|
|
|
ACTIVITEITEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED - GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN INHOUD - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT - THUISPAGINA - UITZICHT - VERHALEN - WETENSCHAP - ZENDING - DE
HEILIGE PASTOOR VAN ARS Ik was
getroffen door een korte tekst, eigenlijk een getuigenis van priester Bodart
over het priesterschap waar hij ronduit beweerde dat nieuwerwets priesterschap
geen vrees kent omtrent ouderwets priesterschap. Hij komt ongegeneerd op voor
het streven naar heiligheid, voor priesterlijke vurigheid in de eucharistie…
en hij citeerde enige keren de pastoor van Ars: “Om de mis op te dragen zou
men een serafijn moeten zijn”, “Pas in de hemel zal men begrijpen wat het
beduidt de Mis te mogen lezen.” En hij besluit: ‘De priester kan niet zonder
innerlijk leven’. Een
moeilijke tijd voor de Kerk De
pastoor van Ars leefde natuurlijk in een andere tijd, een heel andere tijd dat
de onze. Maar een tijd die ook zwanger was van veranderingen, waarin hele
wereld- en mensopvattingen, gedachtestromingen ondersteboven werden gehaald. Het
was de tijd van de Franse revolutie en alles wat er bij kwam kijken aan wanorde,
onzekerheid, oorlog… Jean-Marie Vianney leefde in die onzekere tijd, die we
gerust ook een tijd van kerkvervolging mogen noemen : zijn eerste biecht
sprak hij thuis aan een clandestiene priester knielend aan de voet van de grote
staande klok, zijn eerste communie ontving hij pas twee jaar later in een
schuur, tijdens de Eucharistieviering door een ondergedoken priester, die zijn
eed van trouw aan de republiek herroepen had. De priesters moesten immers de eed
van trouw aan de (atheďstische) republiek uitspreken, met daarin ook de
gedachte dat geen buitenlandse macht (i.c. de paus) zich had te bemoeien met het
geloof binnen het Franse Rijk (denk aan het communisme in de gewezen
Sovjetrepublieken en in communistisch China waar ze ook geen buitenlandse
zegging over hun landgenoten willen). Geen intellectuele
hoogvlieger Jean-Marie werd geboren in Dardilly, niet ver van Lyon op
8 mei 1786. Reeds als jongen hielp hij mee op de boerderij en hij heeft
nooit school gelopen. Het is een publiek geheim dat Jean-Marie Vianney geen
intellectuele hoogvlieger was maar van zijn ouders had deze boerenjongen wel een
diepe godsdienstigheid meegekregen en hij had de ervaring gehad van een stevig
en liefdevol gezinsleven. Wanneer Hij zijn verlangen kenbaar maakt dat hij
priester wil worden: “Ik zou zielen willen winnen voor de goede God”, dan
valt dit wel in goede aarde bij moeder (Marie
Béluze), maar
vader, nochtans ook een goed christen, vindt het maar niets. Hij zal dan pas op
20 jaar op de schoolbanken terecht komen, waarschijnlijk tot groot jolijt van de
kinderen tussen wie hij plaats moet nemen. Op het seminarie van Lyon denkt men
er zelfs aan hem weg te sturen en hij wordt zelfs diesntweigeraar wanneer hij
wordt opgeroepen voor de oorlog tegen Spanje. Gesteund door een bevriend
priester (abbé Balley)
die hem wat voorbereidde en bemoedigde kan hij op het seminarie blijven en hij
kan zich dan tenslotte toch aan bieden voor de priesterwijding te Grenoble
(1815). Een
lauwe parochie - een heilig priester Na
een eerste benoeming te Ecully (als hulp bij die bevriende pastoor) wordt hij
pastoor benoemd in een miniparochie van zo’n 230 bewoners: Ars (1818). In deze
parochie, zo’n 40 km. Van Lyon, zal hij blijven, ondanks een paar
ontsnappingspogingen. Deze ontsnappingspogingen worden verijdeld door de
parochianen, die hun pastoor niet meer wilden laten vertrekken. Aanvankelijk
werd hij niet zo enthousiast onthaald en zijn steeds weerkerende preken tegen de
dansgelegenheden oogsten vast geen algemene instemming. Maar de hardnekkigheid
waarmee hij zijn kerkje restaureert, zijn goedheid, de vreugde die hij
uitstraalde, zijn gestreng leven, de vele uren die hij biddend voor het heilig
sacrament doorbracht, zijn geweldige inzet voor de weeskinderen (hij richt een
weeshuis op “La Providence” waar hij voortdurend bedelbrieven voor moet
schrijven), zijn ongemeen radicale persoonlijke armoede gepaard met zijn hulp
aan armen en arme gezinnen, dit alles verzekerde hem stilaan van het respect en
in groeiende mate van de bewondering en zelfs de verering van zijn aanvankelijk
wat koude kudde. Wat misschien nog het meest opviel waren de vele uren van
bereidzame aanwezigheid in de biechtstoel, het is bijna ongelooflijk dat hij
