- De
dood en de christelijke hoop
- Het persoonlijk
voortbestaan (korte versie van het bovenstaande)
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - MORAAL - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - CHRISTELIJKE VORMING - ZENDING - KERK en GELOOF - CHRISTEN in de WERELD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - WETENSCHAP - JEZUS (Isa al Masih) - GEBED - SOCIALE INZET - EVANGELIE-LEZING -
DE
DOOD EN DE CHRISTELIJKE HOOP
Conferentie door Ben Van Vossel cssr
Situering
1 Onze ervaringen met de dood
* Dood
van naastbestaanden of kennissen :
* Ervaring van eigen sterven
2
De volle waarheid a.u.b. Geen
struisvogelpolitiek. Geen doofpot !
3
Hoe leven met wetenschap van sterven en dood ?
4 Als je weet dat je moet sterven, is het leven dan nog het leven waard ?
*
Kortzichtige antwoorden
* Een juist zicht op de dood kan
diepe vrede brengen (Straatsma)
5
Wat zegt ons christelijk geloof nu over sterven en dood ? De dood is niet het
laatste woord !
6 De Schrift over dood en verrijzenis
* God is
ons enige houvast
* De Opstanding van de doden is de
draaischijf van ons geloof 1KOR.15
* Jezus verdraagt geen spot met het
verrijzenisgeloof (Mk.12,18-27)
7
Welk licht krijgen we dan feitelijk vanuit het verrijzenisgeloof ? nl. Wat is de
juiste beoordeling?
* Dat
God oordeelt
* Dat we ons leven gaan opbouwen
vanuit de toekomst :
* Dat we weten dat ondergang en dood
is niet het einde zijn van ons bestaan
8
Wat weten wij over het leven over de dood heen ?
9 Uitnodigingen vanuit het Verrijzenisgeloof :
* Opzien
naar Jezus en treden in zijn spoor (Hymne uit Lauden van Allerheiligen)
* Leven volgens Gods verlangen
Slot
: Sterven èn leven
Documentatie (enige bijbelteksten)
Captatio + Situering
Ik
hoorde van meneer pastoor dat we hier samenzijn met 55-plussers.
Aangezien ik ook bij die categorie behoor moet ik me hier wel thuis
voelen.
Meneer Pastoor vroeg me om iets te zeggen over christelijke visie op
“sterven en dood”.
Je
zal zeggen : “Dat is maar een triestig onderwerp hoor.
Ik leef nog graag een beetje”. Maar
eigenlijk is dat helemaal niet zo’n triestig onderwerp.
Integendeel. Een juiste visie
op het sterven en de dood is juist een bron van diepe levensvreugde en van een
positieve levenshouding.
Ik
ben een Redemptorist, en onze paters die wisten vroeger zo ongeveer alles over
leven en dood, zelfs over de hemel en de hel.
Zij wisten wie er in de hemel zat en ook in de hel,
precies of ze waren er zelf geweest. Ik
ga heel eerlijk zijn. Ik geloof niet
dat zij er geweest waren. En zelf
ben ik er ook nog niet geweest. Wat
dat betreft moet ik u ontgoochelen.
Een
van onze paters, dat is een historietje dat in onze kloosters wel eens verteld
wordt, dat was iemand die nogal emotioneel kon preken; dan begin je wat te
overdrijven natuurlijk. En op een
goeie keer zei hij zo in volle vuur van een preek : “en ‘t zou niet de
eerste keer zijn dat ik hier doodval op de preekstoel”.
Die was blijkbaar ook nogal vertrouwd met sterven en dood.
Eigenlijk
weten we niet veel van sterven en van de dood.
We hebben het zelf nog niet meegemaakt.
Hoewel. Twee zaken
moet ik daar toch bij aantekenen, twee zaken uit onze eigen ervaring.
Onze ervaringen met de
dood
*
Dood van naastbestaanden of kennissen :
Het
eerste is dit : Velen van ons hebben waarschijnlijk toch wel al eens iemand
weten sterven. Misschien zelfs
iemand die ons heel eigen was en misschien is het sterven van sommige mensen nog
als een open wonde in ons hart. Ik
herinner me dat het overlijden van vader voor mij een heel pijnlijke
verwerkingsperiode heeft meegebracht. Ik
weet niet of dat eigen is aan kinderen die niet gehuwd zijn.
*
Ervaring van eigen sterven
Er
is ook de ervaring van het eigen sterven. Ik
bedoel daar het volgende mee. Wij
hebben een afschuw van serieuze ziekte en dood.
Wij denken daar niet vlug aan als we jong of heel gezond zijn.
Maar op een of ander moment komt er toch zo’n gedachte bij ons op naar
aanleiding van een of ander voorval.
-
Jaren geleden zat ik eens met een maagzweer of een maagontsteking.
De dokter had platen laten nemen en toen ik er na enige weken weer eens
passeerde deelde hij mij als uitslag mee dat de ontsteking niet kwaadaardig was.
Ik dacht : wat zegt die nu eigenlijk ?
Geen haar op mijn hoofd had eraan gedacht dat er iets kwaadaardig zou
kunnen zijn. Ik denk dat ik toen 35
jaar was.
-
Voor een paar maanden kwam ik bij een dokter-homeopaat
met klachten over regelmatige darmstoornissen, allee, wat
spijsverteringsprobleemen en die man zei me zo doodgemoedereerd - en dat was
zijn goed recht - “je zou toch best eens bij een internist langs gaan om je
eens goed te laten onderzoeken, darmen, maag, lever, hart en longen...”
Ik dacht : wat nog allemaal. En
om helemaal eerlijk te zijn, ik heb een paar nachten niet goed geslapen.
