|
|
|
INHOUD - ACTIVITEITEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED - GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN - GEZONDHEID - HAHAHA - INFO - JEZUS (Isa al Masih) - JONGEREN - KERK en GELOOF - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA - - MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT - THUISPAGINA - UITZICHT - VERHALEN - WETENSCHAP - ZENDING -
HET EVANGELIE VAN JUDAS Samenstelling : Ben Van Vossel “Mensen die nooit de moeite zouden nemen om een verantwoorde analyse te lezen van de overleveringen betreffende Jezus’ kruisiging, dood, begrafenis en verrijzenis, zijn gefascineerd door het één of andere ‘nieuwe inzicht’ dat inhoudt dat hij niet gekruisigd of gestorven zou zijn, vooral als het verdere verloop van dat verhaal behelst dat hij er met Maria Magdalena vandoor is gegaan naar India” (Bijbelwetenschapper Raymond Brown over ‘het Evangelie van Thomas’, momenteel een bestseller in de VS).
Een donderpreek tegen Judaszilverlingen en media Op Goede vrijdag 2006 hield de kapucijnerpater Raniero Cantalamessa (men noemt hem wel eens de hofpredikant van de paus) een soort ‘donderpreek’ in de Sint-Pietersbasiliek te Rome in aanwezigheid van Benedictus XVI: “Er wordt momenteel veel gepraat over Judas’ verraad, zonder er bij stil te staan dat dit verraad nog altijd wordt herhaald”, zo sprak de kapucijn. “Christus wordt opnieuw verkocht, maar niet meer aan de leiders van het sanhedrin voor dertig zilverlingen, maar aan uitgevers en boekverkopers voor miljoenen zilverlingen!" Dit was een vrij directe verwijzing naar publicaties zoals het zogenaamde Judasevangelie en De Da Vinci Code waarover voor enige tijd vrij veel sprake was. Met de promotie en exploitatie van dergelijke geschriften wordt volgens Raniero Cantalamessa Christus’ lijden en sterven op stuitende wijze gemanipuleerd, met name door de media. De media werken volgens hem vaak allerlei ‘fantasieën’ bij het publiek in de hand: “We leven in het tijdperk van de media en de media zijn meer geïnteresseerd in nieuwigheid dan in waarheid.” Miljoenen mensen worden op zo krasse wijze gemanipuleerd door de media, wij moeten daar tegen protesteren, niet alleen in naam van het geloof, maar ook van het gezonde verstand en de redelijkheid.” (naar: KN 15 april 2006). Ondertussen hebben – achteraf - de media wel laten weten dat ook voor hen de Da Vinci Code van Dan Brown bijvoorbeeld een roman is en de zogenaamd wetenschappelijke gegevens waarop hij zich zou steunen eigenlijk niet veel waard zijn. De ‘zilverlingen’ (dollars, euro’s) zijn ondertussen echter wel binnen en de kassa klinkt nog altijd.
Gedroomde kansen tot evangelisatie? Ik begrijp de opwinding van pater Cantalamessa. We mogen ons als christenen gerust opwinden als de figuur van Jezus en de authenticiteit van de 4 evangeliën worden gekleineerd op vrij onwetenschappelijke manier maar wel voor een groot publiek en met veel poeha. We zitten echter met het feit dat dit alles toch gebeurt, dat die zaken toch gepubliceerd worden en dat massa’s mensen het toch horen, zien of lezen. Voor ons als christenen komt het er dan op aan dat wij zelf goed geïnformeerd zijn en dan ons laten horen. Niet door geschreeuw en hysterisch gedoe maar op rustige wijze en met gefundeerde argumenten. Tal van christelijke websites hebben dan ook een aparte ruimte ingelast tegen de Da Vinci Code; de meeste echter vrij laat. Diep in ons hart moeten we weten dat al dat negatieve in feite niets afdoet aan de waardigheid van Christus en de waarheid van de christelijke leer. En er is nog dit: met volle handen moeten we gebruik maken van deze gunstige gelegenheid om de waarde en waarheid van de christelijke leer op boeiende wijze naar het publiek te brengen. In hun naïeve nieuwsgraaierij bieden de media en allerlei Dan Browns ons een gedroomde kans om bij een groot publiek de aandacht naar het christendom te trekken. Of hoe je het negatieve zo kunt aanwenden dat het positieve gevolgen heeft. Maar goed, wij gingen het hebben over het evangelie van Judas. Wat is dat eigenlijk?
