|
|
|
GELOOF
EN LEVEN Jg 112 (2008) nr. 3 -
ZOMERMORGEN IN DE NOORDERKEMPEN Willy
Verschaetse -
CHRISTEN ZIJN: EEN KOSTBARE PAREL
Ben
Van Vossel -
ZO HEEL TOEVALLIG Een klein getuigenis Frans
Van den Abbeel redemptorist -
AFSCHEID UIT LEUVEN -
GIJ ZULT MIJN GETUIGEN ZIJN Ook in het ziekenhuis Guido De Mulder, lid van de
Gemeenschap Maria-Kefas -
NIEUWE CSSR-FEDERATIE München/Wenen -
EEN PROTESTANT ONTMOET MARIA EN DE EUCHARISTIE -
MEEGEDEELD -
VDAYS, A-DIEU VOSKENSLAAN Peter
Verbeiren -
REACTIES NA EEN VDAY -
BIDDENDE MOEDERS Mia Verhamme-Van
Thienen -
CREATIONISME BRUSSEL
(KerkNet/CWN 7/12/2007) -
EEN RELIGIEUZE’ OVERSTE GETUIGT Naar Klemensblätter -
TOEVERTROUWD AAN DE HEER -
GEZONDEN NAAR DE CHALDEEUWSE CHRISTENEN (1) - BOEKENMAND - Roman “MYSTERY IN ACTIVITEITEN - BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - CHRISTUS EN DE ISLAM - DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED - GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZIN - ICONEN - INHOUD - JEZUS - JONGEREN - KERK en GELOOF - KERK WERELDWIJD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS - MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT - THUISPAGINA - UITZICHT - VERHALEN - VERVOLGING - WETENSCHAP - ZENDING - ZONDAGSEVANGELIES (diapresentaties) ZOMERMORGEN
IN DE NOORDERKEMPEN Willy
Verschaetse CHRISTEN
ZIJN: EEN KOSTBARE PAREL Ben
Van Vossel Een
Joodse jongen tussen ‘heidenen’ In
een boek waarin Jean Marie Aaron Lustiger, de vroegere kardinaal van Parijs, geïnterviewd
wordt, las ik iets wat ons als christenen kan doen nadenken. Lustiger was een
Joodse jongen (zijn vader was een naar Frankrijk uitgeweken Poolse Jood, zijn
moeder, ook een Jodin leefde al langer in het land). Van huis uit was hij niet
al te godsdienstig opgevoed. Zijn moeder was gelovig en bad tot God, zijn vader
was zeer kritisch. Toch was Jean-Marie blijkbaar opgegroeid met het bewustzijn
een Jood te zijn. Er leefde in hem een gevoel van minderwaardigheid wanneer hij
zich op het lyceum vergeleek met zijn klasgenoten. Die minderwaardigheid
ervaarde hij aan het feit dat er een bedreiging was van vervolging ten aanzien
van hem, een Joods kind, zoon van Poolse inwijkelingen. Maar tegelijk bezielde
hem het bewustzijn deel te hebben aan “een patrimonium, een erfgoed, een
geschiedenis, en dan ook een verantwoordelijkheid: Denk eraan, je bent Jood”.
Vanuit die ‘herinnering’ droeg hij in zich de innerlijke overtuiging dat hij
zich als Jood ook anders te gedragen had, de diepe wetenschap dat hij - als Jood
- niet zomaar kon leven als de goïm, de niet-joden of heidenen rondom zich.
Maar hoe zag hij dan dat ‘anders zijn’ en dat ‘anders leven’?
Een
Joodse jongen die consequent wilde zijn “Ik
wist wat het merkteken van het Verbond, de besnijdenis, betekende: gij zult niet
liegen, gij zult niet verkeerd handelen, gij zult goed handelen; doe niet zoals
de ‘heidenen’”. Inderdaad, niet doen zoals de ‘goïm’, de heidenen in
wiens midden gij leeft! Het verschil met de goïm werd voor hem een eis. De
‘herinnering’ (‘denk eraan: je bent Jood’) deed bij hem immers de
‘plicht’ ontstaan: iets dat moest gedaan worden en hoe hij moest leven.
Hij getuigt: “Vanaf mijn kindertijd heb ik geweten, daar ik dus niet
was ‘als de anderen’, dat de mening ‘van de anderen’ niet volstond om te
bepalen wat goed was of in staat was mijn gedrag te wettigen. Ik heb geleerd wat
de trouw is, zelfs als hij moet betaald worden met de bittere prijs van de
eenzaamheid en de uitsluiting”. Jonge
christenen uitgezaaid in een heidense omgeving Later
werd deze Joodse jongen christen, priester, studentenpastor aan de Sorbonne ook
tijdens de woelige studentenrevolte en tenslotte zou hij kardinaal van Parijs
worden. Wat hij hier getuigt over zijn eigen tienertijd, mag ons eens even doen
nadenken over wat een katholiek christen beleeft in onze huidige samenleving.