daar 16 tot 18 uur doorbracht om mensen hun biecht te horen, hen te bemoedigen,
hen gerust te stellen… Hij werd verteerd door zijn verlangen om mensen het
heil van God te brengen. Heraut
van Gods barmhartige liefde Misschien
komt het dan minder onbegrijpelijk voor dat tijdens zijn laatste levensjaren er
tot 100.000 pelgrims ieder jaar naar Ars kwamen om een woord van aanmoediging en
vrede te ontvangen vanwege die eenvoudige pastoor die misschien niet veel wist
van menselijke wetenschap of zelfs van theologie, maar die in ieder geval het
hart van de mensen kende čn het hart van God. Het “hart van God”, dat
maakte hij kenbaar en ervaarbaar in het sacrament van de verzoening, maar ook in
zijn preken. Hij was vurig wanneer hij tekeer ging tegen de dansgelegenheden
maar helemaal in zijn sas was deze stuntelige redenaar wanneer hij over Gods
liefde kon preken en dat was niet vanzelfsprekend in die tijd die toch ook niet
vrij was van Jansenistische strekkingen die vooral Gods gerechtigheid en
gestrengheid voor ogen hadden. Hij
was een totaal gegeven man, radicaal in zijn boetedoeningen, en in zijn
pastorale ijver tot het uiterste. Totaal uitgeput kon hij zeggen: “Wat is het
goed te sterven als men op het kruis geleefd heeft”. Hij overleed op 4
augustus 1859; hij was 74 jaar. Gevangene
van de biechtstoel Je
mag dan al een vurig priester zijn maar je blijft ook gewoon mens: vermoeidheid,
honger, je niet meer kunnen concentreren, slaap… Na enige tijd kreeg de
pastoor het in de gaten dat hij werd opgegeten door de toestromende
biechtelingen, waaronder veel pelgrims. Je kan het ja bijna niet inbeelden dat
voor zo’n eenvoudige priester zich zoveel mensen verplaatsten. Maar al dat
volk belegerde als het ware zijn biechtstoel… En ondertussen ondernam de
pastoor drie pogingen om Ars te ontvluchten: hij voelde zich onwaardig om
pastoor te zijn en vond dat hij Gods goedheid eerder in de weg stond dan ze aan
zijn parochianen te tonen. Zes jaar voor zijn dood ondernam hij middenin de
nacht zijn laatste ontsnappingspoging. Iemand zag het echter en verwittigde
anderen, men ging zelfs de klok luiden. Hij werd omringd door parochianen: hun
pastoor wou Ars ontvluchten? Ha, nee, dat gaat niet door! Als een gearresteerde
moet hij terug mee. Men laat hem even de tijd om te bekomen en daarna: opnieuw
de biechtstoel in vanaf 1 uur ‘s nachts. Ongelooflijk! En hij bekent ’s
anderendaag: “Ik heb ’t kind uitgehangen”. Heilige Hij
was 73 jaar toen hij overleed op 4 augustus 1859. Bij de uitvaart van dat
‘onbekwaam’ pastoorke waren wel duizend personen aanwezig, ook de bisschop
en alle priesters van het bisdom. De
heilige Pius X verklaarde hem zalig. In 1925 werd hij door paus Pius XI heilig
verklaard (hetzelfde jaar als Theresia van Lisieux) en in 1929 wordt hij als
patroon aangewezen van alle pastoors ter wereld. Ook vandaag ziet het kleine
stadje Ars nog enige honderdduizenden pelgrims langskomen, aangetrokken door die
onbeduidende man die zich leven volledig stelde in dienst van God en van de
mensen. Een internationaal seminarie voor toekomstige priesters en een onthaal
voor priesters van over de hele wereld zijn er echt op hun plaats. 100 jaar na zijn dood schreef Johannes XXIII de encycliek
Sacerdotii nostri primordia om
de pastoor van Ars voor te stellen aan onze tijd als model van het priesterlijk
leven en ascese, ook als voorbeeld van eucharistische vroomheid en cultus, model
van pastorale ijver. Zijn Eucharistische
devotie Hierover schrijft de paus (nr 264): Het gebed van de
Pastoor van Ars, die om zo te zeggen de Toen
Jean-Marie Vianney pastoor werd te Ars bestond deze enkel uit een middenschip.
Stilaan zal hij ze laten uitbreiden met enkele zijkapellen, toegewijd aan Maria,
‘Zie de Mens’ (Jezus aan de geselkolom), de heilige engelen, de heilige
Filomena (aan wie hij de wonderen toeschreef die door zijn eigen voorspraak
plaats vonden) en Johannes de Doper. Als je binnenkomt links tref je hogerop de
preekstoel en daar tegenover, een kleine preekstoel van waarop hij de
catechismus onderrichtte. Hij wou in feite een basiliek laten neerplanten, maar
dat is pas gebeurd na zijn dood. Zijn
biechtstoel bevindt zich in de vroegere sacristie. Het schrijn met zijn lichaam
bevindt zich rechts in de basiliek, boven een halfverheven beeldhouwwerk dat
zijn priesterwijding weergeeft. Er tegenover bevindt zich de kapel van de
verheerlijking met een beeld van Cabuchet en een weergave van zijn eerste
communie. INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - |