GELOOF EN LEVEN JAARGANG 113 (2009) nr. 2
O Vrouw, bij het begin der tijden beloofd Vinc. Van Vossel cssr
Paashomilie uit de Chaldeeuwse liturgie Gerardusbode 1953
Paulus, de onbezorgde gevangene Ben Van Vossel
Pinksterbezinning Wijlen P. P. De Smijter CSsR
Heiligen en ons persoonlijk geloof citaat Mgr. A.-M. Léonard
Het geloof doorgeven! citaat P. Descouvemont pr.
Sprak Jezus Vlaams? Taal van Jezus Naar Liguorian
Missionaris-Kluizenaar (4) Samenstelling bvv
Gezonden naar de Chaldeeuwse christenen (4) Wegwijs
In de voetsporen van Paulus (2) Martin & Ingrid Van Vossel-Schaekers
Paus tegen gsm? Info
Katholieke Anglicanen? Kerknet
Poverello nu ook in Antwerpen
Mirakelen te Lourdes
Fit voor Zending? (2) Samenvatting bvv
Verborgen Bijbelboeken? Apocriefen (1) Naar Liguorian
Mystery in Ghent. Deprimerend slot. Ben Van Vossel
BIJ HET BEGIN DER TIJDEN BELOOFD
t:: Vincent Van Vossel cssr m:
pater Servaes o.f.m.
O Vrouw, bij het begin der tijden
beloofd als beeld van troost,
bid gij voor ons in dood en lijden.
1 Uw bloei heeft zijn gemoed bekoord,
U heeft Hij als de vrouw gewild,
in uw gebed de mens aanhoord,
zijn wachten en zijn pijn gestild:
Keervers:
Gij zijt de volheid van de tijden,
de zee die scheurt en openrijt
opdat het heil, dat komt verblijden,
een weg vindt door uw openheid.
2 Elk hart heeft ’t uwe voorbereid,
in ons zelfs leeft iets onvermoed
van ’t warme hart waar door de tijd
God groeide in ons vlees en bloed: (keerv.)
3 Terwijl Hij leeft in uwe schoot
- daar gij van God gezegend zijt -
bereidt gij reeds het heilig Brood,
zijn Vlees van u, voor onze tijd: (keerv.)
PAASHOMILIE UIT DE CHALDEEUWSE LITURGIE
Pasen! Dag vol grote plechtigheid, vorst onder alle feestdagen. Aan alle
kerken wordt vandaag een onmetelijke vreugde geschonken. Kom in vrede,
onuitsprekelijke dag! Gij maakt een einde aan de duisternis van de oude nacht.
Kom, stralende dag, gij meldt het blijde nieuws… Kom in vrede, trooster der
bedroefden, zaaier van vreugde in de sombere zielen… Gij brengt de
verwijderden nader tot elkander, gij stelt de vreesachtige gerust, gij zaait het
goede zaad in het gemoed der leerlingen. Kom, dag zonder avond, heldere morgen,
die geen deemstering tegemoet gaat, kom in vrede … eerstgeborene der dagen:
gij verrijkt met uw gaven en weldaden de zichtbare en onzichtbare wereld.
Gisteren werd de Herder geslagen en de schapen verstrooid, maar vandaag
vluchten de wolven en wordt de kudde weer bijeengebracht.
Gisteren ontving Judas zijn dertig zilverlingen, Kajafas deelde zijn
bevelen uit; Annas klaagde aan, de schriftgeleerden waren gejaagd, Pilatus
zetelde op zijn rechterstoel, onze lieve Heer was met purper gekleed, Andreas
sloeg op de vlucht, Petrus verloochende, Johannes haastte zich weg, Thomas
verdook zich, Jacobus dwaalde rond... al
de leerlingen her en der verspreid.
