tot volgen van Jezus.

Maar, zal je misschien zeggen. Die zoon van Timeüs, die had natuurlijk iets heel sterks meegemaakt: de genezing van zijn blindheid… Dat zo iemand dan Jezus volgt , dat kan ik begrijpen…

Beweren we dan dat wij niets meegemaakt hebben? Dat wij geroepen hebben met gelovig vertrouwen en… dat we niets hebben mogen ervaren?

 

(Ben Van Vossel)

 

ZONDAG 29 DOORHEEN HET JAAR B (18 oktober 2009)
In eenvoud en hoop   
Jesaja 53,10-11 / Psalm  33,4-5.18-19.20 en 22 / Hebr. 4, 14-16 / Marc. 10, 35-45 of 42-45

In hun eerlijke berichtgeving spreken de evangeliën ons over de geest van arrivisme ten koste van anderen en van onbegrip tegenover het lijden van hun Messias… ondanks de vermaningen die ze geregeld van Jezus krijgen. Maar ze begrijpen het gewoon niet. En dat zal blijken tot Jezus zijn lijden binnentreedt en ze door zijn dood totaal gedesillusioneerd en gedesoriënteerd zijn. Petrus zei voor een paar zondagen aan Jezus: Dat verhoede God, Heer, zoiets mag u niet overkomen… Ga weg Satan, zegt Jezus, gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil. Vandaag krijgen Johannes en Jacobus, de zonen van Zebedeüs de volle laag.  Heerszucht mag bij u niet het geval zijn. Wilt ge echt groot zijn, wee dan de dienaar van allen. Ik ben gekomen om te dienen en mijn leven te geven als losprijs voor velen.

Ga met zo’n Messias naar de oorlog. Ge zijt op voorhand verloren. Maar Jezus krijgt ge niet van zijn stuk. Hij zal lijden en dood aanvaarden en zo zijn overwinning behalen…

Lijden en dood… Twee items die toch een vloek zijn op de mensheid, op het geluk van de mens… Lijden… Terwijl we vrolijk door de stad kuieren, de winkels bekijken, het is mooi weer… Lijden? Ja, niet ieder die we ontmoeten ziet er erg vrolijk uit. Ja, misschien verbergen de gevels wel heel wat lijden, pijn, gevoelens van onrust, kwaadheid, gekwetstheid… Als je hoort hoevelen zich in alcohol en drugs verdoven op de vlucht voor gevoelen van onbehagen… Hoeveel gebroken gezinnen, hoeveel kinderen die teveel of te weinig echt genegenheid en geborgenheid ondervinden en misgroeien door gebrek aan echt liefde… en zelf ook weer andere personen zullen kwetsen en gebruiken om hun eigen kwetsuren te ontlopen…

Lijden. We zijn geroepen om het lijden zoveel mogelijk uit de wereld te helpen. Er is veel te veel lijden dat er niet moest zijn, door de schuld van mensen en doordat we Gods schepping niet gebruiken voor het echte geluk van de mens. Er is teveel lijden en innerlijke onrust en onvrede in het hart omdat we te weinig luisteren naar Gods woord over onderlinge liefde en vergevingsgezindheid en omdat we te weinig God zelf betrekken bij ons leven. Een gebed om vergeving voor het slapen gaan en een innerlijk woord van vergeving naar mensen die het ons wat moeilijk maakten is het beste slaapmiddel…  En af en toe kunnen we ook eens denken aan de betekenis, de zin die Jezus aan het lijden gegeven heeft. Voor Hem bleek het de weg te zijn om tot de Vader te komen en om ook midden dat lijden toch de Vader toegewend te blijven…  Het kruisbeeld in ons huis mag ons daar toch wel aan blijven herinneren. Er is wel degelijk een breuk om vanuit dit aardse bestaan over te gaan naar de sfeer van Gods koninkrijk. Het kruis is onze garantie dat die overgang heilvol kan zijn, een belofte van eeuwig heil.

De bladeren beginnen af te vallen, de natuur moet zich immers vernieuwen. Paulus gebruikt in zijn eerste Korintiërsbrief het beeld van de stervende natuur om te spreken over de verrijzenis en de nieuwe bestaanswijze waartoe wij geroepen zijn. En het is inderdaad goed in dit seizoen vol verandering, een seizoen met zo’n mooie kleuren maar waarin we ook wat meer warmte opzoeken, ook eens naar binnen te treden in onszelf en ons daar te verwarmen aan de hoop die Gods woord en de verrijzenis van Jezus in ons hart hebben gelegd. Zo zullen we ons met Allerheiligen en Allerzielen niet enkel voeden met misschien wat treurige herinneringen maar zullen we ook met hoop in ons hart verder onze weg gaan om ooit thuis te komen bij Hem die ons is voorgegaan en die oorzaak is geworden van die blijde verwachting ook doorheen lijden en dood. (Ben Van Vossel)

ZONDAG 28 DOORHEEN HET JAAR B (11 oktober 2009)
Ons leven doorgilicht  
(Gen. 2,18-24 / Psalm 128,1-6 / Hebr. 2,9-11 / Marc. 10,2-16 (of 2-12)

We zijn zo vertrouwd geraakt, niet enkel met de echtscheidingen onder filmsterren en politiekers, maar ook in de gewone samenleving. Het gebeurt in onze eigen omgeving, in onze families, bij onze vrienden, zelfs bij mensen die wij als goede christenen beschouwden. Zo begint zich stilaan in onze eigen geest de gedachte of het aanvoelen te ontwikkelen, och, misschien is het allemaal zo erg niet, of: ja, als het echt niet meer gaat tussen twee mensen, is het misschien het best voor henzelf en hun kinderen dat ze maar uiteen gaan…

In het evangelie is de situatie en ook de vraag die aan Jezus gesteld wordt wel een beetje anders: Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten? Dat kan je natuurlijk erg egoïstisch verstaan Als en man zijn vrouw beu is, mag hij haar dan verstoten?  Op die manier gesteld, zou het antwoord van Jezus wel wat anders geweest zijn en een oproep om te veranderen van ingesteldheid. Maar, hoe de vraag ook bedoeld mag zijn: Jezus geeft het fundament aan van de huwelijkstrouw: God heeft deze twee gemaakt. Als ze zich met elkaar verbinden in het huwelijk, worden zij één, en deze verbintenis gebeurt onder Gods oog en wat God zo verbonden heeft mag een mens niet scheiden.

Zou God ondertussen van gedacht veranderd zijn? Gaat hij vandaag de dag wat meer rekening houden met moeilijker omstandigheden, met het psychologisch klimaat van onze samenleving waarin bijna de helft van de huwelijken op een scheiding uitloopt? Trouwens, gebeurt het niet vaker dat mensen eerst gaan samenwonen en pas daarna trouwen of zelfs helemaal niet trouwen? Zou God zelf nog goed weten wat de juiste houding daartegenover is?

We moeten het evangelie natuurlijk als geheel beschouwen. Dit stukje evangelie staat niet los van de rest. In de rest van het evangelie lezen wij bijvoorbeeld over het niet oordelen en veroordelen van mensen en dat het oordeel bij God ligt.  Dat maakt de zaak voor ons al wat gemakkelijker.  God gaat zijn weg met concrete personen…

Maar alle beschouwingen die we hierbij ook maken, stelt het evangelie van vandaag toch niet buiten werking. Jezus geeft hier wel degelijk de bedoeling van God met het huwelijk. En een fundamenteel gegeven in die huwelijksrelatie is de trouw. Mensen die zo nauw, tot in hun lichaam, met elkaar verbonden worden,  die mogen elkaar niet zomaar in de steek laten. Zeker niet omwille van futiliteiten. Ook niet omdat men een beetje uitgekeken geraakt op de ander. Op dat ogenblik  wordt duidelijk wat men de laatste jaren zo sterk reeds benadrukt heeft, dat huwen een werkwoord is. Dat je aan je huwelijk moet werken. Dat je creatief moet zijn om je relatie te verzorgen, op te frissen, te beschermen, te voeden…

In die zin is dit evangelie zo belangrijk. Het zegt niet, zoals velen in deze tijd zeggen: Gaat het niet goed meer met elkaar, zoek dan een andere relatie. Het evangelie neemt het huwelijk au sérieux. Weest elkaar trouw. Hoe je die trouw gaat toepassen is dan onze opdracht. Je gaat eraan werken. Je gaat met elkaar praten. Je gaat niet ieder je eigen weg. Je geeft elkaar wat ruimte, maar je gaat niet van elkaar weggroeien. Je laat je relatie niet in het gedrang brengen door een oppervlakkige nieuwe liefde, maar je herpakt je onmiddellijk. Je zoekt het positieve in elkaar, ook al ken je elkaar misschien al heel lang. Je bidt voor elkaar. Je bidt voor je huwelijk. Je vraagt God – die zich samen met jullie voor deze relatie heeft borg gesteld – opdat  Hij jullie zou helpen. Je bidt om vernieuwd te worden in je engagement van echtgenoot of echtgenote, van vader of moeder…

Misschien is het stukje evangelie dat op het einde nog aangeplakt wordt een bijkomende motivatie om de huwelijkstrouw ernstig op te nemen. Het gaat over Jezus’ liefde voor de kinderen. Misschien dat de oprechte bezorgdheid voor de kinderen sommige vaders of moeder ook kan helpen op bepaalde momenten om elkaar toch  trouw te zijn, uit zorg voor hun kinderen. Maar fundamenteel blijft het de roeping om met Gods hulp op een eerlijke en gemeende manier te bouwen aan die band, waarmee God jullie aan elkaar heeft gebonden.

In afgeleide betekenis kan de oproep tot trouw ook gelden voor ieder van ons, gehuwd of ongehuwd, die zich vanuit een roeping hebben ingezet om God te dienen in een of andere roeping of dienst aan mensen. (bvv)

 

ZONDAG 27 DOORHEEN HET JAAR B (4 oktober 2009)
Liefde en trouw  
(Genesis 2,18-24 / Hebr. 2,9-11 / Mk 10,2-16 of 10,2-12)

 

God is liefde. Dat staat zomaar neergeschreven in het Johannesevangelie en in de eerste brief van Johannes. God is liefde. W e mogen daar gerust aan terugdenken wanneer we in de eerste bladzijden van de Bijbel lezen dat God de mens heeft gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis. En Hij schiep hen man en vrouw.  De mens kreeg opdracht om vruchtbaar te zijn en de aarde te bevolken en om de schepping te behoeden.

Als je al die woorden wat laat samenvloeien komt je tot het grote mysterie van het huwelijk, van liefde tussen man en vrouw die met het kind als resultaat van vruchtbaarheid, ook teken mag zijn van Gods eigen mysterie. Een mysterie van liefde dat vruchtbaar is, dat mededeelzaam is. Het huwelijk wordt door Paulus inderdaad een mysterie genoemd, een sacrament, een zichtbaar teken van de liefde tussen Jezus en de kerk, vaar wie Hij zich gegeven heeft.

Al deze mooie woorden worden echter belachelijk gemaakt als we zien tot welke laagten seksualiteit, huwelijk, huwelijkstrouw, liefde worden neergehaald in de samenleving, in de media en in allerlei kunstvormen.

Liefde, tederheid, wederzijds respect, gegevenheid, ja, liefde die vooral ook het geluk van de ander op het oog heeft en de edelmoedigheid om je liefde ook vruchtbaar te laten worden in kinderen, dat alles lijkt de waardering niet meer te hebben van een moderne samenleving, en in ieder geval komt het heel wat mensen voor als een niet te bereiken en zeker niet vol te houden ideaal…

Hoe gaat zo’n samenleving waarden doorgeven aan kinderen en jonge mensen…

Het huwelijk wordt nog maar matig ondersteund. Er werd zoveel aandacht gegeven – ook en vooral door de media – aan echtscheiding, aan nieuw samengestelde gezinnen, aan anders geaard zijn, aan anderssoortige relaties dan de exclusieve relatie tussen man en vrouw… zodanig werden huwelijk en gezin uitgebeend dat de onvervangbare waarde van het monogame huwelijk compleet onderbelicht blijft en te weinig als ideaal aan jonge mensen wordt voorgesteld.  Het grote aantal echtscheidingen en de ruchtbaarheid die eraan wordt gegeven, maakt jonge mensen ook erg onzeker over de duur van hun relatie en de sterkte van hun wederzijds engagement…

Maar weinig jonge mensen krijgen ook nog waarden voorgesteld als zelfbeheersing, verzoening, een relatie die aan God wordt toevertrouwd, niet enkel op de dag van het huwelijk maar in persoonlijk en gezamenlijk openstaan voor gebed en sacramenten, waarin we geënt zijn op Gods eigen liefde. Zelfs in christelijke vormingsprogramma’s wordt er over gezwegen… Maar als men zich naar het verlangen van God wil richten, met een gekwetste menselijke natuur, dan zal men daar toch ook de kracht voor moeten zoeken in de relatie met God, die liefde is, en naar wiens beeld en gelijkenis wij gemaakt werden.

Laten we dan maar bidden voor de gehuwde mensen, vooral voor hen die zich voor het altaar met elkaar verbonden hebben, dat ze mogen groeien in liefde, tederheid, trouw, vergevingsgezindheid, inzet en geborgenheid voor de kinderen, maar dat zij ook sterk verbonden mogen zijn met Hem die het geheim van alle echte liefde heeft… De Drieëne God, die liefde is en die zijn kinderen gelukkig wil zien. (Ben Van Vossel)

 

ZONDAG 26 DOORHEEN HET JAAR B (27 september 2009)
Wat vind God ervan?  
Num. 11,25-29 / Ps. 19, 8,10, 12-13, 14 / Jak. 5,1-6 / Mk 9, 38-43.47-48

 

Mensen zijn jaloers op anderen, kunnen niet verdragen dat een ander wat succes heeft of van dezelfde voordelen geniet als wij… De vrienden van Mozes waren geschokt dat de Geest van God ook over een paar andere mannen zond buiten de 70 oudsten die in de Verbondstent waren; de apostel Johannes was er niet over te spreken dat iemand duivels uitdreef onder aanroeping van Jezus’ Naam…

We zijn soms toch wel echt menselijk, àl te menselijk bezig bij onze beoordeling van mensen en gebeurtenissen…

Zowel dat gebeuren in het kamp van de Israëlieten als wat Johannes meende te moeten opmerken, zijn voor ons een uitnodiging om ons nog meer te laten leiden door het oordeel van God, door wat God vindt over het denken en spreken en handelen van onszelf en van anderen… Eigenlijk gaat het over dit fundamentele: God moet het voor het zeggen hebben in ons leven. Wij moeten met God voor ogen leven, ons denken en spreken en handelen confronteren met Gods woord, met wat we vermoeden dat Gods beoordeling is.

Om dit goed te kunnen onderscheiden kunnen wij eens luisteren naar wat wijze mensen zeggen, naar wat gelovige mensen zeggen. Hier moeten we wel de bemerking bij maken dat het niet teveel menselijke tradities zijn die wij in plaats stellen van wat Gods verlangen is. Als mensen in bepaalde tradities zich te buiten gaan aan eremoord, om de eer van de familie te redden, dan beweert men nogal eens dat dit ook Gods verlangen is, terwijl dit gewoon een overigens weinig verheven traditie is van nomadenvolkeren. Ook als christenen moeten wij opletten dat we niet ons eigen verlangen, ons eigen oordeel gaan beschouwen alsof het ook Gods oordeel is.

Wij zullen dus ook en vooral naar Gods woord in de Schrift luisteren en naar de interpretatie van dat woord door het leergezag. Bij ons uiteindelijk oordeel en handelen volgens ons geweten zullen wij ook rekening moeten houden met dat dubbele principe: liefde in waarheid. Zoveel mogelijk die twee trachten samen te houden in ons oordeel en ons gedrag.

Och, zegt Jezus tot Johannes: “iemand die een wonder doet in mijn Naam zal niet zo grif ongunstig over Mij spreken. Wie niet tegen ons is, is voor ons…”. Dat is het rustige en wijze oordeel van Jezus. Even rustig had Mozes gereageerd op mensen die kwaad kwamen spreken van deze die buiten de Verbondstent ook Gods Geest hadden ontvangen: mijn heer, dat moet u hen verbieden. Mozes zei hem: “Waarom komt u voor mij op? Ik zou willen dat heel het volk van de Heer profetieën utisprak en dat de Heer zijn geest op hen legde”. (Num. 11,29).

In het evangelie geest Jezus onmiddellijk na zijn reactie een uitnodiging tot broederliefde.