Christelijke jongeren bijvoorbeeld voelen zich in het school- en studentenmidden
volledig alleen staan als christen, ook op de meeste zogenaamd katholieke
instellingen. Maar zijn zij zich ervan bewust in zich een verborgen schat te
dragen, zoals deze Joodse tiener zich bewust was iets kostbaars meegekregen te
hebben? Zijn die christelijke tieners zich nog bewust van de gelovige traditie
waarin zijn staan? Of zouden zij van hun ouders en opvoeders nog minder hebben
meegekregen dan deze Joodse jongen vanwege zijn niet eens zo diepgelovige
ouders? Weten onze jongeren hoe aan de basis van onze Westerse beschaving niet
enkel het Griekse denken en de Romeinse wetgeving staan, maar vooral ook de
Christelijke waarden? Weten zij dat zij door Doop en Vormsel op een bijzondere
manier apart zijn gezet door God maar tegelijkertijd ook gezonden zijn om
Jezus’ weg te beleven en er zelfs van te getuigen? Voelen zij aan dat respect
voor de ander, respect voor Gods schepping, respect voor zichzelf zijn basis
heeft in het feit dat God aan de oorsprong staat van alles. Wie
heeft hun dat (niet) verteld? Hoe komt het dat zij er zo weinig van afweten? ‘Het
antwoord, mijn vriend, zijn woorden in de wind…’
Of
kent u, lezer, toch een zinnig antwoord? Ik
had het hierboven over jonge mensen. Maar eigenlijk heeft ieder van ons (wij
leven toch allen in dezelfde verheidenste samenleving) een (christelijk)
standpunt in te nemen daar waar hij/zij leeft; eigenlijk weet ieder van ons dat
hij/zij zich niet moet gedragen naar wat de media zeggen en waar de
zelfingenomen tv-avond-entertainers ons dagelijks mee om te oren slaan, debaters
die over alles en nog wat menen hun zeg te kunnen doen met een zelf aangemeten
autoriteit. … Wij hebben óns geweten. En ook wij hebben weet van de 10
geboden, zoals die kleine Jood. Wij hebben de leer van de kerk… En of een
rakker als Hugo Claus – God hebbe zijn ziel - het nu zus of zo aangepakt
heeft, dat hoeft ons allerminst te impressioneren; integendeel, het toont ons
enkel de verwording van een bepaald milieu en is in die zin een uitnodiging om
sterker dan te voren naar het licht toe te leven. Voelen wij ons
verantwoordelijk om die diepe lichtbron in ons hart ook naar buiten toe te laten
uitstralen? Geven wij – in alle eenvoud en op de goede manier – iets door
van wat Jezus is komen leren en van wat de christelijke geest – stilaan meer
uitgezuiverd, stilaan meer aangepast aan de huidige tijd – in onszelf en de
samenleving heeft bewerkt? Hoe
laat ik mij vandaag bezielen door die christelijke geest? Hoe geef ik vandaag
iets door van die christelijke geest, in mijn eigen omgeving, of aan de jonge
mensen die ik ontmoet en die ik eventueel begeleiden mag?
En
denk misschien ook eens aan dit woord van Jezus tot zijn vrienden: “Niet gij
hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en
vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al
wat gij Hem in mijn Naam vraagt” (Joh.15,16) ZO
HEEL TOEVALLIG Een klein getuigenis AFSCHEID
UIT LEUVEN GIJ
ZULT MIJN GETUIGEN ZIJN... Ook
in het ziekenhuis Guido
De Mulder, lid van de Gemeenschap Maria-Kefas Zondag
10 februari 2008 zat ik in een wachtzaal
van het universitair ziekenhuis van Leuven nog wat te lezen. Het was rond 22 u.
toen er nog een jonge man binnenkam met het dagblad “De Morgen” onder zijn
arm. Na een kwartiertje sprak hij me aan, en we hebben dan wat gepraat over
koetjes en kalfjes. Nu ja, hij had een zwaar accident gehad en was
waarschijnlijk zijn verdere leven invalide, o.m. aan een van zijn armen. Hij was
18 jaar en afkomstig uit Genk. Plots
vroeg hij me wat ik dacht over de evolutieleer.