Zeer oude tekst van een christelijke dwaalweg Naast de 4 evangelies (Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes) die deel uitmaken van de officiële codex van de christelijke kerk(en) bestaan (of bestonden) er nog een heel deel andere evangelies. Wij noemen dat “apocriefe” evangelies. ‘Apocrief’ (letterlijk ‘geheim’, ‘verborgen’) betekent hier gewoon dat ze niet in de officiële canon van de Kerk werd opgenomen naast de evangelies van Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes en dus een wat ‘verborgen’, ‘geheim’ bestaan leidden, onbekend voor de meeste christenen. Naast het evangelie van Judas zijn er nog andere voorbeelden van apocriefe evangeliën, zoals het evangelie van Thomas, dat van Maria Magdalena en dat van Philippus." Volgens Prof.Van Oort zijn er, naast de vier evangeliën die in het Nieuwe Testament zijn opgenomen, nog 31 evangeliën bekend. Daarvan zijn er ongeveer twintig (!) geworteld in de gnostiek, waarover we het straks nog hebben. De rechtgelovige christelijke gemeenschap heeft deze teksten niet willen aanvaarden als officiële documenten van de heilige Schrift. Welnu, rond het jaar 180 (!) vermeldt de heilige Irenaeus van Lyon (ca. 140-202) in zijn 5-delig werk ‘Contra haereses’ (Tegen de ketters) (I,31,1) een vermeend apocrief ‘evangelie van Judas’; dat moet dus reeds vóór het jaar 180 bestaan hebben. Later vermelden Epiphanius van Salamis (vrij breed in zijn Panarion I,38, geschreven rond 375) en pseudo-Tertullianus eveneens dat Judasevangelie. Volgens deze oude kerkelijke bronnen was het apocriefe evangelie van Judas een Griekse tekst van ‘gnostische’ oorsprong, geschreven door de sekte van de Kaïnieten in het midden van de tweede eeuw. Deze gnostische sekte van de Kaïnieten erkent Kaïn (de moordenaar van zijn broer Abel) als haar voorvader die toegang had tot de hogere kennis (vandaar de naam van hun sekte). In tegenstelling tot andere gelovigen nemen de Kaïnieten niet Abel, Henoch, Abraham en Mozes als voorbeelden, maar voelen ze zich verbonden met alle negatieve figuren in de joodse en christelijke geschriften, zoals de verleidende slang uit het verhaal van de zondeval, Kaïn, Ezaü, Korach en de Sodomieten. Ook Judas Iskariot zou deel gehad hebben aan de verborgen goddelijke kennis. De Kaïnieten schrijven daarom een evangelie toe aan deze apostel. Het evangelie van Judas dus."
De betrokken codices Het manuscript (met de hand geschreven tekst) waarover we beschikken kan best authentiek zijn (geen vervalsing dus); het is geschreven in een Koptisch dialect en wordt gedateerd rond de 5de eeuw. en is waarschijnlijk afkomstig van rond de vijfde eeuw. Als dat zo is, “dan denk ik dat we dit evangelie ernstig mogen nemen", zegt Dries Somers. “Hiermee wil ik niet zeggen dat het evangelie van Judas ons betere informatie zou geven over Jezus dan de canonieke evangelies uit de tweede helft van de eerste eeuw. Indien uit de inhoud blijkt dat het geschrift ‘het evangelie van Judas’ zou kunnen zijn (waarover de heilige Ireneüs het heeft), dan is het een belangrijke bron over een vroegchristelijke sekte uit de tweede eeuw na Christus. Zulke vondsten kunnen bijdragen tot een vollediger beeld van bewegingen binnen het vroege christendom. De tekst die bewaard is gebleven is een in het koptisch geschreven codex dat dus (waarschijnlijk dus) teruggaat op een Grieks origineel. Eind jaren 1970 werd die codex (een verzameling van enige manuscripten) ontdekt en verhandeld in Midden-Egypte; daarna was men het spoor bijster. Het document werd het land uitgesmokkeld en dook in 2005 op bij een Zwitserse stichting, die de restauratie en vertaling financierde. Zo kwam de tekst dan tot ons. Volgens Dries Somers maakt het manuscript van ‘het evangelie van Judas’ deel uit van een grotere papyruscodex bestaande uit 62 pagina’s. Volgens Prof. Van Oort is sinds de vondst van de codex waarschijnlijk de helft van de vellen verdwenen. Er waren “dreigingen met moord en doodslag, smokkel, een geheel of gedeeltelijk geroofde codex, en een handelaar die papyri domweg in een ijskast legde”. Hij verwacht dat er de komende tijd nog vermiste teksten zullen opduiken. We vinden in dit manuscript drie werken: de Brief van Petrus aan Philippus, de Eerste Apocalyps van Jakobus en … het evangelie van Judas. De eerste twee werken waren eerder al gekend vanuit de ‘Nag Hammadi’-geschriften (zie nota hieronder). Los van de eigenlijke inhoud betekent de ontdekking van dit manuscript in ieder geval een bijdrage tot de kennis van de oudchristelijke literatuur.