Waarom weet ik niet zo goed meer. Ik
geloof dat het was omwille van de onzekerheid, zit ik met een of andere kanker,
of is alles vrij goed ? Nu,
ondertussen ben ik nog niet bij zo’n internist geweest, maar ik slaap opnieuw
goed, heel goed zelfs. De schok is
weer voorbij.
-
Maar wat ik hiermee wil zeggen is het volgende : Er zijn zo van die korte
momenten waarop we de ervaring opdoen van : het leven hier op aarde is toch
beperkt, er komt een moment waarop we het allemaal niet meer zo goed in handen
hebben. Mijn leven is in feite heel
kwetsbaar. Heel even dringt het dan
tot mij door dat ik hier niet voor altijd blijf rondlopen.
Het
zijn in feite een soort ervaringen waarin we ernstig rekening houden met
aftakeling, en ziekte die naar het einde kan leiden.
Een
serieuze ziekte. Het feit dat we
minder goed kunnen onthouden. Het
feit dat we niet zo sterk meer zijn. Het
feit dat we ons trager voortbewegen. Het feit dat we minder soepel worden in
onze bewegingen maar ook soms in ons denken.
Het feit dat we minder vlug geneigd zijn nog iets nieuws bij te leren.
We
kunnen ons daar wat tegen verzetten, en dat is goed.
We kunnen ons inspannen om gezond te leven, om in beweging te blijven
enzovoort...
Maar
als we eerlijk zijn zullen we moeten toegeven dat er van die ervaringen zijn
waarin we in feite reeds een soort sterven meemaken, afsterven aan personen,
afsterven aan zaken, afsterven aan ons eigen hebben en kunnen.
De volle waarheid a.u.b.
Geen struisvogelpolitiek. Geen
doofpot !
Allerheiligen
en Allerzielen liggen nog niet zover af. Het
lijken feesten te zijn die zowat buiten ons gewone doen vallen, die buiten ons
leven liggen, het gaat immers over mensen die er niet meer zijn, of beter gezegd
: die niet meer tussen ons leven. Door
die feesten stelt de Kerk ons een realiteit voor die ons aardse leven overstijgt
: het gaat over overledenen, en over een leven òver de dood heen.
Het valt wat buiten onze horizon. Dat
is een vaststelling die je juist op deze dagen maakt.
Dat je zo weinig bezig bent met de realiteit waarover deze feesten
handelen. Daarom is het goed dat de
Kerk ons elk jaar uitnodigt tot het
vieren van deze feesten.
Enige
weken terug zag ik een video-opname van een programma van de evangelische
Omroep; er was o.m. een jonge vrouw die een lied zong waarvan de inhoud ongeveer
luidde als volgt :
“Je vertelt me over Wall Street en de
beursberichten,
over de stijgers en dalers,
de ups en downs;
je vertelt me dat er weer een nieuw restaurant is
geopend,
je spreekt me over het voorpaginanieuws van de
krant, en dat er misschien een wapenstilstand komt,
je vertelt me over de come back van je ploeg;
gisteren heeft ze gewonnen...
maar echt, ik loopt zo met het idee dat er iets
niet klopt.
Er klopt iets niet als je nooit over thuis spreekt,
over naar huis gaan,
over met goud geplaveide straten, zoals de bijbel
over de hemel spreekt.
Er klopt iets niet.
Zijn we zo tevreden met de dingen die we hier
hebben ?
Is die andere realiteit uit ons blikveld verdwenen,
die heilige plek die ons zo nauw aan het hart zou
moeten liggen ?
Er klopt iets niet als je nooit spreekt over thuis,
als je nooit spreekt over het naar huis gaan.”
(Uit homilie tijdens Allerheiligenvespers Mariakerke 1996)
Vrienden,
we spelen inderdaad een spelletje struisvogel als we ons leven enkel beperkt
zien tot ons bezigzijn elke dag en tot onze beperkte of zeer omvangrijke
interesses.
Hoe leven met de
wetenschap van sterven en dood
m.a.w. Als je weet dat je moet sterven, is het leven dan nog het leven waard ?
*
Kortzichtige antwoorden
Jullie
kennen allemaal de wat vrijpostige woorden : en als we dood zijn groeit er gras
op onzen buik... Wat daar juist in
ligt uitgedrukt weet ik niet. Het
zou kunnen zijn : ik trek het me allemaal niet aan.
Dood is dood, met de dood is alles gedaan.
Je
hoort soms ook die andere uitspraak : Het leven is kort, je moet er van
profiteren. Men wil daarmee zeggen :
het leven is kort, profiteer en geniet er zoveel mogelijk
van. Het lijkt een wat
hedonistische en egoïstische manier om tegen het leven aan te kijken.
Maar eigenlijk zou ook een christen dat kunnen zeggen : het leven is
kort, ik moet ervan profiteren. Ik
leef maar één keer, ik moet nu van mijn leven echt iets maken dat de moeite
waard is. Een christen bedoelt
daarmee. Dit leven is zo serieus, er
komt geen echte herkansing, ik moet nu zorgen dat ik er iets goeds van maak,
iets dat ook goed is in Gods ogen. Ik
weet dat Hij mijn leen verder zal voltooien.
Maar daarover zeg ik nog iets meer straks.
*
Een juist zicht op de dood kan diepe vrede brengen (Straatsma)
Voor
een paar dagen las ik in een boekje van een protestantse dominee A. K.
Straatsma, Uit de Kamferkist. Hij
vertelt hoe hij eens bij een jongen van 16 op bezoek ging.
Een levenslustige jongen uit het middelbaar die in zijn vacanties het
dorpje waar hij woonde nogal eens op stelten zette.