Ik krapte eens in mijn haar, volgens hem en volgens de evolutieleer zijn
we stilletjes aan tot mens geëvolueerd, gelijk een
dier tot een bepaalde andere soort behoort. Mijn idee daaromtrent is
(maar dat vraagt u me misschien niet) dat de evolutieleer geen afbreuk doet aan
het verhaal van het boek Genesis en omgekeerd, ze spreken mekaar niet tegen. Het
een beweegt zich op het vlak van de wetenschap, het ander brengt op de eerste
plaats een godsdienstige boodschap en deze wou ik hem ook meegeven. Ik
heb hem dan verhaald over Gods machtige daden, over God als Schepper van al wat
bestaat, dus ook de mens en over God als liefhebbende Vader, die van ons houdt
en over de zin van ons bestaan en over het echte leven na ons aards bestaan.
‘Ja, zegt hij, als je zo’ n zwaar ongeval hebt meegemaakt, begin je toch
meer na te denken en gelijk u dat beziet is het eigenlijk tof! Ik heb wel een
bijbel, maar ik lees er niet in’. Ik
heb hem aangeraden nu en dan toch eens een stukje intens te lezen, bv. Genesis
of Lucas en al eens te bidden tot die liefhebbende Vader… Hij bleef maar
luisteren en ik heb hem verder verteld over de Vader, de Zoon als redder en de
H. Geest als Helper en Heiligmaker en dat ze samen één God zijn en toch 3
Personen en dat ons de eeuwige vreugde te wachten staat. Toen hij nog vol
aandacht luisterde heb ik hem gezegd dat ik speciaal voor hem zou bidden, meer
nog, dat een hele gemeenschap voor hem zou bidden. ‘Wat
is dat die gemeenschap?’ Ik heb hem dat zowat uitgelegd, onze doelstellingen
enzovoort. Ondertussen was het 24 u. geworden. ‘Ik moet naar mijn kamer’,
zei hij. Hij keek me dankbaar aan en wenste me nog een goeie nacht. Maandagnamiddag
toen ik naar huis mocht (ze hebben me wat opgekalefaterd) heb ik hem nog even
gezien; hij had bezoek en stak zijn goede arm naar omhoog vanuit zijn kamer ten
teken van afscheid. Laat God zijn werk maar doen! En laten wij voor deze
jongeman bidden. NIEUWE
CSSR-FEDERATIE München/Wenen EEN
PROTESTANT ONTMOET MARIA EN DE EUCHARISTIE Ik
las onlangs het verhaal van een Zwitserse jongeman uit een strenge Protestantse
Kerkgemeenschap (hij was als wetenschappelijk medewerker werkzaam aan de
Universiteit van Sankt Gallen). Zijn
ouders waren zeer gelovig (elke zondag tweemaal naar de kerk) maar hijzelf koos
pas in 1994 radicaal om Jezus in zijn leven binnen te laten: Jezus mocht over
zijn leven beschikken en hij zag Jezus ook als Redder in alle nood. Hij voelde
zich dan eveneens geroepen om anderen tot Jezus te brengen (en tot het
protestantse geloof). Hij bekwaamde zich in het aanvoeren van argumenten tegen
het katholicisme; zelfs het overlijden van paus Johannes Paulus II in 2005 riep
bij hem sterke gevoelens van weerstand op. Eerste
schermutselingen Wanneer
hij aan de universiteit in Sank Gallen een Oostenrijkse studente leert kennen,
voelt hij zich dan ook geroepen om haar te redden van haar (sterke) katholieke
geloofsovertuiging. Hij wil haar uit die dwaalweg bevrijden en haar helpen om op
de juiste manier in Jezus te geloven. Hij staat echter perplex wanneer zij (een
katholiek!) hem op een keer zegt: “Ik ken Jezus Christus en ik beschouw Hem
niet alleen als mijn Heiland, Verlosser en Zaligmaker, maar ook als het hoogst
denkbare goed!” Naar
aanleiding van een door de universitaire gebeds- en gespreksgroep georganiseerde
thema-avond trekt hij opnieuw ten aanval; evenwel, nadat op een gegeven ogenblik
over het thema Eucharistie en Avondmaal gesproken werd en als gevolg daarvan ook
over het katholicisme en protestantisme, zei zijn vriendin plotseling, dat
gebeurtenissen zoals onder andere de vele verschijningen van de heilige Maagd op
aarde – vooral gedurende de tweede helft van de 20ste
eeuw en tot op vandaag - en met name de al sinds
Confrontatie Er
ontstond in hem inderdaad de idee dat hij eens een kijkje moest gaan nemen in
Medjugorje. Toen hij tegenover een andere vriendin, die net zoals hij als
wetenschappelijk medewerker verbonden was aan de universiteit van Sankt Gallen,
ook wat neerhalend deed over “die Mariaverschijningen”, reageerde ook zij
gelaten en antwoordde met een stralende glimlach: “Tiens, dat is nu juist waar
ik in Augustus naar toe zal gaan, want ik ga daar deelnemen aan de
jongerengebedsweek. Heb je soms zin om mee te gaan?” Er waren enkele
moeilijkheden maar op 30 juli 2006 reisde hij met een Zwitserse
jongerenbedevaart naar Medjugorje. Daar
in Medjugorje ervaarde hij als protestant negatieve zaken, zoals de winkeltjes
en het – in zijn ogen - onbijbelse telkens maar herhalen van het Weesgegroet.