Maar vandaag is Kajafas verstomd, Annas beschaamd, Judas verhangen, de
dertig zilverlingen weggeworpen, de Schriftgeleerden tot zwijgen gebracht, de
Opperpriesters laten het hoofd hangen, de Levieten maken elkaar verwijten,
Pilatus is radeloos, daar er nu geen woelende volksmassa’s noch honende
soldaten meer zijn. De bende wolven is uiteengedreven, de Herder laat zich
opnieuw horen door zijn schapen, de kudde heeft zijn lieflijke geur waargenomen
en heeft zich verheugd om zijn bijzijn. Maria springt op van blijdschap, Salome
jubelt van vreugde, Magdalena brengt de heilsboodschap. De leerlingen herleven,
de apostelen verlaten hun schuilplaatsen, Petrus en Johannes lopen naar het
graf, Mattheus, Andreas en de anderen vergeten hun droefheid, Thomas belijdt
zijn geloof.
En terwijl wij onze vreugde uitjubelen, en we voor deze plechtigheid
zijn samengekomen, laten we elkaar begroeten oprecht en zonder bedrog, zonder
bijbedoelingen noch berekening. Dat het niet de kus van Judas zij, die zijn
straf heeft ontvangen, maar de groet van onze Heer tot zijn apostelen, die
vergaderd waren in het Cenakel: “Vrede aan u allen, en dat deze vrede de
ketenen van de oude slavernij verbreke!”
(Vervolg en slot in volgend nummer)
PAULUS, DE ONBEZORGDE GEVANGENE
Ben Van Vossel
Beste lezer, eind september en begin oktober van vorig jaar zaten we
volop in de financiële crisis, die nog steeds nadeint. De indexen van de
beurzen maakten rare sprongen, hoofdzakelijk neerwaartse sprongen. Nogal wat
mensen zagen hun aandelen op een duizelingwekkende manier in waarde verminderen,
een snelle lift… naar beneden. Zelfs het spaargeld zou in gevaar gekomen zijn,
waren de regeringen niet bijgesprongen hier en elders.
Misschien was u er ook niet gerust in?
En uitgerekend op 5 oktober 2008 kregen
we als tweede lezing een stukje te horen uit de brief van (onze geliefde
broeder) Paulus aan de Christenen van Filippi (4,6-9),een stad in Macedonië.
Het is niet onwaarschijnlijk dat deze brief eigenlijk 3 verschillende brieven
van Paulus bevat: een dankbrief (4,10-20), een nogal scherpe, vermanende brief
(3,1b-4,1) en dan het gedeelte dat we hier krijgen en dat hij waarschijnlijk
schreef toen hij gevangen zat in Efese, in Griekenland (1,1-3.3,1a en
4,2-9.21-23).
Paulus roept ons daar op tot “onbezorgdheid”. Amaai zeg! Die oproep
kón bij ons niet slechter aankomen natuurlijk. De wereldwijde beurscrisis,
waaraan ook heel wat gewone, kleine beleggers een heel deel van hun spaarcentjes
in waarde zagen verminderen, de enorme bedragen die nationale staten in banken
pompten in een poging om het gewone spaargeld toch maar enige zekerheid te
bieden opdat niet heel het monetair en economisch bestel op losse schroeven zou
komen. Even later zouden de G8, de rijkste landen en ook wat nieuwe
groeieconomieën, zoals China, Japan, India en Saoudi-Arabië en Brazilië
samenkomen om te zien hoe ze die wereldwijde crisis kunnen aanpakken en in de
toekomst vermijden… En in zo’n klimaat komt Paulus ons zeggen: Wees
onbezorgd. Nou, dat kan tellen! Natuurlijk kan je niet zeggen dat hijzelf alle
reden had om onbezorgd te zijn, want het is dus best mogelijk dat hij in de nor
zat; als gevangene had hij dus ook
wel wat om zich zorgen over te maken, niet? Inderdaad, maar hij doet het niet.