Op een dag kwam hij thuis met die vreselijke ziekte, die ene jong lichaam
in korte tijd sloopt. Ziekenbezoeken waren moeilijk, hij ontweek de dominee,
zodra die wat dieper met hem wilde praten. Totdat
hij op een dag de dominee overrompelde met de vraag : “Dominee, wilt ge mij
wat van de hemel vertellen ?” Nu,
die dominee is niet beginnen fantaseren zoals vroeger sommige van onze paters,
maar hij heeft hem alleen het eerste gedeelte van Johannes 14 voorgelezen
en van Openbaring 21. En toen hij
zweeg zei die jongen : “Dat is genoeg, en daar ga ik heen”. (De kamferkist,
blz. 194/195)
JOH.14,1-6
1 ' Laat uw hart niet verontrust worden. Gij
gelooft in God, gelooft ook in Mij. 2 In het huis van mijn Vader is ruimte voor
velen. Ware dit niet zo dan zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om een
plaats voor u te bereiden. 3 En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb
bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij, opdat ook gij zult zijn waar Ik
ben. 4 Gij weet waar Ik heenga en ook de weg daarheen is u bekend. ' 5 Tomas zei
tot Hem: 'Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten wij dan de weg
kennen? ' 6 Jezus antwoordde hem: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.
OPENB.21,1-5 En ik zag een nieuwe hemel en een
nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee
bestond niet meer. 2 En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, van God
uit de hemel neerdalen, gereed als een bruid die zich voor haar man heeft
getooid. 3 Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon: `Zie hier
Gods woning onder de mensen! Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn,
en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn. 4 En Hij zal alle tranen van hun ogen
afwissen, en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal
er zijn, want al het oude is voorbij.' 5 En Hij die op de troon is gezeten,
sprak: `Zie, Ik maak alles nieuw.' En ik hoorde zeggen: `Schrijf deze woorden
op, ze zijn onfeilbaar waar.'
(Diezelfde
dominee vertelt even verder van een jonge chauffeur die plotseling door een
ernstige dodelijke ziekte getroffen wordt. )
Wat zegt ons christelijk
geloof nu over sterven en dood ? (De
dood is niet het laatste)
Voor
een paar dagen zat ik aan tafel en een pater zei me.
De kern van het geloof is de hoop. Als
er geen hoop meer is, dan verlies je alle reden tot geloof, tot priesterlijk
celibaat enzovoort.
Ik
zei Hem dat volgens mij de kern van het geloof eerder was : de persoonlijke
relatie tot Christus want anders is het christendom een kwestie van waarheden en
niet van een relatie met een levende Persoon.
Maar
eigenlijk was ik het met hem eens.
Het
geloof is inderdaad een persoonlijke relatie met Christus en het geloof is
inderdaad vooral hoop, nl. vertrouwen in een goede toekomst.
Met
die pater ben ik ervan overtuigd dat ons leven maar echt de moeite waard wordt
en zijn diepste motivatie vindt, vanuit ons geloof in een leven “over de dood
heen”. “Leven over de dood
heen”, dàt is de manier waarop we tegenwoordig spreken over het hiernamaals
van vroeger. Maar net als vroeger
geloven christenen dat de dood niet het laatste woord is, dat God ons niet laat
vallen als eendagsvliegen op het moment van onze dood.
Hij is een God van trouw.
De Schrift over dood en
verrijzenis
*
God is ons enige houvast
Voor
Sint Paulus was dat heel duidelijk. Hij
had een goede positie in het jodendom, nl. het aanzien van een goede en ijverige
jood te zijn door het onderhouden van alle mogelijke wetten en voorschriften.
Hij had die zekerheid opgegeven en toegegeven dat dit alles niets waard
is als God ons zelf niet liefheeft en ons niet zelf toekomst geeft door Jezus
Christus, zijn Zoon.
Sindsdien
had Paulus heel zijn leven aan Jezus gegeven en leefde Hij nog slechts vanuit
die zekerheid dat God hem liefhad omwille van Jezus.
Maar
zou je kunnen zeggen. Als God ons
liefheeft, waarom laat hij dan het lijden toe en uiteindelijk de dood ?
Dat is één vraag, maar er is nog een die veel alomvattender is : Waarom
laat God ons uiteindelijk vallen op het moment waarop ons lichaam het leven niet
meer dragen kan ? Waarom laat God
ons op dat meest kritieke moment van ons bestaan, waarom laat Hij ons dàn in de
steek ?
*
De Opstanding van de doden is de draaischijf van ons geloof
Sint
Paulus kende mensen die zo dachten. 1 Kor 15
12
En als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan, hoe kunnen dan
sommigen onder u beweren, dat er geen opstanding van de doden bestaat?
13
Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet verrezen. 14
En wanneer Christus niet is verrezen, is onze prediking zonder inhoud en uw
geloof eveneens. 15 Dan volgt zelfs dat wij over God een vals getuigenis hebben
afgelegd; want dan hebben wij tegen God in getuigd dat Hij Christus ten leven
heeft gewekt, wat Hij niet gedaan heeft, indien, zoals zij beweren, de doden
niet verrijzen. 16 Want (nogmaals) als de doden niet verrijzen, is ook Christus
niet verrezen, 17 en als Christus niet is verrezen, is uw geloof waardeloos en
zijt gij nog in uw zonden.
Voor
Paulus stond de verrijzenis van de doden als een paal boven water.