Maar het hele vervolg van dit evangelie is dan een uitnodiging om de keuze voor God radicaal te laten zijn, je hele leven af te stellen op Gods verlangen, en alles daar achter te stellen. Gods verlangen eerst! Nogmaals, we moeten wijs zijn in het beoordelen van wat God wil.. God gaat niet in tegen het gezond verstand (tenzij in gevallen zoals dat van Damiaan die zich helemaal in dienst stelde van de melaatsen), Gods verlangen gaat niet in tegen de liefde in waarheid, God verlangen kleineert de mens niet, geen enkel mens…

Laten we bidden om Gods Geest opdat we de wijsheid zouden hebben en de juiste onderscheiding bij het beoordelen van het denken en spreken en handelen van onszelf en van anderen, ook van wat in onze wereld gedacht en gezegd en gedaan wordt. Kom, heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van de liefde. Zend uw Geest en alles zal worden geschapen en Gij vernieuwt het gelaat van de aarde.  (Ben Van Vossel)

ZONDAG 25 DOORHEEN HET JAAR B (20 september 2009)
Dienen in plaats van overheersen 
Wijsheid 2,12.17-20 / Psalm 54 3-4, 5, 6 en 8 / Jak. 3,16-4,3 / Marc. 9,30-37

Als je over jezelf spreekt of schrijft, ga je eerder iets goeds vertellen dan je stommiteiten in het licht te stellen. In het evangelie worden echter ook de kleine kanten van de apostelen en leerlingen van Jezus vermeld. Je zou kunnen zeggen dat dit een van de tekenen is van de oprechtheid en de authenticiteit van de evangeliën. Ze vertellen het goede, maar ook wat er in de eerste christengemeenschap of de Jezusgemeenschap mank liep. Vandaag horen we weer zoiets waarvan je zou zeggen: hoe is het mogelijk! Een paar leerlingen hebben op de heilige berg iets van deheerlijkheid van de Heer Jezus mogen zien. En nu is Jezus op weg doorheen Galilea, Hij wil zijn volgelingen, speciaal de twaalf inwijden in het mysterie van zijn lijden, zijn dood en verrijzenis. De leerlingen staan er wat bedremmeld bij, maar ze vragen geen verdere uitleg. Zo komen ze in Kafarnaüm waar Jezus woonde, misschien in het huis van Petrus, en dan komt naar voor wat hen echt heeft bezig gehouden onderweg. Jezus vraagt hen: “Waar hebben jullie onderweg over getwist”. Getwist? Een nogal hoogoplopende woordenwisseling gehad? Er komt geen antwoord. Marcus, die het vermoedelijk onthouden heeft uit de verkondiging van Petrus schrijft in zijn evangelie: “Maar zij zwegen, want ze hadden onderweg een woordenwisseling gehad over de vraag wie de grootste was”, wie van hen de voornaamste was, de onmisbare, de leider, de adjunct van Jezus, de eerstenminister, de premier!. Ze zwegen, want meteen is hun frank gevallen en ze zitten daar allemaal met rode wangen. Hoe dwaas en ongevoelig hebben ze zich aangesteld! Jezus heeft het over zijn lijden en dood, zijn gegevenheid tot het uiterste… en zij lopen te twisten wie van hen de voornaamste is!  Kinderachtig, zouden we meteen denken, maar hoe vaak gebeurt het niet onder volwassenen… Jezus roept zijn leerlingen wat dichter bij zich, want de grote les moet nog komen: “Als iemand de eerste wil zijn, zal hij de laatste van allen moeten wezen en de dienaar van allen”. Dat is geen theoretische les, dat is de les van Jezus’ leven.  Hij was de eerste, Hij was de voornaamste, en Hij is op de laatste plaats gaan staan. Dat is de les van zijn leven. Paulus beschrijft het in zijn brief aan de christenen van Filippi: “Hij die bestond in goddelijke majesteit, zo schrijft hij over Jezus, Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en heeft het bestaan van een dienaar op zich genomen, Hij is aan de mensen gelijk geworden.” En dat is nog iet alles, schrijft Paulus: “ En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd, Hij werd gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan een kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven” (Fil.2,8-9).

Die les wil Jezus aan zijn leerlingen meegeven… Maar om eerlijk te zijn, moeten ze daarna toch nog vertellen – en ook dat staat in het evangelie genoteerd - dat ze ook die les niet begrepen hebben, want toen het er op aankwam, toen Jezus gearresteerd werd en aan het kruis werd gespijkerd… hebben ze Hem in de steek gelaten en meenden ze dat alles voorbij was, het mooie verhaal van Jezus, een grote mislukking…

Zo is dit evangelie voor ons nu een bemoediging met betrekking tot Hemzelf: Jezus heeft het voorzegd dat Hij doorheen lijden en dood zou moeten gaan om tot de verheerlijking te komen. Ontgoocheling over wat Jezus is overkomen hoeft er bij ons niet te zijn. Paulus kon zelfs schrijven: wij roemen in het kruis van de Heer Jezus Christus, in Hem is ons heil, ons leven en verrijzenis, door wie wij verlost en bevrijd zijn (naar tekst van Ignace De Sutter).

Maar gaan ook wij luisteren naar de les die Hij ons geeft, in het evangelie en in Hemzelf, in zijn leven: “Als iemand, zoals Jezus zelf, zijn leven waardevol wil maken, volgens het verlangen van de Vader, zal hij zoals Jezus ook als dienaar van allen moeten zijn”. Dit vraagt van ons een radicale ommekeer. Zelfs als we al lange tijd met Jezus op weg zijn, moeten we ons toch nog telkens weer afvragen of ons leven nog voldoende gelijkt op Hem die de dienaar van allen is willen worden, omdat God liefde is en omdat wij naar Gods beeld geschapen zijn. Enkel in die lijn krijgt ons leven zijn echte vervulling, zijn voltooiing in de richting van die oorspronkelijke bedoeling van God met ons. (Ben Van Vossel)

ZONDAG 24 DOORHEEN HET JAAR B (13 september 2009)
Kiezen om Gods wil te doen 
Jesaja50,5-9a / Psalm 116 / Jakobus 2, 14-18 / Marcus 8, 27-35)

Vrienden, in zijn brief blijft Jacobus maar hameren op het gelovig inzicht dat je geloof, je christelijke overtuiging gepaard moet gaan met daden. En hij heeft het dan vooral over de liefde: wat baat het mensen in nood het beste toe te wensen, wanneer je in feite niets doet om die mensen te helpen. Zo maak je je wensen tot een lachertje en je geloof tot een lege doos. Je moet leven vanuit je geloof, maar je moet ook leven volgens je geloof, je moet je geloof beleven in de praktijk van het dagelijks leven.

Als Jezus gezegd had: mensen ik hou van jullie allemaal, maar Hij had niets ondernomen om die liefde gestalte te geven in zijn komst, in zijn verkondiging, in zijn daden van goedheid, in zijn lijden en sterven uit liefde om ons de weg naar het geluk weer open te stellen… dan zouden we daar weinig aan gehad hebben. Maar Jezus is gekomen en heeft alles vervuld wat moest gedaan worden om de mens te redden.

Petrus heeft het er moeilijk mee gehad. Hij geloofde in Jezus als de Messias, de Gezondene van God. Maar, die Messias moest een succesvolle figuur zijn. Dat zou natuurlijk magnifiek geweest zijn. Een koning, een keizer, een wonderdoener, een miljardair die heel zijn bezit uitdeelt om mensen gelukkig te maken… Een weldoener war je alles van gedaan krijgt, die gereeds staat om al je verlangens en grillen te voldoen…

Het zag er een beetje naar uit met Jezus… maar Hij had wat beter op zijn worden moeten letten om niet in aanvaring te komen met wetgeleerden en hogepriesters, Hij had niet mogen verworpen worden door de machtigen, Hij had aan het lijden moeten weten te ontkomen en zich helemaal niet aan een kruis laten spijkeren als een misdadiger en sterven…

Maar dit alles is toch gebeurd. Aanvankelijk schaamden de christenen zich over het feit van Jezus kruisdood. Tot ze stilaan en stilaan met meer klaarheid en overtuiging inzagen dat de kruisdood zelfs kon gezien worden als het toppunt van Jezus’ liefdedaad. Zozeer heeft God de wereld liefgehad… En Paulus durft zelfs schrijven: Wij roepen in ’t kruis van de Heer Jezus Christus (naar GAL.6,14).

De afstand tussen God en de mens was zo groot dat enkel Christus, Gods Zoon in staat was die muur af te breken door zich totaal te geven, radicaal te leven als kind van God, zonder te buigen voor menselijke overleveringen… Hij ging de weg die God wees, Hij sprak de woorden die moesten gesproken worden… Totaal in dienst van God. Zo verloste Hij de wereld van het onvermogen om aan God toegewijd te zijn, beeld van God te zijn, te leven volgens Gods verlangen…

Jezus laat zich niet van die weg afbrengen, zelfs niet door Petrus die nochtans juist zo’n mooie geloofsbelijdenis had afgelegd en die Jezus zeer genegen was. Jezus zegt hem: “Ga weg, Satan, terug! want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.”

Jezus ging Gods weg. En wat doen wij? Onze huid redden? De zaak verstandig bekijken? Gewoon maar leven dag in dag uit, zonder ons veel af te vragen wat God nu eigenlijk wel zou willen? Er zit in ons nog steeds een diep wantrouwen naar God toe: wil Hij wel mijn geluk. De Schrift en de echte geloofsgetuigen die ons zijn voorgegaan zeggen eenstemmig: wat God wil is: het geluk, het echte geluk van de mens!

Laten wij ons op die weg begeven. Ons bewust afvragen waar Gods verlangen ligt, vandaag, in wat ik meemaak en zou moeten zeggen en doen. Wat wil God? En wat zijn alleen maar menselijke bedenksels. Laten wij die sprong in de werkelijkheid wagen. Wie zijn leven verliest omwillen van Mij en het Evangelie (het Blijde Nieuws) zal het redden, zegt Jezus ons vandaag.  (Ben Van Vossel)

ZONDAG 23 DOORHEEN HET JAAR B (6 september 2009)
Al weldoende rondgaan 
JES.35,4-7a /  1-5 / Mc.7,3137

Het evangelie van vandaag besloot met die mooie slotzin: Buiten zichzelf van verbazing riepen zij uit: “Hij heeft alles wel gedaan, Hij laat doven horen en stommen spreken.”

En zo was het ook. “Hij ging weldoende rond” lezen we in  (HAND.10,38).  Jezus was werkelijk het zichtbare teken van Gods liefde voor de mens. En speciaal voor de men in nood. Daarom vond Jacobus het ook zo erg wanneer eenvoudige en arme christenen in de bijeenkomsten soms vernederd werden en scheef bekeken, of gewoon niet meetelden en moesten plaats ruimen voor rijken en mensen van aanzien. In Jezus openbaar optreden valt het voortdurend op hoe Hij zich wendt naar noodlijdenden, zieken, melaatsen, zondaars en de vele gewone mensen aan wie Hij het Blijde nieuws van Gods liefde verkondigt en laat ervaren metterdaad.  Het waren duidelijke tekenen dat God van de mens houdt, van de concrete mens. Jezus maakte dat zichtbaar en tastbaar.

We mogen echt niet blijven staan bij die vaststelling. We moeten ons afvragen in hoever wijzelf ook Gods liefde zichtbaar en tastbaar maken, hoe wij wellicht voor noodlijdenden, eenzamen, zieken en verwaarloosden iets kunnen betekenen.  Meestal maken wij die overgang iet van Jezus naar onszelf. Wij blijven meestal staan bij de toepassing: hoe doet de Kerk dat vandaag. Maar dat moet niet onze slotvraag zijn, want de Kerk, dat zijn wij. Er is geen kerk zonder leden, zonder mensen, zonder … ons. De zichtbare kerk, dat zijn de christenen, dat zijn wij…

Daarom die vraag nog eens: hoe zien de mensen van vandaag nog Gods liefde, waar zien ze het voorbeeld dat Jezus gesteld heeft en waardoor de mensen uitriepen: Hij heeft alles wel gedaan?

We moeten het niet te ver gaan zoeken. Vragen wij onszelf gewoon af: waar heb ik vandaag de zorg van God zichtbaar gemaakt naar mensen? Wat ga ik vandaag doen opdat Gods zorg, en mededogen en barmhartigheid en tederheid zichtbaar en tastbaar wordt…

Het is niet zeker dat op ons gedachtenisprentje ooit zal staan: Alles heeft hij/zij wel gedaan. Maar in ons zal Gods liefde zich hebben kunnen uitleven, en dat is goed, want Hij heeft ons gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis, en dat is ons leven in ieder geval een geslaagd leven.

Vragen wij dan aan God dat ons leven mag gelijken op dat van Jezus. Dat wij in plaats van de gerichtheid op onszelf wat meer gericht mogen zijn op Hem en vanuit de gezindheid van Jezus mogen leven, bezield door de heilige Geest opdat wij doorzichtiger mogen worden voor Gods liefde die dan ook de mensen om ons heen zal kunnen bereiken. (Ben Van Vossel).

Jakobus 2,1 Broeders, gij die gelooft in onze Heer Jezus Christus, de Heer der heerlijkheid, verbindt dit geloof toch niet met partijdigheid en vleierij. 2 Ik bedoel dit: veronderstel, er treedt in uw samenkomst een man binnen, keurig gekleed en met gouden ringen aan zijn vingers, en tegelijkertijd komt er ook een arme aan in schamele kleren; 3 als gij nu opziet tegen de rijkgeklede man en hem een ereplaats aanbiedt, terwijl gij tegen de arme zegt: `Blijf daar maar staan,' of: `Ga hier op de grond zitten, bij mijn voetbank' 4 maakt ge u dan niet schuldig aan een kwaadaardig soort discriminatie? 5 Luistert, lieve broeders: God heeft de armen naar de wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof en erfgenamen van het koninkrijk dat Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.

 

ZONDAG 22 DOORHEEN HET JAAR B (30 augustus 2009)
Gods Woord bereidvol aanvaarden en in praktijk brengen 
Deut. 4, 1-2. 6-8 / Ps.15, 2-3a, 3c-4ab, 4c-5 / Jak. 1,17-18.21b-22.27 / Mk. 7, 1-8.14-15.21-23

Als je de eerste lezing van vandaag leest en daarna het evangelie, dan klinkt het woord van Jacobus zo overduidelijk in de oren en raakt het ons hart: “Neem met zachtmoedigheid het woord van God aan dat in u werd geplant en dat de kracht bezit uw zielen te redden. Wordt uitvoerders van het woord en niet alleen toehoorders”.

“Neem met zachtmoedigheid het woord van God aan”. Met wat een hardheid werd Jezus’ woord en zijn optreden onthaald door de heersende kaste van zogenaamd godgelovenden. Er werd niet echt geluisterd, er werd niet met ontvankelijkheid gekeken naar wat Hij deed.  Het was meestal vitten over kleinigheden, zoals dat eten met ongewassen handen door sommige van Jezus’ leerlingen. Alsof gewone werkmensen zich dat allemaal konden aantrekken, zo eens eventjes uw wijsvinger en duim in een vaatje water dompelen alvorens te eten. Die mensen hadden dat toch niet steeds bij de hand… Daarom stellen ze Jezus die in hun ogen gewichtige vraag: “Waarom gedragen uw leerlingen zich niet volgens de overlevering van de voorvaderen, maar eten zij met onreine handen ?”

Nu zouden we zeggen: Jongens, waar zijn we mee bezig! Is dàt nu echt de hamvraag van het moment? Zijn er geen belangrijker zaken? Toegegeven, misschien voelen wij in deze tijd minder het belang aan van die zaken, en de samenhang met andere, misschien gewichtiger voorschriften van de Tora…

Maar toch wil ook Jezus daar niet echt aan toegeven. Hij leert dat het belangrijker is God te dienen met het hart. Eten met ongewassen handen maakt je niet tot een slecht mens. Maar als je hart slecht is, egoïstisch, hoogmoedig, genotziek, begerig, losbandig, kwaadaardig… en als je aan al dat slechte toegeeft, dàn pas ga je echt in tegen Gods verlangen.

Waarschijnlijk wil Jezus niet heel die joodse gebruiken onder tafel vagen, maar Hij wijst er wel op dat we het belangrijkste niet mogen vergeten.

Welnu, de Farizeeën die hier bedoeld worden, keken alleen maar naar het uiterlijke, en dat bespioneerden ze als het ware bij de leerlingen van Jezus… gewone mensen, zonder al die spitstechnologie van honderden geboden en verboden en voorschriften…

Je moet een ontvankelijk hart hebben zegt Jacobus in zijn brief. “Neem met zachtmoedigheid het woord van God aan”. Luister naar wat God echt zegt, en proef daarin de goede bedoelingen, de liefde, Gods verlangen naar jouw geluk… Wees zacht van gemoed, heb een ontvankelijk hart… Gods woord heeft de kracht om u te redden, om u nu en voor altijd gelukkig te maken. Dat is Gods diepste bedoeling. Heb je dat al door?

Maar Gods woord stelt ook zijn eisen. Respect voor God en dankbaarheid, dat zeker. Maar ook het volgende: “Zuivere en onbesmette vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit: weduwen en wezen opzoeken in hun nood en zichzelf vrijwaren voor de besmetting van de wereld”.

Echte godsdienstigheid is niet wereldvreemd. Het vraagt ook een engagement. Inzet in deze wereld. Wat zijn die wezen en weduwen in onze tijd? Wat waren ze voor pater Damiaan? En voor moeder Teresa van calcutta? En voor pater Pire? En voor moeder Emmanuelle? Wat zijn ze voor ons, die mensen in wie wij God raken omdat ze zijn kinderen zijn, zijn meest behoeftige kinderen?

Zijn het de 100 miljoen straatkinderen die in onze wereld leven? Zijn het drugverslaafde jongeren? sex en gokverslaafden? Gezinnen met een alcolholverslaafde? Ongehuwde moeders? Is het een vergeten zieke of bejaarde uit onze eigen omgeving? Zijn het de door onze media en BV’s misleide jongeren die de weg van vermenselijking opgeven en slechts leven voor genot en oppervlakkigheid?