En nu moet je eens goed opletten! Je zit in de zondagsmis en de lector
leest min of meer onbewogen voor: “Wees onbezorgd”. Je vraagt u dan af:
“Zou die persoon ook aandelen gehad hebben bij Fortis of Dexia?” “Wees
onbezorgd”, schrijft Paulus. “Wees onbezorgd”, leest de lektor met vlakke
stem… Terwijl Nederland het Nederlandse Fortis nationaliseerde en men bij ons
nog wat aarzelde, maar ondertussen reeds vele miljarden in een paar banken
pompte… “Wees onbezorgd” Jawadde!
Nu, dit soort onbezorgdheid waarover Paulus het heeft ontslaat de
regeringen niet van hun verantwoordelijkheid om beslissingen te nemen, zoals
goede huisvaders op hun niveau ook zo goed mogelijke beslissingen en maatregelen
dienen te nemen.
Maar je zit ‘als goede huisvader’ niet heel de dag (en dagen en
weken aan een stuk) alleen maar met geld en deviezen en aandelen bezig. Er zijn
nog andere belangrijke zaken in het leven. Er is je gezin, er is je vrouw of je
man, er zijn de kinderen, er is je werk, en er zijn zoveel mensen die het op dit
moment (ook) moeilijk hebben. Er is God voor wie je ook wat aandacht zou moeten
opbrengen (in je eigen voordeel). Dat
zegt Paulus in feite.
Want die zondagslezing begon zó: “Wees onbezorgd. Laat al uw wensen
bij God bekend worden in gebed en smeking… en nooit zonder dankzegging”.
En Paulus eindigt met de woorden: “En de vrede van God, die alle begrip
te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus”.
De vrede van God, de innerlijke vrede die van God komt, zal uw harten en
uw gedachten behoeden door uw relatie met Jezus. Om die innerlijke vrede te
bereiken wijst Paulus naar een levend contact
met God: “Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking… en
nooit zonder dankzegging”. Je moet spreken met God, zegt hij: “… laat al
uw wensen bij Hem bekend worden. Spreek Hem over alles in gebed en smeking… Ga
met God heel vertrouwelijk om. Maar: nooit zonder dankzegging. Vergeet niet te
danken!”
We kunnen iets leren van Jezus die God al dankte vóórdat Hij verhoord
was toen Hij bij het graf van Lazarus stond: “Toen namen zij de steen weg.
Jezus sloeg de ogen ten hemel en sprak: ‘Vader, Ik dank U dat Gij Mij verhoord
hebt. Ik wist wel, dat Gij Mij altijd verhoort” (Joh.11,41-42). Nooit zonder
dankzegging! Het is trouwens een geweldige bron van vreugde wanneer we in ons
hart God kunnen danken om alles: we zijn in zijn liefde geborgen, en dat te
weten brengt reeds vreugde in ons en vrede, waarover de Bijbel zo vaak spreekt:
vrede zij u!
Maar ja (zucht!), ondertussen liggen we wakker van de aandelenkoers, van
ons spaargeld: is het wel veilig? Aan het einde van de lezing zegt Paulus:
“Tenslotte, broeders, houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar is, al wat
edel is, wat rechtvaardig is en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, op al wat
deugd heet en lof verdient. En brengt in praktijk wat u geleerd is en
overgeleverd, en wat gij van mij hebt gehoord en gezien.” (Filippenzen.4,8-9)²
En hij voegt er fijntjes aan toe: “ Dan zal de God van vrede met u
zijn.”
Zouden we dit eens uittesten? Wat dunkt u?
PINKSTERMODELLEN Paul
De Smyter cssr
HEILIGEN EN ONS PERSOONLIJK GELOOF Citaat
van Mgr. A.-M. Léonard
HET GELOOF DOORGEVEN! citaat
Abbé Pierre Descouvemont
SPRAK JEZUS VLAAMS? Welke
taal sprak Jezus?
One dollar
Nee. Jezus sprak geen Nederlands. Evenmin als Adam Antwerps sprak (zoals
een plezante Sinjoor eens beweerde). Maar alle gekheid op een stokje: welke taal
sprak Jezus? Was Hij polyglot (meertalig)? Sprak Hij Hebreeuws? Grieks? Latijn?
