GELOOF
EN LEVEN Jg 113 (2009) nr 3
Sluimering der Moeder Gods Wim Snitker
Een nieuw Pinksteren Paus Benedictus XVI
Dank aan Aboena De Cock Catechistenwerk Zuid-Libanon
In de voetsporen van Paulus (slot) Martin en Ingrid Van Vossel-Schaeckers
Damiaanjaar
Paus Benedictus aan de Klaagmuur naar Kerknet
Gij zijt getuigen Mathew Kessler, cssr Liguorian
Dode zeerollen Geen Essenen? naar Kerknet/The Times Maart 2009
Rozenblaadjes strooien naar Theresia van Lisieux
Godsdienst? Gezond! Berichtje uit Tertio
De Kerk en de Crisis Europese bisschoppenconferenties
Familiedag met pater Damiaan in DADIZELE !
Christelijke Opwekkingsgolf in M.O. BVV i.v.m. bericht v. Manna-Vandaag
Onze oveledenen (EE.PP. F.Slachmuylders, P.De Meyer, J.Hendrickx, P.Moortgat)
Ingezonden boeken (Zegveld A., Worden wat God is / Delrue M., Kunst en Liturgie /
Verdult PH. e.a., God en Kunst)
Onze laatste man op Haïti (J.Hendrickx) P. H. Deboutte en P. G. Ribbens
De Mantel van Sint Maarten (1) Ben Van Vossel
Iconen schilderen voor Beginners Fraterniteit van Maria
ACTIVITEITEN - BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - CHRISTUS EN DE ISLAM - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED - GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN - ICONEN - INHOUD - JEZUS - JONGEREN - KERK en GELOOF - KERK WERELDWIJD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT - THUISPAGINA - UITZICHT - VERHALEN - VERVOLGING - WETENSCHAP - ZENDING - ZONDAGSEVANGELIES (diapresentaties)
DE SLUIMERING DER MOEDER GODS (1) Dormitio
Mariae
PAUS BENEDICTUS XVI: EEN NIEUW PINKSTEREN!
Bijeengelezen door James Brent, O.P.
DANK AAN ABOENA DE COCK
Verslagboek Catechistenwerk Zuid-Libanon
IN DE VOETSPOREN VAN PAULUS (3 en Slot)
Martin en Ingrid Van Vossel-Schaeckers
Woensdag 15 oktober: Efese. Bezinning rond
Maria. Het graf van Johannes
Vandaag bezoeken we de oude site van Hiërapolis
dat aan de witte kalkrotsen ligt. Daarna busreis naar Efeze, eeuwenlang de
metropool van Klein-Azië met meer dan een kwart miljoen inwoners. Het bloeiende
Efeze van de oudheid leeft voort in de nabijgelegen Turkse gemeente Selçuk. Wij
bezoeken in Efeze het “huisje van Maria” (Meryemana zoals ze daar in het
Turks zeggen) waar we een ingetogen gebedsviering houden. Vanaf de derde eeuw is
er een traditie dat Maria in Efeze gestorven is. Berust die traditie op
werkelijkheid of is ze de vrucht van een vrome overweging die een
verbindingslijn trekt tussen het feit dat Johannes in Efeze geleefd heeft en
gestorven is en de tekst van Johannes 19, 25-27 waar gezegd wordt dat “de
leerling haar bij zich in huis opnam” In elk geval
wordt er ook in Jeruzalem, bij de Olijfberg, een plaats aangewezen waar
Maria gestorven zou zijn.
De viering in het “huisje van Maria”
stond volledig in het teken van “Maria” de stille aanwezige.
- Als leidraad “mij geschiede naar Uw
Woord” en het “Magnificat”: God
aanvaarden in je leven.
- “Zie wat voor een pijn dat je ons
aandoet”… Jezus in de tempel bij de schriftgeleerden : - Pijn en verdriet in
het leven.
- “Doe maar wat Hij u zeggen zal”: De
geschenken in het leven en: Jezus
“voor” laten gaan.
- “Vrouw, ziedaar uw zoon, zoon ziedaar uw
moeder”: God schenkt ons Zijn
Moeder. En veelal komen wij tot God langsheen Maria.
Op het programma staat verder ook de
indrukwekkende site van de vroegere stad, met de bibliotheek van Celsus en het
theater, het museum, en tenslotte de basiliek van de heilige Johannes. We hebben
daar dan ook het graf van Johannes bezocht.
Van Efeze rijden we met de bus door naar
Kusadasi. Avondmaal en overnachting in het “Pigale Beach Hotel”.
Donderdag 16 oktober: een heidense omgeving
zoals Paulus ze aantrof
Vandaag rijden we door naar Bursa een rit
van
Destijds leefde ook de Romeinse arts Calenus
in Pergamon. Door zijn manier van genezen verwierf het Asklepion groot aanzien
en werd het een veel bezocht kuuroord (o.a. door keizer Caracalla) in het
Romeinse rijk. Op de toegangspoort stond ‘In naam der goden, de toegang is aan
de dood verboden’. Aan de ingang van het terrein staat een stompe zuil met
slangenmotief. De slang is het symbool van onsterfelijkheid, van voordurende
verjonging.
