|
|
|
GELOOF EN LEVEN Jg 113 (2009) nr 4
Inlandse priesters Marcel Brauns s.j. Peerke
Donders, een onbekende Damiaan. Naar
J.L.F. Dankelman cssr De Sluimering der Moeder Gods (2) Wim Snitker Messiaanse
Joden (1) De Olijfboom
P. Daniël Maes o. praem., Ster van David De
uitstraling van Sint Gerardus Majella
Brief van Xaverius Scoppa, pr. De wereldreis van Aboena Yohanna Naar National Geographic Oogarts in Rwanda Ingezonden door Albert verhamme Apostelen buiten adem? Uit Pinksterpreek Benedictus XVI 250.000 christenen vervolgd Kath.Press/Kerknet Vermoorde
Irakese aartsbisschop geëerd
Kerknet / CNA Boekennieuws
(Damiaan@Godmail.com Herman V
Campenhout) bvv Een oud Vlaams Kerstlied Uit: ‘Een suyverlijck Boecxken Jaar van het priesterschap De eerbiedwaardige Conchita v Mexico Onb. Ecologie van geest en hart. Pinksterpreek van Paus Benedictus XVI Onze overledenen (Mgr. Luc De Hovre / Mw. Anna Boghaert) Jesus Christus Albert Speeckaert CssR Op retraite gaan Ben Van Vossel Lu Montferrato Onb. De mantel van sint Maarten (2) Ben Debeer ACTIVITEITEN - BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - CHRISTUS EN DE ISLAM - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED - GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN - ICONEN - INHOUD - JEZUS - JONGEREN - KERK en GELOOF - KERK WERELDWIJD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT - THUISPAGINA - UITZICHT - VERHALEN - VERVOLGING - WETENSCHAP - ZENDING - ZONDAGSEVANGELIES (diapresentaties) INLANDSE PRIESTERS
Marcel Brauns s.j. PEERKE DONDERS,
EEN ONBEKENDE DAMIAAN Naar J.L.F.
Dankelman cssr Wie is dat? Op 24 juni 2009 werd herdacht dat Peerke
Donders 200 jaar geleden geboren werd. Pater Donders is vooral bekend als
Redemptorist-missionaris bij de melaatsen in Suriname.
In onze jeugd kwam hij wel eens ter sprake naast grote missionarissen
zoals Pieter De Smedt van Dendermonde, werkzaam bij de Noord-Amerikaanse
indianen, Pater Constant Lievens (uit Moorslede) van de Lievensmissie in Ranchi,
Pater Damiaan (Jozef De Veuster uit Tremelo), de apostel van de melaatsen op
Molokaï. En dan stond daar Peerke Donders. Peerke! Hij leek met die
verkleinnaam een flink stuk kleiner dan de andere missionarissen die zowat het
aanzien hadden van een Franciscus Xaverius. Maar toch werd Peerke zalig
verklaard. Wie was hij dan wel en wat heeft hij gedaan
om zulke eer te krijgen? Toen bleek immers dat hij zowel voor melaatsen als voor
Indianen een geliefd en geëngageerd missionaris was geweest. Bij gelegenheid van zijn zaligverklaring
door paus Johannes Paulus II op 23 mei 1982 publiceerde J.L.F. Dankelman CssR
(vice-postulator) een boek over hem. Het inspireerde ons tot volgend artikel.
Pater Damiaan zal het – in dit Damiaanjaar - niet als concurrentie zien, maar
integendeel blij zijn met Peerke Donders als medestander - en eigenlijk
voorloper - in dienst van de meest verlatenen.
Ter vergelijking: pater Damiaan leefde van 1840-1889 en vertrok in 1873
naar Molokai; Peerke leefde van 1809-1887 en vertrok reeds in 1842 naar Batavia.
Damiaan werkte 16 jaar tussen de melaatsen, Peerke 27 jaar. Braaf maar geen hoogvlieger Peerke Donders werd geboren op 24 juni 1809
te Tilburg (Nederland). Vader werkte thuis aan het weefgetouw, moeder had haar
handen vol met het huishouden (de wastobbe had nog geen plaats geruimd voor de
wasmachine) en het werk op het veld. Peerke, een tengere jongen,
kreeg thuis een christelijke opvoeding, en zoals het wel vaker voorkwam
kon hij later getuigen: ‘Het heeft de goede God behaagd, mij vroegtijdig –
ik was toen 5 of 6 jaar oud – een vurig verlangen te verlenen tot de
priesterlijke staat om te arbeiden aan het heil der zielen, die Hem zo dierbaar
zijn’. In dit jaar van de priesters mag ook wel even de aandacht gericht
worden op de christelijke opvoeding in het gezin. Die gerichtheid naar het
priesterschap zou naderhand wel wat afzwakken. Maar Peerke was inderdaad een
diep godsdienstige knaap. Wegens fysische zwakheid werd hij afgekeurd voor de
legerdienst, en hij begon zich weer sterk te interesseren voor een andere
dienst: het priesterschap. Op 22-jarige leeftijd wordt hij als huisknecht
aangenomen bij de regent van het seminarie en tegelijk ook op het
(klein-)seminarie Beekvliet te Sint Michielsgestel. Maar afgezien van de
godsdienstvakken brengt hij er niet veel van terecht. Hij geraakt tenslotte toch
door de studies en kan door harde studie zelfs het Grootseminarie vrij goed
doorworstelen. Tijdens de vakanties verbleef hij meestal op de pastorie van ’t
Goirke (Tilburg) en men trof hem vaak biddend aan in de kerk en in de Mariakapel
op de wijk Hasselt. Ook op het seminarie viel hij op door zijn godsvrucht en
nederigheid, deugden die in onze tijd maar weinig opgeld maken. Missionaris in Suriname: een zware opgave! Tijdens zijn seminariestudies werd er veel
propaganda gemaakt voor de missie van Suriname. Peerke, de bescheiden
weversjongen werd priester gewijd op 5 juni 1841, feest van de heilige
Bonifatius. Hij moest dan nog een jaar zijn priesterstudies afmaken. De
redemptorist Pater Bernard Hafkenscheid (die Peerke in Sint Truiden had ontmoet
bij een vergeefse vraag om in het klooster opgenomen te worden) preekte op het
seminarie een indrukmakende retraite. Ook een volksmissie van diezelfde pater in
Tilburg maakte indruk op de professoren en seminaristen.
Op 31 juli 1842 voer Peerke Donders als jonge priester af naar Paramàribo.
Suriname maakte deel uit van de Caraïbische wereld en was een Nederlandse
kolonie. De evangelisatienood in Paramàribo was er
groot en katholieke priesters hadden het er niet gemakkelijk. Het zedelijk peil
van de bevolking was laag o.m. door gebrekkige invulling van de zielzorg. Over
de Europeanen in Suriname schreef provicaris monseigneur Grooff:
‘‘Herodessen, inwendige tijgers en wolven, die vlees en goud tot goden
hebben, fortuinzoekers uit alle hoeken van Europa, die niets anders dan een
verwaarloosde opvoeding meebrengen, naam-katholieken en zedenbedervers’.
Priester Donders schrijft: ‘Alles spant hier op alle manieren samen om de
zeden te bederven en dat wordt door niemand tegengewerkt dan door ons. Hier
staan wij voor die onmeetbare stroom van goddeloosheden, alleen, met het kruis
gewapend, en ons vertrouwen op God gevestigd. Ook vindt de afgoderij geen
bestrijders dan ons alleen’. Melaatsen en armen Het contact met de melaatsen in Batavia
wekte geen afschuw in hem, maar eerder een groot mededogen. Meer dan 27 jaar zal
hij er doorbrengen, naast zijn missiewerk tussen de plantage-slaven. Ondertussen
leerde hij het ‘neger-engels’ van de kinderen en de zieken die hij bezocht.
Hij werkte er de eerste jaren als kapelaan, pastoor, een tijdlang als provicaris
en dan weer als kapelaan; voor de bescheiden Peerke Donders maakte dat alles
weinig verschil. Zijn voorkeur voor de armen was welbekend ook in zijn
zielzorgelijk werk. Zelfs zijn eigen kleren gaf hij weg. Op zekere dag verpandde
hij ‘zijn horloge bij een jood, die het echter niet wilde houden en het op de
pastorie terugbracht’. Als hij werd uitgelachen en bespot door
andersdenkenden bleef hij toch steeds zachtmoedig. Tijdens zijn missietochten
naar de plantages bleef hij zijn Spartaanse levensstijl trouw. Ook door
protestanten werd hij als een heilige beschouwd. Op een dag weigerden zijn
roeiers een bepaald traject omdat het levensgevaarlijk was. Goed, zei Pater
Donders: ‘Ik ga. Het moet gebeuren. Mijn leven is in Gods hand.’ Ze
vertrokken dan maar. Op een gegeven moment riep de hoofdman: ‘Pater, de boot
zinkt!’ Pater Donders gaf echter opdracht door te varen. ‘We zullen niet
vergaan’. ‘Biddend sprenkelde hij wat wijwater rond de boot en onmiddellijk,
zo verhaalt een van de roeiers, bedaarde de zee’. De roeiers stonden versteld.
De hoofdman zei: ‘Pater, God heeft uw gebed verhoord, anders waren we vast
vergaan.’ Pater Donders zei: ‘God verhoort iedereen, die met groot geloof
bidt’. Maar hij vroeg hun wel er niets van verder te vertellen”. Redemptorist U hebt opgemerkt dat we ondertussen over
“pater” Donders spreken. Inderdaad, op 26 maart 1866 was de
redemptorist-bisschop J.B. Swinkels met twee paters en zijn broer broeder in
Paramàribo aangekomen. Peerke Donders was blij dat de Surinaamse missie mee
gedragen zou worden door een religieuze congregatie die er een punt van eer zou
van maken. De generale overste Mauron had aan de Nederlandse provinciaal
geschreven: “Verlies nooit uit het oog, dat de Missie van Suriname voortaan
een der belangrijkste zielzorggebieden van onze Congregatie in het algemeen en
van de Nederlandse Provincie in het bijzonder uitmaakt”. Peerke was vóór
zijn intrede in het seminarie eerst eens gaan polsen bij de redemptoristen te
Sint Truiden; nu was hij 55 jaar, maar had zich verdiept in een boek over Sint
Alfonsus Maria de Liguori, de stichter van de redemptoristen. Het trof hem:
“Zonder de geloften biedt men God alleen de vruchten aan, mèt de geloften
daarentegen schenkt men de boom èn de vruchten”. Op 14 april reeds doet
Peerke zijn aanvraag tot intrede bij de redemptoristen. Hij blijft 14 dagen in
hun kleine kloostergemeenschap. Zijn noviciaat verliep nogal chaotisch, niet
alleen omdat de ‘novicen’ veel pastoraal werk moesten doen, maar ook omdat
hun novicenmeester (Monseigneur Swinkels!) vaak elders werd opgeëist en
uiteindelijk werd het noviciaat ingekort tot 8 maand (blijkbaar was men nog
ruimdenkend in die tijd). Op 24 juni 1867 legde Peerke zijn eerste geloften af.
Pater Peerke Donders bleek een geweldige aanwinst voor de missie van de
redemptoristen, omdat hij reeds zolang werkzaam was in die missie. Toch gaf
monseigneur Swinkels zijn missionarissen nog als laatste raad: “Offert u op
voor het volk, maar blijft altijd
nog meer religieuzen dan missionarissen”. Indianen en Bosnegers Naast zijn werk voor de melaatsen op Batavia
wordt Peerke op 58-jarige leeftijd gezonden naar de Indianen en Bosnegers in
Saramacca, iets wat hij reeds lang wou. Hij besteedt zowat de helft van zijn
tijd aan het bezoeken (langs de rivieren) van de indianenkampen. De
Arowakken-Indianen stonden echt open voor zijn evangelisatie. Bij de Karaïben
ging het moeilijker, veel moeilijker. Uiteindelijk won hij hun vertrouwen en
lieten ze hun kinderen dopen, maar voor zichzelf zagen ze het nog niet
onmiddellijk zitten. Niet zonder moeite is de ‘apostel der melaatsen’ ook de
‘apostel der Indianen’ geworden. Hij wendde allerlei middelen aan zoals
muziek en geschenken maar hij stelde vooral zijn vertrouwen op het gebed, dat
van hemzelf en dat van anderen, èn op de Eucharistie: “Kon ik er de H. Mis
opdragen, dan zou ik ze wel langzamerhand winnen met Gods goedheid”. Terwijl
hij voor zichzelf en zijn medebroeders een strenge dagorde trouw bleef, trachtte
hij toch zijn mensen te evangeliseren. Zijn catechese aan kinderen en
volwassenen was degelijk maar tegelijk spoorde hij hen aan tot persoonlijke
liefde tot Christus, om dagelijks de eucharistie te komen vieren. ’s Avonds
riep hij hen bijeen voor een woord- en gebedsdienst, wees hen op de liefde van
Christus (gesymboliseerd in zijn heilig Hart) en… hij leerde hen bidden en
leidde hen tot de godsvrucht tot Maria. Gegeven tot het einde In februari 1883 werd hij benoemd in de
communiteit te Paramaribo. Zijn preken waren niet goed meer te verstaan (vond
hijzelf) en het verblijf in een wat grotere redemptoristencommuniteit deed hem
deugd. In Paramàribo ging hij overal de zieken bezoeken, troosten en
‘bedienen’. Al zijn vrije tijd besteedde hij aan gebed. Op 74-jarige
leeftijd kreeg hij de opdracht een missiereis te doen op de Pararivier om daar
de indianen te bezoeken en nog in 1883 werd hij naar Coronie gezonden, een
plaats met kokoscultuur. Hij bleef daar vooral werkzaam rondom de kerk en zowel
in de voor- als in de namiddag deed hij huisbezoek. Koorts en muskieten (die hij
niet verjoeg) waren bijkomende kruisen, naast de verstervingen die hij zichzelf
oplegde. Een jaar later werd hij weer verplaatst naar Batavia waar hij reeds
onder de melaatsen gewerkt had. Daar overleed hij op 14 januari 1887.
In 1900 werd het stoffelijk overschot van pater Peerke Donders
overgebracht van Batavia naar Paramaribo. (samenvatting: Ben Van Vossel) DE SLUIMERING DER MOEDER GODS (2) EEN OLIJFBOOM MET TWEE
TAKKEN (1) P. Daniël Maes o. praem., Gemeenschap Ster
van David in: Hoor Israël, Nieuwsbrief Gemeenschap
Ster van David (Juni 2009, jg. 15 nr. 58 blz. 4-10) De merkwaardige groei van Messiasbelijdende
Joden over heel de wereld is een belangrijk teken van een mogelijk herstel van
de oorspronkelijke Kerk van Jezus Christus. Hieruit is vooral sinds anderhalf
decennium, wereldwijd en over alle christelijke kerken en gemeenschappen
verspreid, een stroming ontstaan van gebed, boete, wederzijds respect en
verzoening. Omdat ze in Vlaanderen (en Wallonië) tot heden nauwelijks bekend is
moeten we ze onder de aandacht blijven brengen: Op weg naar het Tweede Concilie
(of de Tweede Kerkvergadering) van Jeruzalem (Toward Jerusalem Council II,
afgekort TJCII). Voor de afwisseling doen we het in de vorm van een interview. Deze stroming heeft zelf geen enkele
pretentie. Ze wil slechts een ommekeer bevorderen opdat onder leiding van de
heilige Geest ooit een vervolg zou mogelijk worden op de eerste Kerkvergadering
die rond het midden van de eerste eeuw plaats vond. Joden die in Jezus
geloofden, - de toenmalige Kerk - hebben de gelovigen uit de volken verwelkomd
en hen toegestaan hun eigenheid te bewaren. Na 20 eeuwen is het besef gegroeid
dat nu hetzelfde nodig is ... in omgekeerde richting. Vr. Er zijn vele steden en volken in de
wereld. Waarom altijd weer die bijzondere aandacht voor Jeruzalem, Israël en
het Joodse volk? A. Er zijn inderdaad vele volken en steden.
Alle mensen hebben dezelfde waardigheid. Vanuit politiek oogpunt zal het ene
volk meer bepalend zijn voor het wereldgebeuren dan het andere. Wat zal de rol
zijn van het immense China in de nabije toekomst, of van de Arabische wereld of
van Afrika? Hoe zullen Amerika en Europa verder ontwikkelen? Boeiende vragen.
Als christen bekijken we evenwel de geschiedenis vanuit de joods-christelijke
openbaring, het Woord Gods en vooral vanuit Jezus. Hieruit blijkt dat er
eigenlijk maar twee volken zijn: het uitverkoren joodse volk en alle andere
volken. Er zijn dan ook maar twee steden: Jeruzalem en Babel. De ene staat
symbool voor de stad die wil leven volgens Gods woord om zo tot diepe vrede te
komen en de andere staat symbool voor de stad of samenleving die in opstand komt
tegen God en zelf zijn eigen god wil zijn, wat tot een ongelukkig makende
verwarring leidt. Als christen zijn we niet op weg naar een “verloren
paradijs” ergens tussen de olievelden van Irak, maar naar het Nieuwe
Jeruzalem, beschreven in het boek van de Openbaring. Ook het leven van Jezus is
één opgaan naar Jeruzalem. Vr. Zijn dan niet alle volken uitverkoren? A. Jazeker, maar niet op de wijze van onze
parlementaire democratie, die alle mensen meteen precies op dezelfde rij zou
willen zetten. God werkt blijkbaar anders, namelijk van het specifieke naar het
algemene. Hij heeft temidden van alle volken een klein volkje uitgekozen om op
bijzondere wijze zijn volk te zijn. Aan Israël maakte Hij zich bekend en gaf
Hij zijn Wet, de eredienst, de beloften. Dit gebeurde langs Abraham, Isaac en
Jakob, waaruit de 12 stammen van Israël voortkomen. Aan het geslacht van David
beloofde God de Messias. Dit is Jezus, Jesjoea, ontvangen van de heilige Geest,
geboren uit de maagd Maria, de Messias van Israël, de Zoon van God, de Redder
van de wereld. Maar deze uitverkiezing was niet voor Israël alleen. Israël
kreeg mèt de uitverkiezing de taak de openbaring van de ene ware God te
erkennen en door te geven tot heil van heel de mensheid. Zo zijn alle volken
langs Israël uitverkoren. Dat is Gods pedagogie. Iedere gave of belofte die
iemand ontvangt is nooit voor hem/haar alleen maar tot opbouw van gans de
mensenfamilie. Zo wordt ook de grote gemeenschap opgebouwd, met de
verscheidenheid van ieders gaven. Vr. Heeft Israël zijn uitverkiezing niet
verspeeld door Jesjoea, zijn Messias, niet te aanvaarden? A. Neen, want God blijft trouw, ook als
mensen ontrouw worden, zoals 2 Tim. 2, 13 indrukwekkend zegt: “Als wij ontrouw
zijn, blijft Hij trouw: zichzelf verloochenen kan Hij niet”. Een groot deel
van het joodse volk heeft inderdaad nog steeds zijn Messias niet erkend. Daarom
zijn de talrijke oproepen aan Israël tot ommekeer blijvend actueel, b.v. uit
psalm 81, 14-15: “Dat toch mijn volk Mij verstond, Israël wilde gaan langs
mijn wegen! Aanstonds sloeg Ik zijn vijanden neer, was mijn hand tegen zijn
achtervolgers...” We mogen gerust aannemen dat de redding van Israël ligt in
het trouw zijn aan de ene ware God, die zich aan dit volk heeft geopenbaard en
aan zijn geboden. Maar het is eigenlijk niet onze taak om het proces van het
joodse volk te maken. Wij hebben voorlopig nog genoeg aan wat wij aan eigen
ontrouw jegens God én jegens het joodse volk goed te maken hebben. Vr. Wat hebben wij als christenen goed te
maken tegenover het joodse volk? A. Wij moeten nog heel veel goed maken, maar
we zijn er ook mee bezig. Eigenlijk hebben wij christenen gedurende 20 eeuwen de
blijvende uitverkiezing van Israël niet begrepen en ook niet aanvaard, met
verschrikkelijke gevolgen. De geschiedkundige gebeurtenissen hebben daarbij
zeker een rol gespeeld. Al in de eerste eeuw werd het joodse volk door de
Romeinen onderdrukt en uitgemoord, terwijl de Kerk geleidelijk uitgroeide tot
een gemeenschap van gelovigen die nagenoeg uitsluitend uit de volken kwamen.
Jeruzalem werd verwoest en Rome werd het nieuwe centrum voor de christenen. De
joodse Messias-gelovigen verdwenen als eigen groep uit de Kerk. De verleiding
was groot om te denken dat het zo ook moest. De christenen hebben bepaalde
evangelische grondwaarden goed bewaard maar het was niet hun taak om het joodse
volk uit te sluiten en te straffen. Inquisitie en kruistochten zijn donkere
bladzijden in de geschiedenis van de kerk. De houding tegenover de islam is nog
geheel anders. De kruistochten zijn misschien een veel te late, en onjuiste
reactie op de eeuwenlange gruwelen van de islam. Ook nu zitten we weer in een
vergelijkbare situatie. Terwijl christenen in zovele landen van de islam geen
vrijheid krijgen en nog worden vervolgd en onderdrukt, krijgt de islam in de
christelijke landen niet alleen alle vrijheid maar wordt ook nog gesubsidieerd.
(...) De onderdrukking en vervolging
van de Joden door de katholieke koningen en de inquisitie is echter helemaal
niet te aanvaarden. Het was niet goed vanaf het begin de uitverkiezing van het
joodse volk te negeren en te doen alsof nu Rome de plaats van de ware kerk is en
niet Jeruzalem. Rome is weliswaar een van de oudste kerken maar niet de plaats
van de moederkerk. Deze praktische verwerping is de oorzaak geworden voor alle
andere scheuringen in de kerk. De eerste breuk heeft alle andere breuken beïnvloed:
niet Jeruzalem maar Rome, niet Rome maar Constantinopel, niet Constantinopel
maar Moskou, niet Moskou maar Genève... (vervolg en slot in volgend nummer) “Opdat Pinksteren zich in onze tijd zou
hernieuwen, is het misschien nodig dat – zonder iets af te doen van Gods vrijheid
– de Kerk minder “buiten adem” raakt door
activiteiten en meer gewijd is aan gebed. Dat leert ons de Moeder van de Kerk, de allerheiligste Maagd Maria, Bruid van de Heilige Geest”.
(Paus Benedictus XVI homilie op Pinksteren
2009) DE UITSTRALING VAN
SINT GERARDUS Xaverius Scoppa, pr. Op 16 oktober vieren we het feest van de H.
Gerardus en daar “Geloof en Leven” nog steeds als ondertitel
“Geradusbode” heeft, mocht dit nog even doorklinken… Een eerdere archivaris van de Vlaamse
Provincie der Redemptoristen, pater Prudens Janssens, heeft ooit de brieven van
de heilige Gerardus van Majella laten vertalen in het Nederlands toen ze opnieuw
in het Italiaans werden uitgegeven. Pater
Frans Van Stappen liet deze brieven grotendeels verschijnen in “Geloof en
Leven”, samen met een korte situering. Vóór de 8ste brief publiceerde hij
echter niet een brief van maar óver Gerardus (de vertaling uit 1920 van p.
Kronenburg hebben we lichtjes aangepast). Een priester uit Lefi, Xaverius Scoppa,
schreef deze brief aan Gerardus’ overste, pater Fiocchi, om hem te
vragen in Corato een missie te komen preken met redemptoristen en dan
tegelijkertijd broeder Gerardus mee te zenden. De reden vernemen we in deze
brief. Zelfs afgezien van de wat bombastische stijl van die tijd (en van een
enthousiaste Italiaan) leren we opnieuw dat, om mensen tot de Heer te brengen,
het niet volstaat veel lawaai te maken en geleerd te doen maar op de eerste
plaats een hart te hebben dat aan God en de mensen is toegewijd. “De goddelijke Voorzienigheid heeft
gewild, dat uw broeder, Gerardus, tot welzijn van een groot aantal zielen naar
Corato kwam. Dankzij zijn tegenwoordigheid en zijn voorbeeld zijn hier
verbazingwekkende bekeringen tot stand gekomen. Bij de hele bevolking heeft de
godsvrucht zichtbare vooruitgang gemaakt. Edellieden en dames uit de hoogste
klassen omgaven hem aanhoudend. Het volstond dat hij de mond opende en enige
woorden over God sprak, om ieders geest te overtuigen en ieders hart met berouw
te vervullen. Nu nog sta ik erover verbaasd, pater, en weet ik geen woorden te
vinden om u al die wonderen te beschrijven. U kan zich niet inbeelden met welk
een aandrang men van alle kanten samenstroomde: heel de stad was in beweging,
men kon maar niet van Gerardus scheiden; men prees hem als een heilige, die uit
de hemelse glorie op aarde was neergedaald. Men zag priesters en aanzienlijke
leken die, niet tevreden hem reeds de
hele dag gehoord te hebben, ook nog ’s avonds het huis van don Felix Papaleo
vulden; zij bleven er tot laat in de nacht en werden niet moe hem over God te
horen spreken. Ik moet het u zeggen, pater, dat er in zijn spreken iets
onbeschrijfelijk wonderbaars lag. Ieder woord uit zijn mond was als een pijl,
die rechtstreeks het hart trof. Zodra hij over God begon te spreken, zwegen
allen, en dat zwijgen werd slechts onderbroken door diepe zuchten, want enkele
woorden waren reeds voldoende om ook de meest versteende harten te vermurwen. “Zo diep is de indruk die zijn heiligheid
en zijn uitstekende deugden hebben veroorzaakt, dat men te Corato een missie
verlangt te hebben, het moge dan kosten wat het wil. Meer nog, een twintigtal
personen van de hoogste stand hebben besloten zich naar uw klooster te begeven,
om daar de geestelijke oefeningen te houden. Verschillenden zijn zelfs zinnens
de wereld te verlaten (voor een geestelijke roeping). “Maar dit alles is nog niets bij wat ik u
nog zou kunnen schrijven. Want niet alleen de bevolking heeft hij van liefde
vervuld: doch men heeft zelfs een klooster, dat merkbaar verslapt was, tot zijn
eerste ijver zien terugkeren. Door één enkele toespraak heeft hij de zusters
van de wereldse ijdelheden losgemaakt en haar aan haar overste onderworpen, iets
wat tevoren onmogelijk scheen… Thans zijn zij ontstoken in vurige ijver voor
haar volmaaktheid. “Nog eens, eerwaarde pater, het is niet
doenlijk om al het goede te vermelden dat God door tussenkomst van die broeder
tot stand heeft gebracht. Iedereen verlangt vurig, dat hij terugkomt, wanneer uw
paters de missie te Corato komen geven; en wat mij aangaat, ik smeek u ter
liefde van Onze Lieve Heer, hem nogmaals tot ons te zenden, want Gods eer is in
deze zaak betrokken. Wanneer ik nu ophoud met schrijven, is het niet bij gebrek
aan stof, maar omdat ik hoop u mondeling het overige te kunnen verhalen.” DE WERELDREIS VAN
ABOENA YUHANNA – Bidden voor de hele wereld Naar gegevens van National Geografic Vermoedelijk vertelde ik ooit reeds over die
zeeman met een niet al te voorbeeldig leven achter zich. Hij kreeg de genade van
de bekering en ging als boetedoening als kluizenaar leven op het domein van een
retraitehuis (in Schilde, in de Antwerpse Kempen): een hutje, omgeven door bomen
en struiken. Toch kwamen er geregeld retraitanten hem tijdens hun vrije tijd in
zijn armoedige woonst opzoeken voor een geestelijk gesprek. Langs een van zijn
bezoekers kwam ik te weten hoe hij de gewoonte had om bij het opstaan te bidden
voor de wereld. Hij keerde zich naar Het Oosten en bad voor de mensen die daar
woonden, dan keerde hij zich naar Zuiden en bad voor alle mensen die ten Zuiden
van hem woonden enz… In een nummer van National Geographic (zie
verwijzing in voetnoot) over de “Uittocht van de Christenen uit het Heilig
Land” las ik een soortgelijk verhaal over Aboena Yuhanna. Pater Johanna is een
Libanese monnik, een kluizenaar in de omgeving van Beiroet.
Hij staat op om 3 uur ’s morgens en ontsteekt dan zijn lantaarn in de
slaapruimte waar hij ook een massa boeken heeft. Hij eet een stuk fruit, trekt
zijn wit habijt en witte mantel aan en dan begint ook hij zijn wereldreis
terwijl hij in de tuin rondwandelt. Deze dagelijkse tocht door de wereld
betekent dat hij zo’n 10.000 zegeningen uitspreekt waarin alle plaatsen van de
wereld vermeld worden. Hij begint met frisse lucht in te ademen in Alaska. Over
allen die daar wonen smeekt hij om Gods zegen en bescherming. Dan gaat zijn
zegenvolle reis over Noord- en Zuid-Amerika. Even later maakt hij een sprong
naar Afrika, steeds maar zegenend, voorsprekend. Dan trekt hij naar Afrika met
zijn voorbede om zegen van de Drieëne liefdevolle God. Natuurlijk wordt het
Midden-Oosten niet vergeten en de Arabische christenen, restanten van de eerste
christengemeenschappen die hun leden tegenwoordig naar overal ter wereld zien
vertrekken. Ook wordt Europa niet vergeten en Rusland, en Azië... Tenslotte
richt zijn gebed zich naar Australië. En overal laat Hij Gods zegeningen die
landen en volkeren en mensen aanraken, terwijl hij de zachte kralen van zijn
geweven rozenkrans door de vingers laat gaan als zachtwiekende duiven die daar
Gods zegen brengen… Deze dagelijkse zegeningsreis neemt wel drie tot vier uur
in beslag… En dan komt hij terug, zo tegen de Noon, gewoon een oude man van 73
die thuiskomt van zijn wandelingetje. Aboena Yuhanna is een onopvallende
verschijning. Maar voor zijn vrienden en volgelingen die hem met honderden komen
bezoeken om hem over Jezus te horen verhalen, is hij een heilige, een nakomeling
van de invloedrijke eremijten zoals Simeon de Oude uit de 15de eeuw die
- maar dan niet zo onopvallend - gedurende 30 jaar boven op een pilaar
leefde in Syrië en die heel hoog (!) in aanzien stond in de verering van de
locale bevolking. Maar daar in Beirut is het gewoon Aboena Yuhanna. We zouden
hem dankbaar moeten zijn, want hij is een van die mensen die onze wereld
draaiende houden onder Gods weldoende zegen. Ook wij delen in die zegeningen. BLINDEN DOEN ZIEN SCHEPT VREUGDE
Levensgetuigenis van Piet Noë, oogarts KerkNet 31 mei 2009 We vernemen af en toe hoe een of enkele
christenen vervolgd en/of gedood werden. Wat we minder beseffen is dat
wereldwijd zo’n 250.000 christenen worden vervolgd en … dat jaarlijks
175.000 christenen wegens hun geloof worden omgebracht. Deze mededeling deed
Antonius Leitner van ‘Christian Solidarity Worldwide’. Op een studiedag in
Wenen beklaagde hij zich over het feit dat hiervoor in West-Europa nauwelijks
aandacht is, terwijl allerhande andere vormen van onderdrukking en vervolging
wel de nodige aandacht krijgen. Hij citeerde dat 75 procent van de mensen die
wereldwijd om hun geloof vervolgd worden … christenen zijn.” Gudrun Kugler van ‘christianophobia.eu’
klaagde op de studiedag de groeiende stigmatisering en negatieve stereotypering
van christenen aan. De Koptische christen Victor Elkharat getuigde dan weer
(vanuit de ervaring in Egypte): ‘De vrije keuze van godsdienst, in dit geval
christendom, is niet altijd vanzelfsprekend. Vaak worden mensen door druk of
andere criminele manieren gedwongen een andere godsdienst aan te nemen.’
Een reden te meer voor ons, christenen, om dit niet enkel publiek aan te
klagen maar om deze intentie ook sterker in ons gebed te betrekken. Wij moeten
bidden om kracht voor deze vervolgde christenen en om respect voor andermans
geloof bij de vervolgers en onderdrukkers. Een later bericht: In dit verband is het
zeker een hoopvol maar ook hoognodig initiatief dat de Franse curiekardinaal,
Jean-Louis Tauran, op 12 en 13 juni India
aandeed met een delegatie hooggeplaatsten van het Vaticaan om voorname
hindoeleiders te ontmoeten. De
relaties tussen christenen en hindoes stonden de voorbije maanden sterk onder
druk door het aanhoudende geweld van radicale hindoegroepen tegen de
christelijke minderheid in Orissa; gedurende de vier maanden van geweld in deze
Indiase deelstaat kwamen 90 (!) christenen om het leven, meer dan 50.000
christenen werden op de vlucht gejaagd. VERMOORDE IRAKESE AARTSBISSCHOP GEËERD
Naar Kerknet 2 juni 2009 EEN OUD VLAAMS KERSTLIED uit: Fl. van Duyse,
‘Dit is een suyverlijck Boecxken’, Gent, A. Siffer, 1899 JAAR VAN HET PRIESTERSCHAP
KerkNet 9 juni 2009 DE
EERBIEDWAARDIGE CONCHITA VAN
MEXICO Maria Conceptión Cabrera de Armida,
Conchita genoemd (1862 – 1937), echtgenote en moeder, is één van die moderne
heiligen die lange tijd door Jezus opgeleid werd voor haar roeping van
geestelijke moeder voor de priesters. Zij zal voortaan van groot belang zijn
voor de universele Kerk. Conchita werd concreet de geestelijke moeder
van het priesterschap van één van haar eigen zonen. Zij schrijft over hem:
“Manuel is geboren in het stervensuur van pastoor José Camacho". Toen
zij dat hoorde, bad zij God dat haar zoon de plaats mocht innemen van deze
priester aan het altaar ... "Van toen Manuel begon te spreken, hebben wij
samen de genade afgesmeekt van zijn priesterroeping ... De dag van zijn eerste
communie en op alle grote feesten, hernieuwde hij dit gebed. (...) Met 17 jaar
trad hij in bij het Gezelschap van Jezus (Jezuïeten)”. Toen Manuel haar in 1906, vanuit Spanje zijn
beslissing meedeelde, schreef zij hem: “Geef u met heel uw hart aan de Heer
zonder Hem ooit iets te weigeren. Vergeet de schepselen en vergeet vooral uzelf!
Ik kan mij geen godgewijde voorstellen die geen heilige is. Men geeft zich niet
maar half aan God. Probeer edelmoedig te zijn voor Hem!”. Op 23 juli 1922, een week vóór zijn
priesterwijding, schreef Manuel die toen 33 was, aan zijn moeder: “Mama, leer
mij priester zijn! Spreek mij over die immense vreugde de Heilige Mis te mogen
opdragen. Ik leg alles in uw handen zoals toen ik klein was en ge mij tegen uw
hart gedrukt hebt om mij de mooie namen van Jezus en Maria
te leren en mij met dit mysterie vertrouwd te maken. Werkelijk, ik voel
mij als een klein kind dat u gebed en offer vraagt. (...) Van zodra ik priester
zal zijn, zal ik u mijn zegen sturen en geknield zal ik de uwe in ontvangst
nemen”. Op 31 juli 1922, op het ogenblik van Manuels
priesterwijding in Barcelona, stond Conchita die in Mexico was, ’s nachts op
– omwille van het uurverschil – om in de geest te kunnen deelnemen aan de
priesterwijding van haar zoon. Zij was ondersteboven en kwam tot het inzicht:
“Ik ben de moeder van een priester! ... Ik kan slechts wenen en danken! Ik
vraag heel de hemel om in mijn plaats te danken; ik ben er niet toe in staat,
armzalig als ik ben”. Tien jaar later, schreef zij haar zoon: “Ik kan me
geen priester inbeelden die niet Jezus zou zijn, zeker niet als het een priester
is van het Gezelschap van Jezus. Ik bid voor uw geloof opdat uw transformatie in
Christus steeds inniger zou zijn en ge dag en nacht Jezus zou zijn”” (17 mei
1932). “Wat zouden wij doen zonder het Kruis? Zonder de smart die verenigt,
heiligt, zuivert, die genade voor ons verkrijgt, zou het leven onverdraaglijk
zijn” (10 juni 1932). Don Manuel stierf in
1955, op 66-jarige leeftijd, in geur van heiligheid. De Heer verklaarde Conchita in verband met
haar eigen apostolaat : “Ik verleen u nog een ander martelaarschap: ge zult
alles verduren wat de priesters tegen Mij begaan. Ge zult leven en offeren voor
hun ontrouw en ellende”. Dit geestelijk moederschap voor de heiliging van de
priesters en de Kerk heeft haar helemaal verteerd. Conchita stierf in 1937 op de
leeftijd van 75 jaar. ECOLOGIE VAN DE
GEEST EN HET HART Uit de Pinksterpreek van Paus Benedictus XVI
(31 mei 2009) Groen is ‘in’ Als moderne Westerse christenen zijn de
meesten van ons in min of meerdere mate begaan met het lot van onze planeet,
begaan met de ecologie, gezonde biologische voeding, respect voor het
leefmilieu, recyclage, groene energie… Paus Benedictus wil bij die zorg ook
nog een ander aspect insluiten wat door ‘groene’ actievoerders wel eens over
het hoofd wordt gezien. Hij benadrukte dit in zijn Pinksterpreek: Wat met de ecologie van hart en geest? “Maar ik zou ook een ander aspect willen
onderlijnen: de storm (in het cenakel) wordt beschreven als een “hevige
wind” en dat doet denken aan de lucht die onze planeet onderscheidt van de
andere sterren en ons in staat stelt er te leven. Wat lucht is voor het
biologische leven, is de Heilige Geest voor het geestelijk leven; en zoals
luchtvervuiling bestaat die het milieu en de levende wezens vergiftigt, zo
bestaat ook een vervuiling van het hart en de geest die het geestelijk bestaan
doodt en vergiftigt. Zoals men zich niet moet wennen aan gift in de lucht – en
daarom is ecologie vandaag een prioriteit – zo zou men ook moeten optreden
tegen wat de geest bederft. Het lijkt echter dat men zich zonder moeilijkheden
went aan zoveel producten die de geest en het hart vervuilen en in onze
samenleving circuleren – bijvoorbeeld beelden van genot, geweld of misprijzen
van man en vrouw. Echte vrijheid heeft liefde als basis Ook dat is ‘vrijheid’, zegt men, zonder
te erkennen dat het allemaal de geest vervuilt, vergiftigt, vooral de jonge
generaties, en uiteindelijk de vrijheid zelf manipuleert. Het beeld van de
hevige wind op Pinksteren doet er daarentegen aan denken hoe kostbaar het is
zuivere lucht te kunnen inademen, fysische lucht met de longen en geestelijke
lucht met het hart, de heilzame lucht voor de geest, namelijk de liefde!” ONZE OVERLEDENEN JESUS CHRISTUS
Gedicht van Albert Speekaart cssr Ben Van Vossel Jezelf verzamelen Als men “in het Frans” op retraite gaat,
dan betekent dit dat men “met pensioen” gaat. Retraite komt waarschijnlijk
wel van het Latijnse ‘retire’, terugtrekken, en met pensioen gaan betekent
natuurlijk wel dat men zich terugtrekt uit het ‘actieve’ leven (wat voor
sommigen betekent dat ze nog meer gaan werken dan tevoren, maar misschien minder
onder druk). Op retraite gaan betekent echter ook zich terugtrekken uit de
drukte van elke dag, om zich enige dagen, soms zelfs enige weken te gaan
bezinnen, zich eens te gaan onderdompelen in een godsdienstige sfeer, zodanig
dat men daarna in het gewone leven ook weer meer vanuit de geestelijke dimensie
kan gaan leven, wat meer ‘met God voor ogen’, wat minder werelds enz.
“Recollectie” is een verwant woord:
‘zichzelf opnieuw verzamelen’ rond wat echt belangrijk is in het leven,
namelijk rond wat het doel en de zin is van mijn leven en wat God vindt hoe ik
mijn leven het best zou aanpakken. Zowel voor een retraite als voor een
recollectie is er wat stilte en wat tijd nodig. Pater George A. Maloney s.j.
zegt in zijn boekje ‘Alone with the Alone’ (An eight-day retreat):
recollectie is een ander woord voor deze innerlijke stilte. ‘Het betekent
samen getrokken worden vanuit uw gewone fragmentatie (uitgestrooid zijn) om het
stiltepunt van aandacht te bereiken waar God tot jou kan spreken’. Alvorens een aansporing te lanceren om af en
toe deel te nemen aan een retraite of recollectie, moeten we toch wat vragen
stellen. Niet voor gewone mensen? Misschien zeg je: ‘dat is iets voor
specialisten’, ‘dat is iets voor van die vrome dames uit de hogere stand’,
‘of voor religieuzen’… Ik begrijp dit soort bedenkingen. Vader zaliger was
eens (voor de eerste keer, en ik weet niet of er ooit een tweede keer is
gevolgd) op recollectie met de Kristelijke WerkliedenBond (K.W.B.)(ik weet niet
of die ondertussen nog voortdoen met de K van ‘kristelijk’, ik hoop van wèl).
Na een uiteenzetting door een priester was er stille tijd of bezinningstijd in
de tuin. Vader liep daar een (zelfgerold) sigaretje te roken en wat verder zag
hij een man op een bank zitten met de vingers van een hand tegen zijn slapen:
de praeses van zijn Marialegioen … blijkbaar in diepe bezinning! Onze
pa wist niet beter dan aan zijn praeses te gaan vragen of hij soms hoofdpijn
had… Dat retraite- en recollectiegedoe was toch
wel een bank te ver voor de eenvoudige man die onze pa was. Iets voor habitués,
mensen voor wie het omwille van een aantal redenen bijna een gewone zaak was. Veel woningen in Gods huis Over mogelijkheden om toch zoiets als
retraite te doen, of jezelf wat samen te brengen rond de kern van je gelovig
menszijn is toch wel een en ander te zeggen. Het kan immers niet dat ‘een retraite
doen’ niet voor een doordeweekse christen zou zijn, alsof God de genade van
een retraite of recollectie enkel zou gunnen aan wat ‘happy few’, mensen die
het zich vanuit hun stand of leefsituatie kunnen permitteren. Waarom zou God
deze genade onthouden aan een gewone huisvader of –moeder, of aan iemand die
van eenvoudige komaf is of wie een te druk leven heeft of gehandicapt, bejaard
of ziek is? Daarover straks iets meer. In de woestijn God ontmoeten In het Bijbelboek Hosea lezen we het
volgende: “… weldra
lok Ik haar weer naar Mij toe, zorg Ik dat zij naar de woestijn gaat en spreek Ik tot haar hart. Vervolgens geef Ik haar dan de wijngaarden
terug en maak Ik het Achordal tot een poort van
hoop. Daar wordt zij weer gewillig, zoals
in de dagen van haar jeugd, toen zij optrok uit Egypte.”
(Hosea 2,16-17) Reeds enige tips Wellicht kunnen we in volgend nummer nog
meer informatie geven waar je retraites, midweek, weekends enz… kan volgen of
eigenlijk vooral waar je je daarvoor kunt informeren. Hier geven we alvast enige tips voor
personen die niet meer kunnen wachten om naar de ‘woestijn’ te trekken.
Het gaat niet (op de eerste plaats) om
vorming in jouw leefsituatie, maar om de diepere grondhouding van je leven.
Informeer best eerst zelf of het wel op jouw niveau is of alleen voor reeds
‘gevorderden’ in het geestelijk leven; daarom geven we waar mogelijk ook een
website en info-adres. Natuurlijk moet je weten dat, als je de beslissing neemt
voor een retraite, dat er dan ook meestal spoedig persoonlijke twijfels en
eveneens moeilijkheden vanuit de omstandigheden en de omgeving kunnen komen.
Je moet weten dat Gods Rijk (in jou) ook tegenwind ondervindt in deze
wereld. Enige tips dus: * Herbronnen in Bonheiden. Kasteel Zellaer
ligt in een groene oase van rust. De Foyer de Charité in Bonheiden organiseert
in de zomermaanden verschillende weken van herbronning. Die staan open voor
iedereen die tijdens de vakantie op zoek is naar stilte en rust om te groeien
naar innerlijke vernieuwing. Wie dat wil, kan voor persoonlijke begeleiding of
een luisterend oor terecht bij een priester of een ander lid van de gemeenschap.
Vraag info en schrijft in bij: Foyer de
Charité, Zellaerdreef 1, 2820 Bonheiden, () telefoon 015/55.14.45. * De Fraterniteit van Maria organiseert
‘Iconen schilderen voor beginners’ waarbij men enerzijds wat leert op het
vlak van de techniek van het iconen schilderen, maar anderzijds vanuit het
beschouwen van de bewuste icoon en doorheen onderrichting en gebed een
geloofsvernieuwing en -verdieping meemaakt. Voor personen die een min of meer
vaste hand hebben is dit wellicht een bepaalde mogelijkheid om tijdens een 6-tal
donderdagen (8 u. - 18 u.) een
vernieuwing mee te maken op geloofsgebied. Informeer je op:
of vraag inlichtingen op adres p. Ben Van Vossel, Voskenslaan 56, 9000
Gent tel. 09/222 32 53 (redemptoristen) () of gsm 0494365099 (Andrea Van
Braeckel) * Voor echtparen en gezinnen
zijn er soms enige familiedagen in de Oude Abdij (09 226 52 26
Oude Abdij, Drongen, België), soms van vrijdag tot dinsdag in bepaalde
vakanties. Informeer je eerst op: ;
Begeleiding van de familiedagen: Linda en Steven Bertels, Myrjam en Frank De
Belder, Marc Desmet sj, Walter Fabri sj, Brigitte Fierlafijn, Ann Jacobi, Miriam
Lembrechts, Katrien Mabilde. Info en inschrijvingen: Linda en Steven
Bertels-Baeten, 011/27 55 70, . * De Gezinsdagen en de Echtpaarweekends
(waar de kinderen worden opgevangen) van de Maria-Kefasgemeenschap kunnen ook
een stuk herbronning betekenen voor het echtpaar; de weekends kunnen zeker door
de bezinnings- en gebedsmomenten een gelegenheid zijn om naar de kern van je
bestaan en je gehuwde bestaan toe te leven. Informatie: Gemeenschap Maria-Kefas,
vzw, Voskenslaan 56 – 9000 Gent. Tel + Fax 09 228 09 56.
Mail: * Retraite thuis? Tot voor een paar jaar was
er het kleine boekje: “Nieuw Leven in de Geest”. Nog steeds de moeite waard
maar vermoedelijk uitgeput. Ook op
een retraite thuis moet je je ernstig voorbereiden en de nodige omstandigheden
scheppen waarin dit zo goed mogelijk kan. * Voor mensen die al een tijdje ‘stil’
kunnen zijn en niet overspannen geraken van een paar dagen ‘zwijgen’:
Gebedsschool: “Bron van Levend Water” o.l.v. P. Guy Borreman s.j.
Secretariaat en inlichtingen Statielei 46,
B-2540 Hove Tel: 03/455 16 47
maar liefst E-mail: Website:
. Een midweek loopt van andag
tot woensdag. De stille recollecties beginnen telkens met het avondmaal om 18u30
(Ter Dennen: 18u) en eindigen met het vieruurtje om 16u00. Voor jongvolwassenen
zijn er afzonderlijke bezinningsdagen. * Voor zieken en gehandicapten zijn er
ziekentriduüms o.m. in Banneux en natuurlijk Lourdesbedevaarten met de
ziekenbedevaart. Deugddoend en verrijkend. * Om met iets kleins te beginnen of als
tussendoortje: Elke 1ste zondag is er in de Grafkapel van Priester Poppe te
Moerzeke een gebedswake met uitstelling van het H. Sacrament van 15.00 tot 16.00
uur. Als u wat vroeger komt, wat in je bijbel of missaal leest, wat tracht te
bidden en dan die Gebedswake meemaakt… beleef je al een zinvolle
zondagnamiddag. Zulke gelegenheden zijn er vermoedelijk ook in je eigen
omgeving… Je zal wellicht wat glimlachen bij dit korte
artikel. Lu Monferrato is een klein dorpje in Noord-Italië. In 1881 namen
enkele moeders een besluit dat “grote gevolgen” had. Meerdere moeders droegen het verlangen in
hun hart dat één van hun zonen zou priester worden of één van hun dochters
zich volledig zou toewijden in dienst aan de Heer. Zij begonnen dus met elke
dinsdag samen te komen voor de aanbidding van het Heilig Sacrament, onder
leiding van hun pastoor, Monseigneur Alessandro Canora en voor roepingen te
bidden. Elke eerste zondag van de maand ontvingen zij voor die intentie de
communie. Dank zij het vertrouwend gebed van deze
moeders en de openheid van hart van deze ouders, leefden de gezinnen in een
sfeer van vrede, sereniteit en blije vroomheid, zodat de kinderen veel
gemakkelijker hun roeping konden onderscheiden. Van dit dorpje zijn 323 roepingen uitgegaan
voor het godgewijde leven (driehonderd drieëntwintig!): 152 priesters (en
religieuzen) en 171 vrouwelijke religieuzen die tot 41 verschillende
congregaties behoren. In sommige gezinnen waren soms zelf drie tot vier
roepingen. Iedere tien jaar heeft een grote bijeenkomst
plaats van iedereen die van die roepingen nog in leven is. De huidige priester
van de parochie van Lu, Don Mario Meda, die daar reeds 24 jaar de zielzorg doet,
vertelde hoe deze bijeenkomst een echt feest was, een feest van dankzegging aan
de Heer voor alle grote dingen die Hij in Lu heeft gedaan. Het gebed van de moeders van Lu was kort,
eenvoudig en diep: “Heer, maak dat één van mijn zonen
priester wordt! Zelf wil ik als een goed christen leven en mijn kinderen naar het Goede leiden, om
de genade te bekomen U, Heer, een heilige priester aan te bieden!
Amen.” Zijn er in dit Jaar van het Priesterschap
nog ouders die zoals de moeders van Lu Ferrato durven bidden tot de "Heer
van de oogst" zoals Jezus het ons vroeg? DE MANTEL VAN SINT MAARTEN (2)
Ben Debeer
|