Aramees? Als je vandaag op pelgrimstocht bent in het Heilig Land hoor je de
kinderen daar Arabisch spreken, de kleine Israëli’s vermoedelijk een soort
van Hebreeuws, maar de kleine Palestijntjes die je van alles willen aansmeren
voeren hun publiciteit in het Engels: “One dollar, two shekel” (Een dollar,
twee sikkels = de Israëlische munt).
Ik sprak zo-even over ‘een soort Hebreeuws’. Het Hebreeuws dat nu in
Israël gesproken wordt is inderdaad niet meer de taal van het Oude testament,
maar een moderne taal, ontworpen door een Litouwse Jood, Eliezer Ben Yehuda in
1880. Hij baseerde zich op een Hebreeuwse Bijbel en waar er geen modern woord
voorradig was, vond hij nieuwe woorden uit die wat Hebreeuws klonken. Zijn
bedoeling was dat de Joodse inwijkelingen in Palestina, die uit vele landen
afkomstig waren, toch een gemeenschappelijke taal zouden hebben; dat zou de
nationale eenheid een deugdelijke basis geven.
Een taal kwam en verdween … maar niet helemaal
Vader Abraham, de eerste Hebreeër sprak geen Hebreeuws. Hij kwam ergens
uit Irak, Ur van de Chaldeeën, beneden in het Tweestromenland (Mesopotamië).
Je kan dat erop nalezen in het boek Genesis, o.m. Gen. 11,28.31. Maar aangekomen
in het land Kanaän, het Beloofde Land, hoorden hij en zijn clanleden daar een
taal die veel verder geëvolueerd was dan de hunne, en waarmee je veel vlotter
met elkaar kon van gedachten wisselen. Mettertijd hebben zijn kinderen en
kleinkinderen die Kananese taal overgenomen. Na hun terugkeer met Mozes uit de
Egyptische gevangenschap hebben ze die Kananese taal definitief overgenomen,
maar die werd spoedig ‘het Hebreeuws’ genoemd omdat ze nu gesproken werd
door het Hebreeuwse volk. In die taal zong David de psalmen en we stellen vast
dat op de 46 boeken van het Eerste Verbond (het Oude Testament) er 39 geschreven
werden in het Hebreeuws.
Maar kijk. Komt daar toch wel een koning van Babylonië, Nebukadnessar
(onze vroegere Nabukodonosor). Hij vernielt Jeruzalem, steekt de tempel in brand
en voert een groot deel van de bevolking mee in ballingschap. Pas 50 jaar later
is er de Perzische koning Kuros (of Cyrus) die de ballingen laat terugkeren.
Vijftig jaar! Je begrijpt dat de jonge mensen die nu terugkeerden
het Hebreeuws niet meer spraken, maar de taal van Babylon, het Aramees.
Het Hebreeuws werd op de duur enkel nog begrepen en gebruikt door de ontwikkelde
Joden, de schriftgeleerden en zo. Toch werd het nog gebruikt als
‘geschreven’ taal en zo gebeurde het dat de laatste boeken van de (Joodse)
Bijbel, rond de jaren 200 voor Chr., geschreven werden… in het Hebreeuws.
De gebedsplaatsen
Wij hadden tot vorige eeuw het Latijn als Liturgische taal. Om de
lezingen te verstaan hadden we een ‘missaal’ waarin naast de kolom met het
Latijn ook de Nederlandse vertaling gegeven werd. Dat Latijn was een goed teken
van eenheid tussen de katholieke christenen over de hele wereld. Zoals de kerken
vroeger - meer dan tegenwoordig - echte ontmoetingsplaatsen waren van de locale
gemeenschap, zo waren de synagogen ook dè plaats van samenkomst. Synagoog is
trouwens de Griekse vertaling van het hebreeuwse Keneset, wat
"vergadering", "samenkomst" betekent. Welnu, in de Joodse
synagogen werd het Hebreeuws gebruikt voor de officiële gebeden en de lezingen
uit de heilige Schriften. Probleem was dat de mensen – na de Babylonische
ballingschap en later - het Hebreeuws niet (meer) verstonden en dus had men de
gewoonte aangenomen om, in de gebedsdienst op de Sabbat, na de lezing in het
Hebreeuws een commentaar te geven in het Aramees.
Sprak Jezus dus het Aramees?
Wel, rond de tijd van Jezus’ geboorte was de gangbare taal het
Aramees. Die taal leerde Hij van Maria, z’n moeder. Het is de taal waarin hij
met de mensen in Nazaret sprak en waarin Hij later de parabelen vertelde en
zieken meedeelde dat ze genezen waren. Marcus heeft nog zo’n 4-tal Aramese
woorden van Jezus bewaard in zijn Evangelie:
- Talita koem! (meisje, richt je op). Het dode dochtertje van Jaïrus
richtte zich op.
- Effata (open je) en de doofstomme kon weer horen en spreken. (Mc.
7,33-34)
- Abba (papa) (Mc. 14,36)
- Eloi, Eloi, lema sabaktani – Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij
verlaten (Mc. 15,34). Het is het begin van psalm 21 waaruit een zwaar lijden
spreekt maar waar toch ook een hoopvolle tussenkomst van God wordt uitgedrukt.
Het is wel treffend dat Marcus het nog in het Aramees citeert en Matteüs (die
zijn evangelie later schreef) reeds in het Hebreeuws (Eli, Eli, lema sabaktani).
We mogen in ieder geval zeggen dat het Aramees de eerste taal van Jezus
was, zijn moedertaal, de taal die, waar hij leefde, door de overgrote
meerderheid van de mensen gesproken werd.
Een heel deel namen die in het Evangelie voorkomen zijn ook typisch
Aramees: persoonsnamen zoals Barabbas en Kefas, maar ook plaatsnamen (Kafarnaum,
Golgotha) en Aramese uitdrukkingen zoals Hosanna (Redding alstublieft) en
Maranatha (Kom, o Heer) die (naast 'Abba') ook door de eerste christenen werden
bewaard.
Aramees dus, dat is zeker, maar Aramees met een accent uit het Noorden
(Galilea), zodat, terwijl Jezus veroordeeld wordt, zijn vriend, Petrus, die zich
aan het warmen is bij het vuur, ontmaskerd wordt door zijn Galilese accent:
"Jij was ook bij de Galileeër. Zeker, gij zijt er ook een van en trouwens,
uw taal verraadt u" (Mt. 26,69.73). Aan Jezus konden ze ook horen dat hij
uit het Noorden van Palestina afkomstig was.
Kende Jezus ook Hebreeuws?
Hebreeuws? Dat is toch een sterke veronderstelling. De boekrollen in de
synagoge waren in het Hebreeuws geschreven. Welnu, we lezen bij Lucas 4,16-17a:
“Zo kwam Hij ook in Nazaret, waar Hij was grootgebracht, ging volgens zijn
gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. Ze
reikten Hem de boekrol van de profeet Jesaja aan...” Jezus, als gekende
lector, zal zeker die taal goed gekend hebben, al zal Hij de uitleg – zoals
het de gewoonte was – wel gegeven hebben in het Aramees. Ook het feit dat men
hem bij herhaling “rabbi’ noemt, wijst erop dat hij in het openbaar de
Schriften kon voorlezen, vertalen en er commentaar bij geven. Mattheüs zegt
trouwens dat Jezus Galilea doorkruiste en onderricht gaf in hun synagogen (Mt.
4,23); Hij was het echt wel gewoon van voor te lezen in het Hebreeuws.
Ook Grieks?
Nu mag je eens niet verwonderd opkijken, maar hoeveel mensen spreken
tegenwoordig niet een mondje Engels? De meeste jongeren in ieder geval wel,
omdat het zowat de wereldtaal geworden is. In Jezus tijd was dat nog veel meer
het geval met het Grieks, het ‘Koinè’ of de 'gemeenschappelijke', 'gewone'
taal, het volksgrieks. Ook de Romeinse gezagvoerders kenden het Grieks en daar
Galilea nogal doorsneden werd door internationale wegen was het Grieks er ruim
verspreid. In zijn artikel in ‘Terre Sainte’ citeert p. Valdès een 5-tal
voorvallen in het Nieuw testament waarbij Jezus vermoedelijk (het volkse) Grieks
heeft gesproken, zoals tot de bezetene van Gerasa, de Syro-fenisische vrouw, de
Grieken die langs Filippus Jezus wilden benaderen en ook om de Romeinse
honderdman en Pilatus de landvoogd te antwoorden. Toch zou het niet juist zijn
om Jezus als een geleerde te gaan zien.
Ondanks het feit dat Jezus dan toch een paar talen kende of er zich in
kon verstaanbaar maken, besluit Pater Alvarez Valdés zijn artikel over Jezus’
taal met deze bedenking: Jezus sprak vooral “de taal van het hart, de taal van
de liefde; de enige (taal) die in staat is in communicatie te treden met
personen van alle talen, van alle kulturen en van heel de wereld. Het is deze
taal van de liefde die Hij onderwees, toen Hij zei: “Hou van uw vijanden…
opdat jullie kinderen worden van uw Vader die in de hemel is; want Hij laat zijn
zon opgaan over slechten en goeden” (Mt. 5,41,45). De taal van de liefde, de
enige echte wereldtaal!
VAN MISSIONARIS-PILOOT TOT KLUIZENAAR (4)
GEZONDEN NAAR DE CHALDEEUWSE CHRISTENEN (4)
Hoe een Redemptoristische missieopdracht gestalte kreeg
Samengebracht door: Ben Van Vossel
IN DE VOETSPOREN VAN PAULUS (2)
Martin en Ingrid Van Vossel-Schaeckers
Zondag 12 oktober: Cappadocië
Vandaag voorzien we een volledige dag in
Cappadocië, een streek die bestaat uit zacht vulkanisch gesteente dat in
de loop der eeuwen door weer en wind is geërodeerd. Dit gebied van christelijke
kloosters, ondergrondse kerken en rotswoningen is ongeveer 300 km² groot. De
vallei van Göreme was een dichtbevolkt christelijk centrum met meer dan
driehonderd kerken en kerkjes, waarvan we er enkele bezochten. In een van die
rotskerkjes vieren we Eucharistie… Even beleven we hoe indertijd de eerste
christenen samenkwamen en in gemeenschap hun geloof vierden. (Zie op website:
www.geloofenleven.be onder 'diapresentaties' 'Kapadokia in Turkije'.
Tijdens de Eucharistieviering in dat rotskerkje werd de toon gezet van
de bedevaart: nu wij op weg gaan met Paulus, welke schoenen trekken we aan? (We
werden herinnerd aan Mgr. Cardijn met zijn ‘Zien – oordelen – handelen’:
- Toen we klein waren hadden we onze kinderschoenen: Leerschoenen, alles
werd ons immers aangeleerd, voorgedaan, voorgeleefd we hoefden maar te volgen;
aanreikschoenen, we namen alles aan, het was een periode van “Zien”schoenen.
Ook op gelovig gebied.
- Onze jeugdschoenen: Vriendschapsschoenen, dwarsligschoenen,
ik-weet-het-beter-schoenen, wie-ben-ik-schoenen, puberteitschoenen,
wat-neem-(doe)-ik-aan-schoenen? het
was een periode van “Oordelen”-schoenen. Meteen ging het ook over, neem ik
dat geloof dat mij is aangereikt aan? Wil ik daar mee verder leven?
- Nu we volwassen zijn trekken we weer andere schoenen aan:
Ik-heb-het-gemaakt-schoenen, liefdesschoenen om naar mijn
partner/kinderen/kleinkinderen te stappen, de inzet-voor-een-ander-schoenen,
werkschoenen, gebedsschoenen en welke schoenen trekken we aan voor deze reis?
Willen wij in het voetspoor van Paulus verder groeien in geloof?
Het is een periode van “handelen”, leven, …
Nadien genoten we van een lekker tasje Turkse thee op een terrasje naast
het kerkje.
We reden verder door in Cappadocië. Even voorbij de oude stad Nigde
sloegen we af, richting Eski Gümüs, en bezochten een openluchtmuseum en een
oud klooster in de zachte rotswand uitgehouwen. Verder ook nog de Jagersvalei,
de vruchtbaarheidsvallei en de Kamelenvallei.
Later in de namiddag bezoeken we een groot tapijtenfabriek, hier worden
de tapijten nog met de hand gemaakt en we mochten dat hele proces meemaken.
Nadien kon men ook tapijten kopen als men dat wou.
Na het avondmaal was er nog een ontspanningsavond op Turkse wijze. We
overnachtten weer in het Gomeda Hotel.
Maandag 13 oktober: Ondergrondse christenen. Paulus te voet.. wij met de
bus
Vandaag bezoeken we Kaymakli, een ondergrondse stad die pas in 1964
ontdekt werd. In tijden van nood konden hier ongeveer 10.000 mensen verborgen
leven, meestal vervolgde en bedreigde christenen. Soms tot 5 verdiepingen onder
de grond met alle mogelijke voorzieningen zoals leefruimten, keukens,
opslagruimten, verluchting, wateropslagplaats, begraafplaats, nooduitgangen
enz…
Van daaruit vertrekken we richting Konya, een busreis van ongeveer
Over Nevsehir en Aksaray komen we in Sultanhani, een goed bewaarde
karavanserail, gebouwd door de Seldsjoeken rond 1250, en vervolgens in Konya,
een zeer strenge moslimstad, die in Paulus’ tijd Ikonium heette. Deze was
volgens de legende de eerste stad die na de zondvloed werd gesticht.
Hier bezoeken we de Alaaddinheuvel en het Mevlanamuseum: het vroegere
verblijf van de Derwisjen, nu een mausoleum. Voor het avondmaal en overnachting
verbleven we in het “Bera Hotel”.
Dinsdag 14 oktober: kerken bouwen om herinneringen te bewaren
Met de bus rijden we nu verder westwaarts. We komen in het gebied van de
grote meren van Midden-Anatolië. In het stadje Valvaç liggen de resten van de
Sint-Pauluskerk uit de vijfde eeuw, eronder werden de fundamenten van een oudere
kerk uit de derde eeuw gevonden en daaronder de grondstructuur van een synagoge,
zeer waarschijnlijk de plaats waar Paulus zijn eerste preek heeft gehouden.
Daarnaast resten van een aquaduct en van een Augustustempel.
In deze buurt, op 1.600m hoogte, ligt in een desolaat berglandschap de
ruïne van de tempel van Mèn, de Anatolische maangod.
We trekken verder westwaarts en volgen langs het mooie meer van Egidir
de weg die Paulus een paar keer te voet heeft afgelegd (
Vanouds was Hiërapolis ook bekend om zijn geneeskrachtige
warmwaterbaden. Nu is het een toeristische attractie van eerste orde. Dat is te
danken aan het fenomeen van de witte kalkterrassen. Met deze medische informatie
in het achterhoofd, dan maar even pootje baden! Overnachten deden we in het
“Richmond Hotel”. (vervolg en slot in volgend nummer)
PAUS TEGEN DE GSM?
BINNENKORT KATHOLIEKE ANGLIKANEN?
Bericht van Kerknet Vrijdag, 30 januari 2009
INFO
1 POVERELLO IN ANTWERPEN
2 MIRAKELEN TE LOURDES
FIT FOR MISSION (2)
Een revisie van ons christelijk leven
VERBORGEN BIJBELGESCHRIFTEN? (1) Over apocryfen
Slechts 4 evangelies?