Een ondergrondse gang van
Na deze bezoeken rijden we verder door naar
Bursa.
Avondmaal en overnachting in het “Kirci
Hotel”.
Vrijdag 17 oktober: Nicea: Plaats van een
oud-christelijke geloofsbelijdenis
Vandaag rijden we naar Istanbul, met
onderweg bezoek aan Iznik. De oude naam van dit plaatsje was Nicea. Hier hebben
het eerste (in 325) en het zevende (in 787) Oecumenische Concilie
plaatsgevonden. Bezoek aan de ruïne, waar het eerste Concilie doorging. Hier
werd het Credo tot leven gebracht. We houden even stilte en bidden samen in een
kring ingetogen het Credo: “Ik geloof in God, de Almachtige Vader, Schepper
van hemel en aarde. En in Jezus Christus, zijn Enige Zoon, onze Heer … Ik
geloof in de heilige Geest. De heilige katholieke Kerk. De gemeenschap van de
heiligen, de vergiffenis van de zonden, de verrijzenis van het lichaam, het
eeuwig leven. Amen”
Iznik, het vroegere Nicea dankt haar naam
aan Lysimachus, een generaal van Alexander de Grote, die de stad veroverde en
haar de naam gaf van zijn echtgenote Nikaia. Je vindt er nog enkele interessante
overblijfselen, zoals een kerk uit de 8ste eeuw en talrijke heel oude moskeeën.
De stad is beroemd om zijn olijven, maar vooral om zijn gekleurde aardewerken
tegels.
Op onze rit naar Istanbul zullen we de zee
van Marmara oversteken met de veerboot. We sparen zo heel wat kilometers uit.
In Istambul
(het vroegere Constantinopel of Byzantium) bezoeken de Aya Sofya, de
moskee van Sultan Ahmet of de Blauwe moskee, het Topkapicomplex, de Hippodroom
en de Egyptische Bazaar: monumenten uit haar rijke geschiedenis. Avondmaal en
overnachting in het “Golden Hill Hotel”.
Zaterdag 18 oktober: aan het eind van onze
pelgrimstocht
“In de voetsporen van Paulus” vervolgen
we ons bezoek aan de stad Istanbul. Paulus is daar nooit geweest, maar de stad
heeft zoveel te bieden dat men haar niet kan voorbijgaan.
Vandaag brengen we na de Yerebatan Sarnici,
een reusachtig en indrukwekkend ondergronds waterreservoir, ook een bezoek aan
de grote Kahriye Camii (kerk van de heilige Verlosser) in Chora, gebouwd met
uitzonderlijk mooie mozaïeken en fresco’s waarin de hele bijbel is afgebeeld.
Gedurende vijf eeuwen was het een moskee. Daarna bezoek aan de Grote Bazaar, een
reusachtige overdekte markt waar je zowat alles kan vinden.
In de vooravond hebben we onze
sloteucharistieviering in de St.
Antoniuskerk. Het werd een echte zendingsviering: Heeft Paulus ons iets te
zeggen gehad? Was zijn voetspoor te volgen? Zijn wij van schoenen veranderd,
tegenover elkaar, in deze groep? Zijn onze geloofsschoenen opgepoetst, kunnen we
er mee naar de andere stappen, onze familie en vrienden thuis? Gaan ze het aan
ons kunnen zien dat we God hebben ervaren, gaan we intenser met God en de andere
meestappen, enz…
Avondmaal en overnachting in ons hotel.
Zondag 19 oktober: Ontbijt in het hotel en
vertrek naar de luchthaven
Onderweg erheen brengen we nog een bezoek
aan een lederfabriek waar men jassen maakt. We leren daar hoe we echte en minder
echte jassen van elkaar kunnen onderscheiden, ook jassen en tassen kopen was een
mogelijkheid die werd aangeboden. Dan naar de luchthaven waar we opstegen om
14.05 u. met de vlucht TK 1939 richting Zaventem waar we omstreeks 16.30 landen.
Na afscheid te hebben genomen van de groep keerden we moe maar tevreden over de
inhoud en de diepe gelovige gevoelens van deze reis naar huis terug.
Een laatste bedenking na de reis: wij zijn
wezens die menen altijd de touwtjes in handen te moeten houden, alles zelf te
moeten kunnen en te moeten doen… in plaats van veel dingen uit handen te geven
(aan God), en God, God te laten zijn.
De pelgrims, Ingrid & Martin.
DAMIAANJAAR (10 mei 2009 – 16 mei 2010)
Na zijn bezoek aan Jeruzalem bezocht paus
Benedictus XVI op 12 mei 2009 de grote moskee, de
zogenaamde Rotskoepel, en ging vervolgens naar de nabijgelegen Klaagmuur,
enig overblijfsel van de prachtige Tweede Tempel van Jeruzalem, die in de eerste
eeuw voor Christus werd gebouwd door Herodes de Grote. De Joodse opstand tegen
de Romeinen (vanaf 66 na Chr.) kreeg zijn beslag in het jaar 70 en de soldaten
van Titus verwoestten toen de stad en staken de tempel in brand. Enkel een deel
van de Westelijke muur bleef dus overeind. De voorlopige tempel die in de tijd
van de 2de Joodse opstand (onder Bar Kochba in 135 na Chr.) werd opgericht zou
niet lang standhouden.