Ieder van ons moet op de eigen kleine plaats waar we leven onderscheiden waar wij iets kunnen doen om ons geloof in God ook in praktijk te brengen bij de opbouw van een betere en meer menswaardige wereld. (Ben Van Vossel)

 

 

ZONDAG 21 DOORHEEN HET JAAR B (23 augustus 2009)
Voor wie kies jij? 
Jozua 24,1-2a. 15-17.18b / Ps. 34,2-3, 16-17, 18-19, 20-21, 22-23 / Ef. 5,21-32 / Joh. 6,60-69

    Jezus kunnen wij van alles in de schoenen schuiven. Ik bedoel: we kunnen Hem allerlei goede dingen toeschrijven en toch aan Hemzelf voorbij lopen. De mensen in zijn tijd zagen het goede dat Hij deed, de genezingen, zijn vriendelijkheid, zijn aandacht voor kleinen en zondige mensen die zich wilden bekeren, zij aten van het brood dat Hij hen gaf in de woestijn en Hij kon zo mooi en krachtig spreken… Men zag Hem op de duur een beetje als een speelgoedkoning, die altijd maar met mooie speeltjes afkomt, steeds goedlachs… Maar nee, Jezus kwam op sommige momenten ook veeleisend uit de hoek, met straffe uitspraken. Hij stelde je soms voor keuzen. Dat lag wel in zijn woorden en daden ingesloten, maar de mensen hadden het niet altijd door. Hij moest dus soms eens goed en duidelijk doorspreken en dan moest men maar steunen op wat men in feite reeds had mogen meemaken, mogen horen en zien…

    Jezus heeft wat te nadrukkelijk gezegd dat Hij het Brood uit de hemel is, dat Hij de Gezondene van de Vader is en dat ze dus voor Hem moeten kiezen willen ze helemaal in het verlangen van God zijn. En Hij spreekt nog straffere taal als Hij het heeft over de Eucharistie: men moet zijn Vlees eten en zijn Bloed drinken. Dat is gewoon onverstaanbaar en onaanneembaar… hoewel Jezus door zijn wandelen over het water het teken had gesteld dat zijn lichaam niet steeds onderworpen is aan de natuurwetten en Hij had in de broodvermenigvuldiging het teken gesteld dat Hij eten kon geven aan zeer velen… Maar hun Euro was niet gevallen maar ergens blijven steken. Zij bleven staan bij het onmiddellijk tastbare en genietbare. Zij zagen die wonderen niet als tekenen van een diepere werkelijkheid. “Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?”. Jezus zegt dat ze het op het vlak van de geest moeten zoeken, niet op het vlak van het onmiddellijke: “Het is de geest die levend maakt, het vlees is van geen nut”...  Tengevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en verlieten het gezelschap.”

Je zou dan veronderstellen dat Jezus wat gas zou terugnemen, maar nee, hier moet een radicale keuze gemaakt worden. Ze moeten Jezus aannemen zoals Hij is en met de Boodschap die Hij verkondigt. Ook de twaalf moeten kiezen: “Wilt ook gij soms weggaan?” Dit is geen vraag van een totaal gedesillusioneerd iemand, die zijn depressie nog wat gaan uitdiepen. Nee, er moet gewoon gekozen worden nu: voor een speelgoedkoning of voor de Gezondene van de Vader, met alles erop en eraan.

    Simon Petrus antwoord voor zichzelf en de andere apostelen: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt”, de uitverkorene, de Gezondene van de Vader.

Dat is kiezen. En voor die keuze worden ook wij gesteld deze zondag. Klamp ik me vast aan het materiële, het bijkomstige, het aardse, of reik ik daarboven ook uit naar God, naar de toekomst die in zijn hand ligt, naar het Blij Nieuws dat Jezus gebracht heeft? Of laat ik me enkel leiden door winst, door mediaklap, door tot de aarde beperkte verlangens? Kiezen.µ

In de eerste lezing hoorden wij hoe Jozua, de opvolger van Mozes aan zijn mensen zegt: Als ge de Heer niet wilt dienen, kies dan wie gij wel dienen wilt. Kies voor de afgoden van uw voorouders of voor de goden van de Amorieten in wier land gij nu woont. In ieder geval: ik en mijn familie, wij dienen de Heer.” Het volk is zich bewust dat ze inderdaad een keuze te maken hebben en ze denken na over wat ze hebben meegemaakt en over de gevolgen van een en ander. Ze antwoorden: “Wij denken er niet aan de Heer te verlaten en andere goden te vereren. De Heer onze God heeft ons en onze vaderen uit Egypte geleid, uit het land van de slavernij. Hij heeft voor onze ogen grote tekenen verricht en ons geschermd op al onze tochten en tegen alle volken waarmee wij in aanraking kwamen. Ook wij willen de Heer dienen, Hij is onze God.”

Vrienden, welke keuze maken wij vandaag maar ook op de andere dagen van ons leven. Verliezen wij onszelf in het al te aardse en in beperkte verlangens of hebben wij door dat God ons het echte geluk en het echte leven voor ogen stelt. Zeg vandaag aan de Heer dat je naar Hem wil luisteren, zijn verlangen wil doen en zo de weg opgaan naar het eeuwige, het echte leven.  (Ben Van Vossel)

 

ZONDAG 20 DOORHEEN HET JAAR B (16 augustus 2009)
Jezus nodigt  u uit aan zijn tafel
De Wijsheid heeft een tafel aangericht Spreuken 9,1-6 / Ps. 34,2-3,10-11,12-13, 14-15 / Ef. 5,15-20 / Joh. 6,51-58

De Wijsheid, die in het Oude Testament als een Persoon wordt voorgesteld en die voor de Kerkvaders gezien werd als een voorafbeelding van Christus, nodigt de mensen uit om de weg naar het echte leven te gaan: “Wie onervaren is kome hierheen en wie geen inzicht heft, laat hem tot bezinning komen: kom en eet van mijn brood, drink van de wijn die ik gemengd heb… bewandel de weg van de wijsheid.” (Boek van de Spreuken 9, 5-6)

Het is niet zo verwonderlijk dat de eerste  christenen, die Joodse mensen waren, in dat woord van de Wijsheid Jezus zelf hoorden. Er waren immers verscheidene van zijn woorden overgeleverd waarin Hij de mensen opriep om tot Hem te komen. Hij gaf mensen te eten, in overvloed te eten. En op bepaalde momenten sprak Hij over zichzelf als over het Brood van het leven.  Sterker nog, Hij sprak voor Joodse oren soms onaanvaardbare woorden: “als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven”. De evangelist Johannes, die in het Grieks schrijft, doet er zelfs nog een schepje bij, hij schakel over van het woord eten (fagein, vgl. fagomai) naar het woord kouwen (troogein, rauw eten), om duidelijk te maken hoe de christengemeenschap het verstond. Niet enkel dat men Jezus moest aanvaarden in zijn leven, hun leven op Hem moest bouwen, maar dat woord ‘kouwen’ betekent dat men Jezus ook op een sterke wijze kon ontmoeten in dat uitzonderlijk teken van Brood en Wijn in de Eucharistie.

De christen die ingaat op de uitnodiging van de Heer en met diep vertrouwvol geloof en liefde deelneemt aan de heilige maaltijd waarin we gewoon maar wat brood, al of niet gedompeld in wat wijn, tot ons nemen nadat de priester er de heilige Geest over heeft aangeroepen en de woorden heeft uitgesproken waarmee Jezus deze heilige maaltijd heeft ingesteld… deze christen mag de sterke aanwezigheid van de Heer ervaren. Hij wordt innerlijk gevoed en gesterkt in geloof, hoop en liefde. Hoe sterker ons geloof en liefde is waarmee we de Heer ontmoeten in de heilige Eucharistie, des te sterker wordt ook de uitwerking van deze ontmoeting in ons leven. Gods Geest gaat krachtige in ons werken. Ons leven ondergaat een transformatie die je gaat merken doorheen de jaren. Je gaat de oppervlakkigheid en schijn doorzien van zaken en personen waar de wereld voor applaudisseert of waardoor de menigte zich laat misleiden. We gaan in ons innerlijk de kracht vinden om op te staan uit zonde en zwakheid, de kracht en de inspiratie om voor het ware, het goede en echt schone te kiezen, om ons in te zetten voor een echt betere wereld en voor de dienst aan kleinen en behoeftigen. Het is de gezindheid van Jezus die stilaan sterker gaat leven in ons…

Wekenlang heeft de kerk ons door Jezus laten uitnodigen om tot Hem te komen, om Hem te zien als de echt voedsel voor ons innerlijk, en tot Hem te komen ook in het heilige teken van de Eucharistie.

Laten wij ons aanspreken door deze woorden en Jezus het hoge woord laten voeren in ons leven. Hem laten meespreken over ons doen en laten, over onze relaties en onze omgang met medemensen, over onze inzet in kerk en samenleving… En laten wij daartoe licht en kracht zoeken in geregelde deelname aan de heilige maaltijd. De Wijsheid heeft een maaltijd aangericht en zegt: “kom en eet van mijn brood, drink van de wijn die Ik gemengd heb. Bewandel de weg van de Wijsheid.”  (Ben Van Vossel)

ZONDAG 19 DOORHEEN HET JAAR B (9 augustus 2009)
Sta op en eet anders gaat de reis uw krachten te boven 
1 Kon 19,4-8 / Ps 34 Let op en bemerk hoe genadig de Heer is / Ef. 4,30-5,2 / Joh 6,41,51 Het brood dat ik zal geven is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld

Sta op en eet, anders gaat de reis uw krachten te boven

Jezus wil in het evangelie nog maar eens duidelijk maken dat het echte heil alleen bij Hem te vinden is. Hij is het levensbrood dat de Vader ons aanreikt. Met heel ons wezen zouden wij nadrukkelijker voor Jezus moeten kiezen als de Heer van ons leven, we zouden nadrukkelijker zijn Naam moeten noemen met groot vertrouwen dat Hij ons nu en in alle omstandigheden ons nabij wil zijn en ons zijn Geest wil zenden om in zijn gezindheid te kunnen leven… Jezus, het levende brood voor het leven van de mens. Als iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid…

De Kerk, onze moeder en opvoedster, wil ons vandaag echter ook richten naar de Eucharistie, het heilig Sacrament, waarin we Jezus op uitzonderlijke wijze mogen ontmoeten. Met groot verlangen zouden wij moeten uitzien naar dat geestelijk voedsel, de Heer zelf, die wij in dat zichtbare teken mogen ontmoeten. Wij zijn vaak zo lauw. Er is soms zo weinig verlangen, zo weinig liefde voor de Heer in ons hart… En wij kunnen niet zonder Hem.

De Heer maakt het ons zo gemakkelijk om tot Hem te komen, maar wij komen maar traag in beweging en als we dan al communiceren is het met te weinig geloof, te weinig vertrouwen, te weinig liefde…

Het verheugt me dan ook dat de Kerk ons op deze zondag ook een lezing uit het 1ste Boek der Koningen voorschotelt (1 Kon 19,4-8). De profeet Elia heeft een zendingstocht achter de rug waarbij hij groot gevaar loopt dat hij er het leven gaat bij inschieten. Hij is doodmoe en verlangt te sterven want het is hem allemaal wat teveel, het gaat zijn krachten te boven… Hij slaapt in en dan is er dat visioen met een engel die hem wakker maakt en zegt: sta op en eet. Daar staan een paar gebakken koeken en een kruik water. Hij eet en gaat weer slapen. Maar de engel port hem weer wakker om hem tot eten aan te zetten. Elia staat op, eet en drinkt en gesterkt door het voedsel kan hij de grote tocht aan naar de Horeb, de berg van God.

Vooruit, eet! Nog eens: allee zeg, eet dan toch, dat je je tocht door het leven aankunt, dat je als christen kunt leven in de wereld van vandaag, midden alle verzoekingen, midden de vervolging langs media, allerlei lectuur, de klap van de mensen en van de kranten… Vooruit, eet!

Kom tot Mij, zegt de Heer, en we mogen het vandaag ook opvatten als een hernieuwde uitnodiging om tot de heilige tafel van de Eucharistie te komen. Maar niet zomaar, uit gewoonte die tot een zekere sleur werd, maar met geloof dat je Jezus daar ontmoet, met vertrouwen dat Hij je door die ontmoeting echt wil vooruit helpen, en sterken en vrede schenken in je hart; en ook met liefde voor die Heer die niet enkel voor jou gestorven is maar die ook voor altijd bij jou wil blijven en je zo nabij is willen komen dat Hij je dit prachtige sacrament aanbiedt.

Vooruit, eet! Anders gaat de reis je krachten te boven.

Let op en bemerk hoe genadig de Heer is (heb psalm 34, de tussenzang, in je hart vandaag).

Ben Van Vossel

ZONDAG 18 DOORHEEN HET JAAR B (2 augustus 2009)
Jezus, ons echte voedsel 
Ex. 16,2-4.12-15 / Psalm 78, 3 en 4c,  23-24, 25 en 54 / Ef. 17.20-24 / Joh. 6,24-35.

 

Vorige zondag verhaalde het evangelie ons over mensen die honger hebben en Jezus die als een bezorgde huisvader zijn volk te eten geeft, in overvloed te eten geeft. Goed Nieuws voor onze wereld waar nog zoveel mensen te weinig eten hebben.

Ook bij ons zijn er heel wat mensen die menen dat ze iets tekort hebben, ook wijzelf hebben allerlei wensen en ook wijzelf menen soms dat wij het echte geluk vinden als dit of dat zouden hebben, als dit of dat wat zou meezitten. Hoeveel gezinnen worstelen niet met het probleem van werkloosheid, problemen met een van hun kinderen, relatieproblemen… We liggen ervan wakker als onze teevee het eeen avond niet meer doet, als onze computer zijn kuren heeft en we ons werk niet kunnen doen of onze hobby niet kunnen uitoefenen… We maken ons zorgen over onze gezondheid of ons uiterlijk, over de relaties op het werk of in de buurt, of in de familie…

Om eerlijk te zijn: hoewel dit allemaal zaken zijn waar wij mee bezig zijn en waar we soms van wakker kunnen liggen, daar gaat het nu vandaag niet over in het evangelie.

De mensen lopen achter Jezus aan omdat Hij hun te eten heeft gegeven… “Niet omdat gij tekenen gezien hebt zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild”. Jezus ontmaskert de ijver warmee mensen Hem achterna lopen. Gij ziet Me alleen maar als een wonderdoener die in dienst staat van uw materialistische of al te aardse verwachtingen.

Dat pakt niet bij Jezus. Hij heeft de mensen zoveel meer te bieden, Hij wil hun diepere geluk. De evangelisten hebben het al samengevat in het verhaal over de bekoringen van Jezus, waar Hij ondermeer zegt: “Niet van brood alleen leeft de mens, maar van ieder woord dat voortkomt uit de mond van God”.

Jezus heeft het totale geluk van de mens op het oog. En Hij zegt het kort en onomwonden, niet mooi ingepakt maar klaar en duidelijk: “Ik ben het brood van het leven: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen”. Het gaat hier om meer dan eten en drinken voor ons lichaam. Hier gaat het om de diepste keuze van ons leven. Geloof in Mij, zegt Jezus ons, en uw leven komt dan op het juiste spoor, uw leven wordt dan in de juiste richting gezet.  

Maar waarom zouden we in U geloven, zeggen de mensen, welk teken kunt ge laten zien? En ze verwijzen dan naar Mozes en het manna in de woestijn. Ze zijn de broodvermenigvuldiging dus al vlug vergeten; dat blijkt maar een eendagsgebeuren te zijn. Toch was er ook nog een ander teken waar ze getuige van zijn geweest en waar ze zelf naar verwijzen wanneer ze zeggen: 'Meester, hoe bent U hier gekomen'. Inderdaad, door over het meer naar de overkant te komen had Jezus laten zien dat zijn lichaam niet steeds aan ruimtelijke vereisten onderworpen hoeft te zijn. In die zin vormt dit teken samen met het voedsel voor velen een hulp om te geloven in Jezus en zijn Euchaistische aanwezigheid.

Jezus relativeert trouwens het manna. Het echte voedsel dat mijn Vader wil geven is nog heel wat anders! De Vader geeft voedsel voor de diepste honger en dorst van de  mens. En dan komt de eigenlijk openbaring van dit evangelie: " 'Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen"

Maar waarom zouden we in U geloven, zeggen de mensen, welk teken kunt ge laten zien? En ze verwijzen dan naar Mozes en het manna in de woestijn. Ze zijn de broodvermenigvuldiging dus al vlug vergeten; dat blijkt maar een eendagsgebeuren te zijn. Toch was er ook nog een ander teken waar ze getuige van zijn geweest en waar ze zelf naar verwijzen wanneer ze zeggen: 'Meester, hoe bent U hier gekomen'. Inderdaad, door over het meer naar de overkant te komen had Jezus laten zien dat zijn lichaam niet steeds aan ruimtelijke vereisten onderworpen hoeft te zijn. In die zin vormt dit teken samen met het voedsel voor velen een hulp om te geloven in Jezus en zijn Euchaistische aanwezigheid.

Jezus relativeert trouwens het manna. Het echte voedsel dat mijn Vader wil geven is nog heel wat anders! De Vader geeft voedsel voor de diepste honger en dorst van de  mens. En dan komt de eigenlijk openbaring van dit evangelie: " 'Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen". Misschien moeten we toch maar eens opnieuw tot Jezus komen, op Hem roepen, zijn Naam in ons hart levendig houden. Zoek eerst het Rijk en zijn gerechtigheid, de rest zal u erbij gegeven worden.

(Ben Van Vossel)

ZONDAG 17 DOORHEEN HET JAAR B (26 juli 2009)
Voedsel voor lichaam, ziel en geest 
2 Kon. 4,42-44 / Ps. 145, 10-11. 15-16. 17-18 / Ef. 4,1-6 / Joh. 6,1-15

In het evangelie en in de hele Bijbel gaat het nogal vaak over eten en drinken. Mensen maken nu eenmaal deel uit van een natuurlijke en aardsgebonden situatie. Wat leeft en wil doorleven moet voedsel tot zich nemen….

In onze Noordelijke streken hebben wij de laatste decennia zeker niet te klagen. In het zuidelijk halfrond is er blijkbaar heel wat minder voedsel voorradig voor de enorme volksmassa’s. Nog steeds is 2/3de van de mensheid ondervoed. En eigenlijk gaat het niet alleen over ondervoeding maar ook over gebrek aan een hoop levensnoodzakelijke zaken, ook medicatie en medische en verpleegkundige verzorging, achterstand op technisch, economisch, industrieel gebied…

Maar vandaag gaat het over voedsel.

Het gaat eigenlijk over gebrek en overvloed aan voedsel. De nood aan voedsel wordt opgeheven door een ingrijpen van God door een profeet, Elisa, en door Jezus, volgens de mensen “de beloofde profeet, de profeet die in de wereld moest komen en die ze nu tot koning willen uitroepen, want Hij voorziet de mensen van voedsel… Voedsel, meer heb je toch niet nodig?

