|
|
|
Bezinningen
bij andere Schriftteksten -
Neem langs deze weg deel aan onze
gebedsavond - INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - MORAAL - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - CHRISTELIJKE VORMING - ZENDING - KERK en GELOOF - CHRISTEN in de WERELD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - WETENSCHAP - JEZUS (Isa al Masih) - GEBED - SOCIALE INZET - EVANGELIE-LEZING - °°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°° Gij zijt het
zout van de aarde. Gij zijt het licht van de wereld. (Mt. 5,13-16) Gij zijt het zout der aarde. Maar als het
zout zijn kracht verliest, waar mee zal men dan zouten? Het deugt nergens meer
voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. Gij zijt het
licht der wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg
ligt! Men steekt toch ook niet een lamp aan om ze onder de korenmaat te
zetten, maar men plaatst ze op de standaard, zodat ze licht geeft voor allen
die in huis zijn. Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen,
opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is. Gij zijt het zout van de aarde! Gij zijt het licht van de wereld. De zonde overwinnen in eigen leven. Een levenslange opdracht. Met de kracht van de Geest. De leugen ontmaskeren, in eigen leven. Met de kracht van de Geest. Openkomen voor de waarheid, ook de geopenbaarde waarheid. Durven staan in de leer van de Kerk. Ongecomplexeerd tegenover alle modieuze theorieën van media, mediamieke theologen en moralisten. De zonde leren zien en bestrijden in onze omgeving, en de onwaarheid, de halve waarheden. Maar veel bidden om de heilige Geest, want we zijn zelf zo beperkt en zo gemakkelijk in het tot dogma verklaren van ons eigen zicht op de zaken. Nederigheid is een goede steun voor de waarheid. Een onmisbare voorwaarde zelfs. Gods verlangen leren zoeken en anderen helpen op die weg. In alle nederigheid. Met moed en doorzettingskracht. Elke dag mag ik aanvangen met mijn eigen zwakheid en met Gods kracht, Gods heilige Geest: "Geest van God, leer mij zien hoe ik vandaag zout van de aarde en licht van de wereld kan zijn. Wees Gij mijn leidsman en mijn kracht. Heer Jezus, Gij die het Licht van de wereld zijt, leef in mij zodat ik U kan uitstralen met alles wat er in U is aan hoop, heil, licht, warmte, waarheid, zekerheid, geborgenheid, genezing, bevrijding, kracht, gegevenheid, geduld, trouw… Vader, in Jezus’ Naam, laat me vandaag leven uw kind, als kind van het licht. Amen" °°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°° Alles
achterlaten omwille van het koninkrijk van God. (Lk. 18,24-30) Maar toen hij (de rijke
jongeman) dat hoorde, was hij zeer ontdaan, want hij was heel rijk. Toen Jezus
dit zag, zei Hij: "Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben het
Koninkrijk Gods binnen te gaan! Voor een kameel is het gemakkelijker door het
oog van een naald te gaan, dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te
komen." De mensen die dit hoorden vroegen: "Wie kan dan nog gered
worden?" Hij sprak: "Wat niet in de macht der mensen ligt, ligt wel
in die van God." Daarop zei Petrus: "Zie, wij hebben ons eigendom
prijsgegeven om U te volgen." Jezus antwoordde: "Voorwaar Ik zeg u:
er is niemand die huis of vrouw, broers, ouders of kinderen omwille van het
Rijk Gods heeft prijsgegeven, of hij ontvangt het in deze tijd dubbel en dwars