De paus bad bij de Klaagmuur. In navolging
van veel joden en zijn voorganger, paus Joannes Paulus II, tijdens diens bezoek
in 2000, stopte hij een briefje in een scheur van het bouwwerk. Daarop stond
volgende tekst, die een duidelijke boodschap en uitnodiging inhoudt voor Joden
en Moslims en voor alle christenen, maar die vooral een mooi gebed is dat we
allen kunnen meebidden:
“God van Abraham, Isaak en Jakob,
hoor de schreeuw van de bedroefden, de
angstigen en de getroffenen,
in het Midden-Oosten en in heel de
menselijke familie.
God van alle tijden, bij mijn bezoek aan
Jeruzalem, de Stad van Vrede,
geestelijk tehuis van joden, christenen en
moslims,
breng ik u de vreugde, de hoop en
verwachtingen, de beproevingen,
het lijden en de pijn van al uw mensen in de
gehele wereld.
Zend uw vrede over dit Heilig Land, over het
Midden-Oosten en over de hele menselijke familie.
Beweeg de harten van allen die uw naam
aanroepen,
om nederig het pad van gerechtigheid en
compassie te betreden.
‘Goed is de Heer voor degene die hoopt,
voor iedereen die Hem zoekt’
(Klaagliederen 3,25).”
Voordat de paus het briefje in de muur stak,
las hij de hierna volgende Psalm 121 (122), waarin wordt gebeden om vrede voor
Jeruzalem:
Hoe blij was ik, toen men mij riep;
‘Wij trekken naar Gods huis!’
Nu mag mijn voet, Jeruzalem,
uw poorten binnentreden.
Jeruzalem, ommuurde stad,
zo dicht opeengebouwd;
Naar u trekken de stammen op,
de stammen van Gods volk;
Zij gaan naar Israëls gebruik de naam van
God vereren,
Daar staan de zetels van het recht,
de troon van Davids huis.
Bidt dan om vrede voor Jeruzalem;
dat ieder die u liefheeft veilig zij;
Dat eendracht heerse binnen uw omwalling, in
al uw huizen rust.
Ter wille van mijn broeders en mijn makkers
wens ik u vrede toe;
Ter wille van het huis van onze God
bid ik voor u om zegen.
GIJ ZULT MIJN GETUIGEN ZIJN
Vrij naar Mathew Kessler cssr
Een boek (2 delen) van Saul Friedländer
In deze uitgave van Nieuw Amsterdam en
Lannoo (2007, € 24,95) krijgen we de vertaling (van Engeltalige en Duitstalige
edities) van twee boeken: "De jaren van vervolging" (1933-1939)
(471 blz. waarvan 72 blz. noten, en telkens 15 blz. bibliografie en
register) en "De jaren van vernietiging"(Extermination) (862 blz.
waarvan 131 blz. noten, 48 bibliografie en 36 blz. registernamen of -begrippen).
Geen prettige lectuur uiteraard omwille van het afgrijselijke en geplande dat
met de Joodse bevolkingsgroep gebeurd is in Nazi-Duitsland (en elders), niet
prettig ook om te lezen omwille van het weinig positieve wat er gezegd wordt
over de christenen en de kerkelijke gezagsdragers in die tijd en de
internationale gemeenschap. Als Tsjechoslovaakse Joodse jongen werd Schr. bij de
dreiging van Duitse bezetting door zijn ouders op een katholieke kostschool
geplaatst in Frankrijk. Hij werd katholiek maar toen hij vernam dat zijn ouders
in Auschwitz waren vermoord, zocht hij toenadering tot het Zionisme. In 1948
trok hij naar Israël. Later studeerde hij verder in Frankrijk, Amerika en
Zwitserland. In 1964 (1966?) publiceerde hij zijn studie over "Pius XII and
the Third Reich". Ondanks zijn Zionistisch verleden kwam hij na 1967 op
voor teruggave van de door Israël bezette gebieden en voor de oprichting van
een eigen staat voor het Palestijnse volk. Hij is hoogleraar aan de Universiteit
van Californië in Los Angeles.
In Deel I krijgen we de aanloop tot de
uitroeiing van het Joodse volk in de door Nazi-Duitsland bezette gebieden. Hij
ontdekt sporen van christelijke invloeden in het antisemitisme en de jodenhaat
(. blz. 102 vg.) bij katholieken, vooral bij de Evangelische kerk (350) en zelfs
bij de Bekennende Kirche (210) maar
ook het liberalisme (universalisme tegen Joodse identiteit) en nationalisme
(verkeerde identiteit) waren onderliggende invloeden. Sommige antisemieten
wilden dat de Joden zich assimileerden, anderen vonden de Joden onverbeterlijk:
ze moesten uitgesloten (?) worden uit de samenleving.
Toch speelt het rabiate antijoodse
resentiment van Hitler een onloochenbare rol in al wat zou volgen.