Natuurlijk heeft een mens meer nodig. Maar zonder voedsel gaat een mens dood. Daar moeten we dus in voorzien. En daarom moeten we blijven aandacht hebben voor de nood van zovelen in de wereld, soms zelfs in onze eigen omgeving en het mag niet zo zijn dat enkelen alles hebben en anderen niets. Die ethische bekommernis, waartoe koning Albert opriep, moet ook ons op tijd en stond aanzetten tot meer solidariteit.

Maar er is meer nodig dan voedsel. Mensen hebben nood aan liefde en geborgenheid. En Jezus sprak ooit zo’n wonder woord: De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat uit Gods mond komt…

Een mens is immers niet enkel lichaam, maar ook psyche… en geest. Lichaam en psyche, dat weten we wel. Wat we in onze tijd hier in het Westen vaak vergeten is dat we ook geest zijn, ook groepen zijn om in relatie te treden met God, in relatie te leven met God. Dat we een innerlijk hebben, een innerlijk leven dat ook moet onderhouden worden. Als we bijna niet in contact leven met God, verkommert ons innerlijk leven, verkommert dat afgestemd zijn op God, wordt het voor ons moeilijker om met God bezig te zijn, om Hem een rol van betekenis te laten spelen in ons leven. Een belangrijk deel van onszelf blijft ondervoed en sterft omzeggens af.

Je hoort dan van die Bekende Vlamingen en mediamensen groot gaan dat ze dat deel van zichzelf geamputeerd hebben. Vroeger ben ik nog gelovig geweest, mijn ouders waren christelijk… maar nu ben ik tot de jaren van verstand gekomen en heb mij volledig afgekeerd van dat geloof… Ik luister steeds meewarig naar dat soort grootspraak van mensen die op een been voort hinken en er groot op gaan dat ze zich een been hebben afgehakt.

Augustinus, een geweldig groot geleerde, zag het anders: “Mijn hart blijft onrustig, mijn hart blijft onvervuld, totdat het rust vindt bij U, Heer.” Want alles wat de wereld te bieden heeft is uiteindelijk te klein en te weinig voor ons menselijk hart. God heeft in ons oneindige verlangens gelegd, die Hij alleen kan vervullen, waar Hij alleen aan kan tegemoet komen. Een wijs mens houdt dan ook graag rekening met God in zijn leven, omdat we vanuit de openbaring weten dat God het goed meent met de mens en wil voorzien in het echte en uiteindelijke heil van de mens. In het Oude Testament wisten ze reeds: “Ontzag voor God is het begin van de wijsheid” (Spreuken 9,10).

Ondertussen zet het ontzag voor God, de echte godsdienst ons ook aan om van harte te voorzien in de nood van medemensen. Liefde voor God en dienst aan de mensen gaan hand in hand, heeft Jezus ons geleerd. (Ben Van Vossel)

ZONDAG 16 DOORHEEN HET JAAR B (19 juli 2009)
Jezus, onze Goede Herder 

Jeremia. 23,1-6 / Ps. 23,1-3a.3b-4.5,6 / Ef. 2,13-18 / Marc. 6,30-34

Bij de Redemptoristen viert men vandaag het Feest van de Allerheiligste Verlosser, het patroonsfeest van de ''Congregatie van de Allerheiligste Verlosser'' (C.Ss.R.).

De lezingen van deze zondag tonen duidelijk dat Jezus een aardje naar zijn Vaartje heeft. Hij heeft echt de aard, de gezindheid van God, de Hemelse Vader. De Vader vol goedheid en tederheid, de God van ontferming en aandacht voor al wat leeft en voor de mensen, zijn kinderen in het bijzonder.

De Kerk, onze Moeder, laat ons dat zo duidelijk aanvoelen doorheen de lezingen van vandaag. Jeremia beschrijft de bezorgdheid van God voor zijn uitverkoren volk, in tegenstelling tot de herders, de verantwoordelijke leiders heeft Hij niet zijn eigenbelang op het oog, maar het geluk van zijn mensen. Hij brengt de schapen terug thuis waar ze zich kunnen ontwikkelen. En Hij zal goede herders aanstellen die van harte voor het volk zullen zorgen, ja, Hij zal zelfs een afstammeling van David doen opstaan die het volk rechtvaardig en eerlijk zal leiden.

Na deze lezing volgt dan een mooi gebed, psalm 23, dat ieder gelovig mens met vertrouwen kan bidden: De Heer is mijn Herder, niets kom ik tekort, Hij laat mij weiden op groene velden… Zelfs op moeilijke momenten mag ik geloven en ervaren dat Hij met mij begaan is…

In het evangelie van vandaag wordt over Jezus gezegd dat Hij samen met zijn vrienden zo bezorgd is met het geluk van de mensen, dat ze soms geen tijd hebben om voor zichzelf te zorgen. Marcus noteert: Toen Jezus aan land ging zag Hij dan ook een grote menigte. Hij voelde medelijken met hen, want zij waren als schapen zonder herder; en Hij begon uitvoerig te onderrichten…

Dat is Jezus nu eens helemaal en in die richting voedt Hij ook zijn apostelen op, om gegeven mensen te zijn, begaan met het echte geluk van de mensen.

Jezus, de goede Herder, zoals de V  ader.  Jezus zal zijn liefde tot de mensen blijven tonen… tot het uiterste, tot aan het kruis. Voor alle mensen is Hij gekomen, voor alle mensen is zijn levensoffer bedoeld. Voor de werkers van het eerste uur, het Joodse volk, en voor de mensen van het laatste uur, de heidenen en wij allen die zich ook tot Jezus gekeerd hebben. In Hem, schrijft Sint Paulus, hebben wij allen in één Geest toegang tot de Vader.

Jezus is niet op de vlucht geslagen toen men zijn leven bedreigde. Hij is blijven spreken over Gods liefde voor elk mens, Hij is blijven verkondigen dat wij niet uit eigen kracht aan God kunnen behagen, maar dat wij allen gered worden door Gods mateloze liefde. En dat wij allen maar kunnen beantwoorden aan die gratische genade, door de heilige Geest die we krijgen als we bij Jezus aansluiten, als we ons aan Hem toevertrouwen, Hem aannemen als onze Heer en Heiland, onze Goede Herder die zijn leven helemaal aan ons heeft toegewijd, van het begin tot aan het kruis. Hij blijft ook vandaag onze Voorspreker bij de Vader…

Laten wij vandaag onze Verlosser danken omdat Hij in het spoor van God, onze Vader, zich gegeven heeft en zich blijft inzetten als de Goede Herder. (Ben Van Vossel)

ZONDAG 15 DOORHEEN HET JAAR B (12 juli 2009)
Getuigen van "het Blijde Nieuws"

Amos 7,12-15 / Psalm 85,9-14 / Ef. 1,3-14 of 3-10 / Marcus 6,30-34

Op het scherm van de liturgie zien we op deze zondag enige mensen verschijnen die een serieuze zending toevertrouwd krijgen. De eerste is Amos, een boer, hij noemt zichzelf een veehoeder en vijgenkweker, en hij krijgt de opdracht om zijn beesten in de steek te laten en als profeet op te treden in het niet zo sterk gelovige volk van het Noordrijk in Palestina. 
In het evangelie roept Jezus de 12 bij zich en geeft hen de opdracht om op tocht te gaan en het Blijde Nieuws te gaan verkondigen, met woord en daden. Deze opdracht moet hun enige bekommernis zijn. Hij belooft hen dat ze niets tekort zullen hebben maar ze moeten er dan ook niet op uit zijn om zich te verrijken of een gemakkelijk leventje te hebben…
Die profeet en die apostelen worden ons voor ogen gesteld vandaag.

Maar je kan je afvragen: wat is nu eigenlijk dat evangelie, dat goed Nieuws, die Blijde boodschap die zij aan de mensen moeten brengen. Soms is het om de mensen te vermanen dat ze van levenswijze moeten veranderen, dat ze wat meer moeten bezig zijn met de zaken die echt van belang zijn en niet al te oppervlakkig moeten leven, of te egoïstisch… Dat is eigenlijk de taak van een profeet en een apostel om te gaan vertellen waar het in het leven echt op aankomt: waar men vooral op moet letten, wat men zeker niet uit het oog mag verliezen en wat men best vermijdt…

En als men daar naar luistert, dan gaat men de goede weg, de weg naar het geluk…

Het echte Blijde nieuws horen we echter in de tweede lezing, in de brief aan de christenen van Efese. Daar wordt het goed omschreven wat het Blijde Nieuws is. Het staat er wel wat in vreemde woorden geformuleerd, maar toch begrijpelijk:

Het gaat over Jezus, die gestorven en verrezen is, die ons door zijn dood en verrijzenis verlost heeft en die nu bij de Vader verheerlijkt is.  Door Jezus heeft God ons voorbestemd, vóór de grondlegging der wereld, dus nog voor de schepping, om zijn kinderen te worden. Het is van altijd al Gods heilig verlangen geweest dat wij zijn kinderen zouden zijn en zo ouden getuigen van zijn liefde, zijn gratische genade die zijn heerlijkheid is. Door Jezus zijn wij geroepen om dankzij zijn verlossende menswording, zijn kruisdood en verheerlijking heilig en zonder zonde te leven.

Het is blij nieuws te vernemen dat God ons, kleine, sterfelijke mensen tot zijn kinderen heeft gekozen door Jezus. Maar daar zijn ook consequenties aan: wij worden opgeroepen om dan ook te leven als “kinderen van God”. Daartoe roepen de profeten en apostelen ons op, evenals de verkondigers die door Jezus gezonden worden in onze huidige tijd. Leef als kinderen van God zodat Gij door uw gedrag getuigt van de liefde van God voor jou. Overigens voegt de brief aan de christenen van Efese er nog aan toe dat we mogen rekenen op de kracht van de heilige Geest.

Gaat dit Blijde Nieuws iets aan ons leven veranderen? Ja, als wij er deze week wat tijd voor nemen om ons te doordringen van dit Blijmakende Nieuws dat God ons als zijn kinderen heeft gekozen en wanneer wij vaker beroep gaan doen op de invloed van Jezus doorheen het gebed en de sacramenten en roepen op Gods Geest die we ontvangen hebben bij ons doopsel en vormsel om ons te helpen leven in het spoor van Jezus, de Zoon van de levende God en de grote Getuige van Gods liefde. (p. Ben Van Vossel)

ZONDAG 13 DOORHEEN HET JAAR B (28 juni 2009)

God en de problemen van ons leven

Vrienden, vandaag krijgen we als zo vaak heel sterke woorden in de liturgie, woorden die voor ons mogen gelden als woorden van God zelf.  Uit het Boek Wijsheid horen we: “God heeft alles gemaakt om te leven. Hij heeft de mens geschapen voor de onsterfelijkheid”. Wat een enorme waarde zouden wij dan moeten hechten aan elk menselijk leven. Het is voor de eeuwigheid geschapen. Wat een enorme waarde moeten wij hechten aan het voortbrengen van elk nieuw mensenkind. Man en vrouw mogen daar deelnemen aan de scheppingskracht van God. De mens is voor de eeuwigheid geschapen.

In de brief aan de Korintiërs is Paulus nog op zoek naar geld om de hongerlijdende christenen in Palestina te ondersteunen. Zijn sterkste argument is gewoon de verwijzing naar de liefde van Jezus zelf. Paulus schrijft: De liefdedaad van onze Heer Jezus Christus hoef ik u niet in herinnering te brengen: hoe Hij arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede…

Gods liefde: een voorbeeld voor ons. Jezus die alles achtergelaten heeft om ons weer op de been te helpen en die ons zijn Geest zendt opdat we op dat nieuwe spoor zouden kunnen gaan: het spoor van de liefde, het spoor van Gods verlagen, het spoor van het geluk.

En in het evangelie ontmoeten we dan de helende God, en de God van leven. De mens is niet voor het onheil geschapen, niet geschapen om als gebukte slaaf te leven, de mens is niet voor de dood gemaakt. Toch zien we in de wereld veel gebukte mensen lopen: gebukt onder zorgen, gebukt onder verdrukking, gebukt onder uitbuiting, misbruik, gebrek aan echte liefde; we zien mensen gebukt gaan onder armoede van ouders op kinderen doorgegeven, mensen gebukt onder honger en tekort…

Zo ontmoeten we in het evangelie een vrouw die al 12 jaar aan bloedvloeiing leed. Een vervelende kwaal. Ze was al naar een aantal dokters gelopen en die hadden forse erelonen gevraagd. Ze was er arm van geworden. Hoeveel mensen blijven met kwalen lopen waarvan ze niet genezen, waar dokters soms geen raad mee weten doe waarvan de behandeling te duur is … en dus blijft men maar met die kwaal verder sukkelen. Armen kunnen zich ook minder gemakkelijk laten helpen als het om dure behandelingen gaat. Hier wordt die vrouw door Jezus geholpen.  Een teken wat God uiteindelijk voor elk mens wil doen maar tegelijk ook weer een oproep naar ons,n naar de samenleving om op God te gelijken, om mensen die in een uitzichtloze situatie leven voort te helpen. Maar voor onszelf is wat die vrouw overkomt en ook het dochtertje van Jaïrus een uitnodiging om in vertrouwen te treden. Ik weet wel, wij weten God en de heiligen vooral wonen wanneer we in nood zijn, wanneer we ons zorgen maken over onszelf of over een kind, maar deze genezing van de vrouw en de opwekking van het meisje willen ons ook uitnodigen tot een stap in vertrouwen dat God uiteindelijk ons tot het hele heil roept en dat uiteindelijk ook zal verwezenlijken. Het is veel gevraagd van een mens om, terwijl hij bidt om hulp, zogezegd content moet zijn met de belofte dat hij ooit gelukkig zal zijn na de dood. Dit vereist geloof, sterk geloof, maar we hebben toch wel al een en ander mogen ondervinden vanwege God dat Hij beloften nakomt, dat zijn liefde heel nabij is. Zodat we met Jezus ook wel leren bidden: niet mijn wil, maar uw wil gschiede, en Vader, in uw handen leg ik mijn leven. Ik blijf mij aan U toevertrouwen ook al leef ik met zorgen, in duisternis, in pijn. Gij schenkt mij de kracht die ik vandaag nodig heb. (bvv)

ZONDAG 12 DOORHEEN HET JAAR B (21 juni 2009)

De storm gestild...

Teksten uit de liturgie: Job 38,1.8-11 /  Ps. 107,23-24.25-26.28-29.30-31 / 2 Kor. 5,14-17 / Marc. 4,35-41.

* Als Jezus je vandaag zou zeggen: “Kom, laten we oversteken”. Dan kan je op verschillende manieren reageren, je kan beginnen nadenken: wat bedoelt Hij daarmee, wat zullen de gevolgen zijn, ben ik wel toegerust voor de tocht… enz… De apostelen wisten wat het betekende: Jezus wou ‘s avonds naar de overzijde van het meer van Genezaret en Hij vroeg hun om mee te gaan.

Als Jezus jou zou vragen: “Kom, laten we oversteken”. Als gelovig mens moet je dan niet te lang nadenken, je moet gewoon zeggen: Okay, en met Hem op weg gaan. Dat hebben de apostelen trouwens later ook moeten doen; gewoon op weg gaan waar de Heer hen zond.

Laten we oversteken, betekent voor ons gewoon: ga leven vanuit geloof, ga leven vanuit vertrouwen,  bouw je leven op Mij! En wij zeggen: Okay. Ja, ik geloof, ja, ik ga met Jou op weg, ja, ik wil mijn leven op U bouwen…

Als ons geloof volwassen is, dan hebben we dat in feite al gezegd.

Als men in het klooster treedt, of zich engageert voor het priesterschap of diaconaat, of voor een leven aan God gewijd in het celibaat, of als men bewust een christelijk huwelijk sluit, zijn kinderen bewust laat dopen, als men ieder Paasfeest bewust voor Jezus kiest… dan heeft men aan de Heer gezegd: okay, ik wil oversteken, okay, ik wil met jou op weg gaan door het leven…

Maar dat is het begin. Een goed begin, maar toch maar het begin van een gelovig leven, een godgewijd leven, een priesterleven, een gehuwd leven, een leven als vader of moeder, het leven van een gedoopte…

* Dan begint het leven. Met Jezus in jouw boot, de boot van jouw leven als gedoopte, als priester, religieus, gehuwde… Zo zitten de apostelen daar. Er staat bij dat nog andere boten Hem begeleiden. Het is natuurlijk wel een heel voordeel als je andere christenen rond jou moogt zien die ook voor Jezus gekozen hebben. Dat stimuleert je, dat is een steun en ook wel eens een aanmoediging om verder op weg te gaan met de Heer… Maar dat belet niet wat nu komt:

37 Er stak een hevige storm op en de golven sloegen over de boot, zodat hij al vol liep.

38 Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen.

Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem: 'Meester, raakt het U niet dat wij vergaan? '(MK.4,37-38)

Storm op het kleine meer van ons leven. En het kan ook daar hevig stormen, net zoals op dat maar in Galilea. Stormen in ons, om ons heen, in ons relationeel leven, ons professioneel leven, in het gezin, in de parochie of het klooster… Storm. En de golven sloegen al over de boot. Op de duur (vaak wel wat laat) begin je dan op de Heer te roepen. Begin je te bidden. Te vragen: God, waar ben je? Slaap je. Zie je niet wat ik meemaak? Wat wij hier meemaken? Maar allee zeg, waarom moet ons dat hier overkomen, wij waren toch je vrienden? Heer, ik ben er kapot van, ik zie niet hoe dat hier nog goed kan aflopen…

Je kan er inderdaad soms kapot van zitten, van alles wat jou of je gezin… overkomt, en van wat er in de Kerk gebeurt (Ik las deze morgen: “ 1” priesterwijding dit jaar van diocesane priesters). Waar moet dit naartoe, hoe gaat dit eindigen?