terug en in de toekomstige wereld het eeuwig leven." Jezus is zijn vrienden inzicht aan het geven omtrent het Rijk van God. Je moet met lege handen voor God treden, je ma smeken met aandrang, zoals de weduwe tegenover de onrechtvaardige rechter, de farizeeër en de tollenaar, de kinderen die men bij Jezus brengt ("Wie het koninkrijk van God niet als een kind aanvaardt, komt er beslist niet in" Lk. 17,17). En dan komt daar een aanzienlijk man. Iemand die het aan te zien was dat hij rijk was. Hij was dan ook nog een weldenkend mens. Maar voor Jezus uitnodiging tot radikaal alles wegschenken en Jezus volgen deinst hij terug, diep bedroefd. Jezus' reactie is: "Wat is het voor mensen met geld toch moeilijk om het koninkrijk van God binnen te komen..." (18,24). Eigenlijk komt men er slechts binnen dankzij God. En dan stelt haantje de voorste, Petrus, de vraag van de dag: "Wij hebben toch maar huis en haard verlaten om U te volgen". Kwestie van het toch maar even naar voor te brengen. Jezus reactie: "Ik verzeker jullie, er is niemand die zijn huis, zijn vrouw, broers en zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het koninkrijk van God, of hij krijgt dat in deze tijd veelvoudig vergoed, en in de komende wereld krijgt hij eeuwig leven." 1° Dat kan je dan sterk toepassen op monniken, kloosterlingen, rondtrekkende predikanten of missionarissen, maar we mogen dat 2° toch ook naar het leven van de doorsnee christen toehalen. Hoe kan dat? We moeten toch ons huis niet verlaten, onze vrouw of man, onze kinderen, ons losmaken van onze verwanten... De uitnodiging blijft om onze zekerheid niet te zoeken in onze menselijke relaties, ons bezit, invloedrijke familiebanden, vrienden of materiële zaken... Een christen moet met lege handen voor God treden, zijn vertrouwen, zijn sterkte, zijn zekerheid, zijn hoop en toekomst ten diepste leggen in God. Lege handen zoals een kind (dat alles te ontvangen heeft), nederig zoals de tollenaar (die enkel kon bidden: Heer, wees mij, zondaar, genadig). Niet hooghartig, zelfverzekerd, maar nederig en blij vertrouwend. Het geeft ons geen cool postuur, maar we komen wel in de werkelijkheid terecht, zoals ze echt is: Allen hebben wij van God te ontvangen, en niets of niemand kan ons uiteindelijk zekerheid en blijvende toekomst bezorgen. °°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°° “TOT
VRIJHEID GEROEPEN” (Gal.
5,13) Onderricht
in Gebedsgroep “De Wijngaard” p.
Ben Van Vossel Toewijding
aan Christus met zorg omgeven Als
Christen zijn wij toegewijd aan Christus. Om niet alleen te staan in die
toewijding, om zeker te zijn dat we met Hem verbonden blijven is het goed ons
toe te wijden aan Maria, in goede relatie te blijven met zijn gemeenschap, de
Kerk (Kefas), in het groot en in het klein (ook de gebedsgroep en het gezin), en
dan zelf zorg te dragen voor je relatie met de Heer door je persoonlijk gebed,
door je contact met het Woord van de Heer en met de genadebron van de
sacramenten. Wat
Jezus kenmerkte: zoon van God in zending Als
we nu naar de Heer Jezus kijken, zoals het Nieuwe Testament ons Hem toont, dan
zien we Iemand die helemaal aan de Vader was toegewijd en helemaal aan de
mensen, maar die als een vrij kind zich beweegt tussen allerlei mensen,
eenvoudige mensen, mensen die Hem alleen maar volgen omwille van het voordeel,
mensen die Hem niet aanvaarden… Hij blijft zichzelf. De basis van zijn
bestaan, zijn fundament ligt in God en in zijn zending voor het heil van de
mens. In
zijn spreken heeft Hij het dan ook vooral over God en over het Rijk van God. HET
KONINKRIJK VAN GOD Waar
God koning is Dat
koninkrijk moeten we niet op de eerste plaats zien als een koninklijk paleis
waartoe we geroepen zijn, een schitterend paleis waar God ons zal onthalen rond
een tafel met rijstpap en gouden lepeltjes. Het
koninkrijk van God is daar waar God erkend wordt als koning, waar Hij koning is.
Mensen
die dat rijk binnentreden voelen zich begenadigd, weten zich bemind en dat besef
straalt af op de manier waarop ze leven. Wat een vreugde nu reeds te mogen leven
in dat rijk! Dat
koninkrijk wordt evenwel niet met geweld gevestigd. Het is een uitnodiging tot
ieder van ons en tot ieder van onze gezinnen, een uitnodiging, een vraag van
God: mag ik mijn koninkrijk stichten in u, in uw midden? Als je ‘ja’ zegt,
dat betekent dat dat je God Koning laat zijn, dat je naar Hem wilt luisteren, je
leven door Hem wilt laten leiden en je tracht te richten naar zijn verlangen.