De Kaïnieten en Judas Voordat de Engelse vertaling werd vrijgegeven had de National Geographic Society de medewerkers aan de uitgave verboden om de inhoud van het evangelie van Judas reeds bekend te maken. Toch wist men op voorhand reeds dat de laatste zes pagina’s van de tekst een beschrijving geven van een hemels scenario waarin Allogenes (een mythische figuur bekend uit andere geschriften van Nag Hammadi, zie voetnoot) ondervraagd wordt door Satan. Daarop volgt dan een aardse scène waarin Jezus door schriftgeleerden in het oog wordt gehouden. De tekst eindigt met de beschrijving dat Judas het geld aanneemt en Jezus overlevert. De idee achter het evangelie zou kunnen zijn dat Judas vanuit zijn goddelijke kennis een goede daad verricht door Jezus over te leveren en zo mee te werken aan de heilsgeschiedenis. Dat laatste zou nog enigszins kunnen aansluiten met een zinsnede uit het Mattheüsevangelie waar Jezus zegt dat de Mensenzoon overgeleverd moet worden, maar daar staat ook dat degene die Hem overlevert beter nooit geboren was (Mt 26,24).
Gnosticisme
- dualisme De schoot waaruit dit Evangelie van Judas
ontstond is de sekte van de Kaïnieten die op hun beurt geworteld was in het
gnosticisme. Gnosticisme of gnostiek of gnose is een verzamelnaam voor
verschillende religies en sekten uit de eerste eeuwen van onze jaartelling zowel
in het christendom als daarbuiten. Leden van een gnostische sekte streefden naar
de overstijging van hun aardse bestaan om tot hogere kennis te komen. Het is
deze kennis, ook wel ‘gnosis’ genoemd, die de gnostici trachten te bereiken.
De gnosis kunnen we misschien het best omschrijven als een soort mystieke of
esoterische kennis omtrent het goddelijke. Een gnostische sekte wordt vaak gekenmerkt door
een sterk dualisme tussen licht en duister, en tussen de materiële en de
spirituele sfeer (het lichamelijke is minderwaardig, waardevol is enkel het
geestelijke). Dit dualisme zet zich verder door in het godsbeeld van gnostici.
Aan de oorsprong van alles staat dan de ene, ware godheid. Deze godheid heeft
andere goden geschapen die verantwoordelijk zijn voor de schepping, bijvoorbeeld
de god van het Oude Testament. Volgens hen was de heerschappij over de wereld
verdeeld tussen de scheppende god van de Bijbel en die hogere onkenbare godheid.
De god van de Bijbel vertegenwoordigt de lagere kennis en hij tracht mensen af
te houden van de hogere kennis zodat ze geen kennis krijgen van de hoogste god.
Wegens hun negatieve houding tegenover de God van het jodendom en christendom
was het dan ook te verwachten dat de
gnostici en hun geschriften verworpen werden door de kerkvaders. Concreet vinden we in het ‘evangelie van
Judas’ vooral dialogen tussen Jezus en zijn ‘favoriete’ discipel, onder
meer over het wezen en de toekomst van mens en wereld. De kruisiging en
verrijzenis van Jezus komen er niet in voor. "In de gnostiek is geen plaats
voor plaatsvervangend lijden en de opstanding. Het gaat erom dat Jezus jou leert
je ware innerlijke zelf te ontdekken.'' Gedroomd voer dus voor personen die wel
het relatieve zien van de aardse werkelijkheid, maar niet de diepte van waaruit
ze reeds mogen leven. Gnostieke
voedingsbodem Het
Judasevangelie blijkt inderdaad ook een gnostische tekst te zijn. De Gnostiek
(een gedroomde grabbelton voor new-age-kringen[1])
als vroeg-christelijke stroming, was sterk beïnvloed door niet-christelijke
stromingen, maar moest het afleggen tegen het rechtgelovige christendom. Gnosis
(zoals gezegd, een grieks woord voor ‘kennis’) slaat op een soort intuïtieve
kennis, waardoor gelovigen bevrijdend inzicht krijgen. Een zogenaamd hogere
kennis, waar je moet ingeleid worden en waardoor je dingen gaat (be-)vatten waar
een gewone (gelovige of ongelovige) geen weet van heeft of niet bij kan. Als
het Judasevangelie inderdaad uit die gnostische kringen komt, kan het een
bijkomende inlichtingenbron betekenen omtrent de gnostische stromingen maar ook
over wat sommigen in het vroege christendom zoal dachten, zegt professor Van
Oort. De
omschrijving van Judas als ster stamt uit de van Plato afkomstige theorie dat
ieder mens bij de geboorte wordt toegewezen aan een bepaalde ster. Die van Judas
is volgens de tekst "de overtreffende ster". Onze beoordeling - Eén liefdevolle God voor alle
mensen Het volstaat niet dat we een wat ruimer zicht
krijgen op zogenaamde nieuwe ‘evangelies’ die verschijnen of (her-)ontdekt
worden. Voor ons, christenen, is het belangrijk dat die ontdekkingen (ook bv.