*
Jezus verdraagt geen spot met het verrijzenisgeloof (Mk.12,18-27)
18
Er kwamen Sadduceeën bij Hem; dezen houden dat er geen verrijzenis bestaat. Ze
legden Hem daarom de volgende kwestie voor: 19 ' Meester, wij zien bij Mozes
geschreven staan: Als iemands broer sterft en een vrouw achterlaat maar geen
kinderen, dan moet zijn broer die vrouw nemen om aan zijn broer een nageslacht
te geven. 20 Nu waren er eens zeven broers. De eerste nam een vrouw, maar liet
bij zijn dood geen kinderen na. 21 Toen nam de tweede haar, maar ook hij stierf
zonder kinderen; zo ging het ook met de derde; 22 kortom geen van de zeven liet
kinderen na. Het laatst van allen stierf ook de vrouw. 23 Bij de verrijzenis,
wanneer zij opstaan, van wie van hen zal zij dan de vrouw zijn? Alle zeven toch
hebben haar tot vrouw gehad.' 24 Jezus antwoordde: 'Zijt gij niet op een
dwaalspoor, juist omdat gij noch de Schrift, noch Gods macht kent? 25 Wanneer de
mensen uit de doden opstaan, huwen zij niet en worden niet ten huwelijk gegeven,
maar zijn ze als engelen in de hemel. 26 En wat de verrijzenis der doden
betreft, hebt ge in het boek van Mozes niet gelezen, waar het gaat over de
braamstruik, hoe God tot hem zei: Ik ben de God van Abraham, de God van Isaac en
de God van Jakob? 27 Hij is geen God van doden maar van levenden. Ge verkeert in
grote dwaling.'
Welk licht krijgen we
dan feitelijk vanuit het verrijzenisgeloof ?
m.a.w. Wat is de juiste beoordeling?
Wij
moeten durven denken aan wat komt. Wij moeten durven denken aan waar we
thuishoren voor de eeuwigheid. Wij
moeten durven denken aan de toekomst waartoe we geroepen zijn.
Dat
werpt dan de juiste belichting op ons leven hier en nu. Dat was in feite de
uitnodiging van de meisje op die videocassette.
Welk licht krijgen we dan eigenlijk ?
1*
Dat God oordeelt : Ik bedoel daarmee dat we ooit Gods oordeel vernemen
over ons leven, zijn waardeoordeel, en dat spoort ons aan om rekening te houden
met dat waardeoordeel over ons bezigzijn, over onze interesses en plannen.
2*
Dat we ons leven opbouwen vanuit de toekomst :
Wij
willen ons leven opbouwen zodat het reeds wat in de lijn ligt van wat onze
toekomst zal zijn.
Het
helpt ons een deel zaken sterk te relativeren.
Ik bedoel niet dat we al het aardse gaan waardeloos vinden, maar we gaan
het wel zien en beoordelen in relatie tot de toekomst waartoe we geroepen zijn.
3*
Dat we weten dat ondergang en dood is niet het einde zijn van ons bestaan
Leven
vanuit de toekomst behoedt ons ook voor de totale ontmoediging, de totale
wanhoop. Niet voor ieder van ons is
het leven een paradijs. Vaak is dat
de schuld van mensen.
Maar
zelfs als ons leven niet veel verschilt van het leven van anderen, krijgen we
toch te maken met ziekte, soms met ongeneeslijke ziekte en voor ieder van ons
komt het moment dat we het leven niet meer kunnen vasthouden.
Het is van belang dat we weten dat dit moment van lijden, van ziekte, van
totaal failliet en het moment van de dood, niet het laatste is.
Natuurlijk,
vrienden, betekent dit niet dat
zware ziekte, ongeneeslijke ziekte niet vreselijk kan zijn, waarbij je kompleet
krachteloos, zonder energie, zonder moed bent en bovendien vaak ook nog heel wat
pijn en ongemakken te verduren hebt. Maar
als christen weet je : Dit alles is niet het absolute einde.
De dood heeft niet het laatste woord !
Zo
klinkt het in de heilige Schrift, Gods Woord.
De
dood heeft niet het laatste woord, zo zegt het ook de Kerk, bv. in de liturgie
van de overledenen. Je bent geroepen
tot God. “Gij neemt het leven,
God, niet van ons weg. Gij maakt het
nieuw, dat geloven wij op uw Woord”. Dàt
zegt het christelijk geloof. En
daarom is een christen een mens die nooit ten einde raad is, iemand die geen
reden heeft voor totale radeloosheid. (Uit homilie tijdens Allerheiligenvespers
Mariakerke 1996)
Ook
midden het diepste lijden - en mensen kunnen wat meemaken - leeft diep in ons
hart die zekerheid dat God ons niet laat vallen, maar dat Hij het
laatste woord heeft. En dat is
een woord dat barmhartig is, maar dat ons uitnodigt om hier ons leven ernstig op
te nemen en het te leven vanuit het zicht op de eeuwigheid.
Dat is het juiste perspectief. Laat
Allerheiligen en Allerzielen ons daartoe uitnodigen.
(Uit homilie tijdens Allerheiligenvespers Mariakerke 1996)
Wat weten wij over het
leven over de dood heen ?
Op
zekere dag vroegen christenen aan Paulus : hoe gaan wij er uit zien later ?
In ons doodskleed of met een mooie jas, hoe gaat ons lichaam er uit zien
?
Paulus
geeft hier een lange uitleg in dat Hoofdstuk 15 van de eerste Korinthiërsbrief
:
Hij
begint met te zeggen dat hij dat maar een dwaze vraag vindt en hij vergelijkt
het lichaam dat begraven wordt met een zaad.
Kijk zegt hij, dat zaad heeft nog niet de vorm van wat het later zal
hebben : de eikel is nog niet de eikeboom, de graankorrel is niet de volwassen
aar. Het heeft nog niet de vorm die
het laten zal krijgen.