Maar je krijgt zoveel in de plaats. Naast het lijden dat je zoals ieder
mens te beurt valt, ontvang je ook die innerlijke vrede en de zekerheid dat je
leven geborgen is in zijn liefde en zorg. Kies
vandaag opnieuw om het koninkrijk van God binnen te treden. Het
Koninkrijk krijg je gratis Jezus
spreekt veel over dat koninkrijk van God. En
nu is het wondere van de zaak dat hij enerzijds zegt dat je dat Rijk uit alle
macht moet zoeken, slechts de geweldigen nemen het in, je moet er alles voor
inzetten… maar anderzijds zegt Hij dat het je als het ware in de schoot wordt
geworpen. Je kan het niet zonder meer verdienen door krachtpatserijen,
zodat je kan zeggen: “Ik heb daar recht op want…”. En dan ga je al je
goede werken en verstervingen en gebeden opsommen, de goede werken die je doet,
de goede werken die je steunt, al de novenen die je doet, de bedevaarten … Laten
we eens even kijken naar zo’n specialist op het vlazk van verdiensten,
dan naar een sukkelaar en dan naar de kinderen.
Ze komen alledrie aan bod in Lk.18,11-17. Lk.18,11-12
De Farizeeër stond met
opgeheven hoofd en bad bij zichzelf als volgt: God, ik dank u dat ik niet zo ben
als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die
tollenaar daar. Lk.18,12 Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn
inkomsten. Jezus zal zo dadelijk zeggen dat deze man niet gerechtvaardigd werd, dus niet goed bevonden wordt door God. Misschien maakt een tekst uit Mattheüs ons reeds een en ander duidelijk: “MT.23,23
Wee u, schriftgeleerden en Farizeeen, huichelaars! Gij betaalt wel tienden van
munt, anijs en komijn (komijn was een soort specerij, waarvan de zaadvruchtjes
op het brood werden gestrooid; het was in de wet van Mozes niet verplicht hierop
tienden te betalen, maar de farizeeën en schriftgeleerden deden dat toch), maar
– zo zegt Jezus - het gewichtigste van de Wet: rechtvaardigheid,
barmhartigheid en trouw verwaarloost ge. Het ene moet men doen en het andere
niet nalaten. ” Deze
ging niet gerechtvaardigd naar huis, die man die zich tegenover God stond te
rechtvaardigen met de bewijzen in de hand – zo zou je kunnen zeggen. Lk.18,13-14
Maar de tollenaar bleef op een
afstand en wilde zelfs niet zijn ogen opheffen naar de hemel; maar hij klopte
zich op de borst, en zei: God wees mij, zondaar, genadig. Lk.18,14 Ik zeg u:
deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere, want alwie zich verheft
zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden. ' Dat
is de tweede figuur. Maar eigenlijk volgt op de tegenoverstelling van deze twee
onmiddellijk nog een derde groep, die nauw aansluit bij deze tollenaar: Lk.18,15-16
De mensen brachten ook de kindertjes
bij Hem met de bedoeling, dat Hij ze zou aanraken. Bars wezen de leerlingen ze
echter af, toen ze dit zagen. Lk.18,16 Maar Jezus riep ze bij zich, terwijl Hij
zei: ' Laat die kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet tegen, want aan hen
die zijn zoals zij, behoort het Koninkrijk Gods. Het
besluit van Jezus staat dan zeer duidelijk in het afsluitend vers (Lk.18,17) Voorwaar,
Ik zeg u: wie
het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal
er zeker niet binnengaan. Dit
is een woord voor ons, vanavond Wat
is hier aan de hand? Wat staat Jezus daar te verkondigen? En vooral: wat zegt
Hij ons vanavond doorheen die woorden? Het komt hierop neer dat wij het
Koninkrijk niet kunnen verdienen – tenzij door de verdiensten van Jezus. Dat
wij het Rijk moeten ontvangen als bedelaars, als zwakke mensen die zich op niets
kunnen en ook op niets willen beroepen, tenzij op Jezus. En
dat wij het Rijk dus moeten aannemen zoals een kind, dat niets heeft, dat zich
nergens op kan beroepen, zich nergens op kan beroepen: “Laat die kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet
tegen, want aan hen die zijn zoals zij, behoort het Koninkrijk God” (Lk
18,16). Met
lege handen, maar vol vertrouwen Natuurlijk
kunnen wij ons hier de vraag bij stellen : wat hebben die kinderen dan voor
speciaals? Het
wijst enerzijds op de totale hulpeloosheid van het kind, maar tegelijk op het
radicaal vertrouwen. Het kind heeft
alles te ontvangen van zijn ouders maar anderzijds is het zeker dat zijn ouders
het zó goed met hem menen dat ze alles zullen geven wat het echt nodig heeft. Maar
het moet niet van huis weglopen en het moet niet menen dat het voor zichzelf kan
instaan of zonder zijn ouders voort kan. Denk aan de parabel van de verloren
zoon. Geloof
in Gods liefde Het
is een diep inzicht wanneer we eens duidelijk hebben ingezien dat we voor God
niet moeten presteren. Teresia van Lisieux zegde: Alles
is genade. Dat betekent: alles is gratis, alles is geschenk, kado.