Zoals ook bij de communistische dictaturen
speelde het ziekelijke 'kaartensisteem' (iedereen op fiche) een niet
onaanzienlijke rol in de latere deportaties. In de jaren '30 werden de jonge
SS-rs ook geschoold in de Nazi-houding ten opzichte van de Joden; er waren maar
twee keuzes: verdrijving of sterilisatie. Tussendoor krijgen we even een
negatief beeld van Georges Bernanos 'Joden zijn een bedreiging voor de
christelijke beschaving'. (Hoe denken wij over moslims e.d.?). De vijandigheid
werd natuurlijk aangewakkerd door de economische crisis... Dat speelde vooral in
Polen en ook bij de arme boeren van Oekraïene... Emigratie leek voor de Nazi's
na enige tijd niet zo wenselijk, en Joodse staat zou wel eens een heel vijandige
buitenlandse macht kunnen vormen tegen het Reich. En dan kwam 'De aanval'met
moorden en pogroms (267) en de verarming en ghettovorming van het Joodse
bevolkingsdeel in 'Groot-Duitsland.'.
Deel II beschrijft dan de uitroeiing, Die
Endlösung.
In 1939 na de inval in Polen kregen de Joden
het ernstig te verduren. Er waren ong. 9 miljoen Joden in Europa, zij behoorden
tot uiteenlopende bewegingen en er was een groot verschil tussen Oost- en
Westeuropese Joden. In de "Volkstumskampf dienden 60.000 Polen (hun namen
stonden al op lijsten) geëlimineerd te worden (36); operatie
"Tannenberg" had de niet-Germaanse volkeren op het oog. Spoedig ook
duizenden patiënten van psychiatrische instellingen binnen 'Groot-Duitsland'.
De eerste Joodse patiënten werden vermoord in 1940 (p. 39). Over de Poolse
Joden in het algemeen zei Hitler tot Goebbels "Deze Joden zijn helemaal
geen mensen meer. (Het zijn) met een kil intellect uitgeruste roofdieren die je
onschadelijk moet maken". Goebbels noteerde zelf: "Het Jodendom is een
afvalproduct; meer een medische dan een sociale kwestie" (40). Ook filmen
over Joden stelden hen voor als 'Untermenschen'. "De meedogenloosheid van
Wehrmachtsoldaten (in 1939!) toont aan dat er tussen het gedrag van de troepen
in het begin van de oorlog en hun moorddadige optreden na de inval in de
Sovjet-Unie een hoge mate van continuïteit bestond (52). Daarop volgt later het
concentreren van op het platteland wonende Joden naar de steden nabij een
knooppunt van spoorwegen "met het oog op het einddoel" (Endlösung).
Het tragische verhaal in de verschillende betreffende landen is afschuwelijk en
wordt geïllustreerd met heel wat persoonlijke getuigenissen uit dagboeken
e.d..; pijnlijk is ook het afzijdig blijven van de christelijke kerken op weinig
uitzonderingen na. De Belgische bevolking heeft zich 'relatief goed' het lot van
de Joden aangetrokken ... in
vergelijking met andere landen. Een boek dat we aanbevelen. (bvv)
DODE ZEEROLLEN, NIET HET WERK VAN ESSENEN ?
Kerknet (The Times/Ha’aretz) Donderdag, 19 maart 2009
Kom dat tegen!
We hebben jaren geleden in Geloof en Leven een hele vervolgreeks gewijd
aan de Ontdekkingen van o.a. een deel Bijbelrollen in de grotten van Qumran,
nabij de Dode Zee, in het toenmalige Palestina. Nu heeft Rachel Elior, een Israëlische
professor joodse filosofie aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem, voor
opschudding gezorgd in de archeologische wereld. In een nieuwe studie beweert ze
doodgemoedereerd dat de 39 rollen die in 1947 (en wat later) her en der aan de
Dode Zee ontdekt werden niet aan de Essenen, maar wel aan verdreven Sadduceeën
moeten toegeschreven worden. Bij de bewuste rollen in Qumran werd ook een
kostbare Hebreeuwse Bijbel teruggevonden van 300 voor Christus. Met haar theorie
knoopt zij opnieuw aan bij de bewering van sommige archeologen dat de Dode
Zeerollen aanvankelijk in Jeruzalem geschreven werden. De rollen behoorden tot
de tempel, zegt ze, en pas later werden ze naar de omgeving van de Dode Zee
overgebracht om ze te tegen vernietiging of diefstal te beschermen tijdens de
Joods-Romeinse oorlog (67-72 na X.).
De Sadduceeën waren een politieke en
religieuze groepering waarvan het ontstaan teruggaat tot de tijd van koning
Salomon. Deze joodse priesters, die nauwe banden onderhielden met de
machthebbers in Jeruzalem, stonden traditioneel in voor de eredienst in de
tempel. Na de verwoesting van de tempel van Jeruzalem in 70 na Christus verdween
de groepering van het toneel; hun functie verdween samen met de tempel.