1Kor.15,35
Maar, zal iemand vragen, hoe verrijzen de doden? Met wat voor lichaam? 36 Een
dwaze vraag! Ook wat gij zelf zaait moet eerst sterven voor het tot leven komt,
37 en wat gij zaait is slechts een graankorrel of iets dergelijk, en heeft nog
niet de vorm die het zal krijgen. 38 God geeft er een lichaam aan zoals Hij dat
gewild heeft, en wel aan elk zaad zijn eigen lichaam. 39 Ook is niet alle vlees
hetzelfde, er is verschil tussen het vlees van mensen en dat van dieren en dat
van vogels en van vissen. 40 En er zijn hemelse lichamen en aardse lichamen,
maar de glans der hemelse is anders dan die van de aardse. 41 De luister van de
zon is anders dan die van de maan, en die van de sterren is weer anders; zelfs
de ene ster verschilt van de andere in schittering.
Vanaf
vers 42 zegt hij dan :
42
Zo is het ook met de opstanding van de doden; wat gezaaid wordt in
vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid; 43 wat gezaaid wordt in
geringheid en zwakte, verrijst in heerlijkheid en kracht. 44 Een natuurlijk
lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst. Zoals er een natuurlijk
lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam. 45 In deze zin staat er
geschreven: De eerste mens, Adam, werd een levens wezen. De laatste Adam werd
een levendmakende Geest. 46 Maar het geestelijke komt niet het eerst; het
natuurlijke gaat vooraf, daarna komt het geestelijke. 47 De eerste mens, uit de
aarde genomen, is aards; de tweede is uit de hemel. 48 Zoals die eerste mens van
aarde zijn alle aardse mensen, zoals de hemelse mens zullen alle hemelsen zijn.
49 En gelijk wij het beeld van de aardse hebben gedragen, zo zullen wij ook het
beeld dragen van de hemelse mens. 50 Ik bedoel dit, broeders: vlees en bloed
kunnen niet delen in het koninkrijk van God en het vergankelijke heeft geen
aandeel in de onvergankelijkheid.
Uitnodigingen vanuit het
verrijzenisgeloof
1*
Opzien naar Jezus en treden in zijn spoor
In
de hymne van het liturgisch morgengebed van Allerheiligen wordt een en ander
mooi verwoord. Het is een lied met 6
strofen van telkens 4 korte lijnen.
1 O Christus,
eerstgeborene, die uit de dood zijn opgestaan,
Gij zijt uw uitverkoren volk in kruis en glorie voorgegaan.
2 Gekomen door de Rode
Zee als overwinnaar uit de strijd,
voert Gij verloste mensen mee, die naar uw beeld herschapen zijn.
3 Wie wil betreden, in
uw spoor, de oever van een nieuw
bestaan,
moet als een korrel in de voor, als
door een vuur de dood ingaan.
4 God woont in
ontoegankelijk licht, verborgen bron
van al wat leeft,
en niemand ziet zijn aangezicht dan
hij aan wie de Zoon het geeft.
5 Hij gaf het u, Gods
heiligen, zijn kracht wordt in u
openbaar;
wij worden in u menselijk zijn
goedheid voor de mens gewaar.
6 Met u verbonden gaan
wij nu de lange weg van lief en
leed,
gedragen en gesteund door u aan wie
God grote dingen deed.
De
eerste strofe vat het hele Allerheiligen-mysterie samen.
Wij
denken vaak dat we er alleen voorstaan, in het leven, vooral in het lijden.
Het is omdat wij, christenen, minder dan vroeger opzien naar het kruis :
daar zien we iemand die ons is voorgegaan in het lijden, maar die ook is
opgestaan. Hij is ons nabij, Hij
vraagt ons dat we met Hem verenigd zouden leven opdat we zijn weg zouden gaan,
die weliswaar voert door het lijden maar die uitloopt op het openbloeien van ons
leven. Hij, Christus, de
uitverkorene, de Gezondene van de Vader, Hij is de eerstgeborene, de eerste die
uit de dood is opgestaan tot een verheerlijkt bestaan.
De
tweede strofe schetst ons dan Jezus’ overwinning op de zonde en de dood en hoe
Hij door die overwinning iedereen meevoert naar het heil die bij Hem aansluit.
De
Rode Zee staat hier als teken van het lijden dat Jezus heeft doorstaan, het
bloed dat Hij vergoten heeft, zijn totale gave waardoor Hij de overwinning heeft
behaald. Zo kan Hij nu allen
meevoeren, verloste mensen, die op Hem, de nieuwe Mens,
gelijken.
We
kunnen ons dan afvragen : maar wie zijn die verloste mensen ?
Want in onszelf voelen wij nog zoveel negatiefs, nog zoveel zwakheid en
zondigheid. Wie gelijkt er op Hem,
de nieuwe Mens, wie is er naar Jezus Beeld herschapen ?
Dat
lezen we in de derde strofe :
Om
de oever van een nieuw bestaan te kunnen betreden, in Jezus’ spoor, moet als
een graankorrel in de aarde sterven, moet, als door een vuur, de dood ingaan.
Hier
komen we tot de essentie van het antwoord op de vraag : wanneer is mijn leven
voltooid, wanneer draagt het vrucht ? Jezus
geeft ons het antwoord in Joh.12,24b-25
“Als
de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij
sterft, brengt hij veel vrucht voort. 25 Wie zijn leven bemint, verliest het,
maar wie zijn leven in deze wereld haat, zal het ten eeuwigen leven bewaren.”
2*
Leven volgens Gods verlangen
Opkijken
naar Jezus en zijn spoor volgen, zo klonk het in die Allerheiligenhymne.
Jezus’ spoor volgen is zoals Hij gaan leven volgens wat God verlangt.
Het
verrijzenisgeloof zegt als dat al wat we nu doen eeuwigheidswaarde heeft als het
gebeurt volgens Gods verlangen. Als
ik leef volgens Gods verlangen, dààr komt het dan op aan.