Alles wat je hebt is genade, is kado. Kom me niet zeggen dat je er
geweldig voor hebt moeten werken vandaag. Je moet dan gewoon wat dieper nadenken
over het geschenk van het leven, de gezondheid… Alles is genade! En
onze eerste opgave is dan : In nederigheid openstaan voor de genade van de Heer.
Geen prestatie leveren. Niet menen dat je eerst van alles moet doen, als een
ingebeelde verplichting om toch maar een hoop verdiensten te kunnen opbouwen die
je dan kan inbrengen om iets op te eisen… Nee,
gewoon dankbaar opzien naar de liefde van de Vader, naar alles wat Jezus voor
ons heeft volbracht en naar hetgeen de H. Geest elke dag ook in ons bewerkt. Niet
op de eerste plaats presteren of uzelf allerlei dingen opleggen, maar, zo zegt
Jezus in een bepaalde context: : eerst gerechtigheid (God maakt ons gerechtig),
eenvoud en barmhartigheid. Een arme, naakte bedelaar : Wat
heb je dat je niet ontvangen hebt ? (Mt. 6,7-12) «Mt. 6,7 Als gij bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden,
zoals de heidenen, want deze menen dat zij door hun veelheid van woorden
verhoring zullen vinden. 8 Volgt hun voorbeeld dus niet na, want voordat gij Hem
vraagt, weet uw Vader wat gij nodig hebt. 9 Gij moet daarom zo bidden: Onze
Vader die in de hemel zijt, Uw Naam worde geheiligd; 10 Uw Rijk kome, Uw wil
geschiede Op aarde zoals in de hemel. 11 Geef ons heden ons dagelijks brood. 12
En vergeef ons onze schulden» Het
koninkrijk groeit tijdens je slaap (Mk. 4,27-29) Voor
het rijk van God moet je inspannen tot het uiterste ; de geweldigen nemen
het in. Je moet voor de kostbare parel of voor de schat in de akker alles
overhebben, alles ervoor offeren… Pater Damiaan, pater Kolbe en zovele
christenen hebben zich afgesloofd voor Gods Koninkrijk in de wereld. En
toch vertelt Jezus ons dan weer zo’n soort parabel of vergelijking over het
rijk Gods, dat je weer de indruk krijgt van « allee, mogen we het dan wat
rustiger oppakken ? » MK.4,26b
Het gaat met het Rijk Gods als met een man die zijn land bezaait; 27
hij slaapt en staat op, ' s nachts en overdag, en onderwijl kiemt het zaad en
schiet op, maar hij weet niet hoe. 28
Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort, eerst de groene halm, dan de
aar, dan het volgroeide graan in de aar. 29
Zodra de vrucht het toelaat, slaat hij er de sikkel in, want het is tijd voor de
oogst. Want
Hij heeft ook van die gezegdes dat je nooit klaar bent met je werk… «Zo
is het ook met u: wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd, zegt dan:
Wij zijn onnutte knechten; wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.»