Maar het positieve kreeg de bovenhand.
Eucharistie “En
dat gold met name voor de viering van de Heilige Eucharistie en hoe bij heel
veel mensen de gezichtsuitdrukking veranderde tijdens het ontvangen daarvan, wat
in mij natuurlijk een zekere jaloezie deed ontbranden, omdat ik als niet
Katholiek zijnde de communie – dat spreekt voor zichzelf - natuurlijk niet kon
en mocht ontvangen. Ja zelfs bij degenen, die van te voren nauwelijks door het
gebeuren geraakt schenen te zijn, trad plotseling een grote verandering op.
Sterker nog, men kon gewoon aan hen zien dat het bewuste moment een hele
bijzondere betekenis voor hen had. Toen ik bijvoorbeeld tijdens een van de
volgende dagen, gedurende het zingen van het ‘Agnus Dei’ de priester van bij
het altaar zag komen, om de communie uit te gaan delen, kwam plotseling en met
grote helderheid de gedachte bij mij op, dat dit alles DE WAARHEID IS. Maar
toen de Mis eenmaal ten einde was, namen toch weer negatieve gevoelens
van weleer bezit van mij…. ook omdat toch de indruk had hoe er op handige
wijze op de emoties werd ingespeeld. En zo werd ik gedurende de zeven dagen dat
ik in Medjugorje heb doorgebracht,
steeds weer tussen zowel positieve als negatieve
gevoelens heen en weer geslingerd. Echter wanneer ik op een gegeven moment
gewoon niet kon laten, weer eens een blik naar de hemel te richten en moest
stellen dat er steeds weer opnieuw sprake was van de meest ongelooflijke en ook
gevarieerde lichtverschijnselen en wolkenformaties, - zoiets overweldigends heb
ik nooit eerder gezien - dan bewerkte dat in mij toch de gedachte en het gevoel
dat God in Medjugorje werkelijk aan het werk is, en dat het ensceneringstalent
van de Katholieke kerk gewoon niet in staat is, om daaromtrent ook maar de
geringste rol van betekenis te vervullen. En wat het vieren van de Eucharistie
betreft: het feest rondom het Avondmaal, zoals wij Protestanten de Eucharistie
noemen, heeft in de Katholieke Kerk toch geheel een andere betekenis dan in de
Protestantse kerk; zodat het geloof dat Jezus na het uitspreken door de priester
van de Eucharistische woorden, werkelijk met lichaam en ziel in de gemeenschap
van de gelovigen binnentreedt, gewoon iets wonderbaarlijks is. Ook gezien het
feit, omdat er binnen de Protestantse geloofsbeleving slechts van een
symbolische gebeurtenis sprake is, dat de eventuele resten van het
avondmaalbrood na de eredienst gewoon worden weggegooid (ook geseculariseerde
priesters kieperen overtollige hosties weer terug bij de hoop)…”
Eucharistische
aanbidding “Wat
naast de H. Mis verder grote indruk op mij
gemaakt heeft, is de driemaal per week gehouden ‘Eucharistische aanbidding’.
Nooit eerder in mijn leven
mocht ik anders en mooier ervaren,
hoezeer de mens in staat is om, ondanks alles wat hem belast, en ondanks
zijn drukke bestaan (dag in dag uit is hij van ’s morgens vroeg tot ’s avond
laat vrijwel onderbroken bezig), plaats te maken voor het goddelijke, door zich
via deze aanbidding volledig op Jezus Christus te concentreren… zozeer zelfs,
dat de rillingen mij als het ware over mijn rug liepen. Dat ik dit in Katholiek
verband heb mogen meemaken heeft mij achteraf bezien ten zeerste verwonderd,
vooral omdat Protestanten steeds weer roepen, dat Jezus bij de Katholieken niet
de eerste plaats inneemt, omdat Hij volgens hen Zijn plaats met tal van
concurrenten moet delen. Met de zogenaamde heiligen natuurlijk! In en door
Medjugorje heb ik echter ingezien en geleerd, dat deze beweringen op geen enkel
fundament gebaseerd zijn. Zo werd het tevens mogelijk dat ik door Medjugorje de
werkelijkheid van een volledige oriëntatie op Jezus mocht ervaren. Dat was
ronduit gezegd voor mij een overweldigende ervaring”.