Of je in je keuken aan het werk bent, aardappelen schilt, een sigaret
rolt, werkt in je tuin, ontspanning neemt of je krant leest, je kleinkinderen
bij je thuis laat komen, een steun zijt voor je kind, een zieke buur bezoekt ...
het heeft eeuwigheidswaarde. Het
heeft betekenis in Gods ogen.
Sterven èn leven
In
de jaren 60 was ik eens een tijdje in Frankrijk en op zekere zondag moest ik
preken over leen en sterven. Ik weet
nog dat er toen op de radio vaak een liedje gedraaid werd met de woorden
“Faut-il mourir ou vivre, je ne sais plus três bien”.
Ik heb toen gezegd aan de mensen, voor
een christen gaat het niet over “sterven of leven” maar over "mourir
ét vivre", “sterven èn leven”.
Sterven
is de overgang naar het eeuwig bestaan bij God.
Toen vader aan het sterven was, ik was toevallig bij hem alleen heb ik
hem gezegd : “Paps, heb geen schrik, geef u over, God zal u opvangen”.
En ik meende wat ik zei.
God
zal ons opvangen. Zijn liefde duurt
in eeuwigheid.
Paulus
zegt : in 1Kor.15,19-20 : 19 Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op
Christus hebben gevestigd, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. 20
Maar zo is het niet! Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen
die ontslapen zijn.
Ben
Van Vossel CssR
Er
kwamen enkele vragen na de conferentie:
- Laat de Kerk crematie toe ?
Vroeger
niet, omdat het toen door andersdenkenden als een teken werd gezien dat men niet
geloofde in een leven over de dood heen. Maar tegenwoordig heeft de Kerk daar
niets meer tegen. Zij tracht ook aanwezig te zijn bij christelijke
uitvaartdienst in het crematorium, ook daar zegt zij woorden die verwijzen naar
Gods trouw, ook over de dood heen.
-
Heeft het zin om te bidden en missen te laten opdragen voor overledenen.
Ik bid wel voor moeder en andere familieleden, maar soms stel ik me de
vraag : is dat wel echt nodig.
Deze
man had ooit een van een oude man gehoord : “Voor mij hoef je later echt niets
te ondernemen. Als ik in de hemel
ben, dan heb ik dat gebed niet nodig. Als
ik in de hel ben haalt het toch niets uit; en als ik in het vagevuur ben dan zal
ik mijn term wel uitzitten.
Ik
heb iets gezegd over de pijn die er is bij mensen die naar iets uitzien en nog
moeten wachten. Voor mensen die heel
lucide reeds weet hebben van wat het is in volkomen harmonische relatie te zijn
met God en anderzijds van die eenheid nog verstoken zijn kunnen wij ons niet
inbeelden wat dat lijden is. Ik zou
daar dus niet zo luchthartig over spreken als die bejaarde.
-
Er was nog een vraag over het dertigste. Ik
zei iets over 6-wekenmissen enzovoort. Maar
over het aantal missen en zo heb ik me echt niet uitgesproken.
Ik verwees naar de gelegenheid om elkaar in familie te ontmoeten zoals
wij het doen n.a.v. de missen voor onze
Pa.
-
Een oudere vrouw zei nog iets over de ervaring
van verhoord te worden als ze iets vroeg aan een overledene.
Ik vertelde eerst mijn ervaring van genezen te worden door het woord
“Waarom zoekt ge de Levende bij de doden.
Hij is niet hier, Hij is verrezen”.
En hoe ik dat eens vertelde tegen Ma die daarop ook een voorval vertelde,
hoe ze doodmoe was bij het vegen van de veranda en dat ze tegen Pa zei :
“Jongen, nu zou je me toch echt moeten helpen, ik kan niet meer”.
En hoe op dat moment onze jongste tante binnenkwam en zei, “Ik ben maar
eens afgekomen, ik dacht: misschien kan ik wat helpen.”
1KOR.15,1
Broeders, ik vestig uw aandacht op het evangelie dat ik u heb verkondigd, dat
gij hebt ontvangen, waarop gij gegrondvest zijt 1KOR.15,2 en waardoor gij
ook gered wordt: in welke bewoordingen heb ik het u verkondigd? Ik neem aan dat
gij die onthouden hebt; anders zoudt gij het geloof zonder nadenken hebben
aanvaard. 1KOR.15,3 In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook
zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor
onze zonden, volgens de Schriften, 1KOR.15,4 en dat Hij begraven is, en dat Hij
is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, 1KOR.15,5 en dat Hij is
verschenen aan Kefas en daarna aan de Twaalf. 1KOR.15,6 Vervolgens is Hij
verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in
leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven. 1KOR.15,7 Vervolgens is Hij
verschenen aan Jacobus, daarna aan alle apostelen. 1KOR.15,8 En het laatst van
allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte. 1KOR.15,9 Ja, ik ben de
minste van de apostelen, niet waard apostel te heten, want ik heb Gods kerk
vervolgd. 1KOR.15,10 Maar door de genade van God ben ik wat ik ben, en zijn
genade aan mij is niet vergeefs geweest. Ik heb harder gewerkt dan alle anderen,
niet ik, maar de genade van God met mij. 1KOR.15,11 Maar of zij het nu zijn of
ik, dat verkondigen wij en dat hebt gij geloofd.
1KOR.15,19
Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij
de beklagenswaardigste van alle mensen. 1KOR.15,20 Maar zo is het niet!
Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.