(Lk.17,10) Dus,
eigenlijk mogen we doen wat we willen, we staan bij God altijd in het krijt. Tiens,
dat is nu weer iets anders. Ik mag me nu al tot het uiterste ingespannen hebben,
gewerkt hebben tot ik er bij val, maar ik mag niet gaan denken dat ik ooit God
terug kan geven wat Hij me heeft gegeven, of dat ik ooit mijne schuld bij Hem
zal kunnen voldoen… Of dat ik zoveel rozenkransen kan bidden, zoveel novenen
kandoen dat God niet anders kan dan me dit of dat geven, of dat Hij nu toch wel
content zal zijn zeker over mij, met jullie… Hij
zal wellicht wel content zijn met u of content over u, maar niet omwille van uw
godsdienstige prestaties… Niet
daarom op de eerste plaats, maar wel om
uw kinderlijk vertrouwen. We
komen dus opnieuw terecht waar we begonnen waren. He kinderlijk vertrouwen! Geen
bevende knechten maar vertrouwvolle kinderen, dat verlangt God dat wij zouden
zijn. Kinderlijk
vertrouwen! Dàt moet de basis vormen van al ons bezigzijn, ook van ons
bezigzijn voor God. Eerst moet er
dat kinderlijk vertrouwen zijn. Bij je Vader kom je niet met vrees en beven,
omdat je nog ergens een kleinigheid in het krijt staat… Lk.
7,41 Een geldschieter had twee schuldenaars, de een was hem vijfhonderd, de
ander vijftig denarien schuldig. 42 Omdat zij die niet konden teruggeven, schold
hij ze aan allebei kwijt. Wie van hen zal nu het meest van hem houden? ' 43 ' Ik
veronderstel ', antwoordde Simon, ' diegene aan wie hij het meeste heeft
kwijtgescholden. ' Jezus zei tot hem: ' Uw oordeel is juist. '(…)
47 Daarom zeg Ik u: haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze vele,
want zij heeft veel liefde betoond. Aan wie weinig wordt vergeven, hij
betoont weinig liefde. Het
komt aan op het vertrouwen… Het
komt aan op de liefde … Wees
gerust, daarmee zeg ik niet dat we niet ons best moeten doen om christelijk te
leven en voor de Heer te werken of dat we niet zouden moeten bidden… Dat alles
mag en moet er zijn maar : first things first, het voornaamste het eerst en
het voornaamste is het vertrouwen en de liefde. Wees
niet bezorgd
(Mt. 6,26-34) MT.6,26
Let eens op de vogels in de lucht: ze zaaien niet en maaien niet en verzamelen
niet in schuren, maar uw hemelse Vader voedt ze. Zijt gij dan niet veel meer dan
zij? 27 Trouwens, wie van u is in staat met al zijn tobben aan zijn levensweg
een el toe te voegen? 28 En wat maakt gij u zorgen over kleding? Kijkt naar de
leliën in het veld: hoe ze groeien. Ze arbeiden noch spinnen. 29 Toch zeg Ik u:
Zelfs Salomo in al zijn pracht was niet gekleed als een van hen. 30 Als God nu
het veldgewas dat er vandaag nog staat en morgen in de oven wordt geworpen, zo
kleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen? 31 Maakt u dus geen zorgen over
de vraag: wat zullen wij eten of wat zullen wij drinken? 32 Want dat alles jagen
de heidenen na. Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt. 33
Maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid: dan zal dat alles u erbij
gegeven worden. 34 Maakt u dus niet
bezorgd voor de dag van morgen… Dus
gaan leven vanuit vertrouwen! Onze
bezorgdheid gaat nu vooral over materiële dingen en over de zorg voor ons
leven, over de zorg voor ons gezin. De zorg voor je man, je vrouw, je
kinderen… De zorg voor je huis, en natuurlijk ook voor je werk, je inkomen, je
inkopen, leningen, spaargeld… enz. enz. En die woorden van Jezus over de
onbezorgdheid gaan daar ook wat over. Wees onbezorgd. Durf het aan om heel je
leven en alles wat ermee samenhangt in handen te leggen van God. Dat
betekent weer niet dat we dan niets meer moeten doen, en maar rustig in onze
fauteuil mogen blijven zitten of het bed niet meer uitkomen… God zal je wel