* Wij moeten niet bij de pakken blijven zitten. Maar wij moeten altijd blijven kijken naar Hem die daar met ons in de boot zit. Wij mogen op Hem roepen, maar niet te hard, Hij is niet doof… Hem niet uit het oog verliezen, dat is het voornaamste. En dat voornaamste gebeurt maar wanneer we Hem ook in ons dagelijks leven niet uit het oog verliezen. Wanneer ons dagelijks bidden en ons op weg zijn gedurende de dag toch altijd gebeurt met het oog op Hem…

Leef bewust, doe wat er moet gedaan worden, maar je hoeft je innerlijke vrede niet te verliezen, je mag je zorgen bewust op Hem afschuiven: “Schuif al je zorgen op de Heer, Hij draagt zorg voor jou”. Okay, je ziet vaak geen wonderen gebeuren, okay, de situatie verandert schijnbaar niet. Maar als je God vertrouwt en Hem looft om wat Hij doet en gaat doen, dan groeit in je hart de overwinning, de vrede, en groeit er heil … soms midden een onheilssituatie, een gebroken situatie. Want als je vertrouwt en God blijft loven, dan heeft Hij de handen vrij om heil te brengen in alle situaties. (Ben Van Vossel)

ZONDAG 11 DOORHEEN HET JAAR B (14 juni 2009)

Geen ontmoediging a.u.b.

Teksten uit de liturgie: Ezekiël 17,22-24 Groen twijgje wordt grote ceder / Ps. 92 / 2 Kor. 5,6-10 / Marcus 4,26-34 Mosterdzaadje

Jezus vertelt in het evangelie de parabel van het mosterdzaadje. Inderdaad een heel klein zaadje, zoiets als preizaad, maar het wordt wel een heel grote struik, omzeggens een boom waarin inderdaad vogels hun nest kunnen in bouwen. Het is een hoopvol beeld voor de uitbreiding van het Rijk Gods.

Het Rijk Gods zal wel wat omvattender zijn dan de zichtbare kerkgemeenschap, maar wenneer we aan de Kerk denken, dan zien we niet goed hoe dat hoopvolle beeld van dat kleine zaadje en die grote boom die het gaat worden, hoe dat de toekomst van de Kerk zou weerspiegelen.

Wat wij hier bij ons zien is eerder ontmoedigend. De kerk komt maar weinig op een positieve manier in het nieuws. Bekende Vlamingen (BV's) schamen zich om zichzelf nog katholiek of christen te noemen, of dat ze nog pratikerend zouden zijn. Ze zouden uitgelachen worden als ze het wel deden… Overigens is onze bewondering voor deze bekende Vlamingen wel niet zo groot. Erger is bijvoorbeeld dat er zo weinig priesterroepingen zijn, dat kloosters gesloten worden aan de lopende band, dat minder jonge mensen voor de kerk huwen enz… Dat zijn wel tekenen dat er iets schort aan de kerk, en dat hypothekeert toch wel haar toekomst…

Maar Jezus houdt niet van deze negatieve schets van het Rijk Gods en zijn gemeenschap. Hij kijkt er positief tegenaan. Kijk eens naar de akkers, zegt hij. De boer zaait en wiedt, hij werkt de hele dag, maar ’s nachts? Wel ’s nachts gaat hij slapen. En de aarde brengt uit eigen kracht de vruchten voort. De boer moet daar niet voortdurend aan trekken. Hij moet daar de gewone zorg aan besteden en de rest gebeurt als het waren vanzelf.

En kijk eens, zegt Jezus… En dan vertelt Hij over het mosterdzaadje. Iets van niets, en het wordt een boom waarin veel vogels kunnen komen schuilen…

Jezus stond daar met zijn 12 mannen, en een aantal volgelingen, maar zij betekenden zo weinig in het geheel van de Joodse gemeenschap van die dagen en dus helemaal niet in het grote Romeinse Rijk…

En als Jezus nu midden ons zou komen, zou Hij even hoopvol gestemd zijn.

Maar wij, als geboren realisten (maar eigenlijk pessimisten) zouden zeggen: Heer, een kwart miljoen van uw volgelingen werden vervolgd vorig jaar, en jaarlijks werden 175.000 christenen wegens hun geloof omgebracht, en, Heer,  de leegloop van kerken, gebrek aan priester- en kloosterroepingen enz.…

En Jezus wordt er niet bleek van.

In de parabel van de akker wil Hij ons duidelijk maken dat het uiteindelijk niet neerkomt op ons dag en nacht werken, maar, zoals Paulus in de Korinthiërsbrief schrijft, dat de wasdom, de eigenlijke groei van God komt…

Wij mogen gerust vaststellingen doen, zien hoe een aantal dingen achteruit gaan, en zien wat er kan aan gedaan worden, maar bovenal moeten wij op God blijven vertrouwen en, zoals we in de 2de Korinthiërsbrief lezen: onze enige eerzucht, hetzij thuis, hetzij in de vreemde, is Hem te behagen.

Dit betekent, gewoon doen wat God verlangt, nog min nog meer. Gewoon doen wat God verlangt… Het is op de eerste plaats ons leven dat vruchtbaar is en wervend… wanneer het God behaagt, wanneer het maar in overeenstemming is met Gods verlangen.

Het is daarom goed dat we in deze 'tijd door het jaar' verder bidden om Gods heilige Geest, dat Hij ons de weg toont, dat Hij ons Jezus’ woorden in herinnering roept, dat Hij ons heiligt, ons helpt leven volgens Gods verlangen… en dat we vervolgens luisteren naar wat Hij ons innerlijk aanwijst als Gods verlangen.

Kom, heilige Geest, ook in deze tijd van verminderde zichtbaarheid van de Kerkgemeenschap, blijf ons bezielen, ons geloof aanwakkeren, ons vertrouwen bemoedigen, onze liefde voor God en onze medemensen vuriger maken en concreter… Dan hoeven we niet meer wakker te liggen omtrent de toekomst van de Kerk en het geloof. want "als de Heer zijn Geest zendt vernieuwt Hij het gelaat van de aarde en wordt alles weer nieuw", ook doorheen vervolging en lijden… De zon breekt gegarandeerd opnieuw door.(Ben Van Vossel)

 

DRIEVULDIGHEIDSZONDAG Jaar B  (7 juni 2009)

Vader,  Zoon en Heilige Geest: Mysterie van liefde

De genade van ons Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen!

Met Joden en Moslims mogen wij ons als Christenen verheugen dat wij God mogen kennen als de schepper van alles, als Degene, de Ene, die boven alles staat, uit wiens hand wij gekomen zijn en naar wie wij toeleven. Als Christenen mogen wij ons verheugen dat wij over God iets meer mochten vernemen: dat Hij de Ene is, maar dat Hij ook gemeenschap is, de Drieëne God die wij aanbidden.

Jezus leerde ons at God niet gewoon een verre God is, een soort heerser die alles naar zijn hand zet en die onze stappen nagaat en voortdurend gereed is om ons te straffen…. Jezus leerde ons God kennen als een goede Vader, een Herder op zoek naar wat verloren is, een God die zich bekommert om de kleinste en armste mens, vol mededogen en barmhartig… Voor u, voor mij… We mogen niet anders naar God kijken, niet anders over God denken, want dan zitten we op een dwaalweg…

Om alles te zeggen: God is zo vol mededogen dat Hij zijn enige Zoon heeft gezonden. Heeft God dan een Zoon, kan je dan vragen, zijn er dan twee goden? Nee, er is maar één God! Aan die geloofswaarheid moeten we doorheen alles vasthouden… Maar God is geen eenzame God. Van alle eeuwigheid heeft de Vader zich uitgesproken in de Zoon, God uit God, licht uit Licht, ware God uit de ware God, één in wezen met de Vader. Laten we gewoon aanvaarden wat de Kerk doorheen jaren en eeuwen heeft gedestilleerd, begrepen heeft van wat Jezus ons is komen leren en wat in de Bijbel als het woord van God ligt uitgedrukt. “Wie Mij ziet, ziet de Vader”, zal Jezus zeggen. En het is goed om veel naar Jezus te kijken, zoals we Hem ontmoeten in het evangelie en het hele nieuwe testament. We gaan dan ook zien dat de Vader zich ontfermt over zieken en misdeelden, over rechtvaardigen en zondaars… zoals Jezus het deed.

En tenslotte, als Jezus ons de wereld inzendt, na zijn dood en opstanding, belooft Hij de Helper, de Bijstand, om ons te helpen doorheen de jaren en tijden te leven als nieuwe mensen; vernieuwd door zijn komst, opgerichte mensen naar het beeld en gelijkenis van zijn opstanding. Mensen die God eren en vanuit de kracht van Jezus’ dood en opstanding en verlicht door zijn woorden een nieuwe weg kunnen gaan van dienst aan God en de medemensen. Zo hebben we Pinksteren weer mogen vieren, ons bewust worden dat Gods Geest ons wil bezielen en leiden. Vaak zullen we moeten bidden: Kom, heilige Geest. Want het lichaam weegt zwaar, de wereld weegt zwaar, en veel van wat de media en de oppervlakkigheid van onze tijd zaaien, kunnen ons wel eens afbrengen van onze tocht “met de Heer”. We verliezen God wat uit het zicht, Jezus gelaat staat ons minder voor ogen, zijn woord klinkt niet meer in onze oren… Wij hebben die stille kracht van de heilige Geest nodig. En Jezus heeft beloofd: “Als gij dus, ofschoon ge slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen” (Lk. 11,13). Heb je nood aan kracht om verzoekingen te weerstaan, om ontmoediging te doorstaan, beproevingen… Bid ‘Kom, heilige Geest’. ‘Vader, zend uw Geest’. ‘Heer Jezus, zend uw Geest’. ‘Kom, heilige Geest’. Leer me bidden, geef me geduld, leer mij Gods wil beter te kennen, geef me moed en kracht om de weg te gaan die God me toont… Geef me meer aandacht voor mijn medemensen, aandacht voor zieken, kracht om te durven te getuigen en de wijsheid om te weten hoe ik het best doe…

Drieëne God, mysterie van liefde, naar wiens beeld wij gemaakt zijn en tot wiens gemeenschap wij geroepen zijn… Wij aanbidden U, Vader, Zoon en heilige Geest. Wij danken U voor het leven en voor alles wat Gij ons geeft. Laat ons nooit buiten uw liefde leven. Leef in ons, woon in ons, werk in ons. Lof zij u in alle eeuwen. (Ben Van Vossel)

PINKSTEREN Jaar B  (31 mei 2009)

Kom, Heilige Geest

Toen de apostelen hun geloof met veel enthousiasme uitzongen na het gebeuren in het Cenakel, stelden de mensen daar vragen bij, hoe is het mogelijk dat die eenvoudige mannen nu zoveel mensen echt aanspreken. Maar sommigen zeiden: “ze zijn zich aan zoete wijn te buiten gegaan”? Ze hebben te diep in het glas gekeken.

Uw geloof en uw getuigenis wordt niet altijd met applaus onthaald. We leven in een geseculariseerde samenleving. Onlangs was er een opa die iets godsdienstigs zei aan een van zijn kleinkinderen: “Maar allee, opa, ben jij nog zo naïef!”  De goede man wist niet meer wat zeggen, hoewel hij doorgaans goed van de tongriem gesneden is.

Misschien dat we te weinig beroep doen op de Heilige Geest, op zijn werking. De woorden “Kom, heiige Geest” zouden deel moeten uitmaken van ons permanent gebed. Had Jezus niet gezegd, dat we niet verlegen zouden zijn om woorden wanneer het erop aankwam om te getuigen? Vandaag belooft Hij ons opnieuw de Geest. Wat er wel aan voorafgaat is dat Jezus hun zijn handen en zijn zijde toont en de leerlingen vervuld van vreugde waren toen zij de Heer zagen. Zij herkenden Hem, en zij geloofden in Hem. Het geloof in Jezus gaat normaal vooraf aan de gave, aan het meedelen van de heiige Geest. Zo zal het ook gebeuren op Pinksteren, wanneer de apostelen naar buiten komen en Petrus over Jezus begint te getuigen, die al weldoende is rondgegaan in Palestina, je kon zo zien dat Hij van God was gezonden; maar men heeft Hem verworpen en gedood. Maar wij zijn getuigen dat Hij leeft en dat Hij de door God aangestelde redder is… Dat is zowat het getuigenis van Petrus. En zijn getuigenis ging de mensen door het hart en ze vroegen aan Petrus en de apostelen: Wat moeten we doen om gered te worden? Petrus antwoordt: bekeert u, laat u dopen tot vergeving van uw zonden, dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen!

Moeten wij dit proces niet al en toe hernieuwen. Met Pasen hernieuwen wij onze doopbeloften. Misschien mogen we met Pasen ook de genade van ons Vormsel ook wel eens opnieuw over ons laten komen. Ons bekeren betekent opnieuw dat we ons afkeren van het kwaad in ons leven en de wereld en dat we ons toevertrouwen aan Jezus. Laat u onderdompelen tot vergeving van uw zonden: we willen Jezus erkennen als redder, als degene die ons zuivert van zonden, het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt: de gekruisigde die verrezen is en bron van eeuwig heil ook voor ons vandaag. Wij vragen Jezus dat Hij Heer van ons leven wil zijn.

En dan smeken wij om een nieuwe bezoeking van de heilige Geest, die Jezus aan al zijn volgelingen heeft belooft, om midden de wereld toch te leven als Gods kinderen, als Jezus volgelingen, als mensen die wat licht en liefde brengen in de wereld en ondanks alle onvolmaaktheid in de wereld, bouwen aan een betere, een mooiere wereld vanuit de gezindheid van Jezus.

“Allee, opa, ben jij nog zo naïef”.  Als je ziet met wat een afschuwelijke kwalen van egoïsme, leugenachtigheid, bedroeg, uitbuiting, misleiding, oppervlakkigheid de mensheid geplaagd zit, wel, dan mag je blij zijn als je Jezus hebt leren kennen, dat je je aan Hem hebt toevertrouwd en dat Hij je opnieuw wil aanraken met zijn heilige Geest die het gelaat van de aarde vernieuwt, te beginnen met onszelf…  Kom, Heilige Geest.  (Ben Van Vossel)

PAASZONDAG 7 Jaar B  (24 mei 2009)

Ik heilig mezelf voor hen

Hand. 1,15-17.20a.20c-26 / Ps. 103 / 1 Joh. 4,11-16 / Joh. 17,11b-19

Uit het evangelie van vandaag onthou ik vooral dat wij “gezonden mensen” zijn. Niet noodzakelijk gezonde, maar gezonden mensen, mensen die gezonden worden.  Jezus vraagt de Vader niet dat Hij zijn volgelingen zou wegnemen uit de wereld, maar ze zou bewaren van het kwaad, behoeden voor het kwaad. En dan zegt Hij: “Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld”. De leerlingen moesten dus niet denken dat de Heer hen onmiddellijk zou komen halen om in zijn heerlijkheid te delen. Nee, in de wereld, waar ook veel boosheid is, waar je ook kan vervolgd worden juist zoals je Heer, in die wereld zendt Jezus zijn leerlingen.

Maar het prachtige is eigenlijk wat Hij daarna zegt: “… en omwille van hen wijd Ik Mij aan U opdat ook zij aan U toegewijd mogen zijn…”.
Jezus wijd zich toe aan de Vader, opdat de leerlingen ook aan de Vader toegewijd zouden zijn.
Dàt is de taal van de Goede Herder. “Ik geef mijn leven voor de schapen”.

Dat woord van Jezus, om zich helemaal aan de Vader toe te wijden, zich te heiligen, helemaal voor de Vader te leven, dat is iets wat iedere goede herder zou moeten doen. En ieder van ons hoort een goede herder te zijn, want ieder van ons wordt in de wereld gezonden om getuige te zijn, getuige te zijn van de verrezen Heer, zoals Mathias, de toegevoegde apostel, in de wereld gezonden door Jezus zelf.

Priester Poppe voelde zich zo ook helemaal gezonden, om goede herder te zijn, en vrij spoedig begreep hij dat zijn voornaamste opdracht was: zich te heiligen. Hij schrijft dat dan ook aan een van zijn geestelijke leiders, onze pater Van Haute, die na zijn missionarisloopbaan in Canada voor de Oekraïeners in ons klooster van Essen verbleef. Priester Poppe schreef: “Ik zie in dat mijn groot apostolaatsmiddel de persoonlijke heiligheid is”. Aan priesters,  begeleiders en gewone kruistochters binnen de Eucharistische Kruistocht schreef hij: “heilig uzelf, opdat gij apostel zoudt zijn”.Uw wapen is het voorbeeld, meer dan het woord; ook het gebed, de versterving, de sacramenten meest van al” (VH 143). In een andere gewetensbrief schrijft hij: “Leiders komen mij raad vragen inzake oprichting of hervorming van hun beweging, novicemeesters raadplegen mij nopens hun noviciaat enz.  Geliefde pater, steeds en overal stel ik dit ene vast, ontdek is dezelfde plaag: het ontbreekt ons aan heiligen! … Het is onontbeerlijk dat zij, van wie de heiligheid van een gehele Congregatie of van een noviciaat afhangt, zelf heilig zouden zijn. Het middel, dat ik hun in alle nederigheid en zonder om mezelf te denken, immer voorhoud is: ‘Heilig uzelf voor hen’ ”

Jezus heeft zich voor ons geheiligd, was helemaal de Vader toegewijd met heel de liefde van zijn hart, met de inzet van heel zijn leven en dat werd onze redding. Wij worden uitgenodigd om dezelfde weg te gaan en in eenheid met Jezus onszelf aan de Vader toe te wijden met heel de liefde van ons hart, met de inzet van heel ons leven. Moge de Moeder Gods ons in deze Meimaand begeleiden met haar voorspraak (bvv).

 

PAASZONDAG 6 Jaar B  (17 mei 2009)

God is liefde! Wees liefde!

Hand.10,25-26.34-35.44-48 (ook heidenen geroepen) 
1 Joh.4,7-10 (God is liefde) / Joh. 15,9-17 (Wees liefde)

Het gaat in deze liturgische viering over de liefde. Niet specifiek over de lichamelijke liefde tussen man en vrouw, niet enkel de liefde voor mensen die ons dierbaar zijn. Het gaat over Gods liefde en hoe wij geroepen zijn om lief te hebben zoals Hij in de specifieke relaties en omstandigheden waarin ieder van ons leeft.