1KOR.15,21 Want omdat door een mens de dood is gekomen, komt door een mens ook
de opstanding der doden. 1KOR.15,22 Zoals allen sterven in Adam, zo zullen ook
allen in Christus herleven. 1KOR.15,23 Maar ieder in zijn eigen rangorde: als
eerste en voornaamste Christus, vervolgens bij zijn komst, zij die Christus
toebehoren; 1KOR.15,24 daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan
God de Vader zal overdragen, na alle heerschappijen en alle machten en krachten
te hebben onttroond. 1KOR.15,25 Want het is vastgesteld dat Hij het koningschap
zal uitoefenen, tot Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.
1KOR.15,26
En de laatste vijand die vernietigd wordt, is de dood. 1KOR.15,27 Immers,
alles heeft Hij aan zijn macht onderworpen. Maar wanneer Hij zegt: Alles is
onderworpen,' dan natuurlijk met uitzondering van Hem dien alles aan Hem
onderworpen heeft. 1KOR.15,28 En wanneer alles aan Hem onderworpen is, dan zal
ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan Degene die het al aan Hem onderwierp,
opdat God zij alles in alles.
1KOR.15,29
Verder, wat hebben zij die zich voor de doden laten dopen, hieraan, als er in
het geheel geen doden worden opgewekt? Waarom laten zij zich nog voor hen dopen?
1KOR.15,30 En wijzelf, waarom zouden wij ons elk ogenblik aan gevaren
blootstellen? 1KOR.15,31 Dagelijks sterf ik, broeders, zo waar als ik roem
draag op u in Christus Jezus onze Heer. 1KOR.15,32 Wat baat het mij dat ik in
Efese om zo te zeggen met de wilde beesten gevochten heb, als de doden niet
verrijzen? Laat ons dan maar eten en drinken, want morgen gaan we dood.
1KOR.15,33 Maak uzelf niets wijs: `slechte omgang bederft goede zeden.'
1KOR.15,34 Wordt weer nuchter en bezonnen, en zondigt niet meer. Sommigen hebben
blijkbaar geen besef van God. Het spijt me dat ik het moet zeggen.
1KOR.15,35
Maar, zal iemand vragen, hoe verrijzen de doden? Met wat voor lichaam?
1KOR.15,36 Een dwaze vraag! Ook wat gij zelf zaait moet eerst sterven voor het
tot leven komt, 1KOR.15,37 en wat gij zaait is slechts een graankorrel of iets
dergelijks, en heeft nog niet de vorm die het zal krijgen. 1KOR.15,38 God geeft
er een lichaam aan zoals Hij dat gewild heeft, en wel aan elk zaad zijn eigen
lichaam. 1KOR.15,39 Ook is niet alle vlees hetzelfde, er is verschil tussen het
vlees van mensen en dat van dieren en dat van vogels en van vissen. 1KOR.15,40
En er zijn hemelse lichamen en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is
anders dan die van de aardse. 1KOR.15,41 De luister van de zon is anders dan die
van de maan, en die van de sterren is weer anders; zelfs de ene ster verschilt
van de andere in schittering.
1KOR.15,42
Zo is het ook met de opstanding van de doden; wat gezaaid wordt in
vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid; 1KOR.15,43 wat gezaaid
wordt in geringheid en zwakte, verrijst in heerlijkheid en kracht. 1KOR.15,44
Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst. Zoals er
een natuurlijk lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam.
1KOR.15,45 In deze zin staat er geschreven: De eerste mens, Adam, werd een
levens wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest. 1KOR.15,46 Maar het
geestelijke komt niet het eerst; het natuurlijke gaat vooraf, daarna komt het
geestelijke. 1KOR.15,47 De eerste mens, uit de aarde genomen, is aards; de
tweede is uit de hemel. 1KOR.15,48 Zoals die eerste mens van aarde zijn alle
aardse mensen, zoals de hemelse mens zullen alle hemelsen zijn. 1KOR.15,49 En
gelijk wij het beeld van de aardse hebben gedragen, zo zullen wij ook het beeld
dragen van de hemelse mens. 1KOR.15,50 Ik bedoel dit, broeders: vlees en
bloed kunnen niet delen in het koninkrijk van God en het vergankelijke heeft
geen aandeel in de onvergankelijkheid.
1KOR.15,51
En nu deel ik u een mysterie mee: wij zullen niet allen sterven, maar wel allen
van gedaante veranderen, 1KOR.15,52 opeens, in een oogwenk, bij de laatste
bazuin; want de bazuin zal weerklinken en de doden zullen verrijzen in
onvergankelijkheid, en wij, wij zullen van gedaante veranderen. 1KOR.15,53 Want
dit vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed en dit sterfelijke
met onsterfelijkheid. 1KOR.15,54 En wanneer dit vergankelijke met
onvergankelijkheid is bekleed en dit sterfelijke met onsterfelijkheid, dan zal
het woord van de Schrift in vervulling gaan: De dood is verslonden, de zege is
behaald! 1KOR.15,55 Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw angel?
1KOR.15,56 De angel van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de
wet. 1KOR.15,57 Maar God zij gedankt, die ons de overwinning geeft door Jezus
Christus, onze Heer. 1KOR.15,58
Daarom,
geliefde broeders, weest standvastig en onwankelbaar, en gaat altijd voort met
het werk des Heren; gij weet toch dat uw inspanning, dank zij Hem, niet
vergeefs is.