doen begrijpen wat er nog moet gedaan worden… Maar dat we enkel maar voor het
geld zouden gaan leven, altijd maar ongelukkig lopen omdat we waarschijnlijk
weer beneden de maat gebleven zijn… Wees
niet bezorgd voor de dag van morgen, de dag van morgen heeft genoeg aanzijn
eigen leed. Daar moet je deze nacht nog niet van wakker liggen. De
Vader wil zijn kinderen zien lachen, Hij wil dat zijn kinderen de vrede in hun
hart hebben. Ontvang
de vrede als geschenk: Sjalom !!! Een
woord dat de verrezen Christus vaak uitspreekt is het gewone begroetingswoord «Sjalom»,
vrede ! Vrede en alle goeds! De Franciscaanse familie heeft er haar
lijfspreuk van gemaakt: vrede en alle goeds! Sjalom! Salam! Als
we toch maar eens geloofden in Gods liefde en in de nabijheid van de verrezen
Heer, die dood en zonde heeft overwonnen en in wiens dienst wij ons gesteld
hebben. Met een diepe innerlijke vrede zouden wij door het leven gaan, doorheen
deze wereld: ook als we te lijden hebben, wanneer we gebukt gaan onder zorgen.
Die zekerheid dat Hij op ons neerziet, ons ziet en ons sterkt met zijn
nabijheid, ook al verandert er niet direct iets aan de zorgvolle toestand van
onszelf of onze geliefden. De
vrede in ons hart en de vrede in onze relaties met de mensen om ons heen: Kol.3,15
En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe
zijt gij immers geroepen als leden van een lichaam. En
weest dankbaar. Op zoek
naar het juiste evenwicht: opdracht van God of zelfgefabriceerd juk? Ik wil nu nog even met u afwegen hoe het nu juist zit met dat “alles uit Gods hand ontvangen als een kind” en anderzijds dat “span je in tot het uiterste”. We moeten er diep van overtuigd zijn dat wat God van ons vraagt niet “iets” buiten ons is, niet iets dat we moeten presteren, wat Hij van ons vraagt is “ons hart”. “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij”. Uw offers teken mij tegen, ik kan het vet van uw stieren en kalveren niet meer rieken, je zou beter doen wat ik van jullie vraag… Dat zijn Oudtestamentische profeten die vanwege God iets wilden zeggen. Ik wil u een paar voorbeelden geven van mensen die meenden dat ze tot iets verplicht waren waar je zou kunnen zeggen, maar allee, dat mòet je toch niet doen? Je moet er rekening mee houden dat iets een persoonlijke roeping kan zijn, maar je moet je altijd afvragen: vraagt God dat echt van mij of leg ik mij hier zelf een juk op dat God helemaal niet van mij vraagt? - Georges, een gepensionneerde eenvoudige man kwam bj ons elke dag naar de mis. Een beetje een zonderling, al had hij flinke kinderen. Na de mis kuste hij altijd de voet van de gekruisigde Christus die in onze gang hing. Eens zei hij me: “Jullie moeten elke dag de mis doen en brevieren. Ik ben geen priester, maar ik voel aan dat ik elke dag naar de mis moet komen; dat is mijn roeping”. Kijk, dat leek me geen man te zijn die zichzelf een juk had opgelegd, maar iemand die vanwege God die roeping had om mee eucharistie te vieren, elke dag. Waar ligt hier de vrijheid van de kinderen Gods? Zag hij dat als de kille wens van een strenge God, of als een taak vanwege een liefhebbende God? Hij had in ieder geval die taak in of die roeping in volle vrijheid onthaald en was er gelukkig om. - Een oom van me waar ik eens op bezoek kwam en die nogal beproefd is in zijn kinderen en zijn ziekelijke vrouw vertelde me hoe hij elke dag een hele reeks gebedjes en novenen bad op godsdienstige prentjes; hij toonde ze me, ze waren helemaal beduimeld: een prentje van priester Poppe, pater Kolbe, Broeder Isidoor, de heilige Rita, het heilig kruis… dit is maar een kleine greep uit een hele reeks… Elke dag, omwille van de vele problemen waarmee hij en zijn gezin geconfronteerd was… Hij scheen dat niet als een juk te ervaren. Wou hij God daarmee dwingen, of was het eerder een uitdrukking van zijn groot vertrouwen in God en de voorspraak van die heilige mensen? Was dat een juk, een kille verplichting, een willen dwingen van God om iets te geven, of was het een uitdrukking van zijn groot vertrouwen en een zending om heil af te smeken voor zichzelf en de zijnen? - Mijn moeder zat daar trouwens ook op haar oude dag met een heel deel “gebedjes”, bidden had ze heel haar leven gedaan, zij voelde zich geestelijk verantwoordelijk voor haar kinderen en kleinkinderen. Leefde zij nog als een vrij kind van God of als iemand die schrik had van God of iemand die God tot iets wou dwingen? Het is goed van dat ook aan onszelf te vragen als we bepaalde manieren van godsdienstbeleving tot de onze hebben gemaakt. Is dit echt Gods verlangen? Of heb ik een juk of soort voldoening op mij genomen die God echt niet van mij vraagt? Het is de Geest die vrij maakt, het vlees is van geen tel, zou Paulus zeggen. Niet de prestatie op zich, maar de Geest van waaruit het gebeurt. Ik wil
graag voelen dat ik echt iets doe. Gods wil of mijn eigen onderneming? Wij willen vooral presteren, ook op godsdienstig vlak. Onze nederige plaats vinden we dan wel eens waardeloos, ons eenvoudig gebed wat belachelijk… Maar je moet eens naar Jezus zien. Heeft die wat speciaals gedaan soms? Ja, zieken genezen en brood vermenigvuldigd… Ja, hoe lang heeft Hij die job uitgeoefend. Je hebt dokters die tot hun 80 aan het werk blijven. Althans ik heb zo’n chirurg gekend – hij is trouwens met mijn appendix gaan lopen – die operateur was zelfs 85. Dus hoe oud was Jezus en hoe lang heeft Hij die job uitgeoefend? Hij was 33 en die openbare functie – laat het ons zo noemen – heeft hij 1 of 3 jaar uitgeoefend. En de rest? Een eenvoudige,onbekende ambachtsman uit Nazaret. Uit Nazaret, smaalt Nathanaël, zijn latere apostel Bartolomeüs, uit Nazaret, wat kan daar goeds uit komen! Jezus
heeft niet willen presteren, hoewel Hij de zwaarste taak had gekregen die een
mens op zich kan nemen : de verlossing van de wereld. Daar ligt ge toch wel
dag en nacht van wakker zeker hee ! Hij
ligt te slapen achterin de boot terwijl het stormt en geharde vissers het
uitschreeuwen van angst. «In de armen van de Vader». Waar
Hij wakker van ligt, figuurlijk, waar Hij altijd mee bezig is, dat is het
verrichten van de wil van de Vader. JOH.4,31
Ondertussen drongen de leerlingen bij Hem aan met de woorden: 'Eet toch iets,
Rabbi. ' 32 Maar Hij zei hun: 'Ik heb een spijs te eten die gij niet kent. ' 33
De leerlingen zeiden tot elkaar: 'Zou iemand Hem soms te eten gebracht hebben? '
34 Daarop zei Jezus hun: 'Mijn spijs is, de wil te doen van Hem die Mij gezonden
heeft en zijn werk te volbrengen Aan ons zegt Paulus: Ef.2,8-10 Ja, aan die genade dankt gij uw heil, door het geloof; niet aan uzelf, Gods gave is het; 9 niet aan uw prestaties, niemand mag zich verhovaardigen. 10 Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede daden te realiseren die God voor ons al bereid heeft. De
wet van Christus Een
van de grootste eigenschappen of kenmerken of geschenken van de christen is de
vrijheid van de kinderen Gods: tot niets verplicht tenzij tot wat God echt van
ons vraagt en als we iets zogenaamd uit onszelf willen doen, dan moeten we nog
onderscheiden of dat echt Gods verlangen is of alleen iets van eigen vinding en
een uitdrukking van onze eigen wil. Dit is geen vrijheid die ongebondenheid zou zijn. Het is een vrijheid die ons doet verlangen om in de Wil van God te zijn en onze kleine wil daarop wil afstemmen. Maar dit verlangen om Gods wil te doen mag ook geen soort dwangbuis wordt, of iets dat voortdurend op ons weegt, als een drukkend gewicht. Het is wel zo dat Gods verlangen in het begin van onze bekering heel zwaar kan lijken, maar door de kracht van de H. Geest worden wij ertoe aangetrokken en ontvangen wij ook de kracht om volgens dat verlangen te kunnen leven. Natuurlijk is dat een groei en zal er ook altijd iets van de oude mens in ons blijven steken. Maar we zijn tot vrijheid geroepen en we mogen ons geen slavenjuk op onze hals laten leggen. Alleen het juk van Christus, de Wet van Christus. °°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°° VOOR
VERDERE BEZINNING ROND DIT THEMA Betekent
dit dat ik zonder wet ben? 1KOR.9,19 Van allen onafhankelijk, heb ik mij de slaaf van allen gemaakt, om er zoveel mogelijk voor Christus te winnen. 1KOR.9,20 Met de Joden ben ik Jood geworden, om de Joden te winnen; met hen die onder de wet staan heb ik mij aan de wet onderworpen, om de mannen van de wet te winnen, ofschoon de wet over mij geen gezag heeft; 1KOR.9,21 met de wettelozen werd ik wetteloos - hoewel niet zonder wet van God en onderworpen aan de wet van Christus - om de wettelozen te winnen. 1KOR.9,22 Met de zwakken ben ik zwak geworden, om de zwakken te winnen. Alles ben ik voor allen, om er tot elke prijs enkelen te redden. 1KOR.9,23 En ik doe alles voor het evangelie om er ook zelf deel aan te krijgen. Misbruik
de vrijheid niet GAL.5,13 Broeders, gij werd geroepen tot vrijheid. Alleen, misbruik de vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht. Integendeel, dient elkander door de liefde. GAL.5,14 Want de hele wet is vervat in dit ene woord: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. … GAL.5,22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid. GAL.5,23 Tegen zulke dingen bestaat geen wet. GAL.5,24 Zij die Christus Jezus toebehoren hebben het vlees gekruisigd met zijn hartstochten en begeerten. Laat
u niet opnieuw tot slaaf maken
(Gal. 4,31-5,7) …
GAL.4,31 Broeders, wij zijn dus geen kinderen van een slavin, maar van de
vrije vrouw. 1 Voor die vrijheid heeft
Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat
u niet opnieuw het slavenjuk opleggen. 2 Let op mijn woorden. Ik, Paulus,
zeg u: als ge u laat besnijden, zal Christus u niets baten. 3 Nogmaals verzeker
ik ieder die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de hele wet te
onderhouden. 4 Als ge uw heil in de wet
zoekt, hebt gij met Christus gebroken, hebt gij de genade verbeurd. 5 Want wij, wij verwachten door de Geest de verhoopte gerechtigheid van het geloof.
6 Want in Christus Jezus heeft besnijdenis noch onbesnedenheid enig belang, maar
alleen geloof zich uitend in liefde,
7 Ge waart zo goed op weg. Wie heeft u verhinderd de waarheid te blijven volgen?
(…) 18
Maar als ge u door de Geest laat leiden, staat ge niet onder de wet. -
KOL.3,23 Verricht uw werk welgemoed voor de Heer, niet voor de mensen, 1PETR.3,14 Maar ook al moet gij lijden om de gerechtigheid, toch zijt gij zalig. Vreest hun bedreigingen niet en laat u niet verontrusten, 15 heiligt in uw hart Christus als de Heer. - 1Tess.5,16-18 Weest altijd blij. 17 Bidt zonder ophouden. 18 Dankt God voor alles. Dit is het wat God van u verlangt in Christus Jezus. Deze tekst staat midden teksten over leeglopers die men moet aanzetten om te werken en over de onderlinge liefde. Maar, geen verwrongen gelaat, wees blij… Juist vanuit dat vertrouwen, dat Christus de Heer is die we dienen, kijken we alleen op naar zijn gelaat. °°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°
|