Mevrouw Elior baseert haar stelling op de
vaststelling dat in de Joodse noch in de christelijke literatuur ernstige
historische aanwijzingen zijn voor het bestaan van de Essenen, een sekte van
celibatair levende mannen die volgens strikte regels leefden. De verwijzing naar
de Essenen in het geschrift ‘De joodse oorlog’ van de joods-Romeinse
geschiedschrijver Flavius Josephus is wellicht geromantiseerd en het is vooral
ook een getuigenis van veel latere datum. Elior noemt het ondenkbaar dat
duizenden mensen in strijd met de joodse wet leefden en dat niemand daarover zou
geschreven hebben. Vandaar haar conclusie: “De Essenen hebben nooit bestaan.
Zij zijn een uitvinding van Josephus.”
Voor ons niet gelaten natuurlijk, het zou
een antwoord bieden op de vraag waarom er in het Nieuwe Testament met geen woord
gerept wordt over de (volgens Elior ‘denkbeeldige’) Essenen. Het is nu maar
te hopen dat mevr. Elior ook wel enige uitleg heeft omtrent de zogenaamde
‘rollen van de oorlog’, de ‘regel' van Qumran en dergelijke rollen die
daar in Qumran en ook rond Damascus gevonden werden en die bezwaarlijk aan
Sadduceeën kunnen worden toegeschreven. Hopelijk vernemen we hier nog wat van.
Rozen als zegeningen
Op nogal wat beelden en afbeeldingen van
Teresia van Lisieux strooit de jonge Karmelietes rozen of rozenblaadjes. Hiermee
wou men zinspelen op wat ze de laatste maanden van haar leven had gezegd: “Na
mijn dood zal ik rozen laten regenen… De goede God zou mij dat verlangen niet
ingeven, om na mijn dood op aarde goed te doen, als Hij het niet wilde
vervullen…” Dat was haar echte hartenwens. Maar er was een tweede: “Ik
voel dat mijn zending gaat beginnen: anderen te leren God liefhebben, zoals ik
Hem liefheb, mijn kleine weg aan de zielen te doen. Ik wil mijn hemel
doorbrengen met goed te doen op aarde…”
Er zijn inderdaad nogal wat
gebedsverhoringen geweest na het overlijden van Thérèse Martin (hoewel toch
niet zo onmiddellijk) en ook
bekeringen door de lectuur van haar autobiografie die ze onder gehoorzaamheid
schreef in “Histoire d’ une âme”.
Rozenblaadjes als uitingen van liefde
Naast dat soort rozenregen van
gebedsverhoringen en bekeringen heeft Thérèse een ander beeld gebruikt om het
diepste van haar eigen hart en haar leven uit te zeggen: het strooien van
rozenblaadjes voor de Heer. Het gaat ten diepste over het feit dat we ons volop
moeten inspannen om in alles onze liefde aan God te tonen, maar anderzijds wel
beseffen dat alles genade is. Volgende tekst van Thérèse drukt dit duidelijk
uit:
“Wij moeten alles doen, wat wij van onze
kant kunnen doen, zonder te tellen, de deugd bij iedere gelegenheid beoefenen,
onszelf voordurend overwinnen, onze liefde bewijzen door alle fijngevoeligheden
en tederheden, die wij maar kunnen bedenken: in één woord, wij moeten alle
goede werken volbrengen, die maar in ons vermogen liggen – uit liefde tot God.
Maar het is daarbij beslist noodzakelijk al ons vertrouwen te stellen in Hem,
die alleen onze werken heiligt en die ons zonder werken kan heiligen, want Hij
weet zelfs uit stenen kinderen voor Abraham te verwekken. Ja, het is nodig, als
wij alles hebben gedaan wat mij menen te moeten doen, te bekennen dat wij
onnutte dienstknechten zijn, tegelijkertijd hopend, dat God ons uit genade alles
zal geven, wat wij behoeven. Dit is de kleine weg van het kind-zijn.”
Het elfde hoofdstuk van haar “Geschiedenis
van een ziel” geeft weer hoe Thérèse naar dit diepe inzicht is gegroeid.
Onbegrensde verlangens
Thérèse wilde de hoogste toppen bereiken
van het geestelijk leven, haar leven zo waardevol mogelijk vullen. Karmelietes
zijn en alleen aan Jezus toebehoren. Ja, natuurlijk, maar ze zou ook priester
willen zijn en apostel en leraar en zelfs martelares… En anderzijds zo nederig
willen zijn als de kleine broeder Franciscus. ’t Zijn boeiende bladzijden in
haar ‘Geschiedenis’ hoe ze dan tot inzicht komt dat er zoveel verschillende
roepingen zijn in de Kerk maar dat al die roepingen op niets zouden uitlopen als
in het hart van de Kerk niet die ontembare liefde zou zijn voor Jezus. En dat
ziet ze dan als haar echte roeping: “O, Jezus, mijn liefde, mijn roeping heb
ik dan eindelijk gevonden: mijn roeping, dat is de liefde! Ja, ik heb mijn
plaats in de Kerk gevonden, o mijn God; U bent het die mij die plaats hebt
gegeven: in het hart van de Kerk,
mijn Moeder, zal ik de liefde zijn! Zo zal ik alles zijn… Zo zal mijn droom
toch werkelijkheid worden!...”
Concrete daden
Een geweldig en vervullend inzicht. Een en
al liefde zijn voor Jezus, voor God. Ze is echter nuchter genoeg om verder te
denken. “Maar hoe zal (een klein kind) zijn liefde tonen, want de liefde moet
je bewijzen met daden? Welnu, het kleine kind zal bloemen strooien, het zal de
Koninklijke troon doen geuren van zijn heerlijke geuren, het zal met zijn
zilveren stem het lied van de liefde zingen!”
Bloemen strooien?
is aan U offeren als mooiste vrucht
de grootste smart, de zwakste zucht,
mijn lijden, mijn geluk,
mijn kleinste offers;
dat zijn mijn bloemen”
Het lijken ons wat simpele rijmpjes maar
haar liefde is wereldwijd. Zo schrijft zij aan een missionaris in 1897: “In de
eenzaamheid van de Karmel heb ik begrepen, dat het mijn zending is, liefde te
winnen voor de Koning van de hemel en het rijk van de zielen aan Hem te
onderwerpen.”
Rozen tussen doornen
Het is ook geen van romantiek vervulde
liefde die zij wil beleven, maar midden het alledaagse, ook midden de pijn en
het kruisigende van het leven. “Ja, mijn Welbeminde, zo zal mijn leven
op-teren… Ik heb geen ander middel om Je mijn liefde te bewijzen dan bloemen
strooien: d.w.z. geen enkel offertje overslaan, geen blik, geen woord,
profiteren van de kleinste dingen, en die verrichten uit liefde! …. Daarom
strooi ik voor U mijn bloemen: ik wil er niet één op mijn weg vinden, die ik
niet zou ontbladeren voor U. En, ik wil zingen, steeds wil ik zingen, zelfs al
zou ik mijn bloemen midden tussen de doornen moeten plukken en mijn zang zal des
te melodieuzer zijn naarmate de doornen langer en scherper zullen zijn…”
Door jouw handen, Jezus
Vind ze haar leven en die offerbereidheid
dan zo belangrijk? “Jezus, … ik weet het wel, die geurige regen, die tere
bloembladen die zo weinig waarde hebben, die liefdeszangen van het kleinste van
alle harten zullen Jou bekoren, ja, die nietswaardige dingen zullen Jou genoegen
doen; Zij zullen een glimlach zijn voor de hemelkerk. Die zal mijn
bloemblaadjes, uit liefde geplukt, opvangen en door jouw goddelijke handen laten
gaan, o Jezus
Dat is dan ook het grote inzicht waartoe ze
komt en dat ligt uitgedrukt in enige van haar gedichten of rijmpjes:
“O, ik weet wel : al onze gerechte daden
hebben voor uw ogen geen enkele waarde;
om toch waarde te geven aan mijn offers,
wil ik ze werpen in uw goddelijk Hart. …
In uw Heilig Hart, Jezus, verberg ik mij,
ik ben niet bang want mijn deugd… ben
Jij!...
Hoezeer zij zich zal inspannen om in het
grote en vooral in het vele kleine God te plezieren, zij is zich ervan bewust
dat haar leven maar waarde heeft dank zij Hem. Het is de gezindheid van Maria in
haar Magnificat die kon zingen: “Hij zag welwillend neer op de kleinheid van
zijn dienstmeisje… Grote dingen heeft Hij aan mij gedaan Die machtig is en
heilig is zijn naam”. Een ongelooflijke God is Hij.
Nadat ze zich met grote heldhaftigheid en
trouw tot het uiterste heeft ingezet om in alle omstandigheden vanuit liefde te
leven, zal ook Thérèse getuigen:
“Tout est grâce”, alles is genade!
GODSDIENST? GEZOND!
Naar Tertio
Raad der Europese bisschoppenconferenties
Verslag van KerkNet 13 mei 2009
“De
huidige economische crisis laat een spirituele crisis en valse waardehiërarchie
zien.” Dat is de analyse die mgr. Ad Van Luyn, bisschop van Rotterdam en
voorzitter van de COMECE, de Raad van Bisschoppenconferenties van de Europese
Unie, aan de voorzitters van de Europese Commissie en van het Europese parlement
heeft overgemaakt ter gelegenheid van het jaarlijkse overleg van de
vertegenwoordigers van de monotheïstische godsdiensten met de voorzitters van
de instellingen van de EU.
Op uitnodiging van José Manuel Barroso,
voorzitter van de Europese Commissie, hebben een 20-tal vertegenwoordigers van
het jodendom, christendom en islam van de EU-lidstaten en van Rusland elkaar
ontmoet in Brussel. Ze hebben er van gedachten gewisseld over de huidige crisis
en over hun bijdrage in het debat over het economische bestuur op Europees en
mondiaal vlak. Mgr. Van Luyn onderstreepte dat het gebrek aan
verantwoordelijkheidszin die tot de crisis heeft geleid, niet alleen in de
schoenen van bankiers en traders mag worden geschoven. Ook politici die beloften
hebben gemaakt die veel verder gingen dan de engagementen die ze echt wensten te
houden hebben boter op het hoofd. Neem bvb. de millenniumdoelstellingen op het
vlak van ontwikkelingshulp. Mgr. Reinhard Marx, aartsbisschop van München en
vicevoorzitter van de COMECE, wees dan weer op het risico van het verlies van
het vertrouwen in de vrijemarkteconomie, in het bijzonder bij de lidstaten in
Centraal- en Oost-Europa die hun hoop hadden gevestigd op dit economische model.
En mgr. Diarmuid Martin, de aartsbisschop van Dublin, pleitte voor een aangepast
ethisch en juridisch kader dat de economie moet toelaten op een efficiënte
manier te functioneren en haar sociale functie optimaal te vervullen. Om een
vernieuwde groei voor te bereiden is het volgens hem essentieel zich te
concentreren op de meest kwetsbare mensen in onze samenleving. “Als we er niet
in slagen de talenten van de meest kwetsbare mensen te valoriseren, dan zal de
recessie ervoor zorgen dat wie nu al wordt gemarginaliseerd dat nog veel meer
zal zijn en dat de samenleving nog brozer zal worden.”
Commissievoorzitter Barroso en
parlementsvoorzitter Pöttering van hun kant onderstreepten dat de EU niet is
gebaseerd op het kapitalistische model, maar eerder op het model van de sociale
markteconomie, die allereerst bezorgd is het welzijn van de mensen. Ze erkenden
het fundamentele belang van de dialoog van de EU met de godsdiensten. Die
dialoog die de afgelopen vijf jaar afhankelijk was van de goede wil van de
vertegenwoordigers van de EU wordt straks verplicht als het Verdrag van Lissabon
(artikel 17) van kracht wordt.
Hopelijk zullen ook onze 'Belgische'
vrijdenkers en agnosten ook eens hun gezond verstand gaan gebruiken.
FAMILIEDAG MET DAMIAAN
CHRISTELIJKE OPWEKKINGSGOLF IN HET
MIDDEN-OOSTEN? Naar: Manna-Vandaag
Onder de titel ‘Een opwekking raast door
het Midden-Oosten’ brengt “Manna-Vandaag” (een Protestantse website)
volgend verslag van het CBN News:
Zendingsorganisaties (vooral Pinksterkerken
en Protestantse zendingsgenootschappen) die actief zijn onder moslims in het
Midden-Oosten zeggen dat ze verwachten dat dit jaar 10.000 nieuwe kerken in Iran
zullen ontstaan. Kleine ondergrondse huiskerken, die in het diepste geheim het
Blijde Nieuws doorgeven.
Dat verbazingwekkende nieuws heeft CBN News
gemeld en CBN zegt ook dat de zendingsorganisaties daarnaast voor dit jaar nog
honderden nieuwe kerken denken te kunnen stichten in Syrië, Jordanië, Irak en
Egypte.
“Er raast een opwekking door het
Midden-Oosten. Onzichtbaar voor de wereld en onopgemerkt door heel veel
christenen. Moslims komen momenteel in enorme aantallen tot geloof in
Christus.” Zendingsorganisaties
die in het Midden-Oosten actief zijn, houden zich om begrijpelijke redenen op de
vlakte. Ze willen weinig kwijt. Maar anoniem bevestigen ze, volgens CBN, “dat
er geweldige dingen aan de gang zijn in het Midden-Oosten.”
CBN News spreekt zelfs van “een revolutie
in het Midden-Oosten.” Zo was CBN
News op bezoek bij een kerk in Noord-Irak (Koerdisch-Irak). “We leven hier als
in de tijd van het Bijbelboek Handelingen. We hebben het idee dat
‘Handelingen’ hier, in Koerdistan, wordt herhaald”, zegt een Koerdische
pastor tegen CBN News.
Er zijn in dat gebied kerken actief die
geheel en al bestaan uit moslims, die tot bekering zijn gekomen, zegt pastor
Zagros Saeed, zelf ex-moslim. Hij zegt dat hij zich nooit had kunnen voorstellen
ooit christen te zullen worden. “Ik was bereid iedereen te doden die een
vijand van de islam is. En volgens de leer van de islam zijn christenen de
vijand van de islam. Soms dacht ik er zelfs aan om mijn vrouw te doden omdat ze
weigerde in ons huis, in onze slaapkamer zelfs, het haar te bedekken.” Maar
Saeed vond Jezus (of omgekeerd) en alle haat en woede werden uit zijn hart
gebannen. “In Mattheus 5 staat dat je je vijanden lief moet hebben. Toen ik
het besluit nam om dat te willen doen, merkte ik dat Jezus me de kracht gaf dat
ook echt te kunnen doen.”
CBN News sprak met Tom Doyle, een Amerikaan
die nauwe banden heeft met moslims in het Midden-Oosten en elders. “In Syrië
en in Jordanië, in Irak en in Afghanistan, in Iran, overal zien we geweldige
dingen gebeuren. Moslims staan momenteel ontzettend open voor het Evangelie. Het
lijkt alsof ze hunkeren naar Jezus.”
Doyle bevestigt het bericht dat een aantal
zendingsorganisaties samen in Iran werkt en verwacht dat daar dit jaar 10.000
nieuwe kerken gaan ontstaan (bedoeld zijn dan waarschijnlijk kleine huiskerkjes,
een paar mensen die samenkomen). “Moet je je voorstellen, zo snel gaat het
momenteel in het Midden-Oosten. Duizenden, tienduizenden, honderdduizenden
stellen zich open voor Jezus. En daar komen elke dag duizenden bij.”
Doyle en anderen zeggen dat aanhoudend gebed
het ‘geheime wapen’ is dat het opwekkingsvuur in het Midden-Oosten heeft
aangestoken. “Het gebed heeft dit voorbereid, heeft de harten van moslims
geraakt, heeft voor vruchtbare bodem gezorgd. Er werd gebeden. Door
honderdduizenden, miljoenen mensen, over de hele wereld. En daarna begon het
hier, in het Midden-Oosten, allemaal vanzelf. Moslims kwamen tot bekering zonder
dat er een christen aan te pas kwam. Ze hadden ontmoetingen met Jezus Zelf.”
Enige bemerkingen
Iemand zond ons bovenstaand bericht met de
vraag erbij: “Zou dit echt waààr zijn?”
Deze christelijke orkaan lijkt ons inderdaad
het werk van de heilige Geest (Roeach). We vermoeden dat dit grootse missiewerk
vooral gebeurt door zogenaamde ‘evangelische christenen’ en dat de
gevestigde katholieke missies daar minder bij betrokken zijn. Deze laatste zijn
immers meestal goed zichtbaar en zouden vlug heftige weerstand oproepen bij
behoudsgezinde moslims en hun leiders.
Ook vermoeden we dat naast de
ongestructureerde evangelische groepen vooral inheemse ritussen (voor zover ze
niet al te verstard zijn) iets van de rijkdom van de kerk kunnen belichamen naar
de bekeerde moslims toe; dat zal hen beter liggen dan onze afgeslankte en vaak
emotieloze Westerse liturgie.
Een laatste bemerking van onze kant: het is
onze hoop, samen met de Evangelische Karmelmission, gevestigd in het Duitse
Schorndorf nabij Stuttgart, dat de zendelingen die in contact zijn met de
bekeerde moslims het christendom niet zó gaan aanpassen dat het een soort
christelijke editie van de Islam wordt, waarbij Christus in feite wordt
gedevalueerd. Het is begrijpelijk dat momenteel deze bekeerde christenen zich
nog gedeisd moeten houden maar hopelijk toch niet zo dat ze als het ware ook
voor zichzelf bijna niet durven zeggen wat voor hen Christus betekent, en welke
radicale heerschappij Jezus over de mens wil uitoefenen, een heerschappij die
ons hele leven betreft. Wij hebben immers geen nood aan een christelijke Koran
(kur’han) maar aan een evangelische orkaan die op de goede manier Blij nieuws
kan zijn voor alle mensen, ook voor de mensen die in de loop van de geschiedenis
door de pletmolen van de Islam zijn platgemaald. Deze christelijke orkaan kan
alleen het werk zijn van de Geest en zal verhaast worden door een vloed van
gebed en aanbidding.
Aan een vorige provinciaal-overste heb ik
ooit gezegd dat wij hier in het Westen een uitstekende kans kregen om de moslims
in contact te brengen met Jezus. Vandaag stellen we vast dat we grandioos
mislukt zijn in die zending (zeker in onze Vlaamse kerkgemeenschap) omdat –
wegens ons gebrek aan diepe spiritualiteit en gebed - ons leven en werken niet
het levende getuigenis bieden naar moslims toe. Vandaag zien we dat Gods Geest
het dan maar anders aan boord legt en voluit aan het werk is gegaan in de
moslimlanden zelf. Misschien kunnen we onze christelijke kerken in die landen
gevoelig maken voor dat werken van Gods Geest, zodat God die nieuwe kinderen ook
ergens kan onderbrengen waar ze met de levende stroom van het begin in contact
kunnen komen op een manier die hen niet afstoot maar hun door de Geest gewekte
verwachtingen blij vervult. Ondertussen mogen wij van hieruit Christelijke
radio- en teevee-programma’s steunen die bedoeld zijn voor moslimlanden.
ONS VOORGEGAAN NAAR DE HEER
INGEZONDEN BOEKEN
ZEGVELD, André -, Worden wat God is. Mensen
op het spoor van God brengen. Lannoo, 2009. 319 blz., 16,95 EUR./
DELRUE, Mark -, Kunst en Liturgie. Lannoo, 2009. 191 blz., 16,95 EUR.
/ VERDULT,
Philip - (red.), God en kunst. Over het verdwijnen en het verschijnen van het
religieuze in de kunst. Lannoo, 2009. 189 blz., 34,95 EUR. /
FRIEDLÄNDER SAUL, Nazi-Duitsland en
de Joden (zie artikel eerder in dit nummer p.96)
ONZE LAATSTE MAN IN HAÏTI
P. Jef Hendrickx (R.I.P. Haïti op 1 april 2009)
Ons verhaal
DE MANTEL VAN SINT MAARTEN (1) Ben Debeer
ICONEN SCHILDEREN VOOR BEGINNERS
De Fraterniteit van Maria