Rozenkrans Na de bedevaart wil onze protestant wat afstand nemen van “Medjugorje”, maar daar kwam weinig van in huis “want al na enkele dagen begon ik uit mijzelf de rozenkrans te bidden, - eerst tijdens mijn dagelijkse treinreizen, maar daarna ook thuis - waardoor deze vorm van gebed plotseling en zonder dat ik het eigenlijk besefte, betekenis voor mij begon te krijgen. En door dat bidden van de rozenkrans en het alsmaar herhalen van het ‘Wees gegroet Maria…’ leek het alsof mij de schellen van de ogen vielen, want plotseling voelde ik gewoon, dat dit gebed uitermate belangrijk is op de weg naar het heil: Jezus! Kortom, wat ik eerder had veroordeeld, erger nog, van de tafel had geveegd als was het een ‘routinegebed’ zonder enige diepgang, gaf mij nu vrede en vreugde. En verder herkende ik erdoor, hoe groot de schoonheid is van het op vaste tijden bidden en dat het alleen daardoor mogelijk is, zich terug te trekken in de eigen individualiteit. Of ook… je schaart je als het ware bij het leger van gelovigen, om zo gezamenlijk Gods liefde in Hem alleen te willen loven en prijzen en verkondigen. En… je vormt niet meer je eigen gedachten, maar je komt in de reeds bestaande gedachten tot rust, die je dan vrij maakt… ook om zo beter te kunnen luisteren en te ontvangen. En tenslotte vraagt en eist men dan niet meer, maar besteedt men eenvoudigweg tijd, zonder welke voorwaarden dan ook vooraf te stellen.
Maria,
de verwijzende “Wat
ik verder met betrekking tot Medjugorje en het Katholieke geloofsleven, eveneens
steeds interessanter ben gaan vinden… (omdat protestanten steeds weer opnieuw
het rozenkransgebed bekritiseren en afkraken als was het een gebed ten dienste
van afgoderij want volgens hen moet
je bidden tot God en niet tot Maria) is dat het hoofdgebed van de rozenkrans:
‘het Wees gegroet Maria’ verbazingwekkend verwant is met de Heilige
Schrift…. En zo werd het voor mij (door Medjugorje en het veelvuldig
overdenken van de eerste twee hoofdstukken van het evangelie volgens Lucas)
mogelijk een levende relatie met Onze Lieve Vrouw op te bouwen. Ik heb
haar eren kennen als een eenvoudige, uiterst bescheiden vrouw, die ver
staat van elke wens tot vergoddelijking. Sterker nog, zij wil werkelijk niets
anders dan ons naar haar Zoon Jezus leiden. Maar omdat over het algemeen slechts
weinig mensen haar zo met liefde vervulde ‘uitnodigingen’ daartoe willen
aannemen (volgens de Franse priester René Laurentin heeft zij sinds 1830
wereldwijd in meer dan achttienhonderd plaatsen daarover gesproken) is er steeds
veelvuldiger sprake van verschijningen.”
De
plaats van Maria in het christelijk leven Voordat
hij naar Medjugorje ging vond hij de Mariaverering smakeloos en goedkoop en hij
beschouwde ze als concurrentie van Jezus, de Enige tot wie we mogen bidden. “Nu,
na Medjugorje beschouw ik deze weerstand tegen Maria als een waarachtig teken
van onvolwassenheid in geloof. Vanuit Protestants oogpunt bezien is dit ‘Maria
afwijzen’ in haar oorsprong geen kwalijke zaak, want zij komt voort uit liefde
voor Jezus. Men is bang dat wanneer men Maria de eer schenkt die haar toekomt,
men daardoor Jezus beledigt. Ondanks al deze door de Protestanten aangevoerde
argumenten tegen de verering van Maria (en dat niettegenstaande het feit dat in
het evangelie volgens Lucas, hoofdstuk 1 vers 48 staat geschreven… 'dat van nu
af aan elk geslacht haar zalig zal prijzen, omdat de Heer grote dingen aan haar
heeft gedaan'), lijkt mij een werkelijk Christelijk leven zonder passende
verhouding tot Maria, nauwelijks meer mogelijk. Zij
was het immers, die God in haar schoot heeft gedragen en Hem ter wereld heeft
gebracht, om Hem daarna tot aan het begin van Zijn openbare leven te
begeleiden…en dat met alle smart en lijden wat daarmee verbonden was…
"Zie, dit kind is bestemd tot de val en opstanding van velen in Israël,
tot een teken dat weersproken zal worden, opdat de gezindheid van vele harten
openbaar moge worden; en uw eigen ziel zal door een zwaard worden
doorboord”(Lc. 2, 34-35). Dat zij,
zodra de Heer met Zijn openbare leven begint, op de achtergrond treedt, is
vanzelfsprekend en daarom zou alleen dit reeds voor een Protestant voldoende
moeten zijn om haar die erkenning te geven die zij verdient, ook omdat een