die zogenaamde geheime of verborgen kennis waarover een roman zoals de Da Vinci
Code het heeft) ons niet ongerust maken of eventueel doen wankelen, maar
integendeel ons helpen tot een betere kennis en een dieper intreden in ons
christelijk geloof. De grondinspiratie van het christendom blijft nog altijd het
geloof in de Ene God (niet een god van het goede naast een god van het kwade en
nog een resem andere goden; dit alles komt voort uit heidense voedingsbodem). De
ene God houdt van ieder mens en verlangt dat die mens ook tot het geluk komt; de
weg daartoe ligt in de lijn van datgene waartoe de mens geschapen werd. Je zou
kunnen zeggen dat die weg samenvalt met wat God wil en wat ook in het mensenhart
ligt als er echt geluisterd wordt volgens de ontwikkeling van die mens of de
mensheid. Een schaapherder uit de oude tijd, een landbouwer die wroet in de
aarde voor zichzelf en zijn gezin, de stadsmens, de mens in de technische en
postmoderne samenleving, de geleerde en filosoof en mysticus, zij staan
tegenover diezelfde God en hebben allen te luisteren naar wat Hij tot hen zegt
langs tal van wegen. Die God heeft de mens gemaakt zoals Hij is, met lichaam en
psyche en geest en Hij roept hem tot een persoonlijke relatie met Hem en tot
eeuwig leven. Geen geheime kennis dus voor de hoogmoedige mens die zich wil
beter wanen dan de ‘onwetende’ naast zich. Gewoon dankbaar zijn en zich
toevertrouwen aan die God, die liefde is en die zich in Jezus Zich helemaal
heeft uitgesproken, Zich ten volle heeft doen kennen. - Geen dualistische kleinering
van het lichamelijke Het christendom aanvaard niet dat het lichaam en het materiële (neem bv. de
materiële tekenen van de sacramenten: water, brood, wijn, zalf) als negatief
worden bestempeld. Jezus heeft ons verlost toen Hij deelde in onze
bestaanswijze: “Maar toen de volheid van de tijd
gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder
de wet, opdat Hij hen die onder de wet stonden zou bevrijden, opdat wij de rang
van zonen zouden verkrijgen.” (GAL.4,4-5).
Jezus’ lichaam was geen ‘schijn’-lichaam. Ook op dit vlak hebben reeds in
de eerst eeuw christelijke schrijvers gereageerd tegen die dualistische
(gnostische) tendenzen. Zo lezen we in de tweede Johannesbrief: “Want
veel verleiders zijn tot de wereld uitgegaan; zij loochenen de komst van Jezus
Christus in het vlees. Dat is het kenmerk van de verleider en de antichrist. 8
Neemt u in acht, anders zult gij, in plaats van het volle loon te ontvangen, de
vruchten van onze arbeid verliezen. 9 Alwie te ver wil gaan en niet blijft bij
de leer van Christus, heeft God niet. Wie bij die leer blijft, hij heeft zowel
de Vader als de Zoon.” (2Joh.1,7-9).