In de tweede lezing, uit de 1ste brief van Johannes, komt dat alleszeggende woord voor “God is Liefde”. Daarmee is God getypeerd, helemaal beschreven. Hij is liefde; Alles wat Hij is, is liefde, alles wat Hij denkt en zegt en volbrengt, gebeurt uit liefde. Iets anders is niet denkbaar voor God.

Het toppunt is wel dat Hij zijn enige Zoon naar ons toe heeft gezonden om ons op te tillen uit een verloren bestaan door het offer van zijn leven… om ons het leven te brengen, het echte leven…

De liefde van God is niet voor een paar mensen, voor dit of dat volk, maar voor alle mensen. Dit wordt nog eens duidelijk geïllustreerd in de 1ste lezing waarin Petrus et andere wat Joods nationalistische mensen moet vaststellen dat Gods Geest ook wordt uitgestort over heidenen, over niet-joden en mensen die niet de Joodse godsdienst beleefden. Petrus zegt dan ook “Nu besef ik pas goed, dat er bij God geen aanzien des persoons bestaat, maar dat uit welk volk ook ieder die Hem vreest en het goede doet, Hem welgevallig is (Hand.10,34c-35)

God is liefde en zijn liefde is universeel. Hij houdt van ieder van ons, heel persoonlijk, en zo houdt Hij van alle mensen en Hij verlangt dat ze gelukkig zijn en openbloeien op het volle geluk. Daartoe is Jezus gekomen. God is prachtig, God is liefde.

En dan horen we Jezus spreken over de Vader, over Hemzelf? In het evangelie heeft Hij het over zichzelf en over ons, ja, vooral over ons. Hij zegt: “Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad…” En Hij heeft het er dan over dat Hij zijn leven heeft gegeven voor zijn vrienden…. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.
Hij zal verder ook nog zeggen: hieraan moeten de mensen zien dat gij mijn leerlingen zijt, aan de liefde die gij hebt voor elkander…

Ik dacht dat ge een christen kon herkennen aan het feit dat Hij naar de zondagsmis ging, aan het feit dat Hij voor de kerk gehuwd was, of aan God toegewijd, of dat hij de trouw in het huwelijk beleefde … enzovoort. Dit is allemaal goed en heeft waarschijnlijk veel met echte liefde te maken. Maar waaraan een christen op de eerste plaats te herkennen moet zijn is aan zijn naastenliefde… Iemand die in Jezus gelooft, moet trachten te leven zoals Hij. In liefde voor zijn naasten. Als we Jezus’ vrienden willen zijn, als we Hem ontmoeten in deze Eucharistie en in het gebed en in het lezen van zijn woord in de Schrift… dan moet dat als gevolg hebben dat we van onze medemensen gaan houden. Dat moet de liefde, de echte liefde het richtsnoer van ons leven worden.

Dit is een opgave en een genade. We mogen die genade afsmeken opdat we die opdracht ook goed zouden kunnen waarmaken. Laten we maar vaak bidden om de heilige Geest, de liefde van de Vader, de liefde van de Zoon opdat wij door onze naastenliefde op God zouden gelijken die Liefde is, en opdat we Jezus’ vrienden zouden zijn die ons op de weg van de liefde is voorgegaan. (ben van vossel)

 

PAASZONDAG 3 Jaar B  (25/04/2009)

Jezus weten te herkennen daar waar Hij zich openbaart
Hand.3,13-15.17-19 / 1 Joh.2,1-5a / Lk.24,35-48

In het evangelie van vandaag is er sprake over verscheidene manieren waarop Jezus zich doet kennen waarop we Hem kunnen ontmoeten.  In wat de twee van Emmaüs verhalen blijkt dat ze Hem herkend hebben aan het breken van het Brood. De Eucharistie is een van de tekenen, daadwerkelijke tekenen waaraan de Jezusgemeenschap moet herkend worden; Hij heeft zijn vrienden immers opgedragen op Hem te blijven herdenken in het heilige offermaal van de Eucharistie: doe dit om Mij te gedenken.

Een ander teken waarop je Jezus kan herkennen is: de vrede die Hij toewenst. De vrede die Hij in je hart legt. Je kan soms aanvoelen dat je in vrede bent met God. Paulus zegt immers dat ons geen geest van slaafsheid is geschonken, maar de geest van Kindschap, die in ons bidt: Abba, Vader. Dat is immers het blijvend mooie gebed van het Onze Vader. Als we ons door Jezus laten leiden, door zijn Geest, dan weten wij dat we in vrede zijn met de Vader.

Hoe helemaal anders het verrezen bestaan van Jezus ook is, zodat noch de Emmaüsgangers, noch de apostelen, noch Maria Magdalena Hem herkennen, toch zijn er tekenen die Hem blijven kenmerken. Het breken van het brood, ja, maar ook de kruiswonden: Hij toonde hun zijn handen en voeten. Ik ben de Gekruisigde! Er bestaat geen zoetsappige Jezus. Hij is doorheen het gruwelijke lijden van de kruisdood gegaan. Het kruis blijft het kenmerkende teken van Jezus.

Een ander kenmerk is een geruststelling die Jezus aan de bange leerlingen geeft. Zij meenden een spook te zien, een geest. Maar allee, zegt Jezus. Kijk naar mijn handen en voeten. Ik ben het zelf. Betast mij en kijkt: een geest heeft geen vlees en beenderen zoals ge ziet dat Ik heb…

Ze geloven het nog niet helemaal en Hij vraagt hen dan om wat eten…

Maar na dit wat wondere onderonsje dat ons evenwel laat inzien dat Jezus ons op heel menselijke wijze tegemoet kan komen, volgt een andere belangrijke mededeling: de heilige Schrift, is een sterke wijze waarop Jezus zich laat kennen,waarop God zijn Messias heeft geopenbaard. Maar het Joodse volk las al eeuwen de Schriften. Maar hier legt Jezus als het ware de Schrift open, zoals Hij het reeds had gedaan voor de leerlingen van Emmaüs. Ook hier lezen we: “Toen maakt Hij hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei hun: “Zo spreken de Schriften over het lijden en sterven van de Messias en over zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag, over de verkondiging onder alle volkeren, van de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam. Te beginnen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen.”

Het is voor ons belangrijk om midden alles wat op ons afkomt ook de schrift ter hand te nemen, de zondagslezingen met aandacht en geloof te beluisteren. Geregeld zullen we tot het besef komen dat ons geloof wordt opgebouwd door de Schrift en zullen we tot groter erkentelijkheid komen voor het plan van heil dat God met de mensheid heeft, en van zijn liefde voor ons en ieder mens.

Jezus weten te herkennen, Jezus ontmoeten, veronderstelt van onze kant de inspanning om ons open te stellen voor al die wijzen waarop Hij tot ons wil komen en zijn liefde aan ons wil doen kennen.

(Ben Van Vossel)

 

Witte Donderdag  Jaar B  (9/04/2009)

De avond voor zijn lijden nam Hij het brood...

Gisteren vierde de Joodse gemeenschap de schepping van de zon. Met zo’n drieduizend waren orthodoxe Joden samengekomen in het stadspark te Antwerpen om de “zegening van de zon”, de birkat Hachama ("ברוך אתה ה 'אלהינו מלך העולם עושה מעשה בראשית" "Gezegend zijt Gij, Heer onze God, Koning van het Heelal om de werk van de schepping.") uit te spreken op de dag waarop ze – volgens hun berekening – weer op dezelfde plaats stond als op de dag waarop ze geschapen werd. Dat gebeurt maar om de 28 jaar. Een mooi zegeningsgebed om God te danken voor het licht en de warmte van de zon, voor de grootheid en schoonheid van de schepping. Een gebed dat ook Jezus wellicht nog heeft gebeden.

Vandaag hebben we in de eerste lezing ook weer gehoord over een Joodse viering, de bevrijding uit Egypte (waarvan we in de Paasnacht het vervolg zullen horen met de doortocht door de Rode zee). Vandaag ging over de viering van het Paasmaal waarvoor een lam werd geslacht…

En onmiddellijk daarop hoorden we lezing uit de eerste Korinthiërsbrief, waarin Paulus ons verhaalt hoe Jezus, in de Paasnacht ook het Paasmaal heeft gevierd. En hoe onze Heer Jezus ons heeft opgedragen ook Hem te gedenken, zijn levensoffer, zoals Hij het vooraf vierde op dat Laatste Avondmaal met zijn vrienden. “Dit is mijn lichaam voor u. Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed”. Dit doet de Jezusgemeenschap nu al zo’n 2000 jaar.

Het is aandoenlijk om ook deze avond Eucharistie te mogen vieren. Te doen wat Jezus bijna 2000 jaar geleden heeft voorgedaan. Om bij ons te blijven. Opdat de genadekracht van zijn leven, zijn dood en verrijzenis voor altijd aanwezig zou blijven voor de mensheid. Wat een geweldig mysterie mogen wij ook weer vanavond vieren. Met Hem in ons midden trekken wij ononderbroken Gods liefdevolle aandacht naar ons toe. Tegelijk het de Eucharistie heeft Jezus ons ook het priesterschap geschonken opdat zoveel genaden voor het gelovig volk toegankelijk zouden blijven.

Daarnaast heeft Jezus niet enkel maar toch speciaal op deze avond nog eens willen benadrukken hoe belangrijk de broederlijke liefde en de dienstbaarheid zijn. Hij wast de apostelen de voeten. Als een slaaf. Ik ben tussen u als de knecht. Welnu, ik heb jullie een voorbeeld gegeven opdat jullie voor elkaar zouden doen zoals Ik jullie heb gedaan. Elkaar dienen tot heil van elkaar, om Gods liefde zichtbaar en tastbaar te maken.

Want daarover gaat Jezus’ leven: over liefde tot het uiterste. Inderdaad, Hij is gekomen tot ons heil, Hij heeft geleefd en is gestorven uit liefde voor ons… om te tonen hoe God is. Liefde! En wij moeten willen worden waartoe we geschapen zijn: beeld van God. Liefde.

Laat ons eerlijk zijn. Het is een omzeggens onbereikbaar doel. En juist daarom moeten wij Eucharistie vieren, moeten wij Jezus’ leven in ons ontvangen, moeten wij in het leven van elke dag met Hem op weg willen gaan, in nauwe relatie met Hem, sprekend met Hem, biddend tot Hem, om kracht smekend…

Onmiddellijk na Pasen zullen wij beginnen bidden tot de heilige Geest, opdat Hij ons zou doen groeien in de gezindheid van Jezus.

Maar nu reeds willen wij stappen zetten om Jezus te volgen in zijn liefde, in zijn dienstbaarheid… De ontmoeting met Hem in de Eucharistie nodigt ons daartoe uit en geeft ons daartoe de kracht.

(Ben Van Vossel)

Jaar B  Zondag 5 Vasten

(29 maart 2009)

Zoals de graankorrel

Woorden uit de liturgie: Jer. 31,31-34 / Hebr. 5,7-9 / Joh. 12,20-33

De graankorrel! Wat een mooi beeld gebruikt Jezus hier! Een beeld van hoop, een beeld om te zeggen: “kijk eens, ’t kan zijn dat alles wat treurig lijkt, dat alles wat tegenzit, dat er lijden en pijn is in je leven en in de wereld, maar troost je … ’t komt allemaal wel goed. De graankorrel valt ook eerst in de aarde, sterft eerst, maar hij draagt daarna rijke vrucht…”  Is dat niet mooi gezegd, is dat geen mooi poëtisch beeld?

Heel poëtisch. Ja.  Maar het gaat toch ook over sterven, niet? Deze lezing komt immers uit het 12e hoofdstuk van het Johannesevangelie. En dat hoofdstuk begint met: Het was nu 6 dagen vóór Pasen… Jezus komt op bezoek bij Lazarus die Hij had opgewekt uit de doden. De zus van Lazarus, Maria, zalft Jezus de voeten met kostelijke nardusbalsem. Als Judas dit een verkwisting vindt, zegt Jezus: “Laat haar begaan. Zij heeft dit gebruik onderhouden, vooruitlopend op de dag van mijn begrafenis. (vv. 7+8). Zo heel poëtisch is dit niet meer. En even later is het Palmpasen: Jezus wordt ingehaald als een Messias-koning, met vlag en wimpel, met palmtakken… en Hij laat begaan, want nu is zijn uur echt gekomen, nu gaat men zien op welke manier Hij Messias is, de gezondene van God… En in die context zegt Hij: 'Het uur is gekomen, dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort (Joh. 12,23-24).

Welnu, vrienden, Jezus heeft de dood niet gezocht, heeft het lijden niet gezocht. Wel heeft Hij het verlangen van God willen doen, radicaal, ondanks alle bedreigingen. En dat heeft Hem het leven gekost. Dat voorvoelde Hij, daar had Hij al voldoende aanwijzingen voor… En Jezus aanvaardde daarvan de gevolgen. Maar zijn hoop op God was zo sterk dat Hij niet enkel het treurige zag van zijn ondergang als mens, de ondergang van de Messias zoals de mensen Hem hadden gedroomd… Zijn hoop was zo sterk dat Hij erop vertrouwde dat zijn ondergang geen definitieve ondergang zou zijn, dat zijn leven vruchtbaar zou zijn als Hij maar trouw bleef aan de opdracht van de Vader…

“als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort”.

Dit is nu het woord dat ons deze week voor ogen moet zweven: het beeld van de graankorrel. Trouw blijven aan wat God van ons verlangt. Zoeken naar wat God van ons verwacht. En dàt doen! Eenvoudig is dat niet. Gemakkelijk is dat niet. We mogen bidden om de heilige Geest dat Hij ons toont wat God wil. We mogen spreken met Jezus om ons de trouw te leren in het beantwoorden aan Gods verlangen. En we trachten uit te spreken aan God dat het ons verlangen is om altijd in zijn verlangen te zijn.

En toch blijft dit alles een moeilijke opgave. Zeker zolang de relatie met God, met de Heer Jezus, met de heiige Geest nog niet zo levendig is, nog niet zo sterk. Trouw gebed. De kracht van de Eucharistie… en kleine stappen in het luisteren naar en doen van Gods verlangen zullen ons helpen en sterker maken. Het voorbeeld van goede vrienden van Jezus, de heiligen, de heilige Moeder Gods, zal ons stimuleren om ons toe te vertrouwen aan die God van liefde, die trouw is gebleven aan Jezus en die trouw zal blijven aan ons als we Hem onszelf toevertrouwen.  “Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort”. (Ben Van Vossel)

 

Jaar B  Zondag 3 Vasten

(15 maart 2009)

Afgebroken worden en doen herrijzen

Woorden uit de liturgie: Exodus 20,1-17 / Ps 19 / 1 Kor 1,22-25 (een gekruisigde Christus) / Johannes 2, 13-25

Vorige zondag, bovenop de berg, die de nabijheid van God symboliseert, hoorden we in het evangelie de stem van de Vader die  over Jezus getuigde: die is mijn Zoon, de veelgeliefde, luistert naar Hem.  Hebben wij deze week geluisterd naar de stem van Jezus, de veelgeliefde Zoon van God? Hebben wij geluisterd en hebben wij Hem geloofd, Hij die meer is dan de grote wetgever Mozes?

Vandaag bestaat de kans dat we ons laten misleiden of minstens laten afleiden door het optreden van Jezus in de tempel, waar hij de kooplui en geldwisselaars buitenjaagd. Het is de kerk niet enkel te doen om zijn profetisch en gezagvol optreden. Het gaat de kerk vooral om de woorden die Jezus spreekt wanneer men Hem vraagt: Wat voor teken kunt gij laten zien dat ge dit moogt doen. Jezus zegt dan: “Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.” Hij had het wel over de tempel van zijn lichaam, noteert Johannes, en “toen Hij dan ook verrezen was uit de doden herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden in de schrift en in het woord dat Jezus gesproken had”. Had de Vader niet gezegd: “Luistert naar Hem”. Wel, na de verrijzenis geloofden de leerlingen in Jezus’ woord. En ons geloof is gebaseerd op het geloof van die eerste Jezusgemeenschap.

De woorden die Jezus hier spreekt handelen over een dubbele realiteit: gebroken worden en doen herrijzen, dood en verrijzenis. En daar wil de Kerk het vandaag over hebben.

In de liturgie is er het aanvoelen, het voorvoelen dat het – louter menselijk gezien - slecht gaat aflopen met Jezus. Hij verkondigt het koninkrijk van God, maar niet zoals de mensen het zich voorstelden en bovendien vond men dat het gevaarlijk was zo te spreken met de Romeinse bezetter in de naaste omgeving.  Men oordeelde dus dat het beter was dat één mens stierf voor het volk dan dat heel het volk te onder zou gaan, wat tijdens latere opstanden toch nog zou gebeuren.

Jezus gaat dus zijn dood tegemoet. Maar dit overstijgt de menselijke machinaties. Jezus’ dood is gewoon het orgelpunt op zijn leven van trouwe dienstbaarheid aan de Vader; Hij doet en zegt wat de Vader graag heeft. Dat offer van heel zijn leven zal vruchtbaar worden voor heel het volk, voor heel de mensheid, want Hij was de Zoon van God. Maar het woord orgelpunt laat veronderstellend at het laatste woord gezegd is… En dat is niet zo.

God heeft het laatste woord. God gaf een antwoord op het woord van de stervende Jezus: “Het is volbracht. Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest”. Het antwoord van de Vader is de verrijzenis van Jezus.