verdere “binding aan het gezin” in absolute zin, niet
te verenigen zou zijn geweest met Zijn van Godswege voor Hem bestemde
opdracht, die vanaf de ‘Bruiloft in Kana’ op de hele mensheid is gericht. Maar
daardoor kwam aan haar betekenis voor de heilsgeschiedenis geen einde, want
terwijl Hij aan het kruis hangt spreekt Hij tot Johannes zijn geliefde leerling
de historische woorden: “Zoon ziedaar uw moeder” ( Joh. 19,27). Dan wordt
pas werkelijk duidelijk wat haar rol is… namelijk de moeder worden van alle
mensen en de gehele toekomstige Kerk! Omdat
het volstrekt onvoorstelbaar is, dat Jezus op dat moment iets onbelangrijks of
ondoordachts zou hebben gezegd, moet dit voor ons het bewijs zijn, dat de rol
die Maria binnen de Kerk en ons geloofsleven vervult, absoluut juist en zuiver
is; hierover zou men niet moeten discussiëren, laat staan dat hierover
conflicten zouden moeten bestaan. Door deze door Jezus aan het kruis gesproken
woorden, is het tevens volstrekt op zijn plaats, dat Maria zich na de Hemelvaart
van Jezus ( wij weten niet of zij bij dat grootse en onvoorstelbare moment
aanwezig was: noch in de evangelies, nog in de Handelingen van de Apostelen
wordt daarover gesproken) bij de leerlingen voegde, om de komst van de beloofde
Heilige Geest af te wachten en zo
zonder Hem, waarmee ik bedoel Jezus' fysieke aanwezigheid, in de nieuwe tijd
binnen te treden. (Hand. 1,14) En daardoor vervult zij dan tussen het moment van
de kruisiging en het stichten van de Kerk een sleutelrol, wat voor mij betekent,
dat zij werkelijk beschouwd moet worden als de ‘geestelijke moeder’ van de
gemeenschap van de leerlingen. Terugblikkend
op hetgeen ik tot nu toe heb gezegd, is het voor
mij dan ook absoluut onmogelijk om aan te nemen, dat een volkomen
Christendom kan bestaan, dat Maria om zo te zeggen uitschakelt. Zij is immers de
belangrijkste vrouw van heel de wereldgeschiedenis; de vrouw, die de Verlosser
baarde, en daarom moet aan haar binnen de Christelijke gemeenschap – ook in de
Protestantse gemeenschap - na Christus de belangrijkste plaats
worden toegekend. Kort en bondig…een kerkgemeenschap die niet bereid is
haar die plaats te geven, zal mijn
inziens op den duur niet levensvatbaar zijn.” MEEGEDEELD
-
Gezinswerking Gemeenschap Maria-Kefas. -
ZOMERDAGEN 2008 “Kom en drink”. -
LIFEXP JONGERENKAMP -
G.O.L.F.-KAMP "GLOW" VOOR TIENERS -
JONGERENSESSIE te Paray-Le-Monial VDAYS,
A-DIEU VOSKENSLAAN Peter Verbeiren REACTIES
NA EEN VDAY BIDDENDE
MOEDERS Maandelijks
komen wij met een groepje moeders bijeen om te bidden voor onze kinderen.
Daarmee sluiten wij ons aan bij Mothers Prayers of Biddende Moeders. Hoe
het ontstond en zich verspreidde Dit
initiatief is door twee moeders in het jaar Veronica
had een boekje “What on earth are we doing to our children?” gelezen rond de
problemen en gevaren waaraan onze kinderen in de huidige maatschappij
blootgesteld staan. Dit baarde haar grote zorgen, mede met de eigen problemen,
waarmee zij in haar gezin geconfronteerd werd. Diezelfde week werd Sandra, haar
schoonzus, twee maal tijdens haar slaap gewekt met in haar hart de woorden:
“Bid voor je kinderen”. Daarop besloten beide moeders samen een maand lang
bij hen thuis voor hun kinderen te bidden. Ze vroegen de Heer hen te leiden in
hun gebed en hen duidelijk te maken welke Zijn bedoelingen waren. Toen
Veronica de bijbel opensloeg las ze bij Jeremia 31,16-17: “Houd
nu op met huilen, droog je tranen. Al de moeite voor je kinderen wordt beloond:
ze keren terug uit het land van de vijand, dat beloof Ik. Er is hoop voor je
kinderen, ze keren terug naar hun eigen land.” Na
deze bemoedigende woorden besloten
beiden zich verder open te stellen voor de leiding van de H. Geest. In de loop
van de eerste maand sloten zich nog een paar moeders bij hen aan, daarna nog
enkele. Ze splitsten het groepje en zo werd “Mothers Prayers” geboren . De
groepjes worden bewust klein gehouden (twee tot acht) en bestaan alleen uit
vrouwen: moeders en grootmoeders, maar alleenstaande vrouwen en (vrouwelijke)
kloosterlingen, die zich geroepen voelen om als geestelijke moeder voor iemand
te bidden zijn ook welkom. De
gebedsmomenten gaan door bij één van de moeders thuis of in een kapel of kerk.