In het ‘Evangelie van Judas’ heeft Judas vanuit zijn zogenaamde
hogere kennis ingezien dat Jezus ons maar kan verlossen wanneer Hijzelf verlost
wordt van zijn (minderwaardige) lichaam. In die tekst zegt Jezus over Judas:
"Jij zult alle anderen overtreffen. Jij zult de mens offeren die mij
bekleedt.'' Door Jezus over te leveren, heeft Judas zogezegd bijgedragen aan
bevrijding van Jezus' ware zelf uit Zijn sterfelijke lichaam. Deze gedachte
tekent het evangelie als een tekst uit de gnostiek, de vroegchristelijke
stroming waarin de intuïtieve kennis centraal staat die het ware zelf van de
mens vrijmaakt. Daarom zal Judas Hem dan ook overleveren. Dit
heeft niets meer met het christendom te maken; hier wordt het christendom en het
werk van Christus helemaal verminkt door het in te passen in niet-christelijke
esoterische stromingen. In die door het gnosticisme en dualisme beïnvloede
leerstellingen (2 goden, waardering van het geestelijke en verwerping van het
materiële) worden ook het menselijke lichaam, de seksualiteit, de sacramenten
(zichtbare zaken) als dragers van heil ondergewaardeerd of zelfs als slecht
aanzien. Dit gaat in tegen de grondinspiratie van de Joods-christelijke
godsdienst. Prof. Van Oort beweert met stelligheid: "Hoe je het ook wendt
of keert, de Bijbelse evangeliën zijn echt de oudste.'' Reeds in het Nieuwe Testament, o.m. in de eerste Timoteüsbrief, wordt een zogenaamde geheime kennis veroordeeld als een afwijking van het echte geloof: “Timoteüs, bewaar wat u is toevertrouwd, en keer u af van het profaan en leeg geredeneer en de opwerpingen van de zogenaamde gnosis; sommigen die haar verkondingen, zijn het spoor van het geloof reeds bijster geraakt”. (1Tim.6,20-21) Zo is het inderdaad. Naschrift: Judas herwaarderen? De slechte wordt de goede Professor Van Oort schetst hoe Judas, de leerling
die volgens het Nieuwe Testament Jezus verraadde, in ‘het evangelie van
Judas’ een man is die Jezus juist als geen ander begreep. Judas overtreft de
andere discipelen en is de ’ster’ van zijn evangelie. De tekst toont dus een
totaal ander Judasbeeld dan dat wat zich in de loop van de eeuwen heeft
gevormd'. Van Oort tekent daarbij aan dat Judas in de oudste lagen van de
Bijbelse evangeliën "nog lang niet die gemene en geldzuchtige slechterik
en uiteindelijk prototype van de Jood is die de latere traditie van hem heeft
gemaakt''. Dat kan best zo zijn, maar hem nu gaan verheffen tot de enige goede
en wijze, is het evangelie achterste voor schrijven, en dat is een kenmerk van
de Kwade. Antisemitisme? Sommige commentatoren hebben inderdaad naar
aanleiding van de (toen nog ‘aangekondigde’) publicatie van ‘het Evangelie
van Judas’ opgemerkt dat een eventuele rehabilitatie van Judas de dialoog met
de joden ten goede zou komen. Zij beweren dat het slechte daglicht waarin Judas
werd geplaatst een reden of minstens een symbool is geworden voor de
demonisering van ‘de Jood’ in de loop van de eeuwen. Zij menen dat het een
positief teken zou zijn voor de toenadering tussen christenen en Joden wanneer
Judas zou worden hersteld in zijn waardigheid van apostel. Waarom zou men echter
in de Jood Judas het symbool gaan zien van alle Joden? Tenslotte waren er op het
laatste avondmaal bijvoorbeeld nog 12 andere Joden aanwezig, waaronder Jezus
zelf. Goede Joden dus. Mgr. Brandmüller gaf als commentaar: "De dialoog
tussen de Heilige Stoel en de joden wordt op constructieve wijze voortgezet op
andere gronden, zoals Benedictus XVI heeft aangegeven tijdens zijn bezoek aan de
synagoge in Keulen (…) en zoals hij onlangs nog benadrukte tijdens zijn
ontmoeting met de belangrijkste rabbijn van Rome."
- Website Kerknet (o.m. met Dries Somers
Bijbelwetenschapper Leuven) - Website Katholiek Nederland (o.m. met professor
Van Oort, hoogleraar vroege christendom en gnostiek aan de Radboud
Universiteit Nijmegen) -
nl.wikipedia.org/wiki/Nag_Hammadi#column-one#column-one
[1] De gnostieke tegenstelling materie-geest (= het zondige – het goddelijke) is ook in latere eeuwen uitgangspunt geworden voor heterodoxe stromingen in de kerk, o.a. voor de leer van de Katharen in de Middeleeuwen. Gedachtegangen van het vroegere Gnosticisme zijn eveneens, gewoonlijk vervlakt en gemoderniseerd, herleefd in de tegenwoordige antroposofie en theosofie. Dr. Ad.F.Vermeulen O.E.S.A. in: Encycl. van het Katholicisme, Dl.I, k. 839/840. Uitg. Paul Brand 1955.
|