Hier moeten we dan weer terugkomen op de reactie van de leerlingen na de verrijzenis van Jezus:

“toen Hij dan ook verrezen was uit de doden herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden in de schrift en in het woord dat Jezus gesproken had”. In deze veertigdagentijd nodigt de Kerk ons uit om aan God te vragen de zonde te doen uitsterven in ons hart door onze inspanningen tot soberheid, delen en vergevingsgezindheid. In dat ‘sterven’ ligt reeds de kiem van vernieuwing en opstanding, nieuw leven…

De kracht van Jezus’ verrijzenis moet in ons leven nu reeds de kans krijgen haar bevrijdend licht en haar deugddoende warmte uit te stralen. In deze Vastentijd breekt de kerk dagelijks het Woord van God voor ons. Dat Woord moet andere stemmen overstemmen zodat we de Stem van de Vader, de Stem van Jezus kunnen horen. We zullen dan stilaan gaan leven in de echte werkelijkheid en de kracht gaan ervaren van de gekruisigde en verrezen Heer in ons leven van elke dag. Dit is de veelgeliefde Zoon van God, luistert naar Hem. (Ben Van Vossel)

 

Jaar B  Zondag 1 Vasten

(1 maart 2009)

't Is nu de gunstige tijd: bekeert u en gelooft in het Blijde Nieuws

Woorden uit de liturgie: Genesis 9,8-15 / Psalm 25,4bc-5ab, 6-7bc, 8-9 / 1 Petrus 3,18-22 / Marcus 1,12-15

God sluit een verbond met Noach en heel de mensheid dat Hij de wereld niet zal vernietigen en Petrus legt uit dat het Gods lankmoedigheid is die de mensheid wil redden en ze ook daadwerkelijk redt door de kracht van Jezus’ verrijzenis, waarin Gods barmhartige liefde de dood en de zonde overwint: Het water dat het kwaad van de wereld verwijderde wordt teken van het doopsel dat ons met God verbindt door Jezus Opstanding. De ark wordt voor een aantal kerkvaders teken van het kruis dat ons redde uit zonde en dood.

In het evangelie zien we Jezus die zich door Gods Geest naar de woestijn laat leiden waar Hij als volwassen mens de radicale keuze maakt voor God. Van die roeping zal Hij zich niet laten afleiden. Nadat Johannes gevangen was genomen begint Hij zelf met zijn zending in het Noorden van het heilig Land. Overla verkondigt Hij: De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap!

De tijd is vervuld! De Kerk zal nog andere woorden nar voor laten komen: nu is het de gunstige tijd, het uur van genade, het uur van het heil! Nu krijg je de kans om je leven weer op de sporen te zetten, om je weg je ajusteren, de juiste weg te kiezen. Je krijgt nu weer de kans. Het is een dringende uitnodiging. Zo trekt Jezus als een profeet door Galilea. Het Rijk Gods is nabij. Als je wilt, als je nu de beslissing neemt kan je nu, op dit moment, het Rijk van God binnentreden. Je kan nu gaan leven onder de heerschappij van God, in het koninkrijk van God. Is dat niet fantastisch. Ja. Dat willen we toch? Die vriendschap met God. God als Vader hebben. In relatie leven met Hem…

In twee korte zinnen stelt Jezus een voorwaarde: bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.

Bekeert u. Ja, een ommekeer zal hier en daar nodig zijn. In feite gaat het niet enkel over sommige punten of domeinen van ons leven, als is het wel een goede strategie om ons daar eens op te bevragen. Het gaat echte om de grote keuze: wil je God echt als koning, als Heer van je leven? Of ga je door met zelf koninkje te spelen en je leven zo ongeveer waardeloos te maken? Ga je leven met God voor ogen, of oordeel je zelf wel wie god mag spelen, wat goed of verkeerd is, wat waardevol is en wat te verwaarlozen enz… Gaan we ons bekeren of leven we gewoon ons leventje zonder God, met alleen onszelf of een ander sterfelijk mens of stoffelijk ding als god? We gaan niet dwaas doen. We kiezen voor God.

MAAR, dan moeten we ook geloven in het Blijde Nieuws. Dat moeten we geloven dat God onze Vader is, dat wij zijn kinderen zijn, dat Hij van ons houdt, dat Hij ons Jezus gegeven heeft als redder, dat Hij onze zonden vergeeft, dat Hij ons opnieuw op weg zet en ons bemoedigt, dat Hij eeuwig leven voor ons in petto heeft, dat Jezus blijvend voor ons ten beste spreekt en ons door de kracht van de heilige Geest kracht geeft en zegent doorheen de sacramenten en dat Hij ons medemensen geeft om goed voor te zijn en barmhartig zoals God goed en barmhartig is voor ons…

Veertigdagentijd. ’t Is nu de tijd van genade, je bent genodigd tot het Koninkrijk van God. Treedt het binnen door u af te keren van wat niet goed is, van je egocentrisme, keer u naar God, werp u in zijn armen en geloof in de Blijde Boodschap die Jezus gebracht heeft en waarvoor zijn levensoffer en verrijzenis borg voor staan. (Ben Van Vossel)

Jaar B  Zondag 7

(22 febr. 2009)

Een opgerichte mens - een opgerichte mensheid

Woorden uit de liturgie: Jesaja 43, 18-19.21-22.24b-25 / Ps 41 /2 Kor 1,18-22 / Mc 2,1-12

Als je de mensen zo wat kent, en als je de wereld zo wat bekijkt, dan besef je dat er grote nood is aan genezing, aan hulp… In het Westen en het Oosten, in het Noorden en het Zuiden. Hier of ginder is er nood aan financiële hulp, of gewoon maar nood aan wat voedsel en drinken, aan wat basis gezondheidszorg…  Elders is er nood aan psychische bijstand, aan behandeling van verslaving op velerlei gebied, aan opvang van zovelen... Vaak is er ook nood aan spiritualiteit, aan zingeving, nood aan God, aan een diep en evenwichtig Godsgeloof…

In de lezing uit het Oude Testament, waarin God belooft dat Hij geduldig is en barmhartig en vergevingsgezind wil zijn, daar verwijt Hij het volk toch ook dat het Hem niet heeft aangeroepen, dat het zich niet om God heeft bekommerd…  Hier in het Rijke Noorden of het Westen, bekommeren wij ons bijna niet meer om God. God is uit onze huizen weg, omdat Hij weg is uit ons hart, weg uit de samenleving, weg van de TV, tenzij men Hem en de gelovigen wat belachelijk kan maken…

De bankcrisis, de grote financieel-economische crisis… daarover zei de paus dat het een kwestie is van egoïsme. Want allemaal vragen wij ons af: hoe is zoiets kunnen gebeuren? Ik ga niet leuteren zoals de een of andere bisschop dat dit een straf van God is. Maar, altijd maar meer en meer, altijd maar meer comfort, altijd maar grotere premies, altijd maar hogere lonen die boven alle andere uitsteken, en dan de banken maar leningen toestaan en zelf gaan lenen tot niemand meer weet wie heeft nu eigenlijk nog geld dat niet geleend is…

Och, het zal allemaal nog wel wat ingewikkelder liggen dan ik hier schets… Maar misschien moeten we toch wat genezen van het altijd maar meer, en het egoïstisch naar mezelf toetrekken zonder veel rekening te houden met wie echt nood heeft…

Als we vandaag die lamme zien die nood heeft aan genezing, zien we toch hoe die omgeven wordt door mensen die om hem geven. Hoeveel mensen hebben dat niet? Hoeveel kinderen missen de warme en evenwichtige thuis? Hoeveel mensen, zieken, bejaarden, werklozen, gehandicapten worden in de steek gelaten? Deze lamme heeft toch nog wel wat vrienden die Hem naar Jezus toebrengen. Okay, Jezus gaat dat doen. Maar… hij schenkt eerst aan die mens nog een diepere genezing: uw zonden zijn u vergeven, zegt Hij. Fysieke of psychische kwalen zijn niet altijd gevolg van een innerlijke wanorde, een ingaan tegen Gods verlangen, maar soms kan het wel zo zijn. En hier spreekt Jezus een woord van vergeving. Uw zonden zijn u vergeven.

En als teken van die innerlijke genezing geneest Hij die man ook van zijn verlamming…

Het is een mans die weer voluit in het leven kan staan, rechtop, in goede relatie et zijn medemensen, in goede relatie met God en bewust dat Hij dankzij God en zijn medemensen ook zelf de moeite waard is… Een opgericht mens. Een opgave voor ons om in ons eigen leven de juiste keuzes te maken. Een opgave voor ons om mee te werken aan een opgerichte wereld… (Ben Van Vossel)

Jaar B  Zondag 6

(15 febr. 2009)

Alles ter ere Gods

Woorden uit de liturgie: Leviticus 13,1-2.45-48 / Psalm 32 / 1 Kor. 10,31-11,1 / Marcus 1,40-45

 

“Doet alles ter ere Gods”. Het is een kort maar zeer sterk woord van Paulus, die trouwens zijn uitspraak heel concreet maakt: “Of gij dus eet of drinkt, of wat gij ook doet, doet alles ter ere Gods…” En hij voegt er op het einde nog bij: “Wees mijn navolgers zoals ik het ben van Christus”.

Het zijn woorden die ons leven zouden moeten vorm geven. Het is een pasvorm waarin ons leven zou moeten gegoten worden. “Alles ter ere Gods!” Dat wil zeggen dat we alles doen volgens Gods verlangen en dat we niets daarbuiten laten vallen.

Heel ons leven wordt een lofzang als we het doen tot eer van God, voor God, volgens zijn verlangen… Wij menen soms dat ons leven alleen maar echt christelijk is wanneer we bidden, of wanneer we de zondagsmis bijwonen. Nee, zegt Paulus, “of je nu eet of drinkt of wat je ook doet: doet alles tot eer van God”.

Zeg aan God; ik bied u heel mijn dag aan. Ik sta vandaag in uw dienst bij alles wat ik doe wil ik U toegewijd zijn. Ik ben uw kind, heel deze dag. Ik wil u dienen in alles wat ik doe, in alles wat ik vandaag te doen heb, en ook met mijn rust en mijn ontspanning, in alles wat mijn leven als mens uitmaakt wil ik U behagen…

Zo was het leven van Jezus, zo was het leven van Paulus. En zo zou ons leven moeten zijn.

Dan wordt het – in vereniging met Jezus’ leven – een waardevol leven in de ogen van God en tot heil van vele anderen.

Vele jaren geleden leerden de kinderen op de christelijke scholen een morgengebed waarin ze alles wat ze die dag zouden doen aanboden aan God.

Zo ongeveer in deze zin: “Mijn Heer en mijn God,… Ik draag U al de werken op, die ik deze dag zal verrichten. Ik wil ze doen tot Uw eer en tot zaligheid van mijn ziel …”

Of een ander gebed: “Goddelijk Hart van Jezus, ik offer U, door het onbevlekt Hart van Maria, mijn bidden, werken en lijden van deze dag tot herstel van al onze beledigingen en tot alle intenties, waarvoor Gij U onophoudelijk op het altaar opoffert”. 

Het is eenvoudig gezegd en misschien zouden wij het tegenwoordig wat anders uitdrukken, maar de bedoeling was: Kijk, Heer God, ik ben uw kind, ik dank het leven aan U en mijn eeuwig heil aan Jezus, uw geliefde Zoon; daarom leg ik heel mijn leven in uw hand: alles wat ik ben, alles wat ik vandaag zal doen, alles wat mij overkomt, ik vertrouw het aan U toe. Laat het U eer brengen en laat het tot heil zijn van mij en mijn medemensen.

Hoe meer wij ons durven toevertrouwen aan God, in het spoor van Jezus, des te vruchtbaarder zal ons leen worden. Ook al hebben we daar vaak geen direct zicht op, iets van Gods genadigheid zal doorheen ons leven naar mensen uitstralen. Voor ons komt het er enkel op aan in relatie, in nauwe’ relatie te blijven met God. Hij zal ons wel voldoende vrede in ons hart leggen zodat we weten dat ons leven niet tevergeefs is maar waardevol in zijn ogen en zegenrijk voor anderen. (Ben Van Vossel)

 

Ter Info: Twee oudere gebeden en een uit het ‘Geloofsboek’ :

 

Morgenopdracht (1)

Goddelijk Hart van Jezus, ik offer U, door het onbevlekt Hart van Maria, mijn bidden, werken en lijden van deze dag tot herstel van al onze beledigingen en tot alle intenties, waarvoor Gij U onophoudelijk op het altaar opoffert. In het bijzonder offer ik ze U op voor de intenties, door onze heilige vader de Paus, deze maand aanbevolen. Amen.

Ik wil bidden voor de bekering van de gehele wereld en de vervulling van alle intenties van het heilig Hart van Jezus.

Onze Vader…

Moeder Maria gedenk dat ik U toebehoor. Bewaar mij, verdedig mij, als uw goed en eigendom.
Engel van God, die mijn bewaarder zijt, aan wie de goddelijke goedheid mij heeft toevertrouwd: verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij.

 

Morgenopdracht (2)
Mijn Heer en mijn God, ik kniel voor U neer en aanbid Uw opperste Majesteit. Ik bedank U voor alle weldaden, bijzonder dat Gij me deze nacht hebt bewaard. Ik wijd U toe mijn ziel en mijn lichaam en alles, wat ik bezit. Ik draag U al de werken op, die ik deze dag zal verrichten. Ik wil ze doen tot Uw eer en tot zaligheid van mijn ziel en ik wil de aflaten verdienen, die er aan verbonden zijn. Ik maak het vaste voornemen, deze dag christelijk door te brengen, U, mijn liefderijke Vader, niet te beledigen, en al mijn plichten goed te vervullen.

 

Morgengebed uit het Geloofsboek (p. 213)

Heer, dag in dag uit ontvang ik (ontvangen wij) van U het bestaan.

Help mij (ons) deze dag door te brengen in uw dienst.

Geef mij een aandachtig hart,

dat niet voorbijziet aan de kansen die Gij mij ook vandaag wilt geven.

Houd in mij het geloof levens,

dat ik meebouw aan een betere wereld, waarin wij gelukkig mogen zijn.

Laat mij niemand pijn doen, afstoten of eenzaam maken.

Ik wil goed zijn voor’ ieder mens.

Volg mijn doen en laten als een goede Vader.

Zegen het werk van mijn handen, en blijf bij mij,

elk uur van deze dag.

Amen.

Jaar B  Zondag 5

(8 febr. 2009)

Prediken - helen - dienen ...

Woorden uit de liturgie: Job 7, 1-4.6-7 / Ps. 147 / 1 Kor. 9,16-19.22-23 / Mc 1,  29-39

             Ik weet niet of op uw parochie in de zondagseucharistie de eerste lezing uit het Boek Job ook werd voorgelezen. Een triestig gedoe, het mensenleven. Alhoewel niet voor iedereen en ook niet altijd. De meesten onder ons kennen ook wel eens goede dagen? Niet? Maar pijn en lijden en tegenslagen zijn er ook en we zijn wel niet zo wereldvreemd dat we niet weten hoe er grote aantallen mensen in de miserie leven. En nog meer nu met die wereldwijde economische crisis, waar vooral de armsten weer het slachtoffer van zullen worden. Zij zullen natuurlijk niet zo’n grote verliezen moeten incasseren als iemand met een boel aandelen, maar het beetje dat ze hadden smelt ook nog weg in hun handen en ze staan daar met lege handen, totaal weerloos, zonden enig uitzicht…

            In de evangelielezing zien we dan hoe Jezus, wanneer hij op sabbat uit de synagoge komt, het gebedshuis waar de gelovige Joodse mensen iedere week naar toe gingen om te bidden en onderricht te worden, wanneer hij thuis komt in het huis van Petrus en Andreas, geneest hij de schoonmoeder van Petrus die met koorts te bed lag. Zij werd vrij van koorts en bediende hem.

Dat laatste is ook wel treffend. Iemand die de genade van de genezing krijgt, stelt zich zelf ook ten dienste…

En ’s avonds brengen de mensen nog een hoop zieken bij Hem en bezetenen (misschien waren dat vooral mensen die een psychische kwaal hadden) en Hij genas hen…

Wij gaan dan natuurlijk weer zeggen: prachtig als je dat kan, mensen genezen door een eenvoudig woord of handoplegging… Maar ik zou toch eerder de aandacht willen trekken op het feit dat Jezus aandacht had voor die mensen, en tijd maakte voor de mensen, en deed wat Hij kon doen…

Als we het dan toch over onszelf ook willen hebben, kunnen wij ons toch wel afvragen hoe het zit met onze aandacht voor zieke, bejaarde, eenzame en beproefde medemensen, en of wij ook daar wat tijd en moeite in willen investeren? Onze deelname aan deze Eucharistie en de ontmoeting met onze Heer in de communie wil ons daartoe uitnodigen, aansporen, inspireren en kracht schenken. Jezus, zachtmoedig en nederig van hart, maak ons hart gelijk aan het Uwe!

            De evangelielezing ging nog verder. Nog diep in de nacht staat Jezus op en gaat buiten bidden… Wij houden het niet uit om ons echt in te zetten voor mensen, ons in te zetten voor de taak die God ons opdraagt, als we geen persoonlijke relatie hebben met God. Het gebed moeten we een plaats geven in ons leven, en we mogen het niet laten wegstromen, stilaan, bijna onopgemerkt door onszelf. We moeten spreken met God, met de Heer Jezus, over ons leen, over de wereld, over de mensen, over onze relaties… en tussendoor ook wat luisteren. Want terwijl wij bidden, wil Hij ons ook tonen dat Hij ons wil vergezellen doorheen het leven en wil Hij ons tonen hoe we sommige zaken best aanpakken…

            Maar dan komt onze dagtaak, een taak die God ons toevertrouwt. De apostelen willen Jezus daar in Kafarnaum houden omdat Hij daar wat succes had. Nee, zegt Jezus: “Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de omtrek, opdat Ik ook daar kan prediken. Daartoe immers ben ik uitgegaan…” Na het contact met God wil Jezus niet het succes opzoeken, maar doen waartoe de Vader Hem gezonden heeft. Maar door dat contact in het gebed weet Hij de Vader dicht bij Hem, voelt Hij zich gezonden door de Vader…  In de tweede lezing schrijft ook Paulus dat Hij niet anders kan dan het Blijde Nieuws te brengen aan zoveel mogelijk mensen: “Alles ben ik voor allen om er tot elke prijs enkele te redden”. Zo mogen wij tijdens onze dag, ook tijdens ons werk weten dat wij ook dan in dienst staan van onze God en Vader, van onze Heer Jezus Christus. We staan er niet alleen voor, wij mogen ons gezonden weten door God, ook midden de gewone en soms zware opdrachten van elke dag. Laat dat de vreugde en in ieder geval de diepe vrede zijn van ons hart, een vrede waar Job in zijn geweeklaag wellicht iets te weinig aan heeft gedacht. (Ben Van Vossel)

Jaar B  Zondag 3 door het Jaar

(25 jan. 2009)

'Verkondig het Blijde Nieuws!'

Feest van de bekering van de apostel Paulus 
(In dit Paulusjaar krijgt dit feest voorrang op de liturgie van de zondag)

Woorden uit de liturgie: Hand 22,3-16 / Ps. 116 + Gaat uit over de hele wereld en verkondig het evangelie aan heel de schepping (Mc. 16,15) / Marcus 16, 15-18

Paulus, geboren in Tarsus in Turkije (Silicië) maar opgevoed in Jeruzalem tot een strenggelovige Joodse farizeeër maakt op zekere dag de ommekeer van zijn leven mee. Hij krijgt het inzicht dat hij op een verkeerde weg zit. Dat hij moet stoppen met het vervolgen van die nieuwe Joodse sekte, de volgelingen van Jezus. En tegelijkertijd krijgt hij het inzicht dat hij zich zelfs in dienst moet stellen van die Jezus, die hij vlakbij Damascus als de Levende heeft mogen ervaren. Paulus geneest als het ware van zijn verblinding. Wat hij meende een valse weg te zijn, blijkt nu de echte, ja, de enige weg te zijn. Hij wordt volgeling en vrij spoedig ook getuige van Hem die gezegd heeft: Ik ben de weg, de ware weg naar het echte leven.

Als een pasbekeerde begint hij hevig van Jezus te getuigen, zo hevig dat zijn leven spoedig in gevaar komt en dat het ook gevaarlijk wordt voor de andere christenen. Hij trekt zich dan terug in de woestijn… Tot enige tijd later Barnabas, de oom van Marcus hem zal komen halen en hij dan een reizend missionaris wordt die overal jonge christelijke gemeenschappen sticht of bemoedigt. Lucas, een tijdlang zijn reisgenoot bericht over die missietochten en in de brieven die bewaard zijn leren we Paulus kennen als een bevlogen maar ook een zachtmoedig getuige van Jezus en het Blijde nieuws van Gods liefde voor elk mens.

Dat is nu juist het typische het kenmerkende bij Paulus, dat hij zo de nadruk heeft gelegd op Gods liefde voor alle mensen, en dat om gered te worden men niet eerst een Joodse gelovige moet worden, maar dat men gewoon Jezus moet aanvaarden als Zoon van God en Redder van de mensen.

De bekering van Paulus die we vandaag vieren, is daarom ook voor ons een dag van dankbaarheid. Wij, niet-Joodse mensen mogen dankzij hem weten dat niet enkel Joodse gelovigen om gelovigen uit alle volkeren mogen delen in Gods Liefde en mogen weten dat Jezus ook voor ons gekomen is.
Een dag van dankbaarheid.

Tegelijk een dag waarop wij ons moeten afvragen in hoever wijzelf echt bekeerd zijn? In hoever stellen wij God op de eerste plaats in ons leven. In hoever hebben wij Jezus aanvaard, aangenomen als onze Enige Redder en Heer? Het is voor ons een sterke uitnodiging om zoals die Joodse bekeerling te zeggen dat we Jezus boven alles stellen, dat Hij ons leven mag leiden, Hij die voor ons zijn leven heeft veil gehad. Luister eens naar deze sterke woorden uit de brief aan de Galaten: “Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij. Voor zover ik nu leef in het vlees, leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij” (Gal. 2,20).

Of dit andere woord uit de 2de Korintiërsbrief: “De liefde van Christus laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien, dat Een is gestorven voor allen. Maar dan zijn allen gestorven!  En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die ter wille van hen is gestorven en verrezen” (2KOR.5,14-15).

Zo is Paulus dan op weg gegaan, doorheen de toen bekende wereld. Overal sprekend over Gods liefde voor alle mensen en mensen uitnodigend om zich aan Jezus toe te vertrouwen en te leven volgens wat Jezus is komen leren als weg tot het echte leven.

In dit Paulusjaar dat nog loopt tot juni mogen wij met de hele kerk opzien naar die grote figuur en mogen wij van hem leren hoe God zijn liefde heeft laten neerdalen over alle mensen door de gave van Jezus, zijn geliefde Zoon.

In de Efesiërbrief wordt dit blijde nieuws in een korte lofzang samengevat:

3 Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus,

die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen.

4 In Hem heeft Hij ons uitverkoren voor de grondlegging der wereld,

om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht.

5 In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus,

naar het welbehagen van zijn wil, 6 tot lof van de heerlijkheid van zijn genade.

Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de Geliefde,

7 in wie wij de verlossing hebben door zijn bloed, de vergeving van de zonden,

dank zij de rijkdom van zijn genade.

(Ben Van Vossel)

Jaar B  Zondag 2

(18 jan. 2009)

'Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde'

Woorden uit de liturgie: 1 Sam. 3,3b-10.19 / Psalm 40 / 1 Kor. 6,13c-15a. 17-20 / Joh. 1, 35-42.

Door verscheidene teksten uit deze zondagsliturgie zou je deze zondag ‘roepingenzondag’ kunnen noemen of zondag van de ‘bereidheid’, ‘toewijding aan God’, zondag van de volgeling.

In de eerste lezing uit het eerste boek Samuël vernemen we de roeping van de jonge Samuël: hoe hij stilaan begrijpt dat God hem aanspreekt en roept. Het is dan met zijn hele hart dat hij op aanraden van de oude priester Eli antwoordt: ‘Spreek Heer, uw dienaar luistert’.

De tussenzang die we dan hoorden had als steeds terugkerend refrein: “Ja, ik kom; uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde”. Kan je een meer gelovig antwoord geven aan God vanuit het geloof dat Hij een God van liefde is, die alleen maar ons heil op het oog heeft?

In zijne eerste Korintiërsbrief zegt Paulus dat we als christengelovige moeten beseffen dat we niet onszelf toebehoren, maar dat we vrijgekocht zijn en dat de prijs betaald is Christus die voor ons en omwille van ons heil gekomen is en zijn leven gaf op het kruis.

In het evangelie verhaalt Johannes ons de roeping van de eerste leerlingen. De gelovige Joodse mensen keken toen uit naar een bevrijder: iemand die hen zou bevrijden van de Romeinse bezetter, maar ook iemand die hen innerlijk zou vrijmaken, genezen, vernieuwen… De Messias, Iemand die door God gezonden zou worden. Hun profeet, Johannes de Doper horen ze zeggen, terwijl Jezus daar voorbij komt: “Zie, het Lam Gods”. Enige van zijn Johannes’ leerlingen waren zo alert om op dat woord in te gaan. Ze lopen achter Jezus aan. Als Hij hen vraagt: Wat verlangt ge? Antwoorden ze een beetje eenvoudigweg: “Rabbi, Meester, waar woont Gij?” En Jezus antwoordt: Kom zien. Zij zullen dat uur van ontmoeting nooit meer vergeten. Het was ongeveer het tiende uur, zegt het evangelie. Andres, een van die twee, gaat dan zijn broer, Simon halen en brengt hem bij Jezus. Jezus geeft Simon de naam ‘Petrus’, Rots. Op Hem zou hij zijn kerk bouwen. We mogen dan ook even eraan denken hoe vandaag de bidweek voor de eenheid van de Kerk begint, een verlangen dat Jezus ook nauw aan het hart lag.

We kunnen nu natuurlijk bewonderend opkijken naar die apostelen en naar die jonge Samuël, die zo bijna enthousiast ingaan op de roeping om zich in dienst te stellen van God. Maar wat heeft dat met ons te maken?

Wij zijn gelovige mensen. Wij werden bij ons doopsel aan God toevertrouwd. Maar die keuze voor God moeten we wel bewust tot de onze maken. Bovendien is dat geen keuze die we misschien wel al eens bewust hebben gemaakt, maar, net zoals in een huwelijk is het een keuze die we elke dag opnieuw te maken hebben en waar we met ons leven achter moeten staan. Op die manier hebben die verhalen van lang geleden toch wel echt iets met ons te maken, met ons leven als gelovig mens en als christen.

Misschien hebben we al bewust voor God gekozen toen we nog jong waren, zoals Samuël, en hebben we ook gezegd: spreek, Heer, uw dienaar luistert. Maar wat later moet Samuël echt de boer op, moet hij als Gods profeet zelfs gaan optreden tegen de zonen van de priester Eli end at was ook voor hem geen lacheding. Om als jonge mens en later als volwassene steeds naar God te luisteren, is ook voor ons niet altijd zo eenvoudig geweest. Het kan ons misschien een kleine troost zijn dat de apostelen ook wel eens steken hebben laten vallen bij het breien aan hun gelovig leven. Ze gingen allemaal op de loop toen Jezus gevangen genomen werd. Petrus, de Rots, zal zelfs zover gaan dat hij zweert Jezus niet te kennen en zeker geen volgeling te zijn van Jezus….

Maar bij de Heer vinden wij altijd vergeving.

Toch willen wij ons vandaag laten uitnodigen om zoals in Psalm 40 vaak te zeggen: Ja, ik kom; uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde; uw wet is in mijn hart gegrift. Laat uw genade en uw trouw mij steeds behoeden. Uw wil te doen, dat is mijn vreugde.

Het is maar als we ons radicaal toewijden aan God, ons in zijn dienst stellen, Hem aannemen als de Heer van ons leven, dat we de diepe vrede en vreugde gaan kennen, die alleen Jezus ons kan geven.  (Ben Van Vossel)

 

DOOP VAN DE HEER

Zondag 1 na 6 januari Jaar B  (11 jan. 2009)

'In U heb ik welbehagen'. 'Hij ging rond al weldoende'

Lezingen Jesaja 42,1-4.6-7 / God zegent zijn volk met vrede Ps 29 / Hand. 10,34-38 Hij ging weldoende rond / Mc 1,7-11 Gij zijt mijn Zoon…

We hebben Kerstmis mogen vieren, de komst van Gods Zoon als een tastbaar mensenkind. We hebben met het feest van Driekoningen mogen vieren hoe Hij gekomen is voor ieder mens, mensen uit alle stammen en volkeren… Herders en wijzen uit verre landen… Vandaag wordt Hij ons dan ook publiek voorgesteld: Hij die zal dopen met de heilige Geest. God zelf wijst Hem aan als de veelgeliefde Zoon. In de tweede lezing uit de Handelingen van de apostelen wordt Jezus de Heer van alles genoemd. Hoe Hij met de heilige Geest en met kracht was toegerust… En tenslotte zegt dat typerend woord: Hij ging weldoende rond en genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem. (Hand. 10,38).

Dat is Jezus helemaal. Gods Zoon, helemaal aan de kant van God, maar gekomen voor het geluk van de mens: al weldoende ging Hij rond. En Hij bevrijdde mensen van alles wat op hen drukte want Hij kwam vanwege God.

Als wij als christenen, als Jezus' volk zo eens echt op Hem konden gelijken! Dat God ook van ons zou zeggen: jullie zijn mijn veelgeliefde zonen en dochters, in wie Ik echt mijn welbehagen kan hebben. En dat de mensen over ons zouden zeggen: zij gingen rond al weldoende… Dàt zou de ideale vervulling van ons leven zijn! Van Jezus zeggen ze het al hoe het als kind en jonge mens stilaan duidelijk werd, zodat Lucas in zijn evangelie noteert: En met de jaren nam Jezus toe in wijsheid en welgevalligheid bij God en de mensen (Lk.2,52). “Welgevallig bij God en de mensen”. Wat een prachtig ideaal voor ieder van ons. Gods geliefde kinderen die al weldoende rondgaan…

Misschien dat de een of de ander van ons van zichzelf vindt dat hij of zij dat wel min of meer doet. Vele anderen van ons zullen moeten toegeven dat we toch wel ver onder dat ideaal blijven.

Maar moeten wij het opgeven om ernaar te streven? Is het iets waar we ons niet mee moeten bezighouden midden onze drukke bezigheden?

Ik denk dat het iets is dat God van ons verwacht. Het probleem blijft dan natuurlijk hoe we aan die verwachting kunnen beantwoorden. Als ouders van hun kinderen verwachten dat ze met een schitterend rapport thuiskomen, kan dat wel eens een te overdreven verwachting zijn zodat ze voortdurend ontgoocheld zijn en hun kind bovendien opzadelen met een soort schuldcomplex en het ontmoedigen omdat het altijd beneden de verwachting blijft.

Is dat ook het geval met God en ons? Nee. God is wijzer dan de mensen. Hij gaat met ons van moment tot moment. Hij bemoedigt ons. Hij toont ons de weg. Hij is ons nabij met zijn Geest en zijn kracht. En als we al eens falen, als we te weinig beantwoorden aan Gods verlangen, dan is er zijn barmhartige liefde die ons weer ophelpt en verder leidt…

Loopt alles dan vanzelf. Nee. We moeten zelf ook wijs zijn, verstandig zijn. We moeten onze kracht zoeken waar ze te vinden is: in het gebed. In de regelmatige omgang met Jezus. Ons laten onderrichten door zijn woord. Beroep doen op de heilige Geest, op de hulp van Maria en de heiligen. We zijn zo’n geseculariseerde, eigenlijk zo’n kompleet wereldse mensen geworden, dat we ons te groot achten om met ons hoofd of met ons hart wat meer in de hemel te leven. Nochtans is slechts een diep geestelijk contact met de bovennatuur in staat ons uit de dagelijkse sleur en de verlokking van de wereld te houden.

Jezus laat zich dopen door Johannes de Doper. Hij wil als joodse jongeman intreden in dat verlangen om God te behagen en te kiezen voor het goede. .. Vanuit het contact met God zal Hij weldoende rondgaan tussen de mensen. Daar heeft Hij voor gekozen en die weg zal Hij gaan.

Gaan wij Hem volgen op die weg en ons door Hem laten leiden? (Ben Van Vossel)

 

OPENBARING VAN DE HEER (Epifanie - Driekoningen)

Zondag 1 na 1 januari Jaar B  (4 jan. 2009)

Leven als 'wijze' mensen

Jesaja 60,1-6 / Ps. 72 / Ef. 3,2-3a.5-6 / Mt 2,1-12

Daar zijn ze weer. De Wijzen uit het Oosten. Er staat niet dat ze met 3 waren, en er staat niet dat het koningen waren. Magiërs, staat er, wijze mensen, die het heelal doorzochten naar speciale tekenen uit de hemel als het ware. Mensen die zochten naar de betekenis van de tekenen van de tijd. Wijze mensen op zoek naar de waarheid, op zoek naar de echte betekenis en waarde van de dingen…  Na een (levenslange?) tocht komen ze uit bij “het Kind en zijn moeder Maria” (Mt. 2, 11). Is dat niet wat al te pover? Een jonge moeder met haar pasgeboren kind? Moet je daarvoor zover op tocht gaan? Moet je daarvoor zo’n verstandige mens zijn? “En op hun knieën, neervallend betuigden ze Het hun hulde”.

De eindejaars- en nieuwjaarsfeesten waren hopelijk vol vreugde, vol gelegenheid tot ontmoeting en vriendelijke en oprechte wensen. Soms vullen we vreugdevolle momenten ook met oppervlakkigheid, nietszeggende woorden, woorden waar we niet met ons leven achter staan. En we zien de echt waardevolle zaken niet, de betekenisvolle gebeurtenissen. We bemerken niet de echte waarde, de echt betekenis van wat er gebeurt in ons leven en in de wereld… We stellen ons vlug content met het oppervlakkige… Of we menen dat we alles naar ons hand kunnen zetten, dat we alles kunnen forceren naar onze eigen zin en goesting… Dat probeerde Herodes ook te doen. God opzij zetten en zijn eigen wereld scheppen… natuurlijk met veel kapot te maken. De wijzen staan ontvankelijk in het leven. Zij zoeken, staan open voor het wonder, gaan op weg, stellen vragen.. Zijn blij wanneer er wat licht doorbreekt op hun tocht door het leven, zijn blij wanneer het licht van God doorbreekt en… zij weten te bewonderen en te aanbidden…

Wij zien de kerstkribbe nog nauwelijks staan. ’t Is zo gewoon. ’t Is zo klein. ’t Is zelfs kinderachtig… Je moet een wijze mens zijn om in het geheim, het mysterie van die kerstkribbe door te dringen. Dat God zich zo klein heeft gemaakt om ons te kunnen raken, om ons te kunnen ophelpen, om ons te kunnen vernieuwen en de deur naar het geluk te openen… Je moet met verwondering en bewondering in aanbidding voor het kerstgebeuren gestaan of geknield hebben om een echte wijze te worden. Om iets te begrijpen van de onbegrijpelijke liefde waarmee God ons liefheeft. Je moet er wat tijd voor maken… De tekenen leren zien. De gang van de wereld, hoe het eraan toegaat, de gebeurtenissen leren doorzien. Wat openbaart zich hier, in welke richting ligt hier de echte werkelijkheid, het echt waardevolle… Zo doet God zich kennen. Vanuit de ontmoeting met Hem in het gebed, in de Eucharistie en de Bijbelwoorden zal de heilige Geest ons leiden op onze tocht vanuit het Oosten naar het licht waarmee Hij zich heeft laten kennen in dat weerloze Kind in de kribbe, in die profeet die al weldoende rondging, en in die weerloze Man aan het kruis. En wij zullen stilaan begrijpen dat Liefde het enige is dat toekomst heeft, omdat God liefde is. Laten wij vandaag van de wijzen leren om elke glinstering van het echte licht te volgen. God zal ons op die weg tegemoet komen. (Ben Van Vossel)