Nee. We kennen allen de 4
(officiële) evangelies die in de christelijke kerken als zodanig erkend worden
(Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes), maar er zijn heel wat meer evangelies
bekend. Een heel deel mensen was daar niet van op de hoogte, maar
‘verborgen’ evangelies waren het nu ook weer niet. Ze waren heel goed bekend
in de academische wereld en bij personen die zich meer met de studie van de
Bijbel bezig houden. In die zin waren het dus geen “verborgen” geschriften.
Toch worden ze meestal “apocriefen” geheten, “geheime boeken” omdat ze
niet tot de officiële boeken van de heilige Schrift worden gerekend. We staan
natuurlijk wel met het feit dat de Kerk niet al die evangelies mee op de kar
heeft geladen om ze dan aan de christenen en aan de wereld aan te reiken.
Nee! Maar waarom deed ze dat niet? Waarom heeft ze die ‘andere’
evangelies en Schriftteksten achtergelaten, waarom heeft ze die niet meegenomen
op haar tocht doorheen de eeuwen? Is dat geen verarming? Heeft de Kerk misschien
toch wat te verbergen?
Verbergen is niet het juiste woord, maar ze heeft sommige dingen niet
willen bewaren. Zo ga je in onze 4 evangeliën niet lezen dat Jezus’
voetstappen niet te zien waren in het zand, of dat hij vogels boetseerde die hij
dan levend maakte zodat Jozef niet kon zien dat ze op de sabbat gemaakt waren,
of dat hij als (stoute) jongen een andere jongen die met hem ruzie maakte deed
sterven enz… Nee, dat lees je niet in onze 4 evangeliën. Maar in die andere
evangeliën wordt nog veel meer verhaald, allerlei wondere toestanden, zowel in
verband met Jezus’ openbaar leven als met zijn kinderjaren…
Waarom heeft de Kerk die teksten achter zich gelaten?
Er zijn tal van redenen:
- Soms is het overduidelijk dat een of ander persoon vond dat er sommige
lacunes waren, sommige stukken in het evangelie waar wel wat meer uitleg moest
komen, of wat best wat zou aangevuld worden, en die heeft dan daar gewoon zo’n
aanvulling gefabriceerd.
- Soms merk je duidelijk dat men van het evangelie eerder een novelle
heeft gemaakt, een verhaaltje dat boeiend moest zijn om verteld te worden.
- Soms maakt men er ook een nogal heel locaal verhaal van, gericht aan
de Hebreeën of de Egyptenaren.
- Een voor de hand liggende reden waarom de Kerk een heel aantal
evangeliën en andere zogezegd apostolische geschriften niet mee opgenomen heeft
in de Bijbelcanon is dat verscheidene van die andere evangeliën soms
antichristelijke overtuigingen bevatten en ze ook wilden verspreiden. Ze
vervalsten het christelijke erfgoed. Dat Jezus bijvoorbeeld geen voetsporen
achterliet was een manier om te beweren dat hij geen echt lichaam had. De
Doceten (dokein in het Grieks betekent “schijnen”) verkondigden met name dat
Jezus geen echt maar een schijnlichaam had; dat Gods Zoon een echt menselijk
lichaam zou hebben, was voor hen gewoon onaanvaardbaar. De materie was voor het
Gnosticisme iets verwerpelijks. Maar in het Johannesevangelie staat nu juist
heel duidelijk (1,14) dat ‘het Woord is vlees geworden en onder ons heeft
gewoond’.
In volgend nummer geven we nog enige verdere redenen waarom de
Kerkgemeenscap die apocriefe geschriften niet heeft bewaard.
“MYSTERY IN GHENT” (slot)
Father John and the Just Judges (Father John en de ‘Rechtvaardige
Rechters’)
Ben Van Vossel
9 Een deprimerend slot