Maar voor vrouwen, die niet zo vertrouwd zijn met de kerk is de huiskamer een
veiliger oord. Over heel de wereld worden dezelfde gebeden gebruikt uit het
boekje van Mothers Prayers, omdat ze door de H. Geest geïnspireerd zijn.
Aangezien “Biddende Moeders” openstaat voor alle moeders, ongeacht hun
religie of cultuur zijn lichte afwijkingen of variaties toegestaan. Van over
heel de wereld getuigen moeders van gebedsverhoringen, genaden en zegeningen,
zowel voor de kinderen en kleinkinderen, als voor de moeders en grootmoeders
zelf. Wat
heeft men nodig? 1.
een kruis, om ons te herinneren aan Jezus: onze verlosser; 2.
een kaars, als symbool voor Jezus: het licht van de wereld; 3.
een bijbel, die ons verwijst naar het Levende Woord 4.
een mandje, dat aan de voet van het kruis geplaatst wordt, om er de namen van de
kinderen in te leggen. 5.
witte papieren rondjes (schijfjes), ter grootte van een hostie: om de namen van
de kinderen op te schrijven. 6.
het gebedenboekje van biddende moeders. 7.
eventueel een rozenkrans Ikzelf
gebruik ook mijn gewijde en met het H. Chrisma gezalfde icoon van de H. Familie,
die ik in de cursus bij P. Ben en Andrea geschreven (=geschilderd) heb. Hoe
verloopt het gebed bij ons thuis? De
moeders worden welkom geheten en gaan zitten rond de tafel. Geheel vrijblijvend
worden ze uitgenodigd om te delen rond de genaden, die ze sinds de voorbije
bijeenkomst ervaren hebben of om hun zorgen (grote of kleine) en verdriet te
delen. Iedere keer worden de moeders eraan herinnerd dat alles wat gedeeld wordt
zeer vertrouwelijk is en dat niets daarvan mag doorverteld worden. Maria
bewaarde ook alles in haar hart. Telkens herinneren wij er ook aan dat wij
elkaar geen (goed bedoelde) raad mogen geven, want wij komen bijeen om te bidden
en niet om elkanders problemen op te lossen. Ook na de bijeenkomst mogen we de
zorgen niet terug meenemen, want we hebben ze in gebed, aan de voet van het
kruis neergelegd. Daar zijn onze kinderen veilig, want Jezus en de Vader weten
veel beter dan wij zelf wat goed voor hen is. Daarna
schrijven de moeders de namen van hun kinderen elk afzonderlijk op een wit
papieren rondje (te krijgen bij Biddende Moeders). Het witte rondje symboliseert
de hostie, de offergave van Jezus. Het gebed van biddende Moeders steunt vooral
op overgave: we leggen onze kinderen elk persoonlijk, één voor één in de
palmen van Gods hand. Elke moeder wil het beste voor haar kinderen, maar enkel
God kent en doorgrondt ieder mens met een oneindige liefde. Dan
nemen we het gebedenboekje van de biddende moeders. Eerst
bidden we om de H. Geest, dat Hij ons zou leiden. We bidden om bescherming, om
vergeving, om eenheid. We prijzen God met een loflied, we zingen een lied tot de
H. Geest en besluiten met een lied voor onze Moeder Maria. We bidden om
verbondenheid met alle groepen van biddende moeders van over heel de wereld. We
luisteren naar wat een woord uit de bijbel ons zeggen kan. We danken ook altijd
voor de gave van het moederschap. We overwegen het woord van Jezus: “Komt
allen tot Mij, die vermoeid en belast zijn en ik zal u rust geven.” Mat.11,28. Dan
pas is het grote moment aangebroken, waarbij iedere moeder afzonderlijk en
persoonlijk voor haar kinderen gaat bidden. De
moeders gaan dan eigenlijk op privé-afspraak bij de Heer. Ze gaan met de namen
van hun kinderen in de hand naar het tafeltje, waarop het kruis en het mandje
staan. Ze knielen neer aan de voeten van de Heer. Zij leggen de namen van hun
kinderen (de witte rondjes) één voor één in het mandje, dat Gods handen
symboliseert. Ze
krijgen de tijd, die ze op dat moment nodig hebben om hun zorgen en pijn, maar
ook hun dankbaarheid en hun vreugden toe te vertrouwen aan de Heer. Op dat
moment dragen ze hun kinderen, samen met het kruisoffer van Jezus (het witte
rondje, dat naar de hostie verwijst) op aan de Vader. Ondertussen bidden en
overwegen de andere moeders de mysteries van de rozenkrans. Wij hebben de
Eucharistische rozenkrans gekozen omdat deze ook naar de hostie en het
Eucharistisch offer van Jezus verwijst. Als
iedereen klaar is, overwegen we aan de hand van het Woord en teksten uit het
gebedenboekje nog wat goede raad van de H. Geest, om de gave en de taak van het
moederschap met verantwoordelijkheid te kunnen dragen en met vreugde te kunnen
beleven. Wijzelf
eindigen het gebed met het luisteren naar drie mooie liedjes, die in het
Nederlands vertaald zijn van de Engelstalige CD van Mothers Prayers en die door
één van onze eigen Vlaamse moeders gezongen worden. Op
het einde van de gebedsnamiddag constateer ik telkens hoe stil en vredevol de
Moeders naar huis terugkeren. Maar ik stel ook elke maand opnieuw vast hoe ze
telkens weer verlangend uitzien om in verbondenheid met andere moeders hun
kinderen terug aan de Heer toe te vertrouwen. ps:
Biddende moeders Vlaanderen
Coördinator Martine Lambrecht
Leegstraat 89 8780
Oostrozebeke
gsm 0475.72.38.44
e-mail: rmoffice@skynet.be CREATIONISME De
jezuïet Guy Consolmagno, astronoom van het Vaticaan, vergeleek tijdens een
toespraak in Glasgow het creationisme met bijgeloof. Hij bedoelde hierpee dat
het geloof geen wetenschappelijke uitspraken moet doen en daar koste wat het wil
moet aan vasthouden. Hij onderstreepte dat geloof en wetenschap elkaar nodig
hebben. Verwijzend naar het creationisme zei hij: “Gelovigen ontwierpen een
theorie die niet onderbouwd wordt door wetenschappelijke feiten. Godsdienst
heeft de wetenschap nodig om niet in bijgeloof te vervallen en aansluiting te
blijven vinden met de wetenschap. Wetenschap beschermt religie tegen
creationisme, dat in wezen een vorm van paganisme is.” Deze tekst is toch wel
sterk (weinig troostvol) geformuleerd, maar wellicht begrijpelijk vanwege iemand
die dagdagelijks met wetenschappelijke feiten geconfronteerd wordt. Consolmagno
is niet enkel astronoom aan de sterrenwacht van het Vaticaan, maar hij
publiceert ook geregeld over de relatie tussen geloof en wetenschap. Zijn
bekendste boek is ‘God’s Mechanics. How Scientists and Engineers Make Sense
of Religion’. Een
interessant boek met vrij recente gegevens omtrent de evolutie van de menselijke
soort: Juan Luis Arsuaga
(wereldberoemde Spaanse paleo-antropoloog, geb. 1954), Het Halssieraad van de
Neanderthaler. Op zoek naar de eerste denkers. Wereldbibliotheek – Amsterdam
2004, 302 blz.. EEN
RELIGIEUZE’ OVERSTE GETUIGT Naar Klemensblätter TOEVERTROUWD
AAN DE HEER In
het eerste semester van 2007 heeft het Rijksinstituut voor ziekte- en
invaliditeitsverzekering (Riziv) 1,6 miljoen euro gespendeerd aan de
terugbetaling van 6.892 zwangerschapsafbrekingen. In 2006 en 2005 ging het om
2,7 miljoen en 2,5 miljoen voor respectievelijk 12.305
en 11.306 abortussen. Dat blijkt uit het antwoord van minister van
Sociale Zaken Laurette Onkelinx (PS) op een parlementaire vraag. De
terugbetalingen passen in het raam van de conventies tussen de abortuscentra en
het Riziv. Uitgesplitst per provincie situeerden de meeste terugbetalingen zich
in de eerste helft van Op
onze website kunt u eens zien wat een kerkhof van 11-duizend
resp. 12-duizend kruisjes
voor voortijdig afgebroken menselijke levens voorstelt. Niet tot verwijt …
maar tot gedachtenis. GEZONDEN
NAAR DE CHALDEEUWSE CHRISTENEN (1) BOEKENMAND -
SCHOTSMANS, Paul -, Handboek medische ethiek. LannooCampus Leuven, 2008, 264
blz., 24,95 Eur. -
TERESA VAN AVILA, Innerlijke Burcht en Gewetensbrieven. Carmelitana 2008 (Vert.
Carlos Noyen) Roman “MYSTERY IN
|