1TESS.4,13
Broeders, wij willen u niet in onwetendheid laten over het lot van hen die
ontslapen zijn; gij moogt niet bedroefd zijn zoals de andere mensen, die geen
hoop hebben. 1TESS.4,14 Wij geloven immers dat Jezus is gestorven en weer
opgestaan; evenzo zal God hen die in Jezus zijn ontslapen levend met Hem
meevoeren. 1TESS.4,15 En dit kunnen wij u meedelen volgens een woord van de
Heer: wij die in leven blijven tot de komst van de Heer, wij zullen de doden in
geen geval voorgaan. 1TESS.4,16 Want wanneer het bevel gegeven wordt, als de
stem van de aartsengel weerklinkt en de bazuin van God, dan zal de Heer zelf van
de hemel neerdalen, en eerst zullen de doden die in Christus zijn verrijzen;
1TESS.4,17 daarna zullen wij die nog in leven zijn tegelijk met hen in een
oogwenk op de wolken in de lucht worden weggevoerd, de Heer tegemoet. En zo
zullen wij voor altijd samen zijn met de Heer. 1TESS.4,18 Troost elkander dan
met deze woorden. 1TESS.5,1 Het heeft geen zin, broeders, u te schrijven over
tijd en uur. 1TESS.5,2 Gij weet zelf heel goed dat de dag des Heren komt als een
dief in de nacht. 1TESS.5,3 Terwijl zij zeggen: `Er heerst vrede en veiligheid',
juist dan overvalt hen plotseling het verderf zoals weeën een zwangere vrouw,
en zij zullen niet ontsnappen. 1TESS.5,4 Maar gij, broeders, gij leeft niet in
de duisternis, zodat de dag u als een dief zou verrassen. 1TESS.5,5 Gij zijt
allen kinderen van het licht, kinderen van de dag. Wij behoren niet aan nacht en
duisternis. 1TESS.5,6 Laten wij dan ook niet slapen als de anderen, maar waken
en nuchter zijn. 1TESS.5,7 Zij die slapen, slapen des nachts; en die zich
bedrinken, bedrinken zich des nachts. 1TESS.5,8 Laten wij die behoren aan de
dag, nuchter zijn, toegerust met het pantser van geloof en liefde en met de helm
der heilsverwachting 1TESS.5,9 Want God heeft ons niet bestemd om zijn toorn te
ondergaan, maar om het heil te verwerven door onze Heer Jezus Christus,
1TESS.5,10 die voor ons gestorven is, opdat wij, wakend of reeds ontslapen, met
Hem verenigd zouden leven. 1TESS.5,11 Blijft daarom elkander bemoedigen en
steunen, zoals gij trouwens al doet.
2KOR.4,13
Maar wij bezitten die geest van geloof waarvan de Schrift zegt: Ik heb geloofd,
daarom heb ik gesproken. Ook wij geloven en daarom spreken wij. 2KOR.4,14 Want
wij weten, dat Hij die de Heer Jezus van de doden heeft opgewekt, ook ons
evenals Jezus ten leven zal wekken, om ons tot zich te voeren, samen met u.
2KOR.4,15 Want alles gebeurt voor u: de genade moet zich in velen
vermenigvuldigen, zodat steeds meer mensen dank brengen aan God, tot eer van
zijn naam. 2KOR.4,16 Neen, wij geven de moed niet op. Al gaan wij ook ten onder
naar de uitwendige mens, ons innerlijk leven vernieuwt zich van dag tot dag.
2KOR.4,17 De lichte kwelling van een ogenblik bezorgt ons een alles
overtreffende, altijddurende volheid van glorie. 2KOR.4,18 Wij houden het oog
gericht niet op het zichtbare maar op het onzichtbare; wat wij zien gaat
voorbij, de onzichtbare dingen duren eeuwig. 2KOR.5,1 Wij weten het immers: als
de tent die onze aardse woning is, wordt neergehaald, heeft God voor ons een
gebouw gereed in de hemel, een onvergankelijk, niet door mensenhand vervaardigd
huis. 2KOR.5,2 Zolang wij in dit lichaam zijn, zuchten wij dan ook, vol
verlangen naar de beschutting van onze hemelse woning, 2KOR.5,3 daar wij,
eenmaal hiermee bekleed, niet naakt zullen staan. 2KOR.5,4 Wij die nog in deze
tent wonen, zuchten en voelen ons bezwaard, omdat wij het nieuwe kleed zouden
willen aantrekken zonder het oude af te leggen; dan zou dit sterfelijke meteen
worden opgeslokt door onsterfelijk leven. 2KOR.5,5 God zelf heeft ons hiervoor
gereedgemaakt, toen Hij ons de Geest gaf als onderpand. 2KOR.5,6 Daarom houden
wij altijd goede moed. Wij zijn ons bewust dat wij, zolang wij thuis zijn in het
lichaam, ver zijn van de Heer. 2KOR.5,7 Wij leven in geloof, wij zien Hem niet.
2KOR.5,8 Maar wij houden moed en zouden liever uit dit lichaam verhuizen om onze
intrek te nemen bij de Heer. 2KOR.5,9 Daarom is onze enige eerzucht, hetzij
thuis hetzij in den vreemde, Hem te behagen. 2KOR.5,10 Want allen moeten wij
voor Christus' rechterstoel verschijnen, opdat ieder het loon ontvangt voor wat
hij in dit leven heeft gedaan, goed of kwaad. 2KOR.5,11 Met deze vreze des Heren
voor ogen trachten wij de mensen te winnen. Voor God zijn wij een open boek, en
ook, naar ik hoop, voor u, als gij ons eerlijk wilt beoordelen. 2KOR.5,12 Wij
gaan ons niet opnieuw bij u aanprijzen, wij willen u alleen de kans geven onze
eer hoog te houden en hen van antwoord te dienen die hun roem zoeken in de
schijn en niet in het wezen. 2KOR.5,13 Zijn wij ooit van zinnen geweest, dan was
het voor God; zijn wij verstandig, dan is het voor u. 2KOR.5,14 De liefde van
Christus laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien, dat Een is gestorven
voor allen. Maar dan zijn allen gestorven! 2KOR.5,15 En Hij is voor allen
gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor
Hem die ter wille van hen is gestorven en verrezen.
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -